Tag: Amsterdam

  • De krakersbeweging is terug van nooit weggeweest

    De krakersbeweging is terug van nooit weggeweest

    Krakers leggen opnieuw hun vingers op de zere plek. Een huis zou geen businessmodel moeten zijn, iedereen verdient een gelijke kans op de woningmarkt.

    De inmiddels overleden Nederlandse schrijver en holocaust-overlever Marga Minco schreef ooit over een leegstaand Amsterdams huis waar zij samen met een groep kunstenaars en studenten onderdak zocht na de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen maand werd het huis waar zij decennialang heeft gewoond, bezet door een nieuwe berooide generatie. Op de dure, overvolle Amsterdamse huizenmarkt, waar huizen per vierkante meter gemiddeld duurder zijn dan in Londen, zijn de krakers terug van weggeweest.

    Ze zijn een bijverschijnsel van een op hol geslagen crisis waarin men terecht boos is vanwege een schrikbarende en onhoudbare oneerlijkheid. De kosten van royale Nederlandse belastingvoordelen voor huiseigenaren – meer dan de helft van de bevolking – worden door hardwerkende huurders getorst. De terugkeer van het kraken wijst erop dat een groot deel van de bevolking steeds bozer wordt vanwege het gebrek aan oplossingen. En nu er op 29 oktober verkiezingen voor de deur staan, kan deze woede een politiek kantelpunt vormen.

    Kraken werd in Nederland strafbaar gesteld, deels als reactie op de Vondelstraatrellen in 1980, waarbij voor het eerst sinds de oorlog tanks door de straten rolden om het tegen de krakers op te nemen. Vandaag de dag gaat er nauwelijks een maand voorbij zonder een melding van ME’ers die een kraakpand ontruimen.

    Eigendomsmiljonairs

    In juni ontruimde de ME een pand in de Pijp. De gekraakte woning stond meer dan twee jaar leeg. Een paar dagen nadat Minco’s oude huis werd gekraakt werd een ander pand, op de Plantage Kerklaan, geruimd door de ME. De overheid hoeft niet op te kijken van deze ontwikkeling, aangezien het aantal eigendomsmiljonairs groter is dan ooit, wat ten koste gaat van belastingbetalers en een generatie zonder enige kans op een koophuis.

    Zo sprak ik laatst met de achtentwintigjarige Raoul. Hij heeft een universitair diploma en komt uit een familie van huiseigenaren. Toch kan hij nergens wonen, dus is hij kraker geworden. Zoals veel leeftijdsgenoten is Raoul goed opgeleid, heeft hij werkervaring en zoekt hij een baan. Toch weet hij dat het vinden van een baan geen garantie is dat hij een betaalbare woning voor de langere termijn kan vinden. Zijn verhaal is misschien anekdotisch, maar hij heeft het idee dat de krakersbeweging, die in de jaren zestig begon en in de jaren tachtig een anarchistische uitstraling kreeg, terug is. ‘Dat is tenminste de bedoeling,’ zegt hij. ‘De omstandigheden zijn hetzelfde. De behoefte aan woonruimte is groot, misschien zelfs groter dan toen. Het mag dan wel verboden zijn, maar kraken is terug.’

    De cijfers zijn minder subjectief. Ze tonen aan dat Nederland meer dan 400.000 huizen tekortkomt en dat 81.000 mensen naar een eerste woning zoeken. Nu de prijzen hoger liggen dan ooit en er nieuwe regulaties zijn omtrent verhuur besluiten duizenden privéverhuurders de woningmarkt te verlaten. Daardoor staan er misschien meer panden te koop, maar voor prijzen die veel andere Europeanen absurd zullen vinden, zeker gezien het inzakkings- en overstromingsgevaar. Voor veel jongeren zijn de enige opties ille- gaal onderhuren of een exorbitant hoge huur betalen voor een kamer.

    De Amsterdammers hebben zichzelf buitenspel gezet

    Er zijn strikte regels voor huurprijzen in gedeelde woningen, waardoor huisbazen niet graag verhuren. En de universiteiten bie- den studenten geen huisvesting. ‘Het wordt steeds moeilijker,’ vertelt Maaike Krom, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSV b). ‘We hoorden een verhaal van een student die drie uur moest reizen omdat niet alle steden alle studies aanbieden. Men beseft niet wat al die stress over reizen, de zoektocht naar woonruimte, geldproblemen met jonge mensen doet… terwijl ze over vijf jaar deel moeten uitmaken van de economie en een toekomst moeten opbouwen.’

    Wat is hieraan te doen? Gelukkig bestaat er een brede consensus dat de belastingvoordelen voor huiseigenaren moeten worden uitgefaseerd. De huizenprijzen kunnen stijgen doordat in Nederland de totale hypotheekschuld ten opzichte van het bbp zo hoog is, de hoogste van de EU. De Europese Commissie heeft Nederland al vijf keer opgeroepen de riskante hypotheekschuld te beperken en de hypo- theekrenteaftrek af te schaffen – de laatste keer was in juni – en ze krijgt bijval van de Nederlandsche Bank, vooraanstaande huisvestingexperts en economen. Maar de grootste mentaliteitsverandering moet worden teweeggebracht onder Nederlandse huiseigenaren, die 57 procent van de bevolking uitmaken.

    Totdat de rijke burgerij accepteert dat ze geen recht heeft op subsidie door middel van de hypotheekrenteaftrek, die ongeveer 11,2 miljard per jaar kost en de belasting voor de gemiddelde belastingbetaler met anderhalf procentpunt verhoogt, gaat Nederland een toekomst tegemoet waarin de bezitlozen nog minder te verliezen hebben.

    Buitenspel

    In plaats van in hun handen te wrijven over hun toenemende rijkdom ‘op papier’ moeten ze inzien dat hun kinderen indi- rect zullen moeten opdraaien voor elke 100.000 euro die ze aan hun huis ‘verdienen’. Zo is Amsterdam een stad geworden waarin alleen de rijkste expats zich een huis kunnen veroorloven. Nederlandse kiezers hebben in feite gekozen voor beleid waarbij ze zichzelf buitenspel hebben gezet. Schrijver en ondernemer Jona van Loenen ziet het als bedreiging voor de Nederlandse welvaart wanneer banken blijven investeren in hypotheken in plaats van beginnende bedrijven en wanneer het bezitten van een huis een beter verdienmodel is dan het opzetten van een bedrijf. In zijn woorden: ‘We hebben gezorgd voor een van de allerslechtste stimulansen die je als maatschappij kan hebben: mensen worden in feite aangemoedigd om te zitten niksen in plaats van hun armen uit de mouwen te steken.’ Natuurlijk wordt er bij een huizentekort ook meer gebouwd; Nederland is van plan om vóór 2030 ruim 1 miljoen woningen te bouwen – maar deze plannen schuren nu al met de belangen van bestaande huiseigenaren.

    Je kunt zien waar een gebrek aan actie toe leidt, als je in aanmerking neemt dat een gezin met een modaal inkomen inmiddels maar 4,5 procent van de Nederlandse huizen zou kunnen betalen, aldus het Kadaster. In 2017 kon een doorsneegezin 23 procent van de huizen betalen. De prijzen zijn in de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld.

    Sinds 2014 is de Nederlandse bevolking met ongeveer 1 miljoen gegroeid door migratie – maar dit is vooral werkmigratie. In tegenstelling tot wat extreemrechts wil doen geloven zijn er de afgelopen twee jaar steeds minder asielaanvragen en ligt Nederland op het gebied van asielopvang onder het EU-gemiddelde. De ruimhartige opvang van Oekraïense vluchtelingen heeft de huizendruk drastisch verhoogd, bovendien is de Nederlandse industrie afhankelijk van ongeveer 850.000 arbeidsmigranten, die vaak worden onderbetaald en volgens de arbeidsinspectie soms worden uitgebuit. Hoogopgeleide expats verhogen de druk op de huizenmarkt in plaatsen als Amsterdam en Eindhoven, aldus een speciale rapporteur van de VN, maar Nederlandse bedrijven zeggen dat het land geen mondiale techindustrie kan behouden zonder buitenlands talent.

    Bij een recent ‘niet te koop’-protest voor de deur van een van de vele socialehuurwoningen die in de verkoop gaan, pakt Jan Leegwater een megafoon. ‘Ze vragen er 600.000 euro voor omdat er mogelijkheid is tot uitbouw,’ zegt hij. ‘En als je dit over een paar jaar weer verkoopt, verdien je er meer aan dan als je gewoon had gewerkt… We zijn belazerd en we zitten vast in dit systeem.’
    Veel woede is ten onrechte gericht op asielzoekers en andere migranten. Het zijn niet de immigranten die verantwoordelijk zijn voor deze crisis, maar de rijke Nederlandse huizenbezitters en kiezers die jaar in, jaar uit een systeem hebben verdedigd dat hun eigen belangen behartigt. Totdat er verandering komt in die mindset zullen hun kinderen alleen maar bozer worden en kunnen we verwachten dat nog meer krakers het recht in eigen hand nemen.

  • Rellen in Amsterdam na wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv

    Rellen in Amsterdam na wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky verwerpt staakt-het-vuren of concessies aan Rusland

    » VS: Donald Trump benoemt Susie Wiles tot zijn stafchef

    Israëlische fans raakten slaags met pro-Palestina demonstranten

    Gisteravond in Amsterdam braken er ongeregeldheden uit tussen pro-Palestina demonstranten en Israëlische voetbalfans, na afloop van de Europa League-wedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv, die de Amsterdammers met 5-0 wonnen. Er zouden diverse fans belaagd zijn door demonstranten, meldt Der Tagesspiegel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar aanleiding van de rellen heeft premier Netanyahu twee vliegtuigen naar Amsterdam gestuurd. ’Premier Netanyahu neemt het verschrikkelijke incident zeer serieus en roept de Nederlandse regering en veiligheidstroepen op om krachtig en snel op te treden tegen de relschoppers en de veiligheid van de Israëlische burgers te waarborgen‘, berichtte Der Tagesspiegel vanochtend.

    The Times of Israël meldde over provocatie: Israëlische fans zouden Arabieren en Palestijnen in Amsterdam benaderen door het roepen van anti-Palestijnse leuzen: ’We‘ll fuck the Arabs‘ en ’Fuck you Palestine‘.

  • Autoriteiten doen inval in Netflix-kantoren in Parijs en Amsterdam

    Autoriteiten doen inval in Netflix-kantoren in Parijs en Amsterdam

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël: duizenden mensen demonstreren tegen ontslag defensieminister

    » Donald Trump claimt overwinning van de presidentsverkiezing in speech

    Ze doen onderzoek naar belastingfraude bij Netflix

    De kantoren van Netflix in Parijs en Amsterdam de hoofdkantoren van het bedrijf dat gevestigd is in Europa, het Midden-Oosten en Afrika zijn doorzocht door de Franse en Nederlandse autoriteiten in het kader van een onderzoek naar belastingfraude.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Autoriteiten in beide landen hebben samengewerkt in de zaak sinds het onderzoek werd gestart in november 2022, meldt de BBC. De streaminggigant heeft nog geen specifiek commentaar gegeven op de huiszoekingen, maar houdt vol dat het de belastingwetten naleeft, aldus de Britse nieuwszender.

  • Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Over de hele wereld belanden de vreemdste dingen in het water: verkeersborden, matrassen, wasdrogers en paspoppen. Maar vooral fietsen. ‘Een fiets in het water gooien lijkt een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft.’

    Zo om de tien jaar legt de stad Parijs het Canal Saint-Martin droog. De bijna vijf kilometer lange waterweg, die in zuidelijke richting over de Rive Droite loopt, werd ooit aangelegd om Parijs schoon te houden en de door cholera en dysenterie geplaagde stad van vers water te voorzien. Maar in de twee eeuwen dat het kanaal bestaat, heeft het vaak een ander, tegengesteld doel gediend. Het is een stortplaats, een vloeibare vuilnisbak. Het periodieke droogleggen is om die reden ook onthullend. Het water wijkt, en ineens zie je de spullen die er in de paar duizend nachten ervoor in zijn geschopt, gegooid of stiekem gedumpt.

    Toen het kanaal in 2016 werd leeggepompt, stonden hele menigten op de voetgangersbruggen en langs de kaden te kijken hoe de schoonmaakploegen door de modder sjokten om de troep op te ruimen. Er lag van alles: matrassen, koffers, verkeersborden en -kegels. Een wasdroger, een paspop, tafels en stoelen, badkuipen, toiletten, oude radio’s, computers. Ook werden er allerlei voertuigen uit het slik getrokken, waarvan er geen enkele bedoeld was om over water te gaan: kinderwagens, winkelwagentjes, ten minste één rolstoel en meerdere brommers. De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    Negen jaar eerder, in 2007, was in Parijs een deelfietsplan gelanceerd, Vélib’, bij gelegenheid waarvan 14.500 huurfietsen over de hele stad werden uitgezet. Toen het water was afgevoerd, werd op de kanaalbodem het skelet van tientallen half in de modder begraven Vélib’-fietsen zichtbaar. Er waren ook andere fietsen van verschillende merken en soorten, waarvan sommige verminkt leken te zijn voor ze hun waterige graf in waren gestuurd. Er waren fietsen bij met verbogen of verdraaide wielen, of helemaal zonder wielen. Er waren er ook waarbij wielen en frame in orde waren, maar die weer een stuur misten: lijken zonder hoofd. 

    Mogelijk zijn sommige van die fietsen per ongeluk in het kanaal beland. Er zijn een heleboel scenario’s denkbaar waarbij een fiets onopzettelijk in het water terechtkomt. Fietsers die in het donker verdwaald zijn of gedesoriënteerd door de mist hun fiets van het jaagpad af het kanaal in loodsen. Dronken fietsers die van bruggen tuimelen. Dieven die op de vlucht voor de politie richting rivier zwenken. De gelukkigste slachtoffers slagen erin zichzelf – en soms hun fiets – weer op het droge te krijgen, maar dit soort incidenten kan rampzalige gevolgen hebben.

    Een duik in de krantenarchieven levert akelige verhalen op met aansprekende koppen: ‘Jongen verdrinkt in kanaal: gevonden met zijn fiets’, ‘Vrouwelijke fietser verdronken: over de reling van de kanaalbrug gewaaid’, ‘Kanaal ingereden na black-out: man uit Gloucester verdronken terwijl hij naar zijn werk fietste’, ‘Fietser verdronken, oorzaak onbekend’. Sommige mistroostige zielen zijn willens en wetens de diepte in getrapt. In de herfst van 2016 liet een achtendertigjarige vrouw een afscheidsbriefje achter in haar appartement in DeWitt, in de staat New York, niet ver van de stad Syracuse. Ze vertrok naar een nabijgelegen park, waar ze op een mountainbike een meer inreed. Haar lichaam werd, nog steeds op haar fiets, een week later gevonden. 

