Tag: banken

  • VS: centrale bank Fed houdt rentetarief ongewijzigd ondanks dalende inflatie

    VS: centrale bank Fed houdt rentetarief ongewijzigd ondanks dalende inflatie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Fransman die vastzat in Iran is vrijgelaten, meldt Macron

    » Argentinië: Senaat neemt Mileis hervormingswet aan

    Het tarief ligt al bijna een jaar tussen de 5,25 en 5,50 procent

    Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, besloot woensdag om haar belangrijkste rentetarief binnen de bandbreedte van 5,25 tot 5,50 procent te houden, waar het tarief al bijna een jaar tussen ligt. Na een opleving aan het begin van het jaar is de inflatie weer gaan dalen, maar ‘Fed-functionarissen verwachten slechts één renteverlaging dit jaar’, waarschijnlijk in de herfst, schrijft The Wall Street Journal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De centrale bank ‘verhoogde de rente in 2022 en 2023 met het snelste tempo in decennia om de hoge inflatie te bestrijden, en veel economen zijn verbaasd over hoe de economie deze verhogingen tot nu toe heeft weerstaan’, voegt het zakenblad eraan toe.

  • Ruim 1300 bommeldingen op één dag op scholen Slowakije

    Ruim 1300 bommeldingen op één dag op scholen Slowakije

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël neemt Palestijnse kant grensovergang bij Rafah over

    » Voormalig pornoster Stormy Daniels getuigt in zwijggeldzaak tegen Trump

    Door het hele land werden studenten en docenten geëvacueerd

    Slowaakse scholen en onder meer banken, ontvingen dinsdag in totaal meer dan 1300 bommeldingen, waardoor in het hele land evacuaties moesten worden uitgevoerd. Dat schrijft de BBC. ‘De daad wordt onderzocht als een bijzonder ernstig misdrijf, in de categorie van een terroristische aanslag’, zei Rastislav Polakovic, het nationale hoofd van de politie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘E-mails begonnen dinsdag vanaf vijf of zes uur ’s ochtends bij scholen binnen te komen,’ zei Polakovic. Hij zei dat bijna duizend van de bommeldingen gericht waren aan scholen en meer dan honderd ervan werden ontvangen door banken. ‘De politie werkt op volle snelheid, controleert de beveiliging van scholen en probeert de dader te identificeren’, schreef de politie op haar officiële Facebookpagina.

    Indien ze gepakt worden, kunnen de daders levenslang krijgen. Volgens autoriteiten zijn op vrijwel alle scholen kinderen en studenten geëvacueerd nadat de bommeldingen binnenkwamen, waardoor in het hele land reguliere schooldagen onderbroken werden.

  • Controverse: Moeten banken helemaal verdwijnen?

    Controverse: Moeten banken helemaal verdwijnen?

    Na alle onrust in de bankensector moet de regulering worden uitgebreid, aldus Financial Times. Nee, laat de private banken maar branden, schrijft Yanis Varoufakis. Volgens de voormalig Griekse economieminister moeten burgers een gratis rekening krijgen bij hun centrale bank.

    ‘Het vertrouwen dat spaargeld veilig is, is gewoon te belangrijk, zowel economisch als politiek’, stelt Financial Times-columnist Martin Wolf. De enige manier om dat vertrouwen te waarborgen is om de huidige regulering voor systeemrelevante banken uit te breiden naar het hele financiële systeem.

    Volgens Yanis Varoufakis, voormalig minister van Financiën van Griekenland, is het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, niet te repareren. Maar er is een alternatief: ‘Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt.’

    Lees hieronder hun betogen:

    ‘Laat de banken branden’

    De bankencrisis is deze keer anders. In feite is ze erger dan in 2007-2008. Toen konden we de ineenstorting van de banken wijten aan grootschalige fraude, wijdverspreide roofkredieten, collusie tussen ratingbureaus en louche bankiers die met verdachte derivaten leurden – allemaal mogelijk gemaakt door de toenmalige ontmanteling van de regelgeving door politici die door Wall Street zijn opgeleid, zoals de Amerikaanse minister van Financiën Robert Rubin. De huidige bankfaillissementen kunnen aan niets van dit alles worden toegeschreven.

    Ja, Silicon Valley Bank (SVB) was zo dom om extreme renterisico’s te nemen terwijl ze voornamelijk onverzekerde depositohouders bediende. Ja, Credit Suisse had een schimmig verleden met criminelen, fraudeurs en corrupte politici. Maar anders dan in 2008 werden geen klokkenluiders de mond gesnoerd, voldeden de banken (min of meer) aan de aangescherpte regelgeving van na 2008 en waren hun activa relatief solide. Bovendien kon geen van de toezichthouders in de Verenigde Staten en Europa geloofwaardig beweren – zoals in 2008 – dat zij overrompeld waren.

    In feite waren de toezichthouders en centrale banken compleet op de hoogte. Zij hadden volledige toegang tot de bedrijfsmodellen van de banken. Zij konden duidelijk zien dat deze modellen de combinatie van aanzienlijke stijgingen van de langetermijnrente en een plotselinge terugtrekking van deposito’s niet zouden overleven. Toch deden ze niets.

    Hadden de autoriteiten niet voorzien dat onverzekerde depositohouders in paniek zouden vluchten?

    Hadden de autoriteiten niet voorzien dat grote, en dus onverzekerde, depositohouders in paniek zouden vluchten? Misschien. Maar de echte reden waarom centrale banken niets deden toen ze geconfronteerd werden met de fragiele bedrijfsmodellen van banken is nog verontrustender: het was de reactie van de centrale banken op de financiële crash van 2008 waardoor die bedrijfsmodellen waren ontstaan – en de beleidsmakers wisten dat.

    Het post-2008 beleid van harde bezuinigingen voor de meesten en staatssocialisme voor bankiers, dat tegelijkertijd in Europa en de VS werd toegepast, had twee effecten die het gefinancialiseerde kapitalisme de afgelopen veertien jaar vorm gaven. Ten eerste heeft het het geld van het Westen vergiftigd. Om precies te zijn, zorgde het ervoor dat er niet langer één nominale rentevoet is die het evenwicht tussen vraag en aanbod van geld kan herstellen en tegelijkertijd een golf van bankfaillissementen kan afwenden.

    Laten we niet vergeten dat banken ontworpen zijn om niet veilig te zijn

    Ten tweede, omdat het algemeen bekend was dat geen enkel rentetarief zowel prijsstabiliteit als financiële stabiliteit kon bewerkstelligen, gingen westerse bankiers ervan uit dat, als en wanneer de inflatie weer de kop opstak, de centrale banken de rentetarieven zouden verhogen en tegelijkertijd de banken zouden redden. Ze hadden gelijk: dat is precies wat we nu meemaken.

    Laten we niet vergeten dat we altijd hebben geweten dat banken ontworpen zijn om niet veilig te zijn, en dat ze samen een systeem vormen dat constitutioneel niet in staat is zich aan de regels van een goed functionerende markt te houden. Het probleem is dat we tot nu toe geen alternatief hadden: banken waren de enige manier om geld naar de mensen te sluizen (via kassiers, filialen, geldautomaten, enzovoort). Dit maakte de maatschappij een gijzelaar van een netwerk van private banken die betalingen, spaargeld en krediet monopoliseerden. Vandaag de dag biedt de technologie ons echter een prachtig alternatief.

    Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt

    Stel je voor dat de centrale bank iedereen een gratis digitale portemonnee ter beschikking stelt – in feite een gratis bankrekening met een rente die gelijk is aan de dagkoers van de centrale bank. Aangezien het huidige banksysteem functioneert als een antisociaal kartel, zou de centrale bank net zo goed iedereen gratis digitale transacties en opslag van spaargeld kunnen aanbieden, waarbij de netto-inkomsten worden gebruikt voor essentiële publieke goederen.

    Bevrijd van de dwang om hun geld bij een private bank aan te houden, en om voor transacties via dat systeem te betalen, zullen mensen vrij zijn om te kiezen of en wanneer ze gebruik maken van private financiële instellingen die risicobemiddeling tussen spaarders en leners aanbieden. Zelfs in zulke gevallen zal hun geld helemaal veilig blijven in het grootboek van de centrale bank.

    De cryptobroederschap zal mij ervan beschuldigen dat ik aandring op een centrale bank die à la Big Brother elke transactie van ons ziet en controleert. Los van hun hypocrisie – dit is dezelfde bende die eiste dat de centrale bank de bankiers van Silicon Valley onmiddellijk te hulp zou schieten – moet worden vermeld dat het ministerie van Financiën en andere overheidsinstanties al toegang hebben tot elke transactie van ons.

    Het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, is niet te repareren

    De privacy zou beter gewaarborgd kunnen worden, als transacties geconcentreerd zouden worden in het grootboek van de centrale bank, onder toezicht van zoiets als een ‘Jury voor Monetair Toezicht’, bestaande uit willekeurig gekozen burgers en deskundigen uit een breed scala van beroepen.

    Het banksysteem dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, is niet te repareren. Dat is het slechte nieuws. Maar we hoeven niet langer te vertrouwen op een particulier, op huur belust, sociaal destabiliserend netwerk van banken, tenminste niet op de manier waarop we dat tot nu toe hebben gedaan. De tijd is gekomen om een onherstelbaar banksysteem op te blazen, dat eigenaren en aandeelhouders bedient ten koste van de meerderheid.

    Kolenmijnbedrijven zijn er op een pijnlijke manier achter gekomen dat de maatschappij hun geen permanente subsidie verschuldigd is om de planeet te beschadigen. Het wordt tijd dat bankiers een soortgelijke les leren.

    Yanis Varoufakis – Project Syndicate


    ‘Banken zijn de hoeders van de staat’

    Banken gaan failliet. Als dat gebeurt, schreeuwen degenen die op verlies staan om redding van de staat. Als de dreigende kosten groot genoeg zijn, zullen ze gehoor vinden. Dit is hoe we, crisis na crisis, een banksector hebben gecreëerd die in theorie privé is, maar in de praktijk een vazal van de staat. De overheid probeert op haar beurt de wens te beteugelen van aandeelhouders en management om de vangnetten die ze genieten uit te buiten. Het resultaat is een systeem dat essentieel is voor de werking van de markteconomie, maar dat niet volgens de regels ervan functioneert. Kortom, een puinhoop.

    Geld is het spul dat men moet hebben om de dingen te kopen die men nodig heeft. Dit geldt voor huishoudens en bedrijven, die leveranciers en werknemers moeten betalen. Daarom zijn bankfaillissementen calamiteiten. Maar banken zijn niet ontworpen om veilig te zijn. Terwijl hun depositoverplichtingen verondersteld worden volkomen veilig en liquide te zijn, zijn hun activa onderhevig aan looptijd-, krediet-, rente- en liquiditeitsrisico’s. Het zijn mooiweerbedrijven. In slechte tijden gaan ze failliet, omdat depositohouders er dan vandoor gaan.

    Lobbyisten riepen: schaf lastige regelgeving af en we zullen een wonderbaarlijke groeispurt maken

    In de loop der tijd hebben overheden gereageerd op het onvermogen van banken om het veilige geld te verschaffen dat hun depositohouders verwachten. In de negentiende eeuw werden centrale banken geldschieters in laatste instantie, zij het tegen een strafrente. In het begin van de twintigste eeuw garandeerde de overheid kleinere deposito’s. Tijdens de financiële crisis van 2007-09 zetten ze in feite hun hele balans in om de banken te dekken. Het banksysteem als geheel werd ondubbelzinnig onderdeel van de staat. In ruil daarvoor werden de kapitaalvereisten verhoogd, de liquiditeitsregels aangescherpt en stresstests ingevoerd. Alles zou dan goed komen. Of niet.

    Het faillissement van de Silicon Valley Bank toont aan dat er lacunes zitten in de Amerikaanse regelgeving. Dat is geen toeval. Het is waar lobbyisten om riepen: schaf lastige regelgeving af, riepen ze, en we zullen een wonderbaarlijke groeispurt maken. Wat in het geval van deze bank opvalt, is haar afhankelijkheid van onverzekerde deposito’s en haar inzet op zogenaamd veilige obligaties met een lange looptijd. Eind 2022 had de SVB 151,6 miljard dollar aan onverzekerde binnenlandse deposito’s tegenover ongeveer 20 miljard dollar aan verzekerde deposito’s. De bank had ook aanzienlijke ongerealiseerde verliezen op haar obligatieportefeuille, omdat de rente steeg. Voeg deze twee dingen samen en je krijgt geheid een run: ratten verlaten altijd het zinkende financiële schip.

    Maar weinig mensen zijn kapitalisten als ze geld dreigen te verliezen dat ze als veilig beschouwden

    Depositohouders die niet op tijd ontsnappen zullen schreeuwen om een reddingsoperatie. Het is misschien opmerkelijk dat degenen die deze keer om een redding schreeuwen de libertariërs van Silicon Valley zijn. Maar weinig mensen zijn kapitalisten als ze geld dreigen te verliezen dat ze als veilig beschouwden en niemand weet beter dan een kapitalist uit te leggen hoe essentieel hun rijkdom is voor de gezondheid van de economie. Onverzekerde depositohouders vonden hun heil precies op het goede moment bij de SVB en elders. Hiermee verdwijnt nog een andere bron van discipline van de particuliere sector op de banken.

    De SVB was slechts de zestiende bank van de VS. Dat is immers de reden waarom ze buiten het reguleringsnet van de meest systeemrelevante banken viel. Bij leven was de bank gemakshalve irrelevant, maar bij overlijden werd ze systeemrelevant. De Federal Reserve (de Fed) [de centrale bank van de VS] heeft aangeboden tegen nominale waarde te lenen aan banken die liquiditeit nodig hebben. Dit zijn negatieve ‘haircuts’ – noem ze voor mijn part ‘haarimplantaten’ – aan banken die noodleningen nodig hebben.

    Bovendien heeft president Joe Biden verklaard dat ‘we alles zullen doen wat nodig is’. Deze keer worden aandeelhouders en obligatiehouders inderdaad niet gered. Bovendien worden de verliezen zogenaamd gedragen door de banksector als geheel. Toch worden de verliezen opnieuw gedeeltelijk gesocialiseerd. Twijfelt iemand eraan dat de socialisatie nog verder zal gaan als de crisis ook doorzet?

    De angst die door kleine schokken ontstaat, maakt een grote crisis wat minder waarschijnlijk

    Natuurlijk vraagt men zich af wat deze nieuwe schok betekent. Sommige analisten denken dat de Fed de rente deze maand niet meer zal verhogen. Duidelijk is dat er veel onzekerheid is, wat uitstel van verdere renteverhoging kan rechtvaardigen. Maar het verlagen van de inflatie blijft essentieel: de Amerikaanse consumentenprijsindex steeg in februari met 6 procent op jaarbasis.

    Momenteel is de grote vraag echter niet wat er met de economie gaat gebeuren, maar wat er met de financiën gaat gebeuren. Een punt is dat het een goede zaak is als de angst in het financiële systeem weer is opgelaaid. De angst die door kleine schokken ontstaat, maakt een grote crisis wat minder waarschijnlijk. Er zijn bijkomende lessen: banken blijven even kwetsbaar voor runs zoals voorheen en onverzekerde depositohouders worden, of ze dat nu willen of niet, niet aan hun lot overgelaten bij een faillissement. Het vertrouwen dat deposito’s veilig zijn, is gewoon te belangrijk, zowel economisch als politiek.

    Hoe moet dit nieuwe bewijs van de mate waarin de staat de banken steunt, zelfs in relatief normale tijden, tot uiting komen in het beleid? Een eenvoudig antwoord is dat de regulering van systeemrelevante banken moet worden uitgebreid tot het hele systeem. Een ander is dat deposito’s bij insolventie boven alle andere schulden moeten worden geplaatst, om hun sociaal en economisch belang te weerspiegelen. Nog een andere is dat balansen altijd de marktrealiteit moeten weerspiegelen. Ten slotte moeten de kapitaalvereisten dienovereenkomstig worden aangepast. Als het kapitaal van banken bij marktwaarderingen te laag wordt, moet het onmiddellijk worden verhoogd.

    De fundamentele les die we opnieuw moeten leren is dat zelfs in een bescheiden crisis deposito’s niet kunnen worden opgeofferd, en dat regels voor het verstrekken van liquiditeit overboord worden gezet. Banken zijn de hoeders van de staat, deels omdat zij het hart van het kredietstelsel vormen, maar meer nog omdat hun depositoverplichtingen politiek zo belangrijk zijn. Het huwelijk van risicovolle en vaak illiquide activa met verplichtingen die veilig en liquide moeten zijn binnen ondergekapitaliseerde, op winst beluste en bonusbetalende instellingen die worden gereguleerd door politiek ondergeschikte en vaak incompetente overheidssectoren is een ramp die staat te gebeuren. Het bankwezen moet radicaal veranderen.

    Martin Wolf – Financial Times

  • Wall Streets grootste banken redden First Republic Bank

    Wall Streets grootste banken redden First Republic Bank

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen: moordenaar burgemeester Adamowicz tot levenslang veroordeeld

    » De regering-Meloni belooft Italianen een grote belastingklapper

    Onzekere situatie in Amerikaanse bancaire sector

    ‘In een buitengewone poging om financiële besmetting af te wenden en de wereld ervan te overtuigen dat het Amerikaanse financiële systeem stabiel is’, zijn elf van de grootste Amerikaanse banken op donderdag 16 maart overeengekomen 30 miljard dollar te steken in First Republic Bank, schrijft The New York Times. Het gaat om een relatief kleine bank, die op instorten staat na de implosie van Silicon Valley Bank vorige week.

    ‘De val van Silicon Valley Bank heeft een paniek veroorzaakt die waarschijnlijk niet onmiddellijk zal verdwijnen’

    Het plan, dat samen met de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen is opgesteld, kwam binnen achtenveertig uur tot stand. Elk van de grote banken zal naar verwachting minstens 1 miljard dollar in First Republic steken.

    ‘De regeling was zonder precedent in decennia, en een indicatie van hoe nijpend de situatie van de bancaire sector binnen een week is geworden’, schrijft het New Yorkse dagblad. ‘Met echo’s van de financiële crisis van 2008 hebben de val van Silicon Valley Bank op vrijdag en die van Signature Bank op zondag een paniek veroorzaakt die waarschijnlijk niet onmiddellijk zal verdwijnen.’

