Tag: olie

  • Waarom China Iran niet te hulp zal schieten

    Waarom China Iran niet te hulp zal schieten

    Het maakt de Chinese overheid niet veel uit hoe het Iraanse regime eruitziet, zolang het maar olie levert.

    De Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran worden door China met argusogen gevolgd. Beijing is immers Teherans belangrijkste partner. Deze twee landen vonden elkaar in hun overeenkomstige geschiedenis en beleidsdoelen: beide landen kunnen bogen op een niet-westerse beschaving die teruggaat tot de oudheid, en beide landen verzetten zich tegen een door het Westen gedomineerde wereldorde. Ook energiezekerheid speelt een rol in China’s relatie met Iran. In 2025 was meer dan 55 procent van de totale olie-import van China afkomstig uit het Midden-Oosten (zo’n 13 procent uit Iran), en het grootste deel daarvan moest door de Straat van Hormuz komen, de zee-engte voor de Iraanse kust. Door de bombardementen ligt de Iraanse olieleverantie nu stil en loopt de productie in alle Golfstaten gevaar, zodat China het gevaar loopt geen olie meer uit de regio te kunnen halen. Sommige analisten speculeren daarom dat het Teheran toch te hulp zal schieten. Zo niet met directe militaire interventie, dan tenminste met materiële ondersteuning in de vorm van apparatuur en onderdelen die zowel militair als civiel inzetbaar zijn, zoals Beijing die ook al aan Rusland levert voor de oorlog in Oekraïne.

    Maar al maakt China zich zorgen, het is niet waarschijnlijk dat het zich in de strijd zal mengen. De twaalfdaagse oorlog van Israël tegen Iran in juni 2025 ontlokte China niet meer dan de geijkte diplomatieke steunbetuigingen aan de Islamitische Republiek. En op de officiële persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken deze week waren de felste bewoordingen gereserveerd voor een veroordeling van de liquidatie van Irans opperste leider ayatollah Ali Khamenei, niet voor de hele militaire campagne tegen Iran. Met de oproep aan ‘alle betrokken partijen om de militaire operaties te beëindigen’ – dus niet alleen aan de VS en Israël maar ook aan Iran – en om de ’soevereiniteit, veiligheid en territoriale integriteit’ van de Golfstaten te eerbiedigen wekt China de indruk dat het net zo hard zijn best doet om de betrekkingen met de Golfstaten goed te houden als die met Iran.

    Deze terughoudendheid is niet van vandaag of gisteren. Sinds de Hamas-aanval op Israël van 7 oktober 2023 is China in toenemende mate ontgoocheld geraakt over de capaciteiten en de geloofwaardigheid van Iran als regionale machtsfactor. De Chinese strategen hebben hun vertrouwen in het land ook verloren omdat het volgens hen geneigd is om voor westerse druk te zwichten in plaats van terug te vechten, zoals blijkt uit de aanhoudende Iraanse wens om met Washington te blijven onderhandelen. Uiteindelijk beschouwt China een regimewisseling in Iran niet als het slechtst mogelijke scenario. Het is bereid om samen te werken met welke regering er straks ook komt bovendrijven, zolang de olieleveranties en de gezamenlijke economische belangen maar gewaarborgd zijn. Pas als die belangen gevaar lopen, of als een lange uitputtingsslag het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen en zich er nadrukkelijker in gaan mengen.

    Pas als de oliebelangen gevaar lopen, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen

    De Iran-strategie van China berustte lange tijd op de gedachte dat het land een bruggenhoofd kon vormen voor de verdediging van de Chinese belangen in het Midden-Oosten. Om hun toenemende samenwerking te bekrachtigen en hun banden op het gebied van economie en veiligheid verder aan te halen sloten de twee landen in 2021 een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap. Maar vanwege Iraanse huiver voor meer Chinese invloed en daaruit voortvloeiende aantasting van de eigen soevereiniteit en onafhankelijkheid kwam er van de in het akkoord voorgenomen investeringen van 400 miljard dollar weinig terecht, en Beijing raakte gefrustreerd over de wispelturige en onbetrouwbare houding van Teheran. China heeft bovendien geconcludeerd dat de macht en de revolutionaire geloofwaardigheid van het land zwaar worden overschat. Met een bevolking die tienmaal zo groot is als die van Israël en driemaal zo groot als die van Saoedi-Arabië heeft Iran niettemin een bbp dat nog geen 90 procent van dat van Israël en niet meer dan 25 procent van dat van Saoedi-Arabië bedraagt. Volgens de Chinese analyse schrikt het zijn tegenstanders vooral af met proxy-oorlogen en asymmetrische oorlogsvoering, zodat het machtiger lijkt dan het is en zijn interne zwaktes verbloemt.

    Irans strategische doel van een islamitische revolutie staat in de ogen van China ook op gespannen voet met de stappen die nodig zijn om dat doel te bereiken. In de analyse van Niu Xinchun, hoofd van het onderzoeksinstituut voor Chinees-Arabische betrekkingen aan de Ningxia-universiteit, biedt de islamitische ideologie geen ruimte voor concessies aan de Verenigde Staten over politieke en nucleaire kwesties. Maar vanwege de verlammende sancties is een betere relatie met de Verenigde Staten een eerste vereiste om de economie erbovenop te helpen, het land sterker te maken en de binnenlandse roep om hervormingen te laten verstommen. Zo zit Iran dus klem tussen zijn verzet tegen de VS en de noodzaak om met Washington tot een vergelijk te komen, tussen zijn conservatieve theologische wortels en de noodzaak van hervorming.