    Willekeurig vandalisme

    Wat de fietsen in het Canal Saint-Martin betreft: je mag rustig aannemen dat de meeste daarvan niet door een ongeluk en ook niet onder tragische omstandigheden in het water terecht zijn gekomen. Voor wie geneigd is tot willekeurig vandalisme – en misschien de drang voelt om levende wezens te kwetsen door levenloze dingen die hij toevallig tegenkomt te vernielen – is een fiets een uitnodigend doelwit. Door de groei van het fenomeen deelfiets, zoals Vélib’, is het aantal fietsen in steden wereldwijd toegenomen. En misschien zien vandalen ze als een makkelijke prooi, omdat het in dit geval niet gaat om iemands eigendom. De invoering van de huurfiets zonder vaste standplaats, die dus eerder te vinden is op de stoep dan veilig en wel in een stalling, heeft ieder beletsel weggenomen voor vormen van zelfexpressie zoals het vernielen van wielen, het mollen van frames en het doorknippen van remkabels. Sommige vandalen gaan grilliger te werk en laten fietsen bungelen op ijzeren hekken, leggen ze op verkeerslichten en bushokjes, of hangen ze aan een hoge boomtak. 

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft. Op sociale media zie je filmpjes waarin kwajongens fietsen vanaf de oever in een meer laten rijden, over de reling langs een kade kiepen of in wild stromend water smijten. In één video kijkt een tiener in de camera terwijl hij een verweerde blauwe BMX vasthoudt. ‘Mike, dit is jouw fiets,’ zegt hij. ‘Hij stond in mijn garage, maar ik hoef hem niet. Dus ik ga hem van de schans de vijver in gooien. Hoop dat je het niet erg vindt.’ Met een flinke aanloop duwt de jongen de fiets zonder berijder vervolgens over een houten plank het water in. Op de achtergrond is hoerageroep en gelach te horen, terwijl de nerveuze camera het snelle overlijden van de fiets vastlegt. Het achterwiel dobbert nog even boven de oppervlakte, voor het door de plas wordt verzwolgen – een slapstickmoord. Ik zal het niet ontkennen: het ziet er lollig uit.

    Dat is het duidelijk voor velen: lol. Op sommige plekken is het epidemisch. Een Engelsman die opgroeide in Peterborough herinnerde zich dat in 1960 jongens uit die stad fietsen stalen om te gaan joyriden; de escapade eindigde steevast met het rituele dumpen van de fietsen in de Nene, de plaatselijke rivier. Deze praktijk kwam aan het licht toen ‘een boot vastliep op … een berg fietsen onder water.’ 

    Amsterdam

    In Amsterdam hoopten de verdronken fietsen zich op een bepaald moment zo hoog op in de 165 grachten van de stad, dat ze tegen de platte bodem van voorbijvarende bootjes schuurden. De remedie was ‘fietsen vissen’. Vroeger werd deze taak vervuld door vuilnismannen die de grachten in roeiboten afschuimden en stokken met een haak gebruikten om de fietsen te verschalken en ze als oud ijzer te verkopen. In de jaren zestig nam het Amsterdamse waterbeheer de taak van het fietsen vissen op zich. Tegenwoordig gaat een korps gemeentewerkers op jacht naar verdronken fietsen op boten die zijn toegerust met kranen met hydraulische grijpers. Het probleem is minder groot dan vroeger, maar de ‘vissers’ halen nog steeds ieder jaar vijftienduizend fietsen uit de grachten. Het is een uniek Amsterdams spektakel, dat onveranderlijk een hoop toeschouwers trekt: de grote metalen klauw die uit het water komt met een druipende vangst wielen, frames en fietsmandjes. De fietsen worden overgeheveld naar vuilnisschuiten en voor recycling overgebracht naar een schroothandel. Naar men zegt wordt een groot deel van de gerecyclede fietsen omgevormd tot bierblikjes.

    In Amsterdam weet net zo min als in Parijs iemand precies waarom of hoe zo veel fietsen in het water belanden. Ambtenaren schrijven het probleem vaag toe aan vandalisme en diefstal. Alcohol speelt zeker een rol en er kan best een soort ecosysteem in het spel zijn: een fiets wordt uit de gracht gehaald en gerecycled tot een bierblikje, waarvan de inhoud wordt genuttigd door een Amsterdammer die, naar huis waggelend na een losbandige nacht, een fiets ziet staan en ineens de drang voelt om het ding in de gracht te smijten.

    Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats

    Pete Jordan wijdt in zijn aardige boek over Amsterdam en de fiets, In the City of Bikes, diverse bladzijden aan te water geraakte tweewielers en legt een verband met de tumultueuze politieke geschiedenis van de stad. In de jaren dertig bakten communisten de fascisten een poets door hun fietsen in de Prinsengracht te gooien; tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog riepen verzetsleiders Amsterdammers op hun rijwiel in de gracht te dumpen om te voorkomen dat ze in handen zouden vallen van de nazi’s, die fietsen confisqueerden. Jordan noemt ook het Nederlandse boek Fietsen naar de maan (1963), waarin het verzuipen van fietsen wordt gezien als een ingewikkelde vorm van diefstal: een fietsenvisser duwt ’s nachts stiekem fietsen in een Amsterdamse gracht; de volgende ochtend komt hij terug om ze er weer uit te halen en aan een heler te verkopen. 

    De situatie in Amsterdam is misschien het best te verklaren met een simpele rekensom. De stad telt naar schatting 2 miljoen fietsen en 50 kilometer aan waterwegen, en de logica gebiedt dat er een zekere overloop moet zijn. Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats. 

    Tokio

    Maar het gaat niet alleen om een Nederlands verschijnsel. In 2014 merkte het parkentoezicht in Tokio dat er exotische vissen waren uitgezet in de grote vijver in Inokashira Park, in een westelijke voorstad. De vissen, die waarschijnlijk in het water waren gegooid door hun voormalige eigenaren, veroorzaakten milieuschade; er werd besloten het water te laten weglopen om hen te elimineren. Maar toen de plas gedempt was, stuitte men op een heel andere invasieve soort: tientallen fietsen. De ontdekking was voor velen in Tokio een verrassing. Schoonmakers klaagden allang over fietsen die op straat en op parkeerterreinen werden achtergelaten. Maar het dumpen van fietsen in water was een nagenoeg onbekende – en per definitie verborgen – gewoonte.  

    Een deelfietsbedrijf stopte met zakendoen in Rome, toen bleek dat veel van zijn fietsen in de Tiber waren gegooid. ‘Huurfietsen blijven maar onder water eindigen’, meldde The Boston Globe in 2018, vlak na de komst van deelfietsfirma’s in Boston en voorsteden. In februari 2019 werd in New York een stadsfiets, die duidelijk enige tijd in de Hudson had gelegen, teruggezien in een huurfietsenstalling in de Upper West Side van Manhattan. De fiets zat onder de eendenmosselen en weekdieren; de spaken waren bedekt met zeewier. Een expert, belast met het toezicht op de Hudson, werd door de website Gothamist verzocht te taxeren hoelang het rijwiel onder water had gelegen. ‘Gezien de oesters op het stuur schatten we dat hij al minstens sinds augustus, mogelijk sinds juni in de rivier heeft gelegen,’ was het antwoord. 

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China

    Hetzelfde probleem doet zich voor in Melbourne, Hongkong, San Diego, Seattle, Malmö, en nog veel meer steden. In Groot-Brittannië zijn huurfietsen uit kanalen in Londen en Manchester gevist, alsook uit de Theems, de Cam, de Avon en de Tyne. In 2016 gaf de Canal & River Trust, die toezicht houdt op de waterwegen in Engeland en Wales, een onder water opgenomen video vrij met vissen die loom over de bodem van een kanaal zwommen langs met algen begroeide fietsenwielen.

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China. In 2016 en 2017 visten de destijds grootste deelfietsbedrijven van de wereld, Ofo en Mobike, duizenden van hun huurfietsen uit rivieren in Zuid-China. Op een veel gedeelde video was een man te zien die vanaf een drukke voetgangersbrug bezig was Mobikes te gooien in de Huangpu, een rivier in Shanghai. Op andere filmpjes die viraal gingen was onder meer vastgelegd hoe een groep kinderen deelfietsen aan het vernielen was en hoe een oudere vrouw met een hamer op een deelfiets inbeukte. Deelfietsen werden gestolen en gestript van onderdelen, onder auto’s gegooid, op bouwplaatsen verstopt of in brand gestoken. Het vandalisme heeft in China een zekere introspectie op gang gebracht. ‘Je hoort mensen de deelfiets vaak beschrijven als een meedogenloze spiegel die de ware aard van het Chinese volk aan het licht heeft gebracht’, berichtte The New York Times in 2017. 

    Misschien geeft die spiegel wel verder strekkende waarheden over onze tijd prijs. De man die werd gefilmd terwijl hij in Shanghai fietsen in de rivier gooide, was een migrant uit Hongkong die aan journalisten vertelde dat hij nog eens negen andere Mobikes met een hamer had vernield. Hij zei woedend te zijn over de schending van de privacy van de gebruikers door het bedrijf. ‘De chips in Mobikes zijn onveilig en slaan persoonlijke gegevens van de gebruikers op, zoals hun locatie.’

    Deelfietsproject

    In theorie wordt van zo’n deelfietsproject het leven in de stad niet alleen makkelijker en plezieriger, maar ook duurzamer en rechtvaardiger, eerlijker en vrijer. In de praktijk gaat het veelal om half-particuliere, half-publieke initiatieven, gesponsord door internationale banken die met hun logo opzichtig aanwezig zijn op de spatborden. De deelfietsindustrie is veelal in handen van technologiebedrijven die straten en stoepen vaak al volstouwen met fietsen voordat de regels goed en wel zijn vastgesteld. De meeste systemen werken met apps en zijn gebaseerd op een in het digitale tijdperk vertrouwde ruil: gemak en gerief ten koste van privacy. De app verzamelt persoonlijke data over de bestuurder en er wordt gebruikgemaakt van ingebouwde gps-chips en draadloze verbindingen die de locatie van de bestuurder om de zoveel seconden doorgeven. Een fiets die zijn berijder bespioneert: dat is een forse plotwending voor het vervoermiddel dat ooit – eind negentiende eeuw, toen de fiets insloeg als een bom – een voorheen ondenkbare persoonlijke vrijheid in het vooruitzicht stelde. 

    In China hebben meer dan zeventig start-ups, ondersteund met ruim 1 miljard dollar aan durfkapitaal, in 2016 en 2017 miljoenen deelfietsen in de steden gepompt. Het aanbod overstemde de vraag en de fietsen hoopten zich letterlijk op. Aan de rand van Beijing, Shanghai, Xiamen en andere steden liggen op uitgestrekte percelen tienduizenden in beslag genomen, vaak gloednieuwe fietsen, in reusachtige stapels die zeven tot acht meter boven de grond uittorenen. Deze plekken zijn weleens ‘fietsenkerkhoven’ genoemd, maar op luchtfoto’s en filmpjes die met een drone zijn gemaakt lijken het vaak eerder bloemenvelden, vanwege de fel geel, oranje en roze gekleurde frames die als een spookachtig tapijt een halve hectare land bedekten. 

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme. Recentelijk leidde de introductie van elektrische deelscooters in steden tot woede van voetgangers, die ervan balen dat die dingen de stoep blokkeren, en ook van motorrijders, die ze liever niet op de weg zien. Van over de hele wereld komen de berichten binnen: in Los Angeles zijn e-scooters in openbare toiletten geduwd, in het zand begraven, in de oceaan gegooid; in Keulen ontdekte een duikploeg op de bodem van de Rijn honderden e-scooters die de rivier vervuilden met hun lekkende accu’s. De ‘scooterwoede’ heeft grote e-scooterbedrijven als Bird en Lime gedwongen nieuwe, verbeterde modellen te produceren om wie van plan was de remkabels door te snijden, QR-codes te wissen of andere vormen van sabotage te plegen te slim af te zijn. 

    Dit soort agressie kun je rustig zien als guerrilla-activiteiten in een grotere oorlog: een wereldwijd gevecht om het recht op de rijweg. Die heeft de laatste jaren een nieuwe impuls gekregen, nu steden hun relatie tot de auto heroverwegen, een fietsvriendelijke infrastructuur aanleggen en openstaan voor deelfietsprojecten en andere initiatieven die ‘micromobiliteit’ bevorderen. Misschien is de opmerkelijkste ontwikkeling wel de komst van e-bikes – fietsen met een accu – waarvan de verbazingwekkende populariteit over de hele wereld doet vermoeden dat een nieuwe fietsrevolutie – qua potentie de belangrijkste sinds de beroemde fiets-boom van eind negentiende eeuw – nabij is. In China alleen al rijden er 300 miljoen e-bikes, en de herleving van de Chinese deelfietsindustrie na het debacle van een aantal jaren geleden is grotendeels gebaseerd op de introductie van elektrische deelfietsen. 

    Tom Waits

    Waar gaan fietsen naartoe als ze sterven? Een fiets is een duurzaam goed, maar ook een gebruiksvoorwerp: als je het niet erg vindt om een beetje asociaal te zijn, doe je er makkelijk afstand van. In het wel-varende Westen hoeft een fiets althans niet veel te kosten; en als hij kapot gaat of als er een nieuwe wordt gekocht, zal de eigenaar de oude veelal van de hand doen – hem ergens buiten achterlaten waar hij door een voorbijganger kan worden meegenomen, of worden weggehaald door de stadsreiniging. 

    En dan heb je de fietsen die op eenzamere locaties worden aangetroffen, waar ze in toenemende staat van ontbinding rondslingeren terwijl de tijd en de elementen hun tol eisen. In steden zie je vaak fietsen die verlaten zijn maar wel op slot zitten; met oude kettingen of beugelsloten zijn ze vastgemaakt aan een paal of hek. Gewoonlijk schieten gieren erop af om in de karkassen te pikken en weg te graaien wat ze maar kunnen – een wiel, of twee wielen, of een stuur. Zulke geplunderde fietsen kunnen een trieste aanblik bieden. De ketting hangt uit de vernielde kettingkast, kapotte reflectoren liggen aan stukken op de grond en de remkabels zien eruit als een warrige haardos uit de cartoons van George Booth. Ik denk aan dat geweldige nummer van Tom Waits, Broken Bicycles: ‘Broken bicycles/ old busted chains/ with rusted handlebars/ out in the rain…/ laid down like skeletons/ out on the lawn.’ De tekst is metaforisch – het is een lied over vergane liefde, maar het klinkt als een reportage. Als die fietswrakken in het gras net zo zijn als de meeste fietsen, zullen ze grotendeels gemaakt zijn van staal of een aluminium-legering, wat betekent dat ze oorspronkelijk uit de grond komen, als erts of afzettingsgesteente dat is gedolven in een mijn. Nu keren kleine stukjes van de fiets terug naar de aarde: de schilfers verroest staal en de kleine krijtachtige deeltjes op het oppervlak van geoxideerd aluminium kunnen door de wind worden verspreid en in een regenstorm het riool in worden gespoeld. 

    Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen

    Sommige onbeheerde fietsen krijgen een tweede leven. Vanaf de schroothandel aan het eind van mijn straat worden de blokken metaal naar recycling-bedrijven vervoerd. Daar wordt het afval schoon-gemaakt en gesorteerd, in ovens gestopt en verhit tot het gaat smelten, en onderworpen aan reinigingsprocessen. Uiteindelijk wordt het metaal tot platen geplet of uitgerold en opnieuw in omloop gebracht. Staal en aluminium behoren tot de meest gerecyclede materialen op aarde. Soms, zoals in Amsterdam, krijgt een gesloopt fietsframe een tweede leven als bierblikje of conservenblik. Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen. En ook bij de bouw van vliegtuigen, auto’s en, jawel, fietsen. 

