Tag: archief

  • Digitale reddingsactie Oekraïne

    Digitale reddingsactie Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Musk houdt traditie in stand

    » Gestegen winst voor Berlusconi

    Archivarissen wereldwijd zetten zich in om het internet van Oekraïne te behouden

    Met de Russische invasie van Oekraïne is de angst ontstaan dat als Poetin succesvol is, hij sites van de Oekraïense regering evenals culturele websites voor altijd zal laten wissen, schrijft Vice. Historisch gezien staan naties er immers om bekend in tijden van oorlog documenten te vernietigen, zeker als die kunnen worden gebruikt voor vervolging van oorlogsmisdaden. Daarom zijn archivarissen wereldwijd begonnen om het internet van Oekraïne te behouden en bandbreedte en schijfruimte te bieden voor het archiveren van de digitale geschiedenis van het land.

    Dat is nog niet zo gemakkelijk volgens Ian Milligan, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Waterloo. ‘Normaal wordt het gedaan door op de achtergrond te crawlen, zoals The Internet Archive dat twee keer per jaar probeert te doen.’ Maar bij grote conflicten ontbreekt het aan tijd en moeten er keuzes worden gemaakt. Daarom achten archivarissen, historici en cybersecuritywetenschappers het waarschijnlijk dat er uiteindelijk slechts een gefragmenteerd digitaal beeld zal overblijven van de daadwerkelijke crisis in Oekraïne.

  • ‘Voor Poetin bestaat er geen Russische grootmacht zonder Oekraïne’

    ‘Voor Poetin bestaat er geen Russische grootmacht zonder Oekraïne’

    ‘Dit conflict gaat over Poetins plaats in de Russische geschiedenis. Oekraïne is voor Poetin wat Taiwan is voor Xi’, stelt de Britse analist Timothy Ash. In dit interview zet hij de drijfveren van de Russische president haarfijn uiteen.

    Keuze uit het archief

    Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen, inmiddels al een jaar geleden. Eind 2021, toen de troepenopbouw voor de grens met Oekraïne begon, waarschuwde de Britse analist Timothy Ash al voor de oorlogslustige plannen van Vladimir Poetin. ‘Poetin aast op Oekraïne. Dat is het belangrijkste agendapunt van zijn hele buitenlandbeleid.’

    ‘Als Poetin zegt dat SWIFT-sancties, oftewel uitgesloten worden van het internationale bancaire systeem, een regelrechte oorlogsverklaring zouden zijn, dan moet hem duidelijk worden gemaakt dat hij daar zelf voor kiest als hij met Russische tanks de Oekraïense grens overschrijdt,’ aldus Timothy Ash, een Britse analist die als econoom is verbonden aan de in Londen gevestigde investeringsmaatschappij BlueBay Asset Management en die de ontwikkelingen in de regio al lange tijd volgt.

    Vladimir Poetin ziet mogelijkheden om Oekraïne met militair geweld te dwingen een nieuw vredesakkoord of strategisch akkoord met Moskou te sluiten. En dat kan deze winter al gebeuren, volgens Ash. Hij denkt dat als de situatie aan de grens tussen Belarus en Polen en Litouwen nog verder verslechtert, Poetin dat als dekmantel zal kunnen gebruiken om troepen in Belarus te stationeren, vanwaar het met tanks nog maar vier uur rijden naar Kyiv is.

    Ash belicht wat Poetin ertoe drijft om Oekraïne met een invasie te dreigen en staat stil bij de mogelijke reactie van de kant van de Oekraïense autoriteiten en de westerse mogendheden.

    Wat wil Poetin bereiken met de huidige crisis in Oekraïne?

    ‘Poetin aast op Oekraïne. Dat is het belangrijkste agendapunt van zijn hele buitenlandbeleid. Interventies in Syrië en flirten met Turkije zijn tactische spelletjes, maar Poetins echte strategische doel is het terugbrengen van Oekraïne onder de vleugels van moedertje Rusland. Lees zijn tienduizend woorden tellende essay van vorig jaar. Voor Poetin bestaat er geen Russische grootmacht zolang Oekraïne daarin niet terugkeert. Oekraïne is voor Poetin wat Taiwan is voor Xi of de Koerdische kwestie voor het Turkse leger. Zo ziet hij dat en de gedeelde geschiedenis van meer dan duizend jaar maakt het voor hem, een geschiedenisfanaat, onmogelijk Oekraïne buiten de Russische invloedssfeer te zien vallen.

    Hij accepteert momenteel dat Oekraïne onafhankelijk is, maar voor hem is dat het gevolg van een ramp, namelijk de ineenstorting van de Sovjet-Unie die door het Westen is bekokstoofd. Sindsdien is het Westen alleen maar bezig geweest om Rusland van binnenuit verder te verzwakken, maar ook om het nabije buitenland, inclusief Oekraïne, verder los te weken van zijn natuurlijke bondgenoot Rusland. De Oekraïense onafhankelijkheid is vanuit Poetins perspectief een kortstondig intermezzo dat nooit kan beklijven.

    Poetin zou graag de geschiedenis ingaan als de grote Russische leider die Oekraïne weer heeft ingelijfd

    En als Oekraïne het belangrijkste agendapunt van Poetins buitenlandbeleid is, is alles wat we momenteel zien gebeuren gericht op het terugkrijgen van Oekraïne. Zo simpel is dat, er is geen compromis.

    Ook is het belangrijk om te beseffen dat dit over Poetins plaats in de Russische geschiedenis gaat. Natuurlijk zou hij graag de geschiedenis ingaan als de grote Russische leider die Oekraïne weer heeft ingelijfd, maar de vraag is waarom nu. Ik denk dat hij niet graag zou worden gezien als de Russische leider die de kans had Oekraïne weer in te lijven maar niet de ballen had om dat te doen. Natuurlijk is Poetin een behoedzame conservatief, maar hij loert altijd op zwakke plekken en kansen, en dat is wat we nu zien gebeuren. Het is alsof Poetin met zijn bajonet in het Westen prikt en weinig meer voelt dan het stro van zo’n oefenpop.’

    Wat gebeurt er momenteel ter plekke?

    ‘Nou, het lijkt erop, als je de rapporten van de Amerikaanse inlichtingendiensten leest, dat Rusland een grote strijdmacht aan de Oekraïense grens opbouwt. Volgens militaire bronnen in de VS is deze troepenconcentratie anders dan wat we in april en september hebben gezien. Toen maakte het deel uit van een reguliere oefening, terwijl de huidige concentratie geen verband lijkt te houden met een geplande oefening. Ook lijkt er een verschil in omvang en reikwijdte te zijn en duiden de logistieke bewegingen erop dat de concentratie van troepen en materieel offensiever van aard is.

    Er valt wat voor te zeggen dat de troepenconcentraties in april en september een afleidingsmanoeuvre waren, bedoeld om mensen te laten geloven dat de huidige concentratie niets bijzonders is en dat de troepen zich snel weer zullen terugtrekken. Poetin laat gewoon iedereen in het ongewisse.’

    Waar schuilt de dreiging?

    ‘Wie zegt dat het Poetins goed recht is om troepen aan zijn grenzen te concentreren, moet zich natuurlijk wel afvragen welke realistische dreiging het rechtvaardigt om honderd- à tweehonderdduizend manschappen aan de westgrens van Rusland te stationeren. Oekraïne mag dan een droneaanval op Russische troepen op Oekraïens grondgebied hebben ondernomen, het is niet van plan Rusland zelf aan te vallen. Evenmin is de NAVO bij machte om Rusland aan te vallen; het bondgenootschap zou er beter aan doen Europa te verdedigen tegen een preventieve Russische aanval.

    Dus waarom zou je honderd- à tweehonderdduizend manschappen concentreren als je niet werkelijk van plan bent die in te zetten voor offensieve acties?’

    Wat is Poetin van plan?

    ‘Ik denk dat Poetin een kans ziet om Oekraïne onder militaire druk te zetten en zo een nieuw vredesakkoord of strategisch akkoord met Moskou af te dwingen. Poetin denkt dat een zeer gerichte maar afdoende militaire inval van Rusland in Oekraïne ervoor zal zorgen dat de regering-Zelensky snel om een vredesakkoord zal verzoeken. Oekraïense troepen zullen verzet bieden, maar de inzet van een overweldigende hoeveelheid Russische gevechtsvliegtuigen en artillerie zou tot een buitenproportioneel groot aantal Oekraïense doden leiden. Geconfronteerd met het vooruitzicht van duizenden Oekraïense doden zou Zelensky snel aandringen op een vredesakkoord. Bedenk hierbij dat de Russische strategie niet het veroveren van grote stukken Oekraïens grondgebied is, maar het concentreren van aanvallen om zo veel mogelijk Oekraïense militairen te doden. Poetin denkt niet aan een scenario als Boedapest in 1956 of Praag in 1968, waarbij Russische soldaten in verbitterde straatgevechten verwikkeld waren.’

    Waarom nu?

    ‘Omdat de kans zich nu voordoet en Poetin op Oekraïne aast. Om te beginnen gaat hij ervan uit dat het Westen niets zal ondernemen. Dat lijkt niet onredelijk, omdat het Westen ook niets deed als reactie op de annexatie van de Krim en de Russisch interventie in Donbas. Het is ervoor teruggeschrokken Oekraïne een actieplan voor NAVO-lidmaatschap aan te bieden, uit vrees Rusland tegen de haren in te strijken. En laten we wel wezen, de westerse sancties tegen Rusland zijn beperkt.

    Poetin heeft ondertussen een energiecrisis in Europa ontketend rond Nord Stream 2 en een migratiecrisis aan de grens tussen Belarus en de EU. Tegelijkertijd dreigt er een crisis op de Balkan, aangewakkerd door Moskou, over de afscheiding van de Servische Republiek van Bosnië en Herzegovina. Europa zal vooral gespitst zijn op gas, migratie en de Balkan; het zal totaal geen trek hebben om Moskou in de wielen te rijden ter verdediging van Oekraïne, als het de hulp van Rusland denkt nodig te hebben om de migratiecrisis, de energiecrisis en de Balkancrisis op te lossen. De tactiek bij dat alles was om het Westen te verzwakken zodat het niet in staat zou zijn Oekraïne te helpen bij het afslaan van aanvallen.

    ‘Door niets te doen en zich vooral op China te richten heeft Biden Poetin groen licht gegeven om Oekraïne binnen te vallen’

    Ondertussen is de regering-Biden zwak en uitsluitend op drie andere crises gespitst: klimaat, China en corona. Mensen als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en zijn nationale veiligheidsadviseur Jake Sullivan hebben laten zien dat ze geen zin hebben in een confrontatie met Rusland. Ze willen van Rusland af en zouden er bij Oekraïne op aandringen naar een vredesakkoord te streven als Rusland zou aanvallen. Biden en zijn team hebben laten zien dat hun buitenlandbeleid op China is gericht, ten koste van alle andere aandachtsgebieden zoals Afghanistan, Frankrijk en AUKUS [Australië, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten] en, ben ik bang, Oekraïne. Jammer maar waar.

    Poetin weet dit allemaal omdat hij het meeste zelf heeft bekokstoofd, of het nu gaat om energie, migratie of de Balkan. En door niets te doen en zich vooral op China te richten heeft Biden Poetin groen licht gegeven om Oekraïne binnen te vallen.’

    En wanneer zal dit allemaal gebeuren?

    ‘Zoals het er nu naar uitziet deze winter. Ga er maar van uit dat de situatie in Belarus nog verder zal verslechteren en let op Bosnië en Herzegovina. Als de situatie aan de grens tussen Belarus en Polen en Litouwen nog beroerder wordt, zal Poetin dat misschien als dekmantel gebruiken om troepen in Belarus te stationeren, vanwaar het met tanks nog maar vier uur rijden naar Kyiv is. Het is wel duidelijk dat Poetin de crisis rond Oekraïne aanwakkert om daadwerkelijk militaire actie tegen het land te kunnen ondernemen.

    Vergeet ten slotte ook niet dat het op 8 december dertig jaar geleden was dat de Sovjet-Unie instortte. En Poetin is dol op geschiedenis.’

    Wat voor akkoord zal Poetin accepteren?

    ‘Zijn ideale scenario zou een terugkeer zijn naar iets wat lijkt op de Sovjet-Unie. Een Unie of Federatie met Moskou als kern en landen als Oekraïne, Kazachstan en Belarus die het leiderschap vanuit dat centrum erkennen op belangrijke terreinen als buitenlandse zaken, defensie, economie en energiebeleid. Kijk naar de plannen voor een Euraziatische Unie die de Oekraïners verwierpen tijdens tijdens Euromaidan, de grootschalige protesten in 2013-2014.

    Toch denk ik dat Poetin akkoord zou gaan met een scenario zoals met het huidige Kazachstan, dat aanzienlijke vrijheid geniet op het gebied van binnenlandse zaken en economie, maar in strategisch opzicht onder de Russische paraplu schuilt. Men zal daar de rode lijnen die Moskou trekt accepteren.’

    Wat heeft Zelensky voor opties?

    ‘Oekraïne zal vechten. De Oekraïners hebben bewezen dat ze bereid zijn te vechten en te sterven voor hun soevereiniteit. Maar het is toch terecht dat Oekraïne vraagt wat het Westen zal doen als Poetin vol op het orgel gaat? Als het Westen niets doet, waarom zou Zelensky dan het leven van duizenden jonge Oekraïners op het spel zetten in een strijd waarvan de afloop al vaststaat wanneer het Westen niet serieus een land wil steunen dat bereid lijkt westerse belangen te verdedigen? De afloop zal in dat geval een nieuw vredesakkoord of strategisch akkoord tussen Oekraïne en Rusland zijn dat de Oekraïense soevereiniteit ernstig ondermijnt, vergelijkbaar met wat er in Belarus gebeurt. Het probleem hier is volgens mij dat Zelensky zoiets thuis heel moeilijk zal kunnen verkopen. Hij zal geconfronteerd worden met een opstand van nationalisten en patriotten. Maar dat zal Poetin juist goed uitkomen, want die zal dat vermoedelijk aangrijpen om stappen tegen Zelensky te ondernemen. Uiteindelijk, wanneer Oekraïne een democratie volgens Russisch voorbeeld wordt, zal Poetin Zelensky waarschijnlijk graag zien plaatsmaken voor iemand als Medvedtsjoek of Boiko. De vooruitzichten voor Oekraïne zijn niet bepaald rooskleurig.’

    Kan het Westen iets doen?

    ‘Het lijkt me vrij duidelijk dat het Westen niet bereid is oorlog met Rusland te voeren over Oekraïne. Het Westen zou Oekraïne nu zwaar moeten bewapenen, zodat het over de beste middelen beschikt om een Russische aanval af te slaan, waardoor de militaire kosten voor Poetin zullen oplopen. Ook moet het openlijk verklaren welke sancties er zullen worden opgelegd bij een Russische aanval. Als die eenmaal bekend zijn, wordt het moeilijker voor het Westen om ertussenuit te knijpen en zal Poetin weten wat hem te wachten staat. Denk aan uitgebreide sancties tegen oligarchen en staatsbedrijven, aan primaire en secundaire sancties tegen de verhandeling van staatsschuldpapieren en aan SWIFT-sancties. Poetin heeft gezegd dat SWIFT-sancties een regelrechte oorlogsverklaring zouden zijn, dus moet hem duidelijk worden gemaakt dat hij daar zelf voor kiest als hij met Russische tanks de Oekraïense grens overschrijdt.’

  • Privéstichting archief Franco onwettig?

    Privéstichting archief Franco onwettig?

    De socialistische regering wil de particuliere stichting verbieden die nog steeds duizenden persoonlijke documenten van de in 1975 overleden dictator Francisco Franco beheert. Maar zo eenvoudig ligt het niet, volgens dit onderzoek van El Confidencial.

    Het is dinsdag 15 september, tien uur ’s ochtends. We bevinden ons op de tweede verdieping van een flatgebouw aan de avenida Concha Espina nummer elf in Madrid. In de Spaanse Tweede Kamer heeft vicepremier Carmen Calvo haar voorontwerp van het wetsvoorstel Ley de Memoria Democrática [Wet Democratische Herinnering] nog niet uiteengezet, maar een cruciaal onderdeel zingt al rond: de Fundación Nacional Francisco Franco [Nationale Stichting Francisco Franco] zal onwettig worden verklaard. Calvo zal dat later uitleggen.

    Intussen verwelkomt de directie van de stichting deze krant op het adres waar ze sinds haar oprichting in 1976 is gevestigd. We zijn de trappen opgeklommen en lopen de administratie binnen, waar in een klein kamertje een computer staat die een belangrijke rol zal spelen in dit verhaal, maar daarover straks meer. In de vergaderzaal staat een enorme tafel, er zijn boeken – een stuk of wat dossiermappen en oude uitgaven – en uiteraard een buste en een groot schilderij van generaal Francisco Franco. Zonder een blad voor de mond te nemen begint Jaime Alonso, vicevoorzitter van de stichting, te fulmineren tegen de socialistische regering: ‘Het wetsvoorstel is een dwaling, van a tot z ongrondwettelijk en zonder meer ondemocratisch, het idee alleen al dat je zo’n wet kunt maken.’ Een heftig begin.   

    Alonso vertelt over de oprichting van Fundación Franco: ‘Toen Franco stierf besloten zijn voormalige ministers en secretarissen-generaal met vooruitziende blik een stichting in het leven te roepen die zijn naam zou krijgen en die als taak had Franco’s nalatenschap te beschermen, tenminste voor zover het documenten en mondelinge getuigenissen betrof, want Franco’s werk, of het nu gaat om de stuwmeren of de onteigeningswet, is voor iedereen zichtbaar.’

    Terwijl zich na Franco’s dood rondom het koninklijk paleis van Madrid enorme rijen Spanjaarden vormden die een laatste groet wilden brengen aan de dictator, stonden in de enorme werkkamer van het paleis van El Pardo [de residentie van Franco], in grote dozen de persoonlijke documenten van het staatshoofd te wachten. Alonso: ‘Daar zat zijn volledige persoonlijke archief in én de documenten van lopende zaken die niet onder een bepaald ministerie vielen en die hij persoonlijk afhandelde.’

    Nalatenschap

    Om deze twee dingen gaat het in deze onverkwikkelijke kwestie: enerzijds het persoonlijke archief van de dictator en anderzijds het bewaken van zijn nalatenschap. Franco’s weduwe, Carmen Polo, besloot alle documenten te doneren aan de Fundación Franco, een private instelling, die vanaf dat moment Franco’s archief beheert. Volgens Alonso bestaat de stichting maar om één reden: het bestuderen van de geschiedenis.

    De afgelopen 42 jaar is geen enkele regering op het idee gekomen de stichting onwettig te verklaren. Zelfs niet toen in 2007 onder oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero de Ley de la Memoria Histórica [Wet Historische Herinnering] werd aangenomen. Hoewel de Fundación Franco altijd een particuliere stichting is geweest, met alle wettelijke regels die van toepassing zijn op deze rechtsvorm, is er in 2001 een convenant gesloten met het ministerie van Onderwijs en Cultuur waarin is vastgelegd dat de overheid de digitalisering van het archief zou financieren – destijds zo’n 150.000 euro – en in ruil daarvoor zou het archief toegankelijk zijn voor het publiek.

    In het portaal PARES [Portal de Archivos Españoles, de Spaanse overheidsarchieven] wordt duidelijk uitgelegd wat voor documenten het zijn en waar ze vandaan komen. Ook is in het convenant vastgelegd dat de Spaanse staat een kopie van het archief moest krijgen. Hiermee was de staat ervan verzekerd dat het archief openbaar toegankelijk was.

    anp 400061424
    De Spaanse koning Juan Carlos I (vooraan met rouwband) en koningin Sofía zijn aanwezig bij de begrafenis van generaal Francisco Franco op 23 november 1975. Franco’s dood luidde de overgang naar de democratie in. – © ANP

    ‘In 2009 heeft het Centro Documental de la Memoria Histórica een kopie van het archief op microfilm ontvangen en een inventaris met een beknopte beschrijving van de documenten met handtekening, datum, inhoud en rolnummer; daarnaast zijn er vijf indexen geleverd om het zoeken te faciliteren. De documenten zijn genummerd van 1 tot en met 27.490. Het Centro Documental de la Memoria Histórica beschikt over kopieën van de documenten 1 tot en met 27.357. De overige documenten kunnen alleen geraadpleegd worden in het archief van de Fundación Franco.’

    De Fundación kreeg de verplichting opgelegd om iedereen met een onderzoekspasje – dat iedere staatsburger kan aanschaffen – toestemming te geven het archief ter plekke te raadplegen, zowel de materialen op microfilm als de gedigitaliseerde documenten. Precies, u raadt het al, op de computer in het kamertje naast de administratie, een apparaat dat een grote, symbolische rol speelt in de geschiedenis van Spanje.

    ‘Geen enkele historicus wordt de toegang ontzegd, wij willen de toegang graag waarborgen, een van de voorwaarden die we stelden was dat ook wij een digitaal archief zouden krijgen dat we kunnen raadplegen, zodat de originele documenten intact zouden blijven,’ aldus Alonso. Tot 2003 was het archief maar door een paar mensen bekeken. Historicus Luis Suárez had de opdracht gekregen het archief te classificeren en publiceerde een boek met de belangrijkste onderdelen.

    Verheerlijking

    Maar we moeten het natuurlijk hebben over wat er voorafgaand aan dat jaar gebeurde. Tot 2003 was het archief minder transparant, het bevatte een stuk of wat originele documenten die maar door een paar mensen waren bekeken, nu worden ze onder geen beding ter beschikking gesteld van het publiek omdat er een gedigitaliseerde kopie van bestaat. Luis Suárez was weliswaar mediëvist, maar ook lid van de Cortes Franquistas [het Parlement tijdens de Franco-dictatuur]. De opdracht om alle documenten en het persoonlijk archief van het staatshoofd te classificeren en te ordenen kreeg hij van Franco’s echtgenote Carmen Polo. Suárez publiceerde acht delen met volgens hem de essentie van Franco’s archief, hetgeen een aantal jaren lang het enige beschikbare naslagwerk is geweest.

    Toch spreekt vicevoorzitter Jaime Alonso tegen wat hispanist en Franco-biograaf Paul Preston herhaaldelijk heeft beweerd, namelijk dat zijn verzoek in de jaren tachtig om het archief te raadplegen niet werd gehonoreerd. Maar vandaag de dag kan men op basis van het convenant zowel het digitale als het originele archief raadplegen, zelfs al is het een particulier archief.

