Dossier5


Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

Hypocrisie

De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

Aanklacht tegen oliebedrijven

Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

Prioriteit

Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

Wereldbank

Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 


Deel dit artikel


Recent verschenen