    De mysticus in mij vindt het leuk zich een stadsgezicht voor te stellen dat gemaakt is van oude fietsen: fietsers rijdend op rijwielen die zijn gereïncarneerd uit vroegere fietsen en trappend langs wolkenkrabbers die worden gestut door gordels, balken en wapening die zijn gemaakt van recyclede fietsframes, terwijl uit gesloopte fietsen samengestelde straaljagers hoog boven hun hoofd vliegen. Het recyclen van metaal gaat gepaard met verspilling die schadelijk is voor het milieu, maar sommige bijproducten kunnen worden gerecycled en weer in omloop worden gebracht. De restanten of slakken die overblijven van aluminiumgietsel worden soms gebruikt als vulmiddel in asfalt en betonmengsels. Op sommige plekken is de weg zelf dus een soort fietsenkerkhof en rijden fietsers op hun zondagse ritje over een landschap van nieuw samengestelde beenderen. 

  • Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Tweeling uit oudste embryo’s

    Ongeveer een maand geleden, op 31 oktober, werden Lydia en Timothy Ridgeway geboren. Die dag kwamen er wel meer kinderen ter wereld, maar wat deze tweeling zo bijzonder maakt is dat ze zijn geboren uit wat volgens het Amerikaanse National Embryo Donation Center de langst bevroren embryo’s zijn die ooit tot een levende geboorte hebben geleid, meldt CNN. De embryo’s werden op 22 april 1992 ingevroren. Ze waren afkomstig van een anoniem echtpaar dat in-vitrofertilisatie (ivf) had ondergaan. Bijna drie decennia lang werden de embryo’s bewaard in een tank met vloeibare stikstof van bijna 200 graden onder nul.

    ‘Het is verbazingwekkend’

    ‘Het is verbazingwekkend,’ zegt vader Philip Ridgeway, die met zijn vrouw en kinderen in Portland, Oregon, woont. ‘Ik was vijf jaar oud toen God Lydia en Timothy het leven schonk, en sindsdien heeft Hij dat leven in stand gehouden.’ Het stel heeft nog vier andere kinderen, van acht, zes, drie en bijna twee jaar oud, die geen van allen via ivf of donoren zijn verwekt.

    221119112545 04 twins 30 year old embryos
    Rachel en Philip Ridgeway kregen een tweeling uit embryo’s die bijna dertig jaar bevroren waren geweest. – © Courtesy Philip & Rachel Ridgeway

    Snacks en honden

    Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers. 

    Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’

    andrei popescu i7M726ZcwlE unsplash
    © Unsplash

    Grotere Hockney en dichterbij

    Met Bigger & Closer (not smaller & further away) maakt de wereldberoemde kunstenaar David Hockney een zogenaamde immersive ervaring van zijn werken, schrijft It’s Nice That. In plaats van ervoor te staan, kan de bezoeker de afbeeldingen werkelijk binnentreden. Het wordt de eerste tentoonstelling in Lightroom, een vier verdiepingen hoge ruimte in Kings Cross die is uitgerust met de nieuwste digitale projectie- en audiotechnologie. De reis door zijn werk kan bovendien gemaakt worden met commentaar van Hockney zelf, waarin hij uitlegt hoe hij fotografie gebruikt als een manier om te tekenen met een camera. Hockney werkte drie jaar lang met Lightroom  samen om de tentoonstelling technisch te vervolmaken. Van 25 januari tot 23 april 2023.

    david hockney lightroom bigger a.format webp.width 2880 4xDTe0nBGV6DyLyo
    David Hockneys The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011. – © David Hockney / Collection Centre Pompidou, Parijs

    Poetins energiewapen

    Volgens The Economist dient de beste kans voor Poetin om een wig te drijven tussen Oekraïne en het Westen zich deze winter aan. Vóór de oorlog leverde Rusland 40 tot 50 procent van het aardgas dat de EU importeert. In augustus draaide Poetin de kraan van een grote pijpleiding naar Europa dicht en schoten de brandstofprijzen omhoog.

    Meer kou betekent dat meer mensen sterven

    Tot nu toe heeft Europa deze schok goed doorstaan door voldoende gas op te slaan. Maar ook al zijn de marktprijzen voor brandstoffen in-middels gedaald, de reële gemiddelde kosten voor gas en elektriciteit voor huishoudens in Europa liggen veel hoger dan voorheen. Modellen die The Economist maakte, suggereren dat dat weleens grote gevolgen zou kunnen hebben. Meer kou betekent dat meer mensen sterven. Gegeven de relatie tussen sterfte, weersomstandigheden en energiekosten zou het aantal slachtoffers van Poetins ‘energiewapen’ in Europa weleens hoger kunnen uitvallen dan het aantal soldaten dat tot nu toe in Oekraïne is omgekomen.


    Amsterdam op ‘No List 2023’

    Fodor’s, het bedrijf voor reisinformatie dat groot werd door mensen te vertellen waar ze heen moeten om te slapen, eten en drinken, heeft nu een lijst gepubliceerd met plekken wereldwijd waar je in 2023 juist níét heen moet gaan, schrijft Grist. Hun ‘No List 2023’ adviseert niet om deze bestemmingen te vermijden vanwege het slechte eten, de slechte bezienswaardigheden of gevaar, maar omdat een teveel aan toeristen op deze plekken ecologische, culturele en sociale schade veroorzaakt. 

    De lijst richt zich op de impact van het wereldwijde toerisme op drie specifieke gebieden: unieke natuurlijke omgevingen die steeds verder worden aangetast door toeristen, culturele hotspots die te kampen hebben met grote drukte en een overbelaste infrastructuur, en bestemmingen die te maken hebben met een watercrisis.

    Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen

    Lake Tahoe in Californië en Antarctica haalden de lijst van natuurwonderen die vanwege hun kwetsbaarheid het wegblijven van toeristen verdienen. Op de lijst met culturele bestemmingen waar de infrastructuur onder hoogspanning staat en stijgende kosten van levensonderhoud de plaatselijke bevolking verjagen, wordt Amsterdam genoemd, naast Venetië en de Amalfikust in Italië, Cornwall in Engeland en Thailand.

    Door een combinatie van voedselconsumptie, accommodatie, vervoer en de aankoop van souvenirs draagt het wereldwijde toerisme voor 8 procent bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen en inmiddels worden de cijfers van voor de pandemie zelfs overtroffen. 


    Musk jaagt adverteerders weg

    Het is een understatement om te zeggen dat het niet echt lekker gaat met Twitter sinds miljardair Elon Musk het platform op 27 oktober voor 44 miljard dollar overnam. Eind november had ruim eenderde van de honderd grootste marketeers al gedurende twee weken niet meer geadverteerd op het platform, zo blijkt uit een analyse door The Washington Post. Dat geeft aan dat adverteerders sinds de overname terughoudend zijn geworden. Tientallen topadverteerders, waaronder veertien bedrijven uit de top-50, stopten met adverteren, aldus de analyse van de krant op basis van van gegevens van Pathmatics, een bedrijf dat gespecialiseerd is in merkanalyses en digitale marketingtrends. 

    Advertenties van A-merken zoals Jeep en snoepfabrikant Mars, die in de zes maanden vóór de overname door Musk tot de top-100 van Amerikaanse adverteerders op Twitter behoorden, zijn in elk geval sinds 7 november niet meer op de site te zien geweest. ‘We zijn eind september begonnen met het opschorten van reclameactiviteiten op Twitter, toen we hoorden van enkele belangrijke ontwikkelingen op onder meer het gebied van merkveiligheid, die gevolgen hadden voor onze merken,’ aldus een verklaring van Mars, dat naast het gelijknamige snoepgoed ook voedingsmiddelen en producten voor huisdieren maakt. 

    Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt’

    Ook farmaceut Merck, ontbijtgranenproducent Kellogg’s, telecommunicatiereus Verizon en bierbrouwer Boston Beer hebben de afgelopen weken hun advertenties stopgezet, volgens gegevens van Pathmatics.

    Volgens Matthew Quint, directeur van het Center on Global Brand Leadership aan de Columbia Business School in New York, zijn veel bedrijven zich bewust van ‘de mogelijke druk van belanghebbenden en consumenten, wanneer ze zich verbinden met inhoud die als opruiend wordt gezien.’ Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt, een controversieel merk zelfs,’ aldus Quint. ‘Hoe meer hij op de voorgrond treedt, des te meer adverteerders er waarschijnlijk voor kiezen om niet geassocieerd te worden met een Elon Musk-platform.’

    Elon Musk at a Press Conference
    © Daniel Oberhaus / Wikimedia
  • Nexus-conferentie 2022

    Nexus-conferentie 2022

    The War and the Future’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie op 19 november in de Amsterdamse stopera. De titel – naar een lezing van de humanisme bepleitende Thomas Mann – moet ons eraan herinneren dat een ‘toekomst zonder oorlog een blijvende opgave is’.

    Ook dit jaar ging 360 een samenwerking aan met Nexus, dat in liberale traditie onverstoord de rede hoog in het vaandel houdt, ondanks of misschien juist dankzij het steeds populairder wordende irrationalisme. En waarom wint de afkeer van een bepaalde intellectuele beschaving zo aan kracht? Die en andere vragen vormen de basis voor een rondetafelgesprek waarin de genodigden ‘met revolutionaire hoop, moed en creativiteit nieuwe werelden vorm proberen te geven’ te midden van al onze hedendaagse crises.

    Met oude vertrouwde sprekers als Achille Mbembe uit Kameroen, hoofdredacteur van tijdschrift Liberties Leon Wieseltier, en veel nieuwe gezichten, onder wie de Franse topdiplomaat Jean-Marie Guéhenno, schrijver en scenarist László Krasznahorkai uit Hongarije, spion voor de CIA Mary Beth Long, die als covert operations officer terrorisme, nucleaire proliferatie en drugshandel in haar portefeuille had en nu haar eigen advocatenkantoor runt.

    Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht, is ook van de partij

    Ook van de partij is Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht en de neergang van de westerse invloed wereldwijd, evenals voormalig politicus en geopolitiek denker Bruno Maçães, die EU-landen een naïeve houding verwijt ten aanzien van de contemporaine geopolitieke ontwikkelingen. Verder schuiven aan pacifist Donatella di Cesare, als hoogleraar theoretische filosofie verbonden aan de Universiteit Sapienza Rome en Oksana Forostyna opinieredacteur bij het vooraanstaande tijdschrift Oekrajina Moderna, dat een open debat over het Oekraïense heden en verleden in gang probeert te zetten, kritisch denken wil stimuleren en intellectuele vrijheid probeert te bewaren.

    Van Donatella di Cesare, ‘voorvechter van een geestelijk leven’ Zena Hitz en auteur en hoogleraar Lea Ypi publiceert 360 respectievelijk een bijdrage en een interview in dit nummer.

  • Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Huisbomen

    De Indiase architect Manas Bhatia stelt zich een toekomst voor waarin gebouwen ademen en zelfs groeien. Met behulp van AI-gegenereerde beelden onderzoekt hij of ‘wezens zoals wij in plaats van in betonnen en glazen dozen die we appartementen noemen’ ook kunnen leven in onderkomens die volledig zijn geïntegreerd in en één zijn met de natuur. Bhatia is altijd gefascineerd geweest door de ingewikkelde bouwwerken van bijvoorbeeld mieren.

    Om tekeningen te maken die daar iets dichter bij in de buurt zouden kunnen komen, voerde hij woorden in als ‘uitgehold’, ‘trap’ en ‘boom’ en kreeg vooralsnog onuitvoerbare boomhuizen of huisbomen terug met ramen en balkons in korrelige schors en knoestige, spelonkachtige ingangen.

    Manas Bhatia 2
    © Manas Bhatia

    Rechtszaak om een banaan

    Maurizio Cattelan, de Italiaanse kunstenaar die vaak voor ophef zorgt – denk bijvoorbeeld aan Him, zijn beeld van een biddende Hitler – plakte in 2019 een banaan met ducttape aan de muur, noemde het Comedian en verkocht er naar verluidt verschillende versies van voor ruim 100.000 dollar. Cattelan krijgt nu een rechtszaak aan zijn broek: volgens de Amerikaan Joe Morford lijkt Comedian sprekend op zijn Banana & Orange, een banaan en een sinaasappel die hij in 2000 tegen de muur plakte. Onzin, vindt Cattelan: anders dan zijn banaan is Banana & Orange van kunststof, zodat Morford ‘niet de eigenaar kan zijn van het idee van een echte banaan die met ducttape op een muur is geplakt’. Maar de Amerikaanse districtsrechter Robert N. Scola vindt dat Morford een zaak heeft, meldt The Guardian. Hij accepteert het argument van Morford dat Cattelan toegang had tot Banana & Orange omdat het al jaren op zijn website, YouTube en Facebook stond. 

    In zijn vonnis schrijft Scola: ‘Kan een banaan die tegen een muur is geplakt kunst zijn? Moet kunst mooi zijn? Creatief? Emotie oproepen? Een banaan op de muur is misschien niet de belichaming van menselijke creativiteit, maar kan wel bepaalde gevoelens oproepen – goede of slechte. Hoe dan ook, een banaan vastgeplakt aan een muur herinnert aan Marshall McLuhans definitie van kunst: ‘Kunst is alles waar je mee weg kunt komen”.’ Dan schrijft Scola: ‘Niemand kan copyright claimen op ideeën, dus Morford kan geen copyright claimen op het idee om een banaan met ducttape op een verticaal vlak te bevestigen, noch op bananen of ducttape.’ Maar, concludeert hij: ‘Hoewel het gebruik van zilverkleurig ducttape om een banaan aan een muur te bevestigen misschien niet de hoogste mate van creativiteit uitstraalt, voldoet het absurde en kluchtige karakter ervan aan de “minimale mate van creativiteit” die nodig is om het als origineel te kwalificeren.’

    ANP 402893361
    Emmanuel Perrotin van de Perrotin Gallery voor de
    omstreden banaan van Maurizio Cattelan tijdens Art Basel in Miami in 2019. – © EPA / Rhona Wise

    Roger Stone en extreemrechts

    Leden van de Amerikaanse 6 januari-commissie die de bestorming van het Capitool in Washington vorig jaar onderzoekt, reisden af naar Kopenhagen om filmbeelden te bekijken van de zeer omstreden Trump-bondgenoot en lobbyist Roger Stone, die in 2020 gratie kreeg van Trump na een veroordeling voor meineed. De commissie bekeek ruim 170 uur materiaal van de Deense documentairemaker Christoffer Guldbrandsen, die Stone gedurende lange periodes volgde met zijn camera. Zijn ploeg was ook bij hem op 6 januari 2021, toen een menigte het Capitool bestormde in een poging Trump aan de macht te houden.

    Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen

    Uit rechtbankdossiers blijkt dat verschillende leden van Stones persoonlijke beveiliging op de dag van de rellen lid waren van de extreemrechtse Oath Keepers; sommige daarvan zijn later beschuldigd van betrokkenheid bij de bestorming. Guldbrandsen zou beelden hebben van Stone in zijn hotelkamer, kijkend naar de bestorming. Daarbij was ook Joshua James aanwezig, een Oath Keeper die later schuld bekende aan opruiende samenzwering vanwege zijn betrokkenheid bij de vermeende plannen van de groep. Stone is ook te zien terwijl hij zijn mobiele telefoon gebruikt, waarop via een versleutelde app contacten zijn te zien met de extreemrechtse Proud Boys-leider Enrique Tarrio en Oath Keepers-leider Stewart Rhodes.

