Onderwerpen: Bedrijf

  • Meta schrapt achtduizend banen om hoge investeringen in AI te compenseren

    Meta schrapt achtduizend banen om hoge investeringen in AI te compenseren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS willen Rusland uitnodigen voor de G20-top in december in Miami

    » Topuitgeverij Rusland onder druk om ‘lhbt-literatuur’

    Het bedrijf schrapt ook zesduizend openstaande vacatures

    Meta heeft donderdag aan zijn werknemers bekendgemaakt dat het bedrijf 10 procent van zijn personeelsbestand, oftewel ongeveer achtduizend banen, zal inkrimpen ‘om de efficiëntie te verhogen en de hoge uitgaven aan kunstmatige intelligentie (AI) te compenseren’, aldus Bloomberg. Het moederbedrijf van Facebook, WhatsApp en Instagram schrapt ook zesduizend openstaande vacatures.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De beslissing werd bekendgemaakt in een interne memo, waarin werd gespecificeerd dat de ontslagen op 20 mei ingaan. ‘Andere techreuzen voeren personeelsreducties door als reactie op de sterk stijgende uitgaven aan AI’, merkt het zakenmedium op. Microsoft bijvoorbeeld presenteerde donderdag een vrijwillig vertrekplan ‘voor duizenden werknemers in de Verenigde Staten’.

  • Softwarebedrijf Oracle overspoeld door massale ontslaggolf

    Softwarebedrijf Oracle overspoeld door massale ontslaggolf

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: twee federale rechters fluiten president Trump terug

    » Xi Jinping nodigt Taiwanese oppositieleider uit voor een bezoek aan China

    De aandelenkoers is dit jaar met 25 procent gedaald

    De New York Post omschrijft de ontslaggolf als een ‘bloedbad‘. Dinsdagmorgen om 6 uur ontvingen duizenden werknemers een e-mail met het bericht dat ze op straat waren gezet, zo meldt de tabloid. ‘We hebben besloten uw functie te schrappen vanwege organisatorische veranderingen. Vandaag is daarom uw laatste werkdag‘, stond er in de e-mail.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het exacte aantal ontslagen werknemers is niet bekendgemaakt. Oracle had afgelopen mei 162.000 werknemers in dienst. Het softwarebedrijf is een belangrijke speler in de technologiesector, maar de aandelenkoers is dit jaar met 25 procent gedaald, ondanks de miljarden dollars die het investeert in kunstmatige intelligentie.

  • BYD onttroont Tesla als grootste EV-fabrikant ter wereld

    BYD onttroont Tesla als grootste EV-fabrikant ter wereld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexico: twee doden bij aardbeving met magnitude 6,5

    » Berlijn getroffen door een massale stroomstoring

    BYD verkocht in 2025 2,26 miljoen elektrische voertuigen

    Tesla moest vrijdag zijn titel als ‘s werelds grootste fabrikant van elektrische voertuigen afstaan aan het Chinese bedrijf BYD, merkt Wired op. ‘In tegenstelling tot [Tesla-CEO] Elon Musk en zijn lange lijst van gebroken beloftes, liegen de cijfers niet’, grapt de website.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Chinese groep verkocht in 2025 wereldwijd 2,26 miljoen elektrische voertuigen (tegenover 1,76 miljoen in 2024), aanzienlijk meer dan zijn Amerikaanse concurrent, die er slechts 1,64 miljoen verkocht. Een jaar eerder waren dat er nog 1,79 miljoen. ‘De waarschuwingssignalen waren er al een tijdje, aangezien BYD de verkoopcijfers van Tesla in Europa in 2025 meerdere keren overtrof’, aldus Wired.

  • Beurswaarde van Nvidia passeert de grens van 5 biljoen dollar

    Beurswaarde van Nvidia passeert de grens van 5 biljoen dollar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Fles met briefjes uit WO I spoelt na meer dan een eeuw aan in Australië

    » Soedan: RSF richten bloedbad aan in kraamkliniek in El-Fasher

    Nooit eerder was een bedrijf zoveel geld waard

    De Amerikaanse chipgigant was woensdag het eerste bedrijf ter wereld ooit dat de symbolische drempel van 5 biljoen dollar overschreed, een bewijs van de groeiende vraag naar AI-gerelateerde aandelen. De waardering van het bedrijf is hoger dan die van Tesla, Meta (Facebook) en Netflix samen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Maar de spectaculaire groei van Nvidia is een waarschuwing voor investeerders – van de grootste banken op Wall Street tot kleine aandeelhouders’, waarschuwt The New York Times. ‘De aandelenmarkt wordt steeds afhankelijker van een cluster van techbedrijven die miljardenwinsten genereren en massaal investeren in de ontwikkeling van onbewezen technologie die aanzienlijke rendementen zal moeten opleveren.’

  • Meta ontslaat twintig werknemers wegens het lekken van informatie

    Meta ontslaat twintig werknemers wegens het lekken van informatie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Britse premier Starmer weet Trump gunstiger te stemmen tijdens bezoek aan VS

    » Ethiopische migranten liggen onder het vuur van Saudische grenswachten

    Het moreel bij het bedrijf is de laatste tijd laag

    Het bedrijf Meta beschuldigt de twintig werknemers van het lekken van interne informatie, maar heeft niet publiekelijk verklaard om welke informatie het gaat of aan wie die werd doorgegeven. Andere werknemers zouden hetzelfde lot kunnen ondergaan. Volgens The Verge heeft het Californische bedrijf ‘zijn inspanningen opgevoerd na recente artikelen waarin plannen voor nieuwe producten en interne vergaderingen gedetailleerd worden beschreven’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De website die gespecialiseerd is in technologie wijst erop dat het moreel bij het bedrijf de afgelopen weken niet op zijn hoogst was, met name door de wijziging in het moderatiebeleid die begin januari werd aangekondigd, het einde van diversiteitsprogramma’s in de nasleep van de komst van de Trump-regering en het ontslag van ongeveer drieduizend werknemers die volgens Meta te onproductief waren.

  • Elon Musk en investeerders doen bod om OpenAI over te nemen

    Elon Musk en investeerders doen bod om OpenAI over te nemen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » New York: proces tegen de vermeende aanvaller van Salman Rushdie begonnen

    » Trump ontzegt Palestijnen terugkeerrecht en wil Gaza omtoveren tot luxeoord

    Het aanbod werd door OpenAI al snel afgewezen

    Een consortium van investeerders onder leiding van zakenman Elon Musk maakte maandag bekend dat het 97,4 miljard dollar (ongeveer 94,5 miljard euro) had geboden om de non-profitentiteit die OpenAI bestuurt te kopen, ‘waardoor de inzet in de strijd met Sam Altman over het bedrijf achter ChatGPT hoger werd’, aldus The Wall Street Journal. ‘Het is tijd dat OpenAI weer de open-source, op veiligheid gerichte kracht in dienst van het goede wordt die het ooit was,’ zei Musk in een verklaring. ‘We zullen ervoor zorgen dat dat gebeurt.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sam Altman, de baas van OpenAI, wees dit ongevraagde aanbod snel van de hand. ‘Nee bedankt,’ antwoordde hij op X, ‘maar we kopen Twitter voor 9,74 miljard dollar over als je dat wilt.’ In een Slack-bericht aan medewerkers schreef Altman: ‘De structuur van ons bedrijf maakt het onmogelijk voor wie dan ook om de controle over OpenAI over te nemen. Dit zijn tactieken [van Musk] om te proberen ons te verzwakken omdat we grote vooruitgang boeken.’

    Altman en Musk richtten OpenAI in 2015 samen op als liefdadigheidsinstelling. In 2019, nadat Musk het bedrijf verliet en Altman CEO werd, creëerde OpenAI een dochteronderneming met winstoogmerk die als vehikel diende om geld op te halen bij Microsoft en andere investeerders. Altman is bezig de dochteronderneming om te vormen tot een traditioneel bedrijf en de non-profit te verzelfstandigen, die aandelen zou bezitten in de nieuwe for-profit. Musk heeft meermaals laten merken niet blij met deze gang van zaken te zijn.

  • Indiase magnaat Ratan Tata op 86-jarige leeftijd overleden

    Indiase magnaat Ratan Tata op 86-jarige leeftijd overleden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: orkaan Milton aan land gekomen in Florida

    » Oekraïne vernietigt opnieuw een wapendepot in Rusland

    Hij was de eigenaar van het miljardenbedrijf Tata Group

    Ondernemer en ‘Indiaas icoon’ Ratan Tata, die van zijn familiebedrijf een wereldwijd conglomeraat maakte met een marktkapitalisatie van meer dan 365 miljard dollar, is woensdag op 86-jarige leeftijd overleden, meldde NDTV woensdag.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ratan Tata, een ‘scherpzinnig zakenman en industrieel’, veranderde een ‘verzameling van grotendeels ongelijksoortige, op India gerichte bedrijven’ in een ‘gestroomlijnde en zeer winstgevende kolos met wereldwijde belangen en inkomsten’ in sectoren variërend van telecommunicatie en staal tot voedsel en auto’s, aldus de Indiase zender.

    De Indiase premier Narendra Modi bracht hulde aan de nagedachtenis van een ‘visionair zakelijk leider’, een ‘meelevende ziel’ en een ‘buitengewoon mens’.

  • Volkswagen is van plan fabrieken in Duitsland te sluiten, een primeur

    Volkswagen is van plan fabrieken in Duitsland te sluiten, een primeur

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rechtbank Venezuela vaardigt arrestatiebevel uit tegen oppositiekandidaat Urrutia

    » Poetin veilig en wel aangekomen in Mongolië ondanks arrestatiebevel

    Zo’n 20.000 werknemers dreigen hun baan te verliezen

    De grootste industriële werkgever van het land wil nog enkele miljarden besparen als onderdeel van een kostenbesparingsprogramma, aldus de autofabrikant en zijn ondernemingsraad op maandag. Volgens Volkswagen zijn een grote autofabriek en een productielocatie voor onderdelen in Duitsland verouderd, aldus de ondernemingsraad, die ‘fel verzet’ heeft beloofd tegen de plannen van het management.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Der Spiegel zou dit project een bedreiging kunnen vormen voor zo’n 20.000 werknemers. Volkswagen heeft in zijn 87-jarige geschiedenis nog nooit een fabriek in Duitsland gesloten. Het bedrijf lijdt al maanden onder dalende verkopen, een tanende autosector en groeiende concurrentie van Chinese fabrikanten.

  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • Bedrijven en goed doen gaat zelden samen. Het wordt tijd dat we dat onder ogen zien

    Bedrijven en goed doen gaat zelden samen. Het wordt tijd dat we dat onder ogen zien

    Bedrijven hebben zich verplicht om de wereld te redden. Dat kan alleen maar fout gaan. Het wordt tijd dat ondernemingen een ander doel gaan zoeken, schrijft de Duitse journalist Carsten Lotz.

    Het is altijd raadzaam om achterdochtig te zijn wanneer van een keerpunt wordt gesproken. Vooral als het om een terugkeer gaat. 

    Van een dergelijk keerpunt is nu sprake rondom de ‘purpose’-beweging. Deze beweging heeft verscheidene jaren de economische en maatschappelijke discussie in het bedrijfsleven gedomineerd, waarbij het ging om het afstemmen van de onderneming op een doel (purpose) – idealiter op een goed doel, van welke aard ook. Nu lijkt het erop dat de zakenwereld er genoeg van heeft en zich weer richt op het goede oude (eerlijke?) geldverdienen.

    Is de afstemming op een doel daarbij weer voorbij? Of was er in eerste instantie misschien niet eens sprake van een keerpunt?

    Betrouwbaar en stabiel

    Zakenman Larry Fink ondertekende drie jaar geleden een inmiddels beroemd geworden document, waarin tientallen bedrijfsleiders afstand namen van het idee uitsluitend voor de eigen aandeelhouders te werken. Enkele maanden later schreef hij een niet minder beroemde brief aan de managers van de deelnemers in zijn investeringsfonds Blackrock. Hierin verplicht hij ook de managers van die ondernemingen tot de purpose. Het is de moeite waard die tweede brief nauwkeurig te lezen. Daarin staat een ondanks de vette letter meestal over het hoofd geziene zin: ‘Uiteindelijk is purpose de motor voor winstgevendheid op de lange termijn.’

    Als we deze zin van Fink serieus nemen, dan was het doel altijd al middel tot het doel. Om te begrijpen waarom de purposebeweging desondanks meerdere jaren lang de economische en maatschappelijke discussie kon beheersen, loont het de moeite om wat dieper in de filosofie erachter te graven.

    De ‘purpose’-gedachte viel namelijk op zeer vruchtbare filosofische bodem en werd met opzet (Engels: ‘on purpose’) vervreemd van het doel. Voor Aristoteles was de ‘purpose’ al een van de oorzaken van het bestaan van de dingen. In zijn grote werk Physica presenteert hij vier oorzaken van de dingen: de causa materialis, de causa formalis, de causa efficiens en de causa finalis. Elk ding bestaat dus omdat het uit een bepaalde materie bestaat (bijvoorbeeld metaal), een bepaalde vorm heeft (bijvoorbeeld een sleutel), iemand of iets het deze vorm heeft gegeven (de slotenmaker), en het een doel heeft (het openen van de deur). Dit doel geeft antwoord op de vraag: waar dient het voor? Welk nut heeft het?

    De middeleeuwse scholastiek probeerde aan te tonen dat het doel een prominente rol speelt. Zonder de noodzaak de deur open en dicht te kunnen doen, zou er sleutel noch slot bestaan, en dus ook geen slotenmaker. Dat alles, ook de mens, zijn doel heeft, garandeerde de menselijke waardigheid en de orde van de goddelijke schepping. Het maakte de wereld betrouwbaar en stabiel.

    Verdacht

    Maar met het einde van de goddelijke wereldorde ging ook de purpose verloren. In het kader van de Verlichting werd deze zelfs actief gesloopt. In het filosofische debat van de zeventiende eeuw (Hobbes, Descartes, Spinoza) speelde de causa finalis geen rol meer. En Charles Darwins op toeval en selectie gebaseerde evolutietheorie brak volledig met het idee dat ook maar iets in deze wereld een bedoeling zou hebben. De natuurwetenschappen beschrijven causale samenhangen. Daarin is de vraag naar een doel of bedoeling verdacht.

    Ook moderne stromingen in filosofie en sociologie zoals het (post)structuralisme en de systeemtheorie kunnen het zonder stellen. De beroemde uitspraak van econoom Milton Friedman, ‘The business of business is business’, trekt met zijn tautologie deze trend door naar de economische wereld. Socioloog Niklas Luhmann formuleerde het later abstracter: de economie is een systeem van betalingen dat zichzelf in stand houdt. Het enige doel is het instandhouden van de solvabiliteit.

    Maar in het dagelijks leven worden we voortdurend geconfronteerd met alle mogelijke doelen. Het fornuis dient om te koken, de auto om te rijden en de telefoon was er ooit om te telefoneren. Wij ervaren dat de dingen om ons heen ergens toe dienen. En in onze prestatiemaatschappij baseren we ons gevoel van eigenwaarde op het feit dat we ons nuttig maken. Wat niet (meer) te gebruiken is, wordt weggegooid. Wie niet bruikbaar is, vindt geen baan. Doelen alom. Alleen werd er tot dusver niet van ‘purpose’ gesproken, maar van ‘vraag’.

    Men had in de bedrijven gewoon nog eens goed na kunnen denken over het eigenlijke doel van de onderneming

    De aansporing van Larry Fink zou je heel eenvoudig kunnen lezen als: een onderneming die nergens goed voor is, die geen antwoord is op een maatschappelijke vraag, verliest zijn bestaansrecht en daarmee de mogelijkheid geld te verdienen. Zonder een doel voor de onderneming, een doel dat men bij het aanmelden van een bedrijf in Duitsland zelfs moet aangeven, is er geen uitzicht op winst of waardestijging.

    Men had in de bedrijven gewoon nog eens goed na kunnen denken over het eigenlijke doel van de onderneming. Een businessmodel dat berust op de productie van kankerverwekkende stoffen is duidelijk weinig toekomstbestendig, omdat zulke producten steeds meer verboden zullen worden. Een businessmodel gebaseerd op hernieuwbare energie of vaccins die pandemieën tegengaan, zal daarentegen door veel trends, in technologisch, politiek en maatschappelijk opzicht, gedragen worden. 

    Zingeving

    Maar de purposebal werd binnen de bedrijven niet opgevangen in de afdelingen waar de strategie wordt bepaald, maar in de afdelingen Marketing en Branding. Zij zagen kans om een leemte in de moderne maatschappij op te vullen. Het bedrijfsleven moest ook op zoek naar zin en zingeving. Men schroefde de ‘purpose’ op tot een ‘noble purpose’; een nobel doel. Dat kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Al in 2013 was er een boek verschenen met de titel Selling with Noble Purpose.

    Zelfs wanneer er geen winsten te verdelen vallen, zijn er nog altijd meer dan genoeg purposes.

    De auteur beweert dat de motivatie om iets goeds te doen voor anderen betere verkoopresultaten oplevert dan geldelijke bonussen. Ook in leiderschapsseminars heeft de purposegedachte allang zijn intrede gedaan. Met populaire psychologie en religieus syncretisme worden kleine opwekkingsevenementen georganiseerd voor de managerselite, die met goede voornemens naar huis gaat, tot de eerstvolgende vergadering over de cijfers ze weer met beide benen terugplaatst in de economische realiteit.

    Dat de purposegedachte ook bij de critici van het kapitalisme in vruchtbare aarde viel, is weinig verrassend. Zelfs wanneer er geen winsten te verdelen vallen, zijn er nog altijd meer dan genoeg purposes. En men was genereus.

    Zo genereus dat de ambivalentie van het concept aanvankelijk niet opviel. Maar je hoeft Luhmann niet gelezen te hebben om te begrijpen dat elke aanspraak op zin te maken krijgt met de constante uitdaging van de onzin – of beter: de niet-zin. Het systeem dat deze zin moet vaststellen en verdedigen wordt bovendien instabieler naarmate het zinsbegrip flexibeler toegepast kan worden.

    Omgekeerd geformuleerd: hoe veelomvattender en absoluter het purposebegrip wordt geïnterpreteerd, hoe moeilijker het wordt om het systeem dat men daarop bouwt stabiel te houden. Zo had de kerk moeite om met de tegenstrijdigheden van het hoogste zinsbegrip om te gaan. Als God volmaakt is, en het hem aan niets ontbreekt, waarom schiep hij dan de wereld? Als God het goede wil, wat is dan het doel van het kwaad in de wereld? Als God barmhartig is, waarom bestaat er dan een hel? Op deze vragen antwoordt de kerk niet met theoretische stellingen, maar met haar geloofsbelijdenis, haar praxis en haar cultus. Ik hoef de vraag naar God niet theoretisch opgelost te hebben. Ik kan in het heden iets goeds doen en bidden om verlossing in de toekomst.

    Geld krijgt opeens een geur. Zakendoen wordt een kieskeurige aangelegenheid

    De moderne economie heeft zich volgens Luhmann vooral gestabiliseerd door haar toegankelijkheid voor iedereen en haar belofte van groei. Iedereen kan van iedereen alles kopen. En met geld kan alles betaald worden. Het kent geen maatschappelijke hiërarchie, geen verleden en geen toekomst. Deze radicale agnostiek stelde het systeem open voor iedereen en maakte het optimaal flexibel.

