Tag: afluisteren

  • Luchthaven Changi concentreert zich nu op inwoners van Singapore | Clooney wil terugave roofkunst

    Luchthaven Changi concentreert zich nu op inwoners van Singapore | Clooney wil terugave roofkunst

    Corona vergroot armoede Latijns-Amerika aanzienlijk

    Door corona zijn in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied ruim 20 miljoen mensen tot armoede vervallen, zo blijkt uit cijfers van de Economische Commissie van de VN voor de regio, weergegeven door het Venezolaanse Mercopress. Van de bevolking leeft 12,5%, 78 miljoen mensen, inmiddels in extreme armoede. Dat is het hoogste percentage in 20 jaar.


    Clooney wil teruggave roofkunst

    De druk op Groot-Brittannië om geroofde kunstschatten te retourneren wordt steeds groter. Acteur George Clooney heeft nu in een brief opgeroepen om de zogenoemde Elgin Marbles terug te geven aan Griekenland.

    ‘Veel objecten van historische waarde moeten terug naar hun oorspronkelijke eigenaren’, aldus Clooney in ArtNews, ‘maar het belangrijkste is het marmer van het Parthenon.’ Hij verwijst daarmee naar de oorspronkelijke locatie van de sculpturen in het Parthenon op de Akropolis van Athene. Ze werden door Thomas Bruce, graaf van Elgin, verwijderd en in 1816 aan de Britse regering verkocht. 

    Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen

    Al ruim veertig jaar wordt opgeroepen tot repatriëring van de sculpturen, maar Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen. Athene heeft sinds 2009 echter een tentoonstellingsruimte van wereldklasse tegenover de Akropolis.

    Clooney regisseerde en speelde in de film Monuments Men uit 2014, waarin een groep geallieerde experts de taak heeft om kunstwerken en andere culturele schatten te redden van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.


    China wilde Fins vliegveld

    Het Chinese Polar Research Institute, gefinancierd door de Chinese overheid, probeerde in 2018 de luchthaven van Kemijärvi in Fins Lapland te kopen of te leasen, schrijft het Brusselse Euractiv. Dat aanbod is destijds door Finland afgewezen, zo blijkt uit berichtgeving van de Finse publieke zender YLE.

    Een Chinese delegatie van onderzoekers, met daarbij een militaire afgevaardigde van de ambassade, stelde januari 2018 voor om 40 miljoen euro te investeren in de landingsbaan van het vliegveld, zodat die zou kunnen worden gebruikt voor onderzoeks- en observatievluchten boven de Noordelijke IJszee, de Noordpool en de Noordoostpassage. Ook werd gesproken over mogelijke financiering van een nieuw onderzoekslaboratorium. Volgens het Finse leger ligt de luchthaven echter te dicht bij een strategisch belangrijke oefenbaan, waardoor uitbreiding van het vliegveld onmogelijk is. Latere EU-wetgeving, die dergelijke buitenlandse investeringen aan banden legt, zou realisatie van het plan verhinderd hebben. 

    China heeft momenteel onderzoekscentra in Groenland, IJsland en de Svalbard-archipel.


    VK verliest marktaandeel

    Volgens een onderzoek dat maandag is gepubliceerd, heeft het Verenigd Koninkrijk tijdens de coronapandemie marktaandeel verloren in de Verenigde Staten, Duitsland en China. Dit is het gevolg van chaotische wereldwijde handel, brexit en slechte productiviteit.

    Volgens het rapport van Lloyd‘s Banking Group presteerde het Verenigd Koninkrijk vooral slecht door een langdurige stagnatie van de productiviteitsgroei. ‘In een aantal belangrijke exportbestemmingen, zoals Duitsland, de VS en China, lijkt het VK een sterkere achteruitgang dan anderen door te maken, zich trager te herstellen en het wereldwijde concurrentievermogen te zien afnemen’, aldus het rapport, gepubliceerd door Reuters. ‘De exportdaling van het VK naar de VS is in zowel absolute als relatieve termen de meest langdurige van de grote Europese landen, met uitzondering van Frankrijk.’

    Tussen 2017 en 2019 wist het VK de totale export nog te verhogen, naar Duitsland met 8,5 procent en naar Italië met 12 procent, Nederland (14 procent), Spanje (20 procent) en de Verenigde Staten (24 procent).


    Changi Airport is nu flexkantoor

    Twee jaar geleden was er voor Changi Airport in Singapore geen vuiltje aan de lucht. De luchthaven opende een winkel- en entertainmentcomplex van 1,3 miljard dollar, circa 1,1 miljard euro, compleet met bioscoop en ’s werelds hoogste overdekte waterval, volgens cijfers van The New York Times. Voor het zevende jaar achtereen werd Changi uitgeroepen tot ’s werelds beste luchthaven en er werd een recordaantal van 63,8 miljoen passagiers verwerkt.

    Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren

    Dat aantal daalde vorig jaar met bijna 83 procent. Van de 33.000 vluchten in januari 2020 waren er een jaar later nog slechts 7500 over. De nettowinst daalde met 36 procent tot ongeveer 327 miljoen dollar en de bouw van een vijfde terminal werd stopgezet.

    De luchthaven concentreert zich nu op inwoners van Singapore. Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren. Inmiddels worden ook ‘glamping’ en karten aangeboden en de lounge is omgebouwd tot flexkantoor. Een werkplek kost 170 euro voor drie maanden.


    Schimmige handel 

    Bangladesh heeft zeker 280.000 euro uitgegeven aan UFED, een product van het Israëlische bedrijf Cellebrite waarmee telefoons kunnen worden gehackt. Dit blijkt uit onderzoek door Al Jazeera en de Israëlische krant Haaretz. De aanschaf is saillant, want Bangladesh erkent de staat Israël niet, verbiedt handel ermee en verbiedt Bengalezen erheen reizen. Vermoed wordt dat de regering van Bangladesh UFED inzet om opponenten te bespioneren.

    UFED biedt toegang tot een breed scala van mobiele telefoons en kan er privégegevens aan onttrekken. Het hacken van versleutelde telefoongegevens baart burgerrechtenactivisten al langer zorgen en ze roepen dan ook op tot striktere regels voor het gebruik ervan.


    Rusland richt pijlen op Duitsland

    Volgens een onderzoek van de EU vormt Duitsland het middelpunt van Russische desinformatiecampagnes, meldt het Duitse Freie Presse. Russische media hebben sinds eind 2015 meer dan 700 keer valse informatie over Duitsland verspreid, tegenover 300 keer over Frankrijk, 170 keer over Italië en 40 keer over Spanje.

    ‘Geen enkele andere EU-lidstaat wordt feller aangevallen dan Duitsland’, aldus het rapport van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), dat deze week in Brussel werd gepubliceerd. Het gaat daarbij om door het Kremlin aangestuurde systematische campagnes op politiek niveau en om mediacampagnes. De regering in Moskou heeft de aantijgingen ‘belachelijk’ genoemd, maar verwierp ze niet direct.

  • 1. Als je ouders Russische spionnen blijken te zijn

    1. Als je ouders Russische spionnen blijken te zijn

    Donald Heathfield en Tracey Foley leken een doodgewoon Amerikaans stel. Tot de dag dat ze door de FBI werden ontmaskerd als Russische spionnen. Hun zoons Tim en Alex vertellen het verhaal.

    Onschuldig

    Bijna zes jaar na de arrestatie spreek 
ik met Alex af in een café bij het Kievstation in Moskou. Zijn officiële naam is nu Alexander Vavilov en die van zijn broer Timofej Vavilov, al gebruiken veel van hun oude vrienden nog steeds hun oude achternaam Foley. Alex is 21. Hij kent inmiddels genoeg Russisch om iets te kunnen bestellen, maar vloeiend spreekt hij het nog niet. Hij studeert ergens in Europa en is hier om zijn ouders te bezoeken. Tim werkt in de financiële sector in Azië. Contact met de media hebben ze na 2010 bewust afgehouden. Dat ze nu wel met me willen praten, komt doordat ze in een juridische strijd zijn verwikkeld om de Canadese nationaliteit terug te krijgen die hun zes jaar geleden is ontnomen. Ze vinden het oneerlijk en onwettig dat zij nu moeten boeten voor de zonden van hun ouders.

    Terwijl we een chatsjapoeri eten, een Georgisch broodje met gesmolten kaas, vertelt Alex over de dagen na de FBI-inval. Op de door de FBI geregelde hotelkamer bleven hij en Tim tot diep in 
de nacht piekeren over wat er was gebeurd. Toen ze de volgende dag thuiskwamen, bleken alle elektronische apparatuur, foto’s en documenten te zijn meegenomen. Zelfs hun PlayStation was verdwenen. Het huis werd belegerd door journalisten en de broers zaten binnen met de gordijnen dicht en zonder telefoon of computer, want dat was allemaal in beslag genomen. De volgende dag sloop Tim ’s ochtends het huis uit om in de openbare bibliotheek online naar een advocaat voor zijn ouders te zoeken. Alle banktegoeden waren bevroren, de jongens hadden alleen het geld dat ze op zak hadden en wat geld dat ze van vrienden konden lenen.

    FBI-agenten reden hen naar de zitting in Boston waar hun ouders werden voorgeleid. Ze konden in de gevangenis even met hun moeder spreken. 
Alex zegt dat hij zijn ouders niet vroeg waarvan ze beschuldigd werden. Dat verrast me: ze moeten toch razend benieuwd zijn geweest?

    ‘Ik wist dat het voor mijn verklaring 
in de rechtbank het beste was als ik zo weinig mogelijk wist. Ik wilde geen vragen stellen, omdat het duidelijk 
was dat er mensen meeluisterden. Ze konden levenslang krijgen. Voor mijn verklaring moest ik er compleet van overtuigd kunnen zijn dat ze onschuldig waren.’

    Het gezin had voor die zomer een lange vakantie in Parijs, Moskou en Turkije gepland. Hun moeder ried de jongens aan om meteen naar Rusland te vliegen om het mediacircus te ontvluchten. Dus stapten Alex en Tim op het vliegtuig naar Rusland, zonder te weten wat ze daar konden verwachten. Ze waren nog nooit in Rusland geweest. ‘Het was echt doodeng,’ vertelt Alex. ‘Je zit in 
dat vliegtuig en hebt geen idee wat je te wachten staat. En terwijl je daar zit, blijven je gedachten maar doormalen.’

    Op het vliegveld werden ze opgewacht door een groepje mensen die zich in het Engels voorstelden als collega’s van hun ouders. Vertrouw ons, zeiden ze, en ze namen de jongens mee naar een klaarstaand busje. ‘Ze lieten foto’s zien van onze ouders als twintigers, in uniform en met medailles. Dat was het moment dat ik dacht: oké, dit is echt,’ zegt Alex. Tim en hij werden ondergebracht in een appartement waar het ze aan niets ontbrak. De dagen daarna lieten hun oppassers ze de stad zien: ze werden meegenomen naar musea en zelfs naar het ballet. Ze kregen bezoek van een oom en een neef van wie ze nog nooit hadden gehoord. Er kwam ook een grootmoeder langs, maar die sprak geen Engels en zij spraken geen woord Russisch.

    Het zou nog een paar dagen duren voordat hun ouders overkwamen. Op 8 juli bekenden die aan de rechter in New York dat ze Russisch staatsburger waren. Het akkoord over de spionnenruil was al gesloten en op 9 juli reisden ze via Wenen naar Moskou, nog steeds gekleed in hun oranje gevangenisoverall uit Amerika.

    Doodgewoon

    Op 27 juni 2010 werd Tim Foley twintig. Om dat te vieren namen zijn ouders hem en zijn jongere broer Alex ’s middags mee uit eten in een Indiaas restaurant, niet ver van hun huis in Cambridge, Massachusetts. Beide broers zijn in Canada geboren maar woonden al tien jaar in de VS. Hun vader Donald Heathfield had na zijn studie in Parijs en aan Harvard nu een hoge functie bij een adviesbureau in Boston. Hun moeder Tracey Foley had jarenlang vooral voor de kinderen gezorgd en was daarna makelaar geworden. Wie hen kende, zag een doodgewoon Amerikaans gezin, maar dan met Canadese roots en een voorkeur voor buitenlandse reizen. Hoewel Alex nog maar zestien was, kwam hij net terug van een half jaar in Singapore in het kader van een uitwisselingsprogramma.

    Na de maaltijd ontkurkten ze thuis een fles champagne om te vieren dat Tim nu een twintiger was. De broers waren moe: de vorige avond hadden ze thuis een feestje gehad ter ere van de terugkeer van Alex uit Singapore, en Tim wilde die avond gaan stappen. Na de champagne ging hij naar boven om zijn vrienden te mailen over wat ze 
die avond zouden doen. Toen er werd aangebeld, riep zijn moeder dat zijn vrienden blijkbaar vroeger waren gekomen, als verrassing.

    Er wachtte haar een heel andere verrassing: een team in het zwart geklede, gewapende mannen met een stormram. Ze brulden ‘FBI!’ en stormden het huis binnen, roepend dat iedereen de handen omhoog moest doen. Tim dacht eerst dat ze hem moesten hebben, omdat hij drank aan minderjarigen had geschonken: op het feestje van de vorige avond was niemand boven de 21 geweest, en de alcoholwet wordt door de politie van Boston streng gehandhaafd. Maar de FBI kwam voor iets veel ernstigers. Verbijsterd zagen de broers toe hoe hun ouders geboeid in aparte auto’s werden afgevoerd. Tim en Alex bleven achter met een aantal agenten, die zeiden dat ze die nacht het hele huis gingen doorzoeken. Voor de broers was een hotelkamer geregeld. Een van de agenten vertelde dat hun ouders waren opgepakt op de verdenking dat ze ‘illegale agenten in dienst van een vreemde overheid’ waren.

    Alex dacht dat het een vergissing moest zijn: een verkeerd adres of een misverstand als gevolg van zijn vaders werk. Donald moest voor zijn baan 
veel reizen, misschien werd hij daarom voor spion aangezien. Zelfs toen de broers een paar dagen later op de radio hoorden dat er in het hele land in totaal tien Russische spionnen waren opgepakt, in een FBI-operatie genaamd ‘Ghost Stories’, bleven ze ervan overtuigd dat het een vreselijke vergissing moest zijn.

    Maar de FBI vergiste zich niet. Niet alleen waren hun ouders inderdaad Russische spionnen, het waren Russen. De mensen die Tim en Alex kenden als papa en mama waren wel hun ouders, maar ze heetten niet Donald Heathfield en Tracey Foley. Dat waren de namen van lang geleden gestorven Canadese kinderen, van wie de identiteit was gestolen. Hun echte namen waren Andrej Bezroekov en Elena Vavilova. Ze waren allebei geboren in de Sovjet-Unie, opgeleid door de KGB en naar het buitenland gestuurd in het kader van een infiltratieprogramma voor spionnen die de Russen zelf ‘illegalen’ noemen. Nadat ze heel geleidelijk een alledaagse Noord-Amerikaanse identiteit hadden opgebouwd, waren ze actief geworden als agenten voor de SVR, het spionagebureau van het huidige Rusland (en daarmee de opvolger van de KGB). Samen met acht andere collega’s waren ze nu verraden door een Russische overloper.

    De aanklacht waarin de FBI hun misdaden opsomde, bevat een waslijst aan spionageclichés: dode brievenbussen [een methode van heimelijke gegevensuitwisseling waarbij iemand informatie verstopt in een verborgen ruimte, die later door iemand anders wordt opgehaald], geheime ontmoetingen, gecodeerde berichten en plastic tassen vol dollarbiljetten. Als je de tv-beelden zag van de tien betrapte spionnen die in Wenen landden om te worden uitgewisseld voor vier in Rusland voor spionage veroordeelde Russen, waande je je weer in de Koude Oorlog. Maar de geopolitieke aspecten van die spionnenruil lieten Alex en Tim koud. Zij waren opgegroeid als doodnormale Canadezen en ontdekten nu ineens dat ze kinderen van Russische spionnen waren. Hun wachtte niet alleen een lange vliegreis naar Moskou, maar vooral ook de lange en moeizame emotionele verwerking van deze schok.

    Tim en Alex Foley bij de rechtbank in Moakley, waar hun ouders werden ondervraagd. – © HH
    Tim en Alex Foley bij de rechtbank in Moakley, waar hun ouders werden ondervraagd. – © HH

    De vader van Alex en Tim heet eigenlijk Andrej Olegovitsj Bezroekov en hij is geboren in Krasnojarsk, in hartje Siberië. Er is weinig bekend over zijn verleden of dat van zijn vrouw, Elena Vavilova. Alex vertelt me wat hij over hun rekrutering weet, op basis van 
het weinige dat hun ouders daarover hebben losgelaten: ‘Ze zijn samen gerekruteerd, als stel. Twee veelbelovende, slimme jonge mensen. Ze kregen de vraag of ze iets voor hun land wilden betekenen en ze zeiden ja. En ze hebben jaren van training en voorbereiding gehad.’

    Directoraat S, waaronder dit ‘illegalen’-programma ressorteerde, was het geheimste KGB-onderdeel. Eén zo’n voormalige illegaal heeft me verteld dat hij voor zijn opleiding eind jaren zeventig twee jaar lang elke dag Engelse les kreeg van een Amerikaanse overloopster. 
Hij leerde ook andere basistechnieken, zoals berichten coderen en mensen schaduwen. Hij kreeg altijd in zijn eentje les, hij zag nooit andere agenten.

    Veel inlichtingendiensten maken gebruik van agenten die niet in diplomatieke dienst zijn. Soms rekruteren ze ook immigranten van de tweede generatie, die dus al in het buitenland wonen. Maar alleen de Russen hebben agenten speciaal opgeleid om zich als buitenlander voor te doen. In de Sovjettijd hadden die illegalen twee potentiële functies. Ze moesten het contact vergemakkelijken tussen KGB’ers op 
de ambassade en hun bronnen in de 
VS (omdat zulke spionnen niet geschaduwd zullen worden, en ambassadepersoneel wel). En ze fungeerden als slapende cel voor een eventuele ‘speciale periode’: als er oorlog uitbrak tussen de VS en de Sovjet-Unie zouden zij meteen paraat staan.

    De KGB stuurde het stel in de jaren tachtig naar Canada. In juni 1990 beviel Vavilova, die inmiddels door het leven ging als Tracey Foley, in Toronto van haar eerste zoon Tim. Zijn vroegste herinneringen betreffen de Franstalige school in die stad en bezoekjes aan het magazijn van zijn vaders bedrijf Diapers Direct, een bezorgdienst voor luiers. Dat klinkt allemaal niet erg James Bond, maar spionagewerk is ook altijd meer een kwestie van vlijt en geduld geweest dan van glamour: jarenlang zorgvuldig bouwen aan een geloofwaardige dekmantel.

    Andrej Bezroekov had al een diploma van een Sovjetuniversiteit, maar ‘Donald Heathfield’ niet. Van 1992 tot 1995 studeerde hij daarom voor een BA in internationale economie in Toronto. In 1994 werd Alex geboren. Een jaar later verkaste het gezin naar Parijs, waar Donald een MBA haalde aan de École des Ponts. Ze leidden een sober leven in een klein appartementje op een steenworp van de Eiffeltoren: de twee broers deelden de enige slaapkamer en hun ouders sliepen op de bank.

    Volgens Tim hebben ze een “volstrekt normale” jeugd gehad: een liefdevol gezin dat in de weekenden veel samen was, ouders die veel vrienden hadden

    Bezroekov en Vavilova werkten dus geduldig aan hun dekmantel, maar het land waardoor ze waren gerekruteerd en opgeleid, bestond niet meer. Het beruchte spionagebureau dat over de hele wereld geheim agenten uitzond, was in diskrediet gebracht en kreeg een andere naam. Onder Jeltsin dreigde Rusland een failed state te worden. Maar in 1999, toen het gezin zich opmaakte om van Frankrijk naar de VS te verhuizen, trad in het Kremlin een leider aan die zelf een KGB-verleden had. Onder zijn bewind zou de SVR, de opvolger van de KGB, weer uitgroeien tot een belangrijke en gerespecteerde dienst. Heathfield, die zich inmiddels met succes voordeed als hardwerkende, hoogopgeleide Canadees, werd eind dat jaar toegelaten tot de Kennedy School of Government van Harvard University. Hij was klaar om als agent voor de SVR te worden ingezet – en hij zou niet spioneren voor de Sovjet-Unie die hem had opgeleid, maar voor het nieuwe Rusland van Vladimir Poetin.

    Heathfield en Foley deden hun kinderen op een tweetalige Frans-Engelse school in Boston. Thuis werd zowel Engels als Frans gesproken. Toen Heathfield aan Harvard zijn bul had behaald, ging hij werken voor Global Partners, een adviesbureau voor bedrijfsontwikkeling.

    Ik spreek Tim op een zondagmiddag via Skype. Zijn gezicht lijkt op dat van zijn jongere broer en hij heeft net zulk keurig gekapt haar, dat bij hem niet zwart maar blond is. Terugkijkend op zijn jeugd, zegt hij, ziet hij een vader die hard werkte en vaak op zakenreis was. Hij stimuleerde zijn zoons om veel te lezen en nieuwsgierig te zijn, hij ‘was onze beste vriend’. Foley was een echte huismoeder die haar zoons ophaalde van school en naar het sportveld reed. Toen ze op de middelbare school zaten, begon zij als makelaar te werken.

    In 2008 ging Tim internationale betrekkingen studeren aan de George Washington University. Hij specialiseerde zich in Azië, nam lessen Mandarijn en studeerde een semester in Beijing. Datzelfde jaar liet het hele gezin zich naturaliseren in de VS, zodat ze naast een Canadees voortaan ook een Amerikaans paspoort hadden. Ze hadden Canada verlaten toen Alex nog maar één was en Tim vijf, maar toch voelden de jongens zich Canadees. Ze gingen nog vaak naar Canada om te skiën, en op schoolreis naar Montreal leidden de jongens hun klasgenoten vol trots rond in ‘hun’ land. Vooral Alex hing sterk aan zijn Canadese identiteit, want ‘op de middelbare school wil je altijd anders zijn’.

    Volgens Tim hebben ze een ‘volstrekt normale’ jeugd gehad: een liefdevol gezin dat in de weekenden veel samen was, ouders die veel vrienden hadden. Hij kan zich niet heugen dat het gesprek ooit over Rusland of de Sovjet-Unie ging, ze aten nooit Russische gerechten, en een beleefde jongen uit Kazachstan op school was volgens Tim ongeveer het enige wat ook maar in de verte aan Rusland deed denken. Zijn ouders spraken niet vaak over hun jeugd, maar dat was altijd zo geweest en de kinderen hadden geen reden om daar vraagtekens bij te plaatsen. ‘Ik heb nooit ook maar enige reden gehad om mijn ouders te wantrouwen,’ zegt Alex. Vaak voelde hij zelfs een vage teleurstelling dat ze zo saai en gewoontjes leken.

    De tien Russen die werden gearresteerd wegens spionage in de VS, met op de onderste rij (tweede en derde van links) Tracey Foley en Donald Heathfield. © HH
    De tien Russen die werden gearresteerd wegens spionage in de VS, met op de onderste rij (tweede en derde van links) Tracey Foley en Donald Heathfield. © HH

    De werkelijkheid was anders. Al bijna meteen na hun aankomst in de VS werden Bezroekov en Vavilova in de gaten gehouden door de FBI, waarschijnlijk dankzij een dubbelspion 
bij de Russische inlichtingendienst. Als je in de aanklacht van 2010 leest waar ze zich mee bezighielden, stuit je op beschrijvingen die je alleen in een spionageroman verwacht. Zo wordt een onderschept bericht uit Moskou geciteerd waarin Vavilova instructies krijgt voor een reis naar haar vaderland. Ze moet eerst naar Parijs vliegen en daar de trein naar Wenen nemen, waar ze een vervalst Brits paspoort moet afhalen. ‘Heel belangrijk: 1. Zet je handtekening op pagina 32 van het paspoort. Leer jezelf om die handtekening spontaan te kunnen reproduceren. In het paspoort zit een briefje met nadere aanbevelingen. Vernietig dat na lezing. Goede reis.’

    Ondertussen gebruikte hun vader zijn werk als consultant om door te dringen tot kringen van Amerikaanse politici en zakenlui. Het is niet duidelijk of hij toegang heeft gekregen tot geheime informatie, maar de FBI maakt melding van diverse contacten met Amerikaanse ambtenaren en oud-ambtenaren. In de weinige uitlatingen die Bezroekov in het openbaar heeft gedaan, klinken zijn activiteiten meer als het werk van een analist in een denktank dan als dat van een superspion. ‘Inlichtingenwerk is geen kwestie van riskante avonturen,’ zei hij in 2012 in een interview in het Russische weekblad Expert. ‘Als je voor James Bond gaat spelen, houd je het nog geen dag vol.’

    Bezroekov en Vavilova communiceerden met de SVR via digitale steganografie: ze zetten plaatjes online waarin berichten in de pixels waren verwerkt, gecodeerd met een speciaal voor hen ontwikkeld algoritme. Een bericht dat Bezroekov volgens de FBI in 2007 naar de SVR stuurde, werd als volgt ontcijferd: ‘Bericht ontvangen. Goed idee om “Boer” te gebruiken om in Washington netwerk van studenten op te zetten. Relatie met “Papegaai” lijkt veelbelovend, goede bron van inlichtingen uit hoge politieke kringen. Om hem professioneel te bewerken hebben we zo veel mogelijk informatie nodig over zijn achtergrond, huidige standpunten, gewoonten, kennissen, mogelijkheden etc.’

    Toeval?

    Al in 2001, bijna tien jaar voor hun arrestatie, had de FBI een bankkluisje van Tracey Foley doorzocht. Daarin werden foto’s aangetroffen van haar als twintiger, met op één ervan in cyrillisch schrift de naam van het Russische bedrijf dat de foto had afgedrukt. Hun huis werd afgeluisterd, misschien wel jarenlang. In tegenstelling tot hun kinderen was de FBI dus wel op de hoogte van hun ware identiteit. Maar de Amerikanen vonden het nuttiger om het Russische spionnennetwerk in de gaten te houden dan om het meteen op te rollen.

    Waarom de FBI uiteindelijk toch ingreep, is niet helemaal duidelijk. Eén mogelijkheid is dat Alexander Potejev, de dubbelspion bij de SVR die de groep vermoedelijk heeft verraden, ontmaskerd meende te zijn. Hij zou Rusland enkele dagen voor de arrestaties zijn ontvlucht. In 2011 is hij door een Russische rechtbank bij verstek veroordeeld tot 25 jaar. Een andere mogelijkheid is dat een van de spionnen gevoelige informatie in handen dreigde te krijgen. Wat de reden ook was, in juni 2010 vond de FBI het tijd om operatie Ghost Stories op te starten en het Russische spionnennetwerk op te rollen.

    Tim en Alex hebben er geen moeite mee om over hun ervaringen te praten, maar echt leuk vinden ze het ook niet. Ik moet toegeven dat ik sommige details niet goed begrijp. Hoe is het mogelijk dat ze nooit iets hebben vermoed? In 2012 beweerde The Wall Street Journal 
uit anonieme overheidsbronnen te hebben vernomen dat de FBI-taps bewijzen dat de ouders al lang voor de arrestatie hun ware identiteit aan hun kinderen hadden onthuld. Bovendien zouden ze Tim hebben verteld dat ze hem ook wilden opleiden om als Russische spion te werken. Een spion van de tweede generatie is immers nog 
veel waardevoller dan infiltranten als zijzelf, met een dekmantel die weliswaar zorgvuldig was opgebouwd maar toch altijd kon worden doorgeprikt. Volgens die anonieme bronnen was Tim bereid naar Moskou te gaan om door de SVR te worden opgeleid en had hij zelfs ‘trouw gezworen aan moedertje Rusland’.

    Tim ontkent dit in alle toonaarden. ‘Waarom zou een jongen die zich al 
zijn hele leven een Canadees voelt, 
besluiten om celstraf te riskeren voor een land waar hij nog nooit is geweest en waar hij geen banden mee heeft?’ 
En dat hij trouw zou hebben gezworen aan moedertje Rusland noemt hij ‘net zo bespottelijk als het klinkt’.

    Maar er is nog iets wat me dwarszit: was het echt gewoon toeval dat het gezin die zomer van plan was om naar Rusland te reizen, en dat de broers dus al beschikten over een visum voor dat land? Ja, zegt Alex. ‘Het was mijn idee om daarheen te gaan. We waren al bijna overal geweest, maar nog nooit in Rusland, dus ik was benieuwd naar dat land.’

    En toen ze in juli in Moskou met hun ouders werden herenigd, hebben ze toen gevraagd wat hun plannen eigenlijk waren geweest? Hadden ze zich voorgenomen om in Rusland eindelijk alles te vertellen? Of waren ze echt van plan geweest om in Moskou een week lang te doen alsof ze geen woord Russisch spraken?

    ‘Ik denk echt dat ze dat van plan waren,’ zegt Alex. ‘Misschien dat ze wel mensen zouden ontmoeten buiten ons om. Maar ik geloof niet dat ze van plan waren om ons alles te vertellen.’ Tim beaamt dat. Als ze hun zoons de waarheid hadden verteld, waren die een veiligheidsrisico geworden. Het is niet waarschijnlijk dat ze ‘als professionals’ zo’n risico wilden lopen, zegt hij. Hij denkt niet dat zijn ouders hun echte identiteit ooit hadden willen onthullen.

    Andrej Bezroekov, aka Donald Heathfield. © Getty
    Andrej Bezroekov, aka Donald Heathfield. © Getty

    Beide broers zeggen ook dat ze uit hun vroegste kindertijd wel herinneringen aan hun grootouders hebben. Waar ze die dan zagen? Op vakantie, zegt Alex, ‘ergens in Europa’. Hij weet niet meer precies waar. Als ik het Tim vraag, die toen ouder was, zegt hij dat hij om de paar jaar zijn grootouders zag. Tot zijn elfde, toen verdwenen ze uit zijn leven. ‘Als ik er nu aan terugdenk, snap ik natuurlijk wel hoe dat kwam. Als ik ze was blijven zien, was ik gaan beseffen dat ze helemaal geen Engels spraken – en ook niet erg Canadees leken.’ Met Kerst kregen de jongens wel cadeaus ‘van opa en oma’. Hun ouders zeiden dat ze in Alberta woonden, aan de andere kant van het land. Er kwamen weleens foto’s van hun grootouders, met sneeuw op de achtergrond: het hielp dat Alberta en Siberië een vergelijkbaar klimaat hebben.

    Het verhaal van Tim en Alex lijkt 
misschien verdacht veel op dat van 
The Americans, de tv-serie over twee KGB-spionnen met een gezin in de VS. Dat komt doordat die serie mede op hun verhaal is gebaseerd: ze speelt zich af ten tijde van de Koude Oorlog in de jaren tachtig, maar is geïnspireerd op het verhaal van het spionnennetwerk uit 2010. Als ik Alex in Moskou ontmoet, heeft hij het eerste seizoen van de serie net gezien. Zijn ouders kijken er graag naar, zegt hij. ‘Het is natuurlijk veel spannender gemaakt, met al die moorden en al die actie. Maar het deed hen denken aan de tijd dat ze zelf jonge agenten waren, en hoe het voelde om ineens in een vreemde omgeving te wonen.’ En het kijken naar de serie wakkert ook zijn eigen nieuwsgierigheid aan, zegt Alex: naar hoe zijn ouders hierin zijn beland, en waarom.

    In 2010 kregen de spionnen in Rusland een heldenontvangst. Na een debriefing op het hoofdkwartier van de SVR kregen Bezroekov, Vavilova en de andere uitgezette spionnen een onderscheiding van toenmalig president Medvedev. Later hadden ze een ontmoeting met Poetin, waarbij ze het patriottische Sovjetlied ‘Waar het moederland begint’ gezongen zouden hebben.

    Bezroekov en Vavilova kwamen in een heel ander Rusland terug dan het land dat ze hadden achtergelaten. De oudste van de tien teruggekeerde agenten was al tien jaar met spionagewerk gestopt en sprak nauwelijks nog Russisch, zegt Alex. Ze kregen allemaal een nieuwe baan, Bezroekov als docent aan het prestigieuze Moskouse Staatsinstituut voor Internationale Betrekkingen. Daar heeft hij een boek geschreven over de geopolitieke uitdagingen waar Rusland voor staat.

    Tim en Alex kregen in december 2010 een Russisch paspoort. Ineens heetten ze nu Timofej en Alexander Vavilov

    Tim en Alex kregen in december 2010 een Russisch paspoort. Ineens heetten ze nu Timofej en Alexander Vavilov. ‘Volstrekt nieuwe, vreemde en onuitspreekbare’ namen voor hen, zegt Tim. ‘Een echte identiteitscrisis,’ voegt hij er een beetje wrang aan toe. Hij kon het laatste jaar van zijn studie niet in Amerika afmaken en moest zijn studie vervolgen aan een Russische universiteit. Nadat hij daar was afgestudeerd, haalde hij in Londen zijn MBA.

    Alex had minder geluk. Na zijn eindexamen aan de British International School in Moskou wilde hij weg uit Rusland. Hij schreef zich in op een Canadese universiteit, maar kreeg te horen dat hij eerst een nieuw geboortebewijs moest aanvragen, om daarmee opnieuw de Canadese nationaliteit aan te vragen. Alleen dan kon hij weer een Canadees paspoort krijgen. In 2012 werd hij toegelaten tot de Universiteit van Toronto en vroeg een vierjarig studentenvisum aan met zijn Russische paspoort. Toen hij dat visum kreeg, maakte hij zich op om naar Canada te gaan. Maar vier dagen voor vertrek, toen hij zijn spullen aan het inpakken was en al per e-mail met zijn toekomstige kamergenoot correspondeerde, werd hij gebeld door de Canadese ambassade in Moskou, die hem dringend wilde spreken. Op de ambassade werd zijn visum ter plekke ingetrokken, hij kon niet in Canada studeren. Sindsdien is hij ook al tweemaal toegelaten tot 
de London School of Economics, maar telkens kreeg hij geen visum. Uiteindelijk heeft hij nu een visum om ergens anders in Europa te studeren. Tim reist vooral in Azië: met een Russisch paspoort heb je daar meestal geen visum nodig.

    Dat de broers proberen de Canadese nationaliteit terug te krijgen, heeft niet alleen te maken met reismogelijkheden. Moskou is geen gastvrije stad voor nieuwkomers en ze voelen zich allebei niet echt Russisch. Voorlopig willen 
ze graag in Azië werken, maar als ze een gezin krijgen, zouden ze daarmee liever in Canada wonen. Bovendien is hun Canadese identiteit het enige wat ze nog een beetje houvast biedt nadat hun hele wereld in duigen is gevallen.

    ‘Ik heb twintig jaar niet anders geweten dan dat ik Canadees was en dat voel ik me nog steeds, daar kan niets verandering in brengen,’ schreef Tim in zijn schriftelijke verklaring voor de Canadese rechtbank. ‘Ik heb geen band met Rusland, ik spreek de taal niet, ik heb er weinig vrienden, ik heb er nooit voor langere tijd gewoond en ik wil er ook niet blijven wonen.’

    Iedereen die in Canada is geboren heeft recht op de Canadese nationaliteit, met één uitzondering: kinderen van ouders in dienst van een buitenlandse overheid. De rechters lijken zich even sterk te laten leiden door emotionele als door juridische overwegingen. Misschien speelt het verhaal in The Wall Street Journal over de rekrutering van Tim ook door hun hoofd. Maar zelfs al hadden de broers geweten wat hun ouders uitspookten: wat moet je doen als je op je zestiende merkt dat je ouders Russische spionnen zijn? De FBI bellen?

    Bedonderd

    Tim en Alex hebben lang geworsteld met de vraag wie ze nu eigenlijk zijn. Hun goede vrienden kennen hun verhaal, maar oppervlakkige kennissen vaak niet. Als iemand vraagt waar ze vandaan komen, zeggen ze allebei 
automatisch Canada. Ze hebben nog steeds vrienden in Boston. Al zegt Tim dat sommigen het contact hebben verbroken, vooral vrienden wier ouders ook bevriend waren met hun ouders, door wie ze zich nu bedonderd voelen.

    Om de paar maanden bezoeken ze hun ouders in Moskou. Ik vraag of het ook druk heeft gezet op hun relatie. Tim en Alex wegen hun woorden. ‘Er zijn natuurlijk lastige perioden geweest,’ zegt Tim. ‘Maar als ik boos word schieten we daar niks mee op.’ Alex zegt dat hij zich weleens afvraagt waarom zijn ouders eigenlijk kinderen wilden. ‘Ze leiden gewoon hun leven als ieder mens, maken keuzes die zich aandienen. Ik ben blij dat ze iets hadden waar ze zo sterk in geloofden, maar door de keuzes die zij hebben gemaakt voel ik geen enkele band met het land waarvoor zij hun leven waagden. Ik zou willen dat de wereld mij niet strafte voor de keuzes die zij hebben gemaakt.’

    Alex zegt een paar keer dat het niet aan hem is om over zijn ouders te oordelen, maar dat hij aanvankelijk lang heeft geworsteld met ‘de grote vraag’ of hij hen haatte of zich bedonderd voelde. Uiteindelijk kon hij maar tot één conclusie komen: al droegen ze nog zo’n groot geheim met zich mee, ze blijven nog steeds dezelfde mensen die hem zo liefdevol hebben grootgebracht.

    Auteur: Shaun Walker

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 2. Geheim agent van morgen is data-analist

    2. Geheim agent van morgen is data-analist

    Goodbye Mr. Bond. Inlichtingendiensten als het Britse MI6 en de Amerikaanse CIA moeten zichzelf compleet heruitvinden om te overleven in de wereld van de big data.

    Je kunt je voorstellen dat de chef van MI6 – kortweg ‘C’ genoemd – even huiverde toen hij de Bondfilm Spectre zag. Niet bij de scène waarin het hoofdkantoor van MI6 wordt opgeblazen, maar bij de verontrustende verhaallijn waarin zijn inlichtingendienst moet opgaan in een nieuwe overkoepelende dienst die helemaal om data-analyse draait. Waarom dat een huivering veroorzaakt? Omdat het gevaarlijk dicht bij de werkelijkheid komt. De spion mag dan een van de oudste beroepen ter wereld hebben en MI6 kan dan bogen op nog zo’n roemrijk verleden, momenteel moet de dienst vechten voor zijn voortbestaan. En de reden daarvoor is data.

    De huidige ‘C’, Alex Younger (52), spreekt van een technologische ‘wapenwedloop’. Een inlichtingendienst die goed is in data-analyse is beter opgewassen tegen zijn tegenstanders. Wie daar niet in mee kan, belandt automatisch op een zijspoor. Om dat te voorkomen zoekt MI6 nu antwoord op twee vragen: wat is er nog geheim in het digitale tijdperk? En hoe kun je die geheimen beschermen?

    Cyberspionage

    Spionage draait om het stelen van geheimen. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het onderscheppen en decoderen van elektronische communicatie, zogenaamde SIGINT (signals intelligence): het werk van diensten als het Britse GCHQ (Government Communications Headquarters) en de Amerikaanse NSA. Je hebt ook HUMINT (human intelligence), waarbij je informatie probeert los te krijgen van mensen die daarover beschikken. Die mensen worden ‘agenten’ genoemd (de medewerkers van MI6 zelf zijn geen ‘agent’ maar ‘inlichtingenofficier’).

    Tijdens de Koude Oorlog speelde apparatuur bij deze vorm van spionage nauwelijks een rol. Als inlichtingenofficier was je vooral bezig om KGB-agenten af te schudden op weg naar afspraken met informanten in schimmige steegjes in Wenen of Berlijn. Maar de opkomst van computernetwerken heeft 25 jaar geleden grote veranderingen ingeluid. Bij de KGB, en vervolgens ook bij GCHQ en de NSA, groeide het besef dat er waardevolle overheidsinformatie op computers stond die met het internet waren verbonden. Tot ontsteltenis van MI6 kon GCHQ ineens aan documenten komen die je vroeger alleen kon bemachtigen door een buitenlandse agent stiekem foto’s te laten maken van materiaal dat in een kluis lag opgeslagen.

    Cyberspionage veroorzaakte een revolutie in het vak. Je kon op afstand enorme hoeveelheden informatie in handen krijgen zonder gevaar voor mensenlevens. Maar wat is dan de taak van de ouderwetse spion? Op die vraag moet veteraan Younger een antwoord vinden. De strategie? Kort gezegd: data analyseren, onder de radar blijven en overal actief kunnen zijn.

    Technologie biedt zowel kansen als bedreigingen. De eerste stap bij het ronselen van buitenlandse agenten is het kiezen van de juiste persoon. Stel dat je wilt weten of een land een geheim nucleair wapenprogramma heeft. Een goede bron zou dan een zakenman zijn die onderdelen voor dat programma kan leveren. De inlichtingendienst moet dus uitzoeken wie er allemaal toegang tot de geheimen hebben, wie een motief zou kunnen hebben om uit de school te klappen en hoe je die persoon kunt benaderen. Dat gebeurt nu allemaal met behulp van computerdata. Dat kunnen openbare data zijn, zoals informatie over wie voor welk bedrijf werkt. En sociale media kunnen een rol spelen bij het vaststellen van iemands interesses en kennissenkring. Zo bouw je een beeld op van iemands leven. Om de beoogde agent te begrijpen moet je tegenwoordig niet alleen naar diens echte maar ook naar zijn onlineleven kijken. Een discrepantie tussen iemands ‘echte’ wereld en zijn onlinegedrag kan op zichzelf veelzeggend zijn.

    Ook grote dataverzamelingen worden steeds belangrijker. MI6 heeft gezegd dat die ‘steeds meer worden gebruikt voor het vinden van mensen die interessant voor ons kunnen zijn, en het vinden van mogelijke banden met het Verenigd Koninkrijk die wij kunnen gebruiken’. Om welke dataverzamelingen het precies gaat, is geheim. Dat kan het personeelsbestand van een vreemde overheid zijn, het klantenbestand van een hotel of het abonneebestand van een tijdschrift. Het gaat vaak om data van miljoenen, veelal onschuldige mensen. Volgens Britse spionnen is zowel de vergaring als de verwerking van deze data aan strikte regels gebonden. Elke zoekopdracht in zo’n bestand moet voldoen aan de Britse Human Rights Act: het moet als opsporingsmiddel wettig, noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat laatste betekent dat een zoekopdracht die te veel resultaten oplevert niet alleen niet onproductief is, maar mogelijk ook tegen de regels.

    Stel dat zo’n zoekopdracht uitwijst dat een ingenieur in geldnood zit; de volgende stap is dan om hem te benaderen. Er zijn systemen die een seintje kunnen geven als hij een hotel boekt. Dan zal een inlichtingenofficier hem daar opwachten in de lobby – want persoonlijk contact is in die fase vaak nog cruciaal.

    Het kwetsbaarste moment in de hele spionageketen was altijd de overdracht van informatie van een agent aan een inlichtingenofficier. De overhandiging van een envelop was een uitgelezen moment voor een ‘heterdaadje’. Maar die overdracht kan met behulp van speciaal ontwikkelde technologie nu ook op afstand plaatsvinden. In 2006 beweerde de Russische veiligheidsdienst een door Britten gebruikte ‘spionagesteen’ te hebben ontdekt: een nepsteen waarin communicatie-apparatuur verborgen zat. Een buitenlandse agent zou daar informatie op kunnen zetten terwijl hij er langsliep. MI6 reageerde niet op de aantijging, maar een voormalig Brits regeringslid erkende later dat ze door de Russen ‘waren betrapt’. Inmiddels kan deze techniek waarschijnlijk veel grotere afstanden overbruggen, zodat de pakkans nog kleiner is.

    Vroeger wilden spionnen niet dat hun foto’s en persoonsgegevens openbaar werden. Maar welk mens van onder de dertig heeft tegenwoordig geen profiel op sociale media?

    ‘Gebruik van data is een waardevolle kans om veel bewuster en doelgerichter te werken en onze agenten en ons land dus beter te beschermen,’ zei Younger in zijn eerste openbare toespraak in maart 2015. ‘Dat is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat tegenstanders met diezelfde technologie ook kunnen zien wat wij doen en onze mensen en buitenlandse agenten in gevaar kunnen brengen.’ Technologie helpt onze spionnen om bronnen te vinden, maar helpt vreemde mogendheden ook om Britse spionnen en hun informanten te ontmaskeren.

    Als je geheimen wilt stelen, moet je ze zelf ook geheim kunnen houden. En dat wordt steeds moeilijker. De eerste tekenen zagen we zo’n tien jaar geleden, toen de douane steeds meer gebruik ging maken van biometrische gegevens. Vroeger had een MI6-officier voor een buitenlandse afspraak met een agent genoeg aan een vals paspoort. Even snel de grens over, gesprek voeren met de agent en weer terug. Maar zodra er sprake is van een irisscan of vingerafdrukken, worden zulke gegevens aan die valse naam gekoppeld. Word je dan niet herkend als spion? Het werd een stuk ingewikkelder om buitenlandse agenten te ontmoeten.

    Het volgende struikelblok werden de sociale media. Vroeger wilden spionnen niet dat hun foto’s en persoonsgegevens openbaar werden. Maar welk mens van onder de dertig heeft tegenwoordig geen profiel op sociale media? Wie laat geen digitale sporen na? Zoiets is al genoeg om op te vallen als iemand die zijn privacy uitzonderlijk goed bewaakt, en dus als mogelijke spion. Een paar jaar geleden deed MI6 een test: hoelang duurde het om iemands dekmantel door te prikken met behulp van een paar gerichte zoekacties op Google? De uitslag: ongeveer een minuut.

    Ouwe rotten in het vak zeggen dat veel collega’s aanvankelijk de ogen sloten voor de nieuwe gevaren. Tot ze met hun neus op de feiten werden gedrukt. Zo werd in februari 2003 een CIA-team naar Milaan gestuurd voor de ‘buitengewone uitlevering’ van de van moslimextremisme verdachte Abu Omar. Die werd in Italië van straat geplukt en op transport gezet naar Egypte. Drie jaar later was een Italiaanse aanklager er dankzij de analyse van belgegevens, hotelreserveringen en gegevens van autoverhuurders en creditcardbedrijven in geslaagd om een twintigtal leden van het CIA-team te identificeren en bij verstek te vervolgen.

    De Russische veiligheidienst ontdekte deze Britse ‘spionagesteen’, waarin communicatie- apparatuur verborgen zat. – © AP
    De Russische veiligheidienst ontdekte deze Britse ‘spionagesteen’, waarin communicatie- apparatuur verborgen zat. – © AP

    En grote dataverzamelingen? De angst voor wat daarmee mogelijk is, klonk sterk door in Washingtons hysterische reactie toen in 2015 het personeelsbestand van de federale overheid werd gehackt. Daarbij werden de persoonsgegevens gestolen van 21 miljoen werknemers in overheidsdienst. De gegevens van CIA-officieren en andere spionnen zaten daar niet bij, maar dat was juist het probleem: als een ambassademedewerker niet in dit bestand voorkomt, snapt een slimme inlichtingendienst meteen dat die dus voor de inlichtingendienst werkt. Na die hack kreeg de Britse regering de verzekering dat er in Groot-Brittannië niet één enkele database is die zo veel details bevat.

    Ontmoetingen met agenten zijn tegenwoordig riskanter. Elkaar in het voorbijgaan op straat iets overhandigen, even kort smoezen in een steegje: vroeger was het niet te traceren zolang je niet werd geschaduwd. Maar nu hangen overal bewakingscamera’s en verzamelen smartphones en andere digitale apparaten allerlei data over je locatie. Sterker nog, die data worden opgeslagen. Dat digitale rookspoor heeft ingrijpende gevolgen voor de werkwijze van spionnen.

    Landen leggen steeds vaker grote biometrische bestanden aan met data over hun eigen bevolking. ‘Toen ik bij MI6 ging werken, werd me geleerd hoe ik kon merken of ik werd geschaduwd en of mijn telefoon of radioverkeer werd afgetapt,’ zei John Sawers (van 2009 tot 2014 het hoofd van MI6) in januari 2015. ‘Tegenwoordig worden die arbeidsintensieve technieken ondersteund met geavanceerde software: gezichtsherkenning, voetstapherkenning, enzovoort.’

    Sawers, die eind jaren zeventig bij MI6 was begonnen, keerde er na een lange carrière bij Buitenlandse Zaken in 2009 terug om de dienst te moderniseren. Dat hield onder meer in dat de afdeling technologie beter in de operationele activiteiten moesten worden geïntegreerd. Technici en data-analisten worden tegenwoordig dus vanaf het begin bij de planning van een operatie betrokken en niet meer alleen op het laatste moment geraadpleegd. De inlichtingenofficier die agenten rekruteert is nu één gelijkwaardig lid van een team, in plaats van een soort ‘straaljagerpiloot’ aan wie alle andere teamleden ondergeschikt zijn. De input van de data-analist is nu even belangrijk als die van de inlichtingenofficier.

    Middeleeuws

    Een tijdperk waarin alles wordt vastgelegd en digitale sporen nalaat, vereist andere werkwijzen. Soms betekent het dat je, zoals MI6 het noemt, juist ‘middeleeuws moet gaan’: offline blijven en ouderwetse communicatiemethoden gebruiken. Sommige landen grepen na de onthullingen van Edward Snowden terug op ouderwetse typemachines, en ook technieken als onzichtbare inkt schijnen een comeback te maken.

    De volgende fase van de technologische transformatie is de opkomst van inlichtingen uit openbare bronnen, big data en voorspellende analyse. Tien jaar geleden werd in de spionagewereld nog neergekeken op informatiewinning uit openbare bronnen. Inlichtingenwerk was een kwestie van list en bedrog, niet van een zoekopdracht op internet. ‘Het zoeken in open bronnen beperkte zich toen tot het bijhouden van buitenlandse kranten en tv-journaals,’ zegt Cameron Colquhoun, voormalig data-analist bij de Britse inlichtingendiensten en oprichter van Neon Century, een particulier bedrijf dat is gespecialiseerd in informatiewinning uit openbare bronnen. De omslag kwam met de Groene Beweging in Iran in 2009 en de Arabische lente in 2011, die deels via sociale media waren georganiseerd. ‘Vanwege de rijkdom van die data – allemaal verifieerbaar en voorzien van een precieze locatie en tijdstip – was dit niet langer iets om alleen maar een beetje bij te houden, maar iets waarop je complete onderzoeken kunt baseren.’

    Volgens een Britse generaal komt naar schatting 85 procent van alle militaire inlichtingen nu al uit openbare bronnen. Geografische informatie is makkelijk te vinden. En wat er onder de bevolking leeft, kun je analyseren met speciale software die de stemming van mensen peilt. Dus waarom zou je nog veel geld uitgeven en risico’s nemen om geheimen te bemachtigen als er zo veel informatie voor het oprapen ligt? Ook de opkomst van IS onderstreept het belang van sociale media: Britse jihadisten gebruiken sites als Facebook voor het ronselen van nieuwe volgelingen.

    De analisten van inlichtingendiensten hebben moeite om hierin hun draai te vinden. Hun werkcomputers zijn tenslotte hermetisch afgesloten van internet, gebruik van sociale media is altijd ontmoedigd en ze mogen hun eigen smartphone doorgaans niet meenemen naar het werk. Internet is immers een ideaal achterdeurtje: een potentiële manier voor buitenlandse spionnen om in te breken in de systemen van MI6. 
En ook het koppelen van grote databestanden en het combineren van allerlei gegevens draagt grote risico’s van virusbesmetting met zich mee. Dé uitdaging waar de techneuten voor staan, is hoe je het internet kunt benutten zonder het je hoofdkwartier binnen te laten.

    Volgens een Britse generaal komt 85 procent van alle militaire inlichtingen uit openbare bronnen

    Technieken voor data-analyse worden tegenwoordig eerder ontwikkeld door de privésector dan door de overheid. De meest geavanceerde tools komen van start-ups die voor commerciële doeleinden de stemming van consumenten analyseren. Net zoals inlichtingendiensten willen weten wie er positieve en invloedrijke meningen verspreiden over een gruwelijk filmpje van IS, zo kan een fabrikant benieuwd zijn welke mensen op sociale media promotie kunnen maken voor zijn product. Het Amerikaanse Palantir, oorspronkelijk opgericht door In-Q-Tel, de investeringstak van de CIA, levert zowel inlichtingenprogramma’s voor het leger en de veiligheidsdiensten als analysesoftware voor commerciële bedrijven.

    De Britse start-up Ripjar doet iets vergelijkbaars. ‘Het verzamelen van data is cruciaal voor het opsporen en blootleggen van crimineel gedrag,’ zegt CEO Tom Griffin. ‘Dat lijkt op het bedrijfsleven, waar de echte waarde van data pas evident wordt als je je zakelijke kennis combineert met analytisch denken en een hele hoop verschillende dataverzamelingen.’ Het gebruik van kunstmatige intelligentie en natuurlijke taalverwerking zal de inbreng van menselijke analisten volgens hem niet overbodig maken, maar het zal die analisten wel in staat stellen patronen te vinden in grote hoeveelheden data, zoals tweets uit het IS-kamp.

    De diensten hopen dat big data zullen leiden tot betere analyses, minder ‘strategische verrassingen’ en beter inzicht in de vroege stadia van een dreiging. Hoge CIA-functionarissen zeggen te verlangen naar meer ‘anticiperend inlichtingenwerk’. Bij software die de stemming onder een bevolking peilt, wordt gekeken naar vroege voortekenen van politieke en sociale crises, onlusten en rellen, en tekenen van economische instabiliteit of dreigende tekorten. Het nieuwe Alan Turing Institute van de British Library is een samenwerkingsverband van bedrijfsleven, overheid en wetenschap dat onderzoek doet naar datagestuurde oplossingen voor allerlei nationale bedreigingen, ook voor de nationale veiligheid.

    Ben Whishaw als Q in Skyfall. – © Columbia
    Ben Whishaw als Q in Skyfall. – © Columbia

    Maar is het, gezien de enorme hoeveelheid data en de onvoorspelbaarheid van mensen, überhaupt mogelijk om voorspellende analyses uit te voeren waar inlichtingendiensten echt iets aan hebben? Na de aanslagen van 9/11 nam data-analyse een hoge vlucht. Zo werden in Irak bijvoorbeeld bommenfabrieken opgespoord door het telefoongebruik van opstandelingen te analyseren.

    In Groot-Brittannië werken GCHQ en MI6 nauw samen. Met behulp van grote dataverzamelingen worden eerst ‘doelwitten’ opgespoord, op wie vervolgens meer gespecialiseerde technieken worden losgelaten. Dat is nu veel moeilijker dan vroeger. Vroeger kon één analist van GCHQ een tiental mensen volgen. Nu heb je soms tien analisten nodig voor het volgen van één verdachte, als die persoon een beetje weet wat hij doet. Daarom blijft ook het oude handwerk belangrijk. Als je in een groep zoals Al-Qaida een spion hebt, kan die je vertellen wie iedereen is en wie zijn communicatie sterk beveiligt en wie niet. Er wordt dus vaak gewerkt met een combinatie van technische en menselijke middelen: analisten van GCHQ speuren naar patronen in de online-activiteit en inlichtingenofficieren van MI6 proberen agenten ter plaatse te rekruteren.

    De samenwerking wordt steeds hechter. GCHQ heeft soms een spion nodig om een operatie mogelijk te maken. Denk maar aan het Amerikaans-Israëlische Stuxnet-virus, dat het nucleaire programma van Iran platlegde: er was een technicus voor nodig die de usb-stick in het systeem stopte. Bovendien kan een spion soms informatie vinden die je niet uit de data kunt halen. Maar de balans is aan het verschuiven. GCHQ is nu ongeveer tweemaal zo groot als MI6. Binnen MI6 heerst het besef dat er behoefte is aan een nieuw soort spionnen en dat iedereen digitaal vaardig moet zijn.

    Het wordt steeds moeilijker om geheimen te bewaren. Spionnen moeten zich bezinnen op wat ze precies doen, alle zwaktes en mogelijkheden analyseren en op zoek gaan naar nieuwe bronnen van informatie en de nieuwste softwaretools om die data te ontginnen. Elke nieuw middel om iemand te bespioneren moet eerst goed worden getest om er zeker van te zijn dat de ander het niet tegen je kan gebruiken. In deze nieuwe wapenwedloop van hoogtechnologische spionage zijn alle landen hard bezig om te kijken wat data-analyse oplevert. De winnaar zal er met de buit vandoor gaan. De verliezer trekt – net als overal in de nieuwe wereld van technologie, maar nu met ernstiger gevolgen – aan het kortste eind.

    Auteur: Gordon Corera
    Vertaler: Frank Lekens

    Gordon Corera is Security Correspondent van de BBC.

    Wired
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 750.000

    Wired bericht in print en online over de verbanden tussen technologische ontwikkelingen en cultuur, politiek en economie. Absolute referentie voor internationale technologie. Spraakmakende covers, ongeëvenaarde inhoud.