Tag: banen

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • ‘We hebben allemaal wel een slash’. De generatie die niet zonder plan B kan

    ‘We hebben allemaal wel een slash’. De generatie die niet zonder plan B kan

    In het neoliberale kapitalisme wordt flexibiliteit, het vermogen je aan te passen, hoog gewaardeerd. De slasher voert dat tot in het extreme door.

    Mariana Cáceres is illustrator/tatoeëerder en Gonçalo Vicente noemt zich personal trainer/osteopaat/opleider. Soraia Tomás is verpleegkundige/dj en Filipa Costa is logopedist/danseres. Ze zijn rond de dertig en hebben meer dan één professionele identiteit. Wie behoort tot de zogenaamde slash-generatie – in China een waar fenomeen – vindt ervaringen belangrijker dan carrière of kijkt eerder naar een bedrijfsmissie dan naar status. Maar in tijden van crisis kan het ook een alternatief bieden.

    Ze tekende altijd al graag. Mariana Cáceres (28) overwoog om architectuur of design te gaan studeren en volgde zelfs een cursus restauratie, maar koos uiteindelijk voor de designopleiding aan de faculteit voor beeldende kunst van de Universiteit van Lissabon, terwijl ze in diezelfde tijd bij instituut Ar.Co het illustreren en striptekenen ontdekte. Tatoeëren kwam er later bij. Illustrator/tatoeëerder worden was niet haar ambitie, het gebeurde gewoon. Via een vriend kwam ze in een tatoeagestudio. ‘Je maakt leuke tekeningen, wil je leren tatoeëren?’ werd haar gevraagd. ‘Zo is het begonnen, uit het niets.’

    ‘Ik had het niet verwacht, nu nog denk ik weleens: wat tatoeëer ik veel!’ vertelt ze. Ze heeft een eigen stijl, een lijnvoering die haar onderscheidt, of het nu op een poster, in een krant of met het menselijk lichaam als ondergrond is. Vier jaar geleden stopte ze met het parttimewerk in cafés en restaurants dat ze had om haar rekeningen te kunnen betalen. Ze is echter niet van plan om te kiezen tussen illustratie en tatoeage. Ze maakt deel uit van een generatie voor wie het verlangen om ‘meerdere dingen te doen’ en ‘te experimenteren’ bij het leven hoort – maar financiële onzekerheid ook.

    Plan B

    ‘We hebben bijna allemaal wel een slash. Het is heel moeilijk om alleen van het illustreren of tatoeëren te leven,’ legt Cáceres uit. Als je geen vaste baan of contract hebt, geeft een tweede professionele identiteit een beetje vrijheid en een mogelijk plan B om op terug te vallen. De afgelopen jaren kon ze dankzij het tatoeëren veel reizen en werken in steden als Berlijn – uitwisselingen tussen tatoeagestudio’s komen veel voor – maar in 2020 was het al een hele uitdaging om de lockdown te overleven. ‘Vanwege de pandemie gingen de studio’s dicht. In die tijd ben ik weer meer gaan illustreren,’ vertelt ze.

    De term ‘slasher’ werd ruim tien jaar geleden voor het eerst gebruikt in de context van meervoudige professionele identiteiten: het begrip werd in de Verenigde Staten gemunt, in een artikel uit 2007 van New York Times-columnist Marci Alboher. Toch is de zogenoemde ‘slash-generatie’ – beschreven in Susan Kuangs gelijknamige boek uit 2016 – nog steeds een actueel verschijnsel, en in China een populair fenomeen. Daar bestaat volgens de krant JingDaily zelfs een Slasher Festival.

    De benaming wordt gebruikt voor millennials, jongvolwassenen die nu in de twintig of dertig zijn, met een goede opleiding en werkzaam als zelfstandige, en met meer dan één professionele identiteit. In het Westen denk je dan aan freelancers – een al langer bestaand begrip dat niet precies hetzelfde betekent (maar daar komen we nog op terug) – terwijl het in communistisch China verwijst naar een homogenere, stedelijke elite die ervoor kiest om als zelfstandige te werken en het belangrijk vindt om ervaringen op te doen zonder zich te hoeven beperken tot één enkele professionele carrière.

    ‘Het freelancebestaan is een verschijnsel dat in de westerse context veel normaler is. In China is het veel baanbrekender,’ aldus marketingspecialist Carolina Afonso, die lesgeeft aan het hoger instituut voor economie en management van de Universiteit van Lissabon.

    Voor deze generatie geldt: ‘The coolest identity today is to have more than one’, zoals het in JingDaily heet. Oftewel: meerdere identiteiten hebben is synoniem met succes. Er zijn intussen al rond de tachtig miljoen Chinese slashers, van wie de overgrote meerderheid hoogopgeleid is en in de grote steden woont. Een groep in opkomst, die zich ook in zijn keuzes als consument onderscheidt en een uitdaging vormt voor de grote merken.

    Zoals de meeste millennials worden ze ‘gedreven door goede doelen’ en streven ze naar ‘nieuwe ervaringen’, zodat ‘de daad van het kopen voor hen een daad van kiezen is, iets wat zinvol moet zijn; ze halen hun neus op voor de vulgariteit van mainstreamluxe’, aldus Afonso.

    Levensstijl

    Alvorens gedetailleerder in te gaan op het verschijnsel slash-generatie, benadrukt Afonso dat ‘er niet eens consensus is’ over de begrenzing van de millennialgeneratie. ‘Jongeren staan meer open voor verandering. Maar millennial zijn is geen kwestie van leeftijd, het heeft veel meer te maken met een levensstijl,’ legt ze uit. Het kan ook inhouden dat je steeds meer verschillende functies opstapelt. ‘Ze laten zich niet definiëren door hun beroep. Vandaar die slash, omdat ze meer dan één beroep kunnen hebben.’ Het zijn jongeren ‘die veel belang hechten aan persoonlijke ontwikkeling en soft skills, die hun geld meer op waarde schatten en geïnteresseerd zijn in cultuur, milieukwesties, de doelstellingen van merken; dat telt voor hen meer dan status,’ aldus Afonso.

    Dat beeld wordt bevestigd door wat de 27-jarige slasher Gonçalo Vicente vertelt. ‘De laatste tijd koop ik liever wat minder en doelbewuster. Neem bijvoorbeeld mijn schoenen: ik let niet meer zo op de esthetische kant of op wat in de mode is, ik kies niet voor het bekendste merk, maar voor het merk dat schoenen maakt die echt een goede pasvorm hebben en gezonder zijn voor mijn voeten,’ zegt hij. Vicente is personal trainer/osteopaat/opleider – en niet zo lang geleden was hij ook nog ondernemer. ‘Ik ben afgestudeerd in de sportwetenschappen aan de faculteit menselijke bewegingsleer van de Universiteit van Lissabon, en personal trainer worden is altijd mijn ware passie geweest, maar ik wil niet stil blijven staan.’

    In de afgelopen drie jaar was het toerisme een ‘side business’ voor Vicente. De fitnessroutes in Lissabon brachten hem in aanraking met een bedrijf dat tuktuks verhuurde en dat nu is gesloten vanwege covid-19. Zijn eigenlijke drijfveer is zijn onuitputtelijke belangstelling voor het menselijk lichaam. In de osteopathie zocht hij therapeutische kennis die hij als aanvulling kon gebruiken bij de persoonlijke trainingen die hij binnen en buiten de sportschool geeft. Hij geeft ook cursussen aan de Fitness Academy Portugal, op het hoogste niveau, waarna je je officieel personal trainer mag noemen. Zich onderscheiden is een van zijn doelen, meer dan het verzamelen van identiteiten of beroepen. Uiteindelijk streeft hij ernaar zich ‘bewegingstherapeut’ te mogen noemen – een benaming die in Portugal nog niet zo gebruikelijk is – en zodoende weer een slash in zijn beroepsomschrijving te kunnen wegstrepen. Osteopathie en personal training ‘zijn gebieden die elkaar aanvullen’, aldus Vicente.

    Neokapitalisme

    Volgens Vítor Sérgio Ferreira, onderzoeker aan het instituut voor sociale wetenschappen van de Universiteit van Lissabon, is het vanuit sociologisch gezichtspunt niet zinvol het woord ‘generatie’ te gebruiken, ‘alsof alle jongeren hetzelfde zouden zijn’. Bovendien, waarschuwt hij, ‘is dat soort categorieën – de millennials, generatie X, generatie Y, generatie Z enzovoort – bijna altijd afkomstig uit buitenlandse literatuur, en niet alles gebeurt overal ter wereld tegelijkertijd op dezelfde manier’. Een voorbeeld? De zogenaamde babyboomers. ‘In Portugal had de Tweede Wereldoorlog minder ingrijpende gevolgen en deed die generationele verandering zich pas voor in de nasleep van 25 april’ [1974, de Anjerrevolutie]. 

    Toch wil de socioloog daarmee niet zeggen dat de slash geen relevante kwestie is. De tendens is volgens hem ‘feitelijk waarneembaar en is een sociaal gevolg van het neokapitalisme’. In een wereld die berust op voortdurende technologische veranderingen is het wenselijk dat werknemers ‘zo flexibel en wendbaar mogelijk zijn’.

    ‘De slasher voert flexibiliteit tot in het extreme door’

    ‘Het fenomeen “slash” is niet meer dan wat vroeger in de arbeidssociologie werd omschreven als ‘pluriactiviteit’ – een begrip dat sterk verbonden was met precaire sociale omstandigheden,’ aldus Ferreira. Dat in Portugal 16,5 procent van de werkzame bevolking zzp’er is, berust veelal eerder op noodzaak dan op vrije wil, en datzelfde geldt voor het hoge percentage mensen met een dubbele baan in de cijfers van het Portugese nationaal statistisch instituut. Door de pandemie is dat cijfer in het tweede trimester van 2020 gedaald tot 154.300, maar in 2019 hadden nog bijna 226.000 Portugezen, oftewel 4,6 procent van de werkzame bevolking, twee banen.

    Binnen de groep met een freelanceleefstijl wijst Ferreira op een subgroep die meer aansluit bij de definitie van de slash-generatie uit het boek van Susan Kuang: de jongeren in de kunstsector die hij tijdens zijn onderzoek naar ‘nieuwe droomberoepen’ de hele tijd tegenkwam. ‘In de tattoomarkt, bijvoorbeeld, waren de oudste professionals alleen tatoeëerder, maar dat is veranderd. Nu zijn het jongeren die een kunstopleiding hebben gevolgd en die tevens designer enzovoort zijn. Het idee heerst dat er een competentie is – namelijk: tekenen – die toepasbaar is in verschillende beroepsactiviteiten,’ aldus Ferreira. ‘Ambachtelijk werk krijgt steeds meer esthetische waardering en stijgt daarmee in aanzien. Als je tegenwoordig zegt dat je kok bent, of bierbrouwer, is dat niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden; het houdt nu ook in dat je creatief bent.’

    Flexibiliteit

    Desondanks houdt een leven als slasher, waarin je verschillende dingen tegelijk doet, ook al is het misschien een keuze, ‘altijd verband met je leefomstandigheden’, benadrukt Ferreira. ‘Het neoliberale kapitalisme heeft flexibele mensen nodig. Er is een heel discours over ondernemerschap en soft skills, ook wel transversale competenties. Tegenwoordig wordt flexibiliteit, het vermogen om je aan te passen, hoog gewaardeerd en de slasher voert dat tot in het extreme door.’ 

    Of dat positief of negatief is, of het in tijden van crisis meer zekerheid biedt of niet, dat zijn volgens Ferreira moeilijk te beantwoorden vragen. ‘De mensen zijn kinderen van hun tijd. Dit is een actueel discours dat uiteindelijk voldoet aan de behoeften van het neoliberale kapitalisme. Voor sommigen is het goed, voor anderen slecht. Het hangt altijd af van je uitgangspositie. Als je uit een bemiddelde familie komt, zul je het zien als een kans om nieuwe dingen te ervaren. Zo niet, dan zul je die flexibiliteit zien als iets wat onzekerheid geeft. De sociale context is bepalend.’

    Los van de sociale omgeving is het algemeen bekend dat een bestaan als slasher makkelijker is geworden door internet. De 27-jarige Soraia Tomás woont in Coimbra, is verpleegkundige/techno-dj en wijdt zich binnen de organisatie Portugal Medical Cannabis aan het bestuderen en verbreiden van therapeutische toepassingen van cannabis. In het verleden verkocht ze vegetarische hamburgers; ze had zelfs een eigen merk. Ze ziet zichzelf als een jonge slasher in een geglobaliseerde en technologische wereld die dat mogelijk maakt, maar denkt niet dat het vermogen tot multitasken van de huidige jongeren een eigenschap van hun generatie is. ‘Ik denk zelfs dat de mensen vroeger harder werkten.’

    Tomás’ werk in de gezondheidssector kwam goed van pas in tijden van pandemie, nu er geen feesten zijn waar ze achter de draaitafel kan staan

    Haar wisseldiensten als verpleegkundige lieten haar altijd genoeg ruimte om technofeesten bij te wonen – en de tatoeages en piercings die horen bij haar imago als dj zijn tegenwoordig geen probleem meer, je kunt zijn wie je bent, ook binnen de context van een ziekenhuis. Haar werk in de gezondheidssector kwam goed van pas in tijden van pandemie, nu er geen feesten zijn waar ze achter de draaitafel kan staan. ‘Nadat ik mijn specialisatie had afgerond, besloot ik ontslag te nemen en alleen nog parttime te gaan werken. Ik dacht er zelfs over als verpleegkundige op een cruise mee te gaan om serieus geld te verdienen,’ vertelt ze. Corona gooide roet in het eten, maar ze klaagt niet. Ze heeft geen gebrek aan werk en in haar passie voor het onderzoek naar therapeutische cannabis heeft ze de motivatie gevonden waaraan het haar voorheen ontbrak.

    Ook het leven van slasher Filipa Costa uit Guimarães werd overhoop gegooid door de pandemie. De dertigjarige logopedist/danseres was gewend haar tijd te verdelen tussen de kliniek en de showwereld, maar sinds maart is haar werk als danseres bij concerten met populaire Portugese muziek bijna opgedroogd. ‘Ik heb alleen aan een paar televisieprogramma’s meegedaan,’ vertelt ze.

    Costa, die al sinds haar twaalfde danst, heeft verschillende opleidingen gevolgd en maakt deel uit van een dansgezelschap dat Midden-Oosterse dansen uitvoert en veel optreedt bij evenementen. Ze wilde kinderarts worden maar koos voor de logopedie en vertelt dat haar universitaire opleiding altijd ‘plan A’ is geweest. Evengoed is ze er trots op te hebben bijgedragen aan het doorbreken van het cliché dat muziek en volksdansen uit de Arabische wereld gelijkstaan met schaarsgeklede vrouwen. Het was niet gepland, maar wat aanvankelijk een betaalde hobby was, werd een tweede professionele identiteit. Ze ziet zichzelf als slasher en wil dat blijven ook. ‘Ik zie mezelf op dit moment niet kiezen.’ 

  • Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Afrikaanse landen, Rwanda voorop, willen af van de tweedehandskleding uit het Westen. Maar die blijkt moeilijk tegen te houden.

    Als er in de VS grote schoonmaak wordt gehouden, voelt het als een daad van onbaatzuchtigheid om geliefde kleren in een inzamelingsbak te gooien. Die sweaters met vlekken erop, T-shirts die je in het zomerkamp droeg en uit de mode geraakte shorts mogen wel naar iemand die ze harder nodig heeft, toch?

    Het ligt iets gecompliceerder. Het grootste deel van Amerika’s afgedankte kleren wordt door onder meer het Leger des Heils en Goodwill aan privébedrijven verkocht. Balen tweedehandskleren worden met containerladingen tegelijk verscheept, voornamelijk naar het Afrika ten zuiden van de Sahara – het is een industrie geworden waarin miljarden dollars omgaan.

    Maar Afrikaanse regeringen hebben daar langzamerhand meer dan genoeg van. Wat velen in het Westen beschouwen als een genereus gebaar, verhindert hen hun eigen kledingindustrieën op te bouwen, zeggen ze. In maart 2016 besloten vier Oost-Afrikaanse landen de importheffingen op tweedehandskleren te verhogen, in sommige gevallen zelfs met een factor twintig.

    De patstelling laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt

    De Amerikaanse tweedehandskledinglobby trok aan de alarmbel en de regering-Trump startte vorig jaar een onderzoek naar de vraag of de vier landen misschien een achttien jaar oud handelsverdrag met de VS overtraden. De Oost-Afrikaanse regeringen werden onder druk gezet en verlaagden hun heffingen weer naar het oude niveau. Behalve Rwanda.

    Nu lijdt een Rwandese leider, die zichzelf als een trotse visionair ziet, onder de consequenties van zijn beslissing zich te verzetten tegen Washington. Binnenkort staat Rwanda volgens de African Growth and Opportunity Act de opschorting te wachten van enkele van zijn belastingvrije handelsprivileges op het gebied van kleding. De pogingen een binnenlandse kledingindustrie van de grond te krijgen, hebben intussen weinig resultaten opgeleverd. En Rwandezen die in de tweedehandskledingindustrie werken, klagen dat ze schade lijden.

    De patstelling tussen de economische reus van de wereld en een van Afrika’s snelst groeiende economieën kan niet echt een handelsoorlog worden genoemd – het is meer een schermutseling. De totale tweedehandskledingimport in Rwanda was in 2016 volgens regeringsstatistieken nog geen 7 procent van die van heel Oost-Afrika. En de kledingexport naar de VS bedroeg een minuscule 2 miljoen dollar. Maar het laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt.

    ‘Made in Rwanda’

    President Paul Kagame is ervan overtuigd dat hij in Rwanda fabrieken kan opzetten en zijn land afstand kan laten doen van de tweedehandskleren die hij als onwaardig beschouwt. Hij maakt deel uit van een aantal Afrikaanse leiders die een dam willen opwerpen tegen de stroom gebruikte goederen – van kleren tot elektronica en medische apparatuur – die op het continent terechtkomen nadat iemand anders ze heeft weggegooid. ‘Wat mij betreft is het een simpele keus,’ zei Kagame vorig jaar tegen journalisten over het handelsgeschil. ‘Er zouden consequenties aan vast kunnen zitten.’ Maar, zei hij, Rwanda en andere landen in Afrika ‘moeten groeien en eigen industrieën opzetten’.

    Vroeger produceerde Rwanda, net als andere Oost-Afrikaanse landen, het grootste deel van zijn kleding zelf. Maar in de jaren tachtig werkten regionale leiders samen met de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds om hun economieën open te stellen en meer handel toe te laten. Dat resulteerde in een toevloed van goedkope import. De Rwandese genocide in 1994 bracht verdere schade toe aan de lokale industrie. De kleding die nu in Rwanda voor de lokale markt wordt geproduceerd, is voornamelijk erg duur en gericht op stedelingen met een goede baan.

    De regering van Kagame lanceerde onlangs ‘Made in Rwanda’, een campagne om lokale productie aan te moedigen en te subsidiëren. Tot nu toe heeft die echter nog weinig vooruitgang geboekt. Het luxemerk Kate Spade laat in Rwanda handtassen in elkaar zetten voor de export, en twee andere fabrieken hebben er hun deuren geopend – een met een Rwandese en een met een Chinese eigenaar.

    Rwanda heeft te kampen met talloze nadelen. Het is geheel door land omgeven en ligt ver van zeehavens, de binnenlandse markt is klein en arm, en er is een gebrek aan goed opgeleide arbeiders. Het zal niet snel het volgende Vietnam of Bangladesh worden.

    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images
    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images

    De Rwandese kledingindustrie is nauwelijks gegroeid en de markt voor tweedehandskleding – die chagua wordt genoemd, van het Swahilische woord voor ‘kiezen’ – is ingezakt vanwege de nieuwe invoerrechten, terwijl er meer dan 18.000 mensen werkzaam zijn. ‘Ik heb mijn prijzen moeten verdriedubbelen,’ zegt Zaetzev Sibomana (26), die tweedehandskleding verkoopt op de markt in de wijk Nyamirambo in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. ‘Ze hebben de branche vernietigd en daarmee mijn spaarcentjes. Ik woon nog bij mijn ouders.’ De eigenaren van de winkel naast hem zijn de goedkope, Chinese kleding gaan verkopen die nu de Amerikaanse tweedehandskleren vervangt. Die Chinese kleren zijn nieuw, waardoor ze niet onderworpen zijn aan de hoge invoerrechten.

    Isai Mugabo, een van de winkeleigenaren, is niet blij met die verschuiving. Chagua was chiquer dan de Chinese kleren, mensen konden zich er modieus in voelen, zegt hij. ‘De meeste van mijn klanten gaan nu ontevreden de winkel uit. Vroeger vonden ze altijd wel iets unieks, maar nu gaat iedereen weg met hetzelfde overhemd. Ze lopen nu allemaal rond in een soort Chinees uniform.’

    ‘Banenverlies in VS’

    De belangrijkste Amerikaanse handelsvereniging voor tweedehandskleding, de Secondary Materials and Recycled Textiles Association, riep vorig jaar Amerikaanse handelsvertegenwoordigers op kritiek te leveren op de gestegen importheffingen van de Oost-Afrikaanse landen. Volgens hen hadden de maatregelen al een ‘dramatische, negatieve invloed’ op de Amerikaanse industrie. De industriegroep zei dat er 5000 banen in de private sector plus 19.000 posten bij non-profitorganisaties verloren waren gegaan, en dat uiteindelijk 40.000 Amerikaanse banen ‘negatieve invloeden’ konden ondervinden door de verhoogde heffingen. Een verzoek om een interview werd door de groep afgewezen.

    Drie onafhankelijke analisten zetten vraagtekens bij het berekende banenverlies in de industrie. ‘Die aantallen klinken absurd hoog,’ zegt Todd Moss, een voormalig Amerikaans plaatsvervangend staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken, die nu staflid is van het Center for Global Development, een denktank. Hij en anderen hebben kritiek geleverd op de acties van de regering-Trump. ‘Het is buitengewoon schadelijk om te zien hoe de grootste economie ter wereld – om irrelevante, mercantilistische redenen – een Afrikaanse partner straft en intimideert,’ zegt Moss.

    Ambtenaren van de regering-Trump zeggen echter dat een strengere naleving van internationale overeenkomsten essentieel is om het handelsbeleid weer in evenwicht te brengen in het belang van Amerikaanse arbeiders. En Amerikaanse functionarissen merken op dat Oost-Afrikaanse landen zich moeten houden aan wat ze hebben afgesproken toen ze het akkoord, dat hun vele voordelen oplevert, sloten.

    Kagames woordvoerder wilde geen commentaar leveren op dit artikel, evenmin als Rwanda’s ministerie van Handel.

    ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan’

    Op de korte termijn zou het handelsgeschil gunstig kunnen uitpakken voor China. In haar kritiek op de Oost-Afrikaanse verhoging van invoerrechten op tweedehandskleding voerde de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiging aan dat Chinese import ‘een veel groter gevaar oplevert voor de Oost-Afrikaanse binnenlandse industrieën’ dan Amerikaanse tweedehandskleding. De Chinese kledingexport naar Oost-Afrika was in 2016 goed voor 1,2 miljard dollar, ‘een factor vier groter dan de waarde van tweedehandskleding’, schreef de instantie.

    Leveranciers van tweedehandskleding in Kigali zeggen dat zij en hun klanten zich in de steek gelaten voelen door de handelsverschuivingen. ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan,’ zegt Nadine Ingabire, die al tien jaar chagua verkoopt. ‘Zover zijn we nog niet. We hebben chagua nodig tot we wel zover zijn. Die keus is noodzakelijk. Het is niet ideaal om alleen chagua te hebben, maar alleen goedkope Chinese kleding hebben is dat ook niet. En tegen mensen die zeggen ‘Koop in Rwanda gemaakte kleding’, zeg ik: niet iedereen kan zich een klerenkast vol zondagse kleren veroorloven.’

    Auteurs: Max Bearak en David J. Lynch
    Vertaler: Tineke Funhoff

  • 4. Denen vinden makkelijk een nieuwe baan

    4. Denen vinden makkelijk een nieuwe baan

    In Denemarken is het even makkelijk om een baan te verliezen als om een nieuwe te vinden. Dat is de reden waarom de Denen wat werk betreft de meest optimistische Europeanen zijn.

    Per Mortensen heeft nog de smoor in, want voor het achtste achtereenvolgende jaar kon hij niet weg tijdens de schoolvakantie omdat zijn chef die periode al voor zichzelf had opgeëist. ‘Terwijl hij niet eens kinderen heeft die op school zitten,’ zegt Mortensen verontwaardigd.

    Hoewel hij dus geen vakantie had en het risico liep ontslagen te worden wegens werkverzuim en insubordinatie, vertrok hij naar Thailand met zijn vriendin en hun schoolgaande kinderen. ‘Ik heb genoten van mijn vakantie en we hebben niet veel aan mijn situatie gedacht. Ik wist zeker dat ik werk zou kunnen vinden dat gelijkwaardig was aan de baan die ik achterliet,’ zegt deze voormalige huismeester.

    Hij is niet de enige die het zo luchtig opvat. Als het gaat om de kansen op een nieuwe baan na een eventueel ontslag, zijn de Denen de meest optimistische Europeanen. Ze gaan er zelfs van uit dat ze in hun nieuwe baan hetzelfde zullen blijven verdienen. Dat blijkt uit een analyse van het in Dublin gevestigde Eurofound, de Europese stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden.

    ‘De Deense werknemers weten dat er kansen op werk bestaan, omdat er voortdurend nieuwe banen worden gecreëerd. Dat was ook zo tijdens de crisis’

    Eurofound heeft 43.000 Europeanen gevraagd of ze het eens waren met de volgende stelling: ‘Als ik mijn huidige baan zou verliezen, zou het me geen moeite kosten om een baan met een gelijkwaardig salaris te vinden.’ Daarmee was 53 procent van de Denen het eens. Na de Denen waren de Zweden en Britten het meest optimistisch, gevolgd door onder anderen de Nederlanders, de Finnen en de Ieren.

    Michael Svarer, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Aarhus en toekomstig voorzitter van de Deense Economische Raad, kijkt hier nauwelijks van op. ‘De huidige economische situatie in Zweden en Groot-Brittannië is goed, en in Denemarken worden op dit moment veel nieuwe banen geschapen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de manier waarop mensen hun kansen inschatten om een nieuwe baan te vinden wanneer dat nodig zou zijn,’ bevestigt hij.

    3 x Denen aan het werk. Op een beroepsbevolking van 2,9 miljoen veranderen jaarlijks tussen 700.000 en 800.000 mensen van baan. – © HH
    3 x Denen aan het werk. Op een beroepsbevolking van 2,9 miljoen veranderen jaarlijks tussen 700.000 en 800.000 mensen van baan. – © HH

    In oktober 2015 waren er volgens het Deense Bureau voor de Statistiek 3100 betaalde banen meer dan in september. Vergeleken bij het hoogtepunt van de werkloosheid, in het voorjaar van 2013, is het aantal betaalde banen in het land met 78.800 toegenomen. In oktober 2015 waren er 120.400 werklozen, met inbegrip van degenen die deelnamen aan herintredingsprogramma’s. Dat komt neer op 4,5 procent van de beroepsbevolking.

    Ook de toekomstige voorzitter van de Deense Economische Raad, die tweemaal per jaar een onafhankelijk oordeel velt over de gezondheid van de economie, onderstreept het Deense optimisme over de werkgelegenheid. ‘De werkgevers kunnen gemakkelijk mensen ontslaan. Het ontslagrisico is in Denemarken dus relatief hoog. Maar tegelijkertijd is er grote kans op het vinden van een nieuwe baan. Werkgevers zijn niet bang om mensen aan te nemen, omdat ze weten dat ze hen gemakkelijk weer kunnen ontslaan als dat nodig is,’ legt Svarer uit.

    In Denemarken, met een beroepsbevolking van nauwelijks 2,9 miljoen mensen, veranderen jaarlijks tussen de 700.000 en 800.000 mensen van baan. ‘De Deense werknemers weten dat er kansen op werk bestaan, omdat er voortdurend nieuwe banen worden gecreëerd. Dat was zelfs het geval tijdens de crisis, al waren er toen natuurlijk meer werkzoekenden,’ aldus Svarer.

    Mogelijkheden

    Volgens cijfers van het Deense ministerie van Economische Zaken vinden vier op de tien Denen binnen drie maanden nadat ze zich als werkloze hebben ingeschreven een nieuwe baan. De 58-jarige Per Mortensen past bijna binnen die statistieken. Toen hij eind juli terugkwam uit Thailand, zat hij ook zonder werk. ‘Ik wist zeker dat ik een nieuwe baan zou kunnen vinden, anders had ik niet met vakantie durven gaan,’ zegt hij. Na zijn terugkeer heeft hij zijn cv ingeleverd bij de uitzendbureaus Jobindex en Stepstone en zijn netwerk van kennissen en familieleden aangeboord.

    ‘Ik ben al heel wat jaren actief bij een sportclub, waar ik veel mensen ken. Er zijn heel vaak vacatures voor conciërges of schoonmakers, dus kansen genoeg,’ legt hij uit. Eind oktober had hij dankzij een relatie van zijn broer een gesprek met een bedrijf dat enkele duizenden panden beheert, en daar kreeg hij een baan.

    ‘Ik had nog een paar andere mogelijkheden, maar die heb ik niet eens geprobeerd,’ zegt Mortensen, die sinds november weer aan het werk is. Hij heeft nu de zorg voor een aantal panden in het centrum van Kopenhagen. Zijn salaris is vrijwel gelijk aan dat in zijn vorige baan. Wel is hij zijn toeslag voor werk in de weekeinden en avonduren kwijt, want dat is bij deze baan niet aan de orde.

    ‘Ik verdien dit jaar minder omdat ik een paar maanden werkloos ben geweest, en ik krijg minder betaald omdat ik geen overuren meer maak, maar ik ben tevreden met mijn nieuwe baan,’ besluit hij, terwijl hij peuken en ander klein afval verzamelt in een voetgangerspassage. ‘Dit moet ik twee keer per dag doen,’ legt hij uit. In de panden waarvoor hij verantwoordelijk is zijn grote advocatenkantoren, reclamebureaus en internationale ondernemingen gevestigd.

    Het enige wat Per Mortensen verbaasde, was dat hij tot november moest wachten voordat hij weer aan de slag kon. Ondanks zijn leeftijd had hij gedacht eerder werk te vinden.

    Auteur: Thomas Flensburg
    Vertaler: Peter Bergsma

    Politiken
    Denemarken, dagblad, oplage 108.000

    Een van de grootste kranten van Denemarken, met zijn sociaal-liberale karakter vooral gelezen door de hogere middenklasse in Kopenhagen.

  • 3. Renzi doorbreekt taboes en schept banen

    3. Renzi doorbreekt taboes en schept banen

    Met de Jobs Act van 2015 heeft de Italiaanse premier Matteo Renzi niet alleen de peilingen getrotseerd, maar ook de linkervleugel van zijn eigen partij. Moet zijn methode niet voor eens en voor altijd in marmer worden gebeiteld?

    Waaraan dankt een regering haar succes? Over het algemeen aan drie factoren, die regeringen maar zelden weten te combineren. Ten eerste: de werkelijke impact van hervormingen op de economische prestaties van een land. Ten tweede: de handigheid om hervormingen die door het gezond verstand worden gedicteerd (en niet door de consensus) om te buigen tot hervormingen waarop een nieuwe consensus kan worden gebouwd. Ten derde: het vermogen om zowel de kiezers als de financiële wereld van de juistheid van deze hervormingen te overtuigen (want zonder kiezers kan een regering niet functioneren, en zonder steun van de markten kan ze niet voortbestaan).

    De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen toont aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt

    Ziedaar: twee jaar nadat Matteo Renzi zijn intrek heeft genomen in het Palazzo Chigi [de zetel van de premier], telt men in Italië maar één hervorming die aan deze drie basiseisen voldoet en die kan doorgaan voor een werkelijke overwinning voor de regering: de fameuze Jobs Act, de hervorming van de arbeidsmarkt die in maart 2015 in werking is getreden.

    Dat de Jobs Act van essentieel belang is, komt niet alleen doordat deze wet in 2015 het aantal contracten voor onbepaalde tijd heeft doen stijgen, maar ook doordat hij ergens model voor staat. In alle opzichten is de Jobs Act een volmaakte mengeling geweest van doorbroken taboes, zoals het uitdagen van conservatief links, het vernederen van het corporatisme, het vergroten van het bereik van de Democratische Partij (PD) en van een consensus die niet op peilingen berust, dankzij een hervorming die eerst de markten voor zich heeft gewonnen en vervolgens de kiezers. En het is een model waaraan de premier zou moeten vasthouden om de komende maanden de hervormingen door te voeren zonder welke hij, wat de werkgelegenheid betreft, in 2016 weinig kans heeft dezelfde resultaten te boeken als het vorige jaar.

    Laten we niet vergeten dat 2015 een jaar was dat lichtelijk was ‘opgepept’ door een verlaging van de sociale lasten: een vrijstelling voor bedrijven van maximaal 8000 euro voor elke vaste aanstelling – en dat bracht talrijke ondernemingen ertoe om in december snel nog nieuwe contracten te tekenen (272.000, oftewel het dubbele van de voorafgaande maand) voordat de regering haar steun in 2016 halveerde.

    Pasquale Stigliani (37), voormalig ingenieur, is net als veel andere Italianen weer in de landbouw gaan werken. Hier raapt hij aardappels op het bedrijf van zijn vader. – © HH
    Pasquale Stigliani (37), voormalig ingenieur, is net als veel andere Italianen weer in de landbouw gaan werken. Hier raapt hij aardappels op het bedrijf van zijn vader. – © HH

    Het principe is dus bekend, maar het zou goed zijn om het voor eens en voor altijd in marmer te beitelen. Zonder radicale hervormingen van het arbeidsrecht zou er dit jaar geen significante groei zijn geweest en zouden bedrijven gestopt zijn met het aannemen van personeel. De methode van de Jobs Act – die Renzi in staat heeft gesteld een hervormingsmodel te ontwikkelen dat in heel Europa wordt geapprecieerd en dat uit de koker komt van een links dat volop in beweging is (net zoals het Franse links dat momenteel aan de macht is en waarvan het hervormingsprogramma ‘Code du travail’ overigens duidelijk geïnspireerd is op het Italiaanse model) – zou ook gehanteerd kunnen worden voor de hervorming van het rechtssysteem, voor de overheidsuitgaven, voor het privatiseringsprogramma, voor belastingverlaging, voor het industriebeleid…

    De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen om de Jobs Act tot een goed einde te brengen, toont niet alleen aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt, maar ook dat de obstakels die Italië verhinderen om vooruitgang te boeken vooral door Italië zelf worden opgeworpen, en niet alleen door Europa.

    Utopie

    Om de methode van de Jobs Act de komende maanden verder door te kunnen voeren is het van wezenlijk belang dat Renzi zich laat inspireren door wat zijn Franse collega, Manuel Valls, heel goed begrepen heeft toen hij bekeek hoe links Europa eraan toe is. In Frankrijk, stelt Valls, zijn er twee ‘onverzoenlijke’ vormen van links die een volstrekt tegengestelde kijk hebben op de problemen waarvoor een land dat wil hervormen zich gesteld ziet. En het is dus een utopie te denken dat je die twee kanten tegen elke prijs zou kunnen verenigen.

    De Jobs Act heeft Renzi in staat gesteld een nieuwe ruimte te definiëren waarbinnen het land en de Democratische Partij zich kunnen ontwikkelen. Het verlaten van deze perimeter zou gevaarlijk kunnen zijn voor zowel de Democratische Partij als voor – het laat zich raden – Italië als geheel.

    Auteur: Claudio Cerasa
    Vertaler: Peter Bergsma

    Il Foglio Quotidiano
    Italië, dagblad, oplage 10.000

    Il Foglio is een centrum-rechtse krant opgericht door de journalist en politicus Giuliano Ferrara, waarin het belangrijkste nieuws wordt samengevat en becommentarieerd.

  • 1. Na zeventien jaar weer een vaste baan

    1. Na zeventien jaar weer een vaste baan

    De bewering dat een langdurig werkloze jarenlang niets heeft gedaan, is nogal boud. Neem Ella Haug, 44 jaar, die vijf kinderen opvoedde en opvoedt. Grotendeels alleen.

    Als ze over de vader van de laatste drie kinderen spreekt, heeft ze het over ‘Herr Haug’. De man heeft zich zelden om hen bekommerd. Ella Haug (44) zit nu in een spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau in Neurenberg – felrood haar en een voor haar leeftijd sterk getekend gezicht.

    Ze praat over haar arbeidsverleden.

    Op het laatst waren het alleen nog 1 euro-jobs [baantjes voor uitkeringstrekkers, voor 1 euro per uur, bedoeld om ze aan het arbeidsproces te laten deelnemen]. Bleef ze weg omdat de achtjarige een astma-aanval had, dan dreigde de sociale dienst te korten op haar uitkering. Ze voelde zich een goedkope hulpkracht, met zinloze, tijdelijke bezigheden die tot niets leidden. Ze was niet meer in staat een beroep uit te oefenen, zoals zovelen van de 1 miljoen Duitsers die een jaar of langer werkloos zijn.

    Ooit had Ella Haug een echte baan, waarin ze goed verdiende, en waar ze trots op was. Ze leidde het filiaal van een discounter. Dat was zeventien jaar geleden. Toen kwamen er nog drie kinderen, voor wie ze niet kon zorgen. Aan ‘Herr Haug’ had ze niets. Op zeker moment was ze te lang uit de running, waardoor geen bedrijf haar nog in dienst wilde nemen. Ze kwam terecht bij het postorderbedrijf Quelle, omdat weinig mensen zin hebben in nachtdiensten. Maar oma wilde na twee dagen niet meer bij de kleinkinderen overnachten. Ella wilde een vak leren, maar het arbeidsbemiddelingsbureau wilde geen opleiding voor haar betalen – vanwege haar onbetrouwbaarheid geloofde men niet dat zoiets een succes kon worden.

    1 euro-jobs

    Dus bleven alleen de 1 euro-jobs over, die bij haar slechts één gevoel losmaakten: ‘Je denkt: Dan kan ik net zo goed in de uitkering blijven.’ Daar liep het op uit: een Hartz IV-uitkering*, levenslang. Duur voor de samenleving, frustrerend voor haar. Het is een lot dat ze deelt met miljoenen Duitsers – en misschien wel doorgeeft aan haar kinderen. Oudgedienden onder de Neurenberger arbeidsbemiddelaars hebben cliënten wier ouders ze al zonder succes probeerden te helpen.

    Dit leven, waarbij haar gezin meestal rondliep in gekregen, afgedragen kleren, wilde Ella Haug achter zich laten. In 2014 nam ze deel aan een proefproject van de deelstaat Beieren en de stad Neurenberg. Haar laatste echte baan lag toen al anderhalf decennium achter haar. Er bestaan tal van sociale projecten, maar dit project, ‘Perspectief voor gezinnen’, volgt een nieuwe logica. Bij langdurig werklozen is vaak sprake van meer dan één hindernis om een baan te krijgen. Gebrek aan opleiding, geringe kennis van het Duits, huiselijk geweld, drugs, passiviteit. Zo iemand aan een baan helpen lukt misschien alleen door intensieve begeleiding, door een opzet waarbij meerdere problemen tegelijk worden aangepakt en waarbij ook naar het hele gezin wordt gekeken.

    Een rij werkzoekenden bij het arbeidsbureau in de wijk Lichtenberg in Berlijn. © Hollandse Hoogte
    Een rij werkzoekenden bij het arbeidsbureau in de wijk Lichtenberg in Berlijn. © Hollandse Hoogte

    Hoe noodzakelijk dat was in het geval van Haug, zag het gecombineerde team van arbeidsbemiddelaars en sociaal werkers snel in. Ze hadden een onbeduidend baantje voor haar gevonden, als een nieuw begin. Na een poosje gaf ze er de brui aan. Bij een tweede baantje idem dito. De ene keer viel de zoon van de trap, zegt ze, de andere keer ontsnapte er thuis hete stoom uit de gasoven, dat maakte de kinderen bang. Serieuze redenen misschien, maar ze bleef eenvoudig weg, zonder zich af te melden. Kwam dagenlang niet aan de telefoon. Ze kon of wilde niet werken, en tegelijkertijd schaamde ze zich daarvoor. Nu, twee jaar later, in de spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau, wil ze dat wel toegeven.

    Het Duitse recht schrijft in zo’n geval voor dat de bemiddelaar moet korten op de Hartz IV-uitkering. Ella Haug kent dat. Maar sancties hielpen haar ook andere keren niet terug aan het werk.

    Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde

    In het gecombineerde team zit Andreas Schäfer, een sociaal werker. Hij ging ’s avonds gewoon langs bij de familie Haug. Hij trof een puberende dochter aan, die vaak uit haar vel springt, en twee andere kinderen met leermoeilijkheden die bijzonder onderwijs volgen en veel aandacht nodig hebben. ‘Als mevrouw Haug zich concentreerde op het ene kind, ging het fout met de andere,’ zegt de sociaal werker. ‘Mevrouw Haug was nog helemaal niet klaar voor een baan.’

    Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde – maar alleen als ze zich meerdere maanden goed gedroeg. Toen de thuissituatie zich stabiliseerde, maakten de bemiddelaars het mogelijk dat Ella Haug de opleiding ging volgen die haar eerder was geweigerd. Ze leerde in een verzorgingstehuis ouderen te verzorgen. Gesprekken voeren, een valtraining. Ze hield het vol. Dat lukte alleen omdat ze de kinderen nu regels stelde.

    Op 1 januari jongstleden kreeg ze een vaste aanstelling in het verzorgingstehuis. 1400 euro per maand. Het is haar eerste echte baan sinds zeventien jaar.

    Tot voorbeeld dienen

    In het project in Neurenberg, met zeshonderd gezinnen, hebben ze vaak te maken met langdurig werklozen die in het normale systeem buiten de boot vallen. Zoals Ella Haug. Zoals een Congolese vrouw die tien jaar zonder baan bleef. De normale arbeidsbemiddelaars voor moeilijke gevallen behandelen twee keer zoveel cliënten als in dit project en bekommerden zich weinig om deze vrouw. Als ze zich concentreren op makkelijkere cliënten, verbeteren ze hun score. Bemiddelaarster Gudrun Frank, die meer tijd heeft, ontdekte dat het bij de Congolese een kwestie van geschiktheid was. De dienst bood niets aan, en zijzelf durfde niets. Nu werkt ze als verzorgster en bloeit ze op.

    ‘De Neurenbergse opzet voorkomt Hartz IV-carrières en daarmee uitgaven en ouderdomsarmoede,’ zegt de Beierse minister van Sociale Zaken, Emilia Müller (CSU). ‘Ouders kunnen hun kinderen weer tot voorbeeld dienen.’ Müller heeft haar collega-ministers aangespoord om haar voorbeeld in de hele Bondsrepubliek te volgen. De sociale commissie van de Bondsraad stemde met 16 tegen 0 stemmen voor.

    Als de Bondsregering die opzet in een wet vastlegt, kan elk arbeidsbemiddelingsbureau te werk gaan volgens het Neurenberger model. Gefinancierd door gemeenten en rijk. Maar daar zit de moeilijkheid. Het is duurder wanneer arbeidsbemiddelaars, zoals in het proefproject, maar half zoveel cliënten hebben. Emilia Müller brengt daartegen in: ‘Voor iedere uitgegeven euro komt minstens 4 euro terug.’ Zoals in de evaluatie van het project telt zij de lonen van de herintreders, de sociale premies en de belastingen bij elkaar op. 4:1. Maar pas op de lange termijn. Aanvankelijk zouden gemeenten en rijk meer geld moeten uitgeven.

    Wellicht wordt het model nu aantrekkelijk omdat het vooral geschikt lijkt voor de grootste uitdaging waarvoor Duitsland juist nu staat: de integratie van miljoenen vluchtelingen.

    Auteur: Alexander Hagelüken
    Vertaler: Piet Meeuse

    • De Duitse variant van de bijstandsuitkering, genoemd naar Peter Hartz, 
de voorzitter van de commissie uit de Bondsdag die aan het begin van de 
eeuw wijzigingen in de Duitse sociale wetgeving voorbereidde.

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.