Tag: CO2

  • Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Afvang en opslag van CO₂ zijn volgens experts van cruciaal belang voor het tegengaan van klimaatverandering, maar nu nog moeilijk te realiseren. Er is daarom grote vraag naar innovatieve technologieën die hierbij kunnen helpen.

    De aarde is zelfredzaam, oeroud en voortdurend ten prooi aan verandering. Alles wat op en onder het aardoppervlak gebeurt maakt deel uit van een eindeloze cyclus. Dat betekent dat tegenover elke verandering waarbij grondstoffen worden verbruikt een andere verandering moet staan die diezelfde grondstoffen weer aanvult. De basiselementen van het leven, zoals koolstof en stikstof, bewegen op die manier kringloop door levende wezens, door zeeën, land en lucht. Zelfs de aardkorst wordt gerecycled. Nieuwe aardkorst wordt aangemaakt waar tektonische platen van elkaar wegdrijven (meestal in het midden van de oceaan) en gesmolten gesteente uit de aardmantel eronder naar boven komt om het gat op te vullen. Oude aardkorst wordt vernietigd waar twee platen tegen elkaar aan duwen en een van de twee onder de andere schuift en in de aardmantel terug wordt gedrukt. Al miljarden jaren malen de raderen van deze grote cyclus langzaam rond. Maar een enkele keer hapert er iets. De rotsachtige pieken in het oosten van het Arabisch schiereiland zijn daar een voorbeeld van.

    Geologen hebben op het Arabisch schiereiland vooral oog voor het uitgestrekte sedimentatiebekken van de Perzische Golf en de landen daaromheen. In dat bekken is diep in de aarde organisch materiaal onder hitte en grote druk ingekookt tot onmetelijke hoeveelheden olie en gas die weer langzaam naar boven zijn gesijpeld en nu in steenlagen niet ver onder de oppervlakte zitten. Winstgevend gesteente om te onderzoeken. Helaas heeft de ontginning van dit en ander brandstofrijk gesteente elders op aarde het klimaat danig verstoord. In Dubai, een stad die met de opbrengst van die bodemschatten is gebouwd, kwamen de regeringen van de wereld op 30 november onderhandelen over maatregelen tegen het verstoorde klimaat, op de 28ste conferentie (COP28) over de uitvoering van het klimaatverdrag van de VN.

    Al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker

    Maar wie geïnteresseerd is in haperingen in de plaattektoniek, moet naar het Hadjargebergte in het oosten. In een vroeg stadium van de botsing tussen de Arabische en de Euraziatische plaat is een stuk oceaanbodem tussen de twee platen vast komen te zitten, wat er normaal gesproken toe zou leiden dat dit deel van de aardkorst terug in de mantel wordt geduwd. Maar in dit geval is het gesteente niet omlaag maar omhoog geduwd, als een houtkrul uit de schaaf van een timmerman. Daardoor is die zeebodem, overwegend basalt, plus een deel van de mantel waarop die had gerust, van de verwante steensoort peridotiet, nu aan de lucht blootgesteld. De zeebodem is mettertijd gebergte geworden.

    Zoals alle bergen zijn ook deze ten prooi aan erosie, eveneens een onderdeel van de grote kringloop. Door de erosie wordt er continu nieuw gesteente aan de lucht blootgesteld, en dat gesteente onttrekt CO2 aan die lucht in een proces dat chemische verwering wordt genoemd. Als de basische mineralen in het gesteente in contact komen met regen- en grondwater dat licht verzuurd is door de daarin opgeloste CO2, doet zich een reactie voor waaruit carbonaten zoals kalksteen ontstaan. Vooral het peridotiet in het Hadjargebergte is vatbaar voor deze verwering. Dat donkere gesteente is er doorschoten met witte kalksteenaders.

    Chemische verwering is niet de snelste vorm van natuurlijke CO2-opslag. De fotosynthese waar planten op het land en algen en bacteriën in zee hun energie uit halen, werkt op veel grotere schaal en onttrekt jaarlijks ruim driehonderd keer zoveel CO2 aan de atmosfeer. Maar die blijft er niet lang aan onttrokken. Op een tijdsschaal van dagen tot eeuwen wordt die CO2 weer teruggegeven aan de lucht door de planten zelf, de dieren die ze eten en de bodem waarin ze vergaan. De geologische koolstofcyclus verloopt een stuk trager. Carbonaatgesteente zoals dat in het Hadjargebergte blijft honderden miljoenen jaren stabiel.

    Verduurzamingsstrategie

    Tot voor kort was ADNOC, de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, in haar geologisch denken vooral gericht op het omhooghalen van olie en gas uit het rijke sediment van de Perzische Golf. Maar inmiddels denken ze ook aan de mogelijkheid om CO2 in de aarde terug te stoppen, en wel in het peridotiet van het Hadjargebergte. In de heuvels boven Fujairah, een stad aan de Golf van Oman, werkt ADNOC met de Omaanse startup 44.01 aan een test met een fabriek die CO2 diep in het gesteente moet injecteren, op zo’n manier dat het daar tot carbonaat versteent. Musabbeh Al Kaabi, hoofd Koolstofarme Oplossingen bij ADNOC, ziet de investering van zijn bedrijf in deze snelle steenvorming als onderdeel van een brede verduurzamingsstrategie van de olie-industrie, een strategie die ervoor moet zorgen dat de industrie zijn ‘onmisbare grondstof zo duurzaam mogelijk’ kan leveren.

    Het experiment in Fujairah is een van de nieuwe pogingen die wereldwijd worden ondernomen om een andere verstoring in de grote wereldwijde kringlopen ongedaan te maken: de verplaatsing van fossiele brandstoffen door de mens van hun stille rustplaats onder de grond naar de reuring van de dampkring. Als gevolg van de activiteiten van de mens heeft zich daar al grofweg een triljoen ton aan CO2 opgehoopt. En die hoeveelheid groeit jaarlijks met net geen 20 miljard ton. Om een indruk te krijgen van de schaal kun je dit vergelijken met andere planetaire kringlopen: die groei gaat zo’n zestig keer sneller dan dat het gesteente van de aarde CO2 aan de lucht onttrekt met chemische verwering, en ongeveer een tiende zo snel als er nieuwe biomassa wordt aangemaakt door fotosynthese. Dat een onbedoeld neveneffect van onze industrie in zijn koolstofflux überhaupt enigszins vergelijkbaar is met de processen die al het leven op aarde mogelijk maken, is buitengewoon.

    Het lijkt misschien ook geruststellend: al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker. Kan die niet simpelweg vergroot worden om dat beetje extra te absorberen dat wij produceren? Nee, helaas. De biologische koolstofkringloop is omvangrijk, maar ook uitgebalanceerd. De snelheid waarmee CO2 uit de lucht wordt gehaald door fotosynthese stemt bijna precies overeen met de snelheid waarmee de andere processen van het leven op aarde CO2 aan de dampkring teruggeven. Sinds die natuurlijke uitstoot vermeerderd werd met de CO2 van fossiele brandstoffen, heeft de fotosynthese manmoedig geprobeerd die toename bij te benen en er zoveel mogelijk van op te slurpen. Maar de aarde kan die hoeveelheid niet aan. Fotosynthese kan maar ongeveer een derde van de uitstoot van onze industrie en landbouw verwerken.

    Wat uit de aarde is gehaald kan er ook weer terug in worden gestopt om de balans te herstellen

    Door de ophoping van CO2 in de dampkring is de temperatuur van de aarde al met circa 1,2 graden gestegen. Die stijging zal doorgaan tot er een eind komt aan die ophoping, dat wil zeggen tot onze jaarlijkse toevoeging aan de CO2 in de dampkring min of meer tot nul is teruggebracht. Daarom hebben alle regeringen van de wereld op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 afgesproken om daarnaar te streven.

    Dat betekent vooral dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet worden teruggedrongen. Maar de uitstoot van sommige sectoren, zoals de oceaanscheepvaart, sommige soorten landbouw en verschillende industriële processen, lijkt niet binnen afzienbare tijd te verhelpen. In het akkoord van Parijs stond dan ook dat stabilisatie niet per se een kwestie van nul uitstoot hoeft te zijn: het kan ook bereikt worden door middel van ‘een evenwicht tussen antropogene emissies (…) en verwijdering’ van CO2 uit de atmosfeer. De categorie ‘moeilijk terug te dringen’ uitstoot van broeikasgassen zou gecompenseerd mogen worden met opvang van CO2 die zich al in de atmosfeer bevindt. Met het project in Fujairah wil men een van de manieren demonstreren waarop wat uit de aarde is gehaald er ook weer terug in kan worden gestopt om de balans te herstellen.

    Netto nul

    Dat is de logica van ‘netto nul’. In 2015 had nog maar één land netto nul als doel van zijn economisch beleid geformuleerd: Bhutan. Dat heeft inmiddels navolging gekregen van 101 landen die samen goed zijn voor net iets meer dan tachtig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Uit rechtse hoek klinkt steeds luider protest tegen deze ‘netto nul’-doelstellingen, met als argument dat maatregelen om de uitstoot terug te dringen te duur of hinderlijk of allebei zijn. Terwijl zij die de opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie onder de twee graden willen houden, zoals in het Parijs-akkoord is afgesproken, weten dat de stappen die worden gezet om netto nul te bereiken nog lang niet ambitieus genoeg zijn. Zoals uit het voor COP28 gepubliceerde Emissions Gap Report van het milieuprogramma van de VN blijkt, bereikt geen van de G20-landen met zijn maatregelen tegen uitstoot het tempo dat nodig is om hun ‘netto nul’-doelstelling te halen.

    Veel minder zorgen maakt men zich over het achterblijven van de doelstellingen voor afvang van CO2. Weinig politici die naar netto nul zeggen te streven, beseffen hoe belangrijk de afvang en opslag van CO2 daarbij is. En van de weinigen die dat wel beseffen, zijn er maar weinig die inzien hoe groot de opgave is. Zelfs als de uitstoot met 90 procent wordt teruggedrongen, komen er nog altijd zoveel broeikasgassen de atmosfeer in dat het opvangen van genoeg CO2 om het evenwicht te herstellen een enorme klus wordt. Willen we een redelijke kans maken om de opwarming onder de twee graden te houden, zo wijst onderzoek van het Intergovernmental Panel on Climate Change uit, dan zou het verstandig zijn om te streven naar 5 miljard ton extra afvang van CO2 uit de atmosfeer per jaar. Volgens een rapport van een internationaal team wetenschappers uit 2023 is er in 2020 2,3 miljoen ton aan CO2 duurzaam opgeslagen (de aanplant van bossen niet meegerekend, omdat die ook nauwelijks verder kan worden opgeschaald), ofwel ongeveer twee duizendste van de doelstelling voor 2050. De installatie bij Fujairah heeft in de proeffase een capaciteit van maar duizend ton per jaar.

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt. En ze moeten vertrouwen winnen. Veel van de mensen die beseffen dat afvang en opslag van CO2 nodig zijn, blijven niettemin sceptisch over de technologie, niet in de laatste plaats omdat die door de olie-industrie gepropageerd wordt. Al Kaabi’s visie van een wereld die vrij is om ‘op de meest duurzame wijze’ olie te blijven gebruiken en produceren is niet populair bij mensen die vinden dat het nodig is om met het gebruik van alle fossiele brandstoffen te stoppen. En de voor COP28 gekozen locatie onderstreept dat pijnpunt.

    Een van de redenen waarom oliemaatschappijen hierin vooropgaan, is dat zij expertise hebben met de opslag en winning van vloeistoffen in de aardkorst. Bovendien hebben ze diepe zakken, en de opslag van CO2 lijkt voorlopig een kostbare aangelegenheid te worden. De voor de hand liggende manier om dit efficiënt te financieren is via de markt. Maar geen van de bestaande CO2-markten kan deze taak aan. Dat betekent dat de ‘netto-nul’-strategie die het grootste deel van de wereld heeft omarmd niet alleen afhankelijk is van technologieën voor afvang en opslag van CO2 die nu nog in de kinderschoenen staan, maar ook van de vorming van een CO2-economie die dit economisch rendabel maakt. Het klimaatbeleid stelt dat mensen, hun regeringen en hun economie in de grote kringlopen van de planeet kunnen en moeten worden geïntegreerd. De grote vraag is alleen nog hoe dan moet gebeuren.

    Vijay Vaitheeswaran is adviseur duurzaamheid en innovatie voor het World Economic Forum (WEF) in Davos. Hij is te horen op NPR en de BBC, schrijft voor vooraanstaande dagbladen en trad op als spreker bij TED-talks, Aspen Ideas en AAAS-conferenties.

  • Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » E-bikes beter voor het milieu dan elektrische auto‘s

    » Watertekort belangrijk thema in Mexicaanse verkiezingen

    Klimaatschade voornamelijk in ontwikkelingslanden

    De rijkste 1 procent op aarde zorgt voor meer CO2-uitstoot dan de armste 66 procent, aldus The Great Carbon Divide, een rapport van The Guardian, Oxfam en het Stockholm Environment Institute. Het is het grootste onderzoek naar mondiale klimaatongelijkheid tot nog toe. Volgens het rapport was een ‘vervuilerselite’ van 77 miljoen mensen – onder wie miljardairs, miljonairs en mensen met een salaris van meer dan 130.000 euro per jaar – verantwoordelijk voor 16 procent van alle CO2-uitstoot in 2019.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met behulp van een formule voorsterftecijfers – die uitgaat van wereldwijd 226 extra sterfgevallen voor elke miljoen ton CO2 – is berekend dat de uitstoot van de rijkste 1 procent in de komende decennia verantwoordelijk zal zijn voor de hitte gerelateerde dood van 1,3 miljoen mensen. Onevenredig veel mensen die in armoede leven worden getroffen: 91 procent van de sterfgevallen als gevolg van extreem weer doet zich voor in ontwikkelingslanden, volgens de VN.

  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 

  • ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    Klimaatactivisten dringen aan op verboden, marktfanatici begrijpen de grenzen van de planeet niet. Hoog tijd voor een derde weg, vindt deze journalist van Frankfurter Allgemeine Zeitung: het ecoliberalisme.

    Wie zich rond de millenniumwisseling begon bezig te houden met de wereldwijde ecologische crisis, had niet kunnen vermoeden dat nu, twee decennia later, jongeren zich aan de weg vastplakken, schoolkinderen op vrijdag spijbelen en activisten kunstwerken ondergooien met aardappelsoep uit bezorgdheid over de planeet. Wat destijds een probleem in de verre toekomst leek, is nu een acute dreiging.

    De debatten erover zijn echter zo warrig, zo versnipperd en worden tussen zo totaal verschillende kampen gevoerd dat je je afvraagt of de partijen het eigenlijk wel over hetzelfde hebben. Team-Geheelonthouding en Team-Technologie houden voortdurend elkaars tekortkomingen tegen het licht. Midden in de grootste energiecrisis sinds het midden van de jaren zeventig subsidieert de staat eerst tankstations om gedragsveranderingen uit te stellen tot de toekomst. Even later wil zij de installatie van nieuwe oliegestookte verwarmingsinstallaties verbieden. En er is een culturele strijd losgebarsten over het einde van verbrandingsmotoren in auto’s.

    Het feit dat deze kwesties zo bitter worden uitgevochten, is het gevolg van volledig uiteenlopende visies op de wereldwijde milieucrisis en op wat geschikte instrumenten zijn om deze op te lossen. Velen die van het begin van de jaren zeventig de doctrine hebben omarmd dat de biosfeer door de menselijke activiteit tot een breekpunt wordt gedreven, zullen sympathieker staan tegenover strenge maatregelen. Voorstanders van vrijemarktoplossingen daarentegen onderschatten vaak de ernst van de overbelasting van natuurlijke putten van verontreinigende stoffen, zoals de atmosfeer en de oceanen. Milieuactivisten roepen om verboden, markteconomen bagatelliseren de milieuproblemen.

    Toch zou het eigenlijk andersom moeten zijn. Want in theorie en praktijk is een marktgerichte benadering efficiënter, goedkoper en effectiever gebleken om de doelstellingen van het economisch beleid te bereiken. Het vrije spel van de markt is dus zeker wel verenigbaar met het stellen van ecologische grenzen. Maar op een andere manier dan velen tot nu toe voor ogen hadden. Het is dringend tijd om duurzaamheid vanuit vrijheid te realiseren.

    Uitstervingen

    In maart 2021 oordeelde het Bundesverfassungsgericht dat de Duitse politiek bij het klimaatbeleid alleen vrijheidsbeperkende maatregelen mag nemen als dat noodzakelijk is om de aarde te redden. Maar vrijheid is om nog een andere reden cruciaal: duurzaamheid werkt alleen als genoeg mensen eraan meewerken. Noch dirigisme, noch marktgerichte laissez-faire zullen dit bereiken. Veelbelovender is de filantropische stroming van het ecoliberalisme.

    Nooit eerder in de menselijke geschiedenis moest een probleem zo groot als dat van de klimaatverandering in zo’n korte tijd worden opgelost. Om te begrijpen hoe ernstig het probleem is, is het de moeite waard om eens terug in de tijd te blikken, zoals ook de Amerikaanse wetenschapsjournalist Peter Brannen deed als onderzoek voor zijn boek The Ends of the World. Hij stelde zich ten doel om met de hulp van paleontologen op zoek te gaan naar de oorzaken van de vijf bekende massale uitstervingen van soorten op aarde in de afgelopen 445 miljoen jaar, van het uitsterven van de trilobieten tot en met het einde van de dinosauriërs in het Krijt.

    Meer dan ooit begrijpen we dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen

    Zijn bevindingen gaan radicaal in tegen een belangrijk argument van klimaatveranderingsontkenners. Zij beweren dat klimaatverandering altijd heeft bestaan en daarom niet zo erg is. Het klopt dat het klimaat ook in het verleden is veranderd. Maar dat heeft wel vijf keer het gevolg gehad dat er nauwelijks nog leven op aarde overbleef. Brannen concludeert dat bij elk van de vijf massa-extincties een verstoring van de tot dan toe bestaande koolstof-zuurstofkringloop een zeer grote rol heeft gespeeld, zo niet de doorslag heeft gegeven.

    De mensheid kon haar welvaart pas exponentieel vergroten toen ze manieren vond om de fossiele brandstoffen in de aardkorst te benutten. Zij zijn de sleutel tot de huidige bloei en tegelijkertijd het potentiële einde ervan. In korte tijd zijn zo veel van deze miljoenen jaren oude planten- en dierenresten verbrand dat nu een CO2-niveau in de atmosfeer is bereikt vergelijkbaar met dat vóór de vijf grote aardhistorische rampen.

    Hier komen de belangen van paleontologen, klimaatwetenschappers en economen op een productieve manier bij elkaar. De een erkent en definieert ecologische grenzen. De anderen vinden manieren om ze op een zinvolle manier na te leven. Met meer kennis dan begin jaren zeventig kunnen begrijpen we nu waarvoor onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) waarschuwden in hun sensationele rapport The Limits to Growth dat gericht was aan de Club van Rome: dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen. Wanneer de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering aanbeveelt de CO2-uitstoot tegen het midden van de eeuw tot nul te reduceren en staten zich daartoe laten verbinden, is dat een erkenning van een stelling die al veel te lang wordt betwist: de biofysische grenzen zijn bereikt.

    Degrowth

    Dat één onderzoeksgebied zich al ruim vijftig jaar bezighoudt met alle oorzaken en gevolgen van deze erkenning en toch nog een schimmig bestaan leidt, kan nauwelijks anders verklaard worden dan door de bekrompenheid van anderen. De ecologische economen rond Nicholas Georgescu-Roegen, Kenneth Boulding en Herman Daly waren er vroeg bij om ons te herinneren aan de materiële basis van economische activiteit. Door concepten van de thermodynamica op te nemen in de economische analyse konden zij aantonen hoe gevaarlijk onomkeerbare schade aan de planeet is.

    Zij stelden hun discipline open voor wetenschappelijke kennis en kregen een duidelijker beeld van de aanpak van de ecologische crisis. Ze zijn de enigen in de economie die consequent de biofysische grenzen hebben erkend als een beperking van de economische ontwikkelingsmogelijkheden. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze nu aansluiting kunnen vinden bij klimaatwetenschappers, die deze grenzen vanuit een andere invalshoek benaderden.

    Ook al hebben sommige deskundigen geflirt met het idee van een selectieve inkrimping van de economie (‘degrowth’), de meerderheid van de ecologische economen is stevig verankerd in de vrijemarkttraditie van Adam Smith via David Ricardo tot John Stuart Mill. Hun voorwerk vormt ook de basis van de socialemarkteconomie die in Duitsland zo succesvol is geweest. In het tijdperk van biodiversiteit en klimaatcrises moet dit echter een orde zijn die biofysische grenzen respecteert. Want zonder begrenzing kunnen de temperatuurstijging en het uitsterven van soorten niet worden gestopt.

    In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken

    Daarom is er in deze onderzoekslijn veel sympathie voor een ‘cap and trade’-systeem, zoals dat in Europa is ingevoerd met de CO2-emissiehandel. Dit stelt een fysieke limiet aan de uitstoot van koolstofdioxidel; in de huidige concentraties een natuurlijke maar gevaarlijke vervuilende stof. Van handelsperiode tot handelsperiode worden de emissierechten verminderd, tot ze in 2050 tot de nul zijn teruggebracht. Dan zal de prijs van de CO2-uitstoot onbetaalbaar zijn en zal de uitstoot binnen de industrie, de energieproductie, het vervoer en de verwarming illegaal zijn. In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken. De staat stelt harde grenzen aan het gebruik, maar laat het aan de handelende personen en instellingen over om te beslissen hoe ze zich daaraan houden.

    Wie de huidige discussies over verbrandingsmotoren, olieverwarming en vleesconsumptie volgt, vindt daarin slechts een rudimentaire versie van dit idee terug. Bijna niemand houdt rekening met de ernstige veranderingen waartoe een CO2-prijs in combinatie met de handel in emissierechten zal leiden. Om te zien wat klimaatneutraliteit in het dagelijks leven betekent, loont het te experimenteren met de online calculators van het Federaal Milieuagentschap en het Wuppertal Instituut voor Klimaat, Milieu en Energie. Vandaag bedraagt de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per inwoner in Duitsland elf ton, als de invoer wordt meegerekend. In slechts zeventwintig jaar moet de genoemde waarde van de grondstof die het meest cruciaal is voor onze welvaart, dalen tot nul ton.

    Om in zo’n korte tijd een volledige decarbonisatie te bereiken, zijn noch technische vooruitgang noch geheelonthouding voldoende. Als we de klimaatverandering met succes willen bestrijden, hebben we beide nodig, een mix van strategieën: minder gemotoriseerd particulier vervoer (onthouding), betere verwarmingssystemen en woningisolatie (vooruitgang), een ander dieet (onthouding), hernieuwbare energie in intelligente netwerken (vooruitgang).

    John Stuart Mill

    Het ecoliberalisme heeft een aantal voorvaders van wie we veel kunnen leren over de aanpak van klimaatverandering. John Stuart Mill veredelde de klassieke economische theorie in het midden van de negentiende eeuw. Hij volgde Adam Smith op, die eigenbelang beschouwde als de motor van economische ontwikkeling, maar als moraaltheoloog ethische deugden eiste van de mens. Mill was een vroege ecoloog. Hij onderkende het gevaar dat economische activiteit de natuur zou kunnen vernietigen. Hij geloofde in een stabiele toestand zonder verdere groei – ergens in de toekomst, na een lang proces van vooruitgang. Daarmee voorzag hij wat ons zou kunnen overkomen als het ecoliberalisme met harde ecolimieten wordt doorgevoerd. Het is onduidelijk wat er dan met de groei zal gebeuren. Die kan tot stilstand komen, of losgekoppeld worden van de milieuconsumptie. Op Smith en Mill volgde de Oostenrijkse Friedrich August von Hayek, die in Der Weg zur Knechtschaft van begin jaren veertig afstand nam van de toen wijdverbreide socialistische ideeën over de juiste aanpak.

    Hij maakte duidelijk dat een economie waarin de gedecentraliseerde kennis van alle marktdeelnemers is verwerkt, veel innovatiever is dan een centraal geplande economie. Bureaucraten konden nooit beter dan de uit alle informatie afgeleide prijs weten welke kant een ontwikkeling op ging. Dat dit in zijn tijd niet ter harte werd genomen, was voor Hayek een bewijs van de arrogantie van geleerden.

    Naar aanleiding van het besluit van EU-parlementariërs over wanneer verbrandingsmotoren of kolencentrales moeten worden afgebouwd, is het de moeite waard Hayek nog eens aan te halen. Vanuit thermodynamisch oogpunt is er veel voor te zeggen dat elektrische auto’s technisch efficiënter zijn dan auto’s die op e-brandstoffen rijden. Maar zou het niet beter zijn om door middel van een bindend reductiepad een grens te stellen voor het Europese verkeer en autofabrikanten vrij te laten om te beslissen of zij zich dure experimenten met waterstof en synthetische brandstoffen op andere continenten willen veroorloven? Wie weet of de investering van een fabrikant zal leiden tot de uitvinding van een processtap die de technologie vooruitbrengt.

    De derde ecoliberale pionier die moet worden genoemd is de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. Hij heeft een complex concept van vrijheid geschetst dat veel verder gaat dan de opvatting dat mensen helemaal vrij moeten zijn om te bepalen wat ze willen consumeren. In enkele zeer scherpzinnige lezingen en essays heeft Sen duidelijk gemaakt dat de mens alleen in harmonie met de natuur kan leven als hij zijn eigen behoeften niet centraal stelt in alle overwegingen – zoals de economische wetenschappen vaak meer normatief dan descriptief doen.

    Alternatieven

    Er zijn veel hindernissen op de weg naar een functionerend ecoliberalisme. Bijvoorbeeld de toenemende spanningen tussen sociale kampen, die worden aangewakkerd door de sociale media. In het regelgevingsvacuüm dat er nog altijd is, wordt de politiek vervangen door morele terechtwijzingen: individuele groepen beschuldigen anderen van hun nalatigheid ten aanzien van duurzaamheid. Tegelijkertijd mogen we bij de poging om vanuit vrijheid een concept van duurzaamheid te vinden niet opnieuw de fout maken die veel politici de afgelopen decennia maakten: doen alsof er geen alternatieven zijn. Natuurlijk is het spectrum breed. Het loopt vanaf het model van een aan de ecologische behoeften aangepaste oorlogseconomie, voorgesteld door de bestsellerauteur Ulrike Herrmann, tot en met een ecoliberale benadering met verantwoordelijke consumenten die ook zonder regelgeving wel beseffen wat er aan de hand is.

    Het ecoliberalisme heeft als voordeel dat het aantrekkelijker is dan deze alternatieven. Met het beprijzen van ecosysteemdiensten biedt het een aanpak om de dreigende uitsterving van soorten een halt toe te roepen. Het is verenigbaar met ideeën zoals de Transition Towns, die al twee decennia lang een grondstofbesparende levensstijl met sterke regionale netwerken uitproberen om indien mogelijk te leven alsof er geen olie meer beschikbaar zou zijn op aarde. En het laat ruimte om te zoeken naar de beste duurzame oplossingen voor die plaatsen waar mensen het meest geconfronteerd worden met de gevolgen ervan en erover kunnen meepraten: in hun eigen stad, in hun eigen dorp.

    De mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid

    Kenneth Boulding, pionier van de ecologische economie, schetste ooit hoe groot de opgave van de omslag in duurzaamheid is: gedurende honderdduizend jaar, en vooral in de afgelopen tienduizend jaar, heeft de mensheid eigenschappen ontwikkeld die nodig waren om hem te ondersteunen in zijn expansie. Nu loopt het tijdperk van expansie echter ten einde. Daarom moeten zo snel mogelijk nieuwe instellingen en ideeën worden ontwikkeld.

    Of, om de woorden te gebruiken van twee andere pioniers van deze onderzoekstroming, de Heidelbergse economen Malte Faber en Reiner Manstetten: de mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid. Dit is het laatste ontbrekende stukje van de puzzel voor duurzaamheid vanuit vrijheid. De mens moet laten zien dat hij de fundamenten van het leven op aarde wil beschermen en zijn economisch gedrag vrijwillig aan de regel van matigheid onderwerpen. Een indicator voor deze matigheid is de ecologische voetafdruk. Naast de politiek draagt ieder individu daarvoor verantwoordelijkheid.

