Tag: AM

  • De achterban van Bolsonaro is aan het versnipperen

    De achterban van Bolsonaro is aan het versnipperen

    De oud-president van Brazilië is onlangs veroordeeld tot 27 jaar cel voor zijn couppoging. Zijn extreemrechtse aanhang is er nog altijd, maar antropoloog Isabela Kalil, die al jaren bolsonaristische groepen volgt, ziet dat ze minder hecht en meer verspreid zijn.

    Aan de vooravond van het proces tegen en de veroordeling van [de Braziliaanse] oud-president Jair Bolsonaro vertoonde de beweging die bekendstaat als het ‘bolsonarisme’ tekenen van verandering. Voorheen wist deze beweging sectoren als het bedrijfsleven en de landbouw te mobiliseren, maar tegenwoordig is ze meer versnipperd geraakt over kleinere bubbels en individuele acties. Dit heeft te maken met recente ontwikkelingen zoals de importheffingen van Donald Trump, die een deel van de achterban direct hebben getroffen.

    Volgens antropoloog Isabela Kalil, die al jaren bolsonaristische groepen volgt, betekent deze verschuiving niet dat de oud-president aan macht heeft ingeboet. Kalil is coördinator van de postdoctorale opleiding Antropologie aan de School voor Sociologie en Politiek van São Paulo.

    In een interview met Agência Pública licht Kalil de veranderingen in het gedrag van de aanhangers van Bolsonaro toe. Ze spreekt ook over de mogelijke troonopvolgers aan extreemrechtse kant in Brazilië. Volgens haar maakt de voormalige presidentsvrouw Michelle Bolsonaro meer kans om politiek erfgenaam van haar man te worden dan zijn zonen.

    Welke signalen van betrokkenheid of mobilisatie onder bolsonaristische groepen ziet u, aan de vooravond van het proces tegen Bolsonaro? Heerst er een sfeer van anticipatie, van apathie of van radicalisering?

    ‘Mensen zijn ervan overtuigd dat het een politieke vervolging is. Voor hen is het dus geen echt proces, maar een schijnvertoning waarvan de uitkomst vooraf al vaststaat. De bolsonaristen spreken van een dictatuur van de rechterlijke macht.

    Ze verwachten niet dat er iets anders zal gebeuren; er heerst diep wantrouwen, niet alleen in overheidsinstellingen, maar ook in de werkelijkheid zelf. De mobilisatie richt zich eerder op het niet naleven van gerechtelijke bevelen dan op gewelddadige acties, zoals de bestorming van het Hooggerechtshof.

    Er heerst weliswaar altijd angst voor aanslagen, zoals die op het Hooggerechtshof, maar de situatie is anders dan in 2022, toen er sprake was van gemobiliseerde groepen, waarvan sommige zelfs gewapend waren. Dat zie ik nu niet gebeuren. Als er al sprake is van radicalisering, zal dat eerder het geval zijn bij individuen.’

    Welke stromingen binnen het bolsonarisme zijn momenteel het actiefst? En is er ook sprake van onderlinge verdeeldheid?

    ‘Na 8 januari [de dag van de aanvallen op het presidentieel paleis, het hooggerechtshof en het nationaal congres] zijn zakenlieden en militairen enigszins van het strijdtoneel verdwenen. In het openbaar, althans. Ze lieten een vacuüm achter dat werd opgevuld door evangelische christenen. Deze ontwikkeling is vooral zichtbaar in de figuur van dominee Silas Malafaia, die de recentste bolsonaristische straatprotesten organiseerde. Bij die gelegenheden wordt nu zelfs gebruikgemaakt van materiaal voor religieuze bijeenkomsten, zoals geluidswagens en grote videoschermen. Ondanks dit religieuze element zijn de actiefste groepen tegenwoordig degenen die zich roeren in het debat over de vrijheid van meningsuiting, voornamelijk op sociale media. Die roep om vrijheid van meningsuiting is gekoppeld aan het trumpisme en aan de acties van Elon Musk na de tijdelijke blokkade van X in Brazilië.

    Wat de ondernemers betreft; delen van het bedrijfsleven en de agrarische sector werden direct getroffen door Trumps importheffingen en hebben zich daarom teruggetrokken. Hoewel sommigen de schuld publiekelijk bij president Lula leggen, stelde deze sectoren zich pragmatisch op.

    Inmiddels zijn de actiefste aanhangers gewone burgers, en is het bolsonarisme wat meer versnipperd geraakt. Dat is anders dan een paar jaar geleden, toen je nog specifieke, hechte groepen rond Bolsonaro kon aanwijzen. Vandaag de dag is de beweging meer verspreid, vooral door de uiteenlopende meningen over de gebeurtenissen van 8 januari en de vrijheid van meningsuiting.’

    In hoeverre ziet de achterban Bolsonaro nog als een onvervangbare figuur? Is er ruimte voor de opkomst van nieuwe namen?

    ‘Hoewel hij niet verkiesbaar is, denk ik dat hij nog steeds als onvervangbaar wordt gezien. Zo zien niet alleen de kiezers het, het is ook een pragmatische overweging voor rechts en extreemrechts.

    Na zijn verkiezing was Bolsonaro oppermachtig; hij verstevigde het extreemrechtse kamp, dat in Brazilië nog niet zo institutioneel verankerd was. Ook andere politieke ontwikkelingen spelen een rol, zoals het uiteenvallen van de [centrumrechtse partij] PSDB. Traditionelere en nieuwere rechtse krachten zochten toenadering tot elkaar en het bolsonarisme trok heel rechts met zich mee. Bolsonaro is dus een onvervangbare figuur op rechts in de breedste zin, hoewel er ook wel enige ruimte is voor anderen.

    Uit opiniepeilingen blijkt inmiddels dat kiezers de zonen van Bolsonaro niet geloofwaardig vinden; er heerst wantrouwen tegenover hen. Als bolsonaristen op zijn zonen zouden moeten stemmen, zouden sommigen dat weigeren en anderen het met tegenzin doen. Die bezwaren zie ik echter niet bij Michelle Bolsonaro, de voormalige presidentsvrouw. Ik denk dat zij een goede kans maakt om de sterkste erfgenaam van het bolsonarisme te worden.

    Michelle Bolsonaro maakt goede kans om de sterkste erfgenaam van het bolsonarisme te worden

    De grootste kanshebber buiten de familie Bolsonaro is Tarcísio de Freitas, de gouverneur van São Paulo, maar binnen de familie heeft Michelle de politieke macht. Als vrouw zou zij een soort gematigd bolsonarisme kunnen aanspreken. Voor de bolsonaristische kiezer die gelooft dat een vrouw niet op eigen kracht een kandidatuur kan dragen, is het een geruststellende gedachte dat zij zeer dicht bij Jair Bolsonaro staat en als zijn spreekbuis kan fungeren. Zeker in het geval van een eventueel huisarrest, aangezien ze dan in hetzelfde huis zouden verblijven.

    Ik ben zeer sceptisch wanneer ik een bolsonarist zie die zich kandidaat stelt en zijn toekomstplannen uiteenzet; die veranderen immers om de haverklap. Maar ja, Bolsonaro is de enige die erin slaagt een breed politiek spectrum aan te spreken, iets wat geen van zijn erfgenamen hem nadoet.’

    Hoe spreken de digitale leiders van het bolsonarisme over het proces tegen de oud-president?

    ‘De betrokkenheid van internationale figuren als Elon Musk, Steve Bannon en Donald Trump geeft de bolsonaristen munitie. Het wekt de indruk dat er internationale erkenning is voor de vermeende onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en dat het geen eerlijk proces is. Musk was feitelijk de eerste die dit zo verwoordde. Voorheen waren er geen leiders die zich op deze manier uitlieten. Tijdens Trumps eerste ambtstermijn was het vooral Bolsonaro die toenadering probeerde te zoeken tot de Amerikaanse president.

    Het trumpisme heeft Lula en zijn Arbeiderspartij een zeker voordeel gegeven in hun pleidooi voor soevereiniteit. Anderzijds heeft het brandstof gegeven aan het bolsonaristische narratief van politieke vervolging, dat weer aansluit bij de discussie over big tech.’

    Ziet u dat bolsonaristen ‘het zinkende schip verlaten’ of houdt de harde kern voet bij stuk?

    ‘Er zijn bolsonaristen die het zinkende schip verlaten, al is het maar uit zelfbehoud, om vervolging te ontlopen. Maar of ze ook anders gaan stemmen, is een tweede.

    Tijdens de laatste verkiezingen merkten we in de focusgroep een opvallend fenomeen op bij jonge mannen. Aanvankelijk zeiden zij dat ze niet op Bolsonaro zouden stemmen. Destijds, in 2022, speelde de corona-aanpak een rol: mensen die dierbaren aan het virus hadden verloren, durfden er niet openlijk voor uit te komen dat ze Bolsonaro steunden. Ze vonden het lastig om aan hun partner, moeder, vrienden of baas toe te geven dat ze op Bolsonaro stemden. Maar naarmate het gesprek in de focusgroep vorderde, voelden ze zich vrijer om toch toe te geven dat hun stem naar Bolsonaro zou gaan.

    Openlijke steun voor het bolsonarisme is één ding, stemmen op een van zijn politieke erfgenamen of op iemand die door Bolsonaro wordt gesteund is iets anders. Hoeveel dat uitmaakt is nu nog niet te meten. We zullen moeten afwachten wat de daadwerkelijke impact van het vonnis zal zijn: zal de achterban verder afzwakken? En hoe zal de strijd om de politieke erfenis van Bolsonaro zich verder ontwikkelen?

  • Hoe de maffia haar greep op een Braziliaanse loterij dreigt te verliezen

    Hoe de maffia haar greep op een Braziliaanse loterij dreigt te verliezen

    Digitaal gokken zou het einde kunnen betekenen van een loterij die gerund wordt door criminele bendes en al tientallen jaren een vast onderdeel is van het Braziliaanse leven.

    Taiza Carine da Costa had haar eerste gokervaring al op haar negende. Ze groeide op in een verpauperde buitenwijk van Rio de Janeiro en werd er door haar peetouders met een paar munten op uit gestuurd om een lot te kopen uit een populaire loterij die, hoewel illegaal, al een eeuw lang niet meer is weg te denken uit het Braziliaanse leven. Het werd een vaste gewoonte en ook als volwassene nam Da Costa dagelijks deel aan het spel dat in het Portugees jogo do bicho (dierenspel) wordt genoemd; daarbij zetten deelnemers geld in op dieren in de vorm van getallenreeksen. ‘Als ik van een bepaald dier droomde, wedde ik erop,’ zegt de 37-jarige kledingverkoopster.

    Maar de laatste tijd neemt Da Costa deel aan een ander kansspel, dat ze 24 uur per dag binnen handbereik heeft: een online gokmachine die grote beloningen uitkeert als ze drie overeenkomstige symbolen trekt. De app Tigrinho (Portugees voor ‘tijgertje’) is een imitatie van een populaire Chinese fruitmachine; het is de populairste gokapp sinds Brazilië in 2018 online gokken heeft gelegaliseerd. Da Costa speelt dagelijks Tigrinho en het aantal keren dat ze gokt – en geld verliest – is flink toegenomen. Ze schat dat de app haar de afgelopen twee jaar omgerekend een kleine 80.000 euro heeft gekost. ‘Het is moeilijk om ermee te stoppen,’ zegt ze.

    Hoge vlucht

    Online gokken, van digitale casino’s tot voetbaltoto’s, heeft in het grootste land van Latijns-Amerika een hoge vlucht genomen. Daarmee heeft het, net als elders op de wereld, tot een heftig debat geleid over de vraag hoe deze bloeiende industrie gereguleerd kan worden ter bescherming van mensen met een lager inkomen; die bouwen vaak schulden op of verliezen grote delen van hun toch al niet riante inkomsten met gokken.

    De populariteit van het online gokken vormt ook een bedreiging voor de Braziliaanse dierenloterij, die gelieerd is aan moordzuchtige bendes en sinds haar start in het negentiende-eeuwse Rio de Janeiro een vast onderdeel is van de volkscultuur. Hoewel de autoriteiten er met decennialang hardhandig optreden niet in zijn geslaagd de loterij van de criminele bendes de kop in te drukken, lijkt het analoge spel nu in een existentiële crisis te verkeren: steeds minder Brazilianen zijn bereid fysiek geld in te zetten bij een lokaal wedkantoor. Digitale alternatieven, die onbeperkte kansen en grotere jackpots bieden, zetten nu jaarlijks een kleine 23 miljard euro om, ongeveer tien keer zoveel als de dierenloterij. 

    Waar het analoge spel zes trekkingen per dag kent, gaat het online gokken non-stop door

    Waar het analoge spel zes trekkingen per dag kent, gaat het online gokken non-stop door. ‘De Braziliaanse gokker heeft nu een casino op zak,’ zegt Magno José Santos de Souza, voorzitter van een Braziliaanse non-profitinstelling die onderzoek doet naar het gokgedrag in Brazilië. De dierenloterij daarentegen ‘heeft zich niet kunnen vernieuwen’, zegt Luiz Antônio Simas, een historicus uit Rio die een boek over het spel heeft geschreven. Het dierenspel werd aan het eind van de negentiende eeuw bedacht door een baron, om meer bezoekers naar zijn pas opgerichte dierentuin in de wijk Vila Isabel in Rio te trekken. Mensen met een toegangskaartje namen automatisch deel aan een loterij, waarbij aan het eind van elke dag een dier werd getrokken.

    De loterij werd al snel populairder dan de dierentuin zelf en overal in de stad begonnen soortgelijke kansspelen op te duiken. Uit angst dat het spel de staatsloterijen zou schaden, werd het na drie jaar door de autoriteiten verboden. Maar de opmars was niet te stuiten. Al snel werden bookmakers die bij bars en krantenkiosken weddenschappen aannamen een vast onderdeel van de Braziliaanse samenleving; het spel drong zelfs door tot de verste uithoeken van het Amazoneregenwoud. 

    In de jaren zeventig was de dierenloterij uitgegroeid tot een miljoenenbusiness, wat leidde tot bloedige conflicten tussen de maffiabendes van Rio, die vochten om territoriale dominantie. De gokbazen verdeelden uiteindelijk de stad – en het land – in zones.

    Doorbraak

    Om hun illegale praktijken te beschermen, kochten loterijbazen rechters, politici en politieambtenaren om. In de arbeiderswijken van Rio stalen ze de harten door plaatselijke voetbalteams te kopen, overdadige carnavalsoptochten te financieren en kerstcadeaus uit te delen. ‘Ze trokken een speelse, vrolijke façade op,’ zegt Fábio Corrêa, een federale officier van justitie die in Rio de Janeiro een taskforce leidt die de georganiseerde misdaad moet bestrijden. ‘Ze deden zich voor als barmhartige samaritanen.’

    In de loop van de jaren probeerden de autoriteiten herhaaldelijk de door de maffia gerunde loterij aan te pakken en in 1993 was er eindelijk een doorbraak: een rechter veroordeelde veertien loterijbazen tot zes jaar gevangenisstraf. Maar al snel stonden veel van de machtigste spilfiguren weer buiten, vrij om hun imperium verder uit te breiden.

    Op een recente middag stonden in de wijk Vila Isabel, de geboorteplaats van de dierenloterij, drie bookmakers op verschillende straathoeken om de inzet van vaste klanten te incasseren. Veel van die klanten waren boven de vijftig. ‘Ik wed altijd op het varken of de tijger,’ zei Germano da Silva (71), een gepensioneerde dagbladjournalist. Hij groef in zijn portefeuille en toonde een oud lot dat hem de week tevoren 450 euro had opgeleverd. ‘Mijn kinderen beheersen het spel niet,’ voegde hij eraan toe. ‘Als zij willen wedden, laten ze het mij doen.’

    ‘Meespelen hoort bij de straatcultuur’

    Voor nieuwkomers kunnen de regels van de loterij afschrikwekkend overkomen. Spelers wedden op combinaties van twee-, drie- of viercijferige getallen, die gekoppeld zijn aan een van de 25 dieren, van een koe tot een aap. Weddenschappen beginnen bij een paar cent, maar de winst kan oplopen tot duizenden euro’s. Volgens historicus Simas doen de meeste spelers in de dierenloterij niet mee in de hoop rijk te worden. ‘Ze willen enkel wat geld winnen voor een biertje aan het eind van de dag,’ zegt hij. ‘Meespelen hoort bij de straatcultuur.’

    In Brazilië, een bijzonder bijgelovig land, wedden deelnemers van de dierenloterij van oudsher op basis van dromen, geluksdieren of de datum van een grote levensgebeurtenis, zoals een verjaardag, een sterfgeval of een huwelijk. ‘Iedereen heeft zijn eigen favoriet,’ zegt Nena Coelho, een zestigjarige secretaresse die zojuist op de hond heeft gewed, vanwege een zwerfhond die haar vriendin naar huis was gevolgd.

    Terwijl de meeste vormen van gokken, zoals casino’s en fruitautomaten, in Brazilië verboden zijn, hebben wetgevers digitale games gelegaliseerd; het opstellen van concrete toezichtregels hebben ze echter uitgesteld. Volgens experts heeft deze vertraging ervoor gezorgd dat Brazilië wordt overspoeld door duizenden ongereguleerde platforms, waarvan sommige frauduleus zijn. Dit doet denken aan de ervaringen van landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waar wetgevers die tuk waren op belastinginkomsten digitaal gokken snel legaliseerden, maar later alsnog in allerijl regels moesten opleggen, zegt Lia Nower, directeur van het Center for Gambling Studies van de Rutgers-universiteit in New Jersey. ‘De meeste wetgevers beseffen niet dat dit in potentie verslavend is.’

    Een hit

    De games waren onmiddellijk een hit in Brazilië, een land met 203 miljoen inwoners en een van de hoogste percentages internetgebruikers ter wereld. Platforms die een snelle uitweg uit de armoede beloofden, werden snel populair onder mensen met een laag inkomen in dit land waar grote ongelijkheid heerst. De kleurrijke en kinderlijke apps werden vaak gepromoot door influencers op sociale media, die hun volgers wijsmaakten dat ze tienduizenden euro’s aan contanten konden winnen op sites die vervolgens gemanipuleerd bleken te zijn. (Sommige influencers werden later gearresteerd omdat ze fans hadden verleid om te gokken op illegale platforms.)

    De Braziliaanse overheid schat dat bijna een kwart van de bevolking de afgelopen vijf jaar online is gaan gokken. Volgens cijfers van de centrale bank geven Brazilianen momenteel zo’n 3,5 miljard dollar per maand uit aan online gokken; in het voetbalgekke Brazilië vormen sportweddenschappen daarvan een groot segment. In hun haast om de sector onder controle te krijgen zijn de Braziliaanse autoriteiten deze maand begonnen met de handhaving van een nieuwe wet die gokbedrijven verplicht een vergoeding te betalen en zich te houden aan federale regels inzake fraude, verantwoorde marketing en witwassen.

    De dierenloterij blijft illegaal, maar de overstap naar online gokken zorgt voor nieuwe inkomensstromen. Loterijbazen gebruiken legale goksites om geld wit te wassen dat afkomstig is uit illegale activiteiten zoals de dierenloterij, aldus de autoriteiten. ‘Ze infiltreren in de digitale ruimte,’ zegt Fábio Corrêa, ‘Ze willen activiteiten die in oorsprong onwettig zijn de schijn van wettigheid verschaffen.’

    Maar ook al houden velen de dierenloterij voor gezien, er zijn nog steeds mensen die er geen afscheid van kunnen nemen. De dertigjarige Matheus Resende herinnert zich hoe zijn vader hem de fijne kneepjes van het spel bijbracht. ‘Hij is de Google van de dierenloterij,’ zegt Resende, een drankendistributeur uit Rio. Tegenwoordig is hij een van de miljoenen Brazilianen die online wedt op voetbalwedstrijden. Maar hij heeft nog altijd een zwak voor de dierenloterij en gaat ook elke week bij zijn lokale wedkantoor langs. Hij zegt bekend te zijn met de criminele banden van het spel, maar toch vindt hij het jammer om het te zien verdwijnen. ‘Het is een familietraditie,’ zegt hij. ‘Dus er speelt ook een zekere nostalgie mee.’ 

  • Een autocratie wordt niet verslagen vanaf de zijlijn

    Een autocratie wordt niet verslagen vanaf de zijlijn

    Als kritiek of verzet door de autoriteiten wordt afgestraft, is de stap naar een autocratie al gezet. Ook al is het regime democratisch aan de macht gekomen.

    Autocratische regeringen zijn tegenwoordig moeilijker te herkennen dan vroeger. De meeste autocraten van deze eeuw zijn gekozen. In plaats van oppositie met geweld de kop in te drukken, zoals Castro en Pinochet deden, maken zij de openbare instituties tot een wapen en gebruiken ze politie en justitie, de fiscus en andere instanties om tegenstanders af te straffen en de media en maatschappelijke organisaties te intimideren. Wij noemen dit ‘concurrerend autoritarisme’, een systeem waarin partijen het wel tegen elkaar opnemen in verkiezingen, maar de oppositie geen kans meer maakt vanwege systematisch machtsmisbruik door de zittende regering. Zo blijven autocraten aan de macht in Hongarije, India, Servië en Turkije, en zo deed Hugo Chávez het in Venezuela.

    Bij het afglijden naar deze vorm van autoritarisme gaan de alarmbellen niet altijd af. Doordat regeringen gebruikmaken van op zichzelf wettige instrumenten zoals politiek gemotiveerde smaadprocessen, belastingcontroles en strafrechtelijke onderzoeken, hebben burgers niet meteen door dat ze zich aan een autoritair regime onderwerpen. Na ruim tien jaar onder Chávez dachten de meeste Venezolanen nog steeds dat ze in een democratie leefden.

    Grens overschreden

    Hoe kunnen wij dan bepalen of de VS de grens tussen democratie en autoritair regime hebben overschreden? Ons criterium is simpel: de prijs van verzet tegen de overheid. In een democratie wordt vreedzaam verzet tegen de zittende macht niet bestraft. Burgers kunnen met een gerust hart kritiek uiten, een oppositiekandidaat steunen of meedoen aan vreedzame betogingen, omdat ze weten dat de overheid hun dit niet betaald zal zetten. De hele gedachte van legitieme oppositie is een grondbeginsel van de democratie.

    Maar onder een autoritair bewind kleeft er een prijs aan oppositie. Wie dan met de regering botst, wordt slachtoffer van een keur aan strafmaatregelen. Politici kunnen worden vervolgd voor onbenullige of onbewezen feiten, media krijgen te maken met vergezochte smaadzaken of strenge toezichthouders, bedrijven met belastinginspecties en het verlies van opdrachten of vergunningen, universiteiten met het dichtdraaien van de geldkraan of het wegvallen van belastingvrijstellingen, en journalisten, activisten en andere critici met intimidatie, bedreiging of zelfs fysieke mishandeling door regeringsaanhangers. Als burgers moeten oppassen omdat hun kritiek of verzet door de autoriteiten kan worden afgestraft, leven ze niet langer in een volwaardige democratie. Volgens dat criterium heeft Amerika de stap naar een autocratie al gezet. Met de inzet van overheidsinstanties tegen burgers en een hoos aan sancties tegen critici heeft de regering-Trump de tol van oppositie verhoogd. Zo worden politie en justitie nu selectief ingezet tegen critici, worden grote advocatenkantoren geboycot en gedwarsboomd en moeten ook donateurs van de Democratische Partij en andere progressieve organisaties het ontgelden. Daarnaast richt de regering, zoals zo veel autocratische regimes, haar pijlen op de media. Trump heeft rechtszaken aangespannen tegen ABC News, CBS News, Meta, uitgeverij Simon & Schuster en regionale krant The Des Moines Register. Bovendien is de mediatoezichthouder gepolitiseerd om vooral onafhankelijke media op de korrel te nemen. En opmerkelijk genoeg zijn deze aanvallen op de media en politieke tegenstanders sneller en harder uitgevoerd dan vergelijkbare maatregelen in de eerste jaren van het bewind van verkozen autocraten in Hongarije, India, Turkije en Venezuela.

    Ook in zijn aanval op universiteiten volgt Trump het draaiboek van andere autocraten. Zoals Jonathan Friedman van non-profitorganisatie PEN America zegt: ‘Het is alsof op alle universiteiten bij de geringste misstap de geldkraan kan worden dichtgedraaid.’ Tot slot worden zelfs Republikeinse politici fysiek bedreigd als ze zich tegen Trump uitspreken. De Republikeinse senator Thom Tillis zegt dat hij door de FBI werd gewaarschuwd over ‘serieus te nemen doodsbedreigingen’ toen hij overwoog om tegen de benoeming van Pete Hegseth als minister van Defensie te stemmen. Voor veel Amerikaanse burgers en organisaties is de prijs van oppositie dus sterk gestegen. Het is nog niet zo erg als in een dictatuur zoals Rusland, waar critici simpelweg in de cel belanden of worden verbannen of vermoord, maar de VS zijn met verbluffende snelheid afgegleden naar een situatie waarin tegenstanders van de regering moeten vrezen voor strafvervolging, civiele rechtszaken, belastingcontroles en andere sancties.

    Het is niet de eerste keer dat critici van de regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen

    Het is niet de eerste keer dat critici van de Amerikaanse regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen. In de communistenjacht van vlak na de Eerste Wereldoorlog en tijdens het McCarthy-tijdperk werden kopstukken van de burgerrechtenbeweging en linkse activisten decennialang door de FBI op de huid gezeten, en ook Nixon zette de fiscus en andere instanties in tegen politieke tegenstanders. Dat was natuurlijk ondemocratisch, maar het ging niet zo ver als wat we nu zien. En Nixons pogingen om het staatsapparaat voor zijn politieke karretje te spannen leidden uiteindelijk tot zijn aftreden en tot een reeks hervormingen die zulk machtsmisbruik na 1974 aan banden legde.

    Na Watergate kende Amerika de meest democratische halve eeuw van zijn bestaan. Met het aantreden van Trump kwam er niet alleen een abrupt einde aan dat tijdperk: het is ook de eerste keer – althans sinds de vervolging van de Jefferson-Democraten onder president Adams, eind achttiende eeuw – dat de regering niet alleen de rivaliserende politieke partij, maar een heel segment van de samenleving op de korrel neemt.

    Want het autoritair offensief sorteert duidelijk effect. Burgers denken nu wel twee keer na voordat ze gebruikmaken van hun grondwettelijke recht op het voeren van oppositie. Veel politici en maatschappelijke organisaties die als waakhond en controleur van de zittende macht zouden moeten fungeren, doen er het zwijgen toe. De angst voor vergelding zet een rem op donaties aan de Democratische Partij en andere progressieve organisaties. En na Trumps aanval op prominente advocatenkantoren is het voor critici van de regering moeilijker om een advocaat te vinden, want de rijke en gerenommeerde kantoren die vroeger de strijd met de regering wel aandurfden, zijn nu huiverig om Trumps toorn over zich af te roepen. De Columbia-universiteit is gezwicht voor de eis om de vrije meningsuiting van studenten in te perken.

    Zelfcensuur

    Bij de media zie je verontrustende signalen van zelfcensuur. Paramount, het moederbedrijf van CBS, heeft het journalistieke programma 60 Minutes onder verscherpt toezicht gesteld. En ook Republikeinse politici verzaken hun taak als controleur van de macht. In de woorden van senator Lisa Murkowski: ‘We zijn allemaal bang. Dat is nogal een statement, maar we zitten in een situatie die voor mij ongekend is. En ik moet zeggen dat ik vaak bang ben om me uit te spreken, want het wordt echt afgestraft. En dat is niet goed.’

    Wij Amerikanen leven dus onder een nieuw bewind. Nu is de vraag of we toelaten dat dit ook wortel schiet. De reactie van de samenleving houdt nog niet over – het blijft angstwekkend stil. Maatschappelijke kopstukken komen moeilijk tot collectief optreden. De overgrote meerderheid leeft liever in een democratie en zou graag een eind maken aan dit machtsmisbruik. Maar op individueel niveau hebben ze eerder reden om de regering-Trump tegemoet te komen dan er de strijd mee aan te binden.

    Ze willen hun eigen organisatie immers beschermen tegen aanvallen van de overheid. Ze zien ook wel in dat iedereen beter af zou zijn als iemand vooropging in de strijd tegen Trump, maar slechts weinigen zijn bereid daarvoor zelf de tol te betalen. Met als gevolg dat enkele van de meest invloedrijke Amerikanen aan de zijlijn blijven staan en hopen dat iemand anders de kastanjes uit het vuur haalt. Een klein beetje meewerken uit zelfbehoud lijkt hen het beste. Maar dat is de fatale fout van het appeasement-denken: het geloof dat stilletjes meebuigen op ondergeschikte, ogenschijnlijk tijdelijke punten uiteindelijk minder schade op de lange termijn zal opleveren.

    Individuele meegaandheid verzwakt de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel

    Meestal werkt het niet zo. En daden van individueel zelfbehoud hebben een hoge collectieve prijs. Meebuigen zal de regering waarschijnlijk alleen maar moed geven en stimuleren haar aanvallen te verhevigen. Autocraten bestendigen hun macht meestal niet alleen met geweld: ze worden geholpen door de meegaandheid en passiviteit van mensen die verzet hadden kunnen bieden.

    Individuele meegaandheid verzwakt ook de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel. Als één partijdonateur of één advocatenkantoor zich drukt, maakt dat misschien niet veel verschil, maar als ze zich collectief terugtrekken, ontbreekt het tegenstanders van de regering straks aan afdoende financiële en juridische middelen om zich te verweren. Alle nieuwsberichten die niet gepubliceerd worden, alle toespraken of preken die niet gehouden worden en alle persconferenties die niet gegeven worden, kunnen bij elkaar een aanzienlijk cumulatief effect hebben op de publieke opinie. Zolang de oppositie stommetje speelt, trekt de regering aan het langste eind.

    Demoraliserend signaal

    Het meebuigen van vooraanstaande burgers geeft een intens demoraliserend signaal af aan de samenleving. De boodschap die eruit spreekt, is dat de Amerikaanse democratie het verdedigen niet waard is, of dat verzet zinloos is. Als de meest bevoorrechte mensen en organisaties niet willen of kunnen opkomen voor de democratie, wat verwachten we dan van de gewone burger?

    De tol van verzet is wel te dragen. En het afglijden naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. In Brazilië, Polen, Slowakije, Zuid-Korea en elders hebben democratische krachten het tij van de democratische neergang weten te keren. De Amerikaanse rechtspraak is nog steeds onafhankelijk en zal ongetwijfeld een aantal van de meest onrechtmatige regeringsmaatregelen tegenhouden. Maar rechters – nu ook zelf doelwit van dreigementen, intimidatie en zelfs arrestatie – kunnen de democratie niet in hun eentje redden. Bredere maatschappelijke oppositie is geboden.

    De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers

    Ons maatschappelijk middenveld heeft genoeg financiële en organisatorische slagkracht om Trumps autoritaire offensief te weerstaan. Het telt honderden miljardairs, tientallen advocatenkantoren met een jaaromzet van een miljard dollar, ruim zeventienhonderd universiteiten en hogescholen, een enorm netwerk van kerken, vakbonden, particuliere stichtingen en non-profitorganisaties en een goed georganiseerde en goed gefinancierde oppositiepartij. Maar dan moeten die wel samen optrekken. Als ze zich samen inzetten voor de collectieve verdediging van de democratische rechtsstaat, dragen ze ook samen de tol van hun verzet. De regering kan niet iedereen tegelijk aanvallen.

    De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers die zich roeren op bijeenkomsten van hun volksvertegenwoordigers. Onze leiders moeten hun voorbeeld volgen. De collectieve verdediging van de democratie heeft de meeste kans van slagen als prominente en bemiddelde mensen en organisaties, zij die het best bestand zijn tegen de klappen van de regering, ook meedoen aan de strijd.

    Er zijn tekenen dat ze wakker worden. Harvard weigert te voldoen aan eisen die de academische vrijheid ondermijnen. Microsoft heeft gebroken met een advocatenkantoor dat aan de regering toegeeft en in plaats daarvan een kantoor in de arm genomen dat het er juist tegen opneemt. Als de invloedrijkste leden van een samenleving in verzet komen, geven zij anderen politieke rugdekking. En dat stimuleert gewone burgers ook weer om mee te vechten. Het afglijden van de VS naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. Maar niemand heeft ooit een autocratie verslagen vanaf de zijlijn.

  • Het vrije woord aan Amerikaanse universiteiten staat steeds meer onder druk

    Het vrije woord aan Amerikaanse universiteiten staat steeds meer onder druk

    Anna Feder verloor haar baan aan Emerson College nadat ze een film had getoond die kritisch was over Israël. Met haar rechtszaak probeert ze een beroep te doen op een ongebruikelijke wet over de vrijheid van meningsuiting die in de staat Massachusetts van kracht is.

    Anna Feder werkte zeventien jaar aan Emerson College in Boston. Twaalf jaar lang stelde ze er het programma met tentoonstellingen en festivals samen en organiseerde ze de Bright Lights Cinema Series, een filmprogramma met documentaires over vrijheidsstrijd, sociale gerechtigheid en achtergestelde bevolkingsgroepen. 

    In de rechtszaak die Feder onlangs tegen haar universiteit aanspande, zei ze dat het bestuur zich nooit met haar programma’s had bemoeid. Dat veranderde in 2023, toen ze de film Israelism op het programma zette, een documentaire van Joodse filmmakers over jonge Amerikaanse Joden die besluiten afstand te nemen van het zionisme. Na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 en het begin van Israëls offensief tegen Gaza zette het bestuur van Emerson College haar onder druk om de geplande filmvertoning af te gelasten. 

    Feder ging akkoord met het uitstellen van de vertoning en liet de film in februari 2024 alsnog zien. Ze schreef vervolgens een opiniestuk in het universiteitsblad, waarin ze kritiek leverde op de manier waarop de universiteit omging met betogingen van studenten voor Palestina. En terwijl er in het hele land een klopjacht op gang kwam op alles wat pro-Palestina was, zette ze haar langdurige samenwerking met het Boston Palestine Film Festival voort. 

    Totdat de universiteit Feder en haar programma in augustus 2024 plotsklaps liet vallen. ‘Emerson College heeft het contract van mevrouw Feder ontbonden, het volledige programma van Bright Lights afgelast en mevrouw Feder de toegang tot de campus ontzegd,’ zo staat te lezen in de stukken van de rechtszaak. 

    Eerste Amendement

    De zaak-Feder is de eerste in zijn soort in een tijd waarin protesten op universiteiten worden neergeslagen. In de aanklacht, ingediend bij de rechtbank van Massachusetts, staat dat Emerson College Feders recht op vrijheid van meningsuiting heeft geschonden en dat het, ook al is het een particuliere universiteit, verplicht is de rechten uit het Eerste Amendement [van de Amerikaanse grondwet] te waarborgen. 

    Particuliere instellingen vallen niet automatisch onder het Eerste Amendement, dat mensen beschermt tegen schendingen van burgerrechten door de overheid. Daarom mogen particuliere universiteiten over het algemeen meer regels stellen aan wat er wel en niet mag worden gezegd dan publieke onderwijsinstellingen. Feder beweert echter dat een lokaal wetsartikel, artikel 16 van de Rechtenverklaring van de staat Massachusetts, de bescherming van het Eerste Amendement uitbreidt naar private actoren, waaronder universiteiten en colleges. (Emerson ­College heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar.) 

    De rechtszaak tegen Emerson College is een testcase. Als Feder succes heeft, zouden ook andere universiteiten in Massachusetts – en dat zijn er heel wat – ter verantwoording kunnen worden geroepen voor het schenden van het grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting. Sommige andere staten, waaronder Californië, hebben soortgelijke bepalingen die op een vergelijkbare manier zouden kunnen ­worden toegepast.

    ‘We moeten ons verzetten tegen aanvallen op het vrije woord – vooral op de universiteit’

    In bredere zin laat de zaak-Feder zien hoe mensen die een straf tegemoet zien vanwege pro-Palestijnse betogingen op de campus, nieuwe manieren hebben moeten zoeken om de reactie van hun universiteit aan te vechten, onder meer via de rechtbank. 

    ‘Als we niet krachtig opkomen voor onze rechten, zullen die ons zeer zeker worden afgenomen,’ aldus Feder. ‘Het is een beangstigende tijd voor wie zich op deze manier wil laten horen, maar voor mij is het de beste manier om uiting te geven aan mijn Joodse waarden,’ zegt ze. ‘We moeten op dit moment allemaal de moed bij elkaar rapen en ons verzetten tegen aanvallen op het vrije woord – vooral op de universiteit.’

    In de rechtszaak beweerde Emerson College dat Feder om financiële redenen uit haar functie was gezet en het Bright Lights-programma om diezelfde reden was opgeschort. Maar de aanklacht spreekt die bewering regelrecht tegen: ‘In vergelijking met andere niet-academische programma’s die niet werden geannuleerd was Bright Lights helemaal geen duur programma. Bovendien had mevrouw Feder het programmabudget onlangs nog verder verlaagd.’

    Ontslagen

    De aanklacht merkt ook op dat de filmserie ‘extreem populair was en een centrale plaats innam in de academische programma’s van Emerson ­College’. Van alle studenten aan deze universiteit is 40 procent ingeschreven bij de faculteit Visuele en Media­kunsten, en voor hen waren de films constant relevant, aldus de stukken. 

    Andere details in de stukken wijzen erop dat Feder niet zomaar om budgettaire redenen is ontslagen. Ze werd, op grond van bepalingen in haar cao, nog zestig dagen in dienst gehouden nadat Emerson haar ontslag had aangekondigd. In die periode werd haar de toegang tot de campus ontzegd en kreeg ze te horen dat ze ‘om gegronde redenen’ ontslagen zou worden als ze publiekelijk uitspraken zou doen over de Bright Lights-serie. Feder zei dat ze nooit eerder had gehoord van dergelijke eisen tijdens de opzegtermijn van een ontslagen werknemer.

    Volgens de aanklacht werd Feder niet ontslagen, maar werd de samenwerking beëindigd ‘omdat ze haar wettelijke recht op vrijheid van meningsuiting had uitgeoefend’. Die meningsuiting betrof de vertoning van een Israël-kritische film en de ‘steun aan Palestijnen en studentenactivisme voor de Palestijnse zaak’, stelt ze.

    ‘Ze beweren onderwijs belangrijk te vinden, maar lijken moeilijke gesprekken alleen maar uit de weg te willen gaan’

    ‘Onze film is op honderden campussen in de VS vertoond, is gemaakt door bekroonde Joodse filmmakers, heeft de publieksprijs voor beste documentaire gewonnen op het oudste en grootste Joodse filmfestival van de VS en vertelt misschien wel het bepalende verhaal van Amerikaanse Joden in de huidige tijd,’ zegt Erin Axelman, coregisseur van Israelism. ‘Maar omdat onze film kritisch is op Israël, worden we gezien als een bedreiging voor universiteiten. Ze beweren onderwijs belangrijk te vinden, maar lijken controverses en moeilijke gesprekken alleen maar uit de weg te willen gaan.’

    Axelman merkt op dat peilingen van de Israëlische overheid laten zien dat ruim 40 procent van de Joodse tieners in de VS meent dat Israël in Gaza genocide pleegt. ‘Het gedrag van Emerson College is belachelijk, de geschiedenis zal hen erom veroordelen,’ aldus Axelman. ‘Wij staan achter Anna.’

    Als Feders advocaten in de rechtszaak kunnen hardmaken dat het artikel uit de wet van Massachusetts van toepassing is op de acties van Emerson ­College, zou dit andere faculteiten, personeelsleden en studenten in de staat kunnen aanmoedigen om daar ook een beroep op te doen, als ze vinden dat hun vrijheid van meningsuiting is geschonden. Volgens de American Civil Liberties Union of Massachusetts heeft het hooggerechtshof in de staat nog niet bepaald of particuliere universiteiten ook vallen onder artikel 16 van de Rechtenverklaring van Massachusetts. 

    Proces

    Het is al weleens eerder voorgekomen dat er met een beroep op deze wet een rechtszaak tegen een universiteit werd aangespannen. Zo kreeg Emerson ­College in 1989 een proces aan zijn broek van een hoogleraar die beweerde dat haar een promotie en een vaste aanstelling was geweigerd wegens het uiten van politieke opvattingen. De zaak werd buiten de rechtbank om geschikt. 

    Het is aannemelijk dat Emerson ­College geen verantwoording hoeft af te leggen. De laatste achttien maanden zijn er op heel wat openbare universiteiten, die sowieso onder het Eerste Amendement vallen, pro-Palestijnse activisten gearresteerd, sprekers afgezegd en docenten ontslagen. 

    Ook als de zaak-Feder niet tot de uitspraak leidt dat particuliere instellingen in Massachusetts zich moeten houden aan de door het Eerste Amendement beschermde vrijheid van meningsuiting, is het toch een poging om Emerson College ter verantwoording te roepen om de manier waarop het omgaat met uitingen van solidariteit met Palestina – om de universiteit in ieder geval voor het gerecht te dagen. Het merendeel van de onderwijsinstellingen heeft zich alleen bereid getoond om in actie te komen als pro-Israëlische groepen en hun bondgenoten in de regering druk op hen uitoefenen. 

    Civil Rights Act

    Instellingen in het hele land hebben al te maken gehad met een federale civiele rechtszaken die individuen en groepen tegen hen hadden aangespand op grond van lid VI van de Civil Rights Act, die discriminatie verbiedt op basis van gemeenschappelijke voorouders. In de meeste rechtszaken ging het om een aanklacht wegens antisemitisme. Diverse universiteiten, waaronder Columbia, Harvard en New York University, troffen schikkingen met studenten, in ruil voor geldbedragen en afspraken om het beleid aan te passen, naar verluidt op het gebied van anti­semitismebestrijding.

    In sommige gevallen heeft dit gezorgd voor een verdere uitholling van het onderscheid tussen antizionistische uitingen en antisemitisme in beleidslijnen en gedragscodes op universiteiten. Zo heeft Harvard er in het kader van een schikkingsovereenkomst mee ingestemd om bij tuchtmaatregelen de omstreden definitie van antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) te hanteren. Die definitie, die ook wordt gebruikt om kritiek op Israël onder antisemitisme te scharen, werd officieel overgenomen door de regering-Biden. De regering-Trump heeft deze bredere definitie van antisemitisme op haar beurt ingezet voor haar eigen politieke aanvallen. 

    Studenten, personeels- en faculteitsleden zijn steeds terughoudender om als eiser in een rechtszaak naar voren te treden

    Tegelijkertijd zijn er ook enkele rechtszaken aangespannen tegen universiteiten vanwege hun behandeling van pro-Palestijnse studenten, of vanwege discriminatie van islamitische en Arabische studenten. 

    Nu de regering-Trump pro-Palestijnse activisten wil deporteren en het zogeheten ‘doxing’ [zonder toestemming iemands persoonlijke gegevens delen] door extreemrechts steeds meer risico’s met zich meebrengt, zijn studenten, personeels- en faculteitsleden steeds terughoudender om als eiser in een rechtszaak naar voren te treden. Ook de kosten van een rechtszaak kunnen het moeilijk maken om onderdrukking via de juridische weg een halt toe te roepen. Feder heeft een inzameling op touw gezet om haar proces­kosten te kunnen betalen.

    ‘Mensen hebben niet veel middelen tot hun beschikking,’ zegt advocaat Yaman Salahi. ‘Bovendien loopt iemand die mogelijk een rechtszaak aanspant groot gevaar dat (toekomstige) werk­gevers of scholen vergeldingsmaat­regelen zullen nemen.’ Volgens hem is er vaak al sprake van een chilling effect [waarbij het dreigen met een procedure iemand laat afzien van het gebruik van zijn rechten]. ‘Dit betekent niet dat mensen niet naar voren moeten ­treden. Dat moeten ze zeker wel doen. Maar je moet wel bedachtzaam en strategisch te werk gaan. Als er niet meer proefprocessen komen waarin vrijheid van meningsuiting wordt afgedwongen, zullen we een verontrustende achteruitgang van die vrijheid zien.’  

  • Thomas Piketty: ‘De VS zijn de controle over de wereld duidelijk aan het verliezen’

    Thomas Piketty: ‘De VS zijn de controle over de wereld duidelijk aan het verliezen’

    Trump zou willen dat de Pax Americana door de rest van de wereld met heffingen wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat zijn macht al tanende is en dat we ons moeten voorbereiden op een wereld zonder de VS, legt Piketty uit in zijn column.

    De VS zijn geen betrouwbaar land meer. Voor sommigen is dat oud nieuws. De oorlog in Irak in 2003, waarbij meer dan honderdduizend doden vielen, een regio blijvend werd gedestabiliseerd en Rusland zijn invloed herwon, confronteerde de wereld al met de kwalijke gevolgen van de Amerikaanse militaire overmoed. De huidige crisis is echter van een andere orde. Momenteel worden de economische, financiële en politieke machtsstructuren van een ontredderd land ter discussie gesteld, geleid door een onstabiele en grillige leider tegen wie geen democratisch kruid gewassen is.

    Om te bedenken hoe dit verder gaat, moeten we ons bewust zijn van de veranderingen die momenteel plaatsvinden. Dat de Trump-aanhangers zo’n bruut en wanhopig beleid voeren, komt doordat ze niet weten hoe ze moeten reageren op de economische verzwakking van het land. Uitgedrukt in koopkrachtpariteit – dat wil zeggen in reële hoeveelheid goederen, diensten en uitrusting die jaarlijks wordt geproduceerd – heeft het bbp van China dat van de VS al in 2016 overtroffen. Het ligt momenteel meer dan 30 procent hoger en zal tegen 2035 het dubbele bedragen van het Amerikaanse bbp. De realiteit is dat de Verenigde Staten de controle over de wereld aan het verliezen zijn.

    Sterker nog, de opeenhoping van Amerikaanse handelstekorten heeft ertoe geleid dat de externe publieke en private schuld van het land dit jaar een ongekende hoogte heeft bereikt van 70 procent van het bbp. Stijgende rentetarieven zouden de VS kunnen dwingen tot aanzienlijke rentebetalingen aan de rest van de wereld, waaraan ze tot dusver enkel zijn ontkomen doordat ze de touwtjes van het mondiale financiële systeem in handen hebben. In dat licht moeten we dan ook het taboedoorbrekende voorstel van de trumpistische economen zien om belasting te heffen op de rente die wordt uitbetaald aan buitenlandse houders van Amerikaanse staatsobligaties. Alsof dat nog niet genoeg is wil Trump zijn land erbovenop helpen door zich Oekraïense mineralen toe te eigenen – en Groenland en Panama op de koop toe.

    ‘Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber’

    Vanuit historisch oogpunt bezien is het opmerkelijk dat het enorme Amerikaanse handelstekort, dat tussen 1995 en 2025 jaarlijks gemiddeld zo’n 3 tot 4 procent van het bbp bedroeg, maar één precedent kent voor een economie van een dergelijke omvang: het is ongeveer het gemiddelde handelstekort van de grote Europese koloniale machten (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland) tussen 1880 en 1914. Het verschil is dat deze landen over enorme buitenlandse activa beschikten, die zoveel rente en dividenden opleverden dat ze hun handelstekort ruimschoots konden financieren, terwijl ze tegelijkertijd hun buitenlandse vorderingen konden blijven uitbreiden.

    Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber. Hij wil dat de Pax Americana, net als die van Europa in het verleden, door de rest van de wereld dankbaar met subsidies wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat de macht van de VS al tanende is en dat de tijd zich niet langer leent voor deze brute en ongebreidelde vorm van kolonialisme. Trump lijkt niet te beseffen dat de Verenigde Staten in 1945 wereldleider zijn geworden dankzij de breuk met de Europese koloniale orde en de invoering van een ander ontwikkelingsmodel, gebaseerd op het democratische ideaal en een aanzienlijke onderwijskundige voorsprong op de rest van de wereld. Daarmee ondermijnt hij het morele en politieke prestige waarop dat wereldleiderschap is gebouwd. 

    Een nieuwe Europese economie

    Hoe moet Europa op deze teloorgang reageren? Allereerst door zich op de zuidelijke landen te richten met het voorstel tot een nieuw sociaal en ecologisch multilateralisme te komen ter vervanging van het liberale multilateralisme, dat ten dode is opgeschreven. Europa moet zich eindelijk achter een ingrijpende bestuurshervorming van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank scharen, zodat kan worden afgestapt van het huidige censuskiesrecht en landen als Brazilië, India en Zuid-Afrika de plaats krijgen die ze toekomt. Als Europa de kant van de VS blijft kiezen in een poging dit onomkeerbare proces te stoppen, zullen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) onvermijdelijk een parallelle internationale architectuur opbouwen, onder leiding van China en Rusland.

    Als Sub-Saharaans Afrika de afgelopen decennia van betere handelsvoorwaarden had kunnen profiteren, had het kunnen investeren in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. In plaats daarvan behelpen de regeringen daar zich manmoedig met een schrijnend gebrek aan middelen: amper tweehonderd euro per jaar, uitgedrukt in koopkrachtpariteit, voor een leerling in het lager en middelbaar onderwijs, terwijl elk kind in het Noorden op veertig tot vijftig keer meer kan rekenen (achtduizend euro in Europa, tienduizend in de VS).

    Ook heeft Europa in 2024 een ernstige fout gemaakt door zich te verzetten tegen het voorstel voor fiscale rechtvaardigheid dat Brazilië bij de G20 had ingediend en door tegen een raamwerkverdrag voor eerlijke belastingheffing binnen de VN te stemmen, wederom samen met de Verenigde Staten, zodat de OESO en de kring van rijke landen de controle konden houden over kwesties die als te belangrijk werden beschouwd om aan armere landen over te laten.

    ‘Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen’

    Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen. Het is gemakkelijk om kritiek te uiten op de objectief buitensporige handelsoverschotten van China, dat – net als het Westen destijds – zijn machtspositie benut om lage prijzen te bedingen voor grondstoffen en de wereld te overspoelen met industriële goederen. Toch profiteert de Chinese bevolking hier nauwelijks van; zij zou meer gebaat zijn bij hogere lonen en een degelijke sociale zekerheid.

    Ook Europa neigt in feite naar onderbesteding en onderconsumptie binnen zijn eigen grenzen. Tussen 2014 en 2024 kende de Verenigde Staten een gemiddeld jaarlijks handelstekort (goederen en diensten) van ongeveer 800 miljard dollar. In dezelfde periode boekte Europa een gemiddeld overschot van 350 miljard dollar – bijna evenveel als China, Japan, Zuid-Korea en Taiwan samen (450 miljard). Wil Europa daadwerkelijk bijdragen aan een sociaal en ecologisch rechtvaardiger ontwikkelingsmodel, dan zal er veel meer nodig zijn dan de extra militair-budgettaire investeringen van Duitsland of de minimale CO₂-grensheffingen die momenteel worden overwogen.

  • Europa moet zich vooral niet als slachtoffer gedragen

    Europa moet zich vooral niet als slachtoffer gedragen

    EU-lidstaten moeten zich niet uitsloven om in het gevlij te komen bij de nieuwe Amerikaanse president.

    In 1981 voerden de sociologen Betty Grayson en Morris Stein een inmiddels befaamd onderzoek uit naar de criteria waarop misdadigers hun slachtoffers kiezen. Eerst filmden ze in een drukke straat in New York voorbijgangers. Vervolgens vertoonden ze in een gevangenis aan de oostkust die beelden aan gedetineerden die vastzaten voor geweldsdelicten tegen mensen die ze niet kenden (roofovervallen, verkrachting, moord). De gedetineerden moesten de voorbijgangers beoordelen op een schaal van 1 tot 10, van ‘makkelijke prooi’ tot ‘niet aan beginnen, te veel gedoe’.

    De uitkomst was opvallend. Alle gedetineerden pikten precies dezelfde personen eruit als veelbelovend doelwit. Hun keuze berustte niet alleen op geslacht, huidskleur of leeftijd, zoals je zou kunnen verwachten. Oudere vrouwen en verstrooide professoren waren niet automatisch eerste keus. Andere criteria bepaalden hun keuze. De misdadigers lazen de non-verbale signalen van de voorbijgangers – hoe ze liepen, de beweging van hun hoofd en handen, het zelfvertrouwen dat ze uitstraalden – en lieten zich daardoor leiden. Ze kozen de personen die zich in hun ogen als slachtoffer gedroegen.

    Botte dreigementen

    Ik moest aan dat onderzoek denken toen ik nadacht over de strategische dilemma’s waar Europa voor staat na de regeringswisseling in de VS. De eerste stappen van Trumps team lijken erop te wijzen dat de nieuwe president zijn macht niet zozeer wil gebruiken om de confrontatie aan te gaan met Amerika’s vijanden, maar om Washingtons bondgenoten zijn wil op te leggen. Trumps uitspraken over Groenland en Canada en de tweets waarin Elon Musk oproept tot een regeringswissel in het Verenigd Koninkrijk zijn daarvan de duidelijkste tekenen. Trump hoopt blijkbaar dat botte dreigementen aan het adres van enkele bondgenoten volstaan om de rest naar zijn pijpen te laten dansen.

    De EU-lidstaten hebben alle reden om bang te zijn dat Washington in zijn benadering zal kiezen voor dezelfde koers als die de Russische oud-president Dmitri Medvedev onlangs verwoordde toen hij zei dat ‘het nodig is alle destructieve processen in Europa een handje te helpen’.

    Uit het wereldwijde opinieonderzoek dat de European Council on Foreign Relations eind 2024 liet uitvoeren komt naar voren dat de terugkeer van Trump in het Witte Huis door ‘een groot deel van de wereld wordt verwelkomd’. Europeanen en Zuid-Koreanen vinden hem een lompe brokkenmaker, maar verder gelooft het merendeel dat hij goed is voor Amerika, voor hun eigen land en voor de wereldvrede.

    Die steun voor Trump is misschien alleen een kwestie van natuurlijk enthousiasme voor een winnaar. En dat kan snel omslaan als de handelstarieven waarmee hij dreigt eenmaal hun beslag krijgen, of als hij toch geen eind kan maken aan de conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten.

    De VS wordt eindelijk een normale grootmacht: een land dat een hegemonie uitoefent, maar geen kruistocht voert

    Maar er is nog iets interessanters aan de hand. Velen vinden Trumps openlijke minachting voor internationale regels te verkiezen boven de onuitstaanbare hypocrisie van de vorige liberale regering. Onder Trump wordt de VS eindelijk een normale grootmacht: een land dat een hegemonie uitoefent, maar geen kruistocht voert. Een land dat zich niet langer voordoet als beter dan andere landen, maar simpelweg optreedt vanuit de gedachte dat het sterker is.

    Het onderzoek van de ECFR legt echter ook andere trends bloot, en daar liggen kansen voor Europa. De niet-westerse wereld mag Trump dan verwelkomen, toch denken velen dat eerder China dan de VS uiteindelijk de dominante supermacht zal worden.

    Trumps internationale strategie bestond er in 2016 vooral uit om een wig te drijven tussen China en Rusland. Dat lijkt niet langer realistisch. Uit de peiling van de ECFR blijkt dat in de loop van het afgelopen jaar niet alleen de leiders, maar ook de inwoners van Rusland en China elkaars land als bondgenoot zijn gaan beschouwen. Terwijl in Europa slechts een op de vijf burgers de VS nog als bondgenoot beschouwt. Dus terwijl het erop lijkt dat Amerika zijn eigen bondgenoten in de kou laat staan, hebben Moskou en Beijing de voordelen van samenwerking ontdekt.

    Hoogtepunt

    Maar al lijkt Europa door Trump te zijn afgeschreven, buiten het Westen wordt het continent nog alom als uiterst machtig beschouwd. In deze vijandige omgeving komt het er voor Europa nu op aan zich nooit als slachtoffer te gaan gedragen. Europese staten moeten zich vooral niet haasten om de nieuwe president te behagen of tegen te werken. Ze moeten de tijd nemen om zich te bezinnen op hun aanpak van Amerikaanse techgiganten en hoe ze moeten reageren op het dreigement van handelstarieven. Ze moeten Turkije en andere niet-westerse machten actief betrekken bij het gesprek over veiligheidsgaranties voor Oekraïne. Tegenover de druk van Trump moet Europa eerder verwarring zaaien dan tegendruk uitoefenen. En wat Trump vooral in verwarring zal brengen, is als Europese leiders de aandacht richten op hun eigen land en niet op de nieuwe Amerikaanse regering. De sleutel voor een Europese strategie is het besef dat 20 januari paradoxaal genoeg niet alleen het begin markeert van Trumps tweede ambtstermijn, maar ook meteen het hoogtepunt van zijn mondiale invloed.