    ‘Pecunia non olet’, geld stinkt niet, zou de Romeinse keizer Vespasianus hebben gezegd om de rioolbelasting salonfähig te maken. Maar wanneer nu naast de geldelijke betalingen in de economie een tweede code wordt ingevoerd, dan vermindert dat de flexibiliteit van het systeem. Geld krijgt opeens een geur. Zakendoen wordt een kieskeurige aangelegenheid. Nieuwe beperkingen duiken op. De de mogelijkheden van uitwisseling nemen af, het systeem wordt instabieler en minder winstgevend.

    Droom

    Purpose kan alleen een motor van winstgevendheid op lange termijn zijn, zoals Larry Fink die verlangt, als deze zich optimaal kan aanpassen aan de verwachting van de consument. Purpose is dan alles waar vraag naar bestaat. Maar dan wordt hij verwisselbaar met de code van het geld. Alles waarvoor men bereid is te betalen is goed voor iemand, en heeft dus een doel, een purpose.

    De noble purpose wekt andere verwachtingen. Daarbij gaat het erom de wereld te redden van de klimaatcatastrofe, of om de gelijkberechtiging van de geslachten, van seksuele voorkeuren en etnische minderheden, om het overwinnen van de honger, de kindersterfte en de grote beschavingsziektes, om de bestrijding van de armoede en de democratisering van dictatoriale samenlevingen.

    Deze verwachtingen zijn op zichzelf al moeilijk onder één noemer te brengen. Ze brengen prioriteringsproblemen van de hoogste orde met zich mee. Dat geldt in nog grotere mate voor de ideologie die wil dat al die doelen ook nog verenigbaar zijn met winstmaximalisering.

    Dat was de droom die bepaalde takken van de economie ons de afgelopen jaren hebben laten dromen. De beurskoersen die jarenlang schijnbaar zonder aanleiding stegen, hebben ons daarbij in slaap gewiegd.

    Door de terugkeer van harde economische problemen zoals de stabiliteit van leverantieketens, van de energievoorziening of de inflatie van salarissen en grondstofprijzen, zijn de leiders van het bedrijfsleven uit hun droom ontwaakt. Waar de resultaten van het eerstvolgende kwartaal onzeker zijn, dient allereerst de focus op de zuivere winst de zelfstabilisering van het systeem.

    Dat is precies wat de economie in de laatste tweehonderd jaar zo succesvol heeft gemaakt. Moraalfilosoof Adam Smith, kroongetuige van het kapitalisme, adviseerde de politiek al in de achttiende eeuw om zich niet te richten op de welwillendheid van de bakker om onze voedselvoorziening te garanderen, maar op zijn eigenbelang om met onze honger zaken te doen. Deze geniale schaakzet liet de redding van de wereld over aan de ‘onzichtbare hand’. Hij belastte de betrokkenen niet met complexe overwegingen over een nobel doel.

    Voor de meeste ondernemingen is het voldoende om eenvoudig hun eigen businessplan goed uit te voeren en daarmee geld te verdienen. De zoektocht naar zin kunnen ze gerust aan anderen overlaten, die op dat gebied competenter zijn. En verder staat het iedereen vrij zijn geld te besteden aan de redding van de wereld. Geld stinkt namelijk niet.

    Lees ook:

  • ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    Sommige economen, technologiefreaks en CEO’s zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom. Maar volgens Harvard-professor Shoshana Zuboff is het allerminst onvermijdelijk dat menselijke arbeid in de toekomst overbodig wordt. 

     

    Keuze uit het archief

    In 2014 publiceerden we dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung over hoe CEO’s in de techwereld niet in lijken te zien hoe belangrijk menselijke arbeidskrachten zijn. Acht jaar later tonen de acties van Elon Musk als nieuwe baas bij Twitter en Mark Zuckerberg recent bij Meta dat ze nog steeds geloven dat technologie mensen overal kan vervangen. Zoals Shoshana Zuboff hier schrijft: ‘Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de “grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers” die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.’

    Volgens de legende keek Newton hoe de appel uit de boom viel, maar zag hij eigenlijk iets heel anders: een onzichtbare kracht die sterk genoeg was om de appel naar zich toe te trekken. Was hij een ingenieur of econoom uit Silicon Valley geweest, dan was hij waarschijnlijk in de ban geraakt van het vallende voorwerp: ‘Wow, moet je die appel zien!’ Hij had een algoritme kunnen ontwikkelen om de beweging van de appel te simuleren, of de efficiëntie van zijn naar de aarde gerichte beweging kunnen berekenen.

    In plaats daarvan formuleerde hij zijn theorie van de universele zwaartekracht, een onzichtbare kracht die aanwezig is in elk materieel lichaam, en in staat is zijn invloed over honderden miljoenen kilometers uit te oefenen. Soms helpt het om te denken als Newton – vooral wanneer het de economie en onze vooruitzichten voor de toekomst betreft. Net als de zwaartekracht trekken verborgen krachten digitale technologieën aan en bepalen ze hoe deze in onze economie en onze banen ‘vallen’. Om ze op de proef te stellen en vorm te geven moeten we deze krachten opsporen en benoemen.

    Ons publieke debat wordt beheerst door een gevoel van onheil en hulpeloosheid. Als herten verblind door koplampen kijken we toe hoe economen, technologiefreaks en CEO’s in vervoering raken van de nieuwe digitale mogelijkheden. Ze zeggen dat de machines bijna al ons werk zullen kunnen overnemen en dat de onverbiddelijke wetten van de markt gebieden dat mensen worden vervangen door almaar goedkoper wordende digitale krachten in de vorm van robots en algoritmen.

    Hierdoor raakt de mens verwikkeld in een dodelijke race tegen de machine. Sommige van deze lieden lijken zich zelfs af te vragen in hoeverre de mens nog een bijdrage kan leveren aan deze gerobotiseerde toekomst. *Ze zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom.

    Er is niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt

    42 57317248

    Eerder deze maand namen Google-oprichters Sergey Brin en Larry Page deel aan een zeldzame publieke ‘chat’ met medemiljardair en durfkapitalist Vinod Khosla. Daarbij bleek dat Page een wereld voorziet waarin machines bijna al het werk doen. Mensen, die in deze situatie niets meer te doen hebben, zullen volgens hem blij zijn ‘dat ze meer tijd met hun gezin kunnen doorbrengen of zich aan hun eigen interesses kunnen wijden’.

    In zijn utopische visie ziet Page echter één punt over het hoofd: de meesten van ons zijn geen miljardair. Zullen de kapitaalbezitters hun winsten werkelijk herverdelen zodat we allemaal voorgoed afscheid kunnen nemen van banen die, althans naar de mening van Page, meestal toch onnodig zijn? Als Page zijn roze wolk een dag zou verlaten, zou hij ontdekken dat voor de rest van ons werkloosheid geen vrije tijd betekent; het betekent strijd, onzekerheid en almaar toenemende sociale ongelijkheid. Zelfs degenen die boven aan de banenladder staan ontkomen niet aan deze nieuwe angst. Zoals Bill Gates het onlangs formuleerde: ‘Over twintig jaar zal de vraag van werkgevers naar veel vaardigheden aanmerkelijk lager zijn.’

    Er is maar één probleem met dit perspectief: het is een goocheltruc. Er is in feite niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt. Net als bij elke goede truc leidt het verhaal onze aandacht af naar de digitale appel, terwijl de werkelijke krachten die de baan van de appel bepalen aan het oog worden onttrokken. Wat zijn deze verborgen krachten? Het zijn bekrompen businessmodellen en economische aannames die kostenbesparing boven alles stellen, vooral als het om lonen gaat.

    In veel gevallen gaat het alleen maar om vormen van bijgeloof waarop de machtigen een beroep doen om de status quo te handhaven. Er bestaat niet maar één beste manier om markten of technologieën te laten werken. Integendeel, er zijn gegronde redenen om te denken dat deze toekomstvisie evolutionair gezien een doodlopende straat is, net als een vogel met tanden. In plaats van de Apocalyps kunnen digitale technologieën een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis aankondigen.

    Vaak gaat het om bijgeloof waarmee de machtigen de status quo proberen te handhaven

    Laten we even inzoomen op de taal van onvermijdelijkheid en digitaal determinisme, zodat we later weer kunnen uitzoomen om te zien welke verborgen krachten aan deze formuleringen ten grondslag kunnen liggen. Het proces van misleiding blijkt alleen al uit de koppen en de sleutelpassages van veel artikelen die op mijn bureau liggen. De auteurs daarvan wijzen ‘technologie’ aan als de drijvende kracht achter automatisering, in plaats van ‘kapitaal’ of ‘zakelijke belangen’.

    In een recente studie bijvoorbeeld van economen van de Universiteit van Chicago, waarbij vijftien jaar lang gegevens van 56 landen zijn onderzocht, wordt geconstateerd dat in 47 van die landen het arbeidsaandeel in het inkomen is afgenomen. De auteurs concluderen dat hun resultaten ‘de visie ondersteunen dat technologische veranderingen, die waarschijnlijk verband houden met het computer- en informaticatijdperk, belangrijke factoren zijn voor het verklaren van langetermijnveranderingen’ in het arbeidsaandeel.

    Een andere veelgeciteerde studie van twee Oxford-onderzoekers betoogt dat ‘computers steeds meer cognitieve taken overnemen van de menselijke werknemer’. Een artikel in de Technology Review van het Massachusetts Institute of Technology [MIT] is getiteld ‘Hoe technologie banen vernietigt’. Een boek van twee MIT-hoogleraren, The Second Machine Age, voorspelt een nieuwe economie van ‘winnaars en verliezers’: ‘Sommige mensen zullen achterblijven terwijl de technologische vooruitgang voortraast, misschien zelfs heel veel mensen (…); digitale technologie heeft de neiging de economische baten voor winnaars te vergroten, terwijl andere mensen minder nodig worden, en daarom minder goed beloond.’

    Hogere goochelkunst

    Een veel geciteerd artikel uit The Economist stelt dat een nieuw automatiseringstijdperk, ‘mogelijk gemaakt door steeds krachtiger en capabeler computers’, tot massale werkloosheid kan leiden. ‘De combinatie van “big data” en slimme machines zal sommige beroepen in hun geheel overnemen; in andere gevallen zal ze bedrijven in staat stellen meer te doen met minder werknemers.’

