Tag: Baath

  • Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’

    ‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.

    Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.

    Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.

    De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht

    De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.

    De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.

    De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.

    De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.

    Beelden van Damascus voor en na de oorlog. – © Business Insider

    Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.

    Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.

    Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.

    Absolute liefde

    Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.

    Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’

    Auteur: Youssef Bazzi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Twee mannen spelen een potje backgammon in de beroemde soek van Damascus, 2010. – © HH

    SYRIA TV
    Syrië | www.syria.tv

    Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.

  • 3. Steeds machtiger wordende milities

    3. Steeds machtiger wordende milities

    Het wemelt van de paramilitaire groeperingen in het Midden-Oosten. Uniek aan Hezbollah is dat het zich steeds meer gedraagt als een echte staat.

    Het komt zelden voor dat milities net zo machtig worden als het leger. Over het algemeen is een militie oneindig veel zwakker dan het leger van de staat waarvan ze deel uitmaakt. Neem de voorvechters van white supremacy in de VS, of de extremistische Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. De milities die ze vormen zijn niet opgewassen tegen het militaire apparaat van de overheden. Bovendien is de zaak waarvoor ze strijden doorgaans zo omstreden en op een beperkte groep gericht, dat niemand ze ervan zal verdenken de belangen van een breder collectief te behartigen. Hun racisme staat niet ter discussie, en ze doen ook geen moeite om anderen te winnen voor hun ideeën over superioriteit, of om eenstemmigheid omtrent hun uitspraken af te dwingen.

    Niemand zal het in zijn hoofd halen ze als lichtend voorbeeld op te voeren. Het zijn derhalve ‘marginale’ milities. Maar er zijn ook ‘centrale’ milities. Zoals de Revolutionaire Garde in Iran, of de Iraaks-sjiitische milities Hashd al-Shaabi. Die vormen geen tegenwicht voor het leger van hun staat, maar vullen het aan. Ze volgen het model van Europese totalitaire regimes door taken uit te voeren die hun door de regimes zijn opgedragen. Hiervoor ontvangen ze aanzienlijke budgetten, die worden toegewezen uit naam van ideologische credo’s over de verdediging van het vaderland, de strijd tegen verraderlijke buitenlandse of binnenlandse samenzweringen, enzovoort.

    Ooit was [het Libanese] Hezbollah een militie van de eerste soort: ‘marginaal’. Dat was in de jaren tachtig, toen ze door de Revolutionaire Garde werd getraind, in de dagen dat slogans als ‘uw sluier is mij dierbaarder dan mijn bloed’ het goed deden, en ongesluierde vrouwen zuur in hun gezicht kregen. Maar al snel werd Hezbollah een ‘centrale’ militie. Daartoe doopte ze zich om tot verzetsorganisatie die als heilig streven zei te hebben om door Israël bezet Arabisch land te bevrijden. Vervolgens werd Hezbollah erkend en gelegitimeerd door de inter-Libanese vredesakkoorden. De beweging ging deel uitmaken van de regeringsmachinerie, met parlementariërs en ministers. Uiteindelijk werd Hezbollah een actor in de oorlog in Syrië. De benoeming tot Libanese president van christen Michel Aoun, die nooit een geheim heeft gemaakt van zijn banden met Hezbollah, betekent dat de beweging het Libanese buitenlandbeleid mag bepalen.

    Door zich voor te doen als het ‘verzet’ verschafte Hezbollah zich voldoende legitimiteit om over alle belangrijke politieke kwesties mee te beslissen

    Dit alles heeft de status van Hezbollah als ‘centrale’ militie versterkt. De beweging heeft zich altijd als grensbewaker opgeworpen, in het zuiden tegen Israël, en daarna op nog wat grovere wijze in het oosten, waar Libanon aan Syrië grenst. In werkelijkheid ging het Hezbollah niet om bescherming van de grenzen, maar om binnenlandse politiek. Door zich voor te doen als het ‘verzet’ verschafte Hezbollah zich voldoende legitimiteit om over alle belangrijke politieke kwesties mee te beslissen – en uiteindelijk naar de politieke macht te reiken en sterker te worden dan het Libanese leger.

    Vandaag betalen we de prijs. De wereld behandelt Libanon en Hezbollah alsof ze twee hoofden van hetzelfde lichaam zijn. Recente Amerikaanse sancties en het Europese verzoek om geen onderscheid te maken tussen de ‘politieke’ en de ‘militaire’ tak van Hezbollah zijn wellicht een eerste stap naar vijandelijkheden die hun beslag zullen krijgen tegen de achtergrond van de spanningen tussen de VS en Iran.

    Auteur: Hazem Saghieh
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: Eén groot slagveld

    Vanaf een grondgebied dat zich uitstrekt van Iran tot aan Libanon – een grondgebied van vier landen die onder Iraanse controle staan – kunnen raketten op Israël worden afgevuurd om de wereld de macht van Teheran te tonen.

    Na veertig jaar vijandschap tussen Irak en Syrië – twee landen die onder bewind stonden van rivaliserende facties van de Baath-beweging – wordt de Iraaks-Syrische grens tegenwoordig gecontroleerd door twee regimes die strategische bondgenoten zijn van Iran. Iraakse sjiitische militieleden zouden zelfs de grens zijn overgestoken om de Syrische strijdkrachten en hun bondgenoten te assisteren bij de bevrijding van de Syrische stad Deir ez-Zor, die onder controle stond van IS.

    Qassem Soleimani, de leider van de Al-Quds Brigade, een speciale Iraanse strijdmacht die zich mengt in de oorlogen in Irak en Syrië, verwelkomde de Iraakse milities ter plaatse. De grens overwippen was geen probleem, ook niet voor Iraanse leiders die het front kwamen inspecteren.

    Dit is meer dan politiek vertoon, het is een tot wasdom gekomen militaire strategie

    Libanon hoort ook bij deze invloedssfeer, omdat ook het pro-Iraanse Hezbollah zich aan beide kanten van de grens ophoudt. Recent zijn grote tanks in Hezbollah-kleuren waargenomen in Noord-Irak, nabij Syrië, en het lijkt erop dat deze tanks van het Syrische leger afkomstig zijn. Volgens het Russische nieuwsagentschap Spoetnik heeft het Iraakse leger alleen T90-tanks, terwijl Hezbollah en Iraakse sjiitische milities de beschikking hebben over efficiëntere T90A’s met Chilka-kanonnen. Dit kan erop wijzen dat er niet alleen internationale grenzen maar ook wapens worden gedeeld, maar het herinnert ook aan de Iraanse voorkeur voor milities die sterker zijn dan nationale legers: zie Hezbollah in Libanon en de Revolutionaire Garde in Iran zelf.

    De geografische continuïteit van deze ‘As van Verzet’ (anti-Israël en anti-Saoedi-Arabië) is een bron van trots geworden voor Iraanse gezagsdragers, die daar ook intern gebruik van maken. Ali Akbar Velayati, adviseur van geestelijk leider Ali Khamenei, liet pro-Iraanse strijders in Aleppo weten dat toekomstige gevechten zich zullen afspelen in de rest van Oost-Syrië, wat een uitbreiding van het slagveld betekent. Iraanse functionarissen herhaalden dat de As van Verzet vanuit Teheran via Bagdad, Damascus en Beiroet naar Palestina leidt. Dit is meer dan politiek vertoon, het is een tot wasdom gekomen militaire strategie, zo bleek bijvoorbeeld toen er een Israëlisch vliegtuig boven Libanees grondgebied vanaf de Syrische kant van de grens werd bestookt door een luchtdoelraket.

    Hoe denkt Iran op deze aan elkaar grenzende slagvelden te opereren als er een totale oorlog zou uitbreken met Israël? Ten eerste zouden er vanaf verschillende locaties, en met grote intensiteit, ballistische raketten worden afgevuurd om het Israëlische luchtverdedigingssysteem, dat bekendstaat als de ‘ijzeren koepel’, lam te leggen, en zo belangrijke Israëlische doelen bloot te leggen. Daarnaast kunnen al deze aanvallen de vuurkracht van Israël beperken. Ten slotte vergemakkelijkt de geografische continuïteit de verplaatsing van Arabische en buitenlandse strijders op de grond, hoewel dit niet echt nuttig is gezien het luchtoverwicht van de Israëliërs en hun vermogen om infanterie op die manier een halt toe te roepen. Anderzijds zorgt deze geografische continuïteit ervoor dat de boodschap van Irans kracht in de regio luid en duidelijk aankomt, dat er oorlogen en conflicten op afstand kunnen worden beslecht en dat Teheran, zeker op nucleair gebied, een benijdenswaardige internationale onderhandelingspositie krijgt. (Al-Modon, Beiroet)

    Auteur: Mohanad Hage Ali
    Vertaler: Carl Stellweg