    Er blijft maar één manier over om het archief te onteigenen en dat is de stichting onwettig verklaren, aangezien ze verder voldoet aan alle eisen die de Spaanse erfgoedwet stelt: het archief beschermen en openstellen voor het publiek. En hier speelt het tweede deel van de missie van de Fundación Franco een cruciale rol: het behoud van de nalatenschap van de dictator. In het voorontwerp van het wetsvoorstel van de Ley de Memoria Democrática van Calvo wordt op dit aspect de nadruk gelegd, zoals te lezen valt in de tekst die deze krant heeft ingezien: ‘Stichtingen die het franquisme verheerlijken of direct of indirect oproepen tot haat of geweld tegen de slachtoffers van de staatsgreep zullen worden opgeheven omdat ze indruisen tegen het algemeen belang.’

    De vicepremier linkt twee zaken aan elkaar. Toen Calvo in 2006 minister van Cultuur was in de socialistische regering van Zapatero maakte ze zich als een van de eersten hard voor het overhevelen van het Archivo de Salamanca waarin de documenten over de SpaanseBurgeroorlog worden bewaard – naar het regioparlement van Catalonië.

    “We zijn bang dat de staat het archief wil vernietigen”

    Afgezien van een aantal andere kwesties vond de regering dat er geen overheidssubsidies meer aan dit soort instellingen zouden moeten worden gegeven, maar volgens de Fundación Franco heeft de stichting nooit hulp of subsidie gekregen, behalve het bedrag dat in het convenant met het ministerie van Cultuur was vastgelegd. ‘Over welke subsidies gaat het?’ vraagt Alonso zich af. ‘Wij krijgen niks, we zijn een particuliere stichting.

    Komt er een wet waarin staat dat iedereen die aan stichtingen doneert 43 procent minder belasting hoeft te betalen, behalve als je doneert aan de Fundación Franco, want dan moet je het volle pond aan de fiscus afdragen? Dat kan natuurlijk niet, dat is institutionele discriminatie. Waar we bang voor zijn is dat de staat het archief in beslag wil nemen zodat ze het kunnen vernietigen en zo hun eigen gedachtegoed kunnen opleggen.’ 

    Alonso citeert artikel 1 van de Spaanse grondwet uit het blote hoofd en benadrukt nog maar eens dat onteigening van het archief verontrustend zou zijn. ‘Op dit moment staat het archief niet alleen ter beschikking van het publiek, wij hebben ook nog eens niks te verbergen. Geen enkele democratie etaleert zo veel willekeur en dictatoriale trekjes.’

    Rechtmatige eigenaar

    Het is nogal opmerkelijk dat een stichting die de nalatenschap van een dictatuur onder haar hoede heeft voortdurend hamert op democratische beginselen. ‘Die tegenstrijdigheid is ons niet aan te rekenen, het was immers Franco zelf die koning Juan Carlos I benoemde tot staatshoofd en zo de overgang van de dictatuur naar de democratie heeft bewerkstelligd. Deze regering noemt zich democratisch maar gedraagt zich dictatoriaal,’ aldus Alonso.

    Met deze kwestie heeft de Spaanse regering hetzelfde probleem als met de documenten van het beruchte Archivo de Salamanca. Wie is de rechtmatige eigenaar? Vastgesteld kan worden dat er in deze zaak wordt gesteggeld over de vraag waar het fysieke archief wordt ondergebracht, en niet zozeer over de vraag of het ter beschikking staat van het publiek. Men beweert dat de documenten geen eigendom waren van Franco, maar van de staat, dus na zijn dood hadden zijn erfgenamen ze niet aan de stichting mogen doneren.

    Al in 2005 schreef historicus Jesús Palacio in het voorwoord van zijn boek Las cartas de Franco [Franco’s brieven] – die bijna allemaal afkomstig waren uit het archief – dat het een vergissing zou zijn om de stichting te vervolgen vanwege vermeende politieke activiteiten, ‘die zijn er niet’. Gutmaro Gómez Bravo, onderzoeker aan de Universidad Complutense, heeft op het kantoor van de Fundación onderzoek gedaan naar de archieven en in verschillende artikelen betoogd dat de stichting wel degelijk vervolgd moet worden voor verheerlijking van het franquisme.

    Waar niet over valt te twisten is hoe de gebeurtenissen zijn verlopen: de overgang van de dictatuur naar de democratie is binnen het bestaande systeem gesmeed en werd gesteund door de politieke partijen die verantwoordelijk waren voor de nieuwe grondwet van 1978, waaronder de PSOE [de sociaaldemocratische partij die nu in de regering zit] en de Communistische Partij. Wat belangrijk was deed ertoe. Nu blijkt de staatsgeheimenwet van kracht, die geldt voor archieven die onder verantwoordelijkheid van de staat vallen. Dat is het echte struikelblok voor de onderzoekers, want die zouden geen toegang meer hebben tot de archieven van de Fundación Franco. Maar vicepremier Pablo Iglesias heeft verschillende keren verklaard dat er een oplossing zal komen.

  • Het echtpaar met het griezelige vermogen om lichamen te vinden

    Het echtpaar met het griezelige vermogen om lichamen te vinden

    In de VS komen elke dag tien mensen om door verdrinking, in meren, rivieren, zwembaden, de oceaan. Gene en Sandy Ralston, een gepensioneerd echtpaar, helpen bij het zoeken naar de lichamen. Hun zoektochten bestaan vaak uit lange periodes van verveling, onderbroken door korte momenten van schrik. ‘Alsof je zomaar een boek openslaat en op die pagina het citaat vindt dat je zoekt.’

    Keuze uit het archief

    Donderdag werd duidelijk dat de vermiste onderzeeër de Titan, die dook naar het wrak van de Titanic, is geïmplodeerd door door de enorme druk op de oceaanbodem en dat de vijf inzittenden zijn omgekomen. Hoewel er enkele brokstukken van de duikboot zijn gevonden, is van de inzittenden nog geen spoor gevonden.

    Gene en Sandy Ralston zijn als vrijwilliger al bij meer dan vijfentwintig zoekacties naar verdrinkingsslachtoffers betrokken geweest en zetten hun eigen boot met gespecialiseerd sonarsysteem in om op de bodem van meren en rivieren naar lichamen te zoeken. Hun verhaal, opgetekend door The Guardian, laat zien wat het voor nabestaanden betekent als na lang wachten het stoffelijk overschot van hun naasten is gevonden.

    Toen Gene en Sandy Ralston in maart 2002 na een dag op het Beardsley-stuwmeer in het noorden van Californië terugkwamen bij hun truck, zagen ze dat er handgeschreven briefjes op de deuren en de voorruit waren geplakt: ‘Bel agent Lunney zodra jullie weer in de stad zijn. Het is dringend.’

    De Ralstons, een echtpaar afkomstig van het platteland van Idaho, waren beide tot eind jaren tachtig wetenschapper geweest, waarna ze begonnen mee te helpen bij plaatselijke zoek- en reddingsacties. In dat voorjaar van 2002 waren ze als vrijwilliger al bij meer dan vijfentwintig zoekacties naar verdrinkingsslachtoffers betrokken geweest, in de hele VS, en hadden ze een bijna griezelig vermogen ontwikkeld om lichamen te vinden. Ze hadden net Lunney’s politiebureau geholpen bij het vinden van de resten van een man die drieënhalf jaar geleden in het stuwmeer was verdronken, nadat hij bij het vissen met zijn boot overboord was geslagen. Duikers hadden hem die middag boven water gehaald.

    Volgens de aanwijzingen op de briefjes reden de Ralstons naar het naburige stadje Sonora voor een ontmoeting met Lunney. Er waren mensen die hun deskundigheid nodig hadden, zei hij, maar hij mocht niet zeggen wie. De volgende morgen werden de Ralstons door FBI-agenten gebrieft over een reeks ontvoeringen voor losgeld die waren geëindigd in moord. De families van vier ontvoeringslachtoffers hadden bij elkaar meer dan 1,2 miljoen dollar overgemaakt naar een rekening in New York, waarvan het geld vervolgens werd doorgesluisd naar een bank in Dubai. Maar nu dacht men dat de lichamen van de slachtoffers op de bodem van een stuwmeer iets ten oosten van het nationaal park Yosemite lagen. De moordenaars, zei de FBI, hadden mogelijk banden met de Russische maffia.

    Eerste moordzaak

    Voor de Ralstons was dit hun eerste moordzaak. Tot dan toe hadden ze hun gespecialiseerde sonarsysteem alleen gebruikt om op de bodem van meren en rivieren naar slachtoffers van ongelukken en zelfmoord te zoeken. Voordat ze erin toestemden naar deze lichamen te helpen zoeken, belde Gene eerst zijn neef, een gepensioneerde FBI-agent, om hem advies te vragen. ‘Volgens hem was het niet echt iets voor de Russen om mensen te vermoorden,’ zegt Gene tegen mij. ‘Dus we hoefden niet echt bang te zijn dat we problemen met hen zouden krijgen als we met de zoekactie meededen.’

    Gene en Sandy zijn een bescheiden stel, maar zeer volhardend in het vaak eentonige werk dat ze doen. Zelf noemen ze het heen en weer slepen van hun sonarapparatuur door het water, terwijl ze met hun boot langzame, elkaar overlappende banen trekken, ‘het gazon maaien’. Een lichaam zakt in water meestal met de borst naar het wateroppervlak gekeerd. Wanneer de voeten de bodem raken, buigen de knieën en draait het lichaam zich op de rug, met de armen uitgestrekt. Dat is de vorm waar de Ralstons meestal naar zoeken met hun sonar. Maar een moordslachtoffer kan er anders uitzien, weten ze. ‘Wij noemen het “verpakt”, vastgebonden en verzwaard met een gewicht,’ zegt Gene.

    Het kostte hun twee weken om de vier moordslachtoffers te vinden, die inderdaad, zoals werd vermoed, op de bodem van het New Melones-stuwmeer lagen. ‘Gene en Sandy stonden vroeg op, gingen erop uit en vonden in hun eentje het eerste lichaam,’ vertelt James Davidson, een van de belangrijkste FBI-rechercheurs in deze zaak. ‘Ze waren zeer doortastend.’

    Soms komt een lichaam van een verdronken persoon uit zichzelf boven drijven, maar dat hangt af van de eigenschappen van het water

    Dat verhaal onthulde details over de afschuwelijke manier waarop deze mensen waren gestorven en ook harde bewijzen die regelrecht naar de misdadigers leidden: een onafhankelijke groep zonder banden met de maffia. Zo bleek bijvoorbeeld dat het type tie wraps dat was gebruikt om de halters vast te binden, ook bij een van de verdachten thuis lag. Uiteindelijk zijn er zes mensen veroordeeld voor hun aandeel in deze misdaden plus nog een andere ontvoering en moord uit het najaar van 2001. Twee van hen zitten op dit moment in de dodencel.

    ‘De misdaden die tegen deze slachtoffers waren begaan, de afschuwelijke wreedheid van de verdachten…’ zegt Tindal. ‘Gelukkig waren Sandy en Gene op het juiste moment op de juiste plek.’

    29 jaar vermist

    Inmiddels zijn de Ralstons in de zeventig en het grootste deel van hun tijd onderweg naar zoekacties of op het water om naar lichamen te zoeken. Er is een jaar geweest waarin ze meer dan 45.000 kilometer in hun camper hebben afgelegd. In bijna twintig jaar tijd hebben ze in meren en rivieren over de hele Verenigde Staten en Canada honderdtwintig verdrinkingslachtoffers gevonden. Ze worden tot de beste onderwater zoek- en bergingspecialisten in Noord-Amerika gerekend en hebben voor allerlei instanties gewerkt, van de Royal Canadian Mounted Police tot de NASA (waarvoor ze op zoek ging naar het wrak van de spaceshuttle Columbia, dat bij zijn terugkeer in de atmosfeer in februari 2003 uiteenviel, waarbij alle zeven bemanningsleden omkwamen). Ze hebben geholpen bij het oplossen van generaties oude mysteries.

    Maar wanneer bij de Ralstons thuis de telefoon gaat met een verzoek om hulp, is het meestal een familielid van een vermist persoon – iemand die contact met hen opneemt nadat de officiële zoekactie is afgeblazen. Tegen de tijd dat de Ralstons op de plek van een verdwijning aankomen, verwacht niemand meer dat de vermiste persoon nog levend gevonden zal worden. Wat Gene en Sandy te bieden hebben, is niet de hoop op redding, maar de troost van het afsluiten. Ze hebben jarenlang kriskras door Noord-Amerika gereisd in dienst van het verdriet.

    Verdrinken gaat verrassend stil en snel. Mensen die vechten om niet te stikken in het water, vertonen al snel de ‘instinctieve verdrinkingsreactie’, zoals die wordt genoemd, een onwillekeurige psychologische reactie waardoor ze niet meer in staat zijn om te zwaaien of om hulp te roepen. Elk deel van het fysieke systeem wordt ingeschakeld voor dat ene doel: de mond boven water houden. Die inspanning kan iemand maar tussen de twintig en zestig seconden volhouden, voordat hij voorgoed onder water verdwijnt.

    Volgens de Centers for Disease Control and Prevention komen er in de VS elke dag tien mensen om door verdrinking, in meren, rivieren, zwembaden, de oceaan. Er verdrinken veel meer mannen dan vrouwen. In Canada zijn acht op de tien verdrinkingsdoden mannen, volgens de Canadian Lifesaving Society.

    Soms komt een lichaam van een verdronken persoon uit zichzelf boven drijven, maar dat hangt af van de eigenschappen van het water. Bij het ontbindingsproces van vlees komen gassen vrij, allereerst in de borst en de ingewanden, die een lijk opblazen als een ballon. In warm, ondiep water gaat het ontbinden snel en komt een lijk binnen twee of drie dagen naar boven. Maar koud water vertraagt het verval en iemand die in een meer van 30 meter of nog dieper verdrinkt, komt misschien nooit meer boven. Het gewicht van het water drukt het lichaam omlaag.

    Er zijn duikers en onderwatercamera’s, honden die erop getraind zijn om onder water de gassen te ruiken die een lichaam uitscheidt – maar die zijn geen van alle geschikt om grotere gebieden te doorzoeken of in diep water te speuren. Zwevend materiaal in het water, of dat nu zachte modder is of rottende planten, maakt het lastig om met kunstlicht te kijken, dus moeten duikers vaak in het donker over de bodem tasten. Maar de Ralstons hebben ooit een lichaam gevonden op 174 meter diepte – een drieëndertigjarige man op de bodem van het Françoismeer in British Columbia. Hij was al 29 jaar vermist.

    Tenzij er een misdaad wordt vermoed, zullen de meeste plaatselijke autoriteiten een week of twee naar een verdrinkingsslachtoffer blijven zoeken. Daarna is het aan de familie van de vermiste, of aan vrijwilligers. Sommige families geven duizenden dollars per dag uit aan commerciële duikbedrijven. Anderen dreggen met speciale haken de bodem van een meer af. Soms stuiten ze bij toeval of het slachtoffer; vaak werken ze door tot ze aan het eind van hun middelen en hun moed zijn.

    ‘Na vijf of zes dagen zoeken word je bijna zombie-achtig’

    Gene en Sandy zijn uitzonderlijke figuren in de wereld van het zoek- en bergingswerk. Zij doen dit werk fulltime, maar ze werken gratis, vragen alleen een reiskostenvergoeding. Ze benaderen alles wat ze doen op de systematische manier van een wetenschapper. Gene heeft zelfs een systeem om zijn eigen trouwdag te kunnen onthouden, die op 26 augustus is. ‘Ik ben op de zestiende jarig, Sandy op de negenentwintigste, dus er zitten dertien dagen tussen die twee data, en allebei in de maand april, nummer vier, de vierde maand, en wij zijn met zijn tweeën, twee keer vier is acht, dat is de achtste maand en twee keer dertien is zesentwintig, de dag.’ Ze verzekeren zich ervan dat ze elke centimeter van een zoekgebied hebben bekeken, voor ze verder varen. Om heldere beelden te krijgen mag Sandy hun boot niet harder dan 2,16 knopen laten varen, langzamer dan over vlak land wandelen. Een zoektocht kan wel tien uur per dag doorgaan en weken duren. Het toilet aan boord bestaat uit een plastic po die is weggestouwd in een luik bij de motor van de boot. ‘Na vijf of zes dagen zoeken word je bijna zombie-achtig,’ vertelt Gene. Hij vertelt de onderwaterzoektochten vaak uit lange periodes van verveling bestaan, onderbroken door korte momenten van schrik.

    Voor succesvolle onderwaterzoektochten zijn ook grote onderzoeksvaardigheden nodig en de Ralstons zijn inmiddels doorgewinterde detectives. Ze zijn goed in het ondervragen van getuigen en in het bepalen van zoekgebieden op basis van zelfs de kleinste aanwijzingen. In juni 2019 ontdekten de Ralstons het lichaam van Daniel McGuckin, 98 meter onder water, in Lake Powell in Utah; zij hadden als enigen gekeken naar de GPS-gegevens van de woonboot waar McGuckin vanaf was gesprongen voor hij verdween.

    Weten waar iemand onder water is geraakt, is vaak van essentieel belang. De vuistregel is volgens de Ralstons dat een persoon naar de bodem van een meer zal zinken binnen een straal die gelijk is aan de diepte van het water. In 2004 vonden de Ralstons de lichamen van zevenentwintigjarige tweelingbroers die in een Californisch stuwmeer waren verdronken nadat hun visboot bij harde wind was gezonken; ze lagen maar een paar meter van elkaar.

    Af en toe hebben de Ralstons het gevoel dat ze bij hun zoektochten door een goddelijke hand worden geleid. Het is verschillende keren voorgekomen dat ze hun uitrusting vrijwel meteen op een lichaam lieten zakken. In 2001 is dat zelfs twee keer op één dag gebeurd, op Hayden Lake in Idaho, waar ze de lichamen van twee mannen vonden, een die al negentien maanden vermist was en één die de week ervoor was verdronken. ‘Alsof je zomaar een boek openslaat en op die pagina het citaat vindt dat je zoekt,’ zegt Gene. Op een keer, bij de Clearwater River in het noorden van Canada, werd hij bij het krieken van de dag wakker, deed het gordijntje van het raam van hun camper open, en zag het lichaam van een negentienjarige jongen in een ondiepte op maar vijf meter van de oever vandaan. ‘We wisten niet wat we zagen,’ zegt hij.

    Het grootste aantal lichamen dat ze ooit op één dag hebben gevonden is vier

    De Ralstons hebben het Amerikaanse leger geholpen om het wrak te vinden van twee F-18 gevechtsvliegtuigen die boven de Columbia River in Oregon met elkaar in botsing waren gekomen. Ze hebben ook iemand geholpen bij diens zoektocht naar zijn favoriete kunstbeen, maar dat ligt helaas nog steeds op de bodem van Lake Lowell in Idaho. Het oudste lichaam dat de Ralstons ooit hebben teruggevonden lag al honderd jaar op de bodem van Priest Lake in Idaho; eigenlijk waren ze die keer op zoek naar het lichaam van een plaatselijke brandweerman die tijdens een zeiltochtje was verdwenen. Niemand had het ongeluk gezien, dus moesten de Ralstons een immens gebied doorzoeken. Het grootste aantal lichamen dat ze ooit op één dag hebben gevonden is vier, in het American Falls Lake in Idaho, in augustus 2010. Een man was bij het zwemmen in de problemen gekomen en dus was iemand in het water gesprongen om hem te helpen. Toen ook de tweede man in moeilijkheden raakte, volgde een derde en toen het ook met hem misging, sprong een vierde erin. Alle vier verdronken.

    Het enige lichaam dat de Ralstons ooit hebben gevonden met een zwemvest aan, was dat van een man die had geprobeerd om zijn aangepaste motorfiets ’s nachts het Canyon Ferry Lake in Montana over te sturen. Halverwege sloeg de motor af en de berijder kwam vast te zitten. Hij zonk met motorfiets en al.

    Sixpack bier

    De Ralstons zijn nooit van plan geweest experts in het vinden van verdronken mensen te worden. Hoe het allemaal zo gekomen is, is een ‘verhaal voor een sixpack bier’, zoals Gene het noemt, de eenheid van verhalenvertellen die na het ‘echt lange verhaal’ komt. Gene heeft iets zachtaardigs en opa-achtigs over zich, en kan even snel een ondeugend grapje maken als een gedetailleerde be- schrijving geven van de manier waarop geluidsgolven zich onder water voortplanten. Sandy draagt vrolijke, felle kleuren waartegen haar witte haar en blauwe ogen afsteken, maar ze is terughoudender dan Gene. Ze maant hem om door te praten, zorgt dat hij opschiet met zijn verhaal, door het zelf in het kort te vertellen of door met haar vingers te knippen om hem aan te sporen.

    Allebei hebben ze een studie biologie afgerond en rond 1970 kregen ze een relatie tijdens een reisje naar Mexico dat was georganiseerd door de biologieafdeling van het College of Idaho. De groep reisde meer dan twee maanden door het land om de vegetatie te bestuderen. Overal waar ze een goede plek vonden om van de snelweg af te gaan, sloegen ze hun kamp op. Gene hielp Sandy om zich aan de landelijke omstandigheden aan te passen. ‘Hij was een boerenjongen en ik was een stadsmeisje,’ vertelt ze. ‘En ik vond dat hij er behoorlijk cool uitzag.’ Ze trouwden in augustus 1972, nu 47 jaar geleden, op de top van de berg Heaven’s Gate in Idaho.

    In 1979 begonnen de Ralstons hun eigen milieu-adviesbureau, waarmee ze onderzoek deden naar de visstand in waterwegen en naar de milieueffecten van projectvoorstellen voor dammen in heel Idaho en de omringende staten. Maar in maart 1983 hielpen de Ralstons de sheriff in Boise, Idaho, zoeken naar een vrouw van middelbare leeftijd die vanaf een brug in de Boise River was gesprongen. ‘Haar lichaam lag over een boom heen die in de rivier dreef,’ zegt Gene. ‘Dat was voor zover ik me herinner het eerste lijk dat we vonden en daarmee is het allemaal begonnen. We kregen een heel aardig bedankje van de familie.’

    In de zestien jaar daarna werkten de Ralstons als vrijwilligers voor de reddingsbrigade van Idaho en ze vonden nog enkele lijken in de Boise River. In het voorjaar van 1999 hoorde Gene over de zoekactie naar een jonge man die was verdronken nadat zijn roeiboot op het Wolf Creek-stuwmeer in Oregon was omgeslagen. De familie van de man had een zoekteam ingehuurd dat beweerde apparatuur van het leger te leen te hebben die ‘100 procent effectief’ was bij het lokaliseren van verdrinkingsslachtoffers. Gene wilde er het fijne van weten en vroeg of hij mee mocht doen aan de zoekactie. Het team gebruikte ‘side-scan sonar’. Om aan mij uit te leggen hoe dat werkt, vergelijkt Gene het met de beste methode om een op de grond gevallen schroefje of speld te vinden. ‘Neem een zaklantaarn, ga liggen en laat hem over de vloer rollen. Dan zie je de schaduw van de speld voordat je de speld zelf ziet.’ In plaats van licht zendt sonar geluidsgolven uit, die zich gemakkelijk door water verplaatsen, en die terugkaatsen van vaste objecten: stenen, een lijk, een gezonken schat. Software vertaalt die reflecties vervolgens in beelden die op een computerscherm aan boord van de boot te zien zijn. Het sonarapparaat zit in een torpedovormige huls van zo’n twee meter lang, die 70 kilo weegt en achter het schip aan wordt gesleept vlak boven de bodem van het meer.

