Tag: bedreigingen

  • Kamp-Trump maakt melding van bedreigingen tegen verschillende regeringsleden

    Kamp-Trump maakt melding van bedreigingen tegen verschillende regeringsleden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zwitserland: regering blijft bij flexibele interpretatie van neutraliteit

    » Aanklager ICC dient aanvraag in voor arrestatiebevel tegen Birmese juntaleider

    De FBI spreekt van bommeldingen en swatting-incidenten

    Het Trump-kamp heeft melding gemaakt van ‘bedreigingen’ tegen verschillende leden van zijn toekomstige regering. De FBI zei woensdag dat het ‘op de hoogte was gesteld van talrijke bommeldingen en swatting-incidenten, gericht tegen individuen’ die door de Republikein waren gerekruteerd voor zijn nieuwe presidentiële team.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Swatting is het uitlokken van politie-invallen in huizen van slachtoffers onder het voorwendsel dat daar een misdaad wordt gepleegd. Onder andere voormalig congreslid Lee Zeldin, door de verkozen president gekozen om het Environmental Protection Agency te leiden, en gekozen ambtenaar Elise Stefanik, door Trump genomineerd om ambassadeur van de VS bij de VN te worden, hebben beweerd het doelwit te zijn geweest van bedreigingen.

    Andrew McCabe, voormalig adjunct-directeur van de FBI, vertelde CNN dat hij niet verrast was. ‘Het is een heel normaal onderdeel van het leven geworden voor iedereen in een belangrijke positie (…) Het is al jaren aan de gang,’ zei hij woensdag.

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.