Tag: Angola

  • Conflict in de DRC: M23 trekt zich terug uit vredesbesprekingen

    Conflict in de DRC: M23 trekt zich terug uit vredesbesprekingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-rapport: Iran gebruikt technologie om vrouwen zonder hoofddoek op te sporen

    » Israël verbreekt wapenstilstand met dodelijke luchtaanval op Gaza

    De rebellen beschuldigen de Congolese regering van sabotage

    De Alliantie voor de Congostroom, waarvan M23 deel uitmaakt, heeft zich teruggetrokken uit de vredesbesprekingen die gericht zijn op het oplossen van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Dat schrijft de BBC. De alliantie zei dat ze niet langer kon deelnemen aan de besprekingen, die zouden plaatsvinden in Luanda, de hoofdstad van Angola, met vertegenwoordigers van de regering van de DRC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De M23-rebellen hebben de regering van de DRC ervan beschuldigd de vredesbesprekingen te saboteren door straaljagers en drones in te zetten om dichtbevolkte gebieden te bombarderen. Ondanks de terugtrekking van M23 heeft Tina Salama, woordvoerster van president Felix Tshisekedi, bevestigd dat de DRC-delegatie dinsdag zal deelnemen aan de gesprekken. In een verklaring gaf het Angolese presidentschap aan dat de DRC-delegatie al in het land was voor rechtstreekse onderhandelingen.

    De gesprekken waren bedoeld om het escalerende geweld aan te pakken dat volgens VN-rapporten sinds januari aan bijna drieduizend mensen het leven heeft gekost en meer dan 700.000 burgers op de vlucht heeft gejaagd. In het conflict, dat al sinds 2021 aan de gang is, hebben de M23-rebellen aanzienlijke territoriale overwinningen geboekt in het oosten van de DRC, naar verluidt met de steun van Rwanda. De oorlog heeft grote gevolgen voor de regio: de Verenigde Naties maken melding van grote humanitaire noden en mensenrechtenschendingen.

  • Biden kondigt meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aan

    Biden kondigt meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mensenrechtencommissaris Georgië: ‘Politie martelt demonstranten’

    » Syrië: rebellen staan voor de poorten van de belangrijke stad Hama

    Hij is voor de eerste keer op bezoek in Angola

    Tijdens een bezoek aan Angola heeft Joe Biden meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aangekondigd. In een toespraak op dinsdag in het Nationaal Slavernijmuseum in de Angolese hoofdstad Luanda zei de Amerikaanse president dat dit bedrag bestemd was voor ‘Afrikanen die ontheemd zijn geraakt door historische droogte’ in eenendertig landen over het hele continent.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zijn reis naar Afrika is het eerste bezoek van een Amerikaans staatshoofd aan het continent sinds 2015 en het eerste bezoek aan Angola. Met zijn Angolese ambtgenoot, João Lourenço, sprak Biden uitvoerig over de ‘Lobito-corridor’, een gigantisch spoorwegproject en een ‘enorme en zeer ambitieuze’ Amerikaanse investering, op een moment dat China veel investeert op het continent.

    Maar de Amerikaanse president ‘zal binnenkort plaats moeten maken voor (…) Donald Trump, die al lang bestaande allianties en handelsovereenkomsten (tussen de Verenigde Staten en andere landen) ter discussie heeft gesteld, waardoor sommigen vrezen dat de Amerikaanse steun voor de Lobito-corridor en andere projecten zal afnemen als hij zijn ambt aanvaardt’, schrijft The Washington Post.

  • Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    De oorlog met Rusland heeft ervoor gezorgd dat de EU haar vizier richt op Afrika voor olie en gas. Het continent heeft die brandstoffen evengoed nodig.

    Naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne is de EU al een tijdje wanhopig op zoek naar vervangers voor steenkool, olie en gas. In het document REPowerEU stelt de Europese Commissie zich ten doel ‘Europa vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen’. Daartoe wil de EU in de eerste plaats samenwerken met ‘internationale partners om alternatieve energiebronnen te vinden’, zoals het gas dat in sommige Afrikaanse landen onder de grond is opgeslagen.

    De Afrikaanse regeringen verwelkomen deze verandering in het Europese beleid met open armen. Vóór de oorlog was Algerije al de op twee na grootste leverancier van aardgas aan Europa via pijpleidingen naar Spanje en Italië. Een ander belangrijk aandeel wordt over zee vervoerd als vloeibaar aardgas (lng), vanuit de Golf van Guinee (Nigeria, Angola en Equatoriaal-Guinea).

    In de afgelopen maanden hebben verschillende Europese ambtenaren Algiers, Dakar, Abuja, Brazzaville en Luanda bezocht om de mogelijkheden voor grotere gasinvoer te onderzoeken. De Europese Commissie heeft een tripartiete overeenkomst ondertekend om de aankomst van Israëlisch gas via Egypte te verzekeren. Bovendien worden de investeringen van Europese ondernemingen in lng-projecten nieuw leven ingeblazen. Enkele voorbeelden: BP in Senegal en Mauritanië; ENI in Algerije, Egypte, Nigeria, Angola en de Republiek Congo; Equinor en Shell in Mozambique en Tanzania.

    Afrikaanse ontwikkeling

    Aardgas wordt echter niet alleen geëxporteerd, maar ook steeds meer binnen Afrikaanse landen gebruikt. Het wordt veelal gezien als een belangrijke stap richting de energietransitie, en een garantie voor ontwikkeling. Gasflessen kunnen heviger vervuilende energiebronnen als brandhout of houtskool vervangen, die nu nog op grote schaal in Afrikaanse huishoudens worden gebruikt, en die slecht zijn voor de gezondheid.

    De belangrijkste toepassing van gas – vooral in een werelddeel waar maar weinig mensen toegang hebben tot stroom – is het opwekken van elektriciteit. Hiervan wordt al gebruikgemaakt in landen als Ghana, dat weliswaar het grootste deel van zijn olie naar internationale markten exporteert, maar gas gebruikt om in elektrische energie te voorzien. Bovendien kunnen zowel de nationale als de regionale markten via pijpleidingen van aardgas worden voorzien.

    Momenteel doorkruist de West-Afrikaanse gaspijpleiding het grondgebied van Nigeria, Benin, Togo en Ghana en een andere pijpleiding verbindt Zuid-Afrika met Mozambique. Dat systeem wordt nog verder uitgebreid via verschillende projecten, zoals de Afrikaanse Renaissance-pijpleiding – een van de twee tussen Mozambique en Zuid-Afrika – en een initiatief dat de levering van gas vanuit Tanzania aan Oeganda mogelijk maakt. In Nigeria werkt men ten slotte aan de Trans-Sahara-gaspijpleiding, die reikt tot aan Algerije, en aan een leiding tussen Nigeria en Marokko. Belangrijk aan deze laatste twee pijpleidingen is dat ze kunnen worden aangesloten op de Europese gasnetwerken.

    Export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron

    Maar is dat wel mogelijk, om tegelijkertijd naar buiten toe uit te breiden en intern te optimaliseren? Zijn die twee doelen verenigbaar? Kunnen gasleveringen aan Europa worden verhoogd terwijl tegelijkertijd de Afrikaanse huishoudens en productiesector van energie worden voorzien? Hoe kunnen projecten op de buitenlandse markt worden gecombineerd met de energietransitie waar zoveel mensen in Afrika en Europa terecht om vragen?

    Sommigen zijn van mening dat al deze doelstellingen samenvallen. Hun voornaamste argument is het geloof dat groeiende Europese belangstelling zal leiden tot de investeringen die nodig zijn om de energiebronnen te exploiteren. Verder wordt beweerd dat de uitvoer van gas naar Europa Afrikaanse landen aanvullende middelen zal verschaffen om in de eigen ontwikkeling te investeren. Maar er zijn factoren die stemmen tot een minder optimistische houding.

    Risico’s van aardgas

    De energiebehoeften van Afrika zijn veel groter dan die van Europa. Hoezeer de productie en beschikbaarheid van gas op een gegeven moment ook mogen toenemen, export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron. Zo kan een soort hypotheek ontstaan, die de middellange- en langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van Afrikaanse energie en industrie in de weg staat.

    De infrastructuur die de elektriciteitsvoorziening en de levering van gasflessen aan huishoudens op het continent mogelijk maakt, is niet geschikt voor de export van gas. Waar sprake is van gasexport, ontstaan vaak zogenaamde enclave-economieën. Er zijn talrijke verhalen over mislukte ontwikkelingsprocessen die geworteld waren in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen.

    De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken

    Ook vanuit andere hoek klinken tegenargumenten, namelijk van Afrikaanse milieugroeperingen: gas is een fossiele brandstof, die bijdraagt aan klimaatverandering. Investeren in gas betekent dus dat er minder geld wordt besteed aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen. De Europese belangstelling zou bovendien van korte duur kunnen blijken, aangezien de EU ernaar streeft haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vóór 2030 drastisch te verminderen. De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken.

    Net als andere onderaardse grondstoffen leidt de aanwezigheid van gas nogal eens tot perverse, politieke situaties in landen waar het sociaal contract tussen heerser en burger op losse schroeven staat. Zo worden de opbrengsten van gasverkoop vaak ingezet om de macht en de rijkdom van machthebbers uit te breiden, en niet om openbare diensten en economische ontwikkeling te financieren.

    Het spreekt voor zich dat de stabiliteit van het sociaal contract en van staatsinstellingen in verschillende Afrikaanse landen sterk uiteenloopt. Maar externe partijen maken geen onderscheid tussen meer of minder democratische regeringen. Paradoxaal genoeg kan Europa’s streven om op het gebied van energie autonoom te worden en niet langer afhankelijk te zijn van een autocraat als Vladimir Poetin, uiteindelijk een steun zijn voor andere autocraten.

    Toekomstige dilemma’s

    Op een moment als dit, waarop iedereen onder hoogspanning staat, zullen Afrikaanse en Europese leiders weinig interesse hebben in deze redenen, die ertegen pleiten om Europa van meer Afrikaans gas te voorzien. Gelukkig neemt dit alles niet de aandacht weg van de tweede en derde strategie van het REPowerEU-plan, waarmee enige vooruitgang kan worden geboekt, namelijk energiebesparing en versnelde overgang op hernieuwbare energiebronnen.

    Ook Afrika kan een belangrijke rol spelen bij de productie van deze schone energiebronnen, zowel voor binnenlands gebruik als voor export. Maar ook dit toekomstbeeld levert dilemma’s op. We kunnen nog niet voorzien wat voor evenwicht Afrikaanse leiders vinden tussen de belangen van internationale investeerders en de behoeften van hun eigen burgers.

    Lees ook:

  • Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    De malafide, vooral in Afrika opererende Chinese businesstycoon Sam Pa leek lang ongrijpbaar, maar werd eind vorig jaar dan toch eindelijk gearresteerd. Als er niets wordt gedaan aan de schimmige netwerken waarin hij kon gedijen, zullen er gewoon 
weer anderen opstaan die zijn plaats innemen.

    Op de avond van 8 oktober 2015 werd de Chinese investeringstycoon Sam Pa door de autoriteiten opgepakt in het Sofitel van 
Beijing. Dit kan het einde betekenen van zijn bliksemsnelle, en enigszins onwaarschijnlijke opkomst van relatief onbekend figuur tot een van de invloedrijkste zakenlieden in Afrika. Volgens de berichten werd Pa die avond gearresteerd vanwege een onfrisse zakendeal in Angola met een machtige Chinese staatsoliemaatschappij, die hem torenhoge winsten had opgeleverd.

    Als voormalig spion (met een ‘voorliefde voor snelle auto’s en vrouwen’, volgens zijn vrienden) wist Pa met zijn verhaal journalisten en investeerders over de hele wereld te boeien. Van bankroete wapenhandelaar eind 
jaren negentig werd hij in minder 
dan tien jaar tijd een tycoon met een zakenimperium dat vele miljarden waard was. Het syndicaat dat hij in 2003 vormde, bekend als de Queensway Group (genoemd naar het adres van de vestiging in Hongkong), was actief in olie, mijnbouw, infrastructuur, luchtvaart, landbouw en vastgoed. Het had belangen in bedrijven over de hele wereld. Van Noord-Korea en Zimbabwe tot aan Manhattan, en op minstens vier verschillende continenten, doet justitie onderzoek naar 
de activiteiten van de groep.

    In veel opzichten opereerde Sam Pa in de 
traditie van oorlogsprofiteurs als de beruchte Russische wapenhandelaar Viktor Bout. Net als Bout vóór hem spreekt Pa verscheidene talen vloeiend, beschikte hij over verschillende paspoorten, verplaatste hij zich met zijn eigen luchtvloot en gebruikte hij minstens zeven schuilnamen. Via de wapenhandel had hij op hoog politiek niveau contacten gelegd, maar die relaties gebruikte hij vervolgens om nieuwe markten aan te boren en een indrukwekkender buit bij elkaar te plunderen. De arrestatie van Pa kan betekenen dat een van de grootste uitbuiters en meest roofzuchtige investeerders die ooit voet op Afrikaanse bodem hebben gezet, nu ten val is gekomen. Maar op de lange termijn zal dat weinig opleveren, als het systeem waaraan hij zijn enorme succes dankte niet wordt ontmanteld.

    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.
    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.

    Pa heeft machtige vrienden in Beijing, en die hebben hem voor een deel aan zijn succes geholpen. In 2004 richtte Queensway de Chinees-Angolese joint venture China Sonangol op, die uiteindelijk de belangrijkste deelname van het syndicaat zou worden. Sinopec, 
een van de grootste staatsoliemaatschappijen van China, stond in 2005 borg voor een lening van 3 miljard dollar van een groep particuliere westerse banken aan China Sonangol, waardoor Queensway een vliegende start kon maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Nog steeds zijn 
Chinese staatsbedrijven belangrijke partners in de buitenlandse ondernemingen van Queensway.

    Toch hebben die oude banden Pa uiteindelijk niet kunnen beschermen. Daarvoor heeft hij om te beginnen te vaak de controverse opgezocht. Zo ging hij in zee met twijfelachtige tussenpersonen als Roman Poetin – een neef van de Russische president Vladimir Poetin – die hem hielp een contract van 1,3 miljard dollar binnen te halen voor de bouw van een brug tussen Rusland en de Krim, slechts een paar maanden na de controversiële Russische annexatie van die Oekraïense regio.

    Pa liet vaak zijn oog vallen op landen met een grote rijkdom aan grondstoffen en een financieel wankelend of diplomatiek geïsoleerd regime. In 2008 investeerde hij honderden miljoenen dollars in de diamantsector van Zimbabwe, tijdens de crisis in de nasleep van de verkiezingen in dat land. Later sloot Queensway overeenkomsten met Guinee, Niger en Madagaskar, telkens kort na een staatsgreep in het betreffende land. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang regelde hij deals met Office 39, een Noord-Koreaans staatsagentschap dat zich met allerlei zaken bezighoudt, van vals geld tot drugssmokkel. In veel van deze landen kenmerken de projecten van Queensway zich door chronische vertragingen, mismanagement en beschuldigingen van omkoping.

    Pa opereerde in de traditie van de Russische wapenhandelaar Viktor Bout

    Enkele operaties van Pa hebben echter de grens tussen ‘moreel twijfelachtig’ en ‘zonder twijfel illegaal’ overschreden. In 2011 schreef de Britse journalist Jon Swain over Pa’s betrokkenheid bij het smokkelen van diamanten uit Zimbabwe en wapenleveranties aan Ivoorkust, in strijd met het geldende embargo. In 2013 onthulden rechtbankverslagen dat zijn bedrijven in het geheim diplomaten in Noord-Korea en Mozambique betaalden, en in de vervolgonderzoeken rees de verdenking dat hij in verschillende landen, waaronder Nigeria, hooggeplaatste functionarissen had omgekocht om lucratieve olieconcessies te verkrijgen. In april 2014 vaardigde het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties uit tegen Pa wegens zijn steun aan de geheime politie van Zimbabwe, die synoniem is geworden met door de staat gesanctioneerd geweld.

    Achterkamertjesdeals

    Ook Chinese diplomaten hebben jarenlang kritiek geleverd op Queensway. 
Zij gaven geregeld een verklaring uit waarin Beijing zich distantieerde van de activiteiten van Queensway, en ze waarschuwden bedrijven en buitenlandse overheden om geen zaken te doen met Pa. Maar woorden kosten niets. Critici (onder wie ikzelf) hebben betoogd dat al zolang de Queensway Group bestaat, de Chinese overheid niets heeft gedaan om de leiders van het syndicaat voor hun roofzuchtige praktijken te straffen, en dat China vaak van Pa’s activiteiten heeft geprofiteerd. Pa kon jarenlang relaties blijven onderhouden met hoge functionarissen en staatsondernemingen, ondanks de beschuldigingen van de diplomaten en de justitiële onderzoeken die telkens op niets uitliepen. Om zich tegen dit soort critici te weren had Queensway echter deels de bescherming van deze invloedrijke figuren in Beijing nodig, en dat maakte het syndicaat kwetsbaar voor veranderingen in het Chinese politieke landschap.

    Kennelijk begreep Pa dat zijn dagen waren geteld. Ondanks zijn enorme succes bleef hij, volgens medewerkers, met een enorme drang doorwerken. 
In een speech in 2014 noemde Sun Hengchao, een vriend van Pa en het hoofd van de Universiteit van Yinchuan, hem ‘de verpersoonlijking van de ondernemersgeest’. Hij kon zich dure huizen en gebouwen veroorloven, zei Sun, maar had nauwelijks tijd om daarin door te brengen. ‘In feite woonde hij het grootste deel van zijn tijd aan boord van een vliegtuig,’ voegde hij eraan toe. Als hij moe was na een drukke dag, stapte hij het vliegtuig in en ging slapen. Zodra hij was geland ging hij weer aan het werk. Sun vertelde hoe hij zijn rondreizende vriend een keer had gevraagd hoe die dit schema volhield. Pa’s antwoord verraste Sun: ‘Meneer Sun, ik ben de vijftig gepasseerd. Hoeveel tijd heb ik nog te verspillen?’

    Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats

    Achteraf gezien lijkt het duidelijk dat Pa een groot deel van zijn tijd en energie heeft besteed aan het verhullen van zijn activiteiten via achterkamertjesdeals met gelijkgestemde kleptocraten, en het opzoeken van mazen in de wet. Dit is geen geringe taak, als je bedenkt hoe omvangrijk zijn operaties waren.

    Maar het businessmodel van Queensway bood Pa kansen genoeg om zijn sporen uit te wissen. Pa had de gewoonte om onderhandelingen over zakendeals achter gesloten deuren te voeren, en de contracten die zo tot stand kwamen werden zelden openbaar gemaakt. Bovendien zijn in veel van de landen waar Queensway opereert de toezichthoudende instanties zwak en zijn de burgers en de pers monddood gemaakt, wat betekent dat de activiteiten van het syndicaat zelden kritisch door de overheid onder de loep worden genomen.

    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH
    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH

    Het team advocaten en accountants van Queensway deed er alles aan om te zorgen dat Pa’s schuilnamen nergens in de officiële stukken van het bedrijf opdoken. In de loop der tijd werd de bedrijfsstructuur van Queensway steeds complexer. Op een bepaald moment werden de operaties in de diamantsector van Zimbabwe aangestuurd via de in Hongkong gevestigde dochtermaatschappij van een Singaporese firma, die op haar beurt eigendom was van een reeks brievenbusmaatschappijen op de Britse Maagdeneilanden. Wie uiteindelijk 
de eigenaren van deze firma’s waren, blijft een raadsel.

    Wie probeert de bedrijfsstructuur van Queensway in kaart te brengen gaat het al snel duizelen. Dankzij die ondoorzichtigheid konden vertegenwoordigers van China Sonangol en China International Fund – de vlaggenschepen van Queensway die zich met allerlei zaken bezighielden, van oliehandel tot vastgoedontwikkeling – hun banden met Sam Pa ontkennen 
en beweren dat hij alleen als adviseur optrad. Het gebrek aan transparantie belemmert ook onderzoekers en regelgevers die zich in de activiteiten van Queensway willen verdiepen.

    Dubieuze rol banken

    Queensway profiteerde ook van de zwakke moraal bij banken. Banken zijn wettelijk verplicht om ‘hun klanten te kennen’, maar het is bekend dat veel financiële instellingen toch zaken doen met firma’s die de identiteit van hun uiteindelijke gerechtigden verbergen. China Sonangol heeft leningen van vele miljarden losgekregen en had rekeningen lopen bij gevestigde banken. Zo konden Pa en zijn collega’s makkelijk geld laten circuleren. Queensway bezit nu voor miljarden dollars aan vastgoed over de hele wereld, waaronder het historische hoofdkwartier van J.P. Morgan in Manhattan, dat het in bezit heeft via een brievenbusmaatschappij in Delaware.

    Nu heeft Sam Pa misschien zijn eindstation bereikt. De man die bekendstaat als een van de sluwste ondernemers in politiek onstabiele en explosieve landen over de hele wereld, is slachtoffer geworden van de politieke onrust in zijn eigen land. Een van de belangrijkste kenmerken van het beleid van president Xi Jinping is de corruptiebestrijding, 
op een schaal die in het moderne China ongekend is.

    Xi heeft gezworen dat hij zowel op de tijgers (corrupte hoge functionarissen) als op de vliegen (kleine crimineeltjes) zou jagen, maar in de ogen van velen is de anticorruptiecampagne voornamelijk gericht tegen zijn politieke tegenstanders. Pa was ooit een meester in het guanxi, het onderhouden van persoonlijke netwerken met mensen van invloed, maar nu zouden zijn relaties met de verkeerde Chinese elites wel eens de doorslaggevende factor kunnen worden bij zijn val.

    De dag voordat Pa werd gearresteerd meldden partijfunctionarissen dat Su Shulin, gouverneur van de provincie Fujian en voormalig hoofd van de 
Sinopec Group, wordt verdacht van ‘ernstige overtredingen’. Pa en Su h
ebben nauw samengewerkt bij zakendeals in Angola en naar verluidt is er een verband tussen de arrestatie van Pa en het onderzoek naar Su. Sinopec heeft een gigantisch verlies geleden op zijn samenwerking met China Sonangol, maar Pa en zijn compagnons hadden er weinig geld ingestoken en hielden er een fortuin aan over: een honorarium van 51 miljoen dollar voor alleen het papierwerk rond het verwerven van vijf oliekavels, en een creditcard van het bedrijf waarmee Pa in de loop van verscheidene jaren 7,5 miljoen 
dollar heeft uitgegeven.

    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH
    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH

    Met Su heeft Xi misschien een tijger gestrikt. Met Pa heeft hij de Heer van de Vliegen te pakken. Pa mag dan in de Chinese binnenlandse politiek een onbeduidende speler zijn, hij is buitengewoon invloedrijk in een aantal van de buitenlandse kleptocratieën die hij heeft helpen opkomen. Maar zijn arrestatie zal nauwelijks betekenen 
dat het recht zijn loop krijgt.

    Een van de dingen die dat lastig maken is dat China de vervolging van corruptie buiten het rechtssysteem om uitvoert. De Centrale Commissie voor Discipline Inspectie, het orgaan van de Communistische Partij dat het onderzoek naar Pa doet, is een geheim instituut, dat volgens critici ‘een grove vorm van 
partijjustitie bedrijft, vaak op basis van politieke motieven’. Als Pa op die manier wordt vervolgd, zal dat hoogstwaarschijnlijk geen eerlijk proces opleveren, omdat hij en de slachtoffers van zijn vuile zaakjes niet de gerechtigheid krijgen die ze verdienen. Als Pa ten voorbeeld wordt gesteld, zullen bepaalde functionarissen wel twee keer nadenken voor ze zich inlaten met omkoping, maar het feit dat de zuivering politiek gemotiveerd is kan de afschrikwekkende werking van dat voorbeeld ondermijnen, vooral voor Xi’s bondgenoten.

    De Chinese overheid deed lang niets om de leiders van het syndicaat te straffen

    Maar belangrijker is nog dat Pa’s val niet een teken is dat het businessmodel van Queensway heeft gefaald. De structurele misstanden en de mazen in het systeem die het succes van Pa en van de Queensway Group om te beginnen mogelijk hebben gemaakt, blijven intact. Roofinvesteerders als Sam Pa en Viktor Bout kunnen nog steeds hun bedrijf verankeren in een juridisch klimaat dat zich niet druk maakt over het gedrag van dat bedrijf in het buitenland; ze kunnen ondernemingen oprichten zonder hun identiteit te onthullen en hun pijlen richten op regimes met zwakke toezichtstructuren en met leiders die het belangrijker 
vinden om zichzelf te verrijken dan 
om hun burgers te dienen.

    Voor echte vooruitgang in de strijd tegen corruptie in de publieke sector – in China of waar ook ter wereld – is veel meer nodig dan het verwijderen van mensen zoals Pa, die deze misdaden begaan. De hoeksteen van elke strijd tegen corruptie moet zijn dat het illegale spelers onmogelijk wordt gemaakt om in het duister te opereren. Dat betekent dat staatsondernemingen 
en overheidsbudgetten transparant moeten zijn en dat burgers en de pers in staat moeten zijn om als waakhond te dienen. Om zeker te stellen dat 
anticorruptiecampagnes legitiem en toekomstbestendig zijn, moeten functionarissen die verdacht worden van corruptie berecht worden volgens 
formele en transparante juridische procedures, niet door ad-hoctribunalen met een politiek doel. Helaas lijken China en veel andere landen waar Pa heeft geopereerd de tegenovergestelde richting uit te gaan.

    Transparantie

    Toch kunnen hervormingsgezinde 
landen veel doen om die transparante manier van zakendoen te bevorderen. In de eerste plaats kunnen ze anonieme brievenbusmaatschappijen verbieden. Elk land zou een openbaar register moeten bijhouden van alle bedrijven die binnen zijn grondgebied geregistreerd staan. Zo’n register moet informatie bevatten over elk individu dat een substantieel belang in een bedrijf heeft, waaronder zijn naam, geboortedatum, huisadres, nationaliteit en contactinformatie. Het zou illegaal moeten zijn om deze informatie te vervalsen, en bankiers die geldhandelingen uitvoeren voor anonieme investeerders zouden strafrechtelijk moeten worden vervolgd.

    De Britse premier David Cameron heeft het voortouw genomen in het bepleiten van deze hervormingen. Daarbij heeft hij toegezegd een openbaar register van Britse bedrijven te zullen instellen, en gezworen dat hij achter ‘smerig geld’ aan zou gaan dat nu in de vastgoedmarkt van het land is gestoken. Maar machtige belangengroepen verzetten zich tegen wetgeving die de transparantie van rechthebbenden zou vergroten, en veel landen en Britse overzeese gebiedsdelen weigeren mee te doen met de hervormingen.

    Toen ik over Pa’s arrestatie hoorde, belde ik de collega die me zeven jaar geleden had aangeraden om onderzoek naar Pa te doen. ‘Sams dagen zijn altijd al geteld geweest,’ zei hij tegen me. ‘Als het niet deze keer misgaat, dan wel een andere keer. Met mannen als hij loopt het meestal verkeerd af.’ De val van Pa is altijd onvermijdelijk geweest, maar dankzij een verrot systeem kunnen mensen als hij telkens opnieuw opduiken. ‘In de wereld van vandaag kun 
je elke poging om een eind te maken aan illegale activiteiten – of dat nu wapenhandel door Viktor Bout of door iemand anders is – zien als het tweede werk van Hercules’, schreven Dough Farah en Stephen Braun in 2006 in het blad Foreign Policy. ‘Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats.’

    Auteur: J.R. Mailey
    Vertaler: Annemie de Vries

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org
    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.