    Stones contacten met extreemrechts worden onderzocht door de 6 januari-commissie en het ministerie van Justitie, aldus Politico. Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen. ‘De onderzoekers zullen de documentaire misschien vermakelijk vinden, maar zullen geen bewijs vinden van wangedrag,’ liet hij in een verklaring weten. 


    A-muzikalen en muziek

    Kunnen niet-muzikale mensen toch improviseren? Onderzoekers van de universiteit van Montreal vroegen 33 mensen zonder muzikale aanleg om melodieën te bedenken, aldus Die Zeit. Vijftien van de proefpersonen waren ‘typische niet-muzikalen’, aldus onderzoeker Michael Weiss: ‘Ze hadden nooit of hooguit maximaal twee jaar muziekles gehad.’ De andere achttien behoorden tot de 1 á 4 procent van de bevolking die congenitale amusia hebben. Deze ‘amuzikalen’ merken amper ‘foute’ geluiden op, dat wil zeggen: tonen die de meeste andere mensen vreemd of storend vinden, aldus Weiss.

    De proefpersonen moesten liedjes verzinnen en zingen: slaapliedjes, liefdesliedjes, vrolijke en droevige liedjes. De melodieën werden vervolgens vergeleken met de regels van majeur- en mineurtoonladders. Het blijkt dat de melodieën van zeven amuzikalen en dertien niet-muzikalen significant beter aansloten bij een toonsoort dan het geval zou zijn geweest bij een willekeurige aaneenschakeling van noten.  De proefpersonen vonden het experiment leuk – in tegenstelling tot wat de onderzoekers verwachtten. Een van hen is zelfs zangles gaan volgen.

    taylor foss wZ6oeIfDBxE unsplash
    © Unsplash

    Apenpokken in Italië

    Het aantal mensen met apenpokken in Italië is volgens het ministerie van Volksgezondheid eind augustus in een week tijd met 52 gestegen tot 714, waarvan 704 mannen, meldt ANSA. Ongeveer 194 gevallen hangen samen met buitenlandse reizen. De gemiddelde leeftijd van de besmetten is 37 jaar. In Cuba is een Italiaanse man aan het virus overleden. In Italië is het aantal gevallen het hoogst in de regio’s Lombardije met 308, gevolgd door Lazio met 128, Emilia Romagna (73), en Veneto (48). In de zuidelijke regio’s zijn geen gevallen gemeld.

    Italië begon twee weken geleden met vaccinaties in Rome, gevolgd door inentingen in Bologna en de rest van Emilia-Romagna. De andere twee prioritaire regio’s, Lombardije en Veneto, zijn inmiddels ook met vaccinaties begonnen.

    De vaccinatiecampagne is niet zo massaal als die van Covid-19, maar richt zich op personen die het grootste besmettingsrisico lopen: voornamelijk mannen die seks hebben met mannen en personeel van bepaalde laboratoria.


    ‘Fiets als de Nederlanders’

    Zou iedere wereldburger evenveel fietsen als Nederlanders – dagelijks gemiddeld 2,6 kilometer – dan zou de wereldwijde koolstofuitstoot jaarlijks met 686 miljoen ton dalen, schrijft EuroNews. Dat is meer dan de volledige koolstofvoetafdruk van het Verenigd Koninkrijk, Canada, Saoedi-Arabië of Australië. Dit blijkt uit een nieuwe studie van de Universiteit van Zuid-Denemarken die werd gepubliceerd in Communications Earth and Environment.

    De onderzoekers sporen mensen aan om op de fiets te stappen: ‘De voordelen van toenemend fietsgebruik voor klimaat en gezondheid suggereren een dringende noodzaak om duurzaam fietsgebruik te bevorderen.’ Mensen die met de fiets naar hun werk gaan, hebben 45 procent minder kans op kanker en 46 procent minder kans op hart- en vaatziekten. Volgens de Britse klimaatorganisatie Hubbub is de helft van ons dagelijkse transport korter dan 3,2 kilometer: goed te doen dus op de fiets.

    berke halman NTlFKDR Ww8 unsplash
    © Unsplash
  • Hoe hittegolven het toerisme in Europa veranderen

    Hoe hittegolven het toerisme in Europa veranderen

    Stockholm in plaats van Rome? Oktober in plaats van juli? Toeristen in Europa zullen waarschijnlijk hun vakanties aanpassen vanwege de stijgende temperaturen. Het continent wordt door klimaatonderzoekers aangemerkt als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte.

    Dit artikel is ingesproken door Blendle:

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-stockholm-in-plaats-van-rome-hoe-hittegolven-het-toerisme-in-europa-veranderen?si=384e6c9e1b934da19d05035ee5748d00&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week vielen er in een aantal landen meerdere doden als gevolg van de extreem hoge temperaturen. Zo bezweken in Griekenland verschillende toeristen – waaronder een presentator van de BBC – aan de hitte, terwijl er bij de hadj in Mekka al minstens duizend doden gevallen zijn.
    Dit artikel van The New York Times van de zomer van twee jaar geleden wijst een trend aan die onder toeristen zichtbaar begint te worden: het uitstellen van een vakantiereis of het wijzigen van een bestemming in verband met extreme hitte. Steeds vaker kiezen mensen voor een vakantie die buiten de zomermaanden valt. ‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ aldus een klimaatexpert.

    Het was midden juli, hoogseizoen voor zomervakanties, en het nieuws uit Europa zag er slecht uit. Vanwege een door hitte veroorzaakt ‘defect aan het oppervlak’ was de landingsbaan op de Londense luchthaven Luton kortstondig gesloten. Treinen in heel Groot-Brittannië waren vertraagd of werden geannuleerd wegens oververhitte sporen. Meer dan twee dozijn weerstations in Frankrijk registreerden de hoogste temperaturen ooit. En natuurbranden laaiden op in toeristische gebieden in Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, onder meer vlakbij Athene.

    ‘Als je van het centrum van de stad naar buiten keek, zag je de Acropolis en daarachter kon je in de verte een rode waas zien,’ zegt Peter Vlitas, onderdirecteur van Internova Travel Group, die in Athene was tijdens bosbranden die de brandweer inmiddels onder controle heeft.

    Vlitas voegt eraan toe dat hij de rook vanuit zijn hotel kon ruiken en dat hij soms zijn deur moest sluiten om te voorkomen dat fijne as zijn kamer binnenwaaide. Maar het leven in Athene, zegt hij, ging gewoon door.

    ‘De tavernes zitten ’s avonds vol en de taxichauffeurs hebben het druk, wat altijd een goede indicatie is,’ zegt Vlitas, die nog steeds in Athene is. ‘Griekenland ervaart wat de rest van Europa ook ervaart: een recordaantal toeristen.’

    De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met koelere maanden

    Na meer dan twee jaar uitstel van hun vakanties, zijn reizigers niet geneigd om reizen te annuleren, ook niet vanwege weersomstandigheden die voor krantenkoppen zorgen. Maar verschillende mensen in de sector spreken van een toenemend aantal reizigers dat, rekening houdend met hoge temperaturen, van bestemming verandert, dagschema’s aanpast of hun reis voor een maand of twee uitstelt.

    Gezien het tempo en de ontwikkeling van klimaatverandering, zullen dergelijke aanpassingen de komende jaren waarschijnlijk steeds vaker voorkomen – en steeds noodzakelijker worden. Dat geldt met name voor reizen naar Europa, een regio die door klimaatonderzoekers wordt omschreven als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte, waar hittegolven volgens de voorspellingen in de toekomst langer, frequenter en heviger zullen zijn.

    Ondanks de hoge toeristencijfers van deze zomer zijn er al subtiele tekenen dat de hitte veranderingen in de hand werkt die in de toekomst wel eens de norm zouden kunnen worden. De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met de kalmere (en koelere) maanden april, mei, september en oktober, terwijl veel reizigers hun reisroutes verleggen naar het noorden en in de richting van de kust.

    Veranderde reisplannen

    Karen Magee, onderdirecteur en algemeen manager van In the Know Experiences, zegt dat haar reisbureau sinds medio juli van klanten de vraag begon te krijgen of hun reisplannen konden worden aangepast, rekening houdend met de warmte.

    ‘Dat was nieuw,’ zegt Magee. ‘Ik kan niet herinneren dat mensen eerder belden en zeiden: “Misschien slaan we Rome over en kiezen we voor een stad die makkelijker toegang tot het strand biedt.” Of ze hebben bijvoorbeeld hun verblijf in de stad ingekort en ervoor gekozen om iets eerder naar het platteland te gaan dan ze hadden gepland.’

    Dolev Azaria, de oprichter van Azaria Travel, hielp een familie die op het laatste moment besloot de eerste vijf dagen van hun vakantie in Amsterdam door te brengen in plaats van in Rome, alleen maar om de hitte te vermijden. Andere klanten schrapten hun plannen voor Toscane en boekten om naar Sicilië, waar ten minste een mediterraan briesje zou zijn.

    Steden als Kopenhagen en Amsterdam komen naar voren

    ‘Het doel is om een klant te verplaatsen van een oververhitte stad naar een plek bij het water,’ zegt Azaria. ‘Dan komen steden als Kopenhagen en Amsterdam naar voren, bestemmingen die onze klanten oorspronkelijk misschien niet zouden hebben gekozen.’

    Azaria zegt dat ze tot nu toe nog geen volledige annuleringen heeft gehad. ‘Er is zoveel opgehoopte vraag. We zijn in deze zomer eigenlijk de uitgestelde reizen van de afgelopen twee jaar aan het organiseren.’

    Vooruitblikkend naar volgend jaar houdt Azaria rekening met een verlengd zomervakantieseizoen. ‘We zien al dat de zomer zich echt uitstrekt tot het einde van september, zelfs tot half oktober,’ zegt ze.

    Reizigers die misschien overwegen om aanspraak te maken op hun verzekering vanwege de extreme hitte, zullen ontdekken dat annuleringsverzekeringen weinig mogelijkheden bieden tot restitutie. Zo maakten klanten van reisadviseur en oprichter van Pyxis Guides Jude Vargas zich zorgen over de hitte tijdens een aanstaande familiereis naar Portugal, maar ze gingen uiteindelijk wel.

    ‘Ze maakten zich zorgen over hun kinderen,’ zegt Vargas. ‘Maar ze realiseerden zich dat ze eraan vastzaten.’

    Het is onwaarschijnlijk dat reisverzekeringen reizigers zullen dekken die een reis annuleren als gevolg van een hittegolf, zegt ook Dan Drennen, directeur verkoop en marketing bij Travel Insurance Center. De enige polis die in een dergelijk scenario van toepassing zou kunnen zijn, is een ‘annuleringsverzekering om welke reden dan ook’, aldus Drennen. Hij voegt eraan toe dat een dergelijke verzekering meestal zo’n veertig procent duurder is dan een normale dekking en over het algemeen maximaal 75 procent van de totale reiskosten vergoedt. Hij raadt reizigers aan om onderzoek te doen en met een adviseur te overleggen voordat ze een verzekering nemen, zodat ze weten wat er wordt gedekt en wat niet.

    ‘Mensen nemen aan dat deze verzekeringen in alles voorzien, maar dat doen ze dus niet,’ aldus Drennen.

    Aanpassingen onderweg

    Mensen met reisplannen kunnen een aantal praktische stappen doen om met de hitte om te gaan. Vargas hielp haar klanten om hun reizen in de middag te verzetten naar de koelere avonduren, maar omdat het dit reisseizoen zo druk is, kunnen lastminuteplekken moeilijk te vinden zijn. Ze beveelt ook aan om te reizen met een spuitfles met een ventilator eraan, een draagbaar apparaat dat ze omschrijft als ‘een redder in nood, zeker als je kinderen hebt’. Gebruik van een paraplu als parasol kan ook helpen. Vooruitkijkend naar volgend jaar voegt ze toe dat ze zich zal gaan richten op reizen in maanden als mei en oktober.

    Héctor Coronel Gutiérrez, directeur toerisme van de gemeente Madrid, adviseert bezoekers die hoogzomer naar zijn stad komen om groene gebieden op te zoeken, waaronder het Madrid Río-park, met veel schaduwrijke plekken en een zone met fonteinen waar kinderen in het water kunnen spelen. Hij voegt eraan toe dat juli en augustus weliswaar heet zijn, maar dat de stad dan over het algemeen rustiger is dan in mei en juni, zodat het makkelijker is om mensenmassa’s te vermijden.

    Het is ook gemakkelijk om in Spanje airconditioning te vinden, hoewel Amerikaanse bezoekers de gebouwen warmer zouden kunnen vinden dan ze gewend zijn. In een poging om het energieverbruik te verminderen, kondigde de Spaanse regering eerder deze week aan dat winkelcentra, bioscopen, luchthavens en andere locaties hun thermostaat niet langer op temperaturen onder 27 graden Celsius mogen instellen.

    ‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast’

    Schrijver en touroperator Rick Steves, die onlangs terugkeerde uit Spanje, zegt dat reizigers Madrid in de zomer wel eens comfortabeler zouden kunnen vinden dan steden als Londen, Parijs of Frankfurt, waar hoge temperaturen en dus airconditioning niet de norm zijn.

    ‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast – ze houden een siësta, er zijn trottoirs met canvas luifels erboven zodat mensen schaduw hebben terwijl ze rondlopen en ze hebben restaurants die zo zijn ingericht dat ze mensen koelte bieden,’ aldus Steves.

    Naast praktische stappen zoals het gebruik van zonnebrandcrème en veel water drinken adviseert Steves reizigers om kaartjes voor musea vooraf te boeken om te voorkomen dat ze in de hitte in de rij moeten staan. Hij sluit zich aan bij Vargas met het advies om in de toekomst voor reizen het voor- en naseizoen te overwegen: dat wordt door zijn bedrijf nu gedefinieerd als april en oktober en niet langer als mei en september.

    CO2-uitstoot

    ‘Dit is een periode van aanpassing, waarin we ons voorbereiden op verergering van de gevolgen van klimaatverandering,’ aldus Steves, die wijst op de ironie van reizigers die klagen over hogere temperaturen terwijl ze wel op vluchten met een grote CO2-uitstoot naar Europa stappen. Hij vindt dat reisorganisaties moeten investeren in klimaatbewustzijn, klimaatvriendelijke landbouw en soortgelijke initiatieven om de uitstoot van reizen naar Europa te verminderen. CO2-compensatie is een andere optie, maar deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat die programma’s alleen niet voldoende zijn om de volledige CO2-kosten van onze vluchten te dekken.

    Zelfs als we vandaag alle broeikasgasemissies zouden stoppen, is een bepaalde hoeveelheid extra opwarming al ingebakken in het systeem, zegt Rebecca Carter, die als hoofd klimaatadaptatie werkt bij het World Resources Institute, een denktank gevestigd in Washington D.C. Maar we zijn niet gestopt met de uitstoot van broeikasgassen: de uitstoot van kooldioxide neemt toe en de aarde warmt sneller op dan ooit tevoren.

    De intense hitte van deze zomer ‘is geen toevalstreffer’, zegt Carter, ‘maar eerder het begin van een trend waarvan we meer zullen gaan zien’.

    Het bewijs ervan in Europa is duidelijk: in de historische weerstatistieken van Groot-Brittannië (die teruggaan tot 1884) dateren de tien warmste jaren allemaal uit deze eeuw. In Duitsland is het gemiddelde aantal ‘warme dagen’ per jaar (dagen met temperaturen van 30 graden Celsius of meer) sinds de jaren vijftig aanzienlijk gestegen. En wetenschappers berekenden in Frankrijk dat de gemiddelde temperaturen in de noordoostelijke stad Straatsburg nu ongeveer gelijk zijn aan die in de jaren zeventig in Lyon, dat bijna vijfhonderd kilometer zuidelijker ligt.

    Carter voegt eraan toe dat klimaatverandering zich zal blijven manifesteren in de vorm van hittegolven en andere extreme weersomstandigheden, die de reislogistiek zullen verstoren. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat vliegtuigen niet gecertificeerd zijn om boven bepaalde temperaturen te vliegen en dat door die limiet in het verleden al vluchten aan de grond zijn gehouden. Maar als het aankomt op individuele reisbeslissingen zal veel neerkomen op persoonlijke tolerantie voor hitte.

    ‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ zegt Carter.

    Lees ook:

    PlayPlay
  • Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Waarom kost dezelfde appel in de ene winkel meer dan in de andere? Die vraag stelt de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price. Want de echte prijs van een product – inclusief externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij – ligt vrijwel altijd hoger dan de winkelprijs.

    Eind 2020 zette de charmante Amsterdamse supermarkt De Aanzet een bord op straat met de tekst: ‘Welkom in de eerste supermarkt ter wereld met echte prijzen’. Binnen bleken steeds twee prijzen vermeld te staan bij aardappelen, paprika’s, bananen, broccoli, brood en allerlei andere levensmiddelen. De ‘normale’ prijs voor tomaten was 3,75 euro per kilo, maar de ‘echte’ prijs bedroeg 3,97 euro. Het verschil van 22 cent stond voor de verborgen kosten van de teelt en het vervoer van de tomaten – dus de kosten van de CO2-uitstoot, onderbetaling van arbeiders en water- en grondverbruik.

    Die echte prijzen waren berekend door de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price, al in 2012 opgericht door Michel Scholte en Adrian de Groot Ruiz. Deze twee vrienden, de een kampioen in universitaire debatwedstrijden en de ander een voormalig universitair docent finance, werken samen met allerlei bedrijven – een chocoladeproducent, een bakkerijketen, banken en modemerken – om van uiteenlopende artikelen de werkelijke prijs te kunnen berekenen. De samenwerking met De Aanzet was hun meest publieke project tot nu toe. De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze. Ze kunnen de normale en de werkelijke prijzen nu met elkaar vergelijken: als het verschil tussen die twee bij de ene appel 5 cent en bij de andere 50 cent is, is die eerste appel dus afkomstig van een producent die milieubewuster en meer sociaal verantwoord bezig is. De klant kan er dan voor kiezen om voor zijn product de echte prijs te betalen, waarna De Aanzet dat extra geld doorsluist naar projecten die de kwalijke gevolgen van die stille kosten proberen tegen te gaan.

    Scholte en de Groot Ruiz leerden elkaar zo’n vijftien jaar geleden kennen bij een universitaire debatclub. Scholte studeerde sociologie aan de Vrije Universiteit en werkte als schoonmaker in de businesslounge op Schiphol. De Groot Ruiz studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun belangstelling voor gedragseconomie, statistiek en de onderliggende structurele oorzaken van armoede en milieuvervuiling. Als tiener had De Groot Ruiz, die ook liefhebbert in de natuurkunde, met twee vrienden eens een techniek bedacht om energie te winnen uit de golfslag op zee. Toen kreeg hij te horen dat investeerders daar geen interesse in hadden omdat de ‘businesscase’ voor de ontwikkeling ervan zo onzeker is. Dat vond hij volstrekt irrationeel. De ware kosten van fossiele brandstoffen – het instorten van ecosystemen, stijgende zeespiegel, extreem weer – zijn uitzonderlijk hoog maar blijven buiten de boeken, zodat die brandstoffen in vergelijking met alternatieven onrealistisch goedkoop lijken.

    ‘Externaliteiten’

    In hun studietijd sloten de twee zich al aan bij de Nederlandse denktank Worldconnectors. Daar praatten ze met gelijkgestemden over wat economen wel ‘externaliteiten’ noemen: de externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij, die niet worden meegenomen in prijsberekeningen. Mettertijd kwamen ze zo op het idee voor hun ‘echte prijzen’. Politici blijken vaak niet bereid bedrijven regelgeving op te leggen die streng genoeg is om de maatschappelijke en milieukosten fundamenteel te verlagen. Maar het is wel mogelijk de omvang van die kosten te schatten en die informatie direct in de prijzen te verwerken. Dus lanceerden Scholte en De Groot Ruiz in 2012 True Price, om bij te dragen aan de totstandkoming van duurzamere productieketens. De hoop is dat als bedrijven en consumenten zich minder illusies maken over de werkelijke kosten, dat zal leiden tot aanpassing van hun uitgavenpatroon en hun verkoop- en productiemethoden.

    Lage prijs is illusie

    Maarten Rijninks, de eigenaar van De Aanzet, hoorde voor het eerst over ‘echte prijzen’ op een lezing die Scholte in 2018 gaf. Hij beschouwt het nu als een manier om iets te doen aan een kwalijke situatie die zo wijdverbreid is dat we haar niet eens meer als vreemd ervaren. ‘Als je nu in een gewone supermarkt iets koopt, is dat altijd goedkoper dan hetzelfde product in mijn winkel, dat biologisch geteeld en duurder is,’ zegt Rijninks. Maar die lage prijs is een illusie: die is alleen mogelijk als je de ware kosten van de productie negeert. ‘Als je de echte prijzen berekent, zijn ook mijn producten goedkoper,’ zegt Rijninks. Sinds hij dit systeem hanteert, is de omzet van zijn winkel met een procent of vijf gestegen. Veel klanten zeggen het te waarderen. ‘Het probleem is dat klanten niet de middelen hebben om hun maatschappelijke en milieutechnische impact te verminderen,’ zegt hij. ‘Het is niet dat ze het niet willen.’

    Rijninks zegt tegen zijn klanten dat het systeem nog een experiment in uitvoering is. Een onontkoombaar probleem is misschien dat de gegevens van True Price niet perfect zijn. De analisten van de organisatie gaan soms uit van regionale gemiddelden, die de precieze productieomstandigheden van een specifiek artikel niet altijd goed weerspiegelen. En de herstelprojecten die De Aanzet heeft uitgekozen zijn niet altijd even doelgericht, zodat een klant die de echte prijs betaalt voor een banaan misschien meebetaalt aan een irrigatieproject van een spinazieboer. De komende jaren hoopt Rijninks met buitenlandse leveranciers gerichtere projecten op te zetten en ook meer producten in het systeem op te nemen dan alleen brood en verse groente en fruit. In de loop van dit jaar wordt het systeem ook nog op een andere manier uitgebreid: een vereniging van biologische winkels wil in al haar vestigingen in Nederland een pilot met echte prijzen gaan uitvoeren.

    De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze

    In De Aanzet kunnen de klanten de echte prijzen zien, maar bij andere bedrijven worden die voor interne analyse gebruikt. Tony’s Chocolonely vroeg Scholte en zijn mensen in 2013 om de ware kosten te berekenen van cacao uit Ghana en Ivoorkust. Ze hebben toen gekeken naar acht vormen van externe milieukosten en zes soorten maatschappelijke kosten, waaronder lucht-, bodem- en waterverontreiniging, klimaatverandering, onderbetaling en kinderarbeid. In West-Afrika, waar de meeste cacao in de wereld vandaan komt, zijn de arbeidsomstandigheden berucht: volgens een onderzoek van de universiteit van Chicago uit 2020 zijn in de cacaoproductie in Ghana en Ivoorkust anderhalf miljoen kinderen werkzaam. De grote merken beloven wel dat ze het probleem zullen oplossen, maar kinderarbeid blijft in deze sector een probleem.

    Tony’s Chocolonely

    True Price probeerde de kosten van al deze externe effecten te berekenen en kwam voor 2013 uit op een gemiddelde echte prijs voor cacao van 14,17 euro per kilo. Het grootste deel van die prijs, namelijk 12,07 euro, gaat op aan die externe kosten. Tony’s Chocolonely deed al erg zijn best om cacao van eerlijke producenten te krijgen, zodat zijn gemiddelde echte kosten een stuk lager waren: 7,93 euro, waarvan 5,99 euro de maatschappelijke kosten waren. Toen Tony’s het in 2017 opnieuw liet doorrekenen, was de echte prijs gedaald tot 4,52 euro, waarvan 2,93 voor externe kosten. En al zijn deze kosten slechts een beredeneerde gok – dus niet echt ‘echt’ – Tony’s Chocolonely kon ze goed gebruiken om doelstellingen te formuleren en de geboekte vooruitgang te meten.

    Tony’s spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens

    Tony’s betaalt hoger dan gemiddelde prijzen voor cacaobonen, stimuleert efficiëntere en duurzamere landbouwtechnieken, heeft een initiatief opgezet om de grondstoffen in de productieketen te kunnen volgen en een systeem opgetuigd om toe te zien op het voorkomen van kinderarbeid. Het bedrijf spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens. True Price stelde vast dat de boerencoöperaties die producten aan Tony’s Chocolonely leveren meer winst maken, veiliger zijn en zich minder vaak aan kinderarbeid schuldig maken dan de gemiddelde leverancier in de sector. Als het bedrijf op deze voet doorgaat, kunnen de verborgen kosten van de chocola van Tony’s in de komende jaren het nulpunt bereiken.

    Om een concreet cijfer te plakken op de kosten van kinderarbeid of bodemerosie moet je eerst een hele serie aannames doen. Ten eerste moet True Price natuurlijk beslissen welke kosten er moeten worden berekend. Daarbij gaan ze uit van kosten die verband houden met schendingen van mensenrechten zoals vastgelegd door de VN, in internationale verdragen of andere breed gedragen kaders. In deze op mensenrechten gebaseerde benadering is True Price compromisloos: zo verwerpen ze principieel de gedachte dat het scheppen van banen, aandeelhouderswaarde of het gemak van de consument het ‘waard’ kan zijn om mensenrechten te schenden – waaronder ook het recht op een gezonde natuurlijke leefomgeving. Bedrijven die grondstoffen betrekken uit gebieden waar sprake is van kinderarbeid kunnen hun echte prijzen voor True Price alleen verlagen door te zorgen dat er minder kinderen betrokken zijn bij hun productieproces. Ze kunnen die kinderarbeid niet wegstrepen tegen andere gunstige effecten en zeggen dat het nettoresultaat positief uitvalt.

    Andere onderzoekers voeren vergelijkbare berekeningen uit. Zo heeft een team in Italië berekend dat de verborgen kosten van een kilo rundvlees, inclusief de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens, zo’n 19 euro per kilo bedragen. Dat wil zeggen dat de verborgen kosten van de rundvleesconsumptie alleen al in Italië zo’n 36,6 miljard euro per jaar bedragen. En onderzoekers van de Britse Sustainable Food Trust hebben diezelfde kosten voor hun land berekend: zo’n 116 miljard per jaar. Volgens een rapport uit 2021 van The Rockefeller Foundation op basis van onderzoek door True Price en wetenschappers van de universiteiten Oxford, Harvard, Cornell en Tufts bedragen de ware kosten van het hele voedselsysteem van de VS, als de verborgen kosten voor maatschappij en milieu eenmaal worden meegerekend, minstens 3,2 biljoen dollar per jaar – bijna driemaal zoveel als de ‘normale’ uitgaven aan voedsel van het land, die 1,2 biljoen bedragen.

    Hervormingen

    Driemaal de huidige prijs voor voedsel betalen is geen houdbare strategie voor consumenten, bedrijven of overheden. Maar er zijn andere manieren om met behulp van echte prijzen tot hervormingen te komen. De afgelopen tien jaar heeft de federale Amerikaanse overheid gemiddeld 16 miljard dollar per jaar aan landbouwsubsidies uitgegeven, met name voor de productie van soja, maïs, rijst en graan. Als het terugdringen van de echte kosten een voorwaarde wordt voor die subsidies, zou dat een prikkel voor producenten zijn om aan een paar van de meest funeste landbouwpraktijken een eind te maken. Net als bij supermarkt De Aanzet zou transparantie over de echte prijs dan tot verandering kunnen aanzetten.

    Alleen al praten over prijzen kan zijn nut hebben. Een product heeft geen ‘echte’ prijs in de objectieve zin waarin een element een atomaire massa-eenheid heeft. Maar de vragen die echte prijzen opwerpen zijn ook weer niet hopeloos subjectief. De meeste mensen zijn voorstander van een verbod op artikelen die geproduceerd worden in gevaarlijke omstandigheden door slaven en jonge kinderen.

    Eerlijke prijzen zijn ook rechtvaardige prijzen

    De analyses van True Price en andere deskundigen sporen ons aan om die redenering ook toe te passen op andere zaken: lonen die een bestaansminimum garanderen, bescherming tegen intimidatie, veilige arbeidsomstandigheden, duurzame productietechnieken enzovoort. In dat opzicht zijn eerlijke prijzen ook rechtvaardige prijzen: ze weerspiegelen ons morele besef dat we de mensenrechten en de natuur geen geweld mogen aandoen om goedkope artikelen te kunnen produceren. Mettertijd zal beter onderzoek ons nog meer inzicht geven in de kosten van het herstel van een ecosysteem waarin het grondwater door meststoffen is vergiftigd, of van het aanbieden van onderwijs aan boerenfamilies op het Ghanese platteland. Wat we nu al weten, is dat het weglaten van die kosten uit de prijsberekening betekent dat consumenten, overheden en bedrijven onjuiste informatie over de wereld krijgen voorgeschoteld. Dat is een vorm van liegen – over de natuur, over de economie en over elkaar.

  • Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Deze hilarische analyse van het Oprah-interview van Meghan en Harry druipt van de Ierse schadenfreude. Verder: een prachtige fotoreportage van de 5000 kilometer lange trek van de monarchvlinder & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Clownsgekke buurman

    Mocht je nog niet genoeg hebben van de dreun die Meghan Markle en Prins Harry uitdeelden aan het Britse koningshuis tijdens hun interview met Ophrah Winfrey, dan is deze hilarische analyse van Patrick Freyne in The Irish Times een aanrader, al is het maar omdat het druipt van de Ierse schadenfreude, aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    Freyne begint zijn stuk als volgt: ‘Het hebben van een monarchie naast de deur is zoiets als het hebben van een buurman die dol is op clowns, zijn huis heeft volgekalkt met muurschilderingen van clowns, poppen van clowns in alle vensterbanken heeft staan en een ontembaar verlangen heeft om alles te willen weten en te bespreken over clowngerelateerde zaken. Meer specifiek: voor Ieren is het alsof ze zo’n clownsgekke buurman hebben en dat hun grootvader door een clown is vermoord.’ Smullen.


