Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.
De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen.
Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales.
Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.
Overschot
Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.
Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie
De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen.
Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.
Belang
Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.
Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen
Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit.
Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.
Klimaatactivisten van Letzte Generation – het Duitse Extinction Rebellion – vinden niet bij iedereen de steun die nodig is om de politieke blokkade op klimaatregelingen op te heffen. Volgens Simon Teune ‘verstoren ze de illusie dat je je leven kunt blijven leiden zoals voorheen’. Der Spiegel sprak met de Duitse socioloog.
Letzte Generation heeft verschillende keren haar strategieën veranderd. Eerst waren de protesten gericht tegen automobilisten, daarna tegen eigenaren van privévliegtuigen en andere rijken. Nu protesteert de groep vooral in Beieren, waar binnenkort deelstaatverkiezingen worden gehouden. Hoe verstandig is deze aanpak?
‘Het doel van de groep is een fundamenteel ander klimaatbeleid. Om dat te bereiken proberen ze verschillende strategieën uit, en het is eigenlijk moeilijk te voorspellen welke acties uiteindelijk het effectiefst zullen zijn. Het is zeker zinvol om vooral te mikken op de grootste veroorzakers van klimaatverandering. De superrijken produceren door hun levensstijl en investeringen bijzonder veel uitstoot die schadelijk is voor het klimaat.
Socioloog en promovendus Simon Teune doet aan de Technische Universiteit in Berlijn onderzoek naar protestbewegingen.
Het feit dat de activisten zich richten op een deelstaat waar in de herfst verkiezingen worden gehouden, valt te beschouwen als een poging om al bestaande publieke aandacht te gebruiken voor de eigen agenda. Het uitproberen van verschillende strategieën kun je ook opvatten als reactie op een uitputtingseffect.’
Wat bedoelt u?
‘De straatblokkades bezorgen Letzte Generation niet meer zo veel aandacht als in het begin. En ze brengen kosten met zich mee: financiële, maar vooral mentale kosten. De demonstranten hebben geld nodig voor rechtszaken en advocaten. En het is enorm belastend om tegenover boze en soms gewelddadige automobilisten te staan. Sommige demonstranten zijn getraumatiseerd door die reacties of door gewelddadig politieoptreden.’
Toch heeft Letzte Generation veel tegenstanders die eigenlijk voorstanders zouden kunnen zijn. In talrijke opiniepeilingen vindt een meerderheid van de respondenten dat klimaatverandering een van de dringendste problemen van dit moment is. Tegelijkertijd wijst een groot aantal mensen het protest af. Hoe valt dat te rijmen?
‘De kritiek op de protesten van Letzte Generation staat symbool voor hoe we als samenleving omgaan met de klimaatcrisis als geheel. De media en de politiek verklaren het klimaatprotest – en niet de klimaatcrisis – tot het probleem. We weten allemaal dat het om een enorme uitdaging gaat en dat we allemaal vrij machteloos tegenover het probleem staan. Letzte Generation maakt dat conflict zichtbaar.’
Wat wordt door dat protest dan precies zichtbaar?
‘Het onthult de beangstigende stilstand in de politiek over een kwestie die cruciaal is om te overleven. Het wekt de indruk dat delen van de huidige rood-geel-groene coalitie en de oppositie een duurzaam klimaatbeleid zo lang mogelijk willen uitstellen, terwijl de wetenschap duidelijk zegt dat er nog maar weinig tijd is om de klimaatcrisis met effectieve maatregelen te verzachten. De liberale FDP is zelfs tegen minimale oplossingen zoals een snelheidslimiet. De bondskanselier toont geen leiderschap en maakt ook niet duidelijk dat we moeten overschakelen op de crisismodus. Een brede parlementaire meerderheid steunt nog steeds subsidies voor fossiele energie.
‘Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation’
Als de regering eerlijk zou zijn, zou ze mensen moeten voorbereiden op het feit dat we niet kunnen doorgaan met leven zoals we tot nu toe hebben gedaan. We zien nu al dat klimaatverandering leidt tot conflicten over water en land, tot honger en vluchtelingenstromen. Een consistent klimaatbeleid zou betekenen dat we een gemeenschappelijk perspectief ontwikkelen voor een noodzakelijke transformatie, waardoor we ook anders gaan praten over nieuwe manieren van verwarming, of over verbrandingsmotoren. Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation.’
Maar je ziet nu al dat veel mensen de verplichting om op middellange termijn een nieuw verwarmingssysteem te installeren erg ingrijpend vinden – de veranderingen gaan voor hen te snel.
‘ Ik denk dat dat maar ten dele waar is. Er is een maatschappelijke meerderheid voor een beter klimaatbeleid. De suggestie dat het voor mensen ‘te snel’ zou gaan, is ook een strategie om dingen te vertragen. Maar ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de overheid. Zij moet eerlijker communiceren dat wat nu nog een onredelijke eis lijkt, een kans is om een catastrofale ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.’
In hoeverre zijn mensen volgens u bereid om hun eigen leven te veranderen?
‘De demonstranten verstoren de illusie dat je uiteindelijk op de een of andere manier je leven kunt blijven leiden zoals voorheen, namelijk zonder extra beperkingen. Dat gevoel van verstoring is bedreigend, en verklaart ook de scherpte van het debat. Het komt niet vaak voor dat demonstranten worden beledigd of aangevallen. Ondertussen gebeurt dat wel vaak met leden van Letzte Generation.
‘Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden’
Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden en hun eigen dilemma laten zien. Want veel mensen weten heel goed dat hun leven moet veranderen omdat ze parasiteren op de toekomst. We geven niet toe aan de bijbehorende gevoelens van schuld en schaamte. Het is gemakkelijker om ons af te reageren op degenen die ons herinneren aan onze eigen tekortkomingen.’
Vergeleken met sommige acties vorig jaar, toen er aardappelpuree naar een schilderij werd gegooid, zijn de protesten ook intenser geworden. Minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zei in juni dat sinds begin 2022 maar liefst 580 strafbare feiten zijn toegeschreven aan Letzte Generation. Is het protest aan het radicaliseren?
‘Ik zie geen tendensen tot radicalisering. Letzte Generation heeft verschillende vormen van protest uitgeprobeerd die ontwrichtend zijn en die niet genegeerd kunnen worden. De demonstranten richten hun pijlen op democratisch gekozen instellingen. Hoewel ze een radicaal ander klimaatbeleid en een fundamenteel andere manier van zakendoen eisen, is het protest niet gewelddadig en vormt het geen bedreiging voor de democratie, noch staat het buiten de grondwet. Integendeel, de klimaatbeweging is juist positief over de grondwet.
Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid
Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid. Er zijn geen delen van de klimaatbeweging die vinden dat leden van de regering met geweld uit de weg geruimd moeten worden – in tegenstelling overigens tot bewegingen aan de rechterflank. Maar de klimaatbeweging verschilt ook van andere sociale groeperingen omdat de dynamiek in de klimaatcrisis snel gaat. Als deze regering met deelname van de Groenen nu al niet in staat is om adequaat op de crisis te reageren, kan dat ertoe leiden dat klimaatactivisten op een gegeven moment fundamenteel beginnen te twijfelen aan democratische instellingen.’
Zijn protesten zoals die van Letzte Generation überhaupt een effectief middel om politieke druk te genereren?
‘Je kunt Letzte Generation bekritiseren omdat ze een te simpele voorstelling van politiek uitdragen. De veronderstelling dat je politieke beslissingen min of meer direct kunt beïnvloeden door de druk op te voeren, is te eenvoudig. Maar de protesten vervullen zeker een belangrijke functie, in die zin dat ze de ‘business as usual’-houding verstoren. Het feit dat dit soort wanhopige protesten überhaupt tot stand komt, heeft te maken met een gebrek aan politiek leiderschap in het klimaatbeleid. De vergiftigde atmosfeer die hierdoor is ontstaan maakt het moeilijk om de crisis democratisch aan te pakken.’
Bedoelt u dat de geschillen over het klimaatbeleid de democratie in gevaar brengen?
‘De behandeling van Letzte Generation is een schoolvoorbeeld van wat in de academische wereld ‘morele paniek’ wordt genoemd: sommige media en ook sommige politici wekken de indruk dat een bepaalde groep de morele orde van de samenleving bedreigt. Letzte Generation is misschien lastig of vervelend, maar door ze te criminaliseren of als potentiële staatsvijanden neer te zetten, wordt de ruimte voor maatschappelijk debat kleiner. Dat is problematisch voor een democratie.’
Een van de beschuldigingen van de kant van critici is dat de protesten illegaal zijn omdat ze niet worden aangemeld als echte demonstraties.
‘: Dat is precies de logica van burgerlijke ongehoorzaamheid in een liberale rechtsstaat: iemand heeft een politieke, moreel gerechtvaardigde zorg die niet wordt aangepakt binnen de bestaande instellingen, en is bereid om in beperkte mate regels te overtreden om daar aandacht voor te vragen. En is ook bereid om de straf voor deze overtredingen te accepteren. Democratieën zijn voortgekomen uit burgerlijke ongehoorzaamheid. De grote verworvenheden van de arbeidersbeweging, zoals eerlijkere lonen, zijn tot stand gekomen door illegale stakingen; ook vrouwenkiesrecht werd met militante middelen verworven. Maar protest is altijd ongemakkelijk.’
De klimaatbeweging Fridays for Future heeft zich herhaaldelijk gedistantieerd van de acties van Letzte Generation. Waarom zijn zij – en andere klimaatactivisten – niet solidairder met Letzte Generation? Ze strijden tenslotte voor hetzelfde doel.
‘Er is solidariteit, maar ook een strategische afstand. Op dit moment kan niemand die de kant van Letzte Generation kiest op een positieve reactie rekenen. Het is op dit moment sowieso moeilijk om mensen te mobiliseren. De klimaatbeweging heeft veel bereikt: een groot deel van de mensen erkent nu de uitdaging van de klimaatcrisis en ook organisaties als de kerken en de vakbonden pleiten openlijk voor verandering.
‘Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm’
Maar de Duitse regering heeft op de klimaatstakingen van Fridays for Future – die tot de grootste protesten in de geschiedenis van de Bondsrepubliek behoren – gereageerd met een ontoereikende klimaatbeschermingswet. Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm.’
Welke mogelijkheden zijn er dan nog over om politieke druk uit te oefenen?
‘Er zal nog steeds druk van de straat komen, met massaprotesten en spectaculaire acties. Daarnaast blijft de klimaatbeweging werken aan verbreding van de discussie. Als verenigingen en organisaties die politiek dicht bij de FDP of de CDU en CSU staan zich zouden uitspreken voor een ander klimaatbeleid, zou het beeld aanzienlijk veranderen.’
Zou dat bijvoorbeeld de Federatie van Duitse Industrieën kunnen zijn?
‘Als in die gelederen het besef zou doordringen dat ook hun economische modellen worden bedreigd door de klimaatcrisis, is er een kans dat de politieke blokkade in het klimaatbeleid wordt opgeheven. Het is geen voor de hand liggende gedachte, maar de klimaatcrisis heeft tot nu toe al voor heel wat verrassingen gezorgd. In Frankrijk waren er in maart gewelddadige betogingen rond de aanleg van bassins voor grondwater – een andere vitale hulpbron die al lange tijd wordt bedreigd door onze manier van leven. Nog maar een paar jaar geleden hadden weinigen verwacht dat er hier in Europa om water gevochten zou kunnen worden.’
Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.
In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen.
Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.
Hypocrisie
De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.
De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd
De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.
Aanklacht tegen oliebedrijven
Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.
Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.
Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.
Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht.
Prioriteit
Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.
Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.
Wereldbank
Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .
Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten
Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.
Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)
Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat.
Hoewel de EU nieuwe sancties heeft ingesteld tegen de handel in Russische fossiele brandstoffen, blijven Europese tankers olie uit Rusland verschepen – en dus de Russische schatkist vullen. Het land verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan olie, kolen en gas.
Ondanks een EU-embargo exporteren Europese schepen nog steeds miljoenen tonnen fossiele brandstoffen vanuit Rusland. Zo financieren ze een aanzienlijk deel van de oorlog die Vladimir Poetin in Oekraïne begon. De sancties gelden sinds begin december en zijn bedoeld om Rusland minder te laten verdienen aan de oliehandel met Europa. Ook moeten ze Europese rederijen ontmoedigen om Russische olie naar andere landen te vervoeren.
Uit nieuw onderzoek van Investigate Europe en Reporters United, in samenwerking met DerTagesspiegel, blijkt dat het embargo grotendeels zonder effect blijft. Rusland blijft profiteren van de export van fossiele brandstoffen – en Europese bedrijven helpen daarbij. Dit blijkt uit scheepsgegevens die het team van journalisten vijf maanden lang heeft verzameld.
Uit het onderzoek blijkt dat het gesanctioneerde Russische staatsbedrijf Sovcomflot nog altijd handelspartner van Europa is
Nadat de sancties begin december werden ingevoerd, hebben Europese vrachtschepen en tankers met een capaciteit van bijna 16 miljoen ton draagvermogen olie, kolen en gas uit Rusland geëxporteerd. De schepen vervoerden ongeveer 40 procent van de fossiele brandstoffen die sindsdien de Russische havens zijn uitgevaren.
