Tag: akademik loffe

  • Een cruise naar het einde van de wereld

    Een cruise naar het einde van de wereld

    De cruise-industrie groeit als kool, zelfs op de noordpool. Zo vaar je met de Akademik loffe acht dagen lang door de met ijs bedekte wateren van de Noordwestelijke Doorvaart. De plaatselijke Inuitbevolking ziet de toeristen met gemengde gevoelens komen.

    De zeevogels in de Straat Davis zijn niet gewend aan het geluid van wapens. Wanneer op een koude, heldere middag in augustus de schoten over het water echoën, reageren de rondcirkelende meeuwen nauwelijks op alle onbekende commotie – geen gealarmeerd gekrijs en geen wild geklap met vleugels. In plaats daarvan blijven de vogels rustig boven het ranke, witte schip in hun midden zweven.

    Onder hen, op het achterschip van de Akademik loffe, staat een handjevol mannen in donskleding en Gore-Tex, in een slordige halve cirkel, allemaal met een 12 kaliber halfautomatisch geweer over de schouder. De loffe is een in Finland gebouwd schip, oorspronkelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek, dat nu in Russische handen is en is omgetoverd tot een 117 meter lang cruiseschip dat wordt verhuurd. Het schip biedt plaats aan honderdtwee passagiers, en een crew van een stuk of zestig man, bestaande uit reisleiding en bemanning. Er is een eetzaal, een bar, een bibliotheek, een cadeauwinkel, een ziekenboeg, een bescheiden gym, een sauna en een bubbelbad in de open lucht.

    Morgen zal het schip de oostelijke grens bereiken van Canada’s afgelegen Arctische Eilanden. Vanaf daar zal het schip acht dagen lang in westelijke richting varen, door de met ijs bedekte wateren van de beruchte Noordwestelijke Doorvaart. Telkens wanneer de passagiers van de loffe voet aan wal zetten op een eilandje op de noordpool, gaat er een gewapend escorte mee. In het land van de ijsbeer kun je geen risico’s nemen.

    Legendarische doorgang

    Jimmy MacDonald, een ervaren hydroloog en gids, die de vorige dag een praatje heeft gehouden voor de passagiers over het onderzoek naar ijsformaties, richt zijn wapen op het water voor de boeg. Pang, klik-klik, pang, klik-klik, pang! De zee slokt de kogels binnen enkele tellen op, de golven vlakken al snel de rimpelingen uit.

    Misschien zijn schietoefeningen niet het eerste waaraan je denkt bij een cruise – maar de Noordelijke IJszee is dan ook geen doorsneevakantiebestemming. Desondanks zetten elk jaar meer en meer kleine cruiseschepen koers naar het gebied, en de Noordwestelijke Doorvaart – de legendarische doorgang waar honderden ontdekkingsreizigers het leven hebben gelaten – oefent een ongekende aantrekkingskracht uit.

    De Noordwestelijke Doorvaart bestaat niet uit één enkele doorgang. Het is de verzamelnaam van een reeks zee-engten en zeestraten die in een bepaald seizoen bevaarbaar zijn. Ze kronkelen tussen de 36.563 Canadese Arctische Eilanden door en verbinden zo de wateren van de Davis Straat in het oosten met de Beaufortzee in het westen. De eilanden vormen een van de meest onontgonnen en afgelegen gebieden op aarde. Op de bijna anderhalf miljoen vierkante kilometer – bijna het oppervlak van Mongolië – wonen nog geen twintigduizend mensen.

    De meeste eilanden maken deel uit van het Canadese territorium Nunavut, dat in 1999 onafhankelijk werd van zijn oudere, westelijke buur, de Northwest Territories. Nunavut betekent ‘ons land’ in het Inuktitut, de taal die van oudsher in het gebied wordt gesproken, en het ontstaan van het territorium was het resultaat van vele tientallen jaren onderhandelen tussen Inuitleiders en de Canadese overheid.

    Een Inuit-dorp in Nanavut, Canada. – © Hollandse Hoogte
    Een Inuit-dorp in Nanavut, Canada. – © Hollandse Hoogte

    De Inuit [de naam waarmee eskimo’s in Groenland en Canada zichzelf aanduiden] hebben een oude cultuur, maar Nunavut is een jonge jurisdictie: de mensen zeggen dat ze in de afgelopen jaar ‘vanuit hun iglo het internet op zijn geslingerd’. Het groeiende aantal schepen dat het gebied aandoet trekt passagiers met het spannende verleden van het territorium, de adembenemende natuur, de wilde dieren en de eeuwenoude tradities van de bevolking. Maar de schepen bezoeken gemeenschappen die hebben gezien hoe zich in een onvoorstelbaar tempo veranderingen voltrokken – en nog altijd voltrekken.

    De passagiers van de loffe, allemaal gestoken in een rood regenpak, gewapend met een telelens als een bazooka, en onder gewapend escorte, zijn getuige van enkele van die veranderingen – die ze tegelijkertijd zelf belichamen.

    Pond Inlet, een Inuitdorp, lijkt op te rijzen uit het water. Op de glooiende heuvels zie je vervaalde huizen en lage overheidsgebouwen, met daarachter weer nieuwe rijen huizen en gebouwen. Er slingeren een paar onverharde wegen tussendoor, en er zijn enkele vissersboten het kiezelstrand op getrokken.

    Overal zie je terreinwagens en kinderen die op hun fietsje rondscheuren. Achter het laatste gebouw begint de kale, boomloze woestenij, die zich uitstrekt tot de zwartblauwe schaduwen van de bergen in de verte.

    Het overwegend Inuitdorp (ook wel Mittimatalik genoemd), heeft zo’n vijftienhonderd inwoners, en de Engelse naam is ontleend aan de inlet, de baai waaraan het is gelegen; een smalle waterweg die de noordelijke kust van het immense Baffineiland scheidt van een kleiner eiland met gletsjer.

    Een Barbie die ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een bloederige, afgehakte walvisstaarten in de laadbak

    De loffe vaart de baai in en gooit het anker uit op een heldere, besneeuwde ochtend in augustus, omgeven door steile bergtoppen met kronkelige, blauwe tongen van smeltwater in de valleien ertussen.

    Geen van de stadjes en dorpen van Nunavut, die oorspronkelijk nederzettingen werden genoemd, zijn over de weg bereikbaar. Vele liggen ten noorden van de poolcirkel en het zijn allemaal nietige stipjes die getuigen van menselijke aanwezigheid in een immense, ruige wildernis. Er lopen geen telefoonlijnen, glasvezelkabels of pijplijnen naar het zuiden. De gehuchten zijn afhankelijk van dieselgeneratoren, de brandstof is opgeslagen in tanks die worden geleverd door een schip dat de gehuchten aandoet in de krappe ijsvrije periode tussen eind augustus en begin september. De enige toegang tot internet, televisie en telefoonverkeer wordt geleverd door satelliet- en microgolfsignalen; in de grotere plaatsen is inmiddels mondjesmaat mobiel bereik.

    Grote goederen worden over zee getransporteerd, maar alles wat in de winkels ligt is tegen schrikbarende prijzen per vliegtuig aangevoerd. Jagen en vissen blijven de voornaamste bezigheden – en dan gaat het niet alleen om vierpotige landdieren als de kariboe. Het betreft ook de omstreden jacht op dieren die in zee leven: zeehonden, walvissen en ijsberen.

    Voor een buitenstaander zijn deze gehuchten fascinerende plekken, haast een andere wereld, vol beelden die schuren omdat ze vertrouwd en vreemd zijn tegelijk: een Barbie die moederziel alleen ergens op de toendra ligt; de huid van een ijsbeer die over een fiets is gedrapeerd; een Ford F-150 met een paar bloederige, afgehakte walvisstaarten die uit de laadbak hangen.

    Maar voor de inwoners zelf zijn de gehuchten geen voer voor Instagramposts; het is hun thuis. Dat is iets waar de bewoners van Pond Inlet de bezoekers op vriendelijke, maar klemmende wijze aan herinneren.

    Tijdens het ontbijt wordt in de scheepskantine een folder uitgedeeld:

    Welkom in Pond Inlet.

    Neem gerust foto’s van het schitterende landschap en ons lieflijke dorpje, maar vraag het alstublieft even voor u foto’s neemt van ons, onze kinderen en onze huizen.
    Doe gerust inkopen in onze winkels, maar wees u ervan bewust dat het de nodige moeite kost om onze winkels te bevoorraden, en dat verse levensmiddelen slechts één keer per week worden aangevuld, als het weer dat toelaat. Dus koop alleen wat u echt nodig heeft.
    Wanneer u zich buiten ons dorp begeeft, geniet dan van het landschap en de lokale fauna, maar realiseert u zich wel dat onze stenen en cultuurschatten geen souvenirs zijn, ze maken deel uit van onze eeuwenoude geschiedenis, dus laat ze alstublieft waar ze thuishoren!