    Dit type sonar is in het begin van de jaren zestig ontwikkeld en werd in 1963 door het Amerikaanse leger gebruikt om een vermiste kernonderzeeër voor de kust bij Boston te vinden. In de jaren zeventig gebruikte de gevierde oceaanonderzoeker Jacques Cousteau deze technologie om naar scheepswrakken te zoeken en zelfs om een beeld van het monster van Loch Ness te maken. In 1985 speelde side-scan sonar een rol bij het lokaliseren van de Titanic, zo’n 600 kilometer ten zuidoosten van het Canadese Newfoundland, bijna 4 kilometer onder het oppervlak van de Atlantische Oceaan.

    Gene zag de sonar op het stuwmeer van Wolf Creek aan het werk en begreep meteen dat dit een revolutionaire technologie was – maar hij had geen hoge pet op van de mensen die het apparaat bedienen. Al op de eerste middag pikte de sonar onder water het beeld van de vermiste man op. ‘Ik wist niet hoe een lijk er op dat apparaat uit moest zien, maar volgens mij waren het duidelijk armen en benen en een romp,’ vertelt Gene. Maar er werd nog vier dagen doorgezocht. Uiteindelijk vonden ze het lijk weer – en de familie kreeg een rekening van 30.000 dollar.

    Gene en Sandy hadden in die tijd al wat ervaring met mensen die wanhopig waren om het lichaam van een dierbare te vinden. Ze wisten dat mensen bereid zijn alles te betalen, alles te doen, om enige mate van rust te kunnen vinden. Ze besloten zelf sonarapparatuur te kopen en dat ze hun tijd en expertise gratis aanboden. In het voorjaar van 2000 bestelden ze de apparatuur, inclusief 275 meter versterkt datakabel, zodat ze de sonar zelfs in de diepste meren naar de bodem konden laten zakken. Alles bij elkaar schat Gene dat het hun 100.000 dollar heeft gekost.

    Gene en Sandy Ralston met hun boot bij hun huis in Kuna, Idaho. – © AP Photo/Jessie L. Bonner
    Gene en Sandy Ralston met hun boot bij hun huis in Kuna, Idaho. – © AP Photo/Jessie L. Bonner

    ‘Misschien dat het iets ouderwets’ is,’ zegt John Zeman, een oude vriend van de Ralstons, als ik hem vraag naar de onbaatzuchtigheid van het echtpaar. ‘Maar ze zijn niet zo van de moderne dingen. Sandy is altijd alert op een koopje en Gene heeft graag een truck met raampjes die je zelf omlaag moet draaien. Ze zijn gewoon totaal niet materialistisch. Luxe interesseert ze niet.’

    De eerste keer dat de Ralstons met hun nieuwe apparatuur op pad gingen, was bij de zoekactie naar een vierentwintigjarige man, Brandon Larsen, die in augustus 2000 was verdronken nadat hij vanaf de boot van een vriend in Bear Lake, Utah, was gaan zwemmen. ‘Hij was kennelijk een beetje een lolbroek, en zijn vrienden dachten dat hij voor de grap rondspartelde en om hulp riep,’ vertelt Gene. ‘En toen, opeens, verdween hij gewoon.’

    Zes weken later arriveerden de Ralstons en meteen de volgende dag vonden ze het lichaam van Larsen op een diepte van 45 meter. ‘Op de dag dat we hem vonden, stonden zij daar, waarschijnlijk zo’n twaalf of vijftien mensen: familie, vrienden. Op de parkeerplaats. Iedereen omhelsde elkaar en er werden veel tranen vergoten,’ zegt Gene. Doordat de Ralstons het lichaam van Larsens terug hadden gebracht, kregen ze ook een band met zijn familie. Larsens vader onderhoudt nog steeds geregeld contact met hen, en de Ralstons hadden afgelopen april op de bruiloft van zijn zus zullen komen, maar werden die dag weggeroepen voor een nieuwe zoekactie.

    Binnen twee weken na de vondst van Larsen begonnen de Ralstons telefoontjes te krijgen van families in wanhopige omstandigheden die over hen hadden gehoord op de radio. Het eerste kwam van een moeder wier achttienjarige dochter een tiental jaren daarvoor was ontvoerd, verkracht, gemarteld en vermoord. Haar lichaam was wel gevonden, maar het was nog niet gelukt om de moordenaar voor de rechter te brengen. De moeder hoopte dat de Ralstons bij het onderzoek konden helpen door de auto van haar dochter te lokaliseren in een meer in Wyoming. ‘Ik hoorde zoveel pijn in haar stem,’ zegt Gene. ‘Dat deed ons heel veel. Ik wilde er meteen naartoe.’ (Uiteindelijk hebben de Ralstons de auto niet kunnen vinden.) Een ander telefoontje kwam van de familie van een jonge man die van de Chesapeake Bay Bridge in Maryland was gesprongen, aan de andere kant van het land. ‘Ik weet niet meer hoe ze helemaal daar over ons hadden gehoord,’ zegt Gene. ‘We hadden nooit verwacht dat we uiteindelijk in het hele land, op het hele continent, gevraagd zouden worden.’

    De Ralstons noemen alles wat vóór het najaar van 2000 is gebeurd, ‘BSS’ – ‘before side-scan sonar’. In die BSS-tijd maakten ze samen een of twee keer per jaar een grote duikreis, bijvoorbeeld naar het Caraïbisch gebied of ze gingen op zalm vissen voor de westkust van Canada. ‘Vroeger – oftewel, in de goeie ouwe tijd,’ zegt Sandy.

    Hoe meer succesvolle onderzoeken de Ralstons uitvoerden, hoe meer ze in de pers kwamen en hoe meer telefoontjes ze kregen. In 2004 stopten ze met reclame maken voor hun milieuadviesbureau, want dat belemmerde hen om snel te kunnen reageren op een verzoek om hulp bij een onderzoek. ‘Dan zou ik tegen een familie moeten zeggen dat we pas over twee of drie weken konden komen, en dat zat me dwars,’ zegt Gene. Hun laatste adviesopdracht was in 2005. De Ralstons hebben niet heel veel geld, maar ze zijn spaarzaam. ‘Hoe kun je het geld dat je hebt beter gebruiken dan door mensen te helpen wanneer alle anderen de hulp aan hen hebben opgegeven?’ vraagt Gene zich hardop af.

    Wordt een lichaam niet gevonden, dan kan een wurgende spanning de plaats innemen van rouw en uiteindelijke verwerking

    Het omgaan met het verlies van een dierbare die is verdronken zonder een spoor achter te laten, betekent voor de familie en vrienden een speciaal soort pijn. ‘Het menselijk brein kan zo iemand niet loslaten als er geen zichtbaar bewijs is voor de overgang van leven naar dood,’ zegt Pauline Boss, emeritus-hoogleraar aan de University of Minnesota en gezinstherapeut, die de afgelopen halve eeuw onderzoek heeft gedaan naar wat het betekent om een gezin te herenigen met het lichaam van de overledene. Wordt een lichaam niet gevonden, dan kan een wurgende spanning de plaats innemen van rouw en uiteindelijke verwerking. Sommige mensen vertellen dat ze nog jaren na de vermissing af en toe een glimp van hun dierbare opvangen in alledaagse situaties: in het gangpad van een supermarkt bijvoorbeeld. ‘Je moet zien dat de persoon niet meer ademt,’ zei Boss. ‘Of je moet de beenderen zien.’

    Wat dit ‘ambigue verlies’ zoals Boss het noemt, nog wreder maakt is dat de wet er ook moeite mee om de dood te aanvaarden wanneer er geen lichaam is. Rechtbanken, banken, verzekeringsmaatschappijen en schuldeisers hebben het lijk nodig als bewijs. ‘Het ontbreken daarvan bevriest de mensen die vermist zijn, het bevriest al hun bezittingen en het bevriest al hun dierbaren of iedereen die afhankelijk van hen is,’ zegt Robert Jarvis, hoogleraar rechten aan het Shepard Broad College of Law in Florida, die enkele artikelen heeft gepubliceerd over de manier waarop de wet omgaat met mensen van wie alleen kan worden aangenomen dat ze dood zijn.

    Betrekkelijk goed geconserveerd

    In december 2006 gingen de Ralstons op zoek naar het lichaam van een jonge man, Shane Pierce, die in de maand september van dat jaar was verdronken bij een scheepsongeluk op een meer in Kentucky. Omdat er geen lichaam was, had Shanes familie geen overlijdensakte kunnen krijgen, en zonder overlijdensakte moesten ze de afbetalingen voor de truck van hun zoon en de hypotheek op zijn huis blijven betalen. ‘We gingen er bijna aan onderdoor,’ zegt Shanes vader, Roger Pierce. De familie kon ook de boot niet verkopen waarmee hun zoon voer op de dag dat hij verdronk, omdat die op zijn naam stond. Het windscherm van de boot was verbrijzeld waar hij er kennelijk met zijn hoofd tegenaan was geslagen en bewusteloos was geraakt, voordat hij uit de boot werd geslingerd.

    ‘Man, dat was zwaar,’ zegt Roger. ‘Die boot stond hier op mijn oprit en elke keer als ik hem zag, moest ik aan Shane denken.’ Minstens vijf verschillende zoekteams hadden al geprobeerd Shanes lichaam te vinden, voordat de Ralstons op het toneel verschenen. ‘Gene en Sandy begonnen te zoeken en vonden Shane in zes minuten,’ vertelt Pierce. ‘Als ik geen contact met Gene en Sandy had opgenomen, weet ik niet wat er gebeurd zou zijn.’

    In het voorjaar van 2012 hielpen de Ralstons ook Gina Hoogendoorn om haar vader Rick Herren te vinden, die dan al vijftien jaar vermist was. Het stel vond zijn lichaam op de bodem van het Flaming George-stuwmeer in Wyoming. Hoogendoorn was achttien toen haar vader verdween en na een aanvankelijke zoekactie hadden plaatselijke autoriteiten tegen haar familie gezegd dat ze moesten wennen aan het idee dat ze hem nooit meer zouden vinden. Ze beschrijft het gevoel niet te weten waar haar vader was, geen plek te hebben om naartoe te kunnen gaan en hem te gedenken, als ‘ongelooflijke pijn’.

    Pas op haar drieëndertigste, toen ze toevallig op een tv-programma stuitte over een verdrinkingsslachtoffer waarvan het lichaam jaren na zijn vermissing was gevonden, besefte Hoogendoorn dat ze nog steeds kon proberen het lichaam van haar vader te vinden. Ze keek op internet en vond de Ralstons. Ze belde hun nummer en vertelde haar verhaal aan Gene. ‘En hij zei: “Yep, we komen naar je toe. We zijn er aan het eind van de week.”’

    Eenmaal op het meer kostte het de Ralstons acht minuten om het lichaam te lokaliseren. Duikers van de politie haalden het een maand later boven water. ‘Ze brachten hem van de boot af en zetten hem neer en mijn broer en mijn moeder en ik konden eindelijk voor hem zorgen, onze liefde voor hem uiten,’ vertelt Hoogendoorn. Het water was diep en koud geweest, dus zijn lichaam was betrekkelijk goed geconserveerd. ‘Hij had nog steeds stevigheid, dus ik kon zijn borst aanraken en die voelde als zijn borst,’ gaat Hoogendoorn verder. ‘Zijn schouder voelde als een schouder en het was heel erg vreemd om hem weer te kunnen omhelzen. Het was de gelukkigste, droevigste dag van mijn leven. We hadden hem gevonden, en nu moest ik weer afscheid nemen.’

    Kathy G

    In april 2019 ga ik met de Ralstons en hun vriend John Zeman mee op zoek naar een lichaam. We varen op Washborn Pond, een hoefijzervormige strook water in een dunbevolkt deel van Washington State. De boot van de Ralstons is zeven meter lang en gemaakt van aluminium. De stuurhut is krap: de Ralstons kunnen er net schouder aan schouder in zitten met twee mensen achter hen. Sinds 2008 staat de naam Kathy G in roze letters onder een van de ramen geschreven – de boot is genoemd naar een jonge vrouw van wie de Ralstons dat voorjaar het lichaam vonden in een meer in Alaska; haar familie doneerde geld waarmee de Ralstons een nieuwe motor konden aanschaffen.

    Wij zijn op zoek naar het lichaam van een twintigjarige jongen, Alexander Bravo Marroquin, die twaalf dagen daarvoor is verdwenen nadat de kano waarin hij en zijn broer zaten, was gekapseisd. De plaatselijke autoriteiten hebben de Ralstons gebeld, nadat ze eerst zelf een uitgebreide zoekactie hebben ondernomen. Als we het water op varen, passeren we een stuk geel politielint dat aan een struik is gebonden, om de plek te markeren waar de broer van Bravo Marroquin naar de kant is gezwommen. Terwijl Sandy de boot langzaam vooruit vaart, kijkt Gene naar de sonarbeelden die over een groot computerscherm voorbijkomen. Hij is in zijn gebruikelijke outfit: flanellen overhemd in een helderblauwe spijkerbroek. Sandy draagt een slobberig sweatshirt waarop een afbeelding staat van een kat met zwemvliezen en een duikbril. ‘Iets verdachts gesignaleerd,’ meldt Zeman, ongeveer een kwartier nadat we van de boothelling zijn weggevaren.

    ‘Geen lichaam, voor zover ik kan zien,’ antwoordt Gene als we er vanaf de andere kant nog een keer overheen varen. De vorm op het scherm lijkt te rond en te klein. Maar Gene legt toch met behulp van GPS de locatie vast.

    ‘Wil je een 90 doen?’ vraagt Sandy.

    ‘Ik denk dat we dat wel kunnen doen, er ligt daar iets,’ zegt Gene.

    Sandy keert de boot zo dat die dwars op het object af vaart. We kijken in stilte toe terwijl beelden van de bodem langzaam in geeltinten over het scherm schuiven. Zo’n 50 meter van het land, de afstand die een sterke amateurzwemmer in ongeveer een minuut zou afleggen, verschijnt de duidelijke vorm van een menselijk lichaam vanaf het hoofd in de linkerbovenhoek van het scherm. ‘Wauw,’ mompelt Gene. ‘Dat is hem.’ Het lichaam ziet er misplaatst uit op de kale bodem. Gene neemt het stuurwiel over terwijl Sandy en Zeman aan dek gaan om de plek van het lichaam te markeren: ze laten twee plastic melkkratjes neer, die een duidelijk beeld geven op de sonar, vastgemaakt aan een witte boei. Daarna varen we snel terug naar de oever.

    Een paar uur later gaan duikers van de politie het water in om Bravo Marroquins lichaam naar boven te halen. Terwijl wij op het dek van de Kathy G staan en de duikers omlaag zien gaan, klinkt hoog boven ons hoofd een schorre roep. ‘Canadese kraanvogels,’ zegt Gene. ‘Dat vind ik toch zo’n prachtig geluid.’ Vier vogels met lange dunne nek en machtige vleugels zweven over het meer.

    Ik kijk weer omlaag en zie de duikers terugkomen. Ze hebben het lichaam vast. Zijn neus en voorhoofd en een bos dik, donker haar breken door het wateroppervlak. Als we weer aan land komen leggen de duikers hem op de betonplaten van de boothelling. Bravo Marroquin was de oudste van vijf broers en zussen en zijn familie heeft sinds zijn verdwijning elke dag een wake aan de oever van het meer gehouden. Ongeveer met zijn twintigen stonden ze eerder op die ochtend rustig aan één kant van de met grind bedekte parkeerplaats. Nu kunnen ze zijn lichaam aanraken en erbij bidden.

    De Ralstons hebben een tijdje geleden al besloten dat zouden stoppen als ze hun honderdste lichaam hadden gevonden. Maar Bravo Marroquin is de honderdveertiende en hierna zullen ze in 2019 nog zes lichamen vinden. Ze zijn van plan om niet meer mee te doen aan zoekacties aan de andere kant van het land, maar Gene zegt dat ze wel gehoor blijven geven aan verzoeken in het westen van de VS, zolang hun gezondheid het toelaat. ‘Hoe kun je nee zeggen tegen iemand in die situatie?’ vraagt hij. Op de dag dat ze Bravo Marroquin op de bodem van Washburn Pond vinden, wordt Gene 74.

    De Ralstons vertellen me over nog een andere familie die ze hebben geholpen. Aan het eind van de zomer van 2017 hebben ze meer dan vijf weken gezocht naar het lichaam van een zesentwintigjarige Ier, David Gavin. Hij en een paar vrienden waren op hun rondreis even gestopt om van een brug over het Kinbasket-stuwmeer in British Columbia te springen. Hij was even bovengekomen, maar daarna weer ondergegaan en niet meer teruggekomen. Gavins familie was al snel na het ongeluk uit Ierland overgevlogen en had op een stoffige grindweg een geïmproviseerd kamp opgeslagen dat uitkeek over de brug. Na een paar dagen had de Royal Canadian Mounted Police de officiële zoekactie gestaakt, maar een politieduiker gaf de Gavins het telefoonnummer van de Ralstons. Volgens Davids vader, Mick, hebben de Ralstons die zomer niet alleen de zoektocht voortgezet, maar ook zijn familie op de been gehouden. ‘Als zij weg waren gegaan, hadden we niets meer gehad,’ zegt Mick. ‘Dat wisten ze, ze zagen het in onze ogen en praatten elke dag met ons. Ze konden zich er niet uit terugtrekken.’

    ‘Ik denk dat wat wij doen, al die dood die we om ons heen hebben gezien, wel invloed op ons moet hebben,’ vertrouwt Gene me op een gegeven moment toe. Sommige bergingen zijn moeilijker te vergeten dan andere. ‘Vooral één, een twaalfjarig jongetje dat was aangevaren door een boot in Shasta Lake (in Californië). Dat achtervolgt me nog steeds.’Gene gebruikt een uitdrukking die je van veel reddingswerkers hoort: ‘Ik wou dat mijn hersens konden vergeten wat mijn ogen hebben gezien. Sandy kan daar iets beter mee omgaan, zij zet het uit haar hoofd.’

    ‘Bij onze allereerste zoekacties was altijd een lijkschouwer betrokken, en het leek wel of dat altijd een vrouw was die heel vanzelfsprekend met haar werk wist om te gaan,’ zegt Sandy. ‘Ik denk dat ik dat heb overgenomen.’ Het vinden en terugbrengen van lijken is gewoon iets wat iemand moet doen.

  • Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Amerikaanse openbare scholen promoten onderwijs met beeldscherm. In welgestelde gezinnen is persoonlijk contact juist een nieuwe luxe. Want hoe moet een kind later solliciteren als het niet geleerd heeft een normaal gesprek te voeren?

    Keuze uit het archief

    Ging een aantal decennia geleden de ‘digitale kloof’ tussen arm en rijk nog om toegang tot technologie, nu smartphones alomtegenwoordig zijn draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik. De begeleiding die kinderen ontvangen om op een verantwoordelijke manier met technologie om te gaan is volgens The New York Times in dit artikel uit 2018 namelijk nogal ongelijk verdeeld. Een probleem dat steeds groter wordt naarmate socialemediaplatforms als TikTok en Snapchat verslavender en algoritmen gewiekster worden. Helemaal nu bovendien AI-tools de verspreiding van nepnieuws makkelijker maken, is een gedegen digitale opvoeding van levensbelang voor de samenleving.

    De ouders in Overland Park waren het zat. Ze wilden hun kinderen van hun beeldscherm af krijgen, maar dat konden ze niet alleen. Ten eerste omdat je als ouder niet wilt dat jouw kind als enige dat rare buitenbeentje zonder smartphone is. En ten tweede omdat het gewoon heel, heel moeilijk is om een scholier zijn mobieltje af te nemen. ‘We begonnen onze bijeenkomsten met de constatering: dit is lastig, het is onontgonnen terrein.

    Wie kan ons hierbij helpen?’ zegt Krista Boan. Zij heeft in Kansas City de leiding over een programma genaamd START, wat staat voor ‘Stand Together And Rethink Technology’. ‘Dit is iets waarover we onze moeder niet om raad kunnen vragen.’ In Overland Park, een voorstad van Kansas City, komen zo’n honderdvijftig ouders daarom al zes maanden lang ’s avonds bijeen in schoolbibliotheken om over maar één ding te praten: hoe ze hun kinderen kunnen losweken van hun mobiel.

    Zonder beeldschermen

    Nog niet zo lang geleden was de grootste zorg dat rijke leerlingen veel vroeger in aanraking kwamen met internet, waardoor ze een technische voorsprong opbouwden die tot een digitale tweedeling zou leiden. Scholen vragen leerlingen om hun huiswerk online te doen, terwijl ongeveer eenderde van de Amerikanen thuis geen internet heeft.

    Maar nu ouders in Silicon Valley zich steeds grotere zorgen maken over de impact van technologie op hun kinderen en steeds meer streven naar een huishouden zonder beeldschermen, groeit de vrees voor een nieuwe digitale kloof. Het zou zomaar kunnen dat kinderen in arme en modale gezinnen worden 
grootgebracht met beeldschermen, terwijl het kroost van de elite in Silicon Valley juist terugvalt op houten speelgoed en de luxe van persoonlijk contact.

    Je ziet dat nu al gebeuren. In rijke wijken zijn ouderwetse, op fysiek spelen gerichte kleuterscholen in zwang. Anderzijds heeft de overheid 
in Utah juist een onlineonderwijs-
programma voor kleuters gefinancierd dat circa tienduizend kinderen bereikt. De organisatie heeft al aangekondigd dat dit digitale kleuteronderwijs in 2019 met federaal overheidsgeld wordt uitgerold naar vijf andere staten.

    Volgens onderzoek van Common 
Sense Media, een onafhankelijke mediawaakhond, besteden tieners uit armere milieus per dag gemiddeld 8 uur en 7 minuten aan beeldschermvermaak, tegen 5 uur en 42 minuten voor leeftijdgenoten uit rijkere milieus. (In dit onderzoek werd elk beeldscherm apart meegeteld: één uur append voor de tv hangen telde dus als twee uur beeldschermtijd.) In twee studies waarbij ook de etnische achtergrond werd meegenomen, bleek het beeldschermgebruik bij blanke kinderen beduidend lager dan bij kinderen uit Afro-Amerikaanse en latinogezinnen.

    En ouders constateren zelf ook een groeiende tweedeling tussen openbare en particuliere scholen binnen dezelfde wijk. Op de particuliere Waldorf School of the Peninsula, zeer in trek 
bij het hogere kader van Silicon Valley, wordt beeldschermgebruik bijvoorbeeld vermeden. Een eindje verderop adverteert de openbare Hillview Middle School juist met zijn iPad-onderwijs.

    De psycholoog Richard Freed schreef een boek over de risico’s van beeldschermgebruik voor kinderen en hoe je hen weer in contact kunt brengen met de echte wereld. Hij verdeelt zijn tijd tussen lezingen voor volle zalen in Silicon Valley en zijn praktijk met minder bemiddelde gezinnen in San Francisco. Bij die laatste is hij vaak de eerste van wie ouders horen dat beperking van het beeldschermgebruik de concentratie- en gedragsproblemen van hun kind kan helpen verminderen. ‘Ik ga van lezingen in Palo Alto [een schatrijke stad in Silicon Valley] naar consulten in Antioch [een arme gemeente die zwaar werd getroffen door de huizencrisis], waar ik de eerste ben om ze op die gevaren te wijzen’, zegt Freed.

    Wat hem vooral zorgen baart, is het werk van collega-psychologen die techbedrijven helpen hun apps zo waanzinnig verslavend te maken. Zij zijn doorkneed in de technieken van persuasive design, oftewel het bespelen van beeldschermgebruikers. Een paar voorbeelden: de autoplay-functie van YouTube, de teller met ‘likes’ op Instagram die oploopt als een fruitautomaat, het ‘snapreeks’-icoontje op Snapchat.

    Smartphones in de ban

    ‘Eerst ging de digitale kloof over gebrek aan toegang tot technologie. Nu iedereen er toegang toe heeft, draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik’, aldus Chris Anderson, oud-redacteur van het blad Wired. In het hele land maken ouders, artsen en leerkrachten zich hier sterk voor. ‘De bedrijven hebben de scholen voorgelogen en nu liegen ze de ouders voor’, zegt Natasha Burgert, een kinderarts

    in Kansas City.

    ‘We worden allemaal in het ootje genomen’, vindt ze. ‘We onderwerpen onze kinderen, de mijne ook, aan een van de grootste sociale experimenten die we in lange tijd hebben gezien. Hoe moet het straks met mijn dochter, als ze geen normaal gesprek kan voeren onder het eten? Hoe moet ze dan aan de man komen? Hoe kan ze op sollicitatie gaan?’

    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show' YouTube
    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show’ YouTube

    ‘Ik heb nu gezinnen die er helemaal van af willen’, zegt Burgert. ‘Die zeggen: het is welletjes, we kappen ermee.’ Zoals in huize Brownsberger. Smartphones waren daar al lang in de ban gedaan, maar nu heeft ook de tv met internetaansluiting het veld geruimd. ‘We hebben de tv van de muur gehaald en ik heb 
het kabelabonnement opgezegd’, zegt Rachael Brownsberger (34), moeder van twee zoons van elf 
en acht.

    ‘Hoe krankzinnig dat ook klinkt.’ Zij en haar man, eigenaar van een bedrijf in sierbeton, hebben hun kinderen nooit een smartphone gegeven. Maar ze merkten dat zelfs de geringste blootstelling aan beeldschermen al een slechte invloed had op hun gedrag. Haar oudste zoon, die ADHD heeft, werd vaak boos als de tv uit moest, zegt ze. Dat vond ze verontrustend. En zijn verlanglijstje voor Kerst bestond 
uit een Wii, een PlayStation, een Nintendo, een 
MacBook Pro en een iPhone. ‘Ik heb gezegd: die krijg je dus niet, jongen’, zegt Brownsberger. ‘Ja, dan ben ik de kwaaie pier.’


    Ouders maken zich steeds grotere zorgen over de impact van technologie op hun kinderen

    Maar één ding maakt het gemakkelijker: dat andere ouders in hun buurt hetzelfde doen. ‘Je moet dit met een hele gemeenschap doen’, zegt Brownsberger. 
‘Ik had het er gisteravond nog over met mijn buurvrouw: ben ik soms zo’n slechte moeder?’ Krista Boan heeft in Overland Park drie proefprojecten met elk zo’n veertig ouders die samen naar goede methoden zoeken om hun kinderen af te krijgen van mobieltjes en andere beeldschermen.

    De Kamer van Koophandel steunt het project en de gemeente wil in het komende beleidsplan ook een paragraaf opnemen over ‘digitaal welzijn’. ‘De gemeente en de Kamer van Koophandel zeiden: we zien de gevolgen voor onze stad’, zegt Boan. ‘We willen dat onze jongeren opgroeien tot zelfstandige burgers die verstandig met hun apparaten omgaan, maar daar moeten we ze wel toe in staat stellen.’

    Ook in Silicon Valley maken sommigen zich zorgen over de groeiende tweedeling wat betreft beeldschermtijd. Kirstin Stecher en haar man, die bij 
Facebook werkt, voeden hun kinderen bijna volledig beeldschermvrij op. ‘Is dat omdat we goed geïnformeerd zijn en veel van de technologie weten?’ zegt ze. ‘Of is het omdat we bevoorrecht zijn en makkelijker zonder beeldscherm kunnen?’

    ‘Er heerst een gedachte dat je kind wordt achter-
gesteld en in een andere dimensie opgroeit als het geen beeldschermtijd krijgt’, zegt Pierre Laurent, voormalig manager bij Microsoft en Intel en nu bestuursvoorzitter van de Waldorf School in Silicon Valley. ‘Maar die gedachte slaat in deze contreien niet meer zo aan’, meent hij. ‘Hier snappen de mensen dat het in die bedrijven vooral draait om 
big data, om AI, en dat is niet iets waarin je zelf heel bedreven wordt doordat je al vanaf je tiende een mobieltje hebt.’

    ‘Vaardigheden voor de toekomst’

    Al krijgen de werknemers in deze sector steeds meer bedenkingen, de markt voor beeldschermtoepassingen voor kinderen groeit intussen als kool. Apple en Google proberen om het hardst hun producten aan scholen te slijten en leerlingen zo jong mogelijk aan zich te binden, als ze merkentrouw beginnen te worden. Google heeft onderzoeksresultaten gepubliceerd van zijn project in het schooldistrict Hoover City in Alaska.

    Daar wil Google de leerlingen naar eigen zeggen ‘vaardigheden voor de toekomst’ bijbrengen. Chromebooks en Google-tools hebben volgens het bedrijf levens veranderd: ‘De leiding van het schooldistrict wil de leerlingen opleiden voor succes door ze de vaardigheden, kennis en gedragingen bij te brengen die ze nodig hebben om verantwoordelijke burgers in de wereldgemeenschap te worden.’

    Maar volgens Richard Freed wordt bij kinderen uit armere milieus te snel naar deze technologische middelen gegrepen. Hij constateert die kloof iedere dag opnieuw in zijn werk met aan technologie verslaafde kinderen van ouders met modale en lagere inkomens. ‘Veel kinderen in Antioch zitten op scholen die geen geld hebben voor naschoolse activiteiten’, zegt hij, ‘en een kinderoppas kunnen hun ouders niet betalen.’

    De kenniskloof over de gevaren van de nieuwe technologie is volgens hem enorm. Met tweehonderd andere psychologen heeft hij een open brief ondertekend waarin ze hun beroepsvereniging oproepen tot het veroordelen van de medewerking van psychologen aan persuasive design in apps gericht op kinderen. ‘Zodra die technologie eenmaal grip op een kind heeft, wordt het heel moeilijk het daar nog van te bevrijden’, zegt Freed.

  • ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    ‘Toeristen zijn als roofkevers die alle mooie plekjes aanvreten.’ Is er een oplossing voor overtoerisme?

    Voor het eerst ziet de reisindustrie zich geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad: de oorspronkelijke bewoners, die meer dan ooit klagen dat ze hun stad niet meer terug kennen. Eindelijk worden er maatregelen genomen om de aantallen toeristen in te perken.

    Keuze uit het archief

    Hoewel de klimaatverandering de nodige invloed zal hebben op het toerisme, dat zich bijvoorbeeld steeds vaker naar het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen zal verplaatsen, zullen de meesten zich er niet van laten weerhouden te reizen. De velen die afhankelijk zijn van de toeristenindustrie zijn daar blij mee, maar voor de meeste anders ‘locals’ geldt dit niet, zoals te lezen is in dit stuk uit 2018.

    Het duurt niet lang of de mevrouw van de hotelreceptie haalt de stadsplattegrond van Porto tevoorschijn. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘dit is de binnenstad met de Douro, daar is de haven en hier … (nu klinkt er trots door in haar stem)… de mooiste boekhandel ter wereld: Livraria Lello!’

    Dat klinkt fantastisch en het ziet er op de foto’s ook fantastisch uit. Een pand van twee verdiepingen in neogotische stijl. Veel donker hout, veel oude boeken, ornamenten en gekleurd glas, en een monumentale trap in het midden. De boekhandel, geopend in 1906, is een kathedraal vol boeken, 
een droom voor leergierigen uit de hele wereld. Een plek met een magische aantrekkingskracht. Op reis wil je toch op zoek naar schoonheid, die eerder in het verleden dan in het heden te vinden is. Misschien wil je zelfs ook een boek kopen, vakantielectuur voor ’s avonds aan de Atlantische Oceaan. J.K. Rowling zou vaak in de Livraria zijn geweest toen ze begin jaren negentig in Porto woonde, waar ze Engels doceerde en ook Harry Potter bedacht.

    Porto is geen grote stad, telt maar iets meer dan 200.000 inwoners en de binnenstad is compact. Het eerste dat er van Livraria Lello te zien is, zijn de lange rijen mensen voor de deur. Jonge Japanse meisjes, Scandinavische backpackers, gezinnen uit Frankrijk, stelletjes uit China, Amerikanen en ook Duitsers. Uiteraard.

    Roofkever

    Een imposante portier bewaakt de 
toegang. Alleen zij die in de winkel ernaast voor 5 euro een voucher hebben gekocht, met daarop een portret van Fernando Pessoa, de beroemdste Portugese dichter, mogen naar binnen. Ook voor die winkel staat 
een rij, tussen afzetbanden als bij de incheckbalie op een luchthaven. Het publiek schuifelt er langs rekken met souvenirs, ansichtkaarten en sleutelhangers, het gebruikelijke assortiment.

    De boekhandel zelf is in werkelijkheid al even mooi als op de foto’s. Ook al is het eigenlijk helemaal geen boekhandel meer. Nauwelijks iemand bladert en snuffelt er in de boeken, iedereen heeft de smartphone in de hand om foto’s te maken. Foto’s die er net zo 
uitzien als de meer dan zevenduizend plaatjes die al op TripAdvisor zijn gezet, de grootste toeristensite ter wereld, die de Livraria als een van de topbezienswaardigheden van de stad opvoert.

    Vier jaar geleden nog dreigde Livraria Lello failliet te gaan, zoals dat eigenlijk voor het hele land gold na de financiële crisis. De boekhandel werd toen al goed bezocht, maar boeken werden steeds minder verkocht. Iemand opperde op een dag om dan maar gewoon 5 euro entree te gaan heffen. Dat klonk idioot, maar inmiddels komen er gemiddeld vierduizend mensen per dag binnen, en in de zomermaanden zelfs vijfduizend. In 2017 bedroeg het totale aantal bezoekers van Livraria Lello 1,2 miljoen en beliep de omzet ruim 7 miljoen euro.

    Wie een boek wil kopen – want ook 
dat schijnt voor te komen – vindt hier de Portugese klassiekers in vertaling en natuurlijk ook Harry Potter. De 
voucher wordt op het aankoopbedrag in mindering gebracht. Livraria Lello zou model hebben gestaan voor Klieder & Vlek, de boekhandel waar Harry Potter zijn toverboeken koopt. Een museum, een decor, maar als plek met een magische aantrekkingskracht duidelijk ontsproten aan een rijke fantasie. En een symbool voor het moderne toerisme dat als een roofkever alle mooie plekjes aanvreet. Maar voor de inwoners van Porto staat de boekhandel symbool voor de opleving van een land dat een paar jaar geleden nog tot de crisisgebieden van Europa behoorde.

    Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Dat herstel heeft Portugal mede te danken aan het toerisme, dat met dubbele cijfers groeit, ook in het vroegere arme noorden rond Porto. Ryanair en EasyJet vliegen al jaren op de stad, die allang is uitgegroeid tot nieuwe hotspot van het stedentoerisme. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2,5 miljoen buitenlandse toeristen naar 
deze streek, van wie een op de twee 
een bezoek bracht aan Livraria Lello. 
Porto is nog niet zo ver als Barcelona 
of Amsterdam, steden waarvan de bewoners zich inmiddels teweerstellen tegen de toeristen die de stad overnemen, maar er is allang een Porto van 
de toeristen en een Porto van de bewoners. Wanneer zou er eigenlijk voor 
het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?

    Er zijn tijden geweest dat de reusachtige toeristenhotels nabij de stranden van Benidorm, El Arenal op Mallorca en aan de Adriatische kust in Italië symbool stonden voor de lelijkheid van het moderne massatoerisme. Achteraf beschouwd waren dat rustige tijden. Benidorm en El Arenal zijn steden ‘uit de reageerbuis’, gebouwd zodat Europa in de zomermaanden aan het strand kon liggen. Kunstmatige reservaten, niet mooi, maar doelmatig, toeristenfabrieken die men vroeg of laat ook weer had kunnen ontmantelen.

    Tegenwoordig zijn die reservaten niet meer toereikend. Handdoek aan handdoek verdringen zich de zonaanbidders op de stranden van Zuid-Europa. De kleine baaien van Mallorca zouden vanwege overbezetting eigenlijk 
gesloten moeten worden. Ook aan de Noord- en Oostzee, op Sylt, op Rügen, zijn hotels en pensions volgeboekt.

    Toch maken strandgangers nog 
maar nauwelijks de helft uit van het moderne toerisme in Europa – de andere helft wordt gevormd door cruisevaarders en stedentrippers. Al lange tijd wordt het beeld in de mooie, bijzondere steden van Europa meer door toeristen bepaald dan door de 
oorspronkelijke bewoners. Steden 
veranderen in musea en amusementsparken, ontwikkelen speciale zones voor toeristen, waar de stedelingen niet wonen maar alleen werken. In de traditionele restaurants zitten toeristen, die geringschattend toekijken hoe andere toeristen wachten tot er iets gaat gebeuren. Staren is er de belangrijkste bezigheid en gezelligheid is 
ver te zoeken. Het is als een overval. 
Ze komen, ze blijven maar even en dan zijn ze weer weg – maar ze doen in tussentijd alsof de stad die ze bezoeken van hen is.

    © Nan Palmero
    © Nan Palmero

    Reizen is van luxe tot gemeengoed geworden, het snel stijgende aanbod van goedkope reizen via internet heeft nieuwe klantenlagen aangeboord voor de toeristische sector: wie een paar dagen in Palma, in Barcelona of op het strand wil doorbrengen, vindt met een paar muisklikken een geschikte vlucht en onderdak. En vaak nog voor een spotprijs ook.

    De infrastructuur ter plaatse kan de toestroom van reizigers echter niet meer aan, zowel op de bestemmingen als in het land van herkomst. Op de Duitse luchthavens ontstonden er 
deze warme zomer soms chaotische toestanden. Mensen verdrongen zich zenuwachtig voor de beeldschermen met vluchtinformatie. Het aantal uitgevallen vluchten was in het eerste halfjaar met 146 procent gestegen, het aantal vertraagde vluchten met 31 procent. In München en Frankfurt kwam in een tijdsbestek van enkele dagen het hele vliegverkeer tot stilstand, omdat nog niet gecontroleerde passagiers door een veiligheidssluis waren gelopen.

    Overbelaste infrastructuur, overvolle steden en stranden: de reisbranche lijkt aan het eigen succes ten onder 
te gaan. Naar schatting 670 miljoen mensen waren afgelopen jaar in Europa op pad. Alleen al in deze zomermaanden reisden er waarschijnlijk bijna 200 miljoen toeristen over het continent. Niet alleen Europeanen die elkaars landen verkennen, maar ook 
de winnaars van de globalisering en vertegenwoordigers van de nieuw ontstane middenklassen in Rusland, het Verre Oosten en de Arabische landen zorgen voor de groei van het mondiale toerisme.

    En voor groeiende problemen, want de sterke toename kent ook verliezers. En die komen steeds vaker in verzet, zoals onlangs de piloten van Ryanair, wier werkgever dankzij hun slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen een prijsvechtersstrategie kan voeren.

    Verliezers, dat voelen zich vooral ook de inwoners van de steden en regio’s die de stroom van bezoekers nog maar nauwelijks aan kunnen. Mensen die uit hun woning worden verdrongen, omdat het voor de eigenaar veel lucratiever is om die ruimte per dag of per week aan toeristen te verhuren. Mensen die zich in overvolle vervoermiddelen moeten persen, omdat toeristen bezit hebben genomen van bussen en treinen. Mensen die zich niet meer thuis voelen in hun wijk, omdat ze in hun vertrouwde cafés en restaurants tot een minderheid behoren. Áls ze daar al een plekje kunnen vinden – en zich de stijgende prijzen nog kunnen veroorloven.

    Private winsten en maatschappelijke verliezen

    De toeristenindustrie ziet zich plotseling geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad. Ze had steeds oog voor 
de gasten en was de gastgevers simpelweg vergeten. ‘Het toerisme is een fenomeen met veel private winsten en veel maatschappelijke verliezen,’ zegt Christian Laesser, hoogleraar toerisme aan de universiteit van het Zwitserse Sankt Gallen.

    De winsten komen vaak ten gunste 
van enkelen, de verhuurders en hoteleigenaren; slechts een gering deel 
gaat naar de vaak slechtbetaalde werknemers in de reissector. De grote rest wordt opgescheept met alleen het lawaai, de rommel, de hoge huren en het gevoel een vreemde in eigen land te zijn, een figurant in een soort Disney World voor toeristen.

    Dat gevoel is op veel plekken omgeslagen in openlijke vijandigheid: ‘Tourists go home’, spuiten activisten in veel toeristenbolwerken op de muren, en 
op Mallorca hebben ze een ‘summer of action’ uitgeroepen, met protestacties op de luchthaven en in hotels. In Palma worden toeristen met paardenvijgen bekogeld, in Barcelona worden ze van hun fiets geduwd en in cafés lastiggevallen, in Venetië hebben zelfbenoemde piraten de toegang tot cruiseschepen geblokkeerd.

    De reisindustrie heeft inmiddels ingezien dat het eigen succes het fundament van het businessmodel steeds meer aan het uithollen is. ‘Overtoerisme’ is de leus die momenteel de 
congressen van de branche beheerst. Besproken wordt hoe de toeristenstromen zodanig kunnen worden gespreid dat ze niet meer als een bedreiging worden ervaren.

    Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd het aantal toeristen blijft toenemen? 
In de opkomende landen in Azië treden jaar in jaar uit miljoenen mensen toe tot de nieuwe middenklasse. Zij kunnen het zich plotseling veroorloven om verre reizen te maken. En dat doen ze dan ook. Volgens schattingen van 
de branche zal het aantal toeristen 
tot 2030 wereldwijd toenemen met 500 miljoen, van wie de helft Chinezen. Velen van hen zullen ook Europa en de bezienswaardigheden daar bezoeken.

    Toerisme is op dit moment waarschijnlijk de belangrijkste bedrijfstak ter wereld, veel groter dan de olie-industrie en de automobielbranche. 
De omvang wordt geschat op circa 7000 miljard euro per jaar, 10 procent van het bruto mondiaal product. Bij 
dit enorme bedrag inbegrepen zijn behalve de directe omzetten ook die van aanverwante bedrijfstakken als het hotelwezen, het transportwezen met al zijn vliegtuigen, cruiseschepen en touringcars, en de souvenir- en de reisbureaubranche.

    ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt’

    In vakantieland Spanje draagt de reisindustrie zelfs 14,9 procent bij aan het bruto binnenlands product. In veel landen is het aantal bezoekers groter dan het aantal inwoners, zoals in Griekenland, Portugal, Spanje, Frankrijk 
en Tsjechië. Dat creëert banen en een bescheiden welvaart, maar maakt ook afhankelijk – en dat is gevaarlijk zodra reizigers wegblijven, zoals de afgelopen jaren het geval was in Turkije en Egypte. Beide landen zien evenwel geleidelijk aan een terugkeer van de toeristen, omdat dat grotendeels vergeetachtige wezens zijn die gevaren als terreuraanslagen verdringen en schendingen van mensenrechten negeren – als het weer maar goed is 
en de prijs laag.

    Goedkoop moet het zijn en goedkoop is reizen geworden, vooral dankzij de digitalisering. Reisportals als Expedia, Trivago en Booking.com hebben de gevestigde reisbureaus gemarginaliseerd en bedreigen ook concerns als TUI en Thomas Cook, die tot nog toe de markt beheersten. Doorlopend bieden ze vluchten en overnachtingen tegen bodemprijzen.

    Anders dan de vakantieaanbieders uit het catalogustijdperk runnen de digitale concurrenten geen eigen hotels 
en hebben ze geen vliegtuigen, cruiseschepen en reisbureaus, maar verdienen ze alleen aan de bemiddeling bij diensten van anderen. Ze kunnen via hun platforms prijzen nagenoeg ‘realtime’ bijsturen en optimaliseren doorlopend hun algoritmen om winst te genereren. Doelgericht verzamelen ze gegevens over de voorkeuren van klanten, en inmiddels krijgen ze het zelfs voor elkaar om op het optimale moment op maat gesneden aanbiedingen te sturen.

    Reizen is dankzij de goedkope vliegtickets een soort allemansrecht geworden, zoals goedkope T-shirts en winkelen bij een discounter. Een weekendje Berlijn of Barcelona was opeens een alternatief voor een uitstapje in eigen land, met dramatische gevolgen voor de verschillende bestemmingen. 
Barcelona heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld van geheimtip tot massabestemming; het marktaandeel van de prijsvechters is daar bijna 70 procent. Op de luchthaven Berlijn-Schönefeld zijn die goed voor bijna 90 procent van de vliegbewegingen. Alleen al in de voorbije tien jaar is het aantal vertrekkende passagiers daar verdubbeld, van circa 6 naar bijna 13 miljoen.

    De Duitse hoofdstad is een favoriete bestemming in Europa geworden en moet alleen nog Londen en Parijs voor laten gaan in populariteit. ’s Avonds en in het weekeinde trekken honderden op feest beluste jongeren uit heel Europa door het stadsdeel Mitte. Ze laten meestal niet veel geld achter in de stad, maar wel een hoop afval en lege bierflessen.

    Jarenlang zag het ernaar uit dat het traditionele overstap- en het prijsvechtersverkeer onverminderd naast elkaar verder konden groeien. Maar deze zomer loopt dit model voor het eerst tegen grenzen aan. Geannuleerde vluchten, vertragingen en omboekingen zijn aan de orde van de dag. Volgens berekeningen van de wereldluchtvaartorganisatie IATA zijn de vertragingen in het luchtverkeer boven Europa alleen al in het eerste halfjaar van 2018 toegenomen met 133 procent. Sommige luchthavens, zoals Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn, verzoeken de reizigers inmiddels dringend om drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn om de mensenmassa te kunnen verwerken.

    Dat reizen een bezigheid vol stress is geworden, ergert de toeristen, maar het schrikt ze niet af. Paolo Giuntarelli, socioloog, weet ook waarom: ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt.’ Giuntarelli 
is manager van het verkeersbureau van de Italiaanse regio Lazio. Zijn kantoor bevindt zich in Rome. Hij houdt daar tamelijk eenzaam de wacht, want veel Romeinen zijn deze weken naar het platteland getrokken omdat het hun in de stad te warm werd.

    Maar de bezoekers van Rome laten zich niet afschrikken door de temperatuur.

    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty
    Venetianen verzamelen zich op bootjes bij de Rialtobrug als protest tegen het groeiende aantal cruiseschepen in de stad. – © Getty

    Er zijn weken dat Rome compleet onder de voet wordt gelopen. Zoals eind juli, toen 60.000 misdienaars 
uit heel Europa de stad binnentrokken, van wie 50.000 uit Duitsland. Het motto van hun pelgrimsreis was: ‘Zoek de vrede en jaag haar na!’ Maar wat ze vooral najoegen, waren de bezienswaardigheden.

    Op dinsdagavond waren de altaarjongens bij de paus. Toen tegen achten de audiëntie ten einde liep, was het Sint-Pietersplein bezaaid met plastic flesjes, A4-tjes met liedteksten, lege Haribozakjes en bananenschillen. Hetzelfde gold voor het aangrenzende Piazza Papa Pio XII. De vuilniszakken in de houders langs de straat puilden allang uit, of waren gescheurd. Ook vrome mensen produceren afval.

    Rome: dat zijn lange avonden op de piazza’s, met pasta, rode wijn en vrolijke liedjes. Later op de avond moeten de toeristen het inmiddels doen zonder wijn en bier, want sinds 2017 mag er 
in Rome na tienen buiten geen alcohol meer worden gedronken. Het verbod, uitgevaardigd door burgemeester 
Virginia Raggi, is van juli tot oktober van kracht.

    In 2017 schuifelden 14,7 miljoen bezoekers door de straatjes van Rome, oftewel een op de vier bezoekers van Italië. Wie in de stad overnacht, blijft gemiddeld tweeënhalve dag, en dat is vergelijkbaar met andere Europese metropolen.

    Lazio

    In Frascati, Tivoli of andere steden in de regio Lazio raken de bezoekers maar zelden verzeild. Giuntarelli zou de toeristenstroom graag willen laten afbuigen, de regio in, naar een van de kleinere plaatsen. Daar zouden ze kennis kunnen maken met de Italiaanse manier van leven, ‘goed eten, goede wijn’. Of het Franciscuspad kunnen lopen dat door Lazio voert.

    In krantenadvertenties en radiospots prijst Giuntarelli Lazio aan, op vakantiebeurzen deelt hij folders uit. Een daarvan presenteert Lazio als trouwlocatie, een andere maakt reclame voor de warmwaterbaden van de regio. Ook als golfbestemming wil Giuntarelli de regio groot maken – ‘we werken eraan’.

    Omdat Lazio niet alleen staat met zijn problemen, heeft de regio zich aangesloten bij NecsTour, een netwerk van 
37 Europese regio’s die zich verplichten tot duurzaam toerisme, een vorm van reizen die vakantiegangers en economie gelukkig maakt zonder schadelijk te zijn voor het milieu. Dus ongeveer het tegenovergestelde van cruises. 
‘Dat is niet het toerisme dat we willen stimuleren,’ zegt Giuntarelli.

    De reusachtige schepen stoten massaal smerigheid uit en leveren de regionale handel en horeca nauwelijks iets op. 
De passagiers zijn maar een paar uurtjes in de stad, overnachten aan boord en nemen bij het passagieren vaak zelf proviand mee. Ze laten nauwelijks geld achter, maar wel veel afval. ‘Cruisetoerisme is alleen goed voor de aanbieders van cruises,’ zegt Giuntarelli met een laatdunkend glimlachje.

    In het Kroatische Dubrovnik geven cruisepassagiers gemiddeld slechts 24 euro per dag uit, andere gasten daarentegen ongeveer 160 euro. De stad heeft bijzonder te lijden onder 
de toestroom van toeristen. Sinds de schilderachtige binnenstad het decor was van de serie Game of Thrones, zijn 
de bezoekersaantallen exponentieel gestegen. Maar daarvan komen er 
jaarlijks 800.000 met de boot.

    Het aantal bezoekers van Dubrovnik moet worden teruggedrongen naar achtduizend per dag

    Dubrovnik heeft 42.000 inwoners, die het liefst thuisblijven als de cruiseschepen binnenvaren. Niet alleen de inwoners hebben te lijden, maar ook het middeleeuwse centrum van de stad, en daarom moet het aantal bezoekers worden teruggedrongen naar achtduizend per dag. Anders, zo heeft Unesco gedreigd, raakt de stad zijn status als cultureel werelderfgoed kwijt.

    ‘Er is een herbezinning gaande – weg van het eenzijdige groeidenken dat het toerismebeleid in de meeste steden tot nog toe heeft gekenmerkt,’ zegt planoloog Johannes Novy, die op dit moment aan de Universiteit van Westminster in Londen onderzoek doet naar stadsontwikkeling en toerisme. ‘Te lang ging het alleen maar om de vraag: hoe krijgen we meer toeristen in de stad? Andere doelen werden niet besproken, en ook niet hoe je negatieve gevolgen zou kunnen tegengaan.’ Niet altijd is het toerisme als zodanig overigens het probleem, zegt Novy, soms zijn het bepaalde verschijningsvormen ervan, ‘zoals het in veel steden om zich heen grijpende partytoerisme, of de lange tijd ongebreidelde stijging van het aanbod van vakantiewoningen’.

    Steeds vaker doen de verantwoordelijken hun best om de ‘groeipijnen’ van het toenemende aantal reizigers te bestrijden: ze willen de stroom van toeristen laten afbuigen, zoals in Rome, of zelfs aan banden leggen, zoals in Dubrovnik. Barcelona geeft geen toestemming meer voor nieuwe hotels, Parijs heeft Airbnb en andere woningbemiddelaars sterk gereguleerd, Palma de Mallorca heeft de 
verhuur van vakantiewoningen via 
dat platform zelfs helemaal verboden. Maar er is geen stad die zo rigoureus optreedt tegen het overtoerisme als Amsterdam.

    En toch zijn ze er nog, de plaatsen en regio’s waar toeristen welkom zijn die elders niet meer zo graag gezien zijn en waar niemand zich opwindt over langdurige party’s en zuiprituelen. Daniel Stefanov staat op een podium, ingeklemd tussen de weg en het strand, en kijkt hoe de menigte in 
het schuim verdwijnt. Er staan twee sneeuwkanonnen op de dansvloer van Megapark Dolphin, een reusachtig 
partycomplex dat Stefanov samen 
met zakenpartners is begonnen in het Bulgaarse Zlatni Pjasatsi (Goudstrand), een vakantieoord aan de Zwarte Zee. Uit het ene kanon daalt het schuim 
als vlokken taartdeeg op de feestende vakantiegangers neer, uit het andere regent het fijne wolkjes zeepsop. De menigte juicht en staat tot kniehoogte in het schuim. Daniel Stefanov is weer een stuk dichter bij zijn doel gekomen om van Goudstrand een vaste bestemming van Duitse feesttoeristen te maken, als alternatief voor El Arenal 
en Playa de Palma.

    Zon, strand en zuipen

    Vijftien jaar geleden openden Stefanov en zijn 44-jarige partner Sava Daritkov in Zlatni Pjasatsi de openluchtdiscotheek Megapark Dolphin, een zwemparadijs met aangrenzende dansvloer. Acht jaar geleden kwam daar de Partystadl bij, waar schlagers worden gedraaid en een halve liter bier omgerekend 2 euro kost.

    Stefanov en Daritkov hebben veel geïnvesteerd in hun droom. Ze importeerden witbier uit Duitsland, huurden zangers in die anders in de Bierkönig en de Oberbayern op Mallorca optraden en gingen schuimparty’s organiseren. Sindsdien krijg je hier op dinsdag en zaterdag voor 20 euro entree een uur lang cocktails naar keuze en schuim uit het kanon.

    De eigenaren draaien het beste seizoen ooit. Allereerst kwamen aan het begin van de zomer de eindexamenkandidaten uit Duitsland, vervolgens de voetbalverenigingen en kegelclubs, en daarna de vrouwen, maar vooral mannen van begin tot midden twintig, die naar eigen zeggen voor vakantiegeluk maar drie dingen nodig hebben: ‘zon, strand en zuipen’. Het seizoen zou weleens tot eind september kunnen doorgaan, denkt Daritkov. En er is nog iets wat hij per se kwijt wil: ‘Wij zijn blij met onze gasten.’

    Het is een zinnetje dat een nieuwe betekenis heeft gekregen sinds de 
‘Ballermann’ [strandbar Balneario 6 
op Mallorca] niet meer zo goed uit de voeten kan met de feestende massa’s. Mallorca wil geen feesteiland meer zijn en heeft de nachtelijke zuippartijen en seks op het strand verboden. Goudstrand, zo luidt de boodschap, is niet alleen de goedkopere, maar ook de ‘betere Ballermann’.

    Niklas, Marvin en Marcel staan aan 
de bar in Megapark Dolphin met in 
de hand een glas vodka peach en een felgroen shirt aan met het motto van hun trip van vorig jaar: ‘Malle 2017. Einer für alle. Alle für Malle’. Daar [Mallorca] zijn ze met zo’n tien vrienden geweest. De nieuwe verordeningen op het eiland zijn een van de redenen dat ze deze zomer naar Bulgarije zijn gegaan, zegt de 24-jarige vrachtwagenmonteur Niklas. In El Arenal hebben ze gezien hoe de Spaanse politie met drie auto’s kwam aanscheuren toen er ondanks het verbod een emmer sangria op het strand verzeild was geraakt. Dat vonden ze wel een beetje overdreven.

    Op Goudstrand is dat anders. Omwonenden zouden hun beklag kunnen doen over de drukte. Maar omwonenden zijn er hier niet.

    Dit dossier werd samengesteld door Der Spiegel -redacteuren Dinah Deckstein, Lothar Gorris, Sebastian Hammelehle, Nils Klawitter, Alexander Kühn, Armin Mahler, Martin U. Müller, Ann-Kathrin Nezik, Raniah Salloum en Robin Wille.


  • Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Hoe kan een seculier land zich beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt? Emmanuel Macron wil de godsdienst met zes miljoen aanhangers reorganiseren, maar dat is een contradictie. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

    Keuze uit het archief

    Vorige week kondigde de Franse overheid een verbod af voor meisjes en vrouwen om op school een abaja te dragen, een besluit dat afgelopen donderdag door een hogere bestuursrechter werd bekrachtigd. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar. Dit besluit past binnen het patroon dat al jarenlang zichtbaar is in Frankrijk, een land waar de scheiding tussen kerk en staat – de zogeheten laïcité – hoog in het vaandel staat. Zo mogen middelbare scholieren in Frankrijk al sinds 2004 geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken.

    Dit artikel van The Atlantic uit 2018 laat zien dat Frankrijk reeds tientallen jaren op zoek is naar de ideale manier om zich tot de islam te verhouden. Zo wil president Emmanuel Macron de godsdienst op seculiere leest schoeien en in overeenstemming brengen met de nationale waarden om zo radicalisme en terrorisme buiten de deur te houden. Volgens anderen is het echter beter om deze taak aan de moslims zelf uit te besteden, want ‘de staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties’.

    Toen de Franse president Emmanuel Macron vorige maand in een interview zei de islam in Frankrijk volledig te willen reorganiseren, kwam dat niet onverwacht. Hij beloofde immers vooral te zullen slagen waar zijn voorgangers hadden gefaald.

    Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben opeenvolgende Franse regeringen geprobeerd een vorm van islam te creëren die typisch is voor Frankrijk, met het tweeledige doel de moslimminderheid in het land te laten integreren en islamistisch extremisme te bestrijden. Het ging erom een islam te ontwikkelen die zich conformeert aan de nationale waarden, met name het secularisme, en tegelijkertijd immuun is voor de radicale interpretaties die in sommige delen van de wereld vaste voet aan de grond hebben gekregen.

    Ironisch genoeg werd bij eerdere pogingen om een soort Franse islam te codificeren nauw samengewerkt met de landen van herkomst van Franse moslims, met name Marokko, Algerije en Turkije. In 2015 tekende de toenmalige president François Hollande bijvoorbeeld een akkoord met het koninkrijk Marokko om Franse imams naar een opleidingsinstituut in Rabat te sturen.

    Gematigd

    Het gevolg is een crisis op het gebied van vertegenwoordiging en legitimiteit. Bestaande, al dan niet aan de staat gelieerde organisaties vertegenwoordigen de uiteenlopende moslimgemeenschappen in Frankrijk niet. Dit ondermijnt de integratie van moslims in de samenleving als geheel en schept volgens de regering-Macron ruimte voor gevaarlijke ideologieën. Tegelijkertijd vinden veel moslims een poging om de islam van hogerhand te reguleren domesticerend en bevoogdend, vooral in het licht van Frankrijks twijfelachtige nalatenschap in de Arabische moslimwereld – een manier om de islam net zo lang te assimileren tot hij onzichtbaar wordt.

    Er is nog een reden waarom pogingen van staatswege met scepsis worden bezien. Het belangrijkste doel, dat zelden expliciet wordt verwoord en dikwijls wordt verhuld in retorische platitudes over sociale cohesie, is duidelijk: het bestrijden van radicalisering. ‘Er wordt altijd geïmpliceerd dat een Franse islam gematigd is, en tegen terrorisme,’ zegt Olivier Roy, islamgeleerde en hoogleraar aan het European University Institute in Florence. ‘Maar wat betekent gematigdheid in het geval van een religie?’

    De naar schatting zes miljoen Franse moslims – acht procent van de bevolking – vormen momenteel het middelpunt van een discussie over nationale identiteit in een land dat vasthoudt aan de laïcité, oftewel staatssecularisme, het uit 1905 daterende wetsbeginsel dat kerk en staat scheidt en bepaalt dat de staat neutraal tegenover religie dient te staan. In het recente verleden heeft deze discussie zich meer toegespitst op het bestrijden van islamistisch extremisme, en de aanslagen van afgelopen maart in de zuidelijke steden Carcassonne en Trèbes, gepleegd door een man van Marokkaanse origine die in 2004 is genaturaliseerd, hebben de publieke angst nog verder aangewakkerd.

    Sinds 2013 hebben minstens zeventienhonderd Franse staatsburgers zich aangesloten bij IS in Irak en Syrië; ook achter de aanslagen waarmee Frankrijk in 2015 en 2016 werd geconfronteerd zaten Franse staatsburgers. Maar de nationale angst over de verenigbaarheid van de islam met de Franse Republiek dateert al van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen immigranten die als gastarbeiders uit voormalige Franse koloniën waren gekomen (met name in Noord-Afrika) zich permanent in Frankrijk begonnen te vestigen. Die realiteit leidde tot een reeks pogingen van staatswege om de moslimintegratie te reguleren.

    ‘De moslimgemeenschap is vermoeid en teleurgesteld geraakt door een opeenvolging van belachelijke en vernederende voorstellen,’ zegt M’hammed Henniche, voorzitter van het Verbond van Moslim Associaties van Seine-Saint-Denis, een departement ten noordoosten van Parijs waar de moslims in de meerderheid zijn. Hij doelt op het beleid dat de Franse islam voortdurend met de Arabische wereld in verband brengt.

    De Franse Raad voor het Moslimgeloof, in 2003 opgericht door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, is een illustratie van dat ongenoegen. Volgens een enquête uit 2016 weet nauwelijks een derde van de Franse moslims waar die raad voor staat, en een onevenredig groot aantal leiders ervan vertegenwoordigt groeperingen die gelieerd zijn aan Algerije, Marokko, Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. Andere organisaties onderhouden nauwe banden met Algerije, Marokko of de Moslimbroederschap.

    Toch is het geen verrassing dat de Franse overheid de institutionalisering van de islam heeft uitbesteed. ‘De staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties,’ zegt Roy. ‘Aan de andere kant is dat precies wat Franse regeringen al dertig jaar lang proberen te doen. Het hele plan is een volstrekte contradictie, waarbij een door en door seculiere staat een plan in elkaar flanst om zijn eigen nationale islam een plaats te geven.’

    Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, en preken in het Frans

    Hoewel het plan om de Franse islam te reorganiseren niet nieuw is, verschilt het initiatief van Macron zowel qua omstandigheden als zienswijze van eerdere pogingen. ‘Macron trad aan in 2015, vlak na een reeks terroristische aanslagen,’ zegt Bernard Godard, van 1997 tot 2014 als islamdeskundige verbonden aan het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘De publieke opinie ziet het organiseren van de islam als een veiligheidsnoodzaak die de zorgen van het land moet wegnemen. Maar wat dat concreet betekent weten we niet.’

    Een van Macrons plannen is het stoppen van buitenlandse financiering om Franse moslimorganisaties los te weken van andere landen. Een ander voorstel behelst de opleiding van imams. Waar vorige regeringen, zoals die van Hollande, de blik richtten op bondgenoten als Marokko – ‘een islam die we kennen’, aldus Godard – heeft Macron voorgesteld imams thuis op te leiden. In lijn met het secularisme zou die opleiding over culturele waarden moeten gaan, en niet over religieuze teksten, om een generatie imams te kweken die ‘made in France’ zijn.

    Maar het optuigen van een nationaal opleidingsprogramma om radicalisering tegen te gaan veronderstelt dat de imams die haat prediken uit het buitenland komen. Dat is nauwelijks het geval; stromingen als het salafisme hebben aan invloed gewonnen in Frankrijk. ‘Het is onlogisch om te zeggen dat dat door een islam uit de Maghreb of elders komt,’ zegt Godard. ‘We moeten erkennen dat er in Frankrijk een Franse salafistische islam bestaat.’ Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, voegt hij eraan toe, en preken in het Frans.

    De lessen die uit het recente terrorisme kunnen worden getrokken zijn in tegenspraak met het idee dat een inherent gematigde Franse islam – als die al van bovenaf kan worden opgelegd – als een bolwerk tegen extremisme zou kunnen dienen. France academici zijn gebotst over de drijfveren voor radicalisering, maar veel wijst op de niet-religieuze ondertoon daarvan. Dat wil niet zeggen dat de islam geen rol speelt in de verspreiding van radicale ideeën. Maar de jongemannen achter de bloedbaden in Parijs of Nice waren geen vrome moslims die regelmatig een moskee bezochten, ook al doodden ze in naam van de godsdienst. De meeste aanslagplegers zijn draaideurcriminelen die regelmatig korte tijd in de gevangenis zitten, waar ze vaak aan extremistische ideologieën worden blootgesteld. Anderen radicaliseren via het internet, waar volop wordt geworven voor Islamitische Staat. Redouane Lakdim, de aanslagpleger in Carcassonne en Trèbes, past in dat profiel: hij is in 2015 en 2016 gevangengezet wegens het bezit van respectievelijk vuurwapens en drugs en men wist dat hij actief was op salafistische websites.

    ‘Het is een belachelijk en irrelevant idee dat als alle imams in Frankrijk een gematigde islam aanhangen er geen terrorisme meer zal zijn,’ zegt Roy, om eraan toe te voegen dat Frankrijk volgens de grondwet geen salafistische imams kan vervangen door ‘gematigde’ zonder de neutraliteit die door de wet van 1905 wordt voorgeschreven geweld aan te doen. Desondanks heeft de recente aanslag enkele politici van de oppositie ertoe gebracht een ‘verbod op salafisme’ te eisen. Het is onduidelijk wat dat zou inhouden en of het wettelijk haalbaar zou zijn, laat staan of het effectief zou zijn als maatregel tegen terrorisme.

    Roy beschouwt de hardnekkige regeringsfocus op religie als ‘ideologisch’, het gevolg van een steeds verbetener laïcité waarbij religie, en de islam in het bijzonder, uit de openbare ruimte verdwijnt. Die reactionaire neiging vierde vooral hoogtij onder Hollande, wiens premier Manuel Valls de terroristische aanslagen aangreep om in naam van de nationale veiligheid met een antireligieuze agenda te komen, met name met zijn poging in 2016 om boerkini’s op stranden te verbieden.

    Valls, die de islam onlangs ‘een probleem’ voor Frankrijk noemde, staat niet alleen in die opvatting. En hoewel Macron heeft geprobeerd de discussie over laïcité en islam te temperen – hij waarschuwde voor een ‘radicalisering van de laïcité’, waarin sommigen een verhulde verwijzing naar de voormalige premier en diens talrijke volgelingen zagen – is hij daarbij in de minderheid, zowel binnen zijn regering als onder het publiek. Een van de geleerden die Macron over de islam wil raadplegen, Gilles Kepel, is lid van de Printemps Républicain (Republikeinse Lente), een groep intellectuelen en journalisten ter linkerzijde die een agenda voorstaat die strookt met de ideeën van Valls.

    Volgens een enquête in februari beschouwt 43 procent van de Fransen de islam als ‘onverenigbaar met de waarden van de Republiek’. Dat is minder dan de 56 procent in 2016, maar laat nog altijd zien dat de islam een splijtzwam is geworden die een hindernis vormt voor elke poging de godsdienst op een politiek aanvaardbare manier te institutionaliseren of reguleren zonder de moslims zelf van zich te vervreemden.

    En daarmee komt de legitimiteit aan de orde. Hoewel het antimoslimsentiment, dat na de aanslagen in 2015 en 2016 een hoogtepunt bereikte, beduidend is afgenomen, zeggen veel moslims dat dit vooroordeel nog altijd de overhand heeft op sociaal en juridisch gebied. Als voorbeelden noemen ze een wet uit 2004 die religieuze symbolen op openbare scholen verbiedt (inclusief symbolen van andere religies dan de islam), een verbod uit 2010 op het in het openbaar dragen van een volledig gezichtsbedekkende sluier en, met ingang van januari, een verbod op religieuze kleding in het parlement. In de ogen van sommige moslims zal het idee van een van staatswege gecreëerde Franse islam een voortzetting lijken van het beleid dat ze als een assimilatiemiddel zien om de vrijheid van religieuze uitingen te belemmeren.

    Franse schouders

    Volgens Hakim El-Karoui, verbonden aan de denktank Institut Montaigne en een van de deskundigen die Macron wil raadplegen, zou de staat het ontstaan van een Franse islam mogelijk moeten maken zonder die zelf te creëren. Macrons plan om de Franse islam los te weken van de Arabische wereld juicht hij toe, en hij gelooft dat die zelfs nog verder zou moeten gaan: ‘Ik stel voor dat we de verantwoordelijkheid op de schouders van Franse moslims leggen die geen ander belang hebben dan dat van Frankrijk,’ zegt hij, verwijzend naar wat hij de ‘zwijgende moslims’ noemt, afkomstig uit de hogere middenklasse en de elite.

    Maar dat zal misschien niet zo makkelijk zijn. ‘Veel moslims die hogerop zijn gekomen op de maatschappelijke ladder willen niet te veel in verband worden gebracht met de islam, de jihad of de banlieues, de verarmde buitenwijken van de Franse steden,’ zegt Roy.

    El-Karoui, die moslim is, is er niet van overtuigd dat de ‘zwijgende moslims’ hun verantwoordelijkheid zullen ontlopen, maar erkent dat het een langetermijnkwestie is. In zijn ogen gaat het om het bestrijden van de extremistische ideologieën die de ether hebben weten te veroveren. ‘Wie heeft het op de sociale media of in het publieke debat over de islam, wie heeft het over religie? Islamitische Staat aan de ene kant, en de salafisten aan de andere,’ zegt hij. Dat is misschien wat overdreven, maar die groeperingen zijn wel de luidruchtigste, met goed geoliede pr-machines die het gestamel van andere, niet verenigde actoren overstemmen. ‘We moeten het publiek een ander verhaal over de islam vertellen,’ zegt El-Karoui. Dat zou het antimoslimsentiment en het verwarren van islam met terrorisme kunnen verminderen.

    Maar het is onduidelijk of de mobilisering die El-Karoui voor ogen staat de moslims zal aanspreken die hun religieuze identiteit liever benadrukken dan afzwakken en zelfs weer religieuze symbolen zijn gaan dragen om de waargenomen discriminatie te bestrijden. Toen ik dit tegen El-Karoui zei, noemde hij de hoofddoek een symbool van het islamisme, de politieke ideologie die tot geweld heeft geïnspireerd, en niet van de islam, de godsdienst. Vrouwen die er een dragen moeten naar zijn mening erkennen dat het symbool dat ze met hun godsdienst associëren eigenlijk voor een misdadige politieke ideologie staat.

    ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’

    Maar dat zal moeilijk te verkopen zijn. Dat de Koran niet eist dat vrouwen een hoofddoek dragen, is voor de draagsters niet per se relevant. Veel meisjes voelen zich, onder invloed van de wet van 2004, afgewezen door een restrictieve visie op wat het betekent om Frans te zijn. Linda Merzouk, een achttienjarige die dagelijks haar hoofddoek afdoet voordat ze haar middelbare school in het oosten van Parijs binnengaat, beklaagde zich in een interview over de verplichting om ‘een integraal deel [van haarzelf] thuis te laten’ en beschreef het verbod als een ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ die ‘deuren [voor haar] sluit’ in de Franse samenleving. Het idee aan de zijlijn te belanden zou de slachtofferrol die groeperingen als IS zo effectief hebben gebruikt om jongeren aan hun kant te krijgen wel eens kunnen versterken.

    Voorlopig heeft Macron alleen de fundamenten gelegd. Het stoppen van buitenlandse financiering zou mosliminstituties in elk geval ten dele kunnen losweken van buitenlandse belangen. Maar als het de bedoeling is Frankrijk te beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt, zal een standaardaanpak – vooral als die van bovenaf wordt opgelegd, met weinig aandacht voor de behoeften van de uiteenlopende Franse moslimgemeenschappen – zijn doel wel eens voorbij kunnen schieten.

    Voor Roy is de zaak duidelijk. ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’ zegt hij. En hoewel hij toegeeft dat de huidige situatie onhoudbaar is, zal elke verandering legitiem moeten zijn om te kunnen slagen. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

  • Klokkenluiders verlossen Nigeria niet van corruptie

    Klokkenluiders verlossen Nigeria niet van corruptie

    ‘Tipgeld’ voor klokkenluiders zou een einde moeten maken aan Nigeria’s grootste kwaal: corruptie. Maar zolang het rechtssysteem en de grondwet niet worden gewijzigd, blijft het volgens Ayo Sogunro dweilen met de kraan open.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag werd Bola Tinubu van de regeringspartij All Progressives Congress verkozen tot de nieuwe president van Nigeria. De zeventigjarige Tinubu won met een ruime marge, maar oppositiepartijen trekken de uitslag in twijfel. Er zou zijn gesjoemeld met stemmen en in sommige stemlokalen zou niet transparant zijn geteld. Deze beweringen leggen de vinger op de zere plek van Nigeria’s grootste probleem: corruptie. Zal de nieuwe president het op dat punt beter gaan doen dan zijn voorganger Muhammadu Buhari? Dit artikel laat zien wat Tinubu te doen staat als hij de corruptie in zijn land effectief wil aanpakken.

    Binnen een paar maanden is in Nigeria naar verluidt een slordige 17 miljard naira [48,5 miljoen euro] aan verduisterd geld in beslag genomen dankzij het nieuwe tipgeversbeleid dat president Muhammadu Buhari eind vorig jaar heeft ingevoerd. Dat beleid houdt in dat burgers financiële misdrijven of verdachte economische activiteiten anoniem kunnen melden. Indien de tip vruchten afwerpt, krijgt de tipgever 2,5 tot 5 procent van het opgespoorde geld.

    Het ‘klokkenluidersinitiatief’ heeft geleid tot duizenden tips en een aantal grote invallen. Zo werd in februari een bedrag van 9,8 miljoen dollar in beslag genomen dat was aangetroffen in een pand van Andrew Yakubu, oud-topman van het Nigeriaanse staatsoliebedrijf NNPC. In april werd na een tip 43 miljoen dollar ontdekt in een appartement in Lagos.

    Door deze spectaculaire vangsten oogst de ‘oorlog tegen corruptie’ van de Commissie voor Economische en Financiële Misdrijven (EFCC) veel lof. Hoewel dit optimisme begrijpelijk is in een land waar op grote schaal wordt gefraudeerd en geld in verkeerde zakken verdwijnt, kan het tipgeversbeleid helaas geen einde maken aan het Nigeriaanse probleem met corruptie. Het behaalde succes is absoluut positief, maar een van de tekortkomingen van het initiatief is dat het niet wettelijk wordt ondersteund – en dat wordt ook ruiterlijk toegegeven door de minister van Financiën.

    Strafrechtsysteem

    Het probleem is dat de effectiviteit van beleidsmaatregelen in Nigeria afhankelijk is van degenen die het beleid uitvoeren. Dit betekent dat een nieuwe regering – of zelfs een onwillige functionaris onder de zittende regering – het tipgeversbeleid gemakkelijk kan ondermijnen. Wil het op de lange termijn iets wezenlijks kunnen uitrichten, dan moet er wetgeving komen met duidelijke richtlijnen en beschermingsmaatregelen die gelden voor het hele strafrechtsysteem.

    Maar zelfs met nieuwe wetten zal het effect van het tipgeversbeleid beperkt blijven. Corruptiebestrijding in Nigeria wordt namelijk bemoeilijkt door twee onderliggende problemen. Het eerste is het ontbreken van onafhankelijke instellingen die zonder politieke inmenging functioneren, en het gebrek aan politieke wil om zulke instellingen op te zetten. In geval van de financiële waakhond EFFC bijvoorbeeld kan de president de commissieleden ‘te allen tijde’ ontslaan indien hij dat ‘in het algemeen belang’ acht. Onder zo’n constructie, waarbij de commissie gebonden is aan de goedkeuring van de president, kan zij niet echt onafhankelijk opereren. En zo is de EFCC in haar veertienjarig bestaan verworden tot een politiek instrument dat kleine fraude en tegenstanders van de zittende regering aanpakt, in plaats van op te treden als onafhankelijke waakhond.

    Buhari won de verkiezingen in 2015 met de belofte de wijdverbreide corruptie uit te roeien. Maar om deze bij de wortel aan te kunnen pakken, moeten hervormingen worden doorgevoerd die de aanstelling en de onafhankelijke positie van commissieleden waarborgen. Dit vereist wijzigingen in de grondwet die een einde maken aan de discretionaire bevoegdheden van de regering – een erfenis van het koloniale en militaire bewind. Daarbij moet de opsporings- en politiecapaciteit worden uitgebreid, een team van goed opgeleide officieren van justitie worden samengesteld, en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtstaat worden vergroot.

    Het tipgeversbeleid doet niets op dat vlak. Er worden weliswaar een paar dieven in de kraag gevat, maar het levert geen noemenswaardige bijdrage aan de institutionalisering van het strafrechtsysteem.

    De Nigeriaanse politicus Olisah Metuh verlaat de rechtbank in Abuja, waar hij is aangeklaagd voor het witwassen van 2 miljoen dollar. – © Afolabi Sotunde / Reuters
    De Nigeriaanse politicus Olisah Metuh verlaat de rechtbank in Abuja, waar hij is aangeklaagd voor het witwassen van 2 miljoen dollar. – © Afolabi Sotunde / Reuters

    Het tweede onderliggende probleem is de enge definitie die – vaak uit eigenbelang – wordt gehanteerd door degenen die tot taak hebben de corruptie te bestrijden. De regering ziet corruptie enkel als het verduisteren van overheidsgeld, zodat de voorgestelde maatregelen eveneens vrij beperkt zijn.

    Het klopt natuurlijk dat in Nigeria miljoenen aan overheidsgeld worden verduisterd. Dat is financieel wangedrag dat voortkomt uit hebzucht. Maar in Nigeria bestaat ook zoiets als financieel wangedrag dat voortkomt uit armoede. Het gaat hierbij om alledaagse illegale activiteiten die voortvloeien uit de drang om ongunstige neveneffecten van wettelijke verplichtingen te vermijden. Dit is het soort fraude waarbij bijvoorbeeld overheidsambtenaren, die niet worden uitbetaald steekpenningen aannemen of zwart proberen bij te verdienen. Deze uitwassen worden veelal veroorzaakt door sociaaleconomische ongelijkheid en omstandigheden die op hun beurt weer het gevolg zijn van jarenlange patronagepolitiek, slecht beleid en een spilzieke regering.

    Zoals de satirische site #bringbackcorruption benadrukte, is corruptie niet alleen een kwestie van beëdigde overheidsfunctionarissen die misbruik maken van een gebrekkig systeem. In veel opzichten is het systeem – waar miljoenen Nigerianen het mee moeten doen – het probleem. Het systeem aanpakken vergt veel meer dan een gewiekste maatregel om een paar witteboordencriminelen in de kraag te vatten.

    Het bieden 
van geld in ruil voor informatie is 
kenmerkend voor het gebrek aan welvaart, de sociaaleconomische ongelijkheid en de klassendiscriminatie die in Nigeria heersen

    De poging van de huidige regering 
om corruptie te lijf te gaan met het lokmiddel van een tipgeversloon legt de vinger precies op de zere plek. Het hele idee van ‘klikken loont’ is aantrekkelijk in een maatschappij waar zo’n zeventig procent van de bevolking in armoede leeft. Het bieden 
van geld in ruil voor informatie is 
kenmerkend voor het gebrek aan welvaart, de sociaaleconomische ongelijkheid en de klassendiscriminatie die in Nigeria heersen.

    Een half ei is altijd beter dan een lege dop. Maar Nigerianen moeten zich 
realiseren dat het klokkenluidersinitiatief uiteindelijk nooit een heel ei zal opleveren. In het gunstigste geval kan het bestaande strategieën ondersteunen, maar het beleid zelf evenals het strafrechtsysteem worden nog altijd politiek gestuurd.

    Een paar grote vangsten en veroordelingen kunnen – en moeten – worden toegejuicht. Maar de hardnekkige Nigeriaanse gewoonte om de ene kortetermijnoplossing te verruilen voor de andere, zet uiteindelijk geen zoden aan de dijk. Het wordt tijd dat daar eens iemand de noodklok over luidt.

  • Stel, je bent Jood.  En je moet vriendschap sluiten met een nazi

    Stel, je bent Jood. En je moet vriendschap sluiten met een nazi

    Over de Tweede Wereldoorlog leek alles wel zo’n beetje uitgeplozen. Toch ontdekte Die Zeit een goedbewaard geheim: in een militair kamp aan de Amerikaanse oostkust verhoorden Duitse Joden de moordenaars van hun familie. In plaats van hen te folteren, gingen ze samen schaken en winkelen.

    Keuze uit het archief

    Net na de oorlog werden drie Duits-Joodse vrienden woonachtig in de Verenigde Staten aangesteld om Duitse krijgsgevangen te verhoren, nazi’s. Peter Weiss, Henry Kolm en Arno Mayer doen decennia later hun verhaal aan de Duitse krant Die Zeit. Tijdens de ondervragingen zetten ze hun gevoelens van haat en wraak opzij en proberen ze juist met vriendelijkheid de waarheid boven tafel te krijgen. Een bijna onmenselijke prestatie als je bedenkt dat diezelfde nazi’s veel van hun familieleden hebben vermoord.

    De drie vrienden trekken hun uniformen aan en stappen vanuit de barak aan de Amerikaanse oostkust de aangenaam warme ochtendzon in. Ze hebben geen idee dat ze nog diezelfde dag tegenover nazi’s zullen staan.

    Als Amerikaanse soldaten verheugen ze zich op dit moment. Ze hebben er maandenlang voor getraind. Als Europese vluchtelingen jubelen ze vanbinnen. Het waren immers de nazi’s die hen uit hun vaderland verdreven. En als Duitse Joden is er niets dat ze heviger verlangen. Ze haten de nazi’s om hun antisemitisme, om hun beestachtige bruutheid.

    De drie jongemannen waren enthousiast over het nieuws dat de Verenigde Staten zich mengden in de oorlog tegen het Duitse Rijk. Nauwelijks meerderjarig, meldden ze zich aan bij het Amerikaanse leger, waar ze elkaar leerden kennen. Peter Weiss, de intellectueel die Kant las en Machiavelli. Arno Mayer, de provocateur die nooit om een kwinkslag verlegen zat. En Henry Kolm, de knutselaar die als kind al wetenschappelijke tijdschriften las.

    Ze zaten nog in de basisopleiding toen het Amerikaanse leger de stranden van Normandië veroverde. Kregen een speciale training van de militaire geheime dienst terwijl hun kameraden de Rijn overstaken. En oefenden verhoormethoden tijdens de laatste dagen van Hitler. Vlak voordat de drie hun opleiding afrondden in de bossen van de Amerikaanse staat Maryland, bereikte hun het bericht van de capitulatie. De oorlog in Europa was voorbij, en zij, de drie vrienden, waren hem misgelopen.

    Arno Mayer. – 
© Alex Trebus / photoselection
    Arno Mayer. – 
© Alex Trebus / photoselection

    Als ze dus op die ochtend van de 9e juni 1945 een legerbus instappen, weten ze niet dat het oorlogsgeweld, dat tot in alle uithoeken van de planeet voelbaar is geweest, hen alsnog zal bereiken. De bus rijdt

    richting de hoofdstad Washington, en stopt voor een gebouw dat de jonge soldaten met verbazing bekijken. Een vijfhoekig blok beton, het grootste gebouw ter wereld, hoofdkwartier van de grootste strijdmacht van de wereld. Een uur wachten ze op de parkeerplaats. Dan krijgen ze het bevel over te stappen in een tweede bus, die er heel anders uitziet dan de eerste.

    Peter Weiss: De ruiten waren met triplex dichtgetimmerd. Alleen de chauffeur vooraan kon naar buiten kijken. We stopten bij een kamp. Er stond geen bord, alleen een slagboom en een man van de militaire

    politie. Iemand vroeg hem: ‘Hoe heet het hier?’ Hij zei alleen maar: ‘Nothing.’ Een naamloze plek.

    Henry Kolm: Ze zeiden tegen ons: dit kamp is hoogst geheim. Praat er met niemand over.

    Arno Mayer: Het was volkomen krankzinnig. Jullie lezers denken waarschijnlijk: die Mayer heeft ze niet meer allemaal op een rijtje, maar zoiets kun je niet verzinnen.

    Decennialang lag hun verhaal verborgen in stoffige kisten in het Amerikaanse Nationale Archief.

    Honderdduizend bladzijden akten, sommige getypt, vele met de hand geschreven, in kriebelig handschrift. Op elke bladzijde het stempel secret. Geheim. Pas een paar jaar geleden gaf het leger de documenten vrij, aanvankelijk onopgemerkt door

    de media. Nu kan men de akten inzien, in een stad

    in Maryland die College Park heet.

    Lang zwegen de mannen over hun missie, zoals

    het leger hen had opgedragen – ook tegenover hun vrouwen en kinderen. Maar nu, eindelijk, spreken de weinigen die nog in leven zijn, onder wie Arno Mayer en Peter Weiss, beiden negentig jaar oud. Henry Kolm stierf in 2010, hij liet autobiografische notities achter en een zes uur durend interview met een

    historicus, waaruit hier geciteerd wordt.

    Mensen willen altijd laten zien hoeveel ze weten, schrijft Griffith. Dat geldt 
in het bijzonder voor Duitsers

    Die Zeit heeft zes veteranen van dit geheime project opgespoord. Daarnaast is dit artikel gebaseerd op een twintigtal gesprekken die wetenschappers gevoerd hebben met intussen gestorven soldaten, plus een dagboek en documenten uit het archief. Dat alles samen vormt een tot dusver onbekend hoofdstuk 
van de Tweede Wereldoorlog – dat van het ‘naamloze kamp’, of, zoals de veteranen het noemen: Eleven Forty-Two.

    Zo luidt het officiële adres van het geheime kamp, een paar mijl ten zuiden van Washington: P.O.Box 1142, postbus 1142.

    Wie nu naar de plek rijdt waar destijds dit kamp was, stuit op een park met een keurig gemaaid grasveld. Tussen 1942 en 1946, zo blijkt uit foto’s en plattegronden, stonden er houten barakken waar nu een parkeerterrein is. Twee met prikkeldraad omheinde rijen cellen waar nu jongelui softbal spelen en wandelaars in een openbaar toiletgebouwtje verdwijnen. Verborgen in het plafond van de cellen had het leger microfoons geïnstalleerd, zo groot als kerkklokken. Ook dat is op foto’s te zien. Het hele kamp was voorzien van een kabelnetwerk. Men zou de gevangenen niet alleen verhoren, zo was het idee. Men zou ze 
ook afluisteren als ze na het verhoor in de cellen met hun medegevangenen praatten. Daarvoor hadden de Amerikanen vooral één ding nodig: veel personeel dat perfect Duits sprak: Hoogduits, Berlijns, Saksisch, Badisch, Beiers, Oostenrijks.

    Peter Weiss: Tijdens mijn artillerietraining werd ik bij de kolonel geroepen. Hij zei: ‘Ik heb gehoord dat je Duits spreekt?’ – ‘Yes, sir.’ – ‘Zeg eens iets.’ – ‘Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Es ist der Vater mit seinem…’ – ‘Oké, genoeg. Ik heb een job voor je.’

    Het Amerikaanse leger doorzoekt alle eenheden naar soldaten die Duits spreken. Ze vinden Peter Weiss, geboren in Wenen; Henry Kolm, ook geboren in Wenen; Arno Mayer, geboren in Luxemburg. En enkele tientallen anderen, gevlucht uit alle hoeken van het Groot-Duitse Rijk. Ze zijn pas sinds kort Amerikaans staatsburger. En het zijn bijna allemaal Joden.

    In de idylle van de Amerikaanse oostkust, vredig en groen, ver weg van het gebulder van de oorlog, werd de verhouding van macht en onmacht omgekeerd. De almachtige nazi’s, vertegenwoordigers van het regime dat miljoenen Joden vermoord had, waren opeens uitgeleverd aan hen, de jonge Joodse mannen. Alsof iemand hier het verhaal van de volmaakte wraak schreef. 3451 gevangenen. 3451 doelwitten 
om neer te schieten, af te ranselen, te kwellen.

    Maar juist dat hebben de instructeurs de jonge 
Amerikaans-Duitse soldaten verboden. In de weken voordat Arno Mayer, Henry Kolm en Peter Weiss 
naar Eleven Forty-Two komen, zijn ze gedrild in 
verhoortechnieken. De instructeurs hebben hun geleerd hoe je de vijand informatie ontlokt: Niet dreigen! Niet slaan! Niet folteren!

    Dat vonden de rekruten vreemd. Moesten ze, 
geconfronteerd met de grootste misdadigers, 
vriendelijk tegen ze zijn? Hun belangrijkste instructeur is een verhoorspecialist die Sanford Griffith heet. Al in de Eerste Wereldoorlog heeft hij Duitse gevangenen verhoord. En zoals scherpschutters technieken ontwikkelen om mensen te doden op honderd meter afstand, zo heeft hij methoden uitgedacht om mensen die tegenover hem zitten aan het praten te krijgen. Belangrijkste regel: vriendelijk zijn. Niet alleen omdat dit past in het volkenrecht, zoals het in de Geneefse Conventie van 1929 is vastgelegd, en opgenomen in het militaire instructieboek van de U.S. Army, bladzij 33, punt 45. Maar vooral omdat het werkt.

    Griffith heeft hierover een opstel geschreven dat hij uitdeelt aan de soldaten. Mensen willen altijd laten zien hoeveel ze weten, schrijft Griffith. Dat geldt 
in het bijzonder voor Duitsers. Die hebben een schoolmeesterneiging. ‘Duitse krijgsgevangenen zullen proberen ons de les te lezen,’ aldus Griffith. Dus moest je bij het verhoor de rol van de domme leerling spelen.

    Peter Weiss. – 
© Alex Trebus / photoselection
    Peter Weiss. – 
© Alex Trebus / photoselection

    Henry Kolm: Arno en ik werden zogeheten moraalofficieren. Het was onze taak belangrijke gevangenen te verhoren zonder dat ze het merkten. We moesten met ze schaken of tafeltennissen. Een van mijn eerste ‘klanten’ was nazipropagandist Kurt Hesse. Die zei eens tegen mij: ‘Jouw land, Oostenrijk, is prachtig.’ Hij had mijn accent herkend. Hij vertelde dat hij eens vakantie gevierd had aan een bergmeer op de Turracher Höhe, in een plaatsje dat zo afgelegen was dat ik het in geen geval zou kennen. Maar toevallig was ik daar eens geweest, er waren maar twee hotels. Dus ik vroeg: ‘O, was je in de Sieglerhof of in het 
Seehotel?’ Vanaf dat moment dacht hij dat ik alles over hem wist. God, wat heb ik daarvan genoten!

    Belangrijke gevangenen als Hesse wonen niet in 
de cellenblokken, maar in houten huizen in het bos, met meerdere kamers, een keuken en een bad. De Amerikanen noemen het ‘villa’s’. Op de veranda staan stoelen, zodat de nazi’s in de zon kunnen zitten. De strategie van het vleien, paaien, verstrikken leidt tot surreële scènes: jongensachtige, Joodse Amerikanen, van wie velen zich nog Duits voelen, geanimeerd in gesprek met officieren van de 
Wehrmacht. Op zomerdagen zwemmen ze in het zwembad. ’s Avonds gaan ze naar de kampbioscoop.

    Peter Weiss: Het zag eruit als een vakantiekamp.

    Anders dan zijn beide vrienden is Weiss geen moraalofficier; zijn werkplek is een centraal gelegen barak, waarin de onderaardse afluisterkabels samenkomen. Weiss zit aan een tafel en luistert met zijn koptelefoon. Voor hem staat een bandrecorder. 
Weiss kan van cel naar cel, van hut naar hut schakelen. Hoort hij iets interessants, dan neemt hij het op.

    De afluisterprotocollen die Weiss en zijn collega’s opstellen, zullen zeventig jaar later een inkijkje 
geven in het dagelijks leven van Duitse frontsoldaten. De gevangenen spreken over nachten doorzakken, over vrouwen, over de oorlog en oorlogsmisdaden.

    ‘S.: Dat was in de herfst van 1941. De hele Joodse bevolking van een stad werd in een massamoord doodgeschoten.

    P.: Heb je dat gezien?

    S.: Ik niet. Maar twee mannen van mijn peloton. 
Die hebben zelf mee geschoten. Dat is onweerlegbaar. Daar was ook geen Jood meer te vinden. Dat 
is door de SS uitgevoerd.

    P.: Hoeveel?

    S.: Ze hadden het toen over achthonderd. Naar 
schatting. Dat zei een korporaal tegen me. Die zei uit zichzelf: Daar had ik graag aan meegedaan. Een oude nazi. Terwijl de anderen allemaal zeiden dat het een rotstreek was. Alleen daarom al, dat is niet gelogen.’

    Geen haat

    Peter Weiss: Wij vermoedden alleen maar dat

    sommige familieleden in de kampen gestorven waren. Had ik toen al geweten dat mijn grootvader vergast was, dan had ik dit werk misschien niet

    kunnen doen.

    Arno Mayer: Soms had ik een gevoel alsof ik moest kotsen, omdat ik vriendelijk tegen deze types moest zijn. Ik vroeg me af: wat hebben die in de oorlog gedaan? Ik haatte de Duitsers met elke vezel van mijn lijf. Maar ons was bevolen dat we die haat moesten onderdrukken.

    Soms verzetten soldaten in Eleven Forty-Two zich tegen hun instructies. Maar het is geen haat of wraak die ze de grenzen laat overschrijden, maar

    de wens om belangrijke informatie los te krijgen.

    Zo pogen officieren een gevangene aan de praat te krijgen door hem te injecteren met cocaïne. Een andere keer proberen ze het met hypnose. Beide pogingen mislukken. Een poging om een gevangene dronken te voeren eindigt ermee dat de verhoorofficieren zo dronken worden dat het verhoor moet worden afgebroken. Maar iets anders lukt wel.

    Henry Kolm: Wij hadden zo’n SS-type dat ondanks alle vriendelijkheid niet wilde praten. Op een bepaald moment waren we het zat, en zeiden tegen hem: Dan geven we je aan de Russen. We brachten hem naar een ruimte waarin een van onze kameraden wachtte: Alex. Hij sprak net zo goed Russisch als wij Duits, en droeg een Sovjetuniform. Alex zei: ‘Oké, je wilt niet praten. Dan vergassen we je.’ Hij sloot de deur en liet met een ventilator stof door een ventilatiegat blazen. Toen begon de nazi te praten.

    Maar deze pogingen om uitspraken af te dwingen zijn zeldzaam, net als zwijgzame gevangenen. De strategie van de gespeelde vriendelijkheid werkt.

    De Duitsers leveren de Amerikanen de gewenste inlichtingen. De Tweede Wereldoorlog werd op vele plaatsen gewonnen. Eleven Forty-Two, zo weten we nu, was er een van. Gedurende de oorlog tekenen Duitse gevangenen voor hun verhoorders kaarten van wapenfabrieken, en schetsen ze constructietekeningen van wapensystemen. De Amerikanen krijgen gegevens over hoe diep de Duitse onderzeeërs duiken en over de precieze locatie van een Hamburgse scheepswerf, die ze vervolgens vernietigen. Nu, in juni 1945, gaat het niet meer om militaire geheimen; de Wehrmacht is verslagen. Nu gaat het om het

    achterhalen van oorlogsmisdaden.

    En dan zegt Peter Weiss, na een urenlang gesprek, met zachte stem iets zo ongehoords dat je hem in eerste instantie niet wilt geloven

    Peter Weiss: Iedereen probeerde ons wijs te maken dat hij geen echte nazi was. Sommigen geloofde ik. Dan lag ik ’s nachts wakker en pijnigde mijn hersens af: heb ik me laten beetnemen?

    En dan zegt Peter Weiss, na een urenlang gesprek, met zachte stem iets zo ongehoords dat je hem in eerste instantie niet wilt geloven.

    Peter Weiss: Af en toe ontstond er sympathie tussen sommigen van hen en sommigen van ons.

    Sympathie met de moordenaars? Een andere veteraan van Eleven Forty-Two, die twee jaar lang in het kamp diende, zegt over een van de gevangen Duitsers in alle ernst: ‘Hij was een van de goede nazi’s.’

    Goede nazi’s. Het zijn twee woorden die in volstrekte tegenspraak met elkaar lijken. Woorden die bewijzen dat de strategie van de vriendelijkheid niet alleen de Duitse gevangenen veranderde, die steeds praatgrager werden. Ze veranderde ook de Amerikaanse soldaten, die door al hun afschuw en hun haat heen opeens 
niet alleen monsters voor zich zagen, maar mensen, in al hun complexiteit, met alle tegenstrijdigheden.

    En in Eleven Forty-Two verandert nog iets anders. 
De interesse van de Amerikanen in de Duitse schuld duurt niet zo lang. Of preciezer: die wordt, eerst maar een beetje, dan steeds sterker, overvleugeld door de interesse in Duitse kennis, Duitse techniek, die nuttig kan zijn voor het volgende conflict, de volgende grote oorlog. Techniek zoals de Amerikanen die op de U-234 aantreffen. De bemanning van deze Duitse U-Boot heeft niets meegekregen over het einde van de oorlog. Als Duitsland capituleert, vaart de onderzeeër juist door de Atlantische Oceaan op weg naar Japan, van alle berichtgeving afgesneden. De Führer persoonlijk heeft de U-234 daarheen gestuurd, volgepakt met Duitse militaire techniek voor de Japanse bondgenoten. Ook een van Hitlers beste wetenschappers is aan boord, ingenieur Heinz Schlicke.

    Als de kapitein van de U-234 het bericht van de capitulatie verneemt, verandert hij van koers. Hij stuurt aan op de Amerikaanse oostkust en geeft zich over aan een schip van de US Navy. De Amerikanen slepen de U-234 naar de haven van Portsmouth in New England.

    Henry Kolm: Ze hadden iemand nodig die verstand had van techniek. Dus reed ik erheen. De U-234 lag in het dok. Onze mensen laadden de vracht uit met een kraan. Het was ongelofelijk: V2-motoren, kisten vol tekeningen en documenten, een gevechtsvliegtuig van het type Messerschmitt Me 262 in onderdelen, en een pallet met een soort tank erop. Later heb ik gehoord dat daarin 560 kilo uraniumoxide zat, de grondstof voor een atoombom. De Duitse wetenschap was de Amerikaanse indertijd jaren, en op sommige gebieden decennia vooruit. Ons geluk was dat er zelfs iemand aan boord was die die techniek begreep, dr. Heinz Schlicke. We brachten de crew naar Eleven Forty-Two.

    Een van de gevangenen van 1142.
    Een van de gevangenen van 1142.

    In die zomerdagen van 1945 rijdt bijna dagelijks een wagen het kamp uit, meestal tegen de middag, om uren later terug te keren. Erin zitten een Amerikaanse officier en steeds dezelfde gevangene: Heinz Schlicke. Vijftien kilometer naar het noorden, in het Pentagon, houdt Schlicke voordrachten over radar- 
of infraroodtechniek en geeft hij Amerikaanse 
officieren advies, aanvankelijk aarzelend, dan steeds vrijmoediger. Al snel ontstaat daaruit een nauwe samenwerking.

    Zo ontstaat in de loop van het jaar 1945 in Eleven Forty-Two uit het verhoorprogramma een wervingsprogramma. Doel: nieuw personeel aanwerven voor het Amerikaanse leger. Vooral Duitse wetenschappers zijn bijzonder gewild, niet zelden zijn zij in hun discipline de meest toonaangevende in de wereld.

    De belangrijkste onder hen is Wernher von Braun (bedenker van de V2, een voor die tijd revolutionaire ballistische raket).

    Kort voor de Duitse capitulatie meldt Wernher von Braun zich in de Allgäu bij de Amerikanen. Hij treedt daar met veel zelfvertrouwen op. Iemand van het Amerikaanse leger zal over hem zeggen: ‘Hij behandelde onze soldaten met de minzame neerbuigendheid van een congreslid op werkbezoek.’

    Von Braun weet dat hij iets te bieden heeft. Hij kan nieuwe raketten ontwikkelen voor de Amerikanen. Raketten die – destijds onvoorstelbaar – hele 
continenten en zeeën over kunnen vliegen.

    In de Amerikaanse regering ontbrandt een strijd. 
De militaire geheime dienst wil Wernher von Braun en zijn wetenschappers naar Amerika halen en van hun kennis profiteren. Maar op het State Department is de boodschap: geen sprake van, ze moeten bestraft worden.

    De militairen wachten de uitkomst van deze strijd niet af. In juni geven ze Wernher von Braun een arbeidscontract, buiten medeweten van grote delen van de Amerikaanse regering. Samen met 115 andere wetenschappers, onder wie zijn belangrijkste medewerkers, stapt Wernher von Braun een vliegtuig in.

    Henry Kolm: Arno, Peter en ik kregen het bevel naar Boston te rijden en het Von Braun-gezelschap te 
ontvangen. Omdat alles zo geheim was, richtten we op een verlaten eiland in de haven een provisorisch steunpunt in. Niemand mocht deze lui zien, dat zou een reusachtig schandaal zijn geweest. Op het eiland stond een groot huis, waarin wij met die wetenschappers woonden. Wij noemden het ‘Huis van de Duitse Wetenschap’. Ze gaven lezingen; Von Braun sprak over zijn droom om naar de maan te vliegen. Op een keer zeiden ze tegen mij: ‘We hebben al zo lang geen Mendelssohn meer gehoord. Dat was verboden.’ Dus zorgde ik voor een grammofoonplaat. Later brachten we de wetenschappers naar Eleven Forty-Two.

    Arno Mayer: Ik was Von Brauns moraalofficier. 
Gelukkig wist ik niet wat hij in de oorlog gedaan had. Maar niettemin had ik er geweldig de pest in deze types te moeten paaien. Achter mijn rug noemden de wetenschappers mij ‘mijn kleine Jodenjongen’. Een keer ben ik kwaad geworden, toen Von Braun zei: 
‘Hitlers enige fout was dat hij de Joden vermoordde.’ 
Ik zei: ‘Als je nu in Rusland was, zou je zeggen dat zijn enige fout was dat hij de Sovjet-Unie binnenviel.’ Later werd ik berispt door mijn meerdere. Als ik dat nog eens deed, zou ik voor een militaire rechtbank komen.

    Lingerie

    Op een zeker moment gaf mijn commandant mij 
een paar honderd dollar en stuurde mij met vier wetenschappers uit winkelen, Von Braun was er ook bij. Ze wilden hun vrouwen kerstpakketten sturen. Ik reed deze vier naziwetenschappers naar de grootste Joodse zaak van de stad, Lansburgh’s. Ze kochten cacao, suiker, koffie. Toen gingen ze naar de afdeling lingerie. Ik was negentien en had nog nooit damesondergoed gekocht. Ik zal het tafereel nooit vergeten: die vier figuren met hun leren jassen en Tiroler hoedjes op de afdeling lingerie. Toen de verkoopster met nylon slipjes aankwam, gooide Von Braun zijn handen in de lucht en zei: ‘O nee! Wollen onderbroeken met lange pijpen!’

    Wernher von Brauns contract wordt verlengd. 
Hij werkt voor het leger, daarna voor de nieuw 
opgerichte NASA. Hij bouwt de raketten voor de maanlanding en raakt bevriend met John F. Kennedy. Hij sterft in 1977 als een Amerikaanse held. In totaal brengen de Amerikanen meer dan zestienhonderd Duitse wetenschappers het land in, onder wie oorlogsmisdadigers, artsen die op mensen experimenteerden en chemici die gifgassen voor de Wehrmacht ontwikkelden. Allemaal beginnen ze een nieuw leven in Amerika.

    In de VS nemen de drie vrienden Henry Kolm, Arno Mayer en Peter Weiss in het jaar 1946 ontslag uit het leger. Weiss wordt een succesvolle advocaat, Mayer historicus, en Kolm fysicus aan het Massachusetts Institute for Technology in Boston. Ze blijven hun leven lang bevriend.

    In het jaar 2007 treffen de veteranen van Eleven 
Forty-Two elkaar na meer dan zestig jaar voor het eerst weer op de plek waar ze destijds dienden. Mayer, Weiss en Kolm zitten voor een speciaal gebouwd podium in het park. Een legerofficier legt in een toespraak een verband tussen de Tweede Wereldoorlog en Irak. Als hij de veteranen op het podium roept voor een eerbetoon, blijft Arno Mayer zitten. 
Uit protest tegen de Amerikaanse verhoormethoden van tegenwoordig. Kort tevoren zijn de beelden uit de foltergevangenis van Abu Ghraib gepubliceerd.

  • Wat is wetenschap?

    Wat is wetenschap?

    De onlinebibliotheek arXiv is een droom voor wetenschappers: ze is gratis, volledig doorzoekbaar, en je kunt er praktisch alles vinden wat op je vakgebied het lezen waard is. De beheerders stuitten alleen op een eeuwenoud probleem: hoe bepaal je wat echte wetenschap is en wat niet?

    xx.lanl.gov. Het adres was cryptisch, met een even verleidelijk als geheimzinnig vleugje overheid, of erger. De server zelf was precies het tegendeel. Overheid, ja – hij werd gehost door het Los Alamos National Laboratory – maar vrij toegankelijk, wat in die begindagen van het internet in de jaren negentig volkomen nieuw was, en ook nu nog baanbrekend is.

    De site, bekend als arXiv (spreek uit: ‘archive’) maar allang omgedoopt tot het wat minder suspecte adres ‘arXiv.org’ en ondergebracht bij de bibliotheek van de Cornell-universiteit, is een onmetelijk reservoir van wetenschappelijke ‘preprints’, artikelen die nog niet door collega’s zijn beoordeeld en niet bedoeld zijn voor publicatie in toonaangevende vakbladen. (Artikelen kunnen ook worden opgenomen, vaak in herziene vorm, nadat ze elders zijn gepubliceerd.) In juli 2016 stonden er meer dan een miljoen artikelen op arXiv, met een duidelijke nadruk op de ‘harde’ exacte wetenschappen: wiskunde, computerwetenschap, kwantitatieve biologie, kwantitatieve finance, statistiek en, vooral, natuurwetenschap.

    ArXiv is het soort bibliotheek waar wetenschappers dertig jaar geleden alleen nog maar van konden dromen: het is volledig doorzoekbaar, vrij toegankelijk om te lezen of uit te publiceren en bevat praktisch alles op het vakgebied wat de moeite van het lezen waard is. Op dit gouden moment in de technologische geschiedenis, waarop je op Wikipedia de geschiedenis van de atoomtheorie kunt opzoeken terwijl je in de rij staat bij Starbucks, lijkt dit misschien weinig opzienbarend. Maar destijds was het revolutionair.

    Ginsparg wilde geen programma ontwerpen dat wetenschap van niet-wetenschap kon onderscheiden. Zijn aanvankelijke doel was bescheiden: een algoritme bouwen dat artikelen kon classificeren naar onderwerpscategorie

    In praktische zin heeft arXiv zich met behulp van nieuwe technologieën onmisbaar gemaakt voor zijn community. Maar minder zichtbaar is dat het een moeilijke filosofische vraag moest beantwoorden, die doorklinkt in de rest van de wetenschapscommunity: wat is precies lezenswaard? Wat geldt als wetenschap?

    arXiv heeft het speelveld gedemocratiseerd en wetenschappers onmiddellijke toegang verschaft tot ideeën van allerlei collega’s van over de hele wereld, van prestigieuze leerstoelen aan elite-universiteiten tot zwoegende postdocs bij obscure instituutjes en wetenschappers in ontwikkelingslanden met weinig onderzoeksmiddelen.

    Paul Ginsparg heeft arXiv opgericht in 1991, toen hij als 35-jarige natuurkundige in Los Alamos werkte. Hij verwachtte dat er in het eerste jaar hooguit honderd artikelen naar een paar honderd e-mailabonnees zouden worden verstuurd. Maar in de zomer van 1992 waren er al meer dan twaalfhonderd artikelen ingezonden. Beter mee verlegen dan om verlegen, maar toch. Hoewel Ginsparg niet van plan was de ingezonden artikelen van a tot z door vakgenoten te laten beoordelen, wilde hij zorgen dat lezers datgene konden vinden waarin ze waren geïnteresseerd. Dus begon hij de ingezonden artikelen in te delen in categorieën en subcategorieën en steeds meer moderators in te schakelen, die het werk vrijwillig deden, als dienst aan hun wetenschapscommunity.

    Essentiële spanning

    Het credo van arXiv is dat artikelen ‘interessant, relevant en van waarde’ moeten zijn voor de wetenschappelijke disciplines die het bedient. Maar naarmate de site en zijn publieke profiel verder groeiden, begon hij steeds meer artikelen van buiten de gebruikelijke onderzoekskringen aan te trekken, waarvan vele de toets der kritiek niet konden doorstaan. Het waren niet per se voorbeelden van slechte wetenschap, zegt Ginsparg. Slechte wetenschap kan worden onderzocht, getest en verworpen. Het ging om ‘non-wetenschap’ – zelfingenomen theorieën die trots beweerden Einstein, Newton en Hawking onderuit te halen of de verborgen connecties te onthullen tussen natuurwetenschap, buitenzintuiglijke waarneming en ufo’s; en dat alles vrijwel geheel zonder wiskunde of experimenten.

    Standaardprocedure bij arXiv is dat alles wordt geaccepteerd – artikelen zijn onschuldig ‘totdat het tegendeel bewezen is’, zegt Ginsparg – maar met de niet-wetenschappelijke artikelen werd veel tijd van de geleerde lezers verspild. En als de moderators dezelfde virtuele kastruimte zouden mogen vullen met legitieme wetenschap, zouden ze verwarring stichten onder het groeiende arXiv-publiek van journalisten en beleidsmakers. Dus moesten ze artikel voor artikel besluiten of iets al dan niet wetenschap was. De meeste arXiv-gebruikers waren tevreden met de keuzes van de moderators. Maar enkelen hadden het gevoel dat artikelen werden verworpen die arXiv zeker hadden moeten halen, en sommige geleerden – vooral die in de academische periferie – beschuldigden de arXiv-moderators van het censureren van tegendraadse artikelen.

    Het probleem waarmee de arXiv-moderators kampten was niet nieuw. Al in 1959 noemde wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn dit de ‘essentiële spanning’: het conflict tussen traditionele wetenschappelijke grenzen, die bepalen of kwesties en praktijken binnen de wetenschap vallen, en het vrijblijvende onderzoek dat non-conformistische ideeën en methodes hanteert. Om vooruit te komen heeft de wetenschap beide nodig, zo is de redenering. Als innovatieve ideeën dikwijls opkomen in de ruimte tussen gevestigde disciplines, zullen onkwalificeerbare maar geloofwaardige artikelen dan verzinken in het moeras van de echt incoherente?

    © Getty
    © Getty

    Maar arXiv-moderators hebben weinig tijd voor kuhniaanse overpeinzingen. Ze hebben minder dan een dag om een artikel af te wijzen of verder te laten bekijken, en soms zelfs minder dan vier uur. Omdat hij besefte hoe groot de dagelijkse werkdruk was, kreeg Ginsparg een idee om zijn vrijwillige moderators een handje te helpen: een computerprogramma dat een deel van het denken van hen kon overnemen.

    Ginsparg wilde geen programma ontwerpen dat wetenschap van niet-wetenschap kon onderscheiden. Zijn aanvankelijke doel was bescheiden: een algoritme bouwen dat artikelen kon classificeren naar onderwerpscategorie, zodat moderators geen verkeerd geclassificeerde inzendingen meer hoefden te bekijken. Het kostte maar een paar uur coderen om een programma te maken dat in staat was een tekst in te voeren, er belangrijke woorden uit te pikken, te tellen hoe vaak elk woord voorkwam en het artikel te classificeren overeenkomstig eerdere soortgelijke artikelen in het verleden. In plaats van zelf een lexicon van sleutelwoorden in te tikken liet hij het algoritme bepalen welke woorden de beste voorspellers waren. Omdat moderators elke classificering beoordeelden, kreeg het algoritme onmiddellijk feedback, zodat het steeds slimmer en beter werd.

    Deze computerclassificering had een verrassend neveneffect: het was griezelig goed in staat om ‘goede’ artikelen van ‘slechte’ te scheiden. Onbedoeld had arXiv Kuhns essentiële spanning in praktijk gebracht. Hoe?

    Sommig onderzoek dat in de jaren zeventig werd afgedaan als wazig gewauwel onder invloed van drugs is nu onontbeerlijk voor de bestudering van de kwantumtheorie

    Door duizenden artikelen te beoordelen, had het classificeringsalgoritme een neus ontwikkeld voor een veelzeggend teken van echte wetenschap: taal. Naarmate het programma meer wetenschappelijke taal leerde, begonnen zijn oordelen meer op die van de menselijke poortwachters te lijken. De artikelen die werden afgewezen strookten niet met de gebruikelijke taalnormen van enige wetenschappelijke discipline. Soms lag de discrepantie voor de hand, zoals bij artikelen die hersenschimmen najoegen door wetenschappelijke terreinen te laten versmelten die niets met elkaar te maken hadden. En soms was ze subtiel: de verkeerde verdeling van schijnbaar inhoudsloze woorden als ‘en’, ‘of’, ‘het’ of ‘dat’.

    Taal dient ook als een biomarker van pseudowetenschap. John Baez, een wiskundig natuurkundige van de Universiteit van Californië, heeft een ‘Crackpot Index’ die artikelen op 37 buitenissigheden scant en daar punten voor geeft: vijf punten voor elk woord in hoofdletters, tien punten voor ‘de bewering dat je werk zich op het snijvlak van een paradigmaverschuiving bevindt’ en maar liefst vijftig punten voor ‘de bewering dat je een revolutionaire theorie hebt maar geen concrete toetsbare voorspellingen’ (toegegeven, de laatste twee hebben weinig met taal te maken).

    Taal is niet voor niets een goede graadmeter. Auteurs die het gebruikelijke wetenschappelijke curriculum doorlopen, nemen meer tot zich dan alleen maar een serie feiten en een manier van denken en experimenteren. Ze leren ook op een specifieke manier communiceren.

    Artikelen die bij het algoritme niet door de beugel kunnen worden niet automatisch afgewezen, maar nog eens nader bekeken door mensenogen. Maar omdat de wetenschap ernaar streeft een intellectuele vaandeldrager te zijn die ideeën op hun content beoordeelt en niet op hun stijl, betogen sommigen dat het toch iets ongemakkelijks heeft om buitenstaanders te identificeren en eruit te gooien vanwege de woorden die ze gebruiken. Wat te denken, bijvoorbeeld, van wetenschappers die disciplinegrenzen overschrijden en waardevolle bijdragen leveren?

    Hippies en kwantumtheorie

    ‘Al lang vóór het internet vinden we voorbeelden van merkwaardige grensactiviteiten,’ zegt natuurkundige en wetenschapshistoricus David Kaiser van het MIT. ‘Sommige daarvan zijn terecht verworpen, maar andere snijden echt hout.’ Veel wetenschappelijke principes die tegenwoordig als vanzelfsprekend worden beschouwd – het heliocentrische zonnestelsel, het idee dat onzichtbare velden natuurkundige krachten kunnen overbrengen of dat natuurkundige wetten kunnen worden beschreven door wiskundige vergelijkingen – werden destijds als radicaal gezien. En sommig onderzoek dat in de jaren zeventig werd afgedaan als wazig gewauwel onder invloed van drugs is nu onontbeerlijk voor de bestudering van de kwantumtheorie, voegt Kaiser eraan toe.

    In zijn boek How the Hippies Saved Physics uit 2011 schreef Kaiser: ‘Veel ideeën die nu de kern vormen van de kwantuminformatica vonden hun oorsprong in de tegencultuur van “alles kan”, een allegaartje van spiritistische media die lepels verbogen, oosterse mystiek, lsd-trips, CIA-spoken die je gedachten lazen en wat dies meer zij.’ De natuurkundigen die de grondslag legden voor kwantumcomputers, kwantumcodering en kwantumteleportatie kozen voor een benadering die onmodieus was en niet bon ton in academische kringen, maar die op den duur onmisbaar is gebleken. ‘Het valt te betwijfelen of sommige van de kleurrijkste ideeën of benaderingen uit die beginperiode arXiv gehaald zouden hebben,’ zegt Kaiser.

    Ook nu nog komen geloofwaardige – of in elk geval niet volkomen bezopen – ideeën soms aan de verkeerde kant van de menselijke en gecomputeriseerde filters van arXiv terecht. ‘Ik ken drie voorbeelden uit mijn eigen vakgebied van goede artikelen van professionele natuurkundigen, onder wie hoogleraren aan onderzoeksuniversiteiten met goede publicaties op hun naam, die zijn afgewezen of in twijfel getrokken,’ zegt Lee Smolin, theoretisch natuurkundige bij het Perimeter Institute for Theoretical Physics in Waterloo, Ontario.

    © Getty
    © Getty

    Ondanks een enkel controversioneel schoorsteenbrandje zijn de maatstaven van arXiv opmerkelijk liberaal. Volgens Ginsparg is vorig jaar minder dan een procent van de ingezonden artikelen afgewezen op grond van hun content en blijven veel critici van de site trouwe gebruikers. Toch blijft de procedure van arXiv soms ondoorzichtig. ‘ArXiv is geen verantwoording verschuldigd,’ zegt Kaiser. Als moderators een artikel afwijzen, hoeven ze zich niet nader te verklaren. En beroep aantekenen tegen een afwijzing kan frustrerend zijn, zegt Smolin. ‘Uit de paar gevallen die ik ken maak ik op dat hun beroepsprocedure zwak is en soms indruist tegen wat goed gebruik is in de natuurwetenschap, terwijl arXiv belangrijk kan zijn voor een carrière in dat vakgebied.’

    Er is een middenweg tussen acceptatie en afwijzing: twijfelachtige artikelen kunnen worden ondergebracht in een categorie die ‘general physics’ of ‘gen-ph’ wordt genoemd. In het gunstigste geval biedt gen-ph plaats aan artikelen die niet naadloos in enige andere categorie passen; in het slechtste is het een stortplaats voor alles wat uit de toon valt. Maar voor veel auteurs is plaatsing in gen-ph even kwetsend als een afwijzing. Van de meer dan honderdduizend artikelen die tussen juli 2014 en juni 2015 op arXiv zijn gepubliceerd zijn er 302 in gen-ph beland.

    viXra

    Frustraties vanwege airXiv hebben tot een alternatieve preprintsite geleid, viXra genaamd, die is opgericht door Philip Gibbs, een onafhankelijke natuurkundige in Engeland. Iedereen mag alles op viXra zetten, al verbieden de huisregels ‘vulgaire, lasterlijke, plagiërende of gevaarlijk misleidende’ content. Voor degenen wier werk hier onderdak vindt, is viXra een soort intellectueel toevluchtsoord. Maar voor velen in de wetenschapscommunity lijkt viXra meer op een eiland voor rare en kapotte speeltjes. (Over de waarde van viXra merkt Ginsparg snedig op: ‘Het is iets geweldigs! Elke keer als iemand ons vraagt waarom we moeten filteren, wijzen we hem op viXra.’) Volgens Gibbs, die ook een zeventiendelig retrospectief op de blog van vixRa heeft gepubliceerd, getiteld ‘Excentriekelingen die gelijk hadden’, is vixRa een historisch archief dat ideeën die hun tijd vooruit zijn bewaart voor een toekomst waarin hun belang misschien wordt erkend.

    Het is verleidelijk te denken dat het internet een nieuw probleem heeft gecreëerd voor denkers die een grens proberen te trekken tussen wetenschap en pseudowetenschap. Maar, zegt Kaiser, arXiv pakt op megaschaal een eeuwenoude spanning aan. ‘Geleerden klagen letterlijk al een millennium dat ze middelen nodig hebben om het hoofd te bieden aan de grootste aller makkes, namelijk beperkte aandacht.’ arXiv mag de poorten van de wetenschap dan hebben aangepast – zodat ze wijder en soepeler opengaan – toch blijft er uiteindelijk altijd iemand buiten staan.

    Auteur: Kate Becker
    Vertaler: Peter Bergsma

    Nautilus
    Verenigde Staten | nautil.us

    Begonnen als onlineweekblad, verschijnt Nautilus sinds september 2013 ook op papier. Het prachtige blad wil berichten over de ‘oneindige raakvlakken’ tussen de wetenschap en ons dagelijks leven. Elke maand komt een ander thema aan bod in reportages en analyses.

  • Correspondentie werpt nieuw licht op Obama senior

    Correspondentie werpt nieuw licht op Obama senior

    Een New Yorkse archivaris vond een doos met brieven van de vader van de Amerikaanse president. Die heeft nog niet gereageerd op de uitnodiging om ze te komen bekijken.

    De archivaris van het Schomburg Center in Harlem, New York, trof in een doos een aantal vergeelde brieven aan van meer dan een halve eeuw geleden, waarin een jonge, ambitieuze Keniaan van tweeëntwintig jaar over zijn dromen en problemen schreef.

    Hij werkte als kantoorbediende, kon vijfenzeventig woorden per minuut typen en uit het Engels in het Swahili vertalen, maar hij had geen geld om door te studeren. Dus schreef hij universiteiten en stichtingen aan de overkant van de Atlantische Oceaan aan met het verzoek hem een studiebeurs toe te kennen. Zijn brieven zouden de loop van de Amerikaanse geschiedenis mede veranderen.

    President Obama heeft zich diverse malen uitgesproken over de leegte die zijn vader in zijn leven achterliet

    ‘Ik koester al lange tijd de hoop om in Amerika te kunnen studeren’, schreef hij in een brief uit 1958. Zijn naam was Barack Hussein Obama, en zijn pogingen slaagden: hij kreeg een reeks beurzen om in de Verenigde Staten te studeren. Daar verwekte hij het kind dat de eerste zwarte president van Amerika zou worden, uit wiens leven hij enkele maanden na zijn geboorte verdween.

    In 2013 nodigde het Schomburg Center president Obama uit om deze documenten te komen inzien – een twintigtal brieven van zijn vader, diens cijferlijsten van de universiteiten van Hawaï en Harvard en getuigschriften van zijn docenten – maar deze heeft nog niet gereageerd. Een woordvoerder van het Witte Huis meldt dat de president ze volgend jaar zal inzien, als hij niet meer in functie is, maar geeft geen antwoord op de vraag waarom de president nooit op de brieven van het centrum heeft gereageerd.

    Nieuwe informatie

    President Obama heeft zich diverse malen uitgesproken over de leegte die zijn vader in zijn leven achterliet. Obama sr. ging in 1964, toen zijn zoon drie jaar was, terug naar Kenia en heeft hem maar eenmaal teruggezien, toen junior tien was. Zijn zoektocht naar de man wiens naam hij draagt heeft de president beschreven in zijn autobiografie Dromen van mijn vader. In Kenia had hij op zijn twintigste wat informatie opgedaan, maar niet veel. ‘Ik wist nog steeds niet wat voor man mijn vader was en wat hem dreef’, schrijft hij.

    De brieven van Barack Obama sr., die de periode 1958-1964 beslaan, geven nieuwe informatie, vooral over zijn jaren in de VS. In 1960 kwam hij op de Universiteit van Hawaï medestudente Ann Dunham tegen. Toen deze het jaar daarop zwanger raakte, trouwde hij met haar, hoewel hij al een vrouw en twee kinderen in Kenia had. Op 4 augustus 1961 werd hun zoon geboren, wat Obama sr. stelselmatig verzweeg, zelfs in zijn beursaanvragen.

    Sommige familieleden beschrijven hem als een gecompliceerde, briljante en autoritaire man, charmant en brutaal. Hij wilde als econoom voor de Keniaanse regering werken en begon te drinken toen dat mislukte. Op zijn zesenveertigste kwam hij om het leven bij een auto-ongeluk.

    Familieportretten in het huis van Barack Obama senior in Kogelo, Kenia. Tweede van links: hijzelf. – © Peter Macdiarmid / Getty
    Familieportretten in het huis van Barack Obama senior in Kogelo, Kenia. Tweede van links: hijzelf. – © Peter Macdiarmid / Getty

    President Obama beschrijft zijn eigen leven vaak als een typisch voorbeeld van de ‘American Dream’, maar de levensloop van zijn vader was ook niet bepaald gebruikelijk. Als kleine jongen in Kenia hoedde Barack sr. geiten en ging hij op blote voeten naar school. Hij was een briljante leerling, maar maakte zijn middelbare school niet af ‘vanwege financiële problemen in mijn familie’, zoals hij in een van zijn beursaanvragen schrijft. ‘Door de slechte gezondheid van mijn vader moest ik de school verlaten en gaan werken om mijn familie te onderhouden.’

    Hij werkte als boekhouder, landmeter, afdelingschef bij een verzekeringsmaatschappij en medewerker van een alfabetiseringsprogramma. Hij trouwde en kreeg kinderen. Ondanks zijn financiële problemen bleef hij ambitieus. ‘Ik zou een ingenieursbureau kunnen beginnen of voor de regering kunnen gaan werken,’ schrijft hij in een andere brief.

    Voorlopig is het onderwerp nog te gevoelig en blijft het dossier veilig opgeborgen in la 214 van Phelps Stokes Fund in New York

    Zijn inspanningen werden beloond. Hij kreeg een beurs voor de Universiteit van Hawaï en vloog daar op 4 augustus 1959 naartoe via Rome, Parijs en New York. Een jaar later ontmoette hij zoals gezegd Ann Dunham, de moeder van president Obama.

    Hij had zich op dat moment volledig in het universitaire leven gestort en was lid van een debatclub en redacteur van het tijdschrift van de vereniging van buitenlandse studenten. Hij was opgetogen over het klimaat op Hawaï. ‘Je zou nooit geloven dat het winter is’, schrijft hij. ‘En de mensen hier zorgen dat ik me thuis voel. Ik ben al diverse keren uitgenodigd om een lezing over Afrika en Kenia te geven.’

    Toen hij in 1962, na in Hawaï cum laude te zijn afgestudeerd, zijn studie vervolgde aan Harvard, was zijn Amerikaanse gezinnetje al uiteengevallen. Hij behaalde een bachelor in de economie (geen master) en keerde zonder zijn zoontje terug naar Kenia.

    Christine McKay, de archivaris die de brieven heeft ontdekt, moest onwillekeurig aan dat zoontje denken toen ze de brieven las. ‘Ik zei bij mezelf: wat zou het mooi zijn als de president de woorden van zijn vader kon lezen,’ zegt ze.

    Maar voorlopig is het onderwerp nog te gevoelig en blijft het dossier veilig opgeborgen in la 214 van Phelps Stokes Fund in New York. Als Barack Obama er klaar voor is, staat het dossier van zijn vader tot zijn beschikking.

    Auteur: Rachel L. Swarns

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    De militaire escalatie van Vladimir Poetin in Syrië was wreed en nietsontziend. Het was een showcase van Ruslands militaire macht. Met als doel: een nieuwe machtsrelatie met het Westen.

    Uit het archief

    De Russische militaire tactiek in Syrië, waar het land Assad te hulp schoot, lijkt steeds meer een voorbode te zijn van de wrede aanvallen in Oekraïne. Ook in Syrië deinsde Rusland er niet voor terug om burgerdoelen te bombarderen.

    Als Aleppo valt zal de gewelddadige oorlog in Syrië een geheel nieuwe wending krijgen, met verstrekkende gevolgen, niet alleen voor de regio maar ook voor Europa. De meest recente aanval van de regering op de belegerde stad in het noorden van Syrië, waarbij nog eens tienduizenden mensen op de vlucht zijn geslagen, is ook beslissend voor de betrekkingen tussen het Westen en Rusland. Ruslands luchtmacht speelt een sleutelrol in het conflict. Als de anti-Assadrebellen, die sinds 2012 een deel van Aleppo in handen hebben, worden verslagen, resten in Syrië alleen nog het regime van Assad en Islamitische Staat. Dan is alle hoop vervlogen dat er ooit nog een overeenkomst gesloten zal worden waarin de Syrische oppositie een rol krijgt toebedeeld. En dat is een uitkomst waar Rusland al veel langer op uit is – de achterliggende reden van het besluit van Moskou, vier maanden terug, om over te gaan tot militair ingrijpen.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen

    Het valt nauwelijks toeval te noemen dat de bombardementen op Aleppo, het symbool van de anti-Assadopstand, uitgerekend begonnen op het moment dat in Genève vredesbesprekingen werden gevoerd. Die vredesbesprekingen liepen dan ook al snel vast. De Russische militaire escalatie, bedoeld om het Syrische leger te steunen, moest voorkomen dat een heuse Syrische oppositie zeggenschap zou krijgen over de toekomst van het land. De plannen die het Westen en de Verenigde Naties hadden voorgesteld moesten worden gedwarsboomd. Dit was volkomen in tegenspraak met het feit dat Moskou zich had gecommitteerd om te zoeken naar een gemeenschappelijke, politieke aanpak om einde te maken aan de oorlog. De naschokken zullen wijd en zijd voelbaar zijn. Als de Europeanen in 2015 íéts duidelijk is geworden, dan is het wel dat ze de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten niet buiten de deur kunnen houden. En als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne van 2014, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend van Europa is. Het is een revisionistische mogendheid die tot militaire agressie in staat is.

    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters
    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters

    Dominante positie

    Sterker nog, nu de toekomst van Aleppo op het spel staat, maken de gebeurtenissen – meer dan ooit sinds het uitbreken van de oorlog – duidelijk dat er direct verband is tussen de Syrische tragedie en de in strategisch opzicht verzwakte positie van Europa en het Westen als geheel. Dat het conflict op die manier naar buiten doorsijpelt is een effect dat Rusland niet alleen nauwlettend in de gaten houdt, maar ook in de hand werkt. Dat de instabiliteit zich verspreidt over Europa past uitstekend binnen het streven van Rusland om zich een dominante positie te verwerven door alle twijfels en tegenstellingen uit te buiten in de landen die Rusland als zijn vijand beschouwt.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen. Een nederlaag voor de Syrische oppositiegroepen zal IS nog meer sterker in het idee dat zij als enige opkomen voor de soennitische moslims – terwijl IS de bevolking terroriseert in de gebieden die het in zijn macht heeft. De situatie vertoont vele wrange kanten, niet in de laatste plaats gelegen in het feit dat de strategie van het Westen in de strijd tegen IS stoelde op het idee om de lokale Syrische oppositietroepen op de grond te versterken, zodat zij uiteindelijk de jihadistische opstandelingen zouden kunnen verdrijven uit het bolwerk Raqqa. Als uitgerekend de mensen die de grondtroepen hadden moeten vormen om deze klus te klaren in Aleppo worden omsingeld en genadeloos in de pan worden gehakt, op wie kan het Westen dan terugvallen? Rusland heeft van begin af aan volgehouden dat het IS bestrijdt, maar in Aleppo helpt Rusland bij het verslaan van de Syrische groeperingen die in het verleden effectief zijn gebleken in de strijd tegen IS.

    Als er al ooit twijfels bestonden over het oogmerk van Vladimir Poetin in Syrië, dan zijn die volledig weggenomen door de recente militaire escalatie rond deze stad. Vladimir Poetin past in Syrië precies dezelfde strategie toe als in Tsjetsjenië: zware militaire aanvallen op stedelijke gebieden, teneinde alle opstandelingen te doden of te verdrijven. De betrekkingen tussen de Syrische machtsstructuur en de Russische geheime dienst gaan ver terug – tot in het Sovjettijdperk. Net zoals onder het bewind van Poetin de Tsjetsjenen die mogelijk een rol zouden kunnen vervullen bij vredesbesprekingen letterlijk uit de weg werden geruimd, gooit nu Assad alle politieke tegenstanders op een hoop, onder de noemer ‘terrorisme’. En aangezien er in Tsjetsjenië nooit sprake is geweest van een overeenkomst (enkel van een regelrechte oorlog en totale verwoesting, totdat het Kremlin zijn eigen Tsjetsjeense leider installeerde), behoort ook in Syrië een overeenkomst met de oppositie voor Poetin niet tot de mogelijkheden.

    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images
    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images

    Macht

    Maar de strategische belangen van Rusland gaan nog veel verder. Poetin wil opnieuw zijn macht vestigen in het Midden-Oosten, maar uiteindelijk is het hem om Europa te doen. Het beslissende moment vond plaats in 2013, toen Barack Obama na een gifgasaanval afzag van luchtaanvallen op Assads militaire bases. Dat zette Poetin ertoe aan om op het Europese continent de westerse standvastigheid nog eens extra op de proef te stellen. Poetin werd destijds duidelijk verrast door de volksopstand in Oekraïne, maar hij wist al snel zijn macht te herstellen met de inzet van geweld en de annexatie van grondgebied. Hij had – terecht – de inschatting gemaakt dat zijn hybride oorlog in Oekraïne niet door het Westen kon worden voorkomen. Het Russische beleid in Oekraïne heeft het veiligheidsevenwicht in het Europa van na de Koude Oorlog dan ook op zijn grondvesten doen schudden, en Poetin zou graag zien dat Rusland munt slaat uit de nieuwe machtsverhoudingen.

    Als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend is

    De militaire betrokkenheid van Rusland in Syrië plaatst de NAVO voor een groot dilemma, nu een van de belangrijkste leden in de frontlinies staat. De betrekkingen tussen Turkije en Rusland staan al maanden onder grote spanning. Inmiddels heeft Moskou Turkije openlijk gewaarschuwd geen troepen naar Syrië te sturen om Aleppo te beschermen. Hoe de Turkse leider daarop zal reageren is ook al een vraagstuk dat de Europese leiders hoofdpijn bezorgt.

    Dit alles speelt zich af in een tijd waarin de Europese regeringsleiders als nooit tevoren de samenwerking zoeken met Ankara, teneinde het vluchtelingenprobleem het hoofd te bieden. Als Turkije gaat dwarsliggen op de Midden-Oostenflank van de NAVO dient dat de Russische belangen. Evenzeer zal een nieuwe uittocht van vluchtelingen Rusland in de kaart spelen. De vluchtelingencrisis heeft diepe kloven geslagen in het continent en rechtse, populistische partijen spinnen er garen bij – en veel van die partijen zijn Ruslands politieke bondgenoten in het verzet tegen het project Europa. De vluchtelingencrisis zet belangrijke Europese instituties onder druk – het gevaar van een Brexit is toegenomen (wat Rusland alleen maar zal toejuichen) – en de vluchtelingencrisis ondergraaft de positie van Angela Merkel, de drijvende kracht achter de Europese sancties tegen Rusland.

    Natuurlijk is het overtrokken om te zeggen dat Poetin dit van begin af aan heeft voorzien. Hij heeft de ontwikkelingen willen sturen, maar ondertussen wordt hij er ook door meegesleept. Rusland is niet verantwoordelijk voor het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië, noch heeft het de hand gehad in alle gebeurtenissen in Oekraïne. Maar het cynisme waarmee Rusland het spel speelt zou in het Westen en de Verenigde Naties meer alarmbellen moeten doen rinkelen dan nu het geval is.

    Poetin mag zichzelf graag neerzetten als een man van orde, maar zijn beleid heeft alleen maar gezorgd voor meer chaos, en daar moet Europa een steeds hogere prijs voor betalen. Om het Russische regime tot een andere handelswijze aan te zetten is meer nodig dan alleen optimisme. In Aleppo voltrekt zich een humanitaire ramp. Het is van het grootste belang dat we de verbanden zien tussen het uitzichtloze lot van deze stad, de toekomst van Europa, en het Rusland dat hier dreigend boven hangt.