Wie het nieuws over Syrië volgt, krijgt lang niet altijd het hele verhaal. De complexe werkelijkheid blijft onderbelicht.
In maart 2025 werden meer dan duizend mensen gedood aan de Syrische kust, onder wie vooral alawitische burgers. In verslagen werd melding gemaakt van moorden en wraakacties door strijdkrachten en individuen die banden hadden met de nieuwe overgangsautoriteiten. Alawitische burgers werden het slachtoffer van geweld door troepen die hen juist hadden moeten beschermen. Dat vraagt om veroordeling en het ter verantwoording roepen van de daders, niet om rechtvaardiging. Maar de journalistieke vraag eindigt niet bij het aantal slachtoffers of hun identiteit. Daar begint zij juist.
Op 10 maart 2025 publiceerde het Reformatorisch Dagblad een bericht onder de kop ‘Syrische leider belooft actie na bloedbad onder alawieten’. In het ANP-bericht stond dat honderden mensen waren gedood en dat de Syrische overgangspresident Ahmed al-Sharaa had beloofd de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen, ook als het om zijn eigen bondgenoten ging. Ook werd vermeld dat hij groepen die loyaal waren aan voormalig president Assad ervan beschuldigde het geweld te zijn begonnen en erkende dat er vervolgens wraakacties hadden plaatsgevonden.
De lezer van het bericht krijgt weinig uitleg. Daardoor kan al snel een zwart-witbeeldontstaan: alawieten aan de ene kant en soennitische machthebbers aan de andere. In werkelijkheid lopen hier politieke, militaire, lokale en historische factoren door elkaar.
Context
Waarom braken de gevechten aan de kust uit? Wie vielen de regeringstroepen aan? Hoe konden acties tegen strijders die loyaal waren aan het voormalige regime uitmonden in het doden van alawitische burgers? Wat was onder de voormalige presidenten Hafez en Bashar al-Assad de verhouding tussen de alawitische gemeenschap en de Syrische staat? En betekent het feit dat een slachtoffer tot dezelfde religieuze gemeenschap als Assad behoorde automatisch dat diegene zijn regime aanhing?
Deze vragen zijn geen poging om de overgangsregering te verdedigen. Integendeel. Context maakt juist duidelijker wie waarvoor verantwoordelijk is, omdat daardoor onderscheid kan worden gemaakt tussen een burger die vanwege zijn identiteit of vermeende loyaliteit aan het voormalige regime werd gedood en een strijder die deelnam aan aanvallen op de nieuwe machthebbers. Wanneer de journalistiek dat onderscheid niet maakt, doet zij het slachtoffer geen recht en ontneemt ze de lezer de mogelijkheid de misdaad te duiden.
Toch worden gebeurtenissen in Syrië in de Nederlandse pers vaak van te weinig context voorzien.
Neem de berichtgeving over de economische sancties tegen Syrië. In mei 2025 publiceerde Vrij Nederland een analyse onder de titel ‘Syrië zonder sancties’, nadat Donald Trump had aangekondigd de Amerikaanse sancties op te heffen. Het artikel stelde de vraag of het optimisme onder Syriërs gerechtvaardigd was.
BUITEN BEELD
Samen met RFG Media, de Neder- landse organisatie voor journalisten met een vluchtelingenachtergrond, maakt 360 de rubriek Buiten beeld. Daarin belichten journalisten telkens een minder bekende kant van hun land van herkomst.
Sancties zijn een belangrijke factor in de Syrische economie. Maar door ze centraal te stellen in de economische crisis ontstaat een onvolledig beeld. De oorlog heeft fabrieken en infrastructuur verwoest. Miljoenen mensen hebben het land verlaten. De agrarische en industriële productie nam af. Staatsinstellingen raakten beschadigd. Corruptie, cliëntelisme en de informele economie namen toe. De vraag is daarom niet alleen wat sancties doen, maar ook wat ze hebben aangericht en wat er met de opheffing níét wordt opgelost.
Een artikel van NRC uit juni 2025 laat een andere aanpak zien. De krant stuurde haar correspondent naar Aleppo en Damascus, waar hij met ondernemers en beleidsmakers sprak en de wederopbouw in verband bracht met zowel de sancties als de lokale economische werkelijkheid. Wanneer journalisten naar de fabriek, de markt en de straat gaan, wordt de economie meer dan een cijfer of een politieke uitspraak.
Een ander voorbeeld komt uit het Nederlands Dagblad. In december 2024 berichtte de krant over Syrische Koerden en het besluit van het autonome bestuur in het noordoosten van Syrië om na de val van Assad de vlag van de Syrische oppositie te gebruiken. In het ANP-bericht stond dat de Koerden ongeveer een kwart van het land controleerden en de vlag niet eerder hadden gebruikt.
Maar de belangrijkste vragen werden niet gesteld. Waarom is die vlag voor de Koerden politiek beladen? Waarom wees het de eerdere Syrische vlag af? Wat is de verhouding tussen de Syrische Democratische Strijdkrachten, Turkije en de Verenigde Staten? En waarom is de vorm die de nieuwe Syrische staat krijgt voor het Koerdische bestuur een existentiële kwestie? Als hier niet op in wordt gegaan wordt het simpelweg een verhaal over een vlag.
Volwaardig
Een Syrische journalist weet dat de naam van een stad een hele geschiedenis met zich mee kan dragen. Die kent het verschil tussen groeperingen die voor een Europese lezer misschien identiek lijken. Die begrijpt waarom iemand bang is om naar een bepaalde wijk terug te keren en waarom de val van een regime nog niet betekent dat een huis veilig is. Ook begrijpt een Syrische journalist hoe één politiek woord, zoals ‘crisis’ in plaats van ‘Syrische Revolutie’, of ‘saboteurs’ in plaats van ‘demonstranten’, herinneringen aan gevangenschap, bloedbaden of ontheemding kan oproepen. Die kennis haal je niet uit Google of uit berichten van persbureaus.
Het probleem is niet de aanwezigheid van westerse journalisten in Syrië, maar de rolverdeling: de lokale journalist fungeert vaak slechts als bron, terwijl de westerse journalist het verhaal duidt. Niet omdat lokale journalisten per definitie beter of objectiever zijn, maar omdat hun positie hun toegang geeft tot details en context die voor buitenstaanders gemakkelijk onzichtbaar blijven.
In Syrië bestaat er een verschil tussen weten dat honderden alawieten zijn gedood en begrijpen waarom. Er is een verschil tussen weten dat sancties zijn opgeheven en begrijpen welke plaats die innemen binnen een verwoeste economie. Er is een verschil tussen weten dat de Koerden een bepaalde vlag hebben gehesen en begrijpen wat die vlag betekent in hun strijd over de inrichting van de staat.
Journalistiek die zich beperkt tot informatie kan de lezer vertellen wat er is gebeurd. Alleen wanneer lokale journalisten een volwaardige rol krijgen bij de totstandkoming van een verhaal, kan duidelijk worden waarom iets is gebeurd. Het gaat er niet alleen om Syrië onder de aandacht te brengen van de Nederlandse lezer, maar ook de lezer in staat te stellen Syrië te begrijpen.
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
