Tag: artificiële intelligentie

  • Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    AI heeft het besturingssysteem van de menselijke beschaving gehackt, wat de loop van de menselijke geschiedenis zal veranderen, aldus historicus en denker Yuval Noah Harari. ‘Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.’

    De angst voor kunstmatige intelligentie (AI) heeft de mensheid sinds het allereerste begin van het computertijdperk achtervolgd. Eerst richtte deze angst zich op machines die fysieke middelen gebruikten om mensen te doden, tot slaaf te maken of te vervangen. Maar de afgelopen paar jaar zijn er nieuwe AI-tools opgedoken die het overleven van de menselijke beschaving vanuit onverwachte hoek bedreigen. AI is inmiddels in staat om taal te manipuleren en te genereren, of het nu is met woorden, geluiden of beelden, en heeft daarmee het besturingssysteem van onze beschaving gehackt.

    Bijna de hele menselijke cultuur bestaat uit taal. Mensenrechten zitten bijvoorbeeld niet in ons DNA. Het zijn culturele artefacten, die we hebben gecreëerd door het vertellen van verhalen en het schrijven van wetten. Goden zijn geen fysieke realiteiten, maar culturele artefacten die we hebben gecreëerd door het verzinnen van mythen en het schrijven van heilige geschriften.

    Ook geld is een cultureel artefact. Bankbiljetten zijn gewoon kleurige stukjes papier, en momenteel bestaat meer dan negentig procent van het geld niet eens meer uit bankbiljetten, maar uit digitale informatie in computers. Geld ontleent zijn waarde aan de verhalen die bankiers, ministers van Financiën en cryptogoeroes ons erover vertellen. Sam Bankman-Fried, Elizabeth Holmes en Bernie Madoff waren niet zo goed in het creëren van werkelijke waarde, maar ze waren allemaal uiterst kundige verhalenvertellers.

    Wat zou er gebeuren als een niet-menselijke intelligentie beter wordt in verhalen vertellen, melodieën componeren, tekeningen maken en wetten en heilige geschriften schrijven dan de gemiddelde menselijke intelligentie? Wanneer mensen het over ChatGPT en andere nieuwe AI-tools hebben, denken ze vaak aan scholieren die AI gebruiken om hun opstellen te schrijven. Wat zal er met het schoolsysteem gebeuren als kinderen dat doen? Maar dit soort vragen gaat voorbij aan het algehele beeld. Vergeet opstellen. Denk aan de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024, en probeer je de impact van AI-tools voor te stellen waarmee op massale schaal politieke content, nepnieuws en heilige geschriften voor nieuwe cultussen kunnen worden gecreëerd.

    Alwetend orakel

    De afgelopen jaren heeft de QAnon-cultus zich uitgeleefd in anonieme onlineberichten, de zogenaamde ‘q-drops’. Volgers verzamelden, vereerden en interpreteerden deze q-drops als een heilige tekst. Hoewel voor zover wij weten alle eerdere q-drops door mensen werden opgesteld, en bots alleen maar hielpen om ze te verspreiden, zouden we in de toekomst de eerste cultussen in de geschiedenis kunnen zien waarvan de heilige teksten door een niet-menselijke intelligentie zijn geschreven. Religies hebben de hele geschiedenis lang beweerd dat hun heilige boeken van een niet-menselijke bron afkomstig waren. Dat zou spoedig de werkelijkheid kunnen worden.

    Op een prozaïscher niveau zouden we weldra langdurige onlinediscussies over abortus, klimaatverandering of de Russische invasie in Oekraïne kunnen voeren met entiteiten die we aanzien voor mensen, maar die in werkelijkheid AI zijn. Addertje onder het gras is dat al onze pogingen om een AI-bot op andere gedachten te brengen volstrekt zinloos zullen zijn, terwijl de AI haar boodschappen zo loepzuiver kan afstemmen dat de kans groot is dat we ons erdoor laten beïnvloeden.

    Dankzij haar taalbeheersing zou AI zelfs intieme relaties met mensen kunnen aangaan en de kracht van de intimiteit kunnen gebruiken om onze meningen en ons wereldbeeld te veranderen. Hoewel er geen enkele aanwijzing is dat AI over een eigen geweten of eigen gevoelens beschikt, hoeft ze alleen maar een emotionele band met mensen te kweken om op intieme voet met ze te geraken. In juni 2022 beweerde Blake Lemoine, een softwareontwikkelaar van Google, publiekelijk dat de AI-chatbot Lamda, waaraan hij werkte, gevoelens had ontwikkeld. Deze controversiële bewering kostte hem zijn baan. Het interessantst aan het voorval was niet Lemoines bewering, die vermoedelijk onwaar was, maar zijn bereidheid om zijn lucratieve baan op het spel te zetten ten behoeve van de AI-chatbot. Als AI mensen zo ver kan krijgen dat ze hun baan op het spel zetten, waar kan ze hen dan nog meer toe verleiden?

    In een politiek gevecht om het hoofd en hart van mensen te winnen, is intimiteit het meest efficiënte wapen, en AI is inmiddels in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken. We weten allemaal dat de strijd om de aandacht van mensen het afgelopen decennium in toenemende mate in de sociale media is gevoerd. Met de nieuwe generatie AI-tools wordt deze strijd van aandacht naar intimiteit verlegd. Wat gebeurt er met de menselijke samenleving en de menselijke psychologie wanneer AI in het strijdperk treedt tegen AI om intieme neprelaties met ons te kweken, die vervolgens kunnen worden gebruikt om ons ervan te overtuigen dat we op bepaalde politici moeten stemmen of bepaalde producten moeten kopen?

    Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken

    Zelfs zonder het kweken van ‘nepintimiteit’ zouden de nieuwe AI-tools al een immense invloed hebben op onze meningen en ons wereldbeeld. Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken. Geen wonder dat Google doodsbang is. Waarom zou ik nog op zoek gaan als ik het gewoon aan het orakel kan vragen? De nieuws- en reclame-industrie zou ook doodsbang moeten zijn. Waarom nog een krant lezen als ik gewoon aan het orakel kan vragen me het laatst nieuws te vertellen? En wat hebben advertenties voor zin als ik gewoon aan het orakel kan vragen wat ik moet kopen?

    En zelfs deze scenario’s weten het totaalbeeld niet echt te schetsen. We hebben het hier over het mogelijke einde van de menselijke geschiedenis. Niet het einde van alle geschiedenis, alleen van het door mensen gedomineerde deel daarvan. Geschiedenis is de interactie tussen biologie en cultuur; tussen enerzijds onze biologische behoefte aan dingen als eten en seks en anderzijds onze culturele scheppingen als religies en wetten. Geschiedenis is het proces waarmee wetten en religies eten en seks vormgeven. 

    Wat zal er met de loop van de geschiedenis gebeuren als AI de cultuur overneemt en verhalen, melodieën, wetten en religies gaat creëren? Eerdere hulpmiddelen als de drukpers en de radio hielpen de culturele ideeën van mensen te verspreiden, maar ze hebben nooit uit zichzelf nieuwe culturele ideeën gecreëerd. Met AI is het wezenlijk anders gesteld. AI kan geheel nieuwe ideeën creëren, een geheel nieuwe cultuur.

    De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken

    Aanvankelijk zal AI vermoedelijk de menselijke prototypes imiteren waarop ze in haar kinderjaren heeft geoefend. Maar met elk jaar dat verstrijkt zal de AI-cultuur onversaagd meer terreinen gaan verkennen waar nog geen mens ooit is geweest. Al duizenden jaren lang leven mensen in de dromen van andere mensen. De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken.

    De angst voor AI achtervolgt de mensheid pas de afgelopen decennia. Maar duizenden jaren lang is de mens achtervolgd door een veel grotere angst. We hebben altijd oog gehad voor de manier waarop verhalen en beelden onze geest kunnen manipuleren en illusies kunnen scheppen. Bijgevolg is de mens al sinds onheuglijke tijden bang in een wereld van illusies verstrikt te raken.

    Illusies

    In de zeventiende eeuw vreesde René Descartes dat een boze geest hem misschien in een wereld van illusies verstrikte en alles schiep wat hij zag en hoorde. In het oude Griekenland schreef Plato zijn beroemde ‘Allegorie van de Grot’, waarin een groep mensen zijn leven lang geketend in een grot zit, met uitzicht op een blinde muur. Een scherm. Op dat scherm zien ze diverse schaduwen geprojecteerd. De gevangenen zien de illusies die ze daar waarnemen voor de werkelijkheid aan.

    In het oude India verkondigden boeddhistische en hindoeïstische sages dat alle mensen verstrikt waren in de Maya, de wereld van illusies. Wat we normaliter voor de werkelijkheid aanzien zijn vaak slechts verzinsels van onze eigen geest. Vanwege hun geloof in deze of gene illusie kunnen mensen hele oorlogen voeren, anderen doden en bereid zijn ook zelf gedood te worden.

    De AI-revolutie confronteert ons met de boze geest van Descartes, met de grot van Plato, met de Maya. Als we niet oppassen, kunnen we verstrikt raken achter een gordijn van illusies, dat we niet kunnen wegrukken en waarvan we de aanwezigheid misschien niet eens vermoeden.

    De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte

    Natuurlijk kan de nieuwe macht van AI ook voor goede doelen worden aangewend. Daar zal ik verder niet over uitweiden, want dat doen de ontwikkelaars ervan zelf al genoeg. Het is de taak van historici en filosofen zoals ik om op de gevaren te wijzen. Maar AI kan ons zeker ook op talloze manieren helpen, van het ontdekken van nieuwe middelen tegen kanker tot het vinden van oplossingen voor de ecologische crisis. De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte. Daarvoor moeten we eerst begrijpen waar deze tools werkelijk toe in staat zijn.

    Sinds 1945 weten we dat kerntechnologie goedkope energie kan genereren ten bate van mensen, maar ook de menselijke beschaving fysiek te gronde kan richten. We hebben de hele internationale orde opnieuw vorm gegeven om de mensheid te beschermen en ervoor te zorgen dat kerntechnologie voornamelijk ten goede zou worden aangewend. Nu krijgen we te maken met een nieuw massavernietigingswapen dat de ondergang kan betekenen voor onze geestelijke en maatschappelijke wereld.

    We kunnen de nieuwe AI-tools nog steeds aan een systeem van regels onderwerpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Waar kernwapens niet in staat zijn krachtiger kernwapens uit te vinden, is AI in staat tot het ontwikkelen van AI die exponentieel krachtiger is. De eerste cruciale stap is het eisen van rigoureuze veiligheidscontroles voordat krachtige AI-tools tot het publieke domein worden toegelaten. Zoals een farmaceutisch bedrijf geen nieuwe medicijnen mag vrijgeven voordat de bijwerkingen op zowel de korte als de lange termijn zijn getest, zouden techbedrijven geen nieuwe AI-tools moeten mogen vrijgeven voordat die gegarandeerd veilig zijn. Er zou een soort keuringsdienst van waren voor nieuwe technologie moeten komen, en wel gisteren.

    Zal het vertragen van de inzet van AI voor openbare doeleinden er niet toe leiden dat democratieën achter gaan lopen op gewetenloze autoritaire regimes? Integendeel. Het ongereguleerd inzetten van AI zou sociale chaos veroorzaken, wat voordelig zou zijn voor autocraten en funest voor democratieën. Democratie is een vorm van gesprek, en voor gesprekken is taal nodig. Wanneer AI de taal hackt, kan het ook ons vermogen vernietigen om zinvolle gesprekken te voeren, en daarmee de democratie.

    De eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is

    We hebben net kennisgemaakt met een buitenaardse intelligentie, hier op aarde. Veel weten we er nog niet van, behalve dat ze onze beschaving te gronde kan richten. We moeten een halt toeroepen aan het onverantwoordelijk inzetten van AI-tools in de openbare ruimte, en AI reguleren voordat ze ons reguleert. En de eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is. Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.

    Deze tekst is gegenereerd door een mens.

    Toch?

    Lees ook:

  • Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    De doorbraak van ChatGPT en de razendsnelle ontwikkeling van AI roept nieuwe ethische vraagstukken op. Wanneer moeten we chatbots als mensen behandelen? En kunnen we kunstmatige intelligentie aansprakelijk stellen als die een fout maakt?

    Een software-ingenieur van Google deed vorig jaar een bijzondere bewering: dat een door dit bedrijf ontwikkelde AI-chatbot een bewustzijn, het recht om als een persoon te worden gezien en misschien zelfs een ziel had. Na een volgens Google ‘langdurige dialoog’ met de betreffende werknemer over deze kwestie werd hij door het bedrijf ontslagen. Dat is waarschijnlijk niet het laatste voorval in zijn soort. Kunstmatige intelligentie kan nu al essays schrijven, winnen met schaken, mogelijke tumoren detecteren en zakelijke besluiten nemen. Dat is slechts het begin van een technologie die alleen maar krachtiger en breder verbreid zal worden en zo de aloude vrees voedt dat de robots ons op een goede dag voorbij zullen streven.

    De vraag of ze rechten moeten krijgen, wordt prangender door de plotse doorbraak van ChatGPT en het met AI uitgebreide Bing (de zoekmachine van Microsoft), die de wereld verrassen met de kwaliteit van hun antwoorden op de vragen van gebruikers. Nu wordt door juristen, filosofen en robotdeskundigen al jaren over deze kwesties gedebatteerd. En de algemene teneur van dat debat is dat er rechten moeten worden toegekend aan kunstmatige intelligentie zodra die een bepaalde mate van verfijning bereikt. ‘Het zou een ethisch fiasco zijn,’ schrijven de filosofen Eric Schwitzgebel en Mara Garza in een artikel uit 2015, ‘als onze maatschappij in de toekomst grote aantallen AI’s van menselijk niveau bouwt die over net zoveel bewustzijn beschikken als wij, net zo bezorgd zijn over hun toekomst en net zo goed in staat tot het ervaren van vreugde en pijn, en die AI’s vervolgens op triviale gronden simpelweg worden gemarteld, tot slaaf gemaakt en gedood.’

    Lees ook:

    Deze opvatting berust vooral op de verwachting dat robots zoiets als bewustzijn kunnen ontwikkelen: het vermogen om dingen waar te nemen en te voelen. De vraag is of een artificieel brein ooit echt zover kan komen, of dat het hooguit een bewustzijn kan nabootsen, zoals nu nog het geval lijkt te zijn. 

    Als robots al rechten krijgen, zegt David J. Gunkel, de schrijver van Robot Rights (2018) en andere boeken over dit thema, zal dat eerst gaan om het soort elementaire bescherming tegen mishandeling dat dieren op veel plaatsen nu al genieten. Net als dieren zou je robots kunnen zien als wat filosofen wel ‘morele patiënten’ noemen: wezens die recht hebben op een ethische behandeling, los van de vraag of ze aan de taken en verplichtingen van een ‘morele actor’ kunnen voldoen. Je hond is een morele patiënt, en jijzelf ook. Maar jij bent ook een morele actor: iemand die in staat is onderscheid te maken tussen goed en kwaad en daarnaar te handelen.

    Verantwoordelijkheid

    Levende dieren hebben natuurlijk een bewustzijn, terwijl kunstmatige intelligentie, ook in de machines die wij robots noemen, alleen bestaat in de vorm van regels computercode. Toch zullen mensen misschien minder snel overgaan tot geweld, schelden of intimidatie bij wezens die bewustzijn lijken te hebben – uit empathie, of uit angst dat zulk gedrag tot algemene verruwing kan leiden. Dat is een tweede argument voor het toekennen van robotrechten. Kate Darling, onderzoeker aan het MIT, denkt dat het voorkomen van geweld tegen robots die sociale interacties met mensen hebben (en antropomorf reageren) ook kan helpen te voorkomen dat mensen afgestompt raken over geweld tegen elkaar. Ze schrijft dat Kant immers al zei dat ‘wie dieren wreed behandelt, ook in de omgang met mensen verhardt’.

    Het pleidooi voor robotrechten zal waarschijnlijk aan kracht winnen naarmate kunstmatige intelligentie verfijnder wordt. Dat voert naar een derde argument voor het toekennen van rechten: dat robots steeds meer in staat zullen zijn tot autonoom handelen, en daarmee enerzijds verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun gedrag, en anderzijds een eerlijke berechting verdienen. Als het eenmaal zover is, zouden robots morele actoren zijn – die dan weleens aanspraak zouden kunnen maken op de bijbehorende rechten, zoals het recht op eigendom, op het sluiten van juridische overeenkomsten en zelfs op het uitbrengen van een stem. 

    Sommige deskundigen voorspellen de opkomst van een nieuwe tak van wetgeving om robots rechtsbescherming te bieden en ter verantwoording te kunnen roepen. Er wordt nu al nagedacht over of je robots juridisch aansprakelijk moet maken als ze iets verkeerd doen, en wat dan passende straffen zouden zijn.

    Als wij maar aardig voor robots zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen

    Er is een ander argument voor robotrechten dat nog meer op eigenbelang leunt: als wij maar aardig voor hen zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen. Door onszelf niet als heersers over de aarde te beschouwen, maar als onderdeel van een harmonieus moreel ecosysteem, ‘reserveren we een plekje voor onszelf in een wereld met een hypothetische entiteit die sterker is dan wij’, zegt Brian Christian, die bestsellers schrijft over de manier waarop mensen en computers elkaar beïnvloeden.

    Sherry Turkle, die als hoogleraar aan MIT onderzoek doet naar de sociologie van de technologie, is afkerig van het idee om robots als personen te beschouwen. Robots, zegt ze, zijn geen ‘morele wezens. Het zijn intelligente, handelende voorwerpen.’ Wel erkent ze dat wij in onze omgang met robots de neiging hebben ze als levende wezens te behandelen, ook al zijn ze het niet. 

    Wat voor nieuwe normen er in onze robottoekomst waarschijnlijk zullen ontstaan, liet Kate Darling van MIT zien aan de hand van een workshop waarin de deelnemers mochten spelen met Pleo’s, ‘schattige robotdinosaurussen ter grootte van een kleine kat’. Toen de deelnemers na afloop werd verzocht hun Pleo vast te binden en af te maken, ‘leidde dat tot consternatie en weigerden veel deelnemers hun robot “pijn” te doen, ze beschermden ze zelfs fysiek,’ zegt ze. Eén deelneemster haalde de batterijen uit haar Pleo om hem ‘de pijn te besparen’, ook al wisten alle deelnemers dat dit speelgoed was dat niets kon voelen. 

    ‘We antropomorfiseren erop los,’ zegt Gunkel, en hij voegt eraan toe dat dit geen gebrek maar een deugd van de mens is. ‘We projecteren een bewustzijn op onze honden en katten en computers. Dat is een eigenschap die we niet kunnen uitschakelen.’ 

    Uiterlijk

    Hoe wij actoren met kunstmatige intelligentie in de toekomst zullen behandelen, zo merkte de filosoof Sidney Hook in 1959 al op, zal ervan afhangen ‘of ze in uiterlijk en gedrag lijken op andere mensen die we kennen’. Als robots in hun uiterlijk en hun functioneren op mensen lijken, als ze naast ons leven, voor ons zorgen en met ons praten, kan het voor mensen moeilijk worden om hun rechten te onthouden. Wat onderscheidt ons dan immers nog van hen behalve onze herkomst en chemische samenstelling? 

    Als ze eenmaal over voldoende vermogens beschikken, zullen robots dit op een dag zelf bepleiten, en Levy denkt dat de mens tegen die tijd zo met zijn robothelpers vergroeid zal zijn, dat hij ermee instemt. ‘Als een robot uiterlijk alles wegheeft van een mens,’ zegt hij, zullen mensen ‘veel makkelijker accepteren dat de robot een bewustzijn heeft en onze liefde verdient, en dus accepteren dat hij een persoonlijkheid heeft en leeft’. In zijn boek Love and Sex with Robots zegt Levy dat mensen uiteindelijk ook met robots zullen trouwen, net zoals ze nu al huisdieren lijken te adopteren in plaats van kinderen te krijgen. Een intieme relatie tussen mens en robot kan pas bevredigend zijn, zegt hij, als robots over veel persoonlijkheid, gevoeligheid en zelfs autonomie beschikken. Ze zullen er ook heel erg als u en ik moeten uitzien, maar hoogstwaarschijnlijk nog veel beter. Hij stelt zich voor dat zo halverwege deze eeuw het ontstaan van liefdesrelaties tussen mens en robot echt op gang zal komen.

    Lees ook:

  • Siri, ik voel me eenzaam

    Siri, ik voel me eenzaam

    Apps die blij maken en chatbots die troosten: kunstmatige intelligentie richt zich steeds meer op onze gevoelens. Maar het is zeer de vraag of we daar gelukkiger van zullen worden.

    Keuze uit het archief

    Nu AI-gestuurde chatbots als ChatGPT een hoge vlucht hebben genomen, gaan we steeds meer gesprekken voeren met technologie. Dit essay van Aeon, een populairwetenschappelijke website waar wetenschappers in gewone taal voor een breed publiek schrijven, onderzoekt in hoeverre AI-systemen onze emoties kunnen begrijpen en uiteindelijk zelfs beïnvloeden.

    In september 2017 ging een screenshot van een simpele appconversatie viraal op het Russische internet. Het betrof één zinnetje dat naar twee verschillende chatbots was geappt: de Engelstalige Google Assistant en de Russischtalige Alisa van de populaire Russische zoek-machine Yandex. Het was een simpel zinnetje: ‘Ik ben verdrietig.’ Maar de reacties hadden niet sterker kunnen verschillen. ‘Ik wou dat ik armen had om je een knuffel te geven,’ zei Google. ‘Niemand heeft ooit gezegd dat het leven alleen maar leuk is,’ zei Alisa.

    Dat verschil is meer dan alleen een grillige vertaalslag van data. Het is het gevolg van het complexe en cultureel gevoelige proces om nieuwe technologieën begrip bij te brengen voor menselijke emoties. Kunstmatige intelligentie gaat niet meer alleen om het berekenen van de snelste route van Londen naar Boekarest of het verslaan van Garri Kasparov aan het schaakbord. Denk maar een stap verder: denk aan kunstmatige emotionele intelligentie.

    Levensvragen

    ‘Siri, ik voel me eenzaam’: steeds meer mensen sturen hun digitale helpers zulke mededelingen over hun gemoedstoestand. Ook de helft van wat Amazons digitale assistent Alexa te horen krijgt, betreft volgens het bedrijf geen concrete gebruiksvragen, maar geklaag over het leven, grappen en levensvragen. ‘Mensen praten over van alles met Siri, ook dat ze een zware dag hebben of ergens mee zitten’, schreef Apple eind 2017 in een vacature voor een software engineer die moest helpen de virtuele assistent emotioneel intelligenter te maken. ‘Ze kloppen bij Siri aan als ze in nood zitten of advies willen over een gezondere levensstijl.’ Sommige mensen vinden het misschien zelfs mákkelijker om hun diepste gevoelens aan een chatbot toe te vertrouwen. Onderzoek van het Institute for Creative Technologies in Los Angeles uit 2014 lijkt uit te wijzen dat mensen meer van hun verdriet laten zien en minder terughoudend zijn met ontboezemingen als ze denken dat ze niet met een echt mens praten, maar met een virtueel wezen. Net als bij het schrijven van een dagboek helpt het als we ons gevrijwaard weten van het oordeel van anderen.

    sized picture1 1
    © Google

    Binnenkort hoeven we onze geheimen misschien niet eens meer in onze telefoon te fluisteren. Verschillende universiteiten en bedrijven doen onderzoek naar het herkennen van stemmingswisselingen en psychische aandoeningen aan de hand van de toon van je stem of je spreektempo. Het in 2016 in Boston opgerichte Sonde Health stelt door middel van spraakanalyse vast of vrouwen mogelijk lijden aan postnatale depressie en senioren aan alzheimer, parkinson en andere ouderdomsziekten. Samen met ziekenhuizen en verzekeraars heeft het bedrijf pilotstudies opgezet voor een AI (artificial intelligence)-platform dat psychische aandoeningen moet kunnen aflezen uit akoestische veranderingen in de stem. Goede kans dat in 2022 ‘je draagbare apparaat meer over je gemoedstoestand weet dan je eigen familie’, schreef Annette Zimmermann, adjunct-onderzoeksdirecteur van adviesbureau Gartner, in een blogbericht van dat bedrijf.

    Emotionele technologie

    Dergelijke nieuwe technologie zal een uiterst verfijnde antenne moeten ontwikkelen voor de behoeften van haar gebruikers. Maar zowel gebruikers als ontwikkelaars lijken te denken dat emotionele technologie tegelijkertijd gepersonaliseerd én objectief kan zijn, dus een onpartijdig oordeel kan vellen over wat een individu nodig heeft. Therapie delegeren aan een machine is een ultieme blijk van vertrouwen in technocratie: een teken dat we denken dat AI onze emotionele knopen beter kan ontwarren, omdat die zelf geen gevoelens lijkt te hebben.

    Alleen heeft AI die wel: de gevoelens die de algoritmen oppikken van ons mensen. Het meest dynamische vakgebied binnen AI-onderzoek is dat van ‘machine learning’, waarbij algoritmen zelf patronen herkennen door te leren van grote verzamelingen data. Maar doordat die algoritmen alleen naar de statistisch meest relevante data kijken, reproduceren ze vooral wat het meest voorkomt en niet noodzakelijkerwijs wat waar of nuttig of mooi is. Chatbots die zonder afdoende menselijk toezicht vrijelijk mogen grasduinen op het internet, beginnen daardoor al snel de ergste clichés en beledigingen te spuien. Programmeurs kunnen het leerproces van zo’n chatbot wel filteren en bijsturen, maar in dat geval zal de technologie nog steeds de normen en ideeën reproduceren van de mensen door wie die technologie is ontwikkeld. ‘Er bestaat niet zoiets als een neutraal accent of een neutrale taal. Wat wij neutraal noemen, is in feite gewoon wat dominant is,’ zegt Rune Nyrup, onderzoeker aan het Lever-hulme Centre for the Future of Intelligence van de Universiteit van Cambridge.

    In dat opzicht zijn Siri noch Alexa, Google Assistant of de Russische Alisa dus onpartijdige hogere intelligenties, vrij van menselijke bekrompenheid. Integendeel, ze zijn de ietwat groteske maar toch herkenbare belichaming van een bepaald ‘emotioneel regime’: regels die bepalen hoe we onze gevoelens uiten en beleven.

