Tag: ar19

  • Weg met dat malle idee van mannelijkheid

    Weg met dat malle idee van mannelijkheid

    Mannen zijn sterk, beheerst en gewelddadig, zo wil het cliché. Als ze zich misdragen komt dat omdat ze niet anders kunnen. Maar in werkelijkheid ligt dit soort gedrag helemaal niet vast, betoogt journalist Collier Meyerson. ‘Laten we die hele categorie onaangename mannelijke eigenschappen gewoon weggooien.’

    Keuze uit het archief

    Uit een recente opiniepeiling van EenVandaag blijkt dat mannen vinden dat ze het zwaarder hebben dan vrouwen in Nederland. Volgens veel van de ondervraagde mannen staat mannelijkheid in een kwaad daglicht door maatschappelijke tendensen als discussies over ongelijkheid en #MeToo. Journalist Collier Meyerson betoogt in dit artikel in The Nation juist dat mensen (en vooral mannen) niet zo vast moeten houden aan een stereotiep beeld van mannen.

    Ik durf er een lieve duit om te verwedden dat mijn vader negentig procent van alle Oscar-genomineerde films van dit jaar heeft gezien. En ik weet ook vrij zeker dat hij bij al die films heeft gehuild. Hij geneert zich niet voor zijn tranen bij films, tv-programma’s of commercials. Hij is een watje, en daar is hij trots op. Of het kan hem in ieder geval niet schelen.

    Lichamelijk is mijn vader sterk; hij tennist veel. Maar hij is erg mager. Zelf noemt hij zijn benen spillepoten, en hij zegt dat die niet menselijk zijn, eerder op kippenpoten lijken (en dat is ook zo). Mijn vader is de liefheid zelve, hij staat altijd achter me, wil graag al mijn problemen aanhoren en toont voortdurend zijn genegenheid. ‘Poppi’ stuurt me drie keer per dag een tekstbericht om te zeggen dat hij van me houdt en trots op me is. Net nog, terwijl ik deze alinea optikte, kreeg ik een berichtje van hem: ‘Ik hou oneindig keer oneindig veel van je, meer dan wie dan ook in alle sterrenstelsels en daarbuiten, tot in de eeuwigheid.’ En telkens als ik een artikel heb geschreven, stuurt hij daarover een e-mail aan al zijn vrienden, onze familieleden, zijn collega’s, mijn vrienden en ook, op de een of andere manier, aan mijn collega’s. Deze kant van mijn poppi past niet bepaald bij wat in ons land over het algemeen ‘masculien’ heet, dat meestal staat voor sterk, beheerst en gewelddadig.

    ‘Ziekte die mannelijkheid heet’

    Maar in andere opzichten is mijn softe vader behoorlijk ‘masculien’. Hij kan heel woest worden, al neemt dat met het ouder worden wel wat af. Ik weet nog zei hij een beetje schaapachtig dat hij gefrustreerd was geweest na een telefoontje of een gesprek met een klant, rechter of advocaat van de tegenpartij. Ook houdt mijn poppi er niet van als je het niet met hem eens bent – nou ja, dat is niet zo vreemd, zelf hou ik daar ook niet van. Maar hij blijft je voortdurend in de rede vallen en je zijn standpunt opdringen, en maakt het je onmogelijk om je eigen gedachtegang af te maken. Vroeger, wanneer hij naar voetbal op tv keek, kon ik hem in het hele huis tegen de tv horen brullen: ‘O, kom op nou, jij (puntje puntje puntje)’, op een toon waar ik van schrok. Tegenwoordig blijf ik uit de buurt van zijn kamer wanneer hij naar sport kijkt – en ik denk dat mijn moeder om dezelfde reden een eigen tv in de keuken heeft.

    Als je dit leest, vind je mijn vaders minder prettige gedrag misschien vrij normaal voor een witte heteroman, en daar heb je gelijk in. (Ik kan het weten, ik heb met heel wat heteromannen een relatie gehad.) Maar altijd als ik mijn vader en de meeste andere heteromannen in mijn nabije omgeving probeer aan te spreken op hun vrouwenhaat, zijn hun antwoorden voor mij steeds weer een heuse schok, en geen plezierige. Wanneer ik zeg dat hun onaangename eigenschappen – tegen muren slaan, vrouwen overschreeuwen, tegen een sportwedstrijd brullen op een toon die je zou moeten bewaren voor een confrontatie met een moordenaar – voortkomen uit ‘de ziekte die mannelijkheid heet’, om [activiste en feministe] bell hooks te citeren, kijken ze me altijd bevreemd en boos aan.

    © Getty
    © Getty

    Comedian Michael Ian Black schreef onlangs in The New York Times een boeiend en eerlijk stuk, onder de titel ‘The Boys Are Not All Right’. Naar aanleiding van de Parkland-schietpartij die het leven kostte aan zeventien leerlingen en leerkrachten, erkende hij dat ‘niet meisjes de trekker overhalen. Het zijn jongens. Het zijn bijna altijd jongens.’ Black pleitte ervoor dat we vraagtekens plaatsen bij wat het betekent om jongen en man te zijn in de Verenigde Staten.

    Vroeger betekende man-zijn niet grof of gewelddadig gedrag vertonen, maar een beschaafd karakter hebben en het huwelijk uitstellen om vermogen te vergaren

    Volgens Bederman begonnen tussen 1820 en 1860 steeds meer mannen zichzelf als middenklasse te beschouwen: ondernemers, professionals en managers. En de nieuwe scheidslijnen brachten voor mannen belangrijke nieuwe ideeën mee over de mannelijke identiteit, waarbij het vooral ging om hoffelijkheid. In die periode betekende man-zijn niet grof of gewelddadig gedrag vertonen, maar een beschaafd karakter hebben en het huwelijk uitstellen om vermogen te vergaren. En vervolgens hoorde een man dan zijn vrouw, zijn kinderen of zijn werknemers een goed leven te bieden.

    Excuus om te overheersen

    De nieuwe Amerikaanse definitie van masculiniteit werd in de twintigste eeuw in steen gebeiteld. Zwarte mannen kregen wel het recht om te stemmen, maar onder de Jim Crow-wetten, die tot ver in de twintigste eeuw golden, bleven ze ondergeschikt aan witte mannen, die de economische mogelijk-heden van zwarte mannen beperkten en hen vaak afschilderden als ongeremde verkrachters. Van de vroege westerns tot de actiefilms die we vandaag de dag bekijken – vrijwel altijd werden heteromannen gecast als hoofdrolspelers; wapens werden een ritueel en het speelgoed van jonge witte mannen in ons land. En masculiniteit werd een verzonnen excuus om te overheersen.

    In zijn essay schrijft Michael Ian Black: ‘Ik geloof in jongens. Ik geloof in mijn zoon. Maar soms zie ik hem, zestien jaar oud, zijn frustratie wegslikken, zijn zorgen wegstoppen, de trap op stampen zonder tegen ons te zeggen wat er aan de hand is, en dan wil ik hem laten zien hoe het eruitziet om kwetsbaar en open te zijn, maar ik kan het niet. Omdat ik zelf ook ooit een jongen was.’

    Dat Black zijn zoon niet kan laten zien hoe kwetsbaarheid eruitziet, komt niet doordat hij daar biologisch niet toe in staat is. Die blokkade is gevormd door gewoonte, cultuur en een Amerikaanse geschiedenis die is gegrondvest op witte mannelijke overheersing. Wie zegt dat we daaraan vast moeten houden? Pas als we inzien dat genderidentificatie te veranderen, te kneden en zelfs weg te gooien valt, kunnen we beginnen de jongens ‘all right’ te maken.