Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Hongkong. Twee weken voor de verkiezingen woedde er een enorme en dodelijke brand in het Wang Fuk Court-complex. Hoe ziet de nasleep van de ramp eruit en hoe beïnvloedt deze de sterke greep van Beijing?
Wat is er gebeurd?
De brand verwoestte op 26 november binnen een mum van tijd zeven van de acht torens in het Wang Fuk Court-complex, gelegen in de noordelijke wijk Tai Po. Het vuur woedde meer dan 43 uur lang en verwoestte zo’n tweeduizend appartementen. Er vielen minstens 159 doden; het jongste slachtoffer was slechts één jaar oud, het oudste zevenennegentig, schrijft de onafhankelijke nieuwssite Hong Kong Free Press. Er worden nog tientallen mensen vermist.
De Hongkongse regeringsleider John Lee erkende tijdens een persconferentie dat het toezicht op de bouwsector tekortschoot. De brand wordt deels toegeschreven aan de bouwmaterialen die aanwezig waren wegens een grootschalige renovatie. Er stonden bamboesteigers, omhuld met netten, om de torens heen en sommige ramen waren afgedekt met piepschuimplaten. Lee beloofde een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren en de resultaten openbaar te maken. Hij waarschuwde tevens dat hij iedereen zou vervolgen die de tragedie voor politieke doeleinden probeert te ‘exploiteren’ om haat tegen de overheid aan te wakkeren, aldus de Japanse krant Nikkei Asia.
Berichten dat corruptie of falend toezicht een rol hebben gespeeld bij de brand wekken woede op in de plaatselijke gemeenschap. De autoriteiten hebben wel al dertien mensen gearresteerd op verdenking van doodslag, waaronder de directeuren van een bouwbedrijf dat toezicht hield op de renovaties aan de Wang Fuk-gebouwen. ‘Maar het valt nog te bezien in hoeverre deze tragedie een gebrekkig systeem aan het licht brengt dat wordt gedomineerd door vastgoedmagnaten, vriendjespolitiek in de bouwsector en een bureaucratische maar ineffectieve overheid’, schrijft Antony Dapiran, auteur van twee boeken over de politiek en protesten in Hongkong, in The Guardian.
Minder dan twee weken later vonden er verkiezingen plaats voor de tweede Wetgevende Raad (LegCo). Sinds de hervorming van het kiesstelsel voorafgaand aan de verkiezingen van 2021 wordt slechts een klein aantal leden rechtstreeks door burgers gekozen. Alle kandidaten worden zorgvuldig gescreend op hun patriottisme en loyaliteit aan Beijing.
‘Nieuwe, jongere gezichten hebben bijna de helft van de negentig zetels in de tweede Wetgevende Raad van Hongkong veroverd’, schreef de South China Morning Postde dag na de verkiezingen. De krant citeerde het Bureau voor Hongkong Zaken, een administratief orgaan van het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij, over ‘het succes van de verkiezingen’ en beaamde ook dat de ‘hoge opkomst’ een belangrijke stap vormt in de ontwikkeling van een ‘hoogwaardige democratie’.
In werkelijkheid was er geen sprake van een hoge opkomst, stelt Courrier International. Minder dan een op de drie geregistreerde Hongkongse kiezers bracht zijn stem uit. De opkomst kwam niet boven de 31,9 procent uit – de laagste ooit. Volgens Ming Pao, een krant die nauwe banden heeft met Beijing, lag de stemonthouding het hoogst in het noordoostelijke kiesdistrict van de New Territories, waar de brand plaatsvond.
De lage opkomst hangt mogelijk samen met de profielen van de twee belangrijkste kandidaten: de een is een vertegenwoordiger van de Nieuwe Volkspartij, een opkomende partij die als conservatief en pro-Beijing wordt beschouwd. De ander is een kandidaat van de Alliantie voor de Verbetering van Hongkong, de belangrijkste partij in het parlement, die zichzelf eveneens omschrijft als conservatief en pro-Beijing.
Hoe reageren de autoriteiten op de ramp?
Bewoners eisten al snel na de brand een onafhankelijk onderzoek en officiële verantwoording. ‘Maar wat ze tot nu toe van hun leiders kregen, waren laster en intimidatie’, schrijft The New York Times.
Volgens lokale nieuwsberichten werd een universiteitsstudent aangehouden omdat hij een petitie had opgestart waarin werd opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek, en later weer vrijgelaten. De petitie was voor zijn arrestatie al tienduizend keer ondertekend. Ook een niet bij naam genoemde vrijwilliger en voormalig districtsraadslid Kenneth Cheung werden gearresteerd op verdenking van opruiing, aldus Al Jazeera. Afgelopen zaterdag werd een eenenzeventigjarige man aangehouden die op YouTube details over het veiligheidsonderzoek had gedeeld.
Antony Dapiran bevestigt de benarde situatie van de Hongkongers. ‘Het maatschappelijk middenveld van Hongkong worstelt met de reactie op dit recente collectieve trauma. De stad is in de afgelopen vijf jaar ingrijpend veranderd.’ In het verleden zouden prodemocratische wetgevers regeringsfunctionarissen aan de tand hebben gevoeld, maar in 2021 veranderde dat toen zevenenveertig prodemocratische politici die zich kandidaat wilden stellen voor de verkiezingen werden beschuldigd van subversieve activiteiten. Later werden ze gevangengezet.
Beijing heeft Hongkong na de protesten in 2019 een ‘nationaal veiligheidssysteem’ opgelegd. Hierdoor is alles wat ambtenaren als strijdig met de belangen van China of Hongkong beschouwen in feite strafbaar gesteld. En sinds de bloedige protesten op het Tiananmenplein in 1989 beschouwt de partij spontane burgeractiviteiten na rampen als een potentiële politieke bedreiging. ‘Voor Beijing is een ramp nooit alleen maar een ramp. Het is een potentiële crisis, een vonk die moet worden gedoofd voordat hij uitgroeit tot een vlammenzee’, aldus Dapiran.
Ook de internationale pers werd afgelopen week op het matje geroepen. De Chinese nationale veiligheidsdienst in Hongkong nodigde vertegenwoordigers van internationale media uit voor een ‘regelgevend gesprek’, omdat sommige kranten valse informatie zouden hebben verspreid en de regering zouden hebben belasterd in recente berichten over de dodelijke brand, schrijft Hong Kong Free Press. Journalisten van verschillende grote mediabedrijven die in de stad actief zijn, waaronder AP, The Financial Times, Bloomberg en The New York Times, werden bovendien gevraagd zich te melden door het Bureau voor de Bescherming van de Nationale Veiligheid (OSNS). ‘Sommige buitenlandse media hebben in hun berichtgeving over Hongkong de feiten genegeerd, valse informatie verspreid, de rampenbestrijding en de nasleep daarvan verdraaid en de regering in diskrediet gebracht, de verkiezingen voor de Wetgevende Raad aangevallen en sociale verdeeldheid en confrontaties uitgelokt’, aldus een verklaring van het OSNS die kort na de bijeenkomst online werd geplaatst.
Tijdens de vergadering, die volgens The Guardian bijgewoond werd door The New York Times en AFP, las een ambtenaar die zijn naam niet noemde een soortgelijke verklaring voor aan de vertegenwoordigers van de media. Hij gaf geen specifieke voorbeelden van berichtgeving waar de OSNS bezwaar tegen had en beantwoordde geen vragen. In de online verklaring werd journalisten verzocht ‘de wettelijke rode lijn niet te overschrijden’.
Welke bredere gevolgen heeft de brand?
Onder Hongkongers groeit de bezorgdheid dat de ramp door de regering wordt aangegrepen om traditionele bamboesteigers te vervangen door stalen varianten die worden geproduceerd op het vasteland. ‘Dit is niet alleen een kwestie van brandveiligheid. Bamboe wordt beschouwd als onderdeel van het culturele erfgoed van Hongkong. Kwesties rond de cultuur en identiteit staan al decennialang centraal in de politieke protestbewegingen in Hongkong, niet alleen in 2019’, schrijft Dapiran in het Britse dagblad.
Daarnaast wakkert de brand de sociale onrust in Hongkong rond betaalbare huisvesting aan. De torenhoge vastgoedprijzen betekenen dat veel mensen in dichtbevolkte hoogbouwappartementen wonen, waardoor dergelijke rampen veel mensenlevens kunnen kosten.
Mensenrechtenorganisaties wijzen na de brand op de steeds grotere inperkingen van de vrijheid van meningsuiting. ‘De brand in het Wang Fuk Court roept ernstige bezorgdheid op over de onderdrukking door de Chinese regering van wat ooit de vrije pers, de democratische wetgevende macht en het levendige maatschappelijk middenveld van Hongkong was, en over de gevolgen daarvan voor het toezicht op de regering en de veiligheid’, aldus Elaine Pearson, directeur Azië bij Human Rights Watch, in een verklaring aan Nikkei Asia. ‘Het is van cruciaal belang dat degenen die antwoorden eisen niet als criminelen worden behandeld.’
In sommige gebieden viel binnen zes uur meer dan 300 millimeter
Zware regenval in en rondom Beijing heeft tot zeker 30 doden geleid, meldt South China Morning Post. Er werden meer dan 80.000 mensen geëvacueerd. Vooral het bergachtige district Miyun is zwaar getroffen: daar kwamen 28 mensen om het leven.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In de meeste delen van Beijing viel binnen zes uur meer dan 150 millimeter regen en in sommige gebieden zelfs meer dan 300 millimeter. Beelden tonen ondergelopen wijken en weggespoelde wegen.
President Xi Jinping en premier Li Qiang riepen op tot maximale inzet van hulpdiensten. ‘Er moet alles aan worden gedaan om vermisten te vinden en verdere slachtoffers te voorkomen,’ aldus Li.
Toeristische trekpleisters, campings en busroutes in risicogebieden zijn gesloten. Meteorologen waarschuwen voor aanhoudende neerslag en een hoog risico op modderstromen en overstromingen.
Ze hielpen oppositieleden om zich kandidaat te stellen
Dinsdag veroordeelde de justitie vijfenveertig Hongkongers, die waren veroordeeld voor ‘subversie’, tot gevangenisstraffen tot tien jaar. Advocaat Benny Tai, een van de leidende figuren in de beweging, kreeg de langste gevangenisstraf tot nu toe onder de wet van 2020, die een jaar na massale prodemocratische protesten in China’s speciale administratieve regio werd uitgevaardigd, meldt de South China Morning Post.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Alle activisten werden schuldig bevonden aan het organiseren van een onofficiële voorverkiezing om oppositiekandidaten te selecteren voor de parlementsverkiezingen van 2020. Dat deden ze in de hoop een meerderheid te behalen in de lokale volksvertegenwoordiging, een veto uit te spreken over begrotingen en mogelijk het aftreden af te dwingen van de toenmalige pro-Beijing leider van Hong Kong, Carrie Lam.
Ondanks waarschuwingen van de autoriteiten brachten 610.000 mensen hun stem uit in de voorverkiezing van juli 2020. De Verenigde Staten, Australië en mensenrechtenorganisaties reageerden onmiddellijk en veroordeelden deze vonnissen als bewijs van de uitholling van de politieke vrijheden in Hongkong sinds Peking zijn greep op de bestuurlijke regio heeft verstevigd.
Tienduizenden mensen zijn geëvacueerd vanwege het noodweer
Aanhoudend noodweer in het noorden van China heeft aan tientallen mensen het leven gekost. Volgens de BBC gaat het om de nasleep van tyfoon Doksuri, die veel regen met zich mee heeft gebracht. In Beijing en omstreken zijn zeker twintig doden gevallen en nog eens twintig mensen worden vermist.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Naar aanleiding van de storm zijn ruim vijftigduizend mensen geëvacueerd. Grote delen van Beijing zitten zonder stroom en het leger is ingezet om te zorgen dat iedereen genoeg voedsel, drinkwater en medicijnen krijgt. In de meer afgelegen gebieden zijn dorpen door overstromingen en aardverschuivingen afgesloten van de buitenwereld.
Voor de getroffen huishoudens lijkt de noodsituatie nog verre van voorbij: woensdag wordt verwacht dat tyfoon Khanun in China aan land gaat, waarmee het de derde tyfoon in twee weken tijd wordt die het Aziatische land treft. Volgens experts is het in de afgelopen decennia niet eerder voorgekomen dat het in China zo veel heeft geregend in zo’n korte periode.
Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.
Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.
Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.
Scoops
Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.
Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei
In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.
Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten.
Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.
John Honovich
IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.
Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees
Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.
Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.
Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.
Hausse
Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’
Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn.
Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren.
Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’
‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’
Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’
Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.
De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.
‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.
‘Verdachte personen’
Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.
De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.
‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’
‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’
In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’
Ovalbek Turdakun
Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.
Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn
Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.
De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.
Ethisch standpunt
Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich.
De Indiase export is in de maand mei met ruim 67 procent gegroeid tot 32,21 miljard dollar, dankzij positieve ontwikkelingen in sectoren als techniek, farmaceutica, olieproducten en chemie. Dit blijkt uit voorlopige gegevens die het Indiase ministerie van Handel deze week publiceerde. Business Standard bericht dat de export vorig jaar mei 19,24 miljard dollar bedroeg. In mei 2019 was dat 29,85 miljard dollar.
Docenten willen vrijuit spreken
Meer dan vier op de tien leraren van middelbare scholen in Hongkong vinden dat ze vrijuit hun mening moeten kunnen uiten, maar slechts een vijfde van de schoolhoofden denkt er hetzelfde over, zo blijkt uit een recente enquête. De bevindingen maken deel uit van een onderzoek door de Vereniging van Middelbare Schoolhoofden naar de professionele status en sociale erkenning van leraren.
Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd
Uit de peiling blijkt ook dat de meeste docenten en ouders van mening zijn dat leraren het recht hebben om vrijelijk deel te nemen aan ‘sociale evenementen’, hoewel de meesten het er wel over eens zijn dat docenten de verantwoordelijkheid hebben om studenten te ontmoedigen om deel te nemen aan illegale activiteiten.
Volgens de onderzoekers tonen de resultaten de opvattingen van ouders en leraren over de protesten tegen de regering die in juni 2019 uitbraken, waaraan veel docenten en studenten deelnamen. Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd op verdenking van aan de protesten gerelateerde misdrijven, schrijft South China Morning Post.
Ngo’s boycotten Winterspelen
China zal de Winterspelen van 2022 in Beijing organiseren. Maar een groeiend leger van mensenrechtenactivisten roept landen op om de spelen te boycotten vanwege de schendingen van mensenrechten door China, zoals de vervolging van Oeigoerse moslims in Xinjiang, die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is betiteld als’genocide’.
Een coalitie van ongeveer honderdtachtig mensenrechtenorganisaties heeft een ‘oproep tot actie’gedaan waarin landen en atleten worden opgeroepen tot een boycot van wat ze de’genocide Olympics’ zijn gaan noemen. Als Beijing ongestoord een Olympisch spektakel mag organiseren, zeggen ze, dan komt dat neer op acceptatie van de wreedheden van de Chinese regering tegen de Oeigoeren, het antidemocratisch optreden in Hongkong en andere mensenrechtenschendingen, aldus Vox.
‘Als genocide geen aanleiding is om de Olympische Spelen te boycotten, dan is niets dat meer’, zegt Zumretay Arkin van het World Uyghur Congress, een van de groepen die de campagne voor een boycot steunen.
België herroept ambassadeur
In april sloeg de vrouw van de Belgische ambassadeur in Zuid-Korea een medewerker in een kledingwinkel. Volgens Zuid-Koreaanse media werd de vrouw verdacht van winkeldiefstal. Bij het verlaten van de winkel zou ze boos hebben gereageerd toen een medewerker vroeg of ze wel had betaald voor de jas die ze droeg. Op bewakingsvideo’s is te zien hoe de ambassadeursvrouw vervolgens een medewerker slaat en een ander lastigvalt, meldt Der Spiegel.
De video werd later op sociale media gedeeld en daardoor leidde het incident tot wijdverbreide verontwaardiging. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de twee landen behoorlijk gespannen. Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nu laten weten dat het zijn ambassadeur Peter Lescouhier terugtrekt uit Zuid-Korea. ‘Het is duidelijk geworden dat de huidige situatie hem niet toestaat zijn rol op een ontspannen manier te blijven uitoefenen’, aldus een verklaring van het ministerie. Lescouhier was sinds drie jaar de ambassadeur in Seoul.
Zagreb kiest groene kandidaat
Een linkse en groene kandidaat won afgelopen zondag de race om het burgemeesterschap van de Kroatische hoofdstad Zagreb door zijn extreemrechtse rivaal in een tweede ronde te verslaan. Met deze uitslag krijgt de stad voor het eerst in twee decennia een nieuwe burgemeester. Tomislav Tomasevic, die een vooruitstrevend milieubeleid beloofde om de leefbaarheid in de hoofdstad te verbeteren, kreeg 65 procent van de stemmen. Zijn tegenstander was de 59-jarige ex-popzanger Miroslav Skoro.
De vertrekkende burgemeester, Milan Bandic, leidde meer dan twintig jaar de stad. Hij werd beschuldigd van corruptie, stapte toch in de race voor een nieuwe termijn, maar stierf in februari aan een hartaanval.
Tomasevic, 39, die wordt gezien als symbool van een nieuwe generatie Kroatische politici, voerde campagne met de belofte om vriendjespolitiek en de ‘octopus van corruptie’ in de hoofdstad uit te roeien. Hij belooft de hoofdstad ‘groener, eerlijker, efficiënter en transparanter’ te maken, aldus EuroNews.
Horeca Italië mag binnen open
Italië zet de coronaversoepelingen door en sinds afgelopen dinsdag mogen bars en restaurants hun klanten ook weer binnen bedienen, tot opluchting van uitbaters die niet beschikten over een terras buiten. De verplichting tot het dragen van mondkapjes wanneer klanten niet zitten, eten of drinken, blijft vooralsnog van kracht.
De klassieke Italiaanse gewoonte van een espresso ‘al bancone’, aan de bar, was sinds maart verboden, maar wordt nu dus weer in ere hersteld zo meldt The Local. Vooral dat verbod leidde tot protesten van Italiaanse bareigenaren, omdat de traditie van een snelle koffie aan de bar de ‘levensader’ vormt voor tienduizenden kleine bedrijven in de horeca.
Situatie Libanon is uitzichtloos
De langdurige economische crisis in Libanon behoort tot ’s werelds tien zwaarste crises sinds het midden van de negentiende eeuw. Dat schrijft de Wereldbank in een recent rapport, weergegeven door . ‘Voortdurende beleidsinactiviteit en de afwezigheid van een optimaal functionerende uitvoerende autoriteit bedreigen de toch al kwetsbare sociaal-economische omstandigheden en de broze sociale vrede, terwijl een duidelijk keerpunt aan de horizon ontbreekt’, aldus de Wereldbank geciteerd door Middle East Monitor. Volgens het rapport is het bbp van Libanon gekelderd van bijna 55 miljard dollar in 2018 tot naar schatting 33 miljard dollar in 2020, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking in dollars met ongeveer 40 procent is gedaald.
Duitsland sluit grenzen met Tsjechië en Tirol uit angst voor mutaties
Uit vrees voor nieuwe coronavirusvarianten sluit Duitsland zijn grenzen met Tsjechië en Tirol. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer zei donderdag tegen de Süddeutsche Zeitung dat de maatregel zondagavond van kracht zou gaan en dat Tirol en de Tsjechische regio’s die aan Duitsland grenzen, zouden worden opgenomen in de lijst van gebieden die zwaar getroffen zijn door de virusmutaties. Op deze lijst staan reeds landen als Groot-Brittannië, Zuid-Afrika, Brazilië en Portugal. Sinds eind januari zijn al de meeste reizen vanuit deze landen naar Duitsland verboden.
De Europese regiodirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie, Hans Kluge, heeft donderdag gewaarschuwd voor het ‘valse gevoel van veiligheid’ dat ontstaat door de vaccinatiecampagnes die over de hele wereld in gang zijn gezet, bericht het Duitse weekblad Stern. ‘De overgrote meerderheid van de Europese landen blijft kwetsbaar’, aldus Kluge.
Griekenland richt speciale universiteitspolitie op
Het Griekse parlement heeft donderdagavond een wetsvoorstel aangenomen tot oprichting van een nieuwe politiemacht op universiteiten, bericht de Griekse krant E Kathiremini. De campuspolitie is uitgerust met wapenstok en pepperspray, maar draagt geen vuurwapen, en zal de orde op en rond de universiteiten handhaven.
Tijdens het debat demonstreerden volgens de politie ongeveer duizend mensen voor het Griekse Parlement tegen deze maatregel, die zij ondemocratisch noemen. Euronews bericht dat ook ook duizenden universiteitsprofessoren de regering hebben opgeroepen de wet in te trekken.
Een reportage van Al Jazeera over de protesten tegen de wet van de afgelopen weken.
Universiteiten in Griekenland zijn vaak het toneel van geweld: de foto van de aanval van afgelopen oktober op de rector van de Economische en Bedrijfsuniversiteit van Athene door een groep jongeren, die hem een bord om zijn nek hingen met de tekst ‘Solidariteit met de bezettingen’, ging rond op de sociale media en schokte de publieke opinie.
‘Nergens anders ter wereld zien we beelden (…) van historische gebouwen die worden vernield, lokalen die worden geplunderd’, zei premier Mitsotakis vóór de stemming tegen de parlementariërs.
‘De kwestie van politie op de campus ligt in Griekenland bijzonder gevoelig sinds het militaire bewind van 1967-1974’, schrijft E Kathiremini. Tijdens een studentenopstand in 1973 die uiteindelijk leidde tot de val van de junta, reed een tank door de poorten van de Nationale Technische Universiteit van Athene, waarbij minstens vierentwintig studenten en burgers om het leven kwamen.
China haalt BBC World News van de buis
Nadat de Britse autoriteiten vorige week de zendvergunning voor China’s publieke zender introkken, kondigde Beijing op donderdag (11 februari) aan dat het de uitzendrechten van BBC World News in China zou opschorten omdat de inhoud in strijd zou zijn met de richtlijnen van het land, meldt The Daily Telegraph.
Een overduidelijke ‘tit for tat’-vergeldingactie van Beijing, aldus CNN.
De BBCwijst erop dat haar ‘site en applicatie reeds ontoegankelijk waren’ vanuit China
De NRTA, de Chinese zendautoriteit, stelt dat de berichtgeving van de BBC over China ‘een ernstige schending’ inhoudt van de richtlijnen, waaronder de plicht ‘waarheidsgetrouwe’ informatie te verstrekken, schrijft The Daily Telegraph. In een verklaring zegt de NRTA dat de uitzendingen van BBC de nationale belangen en eenheid van China hebben geschaad.
Vorige week heeft Londen de vergunning ingetrokken van de Engelstalige Chinese nieuwszender CGTN, die in handen is van de staat, omdat zij van mening is dat deze onder controle staat van de Chinese Communistische Partij.
Volgens The Wall Street Journal is het besluit van Beijing vooral ‘symbolisch’, omdat internationale omroepen zoals de BBC al een beperkt bereik in China hebben. De programma’s van de zender zijn gewoonlijk alleen te zien ‘in luxehotels en -resorts waar buitenlanders verblijven, en zelfs daar gaan de schermen vaak op zwart wanneer het nieuws over China gaat’, aldus de krant. Ook de BBCwijst erop dat haar ‘site en applicatie reeds ontoegankelijk waren’ vanuit China.
Prijs én energieverbruik bitcoin door het dak
De prijs van bitcoin bereikte een recordhoogte nadat Tesla bekend maakte dat ze voor 1,5 miljard dollar aan cryptovaluta heeft gekocht en deze accepteert als betaalmiddel voor haar auto’s. De recente opmerkingen van Elon Musk over digitaal geld hebben de overtuiging van bitcoinaanhangers dat de digitale munt ooit een wettig betaalmiddel zal zijn, versterkt.
Tesla’s investering in zo’n volatiele markt is echter een grote gok en doet afbreuk aan de groene geloofwaardigheid van het bedrijf, schrijft The Economist. De hoeveelheid computerenergie die nodig is om bitcoin te delven vertegenwoordigt 0,58 procent van het totale elektriciteitsverbruik in de wereld, volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance.
Naar het café? Eerst registreren met je telefoon
Vandaag (12 februari) kunnen de inwoners van de Spaanse autonome regio Castilië-La Mancha weer naar het café of restaurant, na een 26 dagen lange sluiting van de horeca, een van de maatregelen die de regionale regering heeft genomen om de besmettingen tijdens de derde golf van het coronavirus in te dammen, bericht El País.
Als je in Castilië-La Mancha de kroeg in wilt, moet je met je smartphone een QR-code scannen, een nieuw verplicht protocol dat donderdag 11 februari om middernacht is ingegaan. Het heeft als doel contacten zo snel mogelijk op te sporen en te lokaliseren voor het geval zich een besmetting in een horecalokaal voordoet.
Horecagelegenheden moeten wel om 21.00 sluiten en mogen maar een derde van hun normale capaciteit aan gasten toelaten, meldt El Mundo. De avondklok van 22.00 blijft van kracht in de regio van Don Quichot van La Mancha.
Volgens officiële cijfers van de regionale gezondheidsautoriteiten lagen op 9 februari in dit gebied met zo’n twee miljoen inwoners ten zuiden van Madrid 1107 mensen in de ziekenhuizen, waarvan 226 op de intensive care.
Aan de Tsinghua-universiteit in Beijing is een nieuwe koolstofvezel ontwikkeld met een trekkracht die 45 keer zo groot is als die van welk ander materiaal dan ook. Komt de lift naar de ruimte er nu echt?
Onderzoekers aan de Tsinghua-universiteit in Beijing beweren een koolstofvezel te hebben ontwikkeld die zo sterk is dat er zelfs een ruimtelift mee kan worden gebouwd. Eén kubieke centimeter van deze vezel – gemaakt van koolstofnanobuizen – kan volgens hen het gewicht dragen van 160 olifanten, ofwel meer dan 800 ton. En dat kleine stukje kabel weegt dan zelf maar 1,6 gram. Wang Changqing, die aan de Northwestern Polytechnical University in Xian onderzoek naar ruimteliften doet en niet bij deze studie betrokken was, noemt het ‘een doorbraak’.
Wat de onderzoekers hebben ontwikkeld, is een nieuwe ‘ultralange’ vezel van koolstofnanobuizen die naar hun zeggen sterker is dan enig ander materiaal. Ze hebben de technologie dit jaar gepatenteerd en een deel van hun onderzoeksresultaten gepubliceerd in het tijdschrift Nature Nanotechnology.
‘De treksterkte van koolstofnanobuisbundels is zeker 9 tot 45 keer zo groot als die van andere materialen’, schrijven ze in dat artikel. Ze voorspellen een grote vraag naar deze nieuwe vezel ‘voor tal van high-end toepassingen zoals bijvoorbeeld sportuitrustingen, kogelwerende kleding, lucht- en ruimtevaart, en zelfs ruimtevaartliften.’
Ruimtelift
Een lift van de aarde naar de ruimte: het lijkt misschien sciencefiction, maar het idee bestaat al meer dan een eeuw en wetenschappers hebben er de afgelopen decennia verschillende ontwerpen voor bedacht. Eén idee is bijvoorbeeld om een grote satelliet in een geostationaire baan om de aarde te brengen, en van daaruit een kabel aan één kant te verankeren in de aarde en aan de andere kant in de ruimte te laten zweven met een contragewicht eraan.
Die kabel wordt strak gehouden door de zwaartekracht van de aarde en de middelpunt- vliedende kracht van het contragewicht, als een touw met een loodje dat je rondzwaait. Daarlangs kan de lift dan op en neer gaan.
Tot nu toe komen ideeën voor een ruimtelift niet verder dan de tekentafel, omdat er nog geen materiaal bestaat dat sterk genoeg is voor de superlichte en ultrasterke kabels die zo’n project vereist. Volgens de NASA moeten die kabels, om niet te veel uit te rekken, een treksterkte hebben van maar liefst 7 gigapascal.
In 2005 schreef het Amerikaanse ruimtevaartagentschap zelfs een wedstrijd uit om dat materiaal te ontwikkelen. De winnaar kon rekenen op twee miljoen dollar. Niemand heeft de prijs opgeëist. Maar het team van Tsinghua onder aanvoering van hoogleraar chemische technologie Wei Fei zegt nu dat hun nieuwe koolstofnanobuisvezel een treksterkte heeft van 80 gigapascal.
Voor een ruimtelift is meer dan 30.000 km aan kabel nodig
Koolstofnanobuizen zijn opgerolde plaatjes grafeen, de koolstof met atomen in een honingraatstructuur: zeshoeken met een diameter van hooguit één nanometer. Het is een van de sterkste materialen die we kennen, de treksterkte kan in theorie oplopen tot 300 gigapascal. Maar om praktisch toepasbaar te zijn, moeten deze buizen tot een soort kabels worden gebundeld: dat is moeilijk te realiseren en heeft weer een negatief effect op de totale treksterkte van het eindproduct.
Volgens ruimtevaartdeskundige Wang is voor een ruimtelift meer dan 30.000 km aan kabel nodig, plus ander materiaal voor onder meer een rail en een schild tegen ruimtepuin en ander omgevingsgevaar. ‘Als de kabel niet sterk genoeg is, zou hij zijn eigen gewicht niet eens kunnen dragen.
Tot nu toe was er geen materiaal bekend dat hier sterk genoeg voor was’, zegt Wang, adjunct-hoofd van het China-Rusland International Space Tether System Research Centre. Hoe sterk de kabels voor een ruimtelift moeten zijn, hangt van het ontwerp af. Volgens Wang lijkt de vezel van koolstofnanobuis op dit moment de meest veelbelovende kandidaat, maar moeten nadere berekeningen en simulaties uitwijzen hoe die werkelijk zal presteren.
‘De kabel is een van de grote problemen voor een ruimtelift, maar niet het enige probleem’, zegt hij bovendien. Zo zijn Chinese en Russische ruimtewetenschappers ook samen op zoek naar een veilige en effectieve manier om een dunne, vederlichte kabel van buiten de atmosfeer naar de aarde te laten zakken.
Bij binnenkomst in de dampkring ontstaat zo veel wrijvingshitte dat de kabel kan verbranden, en om de lijn strak te houden moet het contragewicht zo groot als een asteroïde zijn. Het Internationaal Ruimtestation ISS valt qua omvang en complexiteit in het niet bij zo’n project, aldus Wang. Maar landen als China, de Verenigde Staten, Rusland en Japan blijven er onderzoek naar doen. De kabeltechniek kan ook inzetbaar zijn voor militaire doeleinden, zoals de onderschepping van ‘niet-coöperatieve doelen’ (vijandelijke satellieten).
Twee satellieten
Japan heeft vorige maand twee satellieten gelanceerd voor het allereerste experimentele onderzoek naar de beweging van een lift in de ruimte. Ze laten een minilift aan een kabel heen en weer gaan tussen deze twee satellieten. De uitkomst van dat experiment is nog niet bekend. Ook China heeft al tests met kabels in de ruimte gedaan, maar die onderzoeksgegevens zijn staatsgeheim.
Een lift naar de ruimte kan nog jaren op zich laten wachten, maar volgens Wei wil zijn team wel proberen tot massaproductie van de nieuwe vezel te komen, voor militaire en andere toepassingen. ‘Dit kan weleens een gamechanger gaan worden voor veel sectoren’, zegt hij. Hij wijst bijvoorbeeld op de methode om energie op te slaan in mechanische batterijen, met een supersnel elektromagnetisch vliegwiel in een vacuüm.
Hoe lichter en sterker het materiaal waarvan zo’n vliegwiel is gemaakt, hoe sneller het kan draaien. Met deze nieuwe koolstofvezel zou zo’n batterij volgens Wei veertig keer zoveel energie kunnen opslaan als een vergelijkbare lithiumaccu. Dan zou een Tesla Model S met één volle accu 16.000 kilometer kunnen rijden: van Londen naar Sydney.
Maar de technologie zal waarschijnlijk eerst worden ingezet voor militaire doeleinden, aldus Wei: ‘Nieuwe wapensystemen zoals rail- en laserkanonnen vergen vaak enorm veel stroomopslag, en daarvoor biedt onze technologie een potentiële oplossing.’ In 2013 ontwikkelde zijn team al de langste koolstofnanobuis ter wereld, van een halve meter lang. Onlangs hebben ze er een van zeventig centimeter gemaakt.
Als de massa- productie van deze vezel eenmaal mogelijk is en de energiedichtheid van mechanische batterijen daardoor stijgt, wordt dat ‘de doodsteek voor de fossiele brandstofmotor’. Dat zegt Song Liwei, die aan het Harbin Institute of Technology in Heilongjiang onderzoek doet naar mechanische batterijen. ‘Maar die vliegwielen zijn zo groot als een vat, zodat je een vezel van meerdere kilometers nodig hebt om zo’n batterij te bouwen’, zegt hij. ‘Zo ver zijn we nog lang niet.’
Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.
Zwaar vervuilde metropolen als Beijing en Shanghai proberen de lucht- en levenskwaliteit te verbeteren door te kiezen voor minder auto’s, slimmer en beter openbaar vervoer en deelfietsen.
De door verkeersopstoppingen en vervuiling geplaagde Chinese steden onderzoeken manieren van vervoer die minder belastend zijn voor het milieu en de sociale omgeving. Sommige steden zijn daarin wereldwijd toonaangevend geworden, zoals Hangzhou, ten zuidwesten van Shanghai, dat in 2017 een internationale prijs won met zijn stedelijke deelfietsproject. Meer recent heeft Shenzhen, een grote stad ten noorden van Hongkong, al zijn stadsbussen elektrisch gemaakt.
China heeft de afgelopen veertig jaar een snelle verstedelijking ondergaan. In de jaren tachtig maakte het toenmalige ‘koninkrijk van de fiets’ een economische ontwikkeling door, die tot gemotoriseerd vervoer leidde. Nu verandert het land opnieuw, ditmaal in de richting van modern, duurzaam vervoer. Je kunt tegenwoordig met je mobieltje het slot van een deelfiets openmaken, over een speciaal aangelegd fietspad naar het dichtstbijzijnde busstation rijden, de fiets parkeren en naar je volgende bestemming reizen. Zoiets is in veel Chinese steden al de gewoonste zaak van de wereld.
Als grootste ontwikkelingsland ter wereld zijn de ervaringen die China opdoet met grootschalige vervoersexperimenten en het toepassen daarvan van enorme waarde voor andere ontwikkelingslanden. China begon in 2004 met de aanleg van stedelijke spoorverbindingen en snelle buslijnen, de zogeheten BRT (Bus Rapid Transit). In het derde kwartaal van 2017 hadden 29 Chinese steden enigerlei vorm van stedelijke spoorverbinding zoals metro, lightrail, monorail of het geautomatiseerde transportsysteem APM, met 118 lijnen die zich uitstrekken over 3862 kilometer en jaarlijks 17,68 miljard passagiers vervoeren.
De stedelijke spoorverbindingen in Shanghai en Beijing zijn langer dan die in Londen en drukker dan die in New York en Parijs. In sommige Chinese steden nemen de spoorverbindingen ongeveer de helft van al het openbaar vervoer voor hun rekening.
BRT-systemen
Maar vervoer per spoor is duur. De Wereldbank adviseert ontwikkelingslanden zich te richten op BRT-systemen – een benadering die ook de voorkeur heeft van Chinese stadsbestuurders. Het ontwerp van het in 2005 gelanceerde BRT-systeem van Beijing maakte gebruik van in Latijns-Amerikaanse landen opgedane ervaringen, zoals de speciale busbanen voor BRT-bussen in Brazilië, dichte stations, snelle en frequente diensten, ticketverkoop buitenboord en goede informatie voor passagiers. Sinds begin 2018 beschikken 32 Chinese steden over een BRT-systeem en wordt in nog tien andere aan het ontwerp of de bouw ervan gewerkt. Het BRT-systeem in het Zuid-Braziliaanse Curitiba was van grote invloed op de eerste ontwerpen voor China’s eigen systemen.
In de begindagen leverde de Chinese toepassing van Latijns-Amerikaanse BRT-systemen nogal wat integratieproblemen op met bestaande busroutes en moest het ontwerp worden aangepast aan de specifieke structurele behoeften van Chinese steden. China had een groter aantal bestaande busroutes dat over BRT-busbanen liep, zodat de invloed van de nieuwe rijbanen beperkter was, terwijl in Curitiba slechts een klein aantal routes via de busbanen mocht lopen.
In 2009 lanceerde de provincie Guangzhou een model dat ook andere dan BRT-bussen toestond de busbaan te gebruiken, en tegelijkertijd BRT-bussen toestond zich ook buiten de baan te begeven, zodat de reistijd verbeterde.
Het BRT-systeem van Guangzhou heeft ook een transportcorridor, die verschillende vormen van vervoer combineert. De corridor kan op piekmomenten 28.000 passagiers per uur verwerken – meer dan de meeste metro’s en alle lightrailsystemen waar ook ter wereld. In 2011 won het BRT-systeem van Guangzhou de Sustainabable Transport Award en de UN Lighthouse Award.
Als reactie op de schade die door het gemotoriseerde vervoer wordt toegebracht aan stedelijke mobiliteit, luchtkwaliteit en gezondheid, zijn Chinese steden begonnen de stedelijke ruimte opnieuw in te richten, met meer aandacht voor de manier waarop mensen interageren en leven.
In 2016 publiceerde Shanghai de Shanghai Street Design Guide, een stedenbouwkundige blauwdruk waarin de aandacht verschoof van auto’s naar mensen. De gids legde de nadruk op lopen en fietsen, en op minder ruimte voor auto’s. De bedoeling was prioriteit te geven aan langzamere vormen van vervoer, ruimte te scheppen voor voetgangers, de doorstroming van fietsen te bevorderen en zodoende een aangenamere leefomgeving te creëren.
Behalve Shanghai en Guangzhou werken inmiddels ook tientallen andere steden, waaronder Wuhan en Nanjing, aan hun eigen stedenbouwkundige gids. Steeds meer steden sluiten zich aan bij de revolutie.
Fietsen
Omdat China blijft verstedelijken, hebben forenzen nieuwe vormen van vervoer nodig. Elektrische fietsen en de recentere deelfietsprojecten hebben het land overspoeld. Ze beantwoorden aan de algemene behoefte aan zowel snelheid als gemak. Maar de toestroom van fietsen wordt ook verantwoordelijk gesteld voor de verstopping van de trottoirs en andere vormen van openbare overlast.
In 2014 had China meer dan tweehonderd miljoen elektrische fietsen, die voor talloze huishoudens het belangrijkste vervoermiddel waren. Vanaf mei 2015 zijn er in Chinese steden meer dan tien miljoen fietsen uitgezet als onderdeel van een deelfietsproject, met meer dan honderd miljoen geregistreerde deelnemers die samen goed zijn voor ruim een miljard ritten. Dit heeft volgens particuliere bedrijven en overheden geleid tot een drastische verlaging van de uitstoot van koolmonoxide.
Elektrische fietsen stoten geen vervuilende stoffen uit, nemen weinig ruimte in beslag op de weg en zijn geschikt voor korte en middellange ritten. Ze zijn sneller dan gewone fietsen, minder vermoeiend en redelijk goedkoop. De mogelijkheid om zonder veel beperkingen deelfietsen te huren en te parkeren heeft het gebruik ervan in steden bevorderd. De elektrische fiets is een uitstekende optie in steden met slecht openbaar vervoer, terwijl deelfietsen kunnen helpen om ‘de laatste kilometer’ af te leggen – het laatste stukje tussen een ov-station en huis – en daarmee korte autoritten overbodig maken. Volgens gegevens van het deelfietsenbedrijf Mobike wordt 81 procent van de deelfietsen in Beijing in de buurt van ov-stations gebruikt. In Shanghai is dit zelfs 90 procent.
Maar deze zich snel ontwikkelende vormen van vervoer stellen stedenbouwkundigen voor uitdagingen. Elektrische fietsen zijn relatief snel en hun aantal neemt in rap tempo toe, maar ze zijn ook een belangrijke oorzaak voor verkeersongelukken geworden. Tussen 2013 en 2017 werden er in China 56.200 ongelukken veroorzaakt door elektrische fietsen, waarbij 8431 mensen omkwamen en 63.500 mensen gewond raakten. Het grootste probleem met deelfietsen is inmiddels het lukraak parkeren, dat het gevolg is van een gebrek aan infrastructuur en het almaar uitblijven van wetgeving omtrent fietsgebruik.
Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn
De nieuwe vormen van vervoer zijn dus vaak reden voor conflicten met stadsbestuurders. Maar de overheid probeert daar iets aan te doen. Zo beperkte China aanvankelijk de snelheid en het gewicht van elektrische fietsen – een controversiële maatregel die slecht viel bij het publiek. Sommige stadsbesturen verboden of beperkten simpelweg het gebruik ervan.
Deze pogingen leidden uiteindelijk tot het ‘Nanning-model’, genoemd naar de stad in de zuidelijke provincie Guangxi bij de grens met Vietnam, dat alle verboden ophief en in plaats daarvan de verkeerslichten, wegbebakening en voorlichting over veilige verkeersdeelname optimaliseerde. Dit leidde tot een vreedzame co-existentie tussen de stad en de elektrische fiets.
Op diezelfde manier heeft de centrale regering regelgeving ingevoerd om de snelle groei van deelfietsprojecten in goede banen te leiden, in plaats van hun toename te beperken. Ook zijn sommige steden begonnen met het verbeteren en uitbreiden van hun infrastructuur, zoals fietspaden, om ‘fietsvriendelijkheid’ te bevorderen.
Prettige woonomgeving
Andere landen die zich in eenzelfde ontwikkelingsfase bevinden, kunnen waardevolle lering trekken uit de Chinese overstap op duurzamer openbaar vervoer in de steden. Om de uitstoot van koolmonoxide te beperken, moet het openbaar vervoer concurreren met auto’s, wat betekent dat het snel, gemakkelijk en comfortabel moet zijn. Goed openbaar vervoer is niet enkel een kwestie van meer lijnen. Belangrijker is dat het goed is opgezet en zo functioneert dat meer mensen er baat bij hebben. Dat uitgangspunt stond in sommige Chinese steden voorop bij het beperken van het autogebruik en het bevorderen van een snelle overstap op duurzamere middelen van vervoer.
In de Braziliaanse stad São Paulo maakt 25 procent van de inwoners gebruik van openbaar vervoer met een hoge capaciteit (metro’s, trams en BRT). In Beijing bedraagt dit aantal 60 procent, wat betekent dat bepaalde vormen van privévervoer met succes zijn vervangen.
Het volledig integreren van fietsen en openbaar vervoer bevordert een gecoördineerde ontwikkeling van het openbaar vervoer. Het wordt aantrekkelijker voor het publiek en lost het probleem van de ‘laatste kilometer’ op.
Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn. Dit heeft ertoe geleid dat bij stedenbouwkundige ontwerpen de mens nu centraler staat.
Met het vorderen van wetenschap en technologie zijn er in China nieuwe vormen van vervoer en reizen ontstaan, zoals elektrische fietsen met accu’s met een lange levensduur en openbare deelfietsprojecten op basis van ‘fintech’-betalingssystemen. Deze overgang is niet zonder problemen verlopen, maar de innovatie heeft de overstap naar duurzaam vervoer uiteindelijk wel bevorderd.
Auteur: Liu Shaokun
Vertaler: Peter Bergsma
Chinadialogue
China / Verenigd Koninkrijk / VS | chinadialogue.net
Deze in 2006 opgerichte site wil de dialoog bevorderen tussen China en de rest van de wereld ten aanzien van milieukwesties. De artikelen worden gepubliceerd in het Chinees en het Engels, evenals de commentaren van de lezers.
Van alle artikelen uit de wereldpers die wij in deze editie de moeite waard vonden om te laten vertalen, te duiden en opnieuw af te drukken, raakt dat van Byung-Chul Han het meest de kern van 360. Hij beschrijft hoe anders Aziaten denken over de uniciteit van het origineel, dat volgens hen niet per se interessanter is dan een kopie.
Alleen wie er nadrukkelijk van uitgaat (lees, de westerling) dat een origineel onherhaalbaar, onschendbaar en uniek is, spreekt van een vervalsing. Terwijl Chinezen een vervalsing nog wel eens verkiezen boven wat wij ‘echt’ noemen en bijvoorbeeld kopieën naar buitenlandse musea sturen in de vaste overtuiging dat die net zo waardevol zijn als het origineel. Of waardevoller.
Die zienswijze doet niet onder voor wat op andere continenten geldt, waar een replica van een kunstwerk nul en generlei waarde heeft. Een valse Rolex is vaak niet te onderscheiden van een exemplaar van het in 1905 geregistreerde oorspronkelijke merk – maar wel een stuk goedkoper.
Voor het eerst in de architectuurgeschiedenis gebeurde het dat de kopie eerder klaar was dan het origineel
In het geval van de Iraaks-Britse architecte Zaha Hadid maakten de copycats in China het nog bonter. Voor het eerst in de architectuurgeschiedenis gebeurde het dat de kopie van haar Wangjing SOHO-complex eerder klaar was dan het origineel, waarvan de bouw in Beijng toen pas begonnen was. Een Chinese bouwonderneming had de twee reusachtige asymmetrische torens van Hadid in recordtempo gekloond en zette een kopie neer in Chongqing. Filosofisch opwindend, zei de in 2016 overleden Hadid destijds tegen het Duitse weekblad Der Spiegel. Een rechtszaak zou ze hebben verloren omdat het niet om een exacte kopie ging en de tegenpartij zich daar succesvol achter zou hebben kunnen verschuilen in de knip- en plakcultuur die het web en de globalisering ook met zich mee hebben gebracht. Zij hield er ‘een ongemakkelijk gevoel’ aan over.
In China zit niemand ermee. Daar bestaat geen minachting voor wat in het Westen zou worden afgedaan als fantasieloze namaak. Integendeel, een kundige vervalsing kan juist een bewijs van vakmanschap zijn. Kopiëren betekent in het Oosten minimaal hetzelfde niveau behalen, of hoger. Die verbetering mag dan technologisch superieur zijn en de discussie interessant, maar laten we wel wezen, zonder origineel ook geen kopie.
Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.
Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.
Wolf tussen schapen
Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.
Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.
Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO (in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.
Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.
De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.
Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.
The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet
De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.
Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.
CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur
Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.
CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan
Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.
CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt
De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’
De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.
CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging
Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.
CONTEXT V: Anoniem gedicht
anoniem gedicht
Ik ben tegen
Ik ben tegen de noordenwind
Ik ben tegen de smog
Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
En die hoge muren
Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
En het prikkeldraad dat ze omgeeft
Tegen de schoenen die om de voeten knellen
En de uniforme kleur van hun leer
Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
Ik ben tegen het verraad
Ik ben tegen de ondankbaarheid
Ik ben tegen het voldane gelach
Ik ben tegen de doordringende kreten
Ik ben tegen de machteloze snikken
Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
Ik ben ook tegen mezelf
Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
Waarin ik zeg dat ik tegen ben
Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
Ik ben tegen de geveinsde kalmte
Ik ben tegen de grandiositeit
Ik ben tegen de onderdrukking ervan
Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
Ik ben tegen de pure onnozelheid
Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
‘Ik ben tegen!’
Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.
Volgens uit het Vaticaan gelekte informatie zouden er voor het eerst sinds 1949 banden kunnen worden aangeknoopt tussen China en het Vaticaan. Maar columnist Lu Feng uit Hongkong vindt dat er buitensporige concessies van het Vaticaan worden geëist.
Het Vaticaan is begonnen met de publicatie van een communiqué waarin, zonder diens naam te noemen, kritiek werd geleverd op kardinaal Joseph Zen Ze-Kiun, de emeritus-bisschop van Hongkong. De kardinaal zou valse informatie hebben verspreid, verwarring hebben gesticht en polemiek hebben bedreven. Maar daarna werd er informatie naar buitenlandse media gelekt volgens welke er spoedig verbetering zou komen in de relaties met China, zoals kardinaal Zen had voorspeld. Je zou dus denken dat het Vaticaan en Beijing de komende tijd een akkoord zullen bereiken over het bestuur van de katholieke gemeenschap in China. En dat er weldra diplomatieke banden zullen worden aangeknoopt.
De regering van Taiwan, de kerk en de gelovigen moeten zich moreel voorbereiden op deze ontwikkeling, die een breuk tussen het Vaticaan en Taiwan impliceert, zoals door Beijing wordt geëist.
Volgens informanten zou het Vaticaan grote concessies hebben gedaan tijdens deze onderhandelingen met China. Het zou zich vooral bereid hebben getoond zeven bisschoppen te erkennen die door de Chinese autoriteiten (lees: de patriottische kerk, zonder banden met het Vaticaan) zelf zijn ingewijd. Het zou eveneens magister Pierre Zhuang Jianjian (88), de bisschop van Shantou, en magister Joseph Guo Xijin (70), de bisschop van Mindong, die beiden zijn benoemd en erkend door de Heilige Stoel zelf, hebben verzocht met pensioen te gaan en plaats te maken voor door Beijing benoemde prelaten. Volgens bronnen van het Vaticaan zal de Heilige Stoel een stem krijgen in de benoeming van bisschoppen in China, decennialang een belangrijk twistpunt tijdens de onderhandelingen.
Gekooide vogels
Toch geven de bronnen toe dat het beoogde akkoord tussen China en het Vaticaan verre van ideaal is en dat de situatie de komende tien of twintig jaar evengoed kan verslechteren als verbeteren: ‘We zullen gekooide vogels blijven, maar de kooi zal groter zijn. Het leed zal voortduren, maar we zullen wat meer ruimte krijgen in onze kooi.’
Waarom zou de Heilige Stoel, die heel goed beseft dat hij zich in ‘de kooi’ van de Chinese Communistische Partij (PCC) dreigt te laten opsluiten, met alle geweld zo’n onbevredigend akkoord willen nastreven? Alleen de leden van de Romeinse Curie kunnen die vraag beantwoorden. Sommigen vrezen dat het akkoord de vrijheid van gedachte en godsdienst alleen maar verder zal inperken, evenals de algehele mensenrechten in de Volksrepubliek China en zelfs in Hongkong.
Sinds het negentiende Partijcongres van vorig jaar heeft president Xi Jinping zijn toch al ijzeren greep op de macht nog verder verstevigd: niet alleen tolereert hij geen verdedigers van universele waarden meer, iets waarop met name werd aangedrongen door de PCC, hij duldt ook geen stemmen meer die zijn autoritaire bewind ter discussie stellen. Hij toont zich een pleitbezorger van ‘het Chinese model’ en wil dit model over de wereld verbreiden, zodat ontwikkelingslanden zich erdoor kunnen laten inspireren, een loopje kunnen nemen met de mensenrechten en menselijke vrijheden en een politieke dictatuur kunnen vestigen rond één man of één partij.
Als het Vaticaan er werkelijk in slaagt een akkoord te sluiten met China, zal Beijing het recht om bisschoppen te benoemen op een dienblaadje aangereikt krijgen. Op die manier zal alle onderdrukking waaraan de Chinese autoriteiten de kerk en haar gelovigen decennialang hebben blootgesteld onder het tapijt worden geveegd. Het zou een stilzwijgende acceptatie betekenen van al het geweld en de inperking van godsdienstvrijheid waarvan de Chinese bevolking al die tijd het slachtoffer is geweest (op het moment dat de communisten in 1949 de macht grepen werden de christelijke kerken gesommeerd hun banden met het ‘imperialistische buitenland’ te verbreken). Het zou niet alleen een schok zijn voor alle katholieken die ondanks de vervolging hun geloof trouw zijn gebleven, maar ook de Chinezen tot wanhoop stemmen die in de vrijheid van gedachte en godsdienst geloven. Als de Heilige Stoel zich vrijwillig laat opsluiten in de kooi van de PCC, zal deze de religieuze instellingen en de gelovigen in China nog strenger kunnen controleren. Wat de benoeming van bisschoppen en andere prelaten betreft zal de Romeinse Curie zich moeten schikken naar de wensen van de regering in Beijing en de ‘patriottische kerk’. De exegeses, de liturgie en het godsdienstonderwijs zullen erdoor getroffen worden. De leden van de Chinese clerus zullen niet langer voor rechtvaardigheid kunnen pleiten en hun gelovigen niet langer kunnen aansporen om vrijheid van gedachte en godsdienst te koesteren of zich om de allerarmsten te bekommeren.
De Heilige Stoel zal zich niet alleen laten kooien, maar bovendien meewerken aan een ware castratie van de hele katholieke kerk in China, die alleen nog maar een spreekbuis van de macht zal worden en steeds verder af zal komen te staan van de christelijke ideeën over rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde.
Bovendien is de katholieke kerk universeel en hecht ze aan onderwijs, riten en universele waarden. Je kunt je dus afvragen waarom ze daarop in het geval van China een uitzondering zou maken, door dat land toe te staan niet aan universele beginselen te gehoorzamen en het katholicisme in een Chinese variant te veranderen, die een geheel eigen invulling geeft aan het begrip godsdienstvrijheid. Daarbij gaat het niet alleen om het ontkennen van universele waarden als de vrijheid van eredienst, maar moet vooral worden gedacht aan het Vulgaat [bijbelvertaling in Latijn] van het fameuze Chinese model, omdat daarmee de overwinning van dat model wordt erkend en China kan doen wat het wil. Stel u eens voor hoe arrogant de machthebbers in Beijing zich zouden kunnen opstellen als zelfs de katholieke kerk met haar lange verleden zich voor hen zou buigen door niet langer de universele waarden te respecteren!
Hongkong
Ook Hongkong loopt direct gevaar, want de Speciale Administratieve Regio (SAR) kan nog zo graag een bisdom willen blijven dat losstaat van die van het continent, in een toekomst waarin de SAR waarschijnlijk steeds nauwere banden met het continent opgelegd zal krijgen dreigt het bisdom daar Chinese trekjes te gaan vertonen. In dat geval zal het bisdom van Hongkong zich zelfs niet meer sterk maken voor de democratie en de mensenrechten in China. Hoe kun je dan niet beducht zijn voor zo’n akkoord?
Dit vierkleurendagblad, in 1985 gelanceerd door de zakenman Jimmy Lai, dankt zijn succes aan zijn gemeenzame stijl en zijn korte, geïllustreerde artikelen, maar ook aan zijn vrijpostige houding tegenover Beijing.
CHRONOLOGIE
1942 Het Vaticaan erkent de Republiek China.
1946 De paus benoemt een nuntius in China.
1949 Communistische overwinning in Beijing, de nationalistische regering vlucht naar Taiwan.
1952 Paus Pius XII spoort de Chinese katholieken aan zich teweer te blijven stellen tegen vervolging. Het Vaticaan knoopt banden aan met Taiwan.
1957 Oprichting van de Chinese Katholieke Patriottische Vereniging die banden met Rome verbiedt. De gelovigen die de Heilige Stoel trouw blijven zetten hun activiteiten clandestien voort en worden vervolgd.
1976 Dood van Mao. Begin van het hervormingsbeleid.
1992 Door Beijing benoemde bisschoppen worden discreet erkend door Rome.
2014 Begin van een onderhandelingsronde.
Binnen enkele maanden werden van meer dan zesduizend bedrijfjes die de Chinese hoofdstad zo charmant maakten, de deuren dichtgemetseld. Winkeliers en stedenbouwkundigen denken dat de autoriteiten dat doen om de grond weer in bezit te krijgen.
In een mum van tijd zijn in de straten van Beijing tal van bedrijfjes op slag verdwenen. Ontbijtzaakjes, makelaardijen, groente- en fruitkramen, bazaars, cafés, manicure-pedicures, masseurs, bloemisten… De uithangborden zijn verwijderd en de deuren geblokkeerd met dreigende muren van baksteen.
Bij de deur van een van mijn favoriete restaurants trof ik de eigenaar gehurkt aan langs de kant van de straat, terwijl hij een sigaret rookte om de verveling te verdrijven. ‘Wat doet u hier?’ vroeg ik. ‘Ik wacht op klanten om ze via de achterdeur binnen te laten,’ legde hij uit. Zijn restaurant is getroffen door een ‘herzieningsmaatregel’ en zijn hoofdingang is dichtgemetseld. Van buiten kun je onmogelijk nog zien wat zich afspeelt in het restaurant dat gespecialiseerd is in de keuken van Hunan, een provincie in het midden van het land, en pittig gekruid varkensvlees verkoopt. De klanten kunnen alleen nog maar binnenkomen via het achterdeurtje dat normaal voor leveranciers is bestemd. Dat scheelt natuurlijk omzet.
Maar liefst zesduizend bedrijfjes hebben in drie maanden tijd hetzelfde lot ondergaan als onze restaurateur, en dat is nog maar het begin! De stad Beijing heeft aangekondigd binnen een jaar zo’n zestienduizend kleine bedrijven te willen sluiten. Deze maatregel beperkt zich niet tot de hoofdstad: Shanghai, Guangzhou en Wuhan volgen op de voet. Shanghai heeft zich ten doel gesteld ‘minstens vijftig miljoen vierkante meter aan illegale bebouwing’ te saneren.
Deze opzienbarende campagne om weer orde te scheppen in het stedelijk landschap luistert naar de naam ‘Strijd tegen de illegale openingen in muren’. Inderdaad zijn er in het verleden talrijke bedrijfjes geopend in ruimtes op de begane grond en zijn in de muren aan de straatkant gaten gehakt voor ramen of glazen deuren. Tot nu toe tolereerden de autoriteiten dit soort zaakjes, die net als andere bedrijven gewoon gemeentelijke belastingen moesten betalen. Maar nu waait er een andere wind en worden ze als een ware stedelijke plaag beschouwd.
Volgens de commissie die is belast met huisvesting en planning in de stad Beijing ‘is het ongeoorloofd wijzigen van de oorspronkelijke constructie van een gebouw schadelijk voor de soliditeit en aardbevingsbestendigheid’. Daarom worden nu al die illegale gaten en openingen gedicht en verdwijnen de pal aan de straat gelegen bedrijfjes in rap tempo. Toen ik hem vroeg waar zo’n ingrijpende campagne voor nodig was, antwoordde de eigenaar van het restaurant zonder aarzelen: ‘Om de mensen weg te jagen die niet van hier zijn.’ Veel mensen denken dat deze ‘opschoningsoperatie’ een bewijs is dat de stad Beijing zijn centrum wil ontdoen van de onderste lagen van de bevolking om zo meer ruimte te creëren.
‘Het Algemeen Stedenbouwkundig Plan van Beijing (2016-2030)’ zegt ‘de bevolking van Beijing blijvend te willen beperken tot rond de 23 miljoen’. Maar volgens statistieken uit 2015 telde de hoofdstad in dat jaar al 21,5 miljoen permanente inwoners. Uit noodzaak om zijn inwonersaantal binnen te perken te houden is Beijing ‘voornemens een nieuwe poging te doen om de kleine niet-plaatselijke middenstand weg te saneren en her en der kleine lokale bedrijfjes te behouden’, nadat eerst al de groothandels in kleding en landbouwproducten tot verhuizing waren gedwongen. Veel Chinese media vinden dit een goede stap.
‘Wat Beijing zo waardevol maakt, is dat de stad zelfs onder extreme spanning in staat lijkt cultuur voort te brengen en een culturele specificiteit en vruchtbaarheid uit te dragen die zowel decent als mateloos is’
Een mooi voorbeeld van het fenomeen is de wijk Sanlitun in het noorden van Beijing, het centrum van het hoofdstedelijke nachtleven. Behalve dat zich hier de ambassades en winkelcentra bevinden en de bars die massa’s jongeren trekken en waar de hele nacht muziek wordt gedraaid, stond Sanlitun ook bekend om zijn ‘smerige straat’.
Het gaat daarbij om Sanlitun Nanjie, de Zuid-Sanlitunstraat. Op nummer 42 bood een woonblok van vijf etages van een jaar of vijftig oud plaats aan een amalgaam van winkeltjes die illegale dvd’s, gekruide soep, gepaneerde varkenslapjes, brochettes, sigaretten en ‘artikelen voor volwassenen’ (seksartikelen) verkochten, evenals aan tattooshops, bars et cetera, waarvoor te hooi en te gras gaten in de muren waren gehakt. Sommige middenstanders hadden zelfs dakterrassen of brandtrappen geïnstalleerd.
Zhu Qipeng, architect in Beijing, vergelijkt nummer 42 met de burcht Kowloon in Hongkong, een in 1994 afgebroken enclave die buiten Britse jurisdictie viel, of met de Chungking Mansions in diezelfde stad, die uitsluitend door bedrijven, hotels en restaurants worden bevolkt: een plek die, ‘hoe smerig en verouderd hij ook is, een andere vorm van menselijke cultuur laat zien’.
‘Achter de chaotische façade bood Sanlitun Nanjie 42 veel meer mogelijkheden dan andere plekken: het was een “republiek” die door diverse gemeenschappen was gesticht, waar iedereen bij gebaat was en die leerde samenleven dankzij de nauwe contacten,’ licht Zhu Qipeng toe, om eraan toe te voegen: ‘Wat Beijing zo waardevol maakt, is dat de stad zelfs onder extreme spanning in staat lijkt cultuur voort te brengen en een culturele specificiteit en vruchtbaarheid uit te dragen die zowel decent als mateloos is. Maar nu voel je een duidelijke tendens om daar een eind aan te maken.’
En inderdaad, op 24 april jongstleden is de ‘smerige straat’ gesaneerd. Wijkagenten hebben de gaten in de muren gedicht, drieëndertig middenstanders zijn beboet en bijna duizend vierkante meter aan illegale bebouwing is met de grond gelijk gemaakt. Het merendeel van de kleine zaakjes heeft zijn deuren moeten sluiten.
Begin 2017 lanceerde de stad Beijing een nieuw herinrichtingsbeleid om een eind te maken aan de ‘grootstedelijke kwalen’ en een aangename woonomgeving te creëren. Daarvoor werd een bedrag van tien miljard yuan (1,27 miljard euro) vrijgemaakt. Eind februari riep Xi Jinping de stad tijdens een inspectiebezoek op ‘de pogingen tot ordeherstel te intensiveren en de regels van de stedenbouwkundige plannen te doen naleven’.
Ware gezicht
Na deze interventie heeft de strijd tegen illegale muurgaten zich van Sanlitun naar de hele stad Beijing uitgebreid. Daarvoor had de operatie een nieuwe politieke rechtvaardiging nodig: ‘De oude hoofdstad zijn ware gezicht teruggeven.’
Momenteel is het oude Beijing in diverse zones verdeeld: allereerst de wijken die worden gedomineerd door moderne wolkenkrabbers, zoals rond de straten JinRong Jie (de financiële straat) in de westelijke wijk Xicheng of Jin Bao Jie in de oostelijke wijk Dongcheng; dan de wijken die beschermd zijn vanwege hun historische en culturele belang, zoals Dashala ten zuiden van het Tiananmenplein, waar vanouds tal van theaters, boekhandels en kunstwinkels gevestigd zijn, of Shichahai in het noordwesten van de Verboden Stad, met zijn straatjes vol traditionele gebouwen die rond de drie meren zijn gebouwd; en ten slotte de arme en vervuilde achterbuurten die hoewel ze zeer oud zijn niet als beschermenswaardig worden beschouwd maar eerder als reservegrond.
Een nieuwe campagne richt zich vooral op de tweede categorie, de beschermde wijken waar nog maar weinig straatjes over zijn die de culturele specificiteit van Beijing belichamen. De vaak conflictueuze uitzetting van de oude bewoners vanaf het jaar 2000 heeft tot de komst van een nieuwe garde geleid, waarvan sommigen winkeltjes hebben geopend die inspelen op de historische sfeer in deze oude wijken. Door de toegenomen reislust van de afgelopen jaren en het feit dat de jonge consumenten van Beijing volwassen zijn geworden, hebben deze winkeltjes de wind in de rug. Naast filialen van grote merken vind je er tal van onooglijke kleine winkeltjes en restaurantjes van soms maar enkele vierkante meters, waarvan de openingstijden onzeker zijn maar die dankzij een trouwe klantenkring heel goed draaien.
Volgens een onderzoeker die zich interesseert voor de stedenbouwkundige plannen van Beijing zijn de plaatselijke autoriteiten van mening dat de hutongs, de kleine straatjes waar de muren van de huizen meestal blind waren, weer de veilige havens van weleer moeten worden; daarom worden veel winkeltjes die direct aan de straat zijn gelegen als ‘onverenigbaar met het oude aanzicht van de hoofdstad’ aangemerkt. Of het nu gaat om kleine zaakjes, om panden die door beroemde architecten zijn gerestaureerd of zelfs om oude straatjes die met steun van de overheid zijn gerevitaliseerd, hun ramen en deuren zijn allemaal dichtgemetseld en sommige gebouwen die als ‘strijdig met het gezond verstand’ werden beschouwd zijn zelfs volledig afgebroken.
De huidige campagne om illegale constructies dicht te metselen richt zich rechtstreeks tegen de middenklasse
Degene die we meneer Chen zullen noemen, de Taiwanese eigenaar van een café in de Fangjia Hutong in de wijk Dongcheng, vertelt me dat hij vroeger in Taiwan werkzaam was in de stedenbouw en monumentenzorg; in 2012 besloot hij zich in Beijing te vestigen en er een café te openen omdat hij veel van de stad houdt. Maar half april heeft hij een ‘saneringsbevel’ ontvangen. Sindsdien hebben hij en zijn compagnon op alle mogelijke manieren geprobeerd de autoriteiten op andere gedachten te brengen door op het culturele belang van hun etablissement te wijzen, het belang voor het aanzien van het straatje, voor de economische dynamiek ervan, voor het gevoel van veiligheid dat vrouwen er ’s avonds aan ontlenen, voor de menselijke kant et cetera – maar ‘zonder veel resultaat’.
‘In het begin, toen we met het opknappen van de ruimte begonnen, hebben we overwogen een bouwvergunning aan te vragen, maar we wisten niet waar,’ zegt meneer Chen. ‘We zijn nu al zo veel jaren open zonder enig probleem… En nu wordt ons plotseling op brute wijze te verstaan gegeven dat we de stedenbouwkundige regels niet respecteren!’
Naarmate er meer privékapitaal kwam zijn veel kleine ondernemers zoals meneer Chen zich in Beijing komen vestigen, waar ze zo goed geaccepteerd werden dat ze zichzelf als blije en trotse burgers van de stad gingen beschouwen. Maar deze saneringscampagne laat hun duidelijk zien wie het echt voor het zeggen heeft in de stad.
Ten slotte heeft meneer Chen de handdoek in de ring moeten gooien: de hoofdingang van zijn café is dichtgemetseld, zijn toiletten zijn afgesloten en hij heeft nog maar de helft van zijn oorspronkelijke keuken over.
Meerdere stedenbouwkundigen die ik ontmoet onderstrepen dat Beijing al meer dan twintig jaar bezig is met de restauratie van zijn oude stad en dat de stad veel ernstiger afbraakprojecten heeft gekend dan deze strijd tegen illegale muuropeningen; het grootste deel van de hutongbuurten van de hoofdstad is afgebroken in aanloop naar de Olympische Spelen. Maar de vroegere afbraak betrof vooral wijken die meer aan de rand van de stad waren gelegen, waarvan de verjaagde bevolking bestond uit ‘overtallige inwoners’ met weinig inkomsten of ‘obstinate’ lieden die weigerden te vertrekken, terwijl de huidige campagne om illegale constructies dicht te metselen zich rechtstreeks tegen de middenklasse richt.
‘Deze zaak leert ons dat niemand veilig is,’ zegt een stedenbouwkundige die anoniem wil blijven.
Zo waande het beroemde Caihuoche, een restaurant annex bioscoop en een letterlijke Chinese vertaling van titel van de Engelse film Trainspotting, eveneens in de Fangjia Hutong gevestigd, vlak bij meneer Chen, zich onaantastbaar. Het was de bekendste bioscoop voor onafhankelijke films van de hoofdstad. Het hele jaar door werden er debatten over de cinema gehouden, waaraan beroemde regisseurs deelnamen als Lai Sgengchuan, Wu Yusen en Tian Zhuangzhuang. Op de socialemedia-app WeChat presenteerden de eigenaars van het restaurant hun etablissement als ‘het werk van de beroemde, van oorsprong Chinese architect James Wei Ke’, als ‘een centrum van creativiteit in de hutong, een tuin van literaire creatie die een erkende verrijking van de omgeving vormt, een cultureel baken dat zijn vruchten al heeft afgeworpen’. Desondanks werd hun te verstaan gegeven dat ze hun activiteiten op 31 mei 2017 moesten beëindigen.
Een andere verklaring voor deze campagne tegen inbreuk op de stedenbouwkundige regels is dat ze de autoriteiten in staat zou stellen het gebied bouwrijp te maken voor een reorganisatie van de oude stad. Elke campagne van dit genre betekent een verminderde interesse van privé-investeerders voor het onroerend goed in de oude wijken, zodat de autoriteiten het voor een aanzienlijk lagere prijs kunnen overnemen.
Onderhuur
Vóór het jaar 2000 bedroeg de huur van een oude ruimte in een hutong hooguit enkele honderden yuans. Maar sinds 2008, het jaar van de Olympische Spelen, zijn de prijzen de pan uit gerezen, en worden voor de meest gewilde locaties tienduizenden yuans gevraagd. Maar veel panden zijn eigendom van de staat. Degenen die ze huren, vaak al diverse generaties lang, betalen de staat elke maand een zeer bescheiden bedrag en verhuren de ruimtes onder voor een veel hogere prijs. De autoriteiten hebben geen enkel middel om deze praktijken een halt toe te roepen en kunnen evenmin belasting heffen, omdat de eigendomsrechten op deze panden in politiek woelige tijden van hand tot hand zijn gegaan en dus niet duidelijk omschreven zijn. Het geld van de onderhuur dient eveneens om ruimtes te renoveren en in te richten. De eigenaar van een bar van veertig vierkante meter vertrouwde me toe dat hij om alleen de mening van een binnenhuisarchitect te vragen al 270.000 yuan (bijna 35.000 euro) moest neertellen. ‘Een oud pand renoveren is niet makkelijk, vooral niet als je er iets karakteristieks van wilt maken.’ Bovendien zijn de mensen sinds het succes van realityseries als Mengxiang Gaizaojia (Droomrenovatie) gaan beseffen dat je oude huizen in iets heel moois kunt omtoveren, zodat de prijzen pijlsnel omhoog zijn gegaan.
‘Het “in de oude staat terugbrengen van de muren” heeft tot doel de marktprijs te drukken,’ zegt de eerder genoemde stedenbouwkundige; ‘door de commerciële activiteiten in de oude wijken te beteugelen worden de onroerendgoedprijzen weer op een acceptabel niveau gebracht. Het uiteindelijke doel is ervoor te zorgen dat de opbrengst van gewilde locaties, vooral als het publieke huisvesting betreft, weer in de buidel van staatsbedrijven belandt. Deze beschikken dan over de middelen om ze te renoveren en vervolgens weer te huur aan te bieden.’
Zoals eerder gezegd beperkt de campagne tegen illegale muuropeningen zich niet tot Beijing, maar strekt ze zich ook uit tot steden als Shanghai, Guangzhou en Wuhan; het gaat dus om een nationale actie. Het feit dat de beroemde horecastraat Yongkang Lu in Shanghai zijn panden weer in de oorspronkelijke staat moest terugbrengen omdat ze ‘schadelijk waren voor het historische en culturele karakter van de Hengshan- en Fuxinstraat’, heeft heel wat stof doen opwaaien.
Voor het renoveren van wijken is het een gouden regel dat je de werkzaamheden zo makkelijk mogelijk moet maken; dat heeft ertoe geleid dat van zo’n tienduizend bedrijfjes de deuren en ramen aan de straatkant zijn dichtgemetseld. Wil men daarmee afdwingen dat de regels worden nageleefd en dat de zwaarst getroffenen vertrekken, zodat de autoriteiten de panden weer in bezit kunnen nemen? Of gaat het om een arbitraire, onnadenkende beslissing van de hoogste instanties?
Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai in Hongkong en gericht op Chinezen in zowel Hongkong als Taiwan en het Chinese vasteland én op de miljoenen Chinees sprekenden elders ter wereld. De naam betekent Het Begin en is afgeleid, zegt Cai, uit het werk van de Chinese filosoof Mencius, waarin dat begrip centraal staat. De site behoort tot het mediabedrijf dat dan ook The Initium heet en biedt een breed pakket aan programma’s: nieuws (gescheiden voor Hongkong, Taiwan en het vasteland), sport, cultuur et cetera.
Cai, die ook nog steeds in dienst is van Skadden Arps, het grootste internationale advocatenkantoor ter wereld, krijgt in Hongkong de kritiek dat hij wel erg aanschurkt tegen de Arbeiderspartij in de Chinese Volksrepubliek en op al te goede voet zou staan met partijleider en staatshoofd Xi Jingpin.
CONTEXT: Ook migranten moeten verhuizen
De Chinese autoriteiten begonnen eind november met een grote uitzettingscampagne.
Een grote brand in een buitenwijk van de hoofdstad is het excuus voor een grootscheepse uitzettingscampagne van migranten, die op een doeltreffende manier uit hun huizen worden verjaagd. Volgens het blad Apple Daily uit Hongkong ‘zijn meer dan 100.000 migranten hun woning kwijtgeraakt tijdens een ijzige kou van min vier tot min vijf graden’. De operatie begon op 21 november in diverse buitenwijken van Beijing. Foto’s van officiële affiches die een ‘dringende evacuatie’ aankondigden van huurders in de wijk Daxing, een buitenwijk ten zuiden van Beijing waar de brand plaatsvond, begonnen op de sociale netwerken te verschijnen, met als commentaar dat ‘water en elektriciteit [waren] afgesloten’. Dat veroorzaakte paniek bij deze bevolkingsgroep, die in officiële documenten van de stad Beijing vaak wordt omschreven als bestaande uit ‘laaggeschoolde arbeidskrachten’. Hetzelfde gold voor de wijk Fengtai, op zo’n twintig kilometer ten zuiden van Beijing. In het woonblok Jinglin ‘hebben binnen slechts twee dagen zo’n duizend mensen het verzoek gekregen hun woning te verlaten’, aldus Duanchuanmei, een nieuwssite uit Hongkong. Op 24 november ondertekende een honderdtal Chinese intellectuelen een petitie om te protesteren tegen de massale uitzetting van migranten uit buitenwijken van de hoofdstad. ‘In plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen en met de slachtoffers te gaan praten, nemen de betrokken instanties van Beijing deze tragedie [de brand] te baat om een campagne te lanceren tegen eenvoudige en kwetsbare “migranten”,’ aldus de verontwaardigde intellectuelen.
Net zoals zijn voorgangers laat de Chinese leider Xi Jinping een modelstad bouwen. Met één belangrijk verschil: Xiongan – vlak bij Beijing – wordt niet zozeer een centrum van economische, maar van politieke macht.
Hervormingsgezinde Chinese leiders hebben altijd graag modelsteden gebouwd. Deng Xiaoping drukte zijn stempel op Shenzhens groei van vissersdorp tot machtig productiecentrum. Jian Zeming zal voor altijd worden herinnerd om de ontwikkeling van het district Pudong in Shanghai tot het belangrijkste financiële centrum van China. En nu wil Xi Jinping zijn naam verbinden aan Xiongan, een duurzame en ‘slim’ geplande zusterstad vlak bij Beijing.
Xi is een leider die de macht opnieuw heeft gecentraliseerd en de politieke controle over de Chinese economie en samenleving heeft aangescherpt. In dat licht lijkt het logisch dat zijn stedenbouwkundige ambities zich richten op de hoofdstad van het land. In een officiële verklaring wordt Xiongan ‘een nieuwe zone van nationaal belang’ genoemd, na Shenzhen en Pudong.
En toch is Xiongan in veel opzichten een tegenpool van Shenzhen en Pudong. De laatste twee begonnen als vrijemarktexperimenten, de plannen voor Xiongan – vrij vertaald: ‘schitterende vrede’ – worden strikt volgens staatsvoorschrift verwezenlijkt. De moderne zusterstad van de voormalige keizerlijke zetel Beijing is niet bedoeld als symbool van economische ontwikkeling, maar van politieke macht.
In 1984 kon iedereen met een ondernemende geest zijn of haar geluk beproeven in Shenzhen. In het geval van Xiongan beslist de Chinese overheid welke bedrijven en instellingen zich daar mogen vestigen. Ze zal zelfs bepalen wie er in de nieuwe stad mogen wonen. Van nu af aan hebben buitenstaanders geen recht meer op een verblijfsvergunning (hukou) in Xiongan, zelfs niet via een huwelijk met een lokale inwoner. Private vastgoedtransacties zijn verboden en bedrijven uit andere delen van China hebben geen toegang tot de lokale markt.
Xiongan markeert een breuk tussen Xi en voorgaande staatshoofden en partijleiders sinds de jaren tachtig. Deng schudde veel ideologische veren af toen hij na het Mao-tijdperk de Chinese economie in een stroomversnelling wilde brengen. In de begintijd van China’s hervormingen en openstelling naar het buitenland, begon Shenzhen als een experiment aan de periferie van het land. Het was een laboratorium voor markthervormingen en de opbouw van een exportindustrie. Door de nabijheid van Hongkong bood het China een ‘venster op de wereld’.
Jiang ging door met de integratie van China in de wereldeconomie, waarbij ruimte werd gelaten voor binnenlandse experimenten. In de jaren negentig werd de wijk Pudong in Shanghai ontwikkeld als financieel centrum om de snelle economische groei van China te ondersteunen. Daarnaast was Shanghai altijd al internationaal georiënteerd geweest en wilde Jiang zijn thuisstad in oude luister herstellen.
Beijing mag dan het historische, culturele en politieke centrum van China zijn, de aantrekkelijkheid van de hoofdstad is aangetast door een opeenstapeling van problemen: overbevolking, verkeersopstoppingen, stijgende vastgoedprijzen en vervuiling
Xi heeft de macht opnieuw gecentraliseerd en de politieke controle over de Chinese economie en samenleving aangescherpt. Het plan om naast Beijing een nieuwe grootstedelijke regio te bouwen, is een van hogerhand opgelegd politiek experiment zonder weerga. Voor zover af te leiden uit officiële documenten en verklaringen, zal Xiongan fungeren als back-upsysteem voor de hoofdstad van het land en biedt het een alternatief ontwikkelingsmodel. Financiële markten en het publiek hebben hoge verwachtingen van de ‘groene’ en ‘slimme’ stad, die het Chinese leiderschap ziet als een hightech hub en een laboratorium voor intelligente stadsplanning.
Beijing mag dan het historische, culturele en politieke centrum van China zijn, de aantrekkelijkheid van de hoofdstad is aangetast door een opeenstapeling van problemen: overbevolking, verkeersopstoppingen, stijgende vastgoedprijzen en vervuiling. Daarnaast zijn er sociale spanningen, ontstaan door de groeiende inkomenskloof tussen de bevoorrechte en goed opgeleide stedelijke bevolking en het arme achterland. Anders dan bij Shanghai is het succes van Beijing nooit naar dat achterland doorgesijpeld.
Risico’s
De leiders hopen dat Xiongan een deel van de druk op Beijing zal wegnemen en de omliggende landelijke gebieden van armoede zal bevrijden. Het project heeft ook duidelijke veiligheidsimplicaties: Noord-China kampt met waterschaarste, en Xiongan zou dit probleem kunnen verlichten met het nabijgelegen Baiyang-meer, het grootste zoetwaterreservoir in Noord-China.
Er schuilt ook een militaire gedachte achter een herverdeling van de hoofdstedelijke hulpbronnen. Zoals de historicus Luo Tianhao opmerkte had overconcentratie een rampzalig effect op de voormalige Chinese hoofdstad Nanjing, toen die in de jaren dertig van de vorige eeuw werd aangevallen en bezet door Japan. En die economische verlamming had weer ernstige gevolgen voor regio’s die van Nanjing afhankelijk waren. Vandaar waarschijnlijk de speculaties dat een aantal hoog geconcentreerde technologische en culturele troeven van Beijing naar Xiongan zullen verhuizen, zoals technologiebedrijven in Zhongguancun en de wetenschappelijke en technische afdelingen van de Tsinghua-universiteit.
Xi neemt nogal wat risico in zijn pogingen een dergelijke ambitieuze visie te realiseren. De kosten zijn enorm en als het project mislukt, legt Xiongan de beperkingen bloot van de huidige top-downbenadering, van de invloed die het politiek leiderschap heeft op economische ontwikkeling.
Lukt het wel, dan kan het project uitgroeien tot symbool van Xi’s ‘Chinese droom’. Een florerend Xiongan zal een bewijs zijn dat het succes van China niet afhangt van ‘westerse’ economische, politieke of sociale ideeën, maar dat China de moderniteit op eigen wijze kan vormgeven.
Auteur: George G. Chen
George G. Chen is onderzoeksmedewerker bij het Mercator Institute for China Studies (MERICS) en expert op het gebied van gerechtelijk en juridisch beleid van China.
The Diplomat werd in 2002 opgericht als tweemaandelijks tijdschrift in Australië, maar verhuisde al snel naar Tokio en is sinds 2009 alleen nog online verkrijgbaar. Biedt analyses door academici en journalisten van het nieuws uit Azië en Oceanië, ingedeeld per geografisch gebied en thema. De focus ligt op politiek.
Chinese bedrijven kopen steeds meer Amerikaanse filmbedrijven op. En Hollywood doet er op zijn beurt alles aan het China naar de zin te maken. Komen hiermee Amerikaanse vrijheden in het gedrang?
JA
Het verbaast de meeste Amerikanen misschien te horen dat meer dan 140 Tibetanen zichzelf in de afgelopen vijf jaar in brand hebben gestoken om te protesteren tegen het toenemende misbruik van hun volk. In de meeste gevallen stierven deze mensen in een poging de wereld bewust te maken van Beijings doelgerichte onderdrukking, die de Dalai Lama ‘culturele genocide’ heeft genoemd.
Maar de Chinese regering heeft vergaande maatregelen getroffen om controle uit te oefenen op het geschreven en gesproken woord in China, en kon daardoor de berichtgeving over deze en soortgelijke zaken op eigen bodem grotendeels tegengaan.
Er heerst ongerustheid dat de invloed van de Chinese regering op westerse mediaorganisaties zal leiden tot aanpassing aan Beijing via directe censuur of druk om zelfcensuur toe te passen. Die ongerustheid zal alleen maar toenemen na de golf van Chinese investeringen in de VS. In de afgelopen vijf jaar zijn die gestegen van twee miljard dollar per jaar naar een geschatte twintig miljard dit jaar. Het hoeft niet te verbazen dat China’s investeringen in de VS vooral gericht zijn op mediabedrijven. Eén Chinees bedrijf, Dalian Wanda, heeft voor 3,5 miljard dollar Hollywood-filmstudio Legendary Entertainment gekocht, en probeert nu een aandeel in Paramount Pictures te bemachtigen. Bovendien heeft het de twee grootste bioscoopketens in Amerika gekocht: AMC en Carmike Cinemas.
We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen
Waarom moeten we ons zorgen maken? Door controle te verkrijgen over de financiering en de distributie van Amerikaanse films, en die te onderwerpen aan censuur om toegang te krijgen tot de Chinese markt, zou Beijing kunnen dicteren wat wel of niet wordt gemaakt. We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen, zoals Mission: Impossible III,Skyfall,World War Z en de remakes van The Karate Kid en Red Dawn.
Wat zal het effect zijn als meer westerse media in handen komen van door de staat gecontroleerde, Chinese bedrijven? Zouden films als Seven Years in Tibet in de ijskast worden gezet, uit angst om eigenaren van grote studio’s te grieven?
Er zijn diverse stappen die de VS nu zouden kunnen ondernemen zonder onze concurrentiepositie te ondermijnen. Allereerst moet de Commissie Buitenlandse Investeringen in de VS in staat worden gesteld om opnieuw te bekijken hoe buitenlands eigendom van autocratische regimes de creatieve vrijheid zou kunnen beperken. Ten tweede zou de Registratiewet voor buitenlandse agenten uit 1939 van toepassing moeten worden op buitenlandse censuur en invloed op Amerikaanse mediabedrijven.
En ten slotte moet het toezicht op buitenlandse propaganda en desinformatie verruimd worden, zodat autoritaire buitenlandse eigenaren van Amerikaanse media er ook onder vallen.
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
John Pomfret (NEE) was onder veel meer Chinacorrespondent voor persbureau AP. Hij spreekt Mandarijn en schreef verschillende boeken over het land.
NEE
Staat China op het punt Hollywood over te nemen? De afgelopen jaren hebben de Chinezen enorm geïnvesteerd in de filmindustrie, en het is alweer jaren geleden dat Hollywood een film maakte waarin China in een negatief licht werd gesteld. Hollywoods lafhartige poging om bij de Chinezen in de smaak te vallen in ruil voor een deel van hun markt, valt alleen te vergelijken met de manoeuvres van Mark Zuckerberg om de blokkade van Facebook in China op te heffen.
Dat gezegd hebbende is het belangrijk om twee dingen in gedachten te houden: de Chinese filmindustrie blijft artistiek gezien hopeloos, en ze begint financieel te wankelen.
Allereerst de cijfers. In 2016 produceerde China’s veelgeprezen filmindustrie duizend films. Gemiddeld brachten die films in China ongeveer twee miljoen dollar op, terwijl een doorsnee westerse film daar zeventig miljoen oplevert. Hollywood tekende afgelopen jaar voor 42 procent van China’s omzet, hoewel er niet meer dan 34 westerse films mochten worden uitgebracht in China.
Bovendien zit bijna elk Chinees filmbedrijf in de financiële problemen, en daalde de kaartverkoop in 2016. De voornaamste reden voor deze daling is simpel: de censuur in China. Chinese films zullen slecht blijven zolang de regering zich bemoeit met de totstandkoming.
Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan
Neem bijvoorbeeld het meest ambitieuze Westers-Chinese project dat ooit is ondernomen: The Great Wall, met Matt Damon in de hoofdrol. Het verhaal was door en door conservatief: Damon en anderen verdedigden de Chinese staat tegen een bende monsters. Het enige wat goed was aan deze draak waren de special effects. Er wordt gefluisterd dat The Great Wall een verlies leed van 75 miljoen dollar.
Onlangs somde een Chinese reclameman de redenen op waarom er in China geen kaskrakers kunnen worden gemaakt. Een film als The Hunger Games zou nooit werken, merkte hij op, omdat ‘het om een groep arme mensen ging die zich verzetten tegen een dictator’. Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan. Voor The Fast and the Furious zou de hulp van de Chinese verkeerspolitie nodig zijn. En wat The Lord of the Rings betreft, vergeet het maar. In 2009 verkondigde de filmautoriteit van China dat er een ‘overvloed’ aan fantasyfilms was. Ze beval producers om toekomstige scripts louter en alleen op Chinese sprookjes te baseren.
Is het een probleem dat Hollywood zich in allerlei bochten wringt om de Rode Mandarijnen in Beijing te behagen? Beslist. Maar de dreiging moet niet overdreven worden. Vóór China Hollywood zo ver kan krijgen om hun verhaal te vertellen, moet het allereerst een fatsóénlijk verhaal te vertellen hebben.
Auteur: John Pomfret
Vertaler (beide stukken): Tineke Funhoff
Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.