Tag: Arabische Lente

  • Verkiezingen in Tunesië grotendeels geboycot

    Verkiezingen in Tunesië grotendeels geboycot

    » Noodtoestand in El Paso door illegale migratie

    » Tientallen doden in Peru door onlusten

    Slechts negen procent van de bevolking stemde dit weekend

    Een groot deel van de Tunesische bevolking heeft de parlementsverkiezingen in het land geboycot, nadat de oppositie en verschillende vakbonden in het land daar eerder toe opriepen, schrijft Al Jazeera. Volgens peilingen hebben circa negen procent van de stemgerechtigden in Tunesië hun stem uitgebracht. Naar aanleiding van de lage opkomst hebben oppositiepartijen de zittende president Kais Saied opgeroepen om af te treden.

    De boycot tegen de verkiezingen komt voort uit onvrede tegen Saied. Hij stuurde vorig jaar de premier weg en ontbond het parlement. Ook benoemde hij een nieuwe minister-president, die meer op zijn hand was. Daarnaast voerde Saied een nieuwe grondwet in, waarmee zijn positie versterkt werd en het parlement juist minder belangrijk werd.

    Politieke instabiliteit sinds de Arabische Lente van 2011, economisch zware tijden en hoge inflatie zorgen ervoor dat Tunesië onder meerdere crises lijdt. Jongeren verlaten het land op zoek naar een betere toekomst of hebben het vertrouwen in de politiek verloren. Het merendeel van de mensen die wel hun stem uitbrachten dit weekend waren aanhangers van de president Saied.

    Lees ook:

  • Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    In 2010 en de jaren die volgden spoelde er een veelbelovende portestgolf over de Arabische wereld. Nog altijd is de regio instabiel, en snakt de jongere generatie naar een (normaal) leven.

    De afgelopen tien jaar zijn er in de Arabische wereld dingen gebeurd die normaal gesproken goed zijn voor een eeuw geschiedenis. Revoluties, contrarevoluties, regimes die in de afgrond storten, regimes die hun land in de afgrond storten, burgeroorlogen die buiten hun oevers treden, staten binnen de staat die de gevestigde orde aan het wankelen brengen, oude machten die een comeback maken, nieuwe machten die de door hun voorgangers achtergelaten buit proberen binnen te halen, allianties die worden gesmeed, allianties die uiteenvallen. En alles gebeurt tegelijkertijd, nergens lijkt nog sprake te zijn van een stevig fundament, elke overtuiging wordt getart en elke toekomstvoorspelling is riskant. Tunesië, Egypte, Soedan, Libië, Algerije, Syrië, Irak, Bahrein, Jemen, Saoedi-Arabië, Libanon, noem maar op: bijna geen enkel Arabisch land heeft zich kunnen onttrekken aan deze versnelling van de geschiedenis, die vele vormen kende en dus ook uiteenlopende gevolgen heeft gehad.

    Het begon allemaal op 17 december 2010 met de wanhoopsdaad van Mohammad Bouazizi, een Tunesische groente-en-fruitverkoper die zichzelf in brand stak. Aangezien de gevolgen van de diepgaande omwenteling nog lang niet zijn uitgewoed, is een weloverwogen terugblik onmogelijk en kunnen we dus ook nog geen verstrekkende conclusies trekken. Hoe zal de Arabische wereld eruitzien als dit hoofdstuk eenmaal is afgesloten? Welke scheuringen zullen zich hebben voorgedaan, welke ontwikkelingen blijken duurzaam te zijn, nadat de regio decennialang in een diepe sluimer leek te verkeren? Niemand die het weet. En toch horen we al jaren die aanzwellende deun dat de Arabische Lente – de term zelf geeft al permanent aanleiding tot discussie – niets anders was dan een grootse luchtspiegeling. 

    MO GettyImages 464984333 2
    Aanhangers van de Egyptische minister van Defensie Fattah al-Sisi verzamelen zich in januari 2014 op een zwaar beveiligd Tahrirplein in Caïro om de derde verjaardag van de opstand te vieren. – © Ed Giles / Getty Images)

    Voor die stelling is natuurlijk ook wel wat te zeggen. De Arabische Lente brak in de knop. Syrië, Irak en Jemen liggen aan flarden, Palestina bestaat niet meer, Libië wordt verscheurd, Egypte kachelt achteruit, Libanon loopt schipbreuk – hoeveel opgestapeld leed kan het grote Arabische lichaam verdragen voordat het de geest geeft? De poging van de islamisten om terrein terug te winnen, het totalitaire project van de jihadisten, de wedijver van de oude magnaten, het cynisme van het Westen, maar – en dat vooral – de verpletterende onderdrukking van de bevolking door lokale tirannen en hun bondgenoten, met alle denkbare en ondenkbare middelen: ze hebben de regio in een lange winter gedompeld, grotesker en uitzichtlozer nog dan de vorige.

    Geopolitieke twisten

    Bijna alle landen in de Arabische wereld zuchten onder een politieke én een economische crisis, met daarbovenop nog eens geopolitieke twisten die de existentiële problemen waarmee deze landen al te kampen hebben verergeren en elke mogelijkheid om uit de crisis te komen afhankelijk maken van onverenigbare interne en externe factoren. Het is dus heel begrijpelijk dat in de hoofden van veel mensen de beloften van de Lente ver weg lijken. Zeker, de meeste revoluties zijn mislukt en de levensomstandigheden zijn de afgelopen tien jaar door de bank genomen verslechterd. Zelfs in Tunesië, dat als het enige succes van deze revolutionaire golf wordt aangewezen, lijken veel mensen terug te verlangen naar een tijd dat openbaar debat onmogelijk was en individuele rechten met voeten werden getreden maar orde en stabiliteit min of meer gewaarborgd leken.

    Lees ook ‘Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente’ van 18 december 2020:

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    De lokale bevolking ziet oorlog, buitenlandse inmenging of alleen al de economische crisis als de uitkomst van haar verlangen naar verandering. De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee: de politieke experimenten tijdens de Arabische Lente zijn immers mislukt en met name in Egypte is de autocratie in haar grofste vorm teruggekeerd. Veel Arabieren zijn daar zelf van overtuigd. Schreef de beroemde Franse socioloog en filosoof Raymond Aron al niet: ‘Mannen schrijven geschiedenis, zelfs als ze die geschiedenis niet kennen’?

    De gevolgen van deze diepgaande omwenteling zijn nog lang niet uitgewoed

    Andermaal openbaart zich hier een pijnlijk gebrek aan historisch perspectief. Oorzaak en gevolg, kwaal en remedie, worden door elkaar gehaald. De economische crisis ging aan de revoluties vooraf, ook al werd die verergerd door die revoluties; het was een van de belangrijkste redenen dat de verarmde onderklasse en de liberale burgerij de handen ineensloegen. Dat de opstand op een politieke mislukking uitdraaide mag nauwelijks een verrassing heten, en juist daarom mogen we de geschiedenis niet van achteren naar voren lezen. Kon van de Arabische burgers worden verwacht dat ze zich zouden gedragen als voorbeeldige Zweedse democraten, na decennia van politieke stagnatie en brute onderdrukking van iedere kritiek op de gevestigde orde, van staatsterreur en zwijgplicht? Moesten ze een bewijs van democratische geschiktheid afgeven door de wreedheden van de contrarevolutionairen vreedzaam te ondergaan?

    Obstakels

    De Arabische revolutionaire bewegingen hebben op verschillende niveaus met tal van obstakels te maken gehad – ook binnen deze bewegingen zelf, waar het gemeenschappelijke verzet tegen het bewind aanzienlijke verschillen maskeerde. Ze moesten leren omgaan met deze pluraliteit, die zo’n beetje voor het eerst politiek tot uitdrukking kwam. In hun strijd om de macht moesten deze bewegingen het opnemen tegen of onderhandelen met de veiligheidsdiensten om hun doel te bereiken. Uiteindelijk werden de Arabische opstanden op geopolitiek niveau gegijzeld door kwesties die de revolutionairen boven het hoofd stegen en werden ze het voertuig of het slachtoffer van imperialistische projecten.

    Wat dat betreft spreekt vooral het Syrische drama boekdelen. Een revolutie heeft weinig kans van slagen als het politieke ontwaken moet opboksen tegen een barbaars regime dat in zijn aard geen duimbreed toegeeft, en tegen de onwelkome bemoeienis van Russen, Iraniërs en Turken. 

    De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee

    De balans van de afgelopen tien jaar is misschien niet rooskleurig, maar draagt wel de kiem in zich van ingrijpende sociale veranderingen, met name bij de jongere generatie, die meer dan de helft van de bevolking 
    uitmaakt.

    Het was nooit de bedoeling van de Arabische revoluties om een nieuwe mens uit te vinden. Het waren – en het zijn nog steeds – ‘revoluties van normaliteit’, zoals de Franse historicus Henry Laurens het schetst. Ze worden gedreven door een verlangen om te breken met de vorige generatie en een moderne staat op te bouwen waarin het individu waardig kan leven. De Arabische Lente heeft veel teweeggebracht en we staan nog maar aan het begin van de afwikkeling ervan. De tweede golf die in 2018 over Libanon, Algerije, Irak en Soedan spoelde, is hiervan het beste bewijs. Zelfs in landen waaraan die golf geheel of grotendeels voorbij is gegaan, zoals de oliemonarchieën op het Arabisch schiereiland, zijn er maatschappelijke veranderingen zichtbaar die binnen enkele jaren tot een kookpunt kunnen leiden.

    Diverse krachten hebben zich de afgelopen tien jaar gemanifesteerd. Het geopolitieke aspect staat nu centraal, behalve misschien in de Maghreb, en dat speelt plaatselijke dictators in de kaart. Maar het is dwaasheid om aan te nemen dat deze situatie zal standhouden. Het is onzin om ervan uit te gaan dat de Arabische jongeren die van de vrijheid hebben geproefd en nu alleen maar willen emigreren, het juk van failliete dictaturen zullen blijven verdragen, zonder enig uitzicht op een aanvaardbare toekomst. Het zal jaren duren, misschien zelfs decennia, maar geen enkel regime, geen enkel geopolitiek project mag in staat worden geacht om tot in lengte van dagen weerstand te bieden aan dit onstuitbare verlangen van de Arabische volkeren naar (een normaal) leven. 

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.

  • Censuur in Egypte: kranten zonder kop

    Censuur in Egypte: kranten zonder kop

    Met de overname van de liberale krant Al-Masri Al-Youm heeft het regime de vrije pers definitief de nek omgedraaid. Zelfs een kop kan gevaarlijk zijn.

    Salah Diab, een van de eigenaren van Al-Masri Al-Youm (‘Egypte vandaag’) liet onlangs geen misverstand bestaan over de nieuwe koers van het Egyptische dagblad: ‘Wij staan zij aan zij met de staat, met de president. Vanaf nu willen wij geen enkel probleem hebben met de overheid,’ zo liet hij de redacteuren weten tijdens een korte toespraak waarin hij hun nieuwe chef Hamdi Rizk voorstelde.

    Rizk neemt de plaats in van Mohamed Al-Sayed Saleh, die was ontslagen vanwege een kop op de derde en laatste dag van de presidentsverkiezingen, die het ongenoegen van het bewind had gewekt: ‘De staat probeert de kiezers massaal naar de stembureaus te lokken’.

    Die kop kwam de krant te staan op een lastercampagne in andere Egyptische media. Rizk lijkt nu het dagblad te moeten redden. De aandeelhouders hebben hem gekozen vanwege zijn connecties binnen het staatsapparaat, en nog belangrijker: hij heeft ook voeling met het volk. Tegelijkertijd weet hij perfect het joviale heerschap uit te hangen dat in de hoogste machtskringen wordt gewaardeerd.

    ‘Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd’

    Rizk, een columnist en oudgediende bij de krant, toonde moeiteloos aan berekend te zijn op de hem toegewezen taak. De eerste voorpagina onder zijn leiding bevatte geen koppen. In plaats daarvan verschenen er foto’s van twee dames, vergezeld van slogans in Egyptisch dialect. Onmiddellijk was duidelijk dat hij het traditionele, dwarse karakter van de krant volledig de kop wilde indrukken, zowel wat berichtgeving als wat koppen betrof. Kortom, onder Rizk is de krant veranderd van spreekbuis van de oppositie tot poedel van het regime.

    ‘Elke redacteur weet dat we in een overgangsperiode zitten. Niet alleen wat de voorpagina en de lay-out betreft, maar ook ten aanzien van de journalistieke koers,’ zegt een van de geïnterviewde journalisten, die al vijf jaar voor de krant werkt. ‘We snijden geen politieke onderwerpen meer aan, hebben het niet langer over mensenrechten of democratie. Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd.’

    De crisis van Al-Masri Al-Youm weerspiegelt het lot van de hele Egyptische pers. De tweede termijn van president Abdel Fattah al-Sisi is nauwelijks begonnen of de detentie van journalisten en de boetes die de onafhankelijke pers treffen zijn weer terug van nooit werkelijk weggeweest. De zaak van Mohamed Aboe Zeid spreekt boekdelen. De winnaar van de UNESCO-prijs voor de persvrijheid in 2018 kwijnt al bijna vijf jaar weg in de gevangenis en het Openbaar Ministerie heeft de doodstraf tegen hem geëist. Hij werd gearresteerd terwijl hij verslag deed van de evacuatie van de sit-in op het plein Rabaa Al-Adawiya, tussen 14 en 16 augustus 2013, kort nadat de islamistische president Mohamed Morsi was afgezet. Die ontruiming mondde uit in een bloedbad.

    Al-Masri Al-Youm, hier met koppen, bij een kiosk in Cairo. – © Getty Images
    Al-Masri Al-Youm, hier met koppen, bij een kiosk in Cairo. – © Getty Images

    Tijdens de eerste termijn van Sisi (2014-2018) was het medialandschap al ingrijpend veranderd. Bedrijven die behoorden tot ‘soevereine organen’ – dat wil zeggen: het leger – namen bezit van particuliere televisiezenders, zo’n vijfhonderd websites werden gecensureerd, en Egyptische en buitenlandse journalisten kwamen voor de rechter. Het doel was om pro-revolutionaire stemmen het zwijgen op te leggen.

