Gastvrijheid staat in veel culturen hoog aangeschreven. Het oude Griekenland kende xenia: de band tussen gast en gastheer, die Zeus persoonlijk beschermde. Volgens Arabische tradities moet een vreemdeling minstens drie dagen worden verzorgd, zonder vragen. In India leeft het idee Atithi Devo Bhava: de gast is goddelijk. En in Japan houdt omotenashi in dat je anticipeert op de behoeften van de gast, zonder dat deze ze hoeft uit te spreken.
Filippo Grandi, voormalig Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, noemt ‘asiel (…) een van de mooiste gebaren die de mensheid te bieden heeft’. In een reportage vanFinancial Times maakt hij de balans op van een decennialange carrière in het humanitaire veld. Migratie, zegt Grandi, is de prijs die je voor rijkdom betaalt. Of, zoals Naomi Klein het eens krachtig verwoordde: ‘Onze manier van leven is afhankelijk van andermans ellende.’ Asiel is dan ook geen gunst, zoals de gast die vraagt, maar een recht, vastgelegd in het Vluchtelingenverdrag uit 1951, dat vanwege de aard van de wereldwijde problemen steeds weer moet worden bijgesteld.
Migratie is de prijs die je voor rijkdom betaalt
Niet iedereen denkt er zoals Grandi over, en het aantal ontheemden is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. Ece Temelkuran, van wie we een fragment uit haar prachtige en intieme nieuwe boek Nation of Strangers publiceren, verliet Turkije in 2016 omdat ze gearresteerd kon worden wegens kritiek op Erdoğans regime, en woont momenteel in Hamburg. Ze spreekt niet van alt-right of extreemrechts, maar steevast van fascisme – een term die velen volgens haar vermijden omdat die hen eraan herinnert dat ze iets moeten doen.
Als ontheemde gedraagt ze zich wenselijk. Bestond tussen haar en andere vluchtelingen de stilzwijgende overeenkomst om ‘zonder sentimenteel gedoe door te gaan met ons leven, wat mijn bevroren hart goed uitkwam’, op de steeds terugkerende vragen van de Duitsers om haar heen heeft ze geleerd vrolijk te glimlachen, haar onverschilligheid te verbergen.
En haar heimwee. Een van de schrijnendste gegevens uit de reportage met Grandi is dat, ondanks de grote ellende in het land, mensen uit omliggende landen toch naar Soedan vluchten. Ook keren veel gevluchte Soedanezen ondanks de gevaren terug. ‘De Soedanees is sentimenteel’, aldus een van hen. Ondertussen worden in Omaha (het Amerikaanse Midwest) nieuwkomers verwelkomd om vergeten buurten nieuw leven in te blazen en trekt het Japanse dorp Shichikashuku migranten aan om de bevolkingsdaling af te remmen. Dat mag eigenbelang zijn, gastvrij is het wel.
Door de aanwezigheid van mijnbouwbronnen en een overvloed aan vis wordt de Braziliaanse Javari-vallei steeds vaker bedreigd door gewapende stropers die erop uit zijn de rijkdommen te plunderen.
Dit artikel stamt uit 2018; het wordt opnieuw gepubliceerd ter herinnering aan een van de auteurs, Dom Phillips, die in juni 2022 werd vermoord vanwege zijn betrokkenheid bij bedreigde inheemse volken van de Amazone.
Luister dit artikel:
Francisco Lima zit in een houten wachttoren en knipt een zoeklicht aan en uit terwijl hij de donkere rivier afspeurt. Hij kamt het gebied uit op eventuele commerciële vissers die de rivieren plunderen in de Javari-vallei, een afgelegen inheems reservaat aan de Braziliaanse grens met Peru.
Zijn wachttoren biedt uitzicht over de rivieren die uitmonden in dit reservaat, waar zesduizend mensen uit acht verschillende stammen wonen, elk met hun eigen taal en gebruiken. Dit gebied kent de hoogste concentratie van zogenoemde geïsoleerde inheemse groepen ter wereld. Naast de inheemse bevolking mogen alleen geautoriseerde bezoekers het reservaat betreden, maar het 12V-lampje dat de 55-jarige Lima gebruikt kan indringers maar moeilijk tegenhouden.
In het kort
• Illegale vissers en stropers bedreigen het bestaan van de inheemse bevolking in de Javari-vallei.
• Gouddelvers vervuilen de rivieren met kwik. Er wordt gejaagd op beschermde diersoorten, zoals schildpadden.
• Mensen die het reservaat binnendringen, moeten zwaarder worden gestraft, en er is meer geld nodig om het reservaat te beschermen.
‘Er is een kortere route,’ zegt hij, terwijl hij ergens in het halfduister een waterweg aanwijst die om de haven loopt. De haven is in het bezit van Funai, de Braziliaanse overheidsdienst voor de bescherming van de inheemse bevolking. De vissers laten hun kano’s vollopen, zegt Lima, dompelen zich onder en kunnen zo stilletjes de straal van het zoeklicht ontlopen.
Warrige schoonheid
Dit groepje houten hutten dat op palen boven de rivier uitsteekt, is een van de vier Funai-bases in de Javari-vallei. De vallei is een wildernis van dichte bossen, steile ravijnen en kronkelende rivieren, zonder wegen of mobieletelefoonnetwerken – en zonder politie. In de rivieren van Javari liggen anaconda’s en alligators op de loer; slangen, jaguars en schorpioenen zwerven door de bossen, apen krijsen in de bomen. Het is van een weelderige, warrige schoonheid die nog onbezoedeld is door menselijk ingrijpen.
Gedurende meer dan tien jaar nadat het reservaat in 1998 werd opgericht, behoorden de zestien geïsoleerde inheemse stammen tot de best beschermde in Brazilië. Maar vandaag de dag wordt het reservaat op meerdere fronten binnengedrongen, waardoor de geïsoleerde groepen, die met pijl en boog of met blaaspijpen jagen en contact met de moderne samenleving vermijden, gevaar lopen. Contact met buitenstaanders kan dodelijk voor hen zijn, omdat zij geen immuniteit hebben opgebouwd tegen ziekten zoals griep.
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe. Er is geen effectieve bescherming’
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe,’ vertelde Beto Marubo, een inheemse leider in Javari, in april aan het Permanente Forum over Inheemse Aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York. ‘Er is geen effectieve bescherming.’
Inheemse leiders en medewerkers van Funai zeggen dat de conservatieve regering van president Michel Temer het instituut opzettelijk van middelen berooft, zodat ze de machtige lobby van de agro-industrie tevreden kan stellen. ‘Temer wil een einde maken aan inheemse gebieden,’ zegt João Gomes Kanamari, 49 jaar oud en stamlid van de Kanamari. ‘We hebben veel hout. We hebben veel goud en mijnbouwbronnen.’
Op de Funai-basis in Atalaia do Norte, de stad die het dichtst bij het reservaat ligt, zijn de telefoons afgesloten en werkt het internet niet meer. Contracten voor brandstof en andere goederen worden opgezegd en het gerucht gaat dat de basis binnenkort wordt gesloten. ‘Als je het systeem verzwakt, werkt het niet,’ zegt Bruno Pereira, een medewerker van Funai die met geïsoleerde en voormalig geïsoleerde inheemse mensen in het reservaat werkt.
Schildpadden
Diep in de Javari-vallei kunnen vissers tot een halve ton pirarucu [een zoetwatervis] en zevenhonderd schildpadden vangen op een enkele tocht. Allebei zijn het beschermde diersoorten. Ook jagen ze op het land, waardoor geïsoleerde bevolkingsgroepen worden beroofd van waardevolle voedselbronnen.
In de oostelijke regio’s van het land vervuilen illegale gouddelvers rivieren met kwik. Veeboeren rukken op vanuit het zuiden. In de buurt van de noordelijke grenzen worden drugs getransporteerd over de rivier de Solimões – afgelopen oktober werd na een schietpartij 776 kilo cocaïne in beslag genomen.
De Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei heeft de Noorse regering om financiële steun gevraagd. ‘De invasies reiken tot gebieden waar de geïsoleerde groepen leven,’ zegt Paulo da Silva, de coördinator. ‘Maar onze handen zijn gebonden, we kunnen er niets tegen doen.’
Op uitnodiging van zijn organisatie reisden verslaggevers van The Guardian met een Funai-team en inheemse bewoners in een open boot naar dorpen diep in Javari. Daarna trokken ze het bos in om de bewegingen van een geïsoleerde groep te volgen – wat neerkwam op een reis van zo’n 1020 kilometer. Het team onderzocht meldingen door de Marubo, die dicht bij het kleine, afgelegen gehucht São Joaquim een geïsoleerde stam hadden gezien.
‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat’
Net buiten het reservaat vestigt Bruno Pereira, die de expeditie leidt, de aandacht op een ploeg commerciële vissers. Drie houten boten en een groep kano’s liggen afgemeerd in het water naast een groen, cirkelvormig net om pasgeboren arowana’s [vissen] mee te vangen, die als huisdier worden verhandeld.
Vissers bedreigen de Korubo-stam, die diep in het reservaat woont, in het dorpje Vuku Maë aan de rivier. Naakt, ingesmeerd met het rode sap van urucumzaden of gekleed in kleine flarden stof zitten ze op boomstammen onder een rieten dak, terwijl om hen heen kinderen en kleine aapjes rondscharrelen. Ze vertellen dat het aantal invallen toeneemt. Die ochtend nog hebben vier vissers boven de hoofden van drie Korubo-kinderen waarschuwingsschoten gelost om ze weg te jagen. ‘We maken ons veel zorgen over hoe we kunnen vissen,’ zegt Txitxopi, een dorpshoofd. ‘We zijn bang.’
Xuxu Korubo weet hoe kwetsbaar geïsoleerde inheemse mensen zijn: zelf leefde hij in het wild in het bos tot 2015, toen er contact ontstond met zijn groep. ‘Er waren veel gevechten met vissers,’ zegt Xuxu. Hij maakt zich zorgen om zijn drie broers, die nog steeds in het bos wonen met een andere geïsoleerde groep. ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat.’
Patrouilles
De bossen van Javari krioelden voorheen van de houtkappers en kolonisten, maar buitenstaanders werden verdreven toen het gebied in 1998 een inheems reservaat werd. Internationaal geld maakte het voor Funai mogelijk om regelmatig patrouilles uit te voeren, maar die zijn grotendeels stopgezet.
Afgelopen december nam een Funai-team zevenhonderd schildpadden en een halve ton pirarucu van een vissersploeg in beslag. Dat was mogelijk door de samenwerking met de plaatselijke politie – een uitzonderlijke gebeurtenis. Maar terwijl ze de vangst in beslag namen, voeren er alweer andere visserskano’s voorbij, zegt Gustavo de Souza, de plaatselijke coördinator van Funai. Het ontbreekt hem aan personeel en middelen om het gebied te bewaken, vertelt hij. Enkele maanden geleden werd een Funai-team beschoten door een andere groep vissers. Medewerkers van het instituut zijn doorgaans niet gewapend en er zijn geen duidelijke regels opgesteld om eventuele arrestaties te verrichten. ‘Het is gevaarlijk om achter vissers of jagers aan te gaan die gewapend zijn en werken in teams van zes,’ zegt De Souza.
De budgetten van Funai slonken al voordat president Temer in 2016 aantrad. Hij decimeerde wat er nog van over was en zette de afbakening van nieuwe reservaten stop. Het budget waarmee Funai het inheemse land, dat 13 procent van het Braziliaanse grondgebied beslaat, moet beschermen en nieuwe gebieden moet afbakenen, bedroeg vorig jaar slechts 3,8 miljoen Britse pond, minder dan een derde van wat er in 2013 voor was uitgetrokken. Daarvan was slechts 380.000 pond opzijgezet voor de bescherming van de Javari-vallei. Daartegenover gaf Brazilië in 2017 60 miljoen pond uit aan huisvestingstoelagen voor goedbetaalde rechters, zelfs voor rechters in het bezit van een eigen huis. ‘Er is een politieke groep in Brazilië die Funai wil verzwakken,’ zegt De Souza, ‘om deze gebieden makkelijker te kunnen uitbuiten.’
Veel vis
Er is weinig begrip voor dergelijke zorgen in Atalaia do Norte. Volgens Roberto da Costa, 47 jaar en voorzitter van de plaatselijke vissersvereniging, komt dat doordat het reservaat te groot is. ‘Het is veel land voor weinig inheemse mensen,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat de visserij een van de weinige inkomstenbronnen is in deze verarmde regio. ‘Soms betreden [de vissers] het land van de inheemse bevolking omdat ze wel moeten, omdat het nodig is voor hun familie,’ zegt hij. ‘Er zit daar veel vis.’
Op de vismarkt in Leticia, net over de Colombiaanse grens, verkopen marktkramers openlijk pirarucu. Ze zeggen erbij dat de vis uit Brazilië komt, waar die legaal alleen in kwekerijen gevangen mag worden, en geven het mobiele nummer van een man die levende baby-arowana’s te koop aanbiedt voor 50 Britse pence per stuk. Een mannetjesvis kan er wel tweehonderd in zijn bek houden.
‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee’
Op een bijeenkomst in het houten schoolgebouw van het dorp Rio Novo, diep in het reservaat, spreken Marubo-bewoners hun woede en frustratie uit over het falen van het instituut om te voorkomen dat vissers hun gebied binnendringen. Ook uiten ze hun zorgen over in isolatie wonende ‘familieleden’, zoals ze hen noemen. ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee,’ aldus Alderney Marubo van 45, de dorpsonderwijzer. ‘We willen toezicht houden op onze eigen rivieren.’ Zijn broer Daniel, 50 jaar en werkzaam bij de kliniek, vraagt om die reden om een boot met buitenboordmotor. ‘Het is ons land,’ zegt hij.
Volgens Bruno Pereira zouden inheemse bewoners die over gps beschikken en geschoold zijn in landbeheer veel meer kunnen doen – zoals ook gebeurt in andere Amazonestaten als Pará, waar leden van de Munduruku-stam hun eigen land in kaart hebben gebracht om druk uit te oefenen op een vastgelopen demarcatieproces. ‘We moeten hun meer macht geven,’ aldus Pereira. Hij is voorstander van meer samenwerking tussen Funai, de politie en het Braziliaanse milieu-instituut. Ook wil hij zwaardere straffen zien voor mensen die het reservaat binnendringen, en meer geld om het reservaat te beschermen.
Paulo da Silva van de Unie van Inheemse Volken zegt dat de mensen van de Javari-vallei een actievere rol moeten gaan spelen in het beheer van hun eigen gebied. Hij vertelt dat 36 inheemse bewoners onlangs een tiendaagse workshop van een non-profitorganisatie hebben bijgewoond. Daar leerden ze hoe ze gps en andere cartografische instrumenten kunnen gebruiken en hoorden ze ook hoe inheemse bewoners uit andere gebieden hun land bewaken. Dat was, aldus Da Silva, alvast een begin.
Uruguay heeft, in tegenstelling tot veel buurlanden, een grote maatschappelijke consensus en een stabiel partijenstelsel. Het land produceert ook nog eens 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide.
Luister dit artikel:
Direct na aankomst in Montevideo wordt duidelijk dat je hier een ander Zuid-Amerika binnenkomt. Op de stijlvolle luchthaven in de voorstad Carrasco vind je geen mensenmassa’s, geen rijen bij immigratie of de douane. De rit naar het stadscentrum 20 kilometer verderop langs de Atlantische kust verloopt rustig, zonder file. In vergelijking met het chaotische, overvolle São Paulo of Buenos Aires krijg je – ondanks de 1,8 miljoen inwoners – het gevoel in een kuuroord te zijn beland.
In tegenstelling tot de meeste Zuid-Amerikaanse miljoenensteden staan hier weinig glinsterende kantoor- of woontorens. Zelfs de zakenwijken worden regelmatig afgewisseld door wijken met huizen of kleinere woon- of bedrijfsgebouwen. Het centrum rond de haven en de oude binnenstad zijn hier en daar gerestaureerd. Maar het oude stadsgedeelte is gedeeltelijk ook aan renovatie toe en straalt met zijn bric-à-bracwinkeltjes een charme uit van vijftig jaar geleden. Het is tekenend dat er hier trots op gewezen wordt dat tijdschrift Readers Digest, dat zijn beste dagen heeft gehad, Uruguay het leefbaarste en groenste land van Noord- en Zuid-Amerika noemde.
Twee derde is middenklasse
De statistieken bevestigen deze indruk van een conservatieve middenklasse. Anders dan in de meeste Latijns-Amerikaanse samenlevingen bestaat Uruguay niet uit enkele superrijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Twee derde van de 3,6 miljoen Uruguayanen behoort tot de middenklasse. Weinig mensen leven onder de armoedegrens. De verhouding rijk-arm is de laagste in Latijns-Amerika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is met 17.000 dollar per jaar het hoogste in de regio.
Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’
In de straten van Montevideo ontbreken luxeauto’s zoals in de metropolen van de buurlanden, waar de rijken graag met hun rijkdom pronken. Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’. Zo kan het gebeuren dat de nationale voetbalster Diego Forlán ongestoord tussen de andere gasten in een café zit – iets wat bij een Neymar in Brazilië totaal ondenkbaar zou zijn.
Je vraagt je af hoe dit voor Zuid-Amerika kleine land – half zo groot als Duitsland, met nauwelijks half zoveel inwoners als Zwitserland – het voor elkaar krijgt sociaal en economisch succesvol te zijn in de onmiddellijke nabijheid van zulke grote en politiek verscheurde staten als Brazilië en Argentinië. Hoe is dit land erin geslaagd zich te isoleren en te onderscheiden van zijn buurlanden, ondanks een sterk overeenkomstige samenleving, geschiedenis en geografie?
Populisten zijn kansloos
Eén antwoord levert de politiek. Uruguay is een van de stabielste democratieën ter wereld. Op de democratie-index van de Economist Intelligence Unit (EIU) staat Uruguay op de dertiende plaats, drie plaatsen onder Zwitserland en twee boven Duitsland. Volgens deze index is Uruguay de enige volwaardige democratie in Zuid-Amerika, een continent waar de EIU al enkele jaren een gestage achteruitgang in de kwaliteit van democratieën vaststelt. Uruguay gaat in tegen de regionale trend, aldus de EIU. Het land is een van de weinige staten ter wereld die hun democratie al meer dan vijftien jaar voortdurend verbeteren. Op de corruptie-index van Transparency International staat Uruguay met zijn achttiende plaats van de honderdtachtig landen eenzaam aan de top in Latijns-Amerika, twee plaatsen boven Frankrijk.
Politicoloog Sebastian Grundberger van de Konrad-Adenauer-Stiftung constateert in Uruguay in tegenstelling tot in de rest van Latijns-Amerika een grote maatschappelijke consensus, het stabielste partijenstelsel in de regio, met sterkere democratische afweerkrachten dan in de buurlanden. Populisten hebben hier geen kans, zegt Grundberger.
Hoe soepel de politiek in Uruguay functioneert, werd eind maart duidelijk bij een referendum. Toen stemden de Uruguayanen over de vraag of 135 van in totaal 476 wetsartikelen ongeldig moeten worden verklaard. Deze waren onderdeel van een wetgevingspakket dat de centrumrechtse regering van president Luis Lacalle Pou kort na haar aantreden in 2020 in het Congres had aangenomen. Centrale thema’s waren veiligheid en onderwijs; thema’s die de regering doortastender wil aanpakken. Bovendien moet de macht van de vakbonden worden ingeperkt en de dominantie van staatsmonopolies, bijvoorbeeld in de telecommunicatie, worden teruggedrongen.
Populaire president
Het invloedrijke verbond van vakverenigingen had zich hiertegen gemobiliseerd. Maar anders dan in de buurlanden waren er in de aanloop naar het referendum geen woedende protesten en zelfs geen gewelddadige confrontaties. Ook op de zondag van de stemming wandelden gezinnen met kalebaskommetjes over de Rambla, de boulevard van Montevideo, om hun maté te drinken.
Dat de regering zich met een flinterdunne marge heeft kunnen handhaven en de wetten dus geldig blijven, is vooral te danken aan de populariteit van de president. De 49-jarige jurist Lacalle Pou is telg uit een politieke familie die sinds het begin van de vorige eeuw de Uruguayaanse politiek bepaalt. Zijn vader was president van 1990 tot 1995. Maar Lacalle Pou ging zelf pas de politiek in toen hij al bijna dertig was. Hij had lange tijd de reputatie van surfboy; pas bij zijn tweede poging in 2019 slaagde hij erin met een nipte meerderheid te worden gekozen.
Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt
Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt. Herhaaldelijk legde hij de nadruk op vrijheid en burgerlijke verantwoordelijkheid. Een lockdown is er nooit geweest. Soms werd thuisonderwijs voorgeschreven. Het land beschikte al over een goede breedbandvoorziening en een digitale infrastructuur. Bars en restaurants hoefden pas om middernacht te sluiten. Uruguay werd na Chili al snel het land met de meeste gevaccineerde mensen in Latijns-Amerika. Halverwege zijn ambtstermijn beoordeelde 52 procent van de bevolking Lacalle Pou positief. Daarmee was hij de populairste president sinds lange tijd. Ook de groei van de economie na enkele jaren van stagnatie geeft Pou een steuntje in de rug.
Referentiepunt voor burgerkrachten
Voor de president is het referendum vergelijkbaar met het winnen van tussentijdse verkiezingen. De kans is groot dat Pou samen met de presidenten van Ecuador en Paraguay aan het eind van het jaar tot het selecte clubje conservatieve staatshoofden in Zuid-Amerika behoort. In een regio die politiek gezien naar links afdrijft, wordt hij steeds meer een referentiepunt voor burgerkrachten, zegt politicoloog Grundberger.
Dit geldt ook voor ondernemingen in Zuid-Amerika; de stabiliteit van Uruguay trekt ze aan. De laatste jaren staken vooral veel ondernemers uit Argentinië de Río de la Plata over. Bijvoorbeeld Marcos Galperín, oprichter van Mercado Libre, het succesvolste internetplatform van Latijns-Amerika, met zijn hele managementteam. Venancio Trigo, advocaat bij advocatenkantoor Guyer & Regules in Montevideo, meldt dat nu ook detailhandelaren uit Chili overwegen hun hoofdkantoor naar Uruguay te verplaatsen. In Chili zijn ondernemers verontrust door de groeiende linkse tendens in de politiek.
In het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig
Het wordt spannend om te zien wat Pou, nu het referendum zijn beleid heeft bekrachtigd, de resterende twee jaar zal doen. Op de agenda staan hervormingen van het pensioenstelstel en het onderwijs. Vooral in het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig. Verouderde leerplannen en een personeelsbeleid voor leraren waarbij de vakbonden de banen volgens het senioriteitsprincipe invullen zouden hiervan de voornaamste redenen zijn.
Software als exportproduct
Voor Uruguay is dit een tikkende tijdbom. Het land exporteert een recordhoeveelheid software per inwoner. Het is een belangrijke vestigingsplaats voor startende ondernemingen in de regio geworden. Fintechbedrijf dLocal uit Uruguay is op Wall Street nu zo’n 10 miljard dollar waard. Bezorgdienst PedidosYa is inmiddels overgenomen door de Duitse Delivery Hero. Maar er is een groeiend tekort aan ingenieurs en programmeurs. ‘Uruguay zou met zijn geavanceerde digitalisering het Estland van Zuid-Amerika kunnen worden,’ zegt Mischa Goh, directeur van de Duits-Uruguayaanse Kamer van Koophandel en Fabrieken.
Econoom Augustín Iturralde hoopt op verdergaande economische hervormingen. De directeur van het Centro de Estudios para el Desarrollo, een liberaal economisch instituut, is kritischer over het concurrentievermogen dan de meeste gesprekspartners. Institutioneel gezien is Uruguay een hoogontwikkelde democratie, maar in de economie regeert de middelmaat. Het land heeft een achterstand op het gebied van zakendoen, het is niet ondernemersvriendelijk. Staatsmonopolies in de telecommunicatie worden getolereerd. Uruguay is dus een dure vestigingsplaats. De productiviteit moet hoger, anders verliest Uruguay zijn aantrekkelijkheid. ‘We zijn een klein land,’ zegt Iturralde, ‘we moeten meer bieden.’
97 procent groene stroom
Maar Uruguay zou wel eens geluk kunnen hebben. De wereldwijde energietransitie en de geopolitieke verschuivingen zijn in het voordeel van het land aan de Río de la Plata. Want Uruguay heeft zijn elektriciteitssysteem met massale investeringen in windmolenparken in tien jaar omgevormd tot een van de duurzaamste ter wereld. Sindsdien draaien er windturbines op de heuvels in het verlaten binnenland. Tegenwoordig produceert het land 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide. Dit betekent ook dat Uruguay binnenkort een strategisch belangrijke leverancier van groene waterstof kan worden, als vervanger van de energiebronnen olie, kolen en gas.
‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren’
De Duitse ingenieur en econoom Aram Sander, die in Uruguay al windmolenparken heeft opgezet en operationeel gemaakt, zegt: ‘Door het Oekraïneconflict komen er met de vraag naar voorzieningszekerheid geheel nieuwe argumenten op tafel.’ Vertrouwen is daar een van. Er is geen land in de regio dat zijn contracten zo betrouwbaar nakomt als Uruguay, volgens Sander, die nu wereldwijd waterstofprojecten promoot voor het Duitse bedrijf Enterdreg. Het grote vertrouwen in Uruguay is af te meten aan de lage rentetarieven. In Zuid-Amerika heeft alleen Chili een hogere kredietwaardigheid. Ontwikkelingsbanken verstrekken Uruguay graag kredieten. Sander is er zeker van: ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren.’
Een andere aanwijzing voor de stabiliteit waarom Uruguay bij beleggers bekendstaat, is de groeiende belangstelling van family offices, rijke vermogensbeheerders, uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in Uruguay, constateert financieel adviseur Thomas Logemann uit Hamburg. Ze waren niet op zoek naar weekendhuisjes in het mondaine vakantieoord Punta del Este, zegt Logemann, die opgroeide in Uruguay. Ze wilden professioneel investeren in boerderijen en landerijen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.