Tag: armenië

  • Franse minister annuleert reis naar COP29 wegens spanningen met Bakoe

    Franse minister annuleert reis naar COP29 wegens spanningen met Bakoe

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » RN-proces: gevangenisstraf en onverkiesbaarheid geëist tegen Marine Le Pen

    » Brazilië: man geladen met explosieven sterft voor het Hooggerechtshof

    Frankrijk steunt Armenië, een grote rivaal van Azerbeidzjan

    De Franse minister van Landbouw en Voedselbeleid Agnès Pannier-Runacher heeft woensdag bekendgemaakt dat ze niet naar de grote klimaatconferentie in Azerbeidzjan zal gaan als reactie op de ’onacceptabele‘ aanvallen van de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliev ’tegen Frankrijk en Europa’. Geen enkel lid van de Franse regering zal dit jaar de top bijwonen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In een toespraak tot vertegenwoordigers van eilandstaten tijdens COP29 op woensdag, hekelde Aliev de koloniale geschiedenis van Frankrijk, in het bijzonder de kernproeven in het verleden, en wat hij omschreef als de misdaden ’van het regime van president Macron’ in overzeese gebieden, met name Nieuw-Caledonië.

    ’De betrekkingen tussen Parijs en Bakoe zijn bekoeld vanwege de langdurige steun van Frankrijk aan zijn rivaal Armenië, dat vorig jaar door Azerbeidzjan werd verslagen in een bliksemsnel militair offensief waarbij de afgescheiden regio Nagorno-Karabach werd heroverd’, aldus Al-Jazeera.

  • Armenië treedt toe tot het Internationaal Strafhof tegen zin van Rusland

    Armenië treedt toe tot het Internationaal Strafhof tegen zin van Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mark Zuckerberg maakt excuses voor mentale schade bij kinderen door sociale media

    » Peru: staking beëindigd bij Machu Picchu

    ‘Armenië maakt een verkeerde beslissing’, aldus Kremlin

    Donderdag is Armenië officieel toegetreden tot het Internationaal Strafhof (ICC), nadat het parlement afgelopen oktober het Statuut van Rome had geratificeerd. De beslissing werd als ‘onvriendelijk’ beschouwd door Rusland, de historische bondgenoot van Jerevan, schrijft The Guardian. De woordvoerder van het Kremlin, Dmitri Peskov, zei dat Armenië een ‘verkeerde beslissing’ had genomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In maart 2023 vaardigde het ICC een arrestatiebevel uit tegen de Russische president Vladimir Poetin in verband met de oorlog in Oekraïne. ‘Jerevan is nu verplicht om de Russische leider te arresteren als hij voet zet op Armeens grondgebied’, aldus het Britse dagblad. Armenië herbergt een permanente Russische militaire basis en maakt deel uit van de door Moskou geleide militaire alliantie Organisatie voor het Verdrag inzake Collectieve Veiligheid (CSTO), die bestaat uit verschillende voormalige Sovjetrepublieken.

    De Armeense autoriteiten verklaren dat hun toetreding tot het Statuut van Rome in de eerste plaats bedoeld was om Armenië te beschermen tegen buurland Azerbeidzjan, waarmee het de afgelopen dertig jaar drie keer in oorlog is geweest. Westerse landen juichten de ratificatie toe, die de uitbreiding markeert van de jurisdictie van het Hof in wat lang werd gezien als de achtertuin van Rusland, aldus The Guardian. ‘De wereld wordt kleiner voor de autocraat in het Kremlin,’ zei de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, over Poetin nadat Armenië in oktober het statuut van het ICC had geratificeerd.

  • ‘Toezien hoe het land van onze voorouders uiteenvalt – het valt ons zwaar deze kerst’

    ‘Toezien hoe het land van onze voorouders uiteenvalt – het valt ons zwaar deze kerst’

    Israëli’s, Palestijnen, Oekraïners en Armeniërs over de hele wereld waren op afstand getuige van de meest afschuwelijke gebeurtenissen. De Armeense Anoosh Chakelian kan erover meepraten. ‘Het is moeilijk om het land van onze voorouders uiteen te zien vallen, juist omdat onze identiteit uit brokstukken bestaat.’

    Een heuveltop in Dilijan, het weelderige berggebied van Armenië, is niet echt een voor de hand liggend decor voor een identiteitscrisis. Maar daar zat ik, drijfnat van het zweet, te onderhandelen over potten honing met een meedogenloze baboesjka die bijen hield in de buurt van het middeleeuwse Haghartsin-klooster. Ik voelde me een oplichter. Na een klamme wandeling van twee uur bergopwaarts en met het weinige Armeens dat ik als kind op de zondagsschool had geleerd, bleef ik maar hakkelen.

    Tijdens mijn vakantie deze zomer in Armenië – ik kwam er pas voor de tweede keer – maakte ik regelmatig iets mee wat me reduceerde tot een simpele toerist in het land van mijn voorouders. Een ‘vertrouwde vreemdeling’, zoals Stuart Hall het in zijn memoires noemt. Het is een veelvoorkomend gevoel onder biculturelen en enigszins tweetaligen. Maar dit jaar voelde het afstandelijke ongemak van de diaspora intenser dan anders.

    Het was een vreugdevolle reis met volop abrikozenbier en zwempartijen in bergmeren. Maar ik was nog maar enkele dagen uit Armenië weg, toen Azerbeidzjan de etnisch Armeense enclave Nagorno-Karabach binnenviel. In één etmaal kwam er een grimmig einde aan de dertig jaar durende bloedige oorlog over het gebied, die door zowel de Amerikanen als de Russen als een verloren zaak werd beschouwd. Azerbeidzjan won. Ongeveer honderdtwintigduizend burgers uit de zelfverklaarde republiek, die door Armeniërs Artsakh wordt genoemd, moesten het land als vluchteling verlaten. Een rij Lada’s en Sovjet-marshrutka-minibusjes reed door de Lachin-corridor, de enige weg naar Armenië die nog open was.

    Andere zorgen

    Dit jaar zagen Israëli’s, Palestijnen, Soedanezen, Oekraïners en Armeniërs verspreid over de hele wereld wat zich afspeelde in het land van hun voorouders. Velen van hen hebben er nooit zelf gewoond. Alles wat ze erover weten, hebben ze geleerd in het comfortabele nieuwe thuisland dat hun ouders en grootouders zich eigen hadden gemaakt. Contact houden met familieleden, doneren aan goede doelen, protesteren en berichten plaatsen op sociale media is alles wat ze kunnen doen.

    Tijdens mijn vakantie liepen de spanningen in de zuidelijke Kaukasus op. De Armeense regering had gezamenlijke militaire oefeningen met de VS aangekondigd, klaarblijkelijk als reactie op het falen van de Russische vredesmacht om de Armeniërs in Karabach te beschermen. ‘Het zijn maar een paar bergen; mensen zijn belangrijker,’ zei een jonge inwoner toen tegen me. ‘Te veel mannen hebben ervoor gevochten en zijn ervoor gestorven. We willen vrede.’ Mijn perspectief, die ver weg van hier tot stand was gekomen, hield geen rekening met het feit dat de jongere generatie andere zorgen had (de gemiddelde leeftijd van de Armeense soldaten die in 2020 tijdens het meest recente conflict werden gedood, was 23).

    In mijn jeugd had ik geleerd over Nagorno-Karabach en ik had erover geschreven voor The New Statesman. Nu was ik verdrietig dat ik er nooit was geweest en dus ook nooit meer zou komen. Tegen een berghelling ligt het Dadivank-klooster – een plek waarover mijn vader boeken las, ervan dromend het ooit te bezoeken; het was nu onbereikbaar. Ik zou nooit de lokaal gemaakte jingalov hatz proeven, een plat brood gevuld met wilde kruiden dat in een ondergrondse oven wordt gebakken.

    ‘In dit huis woonden hardwerkende en fatsoenlijke mensen. Houd het schoon. En geef mijn bloemen alsjeblieft water’

    Velen in Nagorno-Karabach konden het niet verdragen hun onderkomen aan het lot te moeten overlaten en staken daarom voordat ze vluchtten hun huis en tuin in brand. ‘Ik heb overwogen mijn huis in brand te steken, maar ik deed het niet,’ vertelde een vluchteling in een interview. ‘Ik heb de afwas gedaan en de vaat op een schap gezet, alsof ik bezoek verwachtte. De dadeloogst is dit jaar erg goed. Laat de Azeri’s ze maar opeten. Ik heb een brief voor ze achtergelaten: “In dit huis woonden hardwerkende en fatsoenlijke mensen. Houd het schoon. En geef mijn bloemen alsjeblieft water”.’

    Ik hoor van Britse Palestijnen en Israëli’s dat ze een vergelijkbare pijn voelen als ze de beelden zien van Gaza-Stad dat tot puin is gebombardeerd, of van kibboetsen vol bloed en kogelgaten. De bescheiden Armeense diaspora van ongeveer achttienduizend mensen in Groot-Brittannië klaagt dat de Britse regering en media onze zaak hebben genegeerd. Het was ongepast dat de snelle etnische zuivering van Nagorno-Karabach nauwelijks de krantenkoppen haalde. 

    Maar ik ben niet jaloers op degenen die hun pijn wel in het publieke debat opgepikt zagen worden, om deze vervolgens verdraaid te zien worden. In Groot-Brittannië – op duizenden kilometers afstand van het Midden-Oosten – nemen aanvallen op Joden en islamofobe haatmisdrijven toe en is het gevoel van diaspora intens. De spanningen worden misbruikt voor eigen gewin. Extreemrechts zet de verdediging van Israël in als wapen, terwijl antisemieten de pro-Palestijnse zaak uitbuiten. Misschien moeten wij, Armeniërs, voorzichtig zijn met wat we wensen.

    De gevoelens van degenen die ver verwijderd zijn van hun familiegeschiedenis zijn complexer dan de ideologische grenzen die worden getrokken door bijvoorbeeld een Britse minister van Binnenlandse Zaken, die graag wil bewijzen dat ‘het multiculturalisme heeft gefaald’. Het is moeilijk om het land van onze voorouders uiteen te zien vallen, juist omdat onze identiteit uit brokstukken bestaat: liedjes en recepten die we leerden toen we opgroeiden, het aanwijzen van plekken op de kaart aan onze Engelse vrienden, de stroperige korst op het deksel van de granaatappelmelasse in mijn keukenkastje, de gekartelde gouden ‘A’ – de eerste letter die ik leerde in het Armeense alfabet – die ik elke dag om mijn nek draag.

    Daar, op die berghelling, kwam ik dan eindelijk op het woord voor honing: meghr. Ik herinnerde me de middagen die ik op de Armeense school doorbracht met het woord voor woord opzeggen van de fabel ‘Een druppel honing’. Het verhaaltje begint met een vlieg die landt op gemorste honing. Een hagedis eet de vlieg op, een kat eet de hagedis op en zo verder tot het ontaardt in een compleet bloedbad. Mijn klasgenoten uit West-Londen en ik, die geïrriteerd waren dat we het uit ons hoofd moesten leren, zeurden altijd dat we dit later niet nodig zouden hebben. Maar misschien waren de lessen van ‘Een druppel honing’ toch nuttiger dan ik als tiener dacht – en dan niet alleen om honing te kopen.

  • ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    ‘Is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’

    Door internationale onverschilligheid eindigde het conflict in Nagorno-Karabach niet met onderhandelingen, maar met een gewelddadig slotoffensief van Azerbeidzjan. Duizenden Armeniërs zijn de regio ontvlucht, maar het ziet er niet naar uit dat Azerbeidzjan ze ooit nog terug wil hebben.

    Het waren amper tieners, maar ze hoestten als echte volwassenen. In het pension – met te veel bedden in een te kleine ruimte – stonden ze als eersten op. Nog voor hun trainer. Dan staken ze het fornuis aan met lucifers uit een doosje met het opschrift ‘Trojka’. Op het ene vuur kookten ze water voor thee, boven het andere hielden ze met een vork hun sokken, die vochtig waren geworden tijdens de nacht in Stepanakert. Met het resterende vlammetje van de lucifer staken ze hun eerste sigaret van de ochtend aan en begonnen meteen te hoesten.

    Hun voetbalteam, afkomstig uit een vallei waar de helft van de huizen door oorlog was verwoest, deed mee aan een toernooi in de hoofdstad van een land dat niet op landkaarten voorkomt. Ze streden om een trofee die niets voorstelt in de wereld en waar niemand van wakker ligt. Maar die ondanks alles de moeite waard was om voor te strijden. Ze verdroegen de koude ochtenden in dit gammele pension, de springveren van de bedden die in hun ruggen prikten, de toiletten die altijd naar stront roken, de stroomstoringen… Ze regelden alles zonder op instructies van de trainer te wachten. Ze verdeelden de kleding en maakten die zo goed mogelijk droog. Daarna zorgden ze voor het ontbijt: volkoren macaroni, gekookte aardappelen en brood dat ze in een pittige saus doopten. Als kleine volwassenen. 

    Maar als ze spraken, klonken ze als de kinderen die ze nog steeds waren. En ze droomden ervan te worden als hun idolen van Real Madrid: Cristiano Ronaldo, Kaká, Casillas.

    Stille belegering

    Dat was in 2010. Een deel van hen leeft waarschijnlijk niet meer. Want toen zij dienstplichtig werden, is hun land Nagorno-Karabach, dat in feite een enclave op Azerbeidzjaans grondgebied is maar onder Armeens gezag valt, verwikkeld geraakt in schermutselingen en oorlogen. In april 2016 vochten het Azerbeidzjaanse leger en Armeense strijdkrachten uit Karabach vier dagen lang om de controle over een aantal hooggelegen gebieden. Daarbij vielen aan beide kanten meer dan tweehonderd doden, waaronder veel jonge dienstplichtigen. 

    In september 2020 begon Azerbeidzjan, goed bewapend door zijn bondgenoten Turkije en Israël en geholpen door Syrische huurlingen, een grootschalig offensief. Daarbij heroverde het een groot deel van de gebieden die sinds de jaren negentig door Armeniërs werden gecontroleerd. Het grondgebied van de zelfverklaarde Republiek van Artsach (zo noemen de Armeniërs de enclave) werd tot een minimum gereduceerd. De strijdkrachten van de naburige Republiek Armenië – tot dan toe de belangrijkste steun voor de Karabachis – werden gedwongen zich terug te trekken naar hun land. Ongeveer zevenduizend mensen werden gedood en meer dan twintigduizend raakten gewond.

    Vorige week lanceerde Azerbeidzjan zijn slotoffensief: na een etmaal bombarderen besloten Armeense troepen zich over te geven, zich bewust van hun militaire inferioriteit en het gebrek aan internationale steun. Het Russische leger, dat na de oorlog van 2020 als vredesmacht in Nagorno-Karabach was gestationeerd, stak geen vinger uit om het conflict te voorkomen en de VS en de EU deden niet veel meer dan hun bezorgdheid uitspreken en oproepen tot het staken van de vijandelijkheden.

    Deze laatste aanval kwam na negen maanden van stille belegering. In december blokkeerden vermeende Azerbeidzjaanse milieuactivisten – in werkelijkheid mensen die banden hebben met de regering in Bakoe, waaronder zelfs enkele leden van de veiligheidsdiensten – de Lachin-corridor. Na de oorlog van drie jaar geleden was deze kronkelige weg de enige verbinding van Nagorno-Karabach met de buitenwereld: 90 procent van het voedsel voor de Armeense enclave kwam via deze weg, en zieke mensen die niet in de ziekenhuizen van de enclave konden worden behandeld, gebruikten hem om naar Armenië te gaan.

    ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden’

    Later, in april, toonde de Azerbeidzjaanse regering haar ware gezicht door een controlepost op te zetten in Lachin. Dat deed ze ondanks het feit dat de corridor volgens de wapenstilstandsovereenkomst van 2020 onder toezicht van het Russische contingent moest blijven. Zelfs de doorgang van humanitaire konvooien – van Rusland en het Rode Kruis – werd belemmerd. Zonder materialen, reserveonderdelen of voorraden kwam de economie in de enclave tot stilstand. Zonder brandstof vielen transporten stil. Scholen zaten zonder verwarming. Ook de elektriciteit viel uit, doordat de kabels naar Armenië werden gesaboteerd. Medicijnen werden schaars. Voedselvoorraden raakten op. In augustus werd de eerste hongerdode geregistreerd.

    Sinds december onderhoud ik contact met verschillende mensen in Stepanakert, de hoofdstad van Karabach. Nona Poghosián is een Karabachse lerares met twee kinderen. Eind vorig jaar wilde ze zich voorbereiden op de Armeense kerstviering die op 6 januari valt, maar dat bleek onmogelijk. Na een blokkade van bijna drie weken werden veel producten schaars. ‘Vandaag zijn we twee uur lang van winkel naar winkel gegaan. Er was alleen mayonaise en chocolade. Geen olie, geen suiker, geen groenten… zelfs geen aardappelen’, schreef ze in een bericht aan mij. Macaroni werd het belangrijkste voedsel. ‘Als mijn kinderen hun moeder een appel zien schillen alsof het de laatste is die ze ooit zullen eten, dan beseffen ze dat er iets mis is.’

    In februari werd het nog erger. De lokale overheid greep in om voedsel te rantsoeneren. ‘We hebben vouchers gekregen voor basisproducten, waaronder groenten en fruit. Maar het zijn waardeloze stukjes papier, je kunt er niets mee kopen’, schreef Poghosián. Als er met een humanitair konvooi een zending wortelen arriveerde, dan was die al binnen een paar minuten verdwenen. De prijs van de eerste aardappelen van het seizoen verdrievoudigde. Russische vredeshandhavers werden ervan beschuldigd een deel van de uit Armenië meegebrachte producten te verkopen op de zwarte markt.

    Toen de lente kwam en alles weer ging groeien, verbeterde de situatie enigszins. ‘We kunnen tenminste wilde kruiden verzamelen en die eten met eieren,’ aldus Poghosián. Maar in de zomer, toen Azerbeidzjan Russische konvooien en konvooien van het Rode Kruis tegenhield, werd de situatie nijpend. Bij het krieken van de dag stonden de inwoners van Stepanakert uren in de rij voor een brood, niet wetend of ze die dag aan de beurt zouden komen. ‘Genocide kan ook gepleegd worden door omstandigheden te creëren die tot fysieke vernietiging van een groep leiden. Daar hoeven geen crematoria voor gebouwd te worden, of aanvallen met machetes voor te worden uitgevoerd; honger is een onzichtbaar genocidaal wapen. Zonder substantiële verandering zal deze groep Armeniërs binnen enkele weken zijn vernietigd’, schreef Luis Moreno Ocampo, Argentijns jurist en voormalig aanklager bij het Internationaal Strafhof in een rapport van 7 augustus.

    Zes weken later begon Azerbeidzjan zijn laatste offensief tegen de uitgehongerde en uitgeputte enclave.

    De sirenes in Stepanakert begonnen te loeien op dinsdag 19 september om één uur ’s middags. In de hoofdstad waren schoten en artillerievuur uit de nabijgelegen valleien te horen. Tegen de tijd dat de kinderen van Nona Poghosián terugkwamen van school, bereikten de gevechten Stepanakert. Haar man was niet thuis. Een paar uur lang waren ze allemaal van elkaar gescheiden, opgesloten in verschillende kelders en schuilkelders, niet wetend hoe het de anderen verging.

    ‘Hoe we ons voelen? We zijn omsingeld, en we zijn heel erg bang.’ 

    De clichévragen van journalisten klinken dan heel dom. Hoe voelt een moeder zich, gescheiden van haar kinderen terwijl er bommen vallen?

    Amnestie

    Precies vierentwintig uur nadat de Azerbeidzjaanse aanval begon, capituleerden de Armeense troepen. De volgende dag kwamen afgezanten van beide partijen bijeen. De eerste eis van de Azerbeidzjaanse autoriteiten na het staakt-het-vuren was ontwapening van de Karabachse milities; de eerste eis van de Karabachse autoriteiten was levering van brandstof en brood.

    Beide partijen hebben hieraan voldaan. De Armeniërs in Nagorno-Karabach droegen hun arsenaal in het weekend van 23 september over aan de Azerbeidzjaanse strijdkrachten: tanks, granaatwerpers, raketten. Toen konden humanitaire konvooien met tonnen voedsel Stepanakert weer binnenrijden. 

    De Azerbeidzjaanse regering heeft amnestie beloofd voor alle Armeense strijders die de wapens neerleggen (behalve voor degenen die oorlogsmisdaden hebben begaan tijdens het conflict in 1990). Zij verzekert dat de ‘culturele, religieuze en democratische’ rechten van de Armeense bevolking van Karabach zullen worden gerespecteerd tijdens het proces van ‘re-integratie’ van de enclave in de bestuurlijke structuur van Azerbeidzjan.

    Maar de meesten zijn op hun hoede.

    In de straten van Stepanakert lopen honderden bange mensen die niet weten wat ze moeten doen – ze hebben al hun bezittingen in een tas gepropt. Velen koken op straat en schuilen waar ze maar kunnen. Zo’n tienduizend mensen zijn geëvacueerd uit de dorpen die het dichtst bij de frontlinie liggen. Sommigen hebben het contact met hun familie verloren. Internet is beperkt en het is niet bekend wat er is gebeurd in sommige van de dorpen die zijn omsingeld door Azerbeidzjaanse troepen.

    Bulldozers graven in de verse aarde om plaats te maken voor de doden. Het meest recente officiële dodenaantal van de gevechten van 19 september – tweehonderd – is al dagen niet meer bijgewerkt door de autoriteiten van de enclave. Aangenomen wordt dat het inmiddels veel hoger ligt. Elke dag zijn er nieuwe begrafenissen, groepsgewijs. Sommigen vragen zich af wat ze moeten doen: de doden begraven of hun lichamen meenemen? Want het enige waar ze aan kunnen denken is vluchten naar Armenië.

    Anderen verwijderen openbare foto’s en posters met de namen van ‘martelaren’ – zij die sneuvelden bij de verdediging van Nagorno-Karabach tijdens eerdere oorlogen. Het is onduidelijk wat er zal gebeuren als Azerbeidzjaanse troepen Stepanakert binnenvallen.

    Het enige vliegveld in Nagorno-Karabach ligt naast Khoyali, een dorp met een bloederige geschiedenis. De grootste slachting van de Eerste Karabachoorlog (1991-1993) vond er plaats, toen Armeense troepen een genocide aanrichtten onder Azeri’s die het belegerde dorp probeerden te ontvluchten: 613 burgers werden gedood, waaronder 106 vrouwen en 63 kinderen.

    Het vliegveld is klaar: er is een nieuwe terminal gebouwd en in 2009 is er personeel aangenomen. Maar het is nooit in gebruik genomen, aangezien Azerbeidzjan dreigde elk vliegtuig neer te schieten dat er zou landen of opstijgen. Wel is het de belangrijkste basis voor Russische vredeshandhavers. Nu hebben duizenden mensen er hun toevlucht gezocht, op zoek naar bescherming.

    99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken

    Op zondag 24 september, na opnieuw een ontmoeting tussen vertegenwoordigers van Karabach en Azerbeidzjan, ging Samvel Shahramanian, president van de zelfverklaarde Republiek Artsach, naar het vliegveld en verzekerde zijn medeburgers ervan dat de evacuaties zouden beginnen: eerst van degenen die door de gevechten ontheemd waren geraakt, daarna van alle anderen die wilden vertrekken. Diezelfde dag staken duizend mensen de grens over naar Armenië. Vroeg in de ochtend die maandag waren het er al drieduizend. Woensdagnacht naderde het aantal de vijftigduizend.

    ‘Natuurlijk wil ik weg. Er zijn duizenden mensen in mijn omgeving die wachten op de opening van een corridor naar Armenië,’ zegt Poghosián. ‘Hoe zouden we moeten leven met de Azeri’s? Mensen vertrouwen Azerbeidzjan niet, want het zou niet de eerste keer zijn dat het ons afsluit, uithongert en bombardeert.’

    In de tuin bij de familie Poghosián staat een moerbeiboom. Een grote, wijdvertakte boom die zo hoog reikt dat hij het licht wegneemt. De man van Nona wilde hem begin maart snoeien. ‘Zondag begin ik eraan,’ zei hij nog. Maar op vrijdag kregen ze een telefoontje: de auto waarin haar zwager David, een agent van de douane, naar zijn werk reed, was beschoten door Azerbeidzjaanse troepen. Hij en twee andere agenten werden gedood. Volgens de Azerbeidzjaanse pers waren het ‘saboteurs’.

    ‘Ik weet niet hoe ik zijn drie kinderen in de ogen moet kijken’, schreef Poghosián op haar Facebook-account. ‘Ik weet niet hoe ik zijn dappere twaalfjarige zoon moet kalmeren, die huilt onder de dekens om zijn zussen niet ongerust te maken. Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen zijn achtjarige dochter die vraagt hoe lang haar vader nog wegblijft. Hoe moet Eteri haar drie kinderen opvoeden zonder David?’

    De moerbeiboom blijft zoals hij was: met ongesnoeide takken. Hoewel de internationale gemeenschap en het buurland Armenië erop hebben aangedrongen dat Azerbeidzjan voorwaarden schept voor Armeniërs om in Karabach te kunnen blijven, hebben die na een eeuwenlang verblijf de moed opgegeven. Een van de adviseurs van Shahramanián vertelde aan Reuters dat 99,9 procent van de 120.000 Armeniërs die nog in de enclave wonen, wil vertrekken.

    ‘Geen wonder dat de haat na twee oorlogen en dertig jaar conflict wortel heeft geschoten,’ zegt Zaur Shiriyev, analist bij de International Crisis Group in Bakoe. ‘Armeense en Azerbeidzjaanse ontheemden die terugkeren naar het gebied zijn getraumatiseerd. Sinds 2020 is er geen echte poging meer gedaan om beide partijen te verzoenen. Eerst en vooral moet het gebied gestabiliseerd worden en de meest acute humanitaire problemen worden opgelost. Daarna moet het vooral gaan om coëxistentie. Dat is een lang proces dat een sterke politieke wil vereist, vooral van de kant van Azerbeidzjan.’

    Verlangen naar wraak

    De eerste jaren van het conflict en de oorlog in de jaren negentig hebben zo’n dertigduizend mensen het leven gekost. Het conflict leidde daarnaast tot etnische zuiveringen op grote schaal, zeker als je bedenkt dat Azerbeidzjan en Armenië samen nauwelijks tien miljoen inwoners telden: 350.000 Armeniërs werden verdreven uit Azerbeidzjan en nog eens 150.000 Azeri’s uit Armenië. En een half miljoen Azeri’s moesten Karabach en de omliggende door Armeniërs bezette provincies ontvluchten.

    ‘Mijn vroegste herinneringen hebben met oorlog en verwoesting te maken’, schreef advocaat Rauf Azimov op X, het vroegere Twitter. Hij werd geboren in een gebied in de buurt van Karabach. Zijn familie – half Azeri, half Koerdisch – werd verdreven uit door Armenië veroverde gebieden, met als gevolg dat ze jarenlang in tenten en pakhuizen leefden. ‘Mijn oom stierf tijdens de oorlog toen hij op een mijn stapte. Ik viel altijd in slaap met geweerschoten. Ik stikte ooit bijna in mijn eten toen er vlakbij een bom ontplofte. Tijdens mijn jeugd keek ik verlangend naar het spectaculaire Murovgebergte, en ik vroeg me af waarom mijn vader er wel heen kon en ik niet. Ik wenste dat ik op bezoek kon in het land van mijn voorouders in Lachin. En dat de huizen van mijn grootouders niet vol zaten met kogelgaten en granaten. Ik wenste dat het dorp van mijn vader geen kunstmatige heuvel langs de weg moest opwerpen om te voorkomen dat sluipschutters op burgers zouden schieten. Maar bovenal wenste ik dat iemand onze pijn zou erkennen. In plaats daarvan ontmoette ik meestal mensen die lachten om onze tragedie, die deze rechtvaardigden of negeerden.’

    ‘Ik kijk nu met afschuw naar wat er gebeurt met de Armeniërs van Nagorno-Karabach,’ zegt Azimov. ‘Elke Azeri die getuige is geweest van oorlog, of die heeft geleden onder etnische zuiveringen moet hiertegen in opstand komen, ook al vertellen onze meest elementaire instincten ons iets anders. Zo niet, dan zal de geschiedenis ons niet vergeven.’ Hij kan dit eervolle standpunt uitdragen omdat hij in Canada woont. De weinige activisten in Azerbeidzjan die zich tegen de oorlog hebben uitgesproken, zijn gearresteerd.

    Veel Azerbeidzjaanse vluchtelingen daarentegen koesteren een verlangen naar wraak. ‘Ik wil dat ze evenveel lijden als wij,’ zei een Azeri vluchteling tegen mij in 2020, toen veel Armeniërs de door Azerbeidzjan heroverde gebieden ontvluchtten, terwijl zij ervan droomde om na dertig jaar ontheemding terug te kunnen keren naar haar geboortestad.

    ‘Coëxistentie tussen de twee gemeenschappen in de nabije toekomst is ingewikkeld. Er moeten speciale maatregelen komen voor verzoening en voor interetnische communicatie,’ stelt de Azeri mensenrechtenactivist Anar Mammadli. Analist Shiriyev is optimistischer en verwacht dat de vlucht van de Armeniërs een ‘tijdelijke’ oplossing is en dat ze, als Bakoe de juiste maatregelen neemt, geleidelijk terug kunnen keren naar Karabach.

    ‘Maar is er iemand die serieus denkt dat Armeniërs kunnen integreren in Azerbeidzjan?’ vraagt Azimov zich af. ‘Decennialang werden ze afgeschilderd als de vijand, de schurk die verantwoordelijk is voor al onze ellende. Hun geschiedenis is uitgewist en hun tragedies werden ontkend, inclusief onze verantwoordelijkheid ervoor.’ Hoe kan Azerbeidzjan de mensenrechten van Armeniërs garanderen, vragen velen zich af, als het niet eens de rechten van zijn eigen bevolking respecteert?

    ‘Van zowel de oorlog van 2020 als van de recente aanvallen is de les hetzelfde: de verleiding om geweld te gebruiken in plaats van diplomatie is groot. Dat komt door de afwezigheid van mechanismen ter afschrikking. En dat schept een gevaarlijk precedent,’ stelt Richard Giragosian van het Centrum voor Regionale Studies in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

    Het risico van bevroren conflicten is dat ze er ogenschijnlijk niet meer zijn. Al die jaren van winterslaap zijn er niet genoeg doden gevallen om de voorpagina’s te halen. Het gevolg is dat onderhandelingen over een oplossing worden uitgesteld, totdat een van de partijen sterk genoeg is om haar eigen voorwaarden op te leggen.

  • Nagorno-Karabach zal vanaf 2024 niet meer bestaan

    Nagorno-Karabach zal vanaf 2024 niet meer bestaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden wil leger inzetten in strijd tegen bendes

    » Amerikaanse overheid stevent af op ‘shutdown’

    De Armenen hebben donderdag een decreet ondertekend

    Het etnisch Armeense bestuur in Nagorno-Karabach heeft donderdag aangekondigd dat het zichzelf zal opheffen en dat de niet-erkende republiek tegen het einde van het jaar zal ophouden te bestaan. Dat meldt The Guardian. Inmiddels is al een helft van de etnische Armenen in de enclave gevlucht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het decreet werd ondertekend door de separatistische president van de regio, Samvel Shakhramanyan. Volgens de voorwaarden in het decreet wordt het etnische Armeniërs uit de bergachtige regio toegestaan om naar Armenië te vertrekken. Op donderdagavond hadden meer dan 78.300 mensen – meer dan 65 procent van de 120.000 inwoners van Nagorno-Karabach – dat gedaan.

    Zij laten huizen, familiegraven en andere bezittingen achter in een gebied dat dertig jaar als onafhankelijk werd gezien, ondanks dat de internationale gemeenschap het erkende als Azerbeidzjaans grondgebied. Azerbeidzjan had na hun bliksemoffensief vorige week geëist dat separatistische troepen zouden vertrekken, maar zei dat etnische Armenen wel konden blijven.

    Lees ook:

  • Geschiedenis, geweld en geopolitiek: het conflict in Nagorno-Karabach 

    Geschiedenis, geweld en geopolitiek: het conflict in Nagorno-Karabach 

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Nagorno-Karabach, waar duizenden etnische Armeniërs op de vlucht zijn geslagen uit angst voor een etnische zuivering door Azerbeidzjan. Hoe is dit conflict ontstaan?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er aan de hand in Nagorno-Karabach?

    ‘We wachten niet alleen op onze families; we wachten op heel Nagorno-Karabach,’ zei een Armeniër tegen persbureau AFP. Hij stond bij een controlepost vlak bij de enclave Nagorno-Karabach, waar 120.000 etnische Armeniërs wonen, onder andere enkele familieleden van hem. Inmiddels hebben ruim 14.000 van deze Armeniërs het gebied verlaten, uit angst voor een etnische zuivering door Azerbeidzjan.

    Dit is het laatste hoofdstuk in een voortslepend en sluimerend conflict dat vorige week tot uitbarsting kwam, toen Azerbeidzjaanse troepen een offensief lanceerden op de enclave. Internationaal wordt het gebied erkend als Azerbeidzjaans grondgebied, historisch en cultureel gezien zijn er veel banden met Armenië vanwege de aanwezigheid van deze Karabach-Armenen.

    Het offensief, door Azerbeidzjan een ‘militaire operatie’ genoemd, was gericht op separatistische leiders in het gebied, die streden voor de onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach. Binnen 24 uur vielen er zeker tweehonderd doden, met name Armeense militairen. Een wapenstilstand volgde, en Azerbeidzjan eiste dat Armeense strijders in het gebied hun wapens inleverden. Intussen kwam er een vluchtelingenstroom op gang, ondanks Azerbeidzjaanse beloften om de rechten van Armeense burgers in het gebied te respecteren.

    Financial Times sprak met enkele vluchtelingen, die zeiden ‘dat ze de voorkeur gaven aan ballingschap boven een leven onder de heerschappij van hun historische vijand’. Anderen zeiden dat ze niet zouden terugkeren uit angst voor hun leven. Nikol Pashinyan, de premier van Armenië, zei eerder dat de Armeniërs Nagorno-Karabach ontvluchtten om ‘hun leven en identiteit te redden’.

    ANP 479456812
    Een Armeense vrouw is in tranen bij het verlaten van Nagorno-Karabach. – © Alain Jocard / AFP

    Pashinyan gaf volgens Politico aan dat de Armeniërs in de enclave garanties voor hun veiligheid nodig hadden, nadat hij eerder deze week had opgeroepen tot een VN-veiligheidsmissie.

    Luis Moreno Ocampo, de eerste hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, verklaart in een opiniestuk in The Washington Post dat hij de angst van de Karabach-Armenen begrijpt. Moreno wijst erop dat Azerbeidzjan al sinds december 2022 de Laçin-corridor blokkeert, wat de enige verbinding is tussen Armenië en Nagorno-Karabach. Het Internationaal Gerechtshof kwam eerder dit jaar tot de uitspraak dat de blokkade de volksgezondheid van Armenen in gevaar bracht, en eiste dat deze werd opgeheven.

    ‘In plaats van te voldoen aan het bindende bevel van de rechtbank om de blokkade te beëindigen, gingen de veiligheidstroepen van Azerbeidzjan in juni nog verder en sloten de enclave volledig af, waardoor zelfs het vervoer van voedsel, medische voorraden en andere essentiële zaken onmogelijk werd’, schrijft Ocampo. ‘Sindsdien heeft  Aliyev [de president van Azerbeidzjan] herhaaldelijke oproepen van de secretaris-generaal van de VN en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken genegeerd om te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank.’ Volgens Ocampo komen de acties van Azerbeidzjan neer op genocide.

    Waar komen de spanningen in Nagorno-Karabach vandaan?

    Hoewel de oorlogen tussen Armenië en Azerbeidzjan om Nagorno-Karabach teruggaan naar het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, kent het daadwerkelijke conflict een veel langer verleden. Tegen het einde van de negentiende eeuw stortten de machtige Russische, Ottomaanse en Perzische rijk achter elkaar in, waardoor Armenië, gesteund door Rusland, en Azerbeidzjan, gesteund door Ottomaans Turkije, lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan in hun drang naar onafhankelijkheid.

    Nagorno-Karabach was vanaf het begin een centrum van spanning, omdat het bergachtige gebied een gemengde gemeenschap van Armeniërs en Azeri’s herbergde en door beide naties werd gezien als een centraal onderdeel van hun nationale geschiedenis en identiteit. In de beginjaren van de Sovjet-Unie, onder leiding van Josef Stalin, werd Nagorno-Karabach een autonome regio met een meerderheid van etnische Armeniërs.

    ANP 479458550
    In het Azerbeidzjaanse Bakoe worden gesneuvelde soldaten uit een eerdere oorlog om Nagorno-Karabach herdacht. – © Resul Rehimov / Anadolu Agency

    In de nadagen van de Sovjet-Unie verlangden de twee Sovjetrepublieken wederom onafhankelijkheid en werd Nagorno-Karabach, dat aansluiting zocht bij Armenië, opnieuw het epicentrum van het geweld. Tijdens een oorlog begin jaren negentig wist Armenië de controle over het gebied te veroveren. Niet alleen binnen de enclave werd gevochten: in Armenië werden Azeri’s het doelwit, en andersom werden Armenen vervolgd in Azerbeidzjan.

    De BBC citeert redacteur Konul Khalilova, die zich nog goed herinnert hoe honderdduizenden etnische Azeri’s uit Armenië werden verdreven en vluchtten naar Azerbeidzjan. In 2020 kwam het opnieuw tot een treffen, en ditmaal veroverde Azerbeidzjan een groot deel van de enclave tijdens een 44 dagen durende oorlog. Nagorno-Karabach bleef echter onafhankelijk, mede door een vredesakkoord dat met de hulp van Rusland tot stand kwam.

    De grote vraag is of het nu ook tot een directe oorlog tussen de twee landen kan komen. Volgens Benyamin Poghosyan, senior fellow voor buitenlands beleid aan het Applied Policy Research Institute of Armenia, is daar geen sprake van. Wel kan het conflict de regio verder destabiliseren, zegt hij tegen Vox. Hij waarschuwt voor sluimerend nationalisme in Armenië, dat de komende jaren aan een sterker leger zal werken om mogelijk een nieuwe oorlog te beginnen om Nagorno-Karabach te veroveren.

    Wat is de rol van de internationale gemeenschap?

    Velen kijken naar Rusland, dat verschillende onderhandelingen tussen de twee landen leidde en vredessoldaten in Nagorno-Karabach had op het moment dat Azerbeidzjan zijn offensief lanceerde. De uitkomst is volgens internationale media symbolisch voor de rol die het land tegenwoordig speelt in wat de Russen cultureel en historisch gezien als hun invloedssfeer beschouwen.

    ‘Hoewel de enclave in theorie onder bescherming stond van Russische vredeshandhavers, bleken de garanties van Moskou uiteindelijk waardeloos’, schrijft Thomas de Waal, senior fellow bij Carnegie in Foreign Affairs. De banden tussen Rusland en Azerbeidzjan zijn daarmee hechter geworden, zegt de Waal.

    ANP 425285741
    De Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev bezoekt een gebied nabij Nagorno-Karabach, dagen na het offensief dat aan tweehonderd mensen het leven kostte. – © SalamPix / Abaca Press

    Aliyev, de autocratische president van Azerbeidzjan, is ‘duidelijk van mening dat Turkije en Rusland, en niet de westerse landen, de enige machten zijn die hij serieus moet nemen’. The Guardian schrijft dat de historische alliantie tussen Turkije en Azerbeidzjan in 2020 nog een impuls kreeg, toen Turkije de Bayraktar TB2-drones leverde waarmee de oorlog werd gewonnen.

    Maar volgens The New York Times heeft Rusland met zijn rol tijdens het conflict één ding aangetoond: ‘Moskou, overbelast in Oekraïne, heeft niet langer de militaire of diplomatieke kracht’ om een doorslaggevende rol te spelen in de regio. Armenië, historisch gezien juist bondgenoot van Rusland, is onder premier Nikol Pashinyan meer naar het Westen gaan kijken.

    Er is een geopolitieke verschuiving gaande in de zuidelijke Kaukasus’, schrijft Foreign Policy. ‘Armenië twijfelt aan zijn langdurige partnerschap met Rusland en begint op niet zo subtiele manieren op te schuiven in de richting van het Westen, wat een pijnlijke tegenslag betekent voor het Kremlin in de strategische regio.’

    Het land stuurde voor het eerst humanitaire hulp naar Oekraïne, die persoonlijk werd afgeleverd door de vrouw van Pashinyan, tijdens een bezoek aan Kyiv. ‘Vervolgens, om nog wat zout in de wonden van het Kremlin te strooien, kondigde Armenië een nieuwe gezamenlijke militaire oefening met de Verenigde Staten aan.’

    Europa en de VS blijven de nadruk leggen op een diplomatieke oplossing. Azerbeidzjan is verworden tot een belangrijke strategische partner van de EU, vanwege de vele energiebronnen die het land heeft en door het wegvallen van Rusland als partner op gas- en oliegebied. Met name Frankrijk steunt Armenië, door de grote Armeense gemeenschap in het land.De grote vraag blijft: hoe nu verder met Nagorno-Karabach? Zaur Shiriyev, een analist van de International Crisis Group voor de zuidelijke Kaukasus, zegt tegen Al Jazeera dat lokale vertegenwoordigers van Armenië en Azerbeidzjan een dialoog moeten aangaan om de rol van de Azerbeidzjaanse autoriteiten in de regio te bespreken. ‘Discussies en afspraken over hoe de rechten van de lokale bevolking te behouden zijn cruciaal. Anders is een gedwongen integratie bij voorbaat gedoemd te mislukken.’

    Lees ook:

  • Azerbeidzjan roept overwinning uit na korte maar dodelijke aanval

    Azerbeidzjan roept overwinning uit na korte maar dodelijke aanval

    » Onderzoekers vinden in Zambia oudste houten structuur ooit

    » The Guardian: bijna iedereen in Europa ademt giftige lucht in

    President Aliyev noemde het een ‘succesvolle antiterreuroperatie’

    De president van Azerbeidzjan heeft de overwinning uitgeroepen na de aanval op enclave Nagorno-Karabach, die dinsdag begon. Dat meldt Politico. Ilham Aliyev zei in een toespraak op televisie dat de soevereiniteit van Azerbeidzjan is hersteld en dat er een ‘succesvolle antiterreuroperatie’ in de regio is gevoerd. Bij de operatie zouden zeker tweehonderd doden zijn gevallen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Aliyev hebben ‘separatistische troepen’ in Nagorno-Karabach zich ontwapend en het gebied verlaten. De president beloofde dat de regio een ‘paradijs’ zou worden. De etnisch-Armeense meerderheid, die overwegend christelijk is, mag hun eigen religie blijven uitoefenen en krijgt stemrecht in Azerbeidzjan, zo zei Aliyev.

    Woensdag waren Armenië en Azerbeidzjan het na bemiddeling door Rusland al eens geworden over een wapenstilstand. Burgers in Armenië zijn woedend over de aanval en hebben dinsdag en woensdag gedemonstreerd bij de Armeense regering, die ze passiviteit in het conflict verwijten.

    Lees ook:

  • Azerbeidzjan opent aanval op enclave Nagorno-Karabach

    Azerbeidzjan opent aanval op enclave Nagorno-Karabach

    » ‘Oekraïne voerde militaire operatie uit in Soedan’

    » Zelensky spreekt voor de VN: ‘Vertrouw het kwaad niet’

    Inmiddels zijn er ruim 25 doden gevallen bij het conflict

    Azerbeidzjaanse strijdkrachten hebben dinsdag de aanval ingezet op Nagorno-Karabach, waar de meerderheid etnisch-Armeens is. Dat meldt Al Jazeera. Het gebied wordt officieel erkend als onderdeel van Azerbeidzjan, maar er wonen veel Armeniërs die zich willen afscheiden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De regering van Azerbeidzjan wil dat alle Armeense militairen het gebied verlaten. Ook het pro-Armeense regime, dat wil dat het gebied zich afscheidt van Azerbeidzjan, moet vertrekken. De aanvallende troepen zeggen steun te hebben van Rusland, dat met een vredesmacht aanwezig is in de regio. Onder meer de VS en de EU hebben opgeroepen tot een staakt-het-vuren.

    Er zouden twee burgerdoden zijn gevallen bij het geweld. Langs de hele frontlinie zouden gevechten plaatsvinden. Armeniërs zouden een wapenstilstand hebben voorgesteld, maar dat zou zijn geweigerd door Azerbeidzjan. Gevreesd wordt voor een nieuwe oorlog in het gebied.

    Lees ook:

  • Meer dan 200 Armeense soldaten gedood in grensconflict met Azerbeidzjan

    Meer dan 200 Armeense soldaten gedood in grensconflict met Azerbeidzjan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Mexico: krachtige aardbeving schudt het westen van het land op

    » Siofra O’Leary eerste vrouw aan hoofd van Europees mensenrechtenhof

    Aan Azerbeidzjaanse zijde zijn 79 doden gevallen

    Volgens de Armeense Veiligheidsraad zijn in het conflict met Azerbeidzjan 207 Armenen omgekomen, waaronder 3 burgers, en zijn er bijna 300 gewonden gevallen. Aan Azerbeidzjaanse zijde is het dodental volgens Bakoe sinds het begin van de grensschermutselingen, die afgelopen dinsdag uitbraken, opgelopen tot 79 doden.

    Dit is een ongekende escalatie sinds 2020, die een fragiel vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan dreigt te torpederen. Fotografe Karen Minasian, die de afgelopen dagen getuige was van de botsingen, vertelde aan Radio Free Europe dat ‘veel Armeniërs voorspellen dat de vijandelijkheden waarschijnlijk zullen doorgaan’. ’Nu zoekt men elke hulp van buitenaf, inclusief wapens’, voegt Radio Free Europe daaraan toe.

    Nancy Pelosi, de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, heeft zondag tijdens een bezoek aan Jerevan de ‘illegale’ aanvallen van Azerbeidzjan veroordeeld. Haar bezoek aan de Armeense hoofdstad betekende een nieuw teken van toenadering tussen Washington en Jerevan, terwijl Moskou, de traditionele bemiddelaar in de regio, zijn handen ondertussen vol heeft aan Oekraïne.

    Lees ook:

  • Armenië geeft geen toestemming voor corridor tussen Turkije en Azerbeidzjan

    Armenië geeft geen toestemming voor corridor tussen Turkije en Azerbeidzjan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Indonesië presenteert naam voor nieuwe hoofdstad: Nusantara

    » Chinese vrouw zat met blind date opgesloten door plotselinge lockdown

    Armenië wil Turkije niet tegemoetkomen

    Tijdens besprekingen met Turkije weigerde Armenië onlangs in te gaan op een Turks voorstel voor een landcorridor naar Azerbeidzjan via Armeens grondgebied, aldus Armen Grigoryan, secretaris van de Armeense Veiligheidsraad. ‘We hebben al vaker gezegd dat Armenië niet heeft gesproken en niet zal spreken over alles wat te maken heeft met een corridor’, aldus Grigoryan in een interview met Ahfval News.

    Turkse en Armeense gezanten hielden in de Russische hoofdstad Moskou een eerste ronde van verkennende gesprekken. Dit was gericht op het normaliseren van diplomatieke betrekkingen die al bijna drie decennia bevroren zijn, onder meer vanwege de militaire impasse met Azerbeidzjan over de regio Nagorno-Karabach.

    Lees ook:

  • Gevaccineerde Amerikanen mogen mondmasker afdoen | Israël is toch niet begonnen met grondaanval

    Gevaccineerde Amerikanen mogen mondmasker afdoen | Israël is toch niet begonnen met grondaanval

    In de VS mogen volledig gevaccineerden hun mondmasker afdoen

    Amerikanen die volledig zijn ingeënt tegen covid-19 mogen zich binnen en buiten zonder mondmasker begeven, dat maakte de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) – de Amerikaanse RIVM – donderdag bekend.

    De aangepaste richtlijnen van ’s lands hoogste federale agentschap voor volksgezondheid betekenen dat de VS weer een stap dichter bij een normale situatie zijn, reageerde infectieziektespecialist Anthony Fauci. ‘Ik zou niet te vroeg willen juichen, maar ik zou zeggen dat dit duidelijk een stap is in de goede richting’, vertelde hij aan CNN. Het land heeft echter nog ‘een lange weg te gaan voordat we groepsimmuniteit hebben bereikt’, aldus de nieuwszender. Volgens gegevens van de CDC afgelopen woensdag (12 mei) was 35,4 procent van de Amerikanen volledig gevaccineerd.

    Lees ook:

    De nieuwe aanbevelingen verrasten ambtenaren op staatsniveau en bedrijven en zorgden voor verwarring over de wijze waarop de richtlijnen zouden moeten worden uitgevoerd, schrijft The New York Times. ‘Maar het advies kwam als geroepen voor veel Amerikanen die de beperkingen moe waren en getraumatiseerd door het afgelopen jaar.’

    ‘Met het afzetten van mondmaskers wordt niet alleen het begin van het einde van de pandemie ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken’

    ‘We hebben allemaal naar dit moment verlangd’, zei Rochelle P. Walensky, de directeur van de CDC, op een persconferentie in het Witte Huis op donderdag (13 mei). ‘Als je volledig gevaccineerd bent, kun je de dingen gaan doen die je vanwege de pandemie niet meer deed.’

    ‘Mondmaskers zijn symbool komen te staan voor een bittere partijdige verdeeldheid’, schrijft NYT. ‘Door ze af te zetten in restaurants en op trottoirs, in musea en winkels, zou niet alleen het begin van het einde van de pandemie worden ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken.’

    Het afzetten van mondkapjes moet ook als stimulans dienen voor de vele miljoenen die nog steeds aarzelen om zich te laten vaccineren, schrijft de krant uit New York. ‘Het vaccinatietempo is namelijk vertraagd: aanbieders dienen gemiddeld ongeveer 2,09 miljoen doses per dag toe, een daling van ongeveer 38 procent ten opzichte van de piek van 3,38 miljoen die medio april werd gemeld.’

    Lees ook:


    Het Israëlische leger is Gaza toch niet binnengevallen

    Het Israëlische leger zei donderdagavond dat het de Gazastrook was binnengedrongen, maar trok die bewering uiteindelijk terug, daarbij verwijzend naar een ‘intern communicatieprobleem’.

    ‘De Israëlische luchtmacht en grondtroepen voeren momenteel een aanval uit in de Gazastrook’, maakte het Israëlische leger donderdagavond rond 23.00 uur bekend in een kort bericht op Twitter.

    Deze ‘dubbelzinnige’ formulering, legt The Times of Israel uit, ‘lijkt de buitenlandse media [waaronder verschillende Nederlandse kranten] te hebben misleid met de veronderstelling dat het leger een grondinvasie in de Gazastrook was gestart tijdens de grootschalige bombardement van Noord-Gaza’. De krant voegde eraan toe dat Jonathan Conricus, de Engelstalige woordvoerder van het leger, op de vraag of er inderdaad een grondinvasie was begonnen, antwoordde: ‘Ja. Zoals in de verklaring staat. Inderdaad, de grondtroepen vallen aan in Gaza. Dat wil zeggen, ze zijn in de Gazastrook.’

    ‘De sirenes klonken bijna de hele nacht non-stop’

    ‘Hoewel dit technisch gezien correct is, aangezien sommige Israëlische troepen werden gepositioneerd in een enclave die binnen het grondgebied van Gaza ligt maar onder Israëlische controle staat, betekent dit redelijkerwijs geen “grondinvasie”’, stelt The Times of Israel.

    Hoe dan ook, het geweld woedt voort. Israëlische lucht- en grondaanvallen op het noorden van Gaza van donderdagavond waren ‘de zwaarste bombardementen’ sinds het geweld op maandag begon, schrijft The Times of Israel in een ander artikel. De krant meldde vannacht dat het antiraketschild ‘Iron Dome’ tientallen raketten heeft onderschept die voor de vierde nacht op rij door Hamas werden gelanceerd op de steden Asjdod, Beër Sjeva en gemeenschappen in Zuid-Israël. En volgens Haaretz ‘klonken de sirenes [in dat deel van het land] bijna de hele nacht non-stop’.

    Lees ook:

    Het Israëlische leger heeft donderdag tanks en pantservoertuigen opgesteld langs Palestijns grondgebied, waaruit de Israëlische troepen zich in 2005 eenzijdig hebben teruggetrokken. En het ministerie van Defensie heeft ’s avonds de mobilisatie van ‘tweeduizend extra reservisten goedgekeurd, waarmee het totaal op negenduizend komt’, aldus Haaretz.

    Netanyahu: ‘We gaan Hamas een hoge prijs laten betalen’

    De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zei vannacht dat Israël Hamas zal blijven aanvallen. ‘Ik zei dat we Hamas een hoge prijs zouden laten betalen. Dat doen we en dat zullen we met grote intensiteit blijven doen (…) en deze operatie zal doorgaan zo lang als nodig is’, zei hij in een bericht dat in het Hebreeuws op Twitter werd geplaatst en dat door The Guardian werd overgenomen.

    Sinds maandag zijn 109 Palestijnen gedood, volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Aan de Israëlische kant is het dodental zeven. Haaretz spreekt van ‘de grootste geweldsuitbraak sinds het conflict in Gaza van 2014’. ‘Israël heeft honderden luchtaanvallen uitgevoerd in Gaza, terwijl Palestijnse militanten sinds maandag meer dan duizend raketten hebben afgevuurd op centraal- en Zuid-Israël.’

    ’De aanvallen hebben onder de internationale gemeenschap de vrees gewekt dat de situatie uit de hand loopt’, vervolgt het dagblad. De VN-Veiligheidsraad zal zondag een virtuele openbare vergadering over het conflict houden.


    Duizenden betogers tegen racisme en politiegeweld in Brazilië

    Enkele duizenden Brazilianen hebben op donderdag 13 mei gedemonstreerd tegen racisme en politiegeweld, een week na een politieactie die 28 mensen het leven kostte in de favela van Jacarezinho, Rio de Janeiro, meldt Folha de S.Paulo. In Rio scandeerde de menigte slogans tegen president Jair Bolsonaro of leuzes als: ‘Geen kogel, geen honger, geen corona. De zwarte bevolking wil leven!’

    De demonstratie werd gemarkeerd door de getuigenis van moeders van slachtoffers van politiegeweld in de favela’s, aldus Folha de S.Paulo. In verschillende grote steden van het land, waaronder São Paulo, vonden ook marsen plaatst. Deze grootschalige demonstraties tegen de ‘valse vrijheid’ van de zwarte bevolking in Brazilië vonden plaats op de dag dat in het land het einde van de slavernij wordt herdacht, 13 mei 1888, zo meldt Jornal do Brasil.


    Armenië beschuldigt Azerbeidzjan van landjepik

    De premier van Armenië, Nikol Pasjinian, heeft het Azerbeidzjaanse leger er donderdag [13 mei] van beschuldigd de Armeense grens te schenden en nieuwe gebieden te willen veroveren, meldt Armenpress. Pasjinian heeft tijdens een buitengewone vergadering van zijn veiligheidsraad de ‘provocatie’ aan de kaak gesteld.

    Pasjinian en Emmanuel Macron bespraken donderdag telefonisch de ‘alarmerende situatie’, schrijft het Armeense persbureau in een ander artikel, en de Franse president ‘benadrukte de noodzaak van de onmiddellijke terugtrekking van Azerbeidzjaanse strijdkrachten uit het soevereine grondgebied van Armenië’.

  • Wie weet een nieuwe naam voor Armeense cognac?

    Wie weet een nieuwe naam voor Armeense cognac?

    Een groep Armeense experts staat voor een bijzondere uitdaging: Armeense brandewijn onder een nieuwe naam bekend maken, promoten en op de markt brengen.

    De ‘cognac’ die Armenië al 130 jaar produceert, zal van naam moeten veranderen. Dat staat in de samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie, die op 1 maart in werking is getreden. De overeenkomst tussen de EU en Armenië houdt in dat beide partijen ‘ernaar streven om hun samenwerking op alle mogelijke gebieden te versterken en te verdiepen’.

    Maar de overeenkomst zou de verkoop van Armeense cognac schade kunnen toebrengen. De drank, die in het Russische rijk en vervolgens in de Sovjet-Unie werd beschouwd als ‘visitekaartje’ van Armenië, is ‘een onmisbare souvenir om mee te nemen van je reis naar dit land’, schrijft de Russische krant Argoumenty i Fakty.

    Overgangsperiode

    Volgens de voorwaarden van de overeenkomst met de EU en op dringend verzoek van Frankrijk, moet Yerevan geleidelijk de naam ‘cognac’ laten gaan. Armenië zal de drank tot 2032 onder deze naam kunnen exporteren, maar alleen op post-Sovjet-grondgebied.

    Dan profiteert Armenië van een overgangsperiode van tien jaar, tot 2043, om de resterende voorraden te verkopen. Als het land deze voorwaarde niet respecteert, moet het voorkomen voor internationale commerciële arbitrage.

    Er is een groep Armeense specialisten samengesteld die tegen 2026 ‘een nieuwe naam voor de drank [moet] vinden en nadenken over herpositionering van het merk, een lang en duur proces’, maar essentieel om het ‘marktaandeel te behouden’, legt de site News Armenia uit.

    ‘Armenië kan en zal haar unieke product behouden, en de Armeense regering hoeft alleen maar uit te zoeken hoe ze de expertise en ervaring die in de loop van de eeuwen is opgedaan effectief kan inzetten’, adviseert de Russische marktspecialist Spirits Sergei Lichtchiouk, geciteerd door de site Sputnik Armenia.

    Druivenrassen uit de Araratvallei

    De productie van cognac in Armenië begon in 1887 op initiatief van Nersès Taïrian, een rijke zakenman. De wijnbrandewijn werd gedistilleerd ‘volgens klassieke Franse methode’ en met distillaten en vaten die uit Frankrijk werden geïmporteerd, schrijft Armedia.

    Om Armeense cognac te maken, worden endemische druivensoorten uit de Araratvallei gebruikt, die met name voorkomen in de dorpen Voskéat, Garandmak, Tchilar, Mskhali, Kangoun, Banants, Kakhet, Mekhali.

    Na de Russische revolutie van 1917 werd de productie genationaliseerd. De Yerevan Ararat-distilleerderij, genoemd naar de heilige berg van de Armeniërs, gelegen in Anatolië (het huidige Turkije), verhuisde naar Yerevan. De kelders vormen nu de oplslagplaats van tientallen miljoenen liter sterke drank.

    Het eerste Europese verzoek om de naam van Armeense cognac te wijzigen dateert uit 1959, aldus de Armeense site. Voor de export wordt de drank op de markt gebracht onder de namen Naïri, brandy Ararat en Dvin brandy Ararat.

    De productie van de Yerevan-distilleerderij was niet alleen ‘lekker en van hoge kwaliteit’, maar ook ‘betaalbaar’

    De productie van de Yerevan-distilleerderij was niet alleen ‘lekker en van hoge kwaliteit’, maar ook ‘betaalbaar’, volgens de Armeense krant Novoye Vremia.

    ‘In de Sovjet-tijd was Armeense cognac bestemd voor de buitenlandse markt’, schrijft de Russische website Life.ru. In 1975 exporteerde de Sovjet-Unie 359.850 liter van deze drank. In 1998 werd de distilleerderij overgenomen door de Franse groep Pernod Ricard, ‘een van de zeldzame keren in de geschiedenis van onafhankelijk Armenië dat privatisering gunstig is geweest voor het bedrijf en het land’, merkt Argoumenty i Fakty op.

    Het merk heeft veel geïnvesteerd om de productie te ‘moderniseren’, maar ‘zonder zich te mengen in de traditionele technologie die de afgelopen decennia door Armeense meesters is ontwikkeld’, waaronder de beroemde Markar Sedrakian.

    Om niemand te beledigen, exporteert Pernod Ricard ‘cognac’, geschreven in het cyrillisch, naar ex-Sovjetlanden, en ‘brandy’ naar Europa. ‘Er was geen andere mogelijkheid‘, aldus Novoïé Vremia. De krant haalt een teleurgestelde Armeense cognacliefhebber aan, die voorstelde ‘een Armeens dorp Cognac te noemen en de Fransen hartelijk te groeten vanuit het Armeense Cognac’.

    Hoe het ook mag heten, Armeense cognac wordt in groten getale geëxporteerd (gemiddeld 10 miljoen liter per jaar) en blijft prijzen winnen op prestigieuze internationale beurzen, zoals op 17 maart de gouden medaille voor Ararat Naïri (een blend uit 1967 en houder van dertig internationale medailles) in de vierde London Spirits Competition, ‘tegen de Franse, Amerikaanse, Spaanse en Ierse concurrenten’. De Armeense plaats Verelq is er trots op.

  • 3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    VN spreekt van doodvonnis voor Jemen

    Jemenieten en hulporganisaties noemen het tekort aan internationale financiering voor Jemen een ‘doodvonnis’ voor mensen die lijden onder de burgeroorlog in het land. Het VK, meldt The Guardian, besloot ongeveer 50 procent van de steun voor humanitaire inspanningen aan het land te verminderen.

    De VN hoopte maandag 3,85 miljard dollar (3,2 miljard euro) in te zamelen bij meer dan honderd regeringen en donoren op een virtuele conferentie om de wijdverbreide hongersnood in de ergste humanitaire crisis ter wereld te voorkomen, maar ontving slechts 1,7 miljard dollar – minder dan de helft. ‘Een teleurstellende uitkomst’, aldus secretaris-generaal van de VN António Guterres, geciteerd door de Britse krant. Het totaal dat op de conferentie van vorig jaar werd opgehaald, was 1,5 dollar miljard lager dan gehoopt.

    ‘Miljoenen Jemenitische kinderen, vrouwen en mannen hebben dringend hulp nodig om in leven te bijven. Een mindering van de hulp betekent een doodvonnis’, aldus Guterres in een verklaring. ‘Oorlog en hongersnood’, waarschuwt The Guardian‘kunnen de volgende generatie Jemenieten wegvagen.’


    Armeense premier staat open voor vervroegde verkiezingen 

    De Armeense premier Nikol Pasjinian heeft gezegd bereid te zijn vervroegde verkiezingen te houden als de parlementariërs daarmee instemmen, meldt Armenpress‘Laten we weer een verkiezing houden en we zullen zien wie de mensen vragen ontslag te nemen’, zei Pasjinian in een officieel bericht.

    In het Kaukasische land is er onrust sinds de premier een vredesakkoord sloot met Azerbeidzjan over het betwiste gebied Nagorno-Karabach. Na een oorlog van zes weken werden delen van het gebied afgestaan aan de vijand. De Armeense oppositie, grote groepen betogers en het leger waren het daar niet mee eens.

    Vorige week zegde het hoofd van de strijdkrachten zijn vertrouwen op in de regering, wat door Pasjinian als een militaire staatsgreep werd gezien. Hij besloot daarop de legerchef te ontslaan, maar de onafhankelijke president Saskissian verklaarde die beslissing ongrondwettelijk. Sindsdien gaan voor- en tegenstanders van Pasjinian dagelijks massaal de straat op.

    ‘Niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd’

    In een redactioneel commentaar van de Armeense site Aravot, schrijft Aram Abrahamyan dat de regering onder geen beding demonstraties mag organiseren. ‘Ze moeten werken en het dagelijks leven in de staat regelen, de veiligheid en welvaart van burgers garanderen. Ze mogen niet stoppen met werken, zelfs niet tijdens campagnes. Als ze twee dagen aan een betoging werken en marcheren om de leider van de staat te “steunen”, dan heeft dat niets te maken met “het regeren van het volk”. Dat is geen regering van het volk, maar van ambtenaren en oligarchen die de regering steunen, die de afgelopen dertig jaar hebben bestaan ​​en nog altijd bestaan.’

    De oppositie moet volgens Abrahamyan instemmen met het houden van snelle verkiezingen terwijl Pasjinian premier blijft, en de regering moet ermee instemmen om die verkiezingen binnen twee à drie maanden te houden en garanderen dat ze zo eerlijk mogelijk zullen verlopen. De generaals moeten hun eisen aan de regering om af te treden stoppen, en de premier moet van zijn voornemen afzien om de legerchef uit zijn functie te verheffen.

    ‘Gezien Pasjinians tegenstrijdige, verdeeldheid zaaiende aard zal dit moeilijk worden. Maar we moeten niet vergeten dat Armenië een parlementaire republiek is, en dat niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd.’


    3000 jaar oude speerpunt gevonden op het strand van Jersey

    In augustus 2020 vond Jay Cornick, een elektrotechnisch ingenieur, met zijn metaaldetector een 35 cm lange speerpunt die was begraven in het zand op een strand in het oosten van het eiland Jersey, schrijft The Daily Telegraph.

    Deze speerpunt, gemaakt van een koperlegering, was in zo’n goede staat, dat Jay Cornick dacht dat het een moderne visspeer was. ‘Hij stopte hem in zijn tas en dacht er niet meer echt aan tot hij hem aan de archeologen van Jersey Heritage liet zien’, aldus het dagblad.

    Neil Mahrer, specialist in erfgoedbehoud in Jersey, noemt de vondst ‘ongelooflijk’. De York Archaeological Trust heeft bevestigd dat de overblijfselen van het houten handvat van de speer die op de punt werden aangetroffen, dateren van tussen 1207 en 1004 voor Christus. Daarmee is dit een van de meest spectaculaire wapens uit de Bronstijd die in Noord-Europa zijn gevonden.

    De stijl van dit type speerpunt staat bekend als Tréboul, maar het gevonden object in Jersey is ‘zo groot en verfijnd’ dat het mogelijk was bedoeld was voor ceremonieel gebruik.

    De punt zou in zo’n goede staat zijn gebleven doordat hij tegen de lucht werd beschermd door het zwarte zand waarin hij begraven lag. ‘Hij overleefde niet alleen de bouw van de haven van Gorey en het middeleeuwse kasteel dat erboven uittorent, maar ook drie millennia van wintertij en stormen’, jubelt The Daily Telegraph.

  • ‘Mijn zoon zal zijn vader alleen van foto’s kennen’

    ‘Mijn zoon zal zijn vader alleen van foto’s kennen’

    De oorlog in Nagorno-Karabach doet een trauma onder de Armeniërs herleven. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.

    Op het altaar in de hoek van de koude huiskamer branden kaarsen. Op de ingelijste foto staat voor het rood-blauw-oranje van de Armeense vlag Arman Arzoemanian, vader van acht kinderen, een potige man met een strakke blik. Rondom de foto liggen zijn dienstpasjes, oorkonden en een icoon van Jezus in goud en zilver; verder een paar pakjes sigaretten en twee rollen verband. ‘Dat zat nog in zijn zakken toen ze hem vonden,’ zegt zijn weduwe Gaiane. ‘Veel meer is er niet van hem over.’

    Op de bank zit haar oudste zoon, de 21-jarige Azat. Eigenlijk had hij moeten vechten in de oorlog tegen Azerbeidzjan. Nu is hij als hoofd van het gezin plotseling verantwoordelijk voor zijn moeder en zijn zeven broertjes en zusjes. Hier in Armenië is er geen toereikend nabestaandenpensioen; vooral voor grote gezinnen zijn de betalingen volstrekt onvoldoende. Maar niet alleen de economische nood maakt zijn moeder verdrietig en woedend: ‘Mijn jongste zoon van twee jaar zal zijn vader alleen van foto’s kennen.’

    Waarom, zo vraagt ze, hebben ze al die mannen laten sterven, terwijl al vroeg in de oorlog duidelijk werd dat de Armeense strijdkrachten zwaar in de minderheid waren in de confrontatie met de oude vijand uit Azerbeidzjan? ‘Ik zal mijn kinderen moeten uitleggen dat het lichaam van hun vader is opgeblazen om het land waarvoor hij streed aan onze vijanden te geven.’

    Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen

    Voor de bevolking van Armenië zijn de laatste maanden van 2020 uitgelopen op een dubbel trauma. Velen hebben familieleden en vrienden verloren in de oorlog. Boven op de militaire nederlaag komt het gevoel weer eens in de steek te zijn gelaten door de rest van de wereld.

    Bovendien hadden de Arzoemanians juist hoop geput uit het uitbreken van de oorlog. Vijftien jaar lang hadden ze in een hut van golfplaten gewoond, in hun dorp ten noorden van de hoofdstad Jerevan, toen de regering een jaar geleden een stenen huis voor hen betaalde. Binnenkort zou ook de pas gebouwde stal van tufsteen een dak krijgen. Ze waren nog altijd niet aangesloten op het riool, maar hadden wel ruimte voor een paar dromen, vertelt Gaiane, die na de dood van haar man haar meisjesnaam Sjachnazarian weer wil gaan gebruiken. ‘We dachten dat we binnenkort niet alleen voor onszelf zouden kunnen zorgen, maar ook wat meer op de markt zouden kunnen verkopen. Eieren, melk, wol,’ zegt ze.

    Derde oorlog

    Op 27 september vervlogen deze dromen. Azerbeidzjaanse troepen, massaal gesteund door Turkse soldaten en Syrische milities, vielen de door Armeniërs bevolkte deelrepubliek Nagorno-Karabach aan. Het was het begin van de derde oorlog om het kleine gebied in het zuiden van de Kaukasus sinds de val van de Sovjet-Unie. Maar deze keer lagen de machtsverhoudingen wezenlijk anders.

    Niet alleen kreeg het land van de Azerbeidzjaanse president Ilham Alijev hulp van zijn broedervolk in Turkije, ook had de dictator jarenlang miljarden oliedollars in de modernste wapensystemen geïnvesteerd, vooral in drones. Bij de bloedige oorlog na de val van de Sovjet-Unie in de jaren negentig waren de Armeniërs na zware verliezen nog als overwinnaars uit de strijd gekomen. Ze hadden niet alleen Nagorno-Karabach maar ook omliggende Azerbeidzjaanse gebieden bezet. Volkenrechtelijk hoorden al deze gebieden nog altijd toe aan de Azeri’s, de bewoners van Azerbeidzjan. Die zonnen al bijna drie decennia op wraak.

    Aan het einde van de zomer in het pandemiejaar waren de omstandigheden gunstig voor de tegenaanval. Niet alleen waren veel landen door de coronacrisis op zichzelf gericht, ook de verkiezingen in de Verenigde Staten trokken veel aandacht, vooral van de Amerikanen. De Turken en de Azeri’s hadden zwakke plekken in de Armeense defensie vastgesteld en hielden gezamenlijke militaire oefeningen, die een dekmantel boden om oorlogsmaterieel naar Azerbeidzjan over te brengen.

    Alleen gelaten en omringd door vijanden: de realiteit beantwoordde opnieuw aan het zelfbeeld van de Armeniërs, die ernstig getraumatiseerd zijn. De volkerenmoord in 1915, begaan maar nooit erkend door de Turken, is haast evenzeer een element van hun identiteit als het christelijke geloof. Zo heeft de jonge Azat tijdens het gesprek naast de foto van zijn gesneuvelde vader een T-shirt aan dat herinnert aan de honderdste verjaardag van de genocide. Het symbool daarvoor is een bloem, een vergeet-mij-nietje. 

    ‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven’

    Vader Arman was in de eerste oorlog tegen het buurland als zestienjarige ten strijde getrokken, en teruggekeerd als een held. De overwinning op het veel grotere Azerbeidzjan en de verovering van de al vele eeuwen door hun landgenoten bevolkte gebieden hielpen de Armeniërs zich enigszins te bevrijden van de slachtofferstatus en zich ook een keer overwinnaar te voelen. Tegelijkertijd kreeg Nagorno-Karabach nog meer betekenis door het destijds vergoten bloed – wat andersom natuurlijk ook voor de Azeri’s gold. 

    ‘We zijn het aan onze voorouders verplicht, we mogen dit land nooit opgeven,’ zegt Gaiane. Zoals de meeste Armeniërs gebruikt ze de Armeense aanduiding voor Nagorno-Karabach: ‘In Artsach verdedigen we onze families en ook het Westen.’

    Artsakh Occupation Map 1

    Op de tiende dag van de oorlog raakte Arman verzeild in een droneaanval. Vier dagen lang gold hij als vermist, toen werd zijn lichaam geborgen. Omdat het gezin te arm was om de opbaring in de afscheidszaal van de gemeente te betalen, stond de kist in de huiskamer. Buren, vrienden en familie namen afscheid. Tegen Armeens gebruik in bleef het deksel van de kist gesloten. ‘Ik durfde er eerst niet in te kijken,’ zegt Gaiane, ‘maar toen ’s nachts iedereen weg was, heb ik toch gekeken. Alleen aan zijn voeten kon ik hem herkennen.’

    De overlevende Armeense soldaten maakten na de oorlog melding van bijna aanhoudende beschietingen. Van enorme troepenmachten die tegen hen het strijdperk in werden gestuurd. Van de bijna geluidloze killers in de lucht. Behalve over Turkse drones hadden de Azeri’s ook de beschikking over ‘kamikazedrones’ van Israëlische makelij. Tegelijkertijd werd de Armeense burgerbevolking in Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach, en in andere plaatsen bestookt met artillerie en clustermunitie. De Armeniërs schoten terug, ook hun projectielen kostten burgers het leven.

    In de eerste week van november werd in Stepanakert al getwijfeld aan een goede afloop. David Babaian, adviseur van Arajik Haroetjoenian, de president van Nagorno-Karabach, eiste in de eetzaal van hotel Armenia onomwonden ‘ernstige consequenties’ voor de eigen gelederen, terwijl hij met zijn vuist op tafel sloeg: ‘De vijand zal nu kennismaken met de ware strijdlust van Artsach. Elk gebouw hier verandert in een vesting!’

    ‘Wij zullen overwinnen’

    Op hetzelfde moment kwamen in het nabijgelegen ziekenhuis steeds meer zwaargewonden binnen uit Sjoesja, dat de Armeniërs Sjoesji noemen. In het stadje op de rotsen, in de dichte, met zwarte kruitdampen vermengde mist, woedde de beslissende slag om Nagorno-Karabach. ‘De granaten sloegen steeds weer een paar meter naast ons in, de lucht was bezaaid met drones, de eskadrons van de vijand kwamen van alle kanten, we waren kansloos,’ vertelde een van de verdedigers van het stadje een paar dagen later.

    Laat op de maandagavond deelde de Armeense premier Nikol Pasjinian zijn volk mee dat het voorbij was. Samen met de leider van Artsach had hij ingestemd met een verdrag, dat weliswaar door bemiddeling van de Russische president Vladimir Poetin tot stand was gekomen, maar zich meer liet lezen als een dictaat van Ilham Alijev en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Bovendien liet het de uitgangspunten van het in de voorbije jaren multilateraal gevoerde vredesproces vrijwel geheel buiten beschouwing: onmiddellijke stationering van een Russische vredesmacht voor minstens vijf jaar, gefaseerde teruggave van omvangrijke gebieden in Nagorno-Karabach en omgeving, en bovendien een Azerbeidzjaans-Turkse corridor over Armeens grondgebied tot in de exclave Nachitsjevan. De status van Nagorno-Karabach bleef ongedefinieerd. 

    Pasjinians verklaring werd door veel Armeniërs opgevat als een onvoorwaardelijke capitulatie. Nog diezelfde nacht bestormden demonstranten de regeringszetel op het Plein van de Republiek en het parlement in Jerevan. Op de reclameschermen in de stad stond op dat moment nog altijd de leus ‘Wij zullen overwinnen’.

    Aan die kreet is niets veranderd, ook al zijn er steeds meer doden van het slagveld teruggebracht en is de militaire begraafplaats Jerablur twee keer zo groot geworden. Pasjinian moet zich nu vooral verantwoorden voor zijn communicatie en voor het miserabele verwachtingsmanagement. 

    Een gevolg van dit alles zou kunnen zijn dat Armenië zich van het Westen afkeert, terwijl het land met de ‘Fluwelen Revolutie’ van 2018 juist een weg richting de vrijheid was ingeslagen en daarvoor vele warme reacties van Europese machthebbers had geoogst. De teleurstelling over de democratische landen is momenteel groot in Armenië.

    Schouderklopje

    Ook bij Baroe Jambazian, een man met een borstelige sik, een platte pet en een bril. Hij is de leider van de christelijke hulporganisatie Diaconia. Zijn levensverhaal is kenmerkend voor iemand uit de Armeense diaspora: geboren in Libanon, als kind gevlucht voor de burgeroorlog, opgegroeid in het Duitse Wetzlar. Toen hij tegen de dertig was, kwam hij naar Jerevan. De hoofdstad van Armenië was destijds nog heel traditioneel. ‘Hier heb ik mijn wortels en mijn identiteit ontdekt,’ zegt Jambazian in accentloos Duits.

    Het gevoel van verbondenheid met Duitsland, het land van zijn kinderjaren en jeugd, is gebleven, ook al heeft het een lelijke knauw gekregen. ‘Twee jaar geleden gaven ze ons allemaal een schouderklopje, maar waar waren die mensen de afgelopen zes weken?’ zegt hij. De westerse regeringen hadden op zijn minst de inzet van huurlingen en het gebruik van verboden wapens aan de kaak moeten stellen, vindt Jambazian.

    Rusland was tenminste duidelijk geweest in de communicatie: ‘Als de Azeri’s ons op ons grondgebied hadden aangevallen, dan hadden ze er gestaan.’ Daarom zouden alle Armeniërs er nu eerst eens heel goed over moeten nadenken ‘op wie ze zich in de toekomst willen richten. Want uiteindelijk komt onze veiligheid op de eerste plaats.’

    Maar oorlog heeft natuurlijk consequenties op alle niveaus. Door de pandemie was het land al in een recessie beland en inmiddels loopt het aantal besmettingen uit de hand. De economische kosten van de oorlog waren enorm, de menselijke gevolgen zijn nauwelijks te becijferen. Officieel was er sprake van circa 1400 oorlogsslachtoffers, maar er gaan geruchten dat dat wel eens het drievoudige zou kunnen zijn. ‘Elke familie in het land heeft wel een slachtoffer te betreuren en elke Armeniër kent op zijn minst wel een van de gesneuvelden,’ zegt Jambazian.

  • De clans zijn nog altijd de baas in Armenië

    De clans zijn nog altijd de baas in Armenië

    De nieuwe Armeense premier Nikol Pasjinian staat voor een schier onmogelijke taak. Vijfennegentig procent van de bevolking wil verandering, maar de overige vijf procent controleert het land.

    De perceptie van de recente gebeurtenissen in Armenië heeft een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt: eerst was er enthousiasme over het nieuws uit dit eeuwenoude land dat al het nodige heeft doorstaan, vervolgens verbazing en uiteindelijk ongerustheid. De energie van honderdduizenden burgers die zich verenigd voelen in hetzelfde verlangen om hun lot in eigen hand te nemen kon alleen maar op een gunstig en welwillend onthaal rekenen; het volstrekt vreedzame karakter van de beweging, die soms de vorm aannam van een volksfeest, was verrassend en sommigen zagen het als een blijk van de ‘bijzondere wijsheid’ die de Armeniërs eigen zou zijn.

    De reden dat nu de ongerustheid de boventoon voert is prozaïscher: er gaat geen solide structuur en geen realisme schuil achter de geafficheerde eenheid en de feestelijke stemming. Met andere woorden: na een maand van protesten is het duidelijk geworden dat een politicus wegsturen die iedereen beu was [president en voormalig premier Serzj Sarkisian] – een politicus die verre van onberispelijk was, die het land al tien jaar bestuurde met zijn familie en zijn vriendjes (al twintig jaar als je zijn voorganger meetelt die afkomstig was uit dezelfde clan) – nog geen garantie is voor geluk en welvaart. Het garandeert zelfs geen echte veranderingen in dit onverdraaglijke leven waar honderdduizenden mensen tegen in opstand kwamen, want de leiders van de protestbeweging hebben er niet de middelen voor – noch intellectueel (hervormingsprogramma’s), noch materieel (financieringsbronnen), noch organisatorisch (een grote partij of een andere structuur).

    ‘Leider van het nationaal reveil’

    Nikol Pasjinian, de onbetwiste held van de laatste weken en, zo lijkt het, een waardig en oprecht man in zijn romantische aspiraties naar een beter leven, wist zich in drie weken van ‘protestmarsen’ te verzekeren van de steun van het volk dat van hem niet alleen ‘de kandidaat van de straat’ heeft gemaakt, maar feitelijk de enige kandidaat voor het premierschap. Maar verder? Zijn partij Jelk (‘De uitweg’ in het Armeens) is piepklein, slecht gestructureerd, heeft geen programma en gaat gebukt onder interne conflicten. Zijn aanhangers hebben hem ronkend de ‘leider van het nationaal reveil’ genoemd, maar het zal voor hem niet gemakkelijk worden om die rol te spelen: dit reveil vindt plaats in een land dat tot op het bot is aangetast door corruptie en dat meer lijkt op een grondgebied dat door enkele clans onderling is verdeeld dan op een soevereine staat.

    Het beeld van de Armeense politiek is, ondanks zijn kleurrijke kant, vrij somber: geen spoor van duidelijke politieke plannen, een politiek toneel dat wordt bevolkt door extravagante persoonlijkheden met een enorm vermogen en een twijfelachtig verleden. De overheidsinstellingen zijn een soort kinderdagverblijven voor de zwaargewichten uit de financiële en politieke wereld, en omdat de kinderen van de machtigen niet noodzakelijkerwijs getalenteerd zijn maar wel vindingrijk om aan geld te komen, zijn de gevolgen voor allerlei overheidssectoren funest.

    Armenië is een klein land waar iedereen alles weet: wie van welke familie is, wie wat controleert, wie wat financiert, waar het geld vandaan komt en waar het heen gaat. De belangensferen van de verschillende personen die schaamteloos het land plunderen, hun onderlinge banden, hun betrekkingen met het buitenland (en niet alleen met Rusland) zijn voor niemand een geheim. Gedurende twintig jaar hebben de burgers in stilte toegekeken hoe hun zogenaamde politieke elite ‘rijpte’. Maar nu er een nieuw tijdperk aanbreekt, is hun geduld opgeraakt en zijn de tongen losgekomen.

    Het beginsel dat “iedereen gelijk is voor de wet” gaat in het Armeense geval niet op

    Tijdens de demonstraties hebben we het percentage vaak gehoord: 95 procent van de burgers is ontevreden. De mensen hebben zo genoeg van de zittende machthebbers dat er geen enkel compromis mogelijk is, en dat een koerswijziging onvermijdelijk is. Maar wat kun je doen als de resterende 5 procent alle nationale rijkdommen in handen heeft en aan het hoofd staat van alle overheidsinstellingen, het gehele staatsapparaat? Pasjinian heeft het herhaaldelijk gezegd: er komt geen vendetta, ze hoeven alleen maar te ‘vertrekken’. Hij heeft alleen niet uitgelegd hoe hij zich dat voorstelt: waarheen gaan ze ‘gewoon vertrekken’? Wie? En met medeneming van wat? Want in eerste instantie betekent ‘geen vendetta’ dat ze zouden vertrekken met alles wat ze gedurende vier presidentstermijnen bij elkaar hebben geplunderd voor een welverdiende oude dag met hun hele gezin ergens in een gastvrij oord. Uiteindelijk zou deze oplossing een soort Armeense ‘aanpak’ kunnen worden in de strijd tegen corruptie: we laten het verleden rusten, we beginnen met een schone lei. Maar je kunt er vergif op innemen dat de 95 procent ontevredenen die op een koerswijziging wachten niet zullen instemmen met deze ‘originele’ oplossing.

    Om het ‘nationaal reveil’ een wat realistischer karakter te geven zullen de leiders van de protestbeweging op zijn minst moeten overgaan tot inbeslagneming van de goederen die op ongeoorloofde wijze zijn vergaard door een ruime kring van gefortuneerden die de Armeense leidinggevende klasse vormt. Laten we hopen dat het zonder bloedvergieten lukt, maar hoe dan ook roept dat nieuwe vragen op: wie gaat die ruime kring afbakenen, welke criteria worden gehanteerd bij de inbeslagneming, wie gaat dit schitterende proces controleren en wat zullen de inbeslagnemers doen met hetgeen ze in beslag genomen hebben? Laten we van meet af vaststellen dat het beginsel dat ‘iedereen gelijk is voor de wet’ in het Armeense geval niet opgaat. Want het gehele veiligheids- en justitieel apparaat zit zo in elkaar dat het wordt gecontroleerd en op alle niveaus wordt bezet door die mensen aan wie nu gevraagd wordt ‘gewoon te vertrekken’. Natuurlijk zou je commissarissen kunnen benoemen in alle instellingen. Maar waar vind je die en hoe kun je garanderen dat zij hun werk goed doen?

    Aanhangers van Nikol Pashinian demonstreren in de hoofdstad Yerevan, vlak voor zijn benoeming tot premier. – © Thanassis Stavrakis / HH
    Aanhangers van Nikol Pashinian demonstreren in de hoofdstad Yerevan, vlak voor zijn benoeming tot premier. – © Thanassis Stavrakis / HH

    Deze vicieuze cirkel geldt voor alle problemen waar dit futloze land mee kampt: er is geen enkele sector, geen enkel aspect van het leven dat niet is aangetast door corruptie. Iedere poging om daar iets aan te veranderen en met een schone lei te beginnen, zal stuklopen op het feit dat niets zomaar verandert, en dat noch de instrumenten noch de mensen voorhanden zijn om dat te doen. Niemand heeft het er ook publiekelijk over in Armenië. De mensen geloven oprecht dat het land een ‘opleving’ zal meemaken en vestigen hun hoop op de vervroegde parlementsverkiezingen. De nieuwe premier belooft het kiesstelsel te hervormen en verzekert dat Armenië na deze verkiezingen een gedaantewisseling zal ondergaan.

    De mensen geloven het blindelings en het is dit gevoel dat ten grondslag ligt aan deze protestbeweging die op alle vlakken enig in haar soort is. De energie is aandoenlijk maar neemt de twijfel over de toekomst niet weg. De ‘dag na het feest’ is helaas niet zo vrolijk als de muziek, het gedans en het geroosterde vlees op de bijeenkomsten, waar slogans geroepen werden als ‘Weg met de machthebbers!’

    Auteur: Sergej Agafonov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Ogonjok | weekblad | oplage 67.000

    ‘Kleine vlam’, opgericht op 21 december 1899, is een van de oudste weekbladen van Rusland. Het brengt vooral lange portretten van schrijvers, sporters, acteurs en politici, mooie reisrapportages en achtergrondartikelen over sociale kwesties, altijd voorzien van opmerkelijke fotografie.