Marc Tessier-Lavigne werd niet schuldig bevonden aan fraude
Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford Universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt wel dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk alzheimeronderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van haar onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.
Sinds de ontdekking van de ziekte van Alzheimer hebben patiënten en hun naasten de ene na de andere ‘hartverscheurende teleurstelling’ moeten verwerken. Maar de raadselachtige hersenscan van een Colombiaanse vrouw enkele jaren geleden, zorgde voor nieuwe inzichten en biedt voorzichtige hoop op een remedie.
Dr. Eric Reiman kan de identiteit niet onthullen van de 73-jarige vrouw uit een primitief Colombiaans bergdorpje in de omgeving van Medellin die een paar jaar geleden landde op de luchthaven van Boston voor een aantal onderzoeken bij de Harvard Medical School. Wel wil hij dit kwijt: haar ontdekking kan een opzienbarende doorbraak betekenen in een bijna drie decennia durend onderzoek naar Colombianen die zijn behept met een gen dat rond hun vijftigste volledige alzheimer veroorzaakt.
Wat de vrouw bijzonder maakte was niet alleen wat de artsen ontdekten toen ze haar hersenen voor de eerste keer scanden om de opbouw te meten van bèta-amyloïd, de kleverige plaques die er al lange tijd van werden verdacht een sleutelrol te spelen in de verwoestende cognitieve achteruitgang bij een vergevorderd stadium van alzheimer. Ze had de hoogste niveaus die ooit waren waargenomen. Wat de vrouw echt bijzonder maakte was dat ze, ondanks die plaques, bijna normaal leek voor haar leeftijd.
‘Niemand liep een hoger risico om alzheimer te krijgen dan zij,’ zegt Reiman, neurowetenschapper bij het Banner Alzheimer’s Institute in Phoenix, Arizona, die het uit zesduizend mensen bestaande Colombiaanse familiecohort waartoe de vrouw behoort al drie decennia bestudeert. ‘Maar haar milde cognitieve beperking is dertig jaar later ingetreden dan gebruikelijk is bij haar familie. En ze is nog steeds niet dement.’
De slopende hersenziekte is veel complexer en heterogener dan eerder werd aangenomen
Het geval van de Colombiaanse vrouw is een krachtig bewijs van zowel de hoopvolle vooruitzichten als de enorme frustratie die gepaard gaan met het zoeken naar medicijnen om de ziekte van Alzheimer te behandelen. De farmaceutische industrie heeft daar in twee decennia zeshonderd miljard dollar in geïnvesteerd, waarbij men zich vrijwel uitsluitend heeft gericht op het op een veilige manier reduceren of voorkomen van de opbouw van dodelijke plaques die een van de belangrijkste kenmerken van de ziekte vormen.
Het aanvallen van de plaque is precies de bedoeling van het nieuwe alzheimermedicijn Aducanumab van de Amerikaanse farmaceut Biogen, dat tijdens twee afzonderlijke klinische proeven is getest. De eerste resultaten werden onlangs door hoge functionarissen van de Amerikaanse Food and Drug Administration [FDA], dat de ontwikkeling van het medicijn heeft gesteund, ‘bijzonder overtuigend’ genoemd. Maar deze bevinding werd begin november tegengesproken door een panel van onafhankelijke deskundigen dat op verzoek van het FDA de onderzoeksresultaten analyseerde.
Zij spraken van conflicterende data – één onderzoek toonde een licht therapeutisch effect, een ander geen enkel – en van een gebrek aan werkzaamheid. ‘Het totaal aan data lijkt onvoldoende bewijs te leveren voor de effectiviteit van het middel,’ meldde een FDA-statisticus in een rapport. FDA-adviseur dr. David Knopman van de academische ziekenhuisketen Mayo Clinic drong aan op een nieuwe klinische proef.
‘Hoezeer men ook hoopt dat Aducanumab alzheimerpatiënten zal helpen,’ schreef hij in een rapport, ‘uit onderzoeksresultaten blijkt dat het middel in geen enkel geval verbetering biedt, in sommige gevallen zelfs schadelijk is en een enorme aanslag betekent op de beschikbare middelen.’
Hernieuwd optimisme
Ook al zou het FDA het oordeel van zijn eigen deskundigen naast zich neerleggen en Aducanumab deze maand goedkeuren, dan nog is het onwaarschijnlijk dat het middel alzheimer zal kunnen voorkomen door de opeenhoping van plaque in de hersenen tegen te gaan. Biogens Aducanumab is een uitvloeisel van een theorie die de ‘amyloïd-cascadehypothese’ wordt genoemd en die ervan uitgaat dat bèta-amyloïdplaques de eerste stap zijn in het proces dat tot het massaal afsterven van cellen en de daarmee gepaard gaande geheugen- en denkproblemen leidt dat alzheimer zo’n verschrikkelijke ziekte maakt. Maar die theorie boet al jaren aan geloofwaardigheid in, zoals het geval van de Colombiaanse vrouw onderschrijft.
De Colombiaanse vrouw is alleen maar het nieuwste bewijsstuk dat de oorzaken van de slopende hersenziekte veel complexer en heterogener zijn dan eerder werd aangenomen. (Ondanks een hersenscan die meer bèta-amyloïdplaqueafzetting aan het licht bracht dan veel van haar artsen ooit hadden gezien, waren haar cognitieve vermogens slechts in lichte mate aangetast.) Dit is de reden dat, hoewel de lijst mislukte behandelingen blijft toenemen, veel deskundigen de toekomst met hernieuwd optimisme tegemoetzien. Zij denken dat er de komende jaren mogelijke behandelingen kunnen voortvloeien uit geheel nieuwe – en in sommige gevallen veronachtzaamde – benaderingen waarbij bèta-amyloïdplaquevorming in sommige gevallen geen enkele rol speelt.
Deze hoop wordt gevoed door een explosie van technologische innovaties op het gebied van gensequentie, data-analyse en moleculaire biologie, die wetenschappers in staat stelt de voortgang van de ziekte eerder en veel gedetailleerder te bestuderen dan eerder het geval was.
De hoop wordt ook gevoed door geld: de Amerikaanse National Institutes of Health [NIH] besteedden in 2020 2,8 miljard dollar (ca. 2,4 miljard euro) aan alzheimeronderzoek, zes keer zoveel als in 2011 toen het Amerikaanse Congres wetgeving aannam die de NIH in staat moest stellen een agressief en gecoördineerd plan te ontwikkelen om alzheimer tegen 2025 te voorkomen en effectief te behandelen.
In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen
Die ambitie wijst op een toenemende urgentie bij een ouder wordende populatie, artsen en de Amerikaanse gezondheidszorg. In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen en zullen de zorg- en behandelingskosten volgens sommige schattingen meer dan twee biljoen dollar bedragen, tien procent van het huidige Amerikaanse bnp. Wetenschappers proberen deze tikkende demografische tijdbom in allerijl onklaar te maken.
Dementie in Nederland
In Nederland hebben 290.000 mensen momenteel dementie, waarvan naar schatting 15.000 jonger zijn dan 65 jaar. Ruim 80.000 worden verzorgd in verpleeg- of verzorgingshuizen en ruim 100.000 hebben nog geen diagnose.
Alzheimer is de meestvoorkomende vorm van dementie: 70 procent van de dementiegevallen betreft Alzheimer.
Bron: Alzheimer Nederland
Hoewel de deadline van 2025 vermoedelijk niet zal worden gehaald, hebben de bevindingen van de afgelopen jaren onderzoekers een veel gedetailleerder en genuanceerder inzicht in de ziekte opgeleverd. Daardoor neemt de hoop toe dat we, ondanks de tegenvaller van Aducanumab, eindelijk meer kans maken alzheimer de kop in te drukken.
‘Ik ben mezelf kwijt’
Van begin af aan was er goede reden om te denken dat de dikke plaques die met de zieke gepaard gaan ook de oorzaak ervan waren. In 1901 werd een vijftigjarige vrouw genaamd Auguste Dieter aan de zorg van dr. Alois Alzheimer van het psychiatrisch ziekenhuis van Frankfurt toevertrouwd met een onverklaarbare reeks symptomen, waaronder geheugenverlies, desoriëntatie, hallucinaties, afasie en waanideeën. ‘Ik ben mezelf kwijt,’ klaagde ze volgens Alzheimers nauwgezette aantekeningen kort voordat ze in 1906 overleed.
Tijdens een autopsie ontdekte Alzheimer de opbouw van donkere plaqueklonters, gevormd door eiwitfragmenten die bekendstaan als bèta-amyloïd, samen met de twee andere symptomen die nu als de belangrijkste fysieke kenmerken worden beschouwd van de ziekte die zijn naam draagt: de kluwens van draderige eiwitmoleculen, ‘tau’ genaamd, waardoor de ruimte tussen hersencellen verstopt raakt en de normale celfunctie wordt verstoord, en grootschalige hersenatrofie als gevolg van het afsterven van de grijze stof die we gebruiken om te denken, voelen en leven.
Toch zou het moderne alzheimeronderzoek nog decennia op zich laten wachten, totdat Robert Katzman, een vooraanstaand neuroloog van de Universiteit van Californië, een artikel schreef waarin hij betoogde dat de obscure toestand die ‘de ziekte van Alzheimer’ werd genoemd – een term die voordien alleen werd gebruikt voor mensen die voor hun vijfenzestigste dement werden – in feite de belangrijkste oorzaak was van wat toen uitsluitend bekendstond als seniliteit.
Volgens die maatstaf, betoogde Katzman, was de ziekte van Alzheimer de vierde of vijfde doodsoorzaak in de Verenigde Staten, en daarmee een op grote schaal miskende aanslag op de volksgezondheid. In de jaren die volgden begonnen de eerste belangengroepen van patiënten zich te roeren en ging het pas opgerichte National Institute of Aging geld in onderzoek steken.
Daarna kwam de ontdekking en bestudering van families zoals die in het bergdorpje in de omgeving van Medellin, die dragers waren van zeldzame mutaties waardoor ze al veel eerder symptomen van volledige alzheimer ontwikkelden dan elders. Met gebruikmaking van het op dat moment beschikbare genetische gereedschap concentreerden onderzoekers zich gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw op specifieke mutaties die alleen leken voor te komen bij familieleden die al in een vroeg stadium alzheimer hadden ontwikkeld, mutaties die volledig ontbraken bij naaste verwanten die voor de ziekte gespaard bleven. Vrijwel alle genotypes leken direct in verband te kunnen worden gebracht met de vorming van de bèta-amyloïdplaques in de hersenen.
Amyloïdhypothese
Deze ontdekkingen vormden een van de belangrijkste aanwijzingen voor de amyloïdhypothese, die aan het begin van deze eeuw toonaangevend was geworden als verklaring voor het hoe en waarom van de progressie van alzheimer. En met de komst van de hersenscantechnologie die clinici voor de eerste keer in staat stelde de plaques in de hersenen van levende mensen te meten, leek het plotseling mogelijk deze accumulatie in realtime te volgen.
De implicaties waren duidelijk: als wetenschappers een geneesmiddel konden ontwikkelen dat in staat was de accumulatie van plaque tegen te gaan, zouden we de progressie van alzheimer, en van de hartverscheurende cognitieve aftakeling die daarmee gepaard gaat, al in een vroeg stadium kunnen stuiten.
‘Ik studeerde toen nog, en het waren bedwelmende tijden,’ herinnert Scott Small zich, een neuroloog die het alzheimeronderzoek leidt aan de Columbia University in New York. ‘We dachten dat we het helemaal hadden uitgevogeld.’
De werkelijkheid bleek helaas weerbarstiger. Tussen 1998 en 2017 zijn er 146 vergeefse pogingen gedaan om medicijnen te ontwikkelen voor het behandelen en zo mogelijk voorkomen van alzheimer, waarvan de overgrote meerderheid was gebaseerd op de amyloïdhypothese. (De laatste alzheimermedicatie die door het FDA is goedgekeurd is Namenda uit 2003, een middel dat de cognitieve prestaties tijdelijk probeert te stimuleren door het stimuleren van de chemische boodschappers in de hersenen die neurotransmitters worden genoemd.)
Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker kregen en hun cognitie afnam
De lijst teleurstellende medicijnen die beloofden de progressie van de ziekte te voorkomen of te vertragen is lang. Zo was er Bapineuzumab van Pfizer en Johnson & Johnson, een monoklonaal antilichaam dat was ontworpen om bèta-amyloïd te binden. In 2012 verklaarde de grootste investeerder in de Harvard-studie naar het middel dat proeven bij 1100 patiënten met lichte tot matige symptomen van de ziekte ‘geen enkel bewijs hadden opgeleverd van enig klinisch resultaat van de behandeling, cognitief noch functioneel’. Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker hadden gekregen en hun cognitie afnam. Solanezumab uit 2016, ontwikkeld door Eli Lilly & Co, ‘verbeterde in generlei opzicht de cognitie’ van de 2129 patiënten met lichte alzheimer die het middel gedurende meer dan een jaar probeerden.
De laatste hoop was gevestigd op Aducanumab, waarvan de goedkeuring met zoveel horten en stoten verloopt dat het typerend is voor de tergende ambiguïteit die op dit moment heerst. Het door Biogen and Eisai ontwikkelde middel haalde in 2016 het omslag van het blad Nature, nadat onderzoekers hadden verklaard dat het de cognitieve aftakeling had vertraagd en de plaque had gereduceerd in de hersenen van een kleine groep proefpersonen.
In 2018 gingen in klinieken overal op de wereld massale fase 3-proeven van start, die tot 2021 hadden moeten duren. In maart 2019 maakte Biogen echter bekend dat een eerste resultatenonderzoek, een zogeheten futiliteitsanalyse, uitwees dat het middel niet naar behoren werkte bij de ruim drieduizend vroege alzheimerpatiënten die hoopvol deelnamen aan de studie. Het onderzoek werd twee jaar te vroeg gestaakt en als een mislukking bestempeld.
‘Dat was een ongelooflijk pijnlijke tijd voor alle betrokkenen, zowel het vakgebied als de patiënten en hun familie,’ zegt Reiman, die het onderzoek in twee instellingen leidde. ‘De bedrijfstak maakte zich zorgen – waarom investeren in de ziekte van Alzheimer? – en liet het in sommige gevallen afweten. Het was hartverscheurend.’
Vergist
Maar daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Zeven maanden na het staken van de proef nam Biogen and Esai een ongebruikelijke stap door te verklaren dat ze zich hadden vergist. Het middel, zeiden ze, leek toch effectief. Tijdens een drukbezocht congres in december 2019 legden vertegenwoordigers van het bedrijf uit dat de futiliteitsanalyse maar naar de helft van de patiënten had gekeken. Na een tweede blik op de data hadden ze geconstateerd dat de cognitieve baten langer uitbleven dan verwacht maar zich waren gaan manifesteren tegen de tijd dat de proef werd gestaakt. Het bedrijf kondigde aan in maart een nieuwe open-labelstudie te starten en goedkeuring van het middel aan te vragen bij het FDA.
De bekendmaking werd met immense opluchting en voorzichtig optimisme begroet door Reiman en zijn collega’s. Na het congres waren de meesten het erover eens dat er meer data nodig was om hen ervan te overtuigen dat het geneesmiddel werkelijk effectief is. Afgelopen augustus maakte het FDA bekend het middel aan een ‘prioriteitstoets’ te zullen onderwerpen en niet later dan 7 maart 2021 een beslissing te nemen. Als het werd goedgekeurd, zou het de eerste nieuwe behandeling in achttien jaar zijn.
Toen kwam het conflict in november 2020. Aan het begin van die maand plaatste het FDA documenten op zijn website die suggereerden dat veel klinische onderzoekers van het agentschap, onder wie de directeur van de afdeling neurowetenschap, achter goedkeuring van het middel stonden. Deze verklaring kwam maar een paar dagen voor het belangrijke oordeel van een door het FDA ingestelde adviesraad van vooraanstaande deskundigen; de koers van het aandeel Biogen steeg met meer dan veertig procent.
Maar toen de adviesraad bijeenkwam, beschuldigden de leden de staf van het agentschap van vooringenomenheid en velden een unaniem zij het niet-bindend vonnis: het bewijs was onvoldoende overtuigend om goedkeuring aan te bevelen. Door deze verklaring werd alle hoop de grond in geboord en kelderde het aandeel Biogen weer.
Volgens velen benadrukte deze bipolaire opeenvolging van gebeurtenissen alleen maar hoe dwaas het was op een behandeling te blijven mikken op grond van één enkele hypothese. Sommigen, zoals Scott Small van Colombia University, hadden zich al als critici ontpopt.
‘Het basisidee van de amyloïdhypothese,’ zegt hij, ‘was destijds juist. Maar als we vandaag de dag wakker zouden worden met alle informatie die we de afgelopen vijfentwintig jaar hebben verzameld, denk ik eerlijk gezegd niet dat iemand nog met een amyloïd-cascadehypothese op de proppen zou komen. Je slaat nooit een homerun als je niet op het veld staat. Maar tot nu toe stonden we op het verkeerde veld. Nu staan we op het goede. Die homerun komt er wel. Voor mijn patiënten hoop ik alleen dat hij niet te lang op zich laat wachten.’
Een nieuwe golf van studies
Veel onderzoekers zijn het erover eens dat er een veelbelovend nieuw tijdperk in het alzheimeronderzoek is aangebroken, een tijdperk dat benadrukt dat er duizend bloemen moeten mogen bloeien in de onderzoekslaboratoria waar wetenschappers op zoek zijn naar een remedie.
‘We geven de amyloïdbenadering niet op maar de veelheid aan doelen die we nu kunnen identificeren zorgt voor veel opwinding,’ zegt Richard J. Hodes die leiding geeft aan het ouderenprogramma van de NIH. ‘We zien een nieuwe golf van studies op ons afkomen.’
Hodes merkt op dat van de 46 medicijnproeven die zijn programma dit jaar steunt, 30 zich op andere doelen richten dan amyloïd. Dit is waarschijnlijk alleen nog maar het begin. In de tijd dat de nu gebruikte bèta-amyloïdmedicijnen werden ontwikkeld, zegt hij, waren er nog maar vier genen geïdentificeerd die een belangrijke rol spelen bij de ziekte van Alzheimer.
De afgelopen jaren heeft het ouderenprogramma van de NIH onderzoekers gefinancierd om data uit duizenden hersenen te verzamelen en specifieke genetische sequenties te isoleren die verband met de ziekte lijken te houden, of met de bescherming daartegen. Alleen al in 2018 is er een dertigtal nieuwe sequenties ontdekt, een aantal dat volgens Hodes hoger is dan in enig voorgaand jaar en nog exponentieel stijgt. De lijst schijnbaar relevante genetische sequenties is de vijfhonderd al gepasseerd. Onderzoeksgroepen hebben dit aantal gereduceerd tot een lijst van meer dan vijftig die tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen belooft te leiden.
‘Dat is een belangrijk beginpunt voor wat hierna komt,’ legt Hodes uit. ‘Wanneer we weten door welke genen het risico op alzheimer toeneemt, kunnen we begrijpen wat die genen precies doen, wat voor eiwitten ze aanmaken, wat voor boodschapper-RNA eruit voortkomt. En nu ook de bio-informatica in opkomst is, kunnen we al die informatie samenbrengen en zien in hoeverre nieuwe moleculaire interacties in de hersenen van alzheimerpatiënten verschillen van die bij mensen zonder alzheimer.’
Daaronder valt ook de oudere Colombiaanse vrouw wier opmerkelijke helderheid van geest – ondanks hersenen vol bèta-amyloïdplaque – zoveel indruk op Reiman maakte. Vorige winter maakten Reiman en zijn collega’s bekend dat ze de oorzaak van haar onverwachte geestelijke veerkracht hadden kunnen herleiden tot een genotype dat maar ‘één op de miljoen keer’ voorkomt, een genotype dat in een belangrijk nieuw instrument zou kunnen voorzien om de ziekte te bestrijden als de effecten ervan met een geneesmiddel kunnen worden nagebootst.
De beschermende genetische mutatie illustreert het soort inzicht dat enkele jaren geleden nog onmogelijk zou zijn geweest. De oudere vrouw werd ontdekt tijdens een routinescreening, waarbij hersenscantechnologie werd gebruikt die het afgelopen decennium is verfijnd en die onderzoekers in staat stelt de amyloïdopbouw in levende hersenen te meten. Daarna gebruikten Reiman en zijn medewerkers gensequentietechnologie en krachtige computers om haar DNA te vergelijken met dat van anderen in haar familiecohort die wel door de ziekte getroffen waren. Ze concentreerden zich al snel op unieke veranderingen in haar genetische sequentie waarvan al werd vermoed dat ze een rol spelen in het functioneren van de hersenen.
Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk
De meest waarschijnlijke mutatie lijkt van invloed op het vermogen van twee belangrijke eiwitten om zich te binden, een binding die cruciaal lijkt voor de progressie van de dodelijke neurale cascade die gewoonlijk in taukluwens en celafsterving resulteert. Reiman en zijn collega’s demonstreerden dat ze dit effect in het lab konden nabootsen met behulp van kleine molecuulmedicijnen die uit antilichamen bestaan, waardoor de binding op soortgelijke wijze wordt beïnvloed.
In een volgende fase moet worden aangetoond dat het de bloed-hersenbarrière kan passeren om zijn magische werking bij echte patiënten te effectueren. ‘Op grond van één enkel casusrapport hebben we een antilichaam ontwikkeld dat een remedie zou kunnen worden als we het in de hersenen weten te krijgen,’ zegt Reiman.
Middelen die de mutatie nabootsen die bij de Colombiaanse vrouw is aangetroffen zouden een ingrijpender effect kunnen hebben op het behandelen en, in het bijzonder, het voorkomen van de ziekte van Alzheimer. Net als iedere andere benadering die een beter inzicht geeft in de manier waarop verschillende genetische profielen een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte.
‘Of amyloïd nu een rol speelt of niet, en ik blijf wat dat betreft een agnost, we zijn het er allemaal over eens dat we een gevarieerder portfolio van behandelingen nodig hebben, en dat er misschien wel veel verschillende manieren zijn waarop je uiteindelijk alzheimer kunt ontwikkelen,’ zegt Reiman.
Een periode van heronderzoek
Gensequentietechnologie en bio-informatica zijn maar twee van de nieuwe instrumenten die wetenschappers in staat stellen nieuwe terreinen te verkennen. In een laboratorium met uitzicht op de Stille Oceaan in het Californische La Jolla transformeert Fred ‘Rusty’ Gage, directeur van het Salk Institute, huidcellen van alzheimerpatiënten tot stamcellen, ongedifferentieerde of deels gedifferentieerde cellen die tot specifieke celtypen kunnen worden getransformeerd.
In dit geval maakt Gage in petrischalen babyneuronen van de stamcellen. De volgende stap is het nauwkeurig volgen van hun degeneratie tijdens het rijpingsproces, in de hoop precies te begrijpen wat er misgaat wanneer hersencellen vatbaar worden voor alzheimer en hoe mutaties die uniek zijn voor individuele patiënten de normale celfunctie kunnen verstoren. Gage werd getroffen door het enorme aantal verschillende manieren waarop hij van verschillende patiënten afkomstige neuronen zag aftakelen.
Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk, stuk voor stuk veroorzaakt door het bezwijken van een of meer van de ontelbare celsystemen die cruciaal zijn voor het onderhoud en de gezondheid van de neuronen via welke wij denken. Genetische fouten kunnen de aftakeling van deze celsystemen versnellen, maar de belangrijkste oorzaak ervan is veel universeler en onontkoombaarder: het meedogenloos verstrijken van de tijd.
‘We zijn in deze periode onze onderliggende principes over de ziekte van Alzheimer aan het heronderzoeken,’ zegt Gage. ‘Het grootste risico op alzheimer is leeftijd, en we weten eigenlijk niet goed wat ouder worden impliceert. Je krijgt geen alzheimer op je elfde. Dus is er momenteel veel belangstelling voor het opstellen van modellen waarin je de ziekte bijvoorbeeld via deze mutaties kunt bekijken, maar je moet ouder worden eraan toevoegen en begrijpen wat dat inhoudt.’
Over het algemeen gesproken zijn er acht verschillende dingen die tijdens het verouderingsproces lijken te kunnen misgaan in de cellen, en elk daarvan kan volgens Gage een katalysator zijn voor het systemische verval dat optreedt in de hersenen van mensen met alzheimer.
Naarmate we ouder worden verliezen de mitochondria, de energiecentrales van de cel, het vermogen om effectief de brandstof te verwerken die nodig is om celprocessen van energie te voorzien. De vuilnisophaaldienst van de cel begint te vertragen, wat ertoe leidt dat zombiecellen, verkeerd gevouwen eiwitten en ander celafval zich ophopen in de cel. Ondertussen stopt het kwaliteitscontroleteam van de cel – enzymen die fouten in het DNA ontdekken en repareren – met werken, zodat de kans op chaos nog toeneemt. De cellen worden ongezond en scheiden signalen af die ontstekingen veroorzaken. Het DNA begint te verslechteren en de aan-uitknop voor bepaalde genen wordt uitgeschakeld.
‘Al deze verschillende gebeurtenissen stapelen zich op naarmate we ouder worden,’ zegt Gage. ‘En wat ik zo spannend vind aan wat er op dit moment gebeurt, is dat we beginnen te begrijpen hoezeer al deze problemen verband met elkaar houden. Al deze systemen moeten werken, en als in een ervan een storing optreedt, heeft dat gevolgen voor de andere.’
Alzheimer is, volgens de visie van Gage, geen ziekte waarbij de hersencellen plotseling afsterven, alsof ze in één klap door een hartaanval worden geveld. De cellen lijken eerder te stikken in het celafval, of in te storten omdat de wanden het hebben begeven, of door kortsluiting te worden getroffen omdat het op de een of andere manier misloopt met de energieproductie. De petrischalen van Gage stellen hem in staat verschillende systemen te dereguleren en te zien hoe diverse populaties van door alzheimer op hol geslagen cellen reageren op diverse geneesmiddelen, op basis van de systemen die zijn verstoord.
‘Dit is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend’
Het is heel goed mogelijk, zegt Gage, dat middelen die zijn ontwikkeld om bèta-amyloïd te reduceren bij sommige patiënten werken, maar bij andere niet. En ondanks alle mislukkingen en teleurstellingen van de afgelopen decennia betogen sommige onderzoekers dat er meer vooruitgang wordt geboekt dan op het eerste gezicht lijkt.
Veel onderzoekers geloven inderdaad nog steeds dat bèta-amyloïd de sleutel is voor het begrijpen van de ziekte. Door velen is de afgelopen jaren geopperd dat het feit dat de op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen de ziekte tot dusver niet hebben kunnen genezen niet betekent dat de schadelijke plaque geen wezenlijke rol speelt bij de ziekte. Ze werkten misschien niet omdat ze in een te laat stadium aan de patiënten worden toegediend.
Toch hebben zelfs de onderzoekers die zich nog steeds voornamelijk op plaque concentreren de laatste tijd oog gekregen voor de heterogeniteit en complexiteit van de ziekte. ‘Alzheimer is een zeer complexe reeks veranderingen in de hersenen,’ zegt dr. Reisa Sperling, een neurologe die leiding geeft aan het Center for Alzheimer’s Research and Treatment in Boston. Zij doet onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen bij patiënten die in een relatief vroeg stadium van de ziekte verkeren.
Het falen van ieder systeem dat betrokken is bij de eiwitverwerking kan verregaande consequenties hebben. ‘Wat er volgens mij misgaat bij alle neurodegeneratieve ziektes, niet alleen alzheimer, is dat je naarmate je ouder wordt niet meer weet hoe je de eiwitten moet kwijtraken die je normaliter aanmaakt,’ zegt Sperling. ‘Het systeem laat het afweten. Daar ben ik het volledig mee eens. En de twee eiwitten die we het moeilijkst onder de duim krijgen bij de ziekte van Alzheimer zijn toevallig amyloïd en tau.’
In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verklaarde president Nixon kanker de oorlog en ging Amerika grootscheeps hartkwalen te lijf. Maar alzheimer werd destijds nog niet aangemerkt als een ziekte onder oudere volwassenen.
‘Als ik naar de geschiedenis van de ziekte van Alzheimer kijk, zie ik een lappendeken van vooruitgang en mislukking,’ zegt Jason Karlawish, die als hoogleraar geneeskunde, medische ethiek en gezondheidsbeleid patiënten behandelt in het Penn Memory Center in Philadelphia. Er is veel vooruitgang geboekt in het begrijpen van de ziekte, het diagnosticeren ervan, zodat er een beter idee bestaat van wat plausibele doelen zijn om met geneesmiddelen aan te pakken. Dat is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend. Daarom is er reden om optimistisch te zijn.’
Hoelang het zal duren om de ziekte de baas te worden blijft de grote vraag. Maar gezien de hoeveelheid nieuwe proeven die hun voltooiing naderen en de grote sommen federaal geld die worden geïnvesteerd, verwachten onderzoekers de komende decennia grote stappen te zetten. Het belangrijkste is dat veel wetenschappers geloven dat ze eindelijk op het juiste spoor zitten.
Dat corona de welvaartsverschillen in de VS heeft vergroot, blijkt uit de sterk gestegen vraag naar luxe woningen. De verkopen in het hogere segment stegen in het derde kwartaal met 42 procent ten opzichte van vorig jaar, volgens een rapport van makelaarsbedrijf Redfin. Dat is de grootste sprong sinds 2013.
De verkoop in het middensegment steeg met slechts 3 procent en de verkoop van betaalbare huizen daalde met 4 procent. De rijken lijken te profiteren van de stijgende aandelenmarkten en de lage hypotheekrentes, terwijl banken kredietverlening voor nieuwe kopers juist aanscherpen.
‘De luxehuizenmarkt krijgt normaal gesproken een klap tijdens recessies omdat rijke Amerikanen dan hun hand op de knip houden, maar dit is geen normale recessie,’ aldus de hoofdeconoom van Redfin.
Het vooruitzicht om veel langer thuis te moeten werken zorgt ook voor een verschuiving van populaire plekken. Zo stegen de verkopen in Sacramento, 145 kilometer van San Francisco, met maar liefst 86 procent, omdat werknemers uit Silicon Valley bereid zijn verder weg te gaan wonen.
Los Angeles Times | Los Angeles
Verenigde Staten
Naar een concert in je eigen bubbel
Zweterige concertzalen vol schreeuwende mensen zijn nou niet bepaald geschikt in het anderhalvemetertijdperk. Toch bedacht de Amerikaanse rockband The Flaming Lips een manier om optredens te blijven geven, terwijl de band en het publiek beschermd zijn tegen het coronavirus: iedereen in zijn eigen bubbel. Tijdens een concert in Oklahoma City begin oktober kropen het publiek en de bandleden zelf elk in hun persoonlijke, opblaasbare bal – honderd in totaal. ‘Je kan zo enthousiast doen als je wit, je kan zoveel schreeuwen als je wilt, maar de persoon naast je kan je niet besmetten, ook al vergeet je alles even in je enthousiasme,’ zegt Wayne Coyne, frontman van The Flaming Lips.
My Modern Met | New York
Zwitserland
En we noemen haar Twifia
Het is weliswaar de derde voornaam van het meisje dat begin oktober in het Zwitserse Graubünden werd geboren, maar toch: Twifia. Een naam als een internetprovider. En dat klopt. De ouders vielen voor de oproep van internetprovider Twifi om Twifius of Twifia op de geboorteakte van zoons of dochters te zetten, want dat levert 18 jaar lang gratis internet op. Het uitgespaarde geld, maandelijks 60 Zwitserse franc, ruim 54 euro, zal door de provider op een bankrekening worden gezet voor de kleine. En als het bedrijf over 18 jaar niet meer bestaat? ‘Dan ben ik persoonlijk aansprakelijk,’ belooft Twifi-baas Philippe Fotsch.
Natuurlijk is de actie bedoeld om reclame te maken voor het merk dat in augustus werd gelanceerd, maar, zegt Fotsch, ‘Twifius en Twifia hebben een Romeins tintje. Volgens oude geschriften bestond de naam al in het verleden.’
Demonstranten kondigden voor 5 november acties aan bij Rotax in het Oostenrijkse Gunskirchen. Dat bedrijf maakt motoren die worden gebruikt in Turkse TB2-gevechtsdrones. Die drones worden niet alleen ingezet in de strijd tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en geallieerde Syrische milities, maar ook door Azerbeidzjan in het Nagorno-Karabach-conflict met Armenië.
De demonstranten kunnen thuis-blijven, want Rotax stopt met onmiddellijke ingang met de levering van vliegtuigmotoren aan ‘landen met onduidelijk gebruik’. Dit op last van het Canadese moederbedrijf Bombardier, dat onder vuur kwam na publicaties in de Oostenrijkse Standard over het gebruik van de motoren.
Ook drones van de Iraanse Revolu-tionaire Garde, die eveneens worden aangedreven door Rotax-motoren, worden getroffen door de leveringsstop. De VS merkten de Revolutionaire Garde vorig jaar aan als terroristische organisatie.
Der Standard | Wenen
Verenigde Staten
Taalgebruik verraadt vroege tekenen van Alzheimer
Een onderzoeksteam van IBM en Pfizer heeft met Artificiële Intelligentie (AI) vroege tekenen van Alzheimer weten te herkennen door naar het taalgebruik te kijken. Ze gebruikten gegevens van de Framingham Heart Study, die sinds 1948 meer dan 14.000 mensen van drie verschillende generaties volgt. Om de AI-modellen te trainen, gebruikten de onderzoekers digitale kopieën van handgeschreven antwoorden die deelnemers in de loop der tijd hebben ingeleverd. Zo kwamen ze taalkenmerken op het spoor die in verband worden gebracht met vroege tekenen van cognitieve stoornissen, zoals spel-fouten, herhaling van woorden en het gebruik van eenvoudige zinnen. Deze kenmerken komen overeen met al bestaande kennis over hoe Alzheimer taalgebruik kan beïnvloeden.
Een van de gebruikte AI-modellen behaalde een nauwkeurigheid van 70 procent bij de voorspelling welke deelnemers uiteindelijk vóór de leeftijd van 85 jaar Alzheimer-gerelateerde dementie ontwikkelden.
De onderzoekers erkennen dat de resultaten zeker nog niet sluitend zijn, onder meer omdat het een relatief kleine en specifieke groep betreft en omdat bijvoorbeeld gesproken taal ontbreekt. Nader onderzoek moet uitwijzen of de AI-modellen ook in studies van grotere en meer diverse populaties stabiel blijken bij het op-sporen van trends in taalgebruik. Als dat het geval is, dan zijn de onderzoekers ervan overtuigd de ontwikkeling van Alzheimer te kunnen voorspellen ruim voordat ernstige symptomen zichtbaar worden en zonder dat ingrijpende tests of scans nodig zijn.
Om de wereldwijde drugsgerelateerde criminaliteit te stoppen, moeten cocaïne, ecstasy en amfetamine worden ‘genationaliseerd’ zodat legale verkoop mogelijk wordt. Dat adviseert de Britse campagnegroep voor drugsliberalisering Transform in een onlangs verschenen boek waarin Helen Clark, de voormalige premier van Nieuw-Zeeland, het voorwoord schreef.
In het boek How to regulate stimulants: A practical guide stelt Transform voor om de drugs te verkopen in speciale apotheken die door de staat worden beheerd. De groep pleit voor een gespecialiseerde regelgevende instantie, die onder toezicht van de overheid licenties uit kan geven voor de productie van de drugs. Die nieuwe instantie moet ook de prijzen bepalen en reclame voor de drugs moet worden verboden. Volgens Transform zouden winstprikkels de verkoop alleen maar aanjagen en daarom benadrukt de groep het belang van een staatsmonopolie. Onder strikt toezicht moeten gespecialiseerde nieuwe apotheken worden geopend met verkopers die zijn opgeleid om gezondheids- en risicobeperkende adviezen te geven aan drugsgebruikers.
Volgens arts James Nicholls, directeur van Transform, die op één avond twee zoons verloor aan nepecstasy, bieden de praktische suggesties van het boek een uitweg uit de oorlog tegen drugs die al meer dan vijftig jaar faalt. ‘Onze voorstellen halen de drugs weg bij de georganiseerde misdaad en bieden een systeem dat de schade vermindert in plaats van vergroot. De status quo kan niet blijven bestaan.’ In haar voorwoord valt Helen Clark hem bij: ‘Naarmate de consensus groeit dat de ‘war on drugs’ is mislukt, neemt ook de behoefte toe aan een openhartige verkenning van de alternatieven. Het is essentieel dat we een serieuze discussie beginnen over hoe we stimulerende middelen reguleren.’
Op de vraag of er bij de huidige conservatieve Britse regering plannen leven om de wet op drugs te heroverwegen, reageerde een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zeer beslist: ‘Absoluut niet.’
The Guardian | Londen
Wat zeggen zij over … het grondwetreferendum in Chili
José María del Pino buitenlandcorrespondent
‘Chili laat de huidige grondwet achter zich, die is opgesteld tijdens de dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1990) en die door velen wordt beschouwd als de bron van de grote ongelijkheden in het land. Over de andere vraag die in deze historische stemming aan de orde kwam, betreffende het orgaan dat de nieuwe grondwet moet gaan schrijven: 79 procent stemde voor een constitu-tionele conventie, die zal worden samengesteld uit burgers die voor dat doel zullen worden gekozen.’
Charis McGowan correspondent Zuid-Amerika
‘De grondwet van 1980 bevatte de neo-liberale filosofieën van een groep Chileense conservatieven onder leiding van de Amerikaanse econoom Milton Friedman. De privatisering van publieke sectoren zoals gezondheidszorg, pensioenen en onderwijs werd erdoor gefaciliteerd, waardoor Chili een van de rijkste maar ook meest ongelijke landen van Latijns-Amerika werd. De armoedecijfers gingen omlaag, maar de groeiende middenklasse van het land leefde van dag tot dag, opgezadeld met schulden en afhankelijk van leningen.’
Amaya Alvez Marin universitair hoofddocent recht en politicologie
‘Ik behoor tot de Mapuche, de grootste inheemse groep in Chili. En eigenlijk is dit een heel relevant moment, want voor het eerst wordt er gediscussieerd over het creëren van een plek voor inheemse volkeren in de grondwetgevende vergadering. En dat is een hele grote verandering want we hebben er nooit eerder deel van uitgemaakt. We hebben in het verleden 12 grondwetten gehad en de inheemse bevolking heeft er nooit deel van uitgemaakt. Dus dit is een belangrijk moment voor ons.’
Jennifer M. Piscopo & Peter Siavelis politicologen
‘Vrouwen krijgen een grotere stem in de toekomst van Chili. Slechts twee vrouwen behoorden tot de 12 auteurs van de grondwet uit het Pinochet tijdperk. Maar feministische leiders en vrouwen in het congres eisten dat van de burgers die voor de constitutionele conventie worden gekozen, de helft vrouw is. Met succes. Volgens de wet moet nu de helft van de burgers die worden gekozen om de nieuwe grondwet van Chili te schrijven, vrouw zijn. Wereldwijd een baanbrekende standaard voor de politieke inclusie van vrouwen.’
Saffraan, de duurste specerij ter wereld, wordt al eeuwenlang verbouwd in Iran en Afghanistan. Maar de laatste jaren is er een hausse aan nieuwe producenten in landen als Canada, Nieuw-Zeeland en Kosovo. ‘Het is een heel opwindend product.’
Micheline Sylvestre doet het anders dan de meeste saffraantelers. Waar de meesten hun bloemen ’s ochtends vroeg plukken, wacht zij tot later op de dag, als alle dauw is verdwenen. Vorig jaar, toen het vroeg in het seizoen sneeuwde, plukte Sylvestre er driehonderd terwijl ze met haar vader aan het schoffelen was. Twee jaar geleden kwam ze met de kerst nog bloemen tegen.
Maar ze is ook in een ander opzicht verschillend. Sylvestre komt niet uit Iran, Afghanistan of Kasjmir, waar al eeuwenlang bijna alle saffraan ter wereld wordt geproduceerd. Ze woont in Lanaudière, Quebec, ruim honderd kilometer ten noorden van Montreal, en ze verbouwt al bijna vier jaar saffraan. Haar kwekerij, Emporium Safran, maakt deel uit van een golf van nieuwe saffraanbedrijven die het goed doen in Noord-Amerika, Europa en zelfs in Nieuw-Zeeland, waar de telers ook een ent-industrie ontwikkeld hebben. Canada’s eerste commerciële saffraankwekerij, Pur Safran, begon in 2014 in Quebec. Nu telt de provincie zo’n dertig producenten, volgens het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedsel in Quebec.
In de VS zijn er de laatste vijf jaar zo’n honderd kwekerijen van de grond gekomen, en afgelopen maart organiseerde de universiteit van Vermont een saffraanworkshop waar mensen konden leren hoe je in Amerika saffraan teelt en verkoopt. Nieuw-Zeeland kent vijf grootschalige, commerciële producenten, en de regering meent dat saffraan het land in de toekomst kan helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering. In Groot-Brittannië wordt weer binnenlandse saffraan geteeld na een tussenpauze van tweehonderd jaar. Kosovo, dat investeringen ontving van het Europese Ontwikkelingsfonds en het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling, ontdekte dat zijn saffraan de hoge internationale normen overtrof. En de waarde van de saffraanexport in de Europese Unie is sinds 2000 bijna verdriedubbeld.
Duurste specerij ter wereld
‘Er is echt enorme belangstelling voor saffraan,’ zegt Sylvestre. ‘Het is een heel vreemd, opwindend en onvoorspelbaar product.’ Saffraan heeft de reputatie de duurste specerij ter wereld te zijn; in de VS gaat het kruid voor drieduizend dollar per vijfhonderd gram van de hand. Dat komt gedeeltelijk doordat het heel arbeidsintensief is: voor vijfhonderd gram saffraan zijn ruim 83.000 met de hand geplukte bloemen nodig.
Hoewel het meestal in warmere klimaten wordt verbouwd – zo’n 85 procent van de saffraan wordt geteeld in Iran – doet saffraan het ook goed in koudere streken. Droge plekken met warme en koude seizoenen verdienen de voorkeur; vandaar dat het realistisch is om saffraan te telen in Canada. En het saffraanseizoen begint in de herfst, dus de verbouw kan gemakkelijk ingepast worden.
Economisch potentieel
Er is ook een markt voor saffraan, zegt Arash Ghalehgolabbehbahani, een wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Vermont die saffraan bestudeert. Volgens de VN hebben de VS in 2016 46 ton saffraan geïmporteerd. Een groot deel van de saffraan die op de markt komt, is vermengd. Daardoor is er ruimte voor de productie van hoogwaardige saffraan waar mensen zoals Sylvestre zich op toeleggen.
In Nieuw-Zeeland maken Jo Daley en haar man deel uit van een handvol commerciële saffraantelers. Daley zag het oorspronkelijk als een hobby, maar in plaats van vijfhonderd saffraanbolletjes te planten, gingen ze er helemaal voor en plantten er veertigduizend. Ze waren sceptisch; voor zover zij wisten, waren ze de zuidelijkste telers in Nieuw-Zeeland. Maar de saffraan gedijde. Toen het getest werd op kwaliteit brak hun saffraan een record. ‘We hebben nu een enorme hoeveelheid,’ vertelt Daley, maar toch moet ze haar best doen om aan de vraag te voldoen. Op dit moment doet haar bedrijf Kiwi Saffron voornamelijk zaken met restaurants, cafés en cateraars.
In de VS heeft de saffraanteelt een geschiedenis: Amish-gemeenschappen in Pennsylvania verbouwen de specerij al driehonderd jaar, vertelt Ghalehgolabbehbahani. Sylvestre heeft een van die Amish- producenten ontmoet tijdens de workshop aan de universiteit van Vermont afgelopen maart. ‘Het was er afgeladen.’
Maar de belangstelling voor de teelt van saffraan verbreidt zich ver buiten de Amish-gemeenschap in de VS. Aan de universiteit van Vermont hebben Ghalehgolabbehbahani en entomologiedocent Margaret Skinner het Noord-Amerikaanse Centrum voor Saffraanonderzoek en -ontwikkeling opgezet. Ze houden een mailinglijst bij voor saffraantelers in Amerika, die nu driehonderd leden telt onder wie honderd actieve telers. De aandacht die saffraan trekt, wijst op erkenning van het economisch potentieel van het kruid en rechtvaardigt de pogingen om het lokaal te produceren.
Vanwege Kosovo’s hoogwaardige saffraan tonen sommige telers daar al belangstelling voor buitenlandse markten, meldde een casestudy van USAID. In het zuiden van Groot-Brittannië werd de specerij vroeger in grote hoeveelheden verbouwd, maar dat stopte zo’n tweehonderd jaar geleden toen de culinaire smaak veranderde. Nu leggen commerciële kwekerijen zoals Norfolk Saffron zich weer toe op saffraan. In Zwitserland heeft het dorp Mund in de afgelopen tien jaar toeristen getrokken met de teelt van het kruid.
Doordat saffraan in droge klimaten gedijt, is het een potentieel belangrijk gewas voor de toekomst in Nieuw-Zeeland, een land dat volgens het Nationale Instituut van Water en Atmosferisch Onderzoek economisch gezien het kwetsbaarste is voor droogte. De gesprekken van Ghalehgolabbehbahani met kwekers in Iran wijzen er ook op dat streken waarin saffraan wordt geproduceerd over het algemeen naar het noorden verschuiven. Dat betekent dat mensen aan de warmere randen van het gebied waarin saffraanteelt mogelijk is op meer moeilijkheden kunnen stuiten bij de productie, terwijl andere streken – waar het kruid vroeger niet groeide – saffraanvriendelijker worden.
Recent onderzoek, dat erop wijst dat saffraan de behandeling van symptomen van alzheimer, depressie en premenstrueel syndroom kan verbeteren, kan de vraag naar de specerij vanuit de geneeskunde doen toenemen
Ook de nieuwe streken waarin geëxperimenteerd wordt met saffraan kunnen met problemen te maken krijgen. Omdat de VS over het algemeen natter zijn dan gebieden waar saffraan doorgaans groeit, is het gewas gevoeliger voor ziekten en schimmel. Knaagdieren, die dol zijn op saffraanknollen en -bloemen, vormen een groot probleem. En volgens Ghalehgo-labbehbahani is het economisch gezien nog steeds verstandiger om saffraan uit Iran of Afghanistan te importeren als de specerij daar goedkoper is dan de saffraan die in de VS wordt geteeld.
Maar Skinner en Ghalehgolabbehbahani zijn op zoek naar oplossingen voor die gevaren. Sylvestre en Saley hopen dat recent onderzoek, dat erop wijst dat saffraan de behandeling van symptomen van alzheimer, depressie en premenstrueel syndroom kan verbeteren, de vraag naar de specerij vanuit de geneeskunde zal doen toenemen. Ze wachten af. Saffraan heeft per slot van rekening pas een paar maanden nadat het geoogst en gedroogd is de meeste smaak. ‘Net als een goede wijn,’ zegt Sylvestre.
Vooraanstaand neurowetenschapper Matthew Walker legt uit waarom slaaptekort de kans vergroot op kanker, hartaanvallen en alzheimer – en wat eraan te doen valt.
Matthew Walker is in de loop der jaren huiverig geworden voor de vraag: ‘Wat doe jij voor werk?’ Op feestjes is voor hem de lol er dan wel af; als hij antwoord geeft op die vraag komt hij de rest van de avond niet meer van zijn gesprekspartner af. In een vliegtuig betekent het meestal dat Walker, terwijl de andere passagiers lekker naar een film kijken of een thriller lezen, uren achtereen salon houdt voor zowel medepassagiers als bemanning. ‘Ik hang steeds vaker een leugentje op,’ zegt hij. ‘Serieus. Ik zeg gewoon dat ik dolfijnentrainer ben. Dat is voor iedereen beter.’
Walker is slaaponderzoeker. Om precies te zijn: hij staat aan het hoofd van het Center for Human Sleep Science aan de University of California, in Berkeley, een onderzoeksinstituut met de – wellicht onhaalbare – doelstelling om alles aan de weet te komen over het belang en de effecten van slaap voor de mens, van geboorte tot dood, in goede of slechte gezondheid. Het is dan ook geen wonder dat mensen aan zijn lippen hangen. Naarmate werk en vrije tijd meer in elkaar overlopen, kom je nog maar zelden iemand tegen die zich níét druk maakt over slapen. Maar we kunnen nog zo serieus kijken naar de wallen onder onze ogen, de meeste mensen hebben maar bar weinig verstand van zaken – en misschien is dat wel de werkelijke reden dat Walker niet meer aan onbekenden vertelt wat hij voor werk doet.
Slaaptekortepidemie
Wanneer Walker over slapen begint, kan hij zich er niet met een gerust geweten toe beperken om op zachte toon geruststellende mededelingen te doen over kamillethee en een warm bad. Hij is ervan overtuigd dat er een ‘catastrofale slaaptekortepidemie’ is uitgebroken, waarvan de gevolgen veel ernstiger zijn dan wij ons nu kunnen voorstellen. Deze ontwikkeling kan alleen worden doorbroken wanneer de overheid ingrijpt, is zijn stellige overtuiging.
Walker heeft de afgelopen vierenhalf jaar gewerkt aan zijn boek, Why We Sleep, een complex maar belangrijk werk, waarin wordt ingezoomd op de gevolgen van deze epidemie, vanuit het idee dat mensen, zodra ze zich eenmaal bewust zijn van de sterke relatie tussen slaapgebrek en onder andere alzheimer, kanker, suikerziekte, overgewicht en geestelijke problemen, eerder hun best zullen doen om de acht uur slaap per nacht te halen (alles ónder de zeven uur wordt beschouwd als slaapgebrek, al zal dat de Donald Trumps van deze wereld ongeloofwaardig in de oren klinken). Maar er zijn grenzen aan wat je als individu kunt bewerkstelligen. Walker wil ook grote bedrijven en wetgevers overtuigen van zijn ideeën. ‘Geen enkel facet van ons lichamelijk functioneren is ongevoelig voor slaaptekort,’ zegt hij. ‘Het dringt door tot alle hoeken en gaten. En toch komt niemand in actie. Er zullen dingen moeten veranderen: op het werk en in de samenleving, thuis en in ons gezin. Maar is er ooit een voorlichtingscampagne geweest waarin mensen werden aangespoord om goed te slapen? Is er ooit een dokter geweest die geen slaappillen voorschreef, maar slaap?
Het onderwerp moet meer prioriteit krijgen, het moet gestimuleerd worden. Slaaptekort levert de Engelse economie een jaarlijks verlies op van dertig miljard pond, ofwel twee procent van het bruto nationaal product. Ik zou het budget voor gezondheidszorg kunnen verdubbelen als er maar een krachtig beleid zou worden gevoerd om slapen te stimuleren.’
‘Het aantal mensen dat met vijf uur slaap of minder toe kan zonder daar nadelige gevolgen van te ondervinden, uitgedrukt in percentages van de totale bevolking, en afgerond op hele getallen, is nul’
Waarom hebben we eigenlijk zo’n groot slaaptekort? Wat is er de afgelopen vijfenzeventig jaar gebeurd? In 1942 probeerde minder dan acht procent van de bevolking het te doen met zes uur slaap per nacht of minder; in 2017 geldt dat voor bijna een op de twee mensen. De redenen lijken nogal voor de hand te liggen. ‘Ten eerste hebben we de nacht van stroom voorzien,’ zegt Walker. ‘Licht is zeer ondermijnend voor de slaap. Ten tweede is er het werk: niet alleen de poreuze randen van de werkdag, maar ook een langere reistijd. Niemand wil tijd voor zijn gezin of voor leuke dingen inleveren, dus wordt er slaap ingeleverd. Angst speelt ook een rol. Als maatschappij zijn we eenzamer, gedeprimeerder. Alcohol en cafeïne zijn ruim voorhanden. Allemaal vijanden van de slaap.’
Maar Walker is er ook van overtuigd dat in de westerse wereld slaap wordt geassocieerd met zwakte, om niet te zeggen schaamte. ‘We hebben slaap gestigmatiseerd, we hebben er het etiket lui op geplakt. We willen de boodschap uitzenden dat we druk zijn, en een manier om dat duidelijk te maken is door te benadrukken dat we weinig slapen. Het is een soort onderscheidingsteken. Als ik een lezing geef, blijven mensen na afloop soms wel drie kwartier hangen, tot iedereen weg is, en dan zeggen ze zachtjes tegen me: “Het lijkt erop dat ik zo iemand ben die acht of negen uur slaap nodig heeft.” Het is gênant om dat in het openbaar te zeggen. Liever blijven ze drie kwartier wachten dan dat ze dit openbaar opbiechten. Ze zijn ervan overtuigd dat ze abnormaal zijn, en geef ze eens ongelijk. We bekritiseren mensen die veel zouden slapen, terwijl het uiteindelijk gewoon om een toereikend aantal uren gaat. We beschouwen ze als luiwammesen. Niemand zal ooit, bij het zien van een slapende baby, zeggen: “Wat een luie baby!” We weten dat slaap voor een baby onontbeerlijk is. Maar dat idee laten we snel los [wanneer we ouder worden]. Mensen zijn de enige dieren die zichzelf om onduidelijke redenen bewust slaap ontzeggen.’ Voor wie het zich mocht afvragen: het aantal mensen dat met vijf uur slaap of minder toe kan zonder daar nadelige gevolgen van te ondervinden, uitgedrukt in percentages van de totale bevolking, en afgerond op hele getallen, is nul.
De wereld van de slaapwetenschap is betrekkelijk klein. Maar hij maakt een exponentiële groei door, zowel door de vraag (de veelsoortige en toenemende druk als gevolg van de epidemie) als door de nieuwe technologie (zoals elektronische en magnetische hersenstimulatoren) die onderzoekers ‘VIP-toegang’ tot het slapende brein verlenen, om de woorden van Walker te gebruiken. Walker, vierenveertig jaar en geboren in Liverpool, is al meer dan twintig jaar werkzaam op dit terrein en heeft zijn eerste onderzoek gepubliceerd toen hij nog maar net eenentwintig was. ‘Ik zou met alle plezier zeggen dat ik al vanaf mijn kindertijd geïnteresseerd was in verschillende stadia van bewustzijn,’ zegt hij. ‘Maar als ik eerlijk ben, was het een kwestie van toeval.’ Hij ging medicijnen studeren in Nottingham. Maar hij kwam er al snel achter dat hij geen arts moest worden – hij was meer geïnteresseerd in vragen dan in antwoorden – en hij stapte over op de neurowetenschap. Na zijn studie begon hij aan een promotie in de neurofysiologie, ondersteund door het Medical Research Council. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte hij op het domein van de slaap.
‘Ik onderzocht hersengolfpatronen van mensen met verschillende vormen van dementie, maar ik slaagde er maar niet in verschillen te vinden,’ zegt hij over die tijd. Tot hij op een nacht een wetenschappelijk artikel las waardoor alles veranderde. Het artikel beschreef welke delen van de hersenen door verschillende vormen van dementie worden aangetast: ‘Sommige vormen tasten delen van de hersenen aan die verband houden met gecontroleerde slaap, terwijl andere vormen die slaapcentra ongemoeid laten. Ik begreep wat ik fout deed. Ik had de hersenactiviteit van mijn patiënten gemeten terwijl ze wakker waren, maar ik had dat moeten doen terwijl ze sliepen.’ In de zes maanden die volgden stortte Walker zich op het opzetten van een slaaplaboratorium en ja hoor, de gegevens die hij vervolgens registreerde lieten een duidelijk verschil zien tussen de patiënten. Slaap, zo leek het, zou weleens een nieuwe diagnostische lakmoesproef voor bepaalde subtypen dementie kunnen zijn.
Vanaf dat moment was hij geobsedeerd door slaap. ‘Pas toen vroeg ik me af: wat is slaap eigenlijk, en wat doet het met ons? Ik was altijd al nieuwsgierig, op het irritante af, maar toen ik me in slapen begon te verdiepen, kon ik zo uren en uren verder zijn. Niemand had een antwoord op de simpele vraag: waarom slapen we? Voor mij was dat misschien wel het grootste wetenschappelijke raadsel. Ik zou het antwoord vinden, en wel binnen twee jaar. Maar ik was naïef. Ik had me niet gerealiseerd dat enkele van de grootste wetenschappers ter wereld hun hele carrière lang hetzelfde hadden geprobeerd. Dat was twintig jaar geleden, en ik ben er nog altijd niet uit.’ Na zijn promotie verhuist hij naar Amerika. Na eerst hoogleraar psychiatrie te zijn geweest aan Harvard Medical School, is hij nu hoogleraar neurowetenschap en psychologie aan de University of California.
Neemt hij zijn obsessie mee naar de slaapkamer? Neemt hij zijn eigen slaapadvies ter harte? ‘Ja. Ik gun mezelf steevast de ruimte om acht uur per nacht te slapen, en ik hou zeer regelmatige tijden aan: als ik mensen één advies mag geven, dan is het om elke dag op dezelfde tijd naar bed te gaan en op dezelfde tijd op te staan, ongeacht de situatie. Ik neem slapen ongekend serieus omdat ik de feiten ken. Zodra je eenmaal weet dat na een nacht van slechts vier of vijf uur slaap het aantal natuurlijke killercellen – de cellen die de kankercellen aanvallen die dagelijks in je lichaam opduiken – met zeventig procent afneemt, of dat slaapgebrek in verband wordt gebracht met zowel darmkanker als prostaat- en borstkanker, of dat de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gezegd dat elke vorm van nachtdienst vermoedelijk kankerverwekkend is, kun je toch ook moeilijk anders meer?’
Maar ook bij Walker gaat het weleens mis. Mochten zijn oogleden niet dichtvallen, dan kan hij een beetje Woody-Allen-achtig neurotisch worden, geeft hij zelf toe. Toen hij van de zomer bijvoorbeeld naar Londen ging, lag hij om twee uur ’s nachts klaarwakker en met een jetlag in zijn hotelkamer. Zijn probleem op dat moment, en eigenlijk altijd in vergelijkbare situaties, is dat hij te veel weet. Hij begon te malen. ‘Ik dacht: mijn orexine-productie is niet tot stilstand gekomen, mijn thalamus laat nog volop zintuiglijke prikkels door naar mijn hersenschors, mijn dorsolaterale prefrontale cortex is volop actief, en mijn melatoninepiek laat nog zeven uur op zich wachten.’ Wat heeft hij toen gedaan? Uiteindelijk blijken topslaapwetenschappers ook maar gewoon mensen, wanneer ze last hebben van slapeloosheid. Hij heeft het licht aan gedaan en een boek gepakt.
Verband met ziekten
Zal Why We Sleep in brede kring aanslaan, zoals de auteur hoopt? Ik betwijfel het: het valt niet te ontkennen dat de wetenschappelijke stukken de nodige concentratie vereisen. Maar ik kan wel zeggen dat het op mij een sterke uitwerking had. Na lezing was ik vastberaden om eerder naar bed te gaan – een regime waar ik ook echt aan vasthoud. In zekere zin kwam dat niet als een verrassing. Ik heb Walker een paar maanden geleden voor het eerst ontmoet, toen hij sprak op een bijeenkomst in Somerset House in Londen. Hij kwam me meteen al voor als een gedreven en overtuigend man (ons latere interview vindt plaats via Skype, vanuit de kelder van zijn ‘slaapcentrum’, een plek met diverse slaapkamers aan een lange gang, een opzet die doet denken aan de vleugel van een privékliniek). Maar in zekere zin kwam het ook wél als een verrassing. Ik ben overal het algemeen niet erg ontvankelijk voor medische adviezen. Ik hoor altijd een stemmetje, ergens in mijn achterhoofd: ‘Geniet van het leven, zolang het kan.’
De feiten die Walker aandraagt zijn zo overtuigend dat je zou verwachten dat iedereen na lezing vroeg onder de wol kruipt. In feite is het helemaal geen keuze. Zonder slaap zijn we futloos en worden we ziek. Met slaap zijn we vitaal en gezond. Uit meer dan twintig groots opgezette epidemiologische studies blijkt telkens hetzelfde heldere verband: hoe korter je nachtrust, hoe korter je leven. Om een voorbeeld te noemen: volwassenen van boven de vijfenveertig die minder dan zes uur per nacht slapen hebben twee keer zoveel kans om tijdens hun leven een hartaanval of een beroerte te krijgen dan mensen die zeven of acht uur per nacht slapen (dit heeft deels te maken met de bloeddruk: al na één nacht niet al te best slapen gaat de hartslag omhoog, uur na uur, en zien we een significante stijging van de bloeddruk.)
Slaapgebrek lijkt ook de manier in de war te schoppen waarop het lichaam heel doeltreffend de bloedsuikerspiegel in balans houdt. De cellen van mensen met slaapgebrek blijken in experimenten minder goed te reageren op insuline, wat kan leiden tot een prediabetische staat van hyperglykemie. Wie weinig slaapt, loopt ook nog eens een groot risico om te dik te worden. Een van de redenen hiervoor is dat te weinig slaap zorgt voor een daling van de hoeveelheid leptine – een hormoon dat het verzadigingsgevoel regelt – terwijl de hoeveelheid ghreline – het hormoon dat het hongergevoel geeft – juist stijgt. ‘Je hoort mij niet zeggen dat de overgewichtepidemie enkel en alleen is te wijten aan de slaapgebrekepidemie,’ zegt Walker. ‘Dat is niet het geval. Maar de toename van obesitas valt niet enkel en alleen te verklaren uit voorbewerkt voedsel en ons zittende bestaan. Er moet nog een schakel zijn. Inmiddels is duidelijk geworden dat slapen de derde factor is.’ Vermoeidheid ondermijnt natuurlijk ook de motivatie.
Slaap heeft een krachtige uitwerking op het immuunsysteem. Het is niet voor niets dat, wanneer we een griepje voelen opkomen, ons eerste instinct is om in bed te kruipen. Ons lichaam probeert zichzelf beter te laten slapen. Een nacht slecht slapen en je veerkracht neemt danig af. Als je moe bent, zul je eerder kouvatten. Wie goed is uitgerust, is ook beter bestand tegen het griepvirus. Zoals Walker al eerder heeft opgemerkt: nog veel ernstiger is het feit dat onderzoek heeft aangetoond dat een korte nachtrust invloed kan hebben op onze immuuncellen, die de strijd aangaan met kankercellen. Verschillende epidemiologische studies hebben aangetoond dat nachtdiensten en de daaruitvolgende verstoring van het slaap-waakritme de kans vergroten op verschillende soorten kanker, waaronder maag-, prostaat-, baarmoederslijmvlies- en karteldarmkanker.
Een wijdverspreide opvatting binnen de psychiatrie is dat geestelijke stoornissen tot slaapstoornissen leiden. Maar volgens Walker werkt het twee kanten op
Wie over zijn hele volwassen leven te weinig slaapt, heeft een beduidend grotere kans om alzheimer te krijgen. De redenen daarvoor laten zich lastig samenvatten, maar kort gezegd heeft het te maken met amyloïd-afzettingen (een giftig eiwit) die zich verzamelen in de hersenen van mensen die aan de ziekte leiden, en die de omliggende cellen doden. Tijdens de diepe slaap worden dergelijke afzettingen in de hersenen opgeruimd. Wat er bij een alzheimerpatiënt gebeurt, is een soort vicieuze cirkel. Zonder voldoende slaap groeien deze afzettingen steeds verder aan, met name in de delen van de hersenen die zorgen voor de diepe slaap. Die delen worden aangevallen en aangetast. Door het gebrek aan slaap dat deze aanvallen in de hand werken, verliezen we het vermogen om ze ’s nachts uit de hersenen te verwijderen. Meer amyloïd, minder diepe slaap; minder diepe slaap, meer amyloïd, enzovoorts. (In zijn boek merkt Walker ‘onwetenschappelijk’ op dat hij het altijd opmerkelijk heeft gevonden dat zowel Margaret Thatcher als Ronald Reagan, die er beiden prat op gingen zo weinig slaap nodig te hebben, uiteindelijk allebei de ziekte hebben gekregen. Voorts is het een fabeltje dat oudere mensen minder slaap nodig hebben.) Nog even los van dementie: slaap versterkt ons vermogen om nieuwe herinneringen aan te maken, en het herstelt ons vermogen tot leren.
Dan zijn er nog de effecten van slaap op de geestelijke gezondheid. Moeders die zeggen dat een nachtje slapen wonderen doet, hebben groot gelijk. In Walkers boek staat ook een uitgebreid hoofdstuk over dromen (waarvan Walker, anders dan Freud, zegt dat ze niet geanalyseerd kunnen worden). Hij belicht hier de verschillende manieren waarop de droomtoestand is gelieerd aan creativiteit. Hij oppert ook dat dromen een heilzame werking kunnen hebben. Als we slapen om ons dingen te kunnen herinneren (zie boven), dan slapen we ook om te vergeten. De diepe slaap – het stadium waarin we beginnen te dromen – is een therapeutische toestand waarin we onze ervaringen ontdoen van hun emotionele lading, waardoor we er makkelijker mee kunnen omgaan. Slaap, of een tekort aan slaap, heeft daardoor ook invloed op onze algehele stemming. Walker heeft hersenscans gemaakt waaruit bleek dat de reactiviteit van de amygdala – een cruciale plek voor het triggeren van woede en razernij – met zestig procent toeneemt bij slaaptekort. Bij kinderen wordt slapeloosheid in verband gebracht met agressie en pesten; bij volwassenen met zelfmoordgedachten. Onvoldoende slaap wordt ook in verband gebracht met een terugval bij verslavingsproblematiek. Een wijdverspreide opvatting binnen de psychiatrie is dat geestelijke stoornissen tot slaapstoornissen leiden. Maar volgens Walker werkt het twee kanten op. Regelmatig slapen kan heilzaam zijn voor, bijvoorbeeld, mensen met een bipolaire stoornis.
In deze (al te korte) samenvatting heb ik een paar keer de term diepe slaap gebruikt. Wat is dat precies? We slapen in cycli van anderhalf uur, en pas aan het einde van zo’n cyclus komen we in een diepe slaap. Elke cyclus bestaat uit twee soorten slaap. Ten eerste is er de NREM-slaap (non-rapid eye movement); deze wordt gevolgd door de REM-slaap (rapid eye movement). Zodra Walker over deze cycli begint, die nog altijd vele geheimen in zich dragen, verandert zijn stem. Hij klinkt betoverd, haast bedwelmd.
‘Tijdens de NREM-slaap vindt er een ongelooflijk gesynchroniseerd patroon van ritmisch chanten plaats in het brein,’ zegt hij. ‘Er is een opmerkelijke synchroniteit over het hele oppervlak van het brein – als een diep, traag mantra. Wetenschappers hebben ooit ten onrechte aangenomen dat deze toestand vergelijkbaar zou zijn met een coma. Maar niets is minder waar. Er worden enorme hoeveelheden herinneringen verwerkt. Om die hersengolven te produceren zingen honderdduizenden cellen samen, waarna ze weer stilvallen, en dat keer op keer op keer. Ondertussen zakken je hersenen weg naar een aangenaam laag energieniveau, het beste bloeddrukmedicijn dat er bestaat. De REM-slaap daarentegen wordt ook wel de paradoxale slaap genoemd, omdat de patronen in je hersenen identiek zijn aan wanneer je wakker bent. Het is een ongelooflijk actieve toestand van je brein. Je hart en zenuwstelstel vertonen echte pieken, waarbij ze driftig in de weer zijn: we weten nog niet helemaal waarom.
Betekent die cyclus van anderhalf uur dat de zogeheten powernaps zinloos zijn? ‘Ze kunnen de scherpe randjes eraf halen wanneer iemand slecht slaapt. Maar je hebt anderhalf nodig om tot diepe slaap te komen, en één cyclus is niet genoeg voor alles wat er moet gebeuren. Je hebt vier tot vijf cycli nodig om er optimaal baat bij te hebben.’
Is het mogelijk om te veel te slapen? Dat is onduidelijk. ‘Op het moment zijn er geen duidelijke bewijzen. Maar ik denk dat veertien uur te veel is. Aan te veel water kun je overlijden, net als aan te veel eten, en ik denk dat uiteindelijk voor slapen hetzelfde zal gelden.’
Hoe weet je of iemand aan slaapgebrek leidt? Walker zegt dat we op onze intuïtie moeten afgaan. Mensen die doorslapen nadat de wekker is afgegaan, krijgen domweg onvoldoende slaap. Hetzelfde geldt voor mensen die ’s middags cafeïne nodig hebben om wakker te blijven. ‘Ik zie het overal om me heen,’ zegt hij. ‘Ik stap aan boord van een vliegtuig, om tien uur ’s ochtends, wanneer iedereen superscherp zou moeten zijn. Maar als ik om me heen kijk, is de helft van de passagiers vrijwel meteen in slaap gevallen.’
Wat kun je zelf doen?
Wat kun je als individu doen? Om te beginnen moet je geen nachten ‘doorhalen’, achter je bureau of op de dansvloer. Wie negentien uur achter elkaar wakker is, is cognitief even verzwakt als iemand die dronken is. Ten tweede zou je slapen moeten beschouwen als een soort werk, vergelijkbaar met naar de sportschool gaan (met als groot verschil dat het gratis is én, als je zo in elkaar zit als ik, een stuk aangenamer). ‘Mensen gebruiken een wekker om wakker te worden,’ zegt Walker. ‘Waarom hebben we dan geen wekker die ons waarschuwt dat we over een half uur moeten gaan slapen, dat we rustig moeten gaan afbouwen?’ We zouden middernacht weer meer in de oorspronkelijke betekenis van het woord moeten gaan zien: het midden van de nacht. Scholen zouden kunnen overwegen de leerlingen later te laten beginnen; een dergelijke verschuiving wordt in verband gebracht met een hoger IQ. Bedrijven zouden kunnen overwegen slaap te belonen. De productiviteit zal stijgen en de motivatie, de creativiteit en zelfs de integriteit zullen verbeteren.
Er zijn verschillende apparaatjes om slaap in kaart te brengen, en in Amerika hebben een paar bedrijven met een vooruitziende blik besloten hun medewerkers vrije dagen te geven wanneer ze voldoende slapen. Slaappillen zijn overigens taboe. Die hebben onder andere een negatief effect op het geheugen. Mensen die zich richten op de zogeheten ‘zuivere slaap’ zijn vastbesloten om mobieltjes en computers uit de slaapkamer te weren – en terecht, gezien het effect van LED-licht op de aanmaak van melatonine, het hormoon dat slaap opwekt. Walker is van mening dat de technologie uiteindelijk de redding zal betekenen van onze slaap. ‘In industriële landen zullen we een revolutie zien op het gebied van het zogeheten self tracking,’ zegt hij. ‘Er komt een moment dat we ons lichaam van dag tot dag in kaart kunnen brengen, tot in de kleinste details. Dat zal een aardverschuiving teweegbrengen, en dan zullen we methoden gaan ontwikkelen om bepaalde componenten van de menselijke slaap te versterken, vanuit ons bed. Slaap zal de status krijgen van een preventief medicijn.’
Welke vragen wil Walker nog het liefst beantwoord zien? Hij is even stil. ‘Het is ontzettend moeilijk,’ verzucht hij. ‘Er zijn nog zo veel vragen. Ik wil nog altijd graag weten waar we, zowel in psychologisch als in fysiologisch opzicht, naartoe gaan wanneer we dromen. Dromen is de tweede toestand van het menselijk bewustzijn, en tot nog toe hebben we maar een heel klein tipje van de sluier weten op te lichten. Ik zou er ook graag achter komen wanneer de slaap is ontstaan. Ik zou graag een krankzinnige theorie willen poneren, en wel deze: misschien heeft slaap zich niet geëvolueerd. Misschien is slapen wel de toestand waaruit waken is ontstaan.’ Hij lacht. ‘Als ik een soort medische tijdmachine had en dat zou kunnen onderzoeken, dan zou ik ’s nachts misschien beter slapen.’
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.