Tag: arabieren

  • Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    » Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    Jaarlijkse mars leidt opnieuw tot schermutselingen

    Ongeveer 50.000 Israëliërs verzamelden zich donderdag in Jeruzalem voor de jaarlijkse vlaggenmars op Jom Jeroesjalajiem, oftewel Jeruzalemdag. ‘De politie was de hele dag in touw om schermutselingen tussen Joden, Arabieren en journalisten op te breken’, schrijft The Jerusalem Post.

    ‘De mars volgde zijn traditionele route, beginnend vanuit het stadscentrum (…) en splitste daarna in tweeën, waarbij de mannen verder liepen door de Damascuspoort en de Moslimwijk en de vrouwen door de Jaffapoort gingen, waarna de twee groepen weer samenkwamen’, aldus de krant. Journalisten die verslag deden van de vlaggenmars werden donderdagmiddag bij de Damascuspoort aangevallen door de rechtse betogers die aan de mars deelnamen, waarbij ‘de deelnemers hen uitscholden en met verschillende voorwerpen sloegen’, aldus het artikel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een aantal betogers met Israëlische vlaggen begaf zich in de aanloop naar de vlaggenmars naar de Damascuspoort, waar schermutselingen plaatsvonden tussen Joden, Arabieren en de politie. Ook op andere plaatsen in de Moslimwijk van de Oude Stad werden schermutselingen tussen Joden en Arabieren gemeld.

    Tijdens Jom Jeroesjalajiem wordt gevierd dat Oost-Jeruzalem inclusief de Oude Stad na de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Israëlische handen viel. Elk jaar vinden tijdens de mars gevechten plaatst als de nationalistische Joodse deelnemers door het Palestijnse deel van het oude stadscentrum trekken.

    Lees ook:

  • Hoe de islamitische architectuur Europa veroverde

    Hoe de islamitische architectuur Europa veroverde

    De Notre-Dame in Parijs, de Big Ben in Londen en de San-Marco-basiliek in Venetië gelden als bakens van de westerse, Europese beschaving. Maar volgens een spraakmakend nieuw boek is het ontwerp – de dubbele torens, de roosvensters, de koepelgewelven – gekopieerd uit de islamitische wereld.

    Keuze uit het archief

    Op 15 april 2019, afgelopen dinsdag zes jaar geleden, zag de wereld met lede ogen aan hoe de Notre-Dame in Parijs in lichterlaaie stond. Door de brand stortten een toren en een deel van het dak in. Inmiddels is de schade hersteld en is de kathedraal weer geopend voor het publiek.
    Hoewel de Notre-Dame altijd als rooms-katholiek kerkgebouw in gebruik is geweest en als een staaltje westerse architectuur wordt beschouwd, gaat het ontwerp ervan terug op de islamitische cultuur. Dat schrijft Midden-Oosten-expert Diana Darke in haar boek Stealing from the Saracens. In dit artikel van The Guardian vertelt ze hoe de Arabische cultuur Europa heeft gestempeld en hoe het komt dat veel Europeanen dit helemaal niet weten.

    Toen de Notre-Dame vorig jaar in vlammen was gehuld, betreurden velen het verlies van deze baken van westerse beschaving. De kathedraal, het ultieme symbool van de Franse culturele identiteit en het hart van de natie, dreigde in rook op te gaan. Maar Midden-Oosten-expert Diana Darke zag het anders. Zij wist dat de herkomst van het majestueuze gotische bouwwerk niet alleen kan worden teruggevoerd op de annalen van de Europese christelijke geschiedenis, maar is te vinden in de bergachtige woestijn van Syrië. In een dorpje iets ten westen van Aleppo, om precies te zijn.

    ‘Het architectonische ontwerp van de Notre-Dame is net als dat van alle andere gotische kathedralen in Europa rechtstreeks ontleend aan de vijfde-eeuwse Kalb Lose-kerk uit Syrië,’ twitterde Darke op de ochtend van 16 april, toen het stof van de brand nog overal in Parijs neerdaalde. ‘Kruisvaarders namen het idee van de dubbele torens in de twaalfde eeuw mee naar Europa.’

    Boven: De Notre-Dame in Parijs. © Hannah Reding / Unsplash Onder: De overblijfselen van de Kalb Lose-kerk in Syrië met twee torens aan de voorzijde. Deze vroegchristelijke kerk vormde de inspiratie voor de Notre-Dame. © Bertramz / Wikipedia
    Boven: De Notre-Dame in Parijs. © Hannah Reding / Unsplash Onder: De overblijfselen van de Kalb Lose-kerk in Syrië met twee torens aan de voorzijde. Deze vroegchristelijke kerk vormde de inspiratie voor de Notre-Dame. © Bertramz / Wikipedia

    Niet alleen stammen de dubbele torens en het roosvenster uit het Midden-Oosten, schreef Darke, dat geldt ook voor de ribgewelven, spitsbogen en zelfs de receptuur voor gebrandschilderd glas. De gotische architectuur zoals wij die kennen heeft veel meer aan het Arabische en islamitische erfgoed te danken dan aan plunderende Goten. ‘Ik was verbijsterd door die reactie,’ zegt Darke. ‘Ik dacht dat veel meer mensen daarvan op de hoogte waren, maar er lijkt sprake van grote onwetendheid over de geschiedenis van culturele toe-eigening. Tegen de achtergrond van de toenemende islamofobie leek het me goed om te vertellen hoe de vork in de steel zit.’

    En dat doet ze nu met Stealing from the Saracens, een verkwikkend, grondig boek dat licht werpt op een eeuwenlange geschiedenis van ontlening. Ze volgt het spoor van belangrijke Europese gebouwen – van het Britse parlementsgebouw, Westminster Abbey en de kathedraal van Chartres tot aan de San Marco-basiliek in Venetië – terug naar hun Midden-Oosterse voorlopers. Het gaat zowel over politieke macht, rijkdom en trends als over religieuze overtuigingen, met verhalen over plunderende kruisvaarders, modebewuste bisschoppen en bereisde kooplui die nieuwe stijlen en technieken ontdekten en ze mee naar huis namen. ‘Tegenwoordig kennen we het onderscheid tussen Oost en West,’ zegt Darke. ‘Maar dat bestond toen nog helemaal niet. Overal vond culturele uitwisseling plaats, vooral van het oosten naar het westen. Er ging maar heel weinig de andere kant op.’

    Spitsbogen en ribgewelven

    Omdat ze zo veel voorkomen in de grote kathedralen van Europa, zou je zomaar kunnen denken dat spitsbogen en ribgewelven oorspronkelijk uit de christelijke cultuur komen. Maar de eerste gaan terug op een zevende-eeuwse islamitische graftombe in Jeruzalem, terwijl de laatste voor het eerst werden gebruikt in een moskee uit de tiende eeuw in Andalusië, in Spanje. Dat eerste bekende voorbeeld van een ribgewelf bestaat nog steeds.

    Bezoekers van de Mezquita in Córdoba vergapen zich nog elke dag aan de talloze, elkaar overlappende bogen in dit meesterwerk van toegepaste geometrie en decoratief bouwen, dat in zijn duizendjarige bestaan nooit gerestaureerd hoefde te worden. De gewelfde maqsura – het deel van de moskee dat voor de kalief gereserveerd was – werd zo ontworpen dat die een heilige gloed over de geestelijk leider wierp. De officiële toeristenfolder vertelt echter weinig over de islamitische oorsprong van het gebouw, misschien wel omdat het al sinds 1236 in gebruik is als katholieke kerk.

    De spitsboog was een praktische oplossing voor een probleem waar de steenhouwers die werkten aan de Rotskoepel in Jeruzalem mee te maken kregen. Deze moskee, een van de belangrijkste heiligdommen uit de islamitische wereld, werd in het jaar 691 gebouwd door de heerser over het eerste islamitische rijk.

    Het interieur van de Mezquita in Córdoba. Het gebouw was oorspronkelijk een moskee, maar is al eeuwenlang in gebruik als kathedraal. – Ingo Mehling / Wikipedia
    Het interieur van de Mezquita in Córdoba. Het gebouw was oorspronkelijk een moskee, maar is al eeuwenlang in gebruik als kathedraal. – Ingo Mehling / Wikipedia

    Het was een uitdaging om een buitengalerij met ronde bogen gelijk te laten lijnen met een kleinere binnengalerij en tegelijkertijd het plafond ertussen horizontaal te houden. Daartoe moesten de steenhouwers de bogen van de binnengalerij versmallen, zodat ze zich genoodzaakt zagen er spitsbogen van te maken. Een andere wereldwijde primeur is hoog in het heiligdom te vinden: aan de binnenkant van de koepel loopt een galerij van drielobbogen, waar daarna praktisch elke Europese kathedraal mee werd uitgerust, omdat het boogtype onmiddellijk werd geadopteerd als symbool van de heilige drie-eenheid.

    ‘Het valt me telkens weer op,’ zegt Darke, ‘dat het feit dat we zo veel dingen als typisch westers en Europees beschouwen, berust op onbekendheid met veel oudere islamitische bouwvormen en een verkeerde interpretatie daarvan.’ Ze legt uit dat de enorme invloed van de Rotskoepel te danken was aan middeleeuwse kruisvaarders, die het gebouw ten onrechte voor de tempel van Salomo aanzagen. Ze gebruikten het gewelfde, ronde ontwerp van het heiligdom, waarvan ze dachten dat het christelijk was, als voorbeeld voor tempelierskerken, zoals de Temple Church in de Londense City.

    Ze namen zelfs het decoratieve Arabische opschrift over, dat christenen verguist omdat ze in de drie-eenheid geloven in plaats van in de ene god. Zulke pseudo-Koefische kalligrafie sierde vervolgens het metselwerk van Franse kathedralen en de zomen van rijk versierde stoffen, zonder dat ook maar iemand enig idee had wat die precies betekende.

    Uienkoepel

    De verwarring werd alleen nog maar verergerd door de eerste gedrukte kaart van Jeruzalem, die in 1486 werd uitgegeven in het Duitse Mainz. Niet alleen wordt de Rotskoepel daarop ten onrechte aangeduid als ‘Tempel van Salomo’, het gebouw wordt ook verkeerd afgebeeld, namelijk met een uienkoepel, een oriëntaalse fantasie die ontsproot aan het brein van de Nederlandse houtsnijwerker Erhard Reuwich.

    Het boek waar de kaart deel van uitmaakte werd een bestseller. Het werd dertien keer herdrukt en in vele talen vertaald, waardoor uivormige kerkkoepels zich in de zestiende eeuw over heel Europa verspreidden. Het is een verhaal over verkeerde voorstellingen en de onbedoelde gevolgen ervan – perfect materiaal voor een Monty Python-sketch.

    Het viel niet altijd mee om islamitische motieven mee te nemen naar het Westen. De spitsboog kwam daar pas na veel omwegen terecht. Darke reconstrueert dat de boog eerst in Caïro opdook, waar hij tijdens het kalifaat van de Abbasiden nog spitser werd, om er door kooplui uit de rijke Italiaanse havenstad Amalfi te worden bewonderd. Zij verwerkten de ontdekkingen die ze op hun reizen deden in hun eclectische basiliek uit de tiende eeuw. Dat exotische gebouw trok weer de aandacht van abt Desiderius van Benevento, die Amalfi in 1065 aandeed toen hij op zoek was naar zeldzame kostbaarheden. Desiderius besloot het ontwerp van de boog te gebruiken voor zijn abdij van Monte Cassino. De ramen werden vervolgens gekopieerd in het benedictijner klooster van het Franse Cluny, dat destijds over de grootste kerk ter wereld beschikte.

    1. De San Marco-basiliek in Venetië. © Zairon / Wikipedia; 2. De Rotskoepel in Jeruzalem. © Mor Shani / Unsplash
    1. De San Marco-basiliek in Venetië. © Zairon / Wikipedia; 2. De Rotskoepel in Jeruzalem. © Mor Shani / Unsplash

    Het beviel abt Suger, raadsman van de koningen Lodewijk VI en Lodewijk VII, dat de ramen meer licht binnenlieten, en daarom paste hij hetzelfde ontwerp meteen toe in de kathedraal van Saint-Denis in Parijs. De kathedraal, die wel wordt beschouwd als het eerste volledig gotische gebouw, werd voltooid in 1144, waarna de architect meewerkte aan de Notre-Dame. ‘Ze kopieerden het gewoon allemaal van elkaar,’ zegt Darke. ‘Het waren de machtigste kerken van Europa, dus de stijl sloeg overal aan, zoals dat gaat met modes. Als de machtigen der aarde iets hebben, wil iedereen het.’

    De lijst is nog veel langer. Zo zijn er bijvoorbeeld de vroege vierkante minaretten, zoals die te vinden zijn op de Grote Moskee van Damascus, waarvan het bovenste gedeelte spits toeloopt en wordt bekroond met een bolvormige pinakel. Ze vormden de inspiratie voor beroemde Italiaanse torens, zoals die van het Palazzo Vecchio in Florence en de Campanile van Venetië, waarna eeuwenlang vergelijkbare kerktorens werden gebouwd.

    1. De Big Ben in Londen. – Henry / Unsplash; 2. De inmiddels verwoeste minaret van de Grote Moskee in Aleppo. – © Bernard Gagnon / Wikipedia
    1. De Big Ben in Londen. – Henry / Unsplash; 2. De inmiddels verwoeste minaret van de Grote Moskee in Aleppo. – © Bernard Gagnon / Wikipedia

    Voortbordurend op onderzoek van architectuurhistoricus Deborah Howard laat Darke zien dat Venetië eerder Arabisch is dan Europees, van de smalle, kronkelende straatjes en de huizen met binnenplaats en dakterras tot de islamitische versieringen van het Dogenpaleis (gebaseerd op de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem) en de uienkoepel van de San Marco.

    Ze zijn allemaal het resultaat van de reizen die Venetiaanse kooplui maakten naar Egypte, Syrië, Palestina en Perzië. De invloed daarvan strekte zich zelfs uit tot de mode: Venetiaanse vrouwen hulden zich in het openbaar in sluiers en gingen van top tot teen gekleed in het zwart. ‘Ze tonen hun gelaat voor geen goud,’ aldus het commentaar van een vijftiende-eeuwse bron. ‘Ze zijn zo verhuld dat ik niet begrijp hoe ze zich over straat kunnen begeven.’

    Het interieur van de Temple Church in Londen. De vele bogen en gewelven zijn geïnspireerd op islamitische architectuur. – © Virtute Petens / Wikipedia
    Het interieur van de Temple Church in Londen. De vele bogen en gewelven zijn geïnspireerd op islamitische architectuur. – © Virtute Petens / Wikipedia

    Het boek van Darke verschijnt in een beladen tijd waarin de zogenaamd westerse architectuur door rechtse nationalistische groeperingen wordt aangegrepen om hun geïdealiseerde visie van een ‘zuivere’ Europese identiteit kracht bij te zetten.

    Talloze socialmedia-accounts verspreiden tegenwoordig boodschappen over witte superioriteit, vermomd als liefde voor het eigen erfgoed, terwijl vergelijkbare sentimenten sinds kort doorklinken in overheidspublicaties van bepaalde landen. Het boek maakt op een welsprekende manier korte metten met zulke kortzichtige, verkapte propaganda en laat zien dat de monumenten die zo door alt-right worden vereerd geworteld zijn in juist die cultuur waar ze zo weinig van moet hebben.

    Die onwetendheid heerst alom, en misschien is het meest verrassende aan Stealing from the Saracens wel dat de lezer van nu zich helemaal niet over die oosterse invloeden zou moeten verbazen. In het boek haalt Darke telkens weer de woorden aan van de Engelse architect Christopher Wren (1632-1723), die zich heel goed bewust was van de Midden-Oosterse oorsprong van de gotische architectuur en van de bouwtechnieken die hij gebruikte voor zijn beroemde St. Paul’s Cathedral.

    'Stealing from the Saracens: How Islamic Architecture Shaped Europe' van Diana Darke is uitgekomen op 20 augustus. Diana Darke is arabist en cultuurkenner, ze woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Midden Oosten.
    ‘Stealing from the Saracens: How Islamic Architecture Shaped Europe’ van Diana Darke is uitgekomen op 20 augustus. Diana Darke is arabist en cultuurkenner, ze woont en werkt al meer dan dertig jaar in het Midden Oosten.

    ‘De hedendaagse gotiek,’ schreef Wren begin achttiende eeuw, ‘kenmerkt zich door lichtheid, doordat haar hoge bouwsels zo gedurfd zijn, door de fijnzinnigheid, de overdaad en de extravagantie van de ornamenten. Dergelijke hoge gebouwen staan niet toe dat de zware Goten als hun bedenker worden aangemerkt.’ In plaats daarvan, besloot hij, ‘moeten alle kenmerken van de nieuwe architectuur uitsluitend worden toegeschreven aan de Moren, of – wat hetzelfde is – aan de Arabieren of Saracenen.’

    De ironie schuilt in die laatste naam. In de tijd van Wren was ‘Saracenen’ een scheldwoord voor Arabische moslims, waartegen de kruisvaarders immers hun ‘heilige oorlog’ hadden gestreden. Het stamt van het Arabische woord saraqa, dat ‘stelen’ betekent, omdat de Saracenen werden beschouwd als plunderaars en dieven. En dat terwijl de kruisvaarders plunderend door Europa, Jeruzalem en Constantinopel trokken en onderweg de wonderen van de islamitische architectuur stalen, intussen de herkomst van hun buit verdoezelend.

  • Golftoeristen overspoelen Sarajevo

    Golftoeristen overspoelen Sarajevo

    De Bosnische hoofdstad Sarajevo en omgeving zijn erg in trek bij toeristen uit de Golfstaten, die ook veel onroerend goed opkopen. Daar is niet iedereen blij mee.

    ‘Naar Ilidza, alstublieft.’

    ‘U bedoelt Koeweit City?’ grapt Mustafa, een taxichauffeur uit Sarajevo. ‘Het is niet goed wat er gebeurt. Niemand houdt die lui tegen. De politici laten ze hun gang maar gaan. Begrijp me goed, ik ben moslim en ik heb niks tegen de Arabieren die hier komen, maar je moet de boel wel in de hand houden,’ voegt hij eraan toe, zonder zijn woede te verbergen over de laksheid van de Bosnische autoriteiten, die Arabieren uit de Perzische Golf grootscheeps laten investeren in onroerend goed in Bosnië en Herzegovina.

    ‘Ik ben accordeonist. Op een avond speelde ik met vrienden in een café in Sarajevo, we vierden feest. Toen kwam er een man met een baard op ons af, waarschijnlijk uit Saoedi-Arabië, die me in het Engels zei dat het zondig was om accordeon te spelen en te zingen. Het café zat bomvol, maar niemand die wat tegen hem zei. Ik laat me toch zeker niet door hem vertellen wat goed is en wat niet?’ klaagt Mustafa.

    Als we het kuuroord Ilidza naderen, aan de rand van Sarajevo, is het inderdaad alsof we in Koeweit City arriveren. Bijna alle reclameaffiches en uithangborden zijn in het Arabisch. Mustafa zet me af voor Hotel Hollywood, waar de Arabieren verblijven. Voor het hotel staat een luxeauto geparkeerd, gebruikt door de sjeiks. Het huren van zo’n auto kost volgens de klant tussen de negen- en dertienhonderd euro per dag. Als ik door de straten van Ilidza loop, herinner ik me de woorden van Mustafa. Het wemelt er van de Arabieren in traditionele dracht, voor het merendeel afkomstig uit de Golfstaten. Restaurants, schoonheidssalons, winkels en cafés, allemaal hebben ze Arabische uithangborden. Nooit in het Engels, noch in het Bosnisch.

    Toeristen uit het Midden-Oosten vermaken zich bij het Prokosko-meer in Bosnië en Herzegovina. © Dado Ruvic / Reuters
    Toeristen uit het Midden-Oosten vermaken zich bij het Prokosko-meer in Bosnië en Herzegovina. © Dado Ruvic / Reuters

    Abou Muhamed, een Koeweiti die ik in Ilidza heb ontmoet, is een van de weinige zakenmannen die met me wil praten. Hij laat diverse panden bouwen in Ilidza. ‘Sinds het eind van de oorlog breng ik mijn vakanties in Bosnië en Herzegovina door. Het is een mooi land, de mensen zijn er vriendelijk, en voor het merendeel moslim. Dat is belangrijk voor ons omdat we zo geen problemen hebben met het eten of het belijden van onze godsdienst,’ legt Abou Muhamed uit. Hij heeft besloten er te bouwen vanwege de lage grondprijzen en de goedkope arbeidskracht.

    ‘Voor de mooie villa die ik hier heb gekocht heb ik tien keer minder betaald dan in welk ander land dan ook. We brengen de zomer door in Bosnië en Herzegovina en de winter in Koeweit,’ zegt Abou Muhamed, die niet wil zeggen wat hij voor de villa betaald heeft, alleen dat hij 17 procent provisie kwijt was aan een bemiddelaar.

    Het kapitaal waarmee de welgestelde Arabieren in Bosnië en Herzegovina arriveren is belangrijk. Hotel Bristol is met Arabisch geld gerestaureerd. De winkelcentra BBI en Sarajevo City zijn ook met Arabisch geld gefinancierd, net als het toeristenoord Sarajevo Resort in Osenik, dat zich uitstrekt over 160.000 vierkante meter, met een kunstmatig meer van 12.000 vierkante meter. Men is van plan rond het meer 160 appartementencomplexen te bouwen, twee overdekte zwembaden, een hotel, tennisbanen, supermarkten plus de bijbehorende infrastructuur. De kosten van het toeristencomplex worden op 25 miljoen euro geschat en het biedt plaats aan 1125 toeristen.

    Reden tot zorg is het feit dat het kapitaal dat vanuit de Golfstaten naar Bosnië en Herzegovina stroomt nauwelijks aan controle onderhevig is

    ‘Het begon allemaal zeven jaar geleden, met de komst van Arabische toeristen in Bosnië. Bosnië is een moslimland in het hart van Europa, en het is er goedkoop. Elk jaar komen er meer Arabische toeristen,’ horen we van Sajeda Khader, directeur van Jo Petra Export-Import, een bedrijf dat is gespecialiseerd in toerisme en de verkoop van onroerend goed.

    ‘De Koeweiti’s kwamen als eersten, zij hadden geen visum nodig. Ze werden gevolgd door mensen uit de Emiraten en Bahrein. Alleen Saoediërs hebben een visum nodig. In het begin kochten ze grond in het centrum van de stad waarvan de prijs per vierkante meter erg laag was, tussen een halve en vijf euro. Nu kost een vierkante meter wel zestig euro. Op de heuvel van Poljine, niet ver van het centrum, is een woonwijk verrezen. Bakir Izetbegovic, lid van het presidentschap van Bosnië, bezit er een villa [het presidentschap bestaat uit drie leden: een Bosniak, een Kroaat en een Serviër]. Ook enkele sjeiks hebben er huizen gekocht. De Saoediër Al-Shiddi, die het winkelcentrum City Centre heeft gebouwd, woont er al zes jaar,’ vertelt Sajeda ons.

    Maar Ilidza blijft de favoriete bestemming van de Arabieren. ‘Het ligt vlak bij de bron van de Vreslo Bosne, de Bosnarivier, de natuur is er schitterend en de grond is er goedkoper dan in Sarajevo,’ vervolgt Sajeda. ‘Ilidza werd voornamelijk door Serviërs bewoond, die hun grond en hun huizen voor een spotprijs aan Arabieren hebben verkocht. De ambassadeur van Koeweit heeft zijn residentie aan de oever van de Vreslo Bosne laten bouwen, evenals zijn privévilla.’

    Witwassen

    Ilidza telt 140 makelaarskantoren. Volgens de Bosnische wet mag een buitenlander geen onroerend goed op zijn naam zetten. Daar moet hij een maatschap voor oprichten. Niet onoverkomelijk, want het oprichten van een maatschap kost hooguit 2500 euro, inclusief juridische en administratieve kosten. Door een maatschap op te richten kan iemand een verblijfsvergunning krijgen en onroerend goed kopen. De makelaarskantoren zijn voor 60 procent in handen van mensen uit Koeweit, de Emiraten en andere Golfstaten, de rest is het eigendom van Bosniërs die in de Arabische landen hebben gestudeerd, en van Libanezen, Syriërs en Palestijnen. Behalve in Ilidza kopen de Arabieren ook grond in Trnovo, Luzani, Otes, Mazaric en Hadzici, maar ook de steden Visoko, Travnik, Bihac en zelfs Banja Luka, de hoofdstad van de Servische Republiek, zijn in trek.

    Reden tot zorg is het feit dat het kapitaal dat vanuit de Golfstaten naar Bosnië en Herzegovina stroomt nauwelijks aan controle onderhevig is. De transacties komen op een nogal primitieve manier tot stand. Een rijke Arabier of sjeik arriveert met een koffer vol geld en rekent contant af. Hij betaalt geen onroerendgoed- of inkomstenbelasting. Nog verontrustender is dat het geld niet via banken circuleert die worden geacht de herkomst te controleren. De voormalige Bosnische minister van Veiligheid, Fahrudin Radoncic, was de enige die erop wees dat de Arabische jacht op Bosnisch onroerend goed ‘de etnische structuur van het land dreigt te veranderen en een radicale islam dreigt de introduceren’.

    ‘We kunnen onze ogen er niet voor sluiten dat de Arabische landen sinds de oorlog Bosnische politieke partijen financieren. De corruptie heeft wortel geschoten in dit land,’ zegt Sajeda verontwaardigd. ‘De Arabische investeringen dragen ongetwijfeld bij aan onze ontwikkeling, maar ik keur het niet goed dat men hier komt om geld wit te wassen en zich over onze rug te verrijken. Ik doe zaken met Arabieren, maar je moet op je hoede blijven. We zijn bezig ons land te verkopen. Op straat hoor je overal Arabisch, veel Arabische vrouwen dragen boerka’s. De mensen zijn geschokt, ze keuren het af, ze zijn bang voor terrorisme.’

    Als er nu een volkstelling zou worden gehouden in Ilidza, zouden de Arabieren in de meerderheid zijn.

    Auteur: Hassan Haidar Diab
    Vertaler: Peter Bergsma

    Vecernji List
    Kroatië | dagblad | 100.000

    Populaire, conservatieve krant van Zagreb. Opgericht in 1959. Eigendom van de Oostenrijkse Styria-mediagroep.