    Met deze waarschuwingen in het achterhoofd schuifelen de passagiers van de loffe door het smalle gangpad naar de zodiacs die al liggen te wachten om hen af te zetten op het strand van Pond Inlet, waar ze worden opgewacht door lokale gidsen voor een korte wandeling. De gidsen dragen bruin-witte amautis van zeehondenhuid – ponchoachtige kledingstukken met grote zakken op de rug, waar soms een klein kind in wordt gestopt.

    De jongste gids, Alex, een achtentwintigjarige vrouw met een heel jong gezicht, die antropoloog wil worden, leidt haar groepje de heuvel op, terwijl ze opgewekt allerlei vragen beantwoord over het leven van een jonge vrouw in Pond Inlet.

    Heeft ze een vriend?

    ‘Bijna iedereen hier is familie van elkaar, en ik wil geen relatie met een neef.’

    Gaat ze dan ergens anders op zoek naar een man?

    Misschien, maar ze vraagt zich wel af of een buitenstaander zich niet zal laten afschrikken door het leven dat ze hier leidt. ‘Ik moet wel een man hebben die kan jagen.’

    Alex’ rondleiding voert door het plaatsje, langs twee kerken – een Anglicaanse en een katholieke –, het kantoor van Parks Canada en het hoofdkwartier van de Mittimatalik Hunters & Trappers Organization. Er staat een pick-up voor het gebouw. Het is een komen en gaan van mannen die plastic zakken uitladen met vers gevangen en in stukken gehakte tandwalvis, die verdeeld zullen worden over de gemeenschap. In de laadbak liggen twee brede, Y-vormige staarten, glinsterend in de zon. ‘Meestal eten we de staart ook op,’ zegt Alex. ‘Lekker knapperig.’ Sommige bezoekers werpen elkaar een snelle blik toe, weten niet goed of ze het serieus meent.

    De groep doet de Arctic Co-op aan, een van de twee supermarkten, en de bezoekers dolen door de gangpaden, kijken met toegeknepen ogen en een uitgestoken vinger naar de prijzen: 2 dollar 69 voor een blikje tomatensoep, 7 dollar 99 voor een blikje babymais.

    Cruiseschepen verkennen de omgeving. – © One Ocean Expedtions / David Sinclair
    Cruiseschepen verkennen de omgeving. – © One Ocean Expedtions / David Sinclair

    Weldra is het tijd voor het culturele deel van het programma en de toeristen steken de straat over naar het dorpshuis, waar ze plaatsnemen op een rij zwarte, metalen klapstoeltjes. Het programma begint met een Inuktitutuitvoering van ‘O Canada’, waarna de ceremoniemeester een kort praatje houdt over Pond Inlet: de mensen, de geschiedenis, de flora en fauna. Dan volgen demonstraties van traditionele spelen en krachtvertoon. Er wordt gezongen, getrommeld en gedanst, en daarna volgt het plechtige aansteken van een walvisvetlamp door een gerimpelde oudere inwoner.

    Karen Nutarak is een van de zangers die voor de passagiers optreedt. Gekleed in een lange amauti, en met een hoofdband vol kralen, zingt en lacht ze met haar collega’s terwijl de toeristen voorovergebogen op hun stoel zitten en hun camera’s klikken.

    Nutarak was nog een tiener toen ze zich aansloot bij een toneelgezelschap en voor de toeristen ging optreden. Inmiddels is Nutarak achtendertig en werkt op een plaatselijk community college, maar ’s zomers treedt ze ook nog altijd op voor de toeristen. ‘Ik vind het geweldig om te doen omdat er nog veel onbegrip is over een belangrijk deel van onze cultuur,’ zegt Nutarak. ‘En als wij de informatie geven, is die rechtstreeks afkomstig van de Inuit, niet van onderzoekers.’

    Toch heeft ook zij, die al zo lang meedraait in de toerisme-industrie van Pond Inlet, gemengde gevoelens over de cruiseschepen. ‘Het levert de bevolking niet zo veel op,’ zegt ze. ‘De mensen proberen wel om de spullen die ze hebben gemaakt aan de man te brengen, maar het vindt betrekkelijk weinig aftrek.’ De gidsen sporen mensen aan om tekeningen, houtsnijwerk en andere handgemaakte spullen te kopen wanneer ze het plaatsje aandoen. Maar op een plek die zo ver afstaat van de consumptiemaatschappij – een plek waar een bezoeker die iets koopt in het winkeltje de gemeenschap misschien eerder schaadt dan vooruithelpt –, is het een ingewikkelde kwestie hoe men de economie het beste een impuls kan geven.

    ‘De opbrengst is zeer bescheiden,’ zegt Madeleine Redfern. Redfern is voorzitter van de Ajungi Group, een consultancy die vanuit Nunavut werkt, en in het verleden stond ze aan het hoofd van Nunavut Tourism. ‘Het aantal inwoners dat op de een of andere manier bij het cruiseschepentoerisme betrokken is, is betrekkelijk gering. Het wordt dan ook niet gezien als iets waar de gemeenschap in bredere zin baat bij heeft. Wanneer een cruiseschip zijn passagiers aan land zet, wordt de gemeenschap plots overspoeld door bezoekers. Je kunt dan het gevoel krijgen dat je van alle kanten wordt aangegaapt.’

    Cruise-industrie

    Maar Redfern is ervan overtuigd dat er, met enige inspanning, verandering in die situatie kan worden gebracht. De cruise-industrie in Nunavut is nog ‘in de ontwikkelingsfase’.

    Redferns optimistische veronderstelling dat het cruisetoerisme zou kunnen uitgroeien tot een factor van economisch belang is niet onterecht. Het cruisewezen maakt een ongekende groei door: in 2014 ging er wereldwijd meer dan 120 miljard om in de bedrijfstak, en hoewel Nunavut nog lang niet is te vergelijken met Florida of de Cariben, waar de meeste cruises plaatsvinden, is dit een bedrijfstak die zich kenmerkt door een exponentiële groei in nieuwe markten.

    Neem Antarctica als voorbeeld. Het massatoerisme op het bevroren continent is van relatief recente datum, en de overgrote meerderheid van de bezoekers arriveert per cruiseschip. In het toeristenseizoen 1992-1993 deden 6704 cruisepassagiers Antarctica aan, via een van de tien verschillende bedrijven die dit mogelijk maken. Nog geen vijftien jaar later hadden 48 bedrijven maar liefst 55 schepen in de vaart, die bijna 33.000 passagiers afzetten tussen de pinguïns en de zeeluipaarden.

    Ook in Alaska heeft de cruise-industrie een snelle opmars gemaakt, en terwijl Antarctica voornamelijk wordt aangedaan door de kleinere cruiseschepen, ziet de meest noordelijke staat zich geconfronteerd met immense, moderne schepen, die elk duizenden passagiers vervoeren.

    Vandaag de dag zijn de schepen niet meer weg te denken: afgelegen stadjes en dorpen zoals Skagway (inwoneraantal over het hele jaar: 1040) en Sitka (8929) zijn erop gebouwd om de dagelijkse instroom van toeristen te kunnen verwerken. Loop op een zomerse dag door de hoofdstraat van Skagway en je ziet tientallen bedrijfjes die rondleidingen proberen te slijten, of T-shirts, sieraden, gerookte zalm en nog veel meer. Maar zo is het niet altijd geweest. De eerste commerciële cruises naar Alaska dateren van eind jaren vijftig, en de grote, mondiale, cruisemaatschappijen gingen pas ergens begin jaren zeventig een rol spelen. Momenteel varen er jaarlijks zo’n miljoen cruiseschippassagiers naar de negenenveertigste staat. In 2014 was de cruise-industrie verantwoordelijk voor dik 18.500 banen en 953 miljoen dollar aan directe uitgaven binnen de staat.


    Vergelijk die kolossale aantallen eens met de opkomende industrie in Nunavut zelf. Acht kleine bedrijven bieden boottochten aan van en naar het gebied, met ruwweg elf verschillende schepen. In 2015 stonden in het hele gebied dertig reizen gepland (waarvan er uiteindelijk negen werden afgelast vanwege het ijs), waarmee 2900 mensen naar Nunavut werden gebracht. In de Noordwestelijke Doorvaart zelf had Transport Canada in 2015 slechts twee volledige en één gedeeltelijke overtocht geregistreerd, door schepen met elk zo’n honderd tot driehonderd passagiers. Maar toen later in 2015 Crystal ten tonele verscheen, met een schip dat ruimte biedt aan zo’n duizend passagiers, werd in één klap, of liever gezegd in één cruise, dat aantal verdubbeld. Het economisch potentieel, de mogelijkheid voor een grootschalige verandering, is er. En dat stemt hoopvol – maar het is tevens beangstigend.

    Aan het einde van de middag verlaat de loffe Pond Inlet. Het anker wordt gelicht en in de beginnende schemering zet het schip koers in westelijke richting, terwijl de passagiers hun dessert naar binnen werken: chocolat pot de crème, afgemaakt met een felgekleurde ananassalsa. De volgende ochtend vroeg ontwaakt men in Milne Inlet, een uitloper net ten zuiden van de grote doorgangsroute. Snel trekt iedereen warme laagjes aan en gaat naar het dek, voor wat een medewerker ‘Missie Narwal’ heeft gedoopt.

    De schuchtere eenhoornvissen, die zich slechts zelden laten zien, trekken elk jaar met duizenden tegelijk door Lancaster Sound. Milne Inlet, een baai ten zuiden van Eclipse Sound, net ten westen van Pond Inlet, is een van hun meest geliefde plekken om de zomer door te brengen. De bedoeling is dat de loffe zo stilletjes mogelijk de baai binnenvaart, zodat opvarenden de walvissen kunnen zien zonder ze te verjagen. Zodra er een groep walvissen wordt gesignaleerd, worden de passagiers aan land gezet en gaan alle motoren uit, zodat er een grotere kans is dat de walvissen zich gedurende langere tijd vertonen.

    Vandaag werken de narwals echter niet mee. Dat komt vaker voor: zelfs onder de meest gunstige omstandigheden laten ze zich soms nauwelijks zien. In Pond Inlet had men al eerder opgemerkt dat er dit jaar nog minder narwals te zien waren dan voorheen.

    ‘Er wordt geklaagd dat er geen walvissen meer komen, door alle schepen,’ zegt Nutarak. Ze doelt niet alleen op de cruiseschepen.

    Milieuplan

    Een paar dagen voor de komst van de loffe verscheepte de onlangs geopende ijzererstmijn, Baffinland, de eerste ladingen erts via Milne Inlet en Eclipse Sound. (De mijn mikt erop jaarlijks honderdvijftig van dit soort ladingen te verschepen.) In een aanvankelijk milieuplan was voorgesteld het vervoer via een minder precair gebied te laten verlopen, maar onder druk van de dalende prijzen is de route verlegd. Oceans North Canada, een milieuorganisatie die zich richt op het behoud van het zeeleven, heeft de krachten gebundeld met plaatselijke jagers, teneinde seizoensgebonden akoestische registratiestations op te zetten in Milne. Daartoe laat men vlak voor het aanbreken van de lente registratieapparatuur door kieren in het pakijs zakken, om dat in de herfst allemaal weer naar boven te halen, net voordat het ijs zich weer sluit. ‘We hebben heel erg hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voordat het intensieve cruiseverkeer op gang kwam,’ zegt Christopher Debicki, de projectcoördinator van Oceans North Canada.

    De resultaten tot nog toe? ‘Duidelijk is dat we veel minder narwals horen wanneer er schepen aanwezig zijn,’ aldus Debicki. ‘Dat lijkt erop te duiden dat ze in ieder geval tijdelijk naar een andere plek zijn getrokken, in reactie op al het scheepsverkeer.’ (De gevolgen van de walviscruises zijn grondiger bestudeerd aan de beide kusten van Noord-Amerika, waar alles erop lijkt te wijzen dat het gedrag van de walvissen verandert door de aanwezigheid van bezoekers.)

    De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender

    De passagiers van de loffe mogen dan teleurgesteld zijn dat ze geen narwals hebben gezien, voor de inwoners van Pond Inlet is het wegblijven van de dieren veel ingrijpender. Walvissen en zeehonden vormen een onmisbare bron van eiwit. Het jagen wekt de woede van vele buitenstaanders, en als een gevolg daarvan zijn de betrekkingen tussen een aantal grote milieuorganisaties – Greenpeace, Sea Shepherd – en de Inuit al vele jaren gespannen.