    Lees ook:

  • Chinese banken hoeven minder reserve aan te houden om economie te stimuleren

    Chinese banken hoeven minder reserve aan te houden om economie te stimuleren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheek in Maine verzet zich tegen Amerikaanse cancel culture

    » Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand bij meisjes in India

    Chinese economie lijdt nog steeds onder pandemie

    De Chinese centrale bank kondigde vrijdag een langverwachte verlaging aan van de hoeveelheid liquide middelen die banken in reserve moeten houden, om ‘de vertragende economie te ondersteunen tegen de achtergrond van toenemende tegenwind’, schrijft South China Morning Post.

    De Chinese centrale bank zegt dat de maatregel bedoeld is om sectoren te helpen die getroffen zijn door de pandemie. De op een na grootste economie ter wereld staat voor steeds grotere uitdagingen nu een uitbraak van omikron meer dan zeventig steden in het hele land teistert, en lockdowns in commerciële en financiële hubs de economische activiteiten verstoren. Op 25 april zal dankzij de maatregel 530 miljard yuan (83,2 miljard dollar) aan langetermijnliquiditeit in het interbancaire systeem worden vrijgemaakt.

    Lees ook:

  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    In veel winkels kun je al niet meer met contant geld betalen, toch beleeft ouderwets papiergeld hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten is in twintig jaar verdriedubbeld tot 75 miljard pond. Maar 50 miljard pond is van de radar verdwenen. Hoe is dat mogelijk?

    In oktober 2020 kwam Tara Hanlon op een zaterdagavond met vijf koffers naar Heathrow. Toen de douane de jonge vrouw vroeg waarom ze zo veel bagage bij zich had, legde ze uit dat ze met vrienden naar Dubai vloog en nog niet wist welke kleren ze daar wilde dragen. Met haar lange haar, pronte lippen en geprononceerde wenkbrauwen had ze wel iets weg van Kim Kardashian, en ook haar uitleg was een diva waardig, maar de douanier nam er geen genoegen mee. 

    Haar bagage werd doorzocht en bleek stapels bankbiljetten te bevatten (1.940.120 pond [ruim 2,3 miljoen euro] in totaal) die waren bestrooid met koffie, blijkbaar in een poging de snuffelhonden op een dwaalspoor te zetten. De politie gaf later een foto vrij van alle stapeltjes bankbiljetten naast elkaar op een tafel – de Britse vorstin staarde je vanuit alle hoeken aan. Het was de grootste inbeslagname van contant geld in Groot-Brittannië dat jaar.

    Toen ik op mijn telefoon een melding kreeg over het nieuws van die vangst, had ik al in maanden geen bankbiljet meer in handen gehad. Ik was bijna vergeten hoe glad zo’n polymeren briefje van 10 in je vingers voelt. Sinds het begin van de lockdown accepteerden de winkels in mijn buurt, zoals in heel het land, alleen nog pinbetalingen, uit angst dat briefgeld het virus kon overdragen. Het aantal opnames uit geldautomaten kelderde tot ongeveer de helft van het aantal in 2019. Maar de daling van het gebruik van papiergeld is al ver voor de coronacrisis begonnen. Al sinds 2017 worden in Groot-Brittannië meer winkelaankopen betaald met pintransacties dan met contant geld. De pandemie heeft die trend alleen maar versneld.

    GettyImages 1234215757 a
    Tara Hanlon komt aan in Isleworth Crown Court, West-Londen, waar ze twee jaar en tien maanden gevangenisstraf kreeg nadat ze schuld bekende aan witwaspraktijken ter waarde van meer dan 5 miljoen pond. –  © Yui Mok / PA Images / Getty

    Toch lijkt contant geld ook zonder de steun van saaie consumenten als ik zich nog prima te redden. Sterker nog, het beleeft hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten die in omloop zijn is volgens de Britse Rekenkamer de afgelopen twintig jaar verdriedubbeld en bedraagt nu zo’n 75 miljard pond. 

    Als je naar een verklaring voor die grote vraag naar contant geld zoekt, zijn daar weinig openbare gegevens over te vinden. Slechts een derde van die 75 miljard gaat om in het soort alledaagse transacties die de overheid kan vastleggen. De resterende 50 miljard zwerft ergens rond zonder dat men weet waarvoor het wordt gebruikt. ‘De Bank of England weet niet waar, door wie of waarvoor en lijkt er ook niet erg benieuwd naar,’ aldus Meg Hillier, voorzitter van een parlementaire commissie die zich onlangs boog over de toekomst van contant geld.

    Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone

    Dat gebrek aan interesse beperkt zich niet tot de Bank of England. Nergens lijken centrale banken zich erg druk te maken om al die ontraceerbare biljetten. Alleen al in 2020 is de gezamenlijke waarde van alle papieren dollars die in omloop zijn met 16 procent gestegen en daarmee voor het eerst boven de 2 biljoen dollar gekomen, viermaal zoveel als twintig jaar geleden. Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone. En toch wordt contant geld zowel in de VS als in Europa door de meeste mensen nauwelijks nog voor grotere aankopen gebruikt dan een kop koffie.

    Dat de hoeveelheid contant geld zo is gegroeid terwijl er steeds minder geregistreerde betalingen mee worden verricht is een echte denkpuzzel, en zo kijken de meeste centrale banken er ook tegen aan. Af en toe komen ze met een speculatieve verklaring waarin weinig urgentie doorklinkt. Toch toont het geval van Tara Hanlon wel aan dat al die verdwenen bankbiljetten meer zijn dan alleen een rimpeltje in een abstract model. Volgens de Britse opsporingsdiensten vertegenwoordigt de vangst slechts een fractie van al het geld dat jaarlijks het land uit wordt gesmokkeld. Misschien is de echte vraag niet wat er met al dat contant geld gebeurt, maar waarom het de mensen die de geldpers bedienen zo onverschillig laat.

    De eerste centrale bankier die erkende dat er met briefgeld iets vreemds aan de hand was, was Andrew Bailey in 2009. Nu is hij hoofd van de Bank of England, destijds was hij er hoofdkassier. Sinds 1853 staat op elk Brits bankbiljet de handtekening van de hoofdkassier, wiens taak het is ervoor te zorgen dat er in Groot-Brittannië genoeg geld in omloop is. Bailey verkeerde dus in een goede positie om te weten wat er gebeurde met al het geld dat er wordt gedrukt.

    Elektronisch geld 

    Contant geld stond in 2009 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de Bank of England. Na de kredietcrisis van 2007-2008 begonnen centrale banken aan een radicaal project om krediet goedkoop te houden, de zogenaamde kwantitatieve verruiming. Dat wordt vaak omschreven als het laten draaien van de geldpers, al wordt er niet daadwerkelijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan scheppen de centrale banken elektronisch geld dat ze gebruiken om staatsobligaties en andere effecten op te kopen.

    De kwantitatieve verruiming heeft een duizelingwekkende hoeveelheid nieuw geld in omloop gebracht, vooral sinds de pandemie: aan het begin daarvan injecteerde de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zo’n 3 biljoen dollar in de economie. De toename van de hoeveelheid elektronisch geld is vele malen groter dan de stijging van het aantal gedrukte bankbiljetten, en is er verder niet zo relevant voor. Maar die toename van de hoeveelheid elektronisch geld verklaart misschien wel waarom zo weinig mensen zich druk maken om al dat briefgeld dat spoorloos is.

    ANP 361063843g 1
    Frank Grap, medewerker van het US Bureau of Engraving and Printing (BEP), haalt een vel gedeeltelijk bedrukte biljetten van twintig dollar 
    uit de printer voor inspectie, Washington D.C.  © Karen Bleier / AFP

    Al was er dan een financiële crisis en werden er overvloedige hoeveelheden elektronisch geld bij gemaakt, Bailey bleef ook verantwoordelijk voor de prozaïschere taken van de centrale bank. Alle grote centrale banken hebben een ‘elastische’ geldvoorziening, wat inhoudt dat ze de financiële instellingen zoveel contant geld laten opnemen of storten als zij of hun klanten willen. Een commerciële bank laat elektronisch geld bijschrijven in het grootboek van de centrale bank, die dat bedrag dan uitkeert in bankbiljetten die kunnen worden opgenomen in een geldautomaat of gedistribueerd naar geldwisselkantoren. Het doel is duidelijk: iedereen die wil, moet geld kunnen opnemen.

    Historisch gezien was de Bank of England er altijd op gericht de vraag naar contant geld bij te benen (pas sinds de jaren zestig kunnen Britten met een creditcard betalen). De bank laat haar geld drukken door De La Rue, een particulier bedrijf dat voor verschillende landen geld drukt. Maar toen Bailey in 2009 een lezing gaf op een conferentie in Washington D.C., waren digitaal betaalverkeer en online-winkelen al zo gemeengoed geworden dat er voor de centrale banken een nieuw probleem leek op te doemen: wat moesten ze doen met het papiergeld waarnaar geen vraag meer was?

    Dat was de vraag waarop Bailey voor zijn publiek van valutadeskundigen en centrale bankiers nader inging. Hij wees erop dat het aandeel van alle aankopen die cash werden betaald in twintig jaar tijd was gehalveerd. Maar hij had een verrassing in petto voor wat hij de ‘cash-is-doodlobby’ noemde: in diezelfde periode was de vraag naar contant geld ook gestegen. Hij noemde dat ‘de paradox van de bankbiljetten’.

    Bailey had daar een tweeledige verklaring voor. Ten eerste had de kredietcrisis het vertrouwen in banken aangetast, betoogde hij, zodat veel mensen liever contant geld in huis hadden. En ten tweede groeide het aantal geldautomaten en was er meer briefgeld nodig om die gevuld te houden. Die verklaringen waren niet echt toereikend, want de toename van de hoeveelheid contant geld dateerde al van voor de explosieve groei van het aantal geldautomaten en van voor de kredietcrisis (al had die crisis de toename wel versneld). En vanuit ons huidige perspectief schieten ze helemaal tekort. In Groot-Brittannië is het aantal geldautomaten nu aan het dalen en de financiële crisis ligt alweer ver achter ons, maar zowel het aantal bankbiljetten in omloop als hun totale waarde groeit steeds sneller.

    Elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op

    De Amerikaanse centrale bank had zo zijn eigen kijk op de paradox: omdat de inflatie zo laag was, voelden burgers geen behoefte hun geld op de bank te zetten. Als het geld zijn waarde toch wel behoudt, waarom zou je dan de moeite nemen om de stad in te rijden en een stortingsformulier in te vullen? Daarnaast waren de rentetarieven al sinds 2008 ongekend laag, zo betoogde de Fed, dus spaarders waren er nauwelijks bij gebaat om geld op hun rekening te zetten: elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op.

    Die twee verklaringen pasten mooi bij elkaar en klonken ongetwijfeld overtuigend voor iedereen die zijn tijd vooral doorbrengt met nadenken over inflatie en rentetarieven. Maar in de echte wereld klinken ze nogal bizar. Voor de meesten van ons is een bankrekening geen kwestie van winst of verlies, maar van zekerheid: je voorkomt ermee dat je al je spaargeld in één keer kwijtraakt aan een brand, een inbraak of een knaagdierenplaag. En je verhindert jezelf om in een opwelling met al je geld naar het casino te gaan en alles op zwart in te zetten. Allemaal goede redenen om je spaargeld naar de bank te brengen, hoe laag de rente ook staat. (Zo’n 5 procent van de Amerikaanse huishoudens maakt geen gebruik van een bank, meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om te voldoen aan de minimumeisen.)

    Andere economen hebben andere verklaringen geopperd, meestal gerelateerd aan de omstandigheden van een specifiek moment: dat de hoeveelheid briefgeld in omloop stijgt omdat de situatie te stabiel is, of te onstabiel is, omdat mensen te weinig vertrouwen in financiële instellingen hebben om zich daarmee in te laten, of omdat er zo veel gebruik wordt gemaakt van geldautomaten. Deze verklaringen kunnen niet allemaal tegelijk opgaan, ze zijn vaak strijdig met elkaar.

    Paradox

    Toch zijn al deze verklaringen nog beter dan die waar de Europese Centrale Bank (ECB) in februari 2021 mee kwam, toen die een lang rapport over de paradox van de bankbiljetten uitbracht. Na analyse van de cashtransacties in de landen van de eurozone kwam de bank tot de conclusie dat maar ongeveer een vijfde van de in omloop zijnde bankbiljetten in het betalingsverkeer werd gebruikt – een aandeel dat sinds het begin van de coronapandemie nog verder is geslonken. Maar in 2020, het jaar van de pandemie, was de vraag naar bankbiljetten blijkbaar zo hoog dat de centrale banken van de eurozone voor zo’n 140 miljard euro aan geld hebben bijgedrukt. De waarde van de bankbiljetten die nu in omloop zijn nadert de 1,5 biljoen euro.

    ‘Deze schijnbaar onmogelijke paradox kan worden verklaard uit de vraag naar bankbiljetten als waardeopslag in de eurozone in combinatie met de vraag naar eurobankbiljetten buiten de eurozone,’ zo luidde de conclusie van de ECB. Denk het jargon even weg en er staat gewoon dat mensen bankbiljetten willen omdat mensen bankbiljetten willen. Niet waarom ze dat willen.

    Als je echt meer te weten wilt komen over de onzichtbare vraag naar contant geld, is het geen gek idee om je licht op te steken bij Kenneth Rijock. Deze charmante Vietnamveteraan met een vierkante kin en een gulle glimlach heeft tegenwoordig alle tijd om met je in een koffietentje van gedachten te wisselen. In de jaren tachtig zou hij daar geen tijd voor hebben gehad: toen was hij druk met geld witwassen voor drugdealers in Miami.

    Hij propte sjofele oude koffers vol met geld en reed daarmee naar het vliegveld, uitgedost als ‘de sufste toerist die ooit uit een vliegtuig was gestapt’. Dan vloog hij naar een piepklein staatje in de Cariben, naar een bank die al dat geld zonder naar de herkomst te vragen maar al te graag op de rekening van een brievenbusfirma liet storten. Was het eenmaal omgezet in giraal geld, dan sluisde hij het via banken in verschillende landen eerst naar allerlei tussenrekeningen om het moeilijk traceerbaar te maken, om het ten slotte weer over te maken naar Florida, waar zijn klanten het in vastgoed konden steken, alsof het wit geld was.

    Die gouden tijd van offshorebankieren door criminelen is voorbij. Eind jaren tachtig begonnen overheden banken te verplichten tot strengere controle op het geld dat ze doorsluisden. En dat toezicht is zeker na 9/11 alleen maar intensiever geworden. (Rijock liep zelf tegen de lamp en verdween in 1990 achter de tralies. Tegenwoordig adviseert hij opsporingsdiensten over het aanpakken van criminelen.)

    Offshorerekeningen zijn tegenwoordig een heel riskante manier om illegaal verkregen geld naar een ander rechtsgebied te sluizen. En cryptomunten zijn niet-liquide, onstabiel en moeilijk uit te geven in de legale economie. Daarom grijpen criminelen vaak terug op de oudste technologie, die anoniem, robuust en universeel geaccepteerd is. ‘Het smokkelen van grote hoeveelheden contant geld is de botste en primitiefste maar nog steeds de effectiefste manier om ongezien geld wit te wassen,’ zegt Rijock.

    Dus terwijl de centrale bankiers overpeinzen waar hun bankbiljetten toch zijn gebleven, is dat volgens de bestrijders van witwaspraktijken niet zo’n mysterie. Volgens sommige schattingen wordt misschien wel de helft van al het contant geld in omloop door criminelen gebruikt om te ontkomen aan het steeds intensievere toezicht van de overheid op het betalingsverkeer.

    Vijf koffers vol geld

    De avonturen van Tara Hanlon zijn daar een voorbeeld van. Ze kreeg 3000 pond om met die vijf koffers vol geld naar Dubai te vliegen, en op drie eerdere reisjes had ze in totaal al 3,5 miljoen pond het land uit gesmokkeld. ‘Die koffers zijn ZWAAR. En niemand die je helpt. Staan alleen maar te kijken. Ik dacht echt van hallo,’ appte ze naar de vrouw die haar had geronseld. Ze maakte deel uit van een netwerk van koeriers die crimineel geld naar de Verenigde Arabische Emiraten smokkelen, waar de gebrekkige rechtshandhaving een ideale omgeving creëert voor het witwassen van zwart geld.

    Het Britse National Crime Agency (NCA), dat zich bezighoudt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad, heeft geanalyseerd hoeveel bankbiljetten er worden gedrukt, hoeveel er bij geregistreerde transacties worden gebruikt en wat de omvang van de criminele economie in het land is. De conclusie is dat er elk jaar zo veel geld het land uit gaat dat er vrachtwagens nodig zijn voor het vervoer. De NCA heeft dan ook een nieuwe taakgroep opgezet om de geldstromen te onderzoeken, ‘Project Plutus’.

    Groot-Brittannië is niet het enige land dat moeite heeft om in beeld te krijgen hoeveel geld er illegaal de grens over gaat. Er zijn ook miljarden dollars in omloop buiten de VS, en 750 miljard aan euro’s buiten de eurozone. Dat zal niet allemaal voor louche doeleinden worden ingezet, maar het is duidelijk dat er sprake is van een enorm mondiaal schaduwbankstelsel waar de autoriteiten praktisch geen vat op hebben.

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren. En handhavers en compliance-officers doen wel hun best om criminelen de toegang tot het mondiale bankenstelsel steeds moeilijker te maken, maar ondertussen hebben de mensen die een rem kunnen zetten op de beschikbaarheid van contant geld nauwelijks oog voor het probleem. 

    De kern van de complexe relatie die centrale banken met contant geld hebben is gelegen in het muntloon, een begrip zo oud dat er in het Engels een Oudfrans woord voor wordt gebruikt: seigniorage, ‘wat wordt opgeëist door de seignior’, oftewel de landheer. In de tijd dat zich voor het eerst staten begonnen te vormen, eisten de vorsten het monopolie op de uitgifte van muntgeld op. Het goud ging naar de Munt om te worden gewogen en getaxeerd, waarna er munten van werden geslagen met daarop een afbeelding van de vorst als een garantie voor de kwaliteit. Seigniorage was het bedrag dat de vorst hiervoor opstreek.

    Dat leverde die vorsten grif geld op, zeker toen ze eenmaal beseften dat ze om de zoveel jaar met een nieuw muntontwerp konden komen, zodat de munten geregeld moesten worden omgesmolten en opnieuw geslagen. En de winsten stegen nog verder toen men er ook andere, goedkopere metalen voor ging gebruiken, al hielden de vorsten vol dat de nieuwe munten dezelfde waarde hadden als hun voorgangers van goud of zilver.

    Maar het slaan van al die munten was een bewerkelijke zaak en dat beperkte de hoeveelheid geld die op deze manier kon worden gemaakt. Een grote stap vooruit werd in de zeventiende eeuw gezet, toen Europese centrale banken eerst zelf bankbiljetten begonnen uit te geven en later ook bepaalden dat niemand anders daartoe gerechtigd was. Het drukken van een bankbiljet kost slechts een paar cent, maar de waarde van het biljet is wat erop gedrukt staat. Zo begonnen de seigniorage-inkomsten lekker op te lopen.

    In het tijdperk van elektronisch geld is het moeilijker om dat muntloon te berekenen dan in de Middeleeuwen, maar het idee blijft hetzelfde: het is de opbrengst van het monopolie op de uitgifte van geld. Het drukken van een biljet van 100 dollar, een fraai versierd stukje papier dat 100 dollar waard is louter omdat de Amerikaanse overheid dat zegt, kost een schamele 14 cent. En elke keer dat de Fed zo’n briefje uitgeeft, kan ze de resterende 99,86 dollar dus investeren in iets wat rente oplevert. Het is wel duidelijk: geld drukken geeft centrale banken een vrijbrief om geld te drukken. 

    Aan het drukken van de bijna 2 miljoen pond van Tara Hanlon zou de Bank of England meer dan 1,5 miljoen pond hebben verdiend (het drukken van een pondbiljet kost maar een paar penny). Een deel van die opbrengst gaat op aan diverse kosten, maar de rest komt ten goede aan de schatkist. Seigniorage is dus een mooie bron van inkomsten voor een regering – als je even vergeet hoeveel geld belastingontduiking en de georganiseerde misdaad de schatkist kosten.

    Apathie

    Als er al een keer een debat is over waar alle bankbiljetten in de wereld toch naartoe gaan, komt dat lucratieve muntloon bijna nooit ter sprake. Volgens Kenneth Rogoff, econoom aan Harvard en schrijver van het boek The Curse of Cash, praten economen liever over verfijnde nieuwe concepten als kwantitatieve verruiming dan over zoiets prozaïsch als de vraag hoe bankbiljetten eigenlijk worden gemaakt. ‘Economen hebben de neiging om te denken: Dat is niet keynesiaans, dus dat doet er niet toe,’ zegt hij. 

    En waarschijnlijk speelt ook apathie een belangrijke rol in de bereidheid van centrale bankiers om geld te blijven drukken. De opgave om fundamentele hervormingen voor de geldvoorziening te bedenken is weinig aanlokkelijk in een situatie waarin er al zoveel andere eco-nomische problemen zijn om je zorgen over te maken.

    Maar Peter Sands, oud-topman van de bankengroep Standard Chartered, denkt dat de seigniorage-inkomsten mede verklaren waarom er geen actie wordt ondernomen. ‘Als een geneesmiddel ongunstige bijwerkingen heeft, wordt de fabrikant verplicht uitgebreid onderzoek te doen naar de frequentie, de ernst en de onderliggende oorzaken daarvan,’ zo zei hij op een conferentie over de toekomst van contant geld in 2017. ‘Maar als de hoogste opsporingsambtenaar van het continent zegt dat contant geld een cruciale rol speelt in witwaspraktijken en de financiering van terrorisme, als de fiscus stelt dat het niet aangeven van cash-inkomsten de grootste bron van belastingontduiking is, zien we dan de producenten van contant geld ook hun best doen om daarover data te verzamelen en analyses op te stellen?’ Het antwoord was natuurlijk nee. ‘Ik wil hier niet beweren dat het allemaal alleen maar eigenbelang is,’ besloot Sands. ‘Maar ik denk dat je toch moet inzien dat hier sprake is van belangenverstrengeling.’

    De veroordeling van Tara Hanlon ging gepaard met een persbericht met foto’s en al waarin het National Crime Agency zichzelf op de borst sloeg. Maar binnenskamers was de stemming bij de opsporingsdienst een stuk somberder. Het criminele netwerk waarvoor Hanlon werkte had niet echt veel moeite gedaan om voorzichtig te zijn met het smokkelen van die 2 miljoen pond. Dat wekte de indruk dat dit bedrag een druppeltje was in een grote oceaan van contanten die continu de grens over stroomt. ‘We moeten inzien dat criminelen niet in één keer 2 miljoen zouden proberen te smokkelen als ze zich grote zorgen maakten dat het wordt onderschept,’ kreeg ik van een opsporingsambtenaar te horen. ‘De omvang van deze vangst geeft waarschijnlijk alleen maar aan hoeveel zendingen ons ontgaan.’

    De Britse misdaadbestrijders hebben één troost: het Britse pond is niet de favoriete munt van de criminele netwerken. En één blik op de foto met het in beslag genomen geld van Hanlon maakt ook wel duidelijk waarom. Het waren bijna allemaal paarse briefjes van 20, met hier en daar een biljet van 10. Er was maar één briefje van 50 te zien, de grootste coupure die de Bank of England uitgeeft. In de zin van ruimte versus waarde zijn Britse bankbiljetten onaantrekkelijk voor smokkelaars: je hebt heel veel briefjes van 20 nodig om een groot bedrag te smokkelen. Had Hanlon haar hele buit in biljetten van 100 dollar vervoerd, dan had alles in anderhalve koffer gepast. Met briefjes van 500 euro had ze aan één koffer genoeg gehad. Dus als je geld wilt smokkelen, kun je beter de grote coupures van de EU en de VS gebruiken dan de flappen die de Bank of England drukt.

    Er zijn genoeg goede redenen voor centrale banken om geld te blijven drukken. Maar er zijn wel mensen die zich afvragen of het nou echt nodig is om zo veel grote coupures uit te geven. Meer dan 80 procent van al het dollargeld in omloop is in de vorm van briefjes van 100, meer dan zestien miljard biljetten in totaal, dus twee voor ieder mens ter wereld (en ik heb er geen, dus minstens één persoon moet er vier hebben). 

    Er zijn bijna vierhonderd miljoen paarse katoenflappen met de tekst ‘500 euro’ in omloop (al is de ECB in 2016 met het drukken daarvan gestopt op aandrang van de Franse regering, die meende dat de biljetten bijdroegen aan de financiering van terrorisme). In de eurozone zijn in totaal voor 750 miljoen aan biljetten van 200 euro gedrukt, en voor nog eens 3,5 miljard aan biljetten van 100. Waarom willen de meeste rijke landen die grote coupures niet afschaffen? India heeft dat in 2016 met zijn twee hoogste coupures immers al gedaan (al was het geen onverdeeld succes). 

    Iedereen op één lijn 

    Het probleem is, zoals zo vaak bij de regulering van het internationale financiële systeem, dat het zo moeilijk is om iedereen op één lijn te krijgen. Zodra de Fed of de ECB bijvoorbeeld de grote coupures afschaft, stappen internationale criminelen en kleptocraten gewoon over op andere valuta. En dan gaan alle inkomsten van het drukken van bankbiljetten dus naar een centrale bank die wel grote coupures blijft uitgeven, zonder dat de andere landen de mondiale misdaad zien teruglopen. In afwachting van een wonderbaarlijk staaltje multilateralisme zal in de afzienbare toekomst het huidige systeem wel blijven voorbestaan.

    Afgelopen juni bekende Tara Hanlon in de rechtszaal via een videoverbinding dat ze schuldig was aan witwassen. Ze kreeg drie jaar celstraf opgelegd. Een week daarvoor had De La Rue, de drukkerij van het Britse papiergeld, haar jaarcijfers bekendgemaakt. De geldpers, gehuisvest in een modernistische fabriek in Essex die De La Rue in 2003 overnam van de Bank of England, draait op volle toeren, aldus 
    het bedrijf. Hoe dat komt? ‘De aanhoudend grote mondiale vraag naar contant geld.’ 

  • Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Banken investeren fors in fossiele industrie

    Banken financieren de fossielebrandstofindustrie nog steeds op grote schaal, aldus de Amerikaanse zender CNBC. Dit blijkt uit ‘Banking on Climate Chaos 2021’, een recent gepubliceerd rapport van een groep klimaatorganisaties. Tussen 2016 en 2020 staken zestig van ’s werelds grootste banken maar liefst 3,8 biljoen dollar in fossiele brandstoffen.

    ‘Dit rapport is een realiteitscheck voor banken die menen dat vage “nul”-doelen voldoende zijn om de klimaatcrisis te stoppen,’ aldus een analist van een van de klimaatorganisaties. Op jaarbasis daalde de totale financiering van fossiele brandstoffen weliswaar met 9 procent in 2020, maar volgens het rapport komt dat door vraagafname vanwege de coronapandemie.

    De financiering van fossiele brandstoffen was in 2020 hoger dan in 2016, het eerste jaar dat het klimaatakkoord van Parijs van kracht werd. Donald Trump trok de VS in 2017 terug uit de overeenkomst; Joe Biden maakte dat op zijn eerste dag als president weer ongedaan.

    De drie grootste investeerders zijn JPMorgan Chase (51,3 miljard dollar), Citi (48,4 miljard) en Bank of America (42,1 miljard).

    JPMorgan Chase weigerde commentaar maar verwees naar klimaatinitiatieven zoals ‘het aangaan van financieringen die in lijn zijn met de doelstellingen van Parijs’ en het faciliteren van 200 miljard dollar voor schone, duurzame financiering in 2025.

    Val Smith, hoofd Duurzaamheid van Citi, reageerde wel: ‘Als meest mondiale bank ter wereld erkennen we dat we verbonden zijn met veel koolstofintensieve sectoren die al decennialang wereldwijde economische ontwikkelingen hebben gestimuleerd. Om in 2050 een netto nuluitstoot te bereiken, is het noodzakelijk dat we samenwerken met onze klanten, ook klanten op het gebied van fossiele brandstoffen, om hen en de energiesystemen waarop we allemaal vertrouwen, te helpen bij de overgang naar een netto-nuleconomie.’

    Dat klinkt fraai, maar uit het rapport blijkt dat de wereldeconomie niet op schema ligt om de emissiereducties te behalen die zijn vastgesteld in het Akkoord van Parijs.


    Democratie op z’n Turkmeens

    Turkmenistan hield eind maart verkiezingen voor een nieuw opgerichte senaat, waarbij 112 kandidaten streden om 48 van de 56 senaatszetels. De voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië met 5,8 miljoen inwoners is een van de meest repressieve landen ter wereld, met een persoonlijkheidscultus rond de 63-jarige autoritaire president Goerbangoely Berdymoechammedov.

    Media staan onder strikte staatscontrole. Afwijkende meningen worden niet getolereerd en er waren dan ook geen oppositiekandidaten waarop gestemd kon worden.

    Uit de profielen van de kandidaten, gepubliceerd door regeringskrant Netralny Turkmenistan, blijkt dat het merendeel in staatsdienst is. Kiezers hadden slechts twee uur om te stemmen in een van de zes stembureaus, waarvan een in de hoofdstad Asjchabat en vijf elders, meldt Radio Free Europe/RL.

    Niet veel later wisten de autoriteiten al te melden dat de opkomst 98,7 procent bedroeg. Dat was niet te controleren, want buitenlandse waarnemers werden geweigerd. Binnenkort worden de
    48 winnaars bekendgemaakt en daarna onthult Berdymoechammedov zijn keuze voor de overige acht senaatszetels. En dan heeft Turkmenistan een heus tweekamerparlement.


    Failliet door Meghan Markle

    Splash News & Picture Agency, een prominent Amerikaans paparazzi-agentschap, heeft faillissement aangevraagd. Het bureau is in financiële problemen geraakt door een samenloop van omstandigheden, bericht The Hollywood Reporter. Door de coronapandemie worden sterren momenteel zelden in het wild gesignaleerd en dat betekent minder foto’s om te verkopen. Daarnaast voert Splash al langere tijd rechtszaken tegen beroemdheden omdat die auteursrechtelijk beschermde foto’s van zichzelf, gemaakt door Splash-fotografen, onrechtmatig zouden gebruiken.

    Maar de genadeklap komt door een privacyzaak die Meghan Markle heeft aangespannen vanwege foto’s van een ‘privéfamilie-uitje’ in Canada. In december werd gemeld dat er een schikking was getroffen, maar de zaak sleepte zich desondanks voort.

    ‘Het betreft een kwestie in verband met vrijheid van meningsuiting volgens de Britse wetgeving, die helaas voor Splash ondraaglijk duur blijkt om voort te zetten’, aldus het bureau.


    Noem mij maar ‘Zalm’

    Een plaatsvervangend minister van Taiwan heeft mensen met klem verzocht om te stoppen hun achternaam te veranderen in ‘Zalm’. Binnen enkele dagen brachten ongeveer honderdvijftig mensen, voornamelijk jongeren, een bezoek aan overheidskantoren om officieel hun naam te veranderen. Het fenomeen, dat door lokale media als ‘zalmchaos’ werd bestempeld, is het resultaat van een promotionele actie van een keten sushirestaurants.

    De actie duurde twee dagen en beloofde elke klant wiens identiteitskaart ‘gui yu’ bevatte, de Chinese karakters voor zalm, een onbeperkte sushimaaltijd waarvoor ook nog vijf vrienden mochten worden uitgenodigd, schrijft de Britse krant The Guardian.

    ‘Dit soort naamswijzigingen is tijdverspilling en veroorzaakt onnodig veel papierwerk,’ vindt de plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, Chen Tsung-yen. Mensen die hun naam veranderden vanwege de actie zagen het probleem niet zo. ‘Ik heb vanmorgen mijn naam veranderd en de karakters “Bao Cheng Gui Yu” toe laten voegen,’ liet een student lokale media weten. ‘We hebben al voor 205 euro kunnen eten.’

    Zijn nieuwe naam betekent ‘explosieve knappe zalm’. Een vrouw liet weten dat ze haar voornaam heeft laten veranderen in ‘Zalm’ en dat twee vrienden dat ook hebben gedaan. ‘We veranderen onze namen daarna gewoon weer terug.’ In Taiwan mogen mensen hun naam maximaal drie keer officieel wijzigen.

    Een Taiwanees pakte het rigoureus aan en liet een recordaantal van 36 nieuwe karakters aan zijn naam toevoegen met de nadruk op zeevruchten, inclusief karakters voor ‘zeeoor’, ‘krab’ en ‘kreeft’.

    De restaurantactie is inmiddels geëindigd.


    Open wond

    la ferita photo by jr 1
    © JR

    De Franse fotograaf JR heeft in Florence op de gevel van Palazzo Strozzi een fotocollage onthuld met de titel La Ferita, de wond. Met deze optische illusie van een weggeslagen stuk muur wordt de binnenkant van het museum zichtbaar en zijn een aantal beroemde kunstwerken te zien. Hiermee wil JR het belang van de toegang tot cultuur tijdens de huidige crisis benadrukken, schrijft The Art Newspaper.

    Verschillende Italiaanse steden, waaronder Rome, Milaan en Venetië, zijn tot in ieder geval 6 april ‘op slot’. Arturo Galansino, directeur van het museum, zegt dat de symbolische wond verwijst naar de pijn die zowel culturele instellingen als hun publiek voelen door de noodmaatregelen.


    Tijdelijke oplossing Venetië

    Na jaren van protesten is de kogel door de kerk: cruiseschepen mogen niet langer langs het San Marcoplein in Venetië varen. Ze moeten nu aanmeren in de industriële haven van Marghera op het vasteland, bericht The Local Italy. De Italiaanse ministers van Infrastructuur, Cultuur, Toerisme en Milieu namen gezamenlijk de beslissing ‘om cultureel en historisch erfgoed te beschermen dat niet alleen Italië toebehoort, maar de hele wereld’.

    Het betreft overigens een tijdelijke oplossing; de ministers vragen om ideeën voor de aanleg van een terminal buiten de lagune om ‘een structurele en definitieve oplossing te bieden voor het probleem van grote schepen’.

    Voor de coronapandemie namen cruises naar Venetië tot woede van de lokale bevolking een hoge vlucht. De enorme schepen vormen een gevaar voor de historische gebouwen en zijn een bedreiging voor het kwetsbare ecosysteem van de lagune.


    Wat zegt de buitelandse pers over het bloedvergieten in Myanmar

    Maung Zarni, Myanmarees activist, Anadolu News

    ‘Na de slachting van honderden ongewapende demonstranten en burgers in Myanmar vond een ongekende historische gebeurtenis plaats: de Tatmadaw, de nationale strijdkrachten, stierven als nationale instelling. Gestorven in de harten en geesten van de overgrote meerderheid van 54 miljoen mensen in Myanmar.

    Het is meer dan absurd dat legerhoofd Min Aung Hlaing op de Dag van de Strijdkrachten zegt dat zijn troepen de bevolking beschermen, terwijl zijn soldaten aan het moorden zijn met volstrekte straffeloosheid.’


    Thitinan Pongsudhirak, professor aan de Chulalongkorn-universiteit, Bangkok Post

    ‘Het toenemende geweld en het bloedvergieten in Myanmar zijn een existentiële crisis voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN geworden). Normaal gesproken is de hoop gevestigd op de beproefde ASEAN-manier om voor betrokkenen in een conflict een compromis te vinden, maar nu is de situatie te nijpend en duister.

    Tenzij de uit tien landen bestaande organisatie het verschil kan maken en de afdaling van Myanmar naar oncontroleerbaar geweld en een mogelijke burgeroorlog weet te stoppen, riskeert de ASEAN ondermijning en zelfs beëindiging van zijn succesverhaal.’


    Evan A. Laksmana, politiek wetenschapper CSIS, The South China Morning Post

    ‘Sinds begin februari wil Indonesië een reactie van ASEAN op de crisis in Myanmar. Indonesië kan zich niet veroorloven niets te doen, want als de crisis escaleert tot een burgeroorlog, wordt Myanmar voor Indonesië
    een “Zuidoost-Aziatisch Syrië of Afghanistan”: een nachtmerrie die het Indonesische leiderschap binnen ASEAN aantast.

    Hoewel Indonesië in het verleden heeft bijgedragen aan doorbraken in Myanmar, heeft het geen significante invloed op verschillende bij de crisis betrokken partijen.’


    Andrew Selth, professor Griffith Asia Institute, The Interpreter

    ‘Gezien de opwaartse geweldsspiraal zijn de mogelijkheden voor demonstranten beperkt.

    Ze kunnen terugkeren naar hun huizen en zich aanpassen aan de harde realiteit van een nieuwe militaire regering. Ze kunnen kiezen voor meer geweld en worden dan geconfronteerd met een gedisciplineerde, goed bewapende militaire organisatie die geen scrupules heeft om alle tekenen van oppositie de kop in te drukken. Ze kunnen vluchten en vluchteling worden, en proberen een eigen regering in ballingschap op te zetten.’

  • De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    Benjamin Frey (niet zijn echte naam) was kroongetuige in een grootschalige dividendroof, waarnaar verschillende Europese kranten onderzoek deden. Hij vertelt hoe hij verzeild raakte in deze ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘We keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    Keuze uit ons archief

    De belastingschandalen blijven elkaar opvolgen. Zo deden in 2018 een aantal Europese media, waaronder Follow the Money, onderzoek naar de grootste dividendroof ooit: in verschillende landen van Europa werden middels uitgekookte financiële trucs miljoenen en miljarden aan de staatskas onttrokken. Voor het eerst werd ook een belastingrover bereid gevonden als kroongetuige op te treden. Deze ‘Benjamin Frey’ verlinkt uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders en zaait daarmee paniek in de bankenwereld. ‘Zelfs onder belastingrovers bestaan er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele.’

    De verhoorruimte in het kantoor van de recherche in Düsseldorf is ongeveer 8 vierkante meter groot. Voor de ramen zitten tralies, het glas is zo ondoorzichtig dat je niet naar buiten kunt kijken. In het midden van de ruimte staat een grote tafel. Daar wachten twee hoofdcommissarissen en drie officieren van justitie op Benjamin Frey. Het vijftal doet gerechtelijk onderzoek naar de grootste belastingroof aller tijden, een coup van de eeuw die alleen de Duitse staat al vele miljarden euro’s heeft gekost.

    De hoogintelligente maar nogal ingetogen Frey [niet zijn echte naam] is een van de kroongetuigen. Hij behoorde tot de inner circle van de belastingrovers en heeft aan de transacties ten koste van de Duitse gemeenschap ongeveer 50 miljoen euro verdiend. De staat, zo zegt hij, was de vijand. Nu zit hij in de verhoorruimte tegenover degenen die hem vervolgen.

    Het is 7 november 2016. ‘Goed dat we elkaar persoonlijk leren kennen’, zegt Anne Brorhilker, de officier van justitie die het onderzoek leidt. Zo zal Frey het zich later herinneren. Brorhilker is begin veertig, maar ziet er jonger uit. Stel je een soort vrouwelijke Columbo voor: makkelijk te onderschatten, maar moeilijk af te schudden. Al jaren onderzoekt de officier van justitie het omstreden dividendstrippen, ofwel de zogenoemde CumEx-transacties – waarbij dividendbelasting (soms meermalen) wordt teruggevorderd, terwijl die niet is betaald.

    Zij jaagt nu op de bankiers, advocaten en adviseurs die vermoedelijk een steentje bijdroegen. Over de hele wereld heeft ze kantoren en woningen laten doorzoeken, ook die van Benjamin Frey. Gemeten aan het aantal verdachten zijn haar onderzoekingen uitgegroeid tot wat wellicht het grootste gerechtelijk onderzoek aller tijden is op het gebied van belastingrecht.

    De kroongetuige

    Wat Brorhilker tot dan toe ontbreekt, is een kroongetuige die zich uit de orde van de belastingrovers losmaakt. Alleen als ze Frey aan het praten krijgt, kan ze de schuld van de anderen overtuigend bewijzen. Frey, wiens hele leven in het teken van geld heeft gestaan, weet dat hij zich dit keer niet kan vrijkopen. Er hangt hem een gevangenisstraf van minstens zeven jaar boven het hoofd.

    Telkens weer wordt hij opnieuw verhoord, dagenlang, meer dan twaalf keer. Later zal hij zeggen dat dit de ergste tijd van zijn leven is geweest. Eerst geeft hij alleen toe wat hij wel moet toegeven, maar na een half jaar breekt hij en legt hij een volledige bekentenis af. Frey is de eerste belastingrover die uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders verlinkt en daarmee paniek in de bankenwereld zaait. Met als voordeel dat meerdere andere belastingrovers ook kroongetuige bij Brorhilker willen worden.

    Vorig jaar berichtten Die Zeit, Zeit Online en het ARD-programma Panorama al over CumEx- en CumCum-transacties. Ze beschreven hoe bankiers, adviseurs en advocaten decennialang de Duitse staatskas plunderden. En hoe de overheid een andere kant opkeek, totdat een onverzettelijke vrouwelijke ambtenaar op het hoofdkantoor van Belastingen weigerde het geld uit te betalen.

    Toen ging het balletje rollen. Journalisten uit Denemarken zeiden dat hun land iets soortgelijks was overkomen, dé opmaat tot een internationale samenwerking waaruit bleek dat de financiële goochelaars zich niet alleen aan de Duitse staat tegoed deden, maar de staatshuishouding van half Europa hebben afgetapt.

    Onder leiding van het onderzoekscentrum Correctiv hebben negentien media uit twaalf landen de handen ineengeslagen om gezamenlijk de volledige omvang van deze belastingroof te onderzoeken. Naast Die Zeit, Zeit Online en Panorama doen ook persbureau Reuters, de Franse krant Le Monde, de Italiaanse krant La Repubblica en het Spaanse onlinemagazine El Confidencial {en het Nederlandse journalistencollectief Follow the Money] mee, evenals de publieke tv-kanalen uit Denemarken, Zweden en Finland.

    Samen hebben ze meer dan 180.000 pagina’s aan vertrouwelijke documenten, interne rapporten van banken en advocatenkantoren en e-mails doorgespit. Er werden talloze interviews met insiders gemaakt en eindeloos undercoveronderzoek gedaan in de financiële sector. De resultaten zijn vorige maand gepubliceerd onder de naam ‘The CumEx-Files’.

    ‘Mijn hebzucht was zo groot dat ik me niet met moraal kon bezig houden’

    In nog minstens tien andere Europese landen hebben de financiële oplichters hun slag kunnen slaan. Enkele gevallen zijn nog niet publiekelijk bekend. Maar de schade als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties bedraagt nu al minstens 55,2 miljard euro. ‘Het gaat om de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis’, zegt professor fiscaal recht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim.

    Hoe is het mogelijk dat de belastingrovers het ene land na het andere plunderen zonder dat iemand hun een halt toeroept? En wat zijn dat voor transacties, waarbij binnen enkele dagen voor miljarden euro’s aan aandelen heen en weer wordt geschoven?

    De wereld van de belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn die je daar tegenkomt.

    De daders zijn als roofvissen die maar één keer toehappen en dan voorlopig verzadigd zijn. Verder naar beneden kom je bijzonder agressieve schepsels tegen die uitgekookte CumEx-transacties sluiten en blijven happen. Daar in de diepte, in duistere wateren, weten ze zich razendsnel te vermenigvuldigen. Intussen zijn er ook mengvormen ontstaan, agressieve mutaties, waarvoor de naam nog moet worden uitgevonden. Wat al deze constructies gemeen hebben, is dat ze een collectief doel nastreven: belastinggeld uit de staatskas sluizen.

    Om Benjamin Frey aan het praten te krijgen, maakt officier van justitie Brorhilker gebruik van een methode die vooral geliefd is bij de Amerikaanse FBI: onderzoekers verzamelen belastend materiaal tegen individuele deelnemers en zetten hem of haar daarmee onder druk. De keuze is dan aan hen: of ze worden kroongetuige en komen er redelijk van af als ze alles bekennen, onder de voorwaarden dat ze hun buit teruggeven en hun mededaders verklikken, of ze worden zelf aangeklaagd.

    Al op de tweede verhoordag krijgt Frey met deze methode te maken. Meteen bij het begin confronteren Brorhilker en haar collega’s hem met documenten die zijn uitspraken van de vorige dag in twijfel trekken. Ze hebben hem ‘flink bang gemaakt’, zal Frey later zeggen. In februari 2017 vliegt hij zelfs voor drie dagen naar Dubai om andere deelnemers aan de illegale transacties over te halen te gaan praten.

    Uit Freys verklaringen blijkt dat Duitsland slechts een van de vele slachtoffers is. Voor Brorhilker ligt de focus van haar onderzoek echter alleen op dat land, ze is tenslotte een Duitse officier van justitie. Maar de journalisten van het gezamenlijke onderzoeksteam willen Frey graag spreken om te horen of hij wellicht meer weet. Na lange onderhandelingen komt het tot een ontmoeting. Op voorwaarde dat zijn echte naam niet wordt genoemd.

    Europese rooftocht

    In een Keulse loft geeft Benjamin Frey het eerste uitgebreide interview aan Die Zeit. We zitten tegenover een 47-jarige man: haar in een scheiding, glad geschoren, hoog voorhoofd, volle lippen, bril. Maar het gezicht waarnaar we kijken is niet het zijne. Frey draagt een masker dat speciaal voor het interview, dat op camera wordt vastgelegd, is gemaakt door twee maskermakers. De mimiek, zijn lach, is echt, de rest onherkenbaar.

    Frey zegt dat hij bang is voor zijn vroegere handlangers. Daarom wil hij niet herkend worden. Belangrijker nog is dat hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen als – bonafide – advocaat. Zijn verleden mag dat niet bezoedelen. Het interview duurt twee volle dagen. Frey zal daarin ook verklaren hoe het zover kwam dat niet alleen Duitsland maar heel Europa werd geplunderd. En hij zal namen noemen: van belastingdieven die nog altijd op vrije voeten zijn.

    Freys verhaal begint in de provincie. Daar waar hij opgroeide, was men ‘arbeider, boer of werkloze’. Maar de jonge Frey wil daar geen genoegen mee nemen. Hij gaat rechten studeren en haalt zijn bul cum laude. Dan vliegt hij naar Londen, op uitnodiging van een groot advocatenkantoor, naar het schitterende Victoria en Albertmuseum waar ze hun jaarvergadering houden. Ze willen Frey contracteren. Bijna tweeduizend advocaten uit de hele wereld zitten aan lange tafels te midden van de schatten van het museum. Als Frey naar boven kijkt, ziet hij de sterren stralen door de grote koepel. Het is 2001.

    Kort daarop gaat hij aan de slag bij het kantoor, werkt iedere dag twaalf, soms wel veertien uur. Vaak gaat het erom de belastingdruk van rijke klanten te verminderen. ‘We hadden allemaal dit beeld voor ogen: de staat is de vijand’, zegt Frey. Als hij op een bepaald moment bedenkt dat de staat wel zijn opleiding heeft gefinancierd, drukt hij die gedachte weg. Twijfels zouden zijn carrière alleen maar schaden. ‘Mijn hebzucht was zo groot’, zegt hij, ‘dat ik me niet met moraal kon bezighouden.’

    Dan, in 2004, leert Frey Hanno Berger kennen. Berger geldt als de begaafdste belastingtiller van Duitsland. Frey, de jongen uit de provincie, bewondert hem om zijn intellect, zijn humanistische vorming, hij is immers zoon van een dominee, en om zijn kennis van het Grieks en Latijn. Frey was, volgens een gerechtelijk onderzoek in 2006, vanaf het begin betrokken bij CumEx-transacties die Berger op touw zette.

    Samen werkten ze op de tweeëndertigste verdieping van de Skyper, een glazen toren in het bankendistrict van Frankfurt. ‘Als je naar beneden kijkt, naar de straat, naar het Taunuspark, zie je alleen maar kleine mensjes’, zegt Frey. ‘Dat was de wereld, de gewone wereld, waar wij niet meer bij hoorden. Wij zaten ver daarboven. Wij keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    CumEx is in hun ogen een geniale zet. Het gaat er niet meer om belasting te ontduiken, tot nul te reduceren, maar om geld binnen te halen van mensen die zo stom zijn wel belasting te betalen. Aanvankelijk valt het de Duitse staat niet eens op dat de belastingkas wordt leeggehaald. In 2007 wordt pas de eerste poging ondernomen een roof te verhinderen, maar Berger en Frey zijn die te slim af, ze vinden een nieuwe route om de staat op te lichten. De constructies worden steeds ingewikkelder. Vanaf 2011 schrapen ze vele miljoenen bij elkaar met Amerikaanse eenmanspensioenfondsen, die handelen in aandelenpakketten ter waarde van miljarden euro’s. Het is een krankzinnig spel.

    De CumEx-files

    De CumEx-Files is de naam van het onderzoek van een samenwerkingsverband van negentien mediaorganisaties in twaalf landen, waaronder het Nederlandse onlinejournalistencollectief Follow the Money. Net zoals bij de Panama Papers blijven er verhalen gepubliceerd worden uit een gelekt dossier, in dit geval een van 180.000 pagina’s, waaruit valt op te maken hoe een samenzwering van financiële whizzkids, bankiers en andere financiële experts Europese overheden tussen 2001 en 2016 van tientallen miljarden euro’s beroofde. De Duitse overheid was met bijna 32 miljard euro het grootste slachtoffer, Frankrijk zag 17 miljard in rook opgaan, Italië 4,5 miljard en Denemarken 1,7 miljard.

    Er is één bron van ergernis: CumEx-transacties zijn in Duitsland maar één keer per jaar mogelijk, rondom de dag waarop aandeelhouders hun dividenden ontvangen; in Duitsland is dat meestal begin van het jaar. ‘We hadden een duivelse machine uitgevonden’, zegt Frey, ‘maar die werkte altijd alleen maar in het voorjaar.’ En dat was te weinig. ‘Dus kwamen we op het idee een machine te creëren die het hele jaar door werkte, en dat kon alleen met aandelen uit landen waar dividenden tot wel vier keer per jaar worden uitgekeerd’.

    Daarmee werd, volgens het samenwerkingsverband van mediaorganisaties, het begin gemarkeerd van een grote Europese rooftocht. België, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen en Zwitserland bevestigen officieel, of in achterkamertjes, op de hoogte te zijn van geplande en uitgevoerde CumEx-transacties in eigen land. Ook Spanje en Finland vinden documenten waaruit duidelijk wordt dat CumEx-transacties op stapel stonden. In Spanje willen de autoriteiten bevestigen noch ontkennen dat het ook daadwerkelijk tot dubbele teruggaven is gekomen. De Finse autoriteiten gaan ervan uit dat CumEx bij hen geen probleem vormt. Enkelvoudige teruggaven (CumCum) komen in beide landen voor.

    Enkelvoudige teruggaven – dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet. Ook in Frankrijk, Italië en Nederland richtten dat soort teruggaven enorme schade aan. Het spel functioneert in de kern zo: binnenlandse aandeelhouders hebben recht op een belastingteruggave, buitenlandse aandeelhouders niet. Banken hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Ze kopen de aandelen van buitenlandse klanten kort voor de uitbetaling van de dividenden op en verkopen ze direct daarna terug.

    De zodoende mogelijk gemaakte belastingteruggave wordt met de klant gedeeld en de staat heeft het nakijken. CumCum-transacties zijn op zich niet illegaal. Maar als een belastingvoordeel het enige doel is, geldt dat toch als een vorm van misbruik. Duitse, Franse en Italiaanse autoriteiten zijn het daarover eens.

    Twee varianten

    Voor professor Spengel zijn CumEx en CumCum twee varianten van zuiver fiscaal gemotiveerde transacties. ‘De bankiers, handelaren en juristen hebben de belastingsystemen van de afzonderlijke landen geanalyseerd, gekeken wat mogelijk is en vervolgens de daarbij passende structuren opgezet.’ Afgelopen jaar berekende Spengel dat het de Duitse fiscus tussen 2001 en 2016 minstens 31,8 miljard euro heeft gekost. Frankrijk zag ten minste 17 miljard in rook opgaan, Italië liep 4,5 miljard mis, Denemarken 1,7 miljard en België 201 miljoen euro. Voor 
de andere getroffen landen zijn er geen officiële 
cijfers beschikbaar.

    Hoe en wanneer de transacties zich over Europa 
hebben uitgebreid, is niet eenvoudig te reconstrueren. CumCum-transacties werden in Duitsland, Frankrijk en Italië al in de jaren negentig uitgevoerd. CumEx-transacties kwamen al vanaf 2001 voor in Duitsland en een paar jaar later ook in Zwitserland (2006) en Denemarken (2012). Zwitserland zorgde 
er in 2008 voor dat het onmogelijk werd CumEx-transacties uit te voeren. In Duitsland lukte dat 
pas in 2012. In Denemarken gaan de onderzochte gevallen door tot in 2017.

    Bijna alle banken deden op de een of andere manier mee aan de transacties, onder meer Deutsche Bank en Commerzbank, evenals grote Amerikaanse 
investeringsbanken. Veel banken hadden afdelingen waarvan de medewerkers intern tax traders werden genoemd. Het fenomeen kwam in de hele branche voor.

    Frey, de kroongetuige, noemt de transacties ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘Iedereen die krediet leverde, die als aandelenhandelaar meewerkte, die als depotbank alleen maar aandelen in 
bewaring had, iedere belegger die geld ter beschikking stelde, wist in feite dat de opbrengsten uit de belastingpot werden gehaald.’

    Centraal in de Europese rooftocht staat een groep Londense aandelenhandelaars. Een van hen is 
Salim Mohamed. Eerst werkte hij voor investeringsbank Goldman Sachs, later trad hij in dienst bij een hedgefonds. Mohamed werkte ook samen met Berger en Frey. In het begin kunnen ze het goed met elkaar vinden. Maar als Mohamed in 2009 op eigen houtje verdergaat en volgens Frey aanspraak maakt op het grootste deel van de winsten, raken ze gebrouilleerd. Berger noemt Mohamed daarna alleen nog maar 
‘die smerige Indiër’. Dat staat in een verklaring van Frey tegenover Brorhilker. Berger ontkent dat, net als de samenwerking met Mohamed. Er zouden slechts ‘een of twee gesprekken’ zijn geweest.

    Met zijn firma EQI handelde Mohamed niet alleen 
in Duitse, maar ook in Spaanse, Oostenrijkse, 
Belgische en Finse aandelen, blijkt uit het onderzoek. In 2010 bijvoorbeeld kocht hij via een firma in 
Malta 6,9 miljoen aandelen van het Spaanse energiebedrijf Endesa en een jaar later via een Iers fonds 10,6 miljoen aandelen van Telekom Austria AG. In alle vijf landen verzocht het Ierse fonds in het jaar 2011 om belastingteruggaven. Waarom zou je maar één land beroven als het ook in andere lukt?

    De wereld van belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn

    Als we bij de Europese Commissie informeren of CumEx-, CumCum- of verwante transacties op 
Europees niveau zijn besproken, luidt het antwoord: ‘Dat valt onder de bevoegdheid van de nationale 
staten.’ Maar hun fiscale instanties denken vooral aan zichzelf en communiceren nauwelijks met elkaar. Het principe is: wie iets weet, vertelt het niet verder. Wie er niet naar vraagt, krijgt niets te horen.

    De Bondsregering ziet CumEx tot op heden als een Duits probleem. Michael Sell, die deze zomer, op het moment dat hij een gesprek voerde met de journalisten, nog de leiding had over de afdeling Belastingen van het ministerie van Financiën, maar inmiddels met pensioen is, acht de transacties zonder meer illegaal; hij heeft het zelfs over ‘georganiseerde 
criminaliteit’. Maar in zijn ogen is het probleem na een wetswijziging in 2012 opgelost. Het systeem 
van afdracht van de couponbelasting werd destijds zodanig veranderd dat CumEx niet meer mogelijk zou zijn.

    In Sells kantoor hangt een grote wereldkaart waarop alle landen waarmee Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting 
heeft oranje gekleurd zijn. Dat veel van die landen ook getroffen zouden kunnen zijn, is nooit in hem opgekomen. Later zal het ministerie citaten uit het gesprek met Sell niet autoriseren. Duidelijk wordt dat vrijwel niemand de Europese dimensies van CumEx inschatte.

    De enige organisatie die zich inspant voor een 
systematische internationale uitwisseling is de OESO. Sinds 2007 houdt de organisatie van industrielanden een ‘Aggressive Tax Planning Directory’ bij. Via deze databank kunnen de lidstaten belastingtrucs melden aan alle andere OESO-landen. Maar, zegt Achim Pross, chef van de betreffende afdeling, dat functioneert alleen als die databank ook regelmatig gelezen en aangevuld wordt. Als je nu zoekt op ‘CumEx’, 
komt er maar één match uit Duitsland naar voren en die dateert van 2015.

    Het ministerie van Financiën weet inmiddels al dertien jaar van CumEx-praktijken en heeft er sinds drie jaar een stokje voor gestoken. Het ministerie ontkent desgevraagd niet dat het 
pas in 2015 aan de bel heeft getrokken, maar deelt 
in algemene bewoordingen mee dat men ‘in het 
verleden diverse staten, onder andere op hun 
verzoek, over het procedé bij CumEx-transacties heeft geïnformeerd’. Voor de Europese partners 
komt de waarschuwing veel te laat. De buit is dan al geïncasseerd.

    Steeds nieuwe creaties

    Er komen ook meldingen uit andere landen: Ierland, Spanje en zelfs het verre Australië. Verwarrend is dat men daar vaak met andere begrippen of varianten werkt, wat het lastig maakt de transacties te herkennen en te verhinderen. Er ontstaan steeds nieuwe creaties. In de verhoren van Brorhilker komt Frey te weten welke methode Salim Mohamed gebruikte. Daar was hij, naar eigen zeggen, ‘wel vijf minuten sprakeloos van. Ik was gewoon verbluft’.

    CumEx-deals werken over het algemeen zoals goud zoeken: er moeten enorme hoeveelheden worden omgezet om iets substantieels over te houden. Er is dus enorm veel kapitaal nodig, er moeten miljoenen of zelfs miljarden euro’s van banken worden geleend. Salim Mohamed vond een andere weg: looping. Simpel gezegd worden aandelen daarbij zo snel verhandeld 
in een kringloop, dat het lijkt alsof er veel meer zijn dan in werkelijkheid het geval is. Met één aandeel kun je op die manier drie, vijf of soms wel tien belasting-bewijzen genereren. Een van de verdachten verklaart tegenover Brorhilker dat looping vanaf 2009 is ingezet bij transacties op kosten van Duitsland.

    Mohamed zelf laat niets van zich horen en reageert op geen enkele poging om met hem in contact te komen. Het schijnt hem goed te gaan. In 2015 zette hij een respectabele tijd neer in een hardloop- en wielrenwedstrijd. Hij is ook te traceren op de website van de Esher Church School, een kerkelijke school 
in het graafschap Surrey, iets ten zuidwesten van Londen. Mohamed, de belastingrover, is er een van de stafleden.

    Niet een van de verdachten zit tot dusver in de gevangenis. De bedoeling is dat daar verandering in komt. Brorhilkers gerechtelijke onderzoeken betreffen meer dan honderd personen, onder wie Salim Mohamed. Nog dit jaar kan Brorhilker de eerste 
aanklachten indienen.

    De officier van justitie heeft echter een tegenspeler. Vanuit een Zwitsers bergdorp werkt deze aan de juridische verdedigingsstrategie die haar uiterst nauwkeurige, jarenlange arbeid met één grote klap kan vernietigen. Het is Hanno Berger, de vroegere mentor van kroongetuige Frey. Na een doorzoeking van zijn kantoor, eind 2012, heeft hij zich teruggetrokken in Zwitserland.

    Samen met zijn vrouw en een kleinkind woont hij pal tegenover een skilift en hij straalt uit dat hij volledig in zijn recht staat. Aan de houten eettafel doceert Berger eindeloos over de vraag waarom de CumEx-transacties legaal waren. Die waren niet het probleem, dat was de staat die mensen als hij ten onrechte wil vervolgen. Een ‘vernietigingsveldslag’ volgens hem. Ook naar Berger loopt al jaren een gerechtelijk onderzoek.

    Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren 
de Denen misschien helemaal niet beroofd

    Hij maakt een vermoeide indruk. De verdedigingsveldslag is zijn levenswerk geworden. In eerste instantie draait deze om een van die zeldzame Amerikaanse eenmanspensioenfondsen die voor CumEx-transacties werden gebruikt, het zogenaamde KK Law Firm Retirement Plan Trust. In 2011 werd belastingteruggave gevraagd bij het centrale belastingkantoor in Bonn (BZST). Daar bestond algauw de verdenking dat het mogelijk om bedrog ging. De aanvraag werd afgewezen. Maar KK Law liet het er niet bij zitten en eiste een teruggave van 28 miljoen euro. Volgens BZST werd dat bedrag nooit afgedragen. Die rechtsvordering is niet alleen hondsbrutaal, het is zelfs een poging het hele strafrechtelijke onderzoek van Brorhilker om zeep te helpen.

    Berger wilde meerdere eigenaars van eenmanspensioenfondsen ertoe 
bewegen dergelijke vorderingen in te stellen. De meesten zagen daar niets in. Een van hen noemde Berger (in een afgeluisterd telefoongesprek) een ‘klootzak’. Maar KK Law gaat door. 
Het proces loopt enorm in de papieren, er moeten topadvocaten worden 
ingehuurd. Een ander fonds, dat over miljoenen beschikt, wordt in het leven geroepen om de verdediging mee te financieren.

    Volgens insiders hebben meerdere belastingrovers daaraan meebetaald. Als KK Law zou winnen, 
zo ziet Berger het, dan zou CumEx door een rechtbank legaal worden verklaard en zou iedereen vrijuit gaan. Zo ziet ook professor fiscaal recht Spengel 
het: ‘Als KK Law inderdaad gelijk zou krijgen, betekent dat een bittere tegenslag voor de strafrechtelijke vervolging van CumEx-transacties.’

    De uitspraak wordt waarschijnlijk begin volgend jaar gedaan. Dan is 
de strijd gestreden voor de oude CumEx-garde. Maar wat is er van hun leerlingen geworden? Doen zij nog altijd zulke zaken?

    Young gun

    Om dat uit te vinden, veranderen twee van de journalisten in Felix en Otto. Felix, zo luidt het verhaal, is de arrogante telg uit een Duitse miljardairs-familie, die om fiscale redenen in Zwitserland woont. Hij is wat in die kringen een young gun heet: hij wil zijn familie bewijzen dat hij zaken kan doen, miljoenentransacties met fabelachtige rendementen. Zijn oudere halfbroer Otto is altijd sceptisch, hij waakt met argusogen over het vermogen van de familie.

    Met CumEx en CumCum hebben Felix en Otto een paar jaar geleden goed verdiend. Nu willen ze weer gaan meedoen en een miljoenenbedrag van drie cijfers investeren. Via een brievenbusfirma en een tip uit Dubai nemen ze contact op met een handelaar. Ze spreken af elkaar in Londen te ontmoeten.

    Voor 2500 euro huren ze een suite op de zevenen-dertigste verdieping van wolkenkrabber The Shard. Door het raam, dat tot de vloer doorloopt, kun je de Tower Bridge en St Paul’s Cathedral zien. Felix draagt een Breitling-horloge. Otto heeft zich bij een peperdure herenmodezaak in het pak gestoken. Alles voor de geloofwaardigheid.

    De afspraak is om 14:00 uur. Om 13:51 uur gaat de telefoon. De handelaar is te vroeg. Felix en Otto laten hem wachten. Ze laten hem vijftien minuten later ophalen door hun assistente, die in werkelijkheid de echtgenote van een collega is. De man die beneden wacht, is een leerling van Sanjay Shah, de koning van de belastingrovers. Shah heeft iedereen overtroffen en met zijn CumEx-transacties bijzonder veel schade berokkend. Denemarken heeft door toedoen van Shah 1,3 miljard euro verloren. Dat is zelfs voor Frey nauwelijks te bevatten.

    Hij spreekt bijna eerbiedig over de Brit. Met hem samenwerken hebben Frey en Berger niet eens overwogen: ‘te dubieus’. Zelfs onder belastingrovers bestaan er er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele. Shah kende geen grenzen. Frey vindt dat hij ‘autistische trekken’ heeft.

    Niets delen

    In 2011 komt Shah op het idee om van zijn hedgefonds Solo Capital een soort algemene onderneming voor CumEx-transacties te maken. Dat blijkt uit een veertien pagina’s tellend levensverhaal dat Shah voor zijn raadslieden heeft opgeschreven. Normaal heb je voor CumEx-transacties meerdere partners nodig: bankiers, handelaars, makelaars. Maar Shah wil alles onder één dak bijeenbrengen en niets delen. Hij wordt mede-eigenaar van de Hamburgse bank Varengold. Shah kon, beweert Frey, de belastingbewijzen bijna voor zichzelf uitschrijven.

    Shahs aanval op Denemarken begint in 2012, het jaar waarin CumEx in Duitsland onmogelijk wordt gemaakt. Denemarken komt pas drie jaar later in actie, als het door de Britse autoriteiten op de aanval wordt geattendeerd. Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd. Shah woont dan allang in Dubai, op de kunstmatig aangelegde eilandengroep Palm Jumeirah. Hij bezit er meerdere huizen, viert feesten op zijn luxejacht en laat popsterren als Lenny Kravitz en Snoop Dogg invliegen voor liefdadigheidsevenementen. ‘De CumEx-aandelenhandelaars zagen hem als een dolle hond’, zegt Frey.

    Shah kan Dubai sindsdien niet meer verlaten. Er lopen in Europa tal van gerechtelijke onderzoeken: in Noorwegen, België, Groot-Brittannië en Duitsland. Maar als Frey hem in februari 2017 probeert te bewegen een verklaring af te leggen, begrijpt Shah helemaal niet wat de Duitsers eigenlijk van hem willen. ‘Ik heb toch maar 50 miljoen?’ zegt hij. Tenminste, zo herinnert Frey het zich. Op schriftelijke vragen van journalisten antwoordt Shah niet.

    Corporate action trading

    In de Londense wolkenkrabber loopt een van Shahs leerlingen de suite binnen. Hij is begin dertig, 
donker getint, draagt een wit overhemd met 
manchetknopen. Hij heeft een gebonden presentatieboekwerk bij zich. Felix, de arrogante miljardairstelg, negeert hem eerst maar eens. Hij doet net alsof hij een medewerker aan de telefoon de mantel uitveegt. Later zullen Felix en Otto de leerling van Shah uithoren.

    Direct na de universiteit, vertelt de dertiger, was 
hij begonnen bij de Maple Bank, de bank die de staat door middel van CumEx-transacties honderden 
miljoenen lichter had gemaakt. Bij het hedgefonds van Shah had hij ‘de fijne kneepjes van het vak’ geleerd en een netwerk opgebouwd. Net voordat 
hij in beeld zou kunnen komen bij het justitieel onderzoek, was hij eruit gestapt. En nu stond hij op het punt iets nieuws te te beginnen.

    Felix ziet het wel zitten met hem. Zijn familie heeft goede ervaringen opgedaan met CumEx-transacties en is op zoek naar mogelijkheden om die markt opnieuw te betreden. Hij vraagt wat de leerling te bieden heeft. De jongeman bladert door zijn presentatie. ‘Ik zou het geen CumEx of CumCum willen noemen’, begint hij. Maar wat hij beschrijft, klinkt verdacht veel naar de bekende, puur fiscaal gemotiveerde aandelenhandel rondom de dag waarop de dividenden worden uitgekeerd.

    Ook Gerhard Schick, afgevaardigde in de Bondsdag en financieel expert van de Groenen, interpreteert de presentatie zo: 
‘Het is een rechtstreekse voortzetting van CumEx 
en CumCum.’ Shahs leerling zelf gebruikt liever een andere naam. ‘Wij noemen het corporate action 
trading.’ De drie belangrijkste markten zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Noorwegen, Finland, Polen 
en Tsjechië zijn al getest en vormen ook geen 
probleem. De leerling heeft uitstekende contacten met grote investeringsbanken. Die doen nog 
altijd mee.

    Hoe zit het dan met Duitsland, vragen Otto en 
Felix. ‘Zoals het er nu in Duitsland voor staat’, zegt 
de leerling, ‘zou ik nog minstens een jaar wachten. Iedereen kan rustig zaken in Duitsland blijven doen, begrijpt u me niet verkeerd, en dat gebeurt ook. Maar ik zou nog een jaar wachten.’

    Maar CumEx- en CumCum-transacties waren in Duitsland toch wettelijk onmogelijk gemaakt?’ 
De leerling van Shah grijnst. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om dat te omzeilen.’

    Dan wordt er nog een beetje met vaktermen 
gesmeten. Het gaat over counterparties en trading levels. Tot Otto zegt: ‘Kom, laten we niet om te hete brei heen draaien, het geld komt van de belastingen.’

    ‘Natuurlijk’, zegt de handelaar.

    Auteurs: Manuel Daubenberger, Karsten Polke-Majewski, Felix Rohrbeck, Christian Salewski en Oliver Schröm

  • Griekenland uit de euro! Of wacht…

    Griekenland uit de euro! Of wacht…

    In een café op Kreta bespreken de stamgasten of Griekenland niet beter kan terugkeren naar de drachme.

    Het loopt tegen het einde van de middag in een dorp aan de zuidkust van Kreta. In het kaféneio [een café waar vooral mannen komen] zit een groep vrienden in gedachten verzonken om een houtkachel. Ik kom binnen samen met Christoforos, een boerenzoon die na zijn informaticastudie naar Londen vertrok en daar inmiddels vijf jaar werkt. Op het moment dat we binnenkomen, besluit een leraar juist zijn betoog: ‘Dat is het beste, gewoon geen geld meer uitgeven. Een paar jaar lang alleen nog olijven en droog brood eten, dan zien we misschien nog ooit licht aan het eind van de tunnel. Laten we eindelijk uit de euro stappen, zodat we weer met geheven hoofd kunnen lopen en onze kinderen een toekomst geven.’

    Veel mensen denken er momenteel net zo over als deze leraar: door uit de euro te stappen, zullen we het vast een paar jaar heel moeilijk krijgen, maar daarna zal er een opleving komen en zal er meer werk en welvaart zijn. Eens horen hoe het gesprek in dit kaféneio verder gaat. Wat er gezegd wordt, is zeer leerzaam.

    Niet genoeg

    Christoforos: Iedereen hier ziet in dat het de eerste jaren moeilijk zullen zijn. Maar waarom denk je dat daarna met de drachme het leven beter zal worden?

    Pavlos (hotelhouder): Christoforos, we leven hier van het toerisme en van de olijven. Zodra we de drachme terug hebben, wordt onze economie concurrerender, omdat het voor toeristen dan goedkoper wordt om hiernaartoe te komen …

    Christoforos: Waarom zijn producten, zoals toerisme, in drachmen concurrerender? Wat duur is, zijn lonen. U wilt dus graag geld verdienen in euro’s, dankzij de toeristen, en uw personeel in drachmen uitbetalen? Verdient u nog niet genoeg?

    Hotelhouder: God, de salarissen zijn het probleem niet! Die zijn ook veel lager geworden trouwens. Maar met de drachme zal al het andere veel goedkoper worden.

    Christoforos: O ja? Stroom voor de airconditioning? Olie voor verwarming? Televisies? Meubels? Spullen van IKEA? Turkse lakens en gordijnen? Rundvlees, mayonaise, koffie, whisky?

    Hotelhouder: Nee, dat wordt allemaal geïmporteerd. Ik heb het over wat wij hier produceren: olie, tomaten, kaas…

    Manolis (Boer 1): Ja, daar heb je genoeg aan. Met de euro is het leven onbetaalbaar geworden. We werken dag en nacht op het land en toch hebben we aan het eind van de maand niet genoeg over om van te leven. Maar we moeten de eurozone op de juiste manier verlaten, zonder onze subsidies te verliezen. Daar leven we hier van, want de productie van olie levert te weinig op. Alles wat we verdienen gaat op aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en brandstof. Alleen door de subsidies houden we nog wat over om van te leven.

    Christoforos: Als ik het goed begrijp, zou je je olie goedkoper aan de hotelhouder verkopen als we weer de drachme invoeren? Nu verdien je er tachtig euro mee, waarvan vijftig euro opgaat aan geïmporteerde producten als kunstmest en dergelijke, de dertig euro die overblijft kun je in je zak steken. Als we een andere munt nemen krijg je er minder voor en hou je nog maar twintig euro over. Met dat geld kun je dan misschien meer peterselie kopen, maar minder televisies, mobiele telefoons, benzine en auto’s. Uiteindelijk ben je slechter af.

    ‘We gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?’

    Mihalis (Boer 2): Nee hoor, we zouden onze olie niet goedkoper aan de hotelhouder leveren.

    Christoforos: Waarom zou de hotelhouder jouw tomaten dan nog kopen? Er zijn zat goedkope tomaten uit Nederland en België te koop.

    Boer 2: Nee, je begrijpt me niet, we gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?

    Christoforos: In dat geval kun je de Europese Unie en je subsidies vergeten; net als nieuwe infrastructuur en wegen trouwens.

    Dimitri (Boer 3): Zonder twijfel, kameraden: niet duurder en niet goedkoper. We verkopen onze spullen voor dezelfde prijs, maar betalen er minder belasting over. Het komt door de belastingen en de bezuinigingsmaatregelen. Die hebben ons bij de strot.

    Christoforos: Is dat het probleem? De belastingen? Waarom verlagen we die dan niet en blijven in de euro? Weet je waar tachtig procent van het belastinggeld naartoe gaat? Naar salarissen en pensioenen. De schuldeisers van Griekenland vinden het prima.

    Boer 1: Ah nee hè, dat niet. Van mijn pensioen als boer moeten ze afblijven!

    Christoforos: Als ik je dus goed begrijp, Dimitri, verkoop je voor lagere prijzen, krijg je minder binnen en betaal je minder belasting. Wie gaat dan de pensioenen van je ouders en van je tante betalen?

    Myron (Belastinginspecteur): We verlagen de rente op de schuld!

    Keuze

    Christoforos: Weet je wel dat we nu nog de rente over leningen betalen die we onder Charilaos Tricoupis [premier van 1882-1895] afgesloten hebben?! Als we de drachme weer invoeren, betalen we misschien minder rente, maar worden we arm. We betalen nu minder dan acht procent van de staatsinkomsten aan rente. Spanje, Italië, Kroatië en Portugal betalen veel meer.

    Boer 3: Christoforos, jij bent naar een ander land vertrokken, maar wij zijn hier gebleven. Wij betalen een hoop belasting aan Athene, maar alleen in het noorden van het land worden vliegvelden en wegen aangelegd. Met ons geld. De toestand van onze lokale vliegvelden is belabberd en onze wegen zijn levensgevaarlijk.

    Belastinginspecteur: Om de olijvenpers draaiende te houden, hebben we contant geld nodig. Als we onze eigen munt hebben, kunnen we geld drukken en de markt weer in beweging krijgen, zodat de economie weer gaat draaien.

    Christoforos: Als het zo simpel was, was er geen honger in de wereld. De waarde van een bankbiljet is precies gelijk aan wat je ervoor betaald hebt. Kijk naar Argentinië. Dat land heeft zijn eigen munt, maar geen banken meer.

    Inspecteur: Hebben wij wel banken dan?

    Christoforos: Daar heb je gelijk in! Sinds vijf of zes jaar zijn hier inderdaad ook geen banken meer. Maar de keus is om in de eurozone te blijven, afhankelijk te blijven van onze schuldeisers totdat onze banken er weer bovenop zijn, of de sprong te wagen en recht op een failliet af te stevenen.

    ‘Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten’

    Kostis (Winkelier): Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten. Die wurgen ons! Toen alles nog goed ging, sloten we ze bij bosjes af, en nu zitten we ermee. De banken dreigen ons alles af te pakken, we kunnen het hoofd niet meer boven water houden.

    Christoforos: Dat snap ik, Kostis, maar als we terugkeren naar de drachme, dan worden de banken genationaliseerd. Dan ben je geen geld meer schuldig aan de bank maar aan de staat. Dat is nog erger, want dan heb je helemaal geen bescherming meer.

    Boer 1: Volgens mij zouden we er met een eigen munt zo weer bovenop zijn.

    Christoforos: Ik zie nog steeds niet hoe de drachme je helpt om meer olie te produceren. De enige die daar iets mee opschiet is de hotelhouder, want die is dan minder kwijt aan salarissen, zodat onze kinderen uiteindelijk minder gaan verdienen. Toen ik het café binnenkwam, mijn beste landgenoten, zeiden jullie dat jullie best een decennium of zo op wilden offeren, de tijd die nodig is om over te schakelen op de drachme en weer betere vooruitzichten te krijgen. Maar nu ik jullie heb aangehoord, besef ik dat ik geen enkel overtuigend argument heb gehoord. Niets zegt mij dat het over tien, twintig of dertig jaar beter zal zijn. Denk goed na over wat je je kinderen aandoet, want misschien blijven ze hun hele leven op je foeteren om de ongelukkige keuze die je gemaakt hebt.

    Auteur: Giorgos Stratopoulos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Protagon
    Griekenland | protagon.gr

    Protagon is in 2010 opgericht door o.a. journalist Stavros Theodorakis, die in 2014 ook To Potami oprichtte, de neoliberale partij die datzelfde jaar nog zes zetels haalde in de verkiezingen voor het Europese Parlement. De site plaatst opiniestukken, analyses en reportages over politiek, economie, cultuur en samenleving, en is vooral geliefd bij intellectuelen.

    Beeld: © HH

    CONTEXT: 42 procent wil drachme terug

    Al maanden bevinden Brussel en Athene zich in een patstelling, waardoor het schrikbeeld van een Grexit weer terug is – een uittreding van Griekenland uit de eurozone. In juli zou Griekenland een nieuwe uitbetaling krijgen uit het steunfonds van 86 miljard. De schuldeisers eisen echter een extra pakket hervormingen, van het belastingsysteem, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Op maandag 20 februari, bij de vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone, bleek Athene eindelijk bereid tot concessies.

    De Atheense krant I Kathimerini herinnert eraan dat de regering aanvankelijk de poot stijf hield: ‘De uitdaging is nu om deze draai uit te leggen aan de kiezer, die zich opnieuw bedrogen voelt.’ Volgens een door het dagblad geciteerde opiniepeiling wil 45 procent van de Grieken in de eurozone blijven en denkt 42 procent dat het leven beter wordt als het land de drachme weer invoert.

  • De verkapte terugkeer 
van de Zimbabwaanse dollar

    De verkapte terugkeer 
van de Zimbabwaanse dollar

    Ze zien eruit als nieuw geld, ruiken als nieuw geld en werken als nieuw geld. Maar volgens de Zimbabwaanse centrale bank zijn de nieuwe staatsobligaties absoluut geen terugkeer naar de Zimbabwaanse dollar.

    Zimbabwe heeft een probleem. Of eigenlijk wel meer problemen. Maar deze keer hebben we het voor de verandering niet over president Robert Mugabe en zijn vrolijke troepje kleptocraten – al is het wel hun schuld dat het zo’n zootje is in Zimbabwe.

    Deze keer hebben we het over de economie en meer in het bijzonder over de muntsoort. Zeven jaar geleden ging het helemaal mis met de Zimbabwaanse dollar. We zijn gestopt met tellen toen er sprake was van een inflatiepercentage van 500 miljard. De afgelopen zeven jaren hebben de Zimbabwanen hun eigen dollars daarom maar links laten liggen en zijn ze overgestapt op de Amerikaanse dollar en de Zuid-Afrikaanse rand. De laatste jaren gaat het, zoals bekend, met de rand ook niet goed en geven de meeste Zimbabwanen de voorkeur aan Amerikaanse bankbiljetten. En gelijk hebben ze.

    Maar de Amerikaanse dollars raken op. Zimbabwe produceert weinig, dus er moet veel geïmporteerd worden. Om al die importproducten te kunnen betalen, moeten de steeds schaarsere Amerikaanse dollars ingezet worden. Het afgelopen jaar besteedde Zimbabwe 5,5 miljard dollar aan import, terwijl er maar 2,5 miljard dollar binnenkwam aan export – een verschil van 3 miljard. Die 3 miljard zijn uit het land weggevloeid, zodat er nu een geldtekort is. Dat maakt het lastig om geld te pinnen, dat maakt het lastig om personeel uit te betalen en dat maakt het lastig, zo niet onmogelijk, om te betalen voor alle gewenste importgoederen, 
van dagelijkse levensbehoeften als maïs en graan tot kristallen kroonluchters en luxe auto’s voor de elite.

    Een man in Harare draagt een zak vol oude Zimbabwaanse dollars om ze te gaan omwisselen tegen Amerikaanse valuta. – © Tsvangirayi Mukwazhi / AP
    Een man in Harare draagt een zak vol oude Zimbabwaanse dollars om ze te gaan omwisselen tegen Amerikaanse valuta. – © Tsvangirayi Mukwazhi / AP

    Om de economie gaande te houden, 
is het noodzakelijk dat er weer geld terugkomt in Zimbabwe – en wel zo snel mogelijk. Maar hoe? Er zijn een paar opties – en die zijn geen van alle helemaal serieus te nemen. Een van de opties is om veel te gaan exporteren, om zo de dollars weer terug te verdienen. Maar na tientallen jaren van economisch wanbestuur heeft Zimbabwe nog maar weinig te bieden aan andere landen. De boerenbedrijven leveren veel minder op dan vroeger, de industriële productie is gericht op een kleine afzetmarkt en de grote bodemschatten – de diamanten in het Marange-veld – worden in verband gebracht met zoveel schendingen van de mensenrechten dat officiële handelaars geen Zimbabwaanse diamanten meer willen kopen.

    Een andere mogelijkheid is om geld te lenen. Het meest voor de hand liggen dan de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), maar die doen liever geen zaken met Zimbabwe. In 1999 schortten beide instellingen hun betrekkingen met Zimbabwe op, omdat ze het oneens waren met de economische politiek van de regering. Inmiddels is het IMF wel weer in gesprek met de regering, maar een eventuele nieuwe lening hangt af van een grootscheepse economische hervorming.

    Gelukkig zijn er nog andere instellingen die leningen kunnen verstrekken. De regering kon in januari 200 miljoen dollar lenen van de Afrikaanse Import Export Bank. Met dat geld kon vervolgens maïs gekocht worden. Deze hulp is prettig, maar bij lange na niet afdoende om het importtekort op te vangen of om de economie weer enigszins op gang te brengen.

    Het is noodzakelijk dat er weer geld terugkomt in Zimbabwe – en wel zo snel mogelijk

    Er is uiteraard nog een derde mogelijkheid. Toen Zimbabwe eerder soortgelijke problemen had, deed het iets wat weinig economen zouden adviseren: het liet eenvoudigweg nieuw geld drukken, met alle rampzalige gevolgen van dien. De plotselinge, slecht geregisseerde toestroom van Zimbabwaanse dollars had een gigantische inflatie tot gevolg, die de economie verwoestte, de armoede bevorderde en de algehele ontwikkeling belemmerde. Eén ding stond vast: dit zou in Zimbabwe nooit meer gebeuren, hoe ernstig het geldtekort ook zou zijn. Maar natuurlijk gebeurt het wel.

    Begin mei meldde John Mangudya, de president van de centrale bank van Zimbabwe, dat de bank speciale obligaties zal gaan uitgeven in een poging de geldcrisis te bezweren. De obligaties zullen dezelfde waarde hebben als Amerikaanse dollars. Hij beweerde met klem dat het hier niet om een nieuwe geldsoort zou gaan, maar de meeste commentatoren tuinden hier niet in. De obligaties zien eruit als nieuw geld, ze ruiken als nieuw geld en ze werken in alle opzichten als nieuw geld.

    Achterdeur

    ‘Het ziet eruit alsof ze via de achterdeur een nieuwe Zim-dollar proberen in te voeren,’ zegt econoom Russell Lamberti. Hij schreef samen met Phillip Haslam misschien wel het meest kernachtige boek over de steile val van de Zimbabwaanse dollar, When Money Destroys Nations. Lamberti is dan ook de aangewezen persoon om deze nieuwe ontwikkeling te duiden. Zijn oordeel is vernietigend. ‘Ik zie weinig verschil tussen deze obligaties en echt geld. Dit lijkt me een wanhoopsdaad. Er is niet over nagedacht vanuit een monetair perspectief en het zal tot niets leiden.’

    Lamberti zegt dat het bijna onmogelijk is dat de obligaties hun waarde zullen behouden, omdat ze niets concreets vertegenwoordigen. Handelaren zullen de obligaties niet als betaalmiddel kunnen gebruiken voor importproducten en ook kunnen ze niet gewisseld worden tegen Amerikaanse dollars bij de centrale bank – omdat de bank geen dollars meer heeft. Handelaren zullen om die reden niet happig zijn om de obligaties aan te nemen als betaling voor importproducten – en als ze wel worden aangenomen, dan zal dat zijn met een flinke toeslag, waarmee de inflatie opnieuw haar intrede zal doen.

    ‘Ik zie weinig verschil tussen deze obligaties en echt geld. Dit lijkt me een wanhoopsdaad’

    Tendai Biti, de voormalige Zimbabwaanse minister van Financiën, de man die wordt geprezen omdat hij de economie heeft gered van het vorige inflatiespook, laat zich al net zo vernietigend uit: ‘De terugkeer van de Zimbabwaanse dollar is de botte erkenning van deze regering dat ze heeft gefaald en dat iedereen zal worden meegesleurd in de ondergang van onze economie. Het is een cynische, respectloze en 
verachtelijke beslissing, gespeend van elke logica, betekenis of rationele grond. Het is een ingreep die de doodsklap zal zijn voor veel bedrijven die hun bestaan nog hadden weten te rekken. Er zullen maar weinig mensen zijn 
die het aandurven om de nachtmerrie van de ineenstorting van de jaren 2007 en 2008 opnieuw te beleven.’

    Dat hakt erin. Maar bankpresident Mangudya houdt vol dat de critici het bij het verkeerde eind hebben – en 
zijn politiek niet goed begrepen hebben. ‘We hebben geen verborgen agenda,’ zegt hij. Volgens Mangudya zijn de obligaties bedoeld om de export te stimuleren – en zullen ze alleen ingezet worden als een soort aanmoedigingspremie, gebaseerd op de verwachte omvang van de export. Op deze manier zouden lokale producenten ertoe aangezet worden om artikelen te maken die in het buitenland verkocht kunnen worden, waarmee dan vervolgens echte Amerikaanse dollars het land in zouden stromen.

    Een biljet van honderd biljoen dollar. – © Geo  Moore / Hollandse Hoogte
    Een biljet van honderd biljoen dollar. – © Geo Moore / Hollandse Hoogte

    Deze theorie is niet houdbaar als de obligaties minder waard worden, waardoor ook meteen het aanmoedigingsbeleid zijn werking zal verliezen. Zimbabwe heeft dringend behoefte aan een grotere export, maar deze nieuwe politiek maakt het produceren van exportartikelen niet meteen aantrekkelijker. Het land heeft geld nodig om de economie te stimuleren, maar de obligaties – een nieuwe muntsoort onder een andere naam – zullen geen soelaas bieden.

    Auteur:” Simon Allison
    Vertaler: Janet Luis

    Daily Maverick
    Zuid-Afrika | dailymaverick.co.za

    Begon in print, veranderde in 2008 noodgedwongen in een digitaal tijdschrift en groeide uit tot een van de belangrijkste nieuwssites van Zuid-Afrika. Eigenzinnig en reactionair, analytisch en grondig.

  • Waarom is IJsland zo corrupt?

    Waarom is IJsland zo corrupt?

    Van de 300.000 IJslanders staan er 600 op de lijst van de Panama Papers. Van de 9,5 miljoen Zweden slechts 200. De IJslandse schrijver Hallgrimur Helgason zoekt de verklaring in het koloniale verleden.

    Het schandaal van de Panama Papers heeft ons land als een tsunami getroffen. IJsland, een land met 330.000 inwoners, staat met 600 namen op die lijst! Zweden, met zijn 9,5 miljoen inwoners, met slechts 200 namen. Weer zijn wij de kampioenen van de corruptie en de oplichterij, de amorele idioten van 
de Atlantische landen.

    Volgens de laatste ethische peiling zweeft ons eiland nu ergens tussen Rusland en Oekraïne. En als kers op 
de taart: onze premier, de beruchte Sigmundur Davið Gunnlaugsson, was de enige westerse leider die op de lijst stond, de enige minister-president die een offshorerekening heeft in het belastingparadijs Tortola, een van de Britse Maagdeneilanden. In de wereldpers zagen we hem afgebeeld naast Poetin, Assad, Porosjenko en (nog erger) Sepp Blatter. Ook al had dit onverwachte wereldteam Lionel Messi in de ploeg, toch stond het al vanaf de eerste minuut van de wedstrijd op verliezen. Want onze man, Gunnlaugsson, was de keeper. En na het eerste schot liep hij gewoon van het veld af, het stadion uit.

    Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash

    Als u het interview niet hebt gezien waaruit hij wegliep, moet u dat eigenlijk nog even opzoeken op internet. 
Of niet. De premier van IJsland zat gezellig tegenover een groepje internationale journalisten. De eerste vragen waren vrij algemeen, over de economische bedreiging die belastingparadijzen voor onze samenleving vormen, en toen kwamen de lastige vragen: Hebt u zelf zo’n rekening?

    Voor ons waren dat onverdraaglijke televisieminuten. Lang voordat onze premier op het scherm instortte, wisten we al wat eraan kwam, en toen hij begon 
te liegen en zijn Oxford-Engels begon 
te haperen, waren de meesten van 
ons al naar de keuken gevlucht, om 
wat verkoeling te zoeken door wat verse rode pepers uit de koelkast te eten. Toen we weer terug waren in 
de huiskamer, had Gunnlaugsson de plaats delict al verlaten.

    Het interview was al opgenomen op 
11 maart, maar werd op 3 april uitgezonden. Hij wist dat het zijn politieke dood betekende, maar deed net alsof dat niet zo was, vertelde niemand er iets over, zelfs zijn naaste medewerkers niet, gedroeg zich met de dag meer als een zombie, zonder dat iemand begreep waarom. Deze homerische (Simpson)karaktertrek heeft Gunnlaugsson al eerder vertoond: als er een probleem 
is, doet hij zijn ogen dicht en hoopt 
dat het overwaait.

    Een bekend verhaal dat in IJsland over hem de ronde doet, 
is dat tijdens een ruzie met zijn minister van Financiën deze hem opbelde om een bijeenkomst af te spreken. Met enige tegenzin stemde Gunnlaugsson 
in met een gesprek op zijn werkkamer, maar toen de minister van Financiën daar aankwam, zat de premier al in Londen. Hij had zijn belofte gedaan in zijn dienstwagen onderweg naar het vliegveld. En deze zelfde man ging gewoon door alsof er niets aan de hand was, nadat hij was ontmaskerd als een belastingontwijkende offshoremiljonair en een internationale leugenaar, en nam pas ontslag toen de hel losbarstte, een vernedering die hij ons IJslanders had kunnen besparen.

    Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty
    Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty

    Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash die was veroorzaakt door het handelen van roekeloze en hebzuchtige bankiers en zakenlieden en onbekwame politici. Sindsdien zijn ‘belastingparadijzen’, ‘geheime offshorerekeningen’, ‘Tortola’, de Britse Maagdeneilanden’ woorden waar niemand mee in verband gebracht wil worden. Nog steeds deden geruchten de ronde over oude zakenvikingen en enkele leden van de financiële elite 
die het was gelukt om het zinkende schip, de ‘IJsland 2008’, te verlaten in reddingsboten vol geld en die in de Cariben ‘offshore’ veilig aan land te brengen, maar niemand had gedacht dat het om 600 mensen zou gaan, laat staan dat er tussen die namen drie leden van de regering zouden staan. Twee van hen hadden hun rekening enkele jaren geleden al opgeheven, maar de premier niet, hoewel die rekening nu op naam van zijn vrouw stond.

    Het was met name zo absurd omdat diezelfde Gunnlaugsson zich in de 
nasleep van de crash tot koning der kruisvaarders had gekroond in de strijd tegen de omgevallen banken en hun leningen, een kruistocht die uitmondde in twee referenda. In de postcrash jaren werd Gunnlaugsson de jonge en veelbelovende ‘held van de T-shirts’ (laagopgeleide en ietwat domme mannen en vrouwen die alleen gratis T-shirts dragen).

    Maar toen nam zijn innerlijke Homer Simpson het over.

    IJslands dieet

    Al na twee weken als premier beweerde hij dat hij door zijn critici werd ‘gebombardeerd’, en kwam hij prompt met zijn ‘IJslandse dieet’, waarbij je alleen voedsel mocht eten dat in IJsland werd gemaakt. Buitenlandse etenswaren zouden namelijk een bepaalde bacterie, toxoplasma, bevatten die al het nationale karakter van vele Europese landen had aangetast, vooral dat van Frankrijk en België. (Beste lezers, vergeef me dat ik de pagina’s van uw gewaardeerde krant vervuil met zulke onzin.)

    Ook beëindigde hij de onderhandelingen over onze toetreding tot de EU, werd hij steeds nationalistischer, prees ons ‘sterke karakter’ en onze ‘sterke munt’ (die in honderd jaar duizendvoudig in waarde is gedaald) die alle IJslanders met trots zouden moeten gebruiken. ‘De beste munteenheid ter wereld!’ Al die tijd was hij bezig zijn familiefortuin in vreemde valuta weg te sluizen naar een geheim, ver weg gelegen eiland vol met toxoplasmische, volslagen gek geworden vleeseters. Bovendien bracht zijn ongemakkelijke belangstelling voor de architectuur (daar zou iedere regeringsleider zich verre van moeten houden) hem ertoe te besluiten tot de bouw van nieuwe parlementsgebouwen op basis van een honderd jaar oud ontwerp van een reeds lang overleden architect.

    Maar goed, zijn strijd tegen de omgevallen banken ging voort en afgelopen herfst sloot zijn regering een overeenkomst met hun schuldeisers, mensen die geld waren kwijtgeraakt toen de banken sprongen en die aanspraak maakten op hun failliete boedel. Die overeenkomst werd door enkele deskundigen bekritiseerd omdat de regering te toegeeflijk zou zijn geweest voor de (voornamelijk buitenlandse) schuldeisers. Toen werd onthuld dat het offshorebedrijf Gunnlaugssons echtgenote een van die buitenlandse schuldeisers was en dat hij tijdens de onderhandelingen twee petten op had gehad, moest hij vertrekken.

    Duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen terwijl de rest van het land zich thuis afvraagt hoe ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen

    Dus zien we een herhaling van 2008 en begin 2009: duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen: ‘Bananenrepubliek! en ‘Waardeloze regering!’ terwijl de rest van het land thuis blijft en zich afvraagt waarom ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen, nog geen vijf jaar na de grote crash, waarna iedere IJslander (dachten we) had gezworen opnieuw te beginnen, zich te herpakken en zich niet langer als de wolf van Wall Street te gedragen.

    De mensen zijn boos.

    Een tweede scheiding is altijd moeilijker dan de eerste (dat weet ik uit eigen ervaring.) En nu zijn we voor de tweede keer bedrogen. Bedrogen door achterbaksheid, hebzucht en leugens. En de namen van de 597 andere belastingontwijkers moeten nog worden onthuld. Het kan alleen maar erger worden. De regering wankelt voort, met twee vroegere belastingontwijkers in haar midden, en een nieuwe premier die vorige week nog de risee van het land was toen hij in een poging zijn vriend Gunnlaugsson te verdedigen zich liet ontvallen: ‘Het is altijd heel ingewikkeld om rijk te zijn in IJsland’ en ‘Ach, het geld moest toch ergens heen’ (moest worden weggesluisd?), zinnetjes die meteen klassiekers werden. En nu is hij de leider van het land, die Russisch uitziende boer en veearts die zich heeft opgewerkt tot slome politicus (hij schijnt een hartslag van drie per minuut te hebben), die is geboren in 1962, maar die al vanaf zijn geboorte 62 lijkt te zijn.

    Ja, zelfs in 2016 zitten de IJslanders nog opgescheept met een premier die niet weet hoe je aardappels moet koken!

    Deense kolonie

    Dat zijn de mannen die aan het roer staan, de mannen die de volgende tsunami Panama-onthullingen die de komende weken op onze kust komt aanrollen, moeten weerstaan. Als al hun zakenpartners, vrienden, boezemvrienden, broers en neven uit hun kleren gespoeld worden en naakt te drogen worden gehangen. Natuurlijk overleeft de nieuwe regering dat niet. We geven ze hooguit twee weken.

    Maar de vraagt blijft: waarom is IJsland zo corrupt? Waarom hebben wij 600 oplichters terwijl Zweden er maar 200 heeft? De verklaring moet in het verleden worden gezocht. In veel opzichten lijken we op de Afrikaanse republieken die nog maar vijftig jaar geleden hun onafhankelijkheid verkregen. Wij waren tot 1944 een Deense kolonie. Het kost tijd voordat landen volwassen worden en een degelijk politiek systeem ontwikkelen.

    Net als die Afrikaanse landen wordt IJsland sinds 1944 gedomineerd door een paar stammen. De minister van Financiën van 2016 is de naamgenoot en kleinzoon van de premier van 1966. Beiden behoren tot de chique bourgeoisiestam, die zijn macht heeft opgebouwd met een magische mix van zakendoen en politiek bedrijven. 
Gunnlaugsson komt uit de wat ruwere T-shirt-stam, zijn vader bouwde een familiefortuin op door met behulp van zijn politieke positie een zeer waardevol bedrijf in zijn bezit te krijgen. Die twee stammen hebben sinds 1944 in iedere regering een zetel gehad, vaak tegelijk, zoals nu, behalve de eerste vier jaar na de crash toen links werd opgeroepen om puin te ruimen. (En niet toevallig was de premier natuurlijk een vrouw, Jóhanna Sigurðardóttir, onze enige premier die zelf aardappels heeft gekookt.)

    IJsland zit als staat nog steeds in de postkoloniale fase, net als Mozambique, Oeganda, Nigeria en zelfs India. We hebben nog een paar revoluties te gaan voor we een normale Europese republiek zijn.

    600 leeuwen

    Vorige week onthulde een IJslandse archeologe de resultaten van haar onderzoek. Jarenlang had ze zitten piekeren over het mysterie van al onze verdwenen kerkvonten, kelken en andere zilveren voorwerpen uit de middeleeuwen, tot ze in Kopenhagen op enkele documenten stuitte waarop werd beschreven hoe die tussen 1550 en 1570, toen we ons hadden ontdaan van het katholicisme en luthers waren geworden, in vele schepen vol naar Denemarken waren getransporteerd. Al het IJslandse zilver werd naar het koninklijk paleis in Kopenhagen gebracht waar het in een grote ketel werd gesmolten. Uit die zilveren soep werden toen drie grote, zilveren leeuwen gemaakt die nog steeds te bekijken zijn in het Rosenborg Slot, en ze zien er nog steeds even ongelukkig en oerstom uit, want gestolen goed gedijt nu eenmaal niet.

    Destijds werd IJsland leeggeroofd door de Denen, tegenwoordig door onze eigen Denen, de ware vampieren van IJsland. En ergens op de belastingparadijselijke eilanden op het zuidelijk halfrond liggen 600 zilveren leeuwen te zweten in het oerwoud.

    Auteur: Hallgrimur Helgason
    Vertaler: Paul Bruijn

    Van Hallgrimur Helgason verscheen in 
het Nederlands de roman Een vrouw 
op 1000 graden (Arbeiderspers).

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

  • Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Zo werkt het geheime bankennetwerk van IS

    Geldwisselkantoren in Irak, Syrië, Turkije en Jordanië sluizen dagelijks miljoenen dollars van en naar het kalifaat. The Wall Street Journal legt uit hoe dit in zijn werk gaat.

    Al langer dan een jaar treffen de VS en hun bondgenoten Islamitische Staat met luchtaanvallen en financiële sancties. Desondanks weet de extremistische beweging nog altijd haar strijders te bevoorraden, voedsel te importeren en snelle winsten te maken door middel van geldspeculatie.

    Dat laatste gebeurt dankzij mannen als Abu Omar, een de facto bankier van de terreurgroep. De Iraakse zakenman maakt deel uit van een netwerk van financiers dat zich uitstrekt over Noord- en Midden-Irak. Al tientallen jaren regelen zij de financiële transacties van lokale handelaren die gewone banken mijden.

    Toen Islamitische Staat de regio in 2014 in handen kreeg, deed ’s werelds rijkste terreurgroep hem een aanbod waarop hij besloot in te gaan: hij kon zijn bedrijf houden als hij ook het geld van de IS zou beheren.

    ‘Ik stel geen vragen,’ zegt Abu Omar, wiens geldwisselkantoren in de Iraakse steden Mosoel, Suleimaniya, Arbil en Hit tien procent rekenen voor het overmaken van geld van en naar het gebied waar de extremisten de baas zijn – twee keer zo veel als het normale tarief. ‘Islamitische Staat is goed voor de zaken.’

    Deze financiers zorgen ervoor dat miljoenen dollars in contanten dagelijks de Islamitische staat in- en uitstromen, wat de internationale inspanningen frustreert om de groep af te snijden van het mondiale banksysteem, zo zeggen betrokkenen uit de financiële wereld. Ze opereren dwars door grenzen en slagvelden heen in een van ’s werelds gevaarlijkste conflicten, beschermd door winsten en hun onmisbare rol in de regionale economie.

    Daarnaast heeft Islamitische Staat, hoewel geleid door soennitische fundamentalisten, blijk gegeven van pragmatisme waar het de financiering van zijn activiteiten betreft. ‘IS volgt de wetten van het geld, niet die van de religie of politiek. Wat dat betreft is de beweging zo Iraaks als wat,’ zegt een geldwisselaar uit Al-Anbar, wiens netwerk reikt van de Jordaanse hoofdstad Amman tot Fallujah en Bagdad.

    ‘Er is geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’

    Daniel Glaser, de Amerikaanse onderminister die zich bezighoudt met terrorismefinanciering, zegt dat geldwisselkantoren – waarvan er alleen al in Irak meer dan zestienhonderd zijn – een zorgwekkende link naar de buitenwereld zijn voor het zelfverklaarde kalifaat.

    ‘We proberen op verschillende manieren IS zijn financiële middelen te ontnemen en de toegang tot het internationale financiële stelsel te ontzeggen,’ zegt Glaser. De Federal Reserve en het Amerikaanse ministerie van Financiën werken samen met bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar, zegt hij, er is ‘geen eenvoudige of snelle manier om IS van zijn enorme rijkdommen te beroven’.

    Hawala

    De mannen die de wisselkantoren en bijbehorende lege vennootschappen beheren, weerspiegelen de verscheidenheid aan etnische en religieuze groepen in Irak. Hun netwerk stoelt op vertrouwen. Hun leden voeren overboekingsopdrachten uit, in realtime. Iemand betaalt met contant geld in een kantoor en ver daarvandaan int een ontvanger hetzelfde bedrag, een praktijk die hawala heet en in het Midden-Oosten ouder is dan het moderne banksysteem.

    Geldwisselaars bieden een betrouwbare manier om transacties van tienduizenden dollars uit te voeren tussen plekken die honderden kilometers uit elkaar liggen. Ze voldoen hun rekeningen door grote hoeveelheden bankbiljetten heen en weer te vervoeren, vaak door oorlogsgebied.

    Drie Iraakse geldwisselaars zeggen dat ze sjiitische milities, die tegen Islamitische Staat vechten, betalen om geldtransporten te bewaken vanuit Bagdad, dwars door de frontlinies, naar gebied dat door strijders wordt gecontroleerd, in de provincie Anbar. Iraaks-Koerdische militanten, die ook in gevecht zijn met Islamitische Staat, worden omgekocht om doorgang te verlenen aan geldtransporten, dwars door hun frontlinies, naar gebieden rond Mosoel, die in handen zijn van IS. Volgens de geldwisselaars bedingen zowel sjiitische als Koerdische commandanten hiervoor tarieven van tussen de duizend en tienduizend dollar.

    Islamitische Staat heft op zijn beurt een belasting van twee procent op contanten die zijn grondgebied binnenkomen. In ruil hiervoor krijgen smokkelaars bescherming op het laatste stuk van hun route naar de wisselkantoren, zo melden vier betrokkenen.

    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images
    Een geldwisselkantoor in de Grote Bazaar in Istanboel. – © Kerem Uzel / Getty Images

    Het geld wordt via minstens drie routes afgeleverd. Een begint in de smalle straatjes achter de Grote Bazar van Istanboel en leidt via Iraaks-Koerdische steden naar Mosoel, de grootste stad in handen van Islamitische Staat. Een andere verbindt Amman met Bagdad en de door IS gecontroleerde delen van de provincie Anbar in Irak. Een derde voert van de stad Gaziantep in het zuiden van Turkije naar de Syrische regio rond Raqqa, het bestuurscentrum van IS.

    Financiële inperking

    Volgens Turkse en Jordaanse functionarissen zetten hun overheden alles op alles om Islamitische Staat te bestrijden. Zowel het witwassen van geld als de financiering van terreur worden stevig aangepakt. Iraakse functionarissen zeggen dat geldwisselaars met een vergunning een belangrijke rol spelen in de financiële sector van het land, maar dat wie de wet overtreedt of terroristen steunt moet worden gestraft.

    Ministers van Buitenlandse Zaken van de door de VS geleide coalitie tegen IS herhaalden vorige maand dat ze vastbesloten waren de economie en de financiële activa van de groep, die worden geschat op 300 miljoen tot 700 miljoen dollar, te verstoren. Deze pogingen tot financiële inperking maken deel uit van een campagne die verder bestaat uit Amerikaanse luchtaanvallen op oliebronnen van IS. Ook zijn er aanvallen geweest op kluizen in het centrum van Mosoel. Amerikaanse functionarissen vermoeden dat die contanten bevatten waarmee strijders worden betaald.

    Het Amerikaanse ministerie van Financiën en andere Amerikaanse instellingen sturen Bagdad regelmatig rapporten over vermoedelijke terroristische financiële transacties, aldus Amerikaanse ambtenaren. Ze onderhouden ook nauwe betrekkingen met toezichthouders en veiligheidsdiensten in de buurlanden. Desondanks blijft het geld stromen.

    In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt

    De Centrale Bank van Irak publiceerde in december een lijst van 142 geldwisselkantoren die Washington ervan verdenkt geld door te sluizen voor Islamitische Staat. De centrale bank sloot deze bedrijven uit van zijn tweemaandelijkse dollarveilingen, in de hoop een tekort aan Amerikaanse bankbiljetten te veroorzaken bij de terreurgroep – de economie van IS draait op contant geld, net als in een groot deel van Irak.

    Ten minste twee bedrijven op de lijst, beide gevestigd in Mosoel, blijven geld overmaken van Turkije naar Iraakse en Syrische steden in handen van IS, zo stellen drie klanten. Een van hen, Azva El Seyig, zegt over de telefoon geen financiële diensten – ook geen geldovermakingen – te verrichten binnen het grondgebied van de Islamitische Staat, omdat dit te moeilijk is geworden.

    Toch staan er op een regenachtige februariochtend ongeveer twintig Iraakse en Syrische mannen in de rij bij het kantoor van het bedrijf in de wijk Beyazit van Istanboel. In een half uur tijd hebben de klanten volgens deelnemers ongeveer 50.000 dollar naar Mosoel overgemaakt. Twee klanten ontvangen 10.000 dollar uit Raqqa, Syrië. Niemand op het kantoor vraagt wat het doel is van de transacties of naar de precieze herkomst van het geld.

    De employee achter het glazen raampje heeft maar één vraag voor een klant die 700 dollar uit Mosoel wilde innen: wordt de ontvanger gezocht door IS? ‘Dat is de enige transactie die we niet kunnen verrichten,’ zegt de werknemer.

    Raderen van de economie

    Iraakse vluchtelingen en zakenmensen in Turkije, Jordanië en de Koerdische stad Arbil in Irak zeggen dat de afgelopen anderhalf jaar nog veel meer van dergelijke bedrijven zijn ontstaan, vermoedelijk om te profiteren van de groei van de Islamitische Staat.

    ‘Geld stroomt makkelijker dan water,’ aldus de Iraakse handelaar Kemal, die gebruikmaakt van de diensten van een ander Turks-Iraaks bedrijf, Taha Cargo, om fondsen over te hevelen van IS, en vervolgens zijn logistieke netwerk benut om in ruil hiervoor goederen te vervoeren. Taha wil geen commentaar geven.

    Dergelijke transacties maken deel uit van het sociale weefsel in het Midden-Oosten, vanwege de service die ze verlenen, hun discretie en hun tijdige levering. Ze opereren vanuit kantoren die niets verraden van wat ze precies doen en van de hoeveelheid geld die ze beheren.

    De financiers van deze praktijken kennen de liquiditeit van hun handelspartners en gaan geen transacties aan die niet kunnen worden voldaan. Bedrog en overvallen komen zelden voor. In een dergelijke hechte beroepsgroep weten geldwisselaars dat hun families verantwoordelijk zullen worden gesteld voor onbetaalde schulden, en dat hun stam onder eventuele malversaties zal lijden.


    Iraakse bankiers en ontwikkelingsorganisaties schatten dat meer dan de helft van de Iraakse detailhandel vertrouwt op geldwissel- en geldovermakingsbedrijven, in plaats van op gewone banken. Hierdoor moeten Iraakse ambtenaren een midden zien te vinden tussen internationale vereisten en de gezondheid van hun economie. Ontmanteling van het netwerk van geldwisselaars zal een economische schok veroorzaken.

    ‘Ze zijn de raderen van de Iraakse economie. Zonder hen hebben we geen geïmporteerde kleding, komt er geen verse groenten binnen,’ zegt Yahya al-Kubaisi, een analist bij het Iraakse Studies Center in Jordanië en een voormalige Iraakse politicus.

    Kluizen van Mosoel

    Voordat IS Mosoel veroverde, had deze stad van bijna twee miljoen inwoners 40 banken en ongeveer 120 geldwisselaars en overmakingskantoren met een vergunning, zo melden de centrale bank en geldwisselaars in Irak.

    Alleen banken en overmakingskantoren hebben een vergunning om geld over te maken in binnen- of buitenland. Maar geldwisselaars lappen deze regels al lang aan hun laars en verleenden deze diensten in Mosoel, de economische motor van Noord-Irak.

    Toen IS Mosoel in juni 2014 veroverde, en daarna andere steden in Irak en het oosten van Syrië, betekende dat het einde van lokale banken. De terreurgroep plunderde de kluizen en maakte volgens Amerikaanse schattingen honderden miljoenen dollars buit.

    De Verenigde Staten en regionale overheden ondernamen onmiddellijk stappen om bankkantoren binnen de Islamitische Staat af te snijden van het internationale bancaire netwerk. Transacties die de identificatiecode van de in beslag genomen kantoren vermeldden, werden ongeldig verklaard.

    © Osman Orsal / Reuters
    © Osman Orsal / Reuters

    Daardoor groeiden geldwisselaars uit tot de enige aanbieders in een regio met enkele miljoenen inwoners. Een ondernemer in de provincie Anbar zegt dat zijn kantoren aan het einde van de zomer van 2014 500.000 dollar per week aan geldtransacties in en uit de Islamitische Staat behandelden. De commissie voor deze diensten bedroeg volgens hem tien procent. Voor de komst van IS lag het tarief tussen de drie en vijf procent.

    ‘Irak heeft geen accountants, Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten’

    Aanvankelijk werden sommige transacties verricht voor mensen die aan de extremistische groep wilden ontsnappen. De geldwisselaars ‘vroegen niet waarom je geld stuurde of wie de ontvanger was, zelfs als ze wisten dat je het de Islamitische Staat uit stuurde, voor jezelf of de familie,’ zegt Mohammed, een voormalige professor in Mosoel, nu een vluchteling vanwege zijn verklaarde atheïsme, waardoor hij een doelwit is van IS.

    Een geldwisselaar in Fallujah zegt dat hij in juni 2015 100.000 dollar naar Bagdad overmaakte voor een man uit Anbar die in de ogen van de Iraakse autoriteiten mogelijk een strijder was van IS. De geldwisselaar zou de transactie hebben gedaan omdat hij niet geloofde dat de beschuldiging terecht was: ‘Ik vind niet dat ik iets verkeerd heb gedaan.’

    Tegen die tijd werden vrijwel alle goederen die de Islamitische Staat inkwamen – zoals motorolie voor auto’s die strijders vervoerden en de voor vrouwen verplichte zedige kleding – ingekocht via het netwerk van geldwisselaars, aldus drie betrokken handelaren.

    IS-leiders verboden wisselkantoren vorig jaar om geldovermakingen over de grenzen van de Islamitische Staat goed te keuren zonder ontvangstbewijs waaruit bleek dat de klant tien procent religieuze belasting (zakat) had betaald.

    Behalve met belastinginning, heeft het netwerk van geldwisselaars IS ook geholpen te profiteren van geldspeculatie – bijvoorbeeld door meer geld aan belasting te geven, en via de rechtstreekse winsten van wisselkantoren.

    Al jaren nemen wisselkantoren deel aan de tweemaandelijkse, door de centrale bank georganiseerde dollarveilingen. Ze kopen dollars op tegen de officiële koers en verkopen die met winst op straat. Het tariefverschil bedroeg het afgelopen jaar zeven procentpunten.

    Zwarte lijst

    Voor de eerste veiling in december plaatsten geldwisselbedrijven orders voor meer dan 20 miljoen dollar. Gezien de koersverschillen tussen de veiling en de zwarte markten in de Islamitische Staat, waren deze transacties goed voor een potentiële winst van ruim 330.000 dollar.

    De Centrale Bank van Irak heeft een grotendeels door oliereserves gefinancierde rekening bij de Federal Reserve, en onttrekt daaraan regelmatig grote zendingen van nieuwe bankbiljetten van 100 dollar. Het geld wordt door een gecharterd vliegtuig van een Fed-faciliteit in Rutherford, New Jersey, naar Bagdad overgevlogen.

    De Fed blokkeerde vorige zomer tijdelijk leveringen, uit angst dat de biljetten via de wisselkantoren bij IS terecht zouden komen. Een gebrek aan contanten dreigde, totdat de zendingen in augustus werden hervat, nadat Irak had toegezegd meer inzage te geven in de bestemmingen van het geld.

    Veel geldwisselbedrijven in de Islamitische Staat – of hun geaffilieerde kantoren elders in Irak – namen tot half december deel aan de veilingen, waarna de VS Irak onder druk zetten om tientallen bedrijven die mogelijk samenwerkten met de terreurgroep te verbieden.

    Geldwisselaars die nog steeds deelnemen aan de valutaveiling twijfelen aan de effectiviteit van de zwarte lijst. Irak heeft geen mechanisme om te voorkomen dat de eigenaars van verboden bedrijven de restricties omzeilen. Ze kunnen simpelweg nieuwe bedrijven oprichten, of een verborgen eigendomsbelang nemen in andere ondernemingen.

    ‘Irak heeft geen onderzoekers of accountants,’ zegt geldwisselaar Abu Omar. ‘Irak heeft ambtenaren die steekpenningen verwachten.’

    Auteur: Margaret Coker*
    Vertaler: Carl Stellweg

    • Suha Ma’ayeh in Amman, Emre Peker in Istanboel, Ali Nabhan in Bagdad en Emily Glazer droegen bij aan dit artikel.

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad, oplage 2.000.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

  • 2. Antikapitalist? Ik?

    2. Antikapitalist? Ik?

    De Oostenrijkse bankier Robert Moser kon zijn goedbetaalde baan niet langer verenigen met zijn principes. Hij nam ontslag en ging bij een coöperatieve bank werken.

    Meneer de directeur is Robert Moser alleen nog voor de grap. Een pak hoeft de bankier niet meer te dragen, laat staan de gehate stropdas. Er is veel veranderd sinds hij zijn baan opgaf om iets heel anders te gaan doen – en toen toch weer bij een bank terechtkwam. Maar dan wel bij een bank die een alternatief voor het financiële kapitalisme wil zijn: zonder winstoogmerk, zonder rentes, zonder speculatie.

    Dit is de grootste uitdaging van mijn leven

    Moser zit in zijn kantoor in een winkelruimte in het vijfde district van Wenen. De wanden zijn gewit en kaal. De verf op de verwarmingsradiatoren is hier en daar al afgebladderd, en met zwarte schoenzoolstrepen ziet de vloer eruit als die van een oude gymzaal. Eerder een start-up dan een bank. Hier is het nog maar een coöperatie, die een bank wil opzetten. Duizend leden en een miljoen euro als startkapitaal zijn er al. Vijf miljoen euro wil de coöperatie nog bijeenbrengen, dan kan de Bank für Gemeinwohl in 2016 starten. Robert Moser leidt het project als directeur van de coöperatie, samen met zijn collega Christine Tschütscher. ‘Dit is de grootste uitdaging van mijn leven,’ zegt hij.

    Robert Moser
    Robert Moser

    Als hij uit het raam van zijn kantoor kijkt, ziet hij een betonnen binnenplaats. Vroeger mocht hij genieten van het uitzicht op de Kitzbüheler Horn. Tot januari 2014 werkte de 58-jarige als directeur bij de Spaarbank Kitzbühel, een royaal betaalde functie, maar die wilde hij niet meer. Moser heeft een zongebruinde teint, en een nog zonniger karakter. Hij lacht graag en veel, waarbij de rimpels rond zijn ogen zich duidelijk aftekenen. Als hij spreekt over wat hem bewoog om ermee te stoppen, verdwijnen de lachrimpels. ‘Het was alleen nog een casino,’ zegt hij. ‘Zolang je in het systeem blijft zitten, kun je er als eenling niets tegen doen.’

    Speculaties, managersbonussen, reddingsplannen: tijdens de financiële crisis verloren banken en bankiers hun aanzien. ‘Mijn vrienden maakten voortdurend grappen. Dat was wel leuk bedoeld, maar ik trok het me aan.’ Moser wilde niet langer deel uitmaken van die wereld.

    Coöperatieve bank

    In die tijd wilden een paar activisten in Oostenrijk diezelfde wereld veranderen: met een bank die volgens andere regels moest functioneren. Een bank die gefinancierd zou worden door leden van een coöperatie, die kredieten verstrekt aan de regionale economie en afziet van speculatie, evenals van dividenden voor de deelnemers. De belangrijkste man daarachter is Christian Felber, een van de oprichters van Attac Österreich en een kwelgeest van de economische elite.

    Ook Robert Moser hoorde daarbij, al zou hij het zelf nooit zo zeggen. Na de Handelsacademie stapte hij op zijn negentiende de bankwereld in, en op zijn eenendertigste werd hij al directeur van de Sparkasse Tamsweg, als jongste directeur in de hele Spaarbankgroep. Vijf jaar later, in 1993, stapte hij over naar de directie van de Sparkasse Kitzbühel, een bank met een rijke traditie in Tirol, met een balanstotaal van rond 800 miljoen euro. Hoe belandt een zo succesvolle bankier in een project als de Bank für Gemeinwohl?

    Zolang je in het systeem blijft zitten, kun je er als eenling niets tegen doen

    ‘Antikapitalist? Ik?’ Robert Moser, op deze warme nazomerdag gehuld in 
een lichtblauw polohemd van Boss, haalt zijn schouders op. ‘Ik ben ook geen uitgesproken kapitalist.’

    Hij ziet er sportief uit, bijna mager. Hij is geen theoreticus, Marx heeft hij nooit gelezen. Wat hij in zijn functie meemaakte beviel hem eenvoudig niet: ‘Er waren zaken die niet strookten met mijn principes.’ Adviseurs die hun klanten producten moeten aansmeren die ze zelf niet begrijpen. Afgesloten bouwspaarcontracten wegen zwaarder dan het bedrijfsresultaat. Financiële adviseurs die aanzetten tot speculaties met aandelen. ‘Ik heb niets tegen aandelen,’ zegt Moser. ‘Maar wel wanneer ze de volgende dag weer verkocht worden omdat de koers is gestegen.’

    Niet zijn wereld

    ‘Van Saulus tot Paulus als bankier’, schreef een krant eens over hem. Maar Moser beleefde geen bekering. Innerlijk nam hij steeds meer afstand van zijn beroep. Hij hield zich altijd al afzijdig van de Kitzbüheler elitekringen. ‘Dat was mijn wereld niet, ik wilde niet doen alsof.’ Mensen die hem nog uit die tijd kennen, waarderen hem om zijn vakkennis en zijn vriendelijke aard.

    Moser is vegetariër, hij koopt in wereldwinkels, rijdt bewust weinig auto. Maar een levenshouding maakt hij er niet van. De wereld van Attac, de groep die in Davos met spandoeken demonstreert tegen geldbeluste bankiers, was ook niet de zijne. ‘Maar ik vond het prima dat men een tegengeluid liet horen,’ vertelt Moser. Hij heeft zich er niet bij aangesloten, hij werkte liever aan zijn heel persoonlijke exitstrategie. Op congressen hield hij voordrachten met de titel ‘Heeft het zin om bij een bank te werken?’ Hij wilde graag een boerderij, bezocht zelfs de landbouwschool, maar gaf zijn baan nog niet op. ‘Dat doe je niet zo makkelijk, daar hangt te veel van af.’

    Zijn streekaccent is nog altijd duidelijk hoorbaar. Zijn ouders bezaten een modezaak in Lienz. ‘Dat was meer kindermode, en zo werden wij ook aangekleed,’ zegt Moser. ‘Rode schoenen, gele broek. Wij werden er vaak mee geplaagd op school.’ Hij groeide op met vijf broers en zussen. Met zijn drie broers leefde hij zich in zijn jonge jaren uit in een band; de Beatles waren hun helden.

    Op zijn negentiende werd hij vader, zijn vrouw was zeventien. Haar moeder wilde haar naar een school in Innsbruck sturen; het paar besloot een kind te krijgen om samen te kunnen blijven. ‘Een besluit uit jeugdige overmoed,’ zegt Moser. Maar hij heeft er geen spijt van. Vijf jaar later werd hun tweede dochter geboren. Nu leeft hij met zijn vrouw in Kirchberg in Tirol. Voor zijn nieuwe baan vond hij een woning in Wenen, niet ver van het Prater. Zo kan hij ’s morgens joggen, voordat hij op de fiets naar zijn werk rijdt.

    Voor sommige mensen is het werk alles. Die storten dan vroeg of laat in

    Het is belangrijk er iets naast te doen. ‘Voor sommige mensen is het werk alles. Die storten dan vroeg of laat in.’ Moser had daarentegen naast zijn baan bij de spaarbank nog de energie om zich verder te ontwikkelen. Op zijn veertigste begon hij aan een dissertatie over economie. Aansluitend schreef hij zich in voor een psychologiestudie. Het plan om eruit te stappen werd concreter: op zijn zestigste wilde hij als psychotherapeut aan de slag.

    Ver van de mensen af

    In januari 2014 werd de directie van de Kitzbüheler Sparkasse teruggebracht tot twee functies. Dat was de kans om eruit te stappen. ‘Het was mijn hartewens om ermee te stoppen.’ Dat was het einde van zijn carrière als bankier.

    Dacht hij. Moser begon zijn opleiding tot psychotherapeut met een practicum. Een bevriende arts vertelde hem over de Bank für Gemeinwohl, die een projectleider zocht. Hij solliciteerde om zijn vriend een plezier te doen.

    Christian Felber herinnert zich dat Moser de meest alerte sollicitant was; hij had korte, pregnante statements afgegeven. ‘Hij was heel sympathiek, maakte de indruk dat hij met zichzelf in het reine was.’

    Moser is onder de indruk van de vele vrijwilligers die zich voor het project inzetten. Als hij over zijn werk praat, doet hij dat met enthousiasme, als iemand die onverhoopt eindelijk iets gevonden heeft dat bij hem past.

    In augustus 2014 begon hij als onbezoldigd projectleider; sinds november wordt hij betaald: 3800 euro voor een werkweek van vier dagen. Vroeger verdiende hij vier keer zoveel. ‘Ik dacht: veel is het niet, maar het is voldoende. Sommigen zeiden toen tegen mij dat dat waanzinnig veel geld was. Toen realiseerde ik me weer hoe ver ik in de bank van de mensen af stond.’


    Moser wende snel aan de nieuwe cultuur. Natuurlijk spreekt hij de i in ‘Genossenschafterinnen’ ook uit. Hij laat mensen uitpraten, wacht op het juiste moment om iets te zeggen. Dat werkt. ‘Van hem heb ik veel geleerd over leiderschapskwaliteit,’ zegt Christian Felber. In het begin waren er spanningen geweest tussen degenen die het principe van de geweldloze communicatie hooghouden, en degenen die uit de harde zakenwereld komen. ‘Dat was bij Moser niet zo. Die zat mentaal allang op onze lijn.’

    Wat anderen vermoeiend vinden, neemt Moser met plezier op zich. 
De besluitvorming verloopt sociocratisch: ieder spreekt op zijn beurt, geen alfadier dringt voor. Als ook maar één persoon zwaarwegende bedenkingen heeft, begint alles opnieuw. ‘Dat kan langer duren, maar er worden fantastische besluiten genomen.’ Soortgelijke procedures had hij in zijn tijd bij de Sparkasse ingevoerd, zonder theoretische onderbouwing. Hij haalde zijn inspiratie uit de muziek, bij het Vienna Art Orchestra. Dirigent Mathias Rüegg stond op het podium steeds terzijde, alleen moeilijke delen dirigeerde hij frontaal voor zijn musici.

    Het ergert hem een beetje dat de bank er niet eerder was. ‘Dan had ik meer energie gehad.’ De lange dagen zijn uitputtend: hij moet gesprekken voeren, voordrachten houden, overtuigen. Felber noemt hem ‘een minister van buitenlandse zaken’. De vele onbezoldigde medewerkers komen meestal 
pas ’s avonds naar de vergaderingen, het wordt vaak laat.

    Er is één ding dat Moser niet opgeeft: het plan om als psychotherapeut te werken. ‘Ik heb het alleen uitgesteld.’ Tot hij 62 is, wil hij bij de Bank für Gemeinwohl blijven. Het is de opstartfase, die ook voor hem nieuw is. Moser grijnst: ‘Dat is de spannende tijd. Daarna kan ik vertrekken, voordat het saai wordt.’

    Auteur: Christian Bartlau
    Vertaler: Piet Meeuse

    Beeld bovenaan: © Hajo

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000
    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    ‘Journalistiek versimpelt, fictie compliceert,’ aldus de Britse schrijver Julian Barnes onlangs in een interview met de Volkskrant. Zo is het inderdaad meestal. En dat is ook prima, want journalistiek gaat over feiten, en moet onthullen, uitleggen, duidelijkheid bieden. Maar soms lees je een journalistiek 
verhaal dat er óók in slaagt de complexiteit en de ambiguïteit van het leven te laten zien. Dat vragen oproept, in plaats van ze te beantwoorden.

    Zo’n verhaal is het openingsverhaal van deze 360, dat we overnamen uit Die Zeit.

    Twee journalisten van dat weekblad, Marc Brost en Andres Veiel, togen naar het hoofdkantoor van de Deutsche Bank 
om uit te vinden hoe deze ooit zo keurige onderneming een hoofdrolspeler werd in de kredietcrisis.

    Het duo ging daarvoor niet te rade in de boardroom, maar 
in ‘het sterfhuis’, een bijkantoor waar voormalige bankiers hun laatste dagen slijten om het gevoel te hebben dat ze er nog een beetje bij horen.

    Daar praktiseerden de twee the art of hanging out, zoals de meester in het genre, de Amerikaanse journalist Gay Talese, het ooit noemde. Dagen, weken, misschien wel maanden moeten ze hebben gepraat met mannen die niet wilden 
praten. Die, zoals het in het stuk wordt omschreven, ‘tegelijk praten en zwijgen’.

    Grote nieuwe onthullingen doen Brost en Veiel dan ook niet. Maar door allerlei mooie kleine observaties, schetsen ze wel een beeld van de cultuur die ertoe heeft geleid dat er nu 6000 processen tegen de bank worden gevoerd.

    In die cultuur draait veel om het verlangen naar macht en status (een eigen chauffeur, een kunstverzameling, een villa in de Taunus). Het is ook een cultuur waaruit je vanwege de wurgende groepsdruk nauwelijks kunt ontsnappen, zelfs niet als je al met pensioen bent. Net als in een kloosterorde houdt iedereen elkaar in de gaten. En wie het waagt uit de gemeenschap te treden, heeft geen leven meer. De enkeling die het probeerde, kreeg eindeloze processen aan zijn broek, en kijkt jaren later verbitterd terug.

    Het is een keiharde wereld, maar ook een die in essentie weinig verschilt van die van veel andere bedrijven. Noch van menig krantenredactie, trouwens. Hetgeen bij de lezer de vraag oproept: waren die verguisde bankiers nou echt zulke schurken? Of zou ik in vergelijkbare omstandigheden hetzelfde hebben gedaan?

    Zo’n verhaal moet zelfs Julian Barnes kunnen bekoren.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl