Tag: 11 september

  • ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren’

    ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren’

    Bush zat dus achter de aanslagen van 11 september 2001, de VN verspreiden het communisme, vaccinaties zijn doodeng en Obama wil oude mensen van staatswege laten ruimen. Amerika was al ver voor Trump in de wurggreep van krankzinnige complottheorieën.

    Dit artikel verscheen al eerder in nummer 61.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werden in de VS de aanslagen van 9/11 herdacht. De aanslagen zijn voer voor wilde complottheorieën, die ook nu nog vele mensen in hun greep houden.
    Dat bizarre theorieën hun weg naar de politiek gevonden hebben, bleek woensdag ook tijdens het eerste debat tussen Donald Trump en Kamala Harris. Zo zei Trump dat migranten in Ohio huisdieren eten en legde hij Harris’ running mate Tim Walz uitspraken in de mond over abortus die Walz nooit gedaan heeft. Dit artikel van Newsweek uit 2021 laat zien hoe en waar complottheorieën ontstaan en hoe ze zo invloedrijk zijn geworden in de Amerikaanse politiek.

    Een veelgeprezen plan voor de regulering van nieuwbouw in Baldwin County werd de nek omgedraaid. Volgens boze kiezers maakte het deel uit van een complot van de Verenigde Naties om een einde te maken aan het recht op privébezit, het communisme in te voeren en de lokale bevolking in treinwagons af te voeren naar interneringskampen. Toen het plan werd weggestemd, klonk er luid gejuich en werd ‘God Bless America’ aangeheven. De voltallige commissie bouw- en woningtoezicht trad uit frustratie af.

    Marjorie Taylor Greene

    Het Amerikaanse Congresslid Marjorie Taylor Green is in opspraak geraakt door filmpje uit 2018 waarin ze complottheorieën spuit. In de opname beweert ze dat de aanslagen van 11 september een hoax zijn, dat voormalig president Barack Obama moslim is en dat de Clintons moordenaars zijn, bericht The New York Times op 29 januari 2021.
    ‘Het [40 minuten durende filmpje] geeft een kijk op het verwrongen wereldbeeld dat het Republikeinse congreslid uit Georgia uitdraagt, die in de drie maanden sinds haar verkiezing een nationaal merk voor zichzelf heeft gecreëerd als een conservatieve provocateur die met trots de hard-rechtse marge naar het Capitool heeft gebracht’, schrijft het dagblad.
    De krant stelt ook dat Greene een aanhanger is van de Qanon-theorie die beweert dat Trump strijdt tegen een schimmige kliek van Democratische pedofielen.
    Een grote groep van Democraten roept op om haar uit het Huis van Afgevaardigden te verwijderen en ook uit haar eigen partij klinkt er steeds meer kritiek over haar controversiële standpunten, aldus de NYT.

    Een federaal voorstel om artsen te vergoeden voor een gesprek met bejaarde patiënten over de medische opties in hun laatste levensfase is op sterk water gezet. Een aantal conservatieven, Sarah Palin voorop, had het voorstel afgeschilderd als een plan voor bureaucratische ‘doodscommissies’ die zouden gaan bepalen wie in leven mag blijven en wie niet. Het plan had de steun van ouderengroeperingen, geriaters en oncologen. Nu het is verworpen, krijgen bejaarden alleen zo’n gesprek over de verschillende opties voor reanimatie, pijnbestrijding en religieuze bijstand als hun arts dat gratis aanbiedt.

    Vaccinatievrees

    In 2008 kreeg in Amerika niemand mazelen en kregen 13.278 mensen kinkhoest. In 2013 waren er 276 gevallen van mazelen en meer dan 24.000 van kinkhoest. Deskundigen wijten dat aan de daling van het aantal mensen dat wordt ingeënt. Voornaamste oorzaak daarvan is de vrees dat artsen en farmaceutische bedrijven de risico’s van inenting verdoezelen om hun inkomsten niet in gevaar te brengen – ook al zijn de winstmarges in deze specifieke branche zo klein dat zes op de zeven bedrijven zich er de afgelopen 35 jaar uit hebben teruggetrokken.

    Doordat diverse kwakzalvers en beroemdheden dit waanidee blijven verspreiden, zijn ziekten die door vaccinatieprogramma’s bijna waren uitgeroeid nu ineens weer in opkomst.

    Complottheorieën over de overheid zijn al zo oud als de Amerikaanse constitutie

    George Bush heeft duizenden slachtoffers op zijn geweten omdat hij achter de aanslagen van 11 september 2001 zat. Barack Obama is Keniaans staatsburger en had volgens de wet geen president mogen worden. Voorgestelde onderwijsrichtlijnen maken deel uit van een antichristelijke communistische samenzwering om van onze kinderen homo’s te maken. De officiële werkloosheidscijfers en de aanmeldingscijfers voor Obamacare zijn door het Witte Huis gewoon verzonnen. Enzovoort, enzovoort.

    Complottheorieën over de overheid zijn al zo oud als de Amerikaanse constitutie. Maar waren het vroeger vooral tirades van schuimbekkende gekken waar je om kon lachen, tegenwoordig loopt het volgens deskundigen uit de hand: krankzinnige waanbeelden en verzinsels houden het overheidsbeleid in een wurggreep en vormen zelfs een bedreiging voor de volksgezondheid. ‘Dit soort theorieën maakt elke rationele discussie in dit land onmogelijk,’ zegt burgerrechtenadvocaat Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, die onlangs een rapport schreef over de gevolgen van het zogenaamde Agenda 21-complot. ‘Ze krijgen echt invloed.’

    De ongehoorde groei van zowel het aantal complottheorieën als hun invloed is volgens deskundigen deels te wijten aan snellere communicatiemiddelen als internetfora, Twitter en andere sociale media. ‘Complottheorieën spelen een grotere rol in het publieke debat dan vroeger,’ zegt Eric Oliver, politicoloog aan de universiteit van Chicago.

    Agenda 21

    Het angstbeeld van Agenda 21 is een goed voorbeeld. Het gaat om een nietbindende intentieverklaring die in 1992 werd ondertekend door Bush sr. en 177 andere wereldleiders. De gedachte was eenvoudig: de landen beloofden in hun beleid voor stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening te proberen het milieu zo veel mogelijk te sparen. Zowel links als rechts beschouwden het destijds als een stap die niet veel voorstelde.