    Bovendien vinden veel Chinese analisten dat Iran vaak slap optreedt tegen tegenstanders. Nadat in 2020 de hoogste Iraanse generaal Qassem Soleimani door de VS was geliquideerd, en toen Israël in 2024 de Iraanse ambassade in Syrië had bestookt, vond men de vergeldingsacties van Teheran tegen Amerikaanse militaire bases in Irak en Israël bepaald niet indrukwekkend. Ook de Iraanse vergeldingsaanvallen voor de twaalfdaagse oorlog, waarbij Qatar en de Verenigde Staten steeds vooraf door Iran werden gewaarschuwd, werden algemeen als zwak en ineffectief beschouwd. Chinese internetters deden het spottend af als ‘vergelding voor de bühne’. In Chinese commentaren over het Midden-Oosten klinkt inmiddels veel pessimisme door: Chinese opiniemakers zoals de bekende deskundige Hu Xijin zien Iran en zijn bevolking nu wegzinken in een moeras en nemen het Teheran kwalijk dat het land daarin is beland.

    Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd

    Het Chinese vertrouwen is ook ondermijnd door hoe Iran omgaat met de proxy-groeperingen die het in andere landen onderhoudt. Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd. Zo konden Hamas en Hezbollah door Israël worden gedecimeerd zonder dat Iran met enige steun of vergelding van belang kwam. China hoorde in december 2024 verbluft aan hoe de Iraanse banden met proxy-groeperingen in de regio (de zogenaamde ‘as van het verzet’) door vicepresident Mohammad Zarif werden ontkend: volgens hem had Iran daar geen macht over. En in april 2025 trok Iran zijn militair personeel terug uit Jemen terwijl dat land door de Amerikanen werd gebombardeerd. Ze lieten hun Houthi-bondgenoten dus in de steek om de spanningen met de VS niet verder op te voeren, in de hoop onderhandelingen met dat land te kunnen hervatten.

    Beijing is ook teleurgesteld over het falen van het Iraanse regime op binnenlands vlak. In de Chinese staatsmedia wordt het regime niet openlijk bekritiseerd, maar in kringen van Chinese beleidsmakers maakt men zich geen illusies over de verkeerde beleidskeuzes, de wijdverbreide corruptie en de povere bestuurlijke prestaties van Teheran. Israël kon in de twaalfdaagse oorlog heel gericht Iraanse topmilitairen en kerngeleerden uitschakelen doordat het veiligheidsapparaat geïnfiltreerd was. Dat wekt de indruk dat veel Iraanse functionarissen geen vertrouwen hebben in hun eigen systeem en bereid zijn hun land te verraden. Chinese leiders twijfelen aan de levensvatbaarheid van een Iraanse staat waar de eigen functionarissen geen vertrouwen in hebben.

    Vanwege die teleurstelling over het Iraanse leiderschap is Beijing niet zonder meer gekant tegen een regimewisseling. Omdat het er vooral belang aan hecht dat Iran een levensvatbare economische partner blijft, staat het neutraal tegenover de aard van het regime. Als de Amerikaanse en Israëlische aanvallen de wilde militaire ambities van Iran een halt toeroepen en het land zijn positie als economische mogendheid weet te herwinnen, kan China daar vrede mee hebben.

    Dat China zal proberen het huidige regime overeind te houden is ook onwaarschijnlijk in het licht van zijn eigen betrekkingen met de Verenigde Staten. Voor eind maart staat er een ontmoeting gepland tussen Donald Trump en Xi Jinping. Dat zou kunnen leiden tot een groot akkoord dat een echte détente inluidt na acht traumatische jaren van harde rivaliteit tussen de twee grootmachten. Beijing wil zijn poging om met Trump samen te werken niet laten doorkruisen door een oorlog in het Midden-Oosten.

    Nieuwe afwegingen

    De Chinese belangen in Iran draaien vooral om energiezekerheid. China heeft zijn energievoorziening gediversifieerd en zwaar geïnvesteerd in steenkool, zonne-, wind- en kernenergie. Olie is in 2025 door hernieuwbare energiebronnen voorbijgestreefd als de tweede grootste energiebron na steenkool, maar blijft een onmisbare rol spelen in de Chinese economie. Het land is nog steeds van geïmporteerde olie afhankelijk voor zijn vlieg- en scheepsverkeer en voor petrochemische producten. Het heeft een oliereserve van naar schatting 1,3 tot 1,4 miljard vaten, circa 30 procent van zijn invoer in 2025: genoeg voor een korte, maar niet voor een langdurige verstoring van de aanvoer uit het Midden-Oosten.

    Iets wat China wel zorgen baart, wat deze afwegingen kan doorkruisen en het land toch kan dwingen om in actie te komen, is de afsluiting van de Straat van Hormuz. Daarmee zou meer dan de helft van de Chinese olie-import worden afgesneden. De mogelijkheid van een regionaal conflict met een langdurige sluiting van de scheepvaartroutes is door Midden-Oosten-deskundigen en topmensen uit de Chinese oliesector altijd weggewuifd. Een oorlog in de regio die het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zo was de gedachte, zou leiden tot een wereldwijde energiecrisis waarvoor snel een collectieve oplossing zou worden gevonden. Tijdens de twaalfdaagse oorlog beweerden Chinese deskundigen al dat Iran de Straat van Hormuz niet zou afsluiten, omdat het daarmee de hele Golfregio tegen zich in het harnas zou jagen en zijn eigen inkomsten in gevaar zou brengen. Dit was het argument dat Beijing inzette tegen de binnenlandse roep om (en westerse speculatie over) de opbouw van een Chinese militaire aanwezigheid in de regio.