Van alle Europese scheepvaartsmaatschappijen doen Griekse rederijen de meeste zaken met Rusland. Maar ook schepen uit Italië, Noorwegen en Duitsland blijven vanuit Russische havens exporteren. Uit het onderzoek blijkt dat ook het Russische staatsbedrijf Sovcomflot, dat door de EU is gesanctioneerd, nog altijd handelspartner van Europa is.
Oorlogskas
Vorig jaar hebben de EU-lidstaten de handel in fossiele brandstoffen vanuit Rusland grotendeels aan banden gelegd. Sinds augustus geldt er een verbod op het vervoer van Russische kolen naar Europa, en sinds begin december mogen bedrijven ook geen Russische ruwe olie meer naar de EU verschepen. Naar andere landen mogen Europese rederijen en handelaren alleen ruwe olie uit Rusland vervoeren als deze landen niet meer betalen dan een maximumprijs, die vooraf door de EU-staten is vastgesteld.
Ondanks deze embargo’s blijven veel Europese bedrijven goed verdienen aan de handel met Rusland. Of de rederijen en handelaren daarbij gemaakte afspraken overtreden, kan niet worden aangetoond aan de hand van openbare gegevens. Duidelijk is in ieder geval dat ze met hun handel de Russische oorlogskas spekken.
Volgens openbaar toegankelijke gegevens vervoerden zij geen ruwe olie, maar zogenaamde olieproducten
Voor het onderzoek analyseerden Investigate Europe en Reporters United de databanken van het Centre for Research on Energy and Clean Air (CREA) en Equasis, leverancier van scheepvaartgegevens.
Volgens de onderzochte data verlieten tussen 5 december 2022 en 5 januari 2023 in totaal 689 schepen beladen met olie, kolen of gas de Russische havens. Hiervan kwamen 250 schepen uit Europa. De meeste waren gedekt door Europese verzekeraars.
In de eerste maand na de invoering van de nieuwe sancties hebben binnen de EU vooral Griekse rederijen olie, kolen en gas uit Rusland geëxporteerd. Hun schepen legden in totaal 161 keer aan in Russische havens, met een capaciteit van 12 miljoen ton. Ook Duitse rederijen bleven handel drijven met Rusland: er zijn meer dan twintig gevallen bekend van tankers, met een totale capaciteit van bijna 1 miljoen ton, die vanuit Russische havens fossiele brandstoffen vervoerden.
De hoeveelheid Russische brandstof die door EU-lidstaten wordt verscheept, is nauwelijks afgenomen
Onderstaande tabel toont de totale hoeveelheid gas, olie en steenkool die volgens de onderzoeksgegevens tussen 24 februari en eind december vorig jaar vanuit Russische havens naar andere landen is verscheept. De zendingen zijn geordend naar het land waar de betreffende rederij is geregistreerd.
1. Griekenland 135,8 miljoen ton
2. China 53,8
3. Verenigde Arabische Emiraten 35,5
4. Rusland 18,9
5. Singapore 17,4
6. Turkije 17,4
7. Duitsland 14,2
8. Japan 12,5
9. Groot-Brittannië 11,3
10. Monaco 9,9
Voor zover bekend hebben de Duitse rederijen met hun leveringen niet het embargo geschonden. Volgens openbaar toegankelijke gegevens vervoerden zij geen ruwe olie, maar zogenaamde olieproducten – en de EU zou de handel in bepaalde olieproducten pas begin februari verbieden.
Onderstaande gegevens hebben betrekking op de export vanuit Russische havens. Het kan daarbij gaan om olie, gas en steenkool, maar ook afgeleide of verwerkte producten. De onderzochte periode loopt vanaf het begin van het embargo (5 december) tot en met 5 januari.
De in Bremen gevestigde rederij German Tanker Shipping is verantwoordelijk voor vijftien van de twintig transporten. Tegenover Investigate Europe verklaarde een woordvoerder van het bedrijf dat de rederij ‘alle geldende sancties’ naleeft.
Maar Svitlana Romanko, directeur van de Oekraïense hulporganisatie Razom We Stand, maakt zich zorgen. ‘Ik ben geschokt dat Europese scheepvaartmaatschappijen Russische olie en gas blijven exporteren,’ zegt ze. ‘Ik eis dat de EU-functionarissen die hiervoor verantwoordelijk zijn onmiddellijk uitzoeken of sancties niet zijn nageleefd en of bedrijven hier illegaal hebben samengewerkt met de Russische staat.’
Het kan zijn dat deze transacties toch legaal waren vanwege een maas in de sancties
Volgens de data-analyse van Investigate Europe en Reporters United hebben schepen met een totale capaciteit van acht miljoen ton tussen 5 december 2022 en 5 januari 2023 olie, kolen en gas vanuit Russische havens naar Europa geëxporteerd. Sinds begin december vorig jaar geldt een EU-embargo op de invoer van Russische ruwe olie. Maar de analyse wijst uit dat ook na het begin van de sancties in ten minste dertig gevallen ruwe olie vanuit Rusland naar Europa is verscheept. In achttien van die gevallen gebeurde dat met Europese schepen.
Het kan zijn dat deze transacties toch legaal waren vanwege een maas in de sancties: schepen mogen nog steeds ruwe olie vanuit Russische havens exporteren als die olie oorspronkelijk uit een ander land komt.
Export via andere landen
Vanuit Kazachstan worden grote hoeveelheden ruwe olie verscheept naar de Russische havens in Novorossiysk en Oest-Loega. Drieëntwintig van de dertig ladingen ruwe olie die vorige maand de EU bereikten, zijn afkomstig uit Kazachstan. De scheepsterminal in Novorossiysk is onderdeel van het Caspian Pipeline Consortium (CPC), dat via pijpleidingen olie vanuit het westen van Kazachstan naar de haven aan de Zwarte Zee vervoert. De Russische staat heeft 24 procent van dat consortium in handen.
Naar verluidt blijft de Russische regering naar manieren zoeken om ondanks de sancties toch fossiele brandstoffen naar de EU te kunnen exporteren. De Russische rederij Sovcomflot zou al begonnen zijn een deel van haar vloot over te dragen aan een onderneming die geregistreerd is in de Verenigde Arabische Emiraten. De EU heeft Sovcomflot gesanctioneerd, maar de rederij kan dankzij deze truc handel blijven drijven.
Vooraanstaande managers van Sovcomflot staan in openbare registers vermeld als bestuurders van de onderneming Sun Ship Management. Die onderneming heeft de afgelopen maand al 39 transporten uitgevoerd, met een capaciteit van 3,2 miljoen ton. Zeven van die verschepingen hadden een haven in de EU als bestemming.
Rusland verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan export
Ondanks de EU-sancties blijft Rusland dus enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen exporteren. De totale exportcapaciteit is vorig jaar nauwelijks afgenomen, maar tankers uit Russische havens gaan de laatste tijd vaker naar China, India en Turkije in plaats van naar Europa. Waar hun ladingen uiteindelijk terechtkomen, is moeilijk te traceren.
De EU heeft naast het exportverbod ook een prijsplafond ingevoerd. In januari publiceerde het Centre for Research on Energy and Clean Air een onderzoek waaruit blijkt dat de wereldmarktprijzen van olie en gas weer aanzienlijk zijn gedaald als gevolg van die maatregel. Maar Rusland verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan export.
Het probleem is volgens deskundigen dat China, India en Turkije, de nieuwe handelspartners van Rusland, zich niet aan dat prijsplafond houden. Bovendien ligt het plafond van 56 euro hoger dan de gemiddelde prijs van Russische ruwe olie. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky noemt de regeling dan ook ‘zwak’. Samen met Polen en de Baltische staten heeft hij voor een aanzienlijk lager plafond gepleit.
Een groep wetenschappers heeft een plan voorgesteld om stofdeeltjes van de maan de ruimte in te schieten om op die manier de zonnestralen van de aarde af te buigen. Dit zou een mogelijke oplossing zijn voor de klimaatopwarming, schrijft The Guardian.
Het schijnbaar bizarre concept, dat in een nieuw onderzoek wordt uiteengezet, houdt in dat in de ruimte een ‘zonneschild’ wordt gecreëerd. Dat moet gebeuren door miljoenen tonnen stof van de maan te delven en het vervolgens ‘met een ballistisch apparaat’ naar een punt in de ruimte te schieten op ongeveer een miljoen kilometer van de aarde, waar de zwevende stofkorrels het inkomende zonlicht gedeeltelijk zouden blokkeren.
Er moeten ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten worden om een zonneschild in stand te houden
Om dit project uit te voeren moet er heel wat gebeuren. Zo zou er ergens tussen de zon en de aarde een nieuw ruimtestation moeten komen om ‘stofhopen in goede banen te leiden zodat ze zo lang mogelijk het zonlicht kunnen afschermen’, aldus een onderzoeker, geciteerd door de Britse krant. Ook zouden er ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten moeten worden om dit zonneschild in stand te houden.
Niet iedereen ziet echter brood in dit idee. Volgens Frank Biermann, professor Global Sustainability Governance aan de Universiteit Utrecht, kan het geen oplossing zijn voor het klimaatprobleem. ‘Wat we nodig hebben, is een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waarvoor snelle technologische vooruitgang en sociaaleconomische veranderingen nodig zijn. De maan afgraven is niet de oplossing’, citeert The Guardian. Ook zou het plan de aandacht afleiden van het werkelijke probleem: het verbranden van fossiele brandstoffen.
Een groeiende groep van rijke erfgenamen geeft uit schuldgevoel hun familiekapitaal weg aan goede doelen. Vaak omdat het is verdiend met slavernij of olie, of afkomstig van ouders die niet naar hen omkeken. ‘Dat geld is niet van mij, maar van de planeet.’
Het levensverhaal van Morgan Curtis is de Amerikaanse Droom in omgekeerde volgorde. Haar over-over-overgrootvader was bankier in New York aan het begin van de negentiende eeuw. Hij investeerde in spoorwegen, zijn broer investeerde in Centraal-Amerikaanse mijnen. Het familievermogen groeide in de loop der generaties, en Curtis’ vader deed er nog een schepje bovenop met zijn inkomen als managementconsultant voor ‘grote’ bedrijven. Natuurlijk had Curtis een gouden jeugd: opgeleid aan privéscholen in West-Londen, jaarlijks op skivakantie in Zwitserland, haar eigen pony. Maar vandaag woont ze, dertig jaar oud, op een boerderij in Californië met veertig anderen. Ze leeft van 25.000 dollar, zo’n 24.000 euro, per jaar.
Dat komt niet doordat Curtis haar geld op een onverstandige manier investeerde, of het familiekapitaal erdoorheen heeft gejaagd in Las Vegas. Ze heeft ervoor gekozen om afstand te doen van 100 procent van haar erfenis en 50 procent van het inkomen dat ze als coach verdient, door het te ‘herverdelen‘ over sociale volksbewegingen, zwarte bevrijdingsorganisaties, inheemse landprojecten en klimaatactivisten. Ze maakt zelfs een openbaar toegankelijke, kleur-gecodeerde spreadsheet van haar jaarlijkse donaties.
De bankiervoorouder van Curtis begon namelijk niet met niets – en ze beseft maar al te goed dat wat de Amerikaanse Droom is voor de een, een Amerikaanse nachtmerrie is voor de ander. De vader van haar bankierende voorvader bezat een katoenfabriek in New York die volgens haar ‘niet los kan worden gezien van plantagearbeid’, terwijl de grootvader van haar grootmoeder een 4450 hectare grote suikerplantage in Cuba bezat. ‘Mijn voorouders hebben schadelijke en immorele keuzes gemaakt door deel te nemen aan slavernij en kolonisatie’, zegt ze, ‘en daarom zie ik dit geld als niet van mij, maar als behorend tot die gemeenschappen waarvan het land en de arbeid zijn gestolen.’
‘De grote vermogensoverdracht’
We staan aan het begin van een fenomeen dat de bijnaam ‘De grote vermogensoverdracht’ heeft gekregen. Volgens financiële dienstverlener Sanlam zullen millennials in de komende tien jaar 327 miljard pond, ruim 380 miljard euro, van hun ouders erven. Het probleem is dat niet iedereen dit geld wil hebben. Een kleine, maar schijnbaar groeiende groep jongeren voelt zich schuldig en schaamt zich voor deze erfenissen. Als reactie gaan sommigen in therapie, sommigen zoeken het in drugs en weer anderen zetten zich in voor sociale verandering. Vorig jaar maakte een man de fout om het op Twitter te zoeken.
‘Een paar dagen geleden nam ik een halve dosis LSD’, begon hij een draadje op het sociale kanaal. Het bericht kreeg veel meer reactis dan likes of retweets, wat meestal een teken is dat er iets controversieels is gezegd. In zesendertig tweets onthulde de man dat hij het zijn moeder ‘kwalijk nam’ dat ze hem 100.000 dollar had geschonken. Dit was hoe het hoorde te gaan: ‘Je verricht arbeid, krijgt een eerlijk loon voor je arbeid en zo verdien je het recht om te bestaan en deel uit te maken van de samenleving.’ Dat dat nooit op hem van toepassing was geweest, besefte hij door de LSD en maakte dat hij zich ‘schuldig’ voelde.
Er volgden duizenden min of meer unanieme antwoorden: ten eerste kreeg de man te horen dat hij beter om zich heen moest kijken en moest beseffen tegen wie hij het had en ten tweede volgde er een stroom van variaties op de reactie ‘Als je je geld haat, geef het dan aan mij‘. Hoe dan ook bood de Twitter-draad een zeldzaam inzicht in de geest van een rijke met schuldgevoel.
‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing’
‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing,’ zegt Robert Batt, oprichter van het Recovery Centre, een kliniek in Londen voor geestelijke gezondheidszorg gericht op rijke cliënten. ‘En dan niet verwaarlozing in de zin van een kind dat geen eten krijgt.’ Batt vertelt over een tiener die zichzelf begon te verwonden na een moeilijke dag op school. ‘Ze gaat terug naar het grote huis in Belgravia en er is niemand thuis. Er is waarschijnlijk wel ergens een huishoudster, maar geen gezinslid… Het is misschien vreemd om dat verwaarlozing te noemen, maar ik denk dat het emotioneel toch echt als zodanig geldt.’ Sinds de jaren negentig stelde Suniya S. Luthar, expert in kinderontwikkeling, herhaaldelijk vast dat drank- en drugsgebruik, angst en depressie in verhoogde mate aanwezig zijn bij kinderen aan beide uiteinden van het sociaaleconomische spectrum.
Batt zelf werd op vijfjarige leeftijd, toen zijn vader stierf, lord van achttien dorpen in Norfolk. Op vijftienjarige leeftijd was hij een ‘lastpost’ die ‘eigenlijk niets met mijn leven deed behalve geld uitgeven en chaos veroorzaken’. Hij raakte verslaafd aan cocaïne, alcohol en winkelen. ‘Al die verantwoordelijkheid, die rijkdom en die geschiedenis, het leidde tot verval, wanhoop en ellende,’ zegt hij. Hij vindt het verontrustend wanneer gezinnen zich richten op ‘bescherming van de rijkdom en niet van het kind’.
Is het dan verwonderlijk dat sommige kinderen een afkeer van geld krijgen? ‘Ik heb net een sessie gehad met de kleindochter van een van de rijkste mensen ter wereld,’ zegt Batt, ‘en ze is gewoon niet geïnteresseerd in het geld. Ze zei: “Het hoort niet bij me, het heeft nooit bij me gehoord.” Ik hou daarvan, ik vind het geweldig – maar het is vrij zeldzaam.’
Rijken met schuldgevoel
Toch groeit het aantal rijken met schuldgevoel, althans, meer spreken zich uit. MacKenzie Scott, de ex-vrouw van ’s werelds op een na rijkste man, Jeff Bezos, heeft de afgelopen twee jaar 12 miljard dollar aan non-profitorganisaties geschonken. ‘Zoals velen heb ik de eerste helft van 2020 met een mengeling van hartzeer en afschuw gadegeslagen,’ schreef Scott in een blogpost in juli van dat jaar. Ze voegde eraan toe dat ze hoopte dat ‘mensen die door de recente gebeurtenissen in de problemen zijn gekomen, nieuwe verbanden zullen leggen tussen privileges die ze hebben genoten en de voordelen die ze altijd als vanzelfsprekend beschouwden’. Abigail Disney, wier familie geen introductie behoeft, verkondigde dat ze ervoor heeft gekozen om geen miljardair te zijn. En als het aan haar lag zou er een wereldwijd verbod op privéjets komen.
Resource Generation is een gemeenschap van de rijkste achttien- tot vijfendertig-jarigen in Amerika die zich ‘inzetten voor een rechtvaardige verdeling van rijkdom, land en macht’. Opgericht in de jaren negentig, heeft de organisatie recent een snelle groei doorgemaakt, resulterend in 65 procent meer leden in 2021 dan in 2019. Vorig jaar hebben meer dan 800 leden toegezegd om 100 miljoen dollar te geven aan bewegingen voor sociale rechtvaardigheid. De Britse tegenhanger van de organisatie, Resource Justice, werd in 2018 opgericht. Een van de oprichters ervan, de eenendertigjarige Leonie Taylor uit Londen, is dochter van een man die zijn miljoenen met olie verdiende.
‘Er is sprake van een oprecht schuldgevoel dat voortkomt uit het daadwerkelijk profiteren van een daadwerkelijk onrechtvaardig systeem,’ aldus Taylor. ‘Ik beschouw dat geld niet als mijn geld, maar als van de planeet.’ Resource Justice verzorgt het zes maanden durende programma Praxis. Daarin leren rijken over ongelijkheid en kunnen ze hun persoonlijke verhalen delen. ‘Het helpt mensen om in actie te komen in plaats van zich te verbergen en zich schuldig en beschaamd te voelen,’ zegt Taylor.
‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd’
Natuurlijk staat niet iedereen te trappelen om zich in te schrijven. Taylor kreeg tegenwerking van mensen met een ‘meer rechtse blik’. Curtis, de millennial die 100 procent van haar erfenis doneert, verdient de kost met het coachen van mensen met geërfd vermogen, door hen te helpen research naar hun voorouders te doen en plannen over herverdeling te maken. Ze heeft twee broers; een van hen ziet ook af van zijn erfenis.
Curtis werd zich voor het eerst bewust van haar privilege toen ze acht jaar oud was, en haar familie een tweede huis kocht op het Isle of Wight. ‘Ik kreeg het gevoel dat we anders waren,’ zegt Curtis. In haar tienerjaren nam een goede vriendin een baantje om haar moeder te kunnen helpen met de huur. ‘Voor mij was dat “O, wow”. Ik hoefde er nooit aan te denken dat ik ons gezin zou moeten onderhouden.’
Rond dezelfde tijd werd Curtis klimaatbewust. Ze las in een tijdschrift over de Canadese teerzanden –olievelden groter dan Engeland –, was geschokt en sprak haar vader erover aan. Hij zei: ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd.’
Schaamte
Later, toen ze milieutechniek studeerde aan Dartmouth College, begon Curtis een campagne om de universiteit te bewegen aandelen in Chevron en Exxon af te stoten. Toen kreeg ze de schok van haar leven. Ze verkocht haar auto en haar vader zei dat ze het geld mocht houden als ze het in aandelen zou beleggen. In de hoop bedrijven in zonnepanelen te kunnen helpen, wilde ze een beleggingsrekening openen, om er vervolgens achter te komen dat ze er al een had. Er stond 350.000 dollar op haar naam, geïnvesteerd in ‘precies die bedrijven waartegen ik campagne voerde’.
‘Ik voelde schuld, schaamte, woede… en een vurig verlangen om dat te veranderen,’ zegt Curtis. Haar geld vermeerderde zich tot 600.000 dollar voordat ze in 2020 volledige zeggenschap kreeg en sindsdien heeft ze twee derde ervan herverdeeld. Ze schreef een gedicht getiteld ‘On Shame’. Daarin staat onder meer: ‘Misschien heb jij, net als ik, een voorouder / waar je je te erg voor schaamt om er zelfs maar over te spreken.’ En later: ‘Waar we ons het meest voor schamen / is niet voor wat zij deden / maar wat wij nog moeten doen.’
Voor Curtis en Taylor was het gevoel van schuld een nuttige emotie die hen bewoog tot actie. Maar zo werkt het niet altijd. Stephen is een millennial die 750.000 dollar erfde van een grootvader die in de farmaceutische industrie en onroerend goed werkte. Sinds zijn grootvader tien jaar geleden overleed is dat kapitaal aangegroeid tot 2 miljoen dollar.
‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is’
‘Mijn grootste schuldgevoel komt eruit voort dat ik andere mensen zie worstelen en dat ze fulltime moet werken,’ aldus Stephen – niet zijn echte naam. Vanwege de erfenis kostte het hem moeite werk te blijven doen waar hij voldoening uit kreeg, totdat hij in het buitenland werk vond als leraar Engels.
Toch zegt Stephen dat schuldgevoel hem ‘niet noodzakelijkerwijs aanzet tot actie, zoals een hoop geld doneren. In plaats daarvan motiveert het hem om wat meer uren te werken, omdat andere mensen dat ook doen. Hij zegt dat gesprekken met een therapeut zijn gevoel van eigenwaarde hebben vergroot, wat op zijn beurt zijn perspectief heeft veranderd. ‘Het heeft geholpen om de schuldgevoelens te verminderen,’ zegt hij. ‘Ze heeft me echt geholpen om in te zien dat ik kan leven zoals ik wil en niet per se hoef toe te geven aan de sociale druk dit geld te gebruiken voor het welzijn van iedereen. Ik kan het nu echt gebruiken om de dingen te bereiken die ik wil bereiken.’ Stephen zou in de toekomst graag liefdadigheidswerk willen doen en zegt daarover: ‘Voordat je anderen kunt helpen moet je eerst leren jezelf te helpen.’
Scepsis
Rachel Sherman is sociologe en auteur van Uneasy Street: The Anxieties of Affluence. Ze werkt momenteel aan een boek over rijke mensen die het systeem proberen te veranderen dat hen bevoordeelt. Sherman: ’De scepsis bestaat dat het hier alleen maar om woke gedrag zou gaan; dat de bewering te balen van je geld een andere vorm van statusgedrag is. Maar, voegt ze eraan toe: ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is.’ Sherman is ervan overtuigd dat ‘deze gevoelens politiek cruciaal zijn’ en dat verandering mogelijk is als de rijken er openlijk over praten.
Curtis woont nu in een commune die zichzelf omschrijft als een ‘intergenerationeel, interraciaal, interreligieus’ collectief dat boerderijen runt en activistische workshops leidt. ‘Ik hou van mijn leven. Het is rijk aan betekenis en heeft een doel,’ zegt ze. ‘Ik koop niet veel en ik ga niet op luxe vakanties, maar ik heb niet het gevoel dat ik meer wil of meer nodig heb.’ Ik opper dat dit komt omdat ze het allemaal al heeft gehad.
‘Absoluut,’ zegt ze, ‘ik denk dat ikzelf en anderen die uit rijke gezinnen komen zien dat je wanneer je naar een vijfsterrenhotel kunt gaan nog niet automatisch een gelukkige gezinsvakantie hebt. Onze voldoening in het leven, en ons gevoel van geluk, komt meer voort uit onze relaties en de kwaliteit ervan, dan uit de kwaliteit van de spullen die ons omgeven.’
Europese Commissie wil 210 miljard euro extra uittrekken
De Europese Unie heeft woensdag een plan voor energieonafhankelijkheid gepresenteerd. De EU plant een ‘enorme’ toename van zonne- en windenergie, en een kortetermijnstimulans voor steenkool, om zo snel mogelijk een einde te maken aan haar afhankelijkheid van Russische olie en gas, aldus The Guardian. In het plan dat de Europese Commissie gisteren bekendmaakte, zei ze dat de EU de komende vijf jaar 210 miljard euro extra moet vrijmaken om het afbouwen van Russische fossiele brandstoffen te financieren en om de overschakeling op groene energie te versnellen.
De Europese Commissie wil dat in 2030 45 procent van de energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt
‘Opgesteld als reactie op de Russische invasie in Oekraïne en het daaropvolgende debat over Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas, is het plan een aanscherping van de Green Deal van de EU, het vlaggenschip van het Europees beleid om de klimaatcrisis aan te pakken,’ aldus TheGuardian.
De Europese Commissie wil dat tegen 2030 45 procent van de Europese energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt, wat de Britse krant omschrijft als ‘een stap vooruit ten opzichte van de huidige doelstelling van 40 procent, die minder dan een jaar geleden werd voorgesteld’.
Democratieën boeken meer vooruitgang in de strijd tegen klimaatverandering dan autocratieën. Maar desinvesteringscampagnes kunnen ook de meest recalcitrante politiek leiders onder druk zetten.
Op het eerste gezicht leek de klimmaattop van afgelopen herfst in Glasgow veel op zijn vijfentwintig voorgangers. Er waren:
een conferentiezaal ter grootte van een vliegdekschip waar breed werd uitgepakt door dubieuze partijen (zoals een gigantisch paviljoen van de Saoedi’s waar een ‘agenda voor een circulaire koolstofeconomie’ werd gepromoot);
eskaders van afgevaardigden die zich continu naar geheimzinnige sessies spoedden waar gepronkt werd met de resultaten van allerhande internationale milieubeschermingsprogramma’s, terwijl de echte onderhandelingen in een paar achterkamertjes plaatsvonden;
oprechte betogers met uitstekende protestborden (‘De verkeerde Amazon brandt af’).
Maar terwijl ik door de zalen en de omliggende straten dwaalde, viel me opnieuw op hoeveel er was veranderd sinds de laatste grote milieuconferentie in Parijs in 2015, en niet alleen omdat de CO2-niveaus en de temperaturen almaar hoger waren geworden.
De grootste verandering betrof het politieke klimaat. In die paar jaar leek de wereld een sterke ommezwaai te hebben gemaakt van democratie naar autocratie, wat onze mogelijkheden om de klimaatcrisis te lijf te gaan dramatisch heeft beperkt. Allerlei oligarchen hadden de macht gegrepen en gebruikten die om de status quo te handhaven; de hele bijeenkomst had iets Potemkinachtigs, alsof iedereen zinnen uit een scenario opzei dat de feitelijke politieke situatie van de planeet niet langer weerspiegelde.
Nu we hebben gezien hoe Rusland een oliegestookte invasie in Oekraïne heeft ondernomen worden we eens te meer met onze neus op deze trend gedrukt, maar Poetin is lang niet het enige geval. Hier volgen nog wat voorbeelden.
‘Alleen God…’
In 2015 in Parijs stond de Braziliaanse delegatie onder leiding van Dilma Roussef van de Arbeiderspartij, die een grote rol had gespeeld bij de beperking van de ontbossing van het Amazonegebied. In sommige opzichten kon Brazilië claimen dat het meer had gedaan om de klimaatschade te beperken dan enig ander land, simpelweg door de houtkap af te remmen. Maar in 2021 had Jair Bolsonaro de leiding, het hoofd van een regering die opkwam voor elke grote veeboer en mahoniestroper in het land. Als mensen zo begaan waren met het klimaat, zei hij, dan konden ze minder eten en ‘om de dag poepen’. En als ze zo begaan waren met de democratie, dan konden ze… de gevangenis in. ‘Alleen God kan me het presidentschap ontnemen,’ verkondigt hij in aanloop naar de verkiezingen dit jaar.
Of neem India, dat gezien de verwachte toename van zijn energieverbruik misschien wel het land is waar het allemaal om draait en dat de Indiase Greta Thunberg zelfs een visum had geweigerd om de conferentie bij te wonen. (In elk geval zat Disha Ravi niet langer in de gevangenis.)
Of Rusland (waarover straks meer) of China; tien jaar geleden konden we, zij het enigszins voorzichtig en niet geheel risicoloos, nog klimaatbetogingen in Beijing houden. Dat laat je nu wel uit je hoofd.
Of, natuurlijk, de VS, waarvan de ernstige democratische gebreken lange tijd de klimaatonderhandelingen hebben gehinderd. Dat we het moeten doen met een systeem van vrijwillige toezeggingen in plaats van een bindende wereldwijde overeenkomst komt doordat de wereld uiteindelijk doorkreeg dat er nooit 66 stemmen in de Amerikaanse Senaat te vinden zouden zijn voor een echt verdrag.
Die andere Joe
Joe Biden had verwacht bij de gesprekken te arriveren met het Build Back Better-investeringsplan in zijn achterzak, dat op tafel te gooien en tegen de Chinezen op te bieden, maar die andere Joe, Joe Manchin uit West Virginia, de grootste individuele ontvanger van fossielebrandstofgelden in Washington DC, stak daar een stokje voor. In plaats daarvan verscheen Biden met lege handen en liepen de gesprekken uit op een zeperd.
De bevolking snakt naar actie tegen klimaatverandering
En dus stonden we oog in oog met een wereld waarvan de bevolking snakte naar actie tegen klimaatverandering, maar waarvan de systemen daarin niet voorzagen. In 2021 hield het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) een opmerkelijke wereldwijde opiniepeiling, waarbij de vragen via videogamenetwerken werden gesteld om ook mensen te bereiken die niet zo snel reageren op traditionele enquêtes. Zelfs tijdens de covidpandemie noemde 64 procent van de respondenten de klimaatverandering een ‘wereldwijde noodtoestand’ en drongen ze aan op een ‘veelomvattend klimaatbeleid dat verder gaat dan het huidige gefröbel’. Volgens UNDP-directeur Achim Steiner ‘laten de uitslagen van de enquête duidelijk zien dat acute klimaatactie overal te wereld brede steun geniet, ongeacht nationaliteit, leeftijd, geslacht of opleidingsniveau’.
Het ironische is dat sommige milieubeschermers zo nu en dan naar minder democratie hebben verlangd, niet naar meer. Natuurlijk, als er overal alleen maar sterke mannen aan de macht waren, dan konden die gewoon de moeilijke beslissingen nemen en ons op het rechte pad brengen, zonder dat we last hadden van de voortdurende grillen van verkiezingen, lobbyisten en plaatselijke overheden.
Verkeerd
Maar dit is om minstens één morele reden verkeerd: sterke mannen die in staat zijn onmiddellijk tegen de klimaatcrisis in actie te komen zijn ook in staat op veel andere gebieden onmiddellijk in actie te komen, waarvan de bevolking van Xinjiang en die van Tibet zouden kunnen meepraten als ze hun mond mochten opendoen. Het is ook verkeerd om een aantal praktische redenen.
Die praktische redenen beginnen met het feit dat autocraten rekening moeten houden met gevestigde belangen. Modi maakte tijdens zijn campagne om premier van de grootste democratie ter wereld te worden gebruik van de zakenjet van Adani, het grootste steenkolenbedrijf van het subcontinent. En reken maar dat er een fossiele lobby in China is; die vertelt Xi op ditzelfde moment dat economische groei afhankelijk is van meer steenkool.
Autocraten zijn vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen
Daar komt bij dat autocraten vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen zijn. Olie en gas zijn geconcentreerd op een paar plekken op de wereld, en daarom krijgen de mensen die erbovenop wonen of die plekken op een andere manier in hun greep hebben enorme hoeveelheden onterechte en ongebreidelde macht.
Boris Johnson was kortgeleden in Saoedi-Arabië om wat koolwaterstoffen te ritselen, de dag nadat de koning 81 mensen die hem niet aanstonden had laten onthoofden. Zou iemand ook maar enige aandacht aan de Saoedische koninklijke familie besteden als ze geen olie bezaten? Nee. Net zomin als dat de gebroeders Koch de Amerikaanse politiek zouden hebben kunnen domineren op grond van hun ideeën; toen David Koch in 1980 een libertaire gooi naar het Witte Huis deed kreeg hij bijna geen stemmen. Dus besloten hij en zijn broer Charles van hun inkomsten als Amerika’s grootste olie- en gasbaronnen de Republikeinse Partij op te kopen, en de rest is (disfunctionele) politieke geschiedenis.
Het behoeft nauwelijks betoog dat het opvallendste voorbeeld van dit fenomeen Vladimir Poetin is, een man wiens macht vrijwel geheel berust op de productie van spul dat je kunt verbranden. Als ik door mijn huis loop, vind ik volop elektronica uit China, textiel uit India, allerlei spullen uit de EU, maar niets waar ‘made in Russia’ op staat. Zestig procent van de export waarmee hij zijn leger bekostigt is afkomstig van olie en gas, en al het politieke machtsvertoon waardoor het Westen zich laat koeioneren vloeit voort uit het feit dat hij de gaskraan in handen heeft. Hij en zijn afschuwelijke oorlog zijn het product van fossiele brandstoffen, en zijn belangen in fossiele brandstoffen hebben de rest van de wereld in belangrijke mate gecorrumpeerd.
Despotisme
Laten we niet vergeten dat Donald Trumps eerste minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, drager is van de Orde van Vriendschap, persoonlijk op zijn revers gespeld door Poetin als dank voor de enorme investeringen die Tillersons bedrijf (lees: Exxon) in het noordpoolgebied heeft gedaan, een regio die inmiddels rijp is voor exploitatie omdat hij, eh, is gesmolten. En die jongens laten elkaar niet barsten: het is volkomen logisch dat toen Coca-Cola, Pepsi, Starbucks en Amazon Rusland vorige maand verlieten, Koch Industries bekendmaakte dat ze bleven waar ze waren. Het familiebedrijf is tenslotte begonnen met het bouwen van raffinaderijen voor Stalin.
Je kunt ook zeggen dat koolwaterstoffen van nature goed samengaan met despotisme omdat ze over een grote energiedichtheid beschikken en daarom erg waardevol zijn; geografisch en geologisch gezien is de doorvoer ervan relatief gemakkelijk. Eén pijpleiding, één olieterminal volstaan.
Zon en wind zijn veel democratischer: die zijn overal beschikbaar en diffuus
Terwijl zon en wind in dit opzicht veel democratischer zijn: die zijn overal beschikbaar en diffuus in plaats van geconcentreerd. Ik kan geen olieput in mijn achtertuin hebben omdat daar, zoals in bijna alle achtertuinen, geen olie zit. En zelfs als er een olieput was, zou ik wat ik oppompte aan een raffinadeur moeten verkopen, en aangezien ik Amerikaan ben, zou dat vermoedelijk een bedrijf van Koch zijn. Maar wel kan ik een zonnepaneel op mijn dak hebben (en dat heb ik ook); mijn vrouw en ik runnen onze eigen minuscule oligarchie, geïsoleerd van de marktkrachten die de Poetins en de Kochs ontketenen en exploiteren. De kosten van zonne-energie zijn dit jaar niet gestegen, en zullen dat volgend jaar ook niet doen.
Vuistregel
Een vuistregel is dat gebieden met de gezondste democratieën die het minst worden gegijzeld door gevestigde belangen het succesvolst zijn in de strijd tegen klimaatverandering. Kijk wereldwijd maar naar IJsland of Costa Rica, in Europa naar Finland en Spanje, in de VS naar Californië en New York. Dus milieuactivisten moeten zorgen dat ze voor functionerende democratische staten werken, waar een werkzame toekomst belangrijker is dan gevestigde belangen, ideologie en persoonlijk leengoed.
Maar gezien de fysische tijdsbeperkingen – de alom aanwezige noodzaak om snel actie te ondernemen – kan dat niet de hele strategie zijn. De activisten zijn misschien wel een beetje te veel gefocust geweest op de politiek als bron van verandering en hebben onvoldoende oog gehad voor dat andere machtscentrum in onze beschaving: geld.
Als we de financiële reuzen van deze wereld er op een of andere manier toe zouden kunnen overhalen of dwingen om te veranderen, zou dat ook tot snelle vooruitgang leiden. Misschien nog wel snellere, omdat een hoog tempo eerder het kenmerk van de beursvloer is dan van een parlement.
En hier is de situatie een klein beetje rooskleuriger. Neem mijn eigen land. De politieke macht heeft zich in de meest Republikeinse, meest corrupte delen van Amerika gevestigd. De senatoren die relatief gesproken een handjevol mensen in dunbevolkte staten in het westen vertegenwoordigen zijn in staat ons politieke leven lam te leggen, en die senatoren staan bijna allemaal op de loonlijst van grote oliemaatschappijen. Maar het geld dat is vergaard in de Democratische delen waar op Biden wordt gestemd, is goed voor zeventig procent van de economie.
Dat is één reden waarom sommigen van ons zo hard hebben gewerkt aan campagnes voor bijvoorbeeld desinvestering in fossiele brandstoffen; we hebben grote overwinningen geboekt bij pensioenfondsen in New York en het onmetelijke universiteitssysteem van Californië, zodat we de grote oliemaatschappijen flink onder druk hebben kunnen zetten. Nu doen we hetzelfde met de grote banken die de financiële levensader van de olie-industrie vormen. We beseffen heel goed dat we Montana of Mississippi misschien nooit aan onze kant zullen krijgen, dus kunnen we beter een paar oplossingen bedenken die daar niet van afhankelijk zijn.
Wereldwijd
Hetzelfde geldt wereldwijd. We zullen misschien niet in staat zijn onze zaak in Beijing of Moskou te bepleiten, en ook in Delhi lukt dat steeds minder. Alleen al om die reden is het nuttig dat de geldpotten in Manhattan, in Londen, in Frankfurt en in Tokio blijven. Daar kunnen we tenminste nog wat lawaai maken.
En het zijn plekken waar een reële kans bestaat dat dat lawaai wordt gehoord. Regeringen zijn geneigd mensen te bevoordelen die hun fortuin al hebben gemaakt, industrieën die al bloeien: zij hebben werknemers die en bloc naar de stembus gaan, en zij kunnen zich het smeergeld veroorloven. Maar investeerders gaat het om bedrijven die hierna geld zullen verdienen. Daarom is Tesla op de beurs veel meer waard dan General Motors, zij het niet in de zalen van het Amerikaanse Congres.
Als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan
Bovendien, als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan. Als bijvoorbeeld Chase Bank, momenteel de grootste geldschieter ter wereld van de fossiele-brandstofindustrie, dit jaar zou aankondigen dat die steun in hoog tempo zal worden afgebouwd, dan zou dat nieuws zich binnen enkele uren naar alle aandelenbeurzen verspreiden. Daarom vonden sommigen van ons het de moeite waard om steeds grotere campagnes tegen deze financiële instellingen te lanceren, en zich vanuit hun lobby’s naar de gevangenis te laten afvoeren.
De wereld van het geld is minstens even onevenwichtig en oneerlijk als de wereld van de politieke macht, maar op zo’n manier dat milieuactivisten er iets gemakkelijker vooruitgang kunnen boeken.
Groteske oorlog
Poetins groteske oorlog is misschien de plek waar sommige van deze losse draden bij elkaar komen. Het is een illustratie van de manier waarop fossiele brandstof autocratie in de hand werkt, en van de macht die autocraten ontlenen aan de controle over schaarse middelen. Het heeft ons ook laten zien dat de macht van financiële systemen de meest recalcitrante politieke leiders onder druk kan zetten: Rusland wordt op een systematische en effectieve manier afgestraft door banken en bedrijven, al zouden die nog veel meer kunnen doen, zoals mijn Oekraïense collega Svitlana Romanco en ik kortgeleden hebben betoogd. Ook kan de schok van de oorlog de vastbeslotenheid en eensgezindheid van de resterende democratieën op de wereld versterken en, zo mogen we hopen, de aantrekkingskracht van aspirant-despoten als Donald Trump verminderen.
Maar we hebben jaren, geen decennia, om de klimaatcrisis tot op zekere hoogte een halt toe te roepen. Momenten als dit zullen we niet meer krijgen. De dappere bevolking van Oekraïne vecht misschien wel voor meer dan ze zelf beseft.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.