    Maar nu niet meer. Extremistische organisaties zien in Agenda 21 nu een poging van de VN en de ‘Nieuwe Wereldorde’ om alle privébezit te confisqueren, communisme te propageren en tegenspraak de kop in te drukken. Je mag niet meer wonen waar je wil. Bomen krijgen evenveel rechten als mensen. Elektriciteitsbedrijven gaan hun klanten bespioneren.

    Buurtbewoners protesteren tegen de aanleg van fietspaden met spandoeken die verwijzen naar sinistere internationale complotten

    In 2012 nam het Republikeinse partijbestuur een resolutie aan waarin het document werd veroordeeld als een ‘geniepig plan’ om het volk een ‘socialistisch/communistische herverdeling van rijkdom’ op te dringen. Het partijcongres zwakte de formulering later af, maar bleef Agenda 21 veroordelen als een onuitvoerbare verklaring zonder financiële onderbouwing, ‘geniepig’ en een ‘aantasting van de Amerikaanse soevereiniteit’.

    En nu wordt overal in het land dat Agenda 21-complot van stal gehaald zodra een gemeentelijke commissie – die vaak nog nooit van de VN-verklaring heeft gehoord – met een bestemmingsplan komt om de wildgroei aan nieuwbouw te reguleren en daarbij oog te houden voor het milieu. Zo verging het Baldway County. In Maine werd een stokje gestoken voor de aanleg van een nieuwe weg die een eind moest maken aan verkeersopstoppingen.

    Idem dito met plannen voor het herstel van oesterbedden in Virginia en een hogesnelheidstrein in Florida. Buurtbewoners protesteren tegen de aanleg van fietspaden (fietspaden!) met spandoeken die verwijzen naar sinistere internationale complotten.

    Ook de rel rond Cliven Bundy is in verband gebracht met de VN: deze boer in Nevada weigert de verplichte vergoeding te betalen voor vee dat op federaal grondgebied graast. ‘Doe eens onderzoek naar Agenda 21 van de VN, die door de regering-Obama wordt gebruikt om je via een bestemmingsplan van al je land en je rechten te beroven,’ schreef iemand uit Idaho aan de regionale krant Coeur d’Alene Press naar aanleiding van die zaak. ‘De VN willen een eind maken aan al het privébezit, want dat vindt men “niet duurzaam”.’ Die brief belandde niet in de prullenbak bij alle andere bizarre complottheorieën die de media elke dag ontvangen. Nee, het schrijven werd in de krant afgedrukt onder de kop: ‘BUNDY: Onderdeel VN Agenda 21’.

    En dat is een verontrustende trend: dat prominente politici verhalen over geheime complotten spuien zonder een greintje bewijs

    Maakt verder niet uit dat die vergoeding voor het grazen op publieke grond al sinds 1934 bestaat, en dat 18.000 boeren ook netjes betalen zonder dat er een wereldwijd complot voor nodig is. Uit onderzoek blijkt dat dit soort bangmakerij zich niet beperkt tot één kant van het politieke spectrum.

    Neem de regering-Bush. Er wordt beweerd dat Bush de aanslagen van 9/11 heeft gebruikt – of zelfs georganiseerd – om oorlog te kunnen voeren en het veiligheidsapparaat uit te breiden. Dat Cheney de Irakoorlog op touw heeft gezet om via aanbestedingen miljoenen dollars te kunnen doorsluizen naar zijn vroegere werkgever Halliburton. Dat ze hun verkiezingsoverwinning in 2004 danken aan verkiezingsfraude in Ohio. En die ideeën leven niet alleen onder gewone burgers, maar worden ook geventileerd door politici met landelijke bekendheid: het Democratische congreslid Keith Ellison, de ultrarechtse Republikein Rand Paul en Robert F. Kennedy, de linkse zoon van Bobby Kennedy in zijn radioprogramma.

    Zonder bewijs

    En dat is een verontrustende trend: dat prominente politici verhalen over geheime complotten spuien zonder een greintje bewijs. Zo steunen veel politici de gedachte dat Obama zijn geboortecertificaat heeft achtergehouden, een belangrijke bouwsteen van de theorie dat hij in Kenia is geboren. Voormalig Congreslid Cynthia McKinney geloofde in de complottheorieën omtrent 9/11. Senator Ted Cruz heeft gezegd dat Agenda 21 de afschaffing van golfbanen en verharde wegen beoogt. En ook prominente zakenlui en commentatoren spuien ongefundeerde complottheorieën. De dalende werkloosheidscijfers die de regering in het verkiezingsjaar 2012 publiceerde, waren volgens Jack Welch, voormalig hoofd van General Electric, gelogen. Dat de peilingen een zege voor Obama voorspelden, was volgens diverse commentatoren een complot van peilingbureaus. Toen het Witte Huis bekendmaakte hoeveel mensen zich hadden aangemeld voor Obamacare, noemde Jesse Waters van Fox News dat ‘een keiharde leugen’.

    Deskundigen die onderzoek naar het fenomeen doen, weten niet zeker waarom zo veel landelijk bekende figuren tegenwoordig openlijk met complottheorieën komen. ‘Mensen overschreeuwen zichzelf soms,’ zegt psycholoog Michael Wood, die hierover doceert aan de universiteit van Winchester. ‘Maar het kan ook heel goed dat die complottheorieën in de hogere echelons echt hebben postgevat. Het zou vreemd zijn als politici hier totaal immuun voor waren.’

    Wanneer complotdenkers hun tegenstanders beschuldigen van dubieuze praktijken, dekken ze zich vaak in met de opmerking dat er alleen een paar kwesties zijn die vragen bij hen oproepen. Dat is volgens deskundigen dé manier om een complottheorie aan te zwengelen. ‘Een van de gebruikelijkste methoden om een complottheorie te propageren is door “enkel wat vraagtekens te plaatsen” bij een officieel verhaal,’ zegt Karen Douglas, redacteur van het British Journal of Social Psychology . ‘Dat is een heel sterke retorische truc: je hoeft inhoudelijk niets aan te dragen, alleen je twijfels te uiten over de beweerde juistheid.’

    Maar als het een gewoonte wordt om politieke tegenstanders van grove fouten te betichten op basis van ongefundeerde onzin, kan dat funest zijn voor het maatschappelijk debat. Als beide zijden elkaar aanvallen op basis van de wildste theorieën en elkaar uitmaken voor terrorist, landverrader, moordenaar of racist, leidt dat tot een polarisatie die besturen onmogelijk maakt. ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren dat zo belangrijk is voor een democratie,’ zegt Brendan Nyhan van Dartmouth College. ‘Ze leiden de aandacht af van de echte problemen waar het debat over zou moeten gaan.’

    Aztlan-complot

    Waar komen complottheorieën vandaan? Ze borrelen vaak op in marginale subculturen, waar ze worden opgepikt door figuren met iets van geloofwaardigheid, tot ze uiteindelijk de massamedia bereiken. Een goed voorbeeld is het zogenaamde ‘Aztlan-complot’: Mexico zou plannen hebben om de VS binnen te vallen en zeven zuidelijke staten te heroveren. De theorie werd eerst geopperd in een radicaal antimigrantenclubje van nog geen tien mensen. Dat werd opgepikt door anderen en in steeds bredere kring verspreid, tot het uiteindelijk zelfs op CNN werd besproken door de bekende tv-journalist Lou Dobbs.

    ‘In zo’n sociaal netwerk kan een complottheorie zich als een lopend vuurtje verspreiden’

    ‘Zo gaat dat,’ zegt Mark Potok. ‘Het begint met een marginaal clubje, en voor je het weet is het een item op televisie en wordt het razend lastig om nog een serieus debat over immigratie te voeren.’

    De groei van het aantal nieuwsmedia draagt bij aan de verspreiding van complottheorieën, maar volgens experts valt dat nog in het niet bij de invloed van sociale media en internet. Die maken het voor aanhangers van complottheorieën makkelijker om zich online af te zonderen met uitsluitend gelijkgestemden, zodat een situatie ontstaat waarin niemand het beeld met feiten corrigeert en verzinsels welig tieren. ‘In zo’n sociaal netwerk kan een complottheorie zich als een lopend vuurtje verspreiden,’ zegt Cass Sunstein van Harvard University, auteur van het boek Conspiracy Theories and Other Dangerous Ideas . ‘Het is dan echt besmettelijk.’

    Aanhangers van complottheorieën worden soms weggezet als dom en labiel, maar onderzoek nuanceert dat beeld. ‘De realiteit is dat ook goed geïnformeerde mensen aan zulke theorieën ten prooi vallen, als ze er een bevestiging in vinden van wat ze graag willen geloven,’ zegt Brendan Nyhan.

    Daar zijn onderzoekers het over eens: mensen uit alle lagen van de maatschappij omarmen complottheorieën als een manier om de chaos van het leven te bezweren. ‘Om allerlei redenen kan de wereld steeds chaotischer en onoverzichtelijker lijken,’ legt Nyhan uit. ‘Complottheorieën geven je het gevoel dat je weer greep krijgt op de chaos.’

    Onderzoek naar het soort mensen dat in complottheorieën gelooft levert verrassende resultaten op. Zo bleek uit één onderzoek dat mensen die denken dat prinses Diana in 1997 is vermoord, ook sneller geneigd zijn te geloven dat ze nog leeft. En mensen die denken dat Osama bin Laden al dood was toen een Amerikaans commandoteam in 2011 zijn schuilplaats binnenviel, zijn er ook vaker van overtuigd dat hij toen is ontsnapt. Dit vermogen om twee tegenovergestelde ideeën te koesteren is cruciaal. Uit onderzoek blijkt dat slechts één persoonlijkheidsfactor de kans kan voorspellen dat iemand in een complottheorie zal geloven: de vraag of hij al in andere complottheorieën gelooft.

    En het aantal mensen dat in deze, vaak uiterst onwaarschijnlijke verhalen gelooft is gigantisch. Vorig jaar bleek uit een peiling dat 28 procent van de Amerikanen gelooft dat een geheime elite via een wereldwijde autoritaire regering de hele wereld in haar greep probeert te krijgen, 15 procent gelooft dat de bevolking stiekem door de overheid wordt gehersenspoeld via tv-uitzendingen en 14 procent denkt dat de CIA verantwoordelijk was voor de verspreiding van crack in de jaren tachtig. Vergelijkbare en soms nog extremere cijfers zie je bij medische complottheorieën. Uit een onderzoek in het Journal of the American Medical Association in maart bleek dat 49 procent van de respondenten in ten minste één medische complottheorie geloofde, en 18 procent in drie of meer. De bekendste theorieën betroffen behandelingen tegen kanker, vaccinaties en mobiele telefoons, en die hadden ook de meeste aanhang. 37 procent dacht dat natuurlijke behandelmethoden tegen kanker onder de pet werden gehouden door de overheid en de farmaceutische industrie, en volgens 20 procent wordt de overheid door het bedrijfsleven belet cijfers bekend te maken waaruit blijkt dat je van mobiele telefoons kanker krijgt of dat artsen heimelijk geloven dat vaccinaties wel degelijk gevaarlijk zijn.

    Net als politieke fabeltjes hebben medische complottheorieën reële consequenties. Mensen die erin geloven zijn sneller geneigd geen zonnebrandcrème te gebruiken en geen jaarlijkse check-up te laten doen. Uit een studie van de universiteit van Kent bleek dat mensen die aan complottheorieën over vaccinaties werden blootgesteld ‘minder snel geneigd waren zich te laten inenten’ dan de mensen uit de controlegroep.

    Ontkrachten

    Al hebben complottheorieën concrete gevolgen voor het politieke debat en de volksgezondheid, ze zijn lastig te bestrijden. Wie feiten aanvoert om ze te ontkrachten, sterkt de aanhangers slechts in hun geloof. ‘Als je een waan idee probeert te ontkrachten, bijten sommigen zich er juist des te meer in vast,’ zegt Cass Sunstein. ‘Ze denken dan: waarom neemt iemand zo veel moeite om het te ontkennen als het toch niet waar is? Met andere woorden: de ontkenning bewijst het gelijk van hun theorie.’ 

    Brendan Nyhan legde Sarah Palins aantijgingen over ‘doodscommissies’ voor aan proefpersonen. Die kregen daarna informatie waaruit bleek dat Palins bewering niet klopte. Als mensen een hekel aan Palin hadden, of als ze haar wel mochten maar weinig kennis hadden van politiek, geloofden ze die tegenargumenten. Maar het voorleggen van feitenmateriaal had juist ‘een averechts effect bij Palinaanhangers met meer politieke kennis, die na kennisname van de corrigerende feiten nog sterker geneigd waren in de doodscommissies te geloven en tegen de voorgestelde hervorming te zijn’. Sommige aanhangers van complottheorieën zijn dus gewoon niet te overtuigen. Een debat over methoden om complottheorieën te bestrijden kan zelfs een aanleiding zijn voor nieuwe complottheorieën. Zo schreef Sunstein in 2008 een artikel over complottheorieën en de overheid, en het probleem dat de bedenkers van die theorieën online alleen communiceren met gelijkgestemden. 

    Meestal kun je ze negeren, maar wat als het gaat om bij voorbeeld een groep fundamentalistische moslims of andere extremisten die ook geweld prediken? Eén mogelijke tactiek, aldus Sunstein, zou kunnen bestaan uit ‘cognitieve infiltratie van extremistische groepen’. Opsporingsambtenaren moeten zich dan aanmelden bij de discussiefora en sociale netwerken waar die gevaarlijke ideeën circuleren en daar informatie verspreiden die de theorieën ontkracht. Die ambtenaren kunnen zich bekendmaken of juist niet – beide opties hebben volgens Sunstein voor- en nadelen.

    De aanval werd meteen geopend. Sunstein zou alle kritiek op de regering de kop in willen drukken en misschien zelfs willen helpen critici op te sporen. Volgens de nieuwe complottheorie werkte Sunstein in opdracht van de overheid, want hij had vroeger aan het hoofd gestaan van het Bureau voor Informatie en Wetgeving van het Witte Huis: hij was verantwoordelijk geweest voor de informatieverspreiding van het Witte Huis. (Zoek maar op internet, of lees de klantbeoordelingen van Sunsteins boek op Amazon.com: de ‘Sunstein is een stroman van de overheid’-theorie duikt overal op.) 

    Hoe het echt zit? Sunsteins werk had niets met spionage te maken. Hij gaf leiding aan een operatie om de papierstroom te reduceren en te controleren of nieuwe regelgeving niet in strijd was met de wet. ‘Ze denken dat ik me daar bezighield met politieke propaganda,’ zegt hij. ‘Maar dat was mijn werk niet, ik moest alleen de papierstroom indammen.’ 

    Cirkel 

    Sunstein is niet de enige die zoiets overkomt. Toen het Southern Poverty Law Center zijn rapport over Agenda 21 had gepubliceerd, stond de telefoon roodgloeiend. ‘We werden suf gebeld door goedbedoelende mensen die ons uitlegden hoe dom we waren, dat we met open ogen in de val van de elite waren getrapt,’ zegt Potok. 

    Zo gaat dat met de eindeloze cirkel van complottheorieën. Ze zijn niet te weer leggen en niet kapot te krijgen. Wie iets tegen zo’n overspannen theorie inbrengt, moet zelf wel deel uitmaken van het complot. Want over één ding waren de meeste geïnterviewde des kundigen het eens: zodra dit artikel verschijnt, zal Newsweek ervan worden beticht deel uit te maken van een complot. 

  • Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

    Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

    Omar Saif Ghobash, de ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten in Rusland, schreef na de aanslagen van 11 september een reeks brieven aan zijn zoon die nog niets aan actualiteit hebben ingeboet. ‘Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten.’

    Saif, de oudste van mijn twee zoons, is geboren in december 2000. In de zomer van 2001 namen mijn vrouw en ik hem mee op een tripje naar New York. Ik herinner me dat ik hem in een draagzak op mijn borst had. Een paar dagen nadat we weer terug waren in Dubai, volgden we op CNN de verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september. Toen duidelijk werd dat de aanvallen waren uitgevoerd door jihadterroristen, voelde ik een nieuw soort verantwoordelijkheid tegenover mijn zoon, nog los van alle andere heftige gevoelens die het ouderschap in je doet ontwaken. Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem – en mezelf en al mijn medemoslims – duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten. Hier ben ik de afgelopen jaren mee bezig geweest. De opdracht die ik mezelf heb gesteld lijkt alleen maar urgenter te worden naarmate de wereld steeds meer verstrikt raakt in een cyclus van jihadistisch geweld en islamofobie.

    Tegenwoordig woon en werk ik in Rusland, als ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten, en ik probeer in mijn werk een sfeer te creëren die ruimte biedt voor ideeën en mogelijkheden. In die geest heb ik een reeks brieven aan Saif geschreven, met de bedoeling hem de ogen te openen voor enkele van de vragen waarmee hij in de loop van zijn leven geconfronteerd zal worden, en voor een scala aan mogelijke antwoorden.

    Ik wil dat mijn zoons en hun generatie moslims begrijpen hoe ze trouw kunnen zijn aan de islam en zijn diepste waarden, maar tegelijkertijd hun eigen koers kunnen uitstippelen in een complexe wereld. Ik wil dat ze leren observeren en nadenken, en zo tot de ontdekking komen dat er geen conflict hoeft te zijn tussen de islam en de rest van de wereld. Ik wil dat ze begrijpen dat we zelfs op het gebied van religie vele keuzes moeten maken. Ik vind dat de generatie moslims van mijn zoons het recht – en de plicht – heeft om na te denken over wat goed en fout is, over wat al dan niet behoort tot het wezen van de islam, en op grond daarvan haar eigen beslissingen te nemen.

    Verantwoordelijkheid

    Lieve Saif,
    Hoe zouden jij en ik verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het leven dat wij als moslim leiden? Natuurlijk, het belangrijkste is om een goed mens te zijn. En als we goede mensen zijn, wat is er dan nog voor connectie tussen ons en de mensen die terreurdaden plegen en die beweren in naam van het geloof te handelen?’

    Veel moslims komen in opstand tegen dergelijke misdaden en veroordelen ze publiekelijk. Anderen zeggen dat de gewelddadige extremisten die deel uitmaken van groeperingen als Islamitische Staat geen echte moslims zijn. ‘Die mensen hebben niets van doen met de islam,’ luidt het refrein. Die bewering klinkt mij niet helemaal goed in de oren. Het lijkt een al te makkelijke manier om bepaalde ingewikkelde vragen uit de weg te gaan.

    Hoewel ik het handelen van de terroristen verafschuw, realiseer ik me dat zij op grond van de basale toelatings-eisen voor de islam onbetwist moslim zijn. De islam verlangt niet meer van een gelovige dan dat hij erkent dat er geen andere God is dan Allah en dat Mohammed zijn profeet is. Gewelddadige jihadisten geloven dit zonder meer. Dat is de reden dat belangrijke religieuze instituties binnen de islamitische wereld terecht hebben geweigerd hen als niet-moslims te bestempelen, hoewel ze hun daden veroordelen. Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben. Hoewel hun lezing van de Koran ouderwets en vertekend lijkt, weten ze toch aanhang te winnen.

    Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben

    Wat mij zorgen baart, is dat de ideeën van de extremisten steeds meer navolging lijken te vinden, terwijl de groep moslims die vasthoudt aan een andere opvatting van de islam steeds kleiner lijkt te worden. En naarmate die groep kleiner en kleiner wordt, lijkt hij ook stiller en stiller te worden, totdat het uiteindelijk lijkt alsof alleen nog de extremisten spreken en handelen in naam van de islam.

    Wij moeten ons uitspreken, maar het volstaat niet om in het openbaar te zeggen dat de islam niet gewelddadig is, of radicaal of kwaad, maar dat de islam een vreedzaam geloof is. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor die islam van vrede. We moeten laten zien hoe die tot uiting komt in onze manier van leven en de manier waarop onze samenleving functioneert.

    Ik zeg niet dat moslims zoals jij en ik de schuld op ons moeten nemen voor wat de terroristen doen. Wat ik zeg, is dat we verantwoordelijkheid kunnen nemen door ons sterk te maken voor een ander begrip van de islam. We kunnen zowel moslims als niet-moslims duidelijk maken hoe wij de islam zien, en laten zien op welke manier de islam doorwerkt in ons leven. Ik vind dat we dat verschuldigd zijn aan alle onschuldige mensen, zowel moslims als niet-moslims, die hebben geleden onder het handelen van onze medegelovigen die op een extremistisch dwaalspoor zijn beland.

    Het is niet makkelijk om een dergelijke verantwoordelijkheid te nemen, al helemaal niet nu veel mensen buiten de moslimwereld overtuigd islamofoob zijn en mensen zoals jij en ik haten en vrezen, soms aangemoedigd door politieke leiders. Als je het gevoel hebt dat je ten onrechte apart wordt gezet en wordt aangevallen, is het niet makkelijk om met een kritische blik naar je geloof te kijken, al helemaal in het openbaar. Woorden en ideeën zijn hachelijk en kunnen zich zomaar aan je greep onttrekken. Je kunt de ene dag nog volledig overtuigd zijn van bepaalde opvattingen en de volgende ochtend bij het ontwaken vervuld zijn van twijfel. Vandaag de dag is het riskant om dat te erkennen; veel moslims worden wantrouwig zodra er kritisch wordt gekeken naar hun geloof.

    Maar geloof me: het is volstrekt normaal om je af te vragen of je het bij het goede eind hebt. Enkele van de grootste islamgeleerden hebben perioden van verwarring en twijfel gekend. Denk aan de filosoof en theoloog Abu Hamid al-Ghazali, die in de elfde eeuw in Perzië werd geboren en die van ongekend grote invloed is geweest op het islamitisch gedachtengoed. Vandaag de dag wordt hoog opgegeven van zijn werk, maar tijdens zijn leven kampte hij zelf met zo veel twijfels dat hij zich een decennium lang uit de maatschappij terugtrok. Het leek erop dat hij een spirituele crisis doormaakte. Hoewel we maar weinig weten over wat hem dwarszat, is duidelijk dat hij onzeker was, angstig zelfs. Maar de uitkomst van zijn
    periode van twijfel en zelfopgelegde afzondering was positief: Ghazali, die tot dan toe hoog was aangeslagen als geleerde van de orthodoxe islam, zorgde ervoor dat het soefisme, een spirituele tak van de islam, een plaats kreeg binnen de bredere stroming van het geloof. Hij bood ruimte aan spiritualiteit en poëzie binnen de islam, wat destijds volgens velen strijdig was met het geloof.

    Vandaag de dag zijn enkele van onze medemoslims van mening dat we alleen ideeën mogen aannemen die zijn terug te vinden in het oorspronkelijke islamitische gedachtengoed – oftewel ideeën die voorkomen in de Koran, de vroege woordenboeken van het Arabisch, de uitspraken van de Profeet en de biografieën van de Profeet en zijn metgezellen. Onder-tussen benadrukken ze dat we vreemde ideeën, zoals democratie, van de hand moeten wijzen. Geconfronteerd met liberalere opvattingen, die stellen dat discussiëren, debatteren en het zoeken naar consensus oude islamitische tradities zijn, betogen ze dat democratie een zonde is tegen de macht van Allah, tegen zijn wil, en tegen zijn soevereiniteit. Sommige extremisten zijn zelfs bereid te doden om dat standpunt te verdedigen.

    Maar weten zulke mensen überhaupt wat democratie is? Ik denk van niet. Sterker nog, uit veel van hun verklaringen blijkt dat ze maar weinig begrijpen van hoe mensen bij elkaar kunnen komen om gemeenschappelijke besluiten te nemen. De regering die ik vertegenwoordig is een monarchie, maar ik voel geen noodzaak om de tegenstanders van democratische hervormingen weg te zetten als afvalligen. Ik ben het misschien niet altijd met ze eens, maar dat maakt hun opvattingen nog niet onislamitisch.

    Een andere ‘vreemde’ praktijk die moslims veel zorgen baart, is de vermenging van de seksen. In sommige landen met een moslimmeerderheid wordt een scheiding van mannen en vrouwen verplicht gesteld op scholen en universiteiten, en op het werk. (In ons eigen land zijn de meeste lagere en middelbare scholen gescheiden, evenals sommige universiteiten.) De autoriteiten in die landen zeggen dat dergelijke wetten volgens ‘de ware islam’ zijn en dat ze voorkomen dat er buitenechtelijke relaties ontstaan. Misschien is dat zo. Maar onderzoek naar dergelijke zaken – onderzoek dat meestal wordt verboden – zou weleens kunnen aantonen dat er helemaal geen sprake is van een dergelijk effect.

    En zelfs als een strikte scheiding van de seksen bepaalde voordelen zou hebben, welke prijs wordt daar dan voor betaald? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot psychische verwarring en onrust, bij zowel mannen als vrouwen? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot een onvermogen om leden van de andere sekse te begrijpen wanneer je daar dan eindelijk mee mag omgaan? Regeringen van veel moslimlanden hebben geen bevredigend antwoord op die vragen, omdat ze niet de moeite nemen zich erin te verdiepen.

    Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen.

    Mannen en vrouwen

    Lieve Saif,
    Je bent opgegroeid in een huishouden waar vrouwen – onder wie je moeder – sterk zijn, goed opgeleid, doelgericht, hardwerkend. Als iemand zou suggereren dat mannen belangrijker of getalenteerder zijn dan vrouwen, zou jij je achter de oren krabben. Maar toen ik zo oud was als jij, kreeg ik tijdens de preken in de moskee te horen dat vrouwen inherent inferieur waren. Mannen waren sterk, intelligent en emotioneel stabiel – natuurlijke kostwinners. Vrouwen waren aanhangsels: er diende voor hen gezorgd te worden, maar je hoefde ze niet serieus te nemen.

    Die kijk op vrouwen doet nog altijd opgang in delen van de moslimwereld – en, eerlijk is eerlijk, ook op andere plekken. Het is zeker niet de enige kijk op vrouwen die de islam ons biedt, maar het is een krachtige overtuiging die veel politieke, juridische en financiële steun geniet. Ik ben er trots op dat je moeder en je tantes allemaal hebben doorgeleerd en werk doen dat ze zelf hebben gekozen. Het heeft hen er niet echt van weerhouden kinderen te krijgen en voor hun man te zorgen – de rol die de conservatieve lezing van de islamitische teksten van hen verlangt.

    De vrouwen in jouw leven onttrekken zich aan de traditionalistische lezing, waarin vrouwen worden voorgesteld als inherent passieve schepsels die door mannen moeten worden beschermd tegen de gevaren van de wereld. Het heeft veel weg van een selffulfilling prophecy: in veel moslimgemeenschappen hameren mannen erop dat vrouwen niet zijn opgewassen tegen de grote, boze buitenwereld, en tegelijkertijd onthouden ze vrouwen de basale rechten en vaardigheden die nodig zijn om je tot die wereld te verhouden.

    Andere traditionalisten baseren hun opvatting over vrouwen op een andere redenering, die zelden openlijk wordt besproken, al helemaal niet ten overstaan van niet-moslims, omdat het enigszins taboe is. Het komt hierop neer: als vrouwen zich zelfstandig zouden kunnen verplaatsen, als ze onafhankelijk zouden zijn, als ze zouden samenwerken met mannen die niet tot hun familie behoren, dan zouden ze verboden romantische of zelfs seksuele relaties kunnen aanknopen. En ja, natuurlijk is dat een mogelijkheid. Maar dergelijke relaties kunnen ook ontstaan als een vrouw binnen het gezin weinig liefde en respect krijgt. Vrouwen worden maar al te vaak gestraft voor dergelijke relaties, terwijl de mannen er zonder repercussies van afkomen – een onacceptabele ongelijkheid.

    Dit traditionalistische standpunt komt, in wezen, voort uit een verlangen om vrouwen onder de duim te houden. Maar vrouwen moeten niet onder de duim worden gehouden; ze moeten vertrouwen en respect krijgen. We vertrouwen en respecteren onze zussen, onze moeders, onze dochters en onze tantes, en we moeten andere vrouwen datzelfde vertrouwen en respect geven. Als we dat zouden doen, zouden we in de moslimwereld
    misschien niet met zo veel gevallen van seksueel geweld en uitbuiting te maken hebben.

    Saif, ik wil dat je weet dat nergens staat geschreven dat moslimvrouwen minder zijn dan moslimmannen. Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen. Binnen de islamitische traditie zijn er vele voorbeelden hoe moslimvrouwen trouw aan hun geloof kunnen blijven. Zo zijn er moslimvrouwen die zich hebben verdiept in de oorsprong van
    de hidjab [de traditionele doek die het hoofd en het haar bedekt] en die tot de conclusie zijn gekomen dat nergens met zoveel woorden staat geschreven dat ze die moeten dragen – laat staan dat er een voorschrift zou zijn om een boerka of nikab te dragen, die nog veel meer bedekken. Veel mannen zijn tot dezelfde conclusie gekomen. De islam roept vrouwen op zich ingetogen te kleden, maar de gezichtsbedekking is feitelijk een pre-islamitische traditie.

    De beperkingen die vrouwen wordt opgelegd in traditionele moslimgemeenschappen, zoals verplichte gezichtsbedekking, regels die hun mobiliteit aan banden leggen of beperkingen op het gebied van werk en scholing, stoelen niet op de islamitische doctrine maar op de angst van mannen dat ze vrouwen niet onder de duim kunnen houden – en de angst dat vrouwen, als ze niet onder de duim worden gehouden, mannen het nakijken geven omdat ze gedisciplineerder en meer gefocust zijn, en harder werken.

    Islam en de staat

    Lieve Saif,
    Je zult onvermijdelijk moslims tegenkomen die hoofdschuddend naar de moderne islamitische samenleving kijken en mompelen: ‘Als iedereen nou maar een goede moslim was, zou dit allemaal nooit gebeuren.’ Hoe vaak heb ik deze klaagzang niet moeten aanhoren. Je hoort het zeggen door mensen die kritiek uiten op corrupte overheden in moslimlanden, of die de vermeende toename van zedeloos gedrag aan de kaak stellen. Anderen zeggen het als ze verschillende vormen van islamitische wetgeving willen promoten.

    De bekendste uiting van dit idee is de slogan: ‘De islam is de oplossing’, die wordt gebruikt door de Moslimbroederschap en vele andere islamitische groeperingen. Het is een briljante slogan. Veel mensen geloven erin. (Toen ik jonger was, geloofde ik erin met heel mijn hart.) De slogan is een ultrakorte samenvatting van het uitgangspunt dat alle grootse gebeurtenissen binnen de islamitische geschiedenis – de veroveringen, de rijken, de kennisproductie, de rijkdom – hebben plaatsgevonden onder een of andere vorm van religieus bewind. Dus als we deze vergane glorie nieuw leven willen inblazen in de moderne tijd, moeten we weer een dergelijk systeem in het leven roepen. Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering. En als meer islam beter is, dan is totale islam het beste.

    Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering

    De invloedrijkste hedendaagse voorvechter van deze opvatting is IS, met zijn ongebreidelde enthousiasme voor een kalifaat, een alomvattende religieuze staat. Het kan moeilijk zijn om je tegen dat uitgangspunt te verweren zonder de indruk te wekken dat je de oorsprong van de islam in twijfel trekt: de profeet Mohammed was tenslotte niet alleen een religieus leider maar ook een politiek leider. En het islamistische argument stoelt op de hardnekkige logica van extreem geloof: als we zeggen dat we handelen in naam van Allah, en als we de wetten van de islam opleggen, en als we zorgen dat de moslimbevolking in een bepaald gebied de juiste houding heeft, dan zal Allah ons te hulp schieten en al onze problemen oplossen.

    Het geniale schuilt in de bewering – of die nou wordt uitgedragen door de fanatieke jihadisten van IS of door de genuanceerdere theocraten van de Moslimbroederschap – dat alle problemen of mislukkingen kunnen worden toegeschreven aan onvoldoende vroomheid of loyaliteit onder de bevolking als geheel. Leiders hoeven de schuld niet te zoeken bij zichzelf of bij hun beleid; de burgers hoeven niet te twijfelen aan hun eigen normen en waarden, of aan hun gebruiken.

    Maar vroomheid is niet alles, en wie ervan uitgaat dat Allah wel voor ons zal zorgen, dat hij al onze problemen zal oplossen, onze kinderen zal voeden, scholen en kleden, neemt Allah niet serieus. De enige manier om het lot van de moslims op deze wereld te verbeteren is doen wat mensen elders hebben gedaan, en wat moslims in eerdere eeuwen hebben gedaan om te welslagen: kennis opdoen, hard werken en de lastige vragen van het leven onder ogen zien, in plaats van je terug te trekken in religieus obscurantisme.

    De individuele moslim

    Lieve Saif,
    Op school, in de moskee en in het nieuws heb je waarschijnlijk veel gehoord over de Arabische staat, de Arabische samenleving, de vrome moslims en de islamitische oemma. Maar heb je ooit iemand gehoord over de moslim als individu of over moslim-individualisme? Waarschijnlijk niet – en dat is een probleem.

    De Profeet sprak over de oemma, of de moslimgemeenschap. In de zevende eeuw was dat niet zo gek. Mohammed had uit het niets een grote schare volgelingen weten te vergaren; op zeker moment kon je met recht spreken van een aparte entiteit. Maar het concept van de oemma heeft het mogelijk gemaakt dat zelfbenoemde religieuze leiders spreken in naam van alle moslims, zonder de rest van ons te vragen hoe wij erover denken. Het idee van een oemma maakt het ook makkelijk voor extremisten om de islam – en alle moslims over de hele wereld – lijnrecht tegenover het Westen te plaatsen, tegenover het kapitalisme, tegenover van alles en nog wat. In dat beeld van de moslimwereld komt de stem van het individu op de tweede plaats, na de stem van de groep.

    We zouden kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond

    In de loop der jaren hebben we geleerd dat de gemeenschap voor het individu gaat. Daarom klinkt het vreemd om het zelfs maar over ‘de moslim als individu’ te hebben. Het klinkt me bijna tegennatuurlijk in de oren, alsof het verwijst naar een niet-bestaande categorie – in ieder geval binnen het wereldbeeld dat moslims lange tijd dienden te koesteren. Je hoeft niet terug te vallen op een groots verleden om een grootste toekomst op te bouwen. Ik zou niet willen dat dat voor jou en jouw generatie opgaat.

    Door dialoog en een openbare discussie over wat het betekent om een individu te zijn in een moslimwereld, zouden we helderder kunnen nadenken over de persoonlijke verantwoordelijkheid, de ethische keuzes en het respect en de waardigheid van ménsen in plaats van families, stammen of sekten. Dan zouden we ons misschien niet langer blindstaren op onze verantwoordelijkheden jegens de oemma en kunnen we gaan nadenken over onze verantwoordelijkheid jegens onszelf en anderen, die we dan niet langer zouden beschouwen als onderdeel van een groep die gekant zou zijn tegen de islam, maar als individuen. In plaats van te informeren naar iemands familienaam en stamboom en sekten, zouden we kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond.

    We zouden geleidelijk onder ogen kunnen gaan zien hoe krankzinnig veel mensen in de moslimwereld zijn vermoord tijdens burgeroorlogen, of zijn omgekomen bij terroristische aanslagen die niet zijn gepleegd door buitenstaanders maar door medemoslims. We zouden deze mensen kunnen gedenken, niet als groep maar als individuen met een naam, een gezicht en een levensverhaal – niet om de doden op te hemelen maar om onze verantwoordelijkheid te erkennen om hun waardigheid en integriteit te bewaren, net als de waardigheid en de integriteit van alle overlevenden.

    Op deze manier kan het idee van de moslim als individu misschien leiden tot betere discussies over politiek, economie en veiligheid. En als jij en je generatiegenoten jezelf op de eerste plaats als individu leren zien, kunnen jullie misschien een betere samenleving tot stand brengen. Jullie zouden je lot meer in eigen hand kunnen nemen, meer in het heden kunnen leven, in het besef dat je niet hoeft terug te grijpen op een groots verleden om een grootse toekomst op te bouwen.

    Onze persoonlijke, individuele belangen vallen misschien niet altijd samen met die van de patriarch, de familie, de stam, de gemeenschap of de staat. Maar meer oog voor de individualiteit van elke afzonderlijke moslim zal misschien leiden tot een herijking van de islamitische gemeenschap, met meer medeleven, meer begrip en meer empathie. Als je de individuele diversiteit accepteert van je medemoslims, zul je waarschijnlijk ook eerder hetzelfde doen bij mensen met een ander geloof.

    Moslims kunnen en moeten in harmonie leven met de diversiteit van de mensheid buiten ons geloof. Maar dat zal grote moeite kosten, zolang we onszelf niet echt als individu durven zien.

  • 2. ‘De prijs van de herinnering is soms te hoog’

    2. ‘De prijs van de herinnering is soms te hoog’

    Volgens de Amerikaanse politicoloog David Rieff is het niet altijd verstandig het verleden te blijven oprakelen. In een opmerkelijk essay pleit hij voor een vergeetcultuur na grote tragedies. De Argentijnse krant Clarín sprak met hem.

    In uw boek In Praise of Forgetting uit 2016 bestrijdt u de zienswijze dat volkeren die zich het verleden niet herinneren gedoemd zijn in herhaling te vervallen. U vindt dat we beter kunnen doorgaan met leven?

    ‘Alles hangt af van de situatie, het moment, de context. Mijn standpunt is dat als de morele eis van het herinneren te veel leed veroorzaakt om nog te worden ingewilligd, je zelfs aan een “morele eis van het vergeten” zou kunnen denken. De titel van mijn boek is vooral provocerend, nodigt uit tot reflectie. Het is verkeerd om te zeggen dat herinnering natuurlijk is en vergeten niet. Het collectieve geheugen is een constructie, en een veranderende constructie. Maar ik zeg ook niet dat degenen die zich het verleden herinneren gedoemd zijn.’

    Toch is het moeilijk om niveaus van lijden te bepalen. Welk onderscheid maakt u daarin?

    ‘Mijn ervaring in Bosnië heeft me geleerd dat de prijs van de herinnering soms heel hoog is: mensen hebben elkaar vermoord vanwege gebeurtenissen van vier of vijf eeuwen geleden. In Noord-Ierland is de rancune blijven voortbestaan toen het dispuut allang niet relevant meer was. In zo’n geval, net als in de Israëlisch-Palestijnse kwestie, is misbruik van de herinnering “schadelijk voor de gezondheid”, zoals op sigarettenpakjes staat.’

    Heeft een samenleving niet het recht zelf te bepalen wat ze zich wil herinneren?

    ‘Herinnering is geen geschiedenis. Je moet onderscheid maken tussen individuele herinnering, het resultaat van historisch-juridisch onderzoek en de meningen die in een samenleving worden getolereerd. Of je je iets herinnert of vergeet beslis je altijd zelf. Ik breng veel tijd in Zuid-Afrika door en daar zijn degenen die met de dictatuur hebben gesympathiseerd van mening dat vergeten de beste oplossing is; de slachtoffers kiezen natuurlijk voor herinneren. Dat is een van de grote vragen in het boek: hoeveel willen we voor de herinnering betalen? In bepaalde contexten denk ik dat we moeten betalen, maar in andere is de prijs te hoog. Daarom heb ik meer sympathie voor de eis van het herinneren in Chili [aar in het begin van deze eeuw een verzoeningsproces is gestart nadat rechter Juan Guzmann dictator Pinochet met succes had aangeklaagd] dan in bijvoorbeeld Colombia – ik was voorstander van het eerste, veelomvattender vredesakkoord met de FARC dat werd voorgesteld door president Juan Manuel Santos.’

    David Rieff. ‘Ik ben ik er niet zeker van dat iemand over honderd jaar nog aan 11 september 2001 zal denken – alles zal vergeten zijn.’ – © YouTube
    David Rieff. ‘Ik ben ik er niet zeker van dat iemand over honderd jaar nog aan 11 september 2001 zal denken – alles zal vergeten zijn.’ – © YouTube

    Denkt u niet dat gerechtigheid tot vrede leidt?

    ‘Hegel definieert een tragedie als een mogelijk conflict tussen twee goede dingen. Ik ben het oneens met mensenrechtenbewegingen die verkondigen dat er geen vrede zonder gerechtigheid bestaat, dat vrede zonder gerechtigheid geen vrede is. In sommige gevallen moet je kiezen. In andere kun je het misschien allebei hebben – vrede en gerechtigheid. Maar in Colombia en Baskenland, om maar twee voorbeelden te noemen, denk ik dat het of het een is, of het ander. In Chili en hier in Argentinië is dat door de democratie bewerkstelligd. In Colombia is dat niet het geval. De mensenrechtenbewegingen hebben de illusie dat samenlevingen zich natuurlijkerwijze in de richting van waarheid en gerechtigheid ontwikkelen. Daar geloof ik niet in. Ik zie het meer als de Grieken, namelijk dat alles zich in historische cyclussen voltrekt. En als je naar Trump, Poetin of Maduro kijkt, aan de linker- en rechterzijde van het perspectief, dan moet je wel constateren dat we afstevenen op een minder democratische cyclus.’

    Hoe wordt uw standpunt in de Verenigde Staten ontvangen, waar de herinnering aan 11 september 2001 het voortbestaan van het kamp in Guantánamo rechtvaardigt?

    ‘In zekere zin zijn de Verenigde Staten een “vergeetland”. Jongeren zeggen “That’s history” als ze het over iets hebben wat niets meer betekent. De oorlog tussen de radicale islam en de Verenigde Staten duurt al zestien jaar, en die zal niet eindigen door de onomstotelijke overwinning van een van de twee kampen. Ik vergelijk onze herinnering aan Pearl Harbour en onze relatie met Japan graag met de herinnering aan 11 september. De aanval op Pearl Harbour wordt nog altijd met plechtigheden gememoreerd, maar die verhinderen niet dat de Japanners onze beste vrienden zijn. Aan de andere kant ben ik er niet zeker van dat iemand over honderd jaar nog aan 11 september 2001 zal denken – alles zal vergeten zijn.’

    Vertaler: Peter Bergsma

    David Rieff (Boston, 1952) is de zoon van Susan Sontag, de beroemde Amerikaanse activiste en essayiste. Hij was oorlogscorrespondent in Bosnië, in diverse Afrikaanse landen en in Israël en Afghanistan.

    Hier leest u zijn essay in The New York Times terug.

    Clarín
    Argentinië | dagblad | oplage 270.444

    De oudste krant van Argentinië, opgericht in 1945 door Robert Noble en nog altijd onder redactie van zijn weduwe, Ernestina Herrera de Noble. De nadruk ligt op lokaal nieuws, sport en cultuur.