Ze behoren tot de meest gezochte terroristenleiders van dit moment: Iyad Ag Ghali, leider van de Malinese islamitische groepering Ansar Dine, en Mokhtar Belmokhtar (rechterpagina), chef van de terreurgroep Al-Mourabitoun.
Beroemde stemmen in Mali suggereren dat de regering de hand reikt naar Iyad Ag Ghali, aan wiens eigen hand Malinees bloed kleeft. Onderhandelen? Waarom niet? Iyad verschilt tenslotte weinig van de leden van de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) die strijdt voor een onafhankelijke Toeareg- staat, ook al heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken al in 2013 een prijs op zijn hoofd gezet. Net als zijn vader is Iyad gehecht aan Mali.
In een vorig leven was de chef van Ansar Dine nog niet de strenge baardman die nu het liefst wil vergeten dat hij ooit een bon vivant was, en in de jaren negentig zelfs journalist bij het weekblad Amawal. Maar het idee om te onderhandelen met een bondgenoot van Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) kan problematisch lijken vanwege zijn nieuwe ideologische oriëntatie.
In een vorig leven was Iyad een levensgenieter die alcohol dronk
Toch gaat Iyad, die in 1958 is geboren in Boghassa in de noordelijke regio Kidal, door voor een nationalist, ondanks zijn veelbewogen levensloop voordat hij jihadist werd. ‘In 2012 heeft hij zich verzet tegen de tweedeling van Mali’, aldus een journalist uit Timboektoe. Zijn vader, Ghaly Ag Babakar, kwam om tijdens de opstand van de Toeareg die duurde van 1962 tot 1964 en werd er door andere rebellen van beschuldigd dat hij collaboreerde met de Malinese staat. Iyad bracht zijn kinderjaren door in Abeïbara en ging naar school in Tin-Essako. Hij verliet Mali in 1973 en vestigde zich in 1975 in Libië, waar hij lid werd van het Islamitische Legioen van Moammar Gaddafi.
Begin jaren tachtig leek Iyad geen Malinese plannen te hebben, want hij week uit naar Libanon, waar hij tegen de Libanese falangisten en het Israëlische leger streed aan de zijde van de PLO. Hij viel vooral op tijdens de slag om Beiroet in 1982 en werd op 30 augustus samen met de andere PLO-strijders en Yasser Arafat uit de stad geëvacueerd.
In 2013 kwamen de Tsjadiërs die jacht maakten op terroristen in het Adrar des Ifoghas-gebergte in het noorden van Mali Iyad niet voor de eerste keer tegen. Tijdens het conflict tussen Tsjaad en Libië in 1983 had de rekruut van Gaddafi al voet op Tsjadische grond gezet voordat hij in 1984 terugging naar Libië.
Het was in die tijd dat de problemen in Mali weer begonnen. Van 1985 tot 1990 werkte Iyad, gesteund door de Libische regering, mee aan de voorbereidingen voor een nieuwe opstand van de Toeareg in Mali, onder leiding van generaal Moussa Traoré. In 1988 vormde hij de Volksbeweging voor de Bevrijding van Azawad (MPLA). In de nacht van 28 op 29 juni 1990 overvielen Iyad Ag Ghali en zijn mannen het politiebureau in de stad Ménaka. Onder de agenten vielen diverse doden, de overvallers vertrokken met een groot aantal wapens. De Toeareg-opstand van 1990 tot 1996 was een feit. Enige tijd later begonnen de onderhandelingen met de Malinese regering en op 6 januari 1991 tekenden Iyad Ag Ghali en zijn mannen het Tamanrasset Akkoord.
De MPLA veranderde zijn naam in Volksbeweging van Azawad (MPA). Vervolgens stapten vele rebellen uit de MPA, omdat ze vonden dat die te veel werd gedomineerd door de Ifoghas-stam. Om dezelfde reden stichtten de Chamanamas het Volksfront voor de Bevrijding van Azawad (FPLA), dat werd geleid door Rhissa Ag Sidi Mohamed en Zeidan Ag Sidalamine.
De Imghad-stam stichtte op zijn beurt het Revolutionaire Bevrijdingsleger van Azawad (ARLA), dat werd geleid door Abderamane Ghala. Maar het vredesproces kreeg zijn beloop en op 11 april tekenden vier rebellengroepen, waaronder MPA, het Verdrag van Nationale Verzoening met de staat Mali, waar een jaar eerder nog een militaire coup had plaatsgevonden.
Radicalisering
Belangrijk was dat Iyad Ag Ghali aan het hoofd van de MPA bleef staan, de meest gematigde maar ook invloedrijkste rebellengroep, en de vrede met de staat Mali respecteerde. Maar toen er in 1993 een conflict uitbrak tussen de Ifoghas van MPA en de Imghads van ARLA, ontvoerden de laatsten zelfs Intalla Ag Attaher, de amenokal (koning) van de Ifoghas. Dus de ontvoering van leden van rivaliserende groepen in het noorden van Mali is niet alleen een recent verschijnsel. Bij wijze van represaille verjaagden Iyad Ag Ghali en zijn mannen ARLA uit de regio Kidal.
Sommige Iyad-kenners herinneren zich hem als een levensgenieter, die zelfs weleens alcohol dronk. Maar vanaf 1996 begon hij moskeeën te bezoeken. In datzelfde jaar scheidde hij van zijn eerste vrouw en hertrouwde met Anna Walet Bicha, die door sommigen als een vroegere rebellenstrijdster wordt omschreven. Bicha was gescheiden van El Hadj Ag Gamou, de voormalige rebellenleider die later generaal van het Malinese leger werd en een gezworen vijand was van Iyad. Vanuit Kidal, waar hij zich vestigde, bleef Iyad Pakistaanse predikers van de extreme islamitische beweging Jamaat Al-Tabligh bezoeken. In 1998 werd hij lid van Dawa, een islamitische sekte, en tussen 1998 en 2000 onderhield hij ook banden met moskeeën in Bamako. Daarna radicaliseerde hij tot eind 2011 steeds verder, wat de Malinese journalist Chahana Takiou ertoe bracht te schrijven: ‘Iyad is gek geworden.’ Met die woorden sprak de journalist zijn verbazing uit over het verzoek van de nieuwbakken jihadist om de sharia in Kidal toe te passen.
Auteur: Soumaila T. Diarra
Vertaler: Peter Bergsma
Le Républicain
Mali | dagblad | oplage 20.000
Toen het regime van Moussa Traoré
in 1991 ten val kwam, verscheen de
verbannen Tiébilé Dramé weer ten tonele. Hij stond aan de basis van dit onafhankelijke dagblad.h3.

