De angst iets te missen wordt beschouwd als een typische ziekte van onze tijd. Toch kan een zekere mate van afgunst op andermans leven heel nuttig zijn – als je er op een goede manier mee omgaat.
Het is volop zomer, de dagen zijn lang en de nachten zacht. Dit is de tijd om het leven te vieren. Of om te kijken hoe andere mensen dat doen. Jan is bezig aan een fietstocht van 4000 kilometer van het Gardameer naar de Noordkaap. ’s Ochtends vroeg fietst hij midden in Zweden door de bossen, de zon schijnt roze door de berken. Lotti zit alweer in een museum, Paula in het zwembad. Daniel maakt in twintig minuten acht verschillende antipasti klaar, naast hem een fles witte wijn zó koud dat er waterdruppeltjes op zitten.
En wat doe ik? Ik zit thuis in mijn benauwde, donkere woonkamer, met de ramen dicht om de warmte buiten te houden. Ik scroll door foto’s van vrienden en kennissen op Instagram en WhatsApp, een liveblog van zorgeloosheid, een eindeloze pretgalerij, en vraag me af: waarom beleven alleen andere mensen altijd avonturen? Waarom hebben alleen andere mensen plezier?
Al meer dan twintig jaar geleden bedacht de Amerikaan Patrick J. McGinnis de term Fear of Missing Out, ofwel FOMO: de angst dat je iets mist, dat ergens anders op dit moment het echte goede leven plaatsvindt. In enquêtes geeft regelmatig meer dan 80 procent van de ondervraagden aan dat ze lijden aan FOMO. FOMO is een basisgevoel van de eenentwintigste eeuw, een pathologie van het digitale tijdperk, voortdurend aangewakkerd door de sociale media. Daar zien we elke seconde wat anderen meemaken en bereiken of waar ze van genieten. Natuurlijk heeft FOMO geen goede pers. De acteur Frederick Lau vertelt in interviews trots dat hij zijn angst om iets te missen heeft overwonnen: hij blijft tegenwoordig vooral thuis bij zijn gezin. Filosofen als Wilhelm Schmid en Alexander Prescott-Couch pleiten voor het nietsdoen of ‘JOMO’, de Joy of Missing Out, de vreugde iets te missen.
Klinkt aannemelijk. Maar ik vraag me af: wat als FOMO niet alleen een karikatuur is? Misschien is het wel terecht dat ik bang ben iets te missen. Misschien speelt het mooiste zich juist buiten af, terwijl ik mijn bleke neus weerspiegeld zie op het scherm van mijn mobieltje.
Moderne problemen
Je hoort vaak dat de moderne mens aan vrijetijdsstress lijdt: te veel mogelijkheden, te veel verlokkingen, te veel activiteiten. We rennen van het ene pleziertje naar het andere en komen nooit tot rust. Maar klopt dat wel? Als ik in een WhatsApp-groep vijftig mensen uitnodig om samen op een terras iets te gaan drinken, komen er zes, of acht; interessant genoeg meestal dezelfde. De anderen zijn voor zover ik weet niet op betere, wildere feestjes, maar schrijven: ‘Sorry, ik kan niet.’ Heeft niet iedereen weleens meegemaakt hoe moeilijk het tegenwoordig is een paar vrienden bij elkaar te krijgen voor een avondje uit?
Restaurants buiten de grote ketens hebben bijna 30 procent minder gasten dan in 2019. In dezelfde periode zijn de uitgaven voor maaltijdbezorging aan huis meer dan verdubbeld. Wat is er eigenlijk zo leuk aan om een slappe, lauwe hamburger te eten en barbecuesaus op je bank en joggingbroek te knoeien? In een restaurant krijg je beter eten – en de kans op een spannende ontmoeting: misschien geeft de serveerster je een mysterieus complimentje, misschien word je plotseling meegesleept door de energie van de avond en ga je veel te laat naar bed.
Nog maar 31 procent van de Duitsers gaat weleens naar de bioscoop: te vermoeiend. In plaats van ons bloot te stellen aan de fictiewereld van een onbekende film, zitten we liever op de bank – onze culturele comfortzone – en kijken naar de twaalfde aflevering van het vijfde seizoen van een Netflixserie terwijl we de eigenaardigheden en conflicten van de hoofdpersonen inmiddels door en door kennen. Een kennis vertelde me onlangs trots dat hij geen romans meer leest, maar ChatGPT om uittreksels van boeken vraagt. In onze comfortmaatschappij zijn we oneindig lui geworden, zelfs te lui om nog ergens van te genieten. We hebben een schop onder onze kont nodig!
Je kunt je eraan ergeren dat anderen een spannender leven hebben, of je neemt die afgunst serieus. Zegt tegen jezelf: klopt, dat wil ik ook!
De fietstocht naar de Noordkaap van mijn vriend Jan kun je realtime volgen op de website van de organisator. Op een digitale kaart kruipen gekleurde stipjes door Europa; elk stipje staat voor een mens die op eigen kracht naar het hoge noorden fietst. Jan heeft al 1482 kilometer afgelegd en heeft momenteel een snelheid van 28 kilometer per uur. Voor mij zou het niets zijn. Veel te vermoeiend. En toch raakt het me dat stipje te zien. Het roept een merkwaardig gevoel op: afgunst. Niet op zijn pijnlijke benen. Maar op het verlangen dat hem drijft.
Jaloezie wordt gezien als een van de lelijkste gevoelens. Volgens de Bijbel is jaloezie van ‘duivelse oorsprong’. Maar ook negatieve gevoelens hebben een functie. Angst waarschuwt je voor gevaar, pijn is een teken van letsel. Psychotherapeut Klaus Eidenschink ziet in afgunst geen karakterfout die zo snel mogelijk moet worden verholpen, maar een aanwijzing voor onbenutte mogelijkheden: ’Mensen vergelijken wat anderen aan intensiteit beleven met wat ze zelf kunnen beleven. Als je dat doet, wijst afgunst erop dat er in je eigen ontwikkeling ruimte is om meer genot en levensvreugde te ontwikkelen.’
Je kunt je eraan ergeren dat anderen een spannender leven hebben en door je Instagram-feed en je verdriet blijven scrollen. Dat is de slachtofferversie van FOMO. Of je neemt die afgunst serieus. Zegt tegen jezelf: klopt, dat wil ik ook! Nu Jan al bijna in Finland is, ga ik met vrienden de bergen in om te klimmen. Al had ik eigenlijk willen afzeggen omdat ik moe ben van een lange werkweek (‘Sorry, ik kan niet.’). Terwijl ik had willen uitslapen en ons weekendje al om halfvijf ’s ochtends begint. En ook al vind ik klimmen een beetje eng.
Op zondagmiddag hebben we ons genoeg ingespannen en zitten we aan de voet van een hoge rotswand, kijken we langs de varens en sparren naar beneden in het dal en eten pruimentaart. Ik voel mijn lichaam veel meer dan gewoonlijk: vermoeidheid, de schrammen op mijn onderarmen, mijn schouders waar ik de spierpijn al voel opkomen, mijn rug, die door de zonbeschenen rotswand wordt verwarmd. En Stephan, een van mijn klimvrienden, zegt: ‘Het is altijd beter iets te doen dan niets te doen.’
Als je hem op een goede manier gebruikt, is je mobiel geen tijdvreter, maar een bron van ideeën
Wie nooit ziet dat andere mensen op zondagochtend naar het museum gaan, komt misschien ook nooit op het idee om zelf te gaan. Ik geloof dat dit principe veel verder gaat dan bergen en musea. De weg van de minste weerstand leidt zelden naar iets bijzonders. Elke keer dat we gemak inruilen voor inspanning, comfort voor nieuwsgierigheid of zekerheid voor een avontuur, wordt het leven een beetje groter.
Uiteraard heeft niet iedereen de mogelijkheid spontaan op zijn racefiets te klimmen of de bergen in te gaan. Werk, kinderen en het dagelijks leven zijn hardnekkige tegenstanders, je bent gestrest en verlangt ernaar je eindelijk te kunnen ontspannen. Aan de andere kant wijzen psychologen er allang op dat je je niet ontspant door niets te doen, maar door mentaal en fysiek afstand te nemen van je dagelijkse leven. En dat lukt het best door iets te gaan doen.
Trouwens: de gemiddelde Duitser is zo’n vierentwintig uur per week online op zijn smartphone. De zoektocht naar een paar vrije minuten lijkt dus niet helemaal hopeloos. Als je hem op een goede manier gebruikt, is je mobiel geen tijdvreter, maar een bron van ideeën. Ik ben nog een redelijk actief mens, hoop ik. Toch breng ik meer avonden en weekends thuis door dan ik eigenlijk wil, omdat ik niet weet wat ik anders zou kunnen doen. Omdat ik blijf hangen in mijn routines en mijn gebrek aan fantasie. Precies hier bieden sociale media een therapie. Als je nooit ziet dat anderen op zondagochtend in het museum zitten, kom je niet zo gauw op het idee er zelf heen te gaan. En hoe zit het met tomaten planten, een vreemde taal leren, een tafel timmeren, een citroenhollandaise maken of in een koud meer springen? Bestaan er niet duizend goede ideeën?
Natuurlijk is veel van wat mijn interesse, mijn FOMO en mijn afgunst wekt zorgvuldig samengesteld en in scène gezet. Maar dat alleen maakt het nog niet verkeerd. Iemand handelt zelden uit één motief. Wie vrijwilligerswerk doet, is vaak ook blij met de erkenning. Wie een slimme gedachte uitspreekt, hoopt op bijval. Dat maakt de handeling nog niet waardeloos.
Misschien ga je uit pure levenslust op pad. Misschien uit nieuwsgierigheid. Misschien uit het gevoel niet alleen toeschouwer te willen zijn. Misschien ook omdat je hoopt een foto van je miniavontuur te kunnen posten. Iedere reden die je helpt de deur uit te gaan, is een goede reden.
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
