Tag: bejaarden

  • Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Japan is het meest vergrijsde land ter wereld en daarbinnen is Nanmoku het meest vergrijsde dorp. Meer dan twee derde van de bevolking is ouder dan 65 en kinderen maken slechts 3 procent van de bevolking uit. Ongeveer honderd mensen wonen in de twee bejaardenhuizen of gaan er dagelijks heen, terwijl er op de school meer docenten zijn dan leerlingen.

    In Nanmoku staan 597 huizen leeg en ze worden maar moeizaam gevuld, terwijl de steden kampen met torenhoge huizenprijzen. Het dorp telt ongeveer 1500 inwoners, evenveel als één volle trein naar Tokyo, dat 130 kilometer verderop ligt. De gemiddelde leeftijd is 68 jaar. De bevolkingspiramide, die hier meer de vorm heeft van een hart, reflecteert de verstedelijking en dalende geboortecijfers in de op drie na grootste economie ter wereld. Beide kwesties stonden centraal bij de Japanse presidentsverkiezingen in september 2024. Een bezoek aan dit bejaarde dorp vertelt ons misschien meer. 

    ‘Ik ben 65 jaar en ik kan het nauwelijks geloven: ik ben het jonkie van het dorp,’ zegt meneer Ichikura, terwijl hij toezicht houdt op enkele bouwvakkers die bij de toegangsweg van het dorp het talud versterken om aardverschuivingen te voorkomen. Meneer Ichikura is geboren in 1958 en als tiener droomde hij ervan om, net als zijn leeftijdsgenoten, de wijde wereld in te gaan, maar het is er nooit van gekomen. Hij was op jonge leeftijd bij een regionaal bouwbedrijf gaan werken en wil na vijftig jaar dienst wel met pensioen. Maar het bedrijf heeft hem gevraagd om te blijven; ze kunnen nergens werknemers vinden zoals hij. Hij is dus van plan op zijn zeventigste met pensioen te gaan.

    ‘Krijgt u een mooi pensioen?’

    ‘Ik hoop het!’

    De werkzaamheden vinden plaats tegenover een van de drukste plekken in het dorp genaamd Oasis Nanmoku. Daar zijn onder andere een traditionele winkel, een restaurant met Italiaanse aankleding, vier automaten voor snacks en andere producten, een telefooncel en een openbaar toilet. Er loopt een oude man langs die grapt: ‘Zeg maar niks tegen mij, ik kan je toch niet horen!’ Hij koopt wat in de winkel en rijdt weer weg in zijn rode, glimmende Volkswagen Passat. 

    Herbevolkingsplan

    Het dorp met steile straten ligt langs een rivier in een prachtige vallei waar cederbomen groeien. Je kan het water horen kabbelen en de vogels horen fluiten. Ontelbare houten huizen van een of twee verdiepingen staan leeg, zijn schimmelig en vervallen. Veel winkels lijken gesloten. Bij de ingang van het gemeentehuis hangt een bord dat voelt als een intentieverklaring. Bevolking: 1440 bewoners, 753 vrouwen en 687 mannen.

    Binnen zit Satomi Oigawa, 25 jaar. Ze is een van de weinige nieuwe bewoners. Ze heeft altijd op het platteland willen wonen, al sinds ze een klein meisje was. Ze studeerde bosbouw aan de universiteit van Tokio en is een paar jaar geleden hierheen verhuisd. Nu is ze immigratiecoördinator, een positie die in dit soort dorpen vaker voorkomt. Er is niet echt een makelaarskantoor, dus neemt zij telefoontjes aan en laat ze woningen aan potentiële kopers zien. Zo’n 150 mensen hebben haar al gebeld, maar slechts twee of drie hebben daadwerkelijk een contract getekend.

    Het herbevolkingsplan is vooral gericht op volwassenen die kinderen hebben of van plan zijn ze te krijgen, legt Jin Takayanagi, wethouder voor Algemene Zaken in Nanmoku, uit. De zorgsector moet worden versterkt om te voorkomen dat ouderen naar verzorgingshuizen elders gaan, en tegelijkertijd jonge werknemers aan te trekken, het liefst met een kinderwens. Het plan heeft tot nu toe weinig effect. Op de vraag hoeveel kinderen er dit jaar geboren zijn, antwoorden Takayanagi en Oigawa na even over het aantal te hebben gediscussieerd: ‘Één.’

    Trek naar de stad

    Toen de jonge Oigawa in het dorp aankwam, werd ze niet zozeer verrast door de stilte van een plaats zonder kinderen, maar meer door de vitaliteit van de ouderen. ‘De mensen zijn heel gezond en enthousiast. Er zijn 90-jarige boeren die nog steeds werken.’ Ze vindt het alleen jammer dat ze alleen woont. ‘Het is niet makkelijk. Als ik ziek ben, moet ik zelf een kwartier naar het ziekenhuis rijden.’ Ze wil graag samenwonen. Ze woont in een huis waar ze 15.000 yen (ongeveer €91) voor betaalt. In Tokio betaalt een student makkelijk 65.000 yen (€395) voor twintig vierkante meter. 

    Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over

    Wat er in Nanmoku gebeurt, lijkt op het leeglopen van het platteland in Spanje. De trek naar de stad is tientallen jaren geleden begonnen. Men vertrekt uit de dorpen en komt meestal niet terug. Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over. Sinds de jaren tachtig zijn er meer mensen boven de 65 dan onder de 14; sinds 2000 zijn er meer bejaarden dan mensen in de werkende leeftijd, en vanaf dat moment valt de trend moeilijk terug te draaien.

    Hisakazu Kato, professor in politicologie en economie aan de Meiji-Universiteit, is ervan overtuigd dat Japan de toekomstige demografische crisis heeft onderschat. ‘Als de bevolkingsafname intreedt, zal er misschien wel sprake zijn van een crisisgevoel, maar dan is het, denk ik, te laat,’ schrijft hij in een e-mail. 

    Een krimpende bevolking

    Na de naoorlogse babyboom kreeg Japan te maken met een laag geboortecijfer. In 2008 was er voor het eerst sprake van een bevolkingsdaling. In 2020 deed het Internationaal Monetair Fonds een ernstige voorspelling: ‘De vergrijzing en de bevolkingsafname zullen de Japanse economie onder druk zetten omdat leeftijdsgebonden uitgaven – zoals gezondheidszorg en pensioenen – toenemen terwijl er minder belastingen binnenkomen.’ De overheid schat in dat er in 2060 één 65-plusser zal zijn per werkende volwassene. Dit was in Nanmoku in 2000 al het geval. 

    Minder baby’s door vrouwonvriendelijke maatregelen

    4B-vrouwen zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks.

    De Zuid-Koreaanse 4B-beweging, die vrouwen oproept om af te zien van huwelijk, daten, kinderen en seks, heeft onverwachts voet aan de grond gekregen in de Verenigde Staten, schrijft magazine Nikkei Asia. Waar de beweging in Zuid-Korea begon als een verzet tegen vrouwenhaat en institutionele ongelijkheid, zien veel Amerikaanse vrouwen 4B nu als een vorm van protest tegen de inperking van reproductieve rechten. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.

    Sociale media zorgden in een mum van tijd voor de verspreiding van de beweging. Video’s over 4B werden sindsdien miljoenen keren bekeken en zorgen voor verhitte discussies. Tegenstanders zien het fenomeen als een overdreven en destructieve vorm van feminisme, terwijl voorstanders benadrukken dat de beweging vooral gezien moet worden als een uiting van diepe frustratie.

    Opvallend is dat 4B in Zuid-Korea altijd een nichebeweging is gebleven. Daar werden feministische uitingen in de loop der jaren steeds meer gestigmatiseerd. Dat juist in de VS, waar feminisme nog relatief breed wordt geaccepteerd, een radicale beweging als 4B nu aan terrein wint, heeft duidelijk te maken met de nieu- we conservatieve wind die er waait. De polarisatie rond gendergerelateer- de onderwerpen lijkt een afspiegeling van de bredere maatschappelijke spanningen in zowel Zuid-Korea als de VS. Met andere woorden: het is een internationale noodkreet.
    (Zie ook 360-editie 241)

    Japan heeft 124 miljoen inwoners en een mediane leeftijd van 49,9 jaar. Volgens het CIA World Factbook is dat de hoogste ter wereld, zonder de microstaat Monaco en het Franse territorium Saint-Pierre-et-Miquelon mee te tellen. Spanje staat ook erg hoog, op nummer acht. [Nederland staat op nummer 44.] Japan heeft bovendien het hoogste percentage inwoners boven de 65. Als de bevolking in het huidige tempo blijft krimpen, heeft Japan volgens officiële schattingen in 2120 nog maar 36 miljoen inwoners. 

    ‘Dan hebben we dezelfde bevolking als in de Meiji-periode (1868-1912),’ zegt Yoshifu Arita, een van de prominente kandidaten voor de Constitutionele Democratische Partij, de voornaamste oppositiepartij; hij staat bekend om zijn kritiek op de Liberaal-Democratische Partij, die sinds 1955 bijna ononderbroken regeert. Arita ziet in dat deze trend niet makkelijk omkeerbaar is. ‘Ik geloof dat Japan moet overstappen van een politiek beleid gericht op groei naar één gericht op volwassenheid,’ zegt hij enkele dagen voor de verkiezingen in zijn kantoor in Tokio. Hij vindt dat het model moet lijken op dat van Noord-Europese landen. Hij stelt voor om de btw van 10 naar 16 procent te verhogen om gezondheidszorg, verzekeringen en onderwijs gratis te kunnen maken. ‘Wij willen een systeem oprichten waarin men zich op zijn oude dag geen zorgen meer hoeft te maken over dit soort dingen.’ 

    ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen’

    Volgens professor Kato moet de regering de klap verzachten door tweeledige maatregelen te nemen. Aan de ene kant moet de productiviteit omhoog door middel van AI en andere technologieën. Aan de andere kant moet het geboortecijfer omhoog. ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen.’

    In Nanmoku is een project gestart om gezinnen met kinderen aan te trekken. In april werd er een hypermoderne school geopend met een minimalistisch, houten design, waar twintig leerlingen van zeven tot vijftien jaar gemengd les krijgen. In het gebouw is een grote centrale ruimte waar de leerlingen samenkomen, en er zijn klaslokalen waar de lessen gegeven worden. ‘Hier wordt Engels gegeven, daar Japans, daar wiskunde…’ laat adjunct-directeur Kenichi Matsuoka zien. Het is er stil, op de fluitmuziek van een leerling in het muzieklokaal na. Met 26 docenten is er aandacht genoeg, maar er wordt nog gekeken hoe het uitpakt. De grootste uitdaging blijft het samenbrengen van leerlingen van verschillende leeftijden. Toch zegt de adjunct-directeur dat er al gezinnen uit nabijgelegen dorpen zijn die hun kinderen willen inschrijven. 

    De docenten Engels zijn twee jonge Britten die deel uitmaken van een uitwisselingsproject, en ze hebben niets dan lof voor het leven in het meest vergrijsde dorp in Japan. Ze genieten van de kinderen en het rustige leven op het platteland. Ze hebben een clubje opgericht voor Engelse conversatie waar de oudere dorpelingen naartoe komen. De 27-jarige Alice Nixon zegt dat ze het ‘inspirerend’ vond om 90-jarigen volop te zien zingen bij het laatste karaokefeest.

  • Japans verzorgingstehuis zet baby’s in tegen eenzaamheid

    Japans verzorgingstehuis zet baby’s in tegen eenzaamheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: tweede verdachte steekpartijen Saskatchewan overlijdt na arrestatie

    » Oekraïne herovert verschillende dorpen bij Charkiv, claimt Zelensky

    Knuffelen met baby’s verhoogt welzijn ouderen

    ‘Gekoer, gegiechel en het getrippel van kleine voetjes vermengen zich met het geluid van rollators en rolstoelen in dit verzorgingstehuis in het zuiden van Japan. In deze vergrijzende natie heeft dit tehuis een ongewone type werknemers aangeworven om de dagen van de bewoners op te fleuren’, begint The New York Times haar reportage over het verzorgingstehuis Ichoan in de Japanse stad Kitakyushu. Daar heeft de directie een programma gestart waarbij kinderen van nul tot vier worden ingezet om eenzaamheid onder de oudere bewoners – het merendeel boven de tachtig – te verminderen.

    De baby’s, vergezeld van hun ouders of verzorgers, geven de bewoners knuffels. In ruil daarvoor ontvangen ze luiers, zuigelingenvoeding, gratis babyfotoshoots en tegoedbonnen voor een café in de buurt. Wetenschappelijk onderzoek brengt sociale interactie in verband met minder eenzaamheid, vertraagde mentale achteruitgang, lagere bloeddruk en een lager risico op ziekten en overlijden bij ouderen. Voor kinderen is aangetoond dat intergenerationele interacties de sociale en persoonlijke ontwikkeling bevorderen, schrijft de Amerikaanse krant.

    Lees ook:

  • Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Ooit gold Medellín als de gevaarlijkste stad op aarde. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de stad met zijn zachte klimaat en goede voorzieningen een populaire bestemming voor Amerikaanse bejaarden.

    In een drukbezocht café aan een lommerrijke straat in Medellín drinkt Cindy Crawford Thomas een cappuccino. De gepensioneerde lerares uit Colorado Springs vertelt dat het haar geen enkele moeite kostte om het zuiden van Florida te verlaten en zich te vestigen in wat ooit de gevaarlijkste stad van de wereld was. ‘De beslissing om weg te gaan uit Florida was zo genomen. Het leven is daar te hectisch. Je kent je buren nauwelijks. Er zijn veel mensen, maar er is geen cohesie.’

    Medellín – waar Pablo Escobar opgroeide en vroeger ’s werelds gewelddadigste drugskartel zetelde – is een warme, kosmopolitische stad, vertellen Thomas en haar man David, met betaalbare huurwoningen, aangenaam weer en goede medische voorzieningen. Bovendien voelen ze zich hier veiliger dan in Florida. ‘Er wordt nog steeds gedacht dat in Medellín het hoogste aantal moorden ter wereld wordt gepleegd,’ zegt Thomas, ‘maar dat klopt niet meer.’

    Het echtpaar maakt deel uit van een almaar groeiende golf avontuurlijke gepensioneerden die besluiten naar Colombia te emigreren. In 2017 maakte de Amerikaanse Social Security 6704 pensioenuitkeringen over naar Colombia – een stijging van 85 procent ten opzichte van 2010 en op basis van voorlopige schattingen het hoogste aantal Amerikaanse pensioenen van alle landen in Latijns-Amerika, met uitzondering van Mexico.

    Pablo Escobar

    Media die zich op gepensioneerden richten, zijn vol lof over Medellín; televisieprogramma’s als House Hunters International brengen de stad prominent in beeld. En dat terwijl Medellín decennialang een plek was waar bezoekers met een grote boog omheen liepen. De stad was de thuishaven van drugsbaron Pablo Escobar en zijn Medellín-kartel. Huurmoorden en aanslagen met autobommen hielden de op een na grootste stad van het land in een wurggreep. Gedurende een groot deel van de jaren negentig werden er de meeste moorden ter wereld gepleegd, met als dieptepunt het jaar 1995: 225 moorden per 100.000 inwoners.

    Ondanks de bloedige reputatie die nog steeds aan de stad kleeft, is het aantal moorden gedaald naar 20 per 100.000 inwoners – veel lager dan in steden als St. Louis, Baltimore, New Orleans en Detroit.

    ‘Nu de stad steeds veiliger is geworden, komen er steeds meer toeristen en gepensioneerden deze kant op,’ zegt Juliana Cardona Quirós, wethouder Toerisme van Medellín. In 2017 bezochten meer dan 735.000 bezoekers de stad, een stijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. ‘En het zijn niet alleen jonge mensen die je in cafés ziet zitten. Ook ouderen hebben de potentie van Medellín ontdekt,’ aldus Cardona. ‘Ze waarderen het zachte klimaat, het goede openbaar vervoer en een leven in een door natuur en bergen omringde stad.’

    Toch doen populaire series als Narcos of El Patrón del Mal, die zich afspelen in het gewelddadige verleden van de stad, afbreuk aan de reputatie van Medellín. Toen Nancy Kiernan en haar man met de gedachte speelden om na hun pensioen in Latijns-Amerika te gaan wonen, sprak ze een man die enorm enthousiast was over Medellín. ‘We glimlachten beleefd,’ weet ze zich nog te herinneren, ‘terwijl ik hem in gedachten voor gek verklaarde.’

    De 59-jarige Kiernan komt uit Maine en is manager medische dienstverlening. Toen ze bijna zes jaar geleden naar Medellín verhuisde, kende ze nauwelijks expats van haar leeftijd. Dat is wel anders sinds de stad zo vaak genoemd wordt in artikelen over pensioengerelateerde onderwerpen. Niet alleen trekt Medellín Amerikanen aan die in de VS wonen, maar ook Amerikanen die zich al hadden gevestigd in landen als Ecuador of Panama. ‘Sommige delen van de stad zitten vol gringo’s,’ zegt Kiernan.

     Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images
    Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images

    Het echtpaar Thomas verhuisde zes weken geleden van Boquete – een stad met ongeveer 25.000 inwoners in het noorden van Panama – naar Medellín. ‘Ik vond het daar saai, dus besloten we te kijken of Medellín beter zou bevallen,’ aldus Cindy Thomas.

    Ze vonden er een driekamerappartement dat ze delen met hun drie honden en drie katten. Ze betalen ongeveer 1400 dollar per maand. Hun maandelijkse uitgaven, inclusief lidmaatschap van een sportschool en frequente uitjes, schatten ze op ‘ruim onder de 3000 dollar’. Volgens Kiernan kan het overgrote deel van de mensen comfortabel leven voor minder dan 2000 dollar per maand. ‘Colombia is niet het goedkoopste land om in te leven, maar het is goed te doen,’ zegt Kiernan, terwijl ze haar vruchtensap drinkt in een glimmende shoppingmall vol winkels met internationale merken. ‘Het weer is fantastisch, het is een kosmopolitische stad, je kunt water uit de kraan drinken en de dienstverlening is deugdelijk.’

    De stad heeft een internationale luchthaven, waardoor Medellín makkelijk toegankelijk is vanuit de oostkust van de Verenigde Staten. Daarnaast zijn alle mogelijke medische voorzieningen aanwezig. Uit een enquête over het jaar 2017, gepubliceerd in het tijdschrift América Economía, blijkt dat 7 van de 49 belangrijkste ziekenhuizen van Latijns-Amerika in Medellín staan. Een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie plaatst Colombia op plek 22 in een ranking van medische voorzieningen in 190 landen, boven de Verenigde Staten en Canada, die op nummer 37 en 33 staan. Emigranten met een permanente verblijfsvergunning die in Medellín wonen, kunnen zich inschrijven bij het ziekenfonds, dat maar 30 dollar per maand kost. David Thomas vertelde dat een vriend met een particuliere verzekering onlangs met een hartaanval met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij hoefde maar 14 dollar uit eigen zak te betalen.

    Colombia is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit

    Ondanks de juichende woorden is Medellín niet voor iedereen geschikt, vindt Brad Hinkelman, eigenaar van Casacol, een makelaarskantoor dat diensten verleent aan beleggers die in vastgoed willen investeren en aan gepensioneerden die een tweede woning zoeken. Hinkelman verwijt de media dat ze onrealistische verwachtingen scheppen van Medellín: of het is een poel van verderf waar harddrugs de dienst uitmaken, of het is ‘het Parijs van Latijns-Amerika’. ‘Er komen mensen naar ons kantoor die niet adequaat zijn voorbereid op een leven in deze stad,’ zegt hij. ‘Ze denken dat ze met een uitkering een luxeleven kunnen leiden. Aan ons de taak om hen te confronteren met de werkelijkheid.’

    Bovendien kampt Colombia nog steeds met omvangrijke en hardnekkige problemen. Het land is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit. Desondanks plaatste het gezaghebbende tijdschrift International Living, dat zich richt op gepensioneerden, Colombia als zesde op de lijst van landen waar je na je pensioen het best kunt gaan wonen.

    Het echtpaar Thomas gaf les op de J.P. Taravella 
High School in Broward County, op ongeveer 8 
kilometer van de Marjory Stoneman Douglas High School, waar onlangs zeventien leerlingen en 
docenten met een geweer werden afgeslacht. En de moeder van David Thomas woonde een tijd in het bejaardenhuis in Hollywood waar in 2017 twaalf 
personen omkwamen door een elektriciteitsstoring die werd veroorzaakt door de orkaan Irma. Incidenten als deze maken dat er op een andere manier naar de wereld wordt gekeken, waardoor zelfs een stad met de reputatie van Medellín veilig lijkt. ‘Ik denk niet dat we ooit nog terugkeren naar Florida,’ aldus Cindy Thomas.

    Auteur: Jim Wyss
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 42.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • Hou op over die bolhoed en die theepot

    Hou op over die bolhoed en die theepot

    Duizenden opiniestukken verschenen in het Verenigd Koninkrijk over de Brexit. Maar aan deze column van de inmiddels overleden journalist en restaurantcriticus A.A. Gill konden weinig tippen.

    Ze was zo’n bekende verschijning, die vrouw op Question Time. In elke rij, in elke koffiebar, bij elke school, in elke parochieraad van het land kom je haar tegen. Middelbaar, middenklasse, middle of the road, met haar te zwaar opgemaakte wijkverpleegstersgezicht en haar weerbestendige uitdrukking van verongelijktheid is zij onze nationale schoonmoeder. De camera zoomde op haar in en ze riep: ‘Ik wil alleen maar mijn land terug. Geef me mijn land terug.’

    Het was een oprechte kreet van diepe angst en het publiek barstte uit in een warm applaus, maar ik dacht: terug van wat? Terug waarvandaan?

    Sentimentele nostalgie

    We willen ons land terug, het is het mantra van alle outies. Farage lalt het. Grove insinueert het. Natuurlijk weet ik wat ze bedoelen. We weten allemaal wat ze bedoelen. Ze bedoelen: terug van Achmed Buitenlander, terug van het randje van de afgrond, terug uit de toekomst, terug naar knus onder elkaar, terug naar groene heggen en stenen muurtjes en landweggetjes en kerkklokken en warm bier en zuurtjes en voetbal en ratels in het voetbalstadion en jolige grappen en houten klompen op klinkerweggetjes. Terug naar gekostumeerde ‘vicar and tarts’-feestjes en lachen om een scheet. Terug naar de tijd van altijd mooi weer en borders vol kruiden en auto’s die Morris heten. Terug naar biscuittaart en 22 yard tot de wicket en naar drie voet in een yard en vier vingers in een KitKat, terug naar kruisbessen en geen avocado’s, terug naar eerbied en respect, naar je behelpen met wat je hebt en repareren en dapper glimlachen en je tanden op elkaar zetten en in stilte lijden en buitenlanders behandelen als sneue kleuters.

    We weten allemaal wat ‘we willen ons land terug’ betekent. Het is een lijntje snuiven van die verderfelijke en slopende little-England-drug: nostalgie.

    Het warme, kruimelige, goudbruine collectieve ‘gisteren’ en het innige geloof dat alles toen beter was, dat Groot-Brittannië (of eigenlijk Engeland) nu een slechtere plek is dan het op een vaag moment in het verleden was, op het hoogtepunt van ons o zo geliefde wereldrijk. Het is het besef dat het beste al achter ons ligt, dat we nooit meer iets kunnen bouwen dat zo mooi is als een Georgiaans landhuis van de National Trust, dat geen kunst zo goed zal zijn als Turner, geen gedicht zo prachtig als ‘If’, dat geen schrijver kan tippen aan Shakespeare of Dickens, niets zo mooi zal bloeien als een cottagetuin, geen held groter kan zijn dan Nelson, geen politicus beter dan Churchill, geen aanblik aangrijpender dan de witte rotsen van Dover en dat we nooit meer zoiets geweldigs zullen fabriceren als een Rolls-Royce of een Flying Scotsman.

    In de Brexit-fantasie is alle hoop erop gericht dat we de rond de klok werkende buitenlanders eruit gooien en de hoeders van ons eigen verleden worden op dit zelfgenoegzame eiland van geklaag en gewichtigdoenerij

    De droom van de Brexit is niet dat we misschien een beter, nieuw, energieker morgen kunnen maken, het is een verlangen om terug te sloffen naar een van spijt verzuurd, naar binnen gericht gisteren. In de Brexit-fantasie is alle hoop erop gericht dat we de rond de klok werkende buitenlanders eruit gooien en de hoeders van ons eigen verleden worden op dit zelfgenoegzame eiland van geklaag en gewichtigdoenerij.

    En als je denkt dat dit een overdrijving is van het Brexit-standpunt, luister dan naar de taal die ze gebruiken: ‘Wij zijn een natie van uitvinders en ondernemers, we willen het Groot terug in Brittannië, de grote ingenieurs, de grote fabrikanten.’ Het zijn allemaal uitingen van sentimentele nostalgie. Voor het geestesoog van de Brexiteer verschijnen het oude Pathé-bioscoopjournaal met autocoureur Donald Campbell, John Logie Baird met zijn televisie, Barnes Wallis en zijn stuiterbom en Robert Baden-Powell die in zijn schuurtje de padvinders uitvond.

    We hoeven alleen maar af te komen van die humorloze Duitsers en spelbrekers van Fransen, met hun liberalisme en werkelijkheidszin, betogen ze. En tegelijkertijd is er de hoop dat we, als we aan Europa weten te ontsnappen, terug zullen keren naar de jaren vijftig van de bolhoeden, waarin het Gemenebest weer parades zal houden, vuurwerkshows zal geven en zal smeken om weer bij de Queen Empress in een goed blaadje te komen. Dan zal Nieuw-Zeeland duizend lammeren offeren, Ghana zal vragen of het weer de Gold Coast mag worden genoemd en Groot-Brittannië zal weer handgemaakte Land Rovers, hoge hoeden en hotelzilveren theepotten gaan fabriceren.


    Er is een reden waarom de meeste mensen die de EU willen verlaten oud zijn, terwijl degenen die willen blijven, jong zijn: dat is omdat de jongeren niet besmet zijn met Bisto-nostalgie*. Zij herkennen de helft van al die dingen die ik net heb opgenoemd niet. Ze zijn opgegroeid in de EU en hun beeld daarvan is op zijn slechtst neutraal.

    De Britten onder de dertig willen onderdeel zijn van dingen, niet aan de zijlijn staan. Voor hen gaat het om meedoen en meetellen. Ik denk dat de meeste outies zich kunnen vinden in de zin ‘De vrouwenemancipatie is te ver doorgeschoten’. Voor hen is alles te ver doorgeschoten, van politieke correctheid – nou, dat ís toch ook krankjorum tegenwoordig? – tot goede arbeidsomstandigheden en genderneutrale toiletten. Die oudjes, ze kunnen het allemaal niet meer volgen, al die nieuwerwetse mobiele telefoons en die jongeren op Tinder en Grindr. Waar blijft de tijd dat je Miss Joan Hunter Dunne gewoon op de tennisclub leerde kennen? En praat ze niet van elektrische handdrogers of die ellendige computer waar je een password voor moet hebben met hoofdletters en kleine letters en cijfers en dan nog meer dan acht ook.

    We horen de Brexit-club praten over de handelsakkoorden die ze na ons vertrek met Europa gaan sluiten, in de weldadige zorgeloosheid dat zij in plaats van het EU-lidmaatschap een scheiding te bieden hebben waarin je nog steeds seks met je ex kunt hebben. Ze denken dat ze onder het huwelijk uit kunnen komen en dan het huis mogen houden, geen alimentatie hoeven te betalen, de kinderen van school kunnen houden, de schoonouders kunnen verbieden om naar de dokter te gaan, eisen kunnen stellen over omgangsregelingen, maar, je weet wel, in het weekend toch een beurt krijgen en natuurlijk ook nog met anderen mogen scharrelen.

    O ja? Is dat het beste wat ze te bieden hebben? Is dat het plan? Brutaalweg Brussel binnenstappen met je Union Jack-broek aan en zeggen ‘Hee schat, wat zie je er lekker uit, zal ik jou eens even pakken?’

    Zoals alle scheidingen wordt het verlaten van Europa smerig en kwaadaardig en pijnlijk en er komt een heleboel giftige xenofobie en racisme bij kijken, al die pietluttige persoonlijke vooroordelen waarmee in de steek gelaten, verraden en gedwarsboomde mensen te kampen hebben

    Als wij, de anderen, dan vragen hoe dat zal gaan werken, antwoorden de vertrekkers met een Terry-Thomas-grijns dat ‘ze heus nog steeds op ons vallen, echt, ze snakken naar ons. Merkel niet misschien, maar de bazen van Mercedes en die Franse wijnboeren en kaasmakers, die kunnen geen genoeg krijgen van die ouwe John Bull. Natuurlijk willen ze nog met ons in bed duiken om een vrije markt te maken, als we de echtscheiding rond hebben. Logisch toch?’

    Vergeet het maar: dit is een echte scheiding. Het gaat niet alleen over de financiën, het wordt niet allemaal redelijkheid en goede wil. Zoals alle scheidingen wordt het verlaten van Europa smerig en kwaadaardig en pijnlijk en er komt een heleboel giftige xenofobie en racisme bij kijken, al die pietluttige persoonlijke vooroordelen waarmee in de steek gelaten, verraden en gedwarsboomde mensen te kampen hebben. En het racisme en de vooroordelen zijn natuurlijk zwakke punten voor ons. De ingewikkelde onderhandelingen met advocaten en rechtbanken zullen bitter en wraakgierig zijn, want dat zijn scheidingen nu eenmaal en, nu we het er toch over hebben, dat soevereiniteitsdingetje dat we zogenaamd zo graag terug willen, als de ring van Frodo, heeft niets met jou of mij te maken. We zullen niet eens merken dat het terugkomt, omdat we om te beginnen al niet merkten dat we misten.

    Je zult niet op 24 juni wakker worden en denken: O, mijn God, mijn artritis is over! Mijn tanden zijn ineens witter! Nu weet ik zomaar hoe ik soufflé moet maken en ik voel de macht van de soevereiniteit over me komen. Hier maken alleen politici zich druk om; voor u en voor mij maakt het geen jota uit of het hoogste rechtsorgaan een stel wereldvreemde oude knarren met pruiken in Westminster Hall is of een stel wereldvreemde oude knarren zonder pruik in Luxemburg. Wat wel uitmaakt is dat we zo veel mogelijk rechters hebben die aan de kant van persoonlijke vrijheid staan.

    Persoonlijk zie ik geen reden om onze parlementariërs in het VK meer macht toe te vertrouwen. Hoe meer verschillende belangen politici hebben, hoe beter dat voor ons is. Je kunt niet genoeg knappe koppen en verschillende meningen hebben. Misschien maak je je echt zorgen om de bureaucratie, maar dat is niet alleen een Europees probleem. Wij Britten zijn heel goed in staat om onze eigen regels en wetten te verzinnen en we hebben bepaald geen tekort aan dienstkloppers. Bureaucratie is misschien ergerlijk, maar bestaat ook om jouw en mijn gezin te beschermen tegen leugens, vergif en bedrog.

    Het eerste kruisje dat ik ooit op een stembiljet heb gezet was om ja te zeggen tegen de EU. Bij het eerste referendum was ik twintig. Het komende referendum valt in de week van mijn tweeënzestigste verjaardag. Bijna mijn hele volwassen leven is er geen dag voorbij gegaan waarop ik niet blij en trots was dat ik deel uitmaakte van dit grootse collectief. Als je mij naar mijn nationaliteit vraagt, is het antwoord dat ik me meer Europeaan voel dan iets anders. Ik ben onderdeel van deze cultuur, van deze Europese beschaving. Welk museum op ons continent ik ook binnenloop, ik begrijp alle beelden en verhalen aan de muren. Deze mensen zijn mijn mensen en dat zijn ze al duizenden jaren. Ik kan boeken lezen over onderwerpen die uiteenlopen van het antieke Griekenland tot Scandinavië in de middeleeuwen, van het Italië van de renaissance tot negentiende-eeuws Frankrijk en ik heb er geen uitleg bij nodig over de achtergrond of het landschap. De muziek van Europa, van zijn toonladders en instrumenten tot zijn ritmes en religie, is mijn muziek. De renaissance, de rococo, de romantiek, de impressionisten, de gotiek, de barok, het neoclassicisme, realisme, expressionisme, futurisme, fauvisme, kubisme, dada, het surrealisme, postmodernisme en de kitsch – het waren allemaal Europese stromingen en geen van alle behoren ze toe aan één enkel land.

    Eetcultuur

    Er is een reden waarom de Chinezen nep-Italiaanse handtassen maken en de Italianen geen nep-Chinese handtassen. Deze Europese cultuur is zonder enige twijfel de grootste, mooiste, machtigste, meest inventieve, subtiele, en diepzinnige cultuur die ooit door mensen is gevormd, en ze is van ons. Kijk eens naar mijn dagelijkse werk – eten. De eetcultuur en het genieten van eten zijn enorm veranderd sinds wij lid van de EU werden, en dat is geen toeval. Wat we eten – de ingrediënten, de recepten – komt misschien van over de hele wereld, maar het is de collectieve activiteit van Europese interesse, vakmanschap en fantasie die onze maaltijden zo smakelijk en opwindend heeft gemaakt.

    Ook het restaurant was natuurlijk een Europese uitvinding. Het eerste restaurant in Parijs heette The London Bridge.

    Cultuur werkt en groeit met het continue weefsel van creatieven, producenten, consumenten, intellectuelen en pure liefhebbers. Je kun cultuur niet dicteren of er wetten voor maken, je kunt alleen maar een plaats bieden die haar aanmoedigt, of je kunt haar kortwieken. Je kunt haar harder en wrokkiger maken, je kunt barrières opwerpen en muren bouwen, maar waarom zou je in hemelsnaam? Deze collectieve cultuur, deze gouden beschaving die in de loop van duizenden jaren op dit continent is gegroeid, heeft alles gemaakt wat we hebben en alles wat we zijn. Waarom zou je daar geen deel van uit willen maken?

    Ik begrijp wel dat we onze bibliotheekkaart voor de Europese beschaving niet hoeven in te leveren als we vertrekken, maar waarom zouden we dat zelfs maar overwegen? De enigen die dat doen zijn eigenlijk die barbaarse, angstige oude knarren. Moet je ze zien, te bang om mee te doen.

    Auteur: A.A. Gill
    Vertaler: Annemie de Vries

    • Bisto is een ouderwets, typisch Brits merk traditionele gerechten in blik.
    commentator aa gill

    De Britse restaurant- en televisiecriticus A.A. Gill overleed eind vorig jaar aan kanker. Bijna een kwart eeuw had hij in The Sunday Times met een pen die vaak gedoopt leek in slangengif zijn mening over chefs en tv-presentatoren ten beste gegeven. De laatste drie artikelen van zijn hand gingen over iets heel anders: twee over zijn naderende dood, het derde over Brexit, volgens Gill al even rampzalig.

    Openingsbeeld: Een traditoneel Engels plaatje in een dorp in Cornwall. – © Getty Images

    schermafbeelding 2017 04 05 om 12 51 36 pm

    The Sunday Times
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 1.300.000

    Zondagse kwaliteitskrant, in 1864 opgericht en in 1981 opgekocht door mediamagnaat Rupert Murdoch, die o.a. ook The Times bezit. Staat bekend om zijn goede research, vele bijlagen en bijdragen van populaire auteurs. Schotland en Ierland kennen een eigen editie.