Tag: al-sisi

  • Egypte ‘is gewelddadige politiestaat geworden’ | Markt voor oude games explodeert

    Egypte ‘is gewelddadige politiestaat geworden’ | Markt voor oude games explodeert

    Egypte beschuldigd van buitengerechtelijke executies

    Een ‘verontrustend rapport’ dat blootlegt hoe Egypte onder onder het bewind van Abdul Fatah Al-Sisi, die sinds 2014 aan de macht is, een ‘steeds gewelddadigere politiestaat‘ is geworden. Zo omschrijft The Washington Post het vernietigende rapport dat op dinsdag 7 september werd gepubliceerd door Human Rights Watch (HRW), waarin de Egyptische veiligheidstroepen ervan worden beschuldigd tientallen buitengerechtelijke executies van vermoedelijke ‘terroristen’ te hebben uitgevoerd.

    Tussen 2015 en 2020 zijn volgens het Egyptische ministerie van Binnenlandse Zaken ten minste 755 mensen gedood bij 143 schietpartijen. Volgens de autoriteiten werden alle slachtoffers gezocht wegens terrorisme en hadden de meesten banden met het Moslimbroederschap. Maar uit een onderzoek naar veertien van de slachtoffers die tijdens vermeende vuurgevechten zijn omgekomen, blijkt dat velen van hen op het moment van hun dood werden vastgehouden na te zijn gearresteerd. Sommigen vertoonden tekenen van marteling.

    De Egyptische veiligheidsdiensten hebben de volledige vrijheid om alle vormen van oppositie te elimineren’

    ‘Onder het mom van de strijd tegen het terrorisme’, schrijft HRW, heeft de regering van Sisi ‘de veiligheidsdiensten volledige vrijheid’ gegeven ‘om alle vormen van oppositie te elimineren, met inbegrip van vreedzame dissidentie’.

    Human Rights Watch heeft de internationale gemeenschap opnieuw opgeroepen om sancties op te leggen aan Egyptische veiligheidsfunctionarissen en om wapenzendingen naar Egypte op te schorten.


    Verkiezingsnederlaag voor regerende islamitische partij in Marokko

    ‘Het einde van het avontuur voor de PJD, na tien jaar regeren’, schrijft Telquel. De Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PJD), die sinds 2011 aan de macht is, is bij de Marokkaanse parlementsverkiezingen van woensdag op de achtste plaats geëindigd met slechts twaalf zetels, tegenover 125 in 2016, volgens de voorlopige resultaten die donderdag door de minister van Binnenlandse Zaken zijn bekendgemaakt.

    De Nationale Rally van Onafhankelijken behaalde het grootste aantal zetels (97), ‘nek aan nek’, in de woorden van de krant, met de Partij voor Authenticiteit en Moderniteit (82). In totaal telt het Marokkaanse Huis van Afgevaardigden 395 zetels.


    Markt voor oude games explodeert

    Twee jaar geleden werd voor het eerst een bedrag van zes cijfers betaald voor een vintagevideogame. Bij een privéverkoop werd toen 100.150 dollar betaald voor een verzegeld exemplaar van Super Mario dat in 1985 voor de testmarkt in de VS was gemaakt. De prijzen zijn sindsdien rap gestegen. Vorige maand werd het voorlopige recordbedrag voor ’s werelds duurste videogame neergeteld: 2 miljoen dollar voor een ongebruikt exemplaar van Super Mario uit 1985, schrijft ArtNews. Experts verwachten dat dit pas het begin is van een trend die in 2020 op stoom kwam, toen tijdens de pandemie de vraag begon te stijgen naar verzamelobjecten zoals Nintendo-producten en Pokémon-kaarten.

    In de eerste drie maanden van de pandemie steeg de verkoop van videogames op eBay met meer dan 110 procent. De verkoop van producten die worden beoordeeld door Wata Games, een bedrijf dat videogames controleert op conditie en authenticiteit, steeg tussen februari 2020 en juni 2021 met 330 procent.

  • De ‘gewone Egyptenaar’ ziet het nut van een hypermodern Caïro niet in

    De ‘gewone Egyptenaar’ ziet het nut van een hypermodern Caïro niet in

    Midden tussen de flats van de dichtstbevolkte wijk van Caïro loopt nu een snelweg. Sommige bewoners kunnen het grauwe beton vanaf hun balkon aanraken. Alles en iedereen moest wijken voor een nieuwe hypermoderne hoofdstad. ‘Het volk moet luisteren en zijn mond houden’.

    Het lijkt wel of de foto gefotoshopt is. Op pijlers van meer dan tien meter lang loopt een verhoogde autosnelweg boven een straat met aan twee kanten appartementsgebouwen, de afstand tot de flats is aan beide kanten ongeveer 50 centimeter. Sommige bewoners kunnen het grauwe beton vanaf hun balkon aanraken.

    En dat zijn dan de gelukkigen die op de hogere verdiepingen wonen. De woningen beneden hebben vanwege de autoweg geen daglicht meer. Op sociale media roept de foto ongeloof en afschuw op. Maar hij is echt. De weg heet Tereat al-Zomor en wordt op dit moment aangelegd, dwars door een dichtbebouwde wijk van Caïro. Hij wordt 12 kilometer lang, het breedste stuk is 65 meter. 

    We gaan op onderzoek. De buitenlandse journaliste krijgt van de tolk een hijab, een hoofddoek. ‘Doe deze alsjeblieft om!’ In Egypte is het niet eenvoudig om op de openbare weg mensen aan te spreken en vragen te stellen, je moet het zo onopvallend mogelijk doen. En het is een kwestie van tijd totdat mensen die vragen stellen in de problemen komen.

    We gaan van deur tot deur, klimmen hijgend naar de achtste verdieping. Niemand wil met ons praten, en al helemaal niet over de situatie hier. Drie meisjes giechelen. ‘Wat valt er hier nog te vragen!’

    In Egypte komen de bevelen van boven, het volk beneden moet luisteren en zijn mond houden. Het monster dat zich hier op zijn betonnen pijlers tussen de grijsbruine flats door wringt, is daar een symbool van. Beneden ligt een onverharde weg, vol losse stenen en afval. Een terrasje, een werkplaats, een apotheek. Boven op de nog onaffe autoweg rolt iemand een gasfles voor zich uit. Een paar dagen geleden is zo’n fles ontploft, waardoor een man zwaargewond is geraakt, vertelt een bewoner die de bouw vanaf zijn dakterras kan volgen.

    Op de breedste trede van de trap heeft ze een fornuis geïnstalleerd

    Uiteindelijk laten juist de allerarmste bewoners ons binnen. Misschien omdat ze toch niets te verliezen hebben. Een vrouw woont met haar drie kinderen in een kelder. Op de breedste trede van de trap heeft ze een fornuis geïnstalleerd.

    Daglicht had ze voor het viaduct gebouwd werd ook al niet, maar ze kan wel goed merken dat er nu nog minder frisse lucht binnenkomt, zegt ze. Ook valt het water vaak uit. Tien jaar geleden is ze met haar man, die als portier werkt, uit Assiut in Midden-Egypte naar Caïro gekomen. Ze was toen zwanger van haar eerste kind en haar man had dringend werk nodig. Zou ze hier weer weg willen? Dat vraagt ze zich nooit af: ‘Waar moeten we naartoe? Dit hier is ons leven.’

    In de garage van dezelfde flat woont een gezin met vier personen dat uit Beni Suef komt, een paar honderd kilometer ten zuiden van Caïro. Eigenlijk is dit wel een praktische combinatie van wonen en werken, zegt de moeder van het gezin, want haar man bewaakt geparkeerde auto’s en repareert ze. Omdat de weg opgebroken is, zijn er niet veel klanten meer. Bovendien is parkeren hier nu verboden. ‘Het viaduct heeft ons leven verwoest.’

    Het meest open is een student uit Soedan, die aan de overkant van de straat samen met andere studenten in een appartement woont. ‘Ze gaan ook ’s nachts door met werken, je kunt nauwelijks slapen. Er is veel lawaai, het is stoffig, donker en nog gevaarlijk ook.’ Voor zijn schamel gemeubileerde kamer moet hij 250 dollar per maand betalen.

    Sloophamer

    Op het ogenblik wordt in Egypte door het hele land zo’n 7000 kilometer snelweg aangelegd. ‘Terwijl er zoveel belangrijker problemen zijn,’ zegt Mamdouh Habashi. Hij is architect, eigenaar van een aannemersbedrijf en bestuurslid van een socialistische oppositiepartij. Niemand vraagt de mensen wat zíj willen. ‘Planning is hier de planning van de machthebbers. En die hebben altijd gelijk, omdat ze de macht hebben, niet andersom. Daarom wordt hier gepland en gebouwd zonder met wie of wat dan ook rekening te houden. Koste wat het kost.’

    In principe hebben de mensen die naast het viaduct wonen nog geluk

    In het geval van de nieuwe autoweg beroept de regering zich erop dat de meeste gebouwen in de wijk illegaal zijn neergezet. Dat wil zeggen: op vruchtbare landbouwgrond, of te hoog, in elk geval zonder vergunning. Maar in Caïro is illegaliteit de norm. Volgens schattingen is bijna tweederde van alle woningen illegaal. Degenen die daarvan hebben geprofiteerd zijn kleine boeren, opdrachtgevers en ambtenaren. De armen, en die vormen in Egypte de meerderheid van de bevolking, hebben vaak geen andere keuze dan in niet-officiële huizen te gaan wonen. Alle andere zijn voor hen te duur.

    In principe hebben de mensen die naast het viaduct wonen nog geluk. Want hun huizen worden in elk geval niet helemaal gesloopt, alleen de balkons. Elders is de regering van president Abdelfatah al-Sisi dit jaar begonnen om in de strijd tegen de illegale woningbouw afschrikwekkende voorbeelden te stellen. Talloze huizen, soms hele wijken, worden gesloopt, vooral wanneer ze centraal gelegen zijn en de grond meer waard is geworden. Of de bewoners moeten achteraf hoge boetes betalen voor elke vierkante meter bebouwde grond. Als ze die niet kunnen betalen, dreigt de sloophamer.

    Er bestaan door de staat gesubsidieerde, nieuwe nederzettingen voor de sociaal zwakkeren. De bekendste is Asmarat en ligt aan de zuidrand van de stad bij de El-Mokkatamheuvel. Maar zelfs de symbolische huren daar zijn voor de armste mensen niet te betalen, en de steriele huizen liggen ver bij hun werkplaats of kantoor vandaan.

    ‘Voor mijn kinderen zijn er geen scholen en voor mij is er geen werk,’ legt een chauffeur uit. Sinds corona moet hij van een deeltijdbaantje zien rond te komen. Zijn computer heeft hij verkocht om het schoolgeld voor zijn drie kinderen te kunnen betalen. Nu moet hij een boete van duizenden Egyptische ponden betalen voor zijn woning, die meer dan twintig jaar geleden illegaal gebouwd is. Hij weet niet hoe hij het geld bij elkaar moet krijgen. Duizenden gezinnen vergaat het net zo.

    ‘Die mensen worden uitgeperst bij het leven,’ zegt Mamdouh Habashi. ‘En ze zien heel goed hoe onrechtvaardig het allemaal is.’ Maar de corrupte ambtenaren die tegen steekpenningen de illegale bouw hebben toegelaten, hoeven nergens verantwoording over af te leggen.

    Nieuwe hoofdstad

    Eigenlijk zouden de regering en een aantal ministeries de nieuwe hoofdstad dit jaar betrekken. Maar hij maakt nog een merkwaardig lege indruk. Tussen kilometerslange, zanderige stukken woestijn rijzen hier en daar half-afgebouwde huizenblokken op. Kilometers verder tekenen vier witte moskeeën en de grootste koptische kerk in het Nabije Oosten zich af tegen de heldere lucht. De religieuze sector is in elk geval voorzien. 

    Ook het luxehotel al-Masa is al in bedrijf. Hier, midden in een onaffe, lege en reusachtige stad, liggen naast het zwembad een paar gasten te zonnen. Een van de medewerkers geeft ons een korte rondleiding: het hotel heeft onder andere een gigantische marmeren lobby en een strandje met kunstmatige golfslag. Vlak ernaast wordt gewerkt aan een shoppingmall, een operagebouw en een 9D-bioscoop. 9D? De medewerker weet het ook niet.

    Hier zien we de andere kant van Caïro’s januskop: een luxeoord dat zelfs de wetten van de natuurkunde hoopt te overwinnen. Onze chauffeur, Mohammed, is voor het eerst in de nieuwe hoofdstad. Het zal allemaal best mooi worden, zegt hij, maar voor gewone Egyptenaren is het niets.

    Bij het zien van de grootste van de vier moskeeën, waar plaats is voor zeventienduizend gelovigen, grijpt hij naar zijn hart en zegt: ‘Ik ben moslim, maar wat heb ik hier nu aan. Ziekenhuizen, scholen, betaalbare woningen en werk, dat hebben we nodig.’ Als we naar de stad terugrijden zegt hij hardop: ‘Voor wie is die president er eigenlijk? Voor ons, de meerderheid van de Egyptenaren, voor het land? Of voor een paar rijke lui?’

    ‘Hoe rijker, hoe meer je van deze regering profiteert. Als je arm bent, kijken ze niet naar je om’

    Zelfs de middenklasse, die steeds meer afglijdt in de armoede, kan zich geen woning in de nieuwe hoofdstad permitteren, zegt Mamdouh Habashi. Het regime van Moebarak was er altijd alleen voor de rijkste twintig procent, het huidige is er alleen voor de nog veel kleinere groep superrijken. ‘Hoe rijker, hoe meer je van deze regering profiteert. Als je arm bent, kijken ze niet naar je om.’

    In zijn roman Utopia uit 2008 heeft de schrijver Ahmed Khaled Towfik deze trend verder uitgewerkt. Het verhaal speelt in 2023, de rijken hebben zich teruggetrokken in een luxueuze compound die door het leger wordt bewaakt. Caïro is overgelaten aan de zogeheten ‘anderen’, en aan zichzelf. De staat verzorgt de noodzakelijke infrastructuur niet eens meer. Er heerst volslagen armoede en anarchie.

    Natuurlijk is Utopia overdreven, een dystopie. Maar de realiteit koerst er met flinke snelheid op af.

  • Italiaanse journalist geeft Legion d’Honneur terug

    Italiaanse journalist geeft Legion d’Honneur terug

    Zeer vereerd maar nee, bedankt. Dat is kort samengevat de reactie waarmee de 85-jarige Italiaanse intellectueel Corrado Augias zijn Legion d’Honneur teruggeeft. Vanwege de moord op een Italiaanse student in 2016, weigert Augias de belangrijkste onderscheiding van Frankrijk te delen met de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi, die deze week dezelfde onderscheiding ontving.

    Corrado Augias, wiens vader in Frankrijk werd geboren, is een Italiaanse journalist, schrijver en tv-presentator. Hij schreef onder meer voor de gerenommeerde Italiaanse krant La Repubblica en voor de weekbladen l’Espresso en Panorama. Daarnaast heeft hij verschillende historische misdaadromans op zijn naam staan. Hij werd populair in Italië als presentator van tv-programma’s over mysteries en bijzondere historische voorvallen, die hij tot vorig jaar presenteerde. Als politicus was Augias in de jaren negentig Europees Parlementslid voor de sociaaldemocratische PDS, die inmiddels is opgegaan in de Italiaanse Partito Democratico. 

    Augias kreeg zijn Legion d’Honneur in 2007, maar toen hij vernam dat al-Sisi afgelopen week tijdens een staatsbezoek met dezelfde eer is onderscheiden door de Franse president Macron, liet hij weten de versierselen te retourneren. Vandaag brengt hij ze persoonlijk terug naar het Palazzo Farnese in Rome, waar de Franse ambassade is gevestigd, zo schrijft de Franse krant Libération. ‘Naar mijn mening had president Macron het Legion d’Honneur niet mogen toekennen aan een staatshoofd dat objectief gezien medeplichtig is aan gruwelijke misdaden‘, liet Augias gisteren weten aan de Italiaanse krant La Repubblica.

    Een bloedende wond

    De beslissing van Augias heeft alles te maken met wat hij ‘een bloedende wond’ noemt voor alle Italianen: de moord in Egypte op Giulio Regeni, een Italiaanse student aan de universiteit van Cambridge. Op 3 februari 2016, tien dagen na zijn verdwijning in Caïro, werd het lichaam van de 28-jarige promovendus gevonden langs een snelweg. Autopsie toonde aan dat hij dagenlang was gemarteld: gebroken botten en handen, vijf ontbrekende tanden, gebroken ribben, armen en benen. Volgens zijn moeder herkende ze haar zoon uiteindelijk aan het puntje van zijn neus.

    Al vanaf het begin van het onderzoek dat volgde, klaagden Italiaanse onderzoekers over tegenwerking door Caïro bij het verkrijgen van informatie. Het regime van president al-Sisi trok voortdurend rookgordijnen op, door maandenlang met wisselende verklaringen over de tragedie te komen, uiteenlopend van een auto-ongeluk, tot represailles vanwege vermeende criminele activiteiten, tot betrokkenheid bij spionage. Ondanks alle pogingen om sporen uit te wissen en ondanks het gebrek aan medewerking door de autoriteiten in Caïro, liet het parket van Rome afgelopen donderdag weten vier Egyptische officieren, inclusief een generaal, voor de rechter te dagen.

    Diezelfde dag noemde het Franse programma Quotidien van TF1 het staatsbezoek van al-Sisi aan Frankrijk, een paar dagen eerder, een ‘verborgen ceremonie’. ‘Hadden we alleen de beelden van de persdienst van het Elysée geloofd, dan hadden we gedacht dat de Egyptische president al-Sisi maar heel even in Parijs was.‘ Op wat beelden na van een ontmoeting tussen Macron en al-Sisi, werd er in Frankrijk weinig persmateriaal over het staatsbezoek verspreid, wellicht ‘om critici niet te veel te voeden’. Maar volgens Quotidien werden in Egypte daarentegen beelden van het bezoek naar hartenlust verspreid door de persafdeling van al-Sisi, ‘met maar één doel: president al-Sisi verheerlijken’.

    ‘De man die 60.000 mensen opsloot wordt getrakteerd op de heilige Graal van de diplomatie’

    Op die beelden is te zien dat ‘de man die 60.000 mensen opsloot omdat ze het met hem oneens zijn’, wordt gefêteerd en ‘getrakteerd op de heilige Graal van de diplomatie: een driedaags staatsbezoek, met alle pracht en praal. Een ontmoeting met Emmanuel Macron, een ceremonie in de Invalides, een warm welkom door de burgemeester van Parijs, de Republikeinse garde op een voor de gelegenheid leeggehaalde Place de l’Etoile, een ontmoeting met de voorzitter van de Senaat en een gala onder de verguldsels van het Elysée-paleis.’ Én het ceremonieel waarmee al-Sisi het Legion d’Honneur krijgt opgespeld door Macron. 

    Dat leidde tot de woede van Corrado Augias, die zijn ongenoegen aan de Franse ambassadeur kenbaar heeft gemaakt in een brief die La Repubblica gisteren in zijn geheel afdrukte: 

    ‘Meneer de ambassadeur, ik geef u de versierselen van het Legioen van Eer terug. Toen deze mij werd toegekend, ontroerde het gebaar me diep. Het was een soort van bezegeling van mijn liefde voor Frankrijk, voor haar cultuur. Ik heb uw land altijd als de oudere zus van Italië beschouwd en als mijn tweede thuis, waar ik al heel lang woon, en ik ben van plan dat te blijven doen. In juni 1940 plengde mijn vader tranen vanwege de agressie van het fascistische Italië tegen het reeds bijna verslagen Frankrijk.

    Ik geef U deze insignes dan ook terug met pijn, want ik was trots om het rode lint in het knoopsgat van mijn revers te tonen. Maar ik wil deze eer niet delen met een staatshoofd dat objectief gezien medeplichtige is van criminelen.

    De moord op Giulio Regeni is voor ons Italianen een bloedende wond, een belediging, en ik had van president Macron een gebaar van begrip zo niet van broederschap verwacht, in naam van het Europa dat we samen zo hard proberen te bouwen.

    Ik wil u niet te naïef overkomen. Ik ben bekend met de werking van zakelijkheden en diplomatie, maar ik weet ook dat er een maat is, zoals de Latijnse dichter Horatius schrijft: ‘Sunt certi denique fines, quos ultra citraque nequit consistere rectum.’ [Er zijn bepaalde grenzen waarbuiten het juiste niet kan bestaan.] Ik geloof dat in dit geval de mate van juistheid ruimschoots is overschreden, wat daarom leidt tot verontwaardiging.

    Met diepste spijt, Corrado Augias’

  • Vermoord omdat ze kopten waren

    Vermoord omdat ze kopten waren

    De dubbele aanslag van 9 april op de koptische gemeenschap in Alexandrië en Tanta, ten noorden van Caïro, toont volgens deze commentator aan dat het veiligheidsbeleid van de regering-Al-Sisi een mislukking is.

    Dit jaar werd 9 april geen feest voor wie zich opmaakte om Palmzondag te vieren. Want in twee kerken, in Tanta en in Alexandrië, vloeide er bloed en vielen er in totaal 44 doden en zo’n honderd gewonden. Dat confronteert ons met een trieste realiteit, en we zouden nu de moed moeten hebben om het ronduit toe te geven: Arabische christenen hebben reden om zich onveilig te voelen in het Midden-Oosten.

    IS blijft dat keer op keer bewijzen. 
Maar het zet alleen voort wat anderen al eerder deden. Want van het ‘kalifaat’ van Mosul was nog geen sprake tijdens het antikoptische geweld in 1998 in Al-Kosheh, een stad in Midden-Egypte, en ook niet tijdens de schietpartij voor een kerk in Qena in 2010 [in het zuiden van het land], en evenmin tijdens de aanslagen op kerken in Alexandrië en Aswan in 2011, om nog maar te zwijgen van alle andere aanslagen in diverse Egyptische steden waar kopten zijn vermoord, enkel en alleen omdat ze kopten waren.

    De bom die op 11 december vorig jaar ontplofte in de Sint-Marcuskathedraal, waarbij 25 doden vielen, markeerde simpelweg het begin van de ‘mosulisering’ in deze lange reeks aanslagen op de koptische gemeenschap.

    Indoctrinatie

    Wij hebben, net als vele anderen, geschreven wat we moesten schrijven om deze schandelijke daden te veroordelen. We hebben gezegd wat we moesten zeggen over de verantwoordelijkheid van de Egyptische autoriteiten in verband met het toenemend sektarisch geweld, en over het falen van de overheid om haar burgers tegen het terroristische ongedierte te beschermen. Dit geweld treft trouwens niet alleen christenen. Een sjiitische moslim 
weet zich evenmin veilig als hij in een moskee van zijn geloofsgemeenschap gaat bidden. Hij moet voortdurend 
op zijn hoede zijn voor soennieten 
die geïndoctrineerd zijn met teksten als ‘sjiieten zijn ketters’. Maar ook de soennieten voelen zich bedreigd door sjiieten met een denkwereld die overloopt van een blind confessionalisme.

    In de buurt van Damascus zijn alevitische Syrische vrouwen door islamistische strijders gevangengenomen en in kooien opgesloten, in Syrië zijn christelijke priesters en monniken ontvoerd of vermoord, en de christenen in Mosul werden gedwongen in ballingschap te gaan toen ze weigerden djizja (hoofdelijke belasting) te betalen aan ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi.

    Dat er een confessionele wind door de Arabische wereld waait, valt dus moeilijk te ontkennen. Je hoeft ook maar te kijken wat er – minder zichtbaar, maar in feite even kwaadaardig – op sociale media voorbijkomt, waar bijvoorbeeld wordt uitgelegd dat je God niet om genade moet vragen voor een jonge christelijke Jordaniër die bij een auto-ongeluk is omgekomen.

    Met bloed besmeurde kerkbanken getuigen van de aanslag. – © HH
    Met bloed besmeurde kerkbanken getuigen van de aanslag. – © HH

    Ik dacht altijd dat Egyptenaren dankzij hun vaderlandsliefde eensgezind genoeg waren om de verleiding te weerstaan zich aan te sluiten bij de Arabische club van ongebreideld confessionalisme. Maar nu dringt het besef door dat het eerste begin, de burgeroorlog in Libanon, niet meer dan een opwarmronde was, want Syrië en Irak laten sinds een paar jaar zien dat het allemaal nog veel erger kan.

    Tegenwoordig doen alle Al-Sisi-gezinde grote kranten hun uiterste best om wetshandhavers vrij te pleiten van elk verzuim, maar daarbij weten ze niets beters aan te voeren dan dat er in Stockholm, Londen en Parijs ook terroristische aanslagen zijn geweest. Die kletspraatjes veranderen niets aan het feit dat met de dag duidelijker wordt dat dit regime, sinds het via een staatsgreep aan de macht is gekomen, mislukking op mislukking stapelt, zowel wat betreft de economie als de openbare veiligheid. Het bewijs: de vrijwel dagelijks voorkomende aanvallen op politie, militairen en kerken, om nog maar te zwijgen over de situatie in de Sinaï, die veel overeenkomsten vertoont met de strijd tussen de Turkse staat en de Koerden van de PKK.

    De aanslagen op kerken in Alexandrië en Tanta laten zien dat Egypte in een acute sociale en politieke crisis verkeert. De politiestaat van Abdel Fattah al-Sisi is niet bij machte geweest de Egyptenaren daarvoor te behoeden. Om de veiligheid van de Egyptenaren te waarborgen is het dan ook de hoogste tijd hen van dit regime te verlossen.

    Auteur: Maan Al-Bayari
    Vertaler: Tess Visser

    Al-Arabi Al-Jadid
    Ver. Koninkrijk | alaraby.co.uk

    Gefinancierd door Qatar en geleid door Azmi Bishara, adviseur van de emir, met de ambitie een media-imperium op te bouwen.

  • Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Saoedi-Arabië stak al honderd miljard dollar in het financieren van islamitische instellingen – ook in Nederland. Helpen die mee aan de verspreiding van het islamisme?

    JA

    De Saoedische koningen hebben met de wahabieten – aanhangers van een puriteinse, intolerante interpretatie van de islam – een faustiaans pact gesloten dat heeft geleid tot de grootste religieuze campagne in de geschiedenis. Naar schatting heeft Saoedi-Arabië honderd miljard dollar besteed aan de financiering van islamitische culturele instellingen overal ter wereld en aan het aanknopen van nauwe banden met niet-wahabitische moslimleiders en geheime diensten in diverse islamitische landen.
Zo kreeg het wahabisme in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn plaats in de wereldwijde moslimgemeenschap en ontstonden er allerlei islamistische bewegingen en organisaties. De beïnvloedingscampagne – niet los te zien van de strijd om de macht met Iran – heeft resultaat gehad, vooral in landen als Maleisië, Indonesië, Bangladesh en Pakistan, waar het religieus sektarisme en de opstelling tegenover minderheden en tegenover Iran steeds harder wordt.

    De Saoedi’s hebben het wahabisme gebruikt om het Arabisch nationalisme en de Iraanse revolutie tegen te werken. Maar bij de door hen gefinancierde instellingen stonden anderen aan het roer, vaak met eigen agenda’s, zoals de Moslimbroeders, nog militantere islamisten of zelfs jihadisten. Met hun campagne kwam de geest uit de fles.

    In westerse politieke en inlichtingenkringen heerst de onuitgesproken mening dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan

    
Toen bleek dat de meeste aanslagplegers van 11 september uit Saoedi-Arabië kwamen, werden er kritische blikken op het land gericht. Maar de Saoedi’s hadden niet verwacht dat de kritiek zich zou richten op het wahabisme en het salafisme zelf. Twee grote Nederlandse politieke partijen hebben hun regering onlangs gevraagd of er een verbod mogelijk is op wahabitische of salafistische organisaties en opleidingen die vanuit Saoedi-Arabië of Koeweit worden gefinancierd.

    De Duitse onderkanselier Sigmar Gabriel beschuldigde Saoedi-Arabië er vorig jaar van moskeeën en gevaarlijke extremistische groeperingen te financieren en zei dat het daarmee moest stoppen. ‘We moeten de Saoedi’s duidelijk maken dat de tijd van wegkijken voorbij is. Saoedi-Arabië financiert overal ter wereld wahabitische moskeeën. Heel wat islamisten uit zulke gemeenschappen komen naar Duitsland,’ zei hij.


    Een teken van de veranderende houding tegenover het Saoedische religieuze sektarisme is dat in westerse politieke en inlichtingenkringen de onuitgesproken mening heerst dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan bij de verspreiding van het wahabisme.

    Kortom, de complexe relatie tussen de Saoedi’s en het wahabisme leidt tot politieke dilemma’s en compliceert de relaties met de VS en de opstelling tegenover Syrië, IS en Jemen. 


    Auteur: James M. Dorsey
    Vertaler: Tess Visser

    James M. Dorsey (rechts op de foto) is senior fellow aan de S. Rajaratnam School of International Studies in Singapore. Ook is hij columnist en auteur van het blog The Turbulent World of Middle East Soccer.

    The Straits Times 
    Singapore, dagblad, oplage 380.000

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

    schermafbeelding 2016 09 21 om 20 19 08

    NEE

    Al decennialang loopt er een polemiek over de wereldwijde steun van Saoedi-Arabië aan de salafisten. Dankzij de opkomst van IS is dit debat nu weer uiterst actueel. Maar meestal lopen daarbij nogal wat zaken door elkaar. Je kunt Saoedi-Arabië niet gelijkstellen met het salafisme, ook al is dat in het land sterk aanwezig. Net zomin als je het salafisme gelijk kunt stellen aan het jihadisme. Er is inderdaad een tak die de wapens tegen de leiders wil opnemen. Maar er is ook een tak die de politieke autoriteit absoluut niet ter discussie wil stellen. 


    Ook wordt vaak gezegd dat het salafisme voor Saoedi-Arabië een soft power is en richting geeft aan zijn politieke allianties. Maar Saoedi-Arabië gaf en geeft nog steeds steun aan neutrale prominenten en instellingen. Zoals aan Abdullah Saleh in Jemen, aan Rafik Hariri in Libanon tot 2005 en aan de politieke partij die nu wordt geleid door diens zoon Saad Hariri, aan Iyad Allawi in Irak, en aan het leger [van Al-Sisi] in Egypte.

    Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme

    Het salafisme is voor Saoedi-Arabië nooit een politieke soft power geweest zoals het sjiisme is voor Iran. Want dat laatste eist trouw aan de Iraanse leider Ali Khamenei.

    
Overigens is de Saoedische islam heel breed; er zijn soennitische hanbalisten, hanafieten, malekieten, sjafeieten en ook sjiieten. Maar belangrijker is: het jihadisme is niet zozeer een product van het salafisme als wel van het samengaan van het salafisme en de in Egypte ontstane Moslimbroederschap. Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme. En juist die heeft steun gekregen van religieuze leiders en vooraanstaande zakenlieden in diverse Golfstaten, maar ook van theoretici in vele andere moslimlanden.

    De verschillen met het traditionele salafisme in Saoedi-Arabië zijn vooral politiek van aard. Het traditionele salafisme wantrouwt de overheid, maar keert zich er niet tegen. Het kan kritiek hebben op de leiders, maar zal nooit de wapens tegen hen opnemen en predikt juist gehoorzaamheid aan de politieke autoriteit. Kortom, het is apolitiek.


    Daartegenover staat het activistische islamisme dat juist zeer politiek is. Het predikt ‘het rijk Gods’, een concept dat ver van Saoedi-Arabië is uitgedacht door Maududi in Pakistan en Said Qutb in Egypte.


    En moet ik nog zeggen dat wereldwijd het activistische islamisme dat daaruit is voortgekomen, zich sinds de Golfoorlog tegen Saoedi-Arabië heeft gekeerd?

    Auteur: 
Badr Al-Rached
    Vertaler: Tess Visser

    Badr Al-Rached (links op de foto) is de Saoedische correspondent van Al-Arabi Al-Jadid. Hij publiceerde onder meer in Al Monitor en Al-Hayat. Ook was hij redacteur bij Al-Ekhbariya TV en Qawafil magazine.

    Al-Arab Al-Jadid
    VK | alaraby.co.uk

    Opgericht in Londen, gefinancierd door Qatar. De nieuwssite wordt geleid door Azmi Bishara, een Palestijnse academicus, en vertrouweling van de Emir Sheikh Tamim bin Hamad al-Thani.