    Die aanname dat de energieproducenten en -consumenten van de wereld niet zullen toestaan dat de regio uit elkaar valt, wordt nu op de proef gesteld. Beijing oefent druk uit op Teheran om de Straat van Hormuz open te houden en geen maatregelen te nemen die het vervoer van olie verstoren. Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland, dat momenteel al goed is voor meer dan 17 procent van de Chinese olie-import. Maar het is beducht voor al te grote afhankelijkheid van één leverancier, uit angst dat ook die kraan ineens kan worden dichtgedraaid.

    Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland

    Een nog groter probleem voor China is een langdurige oorlog. Als het Iraanse regime de bombardementen van Amerika en Israël doorstaat en met zijn tegenaanvallen echt schade weet aan te richten, wordt Beijing voor een dilemma gesteld. Als Teheran ophoudt met meebuigen, terug gaat vechten en overleeft, wordt het voor China moeilijk om aan de zijlijn te blijven staan en het regime geen steun te geven. Het blijft zijn belangrijkste partner in de regio. Als Iran nu wel daadkracht en weerbaarheid aan de dag legt en China hulp blijft weigeren, laat het zich kennen als een ontrouwe bondgenoot. Mengt het zich wel in de strijd, dan zal China het land wellicht net zo steunen als Rusland in de oorlog tegen Oekraïne: met apparatuur zoals drones, afname van Iraanse olie, en technologische ondersteuning voor de opbouw van de Iraanse defensie-industrie.

    Hoe langer het regime het uitzingt, hoe meer China zal moeten doen om het te ondersteunen, en hoe meer dit de oorlog weer verder zal rekken. Maar als het regime snel ten val komt, zoals dat van Bashar al-Assad in Syrië, of als er juist snel een stabiele nieuwe situatie ontstaat zoals in Venezuela na de ontvoering van Nicolás Maduro, dan zal China daar niet lang om rouwen. Vertrouwen in de leiding van de Islamitische Republiek had China al niet meer. Waar het nu om gaat, is hoe het met de nieuwe machthebbers kan samenwerken om te zorgen dat de olie uit het Midden-Oosten blijft stromen. 

  • Suriname kiest voor het eerst in zijn geschiedenis een vrouwelijke president

    Suriname kiest voor het eerst in zijn geschiedenis een vrouwelijke president

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Texas: achtenzeventig doden en tien vermiste kinderen door overstromingen

    » Gaza: onderhandelingen tussen Hamas en Israël zijn van start gegaan

    De regeringspartij zag af van het voordragen van een kandidaat

    De 71-jarige oppositieleider Jennifer Geerlings-Simons is zondag door het Surinaamse parlement tot president gekozen en is daarmee de eerste vrouw aan het hoofd van de voormalige Nederlandse kolonie. De verkiezing van mevrouw Geerlings-Simons was te verwachten, aangezien de regerende partij deze week had afgezien van het voordragen van een kandidaat. Haar verkiezing tot staatshoofd, voor een ambtstermijn van vijf jaar, komt op een moment dat Suriname ‘op het punt staat een olieboom te beleven’, aldus Bloomberg.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De exploitatie van belangrijke offshore-olievoorraden, die onlangs zijn ontdekt, zal naar verwachting in 2028 van start gaan en de dagelijkse productie opvoeren tot bijna 220.000 vaten per dag, tegenover enkele duizenden vandaag. Tijdens haar toespraak voor de parlementsleden verklaarde mevrouw Geerlings-Simons zich ‘zeer bewust te zijn van de verantwoordelijkheid die nu op [haar] schouders rust’ in een land waar 20 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Verder beloofde ze de olie-inkomsten ‘ter beschikking te stellen van al [haar] medeburgers, met bijzondere aandacht voor jongeren en al diegenen die tot nu toe niet de kans hebben gehad om zich optimaal te ontwikkelen’.

  • Twee Russische olietankers vergaan voor de kust van de Krim

    Twee Russische olietankers vergaan voor de kust van de Krim

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    » Brazilië: president Lula is ontslagen uit het ziekenhuis

    Olielek dreigt ernstige milieuschade te veroorzaken

    Twee Russische olietankers op de Zwarte Zee zijn zwaar beschadigd geraakt, waardoor olie is gelekt, zo verklaren de Russische autoriteiten. De twee olietankers die gezamenlijk meer dan 9000 ton stookolie en 27 bemanningsleden aan boord hadden raakten zondag in de problemen tijdens een storm voor de Krim, waarbij een matroos om het leven kwam. Het ongeluk dreigt ‘ernstige ecologische schade te veroorzaken aan een zeemilieu dat al zwaar is aangetast door de oorlog’ tussen Rusland en Oekraïne, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Al meer dan 4.000 ton olie is gelekt in de Zwarte Zee. De scheepswrakken worden onderzocht maar lijken geen verband te houden met het conflict. De schepen dateren uit de jaren tachtig en waren niet ontworpen voor navigatie in moeilijke omstandigheden op zee. Een ervan brak zelfs in tweeën voordat het zonk. De andere is vastgelopen in het zand.

  • Iran zit zonder brandstof en rantsoeneert zijn elektriciteit

    Iran zit zonder brandstof en rantsoeneert zijn elektriciteit

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump waarschuwt Poetin voor escalatie tijdens eerste gesprek na verkiezingen

    » Netanyahu geeft toe dat hij groen licht gaf voor de pieperaanval op Hezbollah

    Het land lijdt onder een energiecrisis

    Het land heeft bekendgemaakt dat de stroom in Teheran en andere provincies vanaf maandag dagelijks uitvalt. ‘Hoewel Iran de op twee na grootste oliereserves en de op een na grootste aardgasreserves ter wereld heeft, gaat het land gebukt onder een energiecrisis‘, formuleert de Financial Times.

