Tag: Algemene Verordening Gegevensbescherming

  • Ierland: Instagram krijgt boete van 405 miljoen euro

    Ierland: Instagram krijgt boete van 405 miljoen euro

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: een van de verdachten van steekpartij dood aangetroffen

    » Rusland stelt referendum annexatie Zuid-Oekraïne uit

    Instagram schendt privacy minderjarigen

    De Ierse toezichthouder (DPC) heeft de Meta-groep (voormalig Facebook), eigenaar van Instagram, een zware sancties van 405 miljoen euro opgelegd wegens het schenden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De boete is met name uitgevaardigd voor het schenden van de privacy van minderjarigen.

    Het onderzoek, dat al twee jaar loopt, richtte zich op twee overtredingen, legt techsite The Verge uit. Ten eerste het feit dat Instagram ‘jonge gebruikers tussen dertien en zeventien jaar toestaat professionele accounts aan te maken op het platform, waarbij hun gegevens openbaar worden gemaakt’. Ten tweede wordt het sociale netwerk ervan beschuldigd ‘de accounts van sommige jonge gebruikers standaard openbaar te maken’.

    Dit is de derde en grootste boete die de Ierse toezichthouder aan Meta heeft opgelegd. In 2021 werd al 225 miljoen euro van WhatsApp geëist vanwege het gebrekkige privacybeleid, schrijft The Verge. Het bedrijf van Mark Zuckerberg heeft verklaard in beroep te gaan.

    Lees ook:

  • 1. Het is hoog tijd om internet te reguleren

    1. Het is hoog tijd om internet te reguleren

    Misschien denkt Mark Zuckerberg dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar hij heeft het mis, schrijft journalist Franklin Foer.

    Het wordt smullen als het wonderkind er straks van langs krijgt. Al die politici 
die Mark Zuckerberg de volle laag gaan geven – ironisch genoeg in de hoop daarmee zelf viraal te gaan. Ze zullen de oprichter van Facebook het vuur 
aan de schenen leggen en hem allerlei vreselijke wandaden proberen aan te wrijven [Zuckerberg getuigde intussen op 10 en 11 april]. Heerlijk spektakel wordt dat. Maar met spektakel heb je nog geen goed beleid.

    Na de laatste schandalen rond Facebook is de stemming rond de grote techbedrijven razendsnel omgeslagen. We horen alleen meer boze klachten dan doordachte plannen. Het best uitgewerkte voorstel dat in het Congres circuleert en op enthousiaste steun kan rekenen, behelst regels voor politieke advertenties op het internetplatform. Die zullen de macht en de omzet van het bedrijf nauwelijks aantasten. En het wetsvoorstel pakt de kern van het probleem niet aan: het ontbreken van goede regelgeving om onze persoonsgegevens te beschermen.

    Ons digitale leven wordt gedomineerd door het feit dat het internet een massamedium werd in de jaren negentig, toen het vrijemarktdenken hoogtij vierde. Toen we het privatiseerden, om het uit handen te trekken van de onderwijsinstellingen en overheidsinstanties die er aanvankelijk als enigen gebruik van maakten, hebben we onze maatschappelijke neiging tot regulering bedwongen. Anders dan voorheen met het bankenstelsel, de luchtvaart of de landbouw hebben we voor het internet geen strenge regelgeving opgesteld om onze veiligheid en grondwettelijke waarden te beschermen.

    Van de zijlijnen van het debat roepen internetactivisten dit al langer, en ergens waren misschien ook de meeste Facebookgebruikers zich wel van de gevaren bewust. Maar een abstract besef van de grootscheepse exploitatie van onze persoonlijke data is iets anders dan een scherpe illustratie van de manier waarop die data tegen je kunnen worden gebruikt – zoals de onthullingen over de bijdrage van Facebook aan het fiasco van de presidentsverkiezingen. Dat Facebook de eigen rol nog steeds niet lijkt te willen erkennen, verhoogt het wantrouwen over de methoden en motieven van het bedrijf. En naarmate er meer wantoestanden aan het licht komen, kan het grote publiek weleens tot het inzicht komen dat het succes van Facebook van meet af aan gebaseerd was op leemtes in onze wetgeving.


    Als je er even rustig over nadenkt, is dat onmiskenbaar: het hele verdienmodel van Facebook berust op het uitkleden van onze privacy. Het bedrijf 
wil gebruikers ertoe aanzetten zo veel mogelijk persoonlijke gegevens te delen – wat ze zelf ‘radicale transparantie’ noemen – en ze nauwlettend volgen, zodat ze bij de site ‘betrokken’ blijven en met gerichte advertenties kunnen worden bestookt. Af en toe maakt Mark Zuckerberg wel een gebaar in de richting van privacybescherming, maar het is altijd heel duidelijk hoe hij er echt over denkt. 
In 2010 zei hij bijvoorbeeld dat privacy geen ‘sociale norm’ meer is. (In een 
bui van puberale overmoed noemde 
hij zijn gebruikers ook al eens ‘domme eikels’, omdat ze hem zomaar al hun persoonsgegevens toevertrouwen.) 
Ook leidinggevenden in het bedrijf lijken zich bewust van de reikwijdte van hun systeem. Iemand van Facebook met wie ik onlangs in een gesprekspanel zat, gaf toe dat hij de site al jaren niet meer gebruikt, om zijn eigen privacy te beschermen.

    We moeten ons goed bewust zijn van die ideologische onverschilligheid over privacy. Dan is er niets schokkends 
aan de nonchalance die spreekt uit de hele affaire rond Cambridge Analytica. Blijkbaar zag Facebook er geen been in om jouw data aan de charlatans van Cambridge Analytica te overhandigen – zonder die lui na te trekken of zich ook maar even af te vragen wat hun achterliggende reden voor het verzamelen van zo veel privacygevoelige informatie kon zijn. En dit incident stond niet op zichzelf. Facebook gaf 
die dataverzamelaars toegang tot onze gegevens, omdat het een duivels pact heeft gesloten met ontwikkelaars van externe apps. Het bedrijf had die ontwikkelaars nodig om gebruikers te 
verleiden steeds meer tijd op Facebook door te brengen. Zoals mijn collega Alexis Madrigal eerder al beschreef, stelde Facebook nauwelijks eisen aan het verzamelen van gegevens, ondanks de felle kritiek die het daarop kreeg.

    Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting

    Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting. Onze intieme gegevens werden vrijelijk gedeeld met kwaadwillende personen die onze politieke overtuiging, ons denken en ons consumptiepatroon willen manipuleren. Allemaal kinderspel voor de eigenaren van Cambridge Analytica. Onze data, in feite een röntgenfoto van ons innerlijk, werden buiten ons medeweten door Facebook als koopwaar 
verhandeld.

    In het verleden hebben Amerikanen altijd verlangd dat de overheid hen tegen al te machtige marktpartijen beschermde. Tegen banken die onze menselijke zwakheden en kennisachterstand willen uitbuiten, beschermt de wet ons met een verbod op de verhandeling van onze financiële gegevens. Omdat voedselfabrikanten soms vreselijke ingrediënten in hun producten stoppen, worden ze door de overheid verplicht alle ingrediënten op het etiket te vermelden. In het verkeer heeft de overheid snelheidslimieten vastgesteld en gebruik van de veiligheidsgordel verplicht. Er zitten mazen in al die wetten, maar er heerst een zwaarwegende consensus dat dit allemaal beter is dan wetteloosheid. Dat historische model moeten we nu ook gaan toepassen op onze nieuwe wereld.

    Gelukkig hoeven we niet zelf het wiel uit te vinden. In mei wordt in de EU 
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Verschillende Europese landen hebben in de loop der tijd ieder hun eigen regels en toezichthouders voor de technologiesector ontwikkeld. Met deze nieuwe verordening komt er één standaard voor de hele EU – een enorme en grotendeels prijzenswaardige poging om techbedrijven te dwingen helder uit te leggen wat zij van plan zijn met de persoonsgegevens die ze verzamelen. Het geeft burgers ook meer mogelijkheden om de exploitatie daarvan aan banden te leggen, onder meer via het recht op het wissen van persoonlijke data.

    Amerikaanse toezichthouder

    Het wordt tijd dat we in de VS onze eigen toezichthouder krijgen, in overeenstemming met onze eigen waarden en tradities – een Data Protection 
Authority. Die naam is, zoals ik in mijn boek World Without Mind al schreef, een doelbewuste verwijzing naar de overheidsinstantie (de Environmental Protection Authority) die op de naleving van onze milieuwetgeving toeziet. Er zijn overeenkomsten tussen het milieu en onze privacy. Het zijn allebei zaken waarvoor een volledig vrije marktwerking fataal zou zijn. We laten weliswaar toe dat het bedrijfsleven de lucht, het water en de bossen vervuilt, maar we leggen toch belangrijke beperkingen op aan de commerciële exploitatie van onze leefomgeving. Dat moeten we met onze privacy ook gaan doen. Onze burgers zouden net als in Europa het recht moeten krijgen hun gegevens van servers te wissen. Bedrijven moeten worden verplicht standaardinstellingen zo in te richten dat het voortaan een actieve keuze van gebruikers is om zich te laten 
bespioneren, in plaats van dat ze zonder iets te doen automatisch hun privacy prijsgeven.

    De oprichting van zo’n Data Protection Authority werpt natuurlijk allerlei lastige vragen op. Er is 
een reële angst dat het grote geld nieuwe regels zal willen aanwenden om onwelgevallige journalistiek het zwijgen op te leggen. Gelukkig is onze jurisprudentie 
op het gebied van persvrijheid een stuk sterker dan in Europa, en we kunnen ervoor zorgen dat bescherming van de persvrijheid stevig in die nieuwe regelgeving wordt verankerd. Bovendien is niets doen 
een veel grotere bedreiging voor onze democratie. Als onze privacy eenmaal is verdwenen, krijgen we die nooit meer terug. En als demagogen de zwakheden in ons systeem gaan uitbuiten, kan dat 
de genadeklap voor onze politieke normen en waarden betekenen.

    Bij de ontwikkeling van hun app om Facebookgebruikers over te halen hun gegevens prijs te geven, maakte Cambridge Analytica een duivelse grap. Ze gaven dat Trojaanse paard een naam die leek aan te kondigen hoe ver hun plannen reikten: ze doopten hun app thisisyourdigitallife. Als we alle boze woorden nu eens omzetten in daden, hoeft dit niet ons digitale leven te worden.

    Auteur: Franklin Foer
    Vertaler: Frank Lekens

    De auteur van dit artikel, journalist bij The Atlantic, publiceerde in september vorig jaar het boek World Without Mind (360 publiceerde voor uit de Nederlandse vertaling, Ontzielde wereld (bekijk de voorpublicatie hier). Daarin levert hij kritiek op de macht van grote technologische bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple. ‘Dat deze bedrijven fantastische dingen voor ons hebben ontwikkeld en dat wij dat kunnen beschouwen als geweldige innovaties, wil nog niet zeggen dat we hun duistere kanten buiten beschouwing moeten laten,’ zei Foer onlangs in een interview met het blad Wired. Als men zich een ranglijst zou kunnen voorstellen van ‘de meest diabolische bedrijven’ ter wereld, dan zou Facebook volgens hem bovenaan staan, gevolgd door Amazon, Google en Apple.

    The Atlantic
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 494.000

    Anticipatievermogen is altijd een 
van de sterke kanten geweest van The Atlantic sinds het blad in 1857 voor het eerst verscheen. De eerbiedwaardige publicatie, waaraan de meest prestigieuze pennen van hun tijd bijdragen hebben geleverd, heeft beter dan welk ander Amerikaans tijdschrift de overgang naar het internettijdperk weten 
te maken. De website is een zeer dynamische plek voor reflectie en debat.