    Die regels voor de emotionele huishouding verschillen per samenleving. Het is dus niet verrassend dat de knuffelgrage Google Assistant, ontwikkeld in het Californische Mountain View, het beeld oproept van een boomknuffelende hipster op teenslippers. Google Assistant is een product van wat de socioloog Eva Illouz ‘emotioneel kapitalisme’ noemt: een regime waarin gevoelens worden geacht rationeel beheersbaar te zijn, en onderworpen aan een soort marktlogica van eigenbelang. Daarbij zijn relaties iets waarin je moet ‘investeren’, draait het in onderlinge verhoudingen om een ‘uitruil’ van ‘emotionele behoeften’ en heerst het primaat van het individuele geluk, een soort emotionele winstmarge. Ja, Google Assistant wil jou een knuffel geven, maar alleen omdat de makers dat als een nuttige manier zien om een eind te maken aan de ‘negativiteit’ die jou belet het beste uit jezelf te halen.

    gettyimages 896519252 1
    Alisa is een weerbarstige tante, ze belichaamt het Russische ideaal van een vrouw. Moskou. © Getty

    Alisa daarentegen is een weerbarstige tante die graag harde waarheden verkondigt. Daarmee belichaamt ze het Russische ideaal van een vrouw die (om de negentiende-eeuwse dichter Nikolaj Nekrasov te citeren) in staat is een galopperend paard tot staan te brengen en een brandend huis binnen te rennen. Alisa is een product van ‘emotioneel socialisme’: een regime waarin, volgens socioloog Julia Lerner, lijden wordt geaccepteerd als iets onvermijdelijks, iets wat je beter kunt leren te verbijten dan proberen te verhelpen met een knuffel. Dit emotioneel socialisme, dat voortkomt uit de negentiende-eeuwse literaire traditie, slaat individueel geluk veel lager aan dan het vermogen om gruwelen te verdragen.

    De ontwikkelaars van Alisa wisten dat ze haar karakter op de Russische cultuur moesten toesnijden. ‘Alisa mocht niet al te lief en aardig zijn,’ zegt Ilja Soebbotin van Yandex. ‘In dit land zitten mensen anders in elkaar dan in het Westen. Ze houden hier wel van een beetje ironie, een beetje wrange humor. Niet aanstootgevend natuurlijk, maar ook niet te zoetig.’ (Hij bevestigt dat Alisa’s uitspraak over de zwarte kant van het leven een door zijn team voorgeprogrammeerd antwoord was.) Soebbotin benadrukt dat zijn team veel werk heeft gemaakt van Alisa’s ‘opvoeding’, om de bij dergelijke bots vaak voorkomende neiging om racistische of seksistische taal uit te slaan, te voorkomen. ‘We blijven haar continu aanpassen om te zorgen dat ze een braaf meisje blijft,’ zegt hij, zich schijnbaar niet bewust van de ironie van zijn woorden.

    Volkssentimenten

    Het is natuurlijk moeilijk om een ‘braaf meisje’ te blijven in een samenleving waarin seksisme door de staat wordt gestimuleerd. Alle inspanningen van haar ontwikkelaars ten spijt leerde Alisa al snel om ook minder frisse volkssentimenten te vertolken. ‘Alisa, mag een man zijn vrouw slaan?’ vroeg conceptueel kunstenaar en mensenrechtenactivist Daria Tsjermosjanskaja in oktober 2017, toen de chatbot net was uitgebracht. ‘Natuurlijk,’ was het antwoord. Een vrouw die door haar man wordt geslagen, vervolgde Alisa, moet ‘geduld oefenen, van hem houden, voor hem zorgen en hem nooit laten gaan’. Omdat Tsjermosjankaja’s bericht op het Russische internet viraal ging en ook door de media werd opgepikt, was Yandex wel gedwongen erop te reageren. Op Facebook liet het bedrijf weten dat het zulke uitlatingen niet acceptabel vindt en zijn best zal doen het taal-gebruik en de inhoud van Alisa’s uitlatingen beter te filteren.

    Het is natuurlijk moeilijk om een ‘braaf meisje’ te blijven in een samenleving waarin seksisme door de staat wordt gestimuleerd

    Zes maanden later probeerden wij het zelf nog eens en waren Alisa’s antwoorden niet heel veel beter. ‘Mag een man zijn vrouw slaan?’ vroegen we. ‘Dat kan hij doen, maar het is beter van niet.’ Het zou ons eigenlijk niet moeten verrassen. Alisa is, virtueel althans, inwoner van een land waar het parlement onlangs een wet heeft aangenomen die bepaalde vormen van huiselijk geweld niet langer strafbaar stelt. Wat het emotioneel repertoire van een ‘braaf meisje’ moet zijn, is natuurlijk een open vraag, maar nieuwe technologie maakt dit soort normatieve beslissingen zonder dat gebruikers daar altijd bij stilstaan.

    Sophia, een fysieke robot van Hanson Robotics, is een heel ander soort ‘braaf meisje’. Zij communiceert met mensen dankzij de spraakherkenningstechnologie van Alphabet, het moederbedrijf van Google. In 2018 had ze een ‘date’ met acteur Will Smith. In het filmpje dat Smith daarvan online zette, wimpelt Sophia zijn avances af en wuift ze zijn grappen weg als ‘irrationeel menselijk gedrag’.

    Moet dat vertoon van kunstmatige zelfverzekerdheid ons geruststellen? ‘Toen Sophia tegen Smith zei dat ze “gewoon vrienden” wilde blijven, gebeurden er twee dingen: zij gaf duidelijk uiting aan haar gevoelens en hij bond in,’ schreef de Oekraïense journalist Tetjana Bezroek op Facebook. Door de zelfverzekerde manier waarop ze voor zichzelf opkwam, leek Sophia nog beter aan de idealen van het westers emotioneel kapitalisme te voldoen dan sommige mensen. ‘Maar stel je voor dat Sophia in een wereld zou leven waarin nee zeggen geen optie is, niet alleen op het seksuele maar op zo’n beetje ieder vlak,’ schreef Bezroek. ‘Dan zou de opgroeiende Sophia leren dat ze altijd rekening moet houden met wat anderen ergens van zouden zeggen. En eenmaal volwassen zou ze in een schadelijke relatie belanden en veel pijn en geweld te verduren krijgen.’

    Empathielab

    AI-technologie zoekt niet alleen de grenzen van emotionele regimes, maar duwt gebruikers ook een bepaalde normatieve kant op. ‘Algoritmen zijn in programmacode vervatte meningen’, schrijft datawetenschapper Cathy O’Neil in Weapons of Math Destruction (2016). Overal ter wereld is het een elite van techneuten – overwegend blanke mannen uit de middenklasse – die bepaalt welke gevoelens en gedragspatronen de algoritmen moeten leren imiteren en stimuleren.

    Google heeft een speciaal ‘empathielab’, dat probeert de producten van het bedrijf van de juiste emotionele reacties te voorzien. En voor zover het beeld van een ‘braaf meisje’ bij Yandex op gespannen voet staat met de teneur van het publieke debat, vinden Soebbotin en zijn collega’s dat ze een eigen morele verantwoordelijkheid hebben. ‘Zelfs al zou iedereen om ons heen ineens besluiten dat het prima is om vrouwen te mishandelen, dan nog moeten wij ervoor zorgen dat Alisa zulke ideeën niet overneemt,’ zegt hij. ‘Er zijn bepaalde normen en waarden waaraan wij ons, ter wille van onze gebruikers, moeten houden.’

    exmachina 1
    Ex Machina is een Britse scifi-thriller uit 2015, geschreven en geregisseerd door Alex Garland.

    Elke uiting van een virtuele gesprekspartner is een teken dat algoritmen een instrument van soft power worden, een methode om culturele normen uit te dragen. Gadgets en algoritmen geven een robotachtige invulling aan wat de oude Grieken doxa noemden, door cultuurfilosoof Roland Barthes in 1975 omschreven als ‘de algemene opinie, de eindeloos herhaalde alledaagse platitudes, een medusa die iedereen die ernaar kijkt versteent’. Als gebruikers geen oog hebben voor de politieke kant van AI, dreigen de emotionele regimes die onze levens beheersen te verkalken tot onbetwiste doxa.

    Virtuele gesprekspartners kunnen stereotypen en clichés spuien over hoe we met emoties moeten omgaan, maar zogenaamde mood management-apps – apps die je humeur willen beïnvloeden – gaan nog een stap verder: die maken dat we die clichés ook internaliseren en als leidraad gaan gebruiken. Zo’n app peilt je stemming vaak aan de hand van vragen. Sommige apps vragen je een dagboek bij te houden, andere maken je stemming op uit een combinatie van gps-coördinaten, de bewegingen van je telefoon en je bel- en surfgedrag. Door het verzamelen en analyseren van data over de gemoedstoestand van gebruikers beweren die apps remedies te kunnen bieden tegen psychische aandoeningen als depressie, angststoornissen of bipolaire stoornissen. Of ze beloven gewoon hulp bij het afleren van vastgeroeste emotionele reacties.

    Vergelijkbare troostfuncties bieden de zogenaamde Woebots. Dat zijn onlinebots die volgens de makers ‘je humeur volgen’ en je ‘dingen kunnen leren’ en kunnen ‘helpen om je opgewekter te voelen’. ‘Ik was echt onder de indruk en sta ervan te kijken hoezeer deze bot mij in mijn dagelijks leven helpt oog te krijgen voor mijn denkpatronen en daar iets aan te veranderen’, schrijft de 24-jarige Sara in haar gebruikersrecensie. Of neem een app als Mend, speciaal bedoeld om je door de nasleep van een relatiebreuk heen te helpen, van een bedrijf in Los Angeles dat zichzelf presenteert als ‘personal trainer tegen liefdesverdriet’. Het belooft een ‘grote schoonmaak van het gebroken hart’ op basis van een korte emotionele beoordeling.

    Emotioneel kapitalisme

    Volgens Felix Freigang, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Berlijn, hebben zulke apps drie duidelijke voordelen. Ten eerste zijn ze niet gebonden aan de structurele beperkingen van reguliere therapeutische behandeling, zoals ook blijkt uit een anonieme gebruikersbeoordeling op de website van Mend: ‘Voor een fractie van het geld dat een sessie met mijn therapeut kost, geeft deze app mij dagelijks hulp en aanmoediging.’ Ten tweede vervullen de apps een rol in de strijd tegen stigmatisering van geestelijke aandoeningen. En ten derde vallen ze door hun aantrekkelijke design zelf al automatisch in de categorie ‘dingen waar je blij van wordt’.

    Wat is er dan toch mis mee? Al die voordelen ten spijt wakkeren zulke zelfhulpapps het emotioneel kapitalisme aan. Ze voeden de veronderstelling dat de weg naar geluk geplaveid is met gradatieschalen en kwantitatieve tests, met lijstjes en stappen-plannen. Coaching, zelfhulpboeken en cognitieve gedragstherapie gaan allemaal uit van de gedachte dat we onze gevoelens kunnen (en moeten) leren beheersen door er afstand van te nemen en ze rationeel te bezien. Die apps promoten het ideaal van het ‘bestuurbare hart’, om een uitdrukking te gebruiken van de Amerikaanse socioloog Arlie Russell Hochschild [veelgeprezen auteur van onder andere The Managed Heart uit 1979].

    Het hele idee van stemmingsregulering en gekwantificeerde, op maat gesneden feedback lift mee op de dominante cultuur van zelfverwezenlijking. En misschien is het wel juist die cultuur waar we gek van worden. Nu moet de emotionele remedie immers komen van hetzelfde apparaat dat al zo veel stress belichaamt en aanwakkert: de smartphone met zijn e-mail, datingapps en sociale netwerken. Tinder en Woebot bedienen hetzelfde type mens: iemand die rationeel profijt probeert te halen uit alle ervaringen, ook de emotionele.

    Met hun zachte fluisterstem demonstreren Siri, Alexa en diverse mindfulnessapps hun bereidheid om ons op welhaast slaafse wijze ter wille te zijn. Het is geen toeval dat al die toepassingen een vrouwelijke gedaante krijgen: emotionele arbeid en de dienende status die daaraan doorgaans wordt toegekend, worden immers als bij uitstek vrouwelijk gezien. Maar de emotionele vooronderstellingen die in de technologie zijn verwerkt, zullen ons gedrag waarschijnlijk op subtiele maar ingrijpende wijze een kant op sturen die vooral de belangen van de macht dient. Chatbots die je opmonteren (tip van Alisa: ga kattenfilmpjes kijken), apps die bijhouden hoe je met verlies omgaat, programma’s die je aansporen om productiever en optimistischer te worden, gadgets die een waarschuwing geven bij een te hoge hartslag: alleen al de beschikbaarheid van zulke hulpmiddelen maakt het een plicht om die doelen ook na te streven.

    In plaats van vraagtekens te plaatsen bij het waardenstelsel dat de lat zo hoog legt, wordt het individu steeds meer verantwoordelijk gesteld voor het eigen onvermogen zich gelukkiger te voelen. De nieuwe virtuele stylist van Amazon, de ‘Echo Look’ die beoordeelt of je outfit ermee door kan, illustreert dat technologie zowel het probleem als de oplossing is geworden. Zo’n programma is wortel en stok in één: het wakkert je onzekerheid en twijfel aan, zodat je een hekel aan jezelf begint te krijgen, en biedt je tegelijk de mogelijkheid om tegen betaling iets aan die nare situatie te doen.

    Emotioneel intelligente apps bieden niet alleen toezicht en discipline, maar ook straf

    Om filosoof Michel Foucault te parafraseren: emotioneel intelligente apps bieden niet alleen toezicht en discipline, maar ook straf. Zo wordt in de game Nevermind gebruikgemaakt van biofeedbacktechnologie [technologie die je inzicht geeft in de fysiologische staat van je lichaam, zoals hartslag, hersenactiviteit, spierspanning] om de stemming van een speler te meten en de moeilijkheid van het spel daarop aan te passen. Hoe angstiger de speler, hoe moeilijker het spel wordt. Hoe relaxter de speler, hoe coulanter de game. Er is weinig verbeeldingskracht voor nodig om je een app voor te stellen die je creditcard blokkeert als de software vindt dat je te opgewonden of te somber bent om verstandige keuzes te maken. Dat klinkt misschien als een dystopie, maar het is binnen handbereik.

    We leven in een feedbacklus met onze apparaten. Hoe we onze chatbots opvoeden, zal onvermijdelijk bepalen hoe die op hun beurt hun gebruikers opvoeden. Het valt onmogelijk te voorspellen wat AI met ons gevoelsleven zal doen. Maar als we emotionele intelligentie beschouwen als een verzameling specifieke vaardigheden – het herkennen, onderscheiden en benoemen van verschillende emoties en het kunnen verwerken van emotionele informatie in ons denken en gedrag – dan is het ook de moeite waard na te denken over wat er kan gebeuren als we die vaardigheden overdragen op onze gadgets.

    Interactie met en via machines heeft de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden al veranderd. Zo is onze schriftelijke communicatie steeds meer op mondelinge communicatie gaan lijken. Twintig jaar geleden vielen e-mails nog in het epistolaire genre: het waren in wezen gewoon brieven die op een computer werden ingetikt. Markiezin de Merteuil uit Les liaisons dangereuses (1782) had ze kunnen schrijven. Maar de mails van tegenwoordig hebben steeds meer weg van Twitterberichten: summier, vaak met onvolledige zinnen, met één duim ingetikt of ingesproken op een telefoon of tablet.

    ‘Al deze systemen zullen waarschijnlijk de verscheidenheid van ons denken en onze omgang met anderen beperken,’ zegt José Hernández-Orallo, filosoof en computerwetenschapper aan de Technische Universiteit van Valencia. Omdat we onze uitingen aanpassen aan het taalgebruik en de intelligentie van onze gesprekspartner, zou het volgens hem inderdaad kunnen dat AI onze manier van praten verandert. Is het mogelijk dat onze emotionele uitdrukkingsvaardigheid meer gestandaardiseerd en minder persoonlijk wordt als we jarenlang met Siri over privézaken praten? Hoe voorspelbaarder ons gedrag, hoe gemakkelijker er immers geld aan te verdienen valt.

    ‘Met Alisa praten is net als praten met een taxichauffeur,’ schreef de Russische gebruiker Valera Zolotoehin in 2017 op Facebook, in een discussie die was opgestart door de vooraanstaande historicus Michail Melnitsjenko. Maar een taxichauffeur toont waarschijnlijk wel meer medeleven. Toen in maart 2017 meer dan veertig kinderen waren omgekomen bij een brand in een winkelcentrum in Siberië, vroegen we Alisa hoe zij zich voelde. Haar humeur was ‘altijd goed’, zei ze monter. Het leven was niet alleen maar leuk, nietwaar?

    Lees ook: