Tag: afval

  • De hardnekkige mythes over afvalverwerking

    De hardnekkige mythes over afvalverwerking

    Afval scheiden is essentieel voor een circulaire economie. Maar wie denkt dat papier altijd beter is dan plastic, of dat ‘biologisch afbreekbaar’ zonder meer een duurzame keuze is, komt bedrogen uit.

    Afvalscheiding is in Duitsland een heuse volkssport. Toch blijven er mythes en misvattingen over afval bestaan. Het is dan ook geen gemakkelijk onderwerp, omdat het vaak afhangt van waar je waarde aan hecht. Papieren verpakkingen bijvoorbeeld worden niet van aardolie gemaakt zoals plastic, maar zijn vaak zwaarder en zorgen dus voor meer transportemissies.

    Verpakkingen zijn ook belangrijk om voedsel te beschermen en afval te verminderen – we kunnen dus niet zonder. Maar het is wel mogelijk om als consument enkele richtlijnen te volgen. Hoog tijd dus om veelvoorkomende misvattingen over afval uit de wereld te helpen.

    Afval

    Restafval wordt verbrand, dat klopt. Warmtekrachtcentrales gebruiken het voor stadsverwarming en om elektriciteit op te wekken. Maar het meeste restafval in Duitsland bestaat uit recyclebare materialen die niet verbrand hoeven te worden: ongeveer een derde is echt restafval, zoals oude stofzuigerzakken of luiers, terwijl twee derde bestaat uit recyclebare materialen. Daaronder vallen gebruikt glas, plastic en organisch afval. Op de juiste manier weggegooid glas wordt opnieuw gesmolten, zij het tegen hoge energiekosten. Ook plastic vindt zijn weg naar recycling.

    Moderne sorteerinstallaties scheiden plastic en aluminium afval, maar de meeste fabrieken zijn afhankelijk van scheiding vooraf door huishoudens. Neem een tube tandpasta. Die bestaat uit vele soorten plastic en bevat aan de binnenkant vaak een dunne coating van aluminium. De dop is op zijn beurt gemaakt van harder plastic dan de tube. Om te voorkomen dat die verbrand wordt of in dezelfde shredder terechtkomt als de tube, moet de dop eraf geschroefd worden. Hetzelfde geldt voor shampooflessen en voor metaalfolie dat yoghurtpotten afsluit. Haal bij twijfel de verpakking uit elkaar. Veel fabrikanten zorgen er al voor dat de verpakking niet is samengesteld, maar uit één materiaal bestaat.

    Plastic afval wordt in Duitsland niet volledig gerecycled. Het grootste deel bestaat uit verpakkingsmateriaal, en daarvan wordt ongeveer 60 procent gerecycled. De rest wordt verbrand. Het recyclingpercentage omvat ook afval dat naar het buitenland wordt geëxporteerd. Of het daar ook altijd gerecycled wordt, is onduidelijk. Milieuvereniging Nabu stelt dat ongeveer tien procent van het Duitse plastic afval in 2022 legaal werd geëxporteerd. Toch is het zo dat degenen die afval scheiden eraan bijdragen dat in ieder geval een groot deel van de recyclebare materialen ook echt wordt gerecycled, zegt Katharina Istel, verpakkingsexpert bij Nabu: ‘Plastic, organisch afval of glas bij het restafval betekent een verspilling van grondstoffen.’

    In gewone supermarkten zijn wegwerpverpakkingen vaak de enige mogelijkheid

    Dat materiaal slechts één keer wordt gebruikt, is altijd de nadeligste optie. Toch zijn in gewone supermarkten wegwerpverpakkingen vaak de enige mogelijkheid, bijvoorbeeld voor pasta. Vraag jezelf af, adviseert Katharina Istel van Nabu, hoeveel meer papier je nodig hebt in vergelijking met plastic verpakkingen. ‘We hebben noedels en muesli getest en de volledig papieren verpakking deed het goed omdat deze maar twee tot drie keer zwaarder is dan de plastic verpakking. Dat is heel anders met een papieren zak voor los fruit of groenten: die is ongeveer acht keer zwaarder dan een dunne plastic zak.’ Hetzelfde geldt voor papieren boodschappentassen die maar één keer worden gebruikt. Een net van gerecycled polyester scoort het beste in de Nabu-test voor los fruit.

    Het gewicht van de verpakking is belangrijk omdat het de transportemissies verhoogt. Noedels in kartonnen dozen zijn bijvoorbeeld onnodig zwaar. Consumenten moeten er ook op letten dat papieren zakken geen plastic coating hebben, want die horen in de gele zak voor plastic afval. Wie over het algemeen de voorkeur geeft aan papier boven plastic, moet dit weten: papier ziet eruit als een natuurproduct, maar dat is het maar ten dele. Het wordt gemaakt van hout, maar de bomen komen vaak van geïrrigeerde monoculturen en er zijn chemicaliën, water en energie nodig om het te produceren. Dit maakt het materiaal te waardevol om direct af te voeren.

    Bovendien is papier niet per definitie beter te recyclen dan plastic en moet het ook aan bepaalde voorwaarden voldoen, zegt Istel. ‘In Duitsland moet papier dat in contact komt met voedsel nieuw zijn. Daarom hebben gerecyclede papieren zakken of kartonnen dozen een nieuwe laag papier nodig op de plek waar bijvoorbeeld het fruit terechtkomt.’ En: ‘Recyclagefabrieken worden aangedreven met fossiele energie, dat moeten we niet vergeten.’

    Afbreken

    Sommige producten en verpakkingen dragen het label ‘biologisch afbreekbaar’. In Duitsland geldt de regel: bioplastics en conventionele plastics mogen niet bij het organisch afval. Verpakkingsdeskundige Istel vindt de term misleidend, want ‘er vallen allerlei soorten materialen onder: afbreekbaar, niet-afbreekbaar, gemaakt van hernieuwbare of fossiele grondstoffen of zelfs combinaties daarvan. Niemand kan dat uit elkaar houden.’ Plastic verpakkingen gemaakt van biogrondstoffen kunnen dezelfde structuur hebben als goed recyclebare plastic verpakkingen die zijn gemaakt van fossiele grondstoffen. In dat geval kunnen ze samen gerecycled worden. ‘Maar ons afvalsysteem is niet ontworpen voor biologisch afbreekbaar plastic, dus dat wordt verbrand.’

    Dunne, biologisch afbreekbare zakken voor organisch afval worden ook als twijfelgeval gezien omdat ze kennelijk te lang nodig hebben om af te breken. Volgens fabrikanten is dat niet langer het geval, zegt Istel, maar ligt het probleem ergens anders: afvalverwerkingsbedrijven moeten plastic scheiden van organisch afval, maar ze kunnen geen onderscheid maken tussen de organische zakken en conventionele plastic zakken, en daarom verwijderen ze beide uit het recyclingproces, vaak met inhoud en al. In de regel mogen dunne biozakken dus niet gebruikt worden. Sommige afvalverwerkingsbedrijven staan ze echter expliciet toe, omdat het organisch afval van de gemeente zo schoon is dat er geen plastic uit hoeft te worden gevist.

    ‘Statiegeldflessen vormen de meest hoogwaardige stroom van afvalplastic die momenteel voorhanden is’

    Sportkleding, schoenen of rugzakken worden vaak aangeprezen als gemaakt van oude plastic flessen – ook statiegeldpetflessen uit Duitsland. En laat die nu juist bijzonder waardevol zijn; omdat ze met drinkbare vloeistof gevuld worden, moeten ze aan hoge kwaliteitscriteria voldoen. ‘Statiegeldflessen van dranken vormen de meest hoogwaardige stroom van afvalplastic die momenteel voorhanden is in Duitsland. Daar kunnen weer drankflessen van worden gemaakt,’ zegt Istel. Fabrikanten zoals Coca-Cola bekritiseren het feit dat er ook rugzakken of schoenen van worden gemaakt en eisen het recht van voorrang op de waardevolle petflessen. Ze voeren onder andere aan dat rugzakken uiteindelijk in de vuilnisbak belanden, terwijl PET (polyethyleentereftalaat) steeds opnieuw een fles kan worden en vele recyclingcycli kan doorlopen. Je zou daartegen kunnen aanvoeren dat schoenen en rugzakken jarenlang meegaan. De realiteit laat echter zien dat de meeste mensen hun kleding helemaal niet of maar heel kort gebruiken.

    Omdat plastic een slecht imago heeft, geven sommige fabrikanten hun verpakkingen een uiterlijk dat doet denken aan papier of karton – vaak bevatten ze er ook delen van. ‘Onze nieuwe milieuvriendelijke verpakking’ of ‘Deze verpakking is recyclebaar’ staat er dan bijvoorbeeld op. Er is nog niet vastgelegd wat bedrijven op hun producten mogen schrijven; EU-commissies discussiëren bijvoorbeeld over wat ‘recyclebaar’ eigenlijk betekent. Regelgeving is zinvol, zegt verpakkingsexpert Istel. ‘Voor consumenten is het lastig om door de eigen beweringen van bedrijven heen te kijken.’

    Zelfs als de materialen van een verpakking in theorie recyclebaar zijn, zijn ze dat in de praktijk niet per se: de meeste afvalverwerkers zijn niet uitgerust om complexe verpakkingen te verwerken en kunnen de recyclebare afzonderlijke delen niet op een zinvolle manier van elkaar scheiden. Hoe meer van hetzelfde materiaal er in een afvalinstallatie terechtkomt, hoe gemakkelijker en efficiënter het kan worden gesorteerd en gerecycled. Onconventionele, gemengde materialen vallen daar niet onder, zoals zonnecrèmes in papier-kunststof tubes. Als deze verpakking in de juiste bak terechtkomt, namelijk die voor plastic, ‘wordt zij waarschijnlijk gewoon verbrand’, zegt Istel.

    Wegwerpglas

    Neem tomatensaus: die zit in wegwerppotjes, -blikjes en Tetra Paks. Vooral in biologische supermarkten zie je veel glas dat het milieuvriendelijke alternatief lijkt voor plastic verpakkingen. Toch is wegwerpglas problematisch: het is zwaar en veroorzaakt hoge transportemissies. Als het op de juiste manier wordt weggegooid bij oud glas, kan het zo vaak als gewenst worden omgesmolten, maar die verwerking vraagt om veel fossiele energie. Zo’n waardevol materiaal als glas maar één keer gebruiken is best zonde voor het milieu. Blikjes daarentegen zijn ook energie-intensief om te produceren, maar ze zijn gemakkelijker te recyclen. 

    Blijft over het voedselkarton, beter bekend onder de fabrieksnaam Tetra Pak. Als je alleen kunt kiezen uit wegwerpverpakkingen, is voedselkarton het beste alternatief, zegt Istel. ‘Dat blijkt duidelijk uit onze test.’ Het materiaal is licht en kan gerecycled worden, ook al bestaat het uit gemengd materiaal. ‘Voedingsmiddelenkarton is opgebouwd zoals sap- of melkverpakkingen. Het wordt herkend in het afvalsorteersysteem en naar aparte recyclingbedrijven gebracht,’ aldus verpakkingsexpert Istel. In het herbruiksysteem is glas het meest zinvol, maar je moet er dan wel op letten dat je lokale producten koopt – anders wegen de transportemissies zwaarder dan de voordelen. 

  • In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In de Myanmarese stad Yangon stapelt het vuilnis zich op tot aan de huizen. Het veroorzaakt stankoverlast en gezondheidsproblemen. Veel van dit afval is van eigen bodem, maar een deel ervan wordt van over de hele wereld ernaartoe verscheept. ‘We hebben soms moeite met ademen.’

    Frontier heeft zes maanden lang onderzoek gedaan naar de handel in plastic afval en is erin geslaagd een ondoorzichtige wereldwijde toeleveringsketen bloot te leggen, waar buitenlandse bedrijven gemakkelijk misbruik van maken. In samenwerking met onderzoekscollectief Lighthouse Reports en mediaorganisaties in vijf landen vond Frontier bewijs dat Myanmar wordt gebruikt als dumpplaats voor rijke landen. Het land loopt het risico om de komende jaren overspoeld te worden met nog meer buitenlands plastic.

    In de lucht hangt een stank die door een windvlaag wordt meegevoerd vanaf de bergen vuilnis die langs de straten van de noordwestelijke township Shwepyithar in Yangon opgestapeld liggen. Sommige zijn meer dan drie meter hoog – net zo hoog als de huizen die langs dezelfde betonnen wegen staan.

    ‘De geur van de stortplaats is sterk. ’s Nachts, als de deuren dicht zijn, kunnen we de lucht buiten houden, maar als de wind uit het oosten komt, is het echt erg,’ zegt U Zeya Kyaw Moe*, een inwoner van Shwepyithars elfde district. ‘Zelfs volwassenen hebben soms moeite met ademen en het is erg gevaarlijk voor jonge kinderen.’

    Zeya Kyaw Moe woont met zijn vrouw en dochter in een huis van twee verdiepingen dat tegenover een vuilnisbelt ligt. Hij vertelt dat de stortplaats eerder dit jaar is ontstaan en dat hij gaat verhuizen als er niet snel iets verandert.

    Maar niet al het afval komt uit Myanmar. Een deel wordt verscheept vanuit landen die tienduizenden kilometers verderop liggen. Dat wordt gedaan door buitenlandse bedrijven die op zoek zijn naar gemakkelijke manieren om afval te dumpen dat in eigen land alleen tegen hoge kosten of zelfs onmogelijk te recyclen is.

    Frontier heeft Shwepyithar tussen januari en juni meerdere keren bezocht en vond plastic dat niet afkomstig was van consumenten uit Myanmar en niet verkrijgbaar was in plaatselijke supermarkten, zoals wikkels en verpakkingen van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, Polen en Canada.

    Veel lokale recyclers verwelkomen weliswaar buitenlands plastic afval om er consumentengoederen van te maken. Maar het gemak waarmee binnenlandse en internationale regels kunnen worden omzeild en misbruikt, brengt zowel de gemeenschappen als het milieu in gevaar.

    Toch vertelde de meeste inwoners van Shwepyithar die met Frontier spraken doodsbang te zijn om een klacht in te dienen bij de plaatselijke autoriteiten, omdat dit de aandacht zou kunnen trekken van het wrede militaire regime dat de macht greep tijdens een coup in februari 2021. 

    In de tweeënhalf jaar die sindsdien zijn verstreken, begon het leger van Myanmar een campagne van massaal geweld tegen dissidenten, waarbij duizenden mensen zijn gedood of gearresteerd. Gedwongen om te kiezen tussen de bruutheid van de militairen en een vuilnisbelt voor hun deur, hebben veel inwoners van Shwepyithar ervoor gekozen te leven met de onaangename geur en de bijbehorende gezondheidsrisico’s.

    ‘Ideaal’

    Shwepyithar was niet altijd een enorme vuilnisbelt. Het is een van Yangons meest recent gebouwde townships: het werd opgericht in 1986. De naam betekent ‘gouden en aangename plek’, maar vandaag de dag is het dat allerminst. Bijna elk woonblok is vervuild door hopen plastic en ander afval. Samen met Hlaing Tharyar in het zuiden is Shwepyithar een van de grootste industriegebieden van de voormalige hoofdstad geworden. Er zijn andere stortplaatsen in Yangon, maar het unieke stedelijke ontwerp van de township maakt het bijzonder aantrekkelijk voor mensen die van overtollig afval af willen.

    Jacques Michel*, milieuonderzoeker in Myanmar, legt uit dat Shwepyithar zo is ontworpen dat er voor elke honderd huizen één grote groene ruimte zou zijn – een ambitieus plan om openluchtrecreatie aan te moedigen. Door een gebrek aan geld en wilskracht van de gemeente zijn deze plekken echter leeg gebleven, waardoor ze ‘ideaal’ zijn om afval op te dumpen, aldus Michel. In tegenstelling tot Shwepyithar is Hlaing Tharyar ‘zeer dichtbebouwd, dus is er minder lege ruimte en is het dumpen van afval moeilijker’, voegt hij eraan toe.

    De fabrieken in Shwepyithar zorgen voor een groot deel van het afval dat in de gemeenschap gedumpt wordt, maar ze zijn niet de enige verantwoordelijke partij. Onder het afval dat Frontier onderzocht, bevonden zich verpakkingen van Lidl, Unico Penne Rigate, Foremost, Kasztelan, Spomlek en Oikos. Geen van deze bedrijven levert goederen aan Myanmar.