    Lees ook:

  • Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten zijn de laatste jaren steeds irritanter geworden, schrijft journalist Karl Mathiesen. Hij ging op pad met een anarchistisch collectief dat banden van vervuilende SUV’s laat leeglopen. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    Claude houdt de wacht op de donkere, glimmende straat terwijl Samuel gehurkt een groene linze in het ventiel van de band van een SUV duwt. ‘Natuurlijk worden ze kwaad,’ zegt Claude. Een uur later staat het voertuig met een lekke band tegen de stoeprand. Als de nacht op z’n einde loopt heeft de Belgische cel van de Tyre Extinguishers – een los collectief van anarchistische klimaatactivisten – 194 SUV’s in Brussel en het nabijgelegen Gent ‘ontwapend’, zoals ze zelf zeggen.

    ‘Ze moeten niet denken dat ze een grote auto kunnen kopen en gewoon van het leven kunnen genieten en negeren wat er in de wereld gebeurt,’ legt Claude me uit. Ik mag mee met hun nachtelijke expeditie op voorwaarde dat ik Claude en zijn twee handlangers vermeld onder gefingeerde namen. De voertuigen worden niet beschadigd, maar de banden moeten worden opgepompt of verwisseld. Voordat hij ervandoor gaat, plakt Claude een foldertje op de voorruit met de Franse tekst: ‘Vat het niet persoonlijk op. Niet u maar uw auto is ons doelwit.’

    Als je op aarde woont, is het je misschien opgevallen dat activisten tegen klimaatverandering de laatste jaren steeds irritanter zijn geworden. Ze besmeuren meesterwerken met soep, leggen voetbal- en tenniswedstrijden stil, sluiten snelwegen en tankstations af of ze hebben meer dan elfduizend SUV’s in zeventien landen wereldwijd onklaar gemaakt, zoals de Tyre Extinguishers beweren, die hun opdrachten via een geanonimiseerde website krijgen.

    Ik ontmoet Claude en zijn vrienden en ben getuige van een nieuwe ontwikkeling in het klimaatactivisme. Een kleine maar belangrijke tak van de groene beweging is een grens over gegaan: niet alleen bestuurders van bedrijven in fossiele brandstoffen en politici zijn het doelwit, activisten zoals Claude mikken nu ook op burgers.

    Doodsbang

    Claude en zijn maten zien hun acties als hinderlijk, zeker, maar ook als onderdeel van een existentiële strijd. Het is de volgende noodzakelijke stap nadat normale democratische handelingen als stemmen, vreedzaam protesteren, lobbyen en desinvesteren zijn uitgeput. Westerse regeringsambtenaren mogen zich dan op de borst kloppen met de recente toename van de klimaatuitgaven en -wetgeving, maar activisten zien investeringen in kolencentrales of de uitbreiding van de olie- en gasproductie als bewijs dat de mensheid op haar eigen ondergang blijft afstevenen. ‘Ik snap niet dat je het niet ziet,’ zegt Claude. Wat betekenen een paar lekke banden nou tegenover een klimaatcrisis die het einde van de beschaving kan betekenen?

    ‘Het is echt tijd om wakker te worden,’ zegt Margaret Klein Salamon, directeur van het in de VS gevestigde Climate Emergency Fund (CEF), dat sinds zijn oprichting in 2019 miljoenen dollars heeft doorgesluisd naar 95 groepen die zich wijden aan ‘disruptief activisme’. ‘Ik zie hen als activisten die ons door elkaar schudden, die alles proberen wat ze maar kunnen bedenken en zichzelf blootstellen aan aanzienlijke risico’s – ze doen het omdat ze doodsbang zijn.’

    Benaderingen als die van Claude versterken een opvatting die al langer leeft bij sommige wetshandhavers, academici en onderdelen van de groene beweging, namelijk dat dergelijke escalatie onvermijdelijk is. Als activisten er echt klaar mee zijn om instemming van het grote publiek te krijgen, wat weerhoudt hen er dan van om van deze ietwat klunzige stunts over te stappen op iets ernstigers? Gevallen van brandstichting en sabotage duiken steeds vaker op. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    ‘De beweging zoekt steeds vaker de confrontatie,’ zegt Jamie Henn, een Amerikaanse activist, organisator en medeoprichter in 2007 van de klimaatgroep 350.org. ‘Borden met gevatte teksten tijdens demonstraties zullen Exxon er niet toe brengen fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten, dus mensen zoeken andere manieren om druk uit te oefenen. En dan zijn er altijd ook nog jonge mensen die op erger uit zijn.’

    Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid

    Het maken van mijn afspraak met de Tyre Extinguishers verloopt een beetje geheimzinnig: verborgen telefoonnummers, gecodeerde e-mails en codenamen. Maar Claude en zijn kleine bende zijn geen hardcore militanten – althans, nog niet.

    Op straat nemen ze nogal amateuristische voorzorgsmaatregelen, zoals gezichtsbedekking (die vaak afzakt) en ze gebruiken bepaalde signalen voor het geval agenten of boze autobezitters opduiken. Claude erkent dat wat ze doen ‘gevaarlijk kan zijn voor mensen, omdat ze een ongeluk zouden kunnen krijgen’. De flyers die hij op de voorruit plakt verklaren niet alleen de acties van de groep, maar dienen ook als waarschuwing voor mensen die anders met een lekke band zouden wegrijden. Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid.

    Het doel van de Tyre Extinguishers is om SUV-bezit sociaal gezien onwenselijk te maken, om het symbool van rijkdom, comfort en macht aan te tasten. De enorme voertuigen zijn immers een van de grootste aanjagers van de toename van CO2-uitstoot. Volgens het Internationaal Energieagentschap maakten SUV’s in 2022 46 procent uit van de wereldwijde verkoop van nieuwe auto’s – een record. Door hun omvang zijn ze 20 procent minder energie-efficiënt dan een gewone auto en aanzienlijk gevaarlijker voor voetgangers. De Tyre Extinguishers willen bezitters tegenwerken door ervoor te zorgen dat ze ’s ochtend niet weg kunnen rijden.

    De website van de groep lijkt te worden beheerd door een Britse groep die in 2021 aanvallen op SUV’s in het Verenigd Koninkrijk opeiste. De site moedigt iedereen aan om hun campagne over te nemen. ‘We hebben geen leider’, staat er. Het idee zelf is gestolen: het is een reprise van de activiteiten van een Zweedse groep – de Indianen van de Betonnen Jungle – die in 2007 claimde tijdelijk de SUV-verkoop in hun land verminderd te hebben.

    Een van de leden van die groep was Andreas Malm, een academicus wiens boek How to Blow up a Pipeline uit 2021 een nieuwe golf van activisten stimuleerde. Die willen verder gaan dan protesten en sit-ins; ze willen de machines aanvallen die klimaatverandering veroorzaken. (Een speelfilm gebaseerd op het boek kwam op 7 april uit in de Verenigde Staten.) In zijn boek, dat meer een manifest is dan een handleiding, daagt Malm de doorgaans vreedzame groene beweging uit omdat die geweldloosheid belangrijker vindt dan de urgente zaak waarvoor ze strijdt.

    De boodschap van Malm vond weerklank bij activisten die niet langer om protestmarsen geven. Greta Thunberg inspireerde de schoolstakingen die tussen 2018 en 2020 miljoenen jongeren op de been brachten, maar dat is voorbij. ‘We proberen ons te verzetten tegen het gevoel een nederlaag te lijden, en dat brengt ons hier,’ zegt Dominika Lasota, een Poolse activist en een van de leiders van Fridays For Future, een protestbeweging voor het klimaat. ‘Corona heeft de boel echt lamgelegd,’ zegt Klein Salamon. ‘Earth Day 2020 had de grootste milieudemonstratie in de geschiedenis moeten worden. En in plaats daarvan werd het een livestream.’

    Avondje uit

    Groepen als de Tyre Extinguishers lopen een relatief laag risico voor hun betrokkenheid bij wat activisten direct action noemen. Hun doel is nobel. Maar het is ook een avondje uit – een vrolijke bijkomstigheid bij hun wetteloze streken. Zwervend door de straten van Ukkel, een welvarende zuidelijke Brusselse voorstad, laten Claude en zijn vrienden een vreugdekreet horen als ze een Tesla zien. Nee! Twee Tesla’s zelfs! Het duurt niet lang of de accu-auto’s zakken sissend ineen.

    Op de website van de Tyre Extinguishers staan regels die vermelden wat wel of niet mag. Het aanpakken van dure elektrische voertuigen wordt gezien als koosjer, vanwege de schade die wordt aangericht door de winning van kostbare mineralen voor hun accu’s. Claude legt uit dat alle grote auto’s onaanvaardbaar zijn. ‘Het zijn gewoon rijke mensen die doen alsof ze in duurzaamheid geloven,’ zegt hij over Tesla. Een paar minuten later, net als hij een auto wil voorzien van een folder, beweegt een man in een nabijgelegen huis voor zijn riante raam. De groep loopt snel weg, wat er behoorlijk verdacht uitziet.

    Een paar straten verder gebeurt het opnieuw. Terwijl de vermoedelijke eigenaar van een beoogde SUV uit zijn raam staart, op enkele meters afstand van mij, is er dit keer geen tijd om een folder op de voorruit te plakken. De groep wijkt uit naar andere delen van de stad.

    Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier’

    De spanning tussen geweldloosheid en strijdlust is zo oud als protesteren zelf. Maar de vraag hoe de milieuvervuilers moeten worden aangepakt, heeft door de escalerende klimaatcrisis nu urgentie gekregen. Als het irriteren van het publiek uitloopt op een mislukking, hoe moeten de Tyre Extinguishers, of anderen zoals zij, dan verder gaan?

    Een iconisch moment in deze nieuwe golf van protest-door-irritatie vond afgelopen oktober plaats, toen twee Britse activisten van de groep Just Stop Oil internationaal het nieuws haalden door in de National Gallery in Londen Heinz-tomatensoep over Vincent van Goghs Zonnebloemen te sproeien. De publieke woede die daaruit voortvloeide was niet onverwacht, zegt James Skeet, een woordvoerder van de groep. Die was exact de bedoeling. ‘Als je geen miljoenen kijkers hebt, kom je niet in de buurt van belangrijke maatschappelijke veranderingen.’ Hij wijst erop dat het publiek er nauwelijks aandacht aan besteedde toen de groep een reeks olieterminals aanviel. Maar een video van de Van Gogh-actie, gemaakt door Guardian-journalist Damian Gayle, werd op Twitter al meer dan vijftig miljoen keer bekeken.

    Voor veel van deze groepen is oranje de favoriete kleur: opzichtig en onmogelijk te negeren. Op maandag 1 mei sprong een demonstrant van Just Stop Oil op een biljarttafel tijdens de wereldkampioenschappen snooker in Sheffield en overgoot zichzelf met een gekleurde stof, als een gelovige op het hindoeïstische Holi-festival. Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier.’

    Toen de beruchte protestgroep Extinction Rebellion in het weekend van 29 april een vreedzame mars hield in Londen, bestond de media-aandacht daarentegen uit radiostilte. ‘Je moet ontregelen of je bestaat niet’, schreef Roger Hallam, een van de oprichters van de groep, op Twitter. ‘Soms biedt het leven je maar twee opties.’

    Elders zijn milieudemonstraties al geëscaleerd. Recente protesten in Frankrijk tegen de aanleg van waterreservoirs voor de landbouw, die volgens critici ten onrechte bedrijven zouden bevoordelen, gingen gepaard met brandstichting, sabotage en botsingen tussen demonstranten en de politie. Claude, de Tyre Extinguisher, was aanwezig bij een recente botsing met de politie waarbij een activist in coma raakte.

    Een langdurige strijd over de uitbreiding van een netwerk van kolenmijnen in het noordwesten van Duitsland was aanleiding voor sabotage en aanvallen op voertuigen en politie. In 2020 werd een graafmachine op een bouwterrein van energiebedrijf RWE in brand gestoken. In januari verklaarde een anonieme auteur op het linkse blog indymedia.org dat ‘twee strategisch geplaatste brandbommen’ een kolentrein in Keulen onklaar hadden gemaakt. ‘Onze actie is onderdeel van een militante campagne tegen de wereldwijde klimaatvernietiging’, aldus de schrijver. ‘RWE verdient niets anders dan onze grootste haat!’ RWE weigert commentaar te geven op het bericht of te bevestigen dat de aanval heeft plaatsgevonden en verwijst voor vragen door naar de politie.

    Een verband met klimaatactivisme is ‘aannemelijk’, zegt Andreas Müller, woordvoerder van de politie van Aken. Hij bevestigt dat er brandbommen zijn geplaatst op spoorweginfrastructuur van RWE, maar wil verder geen details geven, behalve dat er geen arrestaties zijn verricht. ‘Sommige groepen worden in de gaten gehouden door de overheid.’.

    Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen noemt de Ende Gelände-beweging een ‘scharnier’ tussen uiterst linkse ‘extremistische gewelddadige criminelen’ en de democratische protestbeweging. Tussen 2019 en 2022 werden bij de kolenmijnen 43 brandstichtingen, 25 gevaarlijke acties rond het treinverkeer en 216 incidenten met materiële schade geregistreerd, aldus de regering.

    Drijvende kracht

    Ende Gelände wijst het etiket ‘extremisme’ af. Maar eind april zei de groep in een tweet – die later werd verwijderd – dat het nodig zou zijn ‘de democratie af te schaffen’ om de klimaatcrisis aan te pakken. De afgelopen maanden overschaduwde een andere groep, Letzte Generation, zowel Fridays For Future als Ende Gelände als de luidruchtigste, meest disruptieve kracht in het Duitse klimaatactivisme.

    Veel ‘mainstream’ activisten zien dergelijke groepen als een drijvende kracht die de rest van de beweging kan helpen haar doelen te bereiken. Malm wijst erop hoe de Amerikaanse burgerrechtenleider Martin Luther King Jr. de dreiging van zwarte militanten als Malcolm X benadrukte om zijn zaak te bepleiten. Activisten die opkwamen voor het vrouwenkiesrecht demonstreerden niet alleen, ze sloegen ook ruiten in, goten zuur in stembussen en streden met bommen en brandstichting; één activist viel zelfs de jonge Winston Churchill aan en bewerkte zijn gezicht met een hondenzweep.

    ‘We moeten niet vergeten dat zowel de wet als de praktijk in het verleden altijd werd veranderd door burgerlijke ongehoorzaamheid,’ zegt Michel Forst, de speciale VN-rapporteur voor milieuactivisme. ‘Ik heb veel jonge mensen ontmoet die me vertelden dat ze de wet overtreden omdat de noodtoestand dat vereist (…) Ik zie dat niet als iets onwettigs.’ De strenge antiprotestwetten die Italië en Groot-Brittannië hebben voorgesteld als reactie, hebben juist bij breder links de steun voor activisten aangewakkerd. In Duitsland hebben tientallen linkse en groene groeperingen – waaronder reguliere ngo’s als BUND en Oxfam – een brief ondertekend waarin de regering wordt veroordeeld omdat zij Ende Gelände als extremistisch aanmerkt.

    De Amerikaanse filantropische gemeenschap, die een groot deel van de wereldwijde klimaatbeweging financiert, wordt niet afgeschrikt door militante acties. Mogelijk heeft de tactiek van groepen als Ende Gelände, Letzte Generation en Just Stop Oil hen juist nog aantrekkelijker gemaakt voor een bepaald type financier. Deze drie organisaties plus acht andere hebben zich verenigd in het A22-netwerk, dat zichzelf verplicht tot voortdurende ‘massale burgerlijke ongehoorzaamheid’. Ze worden gefinancierd door het Climate Emergency Fund (CEF), dat vorig jaar naar eigen zeggen 5,3 miljoen dollar doneerde aan ‘organisaties die de waarheid vertellen, de normale gang van zaken verstoren en met spoed om verandering vragen’.

    Het CEF werd opgericht door Aileen Getty, erfgename van Getty Oil. Twee andere grote donoren zijn Rory Kennedy – het jongste kind van Robert Kennedy, de voormalige Amerikaanse procureur-generaal en senator die in 1968 werd vermoord – en filmregisseur Adam McKay. Samen vertegenwoordigen zij de drie-eenheid van de liberale Amerikaanse schuld: Big Oil, Big Politics en Hollywood.

    Het CEF is een gereguleerde liefdadigheidsinstelling in de VS, wat betekent dat het wetsovertredingen niet rechtstreeks mag financieren. ‘Het Climate Emergency Fund geeft geen steun aan sabotage,’ zegt Klein Salamon. ‘Wij financieren alleen legale activiteiten.’ Ze wijst op de eis dat activisten een geweldloze training moeten volgen. Toch hebben groepen die geld van haar ontvangen openlijk de wet overtreden. Op de website van Just Stop Oil staat het onderdeel ‘Rechtbank en gevangenis’, dat ook dienstdoet als hall of fame voor tientallen activisten die trots de gevangenis ingingen voor hun kattenkwaad. ‘Feitelijk hebben we aan sabotage gedaan,’ zegt Skeet.

    Afkerig

    Sommige leden van de Tyre Extinguishers gaan al verder dan lekke banden. In de Britse stad Bristol werd de Range Rover van Chris Bailey begin april auto bespoten met de tekst ‘THIS MACHINE KILLS KIDS’. Drie weken daarvoor waren zijn banden al eens lek gestoken. Hoewel hij het ermee eens is dat de opwarming van de aarde een ernstig probleem is, zegt Bailey tegen lokale media dat de daders ‘klimaatverandering een negatieve connotatie geven’ en mensen ‘zeer afkerig maken van de beweging’.

    Ondertussen vindt Claude in Brussel juist dat de klimaatbeweging radicaler moet worden. De dag nadat ik met de Tyre Extinguishers door de verduisterde straten van de stad rende, ontmoeten Claude en ik elkaar in een café op een hip plein waar Brusselse studenten elk weekend feest vieren.

    Claude vertelt tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud te zijn en is een nieuwkomer als activist. Drie jaar geleden gloorde een carrière in het bedrijfsleven. ‘Er werd mij een grote baan in een groot bedrijf aangeboden.’ Toen las hij het boek How Everything Can Collapse van theoretici Pablo Servigne en Raphaël Stevens, die stellen dat de milieuproblematiek onze beschaving binnenkort de vergetelheid in kan drijven. Tien dagen later nam hij ontslag. ‘Ik wil geen spijt hebben,’ zegt hij. Hij kiest voor frisdrank terwijl ik een biertje neem. ‘Als het fout gaat, oké, dan heb ik gedaan wat ik kon. Dat is hoe ik erover denk. Ik maak deel uit van een generatie die bereid is verder te gaan.’

    Maar wat betekent dat concreet? Zou hij iemand kwaad doen? ‘Ik zou nooit iemand vermoorden. Ik vind niet dat ik aan gewelddadige acties heb deelgenomen. En ben dat ook niet van plan.’ Hoe zit het met dingen opblazen of andere vormen van sabotage? ‘Voor mij is sabotage geen geweld want het is niet gericht op mensen… Dus ja, aan sabotage kan ik probleemloos meedoen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Ik denk dat het belangrijk is om de regering en bedrijven te laten zien dat als onze acties niet genoeg zijn om hen in beweging te krijgen, we bereid zijn om nog verder te gaan’

    Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan?

    Misschien is het bluf. Het is makkelijk om dreigende teksten uit te slaan tegen een verslaggever die je echte naam niet eens kent. Maar bedenk eens: vijf jaar nadat Thunberg miljoenen jonge mensen warm maakte voor klimaatactivisme, is een aanzienlijk aantal van hen gedesillusioneerd geraakt over normale manieren van protesteren, maar nog wel net zo boos en bang als destijds. Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan? Kolenmijnen, snelwegen, SUV’s, snookerwedstrijden, metrostations, meesterwerken in musea – de lijst is al lang. Hoelang zal het duren voordat iedereen, alles, overal een potentieel doelwit wordt voor disruptie of zelfs geweld? Het zijn vragen die nog onheilspellender worden als ik hem een uur na mijn drankje met Claude opnieuw tegen het lijf loop: de would-be eco-militant die me in de supermarkt onheilspellend aanstaarde in het gangpad met bier.

    Lees ook:

  • EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s een nuluitstoot hebben

    Landen van de Europese Unie hebben dinsdag een baanbrekende wet goedgekeurd om ervoor te zorgen dat alle nieuwe auto’s die vanaf 2035 worden verkocht geen CO2 meer uitstoten. De overeenkomst werd wekenlang vertraagd nadat Duitsland had gevraagd een uitzondering te maken voor auto’s die op e-brandstoffen rijden, schrijft de BBC. Vanaf 2030 moeten nieuwe auto’s 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021.

    E-brandstoffen zouden koolstofneutraal zijn omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van opgevangen CO2-emissies om de CO2 te compenseren die vrijkomt wanneer de brandstof in een motor wordt verbrand. Verwacht werd dat de nieuwe wet de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor in de EU vanaf 2035 onmogelijk zou maken. Doordat Duitsland echter deze vrijstelling erdoorheen heeft geloodst, kunnen mensen deze auto’s blijven kopen, terwijl e-brandstoffen nog niet op grote schaal worden geproduceerd.

    ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben’

    Personenauto’s en bestelwagens zijn volgens de Europese Commissie verantwoordelijk voor respectievelijk ongeveer 12 en 2,5 procent van de totale EU-uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas. Eerder deze maand waarschuwden de VN dat de doelstelling om de stijging van de temperatuur wereldwijd te beperken tot 1,5 graden Celsius waarschijnlijk niet zal worden gehaald.

    De Duitse minister van vervoer Volker Wissing zei dat de overeenkomst van dinsdag ‘belangrijke opties voor de wereldbevolking mogelijk maakt op weg naar klimaatneutrale en betaalbare mobiliteit’. Frans Timmermans, hoofd klimaatbeleid van de EU, voegde daaraan toe: ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben.’

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Maar de informatie van fabrikanten is vaak niet transparant. Sommige spreken zelfs van ‘klimaatneutrale’ steaks of ‘klimaatpositieve’ babyvoeding. Niets anders dan greenwashing, aldus journalist Silvia Liebrich.

    De exotische mango heeft een glansrijke carrière achter de rug. Hij is naast zoet en sappig ook nog eens heel gezond – een superfood dus. In amper twintig jaar tijd heeft de tropische globetrotter een plek in de schappen van de supermarkt veroverd. Wat de consument in zijn winkelwagentje legt, komt meestal uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Thailand, en sinds kort ook uit Spanje en Italië – dankzij de opwarming van de aarde.

    Hier begint het probleem. Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Wat veroorzaakt meer CO2? De mango uit Thailand die de halve wereld heeft afgereisd op een door diesel aangedreven containerschip, of het fruit uit Spanje dat tegen hoge kosten moet worden bevloeid? En hoeveel meer CO2 veroorzaakt een ingevlogen mango uit Brazilië, die – het moet gezegd – qua smaak moeilijk te overtreffen is? Kopers zoeken tevergeefs naar informatie.

    Voor één vrucht moeten een heleboel gegevens worden verzameld om een betrouwbare CO2-balans op te kunnen stellen. Welke machines worden op de plantage gebruikt, welke pesticiden en meststoffen? Levert de zon of een kolencentrale de energie voor de koelcel? En hoe zit het met verpakking, transport en logistiek? Het wordt nog ingewikkelder wanneer de mango belandt in yoghurt, ijs of een kant-en-klare Aziatische saus. Consumenten weten dat weinig of geen vlees eten hun eigen CO2-afdruk aanzienlijk verbetert. Maar dat alleen is niet genoeg. Uit studies blijkt dat veel mensen het klimaateffect van verschillende levensmiddelen verkeerd inschatten. Ze zien een bio-label ten onrechte als indicatie van klimaatvriendelijkheid.

    ‘Klimaatneutraal’

    Consumenten hebben betrouwbare informatie nodig, willen ze hun klimaatvoetafdruk kennen en kunnen naleven. Alleen voedingsleveranciers kunnen die informatie geven. Dit betekent dat de industrie en handel in voeding, net als andere sectoren, de komende jaren een enorm probleem moeten oplossen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen aanzienlijk worden verminderd. Duitsland wil in 2045 een redelijk klimaatneutrale economie hebben. De complete voedingssector – van land tot keukentafel en vuilnisbak – is goed voor 40 procent van de totale uitstoot in de Europese Unie. Er moet dus heel wat aan gesleuteld worden.

    De balans opmaken voor afzonderlijke levensmiddelen is een enorme uitdaging en gaat gepaard met fouten – zoveel is nu al duidelijk.

    De ‘klimaatneutrale’ biefstuk of zelfs ‘klimaatpositieve’ babyvoeding die het etiket belooft, is niets anders dan greenwashing. Zo’n label verdoezelt het feit dat geen enkel levensmiddel echt klimaatneutraal kan worden geproduceerd. In het beste geval worden producten ‘klimaatneutraal’ gemaakt doordat hun uitstoot wordt gecompenseerd met het planten van bomen. Met twijfelachtige uitkomst, want het is eenvoudigweg niet mogelijk om goed te voorspellen hoeveel CO2 dergelijke bossen op lange termijn daadwerkelijk opslaan. Geschikte gebieden zijn sowieso schaars. Bovendien blijken herbebossingsprojecten bij nader inzien een fabel te zijn. En zelfs als alles volgens het boekje verloopt, vormen natuurkrachten en menselijke roofbouw onvoorspelbare variabelen.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap

    Het label ‘klimaatneutraal’ is al helemaal een farce als bedrijven niet transparant maken hoe ze aan hun cijfers komen en tegelijkertijd nauwelijks iets doen om hun CO2-uitstoot in de hele toeleveringsketen te verminderen. Winkelketens als Rewe en Rossmann trokken hun labels in na kritiek van consumentenvoorvechters en een shitstorm in sociale media. De belangrijkste brancheorganisatie, de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie, waarschuwt leden nadrukkelijk dat bedrijven zich met hun beloftes blootstellen aan greenwashing.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap waarvan de consument het waarheidsgehalte niet kan controleren. Er ontbreken algemeen geldende normen voor beloftes over klimaatbescherming. De EU-Commissie wil die tekortkoming wegwerken met regels die vergelijkbaar zijn met de zogenaamde Health Claims van ruim vijftien jaar geleden. Het geschil over die voedings- en gezondheidsclaims sleepte zich jarenlang voort, en een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen bij de klimaatbeloftes op voedingsmiddelen.

    Consumenten zijn daar niet mee geholpen. Zij hebben behoefte aan betrouwbare informatie over hoeveel broeikasgas de koekjes, chips, worst of melk in hun winkelwagentje daadwerkelijk veroorzaken, bij voorkeur uitgesplitst naar porties of gewicht. Informatie op de verpakking verwijst vaak naar honderd gram; een CO2-vermelding kan daar gemakkelijk aan worden toegevoegd. De lezer krijgt geleidelijk aan een gevoel voor verhoudingen, wat een positief neveneffect is. Wie leert dat koemelk vier keer zo veel CO2 produceert als havermelk, kiest misschien vaker voor het plantaardige alternatief.

    De Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren

    De voedingsindustrie moet zich aan deze eisen aanpassen. Zij heeft duurzame oplossingen nodig voor een klimaatvriendelijker toekomst. Elk bedrijf zal inspanningen moeten leveren om te hervormen en moet dat holistisch aanpakken. Grote bedrijven zoals Nestlé, maar ook enkele kleinere producenten, zijn al aan het herstructureren en hebben zichzelf duidelijke klimaatdoelstellingen opgelegd. Maar het grootste deel van de industrie staat nog aan het begin van deze transformatie. Die zal alleen slagen als het klimaatprobleem de chefsache wordt: het centrale criterium bij elke bedrijfsbeslissing. Alleen wie zijn processen tot in de puntjes kent, kan uitstoot effectief verminderen.

    De politieke druk om te handelen neemt toe: de Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren en voor steeds meer emissies een CO2-toeslag opleggen. Economische activiteiten die schadelijk zijn voor het klimaat worden een kostenfactor, waardoor voedsel voor de consument uiteindelijk nog duurder wordt. Bedrijven die hun CO2-voetafdruk onder controle hebben, zijn in het voordeel. De CO2-toeslag krijgt dus een sturende functie.

    Bedrijven moeten waar mogelijk hun eigen uitstoot verminderen. De belangrijkste hefboom hierbij is de energievoorziening. Wie overschakelt op hernieuwbare energiebronnen staat er al beter voor. Wie goed naar het productieproces kijkt, ziet nieuwe mogelijkheden om te besparen. Wie zijn werknemers daarbij betrekt, wint op twee manieren. Creatieve oplossingen en samenwerking worden gestimuleerd. Wie werkt er niet graag voor een baas die klimaatmaatregelen serieus neemt? Zo wordt het ook nog eens gemakkelijker om geschoold personeel – dat schaars is – te werven.

    Stap voor stap

    Er moet wel een enorme hoeveelheid gegevens worden verzameld en geanalyseerd voor elk product en de ecologische voetafdruk. Dat baart veel levensmiddelenbedrijven zorgen. Vertegenwoordigers van de industrie benadrukken vaak dat dit onredelijk is en voor veel bedrijven eenvoudigweg niet te financieren valt. Maar wie dat beweert, sluit zijn ogen voor de veranderingen die er hoe dan ook aankomen. Bovendien verwacht niemand dat bedrijven van de ene op de andere dag een perfecte klimaatbalans presenteren; de transformatie kan alleen geleidelijk tot stand worden gebracht. Die begint meestal op het hoofdkantoor en wordt dan stap voor stap uitgebreid tot de hele toeleveringsketen.

    Daarnaast moeten fabrikanten ook het voedsel dat zij produceren analyseren en balanceren. Digitalisering is daarbij een cruciaal instrument. Particuliere dienstverleners zoals de start-up Eaternity bouwen steeds grotere databanken met CO2-gegevens voor allerlei soorten voedsel. Zelfs exotische specerijen worden geïnventariseerd en individueel geëvalueerd naar herkomst en productieomstandigheden. Dergelijke programma’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, bewegen mee met de stand van het onderzoek en worden regelmatig bijgewerkt. Zij verschaffen dus redelijk betrouwbare informatie.

    Ingevlogen fruit veroorzaakt tien keer meer broeikasgassen dan fruit dat per schip wordt vervoerd

    Sommige exploitanten van bedrijfskantines en restaurants gebruiken dergelijke databanken al om de CO2-voetafdruk van individuele recepten te berekenen. Gasten kunnen ze gebruiken als leidraad bij het kiezen van gerechten. Dit is ook een betaalbare oplossing voor de levensmiddelenindustrie en de detailhandel.

    Vandaag is er al veel mogelijk. Zelfs de mango in de supermarkt is geen CO2-raadsel meer. Het is bijvoorbeeld bekend dat ingevlogen fruit tien keer meer broeikasgassen veroorzaakt dan fruit dat per schip wordt vervoerd. Er is niet veel voor nodig om de consument hierover te informeren met een mededeling op de fruitafdeling. Maar zonder politieke druk zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Detailhandelaren en fabrikanten moeten daarom in de toekomst verplicht worden om CO2-informatie bij levensmiddelen te vermelden. Alleen dan ontstaat de transparantie die de consument nodig heeft om klimaatvriendelijk te kunnen eten.

    Lees ook:

  • Europa stevent af op einde van benzineauto in 2035

    Europa stevent af op einde van benzineauto in 2035

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wordt Moldavië het volgende slachtoffer van Rusland?

    » Nederland en Denemarken leveren definitief geen Leopard 2-tanks aan Oekraïne

    CO2-uitstoot van auto’s moet vanaf 2035 nul zijn

    Het Europees Parlement heeft dinsdag een nieuwe verordening aangenomen om de CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in Europa vanaf 2035 tot nul te reduceren. Dit betekent feitelijk het einde van de verkoop van benzine- en dieselauto’s in de EU tegen die datum, evenals van hybriden (benzine-elektrisch), ten gunste van volledig elektrische voertuigen, aldus Le Temps.

    De auto, Europa’s belangrijkste vervoermiddel, is op het moment verantwoordelijk voor iets minder dan 15 procent van de CO2-uitstoot van het continent. Deze nieuwe maatregel is daarmee een belangrijke stap in het bereiken van de klimaatdoelen van de EU: een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent in 2030 ten opzichte van 1990 en klimaatneutraal in 2050.

    ‘We hebben een historisch akkoord bereikt, dat de auto-industrie en het klimaat met elkaar verzoent’

    ‘We hebben een historisch akkoord bereikt, dat de auto-industrie en het klimaat, twee gezworen vijanden, met elkaar verzoent,’ zei het groene parlementslid Karima Delli, voorzitter van de vervoerscommissie van het Europees Parlement. De Europese regeringsleiders moeten nog formeel groen licht geven om het voorstel in werking te laten treden, maar hebben al in een eerder stadium ingestemd met de maatregelen.

    Zoals het Zwitserse dagblad opmerkt, heeft de Europese Commissie ‘toevallig’ kort na de stemming in het Europees Parlement haar voorstellen bekendgemaakt voor de regulering van zware voertuigen (onder andere vrachtwagens en bussen). Die categorie veroorzaakt 6 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Vanaf 2030 moet hun uitstoot ‘gemiddeld’ met ten minste 45 procent dalen ten opzichte van het niveau van 2019, vervolgens vanaf 2035 met 65 procent en vanaf 2040 met 90 procent, aldus het voorstel waarover de lidstaten en de leden van het Europees Parlement zullen onderhandelen.

    Lees ook:

  • Oorlog in Oekraïne versnelt energietransitie, aldus IEA

    Oorlog in Oekraïne versnelt energietransitie, aldus IEA

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky vraagt internationale gemeenschap om 38 miljard dollar

    » Iran: vijftien mensen gedood bij aanslag IS op sjiitisch heiligdom

    Wereldwijd meer investeringen in groene alternatieven

    ‘Hoewel sommige landen dit jaar meer kolen verbranden als reactie op aardgastekorten door de inval van Rusland in Oekraïne, zal dat effect naar verwachting van korte duur zijn’, schrijft The New York Times. De energiecrisis als gevolg van oorlog in Oekraïne zal de wereldwijde overgang van fossiele brandstoffen naar schonere technologieën als wind, zon en elektrische voertuigen waarschijnlijk eerder versnellen dan vertragen. Die conclusie trekt het Internationaal Energieagentschap (IEA) in zijn jaarlijkse World Energy Outlook, een rapport van 524 bladzijden dat de wereldwijde energietrends tot 2050 voorspelt.

    Een belangrijke reden is dat veel landen dit jaar op de stijgende prijzen voor fossiele brandstoffen hebben gereageerd door de inzet voor groene alternatieven te vergroten. In de Verenigde Staten heeft het Congres in het kader van de recente Inflation Reduction Act meer dan 370 miljard dollar aan uitgaven voor CO2-besparende technologieën goedgekeurd. Japan werkt aan een nieuw programma voor ‘groene transformatie’, waarmee onder andere kernenergie en waterstof kunnen worden gefinancierd. Zowel China als India en Zuid-Korea heeft zijn nationale doelstellingen voor hernieuwbare energie en kernenergie verhoogd.

    Toch vindt de verschuiving naar schonere energiebronnen niet snel genoeg plaats om enkele van de meest ernstige en onomkeerbare risico’s van klimaatverandering, zoals grootschalige misoogsten of instorting van ecosystemen, te voorkomen, aldus het agentschap. Op basis van het huidige beleid wordt verwacht dat het wereldwijde gebruik van steenkool de komende jaren begint af te nemen. Ook zal de vraag naar aardgas tegen het einde van dit decennium een hoogtepunt bereiken en het gebruik van olie zal tegen het midden van de jaren 2030 afvlakken, verwacht het IAE.

    Lees ook:

  • VS: Hooggerechtshof blokkeert klimaatmaatregelen EPA

    VS: Hooggerechtshof blokkeert klimaatmaatregelen EPA

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wetenschappers ontdekken nieuwe fossiele soorten met hulp van oogstmier

    » Indonesische president Widodo: ‘Poetin is bereid zeeroute voor tarwe-export te openen’

    Klimaatdoelen door uitspraak buiten bereik

    Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft het federale milieuagentschap EPA beperkingen opgelegd in de toepassing van milieuwetgeving, meldt AP News. Het EPA heeft daardoor niet het recht om de CO2-uitstoot van energiecentrales, die bijdragen aan de opwarming van de aarde, te reguleren.

    De uitspraak van het hoogste rechtsorgaan met een conservatieve meerderheid, kan de plannen van de regering om klimaatverandering tegen te gaan, bemoeilijken. President Biden noemt de uitspraak ‘een zoveelste verwoestende beslissing die erop gericht is de klok in ons land terug te draaien’. Eerder vernietigde het Hooggerechtshof het recht op abortus dat al vijftig jaar van kracht was en verruimde het de wapenrechten.

    ‘De doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 te halveren is nu onhaalbaar geworden’

    Ook milieuactivisten en andersdenkende liberale rechters spreken van een grote stap in de verkeerde richting. Rechter Elena Kagan meent dat het besluit het EPA de macht ontneemt die het Congres de uitvoeringsorganisatie gaf om iets te doen aan ‘de meest urgente milieu-uitdaging van deze tijd’. ‘Een vuistslag,’ zo noemde een vooraanstaande meteoroloog het besluit.

    Als gevolg van de uitspraak is het nu voor de VS ‘mathematisch onmogelijk om via de beschikbare wegen hun doelstelling te bereiken om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 te halveren’, schrijft klimaatwetenschapper Peter Kalmus in The Guardian.

    Lees ook:

  • Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    » Soedan: na drie jaar nog geen gerechtigheid voor slachtoffers politiegeweld

    Alpentoppen worden steeds groener door hogere temperaturen

    De sneeuwwitte bergtoppen van de Alpen worden steeds groener, zo blijkt uit een studie van satellietbeelden, meldt The Guardian. De begroeide gebieden boven de boomgrens in de Alpen zijn sinds 1984 met 77 procent toegenomen, aldus het onderzoek dat beschreven wordt in Science. Stijgende temperaturen en toegenomen regenval verlengen het groeiseizoen, waardoor planten nieuwe gebieden koloniseren. De begroeiing wordt ook hoger en dichter dan voorheen.

    De smeltende gletsjers zijn een duidelijk signaal dat de aarde aan het opwarmen is. De wetenschappers twijfelen er niet aan dat de toenemende plantengroei die ze hebben waargenomen, ook een groot bewijs van de stijgende temperaturen is.

    Berggebieden warmen ongeveer twee keer zo snel op als gemiddeld

    Volgens professor Sabine Rumpf van de Universiteit van Basel, hoofdauteur van het artikel in Science, kan meer plantengroei op grote hoogten paradoxaal genoeg een bedreiging vormen voor de typische Alpenplanten. ‘De unieke biodiversiteit van de Alpen staat daardoor onder grote druk,’ aldus Rumpf. Ook zegt zij dat groenere bergen minder zonlicht weerkaatsen, wat leidt tot verdere opwarming, wat weer leidt tot verdere inkrimping van het reflecterende sneeuwdek.

    Berggebieden warmen ongeveer twee keer zo snel op als gemiddeld. En hoewel de vergroening van de Alpen het CO2-gehalte kan verminderen, weegt dat waarschijnlijk niet op tegen de negatieve gevolgen. De opwarming zorgt er ook voor dat gletsjers ontdooien en de permafrost afneemt, wat op zijn beurt leidt tot meer aardverschuivingen, steenlawines en modderstromen.

    Lees ook:

  • Mumbai wil 20 jaar eerder dan de rest van India klimaatneutraal worden

    Mumbai wil 20 jaar eerder dan de rest van India klimaatneutraal worden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Netflix verliest abonnees en crasht op aandelenmarkt

    » Huiskatten vormen grote bedreiging voor inheemse fauna Australië

    Megalopolis presenteert ambitieus klimaatplan

    Op 13 maart onthulde het gemeentebestuur van Mumbai een verstrekkend ‘klimaatactieplan’. Op dat moment werd de stad werd geconfronteerd met temperaturen van bijna 40 graden Celsius, 7 graden warmer dan normaal voor de tijd van het jaar, merkt The Economist op. Het gemeentebestuur wil tegen 2050 een een CO2-uitstoot van netto nul bereiken, twee decennia eerder dan het doel dat de nationale regering heeft gesteld.

    Mumbai is uiterst kwetsbaar voor klimaatverandering. Het is een smal en dichtbevolkt eiland, dat grotendeels bestaat uit drooggelegd land en aan drie kanten wordt omringd door de Arabische Zee. Het wordt vier maanden per jaar geteisterd door moessonregens en staat regelmatig bloot aan Bijbelse overstromingen, vooral bij vloed, aldus The Economist. ‘Dat is al erg genoeg voor de bewoners van de binnenstad. Maar het is nog erger voor de 42 procent van de bevolking die in sloppenwijken woont, die het risico lopen weggespoeld of bedolven te worden door aardverschuivingen.’

    In sloppenwijken kan de temperatuur zo’n 6 tot 7 graden hoger liggen dan in de rest van de stad

    De ruggengraat van het plan is een voorstel om op termijn fossiele brandstoffen volledig in de ban te doen voor de energievoorziening van Mumbai. Om dat te bereiken wil de stad het aandeel van hernieuwbare energie verhogen. Ze onderzoekt bijvoorbeeld of zonnepanelen op daken geïnstalleerd kunnen worden. Een andere prioriteit is het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van de gebouwen in de stad. Vooral sloppenwijken zijn hitte-eilanden, waar de temperatuur zo’n 6 tot 7 graden hoger kan liggen dan in de rest van de stad.

    Het plan bevat helaas weinig details over de manier waarop de ambities moeten worden verwezenlijkt, oordeelt het Britse zakenblad.

    Lees ook:

  • Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Om de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen, moet de jaarlijkse uitstoot van CO2 in het jaar 2050 zijn teruggebracht van 50 gigaton naar 10 gigaton. Dat betekent een vermindering van enkele tonnen CO2 per wereldbewoner. Maar hoe ziet een ton CO2 er in de praktijk uit?

    Hij mag in geen enkele ranglijst van uiterst irritante zomerhits ontbreken: Despacito, de Latin-popsong van de Puerto Ricaanse zanger Luis Fonsi en rapper Daddy Yankee. In 2017 handhaafde het nummer zich 83 kwellende weken lang aan de top van de Duitse hitlijsten. Het werd al ruim een miljard maal op Spotify gestreamd en de videoclip ervan werd op YouTube zelfs reeds meer dan zeven miljard keer aangeklikt. Afgezien van de esthetische kwaliteit van het nummer – Fonsi zingt over je langzaam uitkleden, ademen in je nek en fluisteren in je oor – was het afspelen van het nummer ook schadelijk voor het klimaat. Want streaming is niet alleen Netflix en Amazon Prime, het zijn ook muziekdiensten. Die verbruiken allemaal elektriciteit en stoten dus CO2 uit.

    Dit artikel gaat over de hoeveelheid koolstofdioxide die vrijkomt bij streaming, de aankoop van jeans of de handel in bitcoins. En het wil vooral ook een idee geven wat een ton CO2 in de praktijk is. Deze standaardmaat duikt immers telkens op in de discussie over de uitstoot van broeikasgassen. Zo werd er op de COP26-klimaatconferentie in Glasgow op gewezen dat de wereldwijde jaarlijkse uitstoot, op dit moment 50 gigaton CO2-equivalenten, tegen het jaar 2050 moet zijn teruggebracht tot 10 gigaton, willen we de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen.

    Maar wacht eens even! Sliep daar niet net het woordje giga ertussen? Jazeker, maar deze prefix, die staat voor een miljard, kunnen we bij 8 miljard mensen op aarde weglaten als het gaat over de uitstoot van een enkel individu. De uitstoot per persoon ligt dus in de orde van grootte van enkele tonnen koolstofdioxide per jaar. Hoeveel precies, dat kun je terugvinden in de landenvergelijking tussen Duitsland en Rwanda.

    Kleine auto

    Een ton CO2– dat moet dus de richtwaarde in allerlei bijdragen zijn. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Veel mensen denken bij een ton misschien aan het gewicht van een auto. Maar personenauto’s wegen gemiddeld 1400 kilogram. Zelfs kleine auto’s wegen tegenwoordig vaak meer dan een ton. Maar ook ingeval van een voertuig die precies een ton weegt, helpt de vergelijking ons niet echt omdat je het gewicht ervan kunt voelen is als zo’n auto bijvoorbeeld over je voet rijdt. Kooldioxide daarentegen is een spoorgas, het is onzichtbaar, reukloos en goed voor slechts 0,04 procent van de lucht in onze omgeving.

    Misschien kan een blik op het volume van CO2 ons daarom helpen. Onder normale druk en bij nul graden Celsius neemt een ton zuiver CO2-gas ongeveer 500 kubieke meter ruimte in beslag. Dat is evenveel als er in een ballon met een diameter van 10 meter past. Met diezelfde hoeveelheid kunnen de kamers van een kleine eengezinswoning worden gevuld. Maar wanneer koolstofdioxide in de werkelijke wereld vrijkomt, vermengt het zich onmiddellijk met de bestanddelen van lucht: stikstof, zuurstof, enzovoort. Door zijn lage concentratie beslaat een ton CO2 onder normale omstandigheden een volume van ongeveer 1,25 miljoen kubieke meter in de omgevingslucht. Dat komt overeen met een luchtkolom van honderd kilometer hoogte en een grondoppervlak van 3,5 bij 3,5 meter – tenminste wanneer je de lage luchtdruk op grotere hoogte buiten beschouwing laat.

    Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes

    Een uitstapje naar de scheikunde levert – weinig verrassend – vooral hoofdbrekens op: het CO2-molecuul bestaat uit een koolstofatoom dat als bij een sandwich aan beide zijden gebonden is aan een zuurstofatoom. So far, so good. Koolstofdioxide weegt 44 gram per mol, opgebouwd uit 12 gram voor het koolstofatoom, en 2 x 16 gram voor de beide zuurstofatomen. De mol, zo weten we van onze scheikundelessen, is de eenheid voor chemische hoeveelheid. Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes. Oef.

    Deze welhaast oneindige hoeveelheid CO2-moleculen hebben een ding gemeen: ze absorberen straling bij twee banden in het spectrum, om preciezer te zijn in het infraroodbereik, dus warmtestraling – terwijl ze het zichtbare zonlicht grotendeels doorlaten. Deze absorptiebanden bevinden zich op een golflengte van circa 15 respectievelijk 4,3 micrometer. Daar wordt het molecuul aangezet tot vibratietrillingen; beide golflengten komen elk overeen met een bepaald type trilling. 

    De crux van absorptie door koolstofdioxide is dat het molecuul niet alleen warmtestraling absorbeert, maar deze ook weer afgeeft. En terwijl de opvallende, door de aarde gereflecteerde, warmtestraling op weg is richting de ruimte verspreidt de door de CO2-moleculen afgegeven straling zich alle richtingen op, dus ook terug naar de aarde. En dat veroorzaakt dan het broeikaseffect.

    Waterdamp is goed voor veruit het grootste deel van dit broeikaseffect. Waterdamp is geheel natuurlijk en zorgt ervoor dat we het op aarde doorgaans aangenaam warm hebben. Een aandeel koolstofdioxide in het broeikaseffect is ook normaal, maar in de laatste tweehonderd jaar, dus sinds de industriële revolutie, en met name in de afgelopen decennia, neemt de CO2-concentratie in de atmosfeer snel toe, van minder dan driehonderd deeltjes per miljoen (parts per million, ppm) gedurende de laatste 600.000 jaar tot meer dan vierhonderd ppm vandaag de dag. Als gevolg daarvan is de gemiddelde temperatuur op aarde met zo’n 1,2 graden Celsius gestegen en stijgt deze nog altijd verder.

    Vicieuze cirkel

    Niet alleen de lucht om ons heen bevat CO2, het slaat ook neer op de grond, in veen en in planten. Het zit zelfs in poolijs. Maar de koolstofrijke permafrostbodem van Siberië ontdooit. En wanneer veen niet vanzelf uitdroogt, helpen mensen graag een handje om er weiland van te maken. Ontdooiing of uitdroging geeft de in deze landschappen opgeslagen CO2 vrij, met verdere opwarming van de aarde tot gevolg. Een vicieuze cirkel.

    Dirk Notz van de Universiteit van Hamburg doet onderzoek naar het terugtrekken van het ijs in de Noordelijke IJszee. Samen met de Amerikaanse klimatoloog Juliene Stroeve publiceerde hij in 2016 een studie in het gerenommeerde tijdschrift Science. Daarin proberen zij de uitstoot van broeikasgassen te visualiseren aan de hand van de teruggang van het ijs. De uitkomst van hun studie: de uitstoot van een ton CO2 veroorzaakt het smelten van drie vierkante meter Arctisch zomerzeeijs. Misschien zijn deze drie vierkante meter ijs de meest tot de verbeelding sprekende vergelijkingswaarde voor een ton koolstofdioxide. Het is immers min of meer de ruimte die een ijsbeer inneemt.

    Zo ziet een ton CO2 er daadwerkelijk uit

    Vliegen

    Wie naar warm land wil vliegen, kan bijvoorbeeld kiezen voor Israël. De route van München naar Tel Aviv leent zich voor het in perspectief plaatsen van de emissies die deze vlucht met zich meebrengt: volgens de CO2-calculator van het Duitse Federaal Milieuagentschap komt het broeikaseffect van een retourvlucht overeen met ongeveer een ton CO2 – let wel: per persoon. Daarvan is echter maar een kleine veertig procent toe te schrijven aan CO2 als zodanig, de overige klimaatimpact is onder meer te wijten aan condensatiestrepen en ozonvorming.


    Streaming

    Op het eerste gezicht lijkt het een ongelofelijk verhaal: het al genoemde nummer Despacito zou als gevolg van YouTube-klikken en Spotify-streams evenveel elektriciteit verbruikt hebben als vijf Afrikaanse landen met elkaar in een jaar. Dat is althans de conclusie van een rapport van de Franse denktank The Shift Project. Het rapport vermeldt verder dat een half uur streamen evenveel koolstofdioxide veroorzaakt als zes kilometer autorijden. Maar deze cijfers berusten op nogal gewaagde veronderstellingen.

    Voor een ton koolstofdioxide via Netflix kun je drieëntwintig uur streamen

    In een paper uit 2020 komt het Duitse ministerie van Milieu namelijk tot heel andere conclusies: streaming veroorzaakt gemiddeld slechts vijf gram koolstofdioxide per uur. Wel is die waarde sterk afhankelijk van de transmissietechnologie. De verouderde gsm-technologie is met 90 gram CO2 per uur het meest problematisch. Daarentegen presteert een moderne glasvezelverbinding het best: maar circa twee gram CO2 per uur. Voor een ton koolstofdioxide via Netflix en andere streamingdiensten kun je bij een gemiddelde transmissiesnelheid dus 200.000 uur streamen. Dat komt overeen met een kleine drieëntwintig jaar zendtijd. Voor het bekijken van kattenvideo’s of series als Squid Game hoef je je dus niet te schamen, althans niet wanneer het de opwarming van de aarde betreft.


    Cruise

    In een ligstoel naar zonnige oorden varen, met een cocktail in je hand, starend naar het ruime sop je nergens zorgen over hoeven maken – veel Duitsers dromen van zo’n vakantie. Maar een cruiseschip produceert elke dag ongeveer 0,3 ton koolstofdioxide per passagier. Als deze over een budget van een ton CO2 zou beschikken moeten de cabines dus al na drieënhalve dag ontruimd worden, waarbij niet eens rekening is gehouden met de reis van huis naar de haven en terug. En die uitstoot zal nog weer duidelijk groter zijn, mocht er ook nog eens per vliegtuig worden gereisd.


    Crypto

    Ontsnappen aan het juk van de banken. Een decentraal betalingsmiddel, versleuteld, veilig en democratisch. Dat beloven cryptovaluta ons, ware daar niet de gigantische elektriciteitsbehoefte voor het minen van digitale munten. Blijkens een in het vaktijdschrift Joule gepubliceerde studie vergt een bitcoin-transactie tussen de 300 en 900 kilowattuur elektriciteit, een Forbes-rapport komt op 708 kWh. Met ongeveer 400 gram CO2 per kilowattuur in de Duitse elektriciteitsmix komt dat neer op 0,28 ton koolstofdioxide per transactie. Bij vier bitcoin-overschrijvingen per dag wordt de CO2-limiet van een ton dus al overschreden.


    Paketbezorging

    Inmiddels kunt u thuis zelfs levensmiddelen laten bezorgen tegen supermarktprijzen, onlinebusiness is booming. Momenteel worden er jaarlijks zo’n 4 miljard pakketten bezorgd, 11 miljoen zendingen per dag. Blijkens een studie van de Universiteit van Bamberg wordt een op de zes pakketten teruggestuurd. Een teruggestuurd pakket veroorzaakt 1,2 kilogram CO2. Dat betekent dat retourzendingen dagelijks 2200 ton koolstofdioxide veroorzaken. Anders gezegd: een stad van 37.000 inwoners retourneert elke dag zoveel goederen dat zij een ton CO2 produceert. Overigens is een autorit naar de goed verwarmde winkels van de binnenstad om daar te gaan shoppen niet per se klimaatvriendelijker.


    Duitsland en Rwanda

    Al met al produceren de Duitsers gemiddeld tien ton koolstofdioxide per hoofd van de bevolking, met inbegrip van consumptie. Daarmee staan ze er niet goed op. Een Rwandees stoot gemiddeld maar 0,09 ton CO2 uit. Terwijl de Duitsers dus net iets meer dan een maand nodig hebben voor de productie van een ton koolstofdioxide, heeft Rwanda diezelfde hoeveelheid nog niet eens na tien jaar helemaal bereikt. Wel heeft Duitsland blijkens een EU-rapport tussen 1990 en 2018 vooral in de bouwsector CO2 bespaard. De uitstoot kon daar met 36 procent worden verlaagd. Maar zelf wat vaker dingen achterwege laten zou toch ook mogelijk moeten zijn.


    Bomen

    Plant vandaag een boom en compenseer je CO2-uitstoot. Klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook: want één boom is niet genoeg. En verder gaat er een hoop tijd overheen, want een jonge boom bindt nog nauwelijks koolstofdioxide. Oude bomen breken CO2 dus het beste af. Een beuk heeft ongeveer 80 jaar nodig om via fotosynthese een ton CO2 om te zetten in zuurstof en organisch materiaal. Bovendien, hoe zwaarder het hout, hoe meer koolstofdioxide er in wordt opgeslagen. En wat vaak vergeten wordt: Als de boom uiteindelijk gekapt wordt en bijvoorbeeld in een schoorsteen wordt verbrand, ontsnapt alle CO2 weer in de lucht.


    Zuivel

    Don’t sleep on the Gouda! (In het Nederlands zoiets als: probeer Goudse kaas voordat het te laat is). In de sitcom How I Met Your Mother spoort Marshall Eriksen, gespeeld door Jason Segel, zijn vrienden aan te eten van de kaas die hij heeft aangesneden. Hun gezamenlijke spelletjesavond wordt echter een fiasco.

    Na vijf jaar zuivel eten zit de gemiddelde Duitser op een ton koolstofdioxide

    Ook de zuivel- en kaasindustrie promoot graag haar zogeheten gezonde, uit een perfecte wereld van boerderijen en grasland voortgekomen producten. De klimaatbalans van zuivelproducten, vooral die van boter en vetrijke kaassoorten zoals Gouda, is echter niet al te best. Een belangrijke oorzaak is het herkauwen van de melkkoeien. Daarbij worden grote hoeveelheden geproduceerd van het zeer krachtige broeikasgas methaan dat een veel sterker effect heeft dan koolstofdioxide. Om voer voor het vee te verbouwen wordt ook nog eens de grond bemest, met het eveneens voor het klimaat schadelijke lachgas als resultaat.

    Omgerekend naar CO2-equivalenten ontstaat er blijkens een analyse van het Instituut voor Energie- en Milieuonderzoek in Heidelberg 9 kilogram koolstofdioxide bij de fabricage van een kilo boter. Voor harde kazen is dat 6 kilogram. Elk jaar eet een Duitser gemiddeld zo’n 25 kilo kaas en 6 kilo boter. Dat komt neer op ruim 200 kilo CO2. Na vijf jaar zit hij dus op een ton koolstofdioxide.


    Internet

    Hoe klimaatvriendelijk is het internet eigenlijk? Aan deze vraag heeft Google in 2019 een rapport gewijd. Het gebruik van Google-diensten zou volgens het betreffende rapport dagelijks 8 gram CO2 per persoon vergen. Het gemiddelde verbruik omvat 25 zoekopdrachten, een uur Youtube-kijken en het bijhouden van een Gmail-account. Als je daar de 60 minuten streaming tegen 5 gram CO2 van aftrekt leert een ruwe schatting dat een keer klikken 0,5 gram CO2 oplevert. Bijgevolg zijn 2 miljoen klikken goed voor een ton koolstofdioxide. Dat wordt vooral veroorzaakt door het stroomverbruik van de datacenters. Zij vormen de ruggengraat van het internetbedrijf.


    New York

    Elke 0,6 seconde stoot de stad New York een ton koolstofdioxide uit. Om die uitstoot te concretiseren werd ooit een simulatie gemaakt van het effect wanneer er midden tussen de wolkenkrabbers ballonnen met een diameter van tien meter zouden verschijnen. Zo’n ballon heeft plek voor 500 kubieke meter gas – en dat komt overeen met het volume van een ton CO2. Na ongeveer elke halve seconde komt er op de video weer een bol bij. Net als bij Goethes tovenaarsleerling verschijnen er voortdurend nieuwe ballonnen, binnen een tijdsbestek van enkele dagen vullen deze ballonnen de diepe ravijnen tussen de wolkenkrabbers, als was het een reusachtig ballenbad. Na een jaar torent een gigantische hoop ballonnen uit boven het Empire State Building.


    Auto’s

    Bij grote Duitse bedrijven met een internationale uitstraling denk je al gauw aan BMW, Daimler of VW. De autofabrikanten vormen de motor van de Duitse economie, miljoenen mensen hebben hier en bij toeleveranciers een baan. En ook vanuit immaterieel oogpunt hecht de Duitser aan zijn voertuig. Want nog altijd straalt een Porsche uit dat je het gemaakt hebt. Daarom verbaast het ook niet echt dat de door de Groenen beoogde maximum snelheid het bij de coalitiebesprekingen niet heeft gehaald – zonder dat zij daar zelfs iets in ruil voor terugkregen. 

    De uitstoot van een elektrische auto’s is per kilometer maar een derde dan die van een benzineauto

    Vanuit ecologisch oogpunt zou dat echter wel degelijk hout hebben gesneden: blijkens een omvangrijk onderzoek van non-profitorganisatie icct stoot een personenauto met een benzine- of dieselmotor gemiddeld 250 gram CO2 per kilometer uit, dit inclusief de productie van de brandstof en het voertuig zelf. Maar hoe harder je rijdt, hoe meer broeikasgassen je produceert. Gemiddeld genomen kun je met het equivalent van een ton koolstofdioxide 4000 kilometer afleggen. Dat lijkt een flink eind maar is in werkelijkheid ongeveer de afstand die een automobilist gemiddeld in vier maanden aflegt. Daarentegen stoten elektrische auto’s per kilometer maar ongeveer een derde van diezelfde hoeveelheid koolstofdioxide uit, eveneens inclusief fabricage van de auto en productie van elektriciteit. Maar ondanks de CO2-beprijzing voor verbrandingsmotoren zijn elektrische auto’s goed voor nog geen een procent van alle op de Duitse wegen toegelaten personenwagens.


    Veengrond

    Een hectare veengrond bindt gemiddeld 700 ton koolstofdioxide. Als er 14 vierkante meter veengebied verloren gaat, bijvoorbeeld door turfwinning of drooglegging, komt er op termijn een ton CO2 vrij. Wereldwijd slaan wetlands 30 procent van de grondgebonden CO2 op. Door het vernatten van eerder drooggelegde moerasgrond en het aanleggen van nieuwe moerassen kan CO2 dus worden afgevangen. Maar het winnen van turf en het omzetten van veengebied in weiland leveren nog altijd een bijdrage aan de opwarming van de aarde. Naast koolstof komt hierbij methaan vrij, een bijproduct van het verrottingsproces van planten.


    Rundvlees

    Duitsers werken jaarlijks gemiddeld tien kilo rundvlees naar binnen, mannen twee keer zoveel als vrouwen. Dat lijkt veel, maar wie twee keer per maand een rundvleesburger eet, een keertje spaghetti Bolognese en een ander keertje chili con carne bestelt en zichzelf bij wijze van uitzondering op een biefstuk trakteert, komt al snel op een kilo rundvlees per maand. Bij een conventionele productie van 14 kilo CO2 per kilo rundvlees resulteert dat elk jaar in circa 140 kilo koolstofdioxide. Dat is ongeveer een twaalfde van de gemiddelde uitstoot door alle voedsel. Zeven jaar rundvleesconsumptie is dus goed voor ongeveer een ton CO2.


    Wetenschappelijk onderzoek

    Toponderzoek is dikwijls duur. Naast het salaris van onderzoekers en docenten valt er van tijd tot tijd een forse elektriciteitsrekening op de mat. Want in de laboratoria moeten de testresultaten worden gekoeld, de reagentia gecentrifugeerd en de computers bediend. Erg energie-intensief zijn grootschalige complexen zoals Cern, ’s werelds grootste onderzoekscentrum op het gebied van deeltjesfysica. Het instituut in de omgeving van Genève herbergt diverse deeltjesversnellers. Hier laat men elementaire deeltjes op elkaar botsen, in 2012 werd zo het Higgs-deeltje aangetoond. Bij Cern is vooral het koelen van de detectoren en het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen (f-gassen) voor het detecteren van deeltjes schadelijk voor het klimaat. Daarom heeft het instituut in 2018 zijn CO2-voetafdruk openbaar gemaakt: het totale complex stootte in een jaar tijd 223.800 ton kooldioxide-equivalenten uit. Dat betekent ongeveer elke tweeënhalve minuut een ton CO2.

    In de aanloop naar de COP26-klimaatconferentie in Glasgow bundelden toonaangevende laboratoria in Europa en de VS hun krachten. Ze willen gezamenlijk oplossingen ontwikkelen voor het verminderen van hun eigen uitstoot van broeikasgassen. Naast Cern hebben ook gerenommeerde instituten als Fermilab en de Europese ruimtevaartorganisatie Esa hiervoor getekend. Met elkaar willen zij werken aan best practices op het gebied van duurzaamheid.


    Kleding

    ‘Ik heb twee actieve broeken,’ zei stand-upcomedian Felix Lobrecht ooit in een optreden. Zo maakte de podcastmaker in een klap duidelijk dat de meeste Duitsers veel te veel kleding hebben die ze vaak niet eens dragen. Hun overige jeans – en dat beseffen ze pas als er verhuisd moet worden – liggen vergeten in een verre hoek van de kledingkast. Hoewel steeds meer mensen tweedehands kopen, beleeft de zogeheten fast fashion wereldwijd een hausse.

    Een aan de gevolgen van de textielproductie gewijd rapport van het Europees Milieuagentschap vermeldt dat tien procent van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen toegeschreven kan worden aan de fabricage van kleding en schoenen. Met al hun shopactiviteiten maken de Duitsers het quotum van een ton koolstofdioxide in anderhalf jaar vol. De constant dalende prijs van kleding is een van de oorzaken voor de immense CO2-voetafdruk van de mode-industrie; zo bleef die prijs tussen 1996 en 2018 binnen de EU met 30 procent achter bij de inflatie, aldus het rapport. Gemiddeld gooit een inwoner van de EU jaarlijks 11 kilo kleding weg. Fabricage, aanlevering, afvalverwerking – dat alles drijft de CO2-teller op. Maar het grootste probleem is simpelweg de overvloed aan textiel. De eenvoudigste oplossing is dan ook: minder nieuwe spullen kopen.

    Lees ook:

  • Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    In het licht van de klimaatverandering pleiten internationale instanties voor simpele remedies zoals bomen planten en oerwouden beschermen. Alleen ligt dat in werkelijkheid iets ingewikkelder.

    Bomen planten is goed. Dat idee is zo diepgeworteld en voelt zo simpel en intuïtief aan, dat het heel gemakkelijk te verkopen is. De klimaatcrisis en de urgente noodzaak om oplossingen daarvoor te vinden, hebben deze boodschap versterkt met een heel eenvoudige logica: bossen nemen CO2 op. Toch moet je simpele antwoorden op ingewikkelde problemen doorgaans wantrouwen, ook als die antwoorden rechtstreeks uit wetenschappelijk onderzoek lijken voort te komen. 

    In 2019 wilde men aan de hand van een in Science gepubliceerd artikel demonstreren dat bomen planten enorm veel potentieel had tegen klimaatverandering. De auteurs concludeerden in feite dat dit de doeltreffendste maatregel was die je kon nemen. Het artikel deed echter veel stof opwaaien want andere deskundigen wezen op zeer grote fouten in de berekeningen en de conclusies. Het gerenommeerde tijdschrift moest correcties publiceren, maar het artikel werd niet ingetrokken en wordt nog steeds vaak aangehaald om bepaalde beleidsmaatregelen te verdedigen. Het is bijvoorbeeld de eerste referentie die de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) aanhaalt in een rapport uit juli 2021 over milieuprestaties in Afrika.

    Savanne

    ‘In het Science-onderzoek wordt ervan uitgegaan dat gebieden waar geen bomen staan, per definitie gedegradeerd zijn. In Europa en bepaalde delen van Noord-Amerika kan dat zeker het geval zijn. Door ons klimaat en onze bodems hadden er bomen kunnen groeien in gebieden die door menselijke activiteiten zijn ontbost. Maar het is zinloos die logica los te laten op de hele wereld,’ legt Víctor Resco de Dios uit aan de rubriek ‘Teknautas’ van de krant El Confidencial. Hij is hoogleraar Bosbranden en Klimaatverandering aan de universiteit van Lleida (Spanje). Internationale agentschappen ‘zijn van plan bos te gaan aanplanten in delen van Afrika die nu savanne en grasland zijn, en dat al miljoenen jaren zijn,’ vertelt hij. ‘Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou denken, is de biodiversiteit van deze Afrikaanse ecosystemen heel groot. En in het kader van klimaatverandering is het belangrijkst dat zich daar in de bodem zeer hoge concentraties koolstof bevinden die zich daar miljoenen jaren lang hebben opgehoopt.’ Wat gebeurt er als je daar bos gaat aanplanten? ‘Iedere verstoring van de bodem, bijvoorbeeld het klaarmaken van de grond voor een aanplant, zou een toename van de CO2-uitstoot tot gevolg hebben omdat de koolstof die daar is opgeslagen, dan vrijkomt,’ legt de deskundige uit.

    Afgezien van het feit dat sommige activiteiten contraproductief kunnen zijn, is het in het algemeen dan wel goed om bomen te planten om klimaatverandering tegen te gaan? Dertig procent van de CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door terrestrische ecosystemen, grotendeels dankzij grote bosmassa’s zoals het Amazonegebied. Denken dat meer bomen meer koolstof opnemen, is dus een logische conclusie. Maar uit sommige gegevens blijkt dat die aanname niet altijd opgaat. Hoewel er in de tropen sprake is van enorme ontbossing, is het bosareaal op de wereld de afgelopen dertig jaar toegenomen met 2,3 miljoen vierkante kilometer. Dat is de omvang van Algerije, het op negen na grootste land ter wereld. De leegloop van het platteland in de ontwikkelde landen is een van de belangrijkste oorzaken van die toename. Toch neemt paradoxaal genoeg het vermogen van terrestrische ecosystemen om uitstoot op te nemen, af.

    ‘Meer bos staat niet gelijk aan meer CO2-opslag’

    ‘Dat gegeven vertelt ons dat meer bos niet gelijkstaat aan meer CO2-opslag,’ zegt Resco de Dios. Voordat nieuw bos een koolstofopslagfunctie kan vervullen om te helpen tegen klimaatverandering, is tijd nodig. En bovendien: ‘Als je bos niet onderhoudt — wat vaak het geval is — kan het afbranden,’ en dat heeft precies het tegenovergestelde effect omdat het CO2-uitstoot veroorzaakt. Wat betreft geplande herbebossing zoals in het geval van de Afrikaanse savanne: ‘Elke boomaanplant vergroot op zich de CO2-uitstoot omdat de grond wordt bewerkt en daardoor de in de bodem aanwezige CO2 vrijkomt. Bovendien brengt het andere beperkingen met zich mee die in het huidige scenario ook voor problemen kunnen zorgen omdat bomen water verbruiken. Ook is bij herbebossing naderhand bosbeheer nodig.’ De expert van de universiteit van Lleida legt uit dat normaal gesproken altijd meer bomen worden geplant dan nodig is omdat niet alle zaailingen goed aanslaan. Dat betekent dus dat het bos later ‘gedund’ moet worden om bepaalde boompjes te verwijderen zodat het nieuwe bos minder dicht wordt. Maar in de praktijk wordt nauwelijks 5 procent van de nieuwe aanplant achteraf gecontroleerd met als resultaat dat ‘je te maken krijgt met gestreste bossen die kwetsbaar zijn voor bosbrand. Ook in Spanje kennen we daar voorbeelden van.’

    ‘Het algemene uitgangspunt dat het aanplanten van bomen klimaatverandering oplost, klopt niet en is zelfs gevaarlijk. Het geeft grote bedrijven een vrijbrief om de hoeveelheid uitstoot te produceren die ze maar willen en te claimen dat ze die compenseren met herbebossing,’ licht hij toe. Je kunt dat niet zo gemakkelijk tegen elkaar wegstrepen omdat ‘het probleem van klimaatverandering is ontstaan als gevolg van het feit dat we de gigantische concentraties CO2 in de geologische lagen van de aarde waren opgeslagen, verbruiken in de vorm van olie en andere brandstoffen. Hoeveel bomen we ook planten, dat kunnen we nooit meer terugdraaien.’ 

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten. Maar de politiek en bedrijven staan vaak andere soorten maatregelen voor die beter vallen bij het grote publiek. Herstelmaatregelen kunnen helpen, maar alleen als die lokaal worden uitgevoerd. Ook is herbebossing maar één van de hersteltechnieken, aldus de onderzoeker. De heraanplant van bos waarmee het [in Spanje] is gelukt de ecosystemen in de Sierra Espuña (Murcia) en in de streek van Poblet (Tarragona) te herstellen, zijn een succesverhaal. ‘In sommige gevallen is het raadzaam bepaalde typen ecosystemen of habitats die door menselijk toedoen zijn aangetast, terug te brengen naar hun natuurlijke staat. Maar claimen dat dit tegen klimaatverandering gaat helpen, is iets heel anders,’ aldus Resco de Dios. 

    ‘Tot nu toe werd op sommige fora beweerd dat massaal herbebossen een afdoende oplossing was voor klimaatverandering, maar wetenschappers tonen aan dat dit niet het geval is,’ benadrukt ecoloog Fernando Prieto, eigenaar van de blog Observatorio de la Sostenibilidad (Observatorium van de duurzaamheid). ‘Nieuw bos aanplanten als zodanig heeft vaak geen zin als je geen rekening houdt met het waarom, waar, wanneer, met welke soorten, welk beheer en welke vervolgactiviteiten bij deze maatregel komen kijken,’ zegt hij. Zonder deze overwegingen kun je het tegenovergestelde effect krijgen. ‘In Spanje zijn bijvoorbeeld grote arealen herbebost met erg weinig verschillende boomsoorten met als resultaat dat die bossen gemakkelijk in brand vliegen. Als we koolstof opvangen maar die op deze manier gewoon weer vrijkomt, versnellen we die processen juist nog meer,’ voegt hij eraan toe.

    Bovendien heeft herbebossing vaak een negatief effect op de biodiversiteit, vooral wanneer grote stukken land ononderbroken worden beplant met maar één boomsoort. ‘Bestaande bossen in stand houden heeft veel meer zin dan die eerst te kappen voor hout of mijnbouw en daar vervolgens nieuwe bos aan te planten, met name omdat veel tijd nodig is voordat dat echt een bos is geworden met een volwaardige flora en fauna,’ aldus Prieto.

    De mens elimineren

    In dit kader waarschuwt Resco de Dios ook tegen wat volgens hem een andere misvatting is: het idee dat het behoud van vermeend ongerepte gebieden klimaatverandering tegengaat, iets dat op internationale fora ook erg populair is. De ‘Protecting Our Planet Challenge’ die afgelopen september door de Algemene Vergadering van de VN is gelanceerd, heeft bijvoorbeeld tot doel 30 procent van onze planeet te beschermen. Dat klinkt goed, maar het houdt het opkopen van land in om de menselijke aanwezigheid daar te elimineren, inclusief de inheemse bevolking. ‘Onderdeel van dit narratief is dat de mens de natuur zou vernietigen. In bepaalde gevallen klopt dat, maar je kunt dit niet generaliseren. Het is belangrijk in te zien dat maagdelijke ecosystemen een fabeltje zijn van de collectieve verbeelding,’ verzekert de deskundige van de Universiteit van Lleida. In Europa zou maar minder dan 1 procent van het bosareaal kwalificeren voor een dergelijke status en ook op de rest van de wereld is het veel schaarser dan je denkt. ‘Vroeger dachten we dat regenwouden volledig natuurlijk waren, maar uit onderzoek blijkt dat de invloed van de inheemse bevolking veel groter is dan eerder werd gedacht. Met andere woorden: de biodiversiteit die wij kennen is het resultaat van de interactie tussen mens en milieu, een co-evolutie die al duizenden jaren aan de gang is,’ zegt hij. 

    Toch is onder druk van natuurbeschermingsorganisaties bij sommige volken al een ravage aangericht. Toen grote nationale parken zoals de Serengeti werden gecreëerd, zijn bijvoorbeeld de Masai die in Kenia en Tanzania leven, van hun land verdreven. Daarom moet net als bij de kwestie van herbebossing, elk geval afzonderlijk en per gebied worden bekeken, aldus Fernando Prieto: ‘Generieke oplossingen werken niet en brengen ook veel grotere risico’s met zich mee dan niets doen. Dat andere streken in de wereld beter behouden zijn gebleven dan Europa en dat je kunt proberen die oerbossen in stand te houden, is zeker belangrijk,’ zegt Prieto, ‘maar je moet goed bekijken wat het doel ervan precies is.’

    ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme’

    Over veel beleid op het gebied van bosbouw bestaat volgens hem nog steeds geen wetenschappelijke consensus en volgens veel deskundigen hebben zulke beleidsmaatregelen geen solide basis. Zo heeft het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES, een panel dat vergelijkbaar is met het panel dat de klimaatverandering analyseert maar dan toegespitst op biodiversiteit) in zijn recentste rapport veel maatregelen opgenomen die gericht zijn op behoud, maar ‘wordt met bijna met geen woord gerept over de kwestie van beschermde gebieden, noch wordt genuanceerd dat deze gebieden moeten worden beheerd,’ merkt de deskundige op. 

    In zijn visie betekent het elimineren van de mens in de meeste gevallen het weghalen van mensen die fundamenteel zijn voor het behoud van ecosystemen. ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme. Wat wij doen vanuit Europa en de VS is de invloed die andere volkeren hebben gehad, minimaliseren. Wij denken dat een handjevol inheemse volken nooit iets hebben kunnen veranderen,’ zegt hij. En de uitkomst daarvan is niet per se positief, zoals blijkt uit voorbeelden meer in de buurt: ‘In Spanje zijn ecosystemen gelijksoortiger geworden door de oprichting van Nationale Parken,’ vertelt hij. Kleine verstoringen door activiteiten zoals begrazing die een bijdrage leverden aan een toename van de biodiversiteit, zijn verdwenen. Zowel klimaatverandering als de biodiversiteitscrisis waarmee de planeet te kampen heeft, zijn volgens de onderzoeker van de universiteit van Lleida ‘ernstige problemen die we moeten aanpakken met een pakket aan maatregelen. Je kunt daar niet zo maar een aanpak uitpikken die goed binnen je straatje past vanwege je ideologie, je zakelijke belangen of omdat het resoneert met je intuïtie. Het gaat erom wetenschappelijke consensus te vinden,’ stelt hij.

  • Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Persoonlijke initiatieven kunnen het verschil maken wanneer ze door de samenleving worden opgepikt. ‘Zoals met de meeste dingen is de eerste stap vaak de belangrijkste’, stelt klimaateconoom Gernot Wagner.

    Het is makkelijk om elke persooonlijke verantwoordelijkheid voor het verlagen van iemands CO2-voetafdruk van de hand te wijzen. Het was tenslotte oliebedrijf BP dat het idee begin deze eeuw populair maakte door iedereen te vertellen dat het ‘tijd was om op CO2-dieet te gaan’. Het bedrijf wist heel goed hoe onmogelijk dat was, net als zijn eigen ambitie om ‘aardolie achter zich te laten’. Het drastisch verlagen van de uitstoot vraagt om veranderingen in bedrijfsactiviteiten, technologische vooruitgang, nieuwe investeringsprikkels en een gespierder overheidsbeleid, met daarbovenop individuele initiatieven.

    Je kunt niet alle persoonlijke acties over één kam scheren. Wie een plastic boodschappentas weigert bij de toonbank lijkt een heilige, maar het zet weinig zoden aan de dijk, vooral wanneer je vervolgens in een vliegtuig stapt. Het gaat om de schaal, en om feitelijke uitstootreductie. Luchtvaartmaatschappijen hebben goede redenen om hun uitstoot te compenseren: zo hebben passagiers minder wroeging en vliegen ze meer. De illusie van vooruitgang die door kleine, individuele acties wordt gewekt, is een cognitieve vertekening die echte vooruitgang ondermijnt.

    Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers

    Om individuele acties, hoe klein ook, effectief te laten zijn is het essentieel dat ze door anderen worden opgepikt. Neem het fietsen in steden. Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers en zo een gezonde cyclus in gang zette. Amsterdam, Kopenhagen en andere steden die erom bekend staan dat er meer met de fiets dan met de auto wordt gereden, zijn zover gekomen doordat vroege fietsactivisten veiliger wegen eisten. Het was een geleidelijk proces, waardoor er eerder van autovriendelijk verkeersbeleid werd afgestapt dan elders. Parijs en andere steden volgden het voorbeeld, wat deels werd ingegeven door covid-19 en een bredere kijk op het gebruik van beperkte publieke ruimte.

    Het op andere gebieden beperken van de CO2-uitstoot vergt een soortgelijke vorm van fundamenteel omdenken. Om het proces in gang te zetten heb je een groep van vroege overstappers op groene producten nodig. Zij laten zien wat mogelijk is, stimuleren de markt en halen kinken uit de kabel. Daardoor wordt een golf van anderen geïnspireerd, wat nodig is om voldoende impact te krijgen. Het is een zichzelf versterkende cyclus: de producten worden beter en goedkoper en dus gewilder.

    Steden

    Steden spelen een bijzonder grote rol wanneer het op individuele effectiviteit aankomt. Alleen al door als typische New Yorkers in New York te wonen stoot het gemiddelde huishouden half zoveel CO2 uit als een huishouden in een eengezinswoning in een buitenwijk. De redenen liggen voor de hand: kleinere woonruimten in combinatie met kortere afstanden naar werk en vrijetijdsbesteding. Betekent dat een persoonlijk offer? Te oordelen naar de torenhoge onroerendgoedprijzen in New York en andere grote steden vinden mensen van niet.

    Natuurlijk zijn er verkeerde prikkels die mensen ertoe aanzetten hun woonruimte te maximaliseren in plaats van te optimaliseren. Of het nu gaat om een makelaar, een hypotheekverstrekker of een echtscheidingsadvocaat, allemaal zijn ze gebaat bij meer vierkante meters. Het helpt ook al niet dat de grootte van je huis een publiek signaal is (en makkelijk te zien op Instagram) terwijl een langere reistijd iets persoonlijks is (dat zelden op sociale media wordt vermeld). Idealiter zou er beleid kunnen worden gemaakt om het wonen in steden aantrekkelijker te maken voor gezinnen, zodat de individuele CO2-uitstoot zou afnemen. Minder asfalt voor auto’s en meer groen verbeteren bijvoorbeeld zowel het stedelijke microklimaat als het wereldwijde klimaat.

    Gelukkig zorgen veel stappen die het leven in steden beter maken ook voor een betere klimaatbalans in die steden. Maar CO2-efficiënt wonen is niet genoeg. Steden moeten ook programma’s ontwikkelen om de CO2-emissies van gebouwen en vervoersmiddelen te verminderen. In stadscentra kunnen door het isoleren van één gebouw de woningen van veel gezinnen worden verwarmd en goed openbaar vervoer vermindert vervuiling en uitstoot.

    Een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming is vaak nog een luxe

    De rijken moeten het voortouw nemen. Of het nu om landen of steden gaat, alle plekken waar veel geld is moeten pioniers worden op het gebied van activiteiten die de uitstoot verminderen, zoals woningisolatie. Een milieuvriendelijk huis is een comfortabeler huis. Tochtige ramen en slecht geïsoleerde muren vergallen het woonplezier. Gaspijpen die rechtstreeks je huis binnen lopen zijn groen noch gezond. Ze zijn ook onnodig, nu er warmtepompen en inductieketels zijn die een weliswaar duurder maar groener alternatief bieden. Hyperefficiënte Duitse huishoudelijke apparaten vinden gretig aftrek bij wie ze kan betalen.

    Sommige individuele initiatieven kunnen kostbaar zijn. Hoewel een inductieplaat ter vervanging van het vierpitsgasstel dat in westerse huizen gebruikelijk is niet al te duur hoeft te zijn, is een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming vaak nog een luxe. Het is aan architecten, ontwerpers en bouwers om mensen die het zich kunnen permitteren daarin te laten investeren. En wat beleidsmakers en stedenbouwkundigen te doen staat, is duidelijk: zij moeten een snelle transitie subsidiëren, terwijl de wereld de leercurve beklimt en de kostencurve van technologische CO2-reductie afglijdt. En ja, dat zou betekenen dat je dingen subsidieert die door welgestelden worden gekocht, maar het beleid kan gemakkelijk worden toegespitst. Bovendien geldt als rechtvaardiging van de subsidies dat je er groene doelstellingen mee realiseert.

    Tijd

    Tijd is de essentiële factor. Dat een overheid een aanzienlijke CO2-reductie aan het eind van het decennium belooft is één ding. Maar ze moet zich ook realiseren dat ze met de woon- en mobiliteitskeuzes van vandaag de uitstoot voor de komende jaren vastlegt. De stad New York heeft wetgeving die eigenaars van grote panden verplicht de CO2-uitstoot voor 2030 met 40 procent te verminderen. In bouwtermen is dat morgenvroeg. Het kost jaren om plannen te maken, financiering te vinden, vergunningen te krijgen, aannemers in te huren en dan de verbouwing te realiseren.

    Cruciaal is om de juiste balans te vinden tussen reglementaire stimulering van bovenaf en individuele vraag van onderaf. Zoals ‘sequencing’ van openbaar beleid vereist dat je eerst duurzame technologie stimuleert om later de kostprijs van CO2-emissies te berekenen, zo moeten geëngageerde individuen het startpunt zijn voor een veelomvattender milieubeleid. Het verminderen van de vleesconsumptie is een belangrijke individuele bijdrage aan het verminderen van de uitstoot. Ondertussen zorgen vegetariërs niet voor een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot omdat ze geen vlees meer eten, maar omdat ze tot een geëngageerde en mondige kerngroep behoren die een veelomvattender klimaatbeleid voorstaat en stimuleert.

    In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie

    Belangrijk in de strijd tegen cognitieve vertekening door individuele acties is een geleidelijk opgebouwd momentum: stemmen mensen in met het ene, dan zullen ze ook het andere sneller oppikken. (In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie.)

    Zoals met de meeste dingen is de eerste stap de belangrijkste. De drang om de CO2-uitstoot van de economie te verminderen zal iedereen raken. Degenen die daartoe in staat zijn kun je beter in de gelegenheid stellen in de groenere wereld van morgen te leven dan in het tanende fossiele tijdperk van vandaag.

    Lees ook: