Het huwelijk tussen Spanje en Catalonië staat al lange tijd op springen. Maar de scheiding wordt slechts door één partner geëntameerd. Een verklaring.
Getroffen door de tederheid waarmee de taxichauffeur over zijn vrouw sprak, vroeg ik hem hoe lang ze al samen waren. Twintig jaar, zei hij, en we houden elk jaar een beetje meer van elkaar.
‘Wat is het geheim?’ vroeg ik door, wachtend op een handjevol kant-en-klare recepten waarmee auteurs van zelfhulpboeken hun zakken vullen.
‘Dat weet ik niet.’ Hij moest stoppen vanwege het verkeer op El Paseo de la Castellana in Madrid. ‘Geen flauw idee, daar heb ik nooit over nagedacht. Mijn vrouw en ik spreken niet over dat soort dingen. We zijn gelukkig, dat is alles wat ik weet.’
Toen hij weer kon optrekken, probeerde hij, schijnbaar voor het eerst in zijn leven, de belangrijkste feiten in zijn liefdesleven te doorgronden. Hij was eerder getrouwd geweest, zijn vrouw was eerder getrouwd geweest en had twee kinderen uit haar eerste huwelijk. Beide huwelijken bleken een verschrikking. Wat ging er met die anderen niet goed dat nu wel goed ging? Ook dat wist hij niet. Op de radio hadden ze het over Catalonië en Spanje, of ze wel voor elkaar gemaakt waren. Dat er iets niet helemaal lekker zat, dat Catalonië zich niet happy voelde bij Spanje en Spanje evenmin een goede band met Catalonië had weten op te bouwen, was wel gebleken bij de jongste regionale verkiezingen in Catalonië. Die lieten een vijandigheid jegens Spanje zien die echter niet zo sterk was als werd gehoopt door die vreemde coalitie van eeuwig regerend rechts en republikeins links in Catalonië, die meer werd verenigd door een gemeenschappelijk gevoel dan door een programma.
De vraag “Hoe gaat het?” beantwoorden ze doorgaans met een nieuw rondje bier
‘Voor elkaar gemaakt zijn’, de romantische woorden bleven door mijn hoofd spoken. Dat was het, bedacht ik, wat de taxichauffeur niet kon uitleggen over zijn leven en zijn huwelijk. Tegen alle voorspellingen in en zonder goed te weten waarom waren zijn vrouw en hij voor elkaar gemaakt. Zij was deel van zijn leven, hij van dat van haar en toch waren ze twee verschillende personen.
Het is iets waar ik me al jarenlang over verbaas, maar dat de laatste tijd met de Catalaanse kwestie meer opvalt. Wanneer ze het over hun huwelijk, hun avontuurtjes, hun kinderen hebben gebruiken Spanjaarden realistische termen. Ze prefereren feiten boven beweringen en schamen zich om met min of meer redelijke argumenten uit te leggen of ze iets of iemand liefhebben of haten. De vraag ‘Hoe gaat het?’ beantwoorden ze doorgaans met een nieuw rondje bier.
Het beste van de Spaanse literatuur is het ontwapenende realisme waarmee gevoelens altijd in verband worden gebracht. Weergaloos plastisch legt Miguel de Cervantes uit hoe de hersenen van Alonso Quijano (Don Quichot) opdroogden door het weinige slapen en het vele lezen. Geen woord over zijn jeugd, een trauma of een oedipuscomplex. Je zou verwachten dat dit plastisch en aards realisme zich probleemloos in wetten en regeringen zou weerspiegelen. Maar in die domeinen manifesteert de vloedgolf aan gevoelens en wrok zich in volle glorie.
Spanje bestaat al vijfhonderd jaar, maar dat wordt niet zo ervaren – juist omdat het een onomstotelijk feit is. Dat Barcelona niet op Madrid lijkt is waar. Maar dat Barcelona, met het voortdurende geratel van de rolkoffers in het kielzog van de toeristen en het onvruchtbare intellectuele debat, niet op Barcelona lijkt, is wellicht de beste verklaring voor de Catalaanse onafhankelijkheidskoorts. Het Catalaanse en Baskische nationalisme ontstond eind negentiende eeuw uit de angst van de gebieden om overspoeld te worden door goedkope arbeidsimmigratie uit het zuiden van Spanje – die overigens wel de economie uit het slop haalde. De euro, de toeristen, de hogesnelheidstrein, ze roepen bij menig Catalaan de vraag op: Wat is er over van de wereld waarvoor ik ben grootgebracht? Het stierenvechten afschaffen om modern te zijn is ook een manier om af te rekenen met je eigen tradities, die toch al waren gesloopt door vijfentwintig jaar voorspoed en vergetelheid, door non-stop infantilisering en luxe, wat uitmondde in de regeringsperiode van José Luis Rodríguez Zapatero, wiens regeringsprogramma veel weghad van de brieven die kinderen schrijven aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
De gedachte dat zowel de Europese Unie als Spanjes regionale deelstaten het gevolg zijn van vrijwillige gesloten pacten wil slecht postvatten in de hoofden van veel Spaanse politici. In zekere zin hebben ze gelijk. Toen Spanje vijfentwintig jaar geleden Franco achter zich liet, de castrerende vader, was het nog een kind. Vijftien jaar geleden was het nog steeds een kind. Wat je er verder ook allemaal over kan zeggen, de crisis in 2008 leerde dat ouders ook kinderen zijn, want de enige verantwoordelijken waren de politici zelf. Zij moesten opdraaien voor de rekening van het autonomiebeleid.
Dit is de definitie waarmee psychiaters volwassenheid omschrijven: het moment waarop je inziet dat ouders net zo kunnen falen als jij, en misschien nog een graadje erger. Hoe onredelijk de driftbuien en woedeaanvallen waarmee een nieuwe leeftijdsfase gepaard gaat ook zijn, er zit iets redelijks in dat achterlijke nationalisme van de Catalanen. Het puberlijf zoekt wanhopig naar een plek waar zijn lijf, dat tot zijn eigen, grote verbazing van hemzelf is, in past. Hij kan de verandering accepteren, of zijn slaapkamerdeur sluiten en kind blijven.
Auteur: Rafael Gumucio
Vertaler: Henriëtte Arons
Rafael Gumucio is een Chileense schrijver en komiek. Hij resideert in Spanje.
Letras Libres
Spanje/Mexico | maandblad | oplage 30.000
Opvolger van Vuelta, het beroemde blad van Octavio Paz. In de grote traditie van literaire tijdschriften in Latijns-Amerika. Verschijnt in een Mexicaanse en een Spaanse editie.