    U Htun Khaing*, een plasticrecycler en afvalimporteur gevestigd in Mandalay, zegt dat er in Myanmar ook afval ligt dat afkomstig is uit de VS, Japan, Maleisië, Zuid-Korea, Australië en, in mindere mate, Vietnam en enkele Afrikaanse landen die hij niet bij naam kon noemen.

    Volgens een woordvoerder van Spomlek, een Pools kaasmerk, exporteert het bedrijf geen goederen naar Myanmar en is onbekend hoe de verpakkingen van hun producten in het land terecht zijn gekomen. De woordvoerder verkondigt dat het afvalbeheer van het bedrijf ‘in overeenstemming met de regels’ is. 

    Ook Carlsberg Polska, dat Kasztelan (bier) produceert, zegt dat het geen afval exporteert en geen producten aan Myanmar levert. Het bedrijf suggereert dat het aangetroffen afval door individuele consumenten kan zijn weggegooid.

    De Canadese bedrijven Unico Penne Rigate en Foremost reageerden niet op een verzoek om commentaar. Ook Danone North America, dat Oikos (yoghurt) produceert, reageerde niet. Tegen Danone, dat wordt beschouwd als een van de grootste producenten van plastic wereldwijd, loopt momenteel in Frankrijk een vervuilingsrechtszaak.

    Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd

    De grootste hoeveelheid buitenlandse verpakkingen die Frontier in Shwepyithar vond, kwam van de Britse tak van Lidl, een Duitse supermarktketen met winkels in heel Europa die zich beroemt op een sterk milieubeleid. De verpakkingen van Lidl UK zijn afkomstig van massagoederen die in pakhuizen worden opgeslagen en die niet aan Myanmar worden geleverd. Volgens voormalig supermarktmedewerkers die de beelden hebben bekeken, betekent dit dat het plastic niet is gedumpt door lokale klanten, maar door het bedrijf zelf. Desondanks beweert Lidl UK dat al het plastic afval van het bedrijf ‘wordt verwerkt in het Verenigd Koninkrijk en dat Lidl een strikt beleid heeft tegen het versturen van afval of recyclebare materialen naar enig land in Azië’.

    In Shwepyithar is ook verpakkingstape van Lidl Polen gevonden. Een vertegenwoordiger van Lidl Polen beweert echter dat het bedrijf afval overdraagt aan derden, en dat in elk contract wordt opgenomen dat ‘verpakkingsafval binnen de Europese Unie wordt gerecycled’.

    Miljoenenhandel

    Maar het plastic dat Frontier vond, is slechts het topje van de ijsberg. Volgens gegevens van United Nations Comtrade, wereldwijd de grootste handelsdatabase, hebben landen aangegeven dat ze tussen 2017 en 2022 voor meer dan 70 miljoen dollar aan plastic afval naar Myanmar hebben geëxporteerd. Dat is 143.000 ton plastic afval, waarvan meer dan 114.000 ton afkomstig is uit Thailand. Hoewel dit slechts een fractie is van de tweeduizend ton die elke dag in Myanmar wordt gegenereerd, is het een aanzienlijke hoeveelheid, die bovendien in de loop van de tijd zou kunnen toenemen als regelgeving genegeerd blijft worden.

    Thailand en Myanmar waren niet altijd de favoriete bestemming voor buitenlands afval. Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd. Doordat de afvalverwerkingsindustrie kromp en de lucht- en watervervuiling toenam, kondigde China in 2017 echter een verbod aan op de invoer van plastic afval. Op zoek naar een nieuwe dumpplaats wendden veel exporteurs zich tot het nabijgelegen Zuidoost-Azië.

    Als een van de armste landen in de regio en een land dat bovendien bekendstaat om zijn zwakke wetshandhaving was Myanmar een gemakkelijke keuze. In het eerste jaar na het Chinese verbod meldde Myanmar een enorme toename van de invoer van plastic afval: van 1855 ton in 2017 tot maar liefst 71.050 ton in 2018. Het jaar daarop werd plastic afval toegevoegd aan de Negative Import List van Myanmar en werd de handel formeel verboden. Maar dat had weinig effect. 

    Westerse landen zoals de VS, die voorheen dagelijks naar schatting vierduizend containers met afval naar China stuurden, begonnen ook zendingen naar Maleisië en Vietnam te verschepen, maar deze twee landen voerden al snel hun eigen invoerverbod op plastic afval in.

    Terwijl de verontwaardiging wereldwijd groeide, werd in 2021 een amendement over plastic afval ingediend bij het Verdrag van Bazel, het wereldwijde verdrag dat de internationale afvalhandel reguleert. Alle VN-lidstaten ondertekenden het amendement, met uitzondering van de VS, Oost-Timor, Fiji en Zuid-Soedan. 

    De nieuwe wijziging in het verdrag verbiedt de export van gevaarlijk plastic en verplicht dat gemengd afval alleen mag worden verscheept naar landen die over de middelen beschikken om het adequaat op te ruimen. Bovendien moeten deze landen hier vooraf over worden ingelicht.

    Maar in Myanmar wordt het afval simpelweg gedumpt in wijken zoals Shwepyithar. Landen blijven plastic afval naar het land verschepen zonder het er vooraf over in te lichten.

    ‘Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil’

    Sinds Canada in 2021 is begonnen met het bijhouden van de export heeft Frontier niets gevonden wat aantoont dat bedrijven die plastic afval van Canada naar Myanmar exporteren, het land hier vooraf over hebben ingelicht. Sterker nog: Canada heeft volgens Environment and Climate Change sindsdien geen vergunningen afgegeven voor Myanmar of Thailand, terwijl het wel nog 5900 ton plastic afval naar Thailand heeft geëxporteerd en bijna 24 ton naar Myanmar.

    Spanje heeft, volgens gegevens die het aan UN Comtrade verstrekte, vorig jaar meer dan 470 ton plastic afval naar Myanmar verscheept. Frontier vond echter geen bewijs dat Spanje de zendingen vooraf had aangekondigd. Het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie heeft bij het ter perse van deze rapportage gaan nog niet gereageerd.

    De Myanmarese autoriteit die toezicht houdt op het Verdrag van Bazel valt onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Milieubehoud, dat onder leiding staat van de junta. De autoriteit heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar per telefoon, e-mail en post.

    De EU heeft in 2021 haar eigen regelgeving ingevoerd, waarbij de export van gemengd of verontreinigd afval naar landen die geen deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling [OESO], verboden wordt. De OESO is een groepering van 38 landen die voor het grootste deel welvarend zijn. De EU overweegt ook een volledig verbod op de export van alle plastic afval naar welk land dan ook.

    Jim Puckett, uitvoerend directeur van het Basel Action Network, een Amerikaanse organisatie die zich inzet tegen de export van giftig afval, legt uit dat Myanmar geen lid is van de OESO en dat daarom ‘al het gebruikte verpakkingsmateriaal wat van de EU naar Myanmar komt, vrijwel zeker illegale afvalhandel is’.

    ‘Regeringen willen zich niet houden aan de plasticamendementen. Het gaat gewoon om te veel geld. Ze kiezen ervoor om de andere kant op te kijken. De VN organiseert allerlei trainingen voor ambtenaren over de nieuwe afvalwijzigingen, maar het is geen educatief probleem. Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil,’ aldus Puckett.

    Op basis van gegevens van UN Comtrade is er een daling in de export geweest na de invoering van het verbod. In 2021 daalde de hoeveelheid plastic afval die naar Myanmar werd geëxporteerd van meer dan 13.084 ton naar ongeveer 9300 ton. Toch heeft geen enkel land aan deze praktijken een einde gemaakt en worden er nog steeds duizenden tonnen per jaar naar Myanmar verscheept. 

    Om die reden vinden campagnevoerders dat het VN-verdrag over kunststoffen – waarover momenteel wordt onderhandeld en dat naar verwachting eind volgend jaar wordt afgerond – alle export van plastic afval moet verbieden.

    ‘De plasticamendementen van Bazel hebben niet gewerkt. Elk land moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is zo hypocriet – je moet je afval thuis houden. En misschien ook zorgen dat je er minder van produceert,’ zegt Jan Dell, oprichter van The Last Beach Cleanup, een Amerikaanse organisatie die zich richt op bewustwording over plasticvervuiling. ‘Er is geen enkele manier om deze praktijk te rechtvaardigen; export van plastic afval is simpelweg niet verantwoord.’

    ‘We want more’

    Enerzijds willen buitenlandse bedrijven hun plastic graag lozen in een ongereguleerde omgeving. Anderzijds nemen lokale recyclers in Myanmar het graag in ontvangst, vooral omdat de vraag naar gerecycled plastic – dat vaak goedkoper is dan nieuw plastic – is gestegen sinds de staatsgreep. 

    Htin Kyaw Win mengt buitenlands plastic afval met lokale grondstoffen om er polypropyleenzakken van te maken voor het verpakken van rijst en bonen. U Aung Kyi She*, die eigenaar is van een recyclingfabriek in Mandalay, gebruikt geïmporteerd afval om plastic pellets te maken – kleine stukjes plastic van vaak niet meer dan een paar centimeter breed, die worden gebruikt voor de fabricage van nieuwe producten. Die palets verkoopt hij vervolgens door aan andere fabrieken.

    ‘In alle gesprekken die we met recyclers hebben gehad, was de strekking: “We willen meer buitenlands plastic afval.” Het is op lange termijn goedkoper, het is van hogere kwaliteit, gemakkelijker te gebruiken, minder vies, betrouwbaarder,’ aldus Michel. Zo vertelt Htun Khaing, eigenaar van twee recyclingfabrieken in Mandalay, dat hij de voorkeur geeft aan buitenlands plastic omdat het ‘schoner’ is. ‘We geven de voorkeur aan geïmporteerd afval, ook al moeten we er meer voor betalen. Als we het lokale afval gebruiken, zijn er meer stappen nodig om het te wassen en te reinigen,’ zegt Htun Khaing.

    Hij legt uit dat plastic waterflessen in veel landen na één keer gebruik worden weggegooid, maar dat ze in Myanmar ‘meerdere keren worden hergebruikt’. Tegen de tijd dat ze in zijn fabriek in Mandalay belandt, moet een plastic waterfles uit eigen land veel uitgebreider worden schoongemaakt – wat dus meer tijd en middelen kost – dan een fles die uit het buitenland is geïmporteerd.

    ‘Als we het geïmporteerde afval gebruiken, kunnen we het direct in de machine stoppen, zodat het proces sneller verloopt en de kwaliteit van de producten beter is,’ zegt hij.

    Aye Thway Ni*, eigenaar van een plasticfabriek in Mandalay, zegt dat sommige artikelen die ze produceert ‘alleen vervaardigd kunnen worden met buitenlandse grondstoffen’. Ze legt uit dat binnenlandse materialen van ‘slechte kwaliteit’ zijn en daarom alleen kunnen worden gebruikt om kleine voorwerpen te maken, zoals flessendoppen. Met buitenlandse grondstoffen kunnen daarentegen hele waterflessen worden gemaakt.

    Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen

    Maar het importeren van plastic brengt ook risico’s met zich mee. Hoewel buitenlandse ladingen meestal schoner afval van hogere kwaliteit bevatten, is niet elk stuk bruikbaar en het is bijna onmogelijk om plastic van lagere kwaliteit terug te sturen. Plastic dat niet kan worden gebruikt, belandt op stortplaatsen, in waterwegen of, in het geval van Shwepyithar, direct voor de huizen van mensen.

    ‘Om het geïmporteerde afval te krijgen, moeten we een hele container kopen, waar veel gemengd afval in zit. Dus halen we er het een en ander uit en dat maken we schoon. Maar we kunnen het onbruikbare afval niet terugbrengen, dus moeten we het weggooien, en dat betekent minder winst voor ons,’ zegt Ko Win Tun Tun*, die bij een grote recyclingfabriek in Yangon werkt.

    Win Tun Tun zegt dat zijn fabriek de gemeentelijke autoriteiten tussen de zestigduizend en honderdtwintigduizend kyat (tussen de 27 en 54 euro) betaalt om ‘het afval op stortplaatsen te lozen’. Hij vertelt dat ze per maand normaal gesproken één groot voertuig vol met plastic afval dumpen. Min Hset Myat zegt dat zijn fabriek in Yangon ongeveer 10 procent van het geïmporteerde buitenlandse afval opruimt door het te begraven of te verbranden. ‘Meestal verbranden we het,’ zegt hij.

    Het verbranden van afval is gangbaar in Myanmar, maar kan ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Kunststof van polyvinylchloride (pvc) bijvoorbeeld, dat in allerlei materialen wordt gebruikt, van raamkozijnen tot afvoerbuizen, stoot bij verbranding giftige dampen uit die met borstkanker en andere vormen van kanker in verband worden gebracht.

    ‘Deze chemicaliën staan bekend als POP’s – persistent organic pollutants [persistente organische verontreinigende stoffen]. Ze zijn wereldwijd verboden. Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen. Als ze in de lucht terechtkomen, nestelen ze zich op alles – op voedsel, op water, alles wat je binnenkrijgt. Zo komen ze in je lichaam en daar blijven ze,’ zegt Michel. ‘In deze plastic afvalbergen zit altijd PVC – de vraag is hoeveel.’

    Van de buitenlandse kunststoffen die in Shwepyithar zijn gevonden, kwam polyethyleen (PE) het meeste voor. PE, dat in plastic zakken en de meeste voedselverpakkingen zit, is het meest gebruikte plastic ter wereld en kan in zijn pure vorm relatief gemakkelijk gerecycled worden. Maar zuiverheid is zeldzaam – Michel legt uit dat PE-producten vaak 10 tot 30 procent andere chemicaliën bevatten, waardoor ze veel moeilijker te recyclen zijn en schadelijker zijn in het geval van verbranding. ‘Telkens als je plastic verbrandt, stoot je deze chemische cocktail uit in de lucht,’ zegt Michel. ‘Maar mensen verbranden het afval omdat ze geen idee hebben wat ze ermee moeten doen.’

    ‘Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken’

    Afval wordt ook gedumpt in waterwegen en riolen, zoals in Shwepyitars zevenentwintigste district. Daw Aye Mi, die sinds 2018 in de nederzetting woont, zegt dat het dumpen de afgelopen twee jaar een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gemeenschap is geworden. ‘Als er ergens een stortplaats is, denken mensen dat ze hun afval daar kunnen lozen, en dat doen ze dan ook. Daarna drijft het via waterwegen naar andere woonwijken. Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken,’ zegt ze. Ze laat zweren op haar been zien die ze naar eigen zeggen heeft opgelopen door zich in het water te wassen.

    Het gebrek aan bewustzijn over veilige afvalverwerking wordt nog eens verergerd door onvoldoende toezicht en corruptie, vooral sinds de staatsgreep. Drie bewoners van twee districten in Shwepyitar vertellen dat ambtenaren van het district hen onder druk zetten om overeenkomsten te ondertekenen die het dumpen van afval in hun gemeenschap mogelijk maken. 

    ‘Alle bewoners tekenden, dus ik ook. Ik wilde niet de enige zijn die bezwaar maakte. Ik zou niet durven,’ zegt Daw Thwe Kyi Kyi*, een alleenstaande moeder die als voedselverkoper in het negende district werkt.

    Michel legt uit dat het in Myanmar niet gangbaar is om de autoriteiten te confronteren met milieukwesties. Zelfs vóór de coup was er onder verkozen regeringen weinig protest vanuit de getroffen gemeenschappen. Maar sinds de militaire machtsovername is de terughoudendheid veel groter, waardoor Myanmar ‘de perfecte plek is voor het dumpen van afval en voor elke andere vorm van uitbuiting’, aldus Michel.

    Weinig vertrouwen

    ‘Veel mensen zijn bang om zich uit te spreken over hun zorgen, uitdagingen en problemen. Er is veel minder ruimte voor,’ zegt hij. ‘Er is niemand met wie mensen kunnen praten en daarom doen ze dat ook niet. Er is weinig vertrouwen in de instellingen die hun problemen zouden moeten oplossen, dus proberen ze het niet eens.’

    Zeya Kyaw Moe, de 55-jarige inwoner van het elfde district, heeft voorgesteld dat de districtsbeheerder een bijeenkomst zou houden met alle leden van de gemeenschap om samen te beslissen hoe het afval moet worden beheerd. Maar hij heeft nooit iets gehoord en is bang om op de kwestie aan te dringen. ‘In normale tijden, onder een burgerregering, zouden dit soort problemen makkelijk op te lossen zijn. Maar nu krijgen we moeilijkheden als we ergens over klagen,’ zegt Zeya Kyaw Moe. ‘Niemand durft zich uit te spreken, dus moet ik dit ondergaan totdat ik kan verhuizen. Mijn buren hebben me geadviseerd om niets meer tegen het bestuur over de stortplaats te zeggen, omdat ze bang zijn dat ik in de problemen kom.’

    ‘Op mijn leeftijd kan ik het niet meer verdragen om geslagen of gemarteld te worden. Ik kan alleen nog maar hopen. Mijn geest is niet meer zo sterk als toen ik jong was.’

    * Om veiligheidsredenen is er een pseudoniem gebruikt.

    Kyaw Zin, Nandi Theint, Charlotte Alfred, Eva Constantaras, Nalinee Maleeyakul, Mia Rabson en Mariusz Sepiolo hebben bijgedragen aan deze reportage.

    De productie van dit onderzoek werd ondersteund door een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU). Dit artikel is gepubliceerd in samenwerking met Prachatai, The Canadian Press, Front Story, The Independent en Politico.

  • In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    Bij de monding van de Oude Rijn experimenteert The Great Bubble Barrier met de zogenaamde ‘bellenbarrière’; een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen moet plastic afval naar één kant duwen zodat het kan worden ingezameld. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd.’

    Vijf jaar geleden rees bij Claar-els van Delft het vermoeden dat veel plastic afval op het strand van Katwijk niet was achtergelaten door bezoekers, noch uit de zee kwam, maar uit de monding van een nabijgelegen rivier.

    ‘Bij het opruimen van zwerfvuil zagen we bij de riviermonding allerlei stukjes plastic die uit zoet water kwamen,’ zegt ze. ‘Tamponhulzen, borstelharen, maar ook verpakkingen van chips en dranken, van alles.’

    En jawel, toen vrijwilligers een olievat met rivierwater uit de Oude Rijn doorziftten, ontwaarden ze tussen het kroos kleine plastic deeltjes. ‘We schrokken van alle vervuiling die we zagen,’ zegt Van Delft, medeoprichter van de plaatselijke liefdadigheidsinstelling Coast Busters.

    Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd

    Fast forward naar juli 2022: Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd – een experiment waarbij een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen, tezamen met de stroming, plastic afval naar één kant duwt, zodat het kan worden ingezameld.

    The Great Bubble Barrier 1.2.3
    De Great Bubble Barrier aan het werk in Amsterdam. © The Great Bubble Barrier

    ‘We leggen een geperforeerde buis schuin op de bodem van de waterweg en pompen daar perslucht doorheen: de opstijgende luchtbellen veroorzaken een opwaartse stroom die plastic uit de waterkolom naar de oppervlakte tilt, waarna het aan de oppervlakte – met behulp van de stroming – allemaal naar één kant wordt geduwd,’ legt Philip Ehrhorn uit, hoofd technologie bij de Nederlandse startup The Great Bubble Barrier. ‘Hier zorgt het gemaal voor de doorstroom. Ook de wind kan afval in het opvangsysteem dwingen.’

    Het bedrijf, dat wordt gerund door een team van enthousiaste zeilers, surfers en andere waterliefhebbers, won in 2018 een zogeheten internationale Postcode Lottery Green Challenge en startte het jaar daarop zijn eerste permanente proefproject in een gracht in Amsterdam. Dat pakte zo veelbelovend uit dat het waterschap Rijnland, twaalf gemeenten en de regio’s Holland Rijnland en Zuid-Holland – samen met Coast Busters en lokale fondsenwervers – besloten om 470.000 euro te investeren in de bouw van een rivierbellenbarrière.

    Oude Rijn

    Jacco Knape, locoburgemeester van de gemeente Katwijk, vertelt hoe hij met eigen ogen zag hoe groot de plaatselijke plasticproblematiek is tijdens een strandafvalopruimingsactie waarvoor hij was uitgenodigd. ‘Plasticvervuiling is wereldwijd een groeiend probleem,’ zegt hij. ‘Ze treft zowel leefgemeenschappen als het milieu. Katwijk is helaas geen uitzondering. We zien plasticvervuiling door strandbezoekers die wikkels en ander plastic achterlaten, maar we zijn ook het laatste station voordat al het met de Oude Rijn meegenomen plastic in zee vloeit. Met dit bellenscherm kunnen we die plastic invasie een halt toeroepen.’

    Bubble Barrier Amsterdam in Westerdok Credits The Great Bubble Barrier.JPG
    Zo zal de grote bellenblaasmachine eruitzien van bovenaf. – © The Great Bubble Barrier

    Bas Knapp, bestuurslid bij Waterschap Rijnland, denkt dat de bellenbarrière de trek van vissen niet zal hinderen en investeert 42.000 euro per jaar om de vinding te laten draaien. ‘We hebben een test gedaan waaruit bleek dat in het gemaal slechts een op de 233 stukjes plastic groter dan 1 millimeter uit het water wordt gefilterd,’ zegt hij. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd. Het was enorm veelbelovend. Dit is een van onze grootste riviermondingen en een heel goede plek om door middel van zo’n proef te proberen het plastic dat naar zee gaat, terug te dringen.’

    ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam’

    Anne Marieke Eveleens, medeoprichter van The Great Bubble Barrier, houdt zich bezig met uitbreiding van de techniek. Mogelijk komt er een barrière in een estuarium in Portugal. Ook zijn er plannen voor een project in Zuidoost-Azië. ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam – daar is het 20 meter diep, maar dat is nu nog niet te realiseren,’ erkent ze. ‘Ook de aanwezigheid van veel schepen en het meerdere keren per jaar baggeren maken het lastig.’

    Hoe het ook zij, velen denken dat deze techniek voor specifieke scenario’s zeer veelbelovend is. Frans Buschman, onderzoeker milieuhydrodynamica van het onafhankelijke instituut Deltares, heeft de barrière in Amsterdam getest met zo’n duizend gemarkeerde mandarijnen. ‘We hebben ze op diverse punten geloosd en geteld hoeveel er werden gevangen,’ zegt hij. ‘Aan de zijde van het opvangsysteem was dat tot negentig procent; aan de andere zijde was het percentage soms aanzienlijk lager, waarschijnlijk omdat daar een plek is waar de bubbelintensiteit niet zo hoog is. Daar glipten nogal wat mandarijnen ertussendoor.’

    Plastic sorting 13
    Plastic afval uit de rivier wordt gesorteerd als onderdeel van het onderzoek  – © The Great Bubble Barrier

    Hij voegt eraan toe dat objecten die op het water blijven drijven door de wind over de bellenbarrière kunnen worden geblazen, waardoor deze minder effectief is. Toch gaat het volgens hem om een ‘veelbelovende techniek met groot potentieel’.

    Portfolio van oplossingen

    Enkele onderzoekers wijzen er echter op dat rivierplastic niet altijd in zee terechtkomt maar wel schade toebrengt aan ecosystemen en de leefomgeving van de mens. Tim van Emmerik, universitair docent bij de groep hydrologie en kwantitatief waterbeheer van Wageningen University, zegt dat niet elk riviersysteem hetzelfde is. ‘Rivieren wereldwijd kunnen sterk variëren: van smalle grachten in Amsterdam en Leiden tot grote delta’s zoals de Mekong. Dit betekent dat één enkele technische oplossing, zoals de bellenbarrière, zeker niet overal is toe te passen. Er zal altijd behoefte blijven bestaan aan een ‘portfolio’ van oplossingen. Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik, waar ook ter wereld.’

    ‘Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik’

    In Katwijk zijn er plannen om een ​​bezoekers- en educatiecentrum te bouwen naast de bellenbarrière, met precies die boodschap. De hoop is voelbaar wanneer onder de zomerzon een stroom van zachte bubbels door het rivieroppervlak breekt, een beetje als een jacuzzi. ‘We keken er enorm naar uit,’ zegt Van Delft, heel serieus, ‘om in zwemkleding naar de opening te komen!’

    Lees ook:

  • Bitcoin zorgt voor berg elektronisch afval | Japan gaat radioactief water in zee lozen

    Bitcoin zorgt voor berg elektronisch afval | Japan gaat radioactief water in zee lozen

    Afval van één bitcointransactie ‘als het weggooien van twee iPhones’

    Een enkele bitcointransactie genereert dezelfde hoeveelheid elektronisch afval als wanneer je twee iPhone twaalf mini’s in de prullenbak mikt, zo blijkt uit een analyse van economen van De Nederlandsche Bank en MIT. De ecologische voetafdruk van bitcoin is inmiddels goed bestudeerd, maar er is minder bekend over het grootschalige verbruik van de benodigde hardware, aldus The Guardian.

    De gespecialiseerde computerchips moeten voortdurend worden vervangen door nieuwe, krachtiger versies

    Voor het minen van cryptomunten worden gespecialiseerde computerchips gebruikt, ASIC’s genaamd, maar omdat alleen de nieuwste chips energiezuinig genoeg zijn om winstgevend te kunnen blijven minen, moeten ASIC’s voortdurend worden vervangen door nieuwe, krachtiger versies. Als gevolg hiervan wordt geschat dat het hele bitcoinnetwerk momenteel 30,7 metrische kiloton apparatuur per jaar verbruikt. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid klein afval aan IT- en telecommunicatieapparatuur die door een land als Nederland wordt geproduceerd, volgens onderzoekers Alex de Vries en Christian Still.

    Lees ook:


    Zuid-Korea uit kritiek op Japan om lozing radioactief water

    Tijdens een bijeenkomst van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) vorige week week, heeft Zuid-Korea kritiek geleverd op het besluit van Japan om behandeld radioactief water dat afkomstig is uit de verwoeste kerncentrale van Fukushima, in zee te lozen. Een vertegenwoordiger van de Zuid-Koreaanse regering zei op de Algemene Conferentie van de IAEA in Wenen dat Japan het besluit tot de waterlozing eenzijdig heeft genomen zonder te overleggen met zijn naaste buur Zuid-Korea, meldt The Japan Times.

    China was al eerder kritisch over het Japanse plan om het water te lozen

    Seoel roept Tokio op om het plan te heroverwegen en verlangt grotere Zuid-Koreaanse betrokkenheid bij de beoordeling van de geplande waterafvoer door een team van IAEA. Buurland China was al eerder kritisch over het Japanse plan om het water te lozen, maar noemde de kwestie niet in een maandag uitgegeven verklaring.

    In april maakte de Japanse regering plannen bekend om het gezuiverde water, dat radioactief tritium bevat, mogelijk vanaf 2023 in zee te lozen.

    Lees ook:


    Australië heft reisverbod op in november

    ‘Australië zal zijn grenzen na achttien maanden weer openstellen’, bericht The Sydney Morning Herald. De Australische premier Scott Morrison heeft vrijdag aangekondigd dat Australische burgers die volledig zijn ingeënt tegen covid-19 vanaf november weer internationaal mogen reizen. ‘De grenzen van het land werden op 20 maart vorig jaar radicaal gesloten’, schrijft de krant.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Thailand lokt rijke buitenlanders

    Thailand wil met een economisch stimulerings- en investeringspakket rijke wereldburgers, gepensioneerden en hoogopgeleide professionals uit het buitenland aantrekken om de economie na de pandemie nieuw leven in te blazen. Lokkertjes zijn onder meer een tienjarig Thais visum voor het hele gezin. Daarnaast hoopt Thailand buitenlanders over de streep te trekken met automatische werkvergunningen, dezelfde inkomstenbelasting als Thaise burgers en belastingvrijstelling voor elders verworven inkomsten en eigendommen, meldt The Bangkok Post.

    De regering hoopt in de komende vijf jaar meer dan een miljoen professionals naar Thailand te trekken

    De regering hoopt zo in de komende vijf jaar meer dan een miljoen gekwalificeerde mensen naar Thailand te trekken, aldus regeringswoordvoerder Thanakorn Wangboonkongchana. ‘De regering verwacht dat deze buitenlanders gemiddeld een miljoen baht, circa 25.520 euro, per persoon per jaar uitgeven gedurende hun verblijf in Thailand, oftewel ongeveer een biljoen baht in de komende vijf jaar.’ Daarnaast rekent de regering erop dat de bezoekers met langetermijnvisa zeker zo’n 540 miljard baht aan belastingen zullen afdragen.


    Vervuilende bitcoins

    Een enkele bitcointransactie genereert dezelfde hoeveelheid elektronisch afval als wanneer je twee iPhone 12 mini’s in de prullenbak mikt, zo blijkt uit een analyse van economen van De Nederlandsche Bank en MIT. De ecologische voetafdruk van bitcoin is inmiddels goed bestudeerd, maar er is minder bekend over het grootschalige verbruik van de benodigde hardware, aldus The Guardian.

    Voor het minen van cryptomunten worden gespecialiseerde computerchips gebruikt, ASIC’s genaamd, maar omdat alleen de nieuwste chips energiezuinig genoeg zijn om winstgevend te kunnen blijven minen, moeten ASIC’s voortdurend worden vervangen door nieuwe, krachtiger versies. Als gevolg hiervan wordt geschat dat het hele bitcoinnetwerk momenteel 30,7 metrische kiloton apparatuur per jaar verbruikt. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid klein afval aan IT- en telecommunicatieapparatuur die door een land als Nederland wordt geproduceerd, volgens onderzoekers Alex de Vries en Christian Still.


    Palestijnse attractie

    In Nablus op de Westelijke Jordaanoever staat een oude Boeing 707, geschilderd in de kleuren van Palestina en Jordanië. Het vliegtuig kwam er terecht na inspanning van tientallen jaren door een 60-jarige Palestijnse tweeling die opgroeide in een vluchtelingenkamp en jarenlang de kost verdiende met de handel in schroot, schrijft South China Morning Post.

    De tweeling droomde ervan om geld te verdienen met toerisme en entertainment. Toen ze in 1999 hoorden over een passagiersvliegtuig dat geparkeerd stond in Tiberias, Israël, kochten ze het om er een restaurant van te maken. Na allerlei tegenslagen en Israëlische tegenwerking heeft het vliegtuig nu zijn beoogde plek bereikt, na 22 jaar en een investering van 2 miljoen sjekel, zo’n 530.000 euro.

    Aangezien de Westelijke Jordaanoever amper toeristische trekpleisters kent, hopen de broers op bruiloften, feesten en op gasten die willen dineren in een ongebruikelijke omgeving.


    Italiaanse pastoor in ongenade

    De veertigjarige Italiaanse geestelijke Don Francesco Spagnesi, die halverwege september zijn post als pastoor van de Annunciatie-parochie in Prato in handboeien moest verlaten omdat hij ervan wordt beschuldigd cocaïne en de ‘verkrachtingsdrug’ GBL (de grondstof voor GHB) te hebben ingevoerd en verhandeld, wordt inmiddels verdacht van nog meer kwalijke zaken. Hij zou niet alleen zeker 200.000 euro hebben verduisterd door een greep te doen in de offergaven van zijn gelovigen en in de kas van de Curie, dit alles om zijn drugshandel te financieren, maar het Openbaar Ministerie van Prato onderzoekt nu ook of de priester het toebrengen van zwaar fysiek leed dan wel verwijtbaar onzorgvuldig handelen ten laste kan worden gelegd, bericht Corriere della Sera.

    Don Francesco is namelijk hiv-positief en hij zou seks- en drugsfeesten hebben georganiseerd waaraan hij zelf ook deelnam, zonder dat de medefeestvierders van zijn besmetting op de hoogte waren. Zijn ‘verloofde’ Alessio Regina, die eveneens is gearresteerd voor drugshandel, heeft dit aan het OM laten weten.

    De van cocaïne en GLB vergeven feesten van Don Francesco en Alessio werden bezocht door artsen, managers, ondernemers en bankiers die online werden geronseld, ook al beweert het tweetal dat het slechts om ‘intimi’ ging. De feesten vonden frequent plaats en telden soms meer dan 200 deelnemers.

    Don Francesco zou, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks hebben gedaan

    Op de vraag aan Don Francesco of hij, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks had gedaan, zou hij ja hebben gezegd tegen het OM. Het is nog niet bekend of Spagnesi daadwerkelijk iemand heeft besmet, maar het lijkt erop dat enkele van de deelnemers aan de feesten positief hebben getest op hiv. Onderzocht wordt nu of die besmettingen te traceren zijn naar Spagnesi.

    Federico Fabbo, de advocaat van de in ongenade gevallen pastoor, ziet vooralsnog alleen maar ‘hypothesen’ over de handel en wandel van zijn cliënt en wijst erop dat de hiv-status van Don Francesco een bekend feit was.


    7000 stappen per dag voor een langer leven

    Om kansen op een lang leven te vergroten moeten we minstens 7000 stappen per dag zetten of meer dan 2,5 uur per week sporten beoefenen als tennis, fietsen, zwemmen, joggen of badminton, zo blijkt uit twee grootschalige nieuwe onderzoeken. De twee onderzoeken, die samen meer dan 10.000 mannen en vrouwen decennialang volgden, tonen aan dat de juiste soort en hoeveelheid lichaamsbeweging het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 70 procent vermindert. Activiteit boven een bepaald plafond voegt waarschijnlijk geen jaren aan onze levensduur toe en kan in extreme gevallen zelfs schadelijk zijn, schrijft The New York Times

    Eerder onderzoek suggereerde al dat actieve mensen langer leven dan degenen die zelden bewegen. Maar wetenschappers stelden niet eerder vast hoeveel, of weinig, beweging kan worden geassocieerd met een langere levensduur.

    De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg

    Mannen en vrouwen die ten minste 7000 dagelijkse stappen zetten toen ze aan het onderzoek deelnamen, hadden ongeveer 50 procent minder kans om te overlijden dan degenen die minder dan 7000 stappen zetten. De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg, tot wel 70 procent minder kans op vroegtijdig overlijden bij degenen die meer dan 9000 stappen zetten. Bij 10.000 stappen vlakken de voordelen af. ‘Er was een punt van afnemende meeropbrengst,’ zegt Amanda Paluch, universitair docent kinesiologie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, die een van de twee studies leidde. Mensen die meer dan 10.000 stappen per dag zetten, leefden zelden langer dan degenen die minstens 7000 stappen deden.

  • Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus

    De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.

    De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.

    ‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’

    ‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’

    Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.


    De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai

    Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.

    Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.

    Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’


    Europa dumpt plastic in Turkije

    Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.

    Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan

    Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’

    Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’

    Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.


    Wes Anderson draait in Spanje

    The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El País draait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.

    De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.


    Groene oase in New York

    Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.

    Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.


    Beurzen van Mary Beard

    Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.

    ‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.

    De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.

  • Dossier: Weg met het wegwerpplastic

    Dossier: Weg met het wegwerpplastic

    Afvalcrisis
    China was tot voor kort het epicentrum van de recycling, een internationale miljardenindustrie waarin tonnen afval omgaan. 270 miljoen per jaar om precies te zijn, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building. Maar China houdt ermee op en dwingt het Westen de afvalcrisis zelf op te lossen.

    Robert Reed kijkt naar een berg afval van wel drie verdiepingen hoog en ziet ineens in zijn ooghoek een witte plastic tas. Die haalt hij eruit en houdt hem omhoog. ‘Dit is probleemplastic,’ zegt hij ernstig. ‘Dit blijft vastzitten in de machines, en er is geen markt voor.’ Hij wappert even met de tas en laat hem dan weer op de hoop fladderen. We bevinden ons in de grootste recyclingfabriek van 
San Francisco, waar huisvuil wordt ingezameld, gesorteerd en uiteindelijk tot keurige balen wordt samengeperst. Het knerpt onder onze schoenen terwijl Reed, die al twintig jaar meedraait in dit vak, 
vol trots uitlegt dat deze fabriek, die in handen is van het plaatselijke afvalverwerkingsbedrijf Recology, 
de meest geavanceerde is in haar soort aan de hele westkust. Met behulp van lasers, magneten en luchtblazers wordt er dagelijks 750 ton verwerkt. ‘Zie je al dat papier?’ zegt Reed. Hij gebaart naar de afvalberg en wijst op een doos van Amazon. ‘Daar krijgen we er steeds meer van door alle internetbestellingen.’ Een deel van het afvalmateriaal is van waarde, zoals aluminium blikjes, staal en karton. Maar veel is waardeloos, zoals deksels van koffiebekers of traytjes van zwart plastic.

    Als we aan het einde van het sorteercentrum komen, zien we de ene na de andere baal gesorteerd plastic tevoorschijn komen. Hiervandaan wordt het verkocht om verder verwerkt te worden, vaak ergens in Azië. China was afgelopen jaar met stip de belangrijkste klant. Volgens gegevens van de Wereldbank wordt mondiaal meer dan 270 miljoen ton afval per jaar gerecycled, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building.

    Sinds de introductie van plastic- en papierbakken 
in woonwijken, in de jaren tachtig, wordt recycling gepresenteerd als het milieuverantwoorde antwoord op de groeiende hoeveelheid afval die de mensheid produceert. Het is wereldwijd uitgegroeid tot een miljardenindustrie, ten bedrage van 220 miljard, 
volgens het Bureau of International Recycling. Bedrijven en makelaars verdringen zich om het afval op te kopen en er nieuwe producten van te maken: een soort goud uit stro spinnen, dat soms ongekend winstgevend kan zijn. Het hele systeem stoelt op een levendige handel in afvalmateriaal dat over de hele wereld wordt verscheept.

    Maar begin 2018 is hier verandering in gekomen. 
Op 31 december 2017 sloot China, dat altijd het middelpunt was van de wereldwijde recyclinghandel, van de ene op de andere dag de deuren voor de import van gerecycled materiaal, met als argument dat grote hoeveelheden afval ‘gevaarlijk’ of ‘vervuild’ waren en daarmee een bedreiging zouden vormen voor het milieu. De prijs van het plastic afval kelderde, net als de prijs van gerecycled papier. Van de ene op de andere dag verkeerde de lucratieve handel die wereldwijd was ontstaan rondom de verscheping van recyclebaar materiaal, in grote crisis.

    Veranderde wereld

    China’s nieuwe beleid, ‘Nationaal Zwaard’ geheten, was zo ingrijpend dat veel mensen in de industrie aanvankelijk niet konden geloven dat het echt zou worden doorgevoerd. China en Hongkong, die in de eerste helft van 2017 nog 60 procent hadden opgekocht van al het plasticafval dat door de G7-landen werd geproduceerd, namen een jaar later in dezelfde periode nog maar 10 procent af. ‘In zekere zin is 
de wereld hierdoor veranderd,’ zegt Reed. ‘China was wereldwijd de grootste afnemer van papier en plastic.’

    Aan de hand van de beschikbare handelsdata heeft de Financial Times de export van plastic- en papierafval uit de G7-landen 
in kaart gebracht. Sinds China de deuren heeft gesloten, blijkt er sprake te zijn van een ongekende toename van afvalstromen richting Zuidoost-Azië. Voor dit artikel zijn enkele tientallen mensen geïnterviewd: industriëlen, beleidsmakers, papierhandelaars en milieuactivisten, zowel uit de Verenigde Staten als uit Europa en Azië. Uit deze gesprekken is gebleken dat de bedrijfstak van de afvalrecycling volkomen op zijn kop is gezet, 
en dat er inmiddels grote vraagtekens worden geplaatst bij het hele fenomeen. De bedrijfstak is gegroeid en er zijn veel winsten gemaakt, zeker sinds de klanten zich meer en meer bewust zijn geworden van de milieueffecten van stortplaatsen, maar ook kleven er al langere tijd onfrisse kanten aan deze industrie. Die kampt al veel langer met beschuldigingen van smokkel, omkoping en vervuiling, maar is door het Nationaal Zwaard-beleid ineens volop in de schijnwerpers komen te staan. Nu China de deuren heeft gesloten voor het afval, wordt ineens pijnlijk duidelijk hoe ongunstig het kostenplaatje is van de recycling van huishoudelijk afval. Dit alles heeft geleid tot een grondige revaluatie van deze vorm van afvalverwerking, iets wat volgens velen al veel eerder had moeten gebeuren.

    Dit is het ‘moment van de waarheid’ voor de recyclingindustrie, zegt Don Slager, die aan het hoofd staat van Republic Services, de op een na grootste afvalverwerker van de Verenigde Staten. Hij schat dat alleen al zijn eigen bedrijf dit jaar zo’n 150 miljoen dollar aan inkomsten misloopt door 
China’s nieuwe beleid. Volgens Eric Kawabata van TerraCycle, een in de VS gevestigd recyclingbedrijf, heeft het door China uitgevaardigde invoerverbod geleid tot een ‘mondiale crisis in plasticafval’. Japan, waar hij is gestationeerd, exporteerde veel naar China, tot aan het invoerverbod. ‘Nu stapelt al het afval zich op in Japan en kunnen we er niets mee; de vuilverbrandingsovens draaien op volle toeren,’ zegt hij.

    Jonge Nepalezen maakten in het centrum van Kathmandu met 100 duizend plastic tasjes een installatie die de Dode Zee moet voorstellen, om aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. © HH
    Jonge Nepalezen maakten in het centrum van Kathmandu met 100 duizend plastic tasjes een installatie die de Dode Zee moet voorstellen, om aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. © HH

    In theorie is China nog altijd bereid bepaalde vormen van afval toe te laten, maar de lat voor de zuiverheid van het materiaal ligt zo hoog dat de meeste mensen binnen de bedrijfstak spreken van een onvervalst importverbod. In de Verenigde Staten zien veel bedrijven zich genoodzaakt recyclebaar afval naar stortplaatsen te brengen, omdat ze er nergens anders mee naartoe kunnen – een pijnlijke ommekeer na tientallen jaren van investeringen in programma’s voor recycling. In de eerste helft van 2018 exporteerden de Verenigde Staten 30 procent minder plasticafval dan in de eerste helft van het jaar ervoor, blijkt uit gegevens van de Financial Times. Veel van dat materiaal is uiteindelijk op de stortplaats beland. ‘Recycling is hier haast een religie,’ zegt Laura Leebrick van Rogue Disposal & Recycling in Oregon. ‘De mensen in Oregon vinden het belangrijk om te recyclen, het geeft ze het gevoel dat ze iets goeds doen voor onze planeet. Nu voelen ze zich in de steek gelaten.’ Na het Chinese invoerverbod is Rogue Disposal & Recycling beperkingen gaan opleggen aan het huishoudelijk afval dat ze innemen: geen plastic meer (op melkpakken na), geen glas meer en geen gemengd papier (zoals reclamefolders en cornflakesverpakkingen). Nu China niet meer actief is op deze markt, zijn de kosten van de recyclingprogramma’s verdriedubbeld, zegt Leebrick.

    Wereldwijd wordt ongeveer de helft van het plastic dat is bedoeld voor recycling overzees verhandeld, blijkt uit een recent onderzoek in wetenschappelijk tijdschrift Science Advances. Dat percentage is zelfs nog hoger aan de westkust van de Verenigde Staten: Californië exporteert tweederde van al het huishoudelijk afval dat in de recyclebakken belandt. Veel steden die in het verleden inkomsten genereerden uit hun recyclingprogramma’s, moeten nu vervoerders inhuren om van het materiaal af te komen. Waar een baal gemengd plastic van niet al te hoge kwaliteit begin 2017 in Californië nog 20 dollar per ton kon opleveren, kost het een jaar later 10 dollar om ervan af te komen. ‘Het Nationaal Zwaard-beleid dwingt ons onder ogen te zien dat recyclen geld kost,’ zegt Zoe Heller van CalRecycle, het overheidsrecyclingbedrijf van Californië. ‘Wat dit uiteindelijk betekent voor Californië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld, is dat we een andere manier moeten vinden waarop we mondiaal tegen hergebruik aankijken.’

    Afvalverzamelaars zoeken plastic om te recyclen op Bantar Gebang, de grootste vuilnisbelt van Indonesië. – © Getty Images
    Afvalverzamelaars zoeken plastic om te recyclen op Bantar Gebang, de grootste vuilnisbelt van Indonesië. – © Getty Images

    Niemand is daar méér van doordrongen dan Steve Wong, ooit de plasticafvalkoning van China. Zijn imperium was goed voor zo’n 7 procent van de totale plasticafvalimport van China, met aandelen die volgens Wongs eigen schatting zo’n 900 miljoen dollar waard waren. Maar nu zit hij met schulden, na liquidatie van fabrieken en andere bezittingen. De wallen onder zijn ogen wijzen erop dat hij een zware tijd achter de rug heeft. De Engelsman, opgegroeid in Hongkong en werkzaam vanuit Los Angeles, is altijd onderweg. ‘Het leven is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Ik had wel gehoord van dat Chinese importverbod, maar ik had niet verwacht dat het zo hard zou aankomen, dat de recyclers het zo moeilijk zouden krijgen.’

    Wongs loopbaan ging hand in hand met de opkomst van China als recyclingcentrum van de wereld. Toen China eind vorige, begin deze eeuw uitgroeide tot een van de grootste producenten ter wereld, ontstond er een enorme vraag naar grondstoffen. Daarmee vormde het land een prima afzetmarkt voor al het materiaal dat werd vervaardigd in het recyclingprocedé: de plastic korrels die worden gemaakt van gerecycled materiaal, bijvoorbeeld, en waarvan schoenzolen kunnen worden gemaakt, en talloze andere alledaagse voorwerpen. De toenemende vraag viel samen met de toenemende recycling in de westerse wereld. Daarnaast was er nog een logistiek voordeel, dankzij de wereldwijde handel: de schepen die afgeladen met ‘Made in China’-goederen op weg gingen naar het Westen, keerden vaak terug met een vrijwel leeg ruim. Dit was een mooie gelegenheid om de containers te vullen met afval dat kon worden gerecycled. De eerste recyclingbedrijven in China maakten dikke winsten door in te spelen op deze mogelijkheid. De eerste vrouwelijke miljardair van China, Zhang Yin, wist haar imperium Nine Dragons op te bouwen door papier uit de Verenigde Staten te importeren en te verwerken in papierfabrieken in eigen land. De combinatie van een grote vraag, goedkope arbeidskrachten en soepele milieuwetgeving maakte van China de ideale plek om het afval van de wereld te recyclen. China en Hongkong samen importeerden tussen 1988 en 2016 81 miljard dollar aan plasticafval, volgens Science Advances.

    Kentering

    Enkele jaren geleden kwam er echter 
een kentering, toen China serieuze maatregelen begon te nemen tegen milieuverontreiniging. De recyclingindustrie raakte uit de gratie, wat deels was te wijten aan de corruptie en het feit dat men zich nauwelijks iets gelegen liet liggen aan het milieu, maar ook aan het feit dat Chinese politici niet langer wilden dat China werd gezien als de vuilnisbelt van de wereld. ‘De spullen die ze importeerden, noemden ze yang laji – “buitenlands afval” – maar hun eigen afval, ook als het van slechte kwaliteit was, noemden ze “grondstof”,’ zegt Wong. Ook wilde China meer grip krijgen op de eigen afvalverwerkingsindustrie. Op steeds meer plekken doken echter slecht geleide recyclingfabrieken op, 
die afvalwater loosden en de omgeving verontreinigden, ondanks herhaalde pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de sector. ‘Uiteindelijk drong het tot China door dat het land er al met al bij inschoot door 
al die troep binnen te laten,’ zegt Jim Puckett, die aan het hoofd staat van het Basel Action Network, een non-profitorganisatie die strijdt tegen de handel 
in gevaarlijk afval. ‘De verontreiniging van het grondwater en van de lucht 
brengen hoge kosten met zich mee.’

    In 2013 kwam China met een nieuw beleid, ‘Groen Hek’, dat de bestaande regelgeving op het gebied van recycling aanscherpte. Met Wongs bedrijf is het vanaf dat moment bergafwaarts gegaan, vertelt hij. Met de introductie van Nationaal Zwaard werd de situatie nog erger. ‘Ik ken mensen die failliet zijn gegaan,’ zegt hij. Sommige Chinese handelaren in afval zijn in de gevangenis beland als gevolg van de pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de bedrijfstak. ‘Er is mij te verstaan gegeven dat ik beter kan wegblijven.’ Wong heeft nog altijd een aandeel in de handel en zit meestal al voor zonsopgang aan de telefoon. Op de ochtend van onze afspraak heeft hij al twee containers gekocht met benzinetanks die uit oude auto’s zijn gehaald, en zestig containers met plastic afdekzeilen die in wijngaarden zijn gebruikt. ‘Ik sluit elke dag wel een paar dealtjes,’ zegt hij, al gaat het om veel kleinere bedragen dan hij in het verleden gewend was. Wel heeft hij een cynische kijk op de sector. ‘De handelaren die nog over zijn, zijn of arm, of het zijn sjacheraars,’ zegt hij.

    Verzet

    Nu China sinds begin dit jaar de deuren heeft gesloten, gaat veel van het plasticafval naar Zuidoost-Azië, dat nu dan ook met een nieuw soort milieucrisis kampt. Van de 1700 officiële importeurs in China heeft zeker eenderde zich inmiddels gevestigd in Zuidoost-Azië, schat Wong. De regio is overspoeld met plasticafval, in veel grotere hoeveelheden dan men aankan. In een periode van slechts een paar maanden is Maleisië uitgegroeid tot de grootste plasticafvalimporteur ter wereld, met hoeveelheden die inmiddels zeker twee keer zo groot zijn als wat China en Hongkong tot voor kort toelieten. Vietnam heeft de hoeveelheid geïmporteerd plasticafval vanaf begin 2017 in een jaar tijd zien verdubbelen, terwijl de scheepsladingen richting Indonesië met 56 procent zijn gestegen, zo blijkt uit gegevens die door de Financial Times zijn verzameld. Thailand is koploper: daar 
is de import gestegen met maar liefst 1370 procent.

    In de haven van Leam Chabang, aan de oostkust van Thailand, staat een verzengende zon boven een zesbaansweg en een spoor voor goederentreinen. Dit is de drukste haven van het koninkrijk en een belangrijke gateway voor vrije handel met de rest van de wereld – een pronkjuweel van de Thaise economie, die voor een belangrijk deel stoelt op export. Maar 
dit jaar heeft de haven zich ook op de kaart gezet bij Thaise milieugroeperingen: het is de voornaamste invoerhaven geworden voor ongekend grote hoeveelheden plastic, elektronisch afval en alle andere troep van de wereld. In mei 2018 heeft de politie een inval gedaan in terminal C3, waar zeven containers zijn doorzocht en waar elektronisch afval is aangetroffen – gevaarlijk materiaal, als het niet op de juiste wijze wordt verwerkt – dat bij de douane ten onrechte was aangemeld als plastic. Nu de invoer is toegenomen, groeit ook het verzet; de verschillende overheden in Zuidoost-Azië doen pogingen om de hoeveelheid binnenkomend afval in te perken. In Thailand probeert men de uitwassen onder meer tegen te gaan met dit soort invallen in afvalverwerkende industrieën, stortplaatsen en havens.

    De Thaise overheid heeft Financial Times laten weten dat er binnen twee jaar een verbod zal komen op de import van plastic. Het meeste plastic is in strijd met de door de overheid opgestelde regelgeving het land binnengekomen, aldus Banjong Sukreeta van het verantwoordelijke ministerie. ‘We zagen dat importeurs niet alleen plastic afval importeerden voor hun eigen fabriek, maar ook om het door te verkopen aan andere fabrieken die het vervolgens verwerken,’ zegt hij. ‘Dat is tegen de regels.’ Zoals ook bleek bij de politie-inval in Laem Chabang, doen sommige importeurs valse aangifte bij de douane en worden containers met plasticafval gebruikt als dekmantel 
om elektronisch afval het land in te smokkelen. ‘Bij onze inspecties van het plastic bleek dat in 95 procent van de gevallen de regels werden overtreden en er niet aan de gestelde eisen was voldaan,’ aldus Banjong.

    Illegale fabriekjes

    Ondertussen zijn in de buurt van de haven van Laem Chabang de plastic verwerkende fabriekjes als paddenstoelen uit de grond geschoten, wat leidt tot klachten van de plaatselijke bevolking over verontreiniging. Iemand die deze fabriekjes – die niet allemaal honderd procent legaal zijn – in de gaten houdt, is Penchom Saetang, de vrouw die aan het hoofd staat van non-profitorganisatie Ecological Alert and Recovery Thailand. In de 
acht provincies rondom de haven telt zij meer dan 1300 bedrijfjes die zich bezighouden met recycling, stortplaatsen of de verwerking van elektronisch afval. ‘Recycling is een goed uitgangspunt en een lovenswaardig streven,’ zegt ze. ‘Maar als recycling zo mooi is, waarom willen Amerika, Europa, Korea en Japan het afval dan per se exporteren naar het buitenland?’
    Het is een vraag die steeds meer mensen stellen en waar de overheden in de regio een antwoord op proberen te bedenken. Toen in het voorjaar van 2018 de balen plastic zich ophoopten 
in de havens van Vietnam, liet het land weten niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ te willen worden. Er werden geen vergunningen meer afgegeven voor de import van papier, plastic, metaal en ander afval. Ook Maleisië probeert iets te doen aan de talloze 
illegale recyclingfabriekjes die overal 
in het land opduiken om het plastic te verwerken waarin China geen trek meer heeft.

    Minister Yeo Bee Yin liet in de herfst van 2018 weten dat de overheid de import van plasticafval gaat stilleggen.

    Greenpeace Unearthed [Greenpeace’ platform voor onderzoeksjournalisme] trof Engels recyclemateriaal aan op Maleisische stortplaatsen, waaronder recyclingzakken uit Londense wijken als 
Hammersmith, Fulham, Kensington en Chelsea.

    Veel van de fabriekjes die uit de grond zijn gestampt, staan voor alles wat er mis is binnen de industrie. ‘We hebben het wel over de “cowboys” binnen de bedrijfstak,’ zegt Max Craipeau, een Franse handelaar in plastic die in Hongkong woont. ‘Hun manier van zakendoen is verwerpelijk. In Zuidoost-Azië zijn die lui nu vrijwel allemaal failliet, omdat de overheid hun handel heeft stilgelegd.’ Dit soort ‘cowboyondernemingen’ weet maar al te vaak onder milieuvoorschriften uit te komen, vertelt hij, zoals de verplichting om het afvalwater te zuiveren. Om plastic te recyclen moet het materiaal worden gewassen, waarbij afvalwater vol giftige stoffen vrijkomt. Ook moet het plastic worden verhit om er korrels van 
te maken, en daarbij kunnen chemische stoffen en giftige gassen vrijkomen. In Thailand hebben dit soort schimmige bedrijfjes zich inmiddels de woede van de bevolking op de hals gehaald. Begin vorig jaar werden de politie-invallen live op tv uitgezonden, waarna er een landelijk debat op gang kwam over het plastic en de enorme toename van elektronisch afval: oude computeronderdelen, keyboards en 
telefoons.

    Smerige rook

    Midden in de cassavevelden van Thathan, aan de oostkust van Thailand, liggen blauwe teerdoeken die de bergen elektronisch afval nauwelijks aan het oog weten te onttrekken. Volgens de plaatselijke bevolking kwamen er vlak na Nieuwjaar vrachtwagens vol e-afval – een stuk of tien, twintig per nacht. In april 2018 begon de Chinees-Taiwanese eigenaar 
van het bedrijf, He Jia Enterprise, met het verbranden van plastic e-afval, om er koper uit te winnen. 
Er hing een dikke deken van smerige rook over het dorp en sommige inwoners werden duizelig. ‘Het was echt zo’n lucht die in je neusgaten blijft hangen en waarvan je dan last krijgt,’ zegt Panpuch Srithat, een dorpsbewoner die een klein zaakje heeft. Terwijl zij met ons praat, rijdt er een lange vrachtwagen vol snoeren door het dorp. ‘Ze halen spullen die niemand wil hebben ons land in,’ vervolgt ze. ‘Zij strijken alleen maar winst op. En wie draagt de verliezen? Ons land draagt de verliezen.’

    Elektronisch afval is veel giftiger dan het doorsnee huishoudelijk afval, omdat er verschillende schadelijke stoffen in zitten, waaronder zware metalen zoals lood. Maar de factoren die het mogelijk hebben gemaakt dat het e-afval zijn weg kan vinden naar de landen die het slechtst toegerust zijn om het veilig te verwerken, zijn dezelfde die het mogelijk hebben gemaakt dat Zuidoost-Azië vorig jaar is overspoeld met ongewenst plastic. Mensen die zich inzetten voor het milieu, zoals Puckett van het Basel Action Network, zien daarin het bewijs dat het wereldwijde handelssysteem heeft gefaald. ‘Dit kan allemaal als gevolg van de vrije handel, een systeem dat het mogelijk maakt dat je spullen aan boord van een schip laadt en ze ergens naartoe brengt waar de 
controle veel minder streng is,’ zegt hij.

    Het management van He Jia heeft naar eigen zeggen niets verkeerd gedaan. De fabriek is in april 2018 in andere handen overgegaan, nadat er veel protest was gekomen. Winaaithorn Rakkbuathong, de algemeen directeur, vertelt ons dat de fabriek zich aan alle milieuvoorschriften en handelswetten houdt. Hij ontkent dat de fabriek afvalwater in de grond heeft laten lopen, zoals de dorpelingen beweren, en zegt dat alle medewerkers beschermende kledij dragen, zoals brillen, maskers en handschoenen. ‘Ooit van het Verdrag van Bazel gehoord?’ zegt hij, met een beleefde glimlach en een knikje. 
‘Volgens dat verdrag is het toegestaan 
om afval te importeren en te exporteren.’

    ‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval’

    Maar de tekst van het Verdrag van Bazel luidt anders dan wat Rakkbuathong hier beweert. Volgens het verdrag, dat in 1989 is opgesteld om de handel in gevaarlijk afval te reguleren, kan e-afval alleen naar ontwikkelingslanden worden verscheept na toestemming van de betreffende landen. Maar er staat niets in het verdrag over de handel in plastic, en zowel in Thailand als elders op de wereld wordt steeds meer gediscussieerd over de vraag of de huidige maatregelen afdoende zijn. ‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval,’ zegt Surendra Borad Patawari, die aan het hoofd staat van de Gemini Corporation, een Belgisch bedrijf dat handelt in plastic en staal. ‘We zouden verplicht moeten worden na te gaan of de importeurs wel over de nodige faciliteiten beschikken om te recyclen.’

    Nieuwe regelgeving zal vermoedelijk niet lang meer op zich laten wachten: begin 2018 diende Noorwegen een voorstel in om bepaalde soorten plastic toe te voegen aan de lijst van materialen die onder het Verdrag van Bazel vallen. Als dat voorstel wordt aangenomen, zal het verschepen van bepaalde soorten plastic afval alleen mogelijk worden als de ontvangende landen daar van tevoren mee instemmen. Ola Elvestuen, de Noorse minister van Milieu, vertelt ons dat het verdrag zou moeten worden aangewend om ‘de stroom van problematisch afval beter onder controle te krijgen’ – en dan wereldwijd. ‘Er worden immense hoeveelheden plasticafval verhandeld, en daarvan is veel gemengd. Het is verontreinigd, het is afval dat niet of nauwelijks in aanmerking komt voor hergebruik; die stroom moeten we beter onder controle zien te krijgen,’ zegt hij.

    Het voorstel van Noorwegen heeft al steun gekregen uit meer dan twintig landen, al is de EU tegen, net als veel 
handelaren in afval. Volgens Adina Adler, hoofd internationale betrekkingen aan het Institute of Scrap Recycling Industries in Washington D.C., zou dit beleid een verstikkende uitwerking hebben op de handel. ‘Afval is geen troep, het is geen rotzooi, het is iets waardevols,’ zegt zij. ‘Als het voorstel van Noorwegen wordt aangenomen, kan dat een precedentwerking hebben en tot meer beperkingen leiden. Een groot deel van de ontwikkelingslanden beschikt niet over de middelen om te recyclen. Dus zullen ze het afval voor zover mogelijk verzamelen en dan verschepen naar een ander land.’ Er zijn mensen die een afvaloorlog vrezen, nu meer en meer landen de deuren sluiten voor het afval. ‘We leven in een tijd van toenemend nationalisme, en deze importverboden horen daarbij,’ aldus Tom Szaky, ceo van TerraCycle, doelend op de stappen die in Zuidoost-Azië zijn genomen.

    In de Catharijnesingel voor TivoliVredenburg verschijnt binnenkort een enorme plastic walvis, gemaakt van vijf ton zwerfval uit de oceaan bij Hawaii.
    In de Catharijnesingel voor TivoliVredenburg verschijnt binnenkort een enorme plastic walvis, gemaakt van vijf ton zwerfval uit de oceaan bij Hawaii.

    De gevolgen van het besluit van China om de grenzen te sluiten voor westers afval, worden langzaam maar zeker duidelijk. Een van de gevolgen is een hausse aan investeringen in de recyclingfaciliteiten in het Westen. Nu China niet langer het afval van de hele wereld in ontvangst wil nemen, verschuift het zwaartepunt weer meer naar de VS, Europa en Japan. ‘Op de lange termijn 
zal dat positief uitpakken, omdat we 
ons sterker zullen moeten richten op onze eigen recyclingfaciliteiten,’ zegt Karmenu Vella, de Eurocommissaris die het milieu in zijn portefeuille heeft. Hij schat dat er in 2025 250 sorteerfaciliteiten extra nodig zullen zijn, en 300 recyclefabrieken. Bedrijven die de benodigde machines maken, zitten in de lift en krijgen meer opdrachten dan ze aankunnen.

    Dezelfde trend is zichtbaar in de Verenigde Staten, waar veel van de investeerders Chinezen zijn. Omdat ze in China zelf niet langer in staat zijn te voldoen aan de vraag naar papierpulp of plastic korrels, kopen de grootste recyclingbedrijven van China papiermolens of recyclingfabrieken in de VS. Nine Dragons, de grootste papier- en kartonproducent van China, heeft onlangs aangekondigd twee papiermolens in de Verenigde Staten te kopen, en is van plan daar 300 miljoen dollar in 
te investeren. Andere Chinese recyclingbedrijven hebben geïnvesteerd in recyclingfabrieken in 
Georgia, South Carolina, Alabama en Kentucky.

    De nieuwe Chinese bepalingen dwingen Amerikaanse afvalhandelaars en producenten ook om meer van het vuile werk zelf te doen, teneinde te 
voldoen aan de hoge eisen waartegen China nog wel bereid is afval toe te laten. George Adams, ceo van SA Recycling, een van de grootste Amerikaanse handelaren in metaalafval, zegt dat hij onlangs een nieuwe productielijn heeft opgezet om aluminiumafval te wassen voordat het naar China gaat. ‘Je kunt van mijn aluminium eten, zo schoon is het,’ zegt hij. Op andere plekken vinden soortgelijke veranderingen plaats: de Recology-faciliteit in San Francisco heeft onlangs 3 miljoen dollar geïnvesteerd in een optische sensor die het aantal onzuiverheden in de balen kan terugbrengen. En wat de handelaren betreft: velen zijn failliet gegaan of hebben afscheid genomen van de bedrijfstak, maar een enkeling heeft duidelijk garen gesponnen bij de verandering. Zoals Craipeau, de handelaar die opereert vanuit Hongkong. Hij heeft zijn focus verlegd naar de verkoop van plastic korrels – die niet onder de afvalban vallen – aan China. ‘Van de ene op de andere dag heeft China zichzelf getransformeerd van ’s werelds grootste verwerker van plasticafval tot ’s werelds grootse importeur van plastic korrels,’ licht hij toe. De vraag naar plastic korrels is groter dan ooit, omdat de fabrikanten er nog altijd behoefte aan hebben. Craipeau werkt momenteel samen met een recyclingfabriek in Indonesië en hij heeft plannen om binnenkort nieuwe fabrieken te openen in Polen en de VS.

    Ondertussen hebben veel recyclingprogramma’s voor huishoudelijk afval manieren gevonden om door te gaan, zij het soms in een licht gewijzigde vorm. ‘Ik krijg wel een beetje hoofdpijn van dat gedoe met China,’ zegt Slager, de ceo van Republic Services. ‘Maar aan de andere kant ben ik zonder meer opgetogen, omdat het ons wakker heeft geschud en ons ervan heeft doordrongen dat er iets moet veranderen binnen deze bedrijfstak.’ Een van de prioriteiten, aldus Slager, is om de toevoer schoner te krijgen, dus ervoor te zorgen dat mensen geen vervuild afval meer in de vuilnisbak gooien.

    Wake-upcall

    Sinds de jaren vijftig heeft de wereld meer dan 6,3 miljard ton aan plastic afval geproduceerd, waarmee plastic een van meest aanwezige door de mens gemaakte materialen op aarde is, naast staal en cement. De helft van die hoeveelheid is in de laatste zestien jaar geproduceerd, toen gebruiksvoorwerpen van wegwerpplastic een hoge vlucht namen, zo valt te lezen in de wetenschappelijke publicatie Production, Use and Fate of All Plastics Ever Made. 
Volgens auteur Roland Geyer is het Nationaal Zwaard-beleid een wake-upcall. ‘Ik heb de indruk dat het hergebruik van plastic voor het importverbod van China nooit echt succesvol was,’ zegt hij. Want zelfs vóór het verbod werd maar 10 procent van al het plastic in de Verenigde Staten hergebruikt. ‘Iets meer ons best doen met recyclen is niet voldoende.’ Beleidsmakers zijn al tientallen jaren bezig de inzameling van herbruikbaar afval te stimuleren en ervoor te zorgen dat een steeds hoger percentage van het huishoudelijk afval een andere bestemming kan krijgen dan de stortplaats 
of de vuilverbrandingsoven. Maar er klinken steeds meer geluiden dat we onze aandacht beter kunnen verleggen.

    ‘We zijn niet erg succesvol geweest op het gebied van recycling. Na veertig jaar hebben we het nog steeds niet helemaal voor elkaar,’ zegt zeilster Ellen MacArthur, die de Ellen MacArthur Foundation heeft opgezet, een organisatie die zich inzet voor een afname van de hoeveelheid plasticafval. ‘Er moet een fundamentele verandering plaatsvinden,’ zegt ze. Het probleem schuilt in het patroon van lineaire consumptie, waaraan de consument wereldwijd gewend is geraakt: grondstoffen uit de aarde halen, die gebruiken en weggooien. Volgens haar schuilt de oplossing in een ‘circulaire economie’, waarin grondstoffen niet zozeer worden geconsumeerd, maar worden hergebruikt. Haar ogen beginnen te stralen als ze beschrijft hoe dat er in de praktijk zou kunnen uitzien. De schappen in de supermarkt, die nu vol staan met plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik, zouden een geheel andere aanblik bieden: eenvijfde van de verpakkingen zou herbruikbaar kunnen zijn, zoals een fles die opnieuw wordt gevuld. En de helft van de verpakkingen zou ontworpen kunnen worden met het oog op hergebruik.

    Een beter ontwerp van verpakkingsmateriaal zou een stap op de goede weg zijn, maar sommige mensen pleiten voor nog veel drastischere maatregelen. In de Recology-fabriek in San Francisco bekent Reed aan het einde van onze rondleiding dat hij na twintig jaar in deze branche een groot voorstander is geworden van ‘zero waste’. Hij gebaart naar een baal doorzichtige sandwichverpakkingen en zegt: ‘Ik koop al dat spul niet.’ In plaats daarvan slaat hij alles groot in en neemt hij zijn eigen flessen en zakken mee naar speciale winkels die voedsel en huishoudelijke producten per gewicht verkopen. Die manier van inkopen vindt al langere tijd navolging in Californië, en de laatste tijd ook in Europa. In Frankrijk en Italië is het aantal winkels dat niet-voorverpakte spullen verkoopt het afgelopen jaar enorm toegenomen. ‘Een van de belangrijkste lessen die we hebben geleerd van zero waste, is dat veel oplossingen zijn te vinden in het verleden,’ zegt Reed. ‘Vraag je eens af hoe het leven eruitzag in de tijd van je grootouders. Zij hadden geen wegwerpkoffiebekers, geen waterflesjes. En toch wisten ze in leven te blijven –uitstekend, zelfs.’

    Auteurs: Leslie Hook en John Reed

    CONTEXT: China treedt hard op tegen overtreders

    Per 1 januari 2018 verbood China de import van 24 soorten vaste afvalstoffen, waaronder karton, gemengd papier, sommige resten van de productie van ijzer en staal, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen, en acht soorten plastic, waaronder rollen verpakkingsplastic, polyethyleentereftalaat (pet) en polyvinylchloride (pvc). Per 31 december werden 32 soorten afval aan de lijst toegevoegd: auto- en scheepsonderdelen, houtafval, roestvrij staal, titanium en dergelijke. Vanaf 2020 mag geen enkele vaste afvalstof meer worden geïmporteerd, met uitzondering van afval dat onvervangbare stoffen bevat.

    De Chinese regering wil op die manier ‘tegemoet komen aan de bezorgdheid onder de bevolking en streven naar een groene ontwikkeling’, aldus het Chinese staatspersbureau Xinhua. Tegelijkertijd treedt de overheid streng op tegen overtreders, zegt het persbureau: in 2018 werden 718 verdachten gearresteerd 
die de bepalingen zouden hebben geschonden en werd 1,55 miljoen ton 
illegaal geïmporteerde vaste afvalstoffen in beslag genomen.

    Wereldbank
    Wereldbank

    Drijfscheiding

    Wat gebeurt als het afval uit de 
verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld?

    De details verschillen per regio en per regering, maar meestal komt het grofweg hierop neer: als het afval uit de verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld, wordt het gesorteerd in balen, die vervolgens worden verkocht, om te worden verwerkt tot iets anders. Een baal karton gaat naar een speciale papiermolen, waar het wordt gereinigd en vermalen tot papierpulp, dat wordt gebruikt om nieuw papier mee te maken. Het bedrijf dat het afval inzamelt, zal het op materiaal sorteren en sommige materialen – die van waarde zijn – verkopen aan handelaren, of aan fabrieken, waar een tweede ronde volgt van sorteren en reinigen. Vervolgens wordt het materiaal verkocht om verder te worden verwerkt, totdat het uiteindelijk bij de eindgebruiker komt: een producent die het materiaal gebruikt als basismateriaal voor een ander product.

    Plastic is een van de moeilijkste materialen om te recyclen. We maken in het dagelijkse leven gebruik van tientallen verschillende soorten plastic, en die moeten, voordat ze worden gerecycled, allemaal worden gescheiden. Nadat alles is gesorteerd, worden de balen naar een recyclingfabriek gestuurd, waar alles nogmaals wordt gewassen en gereinigd. En dan wordt het een stuk lastiger. Neem een plastic waterflesje, meestal gemaakt van pet, een van de waardevollere soorten plastic. Als de flessen in de fabriek komen, worden ze gewassen en in een chemisch bad gedompeld om de etiketten te verwijderen, waarna ze in stukken worden gehakt. Met behulp van drijfscheiding wordt het plastic van de doppen gescheiden van het plastic van de flessen. Aan het einde van het procedé heb je drie verschillende materialen over: dopscherven, flesscherven en etiketten. De laatste stap is om de scherven te ‘extruderen’, oftewel om te smelten tot korrels. Het kost energie om de scherven te verhitten, en ook kunnen er schadelijke stoffen bij vrijkomen, door de additieven in het plastic. Tot slot worden de korrels verkocht aan fabrikanten die ze als basismateriaal gebruiken. Het 
is mogelijk om dit allemaal op een milieuvriendelijke manier te doen: verantwoord omgaan met het afvalwater, de chemicaliën op verantwoorde wijze lozen 
en zorgen dat er geen giftige gassen vrijkomen. Als 
dat goed gebeurt, kost het minder energie en is het verbruik van natuurlijke bronnen lager dan bij het vervaardigen van nieuw materiaal. Maar als het niet zorgvuldig gebeurt, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. (FT)

    Bas Emmen
    Bas Emmen

    Nederland

    Afvalscheiding cruciaal 
voor verwerking

    In Nederland ontstaat jaarlijks een hoeveelheid afval van 60 miljoen ton. Bijna 80 procent daarvan wordt bewerkt voor hergebruik, de rest wordt verbrand of gestort. Volgens de laatst beschikbare gegevens (over het jaar 2016) blijkt de totale hoeveelheid afval in Nederland nog jaarlijks toe te nemen.

    In 2016 steeg de hoeveelheid gestort afval met 20 procent, de hoeveelheid gestorte bouwstoffen met 29 procent, 
de hoeveelheid verbrand afval met 3 procent, de hoeveelheid vergist en gecomposteerd gft-afval met 6 procent, en de hoeveelheid verwerkte grond met 16 procent. Alleen de hoeveelheid verwerkte baggerspecie daalde: met 1 procent.

    Scheiding van soorten afval is in het verwerkingsproces van cruciaal belang. Die scheiding verloopt niet overal even soepel. Zo werd in het Land van Cuyk in 2015 al 89 procent van het afval gescheiden, terwijl dat in de grote steden beduidend minder was: in Amsterdam nauwelijks 28 procent, in Den Haag 27 procent en in Rotterdam 24 procent.

    Gemiddeld ligt in Nederland het scheidingspercentage op 58 procent. Het streven is deze hoeveelheid volgend jaar op te krikken naar ten minste 75 procent.

    (360 Magazine)

  • China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    Begin dit jaar is China gestopt met het importeren van 24 soorten afval uit het Westen, die het vroeger recyclede. Zoals wordt aangekondigd in dit verhaal uit augustus 2017 wil het land zich meer gaan toeleggen op milieubescherming en het hergebruik van eigen afval.

    Op 28 maart 2005 verscheepte het Britse afvalverwerkingsbedrijf Grosvenor Waste Management in Kent duizend ton ‘schoon oud papier’, verdeeld over vijftig containers. Het schip vertrok vanuit de haven van Felixstowe en begon aan een lange reis over de Atlantische Oceaan en daarna via het Panamakanaal, met als eindbestemming China.

    Maar het enorme containerschip had nauwelijks 163 mijl afgelegd of het werd aangehouden door de Nederlandse politie. Na het openmaken van de containers constateerde deze dat die met vervuild en ongesorteerd afval waren gevuld, zoals plastic zakken, batterijen, blikjes en oude kleren. Het schip mocht zijn reis niet vervolgen en werd naar de haven van Rotterdam begeleid. [Toen Grosvenor in 2007 in Groot-Brittannië werd aangeklaagd wegens illegale export van niet-recycleerbaar afval, bekende het bedrijf schuld en betaalde een boete van 55.000 pond.] Deze verrassingscontrole opende de Chinezen voor het eerst de ogen voor de ‘commerciële bedoelingen’ van bepaalde individuen op het gebied van recycling van buitenlands afval.

    De affaire is inmiddels twaalf jaar geleden, maar het kat-en-muisspel gaat door: containerschepen met duizenden tonnen vast afval verlaten de havens en als ze bij de Chinese kust arriveren weten ze aan de waakzaamheid van de douaniers te ontsnappen dankzij valse verklaringen, door de frauduleuze lading achter andere producten te verstoppen of door de douane simpelweg te omzeilen.

    De import van bepaald vast afval is toegestaan op Chinees grondgebied. Dan gaat het om producten die transformeerbaar zijn tot industriële grondstoffen: gebruikt plastic, papier en karton, rubberproducten of slakken die overblijven na het smelten van edelmetaal. Maar ook afval dat niet geïmporteerd mag worden, mag zich in een warme belangstelling verheugen.

    Buitensporige winsten

    Volgens het Institute of Scrap Recycling Industries (ISRI), een overkoepelend orgaan van Amerikaanse recyclingbedrijven, importeerde China in 2016 het equivalent van 5,6 miljard dollar aan gebruikte metalen uit de Verenigde Staten. En 155.000 Amerikaanse banen zijn afhankelijk van de export van afval naar China, zegt Robin Wiener, de voorzitter van ISRI.

    China is momenteel de grootste importeur ter wereld van vast afval, met jaarlijkse volumes die overeenkomen met 56 procent van de wereldproductie van dit afval. In 2016 importeerde het land bijvoorbeeld 7,3 miljoen ton plastic, met een waarde van 3,7 miljard dollar.
    Deze gigantische commerciële mogelijkheden zijn koren op de molen van weinig scrupuleuze lieden. Volgens een onderzoek van een internationale organisatie zou er vanuit ontwikkelde landen elk jaar 50 miljoen ton gevaarlijk afval worden verscheept naar ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waarbij China het voornaamste slachtoffer is.

    Onderzoek door diverse media naar illegaal geïmporteerd afval in China heeft de volgende cijfers opgeleverd: hiervoor wordt 114 euro per ton berekend, waarvan 8 dollar voor de tussenpersoon. Na bijtelling van verdere kosten, met name de importheffingen, draaien de reële kosten per ton illegaal afval rond de 1000 à 1100 yuan (125 à 140 euro). En in gesorteerde vorm levert oud papier ongeveer 2000 yuan (250 euro) per ton op, plastic zoals water- en melkflessen tussen de 7000 en 10.000 yuan (900 à 1300 euro) en aluminiumproducten zoals blikjes rond de 4000 yuan (500 euro).

    In de sector van textielrecycling zijn de winsten nog buitensporiger. Chinese handelaren kopen illegaal geïmporteerd buitenlands afval voor tussen de 100 en 200 yuan per ton als het voornamelijk uit gebruikte kleren bestaat. Als het vervolgens goed is gesorteerd, kunnen ze het doorverkopen voor 2 yuan per kilo. En ook als je het arbeidsloon ervan aftrekt, blijft er nog een enorme marge over. Zelfs als bijna de helft van de oude kleren uiteindelijk niet verkoopbaar blijkt en eindigt in de vuilnisbak, weten deze handelaren over het algemeen hun inkoopprijs te vertienvoudigen.

    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images
    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images

    Hoe kunnen de verschillende schakels van deze illegale importketen bestaan? Hoe functioneert het allemaal?

    Op het gebied van vast afval kennen de ontwikkelde landen in Europa en Amerika sterk uiteenlopende regelingen, maar de controle op de export ervan kenmerkt zich over het algemeen door een zekere laksheid. Zo is de procedure om afval uit het Verenigd Koninkrijk te exporteren uiterst simpel.

    Stap 1: een vergunning krijgen (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Hoewel de Britse wet de export van vervuild afval als illegaal aanmerkt, is de export van ‘gemengd’ recycleerbaar afval geen enkel probleem. De bedrijven, die aan geen enkele speciale controle worden onderworpen, hoeven alleen maar het etiket ‘oud papier’ op de balen afval te plakken om gemakkelijk de benodigde vergunning te verkrijgen.

    Stap 2: een containerschip vinden (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Volgens statistieken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt wereldwijd 85 procent van de verhandelde goederen (in termen van waarde) over zee vervoerd. Gezien het tekort op de handelsbalans van de westerse landen met China is er aan schepen geen gebrek!

    Volle lading afval

    Een groot deel van de in China geproduceerde goederen wordt naar Europa of Amerika geëxporteerd, maar het gebeurt maar zelden dat een schip met een lading van gelijke waarde naar China kan terugkeren. Als deze schepen leeg terugvaren, is dat pure verspilling. ‘Het is gebruikelijk dat containerschepen met een volle lading afval naar China terugvaren,’ zegt Ben Bredshaw, de voormalige Britse staatssecretaris van Milieu.

    China heeft al lange tijd een groot overschot op de handelsbalans met de ontwikkelde landen (in 2017 was het overschot met de Verenigde Staten 246 miljard dollar en 127 miljard met de Europese Unie). Dit verklaart het ontstaan van een grijze zone van illegale afvaltransporten, om de containerschepen maar niet leeg te laten terugkeren.

    In China is het sorteerproces nog niet up-to-date en wordt er bovendien de hand mee gelicht. Zodoende zijn de kosten van het inzamelen en recycleren van afval hoog, een andere reden waarom de illegale afvalimport een hoge vlucht heeft genomen. Omdat de Chinese bevolking zich nog onvoldoende bewust is van het belang van afvalscheiding, zitten er veelvuldig huishoudelijke resten tussen het ingezamelde afval en zelfs weggegooide geneesmiddelen tussen het oud papier en de plastic voorwerpen. Bovendien hebben de kleine ambulante inzamelaars, die een belangrijke schakel zijn in de afvalverwerkingsketen, niet bijster veel kennis van sorteertechniek. Dat alles heeft directe gevolgen voor de kosten en de kwaliteit van de recyclage in China.

    Zoals we hebben kunnen constateren, is het kostbare en weinig herbruikbare karakter van het Chinese afval reden voor veel chemische bedrijven om liever met buitenlandse leveranciers in zee te gaan. ‘Het kost maar zo’n 1400 yuan om (legaal) een ton plastic te importeren dat aan de normen voldoet, tegen 5000 yuan voor een ton Chinees plastic,’ constateert een van onze ondervraagden verbitterd.

    Waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Op 27 juli 2017 heeft het directoraat-generaal van de Raad van Buitenlandse Zaken het ‘Plan voor het verbod op de import van bepaald afval en de bevordering van een hervormingssysteem voor de controle op vast afval’ gepubliceerd. Daarin werd het verbod voorzien, uiterlijk eind 2017, ‘op alle import van vast afval dat een belangrijk risico vormt voor het milieu en de volksgezondheid, zoals plastic huishoudafval, ongesorteerd oud papier, bepaalde textielsoorten en afval dat afkomstig is uit de productie van staal (dat met name vanadiumresten bevat). Eind 2019 wil China een eind hebben gemaakt aan de import van vast afval en die hebben vervangen door plaatselijke producten.’

    Maar waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Dit besluit laat zich vooral verklaren vanuit de wens om het milieu te beschermen, want degenen die zich bezighouden met de verwerking van illegaal geïmporteerd afval dragen onvoldoende zorg voor ecologische recyclage. Volgens ons onderzoek gaat het vaak om vervuilende bedrijven, die op een anarchistische wijze te werk gaan en de regels aan hun laars lappen. Soms hebben ze niet eens zuiveringsinstallaties en wordt de naaste omgeving ernstig vervuild door hun uitstoot. Ook kan het illegaal geïmporteerde afval schadelijke giftige substanties bevatten zoals bacteriën, waarmee het personeel van de betrokken bedrijven rechtstreeks kan worden besmet.

    Op 18 juli jongstleden heeft China de Wereldhandelsorganisatie officieel te kennen gegeven dat het vóór eind 2017 wilde stoppen met de import van 24 soorten afval van vier verschillende klassen. In de brief die aan de WTO werd gestuurd, meldde de Chinese minister van Milieu: ‘Wij constateren dat grote hoeveelheden vervuild en gevaarlijk afval worden vermengd met recycleerbaar vast afval, wat voor China ernstige milieuvervuiling met zich meebrengt. Om het milieu en de volksgezondheid te beschermen moet de lijst van vast afval waarvan de import is toegestaan dringend worden herzien en moet de export van het meest vervuilende vaste afval naar ons grondgebied worden verboden.’

    Auteur: Yuan Yuan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Guoji Jinrong Bao
    China | ifnews.com

    Dit financiële blad maakt deel uit van de Renmin Ribao (People’s Daily)-groep, het orgaan van de Chinese Communistische Partij.

    CONTEXT: Afvalverbod

    Sinds 1 januari verbiedt China de import van 24 categorieën vast afval, waaronder karton, ongesorteerd papier, bepaalde residuen van ijzer- of staalproductie, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen en acht soorten plastic, zoals folie, PVC en PET. Ook wordt de strijd tegen smokkelhandel opgevoerd door middel van meer douanecontrole en controle van recyclingbedrijven. Jarenlang heeft China zijn economische groei bevorderd met de massale import van afval, dat tot grondstoffen werd verwerkt. Maar nu het land met enorme milieuproblemen wordt geconfronteerd, wil het zijn sorteer- en recyclingketens verder ontwikkelen om de inhoud van zijn eigen vuilnisbakken te kunnen verwerken.

  • Chinese afvalsorteerders krijgen stank voor dank

    Chinese afvalsorteerders krijgen stank voor dank

    Honderdduizenden arme Chinezen vonden vanaf de jaren tachtig werk in de afvalrecycling. Sommigen werden er zelfs miljonair mee. Maar door dalende prijzen ligt de sector op zijn gat en zijn de sorteerders weer terug bij af.

    In de naargeestige straatjes van Beijing kom je rammelende driewielers tegen die zwaar beladen zijn met allerlei ‘gebruikte spullen’ 
en getooid met een groot kartonnen bord waarop in onbeholpen karakters ‘Afvalinzameling’ staat.

    Ook al kent Beijing al sinds de jaren vijftig afvalscheiding, de bewoners zijn er nog niet aan gewend. Vorig jaar produceerden de huishoudens in Beijing meer dan 7,9 miljoen ton afval en de hoofdstad wordt omringd door meer dan vierhonderd stortplaatsen. Elke dag beklimmen honderden mensen stinkende vuilnisbergen om met bekwame hand het afval te scheiden. Afvalrecycling is in de Chinese hoofdstad bijna volledig afhankelijk van deze bevolkingsgroep uit de provincies, die helemaal onder aan de maatschappelijke ladder staat. Met blote handen wroeten ze in het afval om recycleerbare voorwerpen te vinden die ze vervolgens voor enkele tienduizenden yuans [1 yuan = 0,14 euro] kunnen doorverkopen aan een afvalverwerkings- en behandelingsbedrijf.

    Tot dit leger van afvalsorteerders behoort de familie Zhou, afkomstig uit een dorpje in de buurt van Fuyang, in de provincie Anhui in Centraal-China. Twintig jaar geleden vestigde Zhou Shouyi zich op bijna vijftigjarige leeftijd met zijn gezin op een vuilstortplaats aan de zuidelijke rand van Beijing. Omdat hij wees was, kon hij in zijn dorp niet over landbouwgrond beschikken. Hij moest als metselaar werken om zo goed en zo kwaad als het ging zijn brood te verdienen. Eind jaren tachtig werd Shouyi’s linkerbeen verbrijzeld door een val uit een boom op een bouwplaats, zodat hij zijn werk verloor. Daarna, in 1995, verloor hij al zijn bezittingen bij een brand. Hij besloot zijn geluk in Beijing te beproeven.

    Shouyi vertrok met zijn vrouw en vier kinderen: zijn tweeling Bingyu en Bingqing, een achtjarige dochter van zijn jongere broer van wie haar ouders vanwege geldgebrek afstand wilden doen, en zijn zoon Bingjie, die op dat moment nog in de buik van zijn moeder zat. 
Op aanraden van iemand uit het dorp trok de familie Zhou naar het district Xihongmen, ten zuiden van de vijfde rondweg van Beijing, waar zich een immense vuilstort bevindt.

    Sloppenwijk

    Nadat hij zich had aangesloten bij 
het leger van afvalsorteerders in de hoofdstad, bouwde Shouyi op de stortplaats zelf een hut van resten plaatijzer, kapotte bakstenen en stukken hout die hij her en der had verzameld, net als al hun meubels en kleren. In dit krot werd hun zoon Bingjie geboren.

    De legers van afvalsorteerders streken begin jaren tachtig in de grote steden van China neer. Volgens een studie zou Beijing er wel 160.000 hebben geteld. Het merendeel was afkomstig uit de provincies Sichuan (in het zuidoosten), Henan (in het centrale oosten), Jiangxi (in het oosten) en Anhui. Vervolgens verdeelden deze afvalsorteerders zich op grond van hun geografische herkomst in diverse clans, die elkaar op leven en dood beconcurreren. 
Sommigen werkten zich dankzij 
de goudmijn die het afval kan zijn op tot ‘glaskoningen’, ‘plastickoningen’ 
en ‘ijzer- en aluminiumkoningen’, en werden miljonair. Anderen vestigden zich op grote stortplaatsen aan de rand van de stad, waarvan ze de grond dikwijls huren van productiebrigades van naburige dorpen. De percelen beslaan enkele vierkante kilometers en zijn 
opgedeeld in ontelbare bedrijfjes waar het afval wordt gescheiden en gerecycleerd.

    Van het tiental grote stortplaatsen rond de hoofdstad zijn er maar zeer weinige die over de vereiste vergunningen beschikken of zich tijdig hebben ingeschreven bij de Dienst Handel en Industrie. Deze dienst laat zich betalen voor de locatie en bekommert zich nauwelijks om de bescherming van het milieu. Ondanks het feit dat ze talrijke problemen veroorzaken (verstoring van de openbare orde, milieuvervuiling, vervalsing en het aanlengen van spijsolie), stellen de honderdduizend afvalsorteerders de overheid in staat jaarlijks enkele honderden miljoenen yuans te besparen op het verwerken van afval.

    Afvalsorteerders in Shanghai en in Beijing (onder) op hun kenmerkende driewielers. – © Getty
    Afvalsorteerders in Shanghai en in Beijing (onder) op hun kenmerkende driewielers. – © Getty

    Dankzij het harde werken van deze mensen is China uitgegroeid tot de grootste wereldmarkt voor recycling. Volgens statistieken van de Staatscommissie voor Ontwikkeling en 
Hervorming was in 2013 bijna de helft van het koper, meer dan de helft van het papier en bijna een derde van het aluminium in het land afkomstig van recycling van uit de Verenigde Staten en Japan geïmporteerd afval. Tussen de afvalkoninkrijken bestaat een strikte onderverdeling, en het zware en vuile werk is geen enkel beletsel om wat dan ook in te zamelen.

    Wang Weiping, vicevoorzitter van de Commissie Stedelijke Milieuzaken op het stadhuis van Beijing, houdt zich al meer dan veertig jaar bezig met de afvalverwerking in de hoofdstad. Tijdens de volksvergadering van de gemeente Beijing in 2016 legde hij uit dat de afvalsorteerders zich hebben opgedeeld in dertien clans, die zijn geconcentreerd in 82 ‘kampen’ van ongeveer tweeduizend huishoudens buiten de vierde rondweg. De grootste groep heeft de bijnaam ‘clan van Sichuan’ en bestaat uit ongeveer veertigduizend voormalige inwoners van de stad Bazhong. De tweede is die van Henan (zeventienduizend leden, voor het merendeel afkomstig uit het district Gushi). De samenlevingsregels tussen de verschillende clans zijn zeer strikt, en elke clan heeft zijn eigen werkterrein (glas, plastic, voorwerpen) waarvan niet mag worden afgeweken.

    Onderzoek van Wang Weiping heeft uitgewezen dat in 1999, toen Beijing 82.000 afvalsorteerders telde, deze bevolkingsgroep betrokken was bij meer dan 70 procent van de wetsovertredingen in de hoofdstad. ‘Als er niets viel in te zamelen, gingen ze stelen, en als ze niets konden stelen namen ze hun toevlucht tot geweld.’ Alles zamelden ze in: putdeksels, vangrails en zelfs elektriciteitskabels van de metro… 
ook al werden die nog gebruikt.

    Om een eind te maken aan deze chaotische situatie heeft Wang Weiping persoonlijk ontmoetingen georganiseerd met vertegenwoordigers van een tiental van deze clans. Ze kwamen tot de volgende afspraak: de clan van Sichuan zamelt huishoudelijk afval in, die van Henan zamelt voorwerpen in, die van Hebei houdt zich bezig met het recyclen van afval buiten de vierde rondweg en die van Jiangsu zamelt spijsolie in.

    Wat hij het meeste vreesde waren de leden van de ordedienst, bestaande uit eenvoudige burgers die in samenwerking met de overheid de openbare orde in de wijken handhaafden

    Zhou Shouyi, die zich onder aan de ladder van het systeem bevond, kon alleen maar datgene verzamelen wat de verschillende clans, de officiële diensten of de ongecontroleerde bendes hadden achtergelaten nadat 
ze eruit hadden gehaald wat er van hun gading was. Omdat hij zich moeilijk kon verplaatsen vanwege zijn 
geamputeerde linkerbeen, en omdat zijn vrouw aan verschillende kwalen leed, was het arbeidsvermogen van hun huishouden sterk afgenomen ten opzichte van dat van andere gezinnen. 
De beste oplossing was in de ogen van Shouyi om alleen kleinschalig te werken en geen lawaai te maken, verstopt tussen het afval. Toch schuimde hij soms met zijn bakfiets (nadat hij zijn prothese had aangedaan) woningblokken af om voorwerpen te zoeken die op straat waren gezet. Om toegang te krijgen tot de plekken waar het afval van een bepaald blok werd ingezameld en gescheiden, moest hij elke maand een geldbedrag betalen aan vertegenwoordigers van de plaatselijke reinigingsdienst. Bijna duizend afvalinzamelingsstations voor woonblokken in Beijing zijn volgens contract aan een kleine groep inzamelaars vergeven.

    Met de nadering van de Olympische Spelen van 2008 kregen Shouyi en zijn gezin de kans de stortplaats te verlaten, omdat er een woningblok zou worden gebouwd. Er werd hun geld geboden om naar een fatsoenlijker woning te verhuizen. Maar Shouyi weigerde.

    Zijn vrouw en hij hadden geen tijdelijke woonvergunning voor Beijing, 
en ze hadden meer kinderen dan volgens de geboortebeperkingsregels was toegestaan; ze stonden dus niet ingeschreven bij de gemeente en Shouyi was bang dat ze zouden worden teruggestuurd naar hun geboortedorp als men daarachter kwam. Maar wat hij het meeste vreesde, net als de andere afvalsorteerders, waren de leden van de ordedienst, bestaande uit eenvoudige burgers die in samenwerking met de overheid de openbare orde in de wijken handhaafden. Zij deelden lukraak boetes uit van soms wel enkele honderden yuans, vooral tijdens de periode van ‘zware repressie’ die aan de Olympische Spelen voorafging.

    Wat hem ook zorgen baarde, was dat hij ‘werkloos’ zou kunnen raken als hij op een aangenamer plek ging wonen. Voor Shouyi ging er niets boven de smerige en stinkende stortplaats waar hij discreet kon leven en een karige boterham kon verdienen. Het was hun fort.

    Toch is de schoolopleiding van de kinderen altijd een grote zorg voor de familie Zhou geweest. Shouyi zelf kent maar enkele karakters, terwijl zijn vrouw volledig analfabeet is. Maar hoe moesten ze schoolgeld betalen als ze met het sorteren van afval maar net de touwtjes aan elkaar konden knopen? Bovendien waren ze niet welkom in Beijing.

    In 2002 stond geen van hun vier kinderen bij de burgerlijke stand ingeschreven, zodat ze nog steeds niet naar school konden gaan, terwijl hun oudste (geadopteerde) dochter vijftien was, hun tweeling negen en hun zoon zeven. Drie jaar later besloot hun oudste dochter werk te gaan zoeken. Iemand had haar aangeraden naar de provincie Hebei te gaan. Waar precies? Om wat voor werk te doen? Haar familie had geen idee. Sinds haar vertrek hoorden ze nooit meer iets van haar. Ze probeerden de autoriteiten te waarschuwen, maar omdat hun dochter niet was ingeschreven bij de burgerlijke stand, werd hun aangifte niet in behandeling genomen.

    © Getty
    © Getty

    De tweeling, met alleen maar een basisschoolopleiding, was gedwongen om zwaar, gevaarlijk en slecht betaald werk te accepteren. In november 2011 kregen ze hun eerste officiële baantje als kwaliteitscontroleurs in een fabriek voor elektrische materialen in het district Daxing. De fabriek stond in een afgelegen gebied en werd in de winter niet verwarmd. De twee zusjes werkten twaalf uur per dag, met soms nachtdiensten, voor een salaris van 1600 yuan [220 euro], een schamele beloning voor alles wat ze te verduren kregen.

    Toen de tweeling jonger was, was een van hen, Bingqing, gewond geraakt aan haar rug doordat een vriendje op de basisschool een stoel naar haar had gegooid. Omdat ze in haar nieuwe baan twaalf uur achter elkaar keihard moest werken, kreeg ze vreselijke rugpijn. Toen ze niet meer kon, ging ze naar het ziekenhuis, waar röntgenfoto’s werden gemaakt die haar 3000 
yuan [410 euro] kostten. Maar die foto’s alleen vond de arts nog niet genoeg; 
hij gelastte een MRI-scan. Bingqing, die beducht was voor de kosten, probeerde hem om te praten. ‘Dat kan ik echt niet betalen. Zijn die foto’s niet genoeg?’ Maar de arts bleef onverbiddelijk en uit angst te veel uit te geven staakte Bingqing uiteindelijk de behandeling, wat haar bitter stemde.

    Bingyu moest ondertussen elke dag aandachtig naar de passerende onderdelen kijken. Korte tijd later kreeg ze een oogaandoening. De zusjes hielden het ondanks alles drie jaar vol en verlieten de fabriek pas in 2014, toen ze het werk fysiek niet meer aankonden.

    Zhou Shouyi, die momenteel 68 is, heeft zelf ook steeds vaker gezondheidsproblemen: hij is al diverse keren flauwgevallen tijdens het afval sorteren. De gezondheid van zijn vrouw is nog sneller achteruitgegaan; ze heeft het vaak benauwd en valt ook regelmatig flauw. Omdat haar gezichtsvermogen achteruit is gegaan, zitten haar handen vol littekens van brandwonden, veroorzaakt door kokend water dat ze eroverheen heeft gekregen. Maar ze weigert naar de dokter te gaan, omdat ze net als haar dochter bang is dat ze veel geld voor de geneesmiddelen moet betalen.

    Ontmanteling

    Vorig jaar, vóór het Chinees Nieuwjaar, nam Bingqing een dag vrij om haar vader te helpen tijdens zijn laatste afvalinzamelingsronde. Na een dag werken hadden ze nog geen 100 yuan [14 euro] verdiend, en Shouyi begreep dat hij zo niet langer door kon gaan. Tussen de SARS-epidemie van 2003 en de Olympische Spelen van 2008 kende hij in zijn beroep een gouden tijd, maar de laatste jaren was de overheid begonnen met de ontmanteling van grote recyclinglocaties. Bovendien nam in 2015 de vraag aanzienlijk af door de crisis in de maakindustrie en kelderden de afvalprijzen. ‘Wij staan helemaal onder aan de industriële ladder. Nadat we alles hebben gegeven, kunnen we ophoepelen!’ constateert een bittere Shouyi.

    De situatie is nog erger voor andere sorteerders, zoals die uit Gushi, concurrenten die Shouyi altijd erg benijdde. Terwijl hij voor zijn woning in een rij barakken in Dongxiaokou staat, 
kijkt meneer He, een inzamelaar, naar het braakliggende terrein dat zich voor hem uitstrekt en vraagt zich af of hij Beijing, waar hij toch meer dan tien jaar heeft gewoond, niet moet verlaten.

    Dongxiaokou ligt buiten de vijfde rondweg van Beijing en stond bekend als het ‘afvaldorp’, vooral bewoond door mensen uit Gushi in de provincie Henan. In de gouden tijd werd er afval ingezameld en gescheiden op een immens terrein van meer dan 33 hectare, waar enkele tienduizenden mensen elektronische en elektrische apparaten verwerkten die door Beijing waren afgedankt.

    In alle jaren dat hij in Dongxiaokou woont, heeft meneer He de activiteit zien afnemen. Vroeger bedroeg de maandelijkse huur voor een locatie 5000 yuan [690 euro] en kon je wel 10.000 yuan [1370 euro] per maand verdienen, maar tegenwoordig verdien je hooguit 3000 yuan [410 euro] als magazijnbediende in het naburige dorp, dat nog niet met de grond gelijk is gemaakt. Volgens meneer He ‘ligt de sector volledig op zijn gat’.

    Op hun drieëntwintigste hebben Bingyu en Bingqing allebei een vriendje (bezorgers van thuismaaltijden). Maar hoeveel ze ook van hen houden, ze zijn niet van plan met hen te trouwen

    De familie Zhou weet heel goed dat de afvalprijzen zijn gedaald: de prijs van een plastic waterfles (3 eurocent) is gedaald tot eenderde; glas brengt minder dan 20 yuan [2,75 euro] per 50 kilo op, terwijl de prijs van polyester met een hoge dichtheid is gekelderd tot 2 yuan [28 cent] per kilo, tegen vier keer zoveel vroeger.

    Maar Wang Weiping van de Commissie Stedelijke Milieuzaken is bang dat door het vertrek van deze kleine sorteerders uit Beijing de particuliere afvalinzamelingsbedrijfjes failliet zullen gaan, dat de plastic-, staal- en papierfabriekjes 
in de naburige provincie Hebei hun deuren zullen sluiten en dat de hoeveelheid te verwerken afval van Beijing aanzienlijk zal toenemen en voor ernstige problemen zal zorgen.

    Zoals Bingqing al lang geleden besefte, kon haar vader vroeger nog een klein beetje geld verdienen door vuile handen te maken als sorteerder, maar zal dat voor haar generatie niet langer weggelegd zijn. Beide zusjes hebben inmiddels een baan gevonden bij een fastfoodrestaurant in het district Changping, ten noorden van Beijing, op 80 kilometer van hun ouders. Ze verdienen 
er een mager salaris en hebben het zo druk dat ze vaak maar één keer per dag kunnen eten. Bingjie is toegelaten op een middelbare school in Beijing en zijn zusjes hebben maar één doel voor ogen: genoeg geld verdienen om zijn schoolgeld van 16.000 yuan [2200 euro] per jaar te kunnen betalen.

    Op hun drieëntwintigste hebben Bingyu en Bingqing allebei een vriendje (bezorgers van thuismaaltijden). Maar hoeveel ze ook van hen houden, ze zijn niet van plan met hen te trouwen. Want als ze een huwelijk sluiten met iemand die in dezelfde financiële omstandigheden zit als zijzelf, zullen ze nooit het maximale kunnen doen om hun kleine broertje te helpen. En waar zouden hun kinderen moeten wonen en naar school gaan? Ze willen er liever niet aan denken.

    Auteur: Zhao Han
    Vertaler: Peter Bergsma

    (Op verzoek van de betrokkenen zijn de namen van de familie Zhou gefingeerd.)

    Duanchuanmei
    Hongkong | theinitium.com

    Onafhankelijke nieuwssite voor de Chinezen van het vasteland. Waar de censuur niet bij kan komen.

  • Goud maken uit afval

    Goud maken uit afval

    De funeste levenscyclus van plastic moet doorbroken worden, vindt de Canadese milieuorganisatie Ocean Legacy. Daarom stelde men zich een ambitieus doel: 20 ton plastic afval – een hoeveelheid ter grootte van een blauwe vinvis – volledig recyclen.

    Op een zonnige middag in september vaart een grote sloep vol oceaanafval de haven van Delta in Brits-Columbia binnen. Schuimrubber, plastic flessen, rafelig touw: tweehonderd enorme witte bouwzakken vol met alle rotzooi die door tientallen vrijwilligers op de stranden van Vancouver Island is geraapt.

    ‘Jammer dat daar geen goud in zit,’ roept iemand vanaf de wal.

    ‘Wacht maar af,’ roept Chloé Dubois vanaf het dek terug. ‘Dat wordt het wel.’

    Dubois is de directeur van Ocean Legacy, een van de organisaties die in de zomer van 2016 meededen aan wat al de grootste schoonmaakoperatie in Canada is genoemd. Ze praat met grote bevlogenheid over plastic – iets wat de meeste mensen elke dag weggooien.

    Ik heb de vorige maand meegedaan aan de schoonmaakactie van Ocean Legacy in het Brooks Peninsula Provincial Park, waar ik Dubois twaalf uur per dag druk in de weer zag: schuimrubber sorteren, grote slingers van boeien door het hete zand sleuren en rondsjouwen met zulke enorme zakken vol plastic flessen dat ze er met haar anderhalve meter bijna onder verdween. En alles in het volle besef dat de stranden die zij schoonmaakt binnen een week weer vol met zwerfvuil liggen.

    Die schoonmaakactie was gefinancierd met wat nog resteerde van een subsidie van 1 miljoen Canadese dollars [700.000 euro] van Japan, bedoeld om afval van de tsunami op te ruimen. Maar ook zonder tsunami drijft er al genoeg plastic in zee rond. Ocean Legacy schat dat slechts een derde van wat zij verzamelen afkomstig is van de ramp uit 2011. Wereldwijd lozen landen die aan zee liggen jaarlijks 4,8 tot 12,7 miljoen ton plastic in de oceaan. Maar Canada, het land met de langste kustlijn ter wereld, kent weinig subsidies of reguliere voorzieningen om alles wat aanspoelt op te ruimen. Het plastic blijft op de kust liggen en valt uiteen in steeds kleinere delen die door dieren worden opgegeten of insecticiden, vlamvertragers en andere gifstoffen in het milieu verspreiden.

    Milieuorganisaties zien zich vaak genoodzaakt het zongebleekte, broze plastic dat ze verzamelen uiteindelijk naar de vuilstort te brengen. Maar Ocean Legacy, drie jaar geleden door Dubois en haar partner James Middleton opgericht, neemt daar geen genoegen mee. Hun ambitieuze doelstelling is om de twintig ton afval die ze deze zomer hebben geraapt volledig te recyclen. Om te bewijzen dat plastic afval weer waarde kan krijgen en de funeste levenscyclus van plastic, van fabriek naar oceaan, te doorbreken. Anders blijft er steeds nieuw afval aanspoelen en wordt het schoonmaken van de kust echt de sisyfusarbeid die het nu al lijkt te zijn. Als het hun lukt, leveren ze de grootste alchimistische prestatie die de wereld ooit heeft gezien: goud maken uit afval.

    © OceanLegacy
    © OceanLegacy

    Hoge eisen

    Op een treurig industrieterrein in Vancouver zie ik één loods waar de openstaande deur is vastgezet met een verweerde zeeboei.

    ‘Hoe gaat het?’ vraag ik de langharige man die daar koffie zit te drinken.

    ‘Ik kan geen flessendop meer zien,’ zegt hij.

    Dit is Eric McGillveray, de technische man bij Ocean Legacy. Iedereen noemt hem Dexter, naar de tekenfilmserie Dexter’s Laboratory, omdat hij net als die maffe uitvinder helemaal in zijn element is in het halfdonker van, bijvoorbeeld, de machinekamer van de trawler vol afval in de haven van Delta. Maar op dit moment heeft de organisatie meer behoefte aan mankracht dan aan technische expertise. Na aankomst van de trawler heeft cosmeticafabrikant Lush de organisatie vorige maand deze loods ter beschikking gesteld om het afval in te sorteren. Ocean Legacy heeft beloofd om behalve het door henzelf verzamelde afval ook alles te recyclen wat is verzameld door drie andere organisaties: de Sail and Life Training Society, de Surfrider Foundation en de Nuu-chah-nulth Tribal Council. En nu hebben Dubois en haar mensen nog maar twee weken om een berg afval ter grootte van een blauwe vinvis geschikt te maken voor recycling.

    Wat niet veel mensen weten: recyclebedrijven stellen hoge eisen aan afval. Ze zijn vaak gespecialiseerd in de verwerking van huishoudelijk afval en bang dat hun hypermoderne apparatuur schade oploopt door wat er allemaal tussen dit oceaanafval zit. Bovendien moet je weten welk plastic je in huis hebt, en de in het plastic gedrukte recyclingcode die dat aangeeft is door het zeewater meestal weggesleten. De meeste recyclingbedrijven hebben dus niet de apparatuur, de tijd of de financiële prikkel om dit laagwaardig afval te verwerken. ‘Iedereen roept steeds nee, nee, nee,’ zegt Dubois.

    ‘We moeten ons nu even vastbijten in deze klus. Dan krijgen we daarna weer een leven’

    Daarom zitten Dubois, McGillveray en Middleton elke dag van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds in de loods, waar ze zak na zak op de grond uitstorten en met de hand sorteren. ‘Zolang we nog geen robots met kunstmatige intelligentie hebben die net zo goed kunnen kijken en voelen als wij, moet alles met de hand,’ zegt McGillveray. Vooral aan doodgewone plastic flessen heeft hij inmiddels een broertje dood. Onderop staat een driehoekje met het cijfer 1, de code voor polyethyleentereftalaat, beter bekend als PET. Maar de dop van de fles heeft code 5, voor polypropeen. Voor de recycling moet PET van polypropeen worden gescheiden, om nieuw homogeen plastic te maken dat je zo duur mogelijk kunt verkopen. Maar mensen blijken er enorm bedreven in te zijn om de dop muurvast te schroeven op hun lege fles. Ondertussen hopen de zakken met mysterieus veelkleurig schuim zich op. Als ze daar geen afnemer voor vinden, halen ze hun doelstelling van volledige recycling niet.

    Na vier dagen sorteren laat Dubois me zien hoever ze zijn. Ze hebben in de loods achttien vakken, allemaal met een bordje waarop geschreven staat welk materiaal daar ligt: rubber, metaal, glas, schuim, tassen, boeien, enzovoort. In één vak liggen alleen maar schoenen, veelal van slachtoffers van de Japanse tsunami in 2011 (een van de redenen waarom Dubois kwaad wordt als mensen het plastic in de oceaan als ‘vuilnis’ betitelen). Sommige vakken, zoals die met schuim en boeien, zijn weer in kleinere vakken onderverdeeld: voor vies schuim, gemengd schuim en schoon schuim, of goede boeien, kapotte boeien en boeien van kurk.

    Dubois en haar team zoeken al jarenlang naar experimentele recyclebedrijven die zich wel aan oceaanafval willen wagen: bedrijven als Lush en Adidas en fabrieken in het naburige Coquitlam en Ohio. Maar daarvoor moeten ze homogene partijen plastic aanleveren, dat door die bedrijven kan worden verdampt tot diesel, omgesmolten tot cosmeticaflesjes of verwerkt tot textiel voor schoenen.

    ‘We moeten ons nu even vastbijten in deze klus. Dan krijgen we daarna weer een leven,’ zegt Dubois, terwijl haar ogen door de loods dwalen. Ze trekt een zak gemengd schuim open en kijkt naar de blauwe, roze en lichtbruine brokken. Hiervoor hebben ze nog steeds geen afnemer. ‘Dit belandt misschien toch op de vuilstort,’ zegt ze op spijtige toon. Een paar dagen geleden heeft McGillveray de voicemail ingesproken van een chemisch ingenieur met een oude, schijnbaar dode website waarop hij schrijft over zijn systeem voor het recyclen van gemengd schuim. Waarschijnlijk levert het niks op, maar niet geschoten is altijd mis. Overal in de loods liggen hoopjes piepschuim, flessen en touw, en ze hebben nog maar negen dagen om alles uit te zoeken.

    Dure grap

    Als ik zes dagen later weer langskom, lopen zestig schoolkinderen als ijverige mieren met enorme brokken wit piepschuim rond. De nieuwszender Global News heeft in het weekend aandacht aan de actie besteed en dat heeft tientallen nieuwe vrijwilligers opgeleverd. Dubois vertelt over een Japans stel dat op de koude betonnen vloer heel geduldig schuimkorrels uit een berg aarde zat te pikken. Ocean Legacy ligt ineens drie dagen voor op schema. Na de rust van vorige week is het nu een drukte van belang. Kinderen die op vuilnisvaten roffelen, flessenverzamelaars die af en aanlopen met hun karretje, nieuwe vrijwilligers die zich komen melden. De enorme afvalberg is opgedeeld in keurige hopen die klaar zijn voor verwerking. Zelfs het lastige gemengd schuim komt misschien nog goed terecht: de chemisch ingenieur heeft teruggebeld dat hij binnenkort komt kijken.

    Dubois zit op haar knieën de laatste zak uit te zoeken. Ondanks al het goede nieuws is ze somberder dan anders, haar stem klinkt mat. Dit is in het driejarig bestaan van Ocean Legacy de eerste keer dat ze proberen om werkelijk ál het verzamelde afval te recyclen, en dat blijkt een dure grap. De organisatie drijft op donaties, de leden van het team doen in de loop van het jaar allerlei klusjes om rond te komen. Maar de schulden hopen zich op en hun spaartegoed slinkt zienderogen. Al hun tijd gaat hierin zitten. ‘James en ik nemen de extra kosten voor onze rekening,’ zegt Dubois. Zoals een duur onderdeel voor de boot, toen die panne kreeg en het werk even stillag.

    Terwijl ze aan het werk is, komt Middleton langs met een rekening van 45 dollar voor een lading verroeste cilinders en ander afval dat niet kon worden gerecycled en naar de vuilstort moest. Weer een rekening erbij. Ze hadden vanaf het begin al zo’n vermoeden dat het niet zou lukken om echt álles te recyclen.


    Eén dag voor de deadline is Dubois weer monter als altijd. De berg wit piepschuim is verscheept naar Coquitlam, waar het zal worden verwerkt in gevelbeplating. Drie ton gemengd plastic staat in vierkante pakketten klaar om te worden vervoerd naar een fabriek in Ohio waar ze plastic verdampen tot brandstof. Lush koopt de PET-flessen en het harde plastic om er nieuwe cosmeticaverpakkingen van te maken. En Dubois is opgetogen over een subsidieaanvraag die ze gaat indienen. Als die wordt toegewezen, kunnen ze een apparaat aanschaffen om zelf plastic te reinigen en te vermalen, zodat ze het kunnen verkopen. Dan komt hun ideaal om plastic in goud te veranderen weer een stapje dichterbij.

    Rond één uur die middag komt de chemisch ingenieur Kambiz Taheri, een keurig geklede man, naar het gemengd schuim kijken – het ‘laatste grote vraagteken’ volgens Middleton. Als hij dat afneemt, hebben ze van de twintig ton afval in totaal nog geen halve ton naar de vuilstort gebracht. Taheri zegt dat het roze en blauwe schuim gescheiden moet worden van het karamelbruine urethaan waarin hij zich specialiseert: daar kan hij een bruikbare chemische vloeistof aan onttrekken. Hij zegt dat hij dat urethaan wel wil hebben en helpt ze aan de naam van een ander bedrijf dat het roze en blauwe schuim kan afnemen. Gejuich van Dubois, Middleton en McGillveray: ze zijn dolblij, en doodop.

    Buiten jagen felle regenvlagen over het parkeerterrein: het staartje van de tyfoon Songda die over de Stille Oceaan raast en weer massa’s plastic naar de kusten drijft.

    Auteur: Laura Trethewey
    Vertaler: Frank Lekens

    Hakai Magazine
    Brits Colombia | hakaimagazine.com

    Dankt zijn naam aan een natuurgebied bij Vancouver. Het specialiseert zich in kustgebieden, ‘waar bijna de helft van de wereldbevolking woont’.