    ’Terwijl de temperaturen in de winter dalen, is de Iraanse aardgasvoorraad ontoereikend om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen, waardoor de elektriciteitscentrales gedwongen zijn om stookolie als grondstof te gebruiken.‘

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Afgelopen woensdag beval de regering echter om het gebruik van deze stof in drie elektriciteitscentrales in Arak en Isfahan, in centraal Iran en Karaj, ten westen van Teheran, stop te zetten om ’de volksgezondheid te waarborgen‘.

    In de afgelopen jaren zijn veel grote steden in Iran getroffen door vervuiling, die volgens deskundigen wordt veroorzaakt door het gebruik van stookolie van lage kwaliteit in elektriciteitscentrales.

  • Namibië verwacht verdubbeling van economie door offshore olie

    Namibië verwacht verdubbeling van economie door offshore olie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nepal: achttienjarige recordklimmer strijdt voor erkenning sherpa’s

    » Venezolaanse oppositieleiders krijgen Sacharovprijs van EU

    Namibische oliereserves zouden 11 miljard vaten bevatten

    ‘280 kilometer uit de kust van Namibië wemelt de zeebodem van het Orange Basin, dicht bij een keten van oude onderwatervulkanen, van het zwarte goud’, schrijft Le Monde. In 2022 werd hier door het Franse TotalEnergie een enorm olieveld ontdekt, geschat op meer dan 3 miljard vaten. Na verder onderzoek wordt ervan uitgegaan dat de oliereserves voor de kust van het Afrikaanse land optellen tot zo’n 11 miljard vaten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De oliewinning die vanaf 2030 van start zal gaan, biedt dit uitgestrekte land met een bevolking van slechts 2,5 miljoen mensen het vooruitzicht op een ongekende economische groei. De autoriteiten in Windhoek beweren dat de olieproductie het bbp van Namibië tegen 2040 zou kunnen verdubbelen. De oliewinning, die 500.000 vaten per dag zou kunnen bedragen, zou van Namibië de op vier na grootste olieproducent van Afrika maken, na Nigeria, Libië, Angola en Algerije.

  • Gabon helpt Rusland om sancties te omzeilen

    Gabon helpt Rusland om sancties te omzeilen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Haïti kampt met ‘ergste hongersnood op het westelijk halfrond’

    » Elektrische vrachtschepen en ferry’s: vergroening scheepvaart gaat nog langzaam

    Russische olietankers varen onder vlag van Gabon

    Sinds juli 2023 hebben meer dan 85 schepen met Russische banden hun registratie veranderd van Liberia naar Gabon, volgens het maritieme analysebedrijf Windward. Onder hen zijn schepen uit de vloot van Sovcomflot, een Russische staatsrederij die het onderwerp is van westerse sancties. Dat schrijft The New York Times. Russische schepen varen onder de vlag van andere landen om de opgelegde sancties sinds de inval van Oekraïne te omzeilen. Naast Gabon zijn Russische schepen ook ingeschreven in het scheepsregister van Panama, Palau en St. Kitts en Nevis

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Die maritieme herschikking heeft de kleine landen in een positie gebracht om te profiteren van de oorlog in Oekraïne’, aldus de Amerikaanse krant. Gabon, ooit een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten en Frankrijk, is na een militaire staatsgreep in 2023 steeds hechter bevriend geraakt met Rusland. Nu de westerse export naar Rusland grotendeels is bevroren, is Gabon een belangrijk onderdeel geworden van de bevoorradingsketen van Moskou. Volgens The Moscow Times zijn recentelijk door het Westen gemaakte vliegtuigonderdelen via een Gabonees bedrijf naar Rusland gevlogen.

  • Amerikaanse regering legt opnieuw sancties op aan Venezuela

    Amerikaanse regering legt opnieuw sancties op aan Venezuela

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 17 doden bij Russische raketaanval op Tsjernihiv

    » Regeringspartij Kroatië wint bij parlementsverkiezingen

    Aanleiding zijn gebroken beloften van de Venezolaanse regering

    De Amerikaanse regering heeft opnieuw oliesancties aan Venezuela opgelegd, naar aanleiding van de gebroken beloften van president Nicolas Maduro in aanloop naar de verkiezingen. Dat schrijft The Financial Times. Van de beloofde democratische hervormingen is niets terechtgekomen en de VS geven bedrijven nu 45 dagen de tijd om hun activiteiten in de Venezolaanse olie- en gassector af te bouwen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We maken ons zorgen, omdat Maduro en zijn mensen hebben weten te voorkomen dat de democratische oppositie hun kandidaat kon registreren, omdat ze politieke tegenstanders hebben geïntimideerd en omdat ze talloze activisten en oppositieleden ten onrechte hebben gearresteerd’, zei Matthew Miller, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, woensdag in een verklaring.

    In oktober verlichtten de VS sancties tegen de door Venezuela gecontroleerde olie-, gas- en mijnbouwsectoren, op voorwaarde dat het land zou zorgen voor open en competitieve presidentsverkiezingen. De partij van Maduro kwam deze beloften niet na en sloten oppositiekandidaat Maria Corina Machado buiten van verkiezingsdeelname.

  • Venezuela stemt in referendum voor inlijving olierijk Essequibo

    Venezuela stemt in referendum voor inlijving olierijk Essequibo

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Indonesië: elf wandelaars omgekomen bij uitbarsting Marapi-vulkaan

    » Aanslag Parijs: dader had trouw gezworen aan IS

    Guyana niet blij met referendum om betwist gebied

    In een referendum zondag stemde 95 procent van de Venezolanen voor de inlijving van Essequibo, een olierijk gebied onder bestuur van Guyana, bij Venezuela. Volgens het Venezolaanse dagblad El Nacional lijkt de bevolking echter niet massaal te zijn komen opdagen en bleven veel stembureaus de hele dag leeg. De Venezolaanse kiesraad zei dat het referendum over vijf vragen bijna 10,5 miljoen ‘stemmen’ had gekregen, zonder een opkomstcijfer te geven. Ongeveer 20,7 miljoen Venezolanen werden zondag opgeroepen om naar de stembus te gaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het voornemen van de Venezolaanse regering om dit deel van Guyana, dat tweederde van zijn grondgebied beslaat, over te nemen, leidt tot spanningen met het buurland’, schrijft El País. Guyana heeft vrijdag het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag gevraagd het Venezolaanse referendum op te schorten. Chavismo beschouwde het als een overwinning dat het orgaan niet op het verzoek inging, hoewel het VN-hof wel zijn waarschuwingen aan Caracas herhaalde om ‘niets te doen dat de situatie zou veranderen op het grondgebied dat Guyana de facto bestuurt en controleert’.

    Lees ook:

  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 

  • In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

    Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

    De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

    Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

    Koolstofdioxide

    Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

    Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

    Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

    Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

    Jongeren

    Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

    Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

    Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

    Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

    Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

    De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

    Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

    Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

    Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

    Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

    Economisch profijt

    Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

    Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

    Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

    ‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

    Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

    Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

    Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

    Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

    Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

    Lees ook:

  • Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    » De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    Productieverlaging ging niet zonder slag of staat

    Saoedi-Arabië gaat zijn olieproductie met een miljoen vaten per dag verlagen in een poging om de olieprijzen omhoog te brengen. Dat kondigde energieminister prins Abdulaziz bin Salman aan tijdens een ‘gespannen’ bijeenkomst van de OPEC+-groep van olieproducerende landen in Wenen op zondag, zo schrijft Financial Times.

    ‘De olieprijzen zijn de afgelopen tien maanden gekelderd, ondanks verschillende pogingen van producenten om het aanbod te beperken’, aldus het zakenblad. ‘Het Saoedische koninkrijk en andere leden kondigden in april een verrassingsverlaging aan, maar na een korte opleving richting 90 dollar per vat, zakten de prijzen weer en daalden ze vorige week op een gegeven moment tot bijna 70 dollar per vat.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ook andere landen hebben toegestemd om hun productie te verlagen, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Veel Afrikaanse leden van OPEC+ verzetten zich afhankelijk tegen pogingen om hun productie naar beneden bij te stellen, aldus FT. Of Rusland, ’s werelds op een na grootste olie-exporteur ook de productie moet verlagen, is nog onzeker.

    OPEC+ is bekritiseerd vanwege zijn alliantie met Rusland na de grootschalige invasie in Oekraïne vorig jaar en vanwege de maatregelen die de groep heeft genomen om de prijzen op peil te houden tijdens een energiecrisis die werd veroorzaakt door de acties van Moskou.

    Lees ook:

  • Hoe Orbáns Hongarije van twee walletjes eet

    Hoe Orbáns Hongarije van twee walletjes eet

    Hoewel Hongarije meerdere EU-sancties tegen Rusland heeft gesteund, verzet Orbán zich tegen nieuwe maatregelen om bij het Kremlin in de gunst te blijven. Russisch gas wordt er niet goedkoper door, maar de regering-Orbán lijkt wel op een andere manier te profiteren.

    ‘Ik heb nog nooit aan zo’n lange tafel gezeten,’ grapte Viktor Orbán na zijn ontmoeting met Vladimir Poetin op 1 februari 2022. De Hongaarse premier was in Moskou, naar eigen zeggen op een ‘vredesmissie’ om de spanningen tussen ‘het Westen en het Oosten’ te verminderen. (Op dat moment waren meer dan honderdduizend Russische troepen gestationeerd aan de grens met Oekraïne.) Orbán pleitte voor een dialoog en stelde het ‘Hongaarse model’ voor als een uitweg. ‘We zijn lid van de NAVO en de Europese Unie. Toch kunnen we uitstekende betrekkingen met Rusland onderhouden. Dat is mogelijk. Wat hebben we daarvoor nodig? Wederzijds respect,’ zo stelde hij.

    Nog geen maand later, op 24 februari, staken Russische troepen de grens met Oekraïne over. De omvang van de aanval verraste de Hongaarse regering. ‘Zelfs in de vierentwintig uur voorafgaand aan de invasie van Oekraïne waren de Hongaarse inlichtingendiensten ervan overtuigd dat een grootschalige invasie ondenkbaar was,’ vertelt Szabolcs Panyi, onderzoeksjournalist bij Direkt36. ‘Ze waren er zeker van dat Rusland de Oekraïense hoofdstad niet zou aanvallen.’

    Terwijl Russische soldaten raketten afvuurden op Kyiv en andere Oekraïense steden, verklaarde Orbán in een video dat hij de invasie veroordeelde. Hongarije zou aan Oekraïne alleen humanitaire hulp bieden – en geen militaire steun. ‘We moeten alles aanpassen,’ zei Orbán twee dagen later tegen verslaggevers, terwijl hij op bezoek was bij een grenspost waar Oekraïense vluchtelingen aankwamen. Hij vertelde dat er al EU-sancties tegen Rusland in de maak waren, die ook door Hongarije gesteund zouden worden. ‘We gaan niets verhinderen,’ verzekerde de premier. ‘Dit is niet het moment om het beter te weten, maar om eensgezind te zijn – het is oorlog.’

    Volgens Panyi geloofden velen dat Orbán door de grootschalige invasie eindelijk gedwongen zou worden zijn controversiële pro-Kremlinbeleid op te geven en Oekraïne van Hongaarse steun te voorzien. Maar met de parlementsverkiezingen in het verschiet kozen Orbán en zijn rechtse Fidesz-partij voor een andere aanpak.

    ‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’

    Ze beloofden humanitaire hulp maar weigerden toe te laten dat wapens vanuit Hongaars grondgebied naar Oekraïne werden vervoerd. Die maatregel moest ‘de veiligheid van Hongarije en de Hongaarse gemeenschap in Transkarpatië’ (een regio in het westen van Oekraïne) garanderen. Orbán sloot vervolgens sancties tegen Russische olie en gas uit, met als argument dat de Hongaarse economie ‘simpelweg niet kan functioneren’ zonder. Hij zorgde ervoor dat Fidesz gepresenteerd werd als de ‘partij van de vrede’. ‘De regering is erin geslaagd de toon van het debat te bepalen. Ze heeft de oppositiepartijen in feite gedwongen ermee in te stemmen, door te zeggen dat zij Hongarije zouden meetrekken in de oorlog als ze aan de macht zouden komen,’ aldus Zsuzsanna Vegh, gastonderzoeker bij het German Marshall Fund van de Verenigde Staten en docent en onderzoeker aan de Europese Universiteit Viadrina.

    Vanzelfsprekend wordt dit dubbelzinnige buitenlandse beleid niet goed ontvangen in Kyiv. Eind maart drong de Oekraïense president Volodymyr Zelensky er bij de Europese Raad op aan dat Hongarije een kant zou kiezen. ‘Je moet zelf beslissen bij wie je hoort. Jullie zijn een soevereine staat,’ zei hij. ‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’

    Fidesz sleepte op 3 april 54 procent van de stemmen binnen, waardoor Orbán voor een vierde keer tot premier werd verkozen en zich verzekerd wist van een tweederdemeerderheid in het parlement. In zijn overwinningstoespraak noemde Orbán onder andere de Oekraïense president en ‘Brusselse bureaucraten’ zijn tegenstanders.

    ‘Business as usual’

    Na de verkiezingen gingen Orbán en zijn regering zich nog harder verzetten tegen sancties op Russische energie. De betrekkingen met het Kremlin werden steeds beter. ‘De regering-Orbán deed er alles aan om grote veranderingen in de relatie met Rusland te voorkomen,’ aldus Vegh. ‘De regering bleef de prioriteit geven aan economische verhoudingen en energierelaties en probeerde los daarvan ook zaken te doen zoals voorheen.’

    Dat hield in dat Hongarije een vrijstelling moest zien te verkrijgen van het EU-embargo op Russische olie. Onderdeel daarvan was een overeenkomst met Gazprom om de levering van Russisch gas op te voeren. Bovendien ging de regering door met de bouw van Paks II, een door Rusland gefinancierde kerncentrale. (De Internationale Investeringsbank van Rusland, waarmee andere EU-landen na de invasie van februari niet meer samenwerken, blijft ook vanuit Boedapest opereren.)

    Hongarije is voor 65 procent van zijn olie en 85 procent van zijn gas en nucleaire brandstof afhankelijk van Rusland. Opeenvolgende regeringen hebben weinig moeite gedaan om daarin verandering te brengen. Op de vraag hoe de energierelatie tussen Rusland en Hongarije de afgelopen elf maanden is veranderd, antwoordt energieanalist Nicholas Birman-Trickett dat die ‘relatief hetzelfde is gebleven’. Hongarije blijft vasthouden aan Russische energie-import, onder andere vanwege infrastructurele beperkingen. ‘En natuurlijk zet Orbán zijn relatie met het Kremlin graag in om concessies van de EU te eisen,’ aldus Birman-Trickett.

    ‘Orbán is altijd vrij transparant geweest over [het feit dat] zijn voorwaardelijke steun voor de sancties [tegen Rusland] afhankelijk was van de vraag of de Europese Unie ook iets voor hem zou doen,’ zegt politiek analist András Tóth-Czifra. Volgens Direkt36 hoopten Orbán en zijn regering bijvoorbeeld aanvankelijk dat de Europese Commissie miljarden euro’s aan coronaherstelfondsen (die wegens corruptie werden achtergehouden) zou vrijgeven als ‘beloning’ voor het steunen van de sancties.

    ‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt’

    Toen dat niet gebeurde, begon de Hongaarse regering haar EU-vetorecht in te zetten. Dat was een probleem, aangezien belangrijke zaken in de EU unaniem moeten worden goedgekeurd. De situatie kwam afgelopen november op scherp te staan, toen Hongarije dreigde om een financieel steunpakket van achttien miljard euro voor Oekraïne te blokkeren. De patstelling werd opgeheven met een compromis: de EU verminderde de financiering.

    ‘Uiteindelijk is het positief geweest dat de Hongaarse regering het gemeenschappelijke Europese [steun]pakket niet gevetood heeft. In december waren er echter al aanwijzingen dat de zesentwintig resterende EU-lidstaten mogelijk een andere weg inslaan wanneer Hongarije dwarsligt,’ aldus Vegh. ‘Ik denk dus dat Hongarije dit niet nog een keer voor elkaar krijgt.’

    Dat betekent echter niet dat Hongarije het niet zal proberen. Vorige week nog zei Orbán dat Hongarije zijn veto zou uitspreken over eventuele sancties tegen de Russische nucleaire sector. Dergelijke sancties noemde hij ‘volstrekt uit den boze’. Ook in Hongarije zelf slaat de antisanctieretoriek van het Fidesz-regime aan. Dat blijkt uit de aanloop naar een recente ‘nationale consultatie’ over de EU-sancties tegen Rusland. Uit de resultaten bleek dat 97 procent van de respondenten tegenstander was van sancties tegen Russische olie en gas. Critici benadrukken hierbij dat de respons laag was (17 procent van de kiesgerechtigden). Bovendien vinden ze dat de vragen misleidend waren: zo werd er gesproken van ‘Brusselse sancties’, maar er werd niet bij vermeld dat alle EU-lidstaten, waaronder Hongarije, elk sanctiepakket tot nu toe hebben goedgekeurd.

    Over de kosten en baten van een nauwe band met Rusland zegt Vegh dat er wat buitenlands beleid betreft ‘vooral sprake is van kosten’. De betrekkingen met Oekraïne hebben een historisch dieptepunt bereikt en Hongarije is verder verwijderd geraakt van zijn westerse bondgenoten. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Hongarije zijn beleid binnenkort zal wijzigen. ‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt,’ legt ze uit. ‘Het is niet onmogelijk, maar het zou ontzettend moeilijk voor Orbán zijn om nu nog terug te krabbelen.’

    Angst en gunsten

    Toen hij in februari 2022 met Orbán aan de lange tafel zat, beweerde Poetin dat Hongarije, dankzij het meest recente langetermijncontract met Gazprom, ‘Russisch gas koopt tegen een prijs die vijf keer zo laag is als de Europese marktprijs’. Tijdens de daaropvolgende persconferentie verklaarde Orbán dat het Russische gas de reden was dat Hongarije jarenlang de tarieven voor nutsvoorzieningen kon bevriezen. ‘Als we Russisch gas hebben, kunnen we de Hongaarse huishoudens goedkoop bevoorraden (…). Zonder Russisch gas kunnen we dat niet,’ aldus de premier.

    Het prijsplafond is een van de ‘belangrijkste en meest symbolische beleidsmaatregelen’ van de regering-Orbán in de afgelopen tien jaar, aldus Tóth-Czifra. Dat plafond werd voor het eerst ingevoerd vóór de verkiezingen van 2014 en was tevens een belangrijk speerpunt in de herverkiezingscampagne van Orbán in 2022. Maar het verhaal over ‘goedkoop Russisch gas’ werd al snel ontkracht. Kort na de verkiezingen meldden de Hongaarse media (op basis van gegevens over de buitenlandse handel) dat de prijsformule van het ‘goedkope’ gas gekoppeld bleek te zijn aan de marktprijzen van de voorgaande maanden. In juli kondigde de Hongaarse regering een ‘energienoodtoestand’ af. Bovendien was er sprake van een flinke koerswijziging: er werden plannen aangekondigd om de prijsplafonds voor huishoudelijk gas- en elektriciteitsverbruik boven het nationale gemiddelde af te schaffen.

    De economische situatie van Hongarije liep najaar 2022 uit de hand. In november waren de voedselprijzen op jaarbasis met 49 procent gestegen en tegen het einde van het jaar bedroeg de inflatie 25 procent. Volgens Tóth-Czifra was dit ook grotendeels te wijten aan het feit dat het regeringsbeleid een averechts effect had.

    In december zag de regering van Orbán zich genoodzaakt om het prijsplafond voor brandstoffen op te heffen vanwege tekorten in het hele land. Ondertussen leidde een poging om de prijzen van basisvoedingsmiddelen aan banden te leggen ertoe dat handelaren vlak voor de feestdagen hun producten gingen rantsoeneren. ‘Eind vorig jaar, toen de gasprijzen in Europa al daalden, betaalde Hongarije aanzienlijk meer voor Russisch gas dan consumenten elders in Europa,’ aldus Tóth-Czifra.

    ‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont aan dat ze enigszins wanhopig is’

    György Matolcsy, gouverneur van de Hongaarse centrale bank, heeft alarm geslagen over het economische beleid van de regering. Hij noemt de prijsplafonds een ‘gebrekkige crisisstrategie’ en een aanjager van de inflatie. Maar in plaats van het roer om te gooien, kiezen Orbán en zijn regering ervoor naar anderen te wijzen – de EU-sancties tegen Rusland, welteverstaan. Onlangs benadrukte Péter Szijjártó, de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, in een interview dat de sancties hebben gefaald en dat ze meer schade hebben toegebracht aan de Europese economieën dan aan Rusland.

    ‘De Hongaarse regering is in feite gewoon bang dat de Russen de gastoevoer zullen stopzetten,’ zegt Panyi. Dat maakt hij onder andere op uit de ‘gunsten’ die Hongarije verleent om in de gratie van het Kremlin te blijven. Als voorbeeld draagt hij aan dat Hongarije door te lobbyen voor elkaar heeft gekregen dat Kirill, de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk, vrijgesteld wordt van sancties. Onlangs vertelden diplomatieke bronnen aan RFE/RL dat Hongarije bij de EU een verzoek heeft ingediend om negen mensen (te weten oligarchen en hun familieleden) van de sanctielijst tegen Rusland te verwijderen. ‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont wat mij betreft aan dat ze enigszins wanhopig is,’ aldus Panyi.

    Het Hongaarse regime zal hier toch op de een of andere manier van profiteren. ‘Waar het hier echt om gaat, is dat er bij alle soorten zakendeals [met Rusland] beschuldigingen van corruptie zijn geweest – of het nu ging om olie of gas, nucleaire deals of zelfs de aankoop van metrostellen in Boedapest,’ aldus Panyi. Hij verwijst hiermee naar zijn eerdere rapportages. ‘Er loopt een duidelijk geldspoor vanuit de Russische staatskas naar de broekzakken van mensen in de inner circle van premier Orbán.’

    Lees ook:

  • Polen krijgt geen aardolie meer van Rusland

    Polen krijgt geen aardolie meer van Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS en Canada verbieden ambtenaren om TikTok te gebruiken

    » Afrika getroffen door ‘beangstigende’ cholera-epidemie

    Geen olie meer voor Polen via Droezjba-pijpleiding

    Het Poolse olieconcern Orlen krijgt geen aardolie meer uit Rusland, zo bracht het bedrijf zaterdag naar buiten. De leveringen via de Droezjba-pijpleiding aan Polen zijn door Rusland stopgezet. Tegelijkertijd, zo benadrukte Orlen, is het bedrijf helemaal voorbereid op een dergelijke situatie en kunnen leveringen aan zijn raffinaderijen volledig over zee plaatsvinden, schrijft Onet Wiadomosci.

    Het stopzetten van de olietoevoer via de pijpleiding zal geen gevolgen hebben voor de levering van de bedrijfsproducten aan Poolse klanten, waaronder benzine en diesel, aldus Orlen. De Russische aardolieleveringen dekten sinds begin februari 2023, toen het contract met het bedrijf Rosneft verlopen was, nog maar zo’n 10 procent van de vraag van Orlen naar deze grondstof. Het betrof uitsluitend de toevoer via pijpleidingen, waarvoor geen internationale sancties werden opgelegd.

    Een belangrijke handelspartner van het Poolse bedrijf is Saudi Aramco, de staatsoliemaatschappij van Saudi-Arabië

    Het Poolse olieconcern benadrukte dat het sinds het begin van de oorlog in Oekraïne de overzeese invoer van aardolie en kant-en-klare brandstoffen uit Rusland had stopgezet, lang voordat de EU-embargo’s op dergelijke leveringen werden ingesteld. Orlen moet het nu vooral hebben van import uit gebieden als de Noordzee, West-Afrika, de Middellandse Zee en de Perzische en Mexicaanse Golf. Een belangrijke handelspartner van het Poolse bedrijf is Saudi Aramco, de staatsoliemaatschappij van Saudi-Arabië, waarmee het in 2022 een overeenkomst is aangegaan inzake de levering van aardolie.

    Het Poolse bedrijf heeft nog een contract voor de levering van aardolie met het Russische bedrijf Tatneft dat geldig is tot eind 2024. Maar nu Rusland de kraan van de Droezjba-pijpleiding heeft dichtgedraaid, ontvangt het geen olie meer. Orlen verklaarde al eerder dat het de invoer zal stopzetten indien de EU passende sancties oplegt. Het bedrijf wilde het contract niet ontbinden, omdat dat het risico met zich meebrengt dat het een schadevergoeding moet betalen.

    Lees ook:

  • Venezolaanse regering sluit akkoord met oppositie

    Venezolaanse regering sluit akkoord met oppositie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker drie doden bij aardverschuiving Italië

    » Taiwanese regeringspartij verliest bij verkiezingen

    In reactie op het akkoord hebben de VS sancties versoepeld

    Voor het eerst in bijna een jaar hebben afgevaardigden van de Venezolaanse regering gesproken met de oppositie in het Zuid-Amerikaanse land. In een akkoord werd afgesproken samen te werken op gebieden als gezondheidszorg, onderwijs en basisbehoeften als medicijnen en voedsel, schrijft NPR. Het land verkeert al jarenlang in een politieke impasse waarbij zowel president Nicolás Maduro als oppositieleider Juan Guaidó zich als legitieme leiders van het land zien.

    Hoewel Maduro lange tijd door de meeste westerse leiders als illegitiem werd gezien en Guaidó werd erkend als zijn tijdelijke plaatsvervanger, is daar de afgelopen tijd verandering in gekomen door de energiecrisis. Het olierijke Venezuela biedt veel landen die nieuwe energiebronnen zoeken uitkomsten, al zorgen de huidige sancties door de VS er nog wel voor dat er geen zaken gedaan mogen worden met het Venezolaanse regime.

    Nu de regering en de oppositie een akkoord hebben gesloten, hebben de VS enkele van deze sancties opgeheven. Zo mag het Amerikaanse bedrijf Chevron weer olie importeren uit Venezuela, al mag het regime in het Zuid-Amerikaanse land er niet aan verdienen en zullen de opbrengsten gebruikt worden om een openstaande schuld die het land bij Chevron heeft te innen.

    Lees ook:

  • Noordzee: VK geeft olie- en gasvergunningen uit ondanks klimaatzorgen

    Noordzee: VK geeft olie- en gasvergunningen uit ondanks klimaatzorgen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland: Wagner lokt buitenlandse huurlingen met hoge salarissen

    » VK: mogelijke stroomuitval in winter door energietekort

    Geen oplossing voor gastekort op korte termijn

    Het Verenigd Koninkrijk heeft een nieuwe vergunningsronde geopend om olie- en gasbedrijven in staat te stellen naar fossiele brandstoffen te zoeken in de Noordzee, ondanks de dreiging van een juridische strijd door klimaatactivisten, bericht The Guardian. De North Sea Transition Authority is een proces gestart om meer dan honderd vergunningen te verlenen aan bedrijven die olie en gas in het gebied willen winnen. Bijna negenhonderd locaties worden aangeboden voor exploratie.

    Volgens klimaatactivisten van Greenpeace is het besluit om de vergunningsronde te lanceren ’mogelijk onwettig en we zullen zorgvuldig de mogelijkheden onderzoeken om actie te ondernemen’. Volgens de regering zullen de nieuwe vergunningen de energiezekerheid van Groot-Brittannië vergroten en banen scheppen, maar het zal de Britse kortetermijnproblemen rond mogelijke gastekorten of torenhoge rekeningen niet oplossen, aldus The Guardian.

    Lees ook: