Tag: Amanda Ripley

  • Septembernummer | Sociaal tuinieren

    Septembernummer | Sociaal tuinieren

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Wat zij zeggen over het schandaal rond AZC Ter Apel

    » ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    » Gaan sociale tuiniers de natuur redden?

    De menselijke factor

    Redactioneel

    In navolging van journalist Amanda Ripley wil ik een bekentenis doen. Ik ben ooit bij 360 gaan werken omdat het me de perfecte manier leek om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt, zonder het nieuws te hoeven volgen – een bezigheid die ik al mijn hele leven mijd. Uiteraard bleek op de redactie, die overwegend uit journalisten bestond, dat van een bepaalde kennis werd uitgegaan, zodat ik alsnog op zoek ging naar manieren om voldoende op de hoogte te zijn van wat er zoal besproken werd. Of van wat er in de berichtgeving ontbrak – waar het bij 360 uiteindelijk om gaat.

    Ripley was wél ooit fanatiek nieuwslezer, maar merkte op een dag dat ze na haar vaste ochtendlectuur ‘sloom, ongemotiveerd’ en ‘uitgeput’ was. Na enige tijd aan zichzelf te hebben getwijfeld, kwam ze tot de conclusie dat er wellicht niks mis was met haar, maar met het product. Haar remedie: een ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’-journalistiek (wat in het Engels catchyer klinkt) die meer is toegesneden op de mens, want, merkt ze op, berichten die steeds maar weer insinueren dat het niet alleen slecht maar ook steeds slechter gaat met de wereld, zijn simpelweg niet geschikt voor ons, en vermoedelijk voor geen enkele andere soort.

    Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden

    Net zo vond de Deense Synthetische Partij een vorm van politiek uit die meer is toegesneden op de mens, maar paradoxaal genoeg volledig door algoritmes wordt aangestuurd. Die zouden namelijk beter inzicht krijgen in welke politieke opvattingen werkelijk onder de bevolking leven. Het dossier over tuinieren gaat over een menselijker manier van wonen. Het aanplanten van groenten en fruit, zoals steeds vaker in achter- of volkstuintjes wordt gedaan, is niet alleen duurzaam, maar kan ook de gemeenschapszin bevorderen. Dat was bijvoorbeeld de gedachte van de Zuid-Afrikaanse BaNkuna, die groente op de stoep voor zijn huis plantte en daarvoor voor de rechter werd gesleept – een zaak die hij won.

    Hoop is een van de drie ‘eenvoudige ingrediënten’ die Ripley na haar zoektocht formuleert voor een draaglijker soort nieuws. Toch hoeft het niet altijd om goed nieuws te gaan. Goed bedreven journalistiek brengt je in contact met andere werelden, zoals die waarin het het mannetje is dat zwanger wordt, om de haverklap zelfs, en dus zeker weet dat alle nakomelingen van hem zijn, wat blijkbaar invloed heeft op hoe hij zijn kroost behandelt. Maar ook de even bizarre als brute praktijken beschreven in onze Afrika-reportage, gemaakt door het Deense Zetland, waar we sinds de oprichting regelmatig verhalen van overnemen. Met hun missie, ‘het openbaar debat aangaan zonder cynisme en polarisatie’, kunnen ze Ripley ongetwijfeld ook bekoren.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2022 08 31 om 16.35.43 3
  • ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    ‘Waarom ik geen nieuws meer consumeer’

    Journalist Amanda Ripley is opgehouden het nieuws te lezen. Ligt dat aan haar of aan het product?

    Ik heb een geheim. Ik heb het langer verzwegen dan ik wil toegeven. Ik voelde me onprofessioneel, ik schaamde me een beetje. Het was niet zoals ik wilde zijn.

    Goed, hier is het: ik heb jarenlang het nieuws willens en wetens gemeden.

    Dat is niet altijd zo geweest. Ik ben al twintig jaar journalist en was gewend urenlang het nieuws te consumeren en dat ‘werken’ te noemen. Iedere ochtend las ik The Washington Post, The New York Times en soms The Wall Street Journal. Op mijn kantoor bij Time had ik een tv die zonder geluid op CNN stond. Ik luisterde onder de douche naar NPR (National Public Radio). In het weekend verslond ik The New Yorker. Ik had het gevoel dat het mijn plicht was op de hoogte te zijn, als burger en als journalist – en ik had er nog best plezier in ook! Over het algemeen werd ik er eerder nieuwsgieriger van dan andersom. 

    Maar zo’n vijf, zes jaar geleden veranderde er iets. Het nieuws begon onder mijn huid te kruipen. Na mijn ochtendlectuur was ik zo uitgeput dat ik niet kon schrijven – of überhaupt iets creatiefs kon doen. Terwijl ik op de radio naar het ochtendnieuws luisterde, voelde ik me sloom, ongemotiveerd, en de dag was nog maar net begonnen. 

    Wat was er aan de hand? Ik was gewend verslag te doen van terreuracties, orkanen, vliegtuigongelukken, al het mogelijke menselijk leed. Maar nu? Ik kon er niet meer tegen. Het was of ik een glutenallergie had ontwikkeld en daar zat ik dan – een tarweboer! 

    Dus begon ik net als veel andere mensen het nieuws te doseren. Het tv-nieuws hield ik voor gezien, wat slechts een kwestie is van gezond verstand, en ik wachtte tot het eind van de middag voor ik ander nieuws las. Vanaf dan hield ik het wel vol tot het avondeten (en de wijn).

    Maar het nieuws drong aan alle kanten toch mijn leven binnen. Ik kon niet voorkomen dat ik eraan werd blootgesteld – via e-mails, op sociale media, in berichtjes van vrienden. Ik probeerde flink te zijn. Ik sprak mezelf streng toe: ‘Dit is het echte leven en het echte leven ís deprimerend! Er is verdorie een pandemie. En racisme! En klimaatverandering! En inflatie! De dingen zijn gewoon deprimerend. Je moet wel gedeprimeerd zijn!’

    Zinloos

    Het probleem is, ik kwam tot niks. De malaise werkte verlammend. Dus als ik las over weer een schietpartij op een school stuurde ik geen vlammend mailtje naar mijn vertegenwoordigers in het Congres. Nee, ik had te veel verhalen gelezen over het falen van het Congres om te geloven dat dat iets zou uithalen. Toen ik eenmaal genoeg had van het nieuws, voelde alle individuele actie zinloos. Eigenlijk was ik alleen maar wanhopig. 

    Ik ging naar een therapeut. Ze zei dat ik – let wel – moest ophouden met het nieuws volgen. Dat voelde verkeerd. Was het niet belangrijk om op de hoogte te zijn? Het nieuws verzaken voelde als de wereld verzaken. 

    Als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    Op een dag vertrouwde een bevriende collega me echter toe dat ook zij het nieuws meed. Vervolgens hoorde ik het van nog een journalist. En van nog een. (De meeste waren vrouwen, merkte ik, maar niet allemaal.) Dit nieuws over de aversie van nieuws werd altijd gefluisterd, alsof het ging om een smerig geheimpje. Het deed mij denken aan die scène uit de film The Social Dilemma waarin al die techfiguren toegeven dat ze hun kinderen niet toestaan de producten te gebruiken die zijzelf hebben gemaakt.

    En dat raakt de kern van het probleem: als zovelen van ons zich vergiftigd voelen door onze producten, is er dan niet iets mis mee?

    De laatste maand tonen nieuwe cijfers van Reuters aan dat de Verenigde Staten een van de hoogste nieuwsvermijdingspercentages van de wereld hebben. Zo’n vier op de tien Amerikanen mijden soms of vaak het nieuws – een hoger percentage dan in minstens dertig andere landen. En in alle landen zijn vrouwen stelselmatig meer geneigd het nieuws te mijden dan mannen. Het ging dus niet alleen om mij en mijn hypocriete journalistieke vrienden. 

    Machteloos

    Waarom mijden mensen het nieuws? Het is almaar hetzelfde en ontmoedigend, vaak amper te bevatten, en mensen voelen zich er volgens de enquête machteloos door. De feiten ondersteunen hun beslissing om het nieuws voor gezien te houden. Het blijkt dat hoe meer nieuws we tot ons nemen over gebeurtenissen met veel slachtoffers, zoals schietpartijen, hoe meer we lijden. Hoe meer politiek nieuws we tot ons nemen, hoe meer we gaan twijfelen aan onszelf. Als het doel van de journalistiek is om mensen te informeren, waaruit blijkt dan dat het werkt?

    Dus misschien is er iets mis met het nieuws. Maar wat? Velen zeggen dat de zaken worden opgeklopt. Journalisten zeggen dat het allemaal komt door het verdienmodel: negativiteit loont. Maar ik begin langzamerhand te denken dat in beide theorieën het voornaamste stukje van de puzzel over het hoofd wordt gezien: de menselijke factor. 

    Het nieuws van vandaag, zelfs kwalitatief hoogstaand papieren nieuws, is niet op de mens toegesneden. Zoals Krista Tippett, de maker en presentator van het radioprogramma en de podcast On Being, het zegt: ‘Ik denk eigenlijk niet dat we psychisch of mentaal zijn toegerust om 24/7 catastrofale en verwarrende berichten en foto’s te verwerken. We zijn analoge schepsels in een digitale wereld.’

    Ik heb het afgelopen jaar geprobeerd uit te zoeken hoe nieuws dat is toegesneden op de mens van nu eruit zou kunnen zien – door interviews te maken met artsen die gespecialiseerd zijn in het brengen van slecht nieuws aan patiënten, met gedragswetenschappers die begrijpen wat de mens nodig heeft voor een volwaardig leven en met psychologen die patiënten met ‘krantenkoppenstressstoornis’ hebben behandeld. (Ja, dat bestaat.)  

    Toen ik nadacht over wat me zoal was verteld, ontdekte ik dat er in het nieuws van tegenwoordig drie eenvoudige ingrediënten ontbreken. Ten eerste hebben we hoop nodig om ’s morgens op te staan. Onderzoekers hebben ontdekt dat hoop onder andere samenhangt met minder depressie, chronische pijn, slapeloosheid en kanker. Uitzichtloosheid, daarentegen, hangt samen met angst, depressie, posttraumatische stressstoornis en… de dood.

    ‘Hoop is als water,’ zegt David Bornstein, de medeoprichter van nonprofitorganisatie Solutions Journalism Network. ‘Je hebt iets nodig om in te geloven. Als je in het restaurantwezen zit, geef je mensen water. Omdat je begrijpt hoe de mens in elkaar zit. Vreemd dat journalisten daar zo’n moeite mee hebben. Mensen hebben perspectief nodig.’

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving

    Afgelopen december publiceerde The New York Times een ambitieus multimediaproject onder de titel ‘Postcards from a World of Fire’, waarin werd vastgelegd hoe klimaatverandering het leven in 193 landen heeft veranderd. Het werd voorafgegaan door een animatie van de brandende aarde die in de ruimte rondtolde en de woorden ‘Steden opgeslokt door stof. De geschiedenis van de mensheid verzwolgen door de zee’. Ik maak geen grapje. Het was vast goedbedoeld maar eenvoudigweg niet op de mens toegesneden. Ik weet niet welke soort hier iets mee zou kunnen, ik ken die in elk geval niet.

    Kijk bij wijze van contrast eens naar een ander recent New York Times-artikel, over een ander probleem – dakloosheid. Daarin werd beschreven hoe 25.000 daklozen met hulp van de gemeente een eigen huis kregen. Het was een diepgravend stuk, een uitgebreide, genuanceerde reportage. Maar als je het las voelde je iets in je borst opengaan – alsof zich een valluik boven een kerker opende. 

    In de tweede plaats hebben mensen het gevoel nodig dat ze iets kunnen doen. Daar houden de meeste verslaggevers geen rekening mee, waarschijnlijk omdat zij dat gevoel zelf al in hun werk ervaren. Maar door het gevoel dat jij en je medemens iets kunnen bereiken – al is het maar iets kleins – kan woede worden omgebogen in actie, frustratie in vindingrijkheid. Zulke zelfredzaamheid is wezenlijk voor iedere goed werkende democratie. 

    Nergens is de schreeuwende behoefte aan perspectief en hoop duidelijker dan bij klimaatberichtgeving. Van alle klimaatverhalen die in 2021 in het avondnieuws en de zondagochtendshows werden gebracht, ging het maar in een derde van de gevallen over mogelijke oplossingen, aldus een studie van Media Matters for America. Hoe zou dat perspectief kunnen worden geboden? Misschien zoals in het artikel uit The Post van april dit jaar waarin zes manieren werden beschreven om klimaatverandering een halt toe te roepen. Of in de virale video’s op TikTok waarin niet-journalisten als @thegarbagequeen in het gat zijn gesprongen door milieusuccessen te vieren en ‘klimaatdoemdenkers’ te ontmaskeren. 

    Waardigheid

    Tot slot hebben we waardigheid nodig. Daar staan maar weinig verslaggevers bij stil, is mijn ervaring. En dat is vreemd, want het is essentieel om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen. 

    Hoe ziet waardigheid eruit? Shamil Idriss, hoofd van Search for Common Ground, een organisatie die zich in 31 landen inzet om geweld te voorkomen, legt het eenvoudig uit: ‘Voor mij is het het gevoel dat ik ertoe doe, dat mijn leven iets voorstelt.’ In de journalistiek betekent mensen het gevoel geven dat ze ertoe doen bovenal dat je naar ze luistert – misschien zoals in het radioprogramma Curious City van de publieke omroep in Chicago het publiek wordt gepeild om te beslissen welk onderwerp er zal worden onderzocht. Het kan betekenen dat je kijkers uitnodigt om een beschaafd gesprek met elkaar aan te gaan, zoals Atlanta NBC station 11Alive, toen ouders die sceptisch waren over kritische rassentheorie werden uitgenodigd om schoolbestuurders en historici voor de camera te interviewen. En het betekent schrijven over mensen als meer dan de som van hun omstandigheden, zoals journalist Katherine Boo zo prachtig heeft gedaan op de bladzijden van deze krant.

    Er is een manier om nieuws te brengen – ook heel slecht nieuws – die minder schadelijk voor ons is. Een manier om woede én actie op te wekken. Empathie en waardigheid. Angst en hoop. Er is een manier die niet leidt tot een gevoel van machteloosheid of hypes. Tot nu toe zijn de voorbeelden nog erg schaars.

    Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Nieuwsmedia laten zich moeilijk over één kam scheren. De sector omvat hardwerkende gespecialiseerde verslaggevers, toegewijde factcheckers en producenten, maar ook schaamteloze propagandisten, sensatiezoekers en waarheidverdraaiers. Het is haast een te grote sector om enigszins overzichtelijk over te kunnen praten. Wel kun je stellen dat als nieuwssites mensen waren, de meeste momenteel zouden worden gediagnosticeerd als klinisch depressief. 

    Om dat te veranderen moeten journalisten misschien accepteren dat sommige van hun uitgangspunten verouderd zijn. ‘De journalistieke theory of change houdt in dat je het best een ramp afwendt door mensen 24/7 de mogelijkheid van een ramp voor te houden,’ zegt Bornstein. Dat had altijd effect – enigszins dan. Verslaggevers konden ongenadig verslag doen van gevaren en corruptie en dan achteroverleunen en het publiek het werk laten doen. Maar die dynamiek werkt alleen als het publiek eensgezinder is en journalisten breed worden vertrouwd. Tegenwoordig maakt het niet uit hoeveel leugens van ex-president Trump betrouwbare factcheckers opdiepen; niemand zal erdoor van mening veranderen. Een heleboel journalisten reageerden daarop, misschien uit frustratie vanwege hun eigen onmacht, door almaar luider en feller te worden. En dat zorgde er alleen maar voor dat meer mensen – je raadt het al – het nieuws gingen mijden.

    Een betere theory of change acht Bornstein zoiets als: ‘De wereld zal beter worden als mensen problemen, gevaren en uitdagingen begrijpen én wat hun beste opties voor vooruitgang zijn.’ Hij en zijn collega’s hebben inmiddels meer dan 25.000 journalisten wereldwijd opgeleid om goede oplossingsgerichte verhalen te brengen. 

    Ten slotte, en dit hangt er nauw mee samen: de nieuwsmakers worstelen zelf en al geven ze het niet graag toe, dat beïnvloedt hun verslaggeving. Nieuwsjunkies dompelen zich volledig onder in de duisternis vanuit de onterechte gedachte dat ze daar scherper van zullen worden. Al die angst hoopt zich op – en sijpelt door in onze verhalen.

    Ik weet wat je denkt: en het geld? Het zakelijk nieuwsmodel heeft clicks nodig. En de makkelijkste manier om aandacht te trekken is via een flinke dosis schandalen, angst en verderf.

    museums victoria QLezSKMJOnw unsplash
    – Toen de broadsheetkrant nog op papier werd gelezen in de bibliotheek van het Emily McPherson College, een huishoudschool voor vrouwen in Melbourne. © Museums Victoria / Unsplash

    Maar waarom zouden mensen niet klikken – of een abonnement nemen – als het nieuws op de mens is toegesneden? Hoe kunnen we dat weten als amper iemand het heeft geprobeerd?

    Er zijn tot nu toe niet veel grote nieuwskanalen die systematisch mensgericht nieuws brengen, maar een dat ik bewonder (en waarop ik inmiddels ben geabonneerd) is de Christian Science Monitor. Ieder nummer bevat reportages uit de hele wereld, levendige foto’s, rauwe actualiteit – naast hoop, perspectief en waardigheid. De verhalen gaan vergezeld van een korte toelichting, ‘Waarom we dit hebben geschreven’, waaruit blijkt dat de lezer wordt gezien als een gerespecteerde partner. 

    Leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden.

    Het is journalistiek van het type ‘weinig-ego, veel-nieuwsgierigheid’, die ik in mijn eigen werk probeer na te streven. Dat lukt niet altijd. Ik kan me bijvoorbeeld best ongemakkelijk voelen als ik de luisteraars het onderwerp van mijn podcast laat bepalen. Maar afgelopen maand was ik samen met een cameraploeg vier uur lang op een antiabortusbijeenkomst en deed ik iets wat ik nooit eerder had gedaan: ik probeerde gewoon te begrijpen wat mensen me vertelden. Ik probeerde niet de meest schokkende uitspraak of een kleurrijke, ironische anekdote los te krijgen. Ik vroeg gewoon door, zonder te oordelen. Het voelde minder als een transactie, menselijker. Ik voelde me ook beter geïnformeerd.

    Terwijl we ons schrap zetten voor de komende midterms, coronavarianten en catastrofes, daarom hier mijn dringende verzoek aan al mijn collega-journalisten: leg je oor te luisteren bij de 42 procent van de Amerikanen die het nieuws mijden. Het kan niet zo zijn dat we ons allemaal vergissen. Of overgevoelig of zwak zijn. Misschien zijn we gewoon net als jij.