    En zo vond Egypte zichzelf in 2017 terug op de 161ste plaats van de 180 op de persvrijheidsranglijst van Reporters Without Borders. En het lijkt erop dat de situatie na Sisi’s herverkiezing alleen maar zal verergeren. Kranten hebben de opdracht gekregen meer redactionele ruimte te besteden aan ‘vrije tijd’, wat uiteraard ten koste zal gaan van politieke onderwerpen.

    Showbizz

    Al-Masry Al-Youm en Al-Shorouk, ooit sieraden van de Egyptische onafhankelijke pers, ooit spreekbuizen van liberale krachten in het land, hebben hun journalisten duidelijk gemaakt dat ze zich moeten richten op kunst en cultuur, inclusief showbizz, en op human interest, en dat zij de politiek moeten mijden.

    Onlangs haalde het maandblad Al-Hilal alle exemplaren van zijn laatste nummer van de schappen. Vier journalisten werden voor twee weken geschorst. Wat ze verkeerd hadden gedaan? In een artikel over ‘moeders van presidenten’ werd de naam van de moeder van president Sisi onder de verkeerde foto geplaatst.

    Toen Hosni Moebarak nog president was, hadden de media ‘de rode lijnen geïnternaliseerd’, in de woorden van Khaled Dawoud, journalist bij staatskrant Al-Ahram. ‘Je wist dat je het niet moest hebben over de president, het leger, de Palestijnse kwestie, de sektarische conflicten tussen moslims en kopten.’ Aan de andere kant hadden privémedia de ruimte om ruimte te geven aan figuren van de oppositie en op die manier ministers te bekritiseren. Sinds de overname van Sisi ‘kan het geringste blijk van een eigen mening zeer ernstige gevolgen hebben’.

    Auteur: Ahmed Hassan
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: Journalisten opgepakt

    ‘Het aantal arrestaties neemt de laatste drie weken snel toe’, aldus de Egyptische site Mada Masr. Zo zijn videoblogger Shadi Abouzeid, de politieke activisten Amal Fathi en Shadi al-Ghazali Harb, en de advocaat Haitham Mohamedine, die ook lid is van de beweging van Revolutionaire Socialisten, opgepakt. Daarnaast is Wael Abbas, een van de laatst overgebleven bloggers van de Tahrir-generatie, gearresteerd op beschuldiging van banden met een terroristische groep. Op basis van dezelfde beschuldiging werd een andere journalist, Ismail Alexandrani, veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. In totaal worden momentel ten minste 33 journalisten, burgerjournalisten en bloggers momenteel vastgehouden in Egypte, meldt Mada Masr op gezag van Reporters Without Borders. Mada Masr, de enige onafhankelijke Egyptische website, wordt momenteel geblokkeerd.

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op onderzoek, reportages en onderwerpen die bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes zijn: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

  • Tunesiës verloren generatie

    Tunesiës verloren generatie

    Het gaat niet goed met de Tunesische jongeren, die in 2011 nog aan de basis stonden van de Arabische lente. Vijf jaar later lijkt hun droom van een betere toekomst vervlogen. Velen lijden aan apathie en depressie, of vertrekken naar het buitenland.

    Hoe komt het toch dat jonge Tunesiërs zo lamgeslagen zijn, zo apathisch, depressief, ongeïnteresseerd in wat er in hun land gebeurt? De alarmbellen hadden eind 2014 al moeten gaan rinkelen, door de krankzinnig lage opkomst onder jongeren bij de verkiezingen voor het presidentschap en het parlement. Zij bleven toen liever in de cafés hangen dan in de rij te gaan staan voor het stemlokaal. De vele partijen in Tunesië slagen er niet in om jongeren te motiveren voor een actieve rol in het politieke leven. Bij organisaties als de scouting, scholierenverenigingen en studentenbonden zijn bespottelijk weinig jonge mensen aangesloten. Hetzelfde geldt voor de burgerlijke organisaties.

    Dat is geen teken van gebrek aan liefde voor hun land of van verlies aan nationalistisch sentiment. De jonge Tunesiërs houden van hun land en zijn bereid de vlag ervan te verdedigen. Maar hun land geeft ze niet meer de kans om te dromen. Het is duidelijk dat dit te maken heeft met de jaren van ondeugdelijk onderwijs en onsamenhangende overheidsprogramma’s. Het is duidelijk dat de jaren van dictatuur en demagogie de magische band die een kind verbindt met zijn geboorteland hebben verbroken.

    Weggaan uit Tunesië is weggaan van alles wat me tegenstaat in mijn land. Het is mezelf bevrijden, want hier stik ik

    Jongeren willen weg, en niet alleen naar rijke landen. Sommigen hebben er helaas voor gekozen om naar Syrië, Irak of Libië te gaan en zich bij jihadistische groepen te voegen. De roep van het buitenland blijkt sterk. De meeste jongeren worden erdoor gehypnotiseerd en niemand weet hoe dat te verklaren is, of in te dammen.

    Eind november verdrong zich een menigte scholieren voor de ingang van Hotel Africa, waar een beurs over studeren in Canada plaatsvond. Ik vroeg een meisje waarom ze naar Canada wilde, terwijl er in Tunesië toch universiteiten genoeg zijn. Ze antwoordde: ‘Ik wil daarheen omdat ik genoeg heb van het leven hier. De smerigheid, het slechte onderwijs, het gebrek aan respect voor meisjes, de kwaliteit van leven. Ik wil erheen want ik weet zeker dat ik daar een diploma kan halen waarmee ik straks een baan kan vinden. Dan kan ik overal ter wereld werken. Weggaan uit Tunesië is weggaan van alles wat me tegenstaat in mijn land. Het is mezelf bevrijden, want hier stik ik!’ Andere jongeren mengden zich in het gesprek. Allemaal vertelden ze hoe verstikt ze zich voelden en hoe graag ze weg wilden.

    Naar het buitenland gaan, de band met je familie, je land verbreken, is een nieuw verschijnsel. In de periode 1960-1980 zijn generaties jonge Tunesiërs in Frankrijk of elders gaan studeren, maar de meesten kwamen terug om in Tunesië te gaan leven en werken. Sinds 1990 komen degenen die vertrokken zijn niet of nauwelijks meer terug. Waarom? Dit is geen puur economisch verschijnsel. Veel jongeren die dromen van een vertrek naar het buitenland, komen uit welgestelde families en kennen geen financieel gebrek.

    In werkelijkheid lijdt een aanzienlijk deel van de jonge Tunesiërs aan een vorm van depressie. Niet het type depressie waarvoor mensen bij de psychiater aankloppen, maar een kwaadaardiger vorm, die besluitvaardigheid verlamt, dromen blokkeert, de ziel niet vervult van triestheid maar van apathie, en waardoor tegelijkertijd de enige vreugde niet meer is om iets van jezelf te maken, maar om bij de groep te horen. Vertrekken is voor deze jongeren de enige hoop om hieruit te komen. Ver weg gaan. Naar een plek waar ze niet geconfronteerd worden met al die dingen die de oorzaak zijn van hun huidige wanhoop. De scholen die niet meer onderwijzen en waar je dus weinig leert; de smerige en lelijke straten waar verbaal geweld en onbeleefdheid van voorbijgangers samengaan; de niet-functionerende overheidsinstellingen waarbij alleen al de simpele stap om ernaartoe te gaan een oneindige moed vergt; het schandelijke gebrek aan plekken waar de jongere zich kan ontspannen en ontwikkelen, zonder de alomtegenwoordige blik van smokkelbendes of groepen extremisten die proberen de dienst uit te maken in de volkswijken.


    Seksualiteit is ook een probleem. De gemiddelde leeftijd om te trouwen ligt rond de dertig jaar en de sociale druk is zo groot, dat weinig jongeren een seksuele relatie kunnen hebben. De enige mogelijke sublimatie blijft zelfbevrediging bij de ononderbroken stroom onrealistische beelden, of vluchten in drugs of in een kille religiositeit.

    Maar vertrekken blijft verreweg de meest gedroomde weg om te ontsnappen uit de gevangenis zonder muren die dit land is geworden. Een manier om in afwachting daarvan de spanning te verkleinen is het café. Je hoeft maar door de straten van de Tunesische steden te lopen en je ziet het: talloze cafés, soms salon de thé genoemd, vol jonge en wat minder jonge mensen die er een groot deel van de dag en de nacht doorbrengen met roken, praten, flirten, leven.

    Bijna niemand leest een boek of een krant, sommigen zijn verdiept in hun smartphone of tablet, anderen zitten te kaarten, maar de meesten kletsen, discussiëren, verbeteren de wereld in elke zin en in alle talen. In de grote steden hebben velen zo te horen een universitaire studie achter de rug. Toch zijn er maar weinig die een vreemde taal goed beheersen of iets met hun handen kunnen. Vrijwel niemand heeft werkervaring, afgezien misschien van een paar weken in een callcenter. Bijna allemaal leven ze op kosten van hun ouders. Ze wachten tot de overheid iets voor hen doet, tot de dingen veranderen, maar ze wachten alleen maar.

    De tijd is een andere dimensie van hun ruimte geworden. Ze laten hem voorbijgaan, rustig, langzaam, sommigen versnellen hem een beetje door heimelijk een joint te roken, stiekem gekocht bij de dealer op de hoek. Elk café heeft zijn eigen clientèle, zijn eigen publiek. Hier zijn het rijken, daar mensen uit het zakenleven, elders studenten en scholieren. De allerarmsten hebben ook hun eigen plekken. De verschillende groepen gaan niet met elkaar om. In de theesalons en de chique cafés zijn vrouwen aanwezig, maar zodra je in de minder rijke voorsteden komt, zie je alleen nog mannelijke klanten. Een minderheid trekt aan het eind van de dag naar de bars die alcohol schenken, maar de grote meerderheid blijft de cafeïne trouw.

    In de cafés op het platteland zitten de verschillende leeftijden en sociale klassen door elkaar. Maar daar zul je geen vrouwen aantreffen, alleen mannen. Sommigen verkopen of kopen er iets, of onderhandelen, maar de rest praat, rookt, laat de tijd voorbijgaan en klaagt over de regen, het werk, de toekomst, de staat.

    Herfstbladeren

    Wie als buitenlander in Tunesië komt, kan alleen maar verbaasd staan over dit land waar zo’n groot deel van de bevolking – bijna 30 procent van de Tunesiërs is tussen de vijftien en dertig jaar – vastzit, stilstaat. Deze jongeren, die vaak een diploma bezitten en cultureel onderlegd zijn, hebben aan de basis gestaan van de revolutie van 14 januari 2011, de ‘Arabische lente’. En nu zijn ze toeschouwers van hun eigen toekomst geworden, herfstbladeren die door de wind in het rond worden geblazen en alleen bestaan om het bestaan.

    Hoe overwin je die depressieve toestand, die leidt tot stilstand, vluchten en soms zelfmoord? Wat is er nodig om de jongeren hun ambitie te laten terugvinden, het verlangen om te leven en iets op te bouwen in hun land? Hoe is deze vicieuze cirkel te doorbreken waarin Tunesië jaar na jaar wordt beroofd van zijn beste kinderen, die andere landen gaan dienen en verrijken? Hoe kunnen we, kortom, de sociale realiteit van de Tunesiërs veranderen? Tunesië is ziek en we kunnen alleen maar hopen dat degenen die het land willen genezen, allereerst de juiste diagnose stellen.

    Auteur: Sofiane Zribi

    Beeld bovenaan: © YouTube

    Leaders
    Tunesië | leaders.com.tn

    Nieuwssite voor m.n. Tunesische actualiteiten, sinds 2011 ook als maandblad verkrijgbaar.
  • 3. Een beetje meer vrijheid

    3. Een beetje meer vrijheid

    Volgens de onafhankelijke nieuwswebsite Mada Masr verdient Sisi nog een kans. Het is beter om langzaam meer vrijheden te bevechten, dan in een burgeroorlog à la Syrië te belanden.

    De nieuwe mobilisatie waarvan we getuige zijn laat zich samenvatten met de slogan ‘vrijheid, vrijheid’. Zeker, de aanleiding was de affaire rond de eilanden Tiran en Sanafir. Maar toen de betogers zeiden dat er nationaal grondgebied verdedigd diende te worden, ging het eerder om het verdedigen van de straat, waar men weer wilde kunnen lopen zonder gearresteerd te worden, of het voetbalstadion, waar men vrije toegang toe wilde hebben, of het stukje grond, dat men tegen speculanten wilden beschermen die samenspannen met een corrupte bureaucratie. Kortom, het ging minder om het verdedigen van de soevereiniteit van deze twee eilanden waarvan, om eerlijk te zijn, maar weinigen tot voor kort hadden gehoord, dan om de levensvrijheid op ons grondgebied.

    Een Syrisch scenario

    Ook al tonen degenen die het regime steunen tekenen van ontevredenheid, toch moeten die niet als revolutionair worden beschouwd. Want hun gehechtheid aan stabiliteit, hun angst voor de ineenstorting van de staat en hun vraagtekens bij het bestaan van een geloofwaardig alternatief zijn reëel en kunnen niet zomaar van tafel worden geveegd. De gemeenschappelijke sociologische belangen waarop het huidige regime stoelt zijn te belangrijk om niet serieus te worden genomen. Wanneer aanhangers van het regime vragen: ‘Wat is het alternatief dat jullie voorstellen?’, en wanneer ons gezegd wordt: ‘We willen geen Syrisch of Iraaks scenario’, dan moeten we die opmerkingen ter harte nemen. Anders dreigt het democratische kamp geïsoleerd te raken van de rest van de samenleving.

    Sommigen begonnen al te dromen van een nieuwe revolutie. Ze zeiden dat het huidige regime verdeeld was en op het punt stond om te vallen. Maar er is niets ergers dan gokken op de interne verdeeldheid binnen het regime. Want daardoor worden de militanten tot eenvoudige instrumenten getransformeerd in handen van deze of gene machtsclan. Het werkelijke doel is momenteel om gewoon meer vrijheid te scheppen. En om gevangenen vrij te laten. De werkelijke strijd bestaat erin het regime ervan te overtuigen dat repressie een te zware wissel trekt.

    Auteur: Mohamed Naïm

    Mada Masr
    Egypte | madamasr.com

  • 2. Veiligheid alleen volstaat niet

    2. Veiligheid alleen volstaat niet

    Alle autoritaire regimes die Egypte heeft gekend, hoe repressief ze ook waren, hadden altijd een minimaal politiek doel voor ogen. Het huidige regime niet.

    De demonstraties op maandag 25 april zijn verhinderd. De ordetroepen zijn erin geslaagd de optochten in de straten van Cairo uiteen te jagen, en in mindere mate ook in de provincie. De politie-interventie was krachtig, maar er zijn geen doden gevallen. Kortom, al met al konden de politiemensen hun missie als volbracht beschouwen, maar misschien hebben ze zich het volgende afgevraagd: ‘Goed, en wat gaan we nu doen, effendi?’ [‘Effendi’ is een Egyptische eretitel, half eerbiedig, half spottend.]

    De veiligheidsdiensten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld onder alle ondemocratische regimes die elkaar in Egypte zijn opgevolgd. Maar ze zijn nooit de enige machtsbasis geweest. De leiders hebben altijd gezorgd voor een politiek plan dat de meerderheid van de bevolking kon verleiden.

    Ironie

    Op die manier verwierf Gamal Abdel Nasser (president van 1952 tot 1970) steun bij de bevolking, hoe repressief zijn regime ook was. Hetzelfde gold voor zijn opvolger Anwar Al-Sadat (1970-1981). Vervolgens zorgde ook Hosni Moebarak (1981-2011) ervoor banden te onderhouden met de belangrijke en minder belangrijke families van het land. Hij beheerste bovendien de kunst de oppositie een zekere ruimte te laten.

    De breuk voltrok zich tijdens de parlementsverkiezingen van november 2010, toen het regime plotseling besloot iedere vorm van onafhankelijke politieke meningsuiting te verbieden. Dat luidde het eind in van het regime, en het begin van de revolutie die Moebarak enkele maanden later zijn presidentschap zou kosten.

    Het hebben van een politiek plan stelt de machthebber in staat zich minder op de ordetroepen te verlaten. Maar als de machthebber het politieke terrein verlaat, wordt de leegte opgevuld met grootscheepse repressie.

    Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten

    Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten. De enigen die nog uit naam van het huidige bewind spreken zijn demagogische journalisten die complottheorieën voeden. En de ironie van de geschiedenis wil dat terwijl de regeringsgezinde media de zogenaamde complotten van sommige andere landen aan de kaak stellen, het bewind zelf er prat op gaat steun van diezelfde landen te genieten.

    Toen Nasser in de jaren 1950 zei dat de Verenigde Staten een complot tegen Egypte smeedden, ging hij tot het uiterste en verbrak alle bilaterale betrekkingen. Toen hij zei dat Europa een complot tegen ons smeedde, was hij bereid een oorlog te beginnen tegen Frankrijk en Groot-Brittannië tijdens de Suezcrisis in 1956. Maar het huidige bewind, dat niet in staat is te bewijzen dat het onschuldig is aan de dood van de Italiaanse student Giulio Regeni, weet niets beters te verzinnen dan deze zaak als een westers koloniaal complot af te schilderen!

    Het zou een enorme vergissing zijn te geloven dat het volstaat om de openbare veiligheid van het land te bewaren. Want veiligheid is niet genoeg voor de presidentiële slogan ‘Leve Egypte!’.

    Auteur: Amr Al-Shobaki

    Al-Masry Al-Youm
    Egypte | dagblad | oplage 200.000

    Het eerste nummer van de ‘Hedendaagse Egyptenaar’ kwam in 2004 uit en koos de kant van de oppositie tegen het regime-Moebarak. De populaire krant is eigendom van een aantal zakenlieden. Sinds 2009 is er een Engelstalige website van dezelfde redactie: Egypt Independent.

  • 1. Strijd achter gesloten deuren

    1. Strijd achter gesloten deuren

    Protesten in Cairo tegen president Sisi werden snel de kop ingedrukt. Maar uit de steun voor de demonstranten, de nerveuze reactie van het regime én de kritiek in de pers, blijkt dat er weer iets broeit in het land.

    Begint het Egyptische regime van de kook te raken? Dat vragen de jongeren zich af na de golf van arrestaties, om niet te zeggen razzia’s, die enkele dagen voor 25 april plaats- vond in alle cafés in het centrum van Cairo waar jongeren tussen de achttien en dertig regelmatig komen.

    De oproepen om te demonstreren op 25 april, de verjaardag van het vertrek van de laatste Israëlische soldaat uit de Sinaï, waren steeds talrijker geworden. Men wilde het regime ter verantwoording roepen voor het ‘verkwanselen’ van de eilanden Tiran en Sanafir in de Rode Zee, die waren teruggegeven aan Saoedi-Arabië. Deze datum was dus gekozen om het patriottisme van president Abdul Fatah al-Sisi, die daar in de drie jaar dat hij aan de macht is veelvuldig misbruik van heeft gemaakt, te overtreffen.

    Volgens anonieme bronnen die werden geciteerd door de onafhankelijke krant Al-Shourouk had de president bevel gegeven alle betogingen te voorkomen. De officiële pers ontkende dit onmiddellijk. Maar zelfs een onafhankelijke krant zou zulke informatie nooit hebben durven publiceren zonder groen licht van een hoge instantie binnen het regime.

    Volgens sommigen duidt dat op een ‘strijd om invloed tussen verschillende afdelingen van de veiligheidsdienst’, met name tussen de inlichtingendienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met andere woorden, een strijd achter gesloten deuren waarvan het grote publiek alleen de naschokken voelt.

    Je hoefde maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan

    Op vrijdag 22 april leefde de veiligheidsobsessie zich dus uit op het centrum van Cairo, en vervolgens op andere steden, met de arrestatie van iedereen die van revolutionaire sympathieën werd verdacht. Je hoefde alleen maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan.

    De getuigenissen van degenen die naderhand zijn vrijgelaten komen op meerdere punten overeen: de politieagenten bekeken hun gezichten nauwkeurig om ‘revolutionaire neigingen’ te bespeuren en onderzochten hun mobiele telefoons op sporen van politiek activisme. Het confisqueren van mobiele telefoons om de virtuele publieke ruimte te reguleren, de laatste ruimte die rest om meningen uit te wisselen, staat symbool voor een autoritaire manier van handelen die sinds de jaren zestig gelijk is gebleven. Het Egyptische regime blijft geloven dat straatprotesten het werk zijn van een of andere ‘geheime cel’ (of een kwaadaardige vijfde colonne) en dat je slechts die hoeft te ontmaskeren om iedereen het zwijgen op te leggen. Daarom neemt de Egyptische staat wraak door tal van militanten in de gevangenis te zetten. Militanten die alleen maar het topje van de ijsberg zijn, want eigenlijk zou de staat volgens die redenering miljoenen Egyptenaren moeten arresteren.

    Maar er gebeurt wel degelijk iets in Egypte. Iets redelijkers en minder onnozels dan in 2011, tijdens de ‘Egyptische Lente’. Iets wat minder van een groots revolutionair elan getuigt dan van de wil om de politieke obstakels te slechten. En hoewel de officiële pers volhardt, net als aan de vooravond van de revolutie in 2011, in het publiceren van officiële communiqués, blijven de sociale netwerken de repressie trotseren en de namen publiceren van gearresteerde personen, waar de officiële pers slechts spreekt van ‘de arrestatie van enkele verdachten’.

    Auteur: Ahmed Nada

    Beeld bovenaan: Betoging tegen de overdracht van twee Egyptische eilandjes aan Saoedi-Arabië. – © HH

    Al Modon
    Libanon | almodon.com

    Begin 2013 opgericht om de gedachte van de Arabische Lente te verdedigen tegenover religieuze en militaire tirannie.

    CONTEXT: Herrie binnen het regime

    Deze crisis duidt op heftige conflicten binnen het regime. Dat wordt al duidelijk als je alleen maar kijkt naar de manier twaarop de media er verslag van doen. We weten dat alle media verbonden zijn aan een veiligheidsdienst binnen de staat. Dus als bekende journalisten van de gevestigde televisiekanalen iemand uitnodigen die de regering vrijwel van hoogverraad beschuldigt, betekent dat dat verschillende clans binnen het regime het elkaar moeilijk proberen te maken. Elke clan vecht om de gunsten van het publiek. Ook is duidelijk dat het land op een kruispunt is aangeland. Daar zal iets nieuws uit voortkomen. Sommige gezichten zullen van het toneel verdwijnen en andere zullen er terugkeren door alleen maar vanuit de coulissen aan de touwtjes te trekken en te wachten tot ze de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken. Er broeit iets, dat is wel zeker. Wat niet zeker is, is hoe het kamp van de revolutie en de democraten daarvan zal profiteren.