Tag: aristocratie

  • 4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.

    Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?

    Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.

    Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…

    Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.

    De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien

    Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?

    Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.

    De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?

    Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.

    De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.

    Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?

    Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.

    Tanil Bora.
    Tanil Bora.

    Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?

    Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.

    Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.

    Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…

    Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.

    We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?

    Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken

    Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.

    En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.

    Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: De Bosnische basketballer Indira Kaljo kreeg van FIBA toestemming om tijdens de wedstrijden haar hoofddoek te dragen. De reguliere Turkse media besteedden uitgebreid aandacht aan haar. – © Elif Ozturk / Anadolu Agency / Getty

  • Red de Zuid-Koreaanse democratie

    Red de Zuid-Koreaanse democratie

    De massale volkswoede die Zuid-Korea al maanden in zijn greep houdt, draait om meer dan president Park Geun-hye alleen. Dertig jaar nadat de democratie in het land werd ingevoerd, maken aristocraten er als vanouds de dienst uit.

    De massale demonstraties die sinds november 2016 in Zuid-Korea worden gehouden, hebben als belangrijkste doel de president af te zetten. Er doen mensen aan mee van alle politieke overtuigingen; lang niet altijd denken zij hetzelfde over zaken als het minimumloon, het chronisch tekort aan banen of de stationering in het land van Amerikaanse thaad-antiraketsystemen [aangekondigd voor juli 2017].

    Logisch gezien zou er aan deze demonstraties een einde moeten komen zodra het Constitutioneel Hof de afzetting van president Park Geun-hye [waar het parlement op 9 december toe besloot] bevestigt.

    Toch moet het volk de pleinen na deze eerste overwinning niet verlaten. Wordt deze beweging niet voortgezet, dan zal op den duur toch onvermijdelijk een nederlaag volgen. Er zijn miljoenen mensen naar de demonstraties gekomen, wat zich alleen laat verklaren vanuit een breed gedeelde overtuiging dat het land in crisis is. De angst is groot onder de bevolking dat de democratische republiek, voortgekomen uit de strijd van juni 1987, in gevaar is en in een oligarchie met erfopvolging zal veranderen. Natuurlijk zijn we nog lang niet terug bij de dictaturen van Park Chung-hee [1963-1979, vader van de huidige president] of Chun Doo-hwan [1980-1988], maar alle betogers delen een verontwaardiging over het feit dat het land door slechts enkele families wordt geregeerd.

    Kliek

    Neem het geval van Choi Soon-sil, door de internationale pers ook wel schertsend een ‘vrouwelijke Raspoetin’ genoemd. Zonder ooit aan verkiezingen deel te nemen heeft zij veel macht naar zich toe kunnen trekken. Hoe meer kiezers haar marionet Park Geun-hye steunen, des te machtiger Choi Soon-sil wordt. Zonder dat de burgers er iets van merkten, is artikel 1, lid 2 van de grondwet (‘de nationale soevereiniteit komt het volk toe en alle macht komt van het volk’) hiermee aanzienlijk aangetast. Het fundamentele principe van een democratische republiek is met voeten getreden.

    Mevrouw Choi dankt haar macht aan haar familie, met name aan haar vader Choi Tae-min [die Park Geun-hye goed kende]. Ook haar dochter Chung Yoo-ra, zus Sun-deuk en nichtje Jang Si-ho [allen meegesleept in het huidige politieke schandaal] maken deel uit van deze kliek. Het is net een aristocratische familiestamboom uit een of andere slechte televisieserie, al begon hun geschiedenis met een kleine sekte [begonnen door Choi Tae-min in de jaren zeventig; Zuid-Korea werd toen geregeerd door de families van Park en Choi, die innig met elkaar verbonden waren].

