Al bijna een eeuw springen mannen, vrouwen en jongeren van de steile kliffen van La Quebrada, in de Mexicaanse kustplaats Acapulco. Ze storten zich van tientallen meters hoogte in een smalle inham van de Stille Oceaan. Een spectaculaire traditie waarbij moed, angst en gevaar hand in hand gaan.
Wat begint als een spel, groeit langzaam uit tot iets anders: een zoektocht, een verslaving, iets waar je niet meer zonder kunt. Wat iemand daarin aantrekt, verschilt van persoon tot persoon. Héctor Miguel Nieves Jiménez hoeft alleen maar naar de Stille Oceaan te wijzen om duidelijk te maken wat hem drijft. Die eindeloze blauwe zee zegt voor hem genoeg. ‘Mijn passie is mijn leven geworden,’ vertelt de veertiger. Hij was tien jaar toen hij La Quebrada in Acapulco ontdekte, een rotsachtige klif aan de westkust van Mexico waar waaghalzen al bijna een eeuw elke dag vanaf springen.
Van boven op de klif, beneden aan de voet, vanuit het hoger gelegen Hotel Mirador of vanaf de toegangsweg: overal is het uitzicht duizelingwekkend. Twee steile rotswanden omsluiten een inham van amper 7 meter breed. Hoge golven beuken tegen de rotsen en tussen de cactussen scharrelen krabben rond. Vijf keer per dag, tussen één uur ’s middags en tien uur ’s avonds, geven duikers er een spectaculaire voorstelling. Het publiek kijkt toe met rode, bezwete gezichten, ondanks de strohoeden die bescherming bieden tegen de zon.
‘Mijn vader werkte hier in de buurt’, vertelt Héctor Miguel. ‘Hij maakte schoon, verkocht eten, dat soort dingen. Samen met een vriend heb ik hier leren zwemmen.’ Voor veel kinderen uit de buurt begint het op dezelfde manier. Ze spelen in het water, kijken hoe de oudere duikers van de rotsen springen en proberen dat zelf ook. ‘Eerst spring je voor de lol van 2 meter hoog, dan van 5 en uiteindelijk van 10 meter,’ vertelt de duiker, die hier bekendstaat als ‘Fili’. ‘Voor je het weet, heb je de smaak te pakken en kun je niet meer stoppen.’
Om te kunnen springen, moeten de duikers eerst de steile rotswand beklimmen. Die is bedekt met tepetate, een okergrijze gesteentelaag waarover ze zich op handen en voeten omhoogwerken. Zonder enige beveiliging hangen ze boven de afgrond, als een soort Spider-Man in zwembroek.
Tien verdiepingen
De top van de klif ligt op 35 meter hoogte, ongeveer zo hoog als een gebouw van tien verdiepingen. Dat is hoger dan de maximale spronghoogtes die de internationale zwembond World Aquatics voor wedstrijden hanteert: 27 meter voor mannen en 20 meter voor vrouwen. En toch valt die hoogte in het niet bij het wereldrecord van de Zwitser Laso Schaller, die van maar liefst 58,8 meter sprong.
Bij sprongen van zulke hoogtes is het van levensbelang dat de duikers de golven goed inschatten. Het water is er namelijk maar 4 meter diep en op de bodem liggen grote rotsblokken. Tijdens hun sprong halen ze snelheden tot 90 kilometer per uur en zijn ze nog geen drie seconden onderweg. Eén verkeerde beweging kan fataal zijn.
Na dertig jaar zijn leven te hebben geriskeerd, springt Héctor Miguel nog maar zelden van de klif. ‘Ik heb een buikje gekregen en dat zit in de weg,’ lacht hij. Maar ook de blessures die hij in de loop der jaren heeft opgelopen en zijn andere verantwoordelijkheden spelen mee. Hij is een van de dertig voormalige klifduikers die samen de vereniging van professionele duikers van La Quebrada besturen. De vereniging beheert en onderhoudt de plek al sinds 1934. Voor de leden is La Quebrada bijna heilig. Ze beschermen hun traditie zo zorgvuldig dat ze zelfs niet zijn ingegaan op de commerciële belangstelling van Red Bull.
Zijn zoon Donovan (19) en dochter Lilia (15) zijn inmiddels in zijn voetsporen getreden, onder begeleiding van hun peetvader. Vooral Lilia trekt de aandacht in de door mannen gedomineerde wereld van het klifduiken. Als jongste ooit sprong ze van 28 meter hoogte, waarmee ze uitgroeide tot een kleine beroemdheid. De media staan voor haar in de rij en zelfs Netflix heeft haar benaderd. Zelf lijkt de tiener nauwelijks onder de indruk van alle aandacht. Een kwartier voor haar avondoptreden zit ze rustig snoepjes uit een zak te eten, terwijl zo’n duizend toeschouwers zich verzamelen om haar te zien springen. Sommigen zitten dicht opeengepakt op jachten. Aan haar roze, hartvormige tas bungelt een sleutelhanger van Snoopy.

Lilia haalt ‘kracht’ uit de blikken van het publiek en geniet van ‘het gevoel dat je vliegt’. Het beklimmen van de rotswand en de zware trainingen vindt ze een stuk minder leuk. Later wil ze ‘arts of tandarts’ worden, maar ze heeft ook nog een andere droom: als eerste Mexicaanse vrouw vanaf de top van de klif springen. Op diezelfde plek vierde ze haar laatste verjaardag, op een smal plateau met een veiligheidshek dat weinig vertrouwen inboezemt bij mensen met hoogtevrees.
Om haar angst te overwinnen, heeft de 1,48 meter lange Lilia vlak voor elke sprong een vast ritueel. Ze bindt haar haar vast, slaat een paar keer op haar dijen en maakt een kruisteken. Daarna haalt ze diep adem en trekt haar favoriete paarse tuniek recht. Ze werpt geen blik op de lichtgevende letters die haar tweede naam, Mishelle, op de rotswand vormen. ‘Ik bid en sluit me even helemaal af,’ vertelt ze. Dan spreidt ze haar armen als vliegtuigvleugels en duikt met haar hoofd naar beneden. Eenmaal uit het water poseert ze voor selfies.
Haar oudere broer Donovan kijkt ondertussen wat afwezig toe. Hij treedt pas aan het einde van de avond op en houdt zich tot die tijd bezig met de kaartverkoop. Een kaartje kost vijf euro. Met de opbrengst worden onder meer de salarissen van de drieëntwintig professionele klifduikers betaald. Donovan behoort sinds kort ook tot die groep. Zij krijgen één vrije dag per week en zijn verzekerd. Voor de twintig duikers in opleiding, onder wie zijn zusje, gelden die voordelen nog niet. Zij moeten het voorlopig doen met fooien en kunnen pas als ze volwassen zijn toetreden tot het selecte gezelschap van professionals.
Als kind wilde ‘Dony’, zoals zijn naasten hem noemen, niets liever dan in de voetsporen van zijn vader treden. Inmiddels springt ook hij van 35 meter hoogte, met in beide handen een brandende fakkel, terwijl het donker en stil is in de baai. Dat klifduiken niet zonder risico is, ontdekte hij al op zijn zevende. Bij een val raakte zijn linkerschouder zwaar geblesseerd. Zijn oudere broer Jean Carlos schrok daar zo van dat hij besloot niet meer te springen.
Adrenalinekick
Donovan liet zich er niet door afschrikken. ‘Ik was nog te jong om ervan te schrikken,’ zegt hij lachend, met ontbloot bovenlijf. Hij is gek op motoren, studeert rechten aan de universiteit en weet eigenlijk al dat hij het klifduiken niet lang zal blijven doen. Hij verdient er zo’n 200 euro per maand mee, ongeveer 40 procent van het wettelijk minimumloon, plus wat hij daarnaast nog bijverdient. ‘Als je door de lucht vliegt, voel je je gewichtloos. Die adrenalinekick is met niets te vergelijken,’ vertelt hij. ‘Maar je denkt ook altijd aan wat er mis kan gaan. Ik spring zo’n vijftien keer per week en toch ben ik nog steeds bang. Als je het water raakt, voelt het alsof je op beton terechtkomt. Vermoeidheid kan fataal zijn, maar ook regen, wind, een zonnesteek, de weerkaatsing van de zon of persoonlijke problemen kunnen tot ongelukken leiden. Het is een ontzettend gevaarlijke sport.’
Officieel is nog nooit een klifduiker tijdens zijn werk om het leven gekomen. Wel hebben enkele roekeloze bezoekers hun sprong niet overleefd. Maar ook voor de professionele duikers blijft het niet zonder gevolgen: gescheurde trommelvliezen, verbrijzelde knieën en netvliesloslatingen. ‘Er zijn ook gevallen geweest van alzheimer, doofheid en gedeeltelijke blindheid,’ vertelt Gustavo Gatica Goroztieta, voorzitter van de klifduikersvereniging van La Quebrada. Zelf leefde hij ooit op straat en heeft hij inmiddels naar eigen zeggen maar liefst 48.000 sprongen gemaakt.

De zestiger kan zijn linkerarm niet meer optillen en is zelf ternauwernood aan de dood ontsnapt. In 1995 kwam hij tijdens een sprong op de zeebodem terecht, waardoor hij een darmperforatie opliep. Hij moest maar liefst veertien keer worden geopereerd. ‘Elke dag zetten we ons leven op het spel, vaak zonder dat we erbij stilstaan,’ vertelt hij terwijl hij het enorme litteken op zijn buik laat zien. ‘We vinden onszelf geen helden, maar anderen zien ons wel zo.’ ‘Of ze vinden ons gek,’ lacht Kenay Suastegui, die bijna achttien is en nu al niet meer zonder de spanning van het klifduiken kan.
Ondanks de moeilijke tijden blijft La Quebrada een van de grootste trekpleisters van Acapulco. De badplaats met zo’n 800.000 inwoners was ooit een geliefde bestemming voor beroemdheden en feestgangers, totdat de georganiseerde misdaad er de overhand kreeg. In 2025 stond Acapulco, ooit bekend als de ‘Parel van de Stille Oceaan’, op de veertiende plaats op de ranglijst van de gewelddadigste steden ter wereld. Die ranglijst wordt opgesteld door de Mexicaanse ngo Burgerraad voor Openbare Veiligheid en Strafrecht, die Acapulco de afgelopen vijftien jaar maar liefst zeven keer in de top drie plaatste.
Volgens onderzoekscentrum InSight Crime is de stad inmiddels ‘een belangrijk knooppunt voor de cocaïnehandel’. ‘Het geweld is hier zo gewoon geworden dat niemand er nog van opkijkt,’ zegt een ervaren activiste bij een overvol strand. ‘Alsof we gewend zijn geraakt aan alle moorden en afpersingen.’
Otis en John
Vorig jaar bezochten ruim 5,4 miljoen toeristen Acapulco, vrijwel allemaal Mexicanen. Toch leeft de helft van de inwoners onder de armoedegrens en komt door geweld gemiddeld meer dan één persoon per dag om het leven. Alsof de stad het nog niet zwaar genoeg had, werd ze na de coronapandemie ook getroffen door twee orkanen: Otis in 2023 en John in 2024. Vooral Otis, een uitzonderlijk zware orkaan, richtte enorme schade aan. Volgens de autoriteiten kwamen daarbij 68 mensen om het leven. De schade liep op tot naar schatting 10 à 14 miljard euro.
Vlak bij de klif herstelt de volkswijk Lerdo de Tejada zich langzaam. Hier woont de familie van Héctor Miguel Nieves Jiménez, net als de meeste andere klifduikers. Na een gezamenlijke training vroeg in de ochtend, met onder meer trampolinespringen, hardlopen en buikspieroefeningen, helpt Lilia haar moeder. Die verkoopt elke zondag op straat broodjes met varkensvlees en groenten. De dag ervoor heeft Donovan al twee uur lang wortels en aardappelen staan schillen, voordat hij weer van de klif springt. Als alle 19 kilo vlees zijn verkocht, hebben zijn ouders zo’n 200 euro verdiend. Ooit werden ze vlak bij de klif verliefd op elkaar. ‘Vroeger was ik bang dat mijn kinderen iets zou overkomen, maar nu niet meer,’ zegt hun moeder Grecia Smith stralend. ‘Ik ben alleen maar trots op ze. Ik heb enorm veel bewondering voor wat ze doen. Zelf zou ik het nooit durven.’

De klifduikers spreken al jarenlang tot de verbeelding. Er zijn dan ook tal van films over hen gemaakt. In de documentaire Las voces del despeñadero (2025) staat de ‘spirituele kant’ van het klifduiken centraal. Volgens Victor Rejón, een van de regisseurs, draait het om ‘het telkens opnieuw beleven van een ervaring op de grens tussen leven en dood’.
Ook de Nederlands-Britse antropologe en schrijfster Barbara Kastelein verdiept zich al meer dan twintig jaar in de gemeenschap van klifduikers. Ze hoopt binnenkort haar trilogie over hen te publiceren. ‘De duikers zijn de bewakers van de ziel van Acapulco. Ze staan symbool voor een verloren paradijs,’ vertelt ze. ‘Door de moed waarmee ze van de kliffen springen, laten ze zien dat mensen boven zichzelf kunnen uitstijgen. Even laten ze de wereld achter zich, met al haar zorgen en verleidingen, om iets heiligs in zichzelf te ontdekken. De magie van La Quebrada blijft hen trekken.’
Boven op de klif, die slechts voor enkelen toegankelijk is, staat een beeld van de Maagd van Guadalupe, de beschermheilige van Mexico. Volgens de duikers waakt ze over hen. Héctor Miguel Nieves Jiménez raakt het beeld voorzichtig met zijn vingertoppen aan, waardoor het even heen en weer wiebelt. ‘Ze heeft alle stormen doorstaan,’ zegt hij glunderend. ‘Dat is een wonder op zich.’
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