    Een ander voorbeeld komt van het World Economic Forum van dit jaar, waar Google-CEO Eric Schmidt een ‘haardvuurgesprek’ voor vijftig uitverkorenen organiseerde, waarin hij verkondigde dat de ‘technologisch gerelateerde banenvernietiging nog maar net begint, dat de ongelijkheid erger zal worden en dat de oplossing is dat de bevolking zich tot ondernemers omschoolt om in dit nieuwe tijdperk te kunnen overleven’. Schmidt waarschuwde: ‘De race gaat tussen computers en mensen, en de mensen moeten winnen (…). In deze wedstrijd is het heel belangrijk dat we de dingen ontdekken waarin mensen echt goed zijn.’

    Volgens The Economist zullen Big Data en slimme machines beroepen geheel overnemen

    Schmidts woorden suggereren dat hij de CIA-handboeken van John Mulholland heeft gelezen, ‘de goochelaar aller goochelaars’. Hoewel hij minder bekend is dan Harry Houdini, genoot Mulholland veel respect binnen het goochelvak vanwege de verfijnde precisie waarmee hij te werk ging, vooral zijn vingervlugheid – het vermogen om mensen van dichtbij te misleiden.

    ‘Alle goochelaars’, schreef Mulholland, ‘zijn voor een groot deel afhankelijk van het feit dat ze niet bekendstaan als goochelaars, of daar zelfs maar van verdacht worden (…); ze moeten zo normaal te werk gaan, en hun handelingen moeten zo natuurlijk zijn, dat niets aan hen argwaan wekt (…). Goochelen staat of valt met een bepaalde manier van denken. Het is een geacteerde leugen (…). Het doel van de goochelaar is eerder om de geest te misleiden dan het oog.’

    Mulholland werd in 1953 ingehuurd om een uiterst geheim officieel CIA-handboek voor list en bedrog te schrijven en agenten te trainen. Mulholland benadrukte dat bedrog afhankelijk was van het vermogen om te verwarren, met de bedoeling om te misleiden. Hij hamerde op het belang van ensceneringstechnieken en de manipulatie van zichtlijnen om de aandacht strategisch te af te leiden. Met de juiste enscenering en afleiding, stelde hij, konden feiten worden vervangen door plausibele redenen om echte bedoelingen te camoufleren en de aandacht van de toeschouwer af te leiden van de leugen.

    De triomf van Schmidts haardvuurenscenering, vermoedelijk bedoeld om associaties te wekken met de wekelijkse radiopraatjes van Franklin Delano Roosevelt, duidt erop dat hij de goochelkunst machtig is. Wat zit er verstopt onder zijn mantel? Om te beginnen, denk aan Newton, de taal die de aandacht naar ‘de computer’ trekt in plaats van naar de verborgen businessmodellen, aannames en keuzes van leidinggevenden die bepalen hoeveel computers er zullen worden gebruikt.

    Dan is er nog een andere vorm van misleiding: het idee dat we er op de een of andere manier achter moeten zien te komen ‘waar mensen echt goed in zijn’. De implicatie is dat mensen te slordig, dom, onvoorspelbaar en onbeheerst zijn om in de toekomst nog een rol van betekenis te kunnen spelen. Onze talenten zijn Schmidt een raadsel.

    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?
    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?

    Ten slotte is er het beroep op de elite om iets te vinden om de massa’s bezig te houden, te vermaken en bovenal af te leiden van het geheim dat de kern vormt van de truc. Schmidts commentaren roepen een angst op die mensen afleidt van woede. In plaats van naar de leugen te zoeken, vragen we ons bezorgd af hoe we onszelf en onze kinderen kunnen behoeden voor deze onontkoombare golf van verdringing en verbanning.

    Men herinnere zich dat de vingervlugheid van de goochelaar afhankelijk is van de nabijheid van de toeschouwer. Wat gebeurt er met deze argumenten wanneer we uitzoomen om de cyaankalikogels en giftige pennen te zien die verborgen liggen achter de zichtlijnen van de truc? Wat voor geheimen gaan er schuil in deze elektronische hoge hoed? Als we naar het grotere plaatje kijken, is een eerste voor de hand liggende vraag: wie profiteert van de schijnbaar onontkoombare digitale krachten die klaarstaan om je baan over te nemen?

    U hebt waarschijnlijk gehoord dat de bedrijfswinsten naar recordhoogte zijn gestegen terwijl het arbeidsaandeel afneemt en de inkomensongelijkheid groeit. Maar al sinds Henry Fords ‘vijf dollar per dag’ gaan economische modellen ervan uit dat bedrijven liever een grote vraag hebben, ook al moet daarvoor een hoger loon worden betaald. Deze aanname maakt het idee dat de technologie de schuldige is geloofwaardig. Lage lonen zouden immers nooit het resultaat kunnen zijn van keuzes van het management.

    Maar econoom Paul Krugman vraagt zich af of ‘een bescheiden crisis bedrijven misschien niet in de kaart speelt’. Hij stelt dat elke werkgever zijn winst probeert te maximaliseren door lonen te verlagen of banen af te schaffen. Collectief leiden deze individuele keuzen tot meer werkloosheid, aangezien bedrijven liever investeren in goede hardware die kan worden afgeschreven dan in het aannemen van mensen.

    Karikatuur van bedrijven

    Wat Krugmans hypothese plausibeler maakt, is de wetenschap dat CEO’s volgens de regels van het huidige businessmodel van het financieel kapitalisme worden beloond voor het verlagen van de kosten, vooral arbeidskosten. Dit is een van die onzichtbare krachten achter onze zichtlijn. Het zou ook kunnen verklaren waarom, blijkens een antitrustonderzoek uit 2010 door het Amerikaanse ministerie van Justitie, Steve Jobs van Apple en Eric Schmidt van Google in het geheim afspraken de werknemerssalarissen kunstmatig te verlagen door geen mensen bij elkaar te rekruteren en door informatie over inkomens uit te wisselen. Deze illegale deal, door Michael Bloomberg gekarakteriseerd als ‘onvoorstelbare overmoed’, strekte zich uiteindelijk ook uit tot Adobe, Pixar, Intel en Intuit en reduceerde de loonkosten met meer dan 9 miljard dollar, geld dat ten goede kwam aan de bedrijfswinsten.

    Bestuursvoorzitters zijn verplicht de aandeelhouderswaarde te maximaliseren

    Hier nog zo’n exploderende zeeschelp: de betaling van CEO’s wordt vaak gelinkt aan de aandelenkoers van hun bedrijven, en analisten taxeren de koersen van bedrijven hoger naarmate ze de kosten en salarissen verder verlagen. Dit verklaart mede waarom volgens het Institute for Policy Studies Amerikaanse CEO’s die ‘het diepst in hun loonkosten hadden gesneden’ in 2009 met 42 procent meer compensatie naar huis gingen dan het dat jaar toch al ijzingwekkend hoge CEO-gemiddelde.

    NBC News maakte dit verhaal wereldkundig en voegde er een nadere verklaring aan toe: ‘Er mag niet worden vergeten dat de bestuursvoorzitter van een bedrijf de fiduciaire verplichting heeft de aandeelhouderswaarde van zijn bedrijf te maximaliseren.’ Dat mag tegenwoordig gebruikelijk zijn, het is een nieuwe wending in de geschiedenis van het kapitalisme. Volgens economisch historicus Alfred Chandler is dit nieuwe financieel kapitalisme een uitzondering op de aloude logica van industrieel succes.

    Volgens zijn lezing is de veronderstelde onvermijdelijkheid van grootscheepse arbeidsvervanging het resultaat van een specifieke en recente geschiedenis die sterk afwijkt van wat eerder gebruikelijk was. Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de ‘grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers’ die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.

    Vluchtelingen in eigen land

    Dit alles suggereert dat banen niet door de technologie worden vernietigd, maar door mensen. Door businessmodellen en economische aannames. Hebzucht speelt een rol. Automatisering hoeft het belang van de aanwezigheid van mensen en hun probleemoplossend vermogen niet per se in de weg te staan. Evenmin worden winnaars er onvermijdelijk door beloond en zogeheten ‘verliezers’ uitgerangeerd. Denk aan de luchtvaartmaatschappijen en de gevolgen van hun businessmodel.

    Luchtvaartmaatschappijen zijn voorbeelden van economische modellen die erop vertrouwen dat de automatisering van menselijke arbeid kostenbesparend werkt. Van het kopen van tickets tot aan vertrek en aankomst heeft men niet langer met luchtvaartpersoneel te maken, maar met een gigantisch computersysteem. Reizigers onderhandelen met een anonieme kolos, waarbij het menselijk contact is beperkt tot enkele personeelsleden die de sociale orde moeten handhaven.

    De luchtvaartmaatschappijen hebben de kosten verlaagd door ze op de reiziger af te wentelen. Men moet zelf online gaan om tickets aan te schaffen en informatie te verwerken, krijgt te maken met substantiële en niet onderhandelbare extra kosten wanneer wordt afgeweken van systeemregels en ondervindt stress op de luchthaven wanneer er in het geval van problemen, veranderde omstandigheden of onzekerheid letterlijk niemand is tot wie men zich kan wenden.

    Banen worden niet door technologie vernietigd, maar door mensen

    The New York Times berichtte onlangs over de situatie op de luchthaven van Atlanta, waar 225.000 dagelijkse passagiers geen enkele hulp krijgen. Hun behoefte daaraan is zo groot dat vrijwilligers van lokale kerken zich ermee zijn gaan bemoeien, in weerwil van het businessmodel. Zij hebben de klantenservice op zich genomen die de luchtvaartmaatschappijen niet langer geven en verlenen bijstand bij alles wat varieert van gemiste vluchten tot discussies aan de ticketbalie. De onnodige ‘verliezers’ bij het businessmodel van de luchtvaartmaatschappijen – de werknemers – waren in feite nog de enigen die de verder gerobotiseerde ervaring een menselijk tintje gaven.

    De luchthaven van Atlanta is een concreet voorbeeld van het soort wereld dat sommige CEO’s, economen en beursanalisten voor onze toekomst in gedachten hebben. In zo’n wereld zijn we vluchtelingen in ons eigen land, uitgesloten van de activiteiten die de kwaliteit en effectiviteit van ons leven bepalen. Er dreigt een soortgelijke situatie in de onderwijssector, waar online leren als een manier wordt gezien om kosten te besparen en docenten te ontslaan.

    Technologische netwerken zullen ons in staat stellen in elke uithoek van de aarde veel meer mensen op te leiden tegen veel geringere kosten, maar onderzoek toont aan dat het een misvatting is te denken dat dit met minder docenten kan worden gedaan. Een onlangs gepubliceerde studie van Gallup-Purdue wees de drie universitaire ervaringen aan die succes in leven en werk het beste voorspellen: 1) een docent door wie je leren leuk ging vinden, 2) een docent die om je gaf als persoon en 3) een mentor die je aanmoedigde om je dromen na te volgen. Geen van deze ervaringen kun je bij geautomatiseerd onderwijs opdoen. Er zullen vele nieuwe manieren komen om les te geven, te leren en hulpmiddelen te configureren, maar die zullen stuk voor stuk mensen vereisen – docenten, facilitators, begeleiders, opvoeders, coördinators, visionairs, integrators, ondersteunende gemeenschappen en medestudenten. Het zal geen robotwereld van winnaars en verliezers zijn zoals de modellen suggereren, maar eerder een rijke menselijke wereld met vele winnaars.

    Begrip te boven

    Hier nog zo’n leugen van de goocheltruc: kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden – maar juist om meer. Of het nu om geprogrammeerde financiële producten of militaire drones gaat, complexe systemen verhogen de behoefte aan mensen die kritisch kunnen redeneren en strategisch overzicht hebben. Dit is een van de meest beangstigende lessen van de financiële crisis geweest. Het eindrapport van de Amerikaanse commissie die de oorzaken van de financiële en economische crisis in de VS onderzocht, beschrijft de wankele fundamenten van de industrie van subprime-hypotheken: ‘Deze gehele markt was afhankelijk van vernuftige computermodellen – die los bleken te staan van de realiteit (…). Toen die zeepbel barstte, barstte ook de zeepbel van de complexiteit: de schuldbrieven die bijna niemand begreep (…) waren de eerste dominostenen die omvielen.’

    Bedrijven op Wall Street vertrouwden op quants, wiskundigen die complexe financiële producten en handelsalgoritmes ontwierpen. De managers zelf begrepen de producten of de werking daarvan niet, evenmin als de financiële toezichthouders die ‘het steeds meer aan de banken overlieten om hun eigen risico’s te managen’.

    Kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden, maar om meer

    Deze menselijke fouten stortten de wereld in een nachtmerrie waarvan de meesten van ons nog niet geheel zijn bekomen. Toen de mantel van de goochelaar werd weggerukt, bleek er een wezenloze blik en een vraagteken achter schuil te gaan. De bedrijven op Wall Street vertrouwden op hun gerobotiseerde digitale circuits. Ze koesterden de algoritmes en lieten het menselijk systeem tot verontrustende passiviteit en afhankelijkheid vervallen. Economische waarde werd vernietigd, en de menselijke tol bestond uit chaos en pijn. Het komt goed uit om deze feiten over het hoofd te zien, maar rationeel is het beslist niet.

    Wat blijft er ten slotte over onder de mantel van de goochelaar? Louter één doorklinkende gedachte: dezelfde technologieën waarmee ze ons wilden verbannen, kunnen ons in staat stellen om de oude businessmodellen aan flarden te schieten. ‘Alles wat we hebben bereikt wordt door de machine bedreigd, zolang die het waagt als Idee te bestaan, en niet als een gehoorzaam hulpmiddel,’ schreef Rilke.

    De door velen voorspelde robotinvasie gaat uit van een economie van minachting die leidt naar een doodlopende straat van uitsluiting en stagnatie. In plaats daarvan kunnen we een nieuwe, menselijke economie opzetten. Ze zal nieuwe beroepen ontsluiten, nieuwe relaties kweken en nieuwe vormen van participatie voorstaan. Onder de goochelaarsmantel zal de valse dichotomie van winnaars en verliezers verdwijnen.

    We kunnen het ons niet veroorloven alle informatierijkdom en de activiteiten die daarmee gepaard gaan over te laten aan een elite. We kunnen de technologie allemaal vooruithelpen en er ons voordeel mee doen. Belangrijke nieuwe onderzoeksliteratuur over ‘neurale plasticiteit’ [veranderingen in de organisatie van de hersenen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring] suggereert dat ieder van ons in staat is om veel meer te begrijpen, te voelen en te presteren dan de wereld ons ooit heeft gevraagd of toegestaan. En toch blijven we ons lichaam en onze geest opsluiten in werkplekken, scholen en ziekenhuizen waarvan de organisatieprincipes eeuwenlang nauwelijks veranderd zijn.

    Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel

    Ik zie een wereld waarin nog maar een fractie van het menselijk potentieel wordt benut. De digitale technologie kan ons helpen een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis te bewerkstelligen en onze hardnekkigste problemen in elke sector aan te pakken, vooral op het gebied van klimaat, onderwijs en gezondheid. Elk daarvan zal vereisen dat mensen elkaar op nieuwe manieren steunen om moeilijke problemen op te lossen.

    Er is geen andere reden dan de gewoonte om te veronderstellen dat markteconomieën maar op één manier kunnen werken. In feite is juist het tegendeel het geval. Ons kapitalisme is defect geraakt. De vroegere successen van het kapitalisme waren het gevolg van zijn vermogen om zich voortdurend aan te passen aan de nieuwe behoeften van nieuwe mensen. Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel of de politiek die daardoor wordt ingegeven. Dit is geen utopische gedachte. Integendeel, het zou onrealistisch zijn te denken dat het huidige bestel niet kan en moet worden uitgedaagd.

    De meesten van ons hoeven geen ‘dingen te zoeken waar mensen echt goed in zijn’. Dat weten we al: we zijn goed in het mens zijn. Op die manier maken we de wereld menselijker, en dat gaat beter als we in de gelegenheid zijn om te leren en een bijdrage te leveren. We hebben lief, en dat doen we beter als we zelf worden liefgehad en op waarde geschat. Het sonnet van Rilke vervolgt: ‘Maar ons kan het bestaan nog altijd bekoren; op een honderdtal plekken is het nog altijd de Oorsprong.’ Laat dit onze elektronische wereld zijn. ‘Ik bezing het elektrische lichaam,’ schreef [de Amerikaanse dichter] Whitman, ‘de legers van degenen die ik liefheb omgorden mij en ik omgord hen…’ Laat ook dit onze elektronische wereld zijn.

  • China: onderminister BZ wordt hoogste mediabaas van het land

    China: onderminister BZ wordt hoogste mediabaas van het land

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran ondermijnt atoomakkoord door camera’s toezichthouder te verwijderen

    » Nigeria: nieuwe aanslag leidt tot 32 doden

    President Xi wil zwaargewicht voor mediaoorlog tegen VS

    De huidige Chinese onderminister van Buitenlandse Zaken Le Yucheng wordt volgens ingewijden het nieuwe hoofd van de NRTA, de organisatie die toezicht houdt op de staatstelevisie en -radio in China, aldus South China Morning Post. Zijn benoeming lijkt een gevolg van de eis van president Xi Jinping om de positie van China in de mediaoorlog met de VS en diens bondgenoten te versterken. Xi riep vorig jaar op tot een ‘sterk Chinees narratief’ en keerde zich tegen westerse media die ‘alle middelen aanwenden’ om China te belasteren en te demoniseren. Berichtgeving over mensenrechten in Xinjiang, het Chinese standpunt over de oorlog in Oekraïne en het politieke systeem van China leidden sindsdien meermaals tot boze reacties van Chinese diplomaten en de propagandamachine van de staatsmedia.

    De laatste jaren legde Le al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China

    Le wordt als hoofd van de NRTA ook adjunct-directeur van het Centrale Propagandabureau, dat toezicht houdt op informatieverspreiding, media en film. De laatste jaren legde hij al vaker openbare verklaringen af over de diplomatieke positie van China. Na de ontmoeting van Xi Jinping met Vladimir Poetin op 4 februari in Beijing, was het Le die de staatsmedia informeerde over de gesprekken en die vertelde dat de banden tussen de twee landen ‘geen bovengrens’ hebben.

    Le begon zijn diplomatieke loopbaan in de jaren tachtig op een afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken die verantwoordelijk was voor de relatie met de Sovjet-Unie en het Oostblok. Hij werkte twee keer op de Chinese ambassade in Moskou en diende later als ambassadeur in Kazachstan en India. In 2018 werd hij onderminister van Buitenlandse Zaken, de op twee na hoogste ambtelijke functie van het ministerie. In een recent interview zei hij dat Washington moet accepteren dat ‘de Amerikaanse hegemonie’ afneemt, ook al zal het voor China ‘voorlopig moeilijk zijn’ om de VS in te halen.

    Lees ook:

  • Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Uit een diepgravend onderzoek van The Economist blijkt dat de almachtige techreuzen kwetsbaarder zijn dan je zou vermoeden. De winstgevende onderdelen zijn weliswaar uiterst lucratief, maar verzwegen informatie wijst ook op zwakheden.

    De Amerikaanse techgiganten verdienen onchristelijk veel geld. In 2021 bedroeg de gezamenlijke jaaromzet van Alphabet, Amazon, Apple, Meta en Microsoft 1,4 biljoen dollar. Dat geld komt uit een breed en continu groeiend scala aan inkomstenbronnen, van telefoons en geneesmiddelen tot videostreaming en virtuele assistenten. Analisten verwachten dat de gecombineerde omzet van de grote vijf in het eerste kwartaal van 2022 boven de 340 miljard dollar zal komen, zo’n 7 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

    Het driemaandelijkse ritueel van opzienbarende kwartaalcijfers begon dit jaar op 26 april, toen de eerste van de grote vijf zijn cijfers bekendmaakte: Alphabet kon bogen op een omzet van 68 miljard dollar, een stijging van 23 procent ten opzichte van vorig jaar, al was door een dalende groei van de advertenties de nettowinst gedaald tot 16,4 miljard. Diezelfde dag rapporteerde Microsoft een omzet van 49,4 miljard, 18 procent meer dan vorig jaar, en een nettowinst van 16,7 miljard. Een dag later rapporteerde Meta een omzet van 27,9 miljard met een nettowinst van 7,5 miljard dollar. Amazon en Apple moesten op het moment van schrijven nog met hun cijfers komen.

    Ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten

    Het is begrijpelijk dat de grote techbedrijven zich graag op deze indrukwekkende cijfers en hun gevarieerde productaanbod beroemen. Maar ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten. In de jaarcijfers en andere openbare stukken worden de inkomstenstromen meestal zo veel mogelijk op één hoop gegooid en zo vaag mogelijk omschreven. Vorig jaar waren de verkoopcijfers van de grote vijf bijvoorbeeld verdeeld over 32 bedrijfssegmenten. Vergelijk dat eens met de in totaal 56 segmenten van de vijf best presterende Amerikaanse bedrijven in andere sectoren. 

    Apple verdeelt zijn omzet in vijf segmenten, Meta maar in drie (zie grafiek 1). De categorie ‘Google Other’ was bij Alphabet vorig jaar goed voor 28 miljard dollar aan inkomsten. Daaronder vallen Googles appstore, de verkoop van smartphones en andere apparaten, en abonnementen van dochteronderneming YouTube. De advertentie-inkomsten van YouTube, die Alphabet pas in 2020 voor het eerst bekendmaakte, bedroegen vorig jaar 29 miljard dollar. Dat betekent dat Google Other en de advertentieafdeling van YouTube allebei meer opbrachten dan vier vijfde van de bedrijven in de S&P 500-index van de grootste Amerikaanse bedrijven.

    Niet te veel openheid

    Het is logisch dat je daar als bedrijf niet te veel openheid over wilt geven. Zolang concurrenten in het duister tasten, kunnen ze je goedlopende businessunits niet kopiëren en niet aan je marges gaan knibbelen. Andy Jassy, de algemeen directeur van Amazon, klaagt over het vooruitzicht dat hij zijn bedrijfscijfers nader zou moeten specificeren, omdat die cijfers ‘concurrentiegevoelige informatie’ bevatten.

    Helaas voor de techbaronnen wordt het ze steeds moeilijker gemaakt om die informatie te versluieren. Toezichthouders, politici en investeerders zien daar steeds meer een probleem in en roepen de grote platforms op tot meer transparantie over alles, van de werking van hun betaalsystemen tot de CO2-uitstoot waarvoor ze verantwoordelijk zijn. En er is ook steeds meer informatie beschikbaar uit andere bronnen, zoals rapporten van vermogensbeheerders, analyses van hedgefondsen en vooral uit mededingingsrechtszaken die overal ter wereld door concurrenten en toezichthouders worden aangespannen. Daaruit komen steeds meer details naar voren over hoe het er in de big tech intern aan toegaat.

    Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden

    Om daar inzicht in te krijgen heeft The Economist rechtbankdocumenten, interne e-mails, rapporten van analisten en uitgelekte dossiers uitgeplozen over Alphabet, Amazon, Apple en Meta (Microsoft heeft onderzoek naar monopolievorming ditmaal kunnen voorkomen, waardoor er over de inkomsten van dat bedrijf minder geheime cijfers naar buiten zijn gekomen). Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden. De winstgevende onderdelen van hun bedrijf zijn wel zo lucratief dat ze diepe zakken hebben, maar de verzwegen informatie wijst toch ook op enkele zwakheden. Drie daarvan springen eruit: grote winstconcentratie, afnemende klantentrouw en de enorme tegenvallers die ze riskeren op te lopen in de verschillende mededingingsrechtszaken.

    Winstmakers

    Allereerst de winstmakers. De grootste zijn meestal heel helder. De iPhone blijft de grote melkkoe van Apple, Amazon harkt het meeste geld binnen met clouddiensten, en Alphabet en Meta zouden nergens zijn zonder advertentie-opbrengsten. Maar de bedrijven zijn niet scheutig met gegevens over andere, kleinere maar snelgroeiende bedrijfsonderdelen.

    De grootste stille winstmakers voor Alphabet en Apple zijn misschien wel hun appstores. Voor alle aankopen binnen apps strijken ze een commissie op, meestal van wel 30 procent (al zijn ze als tegemoetkoming aan de toezichthouders wel bezig om die percentages te verlagen voor kleine softwareontwikkelaars en apps die afhankelijk zijn van abonnees). De resulterende inkomstenstroom is nog niet opzienbarend. Volgens een door diverse Amerikaanse staten aangespannen rechtszaak bedroeg de appstore-omzet voor Google in 2019 zo’n 11 miljard dollar, en analisten schatten dat die van Apple vorig jaar op zo’n 25 miljard dollar uitkwam. Maar doordat de onderhoudskosten van die appstore miniem zijn, is de winstmarge enorm. Uit de stukken van een rechtszaak die gamefabrikant Epic Games tegen de appstores heeft aangespannen, blijkt dat de winstmarge voor Apple wel 78 procent bedraagt, en voor Google 62 procent. Ter vergelijking: de operationele marge van heel Apple is 35 procent en van Alphabet (dat nog steeds vooral op advertentie-inkomsten leunt) 31 procent.

    Bij Apple werken vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps

    De appstores zijn dus booming. Volgens de Competition and Markets Authority (CMA), de Britse mededingingsautoriteit, is de opbrengst van opdrachten die tussen 2017 en 2020 voor Google en Apple zijn uitgevoerd grofweg verdubbeld. In 2020 werkten acht- tot negenhonderdduizend ontwikkelaars aan tweeënhalf tot drie miljoen apps voor de Google appstore. Dat was iets meer dan bij Apple, waar vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps werkten. Afgaande op de rechtszaak van Epic en het onderzoek van de CMA wijst niets erop dat deze groei afneemt of dat de marges slinken. Voor de Google appstore is de brutomarge de laatste jaren een paar procentpunt gestegen.

    In de jaarcijfers van Apple valt de opbrengst van de appstore onder de categorie ‘diensten’, die vorig jaar 68 miljard dollar opleverde, oftewel 19 procent van de totale bedrijfsomzet. Maar de appstore is nog niet Apples meest winstgevende dienst. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar de CMA schat dat de brutomarge op Apples zoekadvertenties nog groter is. Dat is volgens de toezichthouder het gevolg van een deal die het met Google heeft gesloten om Google als standaardzoekoptie in te stellen op de meeste Apple-apparaten. In ruil daarvoor krijgt Apple van Google tussen de 8 en 12 miljard dollar per jaar (2 tot 3 procent van zijn totale omzet). En het kost Apple praktisch niets, dus dit is bijna zuivere winst.

    Diepe zakken

    Amazon en Meta zijn (iets) minder geheimzinnig over de herkomst van hun inkomsten en winsten. Meta mag zich nu anders in de markt willen zetten en het accent willen verleggen naar de virtual reality van het ‘metaverse’, maar het steekt niet onder stoelen of banken dat het nog steeds 97 procent van zijn omzet haalt uit onlinereclameopbrengsten. Amazon doet ook niet moeilijk over de omzet van zijn omstreden Marketplace, waar derden producten kunnen aanbieden en dan op elke verkoop, waarmee ze direct concurreren met Amazons eigen aanbod, een commissie afdragen van 19 procent (was 11 procent in 2017). In 2021 droeg Marketplace 103 miljard dollar bij aan Amazons omzet, wat een verzesvoudiging is ten opzichte van 2015 en 22 procent van de bedrijfsomzet.

    Maar het vergde spitwerk van analisten om te komen tot de schatting dat Instagram vorig jaar goed was voor 42 miljard omzet, bijna twee vijfde van Meta’s totaal en een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Instagrams aandeel nog 20 miljard bedroeg. Met andere woorden, de rol van het fotoplatform in het succes van dit socialemedia-imperium is spectaculair gegroeid. En uit een door het District of Columbia aangespannen rechtszaak tegen Amazon blijkt dat de winstmarge van Marketplace 20 procent bedraagt, vier keer zo hoog als die voor Amazons eigen verkoopactiviteiten. (Uit de rechtbankstukken blijkt niet of het hier gaat om bruto-, netto- of operationele marges.)

    Zulke big spenders worden intern ‘whales’ genoemd, net als in casino’s

    Dankzij die inkomstenbronnen hebben de bedrijven dus diepe zakken. Maar kijk je nog eens goed, dan blijkt de basis toch verrassend smal. In de appstore van Apple komt 70 procent van alle inkomsten bijvoorbeeld uit games, zo blijkt uit stukken in de door Epic aangespannen rechtszaak. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van aankopen die gamers binnen een app doen, bijvoorbeeld voor gekke attributen voor hun avatar of om virtueel geld te kopen. In 2017 was 88 procent van de gameomzet van de appstore afkomstig van 6 procent van de gameconsumenten. Die grootverbruikers geven gemiddeld ieder meer dan 750 dollar per jaar uit aan hun apps.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt ook dat 1 procent van Apples gamers goed was voor 64 procent van de omzet in de appstore, en dat die gamers er jaarlijks 2694 dollar aan uitgaven. Zulke big spenders worden intern ‘whales’ (walvissen) genoemd, net als in casino’s. Uit onderzoek van de CMA kwam bij de Google appstore hetzelfde patroon naar voren: in 2020 was ongeveer 90 procent van de Britse omzet afkomstig van nog geen 5 procent van de apps. En weer kwam het leeuwendeel van de omzet hier van aankopen binnen de app.

