Tag: bedrijfsspionage

  • Duitse bedrijven bespioneren elkaar stilletjes maar efficiënt

    Duitse bedrijven bespioneren elkaar stilletjes maar efficiënt

    Het is volkomen legaal en vrijwel alle grote Duitse bedrijven doen het: hun concurrenten bespioneren. Dit jaar groeit de sector van deze zogeheten Competitive Intelligence met 15 procent.

    Als Peter Behrends de toekomst van een bedrijf moet redden, heeft hij niet veel bij zich: mueslirepen, koffie, pen en papier en een verrekijker. Zijn opdracht heeft hem deze zomerochtend naar de rand van een stadje in het zuiden van Duitsland gebracht, naar een industriegebied dat tussen spoorrails en een bos ligt. Behrends sluipt een heuvel op, gaat in het gras liggen en spiedt omlaag. Hij ziet bakstenen huizen, loodsen van golfplaten, schoorstenen. Een fabriek die dampend ontwaakt. Behrends telt de werknemers die naar binnen gaan en daarna de vrachtwagens die de schuifpoort passeren. Hij turft ze op een papiertje en verbaast zich, want daar beneden is meer activiteit dan gebruikelijk, veel meer zelfs.

    Behrends, een pezige man van halverwege de veertig, werkt voor een kleine ondernemer. Hij moet een concurrent bespioneren om erachter te komen hoe druk het bij de ingang is: een indicatie hoe de zaken gaan. Als hij zijn waarneming juist interpreteert, loopt het goed. De productie is kennelijk gestegen sinds hij de laatste keer bij het bedrijf op de loer lag. Waarschijnlijk is de rivaal aan het uitbreiden.

    © Getty
    © Getty

    Competitive Intelligence wordt het werk van Behrends genoemd, kortweg CI. Het houdt in dat de concurrent wordt doorgelicht, volkomen legaal of in elk geval zo ongeveer. Mannen als Behrends spreken werknemers van andere bedrijven aan, zo mogelijk terloops, bijvoorbeeld op de bushalte voor het fabrieksterrein. Ze bellen afdelingschefs, zogenaamd voor een nieuwe studie of een marktrapport. Ze schieten deskundigen aan op congressen. Ze horen verkopers op beursstands uit, doen anonieme testaankopen of liggen zoals Behrends voor de poort.

    Vrijwel alle Duitse ondernemingen van enige omvang doen aan CI. Bayer, BMW, Lufthansa, Deutsche Bank en Deutsche Telekom, allemaal hebben ze hun speurders. En die hebben nog nooit zo veel werk gehad als nu. Volgens schattingen groeit de bedrijfstak dit jaar met 15 procent. Tot nog toe stonden Duitse bedrijven op dit terrein te boek als onschuldig, in tegenstelling tot Fransen, Amerikanen en Chinezen. Maar tersluiks, heel stilletjes, is Duitsland een land van economische spionnen geworden.

    Vijfduizend mensen

    CI-specialisten moeten blootleggen wat ondernemingen graag verborgen willen houden: op welke markten ze zich richten, welke prijzen ze met toeleveranciers uitonderhandelen, welke producten ze ontwikkelen. ‘CI is een blik in de toekomst,’ zegt Peter Behrends. Mensen als hij zijn meer detective dan marktonderzoeker. Ze opereren niet zo clandestien als staatsspionnen, zijn technisch niet zo goed toegerust, tappen geen telefoons af en hacken geen computers. Maar hun speurwerk kan om miljoenen gaan en hun rapportages beïnvloeden vaak rechtstreeks de besluiten van de bedrijfstop.

    De ondernemingen praten er niet graag over, dat hebben ze in elk geval met staatsspionnen gemeen. ‘Wij willen daar niets over zeggen en vragen om uw begrip daarvoor’, klinkt het bij Daimler. ‘Helaas kunnen we geen gesprek aanbieden over het thema Competitive Intelligence’, laat BASF weten. Wie echter zijn oor lang genoeg te luisteren legt, vindt individuele werknemers die wel iets willen zeggen. Dan hoor je dat de CI-afdelingen van de grootste beursgenoteerde ondernemingen maar ongeveer twintig tot dertig medewerkers tellen. Die acteren meestal wel op het hoogste niveau en hebben directe toegang tot het bestuur. Kleinere bedrijven daarentegen nemen vaak gespecialiseerde bureaus in de arm. Daarvan zijn er ongeveer een dozijn in Duitsland. En dan zijn er nog ongeveer honderd bureaus die deze diensten boven op hun advieswerkzaamheden aanbieden. In de sector zijn circa vijfduizend mensen werkzaam.

    Hoogleraar Nikos Passas vindt de bedrijfstak “lawful but awful”

    Twee belangrijke trends stimuleren de business, zegt Rainer Michaeli, oprichter en bestuursvoorzitter van de brancheorganisatie Deutsches Competitive Intelligence Forum (DCIF). ‘Ten eerste is de strijd op de markten feller dan ooit. Dan betaalt een kleine voorsprong in kennis zich al uit. Ten tweede zijn ondernemingen nog nooit zo internationaal georiënteerd geweest. Wie in steeds nieuwe regio’s doordringt, waar steeds nieuwe rivalen op de loer liggen, moet zich voorbereiden.’ Voor wie is dat nu belangrijker dan voor Duitsland, het grote exportland?

    Op het gebied van Competitive Intelligence zijn China en de VS nog altijd toonaangevend. Daar is een regelrechte spionage-industrie ontstaan. Adviesbureaus als het New Yorkse Kroll hebben duizenden mensen in dienst, die gretig gerekruteerd zijn van geheime diensten CIA en NSA of van de federale politie FBI. In Europa is Frankrijk heel actief. Daar zijn speciale CI-academies, zoals de École de Guerre Économique, de school voor economische oorlogsvoering. Alleen al de naam laat er geen twijfel over bestaan hoe serieus de Fransen deze business nemen.

    ‘De Duitsers bedrijven CI eerder stilletjes, maar ongelooflijk efficiënt,’ zegt Claude Revel, tot voor kort de Franse regeringscommissaris voor Competitive Intelligence – een overheidsambt dat in Duitsland niet bestaat. Ook een school voor economische oorlogsvoering is er niet in Duitsland. Ondernemingen leiden CI’ers vaak in eigen huis op of bij instellingen als het Institute for Competitive Intelligence nabij Frankfurt am Main, waarvan Rainer Michaeli directeur is. Zijn lijst met referenties wordt steeds langer; inmiddels staan er rond de vierhonderd bedrijven op.


    Veel CI-specialisten zijn bedrijfseconoom of ingenieur, andere hebben een verleden bij de politie, een inlichtingendienst of in de journalistiek. Met de wisseling van baan begeven ze zich in een grijs gebied. Hoogleraar strafrecht Nikos Passas uit Boston vindt CI bedenkelijk. Het vakgebied is wat hem betreft ‘lawful but awful’. Volgens de Amerikaan schuren de activiteiten tegen industriële spionage aan.

    ‘Het op een fatsoenlijke manier observeren van concurrenten is heel iets anders dan industriële spionage,’ zegt Elisabeth Hadling, manager van een CI-team bij een grote Duitse onderneming. ‘Bonafide speurders maken alleen maar gebruik van bronnen die openbaar zijn. Bedrijven zijn zo voorzichtig omdat ze bang zijn om met al te louche methoden hun reputatie te verwoesten. Het overgrote deel van het werk is niet bijster spectaculair. Zo’n 90 procent van de informatie is van achter het bureau te achterhalen, bijvoorbeeld met een telefoontje naar de eigen verkoopafdeling, waarvan veel klanten met de concurrentie te maken hebben. Of met een blik in jaarverslagen, brochures en vaktijdschriften. Personeelsadvertenties hebben onze bijzondere belangstelling.’ De concurrent is plotseling op zoek naar ingenieurs? Dan heeft hij mogelijk een grote opdracht binnengehaald. Hij gaat managers met kennis van de Chinese taal in dienst nemen? Dan wil hij misschien wel een nieuw filiaal in Azië openen.

    Human intelligence

    Mogelijk, misschien. Het bureauwerk mag dan belangrijke aanknopingspunten opleveren, vaak zijn het pas de laatste 10 procent die zekerheid brengen: niet de documenten en tabellen, maar de mensen die erachter schuilgaan. Hier verschijnen specialisten als Thomas Bischof op het toneel. Bischof, een rijzige man met grijs stoppelhaar, zit in de lobby van een hotel. Hij heeft een klein bureau dat aan Human Intelligence doet, onderzoek met behulp van menselijke bronnen: Bischof spreekt mensen aan. Bijvoorbeeld ’s avonds aan de bar. Schijnbaar toevallig raakt hij aan de praat met managers, maar hij heeft alles nauwgezet voorbereid. Hij wist al dat ze hier zouden overnachten, bijvoorbeeld omdat er een conferentie plaatsvindt waarvoor reclame werd gemaakt op internet. Onder een drankje praat Bischof met hen over de stad en vervolgens over hun werk. De capaciteit van de textielfabriek in Bangladesh zou beter kunnen worden benut, de oliedeal in Venezuela dreigt te mislukken: onderzoek via smalltalk. ‘Het is simpel,’ zegt Bischof. ‘Mensen praten over niets liever dan over hun werk.’

    Het lukt echter niet altijd. Enkele managers hebben hun medewerkers ingeprent hun mond te houden. Bijvoorbeeld als ze een telefoontje van een hogeschool krijgen. ‘Hallo, ik studeer elektrotechniek, mag ik u een paar vragen stellen voor mijn scriptie?’ Het zou een leergierige twintigjarige student kunnen zijn, maar ook Thomas Bischof.

    Dergelijke methoden keurt bestuursvoorzitter Rainer Michaeli niet goed. ‘Wie te goeder trouw is, werkt niet onder een valse naam, dat gaat te ver,’ zegt hij.

    Xie maakt alleen van openbare content gebruik, een hacker is hij niet. Althans, dat zegt hij

    Een man die verder gaat dan veel Duitse collega’s zich ook maar kunnen voorstellen, is Xinzhou Xie. Hij werkt voor de staatsuniversiteit van Beijing, dus voor de Chinese regering. Zijn missie: alle gegevens verzamelen die er over buitenlandse ondernemingen op internet staan. Echt alle.

    Xie zit in een restaurant. Hij doet dit werk al een kwart eeuw en geldt als China’s toonaangevende CI-expert. Hij werkt aan de universiteit en rapporteert rechtstreeks aan de Communistische Partij. Zijn spionnen behoren tot de besten ter wereld. Xie zet webcrawlers in, robotprogramma’s die in adembenemend tempo het internet doorzoeken. Hij laat ze vooral graag los op social media. ‘Mensen communiceren onvervalst, dat maakt de informatie zeer waardevol.’

    Zijn programma’s doorzoeken bijvoorbeeld Facebook, Twitter en de Chinese messengerapp WeChat. Bij Amazon sporen ze klantwaarderingen van producten van westerse rivalen op. Xie maakt alleen van openbare content gebruik, een hacker is hij niet. Althans, dat zegt hij. Zijn webcrawlers zijn vooral afgestemd op autoconcerns, elektronicafabrikanten, machinebouwers, de farmaceutische industrie en energiebedrijven, ondernemingen waarvan met name één land er veel heeft: Duitsland.

    ‘Het afscheid van kernenergie bespoedigt de innovatie in de opwekking van schone energie, wat bijzonder interessant is voor ons,’ zegt Xie. Op termijn wil hij zeer aandachtig kleine ondernemers gaan observeren. De duizenden Duitse wereldmarktleiders die vrijwel niemand kent, maar die enorm veel onderzoeken, ontdekken en ontwikkelen.

    Lange tijd analyseerden de robots van Xie alleen websites in het Engels. Dat is aan het veranderen. Ze leren nu ook Duits.

    Auteur: Stefan Beutelsbacher
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

  • Het witste wit verduisterd

    Het witste wit verduisterd

    Het was een van de best bewaarde geheimen van de Amerikaanse chemiereus DuPont: de formule van hun titaandioxide, dat de reputatie heeft het witste wit ter wereld op te leveren. Totdat – niet echt een verrassing – een Chinese copycat de protocollen naar buiten smokkelde.

    Je hebt wit en je hebt wit. Je hebt wit en je hebt het smetteloze ultrawit waarmee de binnenkant van de nieuwe koelkastenlijn Café Series van GE Appliances is bedekt. Je hebt wit en je hebt het ultralumineuze wit van de motorkap van de Mustang GT die Ford in 2014 heeft gelanceerd ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het model. Je hebt wit en het hebt het wit dat tienduizenden producten opheldert, van de bladzijden van de Bijbel en de romp van superjachten tot de sneeuwblanke vulling van Oreokoekjes.

    Al dat wit is het product van een natuurlijke stof die titaandioxide heet, TiO2. TiO2 wordt over het algemeen gewonnen uit het mineraal ilmeniet. In de jaren veertig van de vorige eeuw hebben chemici van [Amerikaans chemiebedrijf] DuPont een chloorraffinageproces ontwikkeld dat heeft geresulteerd in een verbeterde vorm van ‘titaanwit’, die wordt 
toegepast in cosmetica, plastics en de lijnen van tennisbanen. Dit superieure titaandioxide wordt tegenwoordig geproduceerd door Titanium Technologies, een divisie van Chemours die in 2015 door DuPont 
in het leven is geroepen om de hoogwaardige 
chemieactiviteiten van het concern te bundelen alvorens ze naar de beurs te brengen. Er gaat 
jaarlijks 2,6 miljard dollar in om.

    De duizenden pagina’s aantekeningen die hij had bewaard werden uiteindelijk tegen hem gebruikt

    China is ook een grote producent van TiO2, en de Chinese industrie consumeert een kwart van de wereldproductie. Desondanks maakt het merendeel van de Chinese fabrieken gebruik van een procedé dat minder efficiënt en gevaarlijker is dan dat van DuPont. Vanaf het begin van de jaren negentig, zo niet eerder, hebben de Chinese overheid en Chinese staatsbedrijven dus naar een manier gezocht om de methodes van het Amerikaanse chemiebedrijf te gebruiken. Alleen namen ze geen contact op met DuPont om een contract te sluiten: volgens Amerikaanse rechercheurs hebben ze geprobeerd ze te stelen.

    ‘De eerste vraag die bij me opkwam, was: waarom zou je de kleur wit stelen? Ik moest op Google kijken om erachter te komen dat het om titaandioxide ging,’ zegt Dean Chappell, hoofd van de contraspionagedienst van de FBI. ‘En ik begreep dat er een strategie achter zat.’ Strikt genomen is het niet eens spionage, preciseert John P. Carlin, assistent-procureur-generaal van de nationale veiligheidsafdeling van het 
Amerikaanse ministerie van Justitie: ‘Het is diefstal. En deze zaak – de diefstal van de kleur wit – is een uitstekend voorbeeld van het probleem. Het is geen geheim dat de nationale veiligheid betreft. Het gaat erom dat er iets gestolen wordt om geld te verdienen. Het is een strategie om profijt te trekken uit Amerikaanse vindingen.’

    Intellectueel eigendom

    De meeste diefstal van bedrijfsgeheimen komt niet bij justitie terecht. Ondernemingen vrezen dat het bekendmaken van dit soort incidenten nadelig zal zijn voor hun beurskoers en voor de relatie met hun klanten, of dat de federale overheid erdoor zal worden aangezet om hun activiteiten nauwkeurig te volgen. En de kans dat het tot een proces leidt is miniem, want het zijn ingewikkelde kwesties die veel tijd vergen. De kans op een veroordeling is nog kleiner. Volgens een studie uit 2013 was China verantwoordelijk voor 80 procent van de 300 miljard dollar verlies die Amerikaanse bedrijven leden als gevolg van diefstal van intellectueel eigendom. Maar China weigert vaak om de betreffende stukken over te leggen of te reageren op dagvaardingen, om daarmee vervolging te ontlopen. Om het land voor de rechter te dagen moeten bedrijven bewijzen dat ze hun geheimen afdoende hebben beschermd, en vele zijn daartoe niet in staat.

    Het bedrijf DuPont-Chemours, waar het hier om gaat, beschermt zijn productieproces van titaandioxide goed. Hun fabrieken worden omringd door hoge hekken en er surveilleren voortdurend bewakers. Bezoekers mogen er alleen onder begeleiding rondlopen en foto’s maken is verboden. Alle documenten en bouwtekeningen die het terrein verlaten worden geregistreerd. Er wordt systematisch gefouilleerd. Alle werknemers tekenen een geheimhoudingsovereenkomst en krijgen regelmatig bijscholing in 
de bescherming van informatie. In de fabrieken is 
het werk in extreme mate gecompartimenteerd, zodat maar heel weinig medewerkers toegang hebben tot de hele productieketen. Ten slotte licht het bedrijf al zijn toeleveranciers door.

    Walter Liew.
    Walter Liew.

    Dit heeft niet kunnen voorkomen dat Walter Liew, een tot Amerikaan genaturaliseerde Chinese ondernemer en consultant, tussen 1997 en 2011 de protocollen van DuPont heeft gestolen voor de productie van hoogwaardig titaanwit. Hij heeft ook de bouwtekeningen voor een fabriek gestolen en gebruikt om voor bijna 30 miljoen dollar aan contracten in 
de wacht te slepen. Door de zaak-Liew, die in 2014 voor de rechter kwam, zijn de FBI en het openbaar ministerie zich pas goed bewust geworden van de jacht op Amerikaans intellectueel eigendom waaraan Beijing zich schuldig maakt. Maar in de ogen van de advocaten van Liew hebben de Verenigde Staten een hardwerkende en vindingrijke zakenman aangepakt om de belangen van een groot Amerikaans concern te beschermen. Daarmee zou DuPont eerder agressor zijn dan slachtoffer, en de autoriteiten hebben ingeschakeld om de concurrentie uit te schakelen.

    De inmiddels 58-jarige Walter Liew staat op foto’s als een schriel mannetje met een bril, een jeugdig gezicht, grote oren en donker haar met een scheiding. Als je zijn vrienden, zijn zakenpartners en de getuigenverklaringen tijdens zijn proces mag geloven was Liew weliswaar geslaagd, maar nooit tevreden. 
Charismatisch als hij is, wist hij de zwakheden van anderen feilloos te benutten. Alles wat hij deed stelde hij dwangmatig op schrift. De duizenden pagina’s aantekeningen die hij had bewaard werden uiteindelijk tegen hem gebruikt.

    De van oorsprong Chinese Liew werd in augustus 1957 geboren in Maleisië. Zijn ouders waren kleine boeren. Liew, de op een na jongste van negen kinderen, groeide op in armoede. Hij verkocht ijsjes langs de kant van de weg. ‘We beulden ons dag en nacht af’, schreef Pong Tjioe, een van zijn zwagers, aan een federale rechter. ‘Het leven was zwaar, maar Walter Liew werkte hard om te kunnen studeren.’ Liew blonk uit op school en ging uiteindelijk studeren aan universiteiten in het buitenland. Hij behaalde een bachelorgraad aan de Universiteit van Taiwan en voltooide in 1982 een master Elektrische Techniek aan de Universiteit van Oklahoma. Hij werkte bij Hewlett-Packard alvorens zich in 1989 als consultant te vestigen. Tijdens zijn proces verklaarde zijn advocaat, Stuart Gasner: ‘De werkelijke ambitie van Walter was om meer te zijn dan een bescheiden ingenieur. Hij wilde geld verdienen. Hij wilde zijn eigen onderneming hebben en alles wat daarbij hoort.’

    Close-up van een driedimensionale polyhedron. – © Ben Miners / Getty Images
    Close-up van een driedimensionale polyhedron. – © Ben Miners / Getty Images

    In 1991, op zijn 34ste, trouwde Liew met een Chinese genaamd Christina. Voor het eind van het decennium verkregen beiden de Amerikaanse nationaliteit. 
In het jaar van zijn huwelijk werd Liew uitgenodigd voor een banket in Peking waar hij officieel werd bedankt als ‘vaderlandslievende Chinees overzee’. Volgens Kevin Phelan, de FBI-agent die het onderzoek leidde, ‘werd dit banket zijn visitekaartje’. In een 
uit 2004 daterende brief aan een Chinees bedrijf, waarmee hij een contract voor de productie van titaandioxide hoopte te krijgen, vertelde Liew dat hij bij deze gelegenheid Luo Gan had ontmoet, destijds secretaris-generaal van de Raad van Staatszaken, het belangrijkste Chinese beslissingsorgaan. Luo Gan gaf hem ‘directieven om China beter te begrijpen en zijn bijdrage aan het land te blijven leveren’, aldus Liew.

    Peter Axelrod, de federale openbare aanklager, 
verklaarde tegenover de rechtbank: ‘De heer Luo gaf de heer Liew directieven. Tot deze directieven behoorden grote projecten die bedoeld waren om de belangen van de Chinese regering te dienen. Een van deze belangrijke projecten, zo niet het belangrijkste, was het ontwikkelen van een chloorprocedé voor de productie van TiO2. Deze directieven vormden de aanzet tot twintig jaar leugens, fraude en diefstal.’ Liew heeft niet gereageerd op onze verzoeken om een interview. Ook zijn vrouw heeft niet geantwoord op berichten die we voor haar hebben achtergelaten. Maar Stuart Gasner, zijn advocaat, kwam met een verklaring: ‘Walter Liew is een kleine ondernemer die zich aan een ambitieus project heeft gewaagd en frontaal op twee machtige tegenstanders is gestuit: het concern DuPont en de federale overheid, die altijd bereid zijn economische spionage te constateren als het om China gaat.’

    Liew en zijn zakenpartners, die destijds geen enkele kennis hadden van de productie van TiO2, begonnen online naar mensen te zoeken die ervaring hadden met het chloorprocedé van DuPont. Ze vonden een zekere Tim Spitler (destijds 49), een voormalige 
ingenieur van DuPont die in Reno in Nevada woonde. In oktober 1997 stapten Liew, zijn vrouw en Michael Marinak, een chemicus die sinds 1993 met Liew samenwerkte, in een kleine auto en reden van Oakland in Californië naar Reno om Spitler te ontmoeten. De ontmoeting vond plaats in een hotelkamer, en daarna werd er samen gedineerd. Marinak kan zich maar weinig herinneren van de bijeenkomst, omdat hij veel pijn had door trombose in zijn been. De processen-verbaal van de verhoren van Spitler door de FBI spreken elkaar enigszins tegen. Tim Spitler had moeten getuigen tijdens het proces tegen Liew, maar hij pleegde begin 2012 zelfmoord, kort nadat hij en zijn vrouw waren gearresteerd.

    Liew wist minstens drie contracten binnen te slepen, met een gezamenlijke waarde van 28 miljoen dollar

    Volgens de processen-verbaal van de FBI hebben de betrekkingen tussen Liew en Spitler jarenlang geduurd. De bedrijfsstrategie van DuPont en het ontslag van duizenden mensen in de jaren negentig hadden Tim Spitler bitter gemaakt. Zoals hij tegenover rechercheurs verklaarde, was hij bovendien bevangen door twijfel: omdat hij niet aan een grote universiteit had gestudeerd maar aan de Tri-State Universiteit in Angola, Indiana, vreesde hij voortdurend zijn baan te zullen verliezen. Maar Liew vleide hem, gaf hem de indruk dat hij gewaardeerd en begrepen werd. Elke kerst stuurde hij hem een mand met cadeautjes en hij droeg financieel bij aan de begrafenis van Spitlers dochter, die in 2006 zelfmoord pleegde. Elke keer als Spitler hem belde om hem te bedanken voor zijn gulheid, stuurde Liew het gesprek in de richting van zakelijke aangelegenheden en titaandioxide.

    Uiteindelijk verschafte Spitler zijn beschermengel inlichtingen over de procedés van DuPont, tot informatie over bepaalde essentiële bestanddelen aan 
toe, en liet hij hem bij zich thuis in dozen met documenten snuffelen en alles meenemen wat er van 
zijn gading was. In ruil daarvoor betaalde Liew hem vijftienduizend dollar. Onder de documenten waartoe Liew toegang kreeg bevond zich een bouwtekening voor een fabriek in Delaware: daarop stonden details als de doorvoercapaciteit, de maat van de pijpleidingen, de temperaturen en de combinatie van chemische producten. Volgens de rechercheurs was dit document een van de belangrijkste bedrijfsgeheimen van DuPont. Toch heeft Spitler Liew gewaarschuwd dat het bouwen van een titaandioxidefabriek een moeilijke onderneming was. ‘Je kunt de beste techniek en gestolen bouwtekeningen hebben, zonder competente mensen om de fabriek op te starten en te onderhouden zal het niet lukken,’ legde hij hem uit tijdens een telefoongesprek in 2000, aldus de aantekeningen 
die Liew had bewaard.

    Liew bleef op andere voormalig werknemers van DuPont loeren. Via naspeuringen op internet ontdekte hij het bestaan van een uitzendbureau in North Carolina, dat gespecialiseerd was in de herplaatsing van voormalig ingenieurs van het concern. Liew regelde enkele gesprekken en kwam zo in 1997 in contact met Robert Maegerle. De destijds 62-jarige Maegerle, een kale man met een buikje, was met pensioen. Maar hij had 35 jaar voor DuPont gewerkt. Hij was in 1956 bij het bedrijf begonnen als stagiair, kort nadat het bedrijf op het chloorprocedé was 
overgestapt, en geëindigd als werktuigbouwkundige. Robert Maegerle was een specialist op het gebied van titaandioxide.

    Net als Spitler had Maegerle zich niet kunnen vinden in bepaalde beslissingen van DuPont, legde hij uit tijdens zijn proces. Hij was met name zwaar gefrustreerd door het stopzetten van een project in Zuid-Korea, waarvoor hij zich als ingenieur had ingezet. Kort na hun ontmoeting in Wilmington begon Maegerle consultancywerk voor Liew te doen. De zaak kwam in een stroomversnelling toen de laatste een contract probeerde binnen te halen voor de herbouw van een kleine fabriek in Jinzhou, in het noordoosten van China, een dochterbedrijf van de staatsreus Pangang. Pangang heeft niet gereageerd op onze telefoontjes en wilde geen enkel commentaar leveren voor dit artikel. De Chinese ambassade in Washington heeft evenmin op onze verzoeken gereageerd.

    Geavanceerde methode

    In 2004 schreef Liew een brief aan Hong Jibi, de bestuursvoorzitter van Pangang, waarin hij uitlegde waarom zijn bedrijf voor het werk in aanmerking diende te komen. ‘DuPont beschikt over de meest geavanceerde methode voor de chloorproductie van wit, maar deze methode is altijd aan een strikt monopolie onderhevig geweest en kan met niemand worden gedeeld. Na jarenlang onderzoek en toepassing heeft mijn bedrijf dit raffinageproces volledig onder de knie.’ Hij toonde de leiding van het Chinese bedrijf de bouwtekeningen die hij via Spitler had verkregen, evenals andere gevoelige documenten. 


    In juli 2008, toen hij een nieuw contract probeerde 
te krijgen, ditmaal voor een grotere fabriek in Chongqin, een reusachtige stad in het zuidwesten van China, legde hij foto’s over van de installaties van DuPont die hij van Maegerle had gekregen. Liew en zijn vrouw hadden in Peking een ontmoeting met 
de leiding van Pangang en legden uit hoe ze de fabriek zouden bouwen. Ze beweerden over een team van zestien mensen te beschikken dat ervaring had met de productie van titaandioxide. Dat was sterk overdreven: behalve Maegerle was geen van de medewerkers van Liew in de witproductie werkzaam geweest. Verscheidenen van hen waren gerekruteerd via de advertentiesite Craigslist. Een van hen verklaarde tegenover rechercheurs dat het enige wat hij aanvankelijk van titaandioxide afwist afkomstig was van Wikipedia.

    Tijdens het voorbereiden van diens voorstel aan Pangang had Maegerle Liew bijzonderheden verstrekt die afkomstig waren uit een 407 pagina’s dik handboek waarin de ‘basisgegevens’ stonden van de titaandioxidefabriek van DuPont in het Taiwanese Kuan Yin, evenals een groot deel van de informatie die nodig was voor de bouw van een fabriek. Volgens getuigenverklaringen tijdens het proces had Maegerle Liew meer dan 120 gegevens verstrekt die afkomstig waren uit dit document. Vanuit de gevangenis waar hij zich momenteel bevindt weigert Maegerle ieder commentaar. De samenwerking tussen de twee mannen bleek in elk geval lucratief: het bedrijf van Liew kreeg een contract van 17,8 miljoen dollar voor de bouw van de fabriek in Chongqin. In slechts enkele jaren wist Liew minstens drie contracten met Pangang binnen te slepen, met een gezamenlijke waarde van 28 miljoen dollar.

    De DuPont-fabriek in Edge Moor, Delaware, VS.
    De DuPont-fabriek in Edge Moor, Delaware, VS.

    Ondanks al dit geld bleef Liew in een bescheiden huurhuis wonen in een doodlopende straat in het Californische Orinda, op dertig autominuten van San Francisco. Hij veroorloofde zich geen grote uitgaven, behalve een bruine Mercedes 4×4 en een luxeappartement in Singapore. ‘Picasso’s hebben we niet aangetroffen,’ zegt Phelan. ‘Hij leefde als een gegoede burger.’ Liew had het grootste deel van zijn verdiende geld, ongeveer 17 miljoen dollar, naar het buitenland weggesluisd. Wat is er met dit geld gebeurd? De Amerikaanse autoriteiten hebben geen flauw idee. In januari 2009 heeft Performance Group, het bedrijf van Liew, faillissement aangevraagd. 
Hij heeft tussen 2006 en 2010 maar 4,78 miljoen dollar aan inkomsten opgegeven, en zijn bedrijven (Performance Group is twee keer van naam veranderd) hebben slechts vierduizend dollar belasting betaald. Later ontdekten de rechercheurs dat Liew de Amerikaanse regering minstens 6 miljoen dollar belasting schuldig was.

    In 2009 vroeg het concern Pangang Tze Shao, een onafhankelijke consultant, het werk van Liew te 
controleren. Deze voormalige ingenieur van DuPont, inmiddels 81, had Pangang in het verleden bedrijfsgeheimen van zijn vorige werkgever geleverd. Hij moest vaststellen dat het project van Liew haalbaar was en gebaseerd op informatie die werkelijk 
afkomstig was van DuPont, aldus de Amerikaanse rechercheurs. Tze Shao had van de gelegenheid gebruikgemaakt om eigen informatie aan zijn rapport toe te voegen. Toen hij voor het gerecht werd gedaagd wegens bedrijfsspionage, verklaarde Shao zich schuldig. Er is nog geen uitspraak gedaan.

    Het concern Pangang heeft ook een beroep gedaan op het bedrijf TZ Minerals International (TZMI), een gerenommeerd Australisch consultancybedrijf. Het gebeurt dikwijls dat ondernemingen een beroep doen op dit soort bedrijven om problemen op het gebied van intellectueel eigendom te vermijden. Maar Pangang had een tegengestelde bedoeling: ze wilden weten of Liew echt plannen en procedés van DuPont leverde.

    Toen een agent Christina wilde ondervragen over deze sleutel, hoorde een van zijn collega’s, die Chinees spreekt, Liew tegen zijn vrouw zeggen: “Dat weet je niet, dat weet je niet”

    TZMI heeft Pangang gewaarschuwd dat het bedrijf van Liew ‘een chloreringsmethode’ hanteerde die ‘afkomstig was van DuPont’ en adviseerde het concern ‘zich nader te informeren over de juridische consequenties’. Pangang heeft deze suggestie naast zich neergelegd: volgens de rechercheurs was het concern waarschijnlijk dolblij dat ze de oorspronkelijke methode hadden bemachtigd. Maar een consultant van TZMI maakte zich zorgen en nam contact op met DuPont. Zijn initiatief kwam ter ore van Connie Hubbard, verantwoordelijk voor het bewaken van de concurrentiepositie van het concern. Ze constateerde dat het bedrijf van Liew zich er op zijn site op beroemde ‘over een grote expertise op het gebied van de fijne chemie te beschikken’ en dat zijn experts ‘vele jaren ervaring’ hadden opgedaan bij Dow, DuPont, Rohm & Haas, Chevron en andere bedrijven. De advocaten van DuPont sommeerden Liew schriftelijk om uit te leggen waar zijn bedrijf de kennis van het chloorprocedé vandaan had. Liew antwoordde niet, maar haastte zich wel om iedere verwijzing naar de methodes van DuPont van zijn site te schrappen.

    In augustus 2010 ontving DuPont een tweede waarschuwing met betrekking tot Liew: een anonieme brief bevestigde dat de laatste en een van zijn medewerkers ‘de fabricageprocedés van titaandioxide van een Amerikaans bedrijf hadden ontvreemd’ en verkocht aan China. DuPont en de FBI weten nog steeds niet van wie de brief afkomstig was.

    Een paar maanden later diende DuPont een klacht in tegen Liew wegens diefstal van bedrijfsgeheimen en nam contact op met de FBI. In 2011 hebben agenten van de FBI het huis en de Californische kantoren van Liew doorzocht, evenals het huis van Maegerle in Delaware. In de keuken van Liew trof een agent de handtas van diens vrouw Christina aan. Daarin zaten diverse sleutels. Een daarvan was duidelijk van een kluis. Toen een agent Christina wilde ondervragen over deze sleutel, hoorde een van zijn collega’s, die Chinees spreekt, Liew tegen zijn vrouw zeggen: ‘Dat weet je niet, dat weet je niet.’

    Enkele minuten later vroeg Christina of ze het huis mocht verlaten om te gaan ontbijten. De agenten gaven haar toestemming en volgden haar discreet. Ze leidde hen naar een bank in Oakland, waar de sleutel die in haar tas was ontdekt later op de kluis van het echtpaar bleek te passen. In deze kluis troffen ze een grote hoeveelheid belastende documenten aan. Na haar bezoek aan de bank begaf Christina zich naar een sjofel motel, waar ze een ontmoeting had met enkele Chinezen die later werden geïdentificeerd als bestuurders van Pangang. De FBI doorzocht het motel en trof documenten aan waaruit een link bleek tussen de betrokkenen en de Chinese regering.

    Gevangenisstraf

    In 2014 werd Liew voor de rechter gedaagd wegens economische spionage, diefstal van bedrijfsgeheimen en belastingfraude. Hij werd tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld, een vonnis waartegen hij hoger beroep heeft aangetekend. Stuart Gasner, zijn advocaat, houdt vol dat DuPont de informatie die Liew zou hebben gedeeld heeft overdreven en dat het procedé van chloorraffinage ‘volstrekt gemeengoed is in de titandioxide-industrie’. Maegerle werd tot tweeënhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens betrokkenheid bij de verkoop van bedrijfsgeheimen, poging tot diefstal van bedrijfsgeheimen en medeplichtigheid aan juridische obstructie.

    Christina Liew heeft zich schuldig verklaard aan falsificatie van bewijslast en is in september 2015 tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld.

    Volgens de Amerikaanse autoriteiten is de bouw van de fabriek in Chonqin nog altijd niet voltooid. De kleine fabriek in Jinzhou, daarentegen, is operationeel en maakt vermoedelijk gebruik van de methodes van DuPont. De Amerikaanse minister van Justitie heeft een klacht ingediend tegen de leiding van het concern Pangang en die van drie dochterondernemingen wegens economische spionage, maar hij is er nog niet in geslaagd de betrokkenen in staat van beschuldiging te laten stellen. Laatste ontwikkeling in deze geschiedenis: het zou kunnen dat de Chinezen de informatie die ze wilden hebben rechtstreeks van het Amerikaanse chemiebedrijf hebben gekregen, zonder tussenpersoon. Uit documenten die tijdens de inval in het motel in beslag zijn genomen en onlangs aan het dossier zijn toegevoegd blijkt dat de computers van DuPont gehackt zijn.

    Auteur: Del Quentin Wilber
    Vertaler: Peter Bergsma

    Bloomberg Businessweek
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 993.267

    Businessweek schrijft zinnig en intelligent over het zakenleven wereldwijd. Aarzelt niet om een mening te geven of standpunt in te nemen. Sinds 2009 onderdeel van Bloomberg News, met 15.000 medewerkers.