Tag: actie

  • 2. Saksen komt in actie

    2. Saksen komt in actie

    Vrachtwagenchauffeurs op de West-Europese wegen komen steeds vaker uit Oost-Europa. Ze zijn maanden van huis en krijgen ver onder West-Europese norm betaald. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ook voor de branche.

    ’s Middags om vier uur is het nog tamelijk rustig op de Raststätte langs de A4 vlak voor Chemnitz. Van de zeventig parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn er maar een stuk of tien bezet. Personenauto’s zijn er ook nauwelijks. Voor het restaurant maakt een reusachtig hobbelpaard reclame voor het nabijgelegen Ertsgebergte naast een vlag met daarop een ‘knapperige schnitzel met patat voor € 10,49’. Een goed trefpunt voor mensen die hebben afgesproken op dit uitgestrekte oord.

    Deze woensdag komt er een bonte verzameling mensen bijeen: vier jonge vrouwen en een man in neonkleurige hesjes, naast politici en vakbondslui in pak. Wat hen bindt is de wens tot eerlijke arbeidsomstandigheden en rechtvaardige lonen voor vrachtwagenchauffeurs, waar ze ook vandaan komen. Tijdens een vier uur durende actie willen ze gesprekken voeren en folders uitdelen.

    Stefan Brangs, staatssecretaris van Economische Zaken van Saksen, stelt zich voor als ‘de geldschieter’ van de actie. Zijn deelstaatministerie financiert het vijfkoppige team van het adviesbureau voor buitenlandse werknemers in Saksen (BABS) met 500.000 euro. ‘We willen af van de zwarte schapen’, zegt hij. Het adviesbureau hoopt via voorlichting ertoe te kunnen bijdragen ‘dat de Duitse normen ten aanzien van het minimumloon en de loondoorbetaling bij ziekte de norm worden voor alle vrachtwagenchauffeurs op onze wegen’.

    Oost-Europese lonen

    Op het neongroene hesje van Michael Wahl staat: ‘Eerlijk werk, eerlijke betaling, eerlijke mobiliteit’. Wahl is van de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de Berlijnse koepelorganisatie van acht Duitse vakbonden. Hij werkt al meer dan een jaar voor het project ‘Eerlijke mobiliteit’ en heeft naar eigen zeggen gesproken met meer dan drieduizend chauffeurs. Bij de internationale cabotage, binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs, heersen volgens hem ‘wildwesttaferelen’: ‘De chauffeurs zitten meestal twee, drie weken aan één stuk achter het stuur. Roemenen en Bulgaren worden met een minibusje aangevoerd, gaan meteen op de bok zitten en zijn twee, drie maanden onderweg. Veel chauffeurs moeten zelfs in hun pauzes nog laden.’

    Hoewel het leven van de chauffeurs zich afspeelt op de autosnelwegen van West-Europa worden ze vaak afgescheept met loon op Oost-Europees niveau: € 1,57 is het minimumuurloon in Bulgarije, in Roemenië € 2,50, in Slowakije € 2,76 en in Polen € 2,85. En dat terwijl de financiële rechtbank van Baden-Württemberg twee weken geleden nog heeft bepaald dat het Duitse minimumuurloon van € 8,84 ook voor buitenlandse transportbedrijven en hun hier slechts tijdelijk ingezette chauffeurs geldt.

    Bij ziekte wordt deze chauffeurs stelselmatig een groot deel van de loondoorbetaling onthouden, zegt het Saksische deelstaatministerie van Economische Zaken. Veel chauffeurs krijgen bovendien de laatste maand van hun arbeidscontract niet betaald. Verder moeten ze vaak onder mensonterende omstandigheden werken. De werkgevers sturen de chauffeurs dwars door Europa met amper 8 euro per dag voor maaltijden. De chauffeurs slapen in de cabine, hoewel ze recht hebben op een hotel. Maar omdat de kosten daarvoor afgaan van de onkostenvergoeding, blijven ze liever in de vrachtwagen – ook uit zorg om de lading, want elk jaar worden 26 duizend vrachtwagens opengebroken.

    Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald

    Naast een truck met oplegger uit Macedonië zijn twee chauffeurs op een gasbrandertje aardappels met spek aan het bakken. Een van hen – gelet op zijn zwart-wit gestreepte voetbalshirt een fan van Juventus – zegt dat ze vijf dagen onderweg zijn, tweeduizend kilometer hebben afgelegd en nu de dag aan het afsluiten zijn. De idylle is bedrieglijk. Met informatie zijn ze karig en in de krant willen ze al helemaal niet. De voorlichters hebben het niet eenvoudig. Veel chauffeurs zijn onzeker, sommigen gluren door een spleet tussen de gordijntjes. Angst voor controle, niet vermoedend dat daarbuiten mensen zijn die willen helpen.

    Maar weinigen laten zich verleiden tot langere gesprekken of zijn bereid om over hun nomadenbestaan te vertellen. ‘Veel chauffeurs waren dankbaar voor de informatieflyer – die zelfs in hun moedertaal was – en het contact met het adviesbureau’, zegt BABS-adviseur Leona Bláhová. Haar collega Paulina Bukaiová praat vooral met Poolse chauffeurs. ‘Soms krijgen we echt vreselijke verhalen te horen’, zegt ze. Zo zijn er chauffeurs ‘die al jaren voor een expeditiebedrijf werken, maar nog nooit een salarisafrekening hebben gezien’. Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald. ‘Maar er zijn ook goede verhalen’, zegt ze relativerend. Enkele chauffeurs zijn erg tevreden over hun werkgever.

    Volgens de federale dienst voor het goederenverkeer is het aandeel tolkilometers van West-Europese vrachtwagens sinds 2007 gedaald van 13 naar 10 procent. Het aandeel van de Oost-Europeanen is daarentegen gestegen van 18 naar 24 procent. De Polen lopen hierin voorop, zoals ze ook de parkeerplaatsen op de Raststätte vlak voor Chemnitz domineren.

    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom
    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom

    Onder druk van de prijzenoorlog trekken steeds meer Duitse ondernemingen zich na de internationale transport ook terug uit het nationale vervoer en rijden ze alleen nog maar regionaal. De vereniging voor goederenverkeer, logistiek en afvalverwerking maakt zich zorgen om de branche en de aantrekkingskracht van het chauffeursberoep en heeft de Europese Unie al opgeroepen om de wildgroei niet te legaliseren door het grensoverschrijdende verkeer uit de transportrichtlijn te schrappen.

    Maar Michael Wahl van de DGB weet: ‘Zwarte schapen zitten niet alleen in het buitenland. Ook Duitse ondernemingen doen aan loon- en sociale dumping’, zegt hij. ‘Wie als opdrachtgever zo weinig betaalt, is zich er heel goed van bewust dat die deal alleen maar door lage lonen tot stand kan komen.’ Ook Andreas Brosam van de vereniging van beroepschauffeurs in Chemnitz-Zwickau kent het klappen van de zweep. Hij rijdt op een 40-tonner voor Weck + Poller, een van de grootste expeditiebedrijven van Saksen. ‘60 procent van de buitenlandse vrachtwagens rijdt voor Duitse opdrachtgevers’, zegt hij. ‘De buitenlandse chauffeurs zijn niet de boosdoeners. Zij zijn collega’s die worden uitgebuit.’

    Zes uur, de parkeerplaats loopt vol. De vrachtwagens hebben Tsjechische, Slowaakse, Litouwse, Bulgaarse, Oekraïense en vooral Poolse kentekens. Maar dat laatste zegt niet veel, vanwege de kosten. ‘Er zitten steeds vaker Oekraïners op’, zegt Michael Wahl. De uitbuiting verschuift verder richting het Oosten.

    De voorlichters gaan naar de Raststätte aan de andere kant van de autosnelweg, richting Dresden. De 46-jarige Aleksei heeft er de laatste parkeerplaats weten te bemachtigen. De Oekraïner zit op een Slowaakse truck, waaraan een Tsjechische oplegger hangt. Hij komt van de Franse grens en is doodop. Maar hij draait het raampje omlaag. Hij moet naar Lichtenau, zegt hij. En hoewel hij in een kwartiertje op zijn bestemming zou zijn, beveelt de tachograaf pauze. Hij was ooit ingenieur in de vliegtuigindustrie en verdient sinds twee jaar de kost als vrachtwagenchauffeur. Hij moet geld verdienen voor zijn studerende dochter en zoon. Hij heeft heimwee en wil voor het paddenstoelenseizoen thuis zijn.

    Wanneer de zon ondergaat, maakt Leona Bláhová van BABS de balans op. ‘We hebben met 48 vrachtwagenchauffeurs uit acht landen gesproken’, zegt ze. ‘De meesten hebben in elk geval het informatiemateriaal aangenomen. De actie is een succes geweest.’

    Haar collega Paulina Sokolowska gokt net als na de eerste actie in februari op de aansluitende mond-tot-mondreclame. ‘Wie vrijwillig naar ons toekomt, staat open voor advies’, zegt de 34-jarige Poolse. Ze benadrukt: ‘We zijn geen babysitters en geven alleen maar een voorzet. Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf zorgen.’

    Kwart voor acht. Op de Raststätte valt de schemering. Maar bij sommige vrachtwagenchauffeurs begint het misschien juist te dagen.

    Auteur: Michael Rothe
    Vertaler: Pieter Streutker

    Sächsische Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 205.565

    Regionale krant die sinds 1946 in Oost-Saksen wordt verspreid, en daar de nummer één is.

  • ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    Na de nimby’s heb je nu ook de yimby’s (yes, in my backyard). Deze snelgroeiende beweging van boze millennials eist dat er betaalbare woningen worden gebouwd. Oók als daarvoor een moestuintje moet sneuvelen.

    Toen een vrouw deze zomer tijdens een gemeenteraadsvergadering van de stad Berkeley opstond en met een courgette zwaaide, terwijl ze klaagde dat haar moestuin door een nieuw woningbouwproject geen zonlicht meer zou krijgen, ging 
ze er waarschijnlijk van uit dat haar medeburgers aan haar kant zouden staan. Het waren tenslotte haar soort klachten – kleinschalig, zinnig, herkenbaar – die overal ter wereld jarenlang stedelijke woningbouwprojecten hadden tegengehouden.

    De toorn van de yimby’s viel haar koud op haar dak. ‘Hebt u het over courgettes? Echt waar? Want ik kan mijn huur nauwelijks opbrengen,’ foeterde een verontwaardigde Victoria Fierce tijdens die vergadering op 13 juni. Fierce voegde eraan toe dat juist door het tekort aan nieuwe woningen de huren in San Francisco de pan uit rijzen, zodat ze het zich nauwelijks nog kan permitteren in de Bay Area te wonen.

    Victoria Fierce leidt een afdeling van een nieuwe beweging die in tal van steden de kop opsteekt, van Seattle tot Sydney en van Austin tot Oxford, en die niet tégen nieuwbouw lobbyt maar ervóór. Ze zeggen dat hun leven wordt bedreigd door de woningnood en de torenhoge huurprijzen. Ze noemen zichzelf ‘yimby’s’, een afkorting van ‘yes, in my backyard’. En aan courgettes hebben ze maling.

    Schreeuwen

    De beweging teert op de woede van jongeren van de millenniumgeneratie, van wie velen nu achter in de twintig of begin dertig zijn. In plaats van lijdzaam te zwijgen terwijl ze uit alle macht betaalbare woonruimte proberen te vinden, bezoeken ze en masse inspraakbijeenkomsten om te betogen voor meer huisvesting – bij voorkeur het soort opvulprojecten in dichtbebouwde binnensteden waartegen 
dikwijls heftig werd geprotesteerd 
door nimby’s (‘not in my backyard’).

    De geboorteplaats van de yimby-beweging, de San Francisco Bay Area, kent de hoogste huurprijzen van Amerika. Volgens schattingen van de staat Californië kwamen er tussen 2010 en 2013 circa 307.000 banen bij in het gebied, maar nog geen 40.000 nieuwe woningen. ‘Er is duidelijk een woningtekort, en het antwoord is nieuwbouw,’ zegt Lara Foote Clark, die leiding geeft aan het in San Francisco gevestigde Yimby Action. ‘Beleid dwing je af als je over dingen gaat schreeuwen.’

    Clark en andere leden van yimby-bewegingen beschouwen zichzelf als progressief en milieubewust, maar ze zijn niet bang om af en toe de knuppel in het gebruikelijke linkse hoenderhok te gooien. Ze richten hun pijlen veelvuldig op eigenaren van ruimteslurpende eengezinswoningen en brengen antikapitalistische groeperingen in verwarring door de kant van projectontwikkelaars te kiezen, zelfs ontwikkelaars van luxeprojecten. Ze zijn een ‘klaag de buitenwijken aan’-campagne begonnen tegen steden die geen grote woningbouwprojecten goedkeuren.

    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images
    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images

    Door hun bereidheid om te lobbyen voor vrijesectorwoningen in traditionele minderheidswijken zijn ze afgeschilderd als loopjongens van projectontwikkelaars. Ook heeft hun voorkeur voor vrijesectoroplossingen hun een reputatie opgeleverd van ‘libertariërs’ die uitgaan van het ‘economische doorsijpeleffect’ [een theorie die zegt dat belastingvoordeel voor de rijken uiteindelijk ten goede komt aan iedereen].

    Tijdens een yimby-conferentie, afgelopen zomer in Oakland, werd geprotesteerd door Gay Shame, een radicale groep homoactivisten. Een stuk of tien van hen stonden buiten leuzen te roepen als ‘Homo’s vermoorden tech-yuppen’ en ‘Het is jullie achtertuin niet’. Maar van dat gescheld trekken de yimby’s zich niets aan. Na die gemeenteraadsvergadering in Berkeley hebben ze de courgette als mascotte voor 
hun woede gekozen. Ze maken online courgettegrappen, geven tips voor het kweken van courgettes in de schaduw en deelden zelfs een foto van een jager met een geweer op ‘de openingsdag van het courgetteseizoen’.

    ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’

    Sonja Trauss (35), een voormalige 
wiskundelerares die in San Francisco woont, zegt dat de woningnood waarmee veel grote westerse steden kampen niet financieel, technisch of het gevolg van materiële tekorten is. ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’, schreef Trauss in 2015 in een bericht op internet, wat haar hielp een leger volgelingen op te bouwen die spreken tijdens inspraakbijeenkomsten, brieven sturen en online steun verwerven voor woningbouw.

    Het idee verspreidde zich razendsnel. De yimby-beweging, die Trauss in 2013 startte als een brievenschrijfcampagne, heeft overal ter wereld navolging gevonden. In Oakland hielpen plaatselijke yimby-organisatoren om plannen goedgekeurd te krijgen voor een 24 verdiepingen hoge woontoren in de buurt van het metrostation MacArthur, waar alleen maar laagbouw stond. In Seattle hebben activisten het stadsbestuur er mede toe gedwongen dichtere bebouwing toe te staan in bepaalde wijken, zoals het University District.

    In Vancouver organiseren yimby-groeperingen rondleidingen langs delen van de stad waar de meeste ruimte wordt verspild, zoals een chique wijk waar maar vierhonderd mensen wonen op 60 hectare. Engeland kent inmiddels groepen in Londen, Oxford en Cambridge die kijken hoe de overheid ertoe kan worden bewogen meer nieuwbouw toe te staan. In Australië proberen pas opgerichte yimby-groepen wetten te veranderen zodat mensen de vliering boven hun garage kunnen verhuren.

    In Californië hebben yimby-activisten de Democraten geholpen om er een ingrijpend pakket nieuwe staatswetten door te drukken dat de bouw van betaalbare woningen mogelijk maakt. In San Francisco is zelfs een politieke yimby-partij opgericht; Sonja Trauss heeft zich voor 2018 kandidaat gesteld voor een plaats in de Raad van Toezichthouders van het gelijknamige district.

    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images
    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images

    David Chiu zegt dat toen hij nog voorzitter was van de Raad van Toezicht van het district San Francisco, bewoners maar zelden voorstander waren van plaatselijke woningbouwprojecten. ‘De enige stemmen die we hoorden waren vaak van buren die ertegen waren,’ zegt Chiu, die dit jaar de steun van de yimby-beweging inriep om wetten voor betaalbare woningbouw goedgekeurd te krijgen. ‘Ik denk dat 
ze een nieuw tegenwicht bieden. Ze hebben de discussie in andere banen geleid, zowel op plaatselijk niveau 
als op staatsniveau.’

    Yimby-groeperingen willen de behoefte aan auto’s verminderen door middel van geconcentreerde woningbouw in de buurt van het openbaar vervoer. 
Ze willen af van de weids opgezette buitenwijken. En vóór alles willen ze een plek om te wonen. Die eenvoudige roep om huisvesting kan in de praktijk allerlei complicaties met zich meebrengen. In de loopgraven van de 
lokale politiek kan elk gevecht om 
één enkel project in een genadeloze buurtoorlog ontaarden.

    Nergens zijn deze gevechten verbitterder geweest dan in het Mission District in San Francisco, traditioneel een buurt met voornamelijk latino’s met lage inkomens, die zich in hoog tempo heeft ontwikkeld tot een enclave voor voornamelijk blanke, gefortuneerde werknemers van de techindustrie. Het gigantische aantal techbanen dat in San Francisco en het nabije Silicon Valley is gecreëerd heeft de huren in het Mission District opgedreven tot gemiddeld 4250 dollar per maand. Deels als gevolg van huisuitzettingen en het gebrek aan betaalbare woningen is het aantal latino’s in de wijk drastisch gedaald. Volgens een studie uit 2014 zullen tussen 2000 en 2020 meer dan tienduizend latino’s, oftewel eenderde van de Latijns-Amerikaanse bevolking van de Mission, uit de wijk verdwenen zijn.

    Boze betogers

    Boze betogers hebben gezworen de gentrificatie een halt toe te roepen door alle nieuwbouwprojecten tegen 
te houden die niet in een aanzienlijk aantal sociale huurwoningen voorzien. Yimby-groeperingen hebben onmiddellijk op deze discussie ingespeeld door te betogen dat elk nieuwbouwproject beter is dan helemaal geen project. Op 14 september hebben Trauss en andere yimby-activisten bij de Commissie Ruimtelijke Ordening van San Francisco gepleit voor plannen voor de bouw van een project van 75 woningen in de Mission die voornamelijk voor de vrije sector bestemd zullen zijn. Latinoactivisten protesteerden daartegen. ‘Van de woningen die zullen worden gebouwd, zal 89 procent buiten het inkomensbereik vallen van de 
overgrote meerderheid van de latinobevolking van het Mission District,’ zei Carlos Bocanegra van La Raza Centro Legal, een organisatie die rechtsbijstand aan latino’s verleent.

    Maar Trauss wierp tegen dat niet bouwen geen antwoord op het woningtekort is. ‘Het honderdtal mensen met hogere inkomens dat niet in dit project gaat wonen als het niet wordt gebouwd, gaat ergens anders wonen,’ zei ze. ‘Ze zullen ergens anders iemand verjagen, want de vraag zal niet verdwijnen.’

    Yimby-groeperingen hebben financiële steun ontvangen van oprichters van diverse hightechbedrijven, waaronder 10.000 dollar van Jeremy Stoppelman, medeoprichter van Yelp, en van het Open Philantropy Project, dat mede gefinancierd wordt door Dustin Moskovits, een van de oprichters van 
Facebook.

    Deepa Varma, directeur van de Huurdersbond van San Francisco, zegt dat het frustrerend is geweest om latino’s die voor het behoud van hun buurt vochten, door een nieuwe groepering afgeschilderd te zien worden als nimby’s. ‘Ze hebben de zaak omgedraaid. Het zijn voornamelijk blanke, voornamelijk jonge, voornamelijk gezonde mensen die suggereren dat bewoners van arbeidersbuurten nimby’s zijn,’ zegt Varma.

    Wat tegenstanders van gentrificatie ook irriteert, is dat yimby’s vaak lobbyen voor projecten die ver van hun bed zijn. ‘Het helpt om je buurt een tijdje te kennen voordat je besluit hem te veranderen,’ zegt Andy Blue, een activist van Plaza 16 Coalition, een groepering die de latinocultuur van 
de Mission probeert te behouden. 
‘De mensen in de Mission voelen zich enorm geschoffeerd door die mensen die hun vertellen wat goed voor ze is.’


    Volgens Young Invincibles, een onderzoeks- en advocatenkantoor in Washington, is de nettorijkdom van de millennials in de VS momenteel ongeveer half zo groot als die van de generatie van hun ouders – de babyboomers – in 1989, toen die ongeveer net zo oud waren. De typische millennial heeft voor ongeveer 29.000 dollar aan bezittingen verzameld, terwijl babyboomers in 1989 gemiddeld 61.000 dollar bezaten. ‘Ze verdienen minder, hebben meer studieschuld en komen moeilijker aan een koophuis,’ zegt Tom Allison, adjunct-directeur Beleid en Onderzoek van Young Invincibles. Maar hij voegt eraan toe dat ze meer dan andere generaties bereid zijn om de wereld te veranderen. ‘Deze generatie is veerkrachtig. Ze reageren op tegenslagen door dingen te veranderen. Dat is de zonnige kant van het verhaal.’

    Greg Magofna (33), een werknemer van een non-profitorganisatie, is opgegroeid in de lommerrijke stad Alameda in de East Bay. Hij heeft zijn eigen yimby-afdeling opgericht in zijn geboortestad, omdat hij financieel het hoofd bijna niet meer boven water kon houden. Hij heeft het geluk dat de instanties in Berkeley erop toezien dat de huur van zijn minuscule appartementje van 28 vierkante meter beperkt blijft tot 1200 dollar per maand. Maar hij kan zich nog steeds geen auto permitteren en zijn fietsen, koelkast, ketel en lievelingsstoel vechten om ruimte langs één overvolle muur van zijn woning. ‘Er is een generatiekloof. Veel mensen van de oudere generatie zien niet in dat de wereld veranderd is,’ 
zegt hij, om eraan toe te voegen dat 
het nogal confronterend kan zijn voor yimby’s om naar een openbare bijeenkomst te gaan waar tegenstanders hen voor gentrificeerders of erger uitmaken. ‘De wereld verandert en er is veel om boos over te zijn,’ zegt hij. ‘De yimby’s zeggen: “Wij kunnen er wat aan doen.”’

    Auteur: Erin McCormick

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    CONTEXT: Yimby’s in drie soorten

    Niet alle groepen die zich achter het vaandel van ‘yimby’ 
scharen (of die daar door de media toe worden gerekend) lijken op elkaar. Sommige lopen te hoop tegen ongelijkheid tussen 
de generaties, terwijl andere zich bezighouden met het lot van de meest kwetsbaren, los van hun leeftijd. Sommige richten zich vooral op de volkshuisvesting, andere willen op een breder front de problemen van de jeugd aanpakken.

    Lobbyisten. Generation Squeeze (de ‘Uitgeperste Generatie’) wil ‘de problemen van de millennials (de generatie geboren tussen begin jaren tachtig en medio jaren negentig) onder de aandacht van de politiek brengen’, zo legt The Toronto Star uit. De oprichter van de beweging, Paul Kershaw, is lector aan de Universiteit van Brits-Columbia. Geïnspireerd door diens werk over de ongelijkheid tussen de generaties, wil Generation Squeeze vooral opkomen voor de belangen van de generatie onder de veertig op het gebied van huisvesting, maar ook met betrekking tot salaris, openbaar vervoer en kinderopvang. In 2015 was de beweging vooral bezig op Twitter om, onder de hashtag #donthaveonemillion, de exorbitant hoge huizenprijzen in Vancouver aan de kaak te stellen.

    Altruïsten. ‘Praten over manieren om wonen betaalbaarder te maken spoort mensen er niet noodzakelijkerwijs toe aan om maatregelen te steunen die de bouw stimuleren’, schrijft The Atlantic. Volgens het blad is de beweging voor betere huisvesting niet louter een optelsom van de individuele klachten van jongere werknemers die zich druk maken om hun eigen toekomst. Het gaat ook om het streven naar sociale rechtvaardigheid. Het blad citeert Clayton Nall, een politicoloog aan de Stanford-universiteit, die stelt dat er ‘een sterk verband is 
tussen mensen die menen dat de rijken zwaarder belast moeten worden, en mensen die streven naar voor iedereen betaalbare huisvesting’.

    Deze progressieve filosofie ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan het project A Place for You, dat wordt uitgevoerd door Multnomah County in de Amerikaanse staat Oregon, waaronder de stad Portland valt. Het project financiert de bouw van kleine zelfstandige woningen op het terrein van een handvol grondbezitters, die zich vrijwillig hebben aangemeld. Die moeten in ruil daarvoor een dakloos gezin (doorgaans een eenoudergezin) vijf jaar lang gratis huisvesten, meldt de plaatselijke website Willamette Week. Als het project aanslaat, zal het worden uitgebreid.

    Festivalgangers. Yimby Town in Oakland (Californië), het Yimby Festival in Toronto en zelfs Yimby Con in de Finse hoofdstad Helsinki: de laatste jaren wemelt het van bijeenkomsten waar de schaarste aan betaalbare huisvesting centraal staat, met inbegrip van manieren om daar een einde aan te maken. Zoals de website Citylab meldt, trok de tweede versie van Yimby Town (de eerste werd in 2016 georganiseerd in Boulder in Colorado) in de voorbije zomer ‘honderden deelnemers uit alle landen, onder wie onderzoekers, mensen van techbedrijven en zelfs leden van de Senaat van Californië, die debatteerden over de politiek achter en de oplossingen voor de huidige crisis in de volkshuisvesting.

    ‘De term nymby wordt steeds vaker in ongunstige zin gebruikt’

    CONTEXT: ‘Niet in mijn achtertuin’

    Het acroniem ‘nimby’ (voor: not in my backyard – letterlijk: niet in mijn achtertuin) wordt in de Angelsaksische wereld gebezigd ter aanduiding van een bewonersgroep die wordt gevormd om een woningbouw- of infrastructuurproject tegen te houden. Zoals het Amerikaanse weekblad The Atlantic onderstreept wordt de term steeds vaker in ongunstige zin gebruikt om groepen aan te duiden die het erom te doen is ‘de waarde van vastgoedbezittingen hoog te houden, maar ook om via de huisvesting de scheiding tussen inwonersgroepen in stand te houden’ (bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat scholen in de buurt uitsluitend door kinderen uit eenzelfde milieu worden bezocht).

    Het letterwoord ‘yimby’ (voor: yes in my backyard) wordt gebruikt voor een nieuw soort actievoerders, die proberen een einde te maken aan wat zij beschouwen als plaatselijke vormen van egoïsme. Sommige schrijvers over het onderwerp zien desalniettemin positieve kanten aan bepaalde vormen van protest die als nimby worden bestempeld. In haar boek This Changes Everything: Capitalism vs The Climate (in het Nederlands verschenen onder de titel No Time: verander nu voordat het klimaat alles verandert) ziet de Canadese journaliste Naomi Klein lokale protestbewegingen tegen grote infrastructurele projecten die als een gevaar voor het milieu worden beschouwd ‘niet als een nimby-achtige uitdrukking van verontwaardiging, maar als een absoluut moreel gebod’, benadrukt de Canadese krant The Globe and Mail (Toronto).

  • Heeft de actie #MeToo zin?

    Heeft de actie #MeToo zin?

    Dat seksueel misbruik en seksuele intimidatie verwerpelijk zijn, daar is vrijwel iedereen het over eens. Maar helpt het om op Twitter actie te gaan voeren?

    JA

    De hashtag #MeToo laat zien hoe vaak aanranding voorkomt. ‘Als alle vrouwen die ooit aangerand of verkracht zijn hun status zouden veranderen in “me too”, zouden we pas een goed beeld van het probleem krijgen’, schreef actrice Alyssa Milano. En nu zijn ze overal op sociale media: vrouwen die ‘me too’ zeggen en vertellen over hun eerste aanranding, soms toen 
ze nog geen twaalf jaar oud waren. 
Sommigen reageren woedend op het nieuws over Weinstein, aan anderen vreet het. Elke dag wordt er meer ‘bekend’. Hoe meer blijkt dat anderen zich terdege van zijn gedrag bewust waren – zijn assistenten, grote sterren, kleine sterren – des te meer de schandaalpers het beschrijft als de fouten van één man. De tabloids noemen hem een beest of een monster, maar het nieuws staat doodleuk naast afbeeldingen van jonge, halfnaakte vrouwen.

    Door wie zijn al die vrouwen die ‘ik ook’ zeggen eigenlijk aangerand? Niet door bekende mensen. 
Niemand die hun een Oscar beloofde. Geen grote, machtige mannen, maar doodgewone mannen met meer macht dan vrouwen. Genoeg macht om hun de mond te snoeren. Want 
zo werkt het in de wereld. Valt daar verandering in te brengen? Gebeurt er nu iets? Ik betwijfel het, maar het lijkt me wel duidelijk dat het tekort aan vrouwen achter de camera veel te maken heeft met de manier waarop ze worden geportretteerd als ze ervoor staan.

    Er zijn mannen die de ogen er opeens voor openen omdat ze een dochter hebben. Er is Woody Allen, die de adoptiedochter van zijn ex-partner trouwde en nu opeens zo “verdrietig” is voor Harvey

    De scheve machtsverhouding aan de top van de droomfabriek is helaas geen nieuws. 
Maar ‘me too’ brengt het ook het huis binnen, de school, de winkel, de straat en het kantoor, waar vrouwen zijn lastiggevallen. Dat maakt het werkelijk en alledaags. Er zijn er ook die het weigeren te zien. Er zijn mannen die de ogen er opeens voor openen omdat ze een dochter hebben. Er is Woody Allen, die de adoptiedochter van zijn ex-partner trouwde en nu opeens zo ‘verdrietig’ is voor Harvey omdat zijn leven ‘overhoop’ ligt. Of Tarantino, die 25 jaar lang met Weinstein samenwerkte maar nooit iets heeft gemerkt. Nu heeft hij het te stellen met zijn ‘pijn’ en ‘woede’.

    We zien ze uitvluchten verzinnen. Weinsteins broer beschrijft de ‘nachtmerrie’ waar hij doorheen gaat. James Corden biedt zijn verontschuldigingen aan nadat hij grapjes maakte over de affaire. Zo veel mannen die nog steeds niet luisteren. 
De macht van mannen tast je niet aan door één man te breken. Zolang Donald Trump in het Witte Huis zit, blijven de gelederen gesloten. Maar toch is er eventjes een breuk ontstaan, die laat zien dat het ook anders kan. Hier hebben we lang op gewacht, laat die kans niet voorbijgaan. Blijf ‘me too’ zeggen, want we hebben hier niet met maar één kerel te maken maar met een heel systeem. Dat kan alleen met collectieve razernij veranderd kan worden, niet met individuele schaamte.

    Auteur: Suzanne Moore

    Suzanne Moore is een Engelse journaliste. Ze schreef onder meer voor Marxism Today, The Mail on Sunday, Daily Mail, The Independent, The Guardian en New Statesman.

    (The Guardian | Londen)

    1. Suzanne Moore; 2. Matilda Dixon-Smith
    1. Suzanne Moore; 2. Matilda Dixon-Smith

    NEE

    Natuurlijk is het goed dat de hashtag #MeToo ons weer herinnert aan de omvang van dit probleem. Maar niemand kan doen alsof hij van niets weet. We weten allemaal dat seksueel wangedrag in de hele wereld een epidemie is. Waarom verlangen we dan van vrouwen en andere slachtoffers dat ze hun wonden openrijten, alleen maar om te bewijzen dat dit probleem bestaat? En wanneer gaan we het probleem eindelijk neerleggen bij degenen die het moeten oplossen – mannen – in plaats van degenen ermee te belasten die er al zo veel onder te lijden hebben gehad? 


    Twitter heeft in zijn geschiedenis vaak mensen onder een gemeenschappelijk doel verenigd. Hashtag-activisme wordt wel eens weggezet als als een goedkope manier om je deugden uit te venten, zonder je werkelijk voor een zaak te willen inzetten. Maar het heeft zijn nut, en een van de positiefste dingen van internet is dat het groepen mensen in staat stelt om lang genegeerde onderwerpen aan de kaak te stellen. 


    Ik ben er ziek 
van dat van vrouwen verwacht wordt dat ze een probleem oplossen dat ze niet zelf geschapen hebben, een probleem 
waar ze al genoeg onder geleden hebben

    De intenties achter #MeToo zijn op zich nobel genoeg: de epidemie van seksueel geweld tegen vrouwen zichtbaar maken. Toch ben ik ambivalenter over de oorsprong en mogelijkheden van #MeToo dan over andere hashtags. Ik heb namelijk het gevoel dat vrouwen hier opnieuw het werk van anderen moeten opknappen… het werk van mannen. 
Seksuele geweldsmisdaden worden vrijwel alleen door mannen begaan, tegen vrouwen en soms ook tegen andere mannen. Laat er geen misverstand over bestaan: giftig mannelijk geweld en een patriarchaal rechtssysteem zijn er de oorzaak van. Dit probleem moeten mannen zelf oplossen, ze komen er al veel 
te lang mee weg. 
Ja, seksueel geweld is een epidemie – maar we hebben geen hashtag nodig om ons daaraan te herinneren.

    Ik ben er ziek 
van dat van vrouwen verwacht wordt dat ze een probleem oplossen dat ze niet zelf geschapen hebben, een probleem 
waar ze al genoeg onder geleden hebben. 
Men kan niet van ons verlangen dat we in een solidariteitsritueel onze wonden openrijten en trauma’s herbeleven, om eindelijk erkend te krijgen dat seksueel geweld van mannen tegen vrouwen een probleem is. Dit roepen we al eeuwen. 
Een nieuwe smeekbede zal niemand die dat niet wil erkennen daar nu wel van overtuigen. 


    Auteur: Matilda Dixon-Smith

    Matilda Dixon-Smith schrijft over popcultuur, politiek, gezondheidszorg en feminisme. Haar werk verscheen onder meer in 
The Sydney Morning Herald, The Guardian AU, Junkee en Time Out Melbourne.

    (Junkee | Sunny Hills (Australië))