    Dat is weer aanleiding tot iets minder concrete zorgen omtrent de aanwezigheid van de cruiseschepen in Nunavut: men voelt zich bekeken, men is bang dat bezoekers die het Inuitbestaan vastleggen – ofwel: die foto’s maken van bloederige zeehonden of walviskarkassen – meer mensen ertoe zullen verleiden zich negatief over de Inuit uit te laten; men is bang dat organisaties als Greenpeace meer acties zullen gaan voeren; men is bang voor economische sancties uit de buitenwereld, zoals een importverbod in Europa en de Verenigde Staten op alle zeehondenproducten.

    De Akademik Ioffe. – © Hollandse Hoogte
    De Akademik Ioffe. – © Hollandse Hoogte

    Maar de cruiseschepen symboliseren ook de mogelijkheid van een dialoog, ze bieden een kans om meer begrip te genereren voor de manier van leven van de Inuit, in de hoop de vertrekkende passagiers tot bondgenoten te maken, in plaats van vijanden.

    Madeleine Redfern schat het positief in. Bezoekers zullen in het begin misschien geschokt of boos zijn omdat er zeehonden en andere zeezoogdieren worden gevangen en gegeten, maar ‘zodra ze het binnen de context zien, binnen de cultuur, hebben ze meer iets van: “Nou ja, ik vind het nog altijd niks, maar nu begrijp en respecteer ik dat het een wezenlijk onderdeel uitmaakt van jullie dieet. Ik begrijp dat de jacht is gebaseerd op respect, dat jullie je gezin te eten moeten geven, dat het een belangrijke bron is van essentiële voedingsstoffen. Dat er in het poolgebied geen efficiënte, haalbare, pragmatische landbouw mogelijk is.” We moeten deze kans aangrijpen om mensen te informeren en om alle clichés te ontkrachten, die een vertekend beeld geven van de waarheid.’

    Poolzon

    Op een middag, drie dagen nadat ze Milne Inlet achter zich hebben gelaten, staan de passagiers van de loffe klappertandend aan dek en kijken naar een ijsschots op enkele tientallen meters afstand, waar een ijsbeer over het kadaver van een ringelrob staat gebogen en met zijn kromme, gelige tanden de ingewanden eruit trekt. Ze horen het monotone schrapen van de ijsbeerpoten over het ijs terwijl hij het geronnen bloed weghaalt.

    Twee nachten eerder hebben ze een stuk gletsjer zien afkalven en in zee zien storten, hun gejoel vermengd met het gebulder van honderden tonnen ijs die het water raken en in nieuwe ijsbergen uiteenvallen. Ze hebben door kiezelachtige maanlandschappen gelopen waar het enige leven bestaat uit een dun laagje korstmos op de stenen onder hun voeten. Ze hebben gezien hoe de poolzon onderging boven de Noordwestelijke Doorgang, het donkere water deed oplichten in zijn gloed, om enkele minuten later alweer op te komen.

    Ze verlaten de loffe achter in Cambridge Bay, een gehucht helemaal aan de westkant van Nunavut, midden in het noordpoolgebied. Met zijn zestienhonderd inwoners is Cambridge Bay nauwelijks groter dan Pond Inlet.

    De passagiers klauteren een laatste keer uit de rubberboten op het rotsachtige poolstrand, waar ze worden opgewacht door een plaatselijke ondernemer die plattegrondjes uitdeelt en iedereen eraan helpt herinneren wanneer de laatste bus naar het vliegveld vertrekt vanaf het kleine bezoekerscentrum.

    De toeristen maken nog een laatste ommetje; door de stoffige, onverharde straten, tussen de kleine, kleurrijke huisjes, met aan de ene kant uitzicht op het donkere, koude, ijsvrije water van de Noordwestelijke Doorvaart, en aan de andere kant de onafzienbare, vlakke, kale toendra rondom Cambridge Bay. Vlak voor de kust ligt de loffe voor anker, de scherpe, slanke contouren oplichtend in de Arctische zomerzon, in afwachting van de volgende groep passagiers die inscheept.

    Auteur: Eva Holland
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Beeld bovenaan: © David Lefranc / Polaris

    Pacific Standard
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 100.000

    Dit in 2008 opgerichte tijdschrift droeg tot 2012 de achternaam van oprichter Sara Miller McCune, die ook eigenaar is van de internationale uitgeverij Sage Publications. PS is onderdeel van de non-profitorganisatie Miller McCune Center for Research, Media and Public Policy. Vanuit de gedachte dat de wetenschap vaak oplossingen biedt op maatschappelijke problemen maakt deze publicatie belangrijke onderzoekresultaten inzichtelijk voor een breed publiek.