Tag: Adolf Hitler

  • Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    De schijnbare tegenstelling tussen goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver Anna Winger, de vrouw achter de serie Transatlantic. Via haar vader kwam ze op het spoor van het verhaal van de Amerikaanse Varian Fry, die in Zuid-Frankrijk veel Joodse migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, heeft gered.

    Marseille, 1940. In een elegante, enigszins vervallen villa aan de rand van de stad geeft de Duitse kunstenaar Max Ernst een chic verjaardagsfeestje. Zelf draagt hij een hoofdtooi van paarse veren, zijn gasten dragen papieren hoedjes, maskers en absurde brillen. Eén vrouw ziet eruit alsof ze zo uit een surrealistisch schilderij van Ernst is gestapt, met haar tooi die lijkt op een hand. Er wordt getafeld, gepraat en gedanst alsof er geen zorgen zijn. Je zou bijna vergeten dat de feestgangers op de vlucht zijn voor het fascisme, dat ze hun vaderland kwijt zijn en in levensgevaar verkeren. Dat ze in Zuid-Frankrijk wachten om te kunnen vertrekken naar Amerika, waar ze eindelijk veilig zullen zijn.

    Wiki 1
    Anna Winger is een Amerikaanse producent, en bedenker van de televisiedrama’s Deutschland 83, Deutschland 86, Deutschland 89 en Unorthodox. Ze is medeschrijver van Transatlantic, geproduceerd voor Netflix en uitgezonden in 2023. – © Wiki

    De Netflix-serie Transatlantic speelt zich af aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, toen allerminst was te voorzien dat het Duitsland van Hitler die oorlog zou verliezen. Integendeel, alles wees erop dat de Duitse opmars amper te stuiten zou zijn. De VS waren nog neutraal en deden niet mee aan de oorlog. Ondertussen veroverde de Wehrmacht de buurlanden: eerst Polen, daarna Noorwegen, Denemarken, België en Nederland. Frankrijk capituleerde in juni 1940 en werd opgedeeld: in het noorden en westen regeerde de Duitse bezetter, in het zuiden het door de nazi’s geïnstalleerde Vichy-regime. In Italië, Spanje, Portugal en Griekenland heersten fascistische dictaturen.

    Gouden gloed

    Transatlantic speelt zich dus af in een van de donkerste periodes uit de Europese geschiedenis, en toch wordt er gelachen en gedronken. Niet alleen op die feestavond, maar ook op andere momenten dragen mensen elegante jurken en pakken. Ze filosoferen en wandelen door de overwoekerde tuin van de villa, zwemmen naakt in het zwembad en drinken rode wijn. Boven dit alles schijnt de Zuid-Franse zon met zijn weergaloze licht, dat zelfs de grootste menselijke verdorvenheid nog in een gouden gloed zet. Die schijnbare tegenstelling is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver en serieproducent Anna Winger, die achter dit project schuilgaat. Winger weet het een en ander over personages op de vlucht – in haar bekroonde series wordt de wereld van de hoofdpersonen altijd op z’n kop gezet.

    Het verhaal van Transatlantic begint in Berlijn, de stad waar Winger al vele jaren woont. ‘Jaren geleden liep ik met mijn vader door Berlijn, en toen wees hij me op de Varian-Fry-Strasse, een zijstraatje vlak bij de Potsdamer Platz,’ vertelt ze. ‘De naam zei me niets, maar mijn vader vertelde hoe Fry in Zuid-Frankrijk veel migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, had geholpen om Europa te ontvluchten.’ Wingers vader, hoogleraar antropologie aan Harvard, had jaren eerder twee van deze vluchtelingen ontmoet: sociaal wetenschapper Albert Hirschman en verzetsstrijdster Lisa Fittko. Zij hadden hem verteld over hun wilde ontsnapping. ‘Zou dat geen materiaal zijn voor een televisieserie?’ vroeg Winger senior zijn dochter.

    6qay1t6hfwlp 42991823
    © Netflix

    Enige tijd later moest Winger terugdenken aan dat gesprek. Ze begon onderzoek te doen en stuitte op het verhaal van een grootschalige hulpactie die bijna vergeten was, ook al waren er veel bekende namen aan verbonden.

    Nog voor de oorlog begon, in de jaren dertig, verlieten honderdduizenden mensen Duitsland. Velen van hen vluchtten naar Parijs. Toen Duitsland in de zomer van 1940 Frankrijk bezette, werd die ballingschap een val: volgens de wapenstilstandsovereenkomst waren de Fransen verplicht iedereen uit te leveren die op de opsporingslijst van de Gestapo stond. In het zuiden van Frankrijk, waar het Vichy-regime nog enkele ontsnappingsmogelijkheden bood, verzamelden zich wanhopige vluchtelingen, op zoek naar een uitweg. Het werd vooral druk in Marseille, waar een mogelijke doortocht per schip naar de VS lonkte. Maar er mochten maar weinig mensen aan boord, want ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa.

    Joodse emigranten

    Het Emergency Rescue Committee, opgericht in New York door Amerikanen en Joodse emigranten, wist uiteindelijk met behulp van Eleanor Roosevelt, de vrouw van de president, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zover te krijgen om ten minste tweehonderd mensen uit Frankrijk toe te laten tot de VS. Varian Fry, die als redacteur werkte voor een non-profitorganisatie, moest het plan in goede banen leiden. Eenmaal in Marseille realiseerde Fry zich dat er nog veel meer mensen in nood verkeerden en dat het Amerikaanse consulaat niet mee zou helpen om hen te redden.

    Ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa

    Samen met andere Amerikanen en vluchtelingen in Frankrijk begon hij in het geheim mensen het land uit te smokkelen. Soms over land via de Pyreneeën naar Spanje en vandaar naar Portugal, soms vermomd als soldaten op een Frans legervaartuig. Een voormalige cartoonist werd ingehuurd om documenten te vervalsen en een medewerker van het Amerikaanse consulaat gaf stiekem visa af.

    Fry en zijn medewerkers wisten op deze manier uiteindelijk meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen, onder wie veel prominente kunstenaars en intellectuelen zoals Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall. Uiteindelijk werd Fry in december 1940 door de Franse politie gearresteerd. Na zijn vrijlating zette hij zijn werk voort, totdat hij in 1941 opnieuw werd opgepakt en het land uit werd gezet.

    6cc6fplx55p9 3651583439
    © Netflix

    Hoe kijkt Anna Winger, als Amerikaanse die in Duitsland woont en werkt, naar dit verhaal? ‘Het verhaal van Varian Fry herinnert ons eraan hoe moeilijk de VS het vonden om zich in de oorlog te mengen, vanwege de nazidreiging,’ zegt ze. Dit is waarschijnlijk de reden, denkt Winger, waarom Fry tijdens zijn leven niet werd geëerd voor zijn prestaties. ‘Ik denk dat men, toen de oorlog was afgelopen, vooruit wilde kijken en zich niet bezig wilde houden met de terughoudendheid van de VS.’ Varian Fry stierf in 1967 op 59-jarige leeftijd, vrijwel vergeten door het publiek. Pas in 1994 kende Yad Vashem hem de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe.

    Varian Fry wist meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen

    Fry werd in het verleden al wel eens herdacht met een documentaire en een tentoonstelling, maar door Transatlantic wordt hij nu ook bekend bij een breder publiek. De zeven afleveringen van de serie volgen niet de conventionele dramaturgie waarmee historisch materiaal vaak in een vertelling wordt geperst, met doorgaans de opdracht om de geschiedenis als een beknopt, afgesloten hoofdstuk te presenteren. Winger kiest voor een speelsere benadering. Zo kan ook een schurk als de Amerikaanse consul-generaal Graham Patterson schitteren in zijn rol als geldwolf die probeert munt te slaan uit de verwarrende omstandigheden. Ze gunt de jonge Albert Hirschman een liefdesrelatie met de Amerikaanse miljonairsdochter Mary Jayne Gold, laat Lisa Fittko verliefd worden op een zwarte hotelconciërge en speelt met diverse aspecten uit het spionage- en gevangenisgenre.

    Sluier van melancholie

    Winger vertelt dat films uit de vroege jaren veertig haar schrijfproces hebben beïnvloed. Zoals Casablanca, de klassieker uit 1942 waarin Humphrey Bogart een nachtclubeigenaar speelt die niet betrokken wil worden bij de strijd tegen de nazi’s en daarmee symbool staat voor de houding van de VS aan het begin van de oorlog. Veel personages in die film werden gespeeld door echte Duitse en Oostenrijkse emigranten. ‘Een opmerkelijke mix van genres,’ zegt Winger. ‘En daardoor spannend, grappig, tragisch en romantisch tegelijk. Ik vind het ontroerend dat dit soort films gemaakt kon worden terwijl de wereld aan het instorten was.’

    In haar eigen serie vermijdt Winger gelukkig het didactische aspect dat inherent kan zijn aan historisch materiaal. Tegenover de duisternis van de tijd stelt ze de viering van het leven en de creativiteit, zonder de dramatische situatie te bagatelliseren. Over alles ligt een sluier van melancholie, omdat iedereen weet dat thuis – in geografische en geestelijke zin – voorgoed verloren is. ‘Ik mis zelfs het Duitse weer,’ laat ze filosoof Hannah Arendt op een bepaald moment zeggen.

    EN US TS1 Main Vertical RGB PRE
    © Netflix

    Ondanks alle somberheid heeft Winger aan het verhaal van het Emergency Rescue Committee ook een positieve draai gegeven. Ze laat zich voor haar series graag inspireren door de blinde vlekken van de geschiedenis, zegt ze, door liefdesaffaires en gesprekken die voor het nageslacht onbekend zijn gebleven. In Transatlantic heeft Varian Fry – net als in de roman The Flight Portfolio (2019) van de Amerikaanse auteur Julie Orringer, die Winger gebruikte als basis voor haar serie – een affaire met een andere man. Toen het boek werd gepubliceerd zorgde dat voor een kleine controverse, omdat sommige historici betwijfelden of Fry, die twee keer getrouwd was en drie kinderen had, werkelijk homo was. Een van Fry’s zonen stuurde daarop een brief aan The New York Times waarin hij schreef dat zijn vader homoseksueel was, en dat de noodzaak om daarover te zwijgen diens leven had verwoest.

    In Transatlantic staan de liefde tussen hetzelfde geslacht en de liefde in het algemeen symbool voor de innerlijke vrijheid van de personages, ondanks – of juist dankzij – de moeilijke levensomstandigheden. In die zin kun je de serie zien als een historische utopie, niet in de laatste plaats tegen de achtergrond van de nieuwe vluchtelingengolf als gevolg van de oorlog in Oekraïne. In de woorden van Anna Winger: ‘Ik wilde een verhaal vertellen dat van de duisternis naar het licht voert.’

    Lees ook:

  • ‘In dit land wonen geen homo’s.’ Poetins haatzaaierij is een echo uit het verleden

    ‘In dit land wonen geen homo’s.’ Poetins haatzaaierij is een echo uit het verleden

    Volgens de propaganda van Moskou is een van de doelen van de Russische invasie van Oekraïne de strijd tegen de ‘vrije seksuele moraal’ en ‘zedenverwildering in het Westen’, waarbij homoseksualiteit vaak gelijk wordt gesteld aan pedofilie. Hoe onzinnig die retoriek ook klinkt, er is niets nieuws aan.

    Keuze uit het archief

    Deze maand onthulden de Russische autoriteiten in een metrostation in Moskou een nieuw standbeeld van Jozef Stalin. Blijkbaar wordt de vroegere Sovjetdictator door het Kremlin nog altijd vereerd en als een voorbeeld gezien.
    Met name wat betreft de behandeling van seksuele minderheden neemt Poetin duidelijk een voorbeeld aan Stalin, zo blijkt uit dit artikel uit 2022 van de onafhankelijke Russische nieuwssite Meduza. Wat het regime van Stalin en dat van Poetin gemeen hebben, is dat seksuele minderheden en mensen die afwijken van het traditionele mensbeeld worden weggezet als ‘staatsgevaarlijk’ en ‘idioten’. Dit stuk legt uit welke gedachtegang hierachter zit.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    ‘Willen we echt dat kinderen in Rusland een ouder nummer 1 en een ouder nummer 2 hebben? Zijn we gek geworden? Willen we echt dat het er bij onze kinderen in wordt gestampt dat er meer genders dan geslachten zijn? Willen we echt dat onze scholen hun hoofden vol stoppen met perversies die tot verloedering en uitsterving leiden?’ Zomaar een van de vele uitweidingen in de toespraak die Vladimir Poetin vorige maand gaf bij het ondertekenen van de verdragen over de annexatie van vier gedeeltelijk door Rusland bezette gebieden in Oekraïne.

    De uitlatingen van de Russische president over lhbt’ers zijn de afgelopen jaren steeds feller en vijandiger geworden. Na de invoering van het verbod op de verspreiding van ‘homopropaganda’ onder minderjarigen in 2014, een verbod dat door mensenrechtenactivisten als discriminatie werd betiteld, wuifde Poetin die kritiek weg met het argument dat ‘niet-traditionele relaties’ in Rusland nog steeds wettelijk waren toegestaan. Anderzijds werden in diezelfde toespraak ‘homoseksualiteit’ en ‘pedofilie’ door Poetin in één adem genoemd, waarmee hij ze praktisch aan elkaar gelijkstelde of in ieder geval een verband tussen de twee suggereerde. En in 2013 had hij ook al gezegd dat het belang van ‘morele principes en de traditionele identiteit door Euro-Atlantische landen wordt ontkend. In hun beleid worden kroostrijke gezinnen evenwaardig gemaakt aan partnerschappen tussen mensen van hetzelfde geslacht, en geloof in God gelijkwaardig aan geloof in Satan.’

    Niet alleen stelt Poetin lhbt’ers in een kwaad daglicht, hij verspreidt ook valse verhalen over hoe er in westerse landen ‘serieus wordt gepraat over het toelaten van politieke partijen die pedofilie voorstaan’. Hij doelde daarmee waarschijnlijk op een partij die in 2006 in Nederland werd opgericht, die slechts drie leden telde en zoveel publieke verontwaardiging wekte dat ze in 2010 weer werd ontbonden.

    ‘Existentiële bedreiging voor land en volk’

    Maar hield Poetin voorheen in ieder geval nog de schijn op dat lhbt’ers in Rusland dezelfde rechten hebben als iedereen (afgezien van de wet op ‘homopropaganda’), inmiddels spreekt hij erover alsof het een macht is die bestreden moet worden. En in zijn annexatietoespraak zei hij in feite dat een van de doelen van de invasie in Oekraïne is om te voorkomen dat enige vorm van niet door de Russische staat goedgekeurde seksualiteit genormaliseerd wordt.

    De gedachte dat er meer dan twee genders bestaan is voor Poetin en zijn propagandisten inmiddels uitgegroeid van een ‘perversie’ tot een ‘existentiële bedreiging voor land en volk’. In het discours van de Russische staat is homoseksualiteit in rap tempo net zo’n wezenskenmerk van Ruslands vijanden geworden als hun vermeende ‘omarming van nazistische of fascistische ideeën’. Op 1 oktober beweerde de Russische filmacteur en parlementariër Dmitri Pevtsov bijvoorbeeld dat het Russische leger strijdt voor ‘gezinnen die bestaan uit moeder, vader en kinderen – niet uit een kerel, en nog een kerel, en nog een wie weet wat.’ En in mei zei hij in een Russische talkshow dat ‘militante flikkers de belangrijkste verdedigers van de Oekraïense waarden’ waren geworden.

    De Russische retoriek over gender en seksualiteit vertoont opvallende gelijkenissen met die van tal van andere totalitaire, autoritaire en dictatoriale regimes. Om te begrijpen hoe belangrijk deze vorm van discriminatie is voor het behoud van de macht van dictators, zijn wij de geschiedenis in gedoken.

    De meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld homoseks

    De gedachte dat de verbintenis tussen één man en één vrouw de enige door de overheid toegestane liefdesrelatie moet zijn, behoort tot de grondslagen van de meeste fascistische regimes. Beide partners in zo’n relatie moeten hun gender dan bovendien ervaren op een wijze die overeenkomt met hun biologische geslachtskenmerken: de meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld seks tussen twee mannen. Het is geen toeval dat de nationale Franse leus ‘liberté, egalité, fraternité’ (vrijheid, gelijkheid, broederschap) door Vichy-Frankrijk werd veranderd in ‘travail, famille, patrie’ (werk, familie, vaderland).

    Nazi-Duitsland

    In nazi-Duitsland werden lhbt’ers tot een bedreiging voor het heil van staat en volk bestempeld en massaal vervolgd. Homoseksuelen waren voor de nazipropagandisten het tegendeel van alles wat vaderlandslievende ariërs moesten belichamen: ascese, mannelijkheid en het afzweren van persoonlijke geneugten om zich volledig in te zetten voor het vaderland en de Führer. Seksuele ‘ontaarding’ werd onder Hitler gezien als een overblijfsel van de decadentie en het hedonisme van de Weimarrepubliek. De nazi’s wilden af van alles wat aan die vorige staat herinnerde en het verbod op seksueel contact tussen mannen werd daarom aangescherpt. Zodra de NSDAP in 1933 aan de macht kwam, was er zelfs geen fysiek bewijs meer nodig om homoseksuelen veroordeeld te krijgen: men kon volstaan met een getuigenverklaring van een ‘gezagsgetrouwe burger’ die meende dat iemand te veel naar een andere man keek.

    Zoals in veel dictaturen berustte het door de nazi’s uitgedragen beeld van lhbt’ers op twee tegenstrijdige gedachtes. De eerste was dat lhbt’ers zielige, zwakke, zieke mensen waren die niet in de samenleving thuishoorden. De tweede was dat homoseksualiteit zich als een dodelijk virus kon verspreiden en de Duitse maatschappij van binnenuit kon ondermijnen als daar geen maatregelen tegen werden genomen. Enerzijds werden lhbt’ers dus afgeschilderd als verachtelijke onmensen, en anderzijds als een staatsvijand van het gevaarlijkste en meest verraderlijke soort. Hoe een groep die zo zwak was tegelijk zo machtig kon zijn, kon de propaganda niet goed verklaren.

    In de ogen van Hitler en Himmler waren homoseksuelen heerszuchtig

    ‘In de nazipropaganda werden homoseksuelen doorgaans afgeschilderd als weke, laffe, kruiperige en onbetrouwbare figuren,’ schrijft de Nederlandse historicus Harry Oosterhuis, maar ‘in de ogen van Hitler en Himmler leken zij niettemin heerszuchtig te zijn en behept met specifieke instincten en vaardigheden waarover “normale” mannen niet beschikten. Ze waren heel goed in staat om zich in het verborgene te organiseren en zo een greep naar de macht te doen.’

    In de twaalf jaar dat het Derde Rijk bestond, zijn er volgens historici naar schatting zo’n honderdduizend mannen opgepakt vanwege vermeende ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’. Van de 53.400 veroordeelde mannen zijn er tussen de vijf- en vijftienduizend naar een concentratiekamp gestuurd. De rest kreeg een gevangenisstraf of moest een ‘behandeling’ ondergaan. De Duitse homovervolging werd met de jaren heviger: van januari 1933 tot juni 1935 werden zo’n vierduizend mannen aangeklaagd wegens ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’, maar van juni 1935 tot juni 1938 steeg dat aantal tot minstens veertigduizend.

    Sovjet-Unie

    In 1934 schreef de openlijk homoseksuele Schotse journalist en communist Harry Whyte een open brief aan Jozef Stalin. Hij wilde de Sovjetleider uitleggen waarom hij vond dat ‘een homoseksueel het partijlidmaatschap waard kan zijn’. Whyte woonde toen al enkele jaren in de Sovjet-Unie, waar hij werkte voor het Engelstalige propagandablad de Moscow Daily News. Ondersteund met citaten uit de brieven van Marx en Engels en toespraken van Stalin zelf leverde hij kritiek op de behandeling van homoseksuele mannen onder zowel het kapitalisme als het fascisme. Toen hij psychiaters in de Sovjet-Unie had gevraagd om hem te ‘genezen’, schreef hij, hadden ze erkend dat zoiets misschien niet mogelijk was. En hij vergeleek de strijd voor homorechten met de emancipatiestrijd van vrouwen.

    Whyte dacht dat Stalin wel open zou staan voor zijn argumenten en toleranter was voor homoseksuelen dan de Britse autoriteiten. Maar de reactie van de dictator was bits en bondig: ‘Een idioot en een perverseling.’ Niet lang daarna vertrok Harry Whyte uit de Sovjet-Unie en werd hij uit de partij gegooid – maar niet voordat Maxim Gorki eerst nog een antwoord op zijn brief gepubliceerd had in de Pravda. ‘In een land waar het proletariaat moedig en met succes regeert,’ schreef Gorki, ‘wordt homoseksualiteit, die de jeugd bederft, als maatschappelijke wandaad gezien en bestraft.’

    Hoewel universele gelijkheid aanvankelijk een van de belangrijkste officiële idealen van communistische en socialistische regimes was, belandden lhbt’ers in de Sovjet-Unie in dezelfde situatie als in fascistische dictaturen. Na de betrekkelijke vrijheid van de jaren twintig werden in het decennium daarna wetten ingevoerd die nog reactionairder en repressiever waren dan onder de tsaar. De Sovjetleiders bezagen lhbt’ers met dezelfde mengeling van minachting en vrees als de nazi’s. Homoseksuelen werden in officiële overheidsuitingen afgeschilderd als onbetrouwbare figuren geneigd tot bedrog en verraad.

    In de Sovjet-Unie werden aantijgingen van sodomie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen

    In het jaar voordat Whyte zijn brief schreef, was ‘sodomie’ door het Centraal Comité gecriminaliseerd: vrijwillige seks tussen twee mannen werd bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Maar anders dan in fascistische landen, waar de vervolging van lhbt’ers vooral een kwestie was van het gewone volk, werden aantijgingen van sodomie in de Sovjet-Unie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen. De beschuldiging van sodomie stond onder Stalin in feite gelijk aan de beschuldiging van verraad. In de daaropvolgende zestig jaar werden zo’n zestigduizend Russen wegens sodomie veroordeeld. En na zo’n veroordeling was het vaak onmogelijk om nog aan werk te komen of je in te schrijven aan een universiteit.

    Cuba

    Een andere communistische staat waar lhbt’ers zwaar werden onderdrukt was het Cuba van Fidel Castro. Nadat hij in 1959 aan de macht kwam, werden lhbt’ers daar jarenlang in arbeidskampen gestopt en gedwongen hun ‘criminele voorkeuren’ publiekelijk af te zweren. Mannen die zich in de ogen van de politie te ‘vrouwelijk’ gedroegen of gekleed gingen ‘als een hippie’ konden worden opgepakt. Homoseksuelen werden soms in prikkeldraad gewikkeld of tot de nek ingegraven en uitgehongerd om ze tot een bekentenis te dwingen. Castro normaliseerde de homohaat onder het volk en moedigde die zelfs aan. Net als de huidige Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov beweerde de Cubaanse dictator: ‘Er zijn geen homoseksuelen in dit land.’

    Nina Chroesjtsjova, docent internationale betrekkingen aan The New School in New York en kleindochter van de vroegere Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, schrijft de neiging om lhbt’ers te vervolgen toe aan de behoefte van autocratische leiders om hun eigen kracht te benadrukken. Ze meent dat het beeld van een man als belichaming van mannelijke kracht in het hoofd van autocraten gelieerd is aan het idee van de ‘natuurlijke orde’, en de aantasting daarvan vormt een directe bedreiging voor hun eigen macht. Mensen met een andere geaardheid wekken bij dictators en hun aanhangers niet alleen weerzin en verwarring, maar ook angst, omdat ze een ‘alternatieve’ orde vertegenwoordigen.

    ‘Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker’

    Het homofobe discours van totalitaire regimes stoelt meestal op de gedachte dat de normalisatie van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht of met een non-binaire genderidentiteit zal leiden tot een ‘nieuwe’ wereld waarin geen ruimte meer is voor ‘normale’ mensen. Ook al zijn lhbt’ers onder fascistische en communistische regimes steevast het slachtoffer van vervolging, dictators dragen graag de gedachte uit dat deze groep juist een bedreiging vormt voor anderen. Zoals Chroesjtsjova in 2021 in een column schreef:

    ‘Het kan geen verrassing zijn dat deze leiders hun positie schragen met een beroep op “hegemonische mannelijkheid” – de gedachte dat mannen sterk, stoer en dominant moeten zijn. Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker. Daarom doen ze dus voortdurend hun best wel een beeld van kracht uit te stralen.

    Maar in de snel veranderende wereld van tegenwoordig voelen ook gewone mensen zich onzeker, met name mensen die denken dat hun traditioneel ‘dominante’ positie ondermijnd wordt. Daarom zoeken ze graag hun heil bij een sterke man die ze een terugkeer belooft naar de orde en voorspelbaarheid van de starre maatschappelijke indelingen uit het verleden. Met andere woorden, mensen zijn bang voor verandering en denken dat ze macho leiders en patriarchale regels nodig hebben om zich daartegen te beschermen.’

    Buitenaardse wezens

    Een autoritaire leider die lhbt’ers als zondebok wil gebruiken, moet allereerst de bevolking overtuigen van het gevaar dat seksuele minderheden vormen. Daarom beweren autoritaire leiders vaak dat er een verband bestaat tussen de door hen veroordeelde seksuele voorkeur of genderidentiteit en een of ander verzonnen negatief kenmerk. Dan beweren ze bijvoorbeeld dat lhbt’ers geen vaderlandsliefde kunnen opbrengen en niet in staat zijn in de maatschappij te leven zonder hun ‘afwijkende’ voorkeuren aan ‘normale’ mensen op te dringen.

    Om homofobe sentimenten onder het volk aan te wakkeren proberen propagandisten de heteroseksuele en cisgender meerderheid ervan te overtuigen dat lhbt’ers in hun wereldbeeld en geestelijke opmaak veel weg hebben van buitenaardse wezens. Het is voor mensen namelijk veel makkelijker om een hekel te krijgen aan aliens dan aan mensen die in alles aan henzelf gelijk zijn behalve in hun seksualiteit.

    Leiders van autoritaire en totalitaire regimes beweren vaak dat lhbt’ers een demografisch gevaar zijn en schilderen homoseksualiteit en niet-binaire genderidentiteiten af als virussen die van mens op mens kunnen worden overgedragen. Staatspropaganda probeert mensen van oudsher de vrees aan te praten dat de ‘verspreiding’ van homoseksualiteit zal leiden tot dalende geboortecijfers en uiteindelijk uitsterving. Maar dat is een hersenschim: in geen enkel democratisch land waar het homohuwelijk ingevoerd en maatschappelijk geaccepteerd is, is ook maar in de verste verte ooit zoiets geconstateerd.

    Robert Mugabe

    Een van de bekendste homofobe regeringsleiders ter wereld was Robert Mugabe, die van 1987 tot 2017 premier was van Zimbabwe. Ter rechtvaardiging van zijn repressieve beleid tegen lhbt’ers voerde Mugabe vaak dezelfde argumenten aan die Poetin de laatste jaren gebruikt: dat homoseksuelen ‘schadelijk’ en ‘tegennatuurlijk’ zijn en hun pleitbezorgers ‘idioten’ dan wel ‘satanisten’. In de jaren na Mugabe’s bewind zijn in Zimbabwe de eerste klinieken voor homo- en biseksuele mannen geopend, wat de plaatselijke lhbt-gemeenschap als een ‘historische overwinning’ bejubelde. Maar in andere Afrikaanse dictaturen, zoals Oeganda, blijft de van staatswege gestimuleerde homohaat welig tieren.

    Dictators wakkeren de homofobie onder het volk dus aan en stoelen hun eigen imago op stereotype beelden van mannelijkheid, waarbij ze zich afzetten tegen mensen die niet in dat ‘traditionele’ mannelijkheidsideaal passen. En aangezien burgers in autocratische regimes vooral dienstbaar moeten zijn aan de staat, worden lhbt’ers gestigmatiseerd en gedemoniseerd, omdat zij buiten het model van het ‘klassieke’ gezin vallen en uiting geven aan hun individualiteit – iets wat autoritaire regimes altijd liever de kop in drukken.

    Lees ook: