Door de aanwezigheid van mijnbouwbronnen en een overvloed aan vis wordt de Braziliaanse Javari-vallei steeds vaker bedreigd door gewapende stropers die erop uit zijn de rijkdommen te plunderen.
Dit artikel stamt uit 2018; het wordt opnieuw gepubliceerd ter herinnering aan een van de auteurs, Dom Phillips, die in juni 2022 werd vermoord vanwege zijn betrokkenheid bij bedreigde inheemse volken van de Amazone.
Luister dit artikel:
Francisco Lima zit in een houten wachttoren en knipt een zoeklicht aan en uit terwijl hij de donkere rivier afspeurt. Hij kamt het gebied uit op eventuele commerciële vissers die de rivieren plunderen in de Javari-vallei, een afgelegen inheems reservaat aan de Braziliaanse grens met Peru.
Zijn wachttoren biedt uitzicht over de rivieren die uitmonden in dit reservaat, waar zesduizend mensen uit acht verschillende stammen wonen, elk met hun eigen taal en gebruiken. Dit gebied kent de hoogste concentratie van zogenoemde geïsoleerde inheemse groepen ter wereld. Naast de inheemse bevolking mogen alleen geautoriseerde bezoekers het reservaat betreden, maar het 12V-lampje dat de 55-jarige Lima gebruikt kan indringers maar moeilijk tegenhouden.
In het kort
• Illegale vissers en stropers bedreigen het bestaan van de inheemse bevolking in de Javari-vallei.
• Gouddelvers vervuilen de rivieren met kwik. Er wordt gejaagd op beschermde diersoorten, zoals schildpadden.
• Mensen die het reservaat binnendringen, moeten zwaarder worden gestraft, en er is meer geld nodig om het reservaat te beschermen.
‘Er is een kortere route,’ zegt hij, terwijl hij ergens in het halfduister een waterweg aanwijst die om de haven loopt. De haven is in het bezit van Funai, de Braziliaanse overheidsdienst voor de bescherming van de inheemse bevolking. De vissers laten hun kano’s vollopen, zegt Lima, dompelen zich onder en kunnen zo stilletjes de straal van het zoeklicht ontlopen.
Warrige schoonheid
Dit groepje houten hutten dat op palen boven de rivier uitsteekt, is een van de vier Funai-bases in de Javari-vallei. De vallei is een wildernis van dichte bossen, steile ravijnen en kronkelende rivieren, zonder wegen of mobieletelefoonnetwerken – en zonder politie. In de rivieren van Javari liggen anaconda’s en alligators op de loer; slangen, jaguars en schorpioenen zwerven door de bossen, apen krijsen in de bomen. Het is van een weelderige, warrige schoonheid die nog onbezoedeld is door menselijk ingrijpen.
Gedurende meer dan tien jaar nadat het reservaat in 1998 werd opgericht, behoorden de zestien geïsoleerde inheemse stammen tot de best beschermde in Brazilië. Maar vandaag de dag wordt het reservaat op meerdere fronten binnengedrongen, waardoor de geïsoleerde groepen, die met pijl en boog of met blaaspijpen jagen en contact met de moderne samenleving vermijden, gevaar lopen. Contact met buitenstaanders kan dodelijk voor hen zijn, omdat zij geen immuniteit hebben opgebouwd tegen ziekten zoals griep.
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe. Er is geen effectieve bescherming’
‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe,’ vertelde Beto Marubo, een inheemse leider in Javari, in april aan het Permanente Forum over Inheemse Aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York. ‘Er is geen effectieve bescherming.’
Inheemse leiders en medewerkers van Funai zeggen dat de conservatieve regering van president Michel Temer het instituut opzettelijk van middelen berooft, zodat ze de machtige lobby van de agro-industrie tevreden kan stellen. ‘Temer wil een einde maken aan inheemse gebieden,’ zegt João Gomes Kanamari, 49 jaar oud en stamlid van de Kanamari. ‘We hebben veel hout. We hebben veel goud en mijnbouwbronnen.’
Op de Funai-basis in Atalaia do Norte, de stad die het dichtst bij het reservaat ligt, zijn de telefoons afgesloten en werkt het internet niet meer. Contracten voor brandstof en andere goederen worden opgezegd en het gerucht gaat dat de basis binnenkort wordt gesloten. ‘Als je het systeem verzwakt, werkt het niet,’ zegt Bruno Pereira, een medewerker van Funai die met geïsoleerde en voormalig geïsoleerde inheemse mensen in het reservaat werkt.
Schildpadden
Diep in de Javari-vallei kunnen vissers tot een halve ton pirarucu [een zoetwatervis] en zevenhonderd schildpadden vangen op een enkele tocht. Allebei zijn het beschermde diersoorten. Ook jagen ze op het land, waardoor geïsoleerde bevolkingsgroepen worden beroofd van waardevolle voedselbronnen.
In de oostelijke regio’s van het land vervuilen illegale gouddelvers rivieren met kwik. Veeboeren rukken op vanuit het zuiden. In de buurt van de noordelijke grenzen worden drugs getransporteerd over de rivier de Solimões – afgelopen oktober werd na een schietpartij 776 kilo cocaïne in beslag genomen.
De Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei heeft de Noorse regering om financiële steun gevraagd. ‘De invasies reiken tot gebieden waar de geïsoleerde groepen leven,’ zegt Paulo da Silva, de coördinator. ‘Maar onze handen zijn gebonden, we kunnen er niets tegen doen.’
Op uitnodiging van zijn organisatie reisden verslaggevers van The Guardian met een Funai-team en inheemse bewoners in een open boot naar dorpen diep in Javari. Daarna trokken ze het bos in om de bewegingen van een geïsoleerde groep te volgen – wat neerkwam op een reis van zo’n 1020 kilometer. Het team onderzocht meldingen door de Marubo, die dicht bij het kleine, afgelegen gehucht São Joaquim een geïsoleerde stam hadden gezien.
‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat’
Net buiten het reservaat vestigt Bruno Pereira, die de expeditie leidt, de aandacht op een ploeg commerciële vissers. Drie houten boten en een groep kano’s liggen afgemeerd in het water naast een groen, cirkelvormig net om pasgeboren arowana’s [vissen] mee te vangen, die als huisdier worden verhandeld.
Vissers bedreigen de Korubo-stam, die diep in het reservaat woont, in het dorpje Vuku Maë aan de rivier. Naakt, ingesmeerd met het rode sap van urucumzaden of gekleed in kleine flarden stof zitten ze op boomstammen onder een rieten dak, terwijl om hen heen kinderen en kleine aapjes rondscharrelen. Ze vertellen dat het aantal invallen toeneemt. Die ochtend nog hebben vier vissers boven de hoofden van drie Korubo-kinderen waarschuwingsschoten gelost om ze weg te jagen. ‘We maken ons veel zorgen over hoe we kunnen vissen,’ zegt Txitxopi, een dorpshoofd. ‘We zijn bang.’
Xuxu Korubo weet hoe kwetsbaar geïsoleerde inheemse mensen zijn: zelf leefde hij in het wild in het bos tot 2015, toen er contact ontstond met zijn groep. ‘Er waren veel gevechten met vissers,’ zegt Xuxu. Hij maakt zich zorgen om zijn drie broers, die nog steeds in het bos wonen met een andere geïsoleerde groep. ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat.’
Patrouilles
De bossen van Javari krioelden voorheen van de houtkappers en kolonisten, maar buitenstaanders werden verdreven toen het gebied in 1998 een inheems reservaat werd. Internationaal geld maakte het voor Funai mogelijk om regelmatig patrouilles uit te voeren, maar die zijn grotendeels stopgezet.
Afgelopen december nam een Funai-team zevenhonderd schildpadden en een halve ton pirarucu van een vissersploeg in beslag. Dat was mogelijk door de samenwerking met de plaatselijke politie – een uitzonderlijke gebeurtenis. Maar terwijl ze de vangst in beslag namen, voeren er alweer andere visserskano’s voorbij, zegt Gustavo de Souza, de plaatselijke coördinator van Funai. Het ontbreekt hem aan personeel en middelen om het gebied te bewaken, vertelt hij. Enkele maanden geleden werd een Funai-team beschoten door een andere groep vissers. Medewerkers van het instituut zijn doorgaans niet gewapend en er zijn geen duidelijke regels opgesteld om eventuele arrestaties te verrichten. ‘Het is gevaarlijk om achter vissers of jagers aan te gaan die gewapend zijn en werken in teams van zes,’ zegt De Souza.
De budgetten van Funai slonken al voordat president Temer in 2016 aantrad. Hij decimeerde wat er nog van over was en zette de afbakening van nieuwe reservaten stop. Het budget waarmee Funai het inheemse land, dat 13 procent van het Braziliaanse grondgebied beslaat, moet beschermen en nieuwe gebieden moet afbakenen, bedroeg vorig jaar slechts 3,8 miljoen Britse pond, minder dan een derde van wat er in 2013 voor was uitgetrokken. Daarvan was slechts 380.000 pond opzijgezet voor de bescherming van de Javari-vallei. Daartegenover gaf Brazilië in 2017 60 miljoen pond uit aan huisvestingstoelagen voor goedbetaalde rechters, zelfs voor rechters in het bezit van een eigen huis. ‘Er is een politieke groep in Brazilië die Funai wil verzwakken,’ zegt De Souza, ‘om deze gebieden makkelijker te kunnen uitbuiten.’
Veel vis
Er is weinig begrip voor dergelijke zorgen in Atalaia do Norte. Volgens Roberto da Costa, 47 jaar en voorzitter van de plaatselijke vissersvereniging, komt dat doordat het reservaat te groot is. ‘Het is veel land voor weinig inheemse mensen,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat de visserij een van de weinige inkomstenbronnen is in deze verarmde regio. ‘Soms betreden [de vissers] het land van de inheemse bevolking omdat ze wel moeten, omdat het nodig is voor hun familie,’ zegt hij. ‘Er zit daar veel vis.’
Op de vismarkt in Leticia, net over de Colombiaanse grens, verkopen marktkramers openlijk pirarucu. Ze zeggen erbij dat de vis uit Brazilië komt, waar die legaal alleen in kwekerijen gevangen mag worden, en geven het mobiele nummer van een man die levende baby-arowana’s te koop aanbiedt voor 50 Britse pence per stuk. Een mannetjesvis kan er wel tweehonderd in zijn bek houden.
‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee’
Op een bijeenkomst in het houten schoolgebouw van het dorp Rio Novo, diep in het reservaat, spreken Marubo-bewoners hun woede en frustratie uit over het falen van het instituut om te voorkomen dat vissers hun gebied binnendringen. Ook uiten ze hun zorgen over in isolatie wonende ‘familieleden’, zoals ze hen noemen. ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee,’ aldus Alderney Marubo van 45, de dorpsonderwijzer. ‘We willen toezicht houden op onze eigen rivieren.’ Zijn broer Daniel, 50 jaar en werkzaam bij de kliniek, vraagt om die reden om een boot met buitenboordmotor. ‘Het is ons land,’ zegt hij.
Volgens Bruno Pereira zouden inheemse bewoners die over gps beschikken en geschoold zijn in landbeheer veel meer kunnen doen – zoals ook gebeurt in andere Amazonestaten als Pará, waar leden van de Munduruku-stam hun eigen land in kaart hebben gebracht om druk uit te oefenen op een vastgelopen demarcatieproces. ‘We moeten hun meer macht geven,’ aldus Pereira. Hij is voorstander van meer samenwerking tussen Funai, de politie en het Braziliaanse milieu-instituut. Ook wil hij zwaardere straffen zien voor mensen die het reservaat binnendringen, en meer geld om het reservaat te beschermen.
Paulo da Silva van de Unie van Inheemse Volken zegt dat de mensen van de Javari-vallei een actievere rol moeten gaan spelen in het beheer van hun eigen gebied. Hij vertelt dat 36 inheemse bewoners onlangs een tiendaagse workshop van een non-profitorganisatie hebben bijgewoond. Daar leerden ze hoe ze gps en andere cartografische instrumenten kunnen gebruiken en hoorden ze ook hoe inheemse bewoners uit andere gebieden hun land bewaken. Dat was, aldus Da Silva, alvast een begin.
In steeds meer gemeenten in Australië is het verboden om katten onaangelijnd buiten te laten lopen. De katten zouden een grote bedreiging vormen voor de inheemse fauna, meldt The Guardian.
Een studie gepubliceerd in het tijdschrift Wildlife Research heeft uitgewezen dat huiskatten ongeveer 230 miljoen inheemse Australische dieren per jaar doden. Neem ook de verwilderde katten in ogenschouw, en het totaal komt uit op ongeveer 1,7 miljard inheemse dieren. Uit onderzoek blijkt dat wilde en gedomesticeerde katten verantwoordelijk zijn voor het uitsterven van tientallen soorten dieren en een bedreiging vormen voor nog eens honderdtwintig andere soorten.
Sommige gemeenten stellen een avondklok in voor katten
In veel Australische regio’s worden de eigenaars opgedragen hun katten binnenshuis te houden, waarbij sommige gemeenten een avondklok instellen en zelfs een verbod uitvaardigen om katten buiten te laten. Vanaf juli moeten in Canberra alle katten binnen worden gehouden. Greater Bendigo doet dat al, en de Adelaide Hills voerden begin dit jaar soortgelijke regels in.
Om de huiskatten alsnog in de buitenwereld te laten komen, is het een oplossing om ze aan een lijn uit te laten. Dr. Jacqui Ley, een specialist in veterinaire gedragsgeneeskunde in Melbourne, werkt met dieren met geestelijke gezondheidsproblemen. Ze zegt in een interview met de Britse krant dat je een kat kunt leren aan de lijn te lopen. ’Sommige katten vinden het leuk om aan een lijn uitgelaten te worden. Ze zijn net als mensen. Sommige zijn sociaal, extravert, en sommige … blijven graag thuis.’
Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.
Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.
Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen.
Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.
Maya El Ammar
Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.
Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:
Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?
‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord.
‘Als je dat voor je werk draagt (…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’
‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af.
Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio.
Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’
Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking.
Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie
In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.
Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam.
Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen.
Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.
Slachtoffer
Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.
Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?
Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand.
De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren
‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me.
In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren.
Nieuwe wet
Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties?
Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?
Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.
Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.
Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakke – wet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.
Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop.
De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.
Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.
Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.
‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’
Delincuentes
Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.
Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding.
Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.
Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’
Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.
Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen
Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.
Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.
Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.
‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’
Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht
In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.
Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.
Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.
De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.
De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentesofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.
Lokaasmethode
Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.
Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.
Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.
Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.
Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuenteszijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.
Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.
Muziek
Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary. Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.
Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.
Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.
Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen.
Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.
‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’
Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.
De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.
Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.
Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’
De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’
Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards. Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.
Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd.
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen
Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger
De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.
Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’
Facebook, Google en Uber maken ons leven leuker, makkelijker en goedkoper. Maar de technologiereuzen zuigen intussen zo veel geld en talent naar Californië dat de rest van de planeet het nakijken heeft. En in de toekomst wordt het alleen maar erger…
Silicon Valley is het nieuwe Rome. Net als in de tijd van Caesar hebben we te maken met een geavanceerde stadstaat die een groot deel van de wereld domineert, zo veel mogelijk regio’s met zijn technologie en manier van denken injecteert en daarmee enorme rijkdom vergaart.
Dankzij Peter Thiel – internetmiljardair en voorstander van monopolies en het vroegtijdig verlaten van school – maken veel mensen zich zorgen om de groeiende rijkdom en invloed van Silicon Valley. Thiel spendeerde stiekem 10 miljoen dollar om een ex-worstelaar [Hulk Hogan] te helpen procederen tegen roddelsite Gawker – naar verluidt omdat Thiel zelf nog een appeltje met de site te schillen had. Toen dat uitkwam, begon men zich in paniek af te vragen in hoeverre Silicon Valley-miljardairs de media hun wil kunnen opleggen. En dat is nog maar een van de vele soortgelijke verhalen. Facebook is ervan beticht conservatieve nieuwsberichten achter te houden, wat ook weer het spookbeeld van mediacensuur oproept. Ondertussen is die 10 miljoen van Thiel nog zuinig vergeleken bij de 30 miljoen dollar die Mark Zuckerberg uittrok om vier huizen rondom zijn eigen woning op te kopen en plat te gooien, louter om te zorgen dat hij geen inkijk heeft. Elders in het land, in Indiana, wordt wetgeving die discriminerend is voor LHBT’ers teruggedraaid onder druk van Marc Benioff, de directeur van Salesforce, die dreigde dat zijn bedrijf anders de staat zou verlaten. Het fenomeen Donald Trump profiteert vooral van boze kiezers die door de technologische ontwikkelingen hun banen verliezen.
Digitaal wereldrijk
De angst voor het Californische schiereiland met zijn nerds heeft de hele wereld in zijn greep. De Europese Commissie gaat tekeer tegen Google en Netflix, China begint het Apple moeilijk te maken en India heeft Facebooks plannen voor gratis internet een halt toegeroepen, uit angst alle controle over de draadloze infrastructuur te verliezen. ‘Er moeten regels worden opgesteld om te voorkomen dat India een digitale kolonie wordt,’ zei Sharad Sharma van de Indiase denktank iSPIRT.
En dan staat het digitale wereldrijk van Silicon Valley nog maar in zijn kinderschoenen. Er is een nieuwe generatie technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, 3D-printen en blockchain, die waarschijnlijk vooral in Silicon Valley zullen worden ontwikkeld en die, als ze straks mainstream worden, diep zullen ingrijpen in ons denken over industrie, geld, dienstverlening, nationale soevereiniteit en nog veel meer. Als je hoofd nu al tolt van de veranderingen sinds 2007, toen het tijdperk van smartphones, sociale netwerken en de cloud aanbrak, dan dreig je de komende tien jaar helemaal kortsluiting in je hersenen te krijgen.
Silicon Valley is hetzelfde als het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen
Is dit nu goed of slecht? Het antwoord is net zo ingewikkeld als wanneer je die vraag stelt over het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen. Hopelijk op de lange termijn een zegen voor de mensheid, maar het kan een paar eeuwen duren voordat we dat kunnen beoordelen.
Silicon Valley vindt het heerlijk om dingen overhoop te halen. En nu haalt het de hele wereld overhoop. De befaamde technologie-analist Mary Meeker kwam deze maand met haar jaarlijkse verslag van internettrends. Uit haar cijfers blijkt duidelijk hoezeer de rol van Silicon Valley in de wereldeconomie is gegroeid. Neem haar lijst van de twintig waardevolste technologiebedrijven in 2015: twaalf daarvan komen uit de Verenigde Staten, zeven uit China en een uit Japan. Niet een uit Europa of India of een andere regio. De Amerikaanse bedrijven tekenen voor 76 procent van de totale beurswaarde en 87 procent van de opbrengst. En slechts een van die twaalf Amerikaanse bedrijven zit buiten Silicon Valley (Priceline, in Connecticut).
Een andere manier om de dominantie van Californië te schetsen: nergens groeit het aantal internetgebruikers zo hard als in India. Die groei komt bijna geheel voor rekening van smartphonegebruikers. De drie meestgebruikte telefoonapps in India zijn al van Facebook (Facebook, WhatsApp en Facebook Messenger), dus geen wonder dat India niet wilde dat het bedrijf zijn tentakels nog verder uitstrekt. Bovendien draaien bijna alle mobiele telefoons in India op Googles Android of Apples iOS.
Een flink deel van de meest dynamische sector in India levert dus vooral Silicon Valley geld op. En zo gaat het in elk land ter wereld, behalve misschien Noord-Korea.
De geldstroom naar Silicon Valley heeft zich de laatste jaren uitgebreid van technologie naar sectoren die vroeger niet digitaal en zuiver lokaal waren. Hoe dat werkt wordt goed geïllustreerd door Uber: dat strijkt 20 procent van de prijs van elk ritje op. Vroeger bleef in Frankrijk 100 procent van alle inkomsten uit taxiritjes in eigen land.
Krijgt Uber een groot deel van de Franse taximarkt in handen, dan vloeit 20 procent van die opbrengst het land uit. Stel je nu eens voor dat het de ene na de andere bedrijfstak zo vergaat, in het ene land na het andere. (En wat betreft de enorme hoeveelheden geld die naar Uber stromen: een investeringstak van de Saoedische regering heeft onlangs nog 3,5 miljard dollar in het bedrijf gepompt. Blijkbaar konden de Saoedi’s in eigen land niet genoeg veelbelovende start-ups vinden om in te investeren.) Alphabet, het moederbedrijf van Google, strijkt volgens Adweek 12 procent op van wat er wereldwijd omgaat in de reclamebranche. Nooit eerder streek één bedrijf 12 procent van alle reclameopbrengsten wereldwijd op. En dat Google veel geld aan landen onttrekt, staat buiten kijf. In 2015 had Google een opbrengst van 75 miljard dollar, en 54 procent daarvan kwam uit het buitenland.
Op macroniveau is technologie een van de weinige economische sectoren die wereldwijd nog significante groei vertonen. Uit Meekers cijfers blijkt dat de groei van het bruto binnenlands product wereldwijd in zes van de afgelopen acht jaar onder het gemiddelde zat. Als de economie overal stagneert maar de technologiesector groeit als kool, moeten de andere sectoren het wel heel beroerd doen. En als de opbrengsten uit technologie grotendeels naar bedrijven in Silicon Valley vloeien, is dat dus ook verantwoordelijk voor veel van de economische groei in de wereld – en betaalt het grootste deel van de wereld Silicon Valley daar een prijs voor.
In de presidentscampagne hamert Trump er steeds op dat Amerika verliest. Maar dat klopt niet: op het gebied van technologie is Amerika aan het winnen, en niet zo’n beetje ook. Het probleem is dat er ook nog heel veel Amerika is buiten Silicon Valley, dat kleine lapje grond van San Francisco tot San Jose. Ook binnen de Verenigde Staten is Silicon Valley een soort Rome, dat de rest van het land tot een nieuw Judea kan degraderen. Want we hebben nu twee Amerika’s: een analoog en een digitaal Amerika. Het analoge Amerika is het Amerika van de fabrieken, de detailhandel, de dienstverlening en de restaurants: ouderwets werk dat je met je handen kunt doen. En dat oude Amerika heeft het zwaar. Uit federale cijfers blijkt dat de VS in mei de laagste banengroei in vijf jaar hadden. In de industriële productie zijn zo’n tienduizend banen verdwenen. De lonen van de middenklasse staan al jaren stil. Hele horden mensen verliezen hun baan door de automatisering. Opiniepeilers horen Trump-aanhangers zeggen dat ze zich machteloos voelen. Uit woede stemmen ze op Trump, om iets terug te doen.
Vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google
Aan de andere kant van de kloof heb je het digitale Amerika: de mensen die software schrijven, data analyseren, apps verkopen, investeren in start-ups. Hier kan toptalent de werkgevers tegen elkaar op laten bieden. Overal in het land vind je enclaves van dit digitale Amerika, met hoge concentraties in steden als Boston, New York, Washington en Seattle, waar ook grote internetbedrijven zitten. Maar geen van die plaatsen kan zich meten met Silicon Valley – het land van de miljardairs met vlasbaardjes, idioot hoge huizenprijzen, snelwegen vol Tesla’s en Stanford University als regionale kweekvijver van digitaal toptalent. Hier wordt meer geïnvesteerd in meer bedrijven. In het eerste kwartaal van dit jaar harkten Californische bedrijven, merendeels uit Silicon Valley, 396 miljoen dollar aan durfkapitaal bij elkaar, bijna drie keer zo veel als New York (tweede plaats, met 149 miljoen) en vier keer zo veel als Massachusetts (derde plaats, 90 miljoen). En het geld dat Silicon Valley genereert blijft doorgaans in Silicon Valley. De beursgang van zo’n bedrijf maakt zelden mensen van elders rijk. Kijk naar de veertig grootste aandeelhouders van Facebook: ze wonen bijna allemaal in Silicon Valley. (Thiel is met 2,5 procent de op zes na grootste, waarmee zijn vermogen meer dan 2 miljard dollar bedraagt.)
Van heinde en ver trekt Silicon Valley slimme mensen aan die een internetbedrijf willen opzetten. De gebroeders Collison groeiden op in een klein dorpje in Ierland. De briljante broers gingen studeren in Boston: Patrick aan MIT, John aan Harvard. In 2010 zetten ze Stripe op, een nieuw platform voor digitale betalingen, en in 2011 kregen ze 2 miljoen dollar van drie investeerders uit Silicon Valley: Sequoia Capital, Andreessen Horowitz en… Peter Thiel. Inmiddels is Stripe meer dan 5 miljard dollar waard. Het zetelt niet in Ierland of Boston, maar in San Francisco.
En die ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. Ik heb veel investeerders in de Bay Area gesproken. Tien of vijftien jaar geleden zochten ze interessante investeringsmogelijkheden in China en India, en sommigen zetten overal in de VS filialen op. Nu vinden de meesten dat ze niet verder hoeven te kijken dan een straal van nog geen honderd kilometer rond Palo Alto. Het meeste talent dat ertoe doet, zit daar al of komt er uiteindelijk vanzelf terecht.
Enrico Moretti, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Californië, concludeert in zijn boek The New Geography of Jobs dat locatie – al zou je dat in deze tijd van netwerkverbindingen niet verwachten – in deze sector nog steeds een grote rol speelt. ‘In de innovatiesector is het succes van een bedrijf niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van de werknemers, maar ook van het hele ecosysteem eromheen,’ schrijft Moretti. ‘Daardoor is zo’n bedrijf moeilijker naar een andere regio te verplaatsen dan traditionele fabrieksproductie.’ Een staalbedrijf of een schoenenfabriek kun je verkassen naar een regio waar arbeid en grondstoffen goedkoper zijn. Technologiebedrijven moeten op een paar plekken samenklonteren, en dan is Silicon Valley de sterkste magneet van allemaal.
In 2015 lieten de media hun oog vallen op de zogenaamde ‘eenhoorns’: nieuwe, nog niet beursgenoteerde start-ups waarvan de waarde op meer dan een miljard dollar werd geschat. Die schattingen begonnen de pan uit te rijzen. Er werd al gefluisterd over een bubbel. Ook tech-insiders voorspelden een terugslag. Maar al dat gebabbel over een bubbel wordt doorgeprikt door Meeker. ‘Er zijn internetbedrijven waarvan de waarde wordt overschat,’ zegt ze. ‘Maar er zijn ook bedrijven die worden onderschat. Er zijn maar heel weinig bedrijven die gaan winnen. Maar die bedrijven lopen dan ook gigantisch binnen.’
Play Bigger
In Play Bigger, het nieuwe boek dat ik in samenwerking met drie consultants uit Silicon Valley heb geschreven, beschrijven we het op een andere manier. Onze netwerksamenleving heeft een omgeving geschapen waarin één bedrijf een totaal nieuwe bedrijfstak kan ontwikkelen en domineren (zoals Facebook, Airbnb, VMware en tal van andere bedrijven doen), waardoor het in die sector de grote winnaar wordt. Geen enkele regio ter wereld brengt zo veel van dit soort dominante bedrijven voort als Silicon Valley, en de sectorwinnaars van de toekomst worden de belangrijkste bedrijven van de nieuwe generatie.
Waarschijnlijk worden ze nog veel groter dan de Facebooks en Googles van nu. Artificiële intelligentie (AI) is een technologie die alles op zijn kop gaat zetten, zoals cloud-gebaseerde apps dat de afgelopen vijf jaar hebben gedaan. Dat wordt een bron van vernieuwingen die we ons nu nog nauwelijks kunnen voorstellen. (Wat dacht je van piepkleine, door AI aangestuurde drones die bij gebouwen rondvliegen om een oogje in het zeil te houden, in plaats van beveiligers? Zit eraan te komen!) 3D-printen wordt zo goed dat een bedrijf als Nike niet langer schoenen in Azië zal laten maken om naar de VS te verschepen. Die schoenen worden straks ‘geprint’, in een netwerk van duizenden kleine printfabriekjes waar je je vers gemaakte gympen kunt ophalen. Blockchain, de technologie achter bitcoin, is nog maar net begonnen de hele financiële sector te hervormen. Virtual reality zal zo goed worden dat het revolutionaire gevolgen krijgt voor zaken als toerisme, sport of een bezoekje aan de dokter. Biotechnologie, robotica: er staat ons een waanzinnige stortvloed aan nieuwe technologische ontwikkelingen te wachten.
De gevolgen zullen zo ingrijpend zijn dat we volgens Hemant Taneja van General Catalyst Partners afstevenen op een ‘wereldwijde herprogrammering’. We gaan elk product en elke dienst ter wereld uit elkaar halen en terug in elkaar zetten met behulp van data, AI en al die andere nieuwe dingen.
Natuurlijk zullen ook bedrijven van buiten Silicon Valley hier hun kansen grijpen. Het om zijn virtual reality-techniek bejubelde Magic Leap zit in Florida. Belangrijke bijdragen aan de blockchain-ontwikkeling komen uit New York. Maar de overgrote meerderheid van de bedrijven die aan deze wereldwijde herprogrammering werken, zit in Silicon Valley. En zoals Meeker zegt: de paar bedrijven die een hele sector domineren zullen uitgroeien tot ware giganten, wat het voor andere regio’s in de wereld moeilijker dan ooit zal maken om Silicon Valley bij te benen.
Terug naar de vraag of dat nou een goede of een slechte ontwikkeling is.
Als je je smartphone pakt, zie je daar een hoop dingen waarvoor je vroeger moest betalen en die je nu voor niks of bijna voor niks krijgt. Je hebt een camera met flits, vroeger moest je die allebei apart kopen. Nieuws is gratis, je hoeft geen krant meer te kopen. Bellen met het buitenland kost via Skype bijna niks. Muziek: gratis of goedkoop met Spotify. En dat mobieltje is maar één voorbeeld van de impact van technologie en de globalisering. Die maken steeds meer zaken goedkoper of helemaal gratis, en verlagen zo de kosten van levensonderhoud. Dat geldt ook voor fysieke producten: dankzij de globalisering kun je bij H&M leuke kleren kopen voor veel minder geld dan twintig jaar geleden. Technologie zal die trend alleen maar versnellen.
Volgens Mike Maples, een van de partners van Floodgate, een investeringsfonds voor start-ups, gaan we toe naar een tijd van overvloed waarin we steeds meer krijgen voor veel minder geld dan ooit tevoren. Een beter leven voor minder geld. Klinkt goed.
Maar zoals uit de cijfers van Moretti blijkt, is diezelfde dynamiek ook funest voor de middenklasse, die banen ziet verdwijnen en salarissen dalen. Hoe meer dingen gratis of goedkoop te krijgen zijn, hoe minder mensen geld kunnen verdienen met het maken en verkopen van die dingen. Als een product tot een app wordt gereduceerd, blijft er maar een klein groepje mensen over dat dat wereldwijd kan verkopen – en zo al het geld opstrijkt. Neem landkaarten: vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten en winkels die ze verkochten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google, in Mountain View, Californië. Al het geld dat met landkaarten kan worden verdiend gaat naar Google, en de meeste banen in die sector zijn in rook opgegaan.
Een groot deel van de wereld buiten Silicon Valley begint die nadelen sterker te voelen dan de voordelen. We zijn dol op onze smartphones, apps en goedkope producten, maar we vinden het minder fijn om economisch gemarginaliseerd te worden. En zo’n actie als die van Thiel tegen Gawker versterkt het beeld van een kleine elite die alles bepaalt. Boeken als Martin Fords Rise of the Robots suggereren dat technologie al onze banen gaat inpikken. Trump speelt in op die angst voor de toekomst die bij de middenklasse leeft. Bernie Sanders ook, al zou iemand hem eens moeten vertellen dat hij in het verleden leeft: de kapitalistische schurken van de toekomst vind je niet op Wall Street maar aan Highway 101 in Californië. (Op 1 juni sprak Sanders nog vierduizend aanhangers toe in Palo Alto, waar de huizenprijzen en de inkomensongelijkheid iedereen behalve miljonairs het leven onmogelijk maken.)
Machtigste regio ter wereld
Als je alle trends bij elkaar optelt, lijkt het onvermijdelijk dat Silicon Valley zal uitgroeien tot de machtigste regio ter wereld, ten koste van zo’n beetje de hele rest van de wereld. Het enige wat de Silicon Valley-expres misschien nog kan laten ontsporen, is zoiets als de Russische revolutie: een massale opstand van het proletariaat tegen de autocratie. Dat gevaar lijkt nog niet groot, maar het is wel een mogelijkheid die Silicon Valley onder ogen moet zien en moet ondervangen. Anders zal het steeds meer onder vuur komen te liggen van regeringen, activisten en de gefrustreerde massa. De grootste nachtmerrie van deze industrie is de invoering van regelgeving zoals die nu bestaat voor energie- en telecombedrijven: sectoren waar vroeger de grootste technologische vernieuwingen vandaan kwamen, maar die onder toeziend oog van de overheid zijn omgeturnd tot ingedutte bureaucratieën.
Decennialang hebben de krachtpatsers van de technologiesector zich uitsluitend gericht op innovatie en het opzetten van bedrijven. Nu breekt een nieuw hoofdstuk aan waarin ze moeten zorgen dat ook de rest van de wereld daarvan de vruchten plukt. Anders staat Peter Thiel straks viool te spelen terwijl het nieuwe Rome in vlammen opgaat.
Rechtse politici als Naftali Bennett bedreigen de fundamenten van de Joodse staat, waarschuwt Rachel Liel. ‘Als we niet snel iets doen worden we weldra wakker in een democratie à la Poetin of Erdogan.’
De staat Israël heeft al eerder periodes van ernstig politiek geweld gekend. Tijdens het debat over de Duitse herstelbetalingen in het begin van de jaren vijftig belaagden woedende betogers de Knesset. Op het hoogtepunt van de oorlog in Libanon in 1982 kwam Emil Grunzweig, een betoger van Vrede Nu, om het leven door een granaat. Een andere zwarte bladzij uit de Israëlische geschiedenis was de moordaanslag door de rechtse extremist Yigal Amir op premier Yitzhak Rabin aan het eind van een vredesbetoging in november 1995.
Toch lijkt de sfeer die sinds een jaar in Israël heerst nog ernstiger, verstikkender en verontrustender. In de Knesset en de regering zitten te veel kwade genii die de tweespalt aanwakkeren. Een gezonde democratie weet zich te herstellen van fatale aanslagen op vertegenwoordigers of symbolen van het wettige gezag. Maar als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd.
Rusland achterna
Toen de demissionaire premier Benjamin Netanyahu het in maart 2015 ‘een bedreiging voor de nationale veiligheid’ noemde dat Arabische kiezers hun stem mochten uitbrengen bij de parlementsverkiezingen, iets waar de Israëlische democratie vroeger trots op was, droeg hij daarmee bij aan een sfeer van haat, angst en gewelddadigheid tussen Joden en Palestijnen (Israëlische Arabieren).
Toen minister van Justitie Ayelet Shaked, in koor met de extreemrechtse militanten, de ngo’s handlangers van het buitenland noemde, wees ze daarmee duidelijke doelen aan voor potentiële politieke aanslagen. Maar in tegenstelling tot wat Shaked beweert worden ngo’s overal ter wereld financieel door buitenlandse geldschieters gesteund voor de verdediging van de mensenrechten.
Als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd
Alleen in niet-democratische staten krijgen ngo’s om deze reden sancties opgelegd. Israël gaat hard Rusland achterna, waar Poetin weliswaar democratisch verkozen is, maar zijn politieke tegenstanders onder allerlei voorwendsels gevangen worden gezet en onafhankelijke journalisten worden vermoord. Is dat de weg die de Israëlische regering ons wil laten inslaan? Die van een regime dat alle formele kenmerken van een democratie vertoont, maar gespeend is van alles wat een levende democratie bezielt?
Elke keer als vertegenwoordigers van het gezag opkwamen voor de zwakken en de slachtoffers, is de storm gaan liggen. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen de brandstichting in de tweetalige Arabisch-Joodse school Max Rayne in Oost-Jeruzalem (november 2014) onmiddellijk en ondubbelzinnig werd veroordeeld door president Shimon Peres en talrijke ministers, zodat de politie de schuldigen snel kon aanhouden.
Maar tegenwoordig gooit de regering zelf olie op het vuur. Minister van Onderwijs Naftali Bennett of minister van Defensie Moshe Yaalon knippert niet eens met zijn ogen bij de bedreigingen en verdachtmakingen die op de sociale netwerken aan het adres van de ngo’s worden gericht. Eén aanslag door een Israëlische Arabier was voor de premier voldoende om de raciale haat jegens de Arabische minderheid aan te wakkeren en zelfs te dreigen de voedselvoorziening voor de Arabische gemeentes af te snijden. Deze boodschap is bij de extremistische Joden luid en duidelijk overgekomen.
Docenten worden tegenwoordig aangesteld op basis van hun veronderstelde politieke overtuigingen. Boeken die ‘gevaarlijk’ voor de nationale identiteit worden geacht worden verboden, zoals een roman over de liefde tussen een Arabische man en een Joodse vrouw. Schoolboeken voor de vakken geschiedenis en maatschappijleer worden herschreven. Politieke bewegingen worden onwettig verklaard. Sommige organisaties wordt een algeheel contactverbod met soldaten of studenten opgelegd.
Misschien is het al te laat
Overal bespeurt men ‘handlangers van het buitenland’ of verraders. Democratisch gekozen afgevaardigden worden uit hun partij gezet. Er wordt haat gepredikt tegen alles wat links of Arabisch is. Degenen die de aanval inzetten zitten in de regering zelf.
Diverse malen heeft oorlog de Israëlische maatschappij op de rand van de afgrond gebracht. Maar de huidige dreiging is veel verontrustender dan die van vroeger: ze komt vanuit onze maatschappij zelf en kan veel meer schade aanrichten dan de oorlogen die door onze vijanden worden gevoerd. Als we er niet snel in slagen deze spiraal te doorbreken, zullen we weldra wakker worden in een democratie à la Poetin of Erdogan. Misschien is het zelfs al te laat.
Auteur: Rachel Liel
Vertaler: Peter Bergsma
Rachel Liel is directeur van het progressieve New Israel Fund. Ze bekleedde talloze publieke functies, en werd uitgeroepen tot een van Israëls veertig meest invloedrijke vrouwen.
Yediot Aharonot
Israël, dagblad, oplage 300.000
‘Het laatste nieuws’ is lang de grootste nationale krant van Israël geweest, opgericht in 1939. Over het algemeen kritisch over het beleid van Netanyahu.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.