    Red het vlinderbos

    Elk jaar in november, rond de Dag van de Doden, dalen miljoenen monarchvlinders neer in een bos van oyamelsparren in de bergen van Centraal-Mexico.

    De vlinders hebben het bos nooit eerder gezien, maar ze weten – misschien door een innerlijk kompas – dat ze hier thuishoren. Ze verlaten Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten in de nazomer en vliegen gedurende twee maanden bijna 5000 kilometer over het continent.

    De reis is de evolutionair meest geavanceerde migratie van alle vlinders die bij ons bekend zijn, en misschien wel van alle insecten die we kennen, vertelt The New Yorker. Maar klimaatverandering en verlies van leefgebied, zowel in het bos in Mexico als in de VS, tasten de aantallen de monarchen snel aan.

    Ondanks dit droevige gegeven is dit een prachtig troostrijk portfolio van The New Yorker om dit weekend vanuit je huiskamer de wereld in te trekken, al dan niet met vlindergefladder op de achtergrond, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.


    ‘Het is hier geen Amsterdam’

    ‘Het is hier geen Amsterdam’, dat krijgen pleitbezorgers van de fiets blijkbaar vaak te horen in Mexico. Toch betoogt Armando Pliego Ishikawa in het Mexicaanse tijdschrift Nexos dat het Latijns-Amerikaanse land, ondanks cultuurverschillen, veel kan leren van ons kleine kikkerlandje wat betreft verkeersveiligheid. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.

    Pliego brengt in herinnering brengt dat Amsterdam begin jaren zeventig ook geen paradijs van verkeersveiligheid was. ‘In die tijd werd het aantal verkeersdoden in Nederland geteld per duizenden en Amsterdam voerde de lijst aan. In 1971 alleen al kwamen meer dan 400 kinderen om bij verkeersongevallen. Zo ontstond Stop de Kindermoord, een campagne met een eenvoudig maar ambitieus doel: kinderen het recht teruggeven op veilige en leuke straten, waar spelen, fietsen of wandelen met hun vriendjes geen risico vormt.’

    NL HaNA 2.24.01.05 0 933 3335.tjp 1 1
    © Sjakkelien Vollebregt / Anefo / Nationaal Archief

    Zoals bekend was de campagne succesvol, met als resultaat dat er in 2019 geen 400, maar 26 minderjarigen omkwamen in het verkeer, en dat in heel Nederland. Natuurlijk, nog altijd 26 te veel.

    Toch is het fijn, in deze tijd waarin Nederland zijn voortrekkersrol op het internationale podium heeft verloren, om te lezen dat de wereld ons nog op één punt als lichtend voorbeeld ziet. Als het land waar de minister-president elke dag op zijn stalen ros naar zijn werk gaat en alle zorgen weglacht.


    Stralend koraal

    Een documentaire die deze week voorbij kwam over het zelf genezende systeem van koralen in de Great Barrier Reef laat de bovenmenselijke kracht van de natuur zien. Wellicht gesneden koek voor velen, maar in deze tijden waarin herstel ons mantra is, kunnen we ons niet genoeg laven aan de perfectie van de natuur. Als de mens haar maar met rust laat. Een tip van editor at large Katrien Gottlieb.

    Het gigantische koraalrif van meer dan 2300 kilometer lang is gedeeltelijk verbleekt door de waterkwaliteit. Zoöxanthellen, eencellige algsoorten geven koraal kleur. Als de omstandigheden niet optimaal zijn, stoot het koraal de algen af, verbleekt het en als dit stadium te lang aanhoudt, sterft het.

    Dit proces blijkt niet onomkeerbaar te zijn, onderzoekers zijn erachter gekomen dat het rif zichzelf kan herstellen als de waterkwaliteit en temperatuur weer naar leefbare waarden terugkeren.

    Blijkt (jaren geleden al) dat verloren gewaand koraal als laatste redmiddel pigmenten kan produceren die een beschermend laagje vormen tegen invallend zonlicht en algen aanmoedigen om terug te keren zodat de symbiose kan worden hersteld. Op riffen absorberen koralen schadelijke golflengten van het licht en stralen dit uit als indrukwekkend roze of paars neonlicht. Ik had het nog nooit gezien, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.

  • Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Net als in Barcelona en Amsterdam kunnen ze op sommige plekken in Azië de toestroom van bezoekers niet meer aan. ‘De tijd dat belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht konden worden, is voorbij.’

    Toen Willem Niemeijer, directeur en oprichter van het in Bangkok gevestigde reisbureau YAANA Ventures, voor het eerst naar Angkor Wat in Siem Reap ging, had hij de plek, die op de UNESCO-lijst staat, voor zichzelf. Cambodja stond in 1992 onder interimgezag van de VN en het land bereidde zich voor op verkiezingen na tientallen jaren van burgeroorlog. Reizigers waren er dun gezaaid. Dat jaar trokken de ruïnes minder dan negentigduizend bezoekers. In 2017 kwamen er net iets meer dan twee miljoen, waardoor Angkor Wat met gemak de grootste toeristenattractie van Cambodja genoemd mag worden. ‘Toen waren het alleen ik en de VN,’ zei Niemeijer. ‘Nu kan een bezoek een onaangename ervaring zijn.’

    Zo onaangenaam dat APSARA, de instantie die toezicht houdt op Angkor Wat, heeft besloten om het aantal bezoekers te beperken dat op de tempel Phnom Bakheng de beroemde zonsondergang achter de ruïnes mag meemaken.

    In Thailand heeft het bestuur van de nationale parken en wildparken opdracht gegeven om Maya Bay op Phi Phi Island – beroemd geworden door de film The Beach uit 2000 met Leonardo DiCaprio – vanaf juni voor vier maanden te sluiten voor alle bezoekers.

    Het eerder deze maand genomen besluit van president Rodrigo Duterte van de Filipijnen om het vakantie-eiland Boracay voor een half jaar te sluiten vanwege de verslechtering van het milieu onderstreept een trend, al vinden velen de beslissing te drastisch. De tijd waarin belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht kunnen worden is voorbij, zeggen reisorganisatoren. Quota en sluitingen zullen toenemen omdat regionale besturen moeite hebben de aanwas van toeristen onder controle te houden.


    ‘De belangrijkste bestemmingen worden platgelopen,’ zei Niemeijer, die in de tijd dat hij Angkor Wat voor het eerst bezocht een bedrijf opzette om gefortuneerde reizigers weg te leiden van de drukke hotspots. ‘We zullen te maken krijgen met per dag en uur vastgestelde bezoekersaantallen en beperkte toegang tot de populaire plekken. Hopelijk leidt dat tot meer belangstelling voor de minder gewilde bestemmingen.’

    De Filipijnse autoriteiten op Borocay klagen dat sommige hotels illegaal gebruikmaken van lokale riolen en andere voorzieningen. Buitenlandse bezoekers zullen vanaf het einde van deze maand geweerd worden van het kleine eiland. Andere vakantieoorden die verdacht worden van soortgelijke overtredingen zullen onder de microscoop worden gelegd.

    Maar mensen die hun brood verdienen in de sector, werpen tegen dat de moeilijkheden veroorzaakt worden door slechte planning en niet door het massatoerisme, dat de regionale economie 120 miljard dollar heeft opgeleverd.

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten

    Thailand verwacht dit jaar, volgens voorspellingen van de regering, 38 miljoen bezoekers. Maar Frankrijk – een land met eenzelfde oppervlak en bevolking – had in 2016, volgens gegevens van de Wereldbank, bijna 83 miljoen bezoekers zonder dat dit een even grote druk op het milieu tot gevolg had.

    Het verschil ligt in de infrastructuur en overheidsbeleid, zoals belastingvoordelen voor bedrijven om minder bekende bestemmingen te ontwikkelen en steun om de druk op populaire plaatsen te verminderen, zei Matt Gebbie, de directeur Asia Pacific voor het toerisme-adviesbureau Horwath HTL Indonesia. ‘Het gaat om planning, planning, planning,’ aldus Gebbie. ‘Je ontwikkelt pas een duurzame toeristenindustrie als de privésector en de publieke sector met elkaar praten.’

    Maar bestemmingen in Zuidoost-Azië hebben te maken met unieke omstandigheden. Een explosie van goedkope vliegreizen en de toename van Chinese welgestelden die op vakantie willen, leggen weer nieuwe druk op lokale ecosystemen. In Bali kwamen vorig jaar 5,6 miljoen toeristen op bezoek; dit jaar wordt het aantal geschat op zeven miljoen, een stijging die vooral wordt veroorzaakt door de komst van Chinezen (vorig jaar goed voor 1,3 miljoen bezoekers).

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten, zei Utung Pratama, een activist van Walhi, het Indonesische Forum voor het Milieu. ‘Het gaat hard achteruit op Bali,’ zei hij. ‘De schuldigen zijn de projectontwikkelaars die geen oog hebben voor de invloed van het toerisme op het milieu.’

    Er zijn echter tekenen dat lokale toezichthouders de controle aanscherpen. Vorig jaar werd een generaal pardon afgekondigd voor illegale hotels in Phuket, Thailand. Zij mochten een vergunning aanvragen zonder dat ze een boete hoefden te betalen. Daardoor is het officiële aantal onderkomens dat belasting betaalt verdubbeld tot zeventienhonderd.

    Vorig jaar steeg het aantal bezoekers aan Phuket met elf procent tot meer dan 8,4 miljoen, doordat het aantal Chinezen met een vijfde toenam. Zo’n veertig Chinese steden hebben directe vluchten naar Phuket, terwijl dat vijf jaar geleden nog maar een handjevol was.

    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.
    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.

    Die aantallen zullen alleen maar toenemen, zei Jens Thraenhart, directeur van het Mekong Tourism Coordinating Office. Toekomstige reizigers in China staan te trappelen om erop uit te gaan nadat ze dat jarenlang was verboden. Vorig jaar reisden Chinezen 127 miljoen keer naar overzeese bestemmingen, volgens gegevens van de China National Tourism Association. ‘Er is een enorme vraag en een grote hoeveelheid reizigers,’ zei Thraenhart.

    Milieu- en erfgoedgroepen en toezichthouders maken zich misschien zorgen, maar op vele bestemmingen is dit juist goed nieuws. Na jaren van oorlog en gebrek zijn de inwoners van Laos en Cambodja blij dat de toeristendollars rollen, zei Christian Do Boer, algemeen manager van het Jaya House, een ecohotel in Siem Reap dat zich erop beroemd geen plastic te gebruiken. ‘Bijna elke toerist is een goede toerist,’ zei Do Boer. ‘We hebben het geld nodig.’

    Auteur: Jeffrey Hutton
    Vertaler: Tineke Hunhoff

    Openingsbeeld: Toeristen op de tempels van Angkor Wat in Cambodja, het grootste religieuze monument ter wereld.

    The Straits Times
    Singapore | dagblad | oplage 365.800

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

  • Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Amsterdamse fietsers trekken zich weinig aan van een rood stoplicht, wat vaak leidt tot chaos. Maar als je de stoplichten weghaalt, gaan ze opeens wel rekening met elkaar houden, zo blijkt uit een proef.

    Op een mistige maandagochtend in mei 2016 stonden veertien gemeentefunctionarissen, ambtenaren en ingenieurs nerveus bij elkaar op het Amsterdamse Alexanderplein, een druk kruispunt vlak bij het centrum met drie tram- en buslijnen, waar veel mensen lopen, rijden en fietsen. Met één druk op de knop werden de verkeerlichten voor alle verkeerstypen in alle richtingen uitgeschakeld.

    Deze live-proef is een antwoord op de snelle groei van het aantal fietsers in een aantal Amsterdamse buurten. Bijna zeventig procent van alle verkeersbewegingen naar het stadscentrum gaat per fiets, dus er is meer ruimte nodig voor het fietspadennetwerk. Om aan de behoefte tegemoet te komen, wijken verkeersontwerpers af van de gebruikelijke handboeken. Zo worden beschermende barrières verwijderd en wordt de maximumsnelheid voor auto’s verlaagd. Ook worden complete routes tot fietsstraat bestempeld.

    Het uitschakelen van alle verkeerslichten op een druk kruispunt is echter wel een hele radicale maatregel. Zelfs in Amsterdam wakkerde de proef de discussie tussen ingenieurs en politici aan.

    Operatie

    ‘Het heeft achttien maanden gekost om deze operatie te plannen,’ zegt Iris van der Horst, voormalig programmamanager fiets- en verkeersveiligheid. ‘We moesten alle belangengroepen meekrijgen, inclusief de politie en het GVB. Iedereen wilde zeker weten dat de verkeersveiligheid niet in het geding kwam.’

    De proef vormt onderdeel van een grotere mobiliteitsstrategie in de hele stad om meer ruimte te creëren voor fietsers en voetgangers. Dit betekent dat personenauto’s minder toegang en ruimte krijgen.

    ‘De publieke ruimte in Amsterdam is beperkt,’ zegt locoburgemeester voor verkeer, Pieter Litjens, die de proef meteen goedkeurde. ‘We moeten strategisch en bedachtzaam omgaan met wie en wat die ruimte gebruikt.’

    De stad mat de impact van de ingreep aan de hand van een technisch onderzoek waarin veiligheid, conflicten en doorstroming werden meegenomen. Daarnaast bestudeerde het Urban Cycling Institute de effecten op menselijk gedrag, de percepties en ervaringen.

    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty
    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty

    In de weken voorafgaand aan het uitzetten van de verkeerslichten onderschepten we zo’n tweehonderd fietsers op weg naar en van hun werk. Een meerderheid had een hekel aan de kruising en klaagde dat het ‘chaotisch’ en ‘een puinhoop’ was, ‘niemand zich wat van rood aantrok’ en ‘de lichten allemaal tegelijkertijd op groen stonden’.

    Op de vraag of de verkeerslichten nodig waren, gaf eenderde aan dat ze ‘absoluut noodzakelijk’ waren, slechts vijf procent zei het tegenovergestelde en de meerderheid twijfelde. Het was duidelijk een vraag waar men nog nooit over had nagedacht.

    Volgens de gedragsanalyse keken de fietsers voor de stopstreep dreigend naar het rode licht, alsof ze het tot groen wilden dwingen. De lichamen waren naar voren gericht; hoofd en ogen bewegingloos. De meeste fietsers leken uitdrukkingsloos. Het moeten stoppen voor dit licht leek een moment te verschaffen om de gedachten even te laten afdwalen, telefoons te checken, de bel of pedalen recht te zetten. Er vond zeer weinig interactie plaats, zowel tussen fietsers onderling als met bestuurders van andere vervoermiddelen.

    Nadat de lichten waren uitgeschakeld, werden zo’n 150 fietsers geïnterviewd. We constateerden dat niet alleen minder mensen een hekel hadden aan de kruising, maar dat zestig procent zelfs vond dat de verkeerssituatie was verbeterd.

    ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt’

    Zonder uitzondering klaagden de respondenten minder over de infrastructuur en spraken ze meer over menselijke interactie. ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt,’ zei een jonge vrouw. ‘Het is een beetje eng, maar je hoeft nooit te stoppen en niemand is chagrijnig,’ zei een tiener. Niemand kon echter meer zeggen over het hoe en waarom.

