Egyptische en Britse archeologen hebben in de stad Luxor in Egypte het bijna 3500 jaar oude graf van Thoetmosis II blootgelegd. Dat onthulde het Egyptische Ministerie van Oudheden dinsdag. Zijn tombe was in de oudheid al leeggehaald. De archeologen vonden daarom geen koninklijke mummie of de pracht en praal die werd geassocieerd met de ontdekking van zijn beroemde voorvader Toetanchamon in 1922. ‘Uit ons archeologisch onderzoek blijkt dat het graf onder water is gelopen na de dood van de farao. Daarom is de inhoud ervan verplaatst,’ aldus de archeologen in The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De ingang naar de tombe werd voor het eerst gevonden in 2022 in het Luxor-gebergte, ten westen van de Vallei der Koningen, maar experts geloofden dat deze oorspronkelijk leidde naar het graf van een koningsvrouw. ‘Het is verbijsterend te bedenken dat er mogelijk een tweede, hoogstwaarschijnlijk intacte graftombe van Thoetmosis II bestaat,’ aldus Mohsen Kamel, adjunct-directeur van de missie, geciteerd door The Guardian.
Het is het meest complete dinosaurusskelet dat in lange tijd in het VK is ontdekt
Een nieuw ontdekte soort plantenetende dinosaurus heeft zo’n 125 miljoen jaar geleden geleefd op een eiland voor de zuidkust van Engeland, meldt CNN. Het fossiel, gevonden op het eiland Wight, is het meest complete dinosaurusskelet dat in meer dan een eeuw in het Verenigd Koninkrijk is ontdekt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens onderzoekers zou de dinosaurus, ter grootte van een grote Amerikaanse bizon en met een gewicht van ongeveer een ton, waarschijnlijk in kuddes hebben geleefd. Fossiele voetafdrukken suggereren dat deze kuddes op de vlucht konden slaan bij dreiging van roofdieren.
Het skelet van de nieuwe soort, genaamd Comptonatus chasei, werd in 2013 ontdekt door de lokale fossielenverzamelaar Nick Chase, die in 2019 overleed. De naam eert zowel Chase als de vindplaats, Compton Bay. De onderzoekers konden vaststellen dat het skelet toebehoorde aan een nieuwe dinosaurussoort vanwege unieke kenmerken, zoals de kaak en het bijzonder grote schaambeen.
Archeologen deden een opmerkelijke vondst in een oud Romeins riool in Bulgarije: een goed bewaard gebleven marmeren standbeeld, dat groter is dan een mens. Het standbeeld, mogelijk afbeeldend de god Hermes, werd per toeval gevonden tijdens een routine-opgraving nabij het dorp Rupite, meldt The New York Times.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze ontdekking werpt mogelijk licht op oude religieuze spanningen, waarbij heidenen hun religieuze artefacten verborgen in riolen om ze te beschermen tegen vernielingen door opkomend christendom.
Ondanks ontbrekende delen, zoals een deel van de rechterarm en een beschadigde hand, is het standbeeld grotendeels intact gebleven. Dr. Lyudmil Vagalinski, de wetenschappelijk directeur van de opgraving, benadrukte de zeldzaamheid en opwinding van de vondst. Het standbeeld zal binnenkort worden geëxtraheerd en tentoongesteld in het lokale historische museum.
Het zou het oudste scheepswrak zijn dat ooit is ontdekt
Een energiebedrijf dat voorbereidend onderzoek doet voor een nieuw aardgasveld voor de Israëlische kust is gestuit op ‘het oudste scheepswrak dat ooit is ontdekt’, meldt Haaretz. Het Kanaänitische koopvaardijschip, dat honderden amforen gevuld met wijn en olijfolie vervoerde, zou meer dan 3300 jaar geleden gezonken zijn, aldus de Israëlische Oudheidkundige Autoriteit (IAA), die de ontdekking donderdag bekendmaakte.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Het wrak werd een jaar geleden gevonden op een diepte van bijna 2000 meter, op 90 kilometer van de kust’, aldus het Israëlische dagblad. Een fascinerend feit voor historici, die dachten dat de navigatie in die tijd beperkt was tot de kust. ‘Of [het schip] was volledig verloren gegaan, of ze beschikten in de oudheid over navigatievaardigheden waarvan wij geen weet hadden’, legt het IAA uit.
De 28 paarden waren allemaal op dezelfde manier begraven
Franse archeologen hebben negen grote graven ontdekt met daarin de resten van paarden van 2000 jaar geleden. De vondst wordt als ‘buitengewoon’ omschreven, aldus The Guardian.
De 28 hengsten, allemaal ongeveer zes jaar oud, waren kort na hun dood begraven. De paarden waren allemaal op dezelfde manier begraven: ze werden allemaal op hun rechterzij gelegd en met het hoofd naar het zuiden gericht. Vlakbij bevonden zich de resten van twee honden met hun hoofd naar het westen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De botten worden nu verder onderzocht om vast te stellen of de dieren werden begraven nadat ze waren gedood in de strijd of als onderdeel van een ritueel. Een dierziekte werd onwaarschijnlijk geacht omdat alleen volwassen mannelijke paarden werden begraven, maar de overblijfselen worden onderzocht op parasieten.
De archeologen deden de vondst toen ze bezig waren met het blootleggen van middeleeuwse ruïnes uit het jaar 500 in Villedieu-sur-Indre in Midden-Frankrijk, waar ook gebouwen, greppels en een middeleeuwse weg zijn gevonden.
Het houten platform zou bijna 500.000 jaar oud zijn
Onderzoekers hebben in Zambia de oudste houten structuur ter wereld gevonden aan de oever van een rivier die grenst aan Tanzania, zo meldt de BBC. Het houtwerk zou toebehoren aan de voorouders van de moderne mens, die bijna 500.000 jaar geleden langs de rivier de Kalambo leefden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het gaat om een eenvoudige structuur, die is gemaakt door twee boomstammen te bewerken met scherpe stenen, en die mogelijk onderdeel was van een loopbrug of platform. Volgens wetenschappers van de universiteit van Aberystwyth is het bouwwerk op zijn minst 476.000 jaar oud, en daarmee ouder dan de homo sapiens, die ongeveer 300.000 jaar geleden zou zijn ontstaan.
Wetenschappers willen dat het gebied rond de Kalambo-watervallen de status krijgt van UNESCO-werelderfgoed, om de opgravingen beter te beschermen. De verwachting is dat in de streek nog veel meer overblijfselen liggen van de voorouders van de homo sapiens.
Egypte is al jarenlang bezig gestolen kunst te repatriëren
Het Houston Museum of Natural Sciences in de Verenigde Staten heeft een houten sarcofaag teruggegeven aan Egypte, meldt Al Jazeera. De eeuwenoude ‘Groene Kist’ zou in 2008 via Duitsland naar de VS zijn gesmokkeld. Nadat deze roof was vastgesteld door de Amerikaanse justitie, werd het repatriëringsproces naar Egypte in gang gezet.
Nog steeds worden waardevolle geschiedenis- en kunstobjecten uit Egyptische tombes en piramides geroofd en verkocht in Europa, Azië en de VS. Egyptische autoriteiten zijn steeds actiever bezig deze roofkunst terug te halen en in eigen nationale musea tentoon te stellen. In 2021 werden ruim vijfduizend gestolen voorwerpen teruggehaald naar Egypte. Het land eist ook dat het British Museum de beroemde Steen van Rosetta teruggeeft.
De sarcofaag die maandag werd teruggegeven dateert uit een periode van de laatste Egyptische farao’s, en komt waarschijnlijk uit de periode van 664 v.Chr. tot 332 v.Chr. Nog steeds is de verf op de houten kist, die waarschijnlijk aan een priester genaamd Ankhenmaat toebehoorde, in zeer goede staat.
Een kleine groep paleontologen heeft onlangs tien nieuwe soorten fossiele zoogdieren ontdekt, schrijft The New York Times. Daarbij kregen ze hulp van een grote groep helpers: duizenden kleine mieren. De studie van het Rochester Institute of Vertebrate Paleontology vermeldt onder andere de vondst van een kleine muizensoort, een voorouder van de stompstaarteekhoorn en van de kangoeroerat.
De studie werpt niet alleen een nieuw licht op de diversiteit van zoogdieren die miljoenen jaren geleden geleden in Noord-Amerika voorkwamen, maar is ook een bijzonder eerbetoon aan de oogstmier, die de fossielen verzamelt. ‘Het is minder leuk als ze je bijten,’ zegt paleontoloog Samantha Hopkins. ‘Maar oogstmieren maken ons werk heel wat gemakkelijker.’
Voor de paleontologen zijn deze mierenheuvels de hotspots voor microvertebraten
Oogstmieren leven in holen die ze bedekken met stukjes steen en andere stevige materialen. Ze kunnen twee meter diep graven en dertig meter in de omtrek van hun nest gaan ‘oogsten’. Het gevonden materiaal omvat fossielen, die vooral in de badlands van Wyoming, Nebraska en South Dakota overvloedig aanwezig zijn en in losse grond te vinden zijn. Voor de paleontologen zijn deze mierenheuvels de hotspots voor microvertebraten: fossielen van dieren die te klein zijn om met het blote oog te worden gezien.
Al meer dan een eeuw hebben wetenschappers sediment van de zijkanten van de heuvels van oogstmieren geschraapt op zoek naar fossielen. Dit maakt het gemakkelijker om grote aantallen gefossiliseerde zoogdiertanden en ander materiaal te vinden zonder zelf urenlang zand en stof te moeten doorzoeken.
Tweeduizend jaar geleden sierde een mozaïek van ruim een meter twintig bij een meter twintig de vloer van een ‘orgieschip’ van de beruchte Romeinse keizer Caligula. Het schip zonk in Lago Nemi, bij Rome. Mussolini liet het opgraven en het mozaïek belandde in een chic appartement aan Park Avenue in New York. Daar fungeerde het 45 jaar lang als tafelblad van een salontafel. Uiteindelijk werd het mozaïek aan Italië teruggegeven waar het eerder deze maand feestelijk werd onthuld.
‘De afgelopen vier jaar hebben Italiaanse restaurateurs geprobeerd thee- en koffievlekken te verwijderen van een grote, tweeduizend jaar oude mozaïek.’ Zo begint The Daily Beasthet artikel over de fascinerende reis van een mozaïek dat de vloer sierde van een drijvend paleis van de Romeinse keizer Caligula (12–41 n.Chr.). Het vierkante mozaïek van rood porfier, groen en wit glas en marmer bevond zich 45 jaar in Park Avenue in New York, in de woonkamer van de Italiaans-Amerikaanse Nereo Fioratti, werkzaam als journalist bij de Italiaanse krant Il Tempo en zijn vrouw, kunstverzamelaar en -handelaar Helen Fioratti. Volgens The Daily Beast legde het mozaïek van het ‘orgieschip’ een fascinerende reis af van Italië naar New York en weer terug naar Italië, waar het op 11 maart werd onthuld.
Caligula regeerde slechts vier jaar over het Romeinse Rijk, van 37 tot 41 na Christus, maar hij deed dat op een manier die ervoor heeft gezorgd dat de omschrijvingen ‘gek’ en ‘berucht’ onlosmakelijk met zijn naam zijn verbonden. Als nietsontziende dictator zette hij een standaard voor zijn opvolgers, daarbij mogelijk geholpen door een psychische aandoening. Hij heeft in ieder geval twee en mogelijk drie drijvende paleizen laten bouwen, die een groot deel van het oppervlak van het kleine Lago Nemi, dertig kilometer ten zuiden van het centrum van Rome, in beslag moeten hebben genomen. Wellicht was hij geïnspireerd door plezierschepen die werden gebouwd voor de feesten van de Hellenistische heersers van Syracuse en Ptolemaeïsch Egypte. Van de twee drijvende paleizen was er één voorzien van een tempel, en beide waren ongeveer 75 meter lang en 21 meter breed.
Enorme feesten
De schepen hadden geen voortstuwingssysteem en waren beladen met loodzware versieringen, dus feitelijk waren het drijvende bakken die alleen verplaatst konden worden door over het meer te worden voortgesleept door andere schepen. Er was warm en koud stromend water aan boord dat uit loden pijpen gutste, waarop de naam van Caligula was gegraveerd. Op de schepen stonden roze marmeren zuilen, de muren waren ingelegd met ivoor en de vloeren waren voorzien van felkleurige mozaïeken. Versierd met goud en edelstenen, bronzen sculpturen en bronzen friezen van dieren, vormden de schepen de locatie voor enorme feesten die soms dagen duurden, zo schrijft The New York Times. Diezelfde krant schreef in 1928: ‘Volgens verslagen uit die tijd waren de schepen gevuld met talloze kunstschatten en werden ze beschouwd als een van de wereldwonderen…’
Wat er zich afspeelde aan het hof en aan boord van de paleisschepen van de ‘Gestoorde Keizer’ nam in de loop van de geschiedenis steeds mythischer proporties aan. Het begon met het beroemde verhaal van de Romeinse historicus Suetonius die in zijn De Vita Caesarum (‘Over het leven van de keizers’) op roddeltoon beschrijft dat Caligula overwoog zijn lievelingspaard Incitatus tot consul te benoemen. Overigens is nooit vastgesteld of dat een daadwerkelijk voornemen was, of dat de opmerking het dédain van Caligula voor de Senaat betrof, bedoelende ‘al die consuls zijn zulke ezels, daar kan mijn paard dan ook wel bij’.
Caligula zou de tongen hebben laten afsnijden van mensen die het waagden hem tegen te spreken, hij zou vijanden een voor een hebben afgeslacht en hij zou zich hebben overgegeven aan incestueuze orgies met zijn zusters. Zelfs het zinken van de paleisschepen is tot een legende geworden.
Zo opperde The New York Timesin 1929 de mogelijkheid ‘dat Caligula opzettelijk beide schepen in al hun pracht samen met zijn gasten tot zinken bracht om een orgie te bekronen met een geweldig spektakel.’
Waarschijnlijker is dat de schepen na de moord op Caligula in 41 tot zinken zijn gebracht, wellicht op last van zijn opvolger Claudius, die herinneringen aan zijn tirannieke voorganger wilde uitwissen.
Mussolini
Hoe het ook zij, een andere dictator, Benito Mussolini, die een groot bewonderaar van Caligula was, gaf negentienhonderd jaar later opdracht om de gezonken schepen te bergen. Il Duce was daarmee niet de eerste, want lokale vissers waren al sinds mensenheugenis op de hoogte van het bestaan van de wrakken. Met haken haalden ze regelmatig onderdelen omhoog die aan voorbijgangers werden verkocht.
In 1446 gaf kardinaal Prospero Colonna opdracht aan Leon Battista Alberti, humanist, homo universalis en onder meer ontwerper van de façade van Santa Maria Novella in Florence, om uit te zoeken wat er waar was van de verhalen over schepen die op de bodem van het meer zouden liggen. Alberti ontdekte restanten van de schepen op een diepte van ruim 18 meter, maar had niet de middelen om ze te bergen.
Mogelijk ligt er nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer
Mussolini had meer succes. Volgens The New York Times gaf hij in 1929 opdracht om het meer droog te leggen en drie jaar later waren twee schepen gelokaliseerd en aan land gebracht. Overigens ligt er mogelijk nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer. Volgens de burgemeester van Nemi wordt momenteel met hightech sonarapparatuur geprobeerd of een derde schip kan worden gelokaliseerd.
In 1936 liet Mussolini bij het meer van Nemi een museum bouwen zodat het publiek kennis kon nemen van alle vondsten, waaronder het mozaïek van Park Avenue. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het museum als schuilkelder gebruikt en in mei 1944 brandde het tot de grond toe af, volgens sommige berichten als gevolg van geallieerde bombardementen, volgens andere na brandstichting door wraakzuchtige nazi’s die zich terug moesten trekken.
Nagenoeg alle overblijfselen van de twee schepen van Caligula gingen verloren, maar het Park Avenue-mozaïek was tijdens de brand al niet meer in het museum aanwezig. De laatst bekende foto van het mozaïek werd gemaakt in 1955 en sindsdien werd het als gestolen beschouwd omdat een officiële verblijfplaats ontbrak. Tot 23 oktober 2013.
De salontafel van Helen
De foto uit 1955 werd afgedrukt in een boek van Dario Del Bufalo, een Italiaanse expert op het gebied van antiek marmer. Op de bewuste oktoberavond in 2013 gaf hij in de winkel van juwelier Bulgari op 5th Avenue in Manhattan een lezing naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwe boek Porphyrius, de zeldzame paarse steen die zo geliefd was bij Romeinse keizers, waarna een signeersessie volgde. De bijeenkomst werd bijgewoond door de culturele elite van New York.
‘Ik zat daar boeken te signeren’, aldus Del Bufalo, ‘en opeens zeiden mensen: “Oh kijk, is dat niet de salontafel van Helen?”, toen ze de foto zagen van Caligula’s verdwenen mozaïek. Het het alsof iederéén die tafel kende.’ De salontafel van Fioratti bleek eerder op een foto in Architectural Digest te hebben gestaan en had kennelijk indruk gemaakt op de verzamelaarselite van New York.
Een van Caligula’s koninklijke passies was om verschillende grote schepen te laten bouwen voor gebruik op het meer van Nemi.
Het toeval wilde dat een Italiaanse expert op het gebied van kunstdiefstal en medewerker van de Comando Carabinieri per la Tutela del Patrimonio Culturale (Carabinieri T.P.C.), de Italiaanse organisatie voor opsporing van gestolen kunstschatten, ook bij de lezing van Del Bufalo aanwezig was. Uit de opmerkingen van de aanwezigen werd hem duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was met de salontafel van het echtpaar Fioratti. Gegevens over de Fioratti’s werden aan de politie overhandigd, die vervolgens een onderzoek startte. Dat leidde uiteindelijk tot inbeslagname van het mozaïek en tot teruggave aan Italië in 2017. Tot een aanklacht tegen Fiorattis is het niet gekomen, want de politie is ervan overtuigd dat ze het mozaïek in de jaren zestig te goeder trouw hebben aangekocht.
Lintje
Helen Fioratti, eigenaar van L’Antiquaire and the Connoisseur, een bekende galerie voor Europese oudheden en antiek in New York, zei in 2017 tegen The New York Times dat ze het mozaïek had gekocht van een Italiaanse aristocratische familie en dat de verkoop nota bene was begeleid door een lid van de Italiaanse Carabinieri T.P.C.
‘Het was een onschuldige aankoop. Het was ons favoriete stuk en we hadden het al vijfenveertig jaar in bezit.’ Fioratti zei ook dat ze niet van plan was de inbeslagname te bestrijden omdat dat te veel geld en tijd zou kosten. Ze gelooft wel dat ze legitieme aanspraak op het stuk had kunnen maken als ze er een zaak van zou hebben gemaakt. ‘Ze zouden me een lintje moeten geven omdat ik me niet heb verzet.’ Del Bufalo kan met haar meevoelen: ‘Het zat me wel dwars dat het mozaïek in beslag is genomen’, zei hij tegen The Daily Beast. ‘Ze was er echt dol op.’
Massimo Osanna, directeur-generaal van de Italiaanse staatsmusea, vermoedt dat het mozaïek vanuit Italië naar de VS is gesmokkeld via een diplomatieke zending, want een aankoopbewijs of invoerpapieren zijn nooit gevonden. Dat zou niet uitzonderlijk zijn, want tot halverwege de jaren 2000 doken in musea over de hele wereld Italiaanse oudheden op. Italië voerde bijna tien jaar lang een proces tegen Marion True, destijds conservator van het Getty Museum in Los Angeles, omdat ze, aldus de aanklacht, oudheden had verkocht die door grafrovers waren gestolen uit de uitgestrekte archeologische parken van Italië en vervolgens aan verzamelaars en musea werden doorverkocht. Honderden van dergelijke gestolen kunstschatten zijn de afgelopen jaren geretourneerd aan Italië.
Koffievlekken
Het mozaïek van Caligula werd weliswaar in 2013 herontdekt, maar het duurde nog vier jaar voordat samenwerking van de Italiaanse autoriteiten met Cy Vance, de officier van justitie van Manhattan, tot verificatie leidde en uitwees dat het om het originele mozaïek van het paleisschip ging. Toen Vance de authenticiteit van het mozaïek bekendmaakte zei hij: ‘Dergelijke voorwerpen kunnen mooi, legendarisch en enorm waardevol zijn voor verzamelaars, maar feit blijft dat het opzettelijk negeren van de herkomst van een voorwerp in wezen stilzwijgende goedkeuring betekent van schadelijke, criminele praktijken.’
Helen Fioratti, die nu in de negentig is, is nooit beschuldigd van misdrijven, hoewel verschillende huiszoekingen in haar huis aan Park Avenue en in haar antiekgalerie L’Antiquaire & The Connoisseur suggereren dat de autoriteiten wel degelijk achterdochtig waren.
Het mozaïek werd al in 2017 teruggestuurd naar Italië, samen met een lading andere geroofde kunstvoorwerpen. Het werd pas twee weken geleden feestelijk onthuld in het Museo delle Navi di Nemi dat het voornemen heeft om ooit reconstructies op ware grootte van de Caligula-schepen te zullen herbergen. Het duurde bijna vier jaar voordat de ‘restanten van het huiselijke leven’, in de woorden van Massimo Osanna, uiteindelijk verwijderd waren.
Het mozaïek zat onder de koffie- en theevlekken die tannine bevatten dat makkelijk vlekken maakt op natuursteen. De Fioratti’s gebruikten de tafel ook om bloemenvazen en cocktailglazen op te zetten, zodat er ook kalkvlekken op waren achtergebleven. ‘Het was duidelijk een veelgebruikte tafel,’ aldus Osanna. ‘Het is echt een wonder dat het mozaïek is teruggekeerd in Nemi.’
Jemenieten en hulporganisaties noemen het tekort aan internationale financiering voor Jemen een ‘doodvonnis’ voor mensen die lijden onder de burgeroorlog in het land. Het VK, meldt The Guardian, besloot ongeveer 50 procent van de steun voor humanitaire inspanningen aan het land te verminderen.
De VN hoopte maandag 3,85 miljard dollar (3,2 miljard euro) in te zamelen bij meer dan honderd regeringen en donoren op een virtuele conferentie om de wijdverbreide hongersnood in de ergste humanitaire crisis ter wereld te voorkomen, maar ontving slechts 1,7 miljard dollar – minder dan de helft. ‘Een teleurstellende uitkomst’, aldus secretaris-generaal van de VN António Guterres, geciteerd door de Britse krant. Het totaal dat op de conferentie van vorig jaar werd opgehaald, was 1,5 dollar miljard lager dan gehoopt.
‘Miljoenen Jemenitische kinderen, vrouwen en mannen hebben dringend hulp nodig om in leven te bijven. Een mindering van de hulp betekent een doodvonnis’, aldus Guterres in een verklaring. ‘Oorlog en hongersnood’, waarschuwt The Guardian, ‘kunnen de volgende generatie Jemenieten wegvagen.’
Armeense premier staat open voor vervroegde verkiezingen
De Armeense premier Nikol Pasjinian heeft gezegd bereid te zijn vervroegde verkiezingen te houden als de parlementariërs daarmee instemmen, meldt Armenpress. ‘Laten we weer een verkiezing houden en we zullen zien wie de mensen vragen ontslag te nemen’, zei Pasjinian in een officieel bericht.
In het Kaukasische land is er onrust sinds de premier een vredesakkoord sloot met Azerbeidzjan over het betwiste gebied Nagorno-Karabach. Na een oorlog van zes weken werden delen van het gebied afgestaan aan de vijand. De Armeense oppositie, grote groepen betogers en het leger waren het daar niet mee eens.
Vorige week zegde het hoofd van de strijdkrachten zijn vertrouwen op in de regering, wat door Pasjinian als een militaire staatsgreep werd gezien. Hij besloot daarop de legerchef te ontslaan, maar de onafhankelijke president Saskissian verklaarde die beslissing ongrondwettelijk. Sindsdien gaan voor- en tegenstanders van Pasjinian dagelijks massaal de straat op.
‘Niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd’
In een redactioneel commentaar van de Armeense site Aravot, schrijft Aram Abrahamyan dat de regering onder geen beding demonstraties mag organiseren. ‘Ze moeten werken en het dagelijks leven in de staat regelen, de veiligheid en welvaart van burgers garanderen. Ze mogen niet stoppen met werken, zelfs niet tijdens campagnes. Als ze twee dagen aan een betoging werken en marcheren om de leider van de staat te “steunen”, dan heeft dat niets te maken met “het regeren van het volk”. Dat is geen regering van het volk, maar van ambtenaren en oligarchen die de regering steunen, die de afgelopen dertig jaar hebben bestaan en nog altijd bestaan.’
De oppositie moet volgens Abrahamyan instemmen met het houden van snelle verkiezingen terwijl Pasjinian premier blijft, en de regering moet ermee instemmen om die verkiezingen binnen twee à drie maanden te houden en garanderen dat ze zo eerlijk mogelijk zullen verlopen. De generaals moeten hun eisen aan de regering om af te treden stoppen, en de premier moet van zijn voornemen afzien om de legerchef uit zijn functie te verheffen.
‘Gezien Pasjinians tegenstrijdige, verdeeldheid zaaiende aard zal dit moeilijk worden. Maar we moeten niet vergeten dat Armenië een parlementaire republiek is, en dat niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd.’
3000 jaar oude speerpunt gevonden op het strand van Jersey
In augustus 2020 vond Jay Cornick, een elektrotechnisch ingenieur, met zijn metaaldetector een 35 cm lange speerpunt die was begraven in het zand op een strand in het oosten van het eiland Jersey, schrijft The Daily Telegraph.
Deze speerpunt, gemaakt van een koperlegering, was in zo’n goede staat, dat Jay Cornick dacht dat het een moderne visspeer was. ‘Hij stopte hem in zijn tas en dacht er niet meer echt aan tot hij hem aan de archeologen van Jersey Heritage liet zien’, aldus het dagblad.
Neil Mahrer, specialist in erfgoedbehoud in Jersey, noemt de vondst ‘ongelooflijk’. De York Archaeological Trust heeft bevestigd dat de overblijfselen van het houten handvat van de speer die op de punt werden aangetroffen, dateren van tussen 1207 en 1004 voor Christus. Daarmee is dit een van de meest spectaculaire wapens uit de Bronstijd die in Noord-Europa zijn gevonden.
De stijl van dit type speerpunt staat bekend als Tréboul, maar het gevonden object in Jersey is ‘zo groot en verfijnd’ dat het mogelijk was bedoeld was voor ceremonieel gebruik.
De punt zou in zo’n goede staat zijn gebleven doordat hij tegen de lucht werd beschermd door het zwarte zand waarin hij begraven lag. ‘Hij overleefde niet alleen de bouw van de haven van Gorey en het middeleeuwse kasteel dat erboven uittorent, maar ook drie millennia van wintertij en stormen’, jubelt The Daily Telegraph.
Eind december maakten archeologen bekend dat ze een thermopolium, een Romeins eethuisje, hadden opgegraven in Pompeii, de stad waar de tijd kwam stil te staan na de catastrofale uitbarsting van de Vesuvius. De spectaculaire vondst verschaft veel informatie over het dagelijks leven van de lagere klassen in de Romeinse samenleving.
Archeologe en culinair schrijfster Farrell Monaco bereidde op basis van de overblijfselen een Pompejaanse caféhap.
‘In de tweede eeuw na Christus schreef Plinius de Jonge een brief aan de Romeinse historicus Tacitus, waarin hij het begin van de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus memoreert’, schrijft Farrell Monaco. ‘Hij herinnert zich dat hij vanuit zijn villa in Misenum, aan de overkant van de vulkaan aan de baai van Napels, een donkere wolk zag in de vorm van een parasoldennenboom, die de lucht vulde boven de bergen. Wat volgde was iets waarop niemand in het gebied was voorbereid.
Een dag nadat Plinius die donkere wolk opmerkte, bezweek een kleine taverne in het noordoostelijke deel van Pompeii samen met de rest van de stad onder het gewicht van puimsteen en as.
Daarna volgde een snelle pyroclastische golf van heet gas, vulkanisch puin en as die de laatste verwoestende dreun van de vulkaan markeerde: degenen die waren achterbleven in Pompeii en Herculaneum werden op slag gedood door deze helse golf van hitte, die volgens schattingen opliep tot bijna 500 graden Celsius.
De eigenaar van de genoemde taverne was een van de slachtoffers. Hij kon niet op tijd uit zijn onderkomen ontsnappen en stierf ter plekke in bed, evenals een man en een hond die hun toevlucht bij hem hadden gezocht.’
Antieke snackbar
In december vorig jaar maakten archeologen van het Archeologisch Park van Pompeii bekend dat ze de overblijfselen van deze twee mannen en de hond hadden gevonden bij de opgraving van een antieke ‘snackbar’, thermopolium genoemd.
‘Gelegen in een nog niet uitgegraven deel van Pompeii, vormen de goed bewaard gebleven toonbank van het thermopolium, de dolia, zoals keramische vaten voor opslag worden genoemd, en de kunst op de muren gezamenlijk een van de meest ontroerende vondsten die recentelijk zijn gedaan’, aldus Monaco.
In één dolium werden de overblijfselen van een van de mannen gevonden, daar waarschijnlijk in gedeponeerd door achttiende-eeuwse plunderaars
De grote gemetselde toonbank is versierd met fresco’s die scènes uit het dagelijkse leven in het etablissement weergeven: schalen en kookgerei hangend boven de bar, een afbeelding van een bezorger, een Griekse zeenimf rijdend op een zeepaard en afbeeldingen van wilde eenden, een kip en een hond. Tegen de toonbank leunden amforen, de keramische wijnvaten waarin lokaal geproduceerde en geïmporteerde Griekse wijnen werden bewaard.
Sommige van de dolia bevatten de botten van verschillende soorten dieren en in één dolium werden de overblijfselen van een van de mannen gevonden, daar waarschijnlijk in gedeponeerd door achttiende-eeuwse plunderaars.
‘Als klassiek archeoloog wiens onderzoek zich richt op voedsel en voedselbereiding in het Romeinse Middellandse Zeegebied’, schrijft Monaco, ‘ben ik dolgelukkig met dergelijke vondsten. Ze werpen een helder licht op het dagelijkse leven van delen van de Romeinse samenleving die in oude literaire bronnen slecht zijn vertegenwoordigd, zoals slaven en de doorsnee werkende Romeinen. Plekken zoals dit thermopolium geven archeologen zoals ik een realistisch beeld van hoe de Romeinse eetcultuur eruitzag.’
Voor Monaco en anderen bieden ze een noodzakelijk contrast met de sensationele weergaves van de Romeinse eetcultuur, zoals bekend van het satirische Trimalchio’s Banket van Petronius, of van de weelderige fresco’s die de muren van de eetkamer sieren in het Huis van de Vettii, een uitzonderlijk goed bewaard gebleven luxe woning.
Alledaags eten
Het opgegraven thermopolium biedt aanwijzingen over waar en wat de doorsnee Pompejaan at. In het gebied rond de Vesuvius had slechts 40 procent van de stadswoningen voor werkende armen een vuurhaard om te koken, denkt Anna Maria Sodo, directeur van het Antiquarium van Boscoreale. Van de woningen voor de middenklasse was 66 procent uitgerust met een kookgelegenheid. Dat betekent dat veel mensen buiten de deur aten.
De site moet nog verder worden uitgegraven, maar volgens archeoloog Massimo Osanna telde Pompeii minstens tachtig eet- en drinkgelegenheden. Die bieden inzicht in het soort voedsel dat aan gewone burgers werd geserveerd.
Om een maaltijd te reconstrueren die in de buurt komt van wat mogelijk werd opgediend, bieden de overblijfselen allerlei aanwijzingen, schrijft Monaco. Dat geldt voor zowel de fresco’s die op de toonbank zijn geschilderd, als voor de inhoud van de amforen en de dolia.
Een van de dolia bevatte de botten van eenden, varkens, geiten en vissen, evenals schelpen van landslakken. De eendenbotten komen overeen met het fresco van twee wilde eenden op de voorkant van de toonbank, dat mogelijk diende als een picturaal menu voor de ongeletterde meerderheid van de bevolking.
Sommige wetenschappers denken uit deze resten op te kunnen maken dat de Pompejanen uit de eerste eeuw stoofschotels of soepen aten die werden gebrouwen van alle gevonden dieren tezamen. Monaco betwijfelt dat, want het zou ongebruikelijk zijn voor de oude Romeinse keuken. Omdat dolia normaal gesproken werden gebruikt voor het bewaren van droog en vloeibaar voedsel en niet om te koken, acht Monaco het mogelijk dat de botten en schelpen die in het dolium werden gevonden, voedselresten zijn van een eigen slagerij, van voedselbereiding die aan de toonbank plaatsvond, of van resten die werden achtergelaten door klanten.
Bouillon
Maar het is ook mogelijk dat deze overblijfselen op iets heel anders wijzen, aldus Monaco. De schelpen en botten zouden bestemd kunnen zijn geweest voor een basisbouillon die werd gebruikt in de gerechten. Het thermopolium bevond zich tenslotte in de buurt van een fontein en een watertoren, waardoor het makkelijk was om dagelijks een grote hoeveelheid bouillon te maken. Verwijzingen naar dergelijke gerechten komen voor in historische teksten.
Zo klaagt Cicero in zijn bijtende scheldrede Tegen Piso uit de eerste eeuw voor Christus over de ‘stank en rook’ van stoofhuizen. En Athenaeus van Naucratis, een Grieks-Egyptische schrijver uit de derde eeuw, verwijst naar voedsel in de ‘gewone eethuizen’ als ‘niets anders dan bouillon en wat stukjes vlees’. De historicus Dio Cassius uit de tweede eeuw heeft het zelfs over keizer Claudius die een verbod uitvaardigde op herbergen waar gekookt vlees en heet water werd verkocht, aldus Monaco.
Thermopolium of popina
‘Het is zeer waarschijnlijk dat de opgegraven ruimte in feite een taverne was’, meent Monaco. ‘Ondanks het feit dat veel publicaties de eetgelegenheden in Pompeii ‘thermopolie’ noemen, vermeldt de Loeb Classical Library slechts twee voorbeelden van de gebruikte term.
Deskundigen zoals Tonnes Kleberg, Mary Beard, Steven Ellis en Claire Holleran hebben allemaal opgemerkt dat de Latijnse term popina veel vaker voorkomt en een geschiktere naam is voor dit soort gelegenheden. Doorgaans vertaald als ‘taverne’, wordt het soms ook vertaald met ‘volkshuis’, of met het modernere ‘café’. Om je de sfeer van oude Romeinse tavernes voor te stellen, kun je gewoon naar de fresco’s kijken die de muren van dergelijke ruimtes in Pompeii sieren, met scènes van drinken, minnekozen, gokken en gestoei.
‘Dergelijke informatie in acht nemend’, vervolgt Monaco, ‘en ervan uitgaande dat Latijnse teksten over “gekookt vlees”, “bouillon en stukjes vlees” en de “stank en rook” van stoofschotels verwijzen naar een popina, geeft ons de mogelijkheid om te speculeren dat het bot- en schelpmateriaal in het nu opgegraven dolium bestemd was voor bouillon. Suggereert dit dat vlees gekookt in bouillon van de popina op de hoek, de Romeinse versie is van onze huidige café-hap? Ik denk van wel en het brengt ons dichterbij een voorstelling van een 1ste eeuwse Romeinse maaltijd.’
Eend volgens Apicius
In het kookboek De Re Coquinaria van fijnproever Marcus Gavius Apicius uit de 1ste eeuw staat een recept voor eend of kraanvogel in bouillon. Het lijkt misschien een wat duur gerecht voor een eenvoudige popina op de hoek, maar de bereiding is redelijk eenvoudig en het recept bevat enkele van de meest gebruikte ingrediënten en smaakmakers uit die tijd, aldus Monaco. Ze beschrijft vervolgens eerst het recept van Apicius:
‘Pluk en was de vogel en doe hem in een grote kookpot. Voeg water, zout en dille toe en kook tot de vogel stevig is. Haal hem halverwege het kookproces uit de pot en doe hem in een andere pan met olie, een bundel oregano en koriander en liquamen (vissaus van gefermenteerde vis en zout).
Voeg als het bijna gaar is een beetje defrutum (wijnsiroop) toe voor de kleur. Maal peper, lavas, komijn, koriander, laserwortel, wijnruit in een vijzel, voeg caroenum (enigszins vergelijkbaar met defrutum) en honing toe, giet er wat van de kookvloeistof over en breng op smaak met azijn. Giet dit terug in de pan om op te warmen. Bind met zetmeel. Leg de vogel op een serveerschaal en giet de saus erover.’
‘Als begeleiding van het hoofdgerecht’, gaat Monaco verder, ‘koos ik ervoor om mensae toe te voegen, een platbrood dat zowel als bord als bestek werd gebruikt.’
Dit blijkt onder meer uit de Aeneis van Vergilius. Nadat Aeneas en zijn mannen hun voedsel van platbroden hebben gegeten roepen ze uit: ‘Oh, kijk! Wij eten ook onze tafels op!’
De keukenspullen van Monaco
Monaco bereidt haar eend met klassiek kookgerei ‘om de originele kooktechnologieën en de “stank en rook” van Cicero’s stoofpotten zo goed mogelijk te simuleren.’
‘Ik besloot om mijn terracotta foculus (draagbare vuurpot) en ollae (kookpotten) voor dit recept te gebruiken. Maar mijn draagbare keuken is misschien meer geschikt voor een van de slaven in de Satiren van Juvenalis, dan als vervanging voor een vast fornuis in een popina. Thuiskoks kunnen een aarden pot aan een driepoot gebruiken boven barbecuekolen of hout, of gewoon kookgerei op conventionele fornuizen om een vergelijkbaar resultaat te bereiken.’
Het recept
Ingrediënten:
Voor de gestoofde eend:
2 eendenborsten of eendenbouten
Een klein bosje dille of 1 theelepel (2 gram) gedroogde dille
Snufje zout
2 eetlepels (20 gram) olijfolie
2 theelepels (6 gram) colatura d’alici of Red Boat-vissaus
Een klein bosje verse oregano of 1 theelepel (2 gram) gedroogde oregano
Een klein bosje verse koriander of 1 theelepel (2 gram) gedroogde koriander
3 eetlepels (60 gram) defrutum / caroenum (die je kunt maken met dit recept) of melasse van druiven uit de winkel
1 eetlepel (20 gram) rode wijnazijn
1 theelepel (5 gram) honing
1 theelepel (5 gram) gesneden groen van paardebloemen (cicoria, in het Italiaans) ter vervanging van wijnruit (die potentieel giftig is in grote hoeveelheden)
½ theelepel (2 gram) gedroogde gemalen zwarte peper; lavas; komijn; koriander; asafoetida (ook bekend als hing en verkrijgbaar in veel Aziatische winkels of reformzaken) ter vervanging van laser (silphium)
1 eetlepel (15 gram) bloem
1 eetlepel (15 gram) eendenvet, reuzel of ongezouten boter
Takjes verse oregano (voor garnering)
Voor de mensae:
250 gram steengemalen volkorenmeel
60 gram zuurdesembrood‘starter’ (Geen starter bij de hand? Maak een ‘spons’ bestaande uit gelijke delen bloem en water met 1 theelepel (5 gram) commerciële bakkersgist. Gebruik 60 gram van deze spons voor dit recept.)
160 gram water
2 gram zout
Olijfolie (als je wilt frituren in plaats van grillen)
Bereidingswijze:
1.
Bereid het deeg voor de mensae: los de starter op in het water, meng met de bloem en het zout, kneed het deeg, dek het af en laat een uur rusten op een warme plek.
2.
Doe de eend in een pan, dompel hem onder in water, voeg de dille en een snufje zout toe en breng aan de kook. Dek af en laat 45 minuten op medium-laag vuur sudderen om een lichte bouillon te creëren. Als je het durft, voeg dan een paar slakkenhuisjes, geitenbotten en varkensbotten aan de bouillon toe voor extra smaak.
3.
Nadat het mensae-deeg heeft gerust, snijd je het doormidden en kneed je elke helft tot een bal. Gebruik een deegroller of de palm van je hand om van elke bal vervolgens een schijf te maken. Dek af met een vochtige theedoek en laat het deeg nog eens 30 minuten rusten.
4.
Meng in een andere pan de olijfolie en de vissaus met de oregano en koriander en verwarm op middelhoog vuur.
5.
Haal de eend uit de bouillon en braad hem aan in de pan met de olie, vissaus en kruiden. Besprenkel met de helft van de defrutum (of druivenmelasse). Als de eend bruin is, haal je hem uit de pan en zet je hem apart. Bewaar het vocht in de pan.
6.
Meng in een kom de overgebleven defrutum (of druivenmelasse) met de rode wijnazijn, honing, het gesneden groen van paardebloemen (of cicoria), gemalen zwarte peper, lavas, komijn, koriander en asafoetida en klop het door elkaar.
7.
Voeg in de pan de bloem en het eendenvet (of reuzel of ongezouten boter) toe aan het overgebleven vocht en maak een roux door de bloem en het vet samen op laag vuur op te lossen. Gebruik een garde om klonteren te voorkomen.
8.
Maak een mengsel van honing, azijn en kruiden met 215 gram eendenbouillon en voeg de vloeistof langzaam toe aan de roux in de pan, op laag vuur, en klop het samen totdat het begint te verdikken tot een saus.
9.
Bereid beide mensae door een grill of een koekenpan met olijfolie op middelhoog vuur te verwarmen. Leg elke mensa op de hete grill of in de pan en verhit ze tot ze beginnen op te blazen. Draai ze dan om tot de andere kant goudbruin wordt. Verlaag de temperatuur als de mensae te snel bruin worden voordat ze zijn opgeblazen.
10.
Leg een grote toef saus op elke bord. Snijd het eendenvlees in hapklare stukjes en leg ze op de saus. Besprenkel de stukjes eend met extra bouillon en garneer met takjes verse oregano.
11.
Snijd de gegrilde mensae in partjes en serveer ze naast de gesneden eend om de saus en de bouillon op te nemen.
‘En dan’, schrijft Monaco, ‘neem je je bord met gestoofde eend en je brood, en stel je je voor dat je in een Pompejaanse popina bent. Zoek een kruk op een plek met voldoende licht om je eten te kunnen zien. Misschien kom je naast een vreemde terecht, dus pas op je portemonnee. Het beste kun je nu stoppen met wijn drinken. De grond trilt altijd onder je voeten als je te veel hebt gedronken en dat gebeurt nu.
Maak je geen zorgen, de bouillon en het brood zullen je net genoeg ontnuchteren om de voordeur uit te kunnen strompelen, langs die hond die maar blijft blaffen naar iets in de verte. Aai hem over zijn kop om hem af te leiden en ga er dan vandoor. Tijd om op pad te gaan nu er nog daglicht is.’
Een verslag van de ontdekking door archeoloog Massimo Osanna.
Voor de oeroude Afrikaanse beschaving van de Nubiërs bestond lang nauwelijks aandacht. Nu zijn archeologen verwikkeld in een race tegen de klok om vast te leggen wat er nog van over is.
In 1905 togen Britse archeologen naar een smalle landstrook in Noordoost-Afrika om artefacten uit drieduizend jaar oude tempels op te graven. Ze keerden onverrichter zake terug met voornamelijk foto’s, ontmoedigd door de immer verschuivende zandheuvels. ‘Bij iedere stap zakten we tot onze knieën weg’, schreef Wallis Budge, de Britse egyptoloog en filoloog destijds. ‘We deden verschillende proefopgravingen maar troffen niets aan wat de moeite waard was mee te nemen.’
In de eeuw die volgde was er nauwelijks interesse voor de regio die bekendstaat als Nubië, de bakermat van oudere beschavingen dan het Oude Egypte, gelegen langs de Nijl in wat vandaag de dag het noorden van Soedan en het zuiden van Egypte is. Het land was onherbergzaam en een aantal archeologen wees al dan niet openlijk het idee van de hand dat zwarte Afrikanen in staat waren kunst te maken, technologie te ontwikkelen of steden te bouwen zoals de Oude Egyptenaren of de Romeinen. Moderne handboeken behandelen Nubië nog steeds als een soort appendix bij Egypte, met hooguit een paar alinea’s over zwarte farao’s.
Inmiddels is dit beeld gekanteld en beseffen archeologen hoe weinig tijd hen rest om de historische betekenis van Nubië volledig te ontvouwen. ‘Dit is een van de grote, oudste bekende beschavingen ter wereld,’ zegt archeoloog Neal Spencer, verbonden aan het British Museum. De afgelopen tien jaar heeft Spencer op een van de archeologische sites gewerkt die zijn academische voorgangers een eeuw geleden hebben gefotografeerd: Amara West, ongeveer honderdvijftig kilometer ten zuiden van de grens tussen Egypte en Soedan. Uitgerust met een magnetometer, een apparaat dat magnetische patronen van objecten in de bodem registreert, brengt Spencer duizenden metingen in kaart om zo hele nederzettingen onder het zand bloot te leggen, fundamenten van piramides en ronde grafheuvels, oftewel tumili, met tombes waarin skeletten in typisch Nubische stijl op grafbedden rusten, daterend uit 1300 tot 800 vóór Christus.
‘Het inheemse negerras heeft nooit handel of nijverheid van enige betekenis ontwikkeld en dankt zijn culturele status aan de Egyptische immigranten en de geïmporteerde Egyptische beschaving’
Het Nijldal in het noorden van Soedan is bezaaid met dit soort sites, en overal stuitten archeologen op honderden artefacten, rijkversierde tombes, tempels en steden. Elke vondst is waardevol, zeggen de wetenschappers, omdat ze licht werpen op de Nubiërs: wie ze waren, wat voor kunst ze maakten, de taal die ze spraken, hun godsdienstige rituelen, hoe ze stierven: belangrijke puzzelstukken voor de beeldvorming van de mozaïek van beschavingen. Alleen dreigen deze heilige archeologische sites door woestijnvorming en de aanleg van stuwdammen voorgoed onder het zand of onder de waterspiegel te verdwijnen. ‘Nu pas realiseren we ons hoeveel archeologische schatten daar nog op ons liggen te wachten,’ zegt archeoloog David Edwards van de Universiteit van Leicester. ‘Maar nu is het eigenlijk te laat,’ voegt hij eraan toe. ‘Binnen tien jaar is het grootste deel van het oude Nubië waarschijnlijk weggevaagd.’
Tussen 5000 en 3000 v.Chr., toen de tropische jungles bij de opwarming van de aarde plaatsmaakten voor woestijnen, begon de trek naar de groene oevers van de Nijl. ‘Het wemelt er van de archeologische sites omdat de Nijlvallei, vanaf de prehistorie tot nu, al duizenden jaren is bewoond,’ vertelt Vincent Francigny, directeur van het Franse Archeologische Instituut in zijn kantoor in de hoofdstad van Soedan, Khartoem. De eerste archeologische sporen van het Nubische koninkrijk, Koesj, stammen uit ongeveer 2000 v.Chr. Egyptenaren veroverden gedurende een paar honderd jaar delen van het Koesjitische rijk. Rond 1000 v.Chr. lijken de Egyptenaren te zijn vertrokken, of ze hebben zich geheel met de lokale bevolking vermengd. In 800 v.Chr. namen Koesjitische koningen, ook wel bekend als de zwarte farao’s, Egypte een eeuw lang over: twee cobra’s die de kronen van de farao’s versieren staan voor de vereniging van de koninkrijken. Rond 300 n.Chr. begon de ondergang van het Koesjitische rijk.
Over het leven van Nubiërs in die tijd is bijna niets bekend. ‘Britse egyptologen uit de negentiende eeuw verlieten zich op verslagen van oude Griekse historici die de wildste verhalen uit hun duim zogen,’ zegt Francigny. ‘Ze namen niet de moeite zelf af te reizen naar Soedan.’ De Amerikaanse archeoloog George Reisner, verbonden aan de Harvard-universiteit, was de eerste die begin twintigste eeuw serieus onderzoek deed. Reisner ontdekte tientallen piramides en tempels in Soedan, legde de namen van koningen vast en verscheepte de kostbaarste antiquiteiten naar het Museum of Fine Arts in Boston. Met dedain dichtte hij iedere vorm van hoogstaande architectuur zonder enig bewijs aan blankere rassen toe. In 1918 schreef hij, alsof het als een paal boven water stond, in een bulletin van het museum: ‘Het inheemse negerras heeft nooit handel of nijverheid van enige betekenis ontwikkeld en dankt zijn culturele status aan de Egyptische immigranten en de geïmporteerde Egyptische beschaving.’ Er heilig van overtuigd dat een donkere huidskleur een lagere intelligentie aanduidde, weet hij de ondergang van Nubië aan de vermenging van de Egyptenaren met de oorspronkelijke bewoners.
Reisner was in alle opzichten een kind van zijn tijd. Archeologen van de oude stempel waren meer gericht op het samenstellen van namenlijstjes van farao’s en het verschepen van culturele schatten, dan dat ze door middel van antiquiteiten inzicht probeerden te krijgen in de ontwikkeling van samenlevingen en culturen.
Archeoloog Stuart Tyson Smith, verbonden aan de Universiteit van Californië, Santa Barbara, stoft objecten die hij de afgelopen jaren in Nubische graven heeft verzameld vanuit een heel andere benadering af. Smith en zijn team doen opgravingen in Tombos, een enorme necropolis ten zuiden van Amara West, die vóór 700 v.Chr. honderden jaren in gebruik was. Opgetogen leidt Smith me op locatie rond door opslagruimtes die vol staan met onlangs opgegraven voorwerpen. Ook tijdens hun reis naar het land der doden wilden onze voorvaderen goed voor de dag komen: ze kregen in hun graf kohlpoeder, reukwater en versierde cosmeticadozen mee. Op een houten tafel ligt een vrouwenschedel met een aangekoekte laag aarde vol termietengangen. Glunderend pakt Smith een vuistgrote amulet die hij naast dit skelet heeft gevonden. De amulet heeft de vorm van een scarabee, in Egypte een veelvoorkomend symbool van wedergeboorte, alleen heeft deze kever een mensenhoofd. ‘Dit is heel ongebruikelijk,’ zegt Smith. Lachend vertaalt hij de hiërogliefen die op de onderkant zijn gegraveerd: ‘Laat mijn hart op de Dag des Oordeels niet tegen mij getuigen.’
Smiths collega, Michele Buzon, bioarcheoloog aan de Purdue-universiteit in Indiana, zal de schedel naar haar lab in West Lafayette laten verschepen om de isotopensamenstelling van strontium in het tandglazuur te analyseren. Strontium is een element dat in wisselende hoeveelheden in de grondlaag en in gesteente voorkomt. Omdat strontium bij opgroeiende kinderen via het drinkwater in de tandglazuurlaag wordt opgenomen, is het een indicatie van de regio waar een persoon is geboren. De uitslag zal uitwijzen of de vrouw uit Egypte kwam, zoals de scarabee doet vermoeden, of dat het om een lokale bewoner gaat met een voorliefde voor Egyptische spullen.
Er zijn voldoende aanwijzingen waaruit blijkt dat Egyptische gezagsdragers tussen 1450 en 1100 v.Chr. in Tombos tussen de Nubiërs leefden en stierven. Egypte inde belasting in de regio, een belangrijk handelscentrum waar ivoor, goud en dierenhuiden vanuit het zuiden via de Nijl naar het noorden werden vervoerd. Maar in schedels uit 900 v.Chr. vindt Buzon nog zelden aanwijzingen voor Egyptische wortels in het tandglazuur. Strontiumisotopen tonen aan dat het om geboren en getogen Nubiërs gaat, hoewel de cultuur nog duidelijke Egyptische invloeden vertoonde; een vroege vorm van culturele assimilatie. ‘De twee culturen smolten samen,’ zegt Smith. In 2005 legde hij een grafkamer bloot met daarin een mannelijk skelet, omgeven door Nubische pijlpunten, geïmporteerde voorwerpen uit het Midden-Oosten en een koperen beker, aan de binnenzijde gegraveerd met stieren, een veelvoorkomend motief in Nubische ontwerpen. ‘Dat hij met traditionele Nubische objecten en kosmopolitische spullen is begraven, geeft aan dat hij bij de elite hoort,’ legt Smit uit.
Nubische taal
Om meer te weten te komen over de verloren taal van het oude Nubië zoek ik Claude Rilly op, een linguïst die is gespecialiseerd in oude talen. Hiervoor moet ik afreizen naar Soleb en Sedeinga, archeologische sites met majestueuze, vervallen tempels en een terrein vol kleine piramides. De woestijn tussen de twee sites doet postapocalyptisch aan: zover het oog reikt een desolate vlakte, bezaaid met zwarte rotsblokken. Op het punt waar de weg onder het zand verdwijnt stap ik over in een gammele motorboot. Ik word opgewacht door Rilly, een boomlange, goedlachse man met een verweerd gezicht. ‘Welkom in de wieg van de mensheid.’ Vol enthousiasme begint Rilly de Egyptische hiërogliefen te vertalen die in de zandstenen zuilen van de tempel in Soleb zijn gegraveerd. Hij wil maar al te graag zijn kostbaarste vondsten laten zien: stèles, stenen platen met Meroïtische inscripties uit het oude Nubië. Rilly, verbonden aan het Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek in Parijs, is een van de weinigen die Meroïtische teksten kan vertalen. Het schrift is niet verwant aan Egyptische hiërogliefen. Rilly heeft wel verbanden gevonden tussen het Meroïtisch en een handvol talen die vandaag de dag door etnische groepen in Nubïe, Darfoer en Eritrea worden gesproken.
Eind 2016 vond Rilly een beschilderde stèle die tussen de bakstenen van een grafkapel in Sedeinga was gevallen en zo beschermd was gebleven voor zandstormen en regen. De bovenkant van de stenen plaat is versierd met een zonneschijf, omringd door twee goudgele cobra’s en uitgerust met een paar rode vleugels. De gegraveerde lijn die de illustratie van de tekst scheidt is blauw, een zeldzaam pigment. In de tekst staat een woord dat Rilly nooit eerder is tegengekomen. Afgaande op de talen die momenteel in de regio worden gesproken, vermoedt hij dat het een tweede woord is voor de zon, maar dan voor de zonnegod en niet voor het hemellichaam. Rilly kan niet wachten tot hij meer teksten in handen krijgt waarmee hij de woordenschat kan uitbreiden om zo de verhalen die ze over Nubische religie vertellen te ontcijferen. Hij heeft het idee dat er een verborgen stad in de buurt van de tempels moet liggen, en hopelijk ook papyrusrollen met geschriften van onze voorouders. De komende maand zal Rilly met een magnetometer de omgeving afspeuren naar sporen van een nederzetting onder de boerderijen langs de Nijl of het omringende land. Het draagbare apparaat berekent het magnetische signaal aan de oppervlakte van de grond en vergelijkt dat met het signaal van twee meter daaronder. Als de fluxdichtheid verschilt, wordt de plek op de kaart met een grijze tot zwarte stip aangemerkt om aan te geven dat er iets onder het aardoppervlak ligt. Rilly zoekt ook naar de restanten van een Koesjitische tempel waarnaar wordt verwezen op een stèle die hij onlangs heeft ontcijferd. ‘De zonnegod en de maangod worden genoemd, en de godin Isis zelfs wel vijftien keer,’ vertelt Rilly. ‘We weten dat hier een Koesjitische cultus was, en een cultus kan niet zonder tempel bestaan.’
Hedendaagse Nubiërs krijgen de verhalen over het oude Nubië, doorgegeven van generatie op generatie, met de paplepel ingegoten. En of ze nu wel of niet direct van de Koesjieten afstammen, hun identiteit is onlosmakelijk verbonden met het verleden. Ze zijn opgegroeid tussen piramides, tempels en omgevallen beelden.
Op heilige dagen wandelen gezinnen uit de aan de Nijl gelegen plaats Karima naar de zanderige voet van Djebel Barkal, een heilige tafelberg die wordt gekenmerkt door een natuurlijke, 75 meter hoge monoliet waarvan de ogenschijnlijk ontoegankelijke top inscripties bevat van wellicht 3400 jaar oud. Terwijl de zon ondergaat, is het uitzicht met recht bijbels te noemen: de groene oevers van de Nijl, de tempels in de schaduw van de berg, de piramides aan de horizon. Toen de oude Egyptenaren de regio veroverden, herkenden ze in Djebel Barkal de verblijfplaats van de god Amon, die ieder jaar voor nieuw leven zorgt wanneer de Nijl buiten haar oevers treedt. Ze hakten aan de voet van de berg een tempel voor hem uit en versierden de muren met goden en godinnen. Toen de Nubiërs de macht overnamen, vonden de kroningen van hun farao’s op deze heilige berg plaats, en ze bouwden er piramides naast.
Verder noordwaarts ligt aan de Nijl nog een heilige berg, in de geboorteplaats van Ali Osman Mohamed Salih, een 72-jarige professor in archeologie en Nubische studies aan de universiteit van Karthoem. Zijn ouders leerden hem dat God in de berg huist en aangezien mensen van God afstammen, zijn ze uit deze berg ontstaan. Deze gedachtegang verbindt het heden met het verleden en mensen met een plaats. ‘Je bent zo oud als de berg, wordt ermee bedoeld,’ zegt Salih, ‘en niemand kan je uit dit land verdrijven.’ Maar dat is precies wat dreigt te gebeuren met de bouw van de drie nieuwe waterkrachtcentrales die de Soedanese regering langs de Nijl heeft gepland. Mensen zullen van hun geboortegrond worden verdreven, vreest Salih, en talloze Nubische schatten zullen onder water komen te staan. Volgens een schatting van Soedans Nationale Genootschap voor Oudheden en Musea zal het stuwmeer dat vlak bij de plaats Kajbar door de geplande dam zal ontstaan meer dan 500 archeologische sites onder water zetten, waaronder 1600 rotsgravures en -schilderingen, waarvan de oudste uit het neolitische tijdperk stammen en de jongste uit de middeleeuwen. Soedanese activisten schatten dat honderdduizenden mensen door de aanleg van de centrales uit hun woonplaatsen zullen worden verdreven.
Salih heeft al eerder tegen stuwdammen in de Nijl geprotesteerd. In 1967 werd hij in Caïro gearresteerd voor zijn openlijke verzet tegen de Hoge Aswandam vlak bij de Soedanese grens. Het hierdoor gevormde reservoir met een lengte van bijna vijfhonderd kilometer heeft honderden archeologische sites onder water gezet, hoewel de mooiste tempelcomplexen, zoals Aboe Simbel, werden verplaatst. Ook moesten meer dan honderdduizend mensen, onder wie veel Nubiërs, verhuizen. De regeringen van landen langs de Nijl rechtvaardigen de stuwdammen door te wijzen op de toenemende vraag naar elektriciteit. Op dit moment heeft twee derde van de Soedanese bevolking geen elektriciteit. Helaas leert de ervaring dat de verdrevenen meestal niet degenen zijn die van de elektriciteit en de opgeleverde winst profiteren. Maar er is weinig ruimte voor onderhandelingen. De Soedanese president Omar al-Bashir, volgens het Internationaal Strafhof een oorlogsmisdadiger, regeert met ijzeren vuist. Sinds 2006 hebben zijn veiligheidstroepen meer dan honderdzeventig demonstranten neergeschoten en talloze tegenstanders, ook van andere politiek geladen onderwerpen, opgesloten en gemarteld. Internationale archeologen die in het land willen blijven werken, durven de geplande bouw van de waterkrachtcentrales niet hardop te bekritiseren. En de meeste archeologen van eigen bodem houden wijselijk hun mond om niet achter de tralies te belanden.
Oprukkend zand
Andere archeologische sites, zoals Djebel Barkal en Tombos, worden bedreigd door de bevolkingsaanwas. En dan is er nog de verwoestende kracht van de natuur. Zo worden de rijkelijk versierde muren van de 43 Koesjitische piramides en de bijbehorende grafkapellen van Meroë, werelderfgoed volgens Unesco, sinds de jaren tachtig steeds ernstiger aangetast door zandstormen. Met financiering uit Qatar hebben archeologen de dodenstad geprobeerd vrij te maken van het steeds verder oprukkende zand. Maar een verslag uit 2016 stelt dat er bijna niet tegenop te graven is. ‘Als archeoloog sta je altijd onder druk,’ zegt Geoff Emberling, verbonden aan de Universiteit van Michigan. ‘Vanwege het tijdsgebrek en het eeuwige geldgebrek. De situatie is altijd nijpend.’ Voor Emberling zich aan Nubië wijdde, was het oude Mesopotamië in Syrië zijn onderzoeksveld. ‘Ik had nooit voorzien dat IS de oude tempels in Palmyra zou verwoesten en een Syrische archeoloog zou executeren.’ Het onthoofde lichaam van de bejaarde archeoloog Khaled al-Asaad werd ter afschrikking aan een zuil in de ruïnestad gehangen. ‘Syrië heeft me geleerd dat niets vanzelfsprekend is in het leven,’ zegt Emberling. ‘Alles kan zomaar omslaan in het tegendeel.’
Spencer, de archeoloog van het British Museum die piramides en nederzettingen in Amara West uitgraaft, weet wat hem boven het hoofd hangt. Zijn werk is een gevecht tegen het zand. Als een zware zandstorm over de site raast worden alle opgravingen in één klap tenietgedaan. En als er verderop een dam in de Nijl wordt gebouwd, loopt Amara West volledig onder. Staand naast een labyrint van pas uitgegraven muren, vlak onder het zandoppervlak, vouwt Spencer een kaart open met meetvelden, de blauwdruk voor zijn opgravingen. Hij wijst een punt aan dat buiten de grijze lijnen van de nederzettingen ligt en wijst daarna naar de uitgestrekte zandheuvels in de verte. ‘Het lage magnetische signaal van deze landsstrook geeft aan dat hier waarschijnlijk ooit een rivier heeft gestroomd,’ legt Spencer uit, die heeft aangetoond dat de regio er 3300 jaar geleden heel anders uitzag. Door middel van optisch gestimuleerde luminescentiedatering (OSL) – een techniek die wordt gebruikt om te bepalen wanneer een zandkorrel voor het laatst is blootgesteld aan licht – heeft zijn team de fluviale kleiafzetting die onder het kwarts ligt gedateerd. Daaruit blijkt dat Amara West een eiland in de Nijl was toen de Egyptenaren en de Nubiërs het land bevolkten. De rivierafsplitsing is rond 1000 v.Chr. opgedroogd, waardoor het eiland met het vasteland werd verbonden.
Spencers collega, bioarcheoloog Michaela Binder, verbonden aan het Oostenrijkse Archeologische Instituut in Wenen, heeft ontdekt dat lichamen die hier begraven liggen jong zijn gestorven. ‘Mensen werden zelden ouder dan dertig,’ zegt Binder. Hun botten vertonen in veel gevallen putjes, een teken van ondervoeding. Veroorzaakt door mislukte oogsten, vermoedt Binder. Ze vond in ribben ook aanwijzingen van chronische longziektes door de met zand en stof vervuilde lucht. Het onderzoek zou erop kunnen wijzen dat de stad niet zozeer door oorlogen of slecht bestuur ten onder is gegaan, zoals eerdere hypothesen luidden, maar dat de bewoners door klimaatverandering zijn verdreven.
Nog altijd is Amara West door zandstormen onbewoonbaar. Spencers team verblijft op een nabijgelegen eiland in de Nijl. In de vroege ochtenduren, als het nog koud is, varen Spencer en zijn team onder de heldere sterrenhemel naar de opgraving. Ze beginnen zo vroeg omdat de wind rond het middaguur aanzwelt en zandwolken en kleine vliegjes aanvoert. Het team brengt hun vondsten niet alleen in kaart door middel van notities, tekeningen, video’s en modellen, ze laten ook vliegers op met digitale camera’s die iedere twee secondes foto’s nemen. Deze foto’s worden met behulp van een fotogrammetrische techniek gelinkt aan duizenden vanaf de grond genomen foto’s om een 3D-model te creëren. Bij terugkeer in Londen worden deze modellen geïmplementeerd in dezelfde software die voor het ontwikkelen van ‘first person shooter’-videogames wordt gebruikt.
Om tot een compleet beeld te komen, hebben archeologen tijd en geld nodig om de uitgestrekte, droge landvlaktes te ontsluiten. En dat is precies wat ontbreekt
Spencer laat me op zijn laptop de resultaten zien. Al scrollend navigeert hij door een buitenwijk die we eerder op de dag hebben bezocht. De gangen waar Spencer virtueel doorheen loopt zijn zo smal dat hij met zijn schouders langs de muren schampt. Hij betreedt een krappe ruimte met de buste van een man met een zwarte pruik en een rood geverfd gezicht. Het is een getrouwe afbeelding van Spencers vondst. Spencer verlaat de virtuele ruimte en scrolt dwars door de vloer om de oudere huizen te laten zien die het team onder de bovengelegen nederzetting, Egyptische stijl, heeft blootgelegd. Hij drukt op een toets en de viewer schiet omhoog, de lucht in. In vogelperspectief zien we de tamarisken en acaciabomen die hier destijds hebben gestaan, zoals microscoopanalyses van houtskool naast de stoffige oevers van de Nijl hebben uitgewezen. De interactieve graphics zijn te vinden op de website van het British Museum zodat mensen de archeologische site op hun gemak kunnen bekijken zonder een reis naar Soedan te hoeven maken. Digitale reconstructies van graftombes en piramides op andere plekken in Nubië zijn ook steeds vaker online te vinden, en veel archeologen die in Soedan werken schrijven blogs over hun ontdekkingen. Hun wetenschappelijke publicaties volgen later.
Ook is een verschuiving zichtbaar in de interpretatie van antiquiteiten, nu de projecten geleid worden door Soedanese archeologen die de vondsten door een Afrikaanse bril, en niet door de gebruikelijke Europese bril, bekijken. In de nabije toekomst zullen geschiedenisdocenten hun middelbareschoolleerlingen wellicht inspireren met verhalen over het oude Nubië en de Nubische schatten net zo bewieroken als de Egyptische, de Griekse en de Romeinse. Misschien zal de volgende generatie studenten Afrika bezuiden de Sahara niet zien als een negatieve ruimte zonder geschiedenis, maar als de bakermat van de mensheid, waar de eerste steden herrezen, met een rijke cultuur en onder centraal gezag.
Maar om tot een compleet beeld te komen, hebben archeologen tijd en geld nodig om de uitgestrekte, droge landvlaktes te ontsluiten. En dat is precies wat ontbreekt. ‘Archeologie is altijd een race tegen de klok,’ zegt Francigny. Alleen is de teloorgang van de schatten van Nubië extra dramatisch omdat ze nieuwe hoofdstukken aan de geschiedenis kunnen toevoegen. ‘Alle vondsten zijn van onschatbare waarde omdat we hiervoor niets wisten.’
Undark is een Amerikaans onlinetijdschrift over het snijvlak van wetenschap en samenleving, ‘de plek waar wetenschap zich doet gelden in de politiek, in de economie, voelbaar en wezenlijk wordt in ons leven van alledag’. Het magazine wordt gefinancierd door de onafhankelijke Knight Foundation. Artikelen uit Undark worden met regelmaat overgenomen door tijdschriften als The Atlantic,Mother Jones,Scientific American en Newsweek.
Eeuwenlang vormden verkoolde papyrusrollen uit de antieke bibliotheek van Herculaneum een even mysterieuze als onbereikbare schat. Italiaanse onderzoekers hebben nu een algoritme ontwikkeld waarmee ze de papyri kunnen lezen.
Het is alsof ze terugkeren van een lange, vermoeiende reis. De karakters van het oude Griekse alfabet, die meer dan tweeduizend jaar geleden op papyrus zijn geschreven, worden met elke aanslag op het toetsenbord duidelijker zichtbaar op het computerscherm. Ze hervinden hun elegante lijnen; ze ordenen zich in rijen, vormen woorden en zinnen, krijgen weer betekenis.
Het is alsof ze dankzij de straling van het Europese Synchrotron in Grenoble [een deeltjesversneller die buitengewoon krachtige röntgenstraling produceert] uit de schaduwen tevoorschijn komen. Dat is geen metafoor. ‘De schaduwen zijn gaten, plooien, oneffenheden op het oppervlak van de papyrus. De invallende energie van de synchrotron stelt ons in staat binnen in de rol te kijken, die te verlichten,’ vertelt Alessia Cedola, natuurkundige aan het Instituut voor Nanotechnologie van de CNR [Nationale Raad voor Natuurwetenschappelijk Onderzoek] in Rome, die met papyroloog Graziano Ranocchia het team leidt dat zich bezighoudt met het virtueel ontrollen van de beroemde verkoolde papyri van Herculaneum, de enige antieke bibliotheek die ons nu nog in haar geheel ter beschikking staat.
De onderneming brengt onvoorspelbare moeilijkheden met zich mee, waaraan een congres is gewijd door de Accademia dei Lincei [een Italiaans wetenschappelijk genootschap]. ‘Het is namelijk de eerste keer dat innovatieve en niet-invasieve technologieën worden losgelaten op dermate kostbare en fragiele documenten,’ legt Cedola uit. Om een idee te krijgen hoef je maar te kijken naar de afbeelding van een van de duizend nog gesloten rollen die worden bewaard in de zaal van de Herculaneum-papyri in de Nationale Bibliotheek in Napels: met zijn onregelmatige vormen, deuken en bulten lijkt die meer op een verbrande cocon dan op een papyrusrol.
Het licht van de synchrotron is recent gebruikt om palimpsesten te lezen, beschreven perkamenten die in de loop der eeuwen steeds weer afgeschraapt en opnieuw beschreven werden. Maar de papyri zijn nog lastiger te lezen. In 2015 heeft een ander Italiaans team (van de CNR in Napels) onder leiding van Vito Mocella de synchrotron al gebruikt om de geheimen van de Herculaneum-papyri te onderzoeken. Daarbij werden de papyrusrollen die in 1802 door Ferdinand IV van Bourbon aan Napoleon Bonaparte zijn geschonken en in het Louvre worden bewaard, aan fasecontrasttomografie onderworpen. Sommige letters waren op die manier te achterhalen, evenals de samenstelling van de inkt. Maar het was niet mogelijk geweest de tekst in de oorspronkelijke volgorde te zien. ‘Het probleem zit hem in de staat van de rollen. De lagen papyrus zijn soms op elkaar geperst. Ze zijn gegolfd. Er zitten gaten in, veroorzaakt door spelden die achttiende-eeuwse geleerden erin hebben geprikt om de textuur te testen,’ reconstrueert Cedola. ‘Voor het virtueel ontrollen ervan hebben we dus een specifieke methodologie en een ad-hocalgoritme ontwikkeld.’
Het team uit Rome heeft twee papyri uit de bibliotheek van Napels mee naar Grenoble genomen, om hun bevindingen te kunnen vergelijken met die van de Napolitaanse onderzoekers. ‘We raadplegen elkaar. En we staan ook in contact met buitenlandse onderzoekers, zoals Brent Seales van de Universiteit van Kentucky, die een CT-scan heeft gemaakt van een verkoold perkament uit een synagoge bij de Dode Zee.’
Gepantserd koffertje
Om de methode van de groep van de CNR uit Rome te begrijpen, is het nuttig de reis door de tijd van de Herculaneum-papyri te reconstrueren. De verzameling van meer dan 1800 rollen is hoogstwaarschijnlijk aangelegd door Lucius Calpurnius Piso, schoonvader van Julius Caesar en de veronderstelde eigenaar van de villa in Herculaneum waar de papyri zijn teruggevonden. Onder zijn vrienden bevond zich de Griekse filosoof Philodemus van Gadara, uit de Epicurische school, auteur van het merendeel van de tot op heden ontcijferde traktaten in de bibliotheek. Die lagen in de rond 50 v.Chr. gebouwde ‘Villa van de Papyri’, die in 79 n.Chr. werd bedolven bij de uitbarsting van de Vesuvius.
De pyroclastische stroom zorgde er niet alleen voor dat het papier verkoolde, maar ook dat de bibliotheek zelf hermetisch werd afgesloten. Nadat de villa in de achttiende eeuw was ontdekt, is met behulp van diverse technieken getracht de documenten te ontrollen. Het meeste succes had een door de priester Antonio Piaggio uitgevonden tractieapparaat dat werkte met een systeem van contragewichten. Met die methode lukte het driehonderdvijftig rollen te openen, al werden met dat procedé vaak slechts fragmenten gered.
De moderne reis van de rollen begint met het vervoer in een gepantserd koffertje uit de bibliotheek van Napels: gewikkeld in rijstpapier arriveren de papyri in het laboratorium. Ze worden in een beschermend omhulsel van badstof gestopt en dan begint de analyse. ‘Voordat we met de echte papyri aan de slag gingen, hebben we een “spookrol” gemaakt, die diende om het algoritme te ontwikkelen.’ Dat algoritme maakt het mogelijk de papyrus uit te rollen op het computerscherm zonder hem fysiek te openen. Nu kost het ongeveer drie maanden voor elke rol, maar in de toekomst zal dat sneller gaan,’ aldus Inna Bukreeva, de onderzoekster van de CNR die het algoritme heeft opgesteld.
De onderzoekers hebben zo grote stukken tekst van het traktaat van Philodemus over retorica en politiek ontcijferd. En ze werken nu aan een tweede rol. Maar de nog grotendeels niet-onderzochte bibliotheek zal zeker nog voor verrassingen gaan zorgen. En voor belangrijkere auteurs. In de in het verleden geopende rollen zijn namelijk fragmenten gevonden van het verloren gegane wetenschappelijk-filosofische werk Over de natuur van Epicurus. Alessia Cedola: ‘Epicurus is de reden waarom we ons in dit avontuur hebben gestort. Maar niet de enige. De teksten zijn bijna allemaal geschreven in het Grieks, maar archeologen zijn op zoek naar een tweede bibliotheek, met Latijnse papyri.’ Daarmee zou onze kennis van de antieke filosofie een revolutionaire verandering kunnen ondergaan.
De belangrijkste krant van de Fiat-groep, leunt tegen het establishment aan. De grote foto’s op de voorpagina hebben de krant diverse prijzen opgeleverd.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.