    Ook in de onlineadvertentiesector zie je een grote concentratie van het uitgavenpatroon. De CMA boog zich over cijfers over Britse adverteerders die in 2019 samen 7 miljard pond uitgaven aan Google Ads, een advertentiekanaal dat vooral bedoeld is voor kleine bedrijven. De bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders (gerangschikt naar besteding) was goed voor meer dan 85 procent van de omzet van Google Ads. De grootste klanten zaten in de detailhandel, de financiële sector en de reissector. Bij Facebook bleek die concentratie nog groter. Daar was de bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders goed voor meer dan 90 procent van de omzet (zie grafiek 2). In de segmenten detailhandel, entertainmentsector en consumentengoederen werd er het meest aan uitgegeven.

    Van concentratie is ook sprake als het gaat om het aantal vertoningen of ‘impressies’, het vakjargon voor elke keer dat een advertentie op iemands scherm verschijnt. Dat bleek uit intern onderzoek van Google, dat naar buiten kwam in een rechtszaak die tegen het bedrijf werd aangespannen door weer een andere groep Amerikaanse staten. Uit dat onderzoek bleek dat in de VS 20 procent van alle vertoningen van advertenties goed was voor 80 procent van de advertentieopbrengst voor onlineadverteerders. De waardevolste vertoningen zijn gericht op gebruikers bij wie er een grote kans bestaat dat ze een aankoop zullen doen. Bij Google werd dit verschijnsel intern ‘cookieconcentratie’ genoemd.

    Afhankelijkheid

    Naast die grote afhankelijkheid van een paar grote winstmakers is er nog een andere zwakte in het bedrijfsmodel die zelden wordt benoemd: klantenverloop. Men gaat er vaak van uit dat de klanten van de techgiganten verknocht, ja zelfs verslaafd zijn aan hun diensten en producten. De bedrijven zullen dat niet openlijk ontkennen, want het bevestigt het beeld dat ze de markt in hun greep hebben – een beeld dat investeerders graag zien. Maar in werkelijkheid kan die greep weleens een stuk zwakker zijn.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt dat pakweg 20 procent van de iPhone-gebruikers die in 2019 en 2020 een nieuwe telefoon kochten op een ander merk is overgestapt. Uit gelekte documenten van Meta blijkt dat steeds minder tieners zich bij Facebook aanmelden en dat ze er minder tijd op doorbrengen. Zelfs het bij de jeugd populairdere Instagram begint het af te leggen tegen concurrenten. Uit een gelekt intern rapport uit maart vorig jaar blijkt dat tieners meer dan twee keer zoveel tijd doorbrengen op het hippere TikTok.

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren. Je ziet het ook bij jonge bedrijven. Start-ups beleefden vorig jaar gouden tijden. Het mondiale reservoir aan durfkapitaal bedroeg dat jaar 621 miljard dollar, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Volgens een rapport van Bridgewater Associates, het grootste hedgefonds ter wereld, gaat ongeveer een vijfde van al het in start-ups geïnvesteerde geld naar clouddiensten, een markt die wordt gedomineerd door Alphabet, Amazon en Microsoft. Nog eens twee vijfde gaat naar marketing, waarbij in de digitale wereld Alphabet, Meta en in toenemende mate Amazon de dienst uitmaken. En Bridgewater schat dat alles bij elkaar zo’n 10 procent van de totale omzet van Alphabet, Amazon en Meta afkomstig is uit het ecosysteem van start-ups. Dat staat gelijk aan 84 miljard dollar per jaar.

    Die geldstroom kan weleens gaan slinken. Door zorgen over de stijgende inflatie, de oorlog in Oekraïne en de kans op een recessie zijn de aandelen van de techbedrijven gekelderd. De Nasdaq, waar de technologiesector zwaar in meeweegt, is na zijn hoogtepunt in november al met 20 procent gedaald. De dalingen van de beurskoersen krijgen nu ook gevolgen in de start-upwereld. Instacart, een bezorgdienst voor supermarkten, heeft op 24 maart zijn bedrijfswaardering met 38 procent verlaagd. Met een lagere waardering krijgen bedrijven het moeilijker om kapitaal aan te trekken. Investeerders zeggen te verwachten dat start-ups de komende maanden de broekriem gaan aanhalen. Dat leidt tot minder bestedingen aan clouddiensten en advertenties.

    Wat betekenen al deze kwetsbaarheden bij elkaar? In het ergste geval heel veel, als de strengste toezichthouders in de VS, Groot-Brittannië en de EU hun zin krijgen. Vorige maand is de laatste hand gelegd aan de Wet inzake digitale markten (WDM), een verstrekkend pakket aan nieuwe EU-regels om de grote techbedrijven aan banden te leggen. Dat zal alleen sommige bedrijfsonderdelen treffen en is vooral gericht op de Europese activiteiten. Volgens vermogensbeheerder Bernstein verdienen Alphabet, Apple, Amazon en Meta 267 miljard dollar in Europa, pakweg een vijfde van hun gezamenlijke totaalomzet. En een snelle rekensom leert ons dat de Europese WDM een gevaar vormt voor 40 procent van de Europese omzet van deze vier bedrijven.

    Vrezen voor omzetdaling

    Wereldwijd is Alphabet het kwetsbaarst: dat moet vrezen voor bijna 90 procent van zijn Europese inkomsten (27 procent van zijn wereldwijde omzet). In de VS wordt het zoekmonopolie van Google onder vuur genomen door een team aanklagers uit diverse Amerikaanse staten. Het federale ministerie van Justitie overweegt ook stappen te zetten. Zo komt ook de 70 miljard aan Amerikaanse omzet op zoekadvertenties in gevaar – een kwart van Alphabets totale omzet. Verlaagt Alphabet zijn commissie op aankopen binnen apps van 30 naar 11 procent, het percentage dat Google op 23 maart overeenkwam met Spotify, dan keldert de omzet van de Amerikaanse appstore van 11 naar 4 miljard. Alles bij elkaar vormt dit een bedreiging voor misschien wel 150 miljard dollar aan omzet, zo’n 60 procent van Alphabets mondiale totaalomzet.

    Het gevaar dat Apple bij dit doemscenario loopt is kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Als de monopoliebestrijders een eind maken aan de afspraak met Google, scheelt dat al 8 tot 12 miljard per jaar. Verlaagt Apple net als Alphabet de commissies in zijn appstore, al dan niet onder dwang van nieuwe wetgeving, dan kunnen de app-gerelateerde inkomsten dalen van 25 tot circa 9 miljard dollar. In totaal kan Apple er zo’n 35 miljard dollar bij inschieten, een tiende van zijn mondiale omzet. Amazon kan rekenen op een daling van 77 miljard per jaar, 16 procent van zijn mondiale omzet, als het zijn eigen verkoopactiviteiten op Marketplace moet loskoppelen van die van derden.

    Sommige politici en toezichthouders zijn al begonnen over de noodzaak om Amazon helemaal op te splitsen, in bijvoorbeeld een winkelbedrijf en een clouddienst. Het bedrijf dat Amazon blijft heten verliest dan dus ofwel zijn onlineverkoopkanaal (momenteel goed voor 70 procent van zijn omzet) of zijn winst uit clouddiensten (goed voor ongeveer driekwart van zijn winst). Zo gaan er ook stemmen op om Meta op te splitsen. Als de Amerikaanse Federal Trade Commission haar zin krijgt en Facebook wordt gedwongen Instagram en WhatsApp af te stoten, derft het bedrijf 42 miljard dollar aan inkomsten uit Instagram en nog eens 2 miljard dollar uit WhatsApp, twee vijfde van het totaal.

    Een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven flink ontregelen

    Als alles tegenzit moeten Alphabet, Amazon, Apple en Meta dus vrezen voor maar liefst 330 miljard dollar aan omzetdaling, oftewel een kwart van het totaal. En dat is nog buiten de gevolgen gerekend van twee grote mededingingswetten die momenteel in het Amerikaanse Congres worden behandeld. Die zouden de eigenaren van platforms zoals appstores en zoekmachines onder meer verbieden hun eigen producten een voorkeursbehandeling te geven. De financiële gevolgen daarvan zijn nog niet duidelijk, maar zouden net als die van de Europese wet aanzienlijk kunnen zijn.

    Het is niet waarschijnlijk dat dit rampscenario voor de grote techbedrijven zich echt zal voltrekken. Eerdere pogingen om hun macht te beteugelen zijn al vaak gestrand. De huidige pogingen zullen waarschijnlijk nog worden afgezwakt en het kan jaren duren voordat ze echt in werking treden. Maar een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven wel flink ontregelen. En doordat rechtszaken een tipje van de sluier oplichten over hun geldstromen, krijgen potentiële concurrenten meer zicht op waar de marges zitten waarvan ze kunnen proberen iets af te snoepen.

  • Welkom terug op kantoor

    Welkom terug op kantoor

    Na twee jaar van videovergaderingen en Slack-chats, willen veel bedrijven hun werknemers weer op kantoor zien. Maar niet iedereen staat te popelen om terug te keren naar de ochtendspits en de gemeenschappelijke toiletten.

    Toen Googlewerknemers deze maand terugkeerden naar hun grotendeels lege kantoren, kregen ze te horen dat ze rustig aan moesten doen. Kantoortijd ‘moet niet alleen over productie gaan, maar ook leuk zijn’. Neem de tijd om op verkenning te gaan. Plan niet aan een stuk door afspraken. En vergeet ook niet om het privéoptreden van Lizzo bij te wonen, een van de populairste popsterren van het land. En alsof dat nog niet genoeg was, kondigde het bedrijf ook nog eens ‘pop-upevenementen’ aan, met eten en cadeautjes – ‘de favoriete combinatie van elke Googler’.

    Googlewerknemers in Boulder, Colorado, werden op de muismat die het bedrijf hun cadeau deed wel nog herinnerd aan wat ze achterlieten. Onder een afbeelding van een droevig kijkende kat stond de smeekbede: ‘Je gaat toch niet RTO?’ RTO is een afkorting voor return to office [terug naar kantoor], die tijdens de pandemie is ontstaan omdat kantoren van veel bedrijven leeg kwamen te staan. Tijdens de pandemie bleek dat aanwezigheid op kantoor geen hogere productiviteit in de hand werkte, en veel bedrijven deden het prima zonder dat het personeel ooit fysiek bij elkaar kwam.

    Gewone kleren

    Nu, na twee jaar van videovergaderingen en Slack-chats, staan veel bedrijven te popelen om hun werknemers weer achter hun bureaus te zien. Maar werknemers staan vaak minder te popelen om terug te keren naar de ochtendspits en de gemeenschappelijke toiletten en om hun joggingpak in te wisselen voor gewone kleren. Techbedrijven die goed in de slappe was zitten en lege kantoren hebben staan, halen daarom alles uit de kast om hun personeel terug naar kantoor te halen, zelfs al hebben ze inmiddels aangegeven dat dat in veel gevallen – voor ten minste een paar dagen per week – verplicht is.

    Lizzo speelt deze maand voor werknemers van Google in een amfitheater in de buurt van het hoofdkantoor in Mountain View, Californië. Toen Microsoft eind februari zijn kantoren heropende in Redmond, Washington, werden de werknemers getrakteerd op optredens van lokale bands, bier- en wijnproeverijen en zelfs op lessen om een terrarium aan te leggen. Chipfabrikant Qualcomm organiseerde een happy hour met topman Cristiano Amon om de eerste officiële week terug op kantoor in te luiden. In kantoren in San Diego werden enkele duizenden werknemers vergast op gratis eten, drinken en T-shirts. Ook heeft het bedrijf wekelijkse evenementen ingevoerd, zoals pop-upeetstands op ‘Take a Break Tuesday’ en fitnesslessen op ‘Wellness Wednesday’.

    ‘Deze feestjes en extraatjes maken duidelijk dat bedrijven heel goed weten dat werknemers niet naar kantoor willen komen’

    ‘Deze feestjes en extraatjes maken duidelijk dat bedrijven heel goed weten dat werknemers niet naar kantoor willen komen, in ieder geval niet zo vaak als vroeger,’ zegt Adam Galinsky, professor aan de businessschool van Columbia University. Volgens hem verkiezen bedrijven vooralsnog ‘de wortel boven de stok’: werknemers worden beloond omdat ze naar kantoor komen in plaats van gestraft wanneer ze thuisblijven.

    Voordat corona toesloeg, investeerden de grootste technologiebedrijven miljarden dollars in de bouw van kantoren – architectonische hoogstandjes die de rijkdom van het bedrijf weerspiegelen. Deze glanzende kantoorpanden, vol foefjes en extraatjes, getuigen van de lang gekoesterde overtuiging dat persoonlijke samenwerking bevorderlijk is voor creativiteit en innovatie en het nastreven van een gemeenschappelijk doel. Maar voor veel werknemers die het prettig vonden om op afstand te werken, vertegenwoordigt de terugkeer naar kantoor – hoe mooi dat ook mag zijn – het einde van de zomer, of de weerzin om weer naar school te gaan. Slechts weinigen, zo lijkt het, staan te springen om weer vijf dagen per week naar kantoor te gaan.

    Een derde van de werknemers wil liever op afstand werken

    Op Memegen, een interne bedrijfssite van Google waarop medewerkers memes delen, was een van de populairste posts een foto van een bedrijfskantine met als onderschrift: ‘RTO is elkaar tegen het lijf lopen en zeggen “We moeten echt weer eens samen lunchen”, totdat een van de twee ontslag neemt bij Google.’ Nick Bloom, die als professor economie aan Stanford University elke maand vijfduizend werknemers ondervraagt, zegt dat de meeste mensen twee of drie keer per week terug willen naar kantoor. Een derde van de werknemers wil nooit meer terug en blijft liever op afstand werken.

    Collega’s ontmoeten

    Alleen al met de reis van en naar kantoor, aldus Bloom, bespaart de gemiddelde werknemer één uur per dag. ‘Vandaar dat werknemers niet met gratis bagels of een pingpongtafel kunnen worden verleid.’ De belangrijkste reden voor werknemers om naar kantoor te gaan is om hun collega’s te ontmoeten, zo blijkt uit zijn enquêtes.

    Apple verplicht zijn werknemers zich één keer per week op kantoor te melden

    Na een paar keer uitstellen heeft Google op 4 april een hybride werkschema geïntroduceerd, waarbij de meeste werknemers enkele dagen per week op kantoor dienen te verschijnen. Apple verplicht sinds vorige week zijn werknemers zich één keer per week op kantoor te melden. Op 31 maart stuurde David Radcliffe, adjunct onroerend goed en werkplekken bij Google, een e-mail aan werknemers in de Bay Area van San Francisco waarin hij aankondigde de terugkeer ‘heel bijzonder‘ te willen maken.

    Al jaren voorziet Google in luxe bussen met wifi om het woon-werkverkeer productiever en comfortabeler te maken, maar nu gaat het bedrijf nog een stap verder. Zo biedt het onder meer een vergoeding van 49 dollar per maand voor de huur van een elektrische scooter. Daarnaast is Google van plan met de inrichting te gaan experimenteren om in te spelen op veranderende manieren van werken.

    Microsoftwerknemers die in februari enkele dagen per week terugkeerden naar hun kantoren, werden verwelkomd met ‘dankevents’ en buitenspelletjes zoals cornhole en levensgroot schaken. Ze konden schilderlessen volgen of manden leren maken. Het café op de campus werd omgetoverd in een bier-, wijn- en mocktail-garten. En natuurlijk was er gratis eten en drinken: pizza’s, broodjes en allerlei soorten koffie. Microsoft huurde foodtrucks in die onder andere gefrituurde kip, taco’s, gyros, Koreaans eten en gebraden vlees serveerden.

    Gratis eten

    In tegenstelling tot bij veel andere technologiebedrijven moeten werknemers van Microsoft zelf betalen voor hun eten op kantoor. Een werknemer deelde op Twitter haar verbazing over de enorme aantrekkingskracht die gratis eten bleek te hebben. Bedrijven moeten volgens Nick Bloom een balans zien te vinden tussen flexibiliteit, waarbij werknemers hun eigen schema mogen bepalen, en een vorm waarbij werknemers worden verplicht op specifieke dagen te verschijnen en hun kantoortijd optimaal te benutten. Bedrijven kunnen hun energie beter stoppen in het vinden van dat evenwicht, dan aan het overstelpen van werknemers met extra’s als privéconcerten, aldus Bloom.

    ‘Door al die franje gaan werknemers echt niet weer regelmatig verschijnen’

    ‘Door al die franje gaan werknemers echt niet weer regelmatig verschijnen,’ zegt Bloom. ‘Wat wordt de volgende stap? Eerst Justin Bieber en daarna Katy Perry?’ Medewerkers van het meer ingetogen Apple zeggen geen feestelijkheden te verwachten wanneer ze terugkeren naar kantoor. Daar zou ook nooit sprake van zijn geweest. In eerste instantie vraagt Apple werknemers om één keer per week te komen opdagen. Vanaf eind mei wordt dat maandag, dinsdag en donderdag.

    Toen Apple vorig jaar een terug-naar-kantoorplan aankondigde, dat door een nieuwe coronagolf moest worden uitgesteld, ondertekenden meer dan duizend werknemers een brief waarin ze bij het management aandrongen op flexibele werkregelingen. Dit was een bijzondere stap voor het personeel, dat zich in het verleden zeldzaam openlijk kritisch uitliet over beslissingen van bovenaf.

    Maar hoewel techbedrijven tegemoet proberen te komen aan de wensen van hun werknemers, zijn ze tegelijkertijd op kleine attenties aan het bezuinigen. Meta, voorheen bekend als Facebook, liet werknemers vorige maand weten dat het gratis diensten zoals een wasserij en stomerij gaat inperken of afschaffen. Net als enkele andere bedrijven heeft Google duizenden werknemers toestemming gegeven om op afstand te werken of naar een ander kantoor over te stappen. Maar als dat een goedkopere locatie betreft, dan verlaagt Google het salaris; hierbij zou de plek waar iemand is aangenomen een rol spelen.

    Clio, een bedrijf in juridische software in Burnaby, Brits-Columbia, dwingt zijn werknemers niet om naar kantoor terug te keren, maar organiseerde onlangs wel een groot feest. Er was vrolijke muziek. Er was een asymmetrische ballonsculptuur in de kenmerkende Clio-kleuren lichtblauw, donkerblauw, koraalrood en wit: perfect voor een selfie. Een van Clio’s bekendste werknemers droeg een safarikostuum en gaf daarin rondleidingen door het bedrijf. Om twee uur ’s middags werd er een cupcakeparty gehouden.

    Thuisgevoel vergroten

    Het bedrijf verplaatste de bureaus naar de ramen, zodat de Clions – zoals het bedrijf zijn werknemers noemt – tussen alle e-mails door naar de kersenbloesems buiten het kantorencomplex kunnen kijken. Zo moest het thuisgevoel worden vergroot. Een tafelvoetbaltafel is veranderd in een werkstation, met stoelen aan beide kanten, ‘zodat je kunt vergaderen terwijl je tafelvoetbalt, met je laptop erbovenop’, aldus Natalie Archibald, Clio’s adjunct van de HR-afdeling.

    Het kantoor van Clio in Burnaby, waar 350 mensen werken, is maar voor de helft open. De ruime werkplekken moeten worden gereserveerd, en werknemers dragen rode, gele en groene koordjes die aangeven of hun handen al dan niet mogen worden geschud. Op het feest kwamen slechts zo’n zestig mensen opdagen. ‘Zodat ze een echte lach te zien krijgen in plaats van een emoji,’ aldus Archibald. ‘Want daar worden mensen nou eenmaal blij van.’