    Het gedrag was duidelijk anders. De meeste fietsers remden af bij het naderen van de kruising en communiceerden met andere fietsers en automobilisten met hun ogen, gebaren, gezichtsuitdrukkingen en stemmen. Er vond veel meer onderhandeling plaats, maar niet zonder wrijving. In één geval begaf een moeder met haar kind in een voorzitje zich langzaam op het kruispunt. Toen ze halverwege was, kwam er een auto van rechts. Volgens de verkeersborden heeft de automobilist voorrang, maar de moeder maakte oogcontact met de chauffeur, ze glimlachten naar elkaar en de automobilist liet haar voorgaan.

    In de nieuwe opzet werden mensen gedwongen zich met de omgeving bezig te houden. Om zich aan te passen, moesten ingesleten gedragsrituelen worden veranderd. Deze aanpassing kost tijd en is een complex cognitief proces: hersenneuronen maken overuren, de zintuigen zijn alerter en er moeten meerdere informatieniveaus worden ontward.

    Zodra nieuwe rituelen zijn gevormd, worden snelle beslissingen weer onbewust genomen en wordt de beweging van het lichaam ingezet om een machine aan te drijven en te besturen.

    Dergelijke interactie en ‘onderhandeling in beweging’ klinken misschien veeleisend, zoals sommige respondenten opmerkten, maar hoe groot is die inspanning eigenlijk? Met fietsen gebruiken we onze spieren en dat is gezond. En als dit soort inspanning nou eens goed zou zijn om onze hersenen te trainen?

    In de hele stad overgenomen

    Na verloop van tijd worden fietsers steeds behendiger in het automatisch oplossen van deze puzzel. Die ontwikkeling werd na twee weken observatie al waargenomen op het Alexanderplein. De proef was zo succesvol dat er tot verlenging werd besloten, en een paar maanden later werden de verkeerslichten helemaal verwijderd.

    Nu wordt het Alexanderplein geherprofileerd en wordt het idee in de hele stad overgenomen, met steun van de beleidsmakers. ‘Deze proef toonde aan dat minder regulering tot verantwoordelijk en alert weggedrag kan leiden,’ zei Litjens.

    Er zijn inderdaad minder vertragingen, zonder verlies van veiligheid. Maar belangrijker nog is waarschijnlijk dat we aantoonden dat mensen zich bewuster werden van anderen en hun besluitvormingsproces op subtiele manieren aanpasten. Het bewijst dat mensgericht ontwerp van kruispunten een manier kan zijn om interactie, cohesie en vervolgens zelfs maatschappelijk kapitaal te vergroten.

    Auteur: Meredith Glaser

    Meredith Glaser is onderzoeker bij het Urban Cycling Institute van de Universiteit van Amsterdam. Ze bestudeert kennis- en beleidsoverdracht van Nederlandse fietspraktijken naar andere delen van de wereld.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Boekwinkel in Istanboel brengt Syriërs thuis

    Boekwinkel in Istanboel brengt Syriërs thuis

    De oprichter van de eerste Arabische boekwinkel in Istanboel laat jongeren lezen in hun eigen taal en ontsnappen aan het geïsoleerde vluchtelingenbestaan.

    Weggestopt in een hoekje tegenover de Chorakerk in Istanboel is een veilige haven voor jonge Syriërs die maar één ding willen: lezen. Pages, een boekwinkel annex café, symboliseert de ambitieuze poging van één man om Syrische jongeren een beter leven te geven.

    ‘Ik ben ongelooflijk gelukkig,’ zegt Samer Al-Kadri (42), oprichter van de eerste Arabische boekwinkel in de stad. ‘Ik krijg de kans jongeren tussen de achttien en vijfentwintig jaar te ontmoeten. Deze generatie doet me versteld staan door haar begrip, haar openheid, haar dialoog.’

    In Turkije leven meer dan drie miljoen vluchtelingen, voor het overgrote deel Syrisch. Met Pages hoopt Kadri een ruimte te scheppen voor jonge Syriërs die nieuwsgierig zijn naar de wereld, die willen ontsnappen aan het geïsoleerde vluchtelingenbestaan en, heel eventjes, willen doen alsof ze terug zijn in hun vaderland.

    In het gezellige interieur klinken liedjes van de Libanese zanger Fairuz en staan rijen boeken in kasten die Kadri met zijn eigen handen heeft gebouwd, liefdewerk dat impliceert dat hij al bijna een jaar geen vakantie heeft gehad.

    Hier kunnen jongeren alle beschikbare boeken gratis komen lezen, of er zo veel lenen als ze willen, voor maar twintig lira [vijf euro] per maand. Syrische mannen en vrouwen drinken er koffie terwijl ze schrijven, studeren en lezen in het zonlicht dat door de ramen schijnt, en ’s avonds bezoeken ze muziekuitvoeringen, filmvoorstellingen, workshops en tentoonstellingen.

    ‘De Syriërs zijn uit hun schulp gekropen. Er is veel veranderd. Veel jonge mannen en vrouwen hebben op een andere manier leren denken’

    ‘Het is een plek waar we weer als Syriërs onder elkaar kunnen zijn, die ons in staat stelt te praten, elkaar te accepteren en onze mentaliteit te veranderen die alleen maar op Syrië was gericht, zodat we geen oog hadden voor de buitenwereld,’ zegt Kadri.

    Ondanks alle tragedies van de oorlog in Syrië, die in vijf jaar meer dan vierhonderdduizend mensen het leven heeft gekost en de helft van de bevolking op de vlucht heeft gejaagd, binnen of buiten hun landsgrenzen, ziet Kadri een klein lichtpuntje.

    ‘Hoe tragisch de situatie in Syrië ook is, er is één ding wat me hoopvol stemt voor de toekomst van het land,’ zegt hij. ‘De Syriërs zijn uit hun schulp gekropen. Er is veel veranderd. Veel jonge mannen en vrouwen hebben op een andere manier leren denken. Een deel van deze nieuwe generatie is eraan onderdoor gegaan, maar een ander deel is veranderd of groeit op een andere, meer open manier op. Syriërs hebben heel wat meer over de wereld geleerd.’

    Gevlucht uit Syrië

    Kadri was nog maar acht toen het leger van Hafez al-Assad, de vader van de huidige Syrische president, in 1982 zijn thuisstad Hama bestormde en binnen een maand op buitengewoon brute wijze met de grond gelijk maakte als vergelding voor een kortstondige opstand.

    Hij herinnert zich hoe de regeringstroepen een aantal mannen uit een wijk tegen een muur zette, waarna ze sommigen doodschoten en anderen lieten leven, en hoe zijn familie de stad uit sjokte terwijl de straten bezaaid lagen met lijken.

    Na de verhuizing naar Damascus volgde Kadri een opleiding tot grafisch ontwerper en richtte een reclamebureau en een kinderboekenuitgeverij op, Bright Fingers genaamd.

    Toen in 2011 de revolutie uitbrak in Syrië, sprak hij in het buitenland over de strijd van zijn volk en hun onderdrukking door het regime van Assad, zonder deel te nemen aan demonstraties.

    Toen hij in 2012 in Abu Dhabi was, hoorde hij dat de veiligheidstroepen een inval hadden gedaan in zijn uitgeverij omdat hij werd beschuldigd van het steunen van terroristische activiteiten, een gebruikelijke aanklacht tegen tegenstanders van het regime. Hij verhuisde naar Amman en werd verliefd op Istanboel toen hij een kort bezoek bracht aan die stad.

    schermafbeelding 2017 02 08 om 14 03 38

    Het bezoek van The Guardian wordt onderbroken door een groep kinderen die een rondleiding krijgen in de boekwinkel. ‘We hebben deze plek voor jullie gemaakt,’ vertelt hij hun. ‘Jullie zijn hier altijd welkom.’

    Een van de kinderen antwoordt: ‘Het voelt alsof ik in Syrië ben met al die Arabische boeken, en je mag ze allemaal gratis lezen.’ Een tiener vraagt Kadri boeken over astronomie in te slaan omdat hij een ruimteliefhebber is, en een andere vraagt om een biografie van Khalid ibn al-Walid, een van de legendarische strijders van de vroege islam die de veroveringen in Azië leidde.

    ‘Het doel van dit bezoek is om hen te laten lezen en hun te laten zien hoe belangrijk bibliotheken zijn,’ zegt Jihad Bakr, die Syrische kinderen Turks leert op een plaatselijke school en de leiding heeft tijdens het bezoek. ‘Ze moeten kennismaken met een andere kant van de samenleving en hun eigen Syrische gemeenschap vanuit een ander perspectief leren bezien. Syrië is niet alleen maar oorlog en wat hun familie hun vertelt. We hebben ook kunst en cultuur.’


    ‘Ik heb genoeg van het idee dat Syriërs aanhangers van IS zijn, dat ze moordenaars zijn of alleen maar verhongeren’

    Dat is een geliefd thema bij Kadri, die weinig hoop heeft dat hij de mentaliteit van zijn eigen generatie kan veranderen maar gelooft dat hij de jonge clientèle van Pages, waar hij zeven dagen per week elf uur werkt, een liefde voor leren kan bijbrengen en nieuwsgierig kan maken.

    Hij ziet het ook als een manier om degenen die naar Istanboel zijn gevlucht te verlossen uit het geïsoleerde vluchtelingenbestaan, om de Turken op een andere manier naar Syriërs te laten kijken (ook veel Turken en Koerden bezoeken de boekwinkel, die Turkse en Engelse boeken op voorraad heeft) en om de internationale media te laten zien dat Syriërs niet alleen maar als slachtoffers of geweldplegers moeten worden bestempeld.

    ‘Ik heb genoeg van het idee dat Syriërs aanhangers van IS zijn, dat ze moordenaars zijn of alleen maar verhongeren,’ zegt hij. ‘Er zijn een heleboel slachtoffers en mensen die verhongeren, die alles kwijt zijn. Maar er is ook een andere kant, die mensen niet willen zien. We willen dat ze over iets anders schrijven.’

    Een van de populairste boeken bij Pages is Liefde kent veertig regels van Elif Shafak, een roman over de legendarische Perzische dichter Rumi, evenals De schelp van de Syrische schrijver Mustafa Khalifa, die daarin herinneringen ophaalt aan de martelingen die hij in de beruchte gevangenis van Palmyra onderging.

    Ook vertalingen van het werk van George Orwell zijn populair, met name Animal Farm en 1984, waarvan de dystopische wereld een opvallende gelijkenis vertoont met de politiestaat van Assad.

    Kijk en observeer

    ‘Uiteindelijk is dit een reusachtige tragedie waaraan je nooit volledig kunt ontsnappen,’ zegt Kadri. ‘Je kunt niet over liefde schrijven zonder die in verband te brengen met de ramp in Syrië. Het is je dagelijks leven en neemt elk moment daarvan in beslag.’

    Kadri hoopt een filiaal te openen in Berlijn om de vluchtelingengemeenschap daar van boeken te voorzien, en hij is bezig met een nieuwe uitgeverij voor romandebuten van jonge schrijvers uit Syrië en andere Arabische landen die hij in het hele Midden-Oosten wil verkopen; daarnaast werkt hij samen met Turkse uitgeverijen om de romans in het Turks te laten vertalen. Geen van deze initiatieven levert winst op.

    Maar zijn harde werk is er vooral op gericht een nieuwe generatie te vormen. ‘Wij kunnen niet meer veranderen, maar we kunnen de volgende generatie helpen het beter te doen,’ zegt hij. ‘Mijn boodschap aan de wereld is dat de Syriërs niet op één hoop moeten worden gegooid. Je kunt een hele samenleving niet over één kam scheren. Kijk en observeer goed, en maak zelf uit hoe het werkelijk zit.’

    Auteur: Kareem Shaheen
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    Eigenaar Samer Al-Kadri. – © Bram Janssen / HH
    Eigenaar Samer Al-Kadri. – © Bram Janssen / HH

    OPROEP AAN 360-LEZERS

    Samer Al-Kadri en zijn Pages Bookstore hebben uw steun nodig. In Istanboel heeft Al-Kadri bewezen dat hij als idealist 
en ondernemer van aanpakken weet. The Guardian is niet de enige die zich in bewondering heeft laten rondleiden langs de verschillende etages van de boekhandel annex ontmoetingsplaats. Op de sites van onder meer de Huffington Post, The New York Times of het Franse La Croix vindt u vergelijkbare reportages. Ook het Nederlandse Prins Claus Fonds was onder de indruk van het werk van Pages, en steunt projecten die in Istanboel plaatsvinden.

    Maar dat is niet de enige band tussen Samer Al-Kadri en Nederland. De Syriër wil een vestiging van Pages openen in Amsterdam.
 Met grote voortvarendheid is hij de stad aan het verkennen, op zoek naar een geschikte locatie en de juiste mensen. ‘Ik hoef niet midden in het centrum te zitten, degenen voor wie Pages bestemd is, komen er wel heen als ze horen dat het bestaat,’ weet hij op basis van zijn ervaring in Istanboel. Dat het openen van een zaak in Amsterdam anders verloopt dan in Damascus of Istanboel, is hem duidelijk. Maar hij is overtuigd van het nut en de noodzaak van zo’n ontmoetingsplek tussen Arabische en Europese literatuur, en de lezers die daarop afkomen. ‘Zodra ik een locatie heb, laat ik de boeken komen. Let maar eens op wat er dan gebeurt,’ zegt Samer Al-Kadri.

    Behalve naar betaalbare winkelruimte is hij op zoek naar een jurist en een accountant met affiniteit voor dit project. Ideeën zijn welkom op www.facebook.com/PagesBookstoreCafe

    Nadere inlichtingen ook bij Pieter van den Blink, via blink@360magazine.nl

  • Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Het hectische fietsverkeer in Amsterdam kan intimiderend zijn voor buitenstaanders. Kun je als toerist meekomen? De Duitse journaliste Katja Schnitzler neemt de proef op de som.

    Op de eerste brug kom ik erachter dat mijn fiets niet remt. Van links komt een Amsterdammer op zijn rijwiel, dat men hier ‘fiets’ noemt, aan sjezen. Niet alleen aan mijn gezicht ziet hij dat we elk moment op elkaar zullen gaan knallen. De fietsverhuurder had zo-even nog gezegd dat elke Amsterdammer liever een terugtraprem heeft dan een handrem: ‘Die kan gewoon beter tegen een stootje en hoeft niet constant gerepareerd te worden.’ Toen wist ik nog niet dat ook hij het kennelijk te veel moeite vond om de handremmen van mijn huurfiets te repareren.

    Bij de brug trapt de Amsterdammer dus terug, zo hard hij kan, terwijl ik met mijn schoenzolen over de straat schuur. Maar goed dat ik ze de komende twee dagen niet al te veel ga belasten. Ik wil Amsterdam niet lopend, maar fietsend verkennen. Welke stad zou zich daar beter voor lenen?

    Onze voorwielen raken elkaar bijna als we tot stilstand komen. Typisch geval van een toerist. Alleen die houden zich niet aan de ongeschreven fietsersregels van Amsterdam:

    1. Geremd wordt er niet.
    2. Ook niet ingeval van kleinigheden zoals andere fietsers, zebrapaden of voorrang voor rechts.
    3. Of een rood stoplicht.
    4. Obstakels worden hooguit omzeild, maar zijn geen reden om te stoppen.

    Zelfs de politie vindt het niet nodig om met de fiets te stoppen enkel en alleen omdat het licht op rood gesprongen is: kennelijk hebben fietsers in Amsterdam altijd voorrang – en proberen zij uit hoe ver ze op de kruising kunnen komen. Pas vlak voor een motorkap houden ze in en laten ze de automobilist welwillend voor gaan. Voor hen betekenen voetgangers bewegende slalomstangen die, in het geval van toeristen, af en toe recht voor de banden springen. Alles stroomt, en hard ook.

    De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd

    Omafietsen worden alleen buiten Amsterdam gezapig bereden, in deze grachtenstad moet het pijlsnel. Niet vanwege de hectiek van de grote stad, maar vanwege de bruggen. Om niet bij elk van de vele stenen bogen over een gracht weer vaart te moeten trappen, zijn de lokale fietsers simpelweg constant in ijltempo op pad. Op het moment dat ik denk dat ik wel zo’n beetje aan de plaatselijke maximumsnelheid zit, word ik losjes voorbij gefietst door een hooggehakte vrouw in een mantelpakje.

    Ondanks het hoge tempo draagt niemand hier een helm. Zelfs kleine kinderen laten hun haren in de wind wapperen terwijl ze op eigenhandig aangelaste stangen boven het voorwiel van vaders fiets met de armen over elkaar geslagen staan te mokken omdat papa gewoon de ijssalon voorbij is gesuisd.

    Na een paar minuten is het echt leuk om per fiets de oude wijken van Amsterdam te verkennen – tenminste, als je doorhebt hoe het moet. Amsterdam is de ideale stad voor fietsers: de straatstenen zijn vlak en vaak in visgraadmotief gelegd, zelden laten gaten in het wegdek de bestuurder voelen dat zijn fiets vrijwel elke vering ontbeert. In de smalle straten herinneren drempels je er steeds weer aan om niet al te hard te rijden – maar ook deze oneffenheid is maar een lichte golfje dat niet doet afremmen.

    Met name de grachtengordel rond het oude centrum met de rosse buurt heeft veel weg van een versteende zee met huizen die tegen elkaar leunen. De gevels buigen voorover, wat het gevoel van beweging nog versterkt. Deze smalle huizen van machthebbers en gegoede burgers lijken zich welwillend te keren naar de mensen op straat. Daartussen flitsen de fietsers als haringen in een school. En die komen toch ook niet met elkaar in botsing.

    Alvorens zelf in die zee te duiken, kun je het best even op een terrasje gaan zitten en kijken: twee fietsers naderen elkaar pijlsnel, negeren natuurlijk ‘rechts heeft voorrang’, de een suist vlak voor de ander over de kruising zonder dat een van hen ook maar een ietsepietsje inhoudt. Een kwestie van centimeters – nee, millimeters. Waar men elders tekeer zou gaan, dreigen, schreeuwen, haalt men hier niet eens de schouders op.

    © Herman Wouters / HH
    © Herman Wouters / HH

    De Heren-, Keizers- of Prinsengracht zijn geschikt om te oefenen. Niet alleen vanwege de schitterende grachtenhuiscoulisse. Het verkeer is overzichtelijk, automobilisten proberen deze smalle straten zo veel mogelijk te vermijden. Algauw ben ik erachter dat mijn fiets toch langzamer gaat als ik met alle kracht de punten van mijn handremmen helemaal omhoog trek. En wanneer ik een brug sneller moet nemen om net voor een andere fiets het volgende straatje in te suizen.

    Bovendien leer ik heel snel: wie stoppen wil, geeft dat aan door zijn hand uit te steken, zoals elders wanneer je afslaat. Alleen toeristen remmen zonder dat aan te geven en veroorzaken zo bijna-kop-staartbotsingen, wanneer ze weer eens iets bezienswaardigs hebben ontdekt. Dus ongeveer elke twintig meter.

    Omdat Amsterdam zo rijk is aan mooie gebouwen, gevels, façades, bruggen en kerken – de stad is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels voor bombardementen gespaard gebleven – komen toeristen niet alleen voortdurend tot stilstand. Ze zwenken onder het rijden ook nog eens heen en weer, omdat ze van verbazing vergeten te sturen.

    Gelukkig is een Amsterdammer niet alleen ontspannen, maar altijd – ook op de fiets – uiterst vriendelijk en voorkomend. De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd. Dat alles natuurlijk in het voorbijrijden, een reden tot remmen is het zeker niet.

    Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden

    En automobilisten? Die rijden voorzichtig omdat overal, vanuit alle richtingen fietsers zouden kunnen komen. Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven en daarom zelf wel goed op zal letten, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden.

    Onderweg door smalle en brede straten, over bruggen en via ruime, rood gemarkeerde fietspaden wordt duidelijk wat de werkelijke reden is dat Amsterdammers niet zonder terugtraprem kunnen: ze hebben geen handen over om te remmen. Ze eten een ijsje, roken, zijn in de weer met hun smartphone of rijden hand in hand. Echt gelukkig lijken ze alleen te zijn als ze zich op twee wielen kunnen voortbewegen.

    Ouders die met gespannen gezicht een kinderwagen over de schuin liggende trottoirs duwen, lijken aan het eind van hun Latijn. Dat in tegenstelling tot de stralende moeder die haar baby in een draagdoek heeft gebonden en daarmee in het gebruikelijke tempo door de straten flitst. Amsterdamse kinderen groeien letterlijk op op de fiets, ze zijn ware natural born bikers.

    Later kunnen ze de fiets van hun ouders overnemen, het zou niet eens opvallen: vrijwel alle fietsen zijn van stevig materiaal en vertonen duidelijke sporen van gebruik. Een licht lopende mountainbike zie je zelden. Niet alleen omdat bergen ontbreken, maar ook omdat het hoogst diefstalgevoelig zou zijn. Zelfs een oude rammelkast wordt hier minstens twee maal op slot gedaan.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn

    Zelfs na vijftien uur op pad te zijn geweest doen mijn voeten geen pijn, op de pedalen kunnen ze uitrusten van de wandelingen door grachtenhuizen en musea. In plaats van maar een paar punten af te lopen kun je zo de stad echt leren kennen. Wie het op de enkele niet zo mooie hoeken in Amsterdam niet bevalt, rijdt gewoon verder – bijvoorbeeld ’s ochtends door de rosse buurt die naar alcoholpis stinkt en waar, vlak achter de Oude Kerk, vrouwen in lingerie zich in etalages te koop aanbieden.

    Een paar minuten later ben ik in een andere wereld. Hij ligt maar een klein stukje verderop, achter de grachten, in de voormalige arbeidersbuurt de Jordaan. Ergens anders zou dit een prachtwijk zijn: op de begane grond zijn winkeltjes en woonhuizen als uit een designcatalogus, alleen is het hier gemoedelijk en zijn de ingangen door rozen omrankt. Je ziet hier maar weinig toeristen, want afgezien van de Noorderkerk zijn er geen afzonderlijke bezienswaardigheden – maar de buurt op zich is alleszins de moeite van het ontdekken waard. Alleen is het lopend geen doel dat toeristen na het naburige Anne Frank-huis of de Westerkerk zomaar even mee zouden nemen.

    Als fietser rij ik recht onder het Rijksmuseum door naar het Museumplein. Lopend zou je opnieuw een stevige – en als je niet meer dan twee dagen hebt, tijdrovende – mars voor de boeg hebben en zou je je wellicht liever op het grasveld voor de musea werpen dan van kunstwerk naar schilderij en sculptuur stappen. Maar op de fiets doet hooguit het achterwerk pijn, en niet eens al te erg. De typerende zin van een stadstoerist – ‘ik kan geen stap meer verzetten’ – is aan de fietstoerist niet besteed.

    Ik maak mijn slot los – het ziet eruit, klinkt en weegt ook bijna net zo veel als een ankerketting – en flits verder naar het Vondelpark voor een snack in het theehuis. Dat heeft veel weg van een blauwwitte ufo die een tijdje geleden tussen de fraai aangelegde vijvers is geland en meteen maar is gebleven.

    Scooters

    Slechts enkele minuten later is een fietstoerist terug in het centrum om met een drankje aan zijn favoriete gracht de middag af te sluiten, de diversiteit aan gevels en façades te bestuderen en te observeren hoe er steeds meer vrijetijdsverkeer komt: de Amsterdammers steken van wal in kleine bootjes, voorzien van bier, wijn en zitkussens, ze toeren even achteloos door de grachten als eerder per fiets over de bruggen.

    Alleen voor een uitstapje in de schemering per boot blijft de fiets staan, maar niet lang: op een zachte avond is het ook vlak voor middernacht nog leuk om met de fiets over de parallel lopende Prinsen-, Keizers- en Herengracht te flitsen.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn. Die noemt men hier naar het geluid dat ze maken bromfiets en zij eisen dezelfde ruimte op als de fietsen: ook zij rijden over de fietspaden langs de doorgangswegen, ook zij slingeren tussen groepjes voetgangers door, ook zij remmen niet. De bromfietsers suizen rond zonder zich ook maar enigszins in te spannen, zogezegd de watjes tussen alles op twee wielen in Amsterdam. Ook zij doen het zonder helm. Alleen: ze zijn veel lawaaiiger. Geen wonder dat de Amsterdammer wel eens zijn onverstoorbaarheid verliest als zo’n knetterende bromfiets echt op zijn voorrang staat en zo een vrouw op een fiets uit haar evenwicht brengt.

    In de zee zou een bromfiets de vis zijn die eenvoudigweg dwars door de school heel zwemt. De klemgereden vrouw en ik wisselen veelbetekenende blikken. Wij fietsers in Amsterdam zitten nou eenmaal op dezelfde golflengte.

    Auteur: Katja Schnitzler
    Vertaler: Marten de Vries

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Een verslaggever van The Guardian bracht een bezoek aan de Amsterdamse Wenckehof, het grootste containerdorp ter wereld. ‘Hoe is het nou om in zo’n ding te wonen?’

    Van Londen tot Amsterdam en Mumbai worden scheepscontainers geroemd als een goedkope en gemakkelijke manier om prefabwoningen te realiseren. Maar hoe is het om erin te wonen, en kunnen ze de pop-upstatus overstijgen en een permanente oplossing worden?

    Het is even wennen om in een stalen doos te wonen. In eerste instantie leek het Timothy Ader helemaal niets om in de Wenckehof, een studentendorp van duizend hergebruikte scheepscontainers in Amsterdam, te wonen. Maar drie jaar later heeft hij geen spijt van zijn verhuizing.

    ‘Mijn eerste indruk van de containers was: daar zou ik niet intrekken,’ vertelt de 24-jarige. ‘Maar ik kwam regelmatig bij een vriend die hier woonde en begon het leuk te vinden. Toen ben ik zelf hierheen verhuisd. Ik zit hier heel comfortabel in m’n container en ik heb een hoop ruimte voor mezelf. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.’

    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’
    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’

    De Wenckehof, die in 2006 gereedkwam, is nog steeds het grootste bouwproject van dit type ter wereld. Ooit bedoeld als tijdelijk huisvestingsexperiment, bleek het zo populair dat de gemeente Amsterdam het in 2011 een permanente status gaf. Het succes heeft de belangstelling van architecten en woningcorporaties gewekt, die op zoek zijn naar goedkope oplossingen voor de woningnood in steden over de hele wereld.

    In Berlijn zijn hergebruikte scheepscontainers ingezet voor studentenhuisvesting en onlangs ook om asielzoekers van onderdak te voorzien. In Londen is Forest YMCA begonnen jonge werkende mensen die de hoge huren niet kunnen opbrengen en het gevaar lopen dakloos te worden, onder te brengen in containers in Walthamstow, hoewel de bewoners daar maximaal maar een jaar mogen wonen.

    Voorstanders van scheepscontainerwoningen zeggen dat het door de bouwsnelheid, kostenbesparingen op materiaal en de mogelijkheid de units elders opnieuw te gebruiken een serieuze optie is voor stedelijke woningbouw.

    Gezellig

    Dus hoe is het om echt in zo’n ding te wonen? Volgens Ader is zijn Amsterdamse container gezellig: elke container heeft een woonruimte, badkamer en balkon. In de winter wordt hij warm gehouden met geïsoleerde wandplaten en radiators. Privacy was nooit een probleem. Sterker nog, Ader vond het te stil. Hij heeft meegewerkt aan de organisatie van blokfeesten en eet-met-je-burenevenementen om de Wenckebachweg wat levendiger te maken.

    Het is ook goedkoop. Huurders betalen hier 450 euro per maand en komen ook nog in aanmerking voor een huursubsidie van 140 euro per maand. Dat is veel minder dan de 600 euro die studenten volgens Ader elke maand moeten betalen voor een kamer in het centrum van Amsterdam.

    ‘Er zijn niet veel nadelen,’ vindt Ader. ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor. Ik denk dat dit soort woningen het best werkt voor alleenstaanden die iets goedkopers nodig hebben.’


    De architect van de Wenckehof is Quinten de Gooijer. Zijn bedrijf Tempohousing heeft ook containerwijken met meerdere verdiepingen gebouwd voor het Amsterdamse Leger des Heils en een ‘werkhotel’ voor Poolse arbeidsmigranten in de stad. De Gooijer geeft toe dat zijn klanten tot nog toe op zoek waren naar iets voor de korte termijn. ‘Onze klantenbasis wil eenvoudige basishuisvesting,’ zegt hij. ‘Omdat het een rendabele oplossing is.’

    ‘Je kunt er allerlei bekleding en daken op doen, maar dat kost allemaal extra,’ zegt hij verder. ‘We moeten nog van het idee af dat een stalen doos geen goede leefplek is. Mensen denken dat bakstenen en cement het eeuwige leven hebben, maar dat is niet zo. Langzaam maar zeker is de mentaliteit aan het veranderen. Ik denk dat we in de toekomst veel meer woningbouwprojecten met containers gaan krijgen.’

    De kostenbesparingen verdwijnt zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen

    Architecten dromen al over grote projecten. Of liever gezegd, hoge projecten. CRG Architects heeft een voorstel bekendgemaakt waarbij armoedige woningen in ontwikkelingslanden worden vervangen door ‘containerwolkenkrabbers’: enorme torens van vrolijk gekleurde containers die zo zijn gestapeld dat de torens cilindrisch lijken. Weer een ander ontwerp voor hoogbouw containertorens heeft tot doel de druk op de sloppenwijk Dharavi in Mumbai te verlichten.

    Niet iedereen is ervan overtuigd dat hoog op elkaar gestapelde containers de massahuisvesting van de toekomst zijn. Mark Hogan, hoofdarchitect bij OpenScope in San Francisco, vindt dat het grote onzin is om scheepscontainers voor huisvesting te gebruiken. Voornamelijk omdat de kostenbesparingen verdwijnen zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen. De Gooijer van Tempohousing geeft toe dat het veel goedkoper is de eenheden keurig op elkaar te stapelen. ‘Als je ze als Lego behandelt, moet je dure substructuren toevoegen om stabiliteit te creëren,’ zegt hij.

    Auteur:Adam Forrest
    Vertaler: Martinette Susijn

    Beeld bovenaan: De binnenplaats van de Wenckehof in Amsterdam. – © www.tempohousing.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.