Dankzij investeringen van techreuzen zijn miljoenen Afrikanen aangesloten op het internet. Maar wie profiteert daar het meeste van?
Alex Okosi, Googles algemeen directeur voor Afrika, was onlangs in Nairobi op een technologiebijeenkomst waar Keniase ambtenaren in gesprek gingen met jongeren.
‘Er stond een jonge vrouw in het publiek op die zei: “Tijdens covid kon ik nauwelijks het hoofd boven water houden,”’ vertelt Okosi vanuit het Google-kantoor in het Londense West End. ‘Ze zei: “Ik kon geen werk vinden. Ik ben alleenstaande moeder. Maar toen deed ik Googles certificeringsprogramma in logistiek, en nu werk ik voor een internationaal bedrijf.”’ Okosi haalt dit voorbeeld aan om te staven dat Google bijdraagt aan de ontwikkeling van Afrika. ‘Als Keniaan kun je nu ook vanuit huis voor een groot bedrijf werken,’ zegt hij met een Amerikaans accent. ‘Hier word ik als Afrikaan nou enthousiast van.’
De eenenvijftigjarige Okosi, opgeleid in de VS en opgeklommen bij MTV, is een van de voorlopers bij een ongekende golf van investeringen in het continent waar hij vandaan komt. Lange tijd lieten de techreuzen Afrika zo goed als links liggen, nu pompen ze er flink wat geld in.
Van de 1,6 miljard inwoners zijn zo’n 400 miljoen mensen niet aangesloten op het internet
Google maakte afgelopen juli bekend dat het zijn doelstelling had gehaald om in vijf jaar tijd 1 miljard dollar in het continent te investeren, onder andere met de aanleg van een onderzeese kabel tussen Portugal en West-Afrika. Op dit moment wordt gewerkt aan een kabel die Afrika via India met Australië moet verbinden.
Meta en een consortium van onder andere telecomgiganten Orange en Vodafone hebben hun eigen onderzeese kabel aangelegd, de langste ter wereld, die om Afrika heen loopt en het Afrikaanse bruto binnenlands product naar verwachting binnen twee of drie jaar zal verhogen met 0,5 procent.
Microsoft wil 117 miljoen Afrikanen aansluiten op het internet. Satellietinternetdienst Starlink heeft in Afrika een geschatte 500.000 gebruikers en Amazon heeft zich eveneens op de Afrikaanse satellietinternetmarkt gestort. Ook China roert zich. Het Chinese AI-model DeepSeek is in heel Afrika ongekend populair. De techindustrie jubelt dat deze ontwikkelingen het continent ingrijpend zullen veranderen. Van de 1,6 miljard inwoners zijn zo’n 400 miljoen mensen niet aangesloten op het internet en nog eens 250 miljoen mensen wonen niet eens binnen het bereik van een glasvezel- of mobiel netwerk.
Digitale economie
Toch verandert de techsector levens al ingrijpend. De digitale economie was in 2012 goed voor slechts 1,1 procent van het Afrikaanse bbp, maar zal in 2050 naar verwachting zo’n 8,5 procent bedragen. Inmiddels telt het continent ongeveer tien techbedrijven met elk een waarde van meer dan 1 miljard dollar. Mobiel geld, dat in 2007 in Kenia werd geïntroduceerd door Safaricom, een dochter van Vodafone, verspreidde zich razendsnel over heel Afrika en daarbuiten. Betaalplatforms als Flutterwave en Paystack boden uitkomst voor nationaal en internationaal betalingsverkeer, dat voorheen een omslachtige onderneming was.
Dankzij betaalapps kunnen Afrikanen in Europa en de VS in een handomdraai geld naar achtergebleven dierbaren sturen. Uber en andere taxi-apps zijn inmiddels niet meer weg te denken uit de grote steden en hetzelfde geldt voor bezorg- en ticketapps. Telegeneeskunde raakt steeds meer ingeburgerd. Zelfs boeren gebruiken AI om uitbraken van ziekten en plagen te voorspellen.
Afrikaanse muzikanten en kunstenaars zijn steeds zichtbaarder en groeien uit tot wereldsterren: tijdens de rust bij de WK-finale trad de Nigeriaanse Burna Boy met Shakira op. Okosi merkt op dat 70 procent van de online-inkomsten van creatieven door kijkers buiten Afrika wordt gegenereerd. Hij is van plan een podcast te maken waarin hij bekenden en hotshots uit de Afrikaanse entertainmentindustrie interviewt.
De grote techwedloop om het continent wordt ook wel ‘de nieuwe wedloop om Afrika’ genoemd
De grote techwedloop om het continent wordt ook wel ‘de nieuwe wedloop om Afrika’ genoemd. ‘Google kan het continent niet in zijn eentje in de vaart der volkeren opstoten,’ zegt Okosi. ‘Het creëren van een bloeiende digitale economie moet een gezamenlijke inspanning zijn.’
Ondanks deze mooie woorden heeft een aantal academici zich uitgesproken tegen wat zij ‘digitaal kolonialisme’ noemen. In plaats van goud en rubber, betoogt onder andere Michael Kwet, gastonderzoeker aan Yale Law School, plunderen techreuzen nu menselijke data, die worden weggesluisd naar Silicon Valley en verkocht aan adverteerders.
Er zijn ook berichten over Afrikanen die als datalabeler tegen een hongerloontje enorme hoeveelheden onlinemateriaal van labels voorzien voor de training van AI-modellen. ‘Dat noem ik geen digitaal kolonialisme,’ zegt Okosi. ‘Eerder het tegenovergestelde. Die data worden per slot van rekening gebruikt voor de ontwikkeling van het continent.’

Net als zijn concurrenten heeft Google ondersteunende programma’s voor Afrikaanse start-ups en verstrekt het beurzen voor zijn eigen IT-trajecten. Het bedrijf runt onderzoekscentra in Nairobi en Accra, waar lokale onderzoekers zich bezighouden met bijvoorbeeld het voorspellen van overstromingen. De AI-modus van Google werkt inmiddels in dertien Afrikaanse talen en eerder dit jaar publiceerde het bedrijf een gratis dataset met opnames van eenentwintig Afrikaanse gesproken talen, bedoeld voor ontwikkelaars van spraak-naar-tekstsoftware. ‘We bouwen aan een markt waar we zelf ook aan willen deelnemen en waar we niet alleen maar van willen profiteren,’ benadrukt Okosi.
Sommige overheden hebben echter maatregelen getroffen om hun burgers te beschermen. Nigeria en Zuid-Afrika hebben wetten aangenomen waarin is vastgelegd dat bepaalde gebruikersdata, zoals raciale en biometrische gegevens, opgeslagen moeten worden op servers in eigen land. Rwanda werkt aan een eigen cloudplatform en een eigen digitaal betalingssysteem en Nigeria voert een grootschalig onderzoek uit naar de marktdominantie van Meta, X en Alphabet, het moederbedrijf van Google.
Adil El Youssefi, directeur van Africa Data Centres – het grootste pan-Afrikaanse netwerk van datacenters – juicht deze stappen toe. Bijna een op de vijf wereldburgers woont in Afrika, maar het continent bezit slechts 1 procent van de wereldwijde datacentercapaciteit. ‘We moeten ervoor zorgen dat meer data lokaal wordt opgeslagen.’
Stroomtekort
De secretaris-generaal van de Afrikaanse Continentale Vrijhandelszone, Wamkele Mene, heeft aangegeven dat Afrika eind 2035 bovenop de huidige tweehonderd datacenters vijfhonderd extra datacenters nodig heeft om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Naast het beschermen van burgers komt dit ook de snelheid ten goede. ‘Als je in Lagos een bankoverschrijving wilt doen maar de applicatie wordt beheerd in Singapore, is de kans groter dat het misgaat,’ aldus El Youssefi.
Maar het grootste knelpunt is een stroomtekort.
Exploitanten van kleine datacenters moeten tienduizenden liters diesel opslaan voor noodgeneratoren. In mei bevestigde de Keniase president William Ruto dat plannen voor een datacenter van 1 miljard dollar van Microsoft in de koelkast zijn beland. ‘We zouden in het halve land de stroom moeten afsluiten om dat ene datacentrum van elektriciteit te kunnen voorzien.’
ADC moet de komende vijf jaar vijf keer zo groot worden, is El Youssefi’s streven.
Maar dat kan alleen als Afrika zijn stroomnetten uitbreidt.
Toch worden er wel datacenters gebouwd. Volgens adviesbureau McKinsey zal de capaciteit van datacenters in de vijf grootste Afrikaanse markten de komende vier jaar van de huidige 400 MW groeien naar tussen de 1,5 en 2,2 GW. Ter vergelijking: de capaciteit van datacenters in Europa bedraagt momenteel ongeveer 12 GW.
‘Digitale bedrijven draaien op data. Het maakt niet uit waar die vandaan komen’
In januari 2024 opende Google zijn eerste cloudregio in Afrika, waardoor bedrijven hun data voortaan ook in Afrika konden laten verwerken en opslaan. ‘Een paar jaar geleden stonden de servers ergens in België of Ierland,’ zegt Wayne Hennessy-Barrett, directeur van 4G Capital, een microfinancieringsbedrijf dat voor 1 miljard dollar leningen heeft verstrekt aan kleine bedrijfjes in Oeganda en Kenia. ‘Nu staan ze in Johannesburg.’
De vierenvijftigjarige Hennessy-Barrett, oudofficier van het Britse leger en in 2013 door een headhunter binnengehaald, leidt het bedrijf vanuit het Britse eilandje Jersey, waar zijn vrouw vandaan komt. Door de combinatie van geautomatiseerde digitale kredietlijnen, uitsluitend bedoeld voor de aankoop van winkelvoorraad, met fysieke bedrijfstrainingen, verzorgd door 1600 medewerkers, vertelt hij, kent het bedrijf een terugbetalingspercentage van 97 procent, een veel hoger percentage dan bij de concurrent.
Dankzij de hostingdiensten van Google heeft Hennessy-Barrett zijn eigen betalingssysteem kunnen ontwikkelen dat sneller en goedkoper is dan andere betalingssystemen. ‘Nu we in de cloud werken, kunnen we in meerdere landen actief zijn,’ zegt hij. ‘En de klant uiteindelijk meer producten bieden.’
De term digitaal kolonialisme noemt hij misplaatste ‘marxistische retoriek’. ‘Digitale bedrijven draaien op data. Het maakt niet uit waar die vandaan komen.’
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
