Meer dan 2000 mensen zijn overleden en honderden vermist
Afgelopen vrijdag werd Myanmar geraakt door een verwoestende aardbeving met een kracht van 7.7 op de schaal van Richter. Honderden zijn nog steeds vermist onder het puin, meldt The Nation Thailand. ‘Na de traumatische ervaring van een aardbeving leven veel mensen nu met de angst voor naschokken en daarom slapen ze op straat of in open velden,’ melden medewerkers van het International Rescue Commitee (IRC) in de hoofdstad Mandalay. ‘Overdag gaan mensen terug de gebouwen in,’ vertelt een inwoner van Mandalay. ‘Maar ze durven daar ’s nachts niet te slapen.’ Het IRC dringt aan op het opzetten van tenten voor de veiligheid van slachtoffers die buiten slapen.
In 2021 greep een militaire junta de macht in Myanmar en sindsdien woedt er een burgeroorlog tussen de junta en de democratische strijdkrachten. Dit conflict maakt het de hulpdiensten nog moeilijker omdat de militaire junta communicatienetwerken, wegen, bruggen en andere infrastructuur onder controle houdt, merkt het Thaise nieuwsplatform op. De democratische strijdkrachten hebben aangegeven dat ze vanaf 30 maart hun militaire acties twee weken lang zullen staken, aldus The Korean Herald.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hulpverleners in Myanmar worden bijgestaan door satellietbeelden en AI, meldt Associated Press. De satellietbeelden worden doorgestuurd naar Microsofts AI for Good Lab en daar met AI onderzocht om beschadigde gebouwen te identificeren. Lokale autoriteiten kunnen hierdoor inschatten welke locaties de meeste hulp nodig hebben. Microsoft benadrukt dat de geanalyseerde beelden werken als een hulpmiddel, maar nog steeds afhankelijk zijn van controle op de grond.
Desondanks blijft hulpverlening schaars en veel ziekenhuizen zijn beschadigd. Terwijl burgers uit eigen initiatief op zoek gaan naar overlevenden, snellen reddingsacties uit Rusland, India, China en andere omliggende landen zich naar Myanmar, bericht The Korean Herald. De heftige aardbeving in Myanmar heeft ook buurlanden geraakt, waaronder Thailand en de hoofdstad Bangkok, waar een flatgebouw onder constructie is ingestort. De Thaise autoriteiten zijn nog steeds op zoek naar overlevenden.
In het vliegtuig zaten 175 passagiers en 6 bemanningsleden
Een vliegtuig van de Zuid-Koreaanse goedkope luchtvaartmaatschappij Jeju Air is zondag neergestort tijdens de landing op de luchthaven van Muan in het zuidwesten van Zuid-Korea. Daarbij zijn ten minste 120 mensen om het leven gekomen, meldt The Korea Times. Het vliegtuig, een Boeing 737-8AS die van Bangkok naar Muan vloog met 181 mensen aan boord, schoot van de baan af na zijn tweede landingspoging voordat het in brand vloog.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de autoriteiten was ‘een botsing met vogels in combinatie met ongunstige weersomstandigheden’ de oorzaak van het ongeluk. Reddingswerkers hebben tot nu toe de stoffelijke resten van 120 slachtoffers geïdentificeerd en ten minste twee mensen, een passagier en een bemanningslid, konden levend uit de cabine worden gehaald.
Op video’s van de crash die door lokale tv-stations werden uitgezonden, is te zien hoe het vliegtuig op zijn buik landde en tegen barrières aan het einde van de landingsbaan botste, waardoor het ontplofte. Het vliegtuig vervoerde 175 passagiers en 6 bemanningsleden. Jeju Air, een van de grootste low-cost luchtvaartmaatschappijen van Zuid-Korea, had sinds de oprichting in 2005 nog nooit een dodelijk ongeval meegemaakt.
Een bus met Thaise kinderen en hun leraren vloog in brand op een snelweg in de noordelijke buitenwijken van Bangkok. Bangkok Post spreekt van een ‘schoolreisje dat dinsdag veranderde in een tragedie’. Volgens reddingswerkers werd de brand veroorzaakt door een lekke band. De chauffeur vluchtte in eerste instantie weg voordat hij zichzelf ‘s avonds aangaf bij de politie, aldus Bangkok Post.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ongelukken komen vaak voor in Thailand vanwege de slechte infrastructuur, onveilige voertuigen en gevaarlijke rijpraktijken. Elk jaar overlijden er ongeveer 20.000 mensen op de weg, meer dan vijftig per dag, volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor 2023.
Sekswerkers in het mekka van het sekstoerisme vrezen voor hun bestaan nu hun klandizie is weggevallen door corona. Recht op steun hebben ze niet: hun beroep wordt niet erkend.
Nijchara Lalun heeft haar lippen vuurrood gestift, haar wenkbrauwen zorgvuldig bijgewerkt en haar paarlen oorbellen uit de la gehaald. Het is vrijdagavond in de rosse buurt van Bangkok en Nijchara hoopt op klanten. Normaliter zou dat zo aan het begin van het weekend geen enkel probleem zijn in de Soi Cowboy, de beruchte dwarsstraat waar de neonlichten van de gogo-bars zich aaneenrijgen. Maar de gevolgen van de coronapandemie hebben ook een zware impact op de branche die voorheen in Thailand als uitermate crisisbestendig werd gezien: het sekstoerisme.
Nijchera zit op een kruk voor de ingang van haar vaste bar. Naast haar zit of staat zeker nog een tiental andere dames in strak zittende kleding op gasten te wachten – tot nu toe zonder resultaat. Een al wat oudere, Europees uitziende man wandelt door de verder uitgestorven straat. Nijchara wenkt hem. De man glimlacht en loopt door. ‘Het is moeilijk geworden om hier nog geld te verdienen,’ zegt ze, ‘sinds de grenzen dicht zijn kunnen we nauwelijks nog rondkomen van ons werk’.
Sinds eind maart laat Thailand vanwege de coronapandemie vrijwel geen toeristen meer toe. Het Zuidoost-Aziatische land is er op die manier in geslaagd het aantal nieuwe covid-19-infecties tot vrijwel nul terug te dringen. Maar de prijs hiervoor is hoog: het wegvallen van het toerisme, dat in het verleden goed was voor zo’n 20 procent van de Thaise economie, heeft geleid tot een zware recessie.
De sekswerkers – vrouwen en mannen – zijn daardoor bijzonder hard getroffen. Op hulp van de overheid hoeven zij niet te rekenen, want hun beroep is illegaal. Als gevolg van de desastreuze situatie ontstaat er nieuw protest tegen oude wetten.
Paradox
Al decennia leeft Thailand met een paradoxale situatie: in bepaalde wijken van Bangkok en in de strandmetropool Pattaya oefenen de gogo-bars en de als massagesalon aangeduide bordelen openlijk hun activiteiten uit. Zij hebben Thailand als toonaangevende bestemming voor sekstoerisme op de kaart gezet.
Circa 300.000 mensen leven in Thailand van sekswerk, schatten maatschappelijk werkers en hulporganisaties. Met elkaar zouden ze na Bangkok de grootste stad van Thailand vormen. Maar deze nog voor kort bloeiende bedrijfstak is officieel een misdrijf: in het land dat zichzelf het land van de glimlach noemt, gelden voor prostitutie gevangenisstraffen die kunnen oplopen tot twee jaar.
Nijchara bracht het grootste deel van haar werkzame leven door in de wetenschap dat haar werk eigenlijk verboden is. Ze is vijftig en werkt al bijna twintig jaar in de seksbusiness. Daarmee is zij een van de oudst gedienden in de Soi Cowboy.
‘Nu krijg ik op veel dagen helemaal geen bezoek; alleen wat lokale klanten en Japanse expats komen mondjesmaat langs’
Ze heeft al heel wat crises meegemaakt: een tsunami in het zuiden, hevige overstromingen in Bangkok, bezettingen van vliegvelden en militaire coups hadden altijd hun uitwerking op het toerisme. ‘Maar zo hard als nu zijn we nog nooit geraakt,’ vertelt Nijchara. Om haar hals draagt ze een ketting met een Boeddhahangertje – van oudsher een mascotte ter bescherming van zijn eigenaar. Haar klandizie is teruggelopen met circa 70 procent. ‘Nu krijg ik op veel dagen helemaal geen bezoek; alleen wat lokale klanten en Japanse expats komen mondjesmaat langs.’
Momenteel komt Nijchara op een inkomen van omgerekend ongeveer 600 frank (circa 550 euro) – met inbegrip van een klein salaris als serveerster. Er zijn ongetwijfeld banen waarmee je in Bangkok nog minder verdient. Maar Nijchara kan er niet van rondkomen. Ze ondersteunt haar dochter die studeert. Haar moeder heeft veel zorg nodig en bovendien moet ze elk maand een lening afbetalen.
Op het hoogtepunt van de crisis heeft ze daarom nieuwe inkomsten aangeboord: via Facebook verkoopt ze zelfgemaakte chilipasta. De opbrengst houdt tot nog toe niet over. Toch prijst Nijchara zich gelukkig dat ze momenteel überhaupt geld verdient. Ze weet dat velen duidelijk slechter af zijn.
Surang Janyam maakt als maatschappelijk werkster de crisis van de sekswerkers van heel dichtbij mee. Zij geeft leiding aan hulporganisatie Swing die sinds 2004 mensen helpt die hun brood verdienen met seks. Haar kantoor ligt midden in de uitgaanswijk Patpong, een van de centra van Bangkoks seksindustrie.
Maar op de plekken waar het altijd zo druk was, is het stil geworden. In de go-go-bars die nog open zijn, rijgen de lege barkrukken zich aaneen. Bij de buren hangen aan neergelaten jaloezieën briefjes met het opschrift ‘tot nader order gesloten’. Wat gebeurt er wanneer er niet snel verandering in deze situatie komt? Surang windt er geen doekjes om: ‘Mensen zullen doodgaan’, zegt ze, ‘wat anders, als het onvoldoende is om te overleven?’
Verlopen visum
Grote zorgen maakt Surang zich om de buitenlandse sekswerksters. Hun situatie is bijzonder precair. In de kuststad Pattaya waar de seksbusiness tijdens de Vietnamoorlog dankzij ontspanning zoekende Amerikaanse soldaten een massafenomeen werd, is bij sommige etablissementen al het personeel afkomstig uit het nabije Cambodja.
Terwijl de bars die vroeger als bordelen dienstdeden gesloten zijn, slaapt het personeel nu op de zolder. Anderen zijn dakloos geworden en zoeken hun toevlucht in tempels. ‘De vrouwen hebben vaak niet eens meer genoeg geld voor rijst en olie,’ vertelt Surang, ‘we krijgen vrijwel iedere week noodkreten om hulp’. Terug naar hun eigen land kunnen zij momenteel niet: de grenzen zijn dicht, bovendien hebben veel van hen een verlopen visum – en vrezen daarom problemen met de Thaise autoriteiten.
Het grootste deel van de sekswerkers staat met lege handen omdat de staat hun beroep niet erkent
Hoewel de regering van premier Prayuth Chan-ocha hulp aan werknemers in de informele sector heeft toegezegd – om de gevolgen van de coronacrisis te verlichten betaalde de regering een half jaar lang maandelijks een toelage van omgerekend ongeveer 150 frank (circa 140 euro) uit aan miljoenen mensen –, stond het grootste deel van de sekswerkers met lege handen omdat de staat hun beroep niet erkent. ‘De regering heeft niets voor hen gedaan,’ zegt Surang.
Activisten willen de brede protesten tegen de regering in Bangkok nu gebruiken om aandacht te vragen voor hun problemen. Bij een manifestatie die voortvloeide uit de in juli op gang gekomen protestgolf van voorstanders van democratische hervormingen, marcheerden zij begin november in dichte rijen naar Patpong over een anders druk bereden weg. De demonstranten droegen metersbrede spandoeken met zich mee waarop zij het homohuwelijk en transgenderrechten eisten – ook legalise seks worker viel in grote letters te lezen.
‘We willen een eind aan onderdrukking door de staat, ook voor sekswerkers’
De Thaise organisatie van sekswerkers Empower Foundation heeft zich openlijk solidair verklaard met de anti-regeringsprotesten die onder meer ontbinding van het door het leger gedomineerde parlement en een nieuwe grondwet verlangen. ‘We willen een eind aan onderdrukking door de staat’, laat de organisatie weten,‘dat geldt ook voor sekswerkers.’ De organisatie zamelt momenteel handtekeningen in voor een petitie voor decriminalisering van de branche – en hoopt zodoende een maatschappelijke verandering op gang te brengen.
Ook Surang Janyam steunt de petitie. ‘De wetten die prostitutie moeten tegengaan hebben in Thailand heel duidelijk niet gewerkt,’ zegt ze. In plaats van de mensen tegen de negatieve gevolgen van het werk te beschermen, hebben ze hen in de illegaliteit gedreven en rechteloos gemaakt. ‘Criminalisering speelt alleen gehaaide zakenlieden in de kaart die uit zijn op uitbuiting van sekswerkers.’
Economisch perspectief
Surang verlangt daarom dezelfde werknemersrechten als in andere branches en pleit voor een echt nieuwe benadering van het thema: ‘Mensen kiezen voor sekswerk omdat ze het economisch moeilijk hebben,’ zegt ze. Om daar verandering in te brengen moet de regering zorgen voor een beter economisch perspectief.
‘Criminalisering speelt alleen gehaaide zakenlieden in de kaart die uit zijn op uitbuiting van sekswerkers’
Maar dat is tot nog toe ver weg. De Aziatische Ontwikkelingsbank voorspelt voor Thailand voor dit jaar een economische krimp van 8 procent. Daarmee zou de economische crisis het land zwaarder treffen dan welk land in Zuidoost-Azië ook.
Het gebrek aan uitzicht op een spoedige verbetering drukt ook de stemming in Bangkoks partystraat Soi Cowboy. Nijchara Lalun zegt dat ze altijd hield van de uitgelatenheid en de vrolijkheid in haar werk hier. ‘Ik hoop dat die onbezorgdheid ooit weer terugkomt,’ zegt ze. ‘Maar we weten heel goed: dat gaat nog een hele tijd duren.’
Bij protesten door werknemers van landbouwexportbedrijven in Peru, begin december, viel een dode en strandden honderden bussen en vrachtwagens met vers voedsel door wegblokkades. Die demonstraties stopten nadat het Congres besloot een oude landbouwwet in te trekken. Landarbeiders vonden dat die wet grote landbouwbedrijven voortrok, waardoor hun dagloon op slechts 39 sol, 9 euro, uitkwam. Het Congres is er echter niet in geslaagd een consensus te bereiken over een nieuwe wet, die hogere basissalarissen zou betekenen. Daarom zijn honderden boeren nu opnieuw de straat op gegaan en is onder meer de Pan-Amerikaanse weg geblokkeerd.
Na mijnbouw is agrarische export de afgelopen jaren de grootste bron van deviezen voor Peru geworden. Het land is ’s werelds grootste exporteur van bosbessen en is ook een belangrijke exporteur van druiven, asperges en avocado’s naar China, de VS en Europa.
In Bangkok werd in december een spectaculaire lounge geopend. In de Spice and Barley Riverside (uitzicht op rivier de Menam) rijzen spiraalvormige rotan sculpturen van tientallen meters hoog uit de grond. Handig om pijpen en ventilatieapparatuur achter te verbergen en een passende verwijzing naar het schuim van het assortiment Belgische bieren dat het restaurant serveert.
Patrick Keane, de directeur van de Thaise firma, gebruikte 3D special effects-software om de vloeiende geometrische vormen te kunnen modelleren. Het goud op de constructies is een knipoog naar de royaal vergulde tempels in het land. Rotan, een soort liaan, is een duurzaam natuurproduct. Dit project heeft twee rotanfabrieken van sluiting gered.
(360, Amsterdam)
Zweden wijst deelname van Huawei aan 5G-netwerk af
Bezorgd om mogelijke spionage door China liet Zweden in oktober weten het Chinese bedrijf Huawei uit te willen sluiten bij de aanleg van zijn 5G-netwerk. Het leidde tot protesten op hoog niveau, maar recentelijk noemde het Zweedse Hof van Beroep het besluit terecht. Overigens namen onder meer Australië, Nieuw-Zeeland, de VS, Japan en Groot-Brittannië al eerder een soortgelijk besluit.
Huawei geeft nog niet op en zegt nog de resultaten van een andere gerechtelijke procedure af te wachten. De Chinese ambassadeur in Stockholm liet ondertussen weten op ‘niet-discriminerende’ omstandigheden voor Chinese bedrijven in Zweden te hopen en wuifde zorgen over veiligheid weg. Hij heeft de Zweedse opinie echter tegen. In een opiniepeiling zei slechts 20 procent dat China welkom is bij de aanleg van Zweedse 5G-infrastructuur. Mensenrechten en democratische hervormingen in China moeten daarentegen de hoogste beleidsprioriteit zijn, vindt 82 procent.
Francesco Zambon, Italiaans epidemioloog en veldcoördinator van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in Italië tijdens de eerste coronagolf, schreef in mei mee aan een WHO-rapport dat Italiës beleid onderzocht aan het begin van de pandemie. Bedoeld als voorbereiding voor andere landen veroorzaakte het rapport ophef met de conclusie dat Italië werkte met een verouderd pandemieplan. Daardoor waren de eerste maatregelen ‘geïmproviseerd, chaotisch en creatief’. De WHO trok het rapport onmiddellijk in, hetgeen leidde tot woede en suggesties dat de Italiaanse regering werd gespaard.
Zambon zegt dat hij onder druk is gezet door Ranieri Guerra, assistent directeur-generaal bij de WHO en aanspreekpunt voor de Italiaanse regering. Guerra wilde dat Zambon de opmerking dat Italië zijn pandemieplan sinds 2006 niet meer had bijgewerkt, zou ‘corrigeren’. Zambon weigerde en diende een interne ethische klacht in bij de WHO. Sindsdien is hij ‘professioneel geïsoleerd’, zegt hij, ook al volgde hij nauwgezet alle WHO-richtlijnen om wangedrag te melden.
(AP News, Rome)
Stormy Daniels wil casino Trump opblazen
Eind januari zal een voormalig casino van Donald Trump in het Amerikaanse Atlantic City worden opgeblazen. Het Trump Plaza-casino, dat opende in 1984, werd in 2014 gesloten en raakte in zo’n staat van verval dat sloop noodzakelijk werd. Eerder dit jaar begonnen de eerste sloopwerkzaamheden en op 29 januari 2021 wordt het resterende deel van het complex opgeblazen.
Burgemeester Marty Small wil de sloop van deze plek gebruiken om geld in te zamelen voor een goed doel. Daarom is nu een inzamelingsactie gestart voor de Boys & Girls Club van Atlantic City, die voorziet in recreatie-, onderwijs- en loopbaanprogramma’s voor kinderen en tieners uit de stad. De burgemeester hoopt met de actie meer dan 1 miljoen dollar op te halen.
Een professioneel bedrijf begeleidt een veiling die de hoogste bieder het recht geeft om in januari op de knop te mogen drukken.
‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’
Die hoogste bieder zou wel eens Stormy Daniels kunnen zijn, de pornoster die werd betaald om te zwijgen over haar ontmoetingen met Trump. Op de site GoFundMe is daartoe een campagne gelanceerd. ‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’, aldus ene Bedell op de campagnepagina. ‘Ik woon zelf in St. Louis maar zal Stormy nomineren om de sloop te voltooien als we winnen. Ze heeft interesse getoond!’ Op Twitter liet Daniels weten inderdaad tot de actie bereid te zijn: ‘Ik wil het echt doen … en we weten allemaal dat ik goed ben in het indrukken van knoppen. LOL #teamstormy.’ Op 19 januari wordt de winnaar van de veiling bekendgemaakt.
Door klimaatverandering werden al ruim 18 miljoen mensen in Zuidoost-Azië gedwongen te migreren. Dat aantal zal meer dan verdrievoudigen als de opwarming van de aarde met de huidige snelheid doorzet, zo waarschuwen ActionAid International en Climate Action Network South Asia in een rapport. Binnen dertig jaar zullen zo’n 63 miljoen mensen in de regio uit hun huizen worden verdreven doordat de stijgende zeespiegel complete dorpen opslokt of omdat gewassen verdorren door aanhoudende droogte.
Het grootste aantal mensen zal in 2050 migreren binnen India, naar schatting ruim 45 miljoen. De sterkste stijging van klimaatmigranten staat Bangladesh te wachten, waar een zevenvoudige toename wordt verwacht. Volgens Harjeet Singh van ActionAid zijn dit conservatieve schattingen, want gedwongen migratie door plotselinge rampen als overstromingen en wervelstormen is niet ingecalculeerd.
Catastrofale situaties
Singh voorspelt ‘catastrofale’ situaties. Veel mensen zullen in stedelijke sloppenwijken terechtkomen, die vaak ook kwetsbaar zijn voor overstromingen en waar de kansen op bestaanszekerheid beperkt zijn. ‘Beleidsmakers in het rijke Noorden en het Zuiden realiseren zich de omvang van het probleem niet,’ aldus Singh. Hij dringt er bij rijke landen op aan om hun inspanningen te verdubbelen om hun CO2-uitstoot te verminderen.
Daarnaast zullen ze meer financiering moeten verstrekken aan Zuid-Aziatische landen om zich verder te kunnen ontwikkelen met schone energie en zich te kunnen aanpassen aan nieuwe klimatologische omstandigheden. Als regeringen wereldwijd het overeengekomen doel halen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden, kan het aantal mensen dat dreigt te worden verdreven in India, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka en Nepal, halveren in 2050.
Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.
Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.
Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.
Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’
Een watertaxi in Bangkok.
Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.
Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.
Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’
Vergeten en verwaarloosd
De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’
Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’
Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.
In de Thaise hoofdstad Bangkok schieten de overdekte winkelcentra als paddenstoelen uit de grond. Staan ze symbool voor het lege consumptiekapitalisme? Of juist voor de veerkracht van de nieuwe middenklasse?
Ik ben geboren en getogen in Bangkok. Over welke stad ik ook fantaseer om er te wonen, altijd kom ik uiteindelijk weer uit bij de verstopte, vervuilde, bruisende straten van de hoofdstad van Thailand. Bangkok is mijn thuis. Maar het is wel een vreemd soort thuis. Mijn familie en vrienden wonen er, maar het is ook niet per se een thuis waar je dol op bent. Bangkok is een stad die wordt beleefd en ervaren, en minder een stad die wordt bewonderd of waarvan wordt genoten. Het is een soort haat-liefdeverhouding die moeilijk valt te begrijpen – tenzij je ervandaan komt. Altijd als buitenlandse vrienden vragen wat er te doen is in Bangkok, of wat wij er doen, luidt mijn antwoord: ‘Niet veel.’
Vanwege de hitte kun je er in de openlucht niet zo actief zijn, en Bangkok is dermate dichtbevolkt dat een wandeling in het park of een bezoek aan een museum meer gedoe dan plezier oplevert. Het verkeer en het openbaar vervoer in de stad zorgen ervoor dat het twee keer zo lang duurt als elders eer je ergens bent. Sporten of iets kunstzinnigs doen kost geld – je moet je deze creatieve en fysieke inspanningen wel kunnen veroorloven. Wat blijft er dan voor de meeste inwoners van Bangkok over om te doen? De activiteit die het meest geschikt is, en waar we allemaal van kunnen genieten, is het bezoeken van shoppingmalls.
Alles wat je mogelijkerwijs zou willen hebben, kun je kopen in een shoppingmall in Bangkok
Alles wat je mogelijkerwijs zou willen hebben, kun je kopen in een shoppingmall in Bangkok. En je kunt er naar de film gaan, of bowlen. Iedere inwoner van Bangkok kan bevestigen dat we de meeste tijd doorbrengen in die shoppingmalls. Daar ontmoeten we mensen, daar wandelen we, eten we, winkelen we. Daar gaan we heen om gezien te worden – of om gewoon ergens heen te gaan. De laatste jaren is er een grote toename geweest van het aantal gewone overdekte winkelcentra en duurdere malls, vooral in de wijken Siam, Thonglor en Ekamai. Veel oude shoppingmalls, zoals het Emporium, zijn opgeknapt, terwijl kleinere overdekte winkelcentra zoals K Village, The Commons en Seenspace als paddenstoelen uit de grond schieten.
In haar boek Meeting of Masks probeert Sophorntavy Vorng de reden van die snelle opkomst te achterhalen. Zij stelt dat de spectaculaire toename van het aantal shoppingmalls en andere stedelijke hotspots gelijke tred houdt met de opkomst van de middenklasse. De gewone man zou zeggen dat je tot de middenklasse behoort als je genoeg te eten en genoeg te besteden hebt. En in shoppingmalls kun je eten en geld uitgeven. Er is een ingewikkeld verband tussen de klasse waartoe je behoort en welke shoppingmall je bezoekt in Bangkok. Malls zoals EmQuartier, Siam Paragon en Central Embassy zijn chic, terwijl Tesco Lotus, Central Rama 3 en Big C minder klasse hebben. De middenklasse is de enige groep is het zich kan permitteren om zich in al die verschillende malls te laten zien. De middenklasse eet graag van meer walletjes, wil de luxe van de hogere klasse, maar gaat er ook prat op zich in verschillende sociale milieus te kunnen bewegen.
In dit tijdperk van sociale media is het voor de Thaise middenklasse gebruikelijk om het beeld van ‘een perfect leven’ neer te zetten. De toename van het aantal shoppingmalls en ‘eetplekken’ is daar een gevolg van. Eten is altijd een integraal onderdeel geweest van de Thaise maatschappij, maar de sociale media hebben iets van prestige toegevoegd aan het uit eten gaan. Als in een restaurant het eten wordt geserveerd, halen de mensen hun telefoon tevoorschijn om een foto te maken van het gerecht en die op Facebook of Instagram te posten.
Volgens Sophorntavy Vorng weerspiegelt het gedrag van de middenklasse het verlangen om de status te verwerven van de elite of de hogere kringen, met hun rijkdom, macht, roem en connecties. Dat klopt, maar vaak wordt over het hoofd gezien dat die middenklasse ongelooflijk hard moet werken om de huidige positie in de maatschappij vast te houden, in het besef dat ze misschien wel nooit door het Thaise glazen plafond heen kan breken.
Afglijden in de voedselketen is geen optie, en de ultieme droom is natuurlijk dat je meer dan genoeg geld hebt om uit te geven. Geld maakt niet gelukkig, zoals het gezegde luidt, maar je kunt er wel dingen mee kopen die kunnen bijdragen aan het geluk. Met geld kun je luxe kopen voor jou en je familie. In de Thaise samenleving worden kinderen geacht te werken en te zorgen voor hun ouders als die oud zijn. Daarom doen ze jarenlang werk dat goed betaalt, maar niet het soort werk waar hun hart ligt. Daarom ook leven sommigen zich op sociale media uit in het scheppen van het imago dat ze alles hebben – een knap uiterlijk, een prachtig huis, schitterende kleren en een liefdevol gezin. Het is een soort koesteren van een illusie.
Vorng beweert ook dat de onvrede van hen die niet tot de hogere klasse behoren de oorzaak is van de politieke onlusten tussen de roodhemden [aanhangers van oud-premier Thaksin, meestal afkomstig uit de lagere middenklasse] en de geelhemden, die zich al sinds 2005 voordoen. De macht, de mogelijkheden en de onschendbaarheid van een kleine groep in de samenleving hebben demonstranten aangezet tot geweld, schrijft ze. In mei 2010 stichtten roodhemden tijdens een demonstratie brand in shoppingmall Central World, een daad die wordt omschreven als een ‘bijzonder schrijnend voorbeeld van de reactie van de arbeidersklasse op hun uitsluiting van de Thaise economische vooruitgang en de shoppingmalls, die zo uitbundig symbool staan voor het moderne consumptiekapitalisme’. Maar naar mijn mening is het hele verhaal, zoals de meeste dingen in dit land, te ingewikkeld om één partij de schuld te geven, en is de waarheid te gecompliceerd om te simplificeren.
In Thailand zijn politieke onlusten niets nieuws, vooral niet in de hoofdstad. Ik ben geboren ten tijde van de Black May-protesten in 1992, toen tweehonderdduizend mensen demonstreerden tegen het militaire bewind van generaal Suchinda Kraprayoon. Verhalen over bruut militair optreden en burgerslachtoffers mogen dan op scholen overal in het land weggemoffeld worden, ze maken nog steeds deel uit van de geschiedenis van Bangkok, er wordt nog steeds fluisterend over gesproken, zij het alleen onder heel goede vrienden. Die verhalen volgen ons overal, net als schaduwen, maar we draaien ons zelden om en testen ze op hun waarheidsgehalte.
Wandelen en dromen
Hoewel Vorngs onderzoek naar het Thaise klassenstelsel belangrijk is, slaagt ze er niet in een overtuigend verband aan te tonen tussen klasse en de politieke onrust in het land. Door zich alleen te richten op klasse als factor voor het geschil tussen de geelhemden en de roodhemden, negeert Vorng andere invloedrijke factoren die verweven zijn met het leven in Thailand, zoals propaganda, opvoeding, onderwijs en religie.
Mijn ervaring als Thaise vrouw, opgegroeid met mensen uit verschillende milieus, heeft me geleerd dat niet alles in mijn land zo zwart-wit is als het lijkt. Klasse is niet altijd de factor die ons verdeelt. De geelhemden zijn niet alleen burgers uit de middenklasse, de roodhemden niet alleen woedende arbeiders.
Ik heb een arbeider gekend die als het maar even kon naar bijeenkomsten van de roodhemden in Sanam Luang ging, maar ik heb ook een arbeidster gekend die de geelhemden hielp bij de blokkade van luchthaven Suvarnabhumi. Ik heb een vriendin gehad uit de middenklasse wier familie de straat op ging om de ochtend na de militaire coup in 2006 te feesten, maar ik heb ook een docente uit de middenklasse gehad die zonder scrupules haar lessen gebruikte om de standpunten van de roodhemden te verkondigen. Ook heb ik vrienden, familieleden en kennissen uit alle klassen die geen belangstelling meer hebben voor de politiek en die zich uit het debat hebben teruggetrokken, omdat ze alle partijen even slecht vinden. Het maakt nauwelijks uit wie het land bestuurt, zeggen ze: ons dagelijks leven zal daar echt niet beter van worden. Dus ja, het klassenonderscheid wordt misschien gebruikt om de woede bij sommige demonstranten aan te wakkeren, maar het is niet altijd de factor die iemands politieke voorkeur bepaalt.
We weten alleen zeker dat voor veel mensen in Thailand het leven niet eerlijk is. Sommigen proberen die onrechtvaardigheid te bestrijden door zich aan te sluiten bij een politieke partij, anderen door hard te werken en te overleven en weer anderen door te dromen over en te streven naar betere tijden. In het bijzonder de mensen uit de middenklasse dromen van verandering. Altijd. Daar zijn ze beter in dan de meeste anderen. Ze kunnen dromen omdat ze glimpjes van het paradijs hebben opgevangen in een of andere duistere fantasie, die is ingegeven door manipulaties van de hogere klasse en door hun eigen hoop dat het gras aan de andere kant groener moet zijn.
Misschien zijn de mensen in de middenklasse niet de onechte, zielloze mensen zoals ze vaak worden afgeschilderd
Thai zeggen dat we naar de duurdere shoppingmalls gaan om te duen len, wat simpelweg betekent ‘om te wandelen’. En diezelfde wandeling ondernemen we allemaal, keer op keer. We struinen dezelfde winkels af en eten hetzelfde voedsel. Toch komen we steeds terug omdat er niets beters is om naartoe te gaan.
Misschien vat die wandeling wel samen wat het betekent om tot de middenklasse van Bangkok te behoren. Misschien zijn de mensen in de middenklasse niet de onechte, zielloze mensen zoals ze vaak worden afgeschilderd. Misschien zijn het juist mensen die eeuwig in het tussengebied leven, die doelloos kuieren in helverlichte ruimten, etalages bekijken en maar een heel klein hapje van het feestmaal proeven.
En schuilt daar niet een ingetogen soort veerkracht in, in dat wandelen en dromen? Ik zou het graag willen geloven. Anders wordt het allemaal zo ondraaglijk treurig.
Kwartaalblad dat in 2010 werd opgericht in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh en tegenwoordig wordt gemaakt in Australië. Recensies, essays, poëzie, fictie, interviews en achtergrondjournalistiek over wat er op cultureel en politiek vlak speelt in Zuidoost-Azië. Zowel een platform voor schrijvers en geleerden in de regio als een politieke stem in landen waar de vrijheid van meningsuiting nogal eens wordt ingeperkt.
CONTEXT: Shoppingmall in Indonesië minder populair
De 82 winkelcentra in de Indonesische hoofdstad Jakarta maken een revolutie door om te kunnen overleven. De krant Kompas neemt een tiental van deze malls, zoals ze ook hier worden genoemd, onder de loep. Veertig jaar na de opening is in Blok M, een van de oudste winkelcentra, nog maar 37 procent van het oppervlak bestemd voor de detailhandel, tegenover 100 procent een kleine twee jaar geleden. ‘Met de indeling die we in 2018 zullen doorvoeren, willen we erkenning krijgen als cultureel centrum,’ zegt Medina Latief, de directrice. Er komen meer cafés en restaurants, en daarnaast zal 5000 vierkante meter worden bestemd voor gedeelde werkruimten (coworking), terwijl een hele etage wordt verhuurd aan onlinewinkels.
Een ander voormalig winkelcentrum, Pasaraya, is in zijn geheel – zeven verdiepingen – verhuurd aan Go-Jek, het Indonesische Uber. ‘Dat trekt jonge, creatieve mensen. Het centrum is er trots op dat het beschikt over de meest “professionele” moskee van Indonesië’, aldus de krant.
Pondok Indah Mall daarentegen, een van de luxere winkelcentra, houdt vast aan ‘tastbare koopwaar’. ‘De mensen komen omdat ze producten in het echt willen zien en kunnen aanraken,’ meent de directie. ‘Goedkope spullen kun je online kopen, maar duurdere niet.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.