    Toen bekend werd welke privileges Chois dochter Chung Yoo-ra had genoten, waren de betogers verontwaardigder dan ooit. Het geval laat goed zien hoe de macht van deze families precies werkt. Universiteiten, bedrijven, politieke partijen, publieke instanties, de pers: allemaal werden ze geacht deze jonge vrouw te bevoordelen. Mevrouw Choi en haar dochter bewogen zich door Europa als leden van de nieuwe Koreaanse aristocratie van het mondiale tijdperk. Chung Yoo-ra liet zich er op sociale netwerken op voorstaan machtige ouders te hebben. De macht die zij geërfd heeft is wat haar betreft geen privilege, maar een bewijs van haar superioriteit. De meritocratie waar de republiek altijd zo trots op was, is verworden tot aristocratie.

    Chung Yoo-ra, dochter van Choi Soon-sil, genoot van haar privileges. – © HH
    Chung Yoo-ra, dochter van Choi Soon-sil, genoot van haar privileges. – © HH

    Toen de Koreanen duidelijk werd waar de familie van Choi zich allemaal schuldig aan had gemaakt, opende dit hun de ogen over de toestand van hun land. Ze begrepen dat ze overheerst worden door zogenaamde aristocraten en door anderen die het dolgraag willen worden. De gevallen van Kim Ki-choon en Woo Byung-woo [respectievelijk de voormalige kabinetschef van president Park en haar presidentieel secretaris voor Burgerzaken, beiden betrokken bij het schandaal] geven een beeld van het machtsmisbruik van deze bureaucraten en van de manier waarop zij hun rijkdom vergaarden. Hun kinderen maakten zich al op om hen op te volgen, dankzij hun opleiding aan elitescholen, studies in het buitenland en hun uitstekende netwerk. Voor dit soort mensen 
is het volk niet meer dan ‘vee’, zoals een hoge ambtenaar van het ministerie van Onderwijs het uitdrukte [deze man moest in juli 2016 ontslag nemen nadat hij het volk had vergeleken met honden of varkens die alleen maar te vreten hoefden te krijgen].

    De mensen vragen zich af wat er van hun land geworden is, dertig jaar na het begin van de democratisering

    In deze context wordt ook weer naar de chaebols gewezen. Het was al bekend dat de macht binnen deze industriële conglomeraten overgaat van vader op zoon, en dat daar bitter weinig tegen te doen valt. Maar nu staat het systeem van erfopvolging opnieuw in de schijnwerpers, vanwege de angst dat het hele land in handen van deze kleine groep erfgenamen zal vallen. De derde generatie chaebol-chefs, zoals Lee Jae-yong van de Samsung-groep [die recentelijk in de affaire-Park/Choi ondervraagd werd], vormt de kern van deze aristocratie. Park Geun-hye kun je er beter het symbool van noemen. Maar door het aura van haar vader Park Chung-hee, die haar aan een verkiezingsoverwinning hielp, is zij nu in de ogen van de bevolking besmet.

    De woede tegen deze aristocratie houdt het vuur onder de demonstraties brandend. Het volk eist het herstel van de democratie. De opgave waar het Koreaanse volk in de eenentwintigste eeuw voor staat, heeft veel gemeen met die van de Fransen aan het eind van de achttiende eeuw, vandaar ook het opduiken van guillotines tijdens de betogingen.

    De mensen vragen zich af wat er van hun land geworden is, dertig jaar na het begin van de democratisering. Het gaat hier niet om een eigenaardigheid van de Koreaanse democratie, zoals Park Chung-hee het noemde. Dezelfde tekenen van regressie zie je overal ter wereld. De democratische republiek moet worden gered, en dat moet de ultieme doelstelling van de betogers zijn, zelfs nadat Park Geun-hye – die alleen maar het symbool was voor de werkelijke strijd – is vertrokken. Er moeten hervormingen plaatsvinden, om te voorkomen dat het land door aristocraten geregeerd wordt.

    Auteur: Chang Sok-jun
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Beeld bovenaan: Demonstranten dragen maskers van de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye (l.), en Choi Soon-sil, de ‘vrouwelijke Raspoetin’. – © HH

    Pressian
    Zuid-Korea | pressian.com

    Dit ‘webzine’ heeft als 
slagzin: ‘een tijdschrift met een mening’, en wordt binnen het Zuid-Koreaanse politieke landschap over het algemeen als progressief beschouwd.