Tag: belastingen

  • Haïti: ‘Sensationele wending’ in moordonderzoek  president | Forse belastingdruk Zuid-Korea

    Haïti: ‘Sensationele wending’ in moordonderzoek president | Forse belastingdruk Zuid-Korea

    ‘Sensationele wending’ in onderzoek naar moord op Haïtiaanse president

    Het onderzoek naar de moord op de Haïtiaanse president Jovenel Moïse nam op dinsdag 14 september ‘een sensationele wending’, vatte de Latijns-Amerika-correspondent van The Guardian samen.

    Die ochtend heeft de rechter die de zaak onderzoekt, verzocht premier Ariel Henry in staat van beschuldiging te stellen wegens telefoongesprekken die hij met een van de hoofdverdachten zou hebben gevoerd. Bed-Ford Claude, de openbaar aanklager in het proces eiste ook, ‘vanwege de ernst van de aan het licht gebrachte feiten’, dat Ariel Henry verboden zou worden het Haïtiaanse grondgebied te verlaten, meldt het Haïtiaanse dagblad Le Nouvelliste. Enkele uren later kondigde de regeringsleider het ontslag van de openbare aanklager aan wegens ‘ernstig administratief wangedrag’.

    ‘Volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd’

    De openbare aanklager had Ariel Henry vrijdag gevraagd om dinsdag voor het parket te verschijnen om uitleg te geven over de telefoongesprekken die hij zou hebben gevoerd met een van de gezochte personen, maar de regeringsleider ‘weigerde zijn uitnodiging’, aldus Radio Metropole.

    De Haïtiaanse premier gaf dinsdag geen commentaar, maar afgelopen weekend beloofde hij via berichten op Twitter dat hij zich niet zou laten afleiden van zijn missie en drong hij erop aan dat ‘de echte schuldigen’ van de moord zouden worden gevonden, berecht en gestraft.

    Juridische deskundigen zeiden dat het sepot van de aanklager geen invloed zou hebben op de beslissing van de rechter om al dan niet tegen Henry op te treden, bericht The Wall Street Journal. ‘Maar volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd, zelfs niet als de rechter erkent dat er bewijzen tegen hem zijn en een arrestatiebevel uitvaardigt’, aldus Yves Emmanuel Adeclat, een prominente advocaat uit Port-au-Prince, geciteerd door de krant. ‘Hij voegde eraan toe dat alleen de president van Haïti de arrestatie van de premier kan toestaan, maar Haïti heeft geen president meer sinds de moord op de heer Moïse.’


    Automatische cv-scans zien geschikte kandidaten over het hoofd

    Volgens een onderzoek van Harvard Business School en Accenture zorgt automatisering bij personeelswerving ervoor dat zo’n 27 miljoen mensen in de VS niet aan een voltijdbaan komen, bericht Business Insider. Maar liefst 75 procent van de werkgevers vertrouwt inmiddels op toepassingen zoals het automatisch scannen van cv’s, maar bedrijven blijken daardoor vaak geschikte kandidaten af te wijzen.

    Groepen die onevenredig zwaar worden getroffen, zijn onder meer mantelzorgers, veteranen, immigranten, gehandicapten, gedetineerden en mensen die hebben moeten verhuizen vanwege het werk van hun partner, aldus het rapport.


    ‘Buitensporig hoge belastingdruk’ in Zuid-Korea

    Zuid-Korea heeft de afgelopen jaren een ‘buitensporig hoge belastingdruk’ gelegd op de hoogste inkomensgroep en dat zou mogelijk tot een uittocht van rijke Koreanen kunnen leiden. Dat zegt KERI, het Koreaanse Economische Research Instituut.

    De inkomstenbelasting op jaarinkomens van meer dan 1 miljard won (circa 720.000 euro) is de afgelopen vijf jaar in twee stappen gestegen tot de huidige 45 procent, aldus KERI. In 2017, het jaar waarin president Moon Jae-in aantrad, steeg het percentage van 40 naar 42 procent. Vorig jaar werd dat verder verhoogd naar 45 procent, schrijft The Korea Herald.

    KERI zegt dat het huidige percentage ver boven het gemiddelde van de OESO ligt, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat uitgaat van 35,9 procent voor de hoogste inkomens in de aangesloten landen. Het effectieve belastingtarief voor degenen die meer dan 500 miljoen won per jaar verdienen, ligt in Zuid-Korea sinds 2019 minstens drie keer hoger dan dat voor inkomens in andere belastingschijven.

    Lees ook:

  • Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Belarus geeft gedwongen ‘bekentenis’ van oppositieleider Protasevitsj vrij

    De Belarussische staatstelevisie heeft donderdag een nieuw interview met Roman Protasevitsj uitgezonden, waarin de oppositieleider toegeeft dat hij president Aleksander Loekasjenka omver wil werpen. Volgens familieleden en de oppositie is de ‘bekentenis’ onder bedreiging verkregen.

    De arrestatie van Protasevitsj op 23 mei leidde tot een golf van internationale verontwaardiging. Zijn vliegtuig van Athene naar Vilnius werd door de Belarussische autoriteiten onderschept en onder het voorwendsel van een bommelding gedwongen in Minsk te landen.

    De 26-jarige journalist, die bij aankomst samen met zijn Russische partner Sofia Sapega werd gearresteerd, werd onmiddellijk gevangengezet op beschuldiging van het organiseren van massale rellen tegen president Loekasjenka na diens controversiële herverkiezing voor een zesde termijn in 2020. Hij riskeert nu tot vijftien jaar gevangenisstraf.

    Derde keer

    Voor de ‘derde keer’ sinds zijn arrestatie verscheen Protasevitsj donderdag vanuit zijn gevangenis op de staatstelevisie met een regelrechte ‘bekentenis’, aldus BBC.

    ‘Protasevitsj gaf toe dat hij Aleksander Loekasjenka omver wilde werpen’ en ‘zeer kritisch’ was over de Belarussische president, maar zei dat hij ‘begon te begrijpen dat hij [Loekasjenka] het juiste deed’, en hem zelfs ‘respecteerde’, aldus de Britse nieuwszender.

    AP meldt dat Roman Protasevitsj aan het eind van het negentig minuten durende interview zei dat hij ‘volledig en openlijk samenwerkte’ met de Belarussische autoriteiten en dat zijn enige doel was om ‘een rustig, normaal leven te leiden met een gezin en kinderen’.

    ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische’

    ‘Toen bedekte hij zijn gezicht met zijn handen en begon te huilen’, voegt het Amerikaanse persbureau eraan toe.

    De Belarussische oppositie heeft gezegd dat deze ‘bekentenis’, net als de andere ‘bekentenissen’ die sinds de arrestatie van het echtpaar zijn gefilmd, ‘onder dwang’ is verkregen, aldus Al-Jazeera. Nog voordat het derde interview op donderdag werd uitgezonden, verklaarde de Belarussische mensenrechtenorganisatie Viasna: ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische dwang.’

    De ouders van Protasevitjs zeiden dat het verhoor van donderdag door de autoriteiten was bedoeld om ‘de gijzeling van hun zoon en zijn vriendin te rechtvaardigen’.

    In een interview met Radio Free Europe/RL zei Natalja Protasevitsj, de moeder van de oppositieleider, dat ze ‘handboeien om zijn handen had gezien’ en verbaasd was dat de kwaliteit van de video zo slecht was wanneer het gezicht van haar zoon in beeld kwam. ‘Ik vraag me af of dit met opzet is gedaan, om de blauwe plekken in zijn gezicht en de wurgsporen in zijn nek te verbergen, die vorige week op een andere video te zien waren.’

    Lees ook:


    Transparantie voor multinationals: naar een EU-belastingpact

    Europa heeft een eerste stap gezet op het gebied van een gemeenschappelijk belastingbeleid. Op dinsdag 1 juni hebben de Europese Raad en leden van het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over de invoering van een nieuwe wet. Deze zal multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro verplichten transparanter te zijn over hun activiteiten.

    In detail zullen zij hun winsten, aantal werknemers en betaalde belastingen per land moeten aangeven – niet alleen in elke lidstaat, maar ook in elk land of rechtsgebied dat door Brussel als een belastingparadijs wordt beschouwd.

    ‘Deze transparantiemaatregel’, zo schrijft El País schrijft in een commentaar, ‘zal het voor de nationale autoriteiten gemakkelijker maken om de meest onrechtmatige fiscale constructies van sommige grote bedrijven uit te roeien of op zijn minst te beperken.’

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU’

    Het voorstel is in 2016 door de Europese Commissie ingebracht als reactie op diverse internationale belastingschandalen, zoals de Panama Papers.

    Tijdens deze vijf jaar van bittere onderhandelingen en blokkades hebben verschillende lidstaten, waaronder Ierland, zich tegen deze verordening verzet. Aangezien Brussel het voorstel echter ‘als een mededingingskwestie en niet als een belastingkwestie had aangemerkt, behoefde het niet met unanimiteit te worden aangenomen. Er was alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig [ten minste 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen], waardoor Ierland kon worden overruled’, aldus The Irish Times.

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU, waarbij bedrijven gebruikmaken van dochterondernemingen die elkaar diensten in rekening brengen om winsten naar landen met een gunstigere belastingwetgeving te verplaatsen’, aldus de krant.

    Mazen in de wet

    De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement in een plenaire zitting en door de Europese Raad, zo meldt de Duitse zakenkrant Handelsblatt. Maar er zijn wat ‘mazen in de [voorgestelde] wet’. Zo hoeven bedrijven zich er niet aan te houden als zij kunnen aantonen dat het publiceren van de informatie ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben.

    Internationaal gaan steeds meer stemmen op om ‘agressieve belastingplanning door multinationals’ te bestrijden, aldus The Irish Times.

    Met name in de Verenigde Staten dringt de regering van president Joe Biden aan op een internationale overeenkomst over het belasten van grote techbedrijven. Zij stelt voor om wereldwijd een minimumtarief voor multinationals van ten minste 15 procent in te voeren.

    Lees ook:

    ‘De EU moet zich bij dit initiatief aansluiten en meewerken aan een belastingstelsel dat investeringsstimulansen combineert met de garantie dat elke onderneming verantwoording aflegt aan de belastingautoriteiten’, aldus El País.

    De belangrijkste Europese partners (Frankrijk, Duitsland en Italië) zullen de kwestie bespreken op de G7-top van ministers van Financiën, die op vrijdag 4 en zaterdag 5 juni plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Myanmarese schoolboycot uit protest tegen staatsgreep

    De klaslokalen van Myanmarese scholen waren vrijwel leeg toen het nieuwe lesjaar op 1 juni begon. Als teken van verzet tegen de militaire junta hebben leraren, studenten en ouders besloten het onderwijssysteem te boycotten.

    ‘Kinderen komen naar school zonder uniform’ en in kleine aantallen, zei een getuige tegen het weekblad Nikkei Asian Review op 1 juni, de eerste schooldag in Myanmar. Als teken van protest verkiezen deze schoolkinderen zich pas om te kleden zodra ze in de klaslokalen aankomen. Tegelijkertijd wordt op grote schaal een boycot van het begin van het schooljaar georganiseerd. Volgens een lid van de Bond van Leraren, geciteerd door de Myanmarese website Myanmar Now, heeft 90 procent van de leerlingen geweigerd zich in te schrijven in het door de junta geleide onderwijssysteem.

    De boycot is een ‘verlengstuk van de hevige strijd’ en ‘het jongste teken van verzet’ tegen de militaire staatsgreep van 1 februari, aldus Nikkei Asian Review. Het leger nam toen de macht in het land over en wierp de wettige regering en het pas verkozen parlement omver. De afgelopen vier maanden heeft een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het militaire bewind gekeerd. Zij eisen de vrijlating van de afgezette regeringsleider Aung San Suu Kyi.

    ‘Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta’

    Activist Ei Ei Nyein zei tegen Frontier Myanmar dat ze haar dochter niet naar de lagere school zal sturen. Ze zal pas naar school gaan ‘zodra de gekozen regering is hersteld. Ons verzet tegen de junta zal waarschijnlijk tijd kosten, maar dat maakt niet uit! Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta. Ik zal haar zelf leren wat belangrijk is voor haar toekomst.’

    Een 22-jarige masterstudent bevestigt tegen Nikkei Asian Review dat zijn universiteit verlaten is. ‘Geen van mijn studiegenoten is naar de campus gekomen. De staatsgreep is onaanvaardbaar. Het militaire bewind betekent voor ons jonge studenten het einde van al onze dromen.’ De jongeman volgt nu een cursus Engels via het internet en staat op het punt een beurs aan te vragen om in het buitenland te studeren.

    ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood’

    Ouders en leerlingen maken zich ook zorgen over de veiligheidssituatie in de scholen. Sommige scholen zijn gevorderd door het leger. Deze situatie is door UNICEF omschreven als een ‘schending van de rechten van het kind’. ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood, of dat jonge meisjes niet worden lastiggevallen door soldaten’, voegt Ei Ei Nyein in Frontier Myanmar eraan toe.

    Het tijdschrift sprak met het echtpaar Soe Soe en Toe Toe Lwin, dat hun elfjarige dochter, Aye Myat Thu, verloor toen zij op 27 maart door veiligheidstroepen in het hoofd werd geschoten terwijl zij in de tuin aan het spelen was. ‘We willen onze andere geliefde kinderen niet verliezen,‘ verklaarden de ouders.

    Meer dan achthonderd mensen zijn sinds het begin van de staatsgreep door de militaire junta gedood. Onder hen zijn ten minste drie leraren en vijf studenten, volgens de Vereniging voor bijstand aan politiek gevangenen, meldt Frontier Myanmar.

    Volgens de lerarenbond, die door Nikkei Asian Review werd geciteerd, zijn bijna 150.000 leraren door de junta geschorst ‘omdat zij weigerden onder militair gezag te werken’. Dit is een derde van het totale aantal leraren.

    Een leraar die actief is in de protestbeweging vertelde het Japanse tijdschrift over de redenen van zijn boycot: ‘Ik wil jongeren geen slavenopleiding geven, zoals het leger dat voorstaat. Ik wil ze rechtvaardigheid, gelijkheid en de ware geschiedenis van ons land bijbrengen. Ik zal me niet onderwerpen aan deze dictatuur. We zullen vechten tot we hebben gewonnen.’

    Lees ook:

  • Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zal in 2021 18 miljoen pond (bijna 21 miljoen euro) gaan verdienen. De aandeelhoudersvergadering van de Anglo-Zweedse farmaceut keurde deze week het beloningsbeleid voor het topmanagement goed, ook al was dat zeker niet eensgezind. Het groene licht kwam dankzij het ‘ja’ van 60,19 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl een ‘aanzienlijk deel’ protesteerde, zoals AstraZeneca zelf erkende, schrijft Corriere della Sera.

    Sinds zijn aantreden in 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris ontvangen

    Investeerders met 39,8 procent van de aandelen, waaronder activistische beleggers en grote fondsbeheerders zoals Aviva Investors en Standard Life Aberdeen, stemden tegen. Door het nieuwe beloningsbeleid komt Soriot nu in aanmerking voor een bonus van tweeënhalf keer zijn basissalaris; voorheen was dat vastgesteld op twee keer. Sinds zijn aantreden in oktober 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris van AstraZeneca ontvangen.

    Het leiderschap van Soriot, een dierenarts die eerder voor Aventis en Roche werkte, is zonder twijfel goed geweest voor de multinational. In minder dan tien jaar is de aandelenkoers verdrievoudigd, waardoor de groep vandaag op 100 miljard pond wordt gewaardeerd.

    Lees ook:


    Spaanse koeriers voortaan in loondienst

    Het Spaanse kabinet heeft dinsdag een controversiële wet geratificeerd die voorschrijft dat online bezorgplatforms hun koeriers voortaan als werknemers moeten classificeren in plaats van als onafhankelijke contractanten, bericht Politico vanuit Brussel. Onder leiding van de Spaanse minister van Arbeid, Yolanda Díaz, begonnen de onderhandelingen daarover afgelopen herfst.

    ‘Koeriers zullen nu alle relevante arbeidsbescherming genieten’

    Uiteindelijk zijn vakbonden en bedrijfsverenigingen tot een akkoord gekomen en is de regering tevreden. ‘Koeriers worden nu beschouwd als werknemers in loondienst en zullen alle relevante bescherming genieten’, aldus Díaz.

    Desondanks vindt de UGT, een grote Spaanse vakbond die deelnam aan de onderhandelingen, de nieuwe wet veel te zacht. Bedrijven hebben nog drie maanden om aan de nieuwe regels te voldoen en de UGT vreest dat er in de tussentijd banen zullen sneuvelen.

    Ook bedrijven zijn ontevreden. Zo wijst Uber Eats op onderzoek dat voorspelt dat meer dan 75 procent van de dertigduizend Spaanse koeriers hun inkomen zullen verliezen en dat restaurants 250 miljoen euro aan extra inkomsten kwijt zullen zijn.

    Lees ook:


    2,7 miljard euro minder dan verwacht

    De federale regering van Duitsland heeft haar raming van de belastinginkomsten voor 2021 naar beneden bijgesteld. De federale, provinciale en lokale autoriteiten verwachten ongeveer 2,7 miljard euro minder te ontvangen dan in november werd gedacht. Corona heeft een enorm gat in de staatskas geslagen maar de regering verwacht dat het ergste binnenkort voorbij zal zijn, aldus het Duitse tijdschrift Focus.


    NRA is niet failliet

    De National Rifle Association (NRA) is niet failliet, zo heeft een federale rechter dinsdag geoordeeld. Die beslissing is een grote klap voor de oudste organisatie voor wapenrechten in de VS. De NRA vroeg op 15 januari faillissement aan om te kunnen verhuizen van New York naar Texas. Volgens rechter Harlin Hale was die faillissementsaanvraag een poging te kwader trouw van de NRA om een grote civiele rechtszaak te ontlopen die de New Yorkse procureur-generaal Letitia James vorig jaar heeft aangespannen met als oogmerk de organisatie in zijn geheel te ontbinden, schrijft Mother Jones.

    ‘De faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen’, aldus de rechter

    ‘De rechtbank oordeelt, op basis van alle omstandigheden, dat de faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen in de handhavingsactie van de procureur-generaal’, aldus de rechter. De beslissing komt na wekenlange hoorzittingen met huidige en voormalige NRA-medewerkers. Hun getuigenissen zouden corruptie van de NRA aan het licht hebben gebracht.


    Ahmadinejad is weer presidentskandidaat Iran

    De voormalige ultraconservatieve Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 juni. Volgens de Iraanse staatstelevisie heeft hij woensdag de vereiste registratieformulieren ingevuld, bericht Radio Free Europe/RFL.

    Met de nucleaire programma tijdens zijn twee vorige ambtstermijnen tussen 2005 en 2013, dreef de 64-jarige ex-burgemeester van Teheran zijn land herhaaldelijk tot confrontaties met het Westen. Zijn omstreden herverkiezing in 2009 leidde tot de grootste massaprotesten sinds de Islamitische Revolutie van 1979. In 2017 werd hij uitgesloten van de verkiezingen.

    Ahmadinejads politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, Holocaustontkenning en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn

    Zijn politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, ontkenning van de Holocaust en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn, en droeg bij aan de marginalisering van Iran op het internationale toneel. In eigen land kreeg hij steun van het platteland door te strooien met geld en met programma’s voor woningbouw, maar zelfs enkele van zijn meest conservatieve bondgenoten lieten hem tegen het einde van zijn presidentschap in de steek.


    Historische villa te koop

    Een historische villa op Capri, die sinds 1996 in bezit is van de Italiaanse acteur Christian De Sica en zijn vrouw, staat te koop. Het complex werd tussen 1900 en 1903 ontworpen door de Amerikaanse schilder Elihu Vedder, en kunstenaars als de Engelse schrijver D.H. Lawrence, Cy Twombly en Joseph Beuys brachten er tijd door, schrijft het Italiaanse nieuwsplatform ANSA.

    De villa van 250 vierkante meter biedt uitzicht over Capri, de baai van Napels en de Golf van Salerno, telt twee verdiepingen, en is omgeven door een tuin met citrus- en olijfbomen. Prijs van vele miljoenen op aanvraag bij makelaar Lionard Luxury Real Estate uit Florence.


    Gevecht om de Peruaanse kiezer

    Uit de laatste opiniepeilingen in Peru blijkt dat de afstand tussen de socialistische koploper Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori snel kleiner wordt in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 6 juni, bericht Mercopress.

    Veel investeerders en bedrijven vrezen voor een scherpe bocht naar links met Castillo, een onderwijzer afkomstig van het Peruaanse platteland. Fujimori, dochter van oud-president Alberto Fujimori die een gevangenisstraf van zevenenhalf jaar uitzit wegens corruptie en mensenrechtenschendingen, wakkert die vrees aan. Ze noemt Castillo een linkse extremist die de recente economische vooruitgang van het Andesland in gevaar zal brengen met zijn programma voor nationalisaties door de overheid.

  • 3. Het wonder van Ogden, de meest egalitaire stad van Amerika

    3. Het wonder van Ogden, de meest egalitaire stad van Amerika

    Terwijl de kloof tussen arm en rijk in Amerika toeneemt, wordt ze in Ogden (Utah) juist kleiner. En dat terwijl de voormalige spoorwegstad in de jaren negentig volledig aan de grond zat. Hoe hebben ze ’m dat geflikt?

    Uit het archief

    Ongelijkheid staat de laatste jaren hoog op de politieke agenda, nu de kloof tussen arm en rijk wereldwijd onhoudbaar is geworden. Recente televisieprogramma’s, zoals Sander en de kloof van journalist Sander Schimmelpenninck en de HUMAN-serie Klassen, tonen aan dat ongelijkheid in het zogenaamd egalitaire Nederland ook groeiende is. De Amerikaanse stad Ogden (Utah) laat zien hoe het anders kan: zelfs het bedienend personeel van restaurants koopt er huizen. Een inspirerend voorbeeld voor de rest van de wereld.

    Tom Christopulos stuurt een zwarte Nissan Armada door de rechthoekige stratenblokken van Ogden, Utah, een historische metropool zo’n vijftig kilometer ten noorden van Salt Lake City, aan de voet van de hoog oprijzende Wasatch Mountains. Huis voor huis inspecteert hij de verschillende buurten, terwijl hij ondertussen hardop de nummers opnoemt. Al rondrijdend bestudeert hij het gebied gretig, bijna dwangmatig, en elk detail dat hij ziet, slaat hij op in zijn geheugen – een ritueel dat hij nu al bijna tien jaar lang uitvoert. ‘Ik ken elk huizenblok in deze stad, elk huis,’ zegt hij. ‘Zie je die huizen daar aan 
Jefferson Avenue? Jaren geleden waren die opgesplitst in appartementen – goedkope huurkamers eigenlijk. Wij hebben ze opgekocht, gerenoveerd en er weer eengezinswoningen van gemaakt.’

    Tien jaar geleden zag het er hier somber uit. Nu rijzen wolkenkrabbers op uit de afgebrokkelde infrastructuur

    Christopulos is geboren en getogen in Ogden en heeft de afgelopen acht jaar keihard gewerkt als hoofd van het gemeentelijk bureau dat verantwoordelijk is voor economische ontwikkeling in de wijken. Langzaam en met grote moeite is hij erin geslaagd om nieuwe welvaart te halen uit verlaten spoorwegemplacementen, oude slachthuizen en bouwvallige gebouwen, in een poging de middenklasse terug te brengen in Ogden. ‘Het is echt heel hard werken geweest,’ zegt hij.

    Nu heeft Ogden, met zijn 86.000 inwoners, een naam opgebouwd in het hele land: in een tijd dat de Verenigde Staten – net als veel andere gebieden in de rest van de wereld – worstelen met de schadelijke gevolgen van de steeds groter wordende welvaartsongelijkheid, is Ogden tot veler verbazing een baken van egalitarisme geworden. Volgens het vijfjaarlijkse nationale statistisch onderzoek door het U.S. Census Bureau kent de stad, samen met zijn buurgemeenten, de smalste kloof tussen rijk en arm van alle grote stedelijke gebieden van Amerika.

    Iets meer dan tien jaar geleden zag de toekomst er hier somber uit. De hoofdstraten van Ogden waren verlaten, de winkelgebieden lagen in puin en het centrum werd bevolkt door drugshandelende zwervers. Op een online forum in 2009 werd geklaagd over de stedelijke woestenij van Ogden en over de reputatie van de stad als ‘een verlopen, door bendes beheerst gebied’, en daar werd wanhopig aan toegevoegd: ‘Helaas, is de Ogden-mentaliteit zo diepgeworteld’ dat pogingen om de stad nieuw leven in te blazen werden tegengewerkt en dat ‘velen zich stoorden aan het streven naar verandering’.

    Nieuwe kantoorgebouwen getuigen van de wedergeboorte van de stad.
    Nieuwe kantoorgebouwen getuigen van de wedergeboorte van de stad.

    Al meerijdend met Christopulos en zijn economische team afgelopen zomer, kon ik alleen maar onder de indruk zijn van de schoonheid van dit stukje land aan de westelijke rand van de Rocky Mountains. Voor ons lagen vervallen spoorbanen, een wrede herinnering aan het glorieuze handelsverleden 
van de stad. Maar nu rijzen er wolkenkrabbers van staal en glas op uit de verroeste, afgebrokkelde infrastructuur, als symbolen van het nieuwe landschap. Hoe Ogden zo ver is gekomen, is een waardevolle les voor een land dat grote moeite heeft om de kloof tussen de haves en de have-nots te overbruggen.

    Geen eerlijke kaarten

    De notoir libertair en voormalig hoofd van de Federal Reserve Alan Greenspan, de eigenzinnige miljardair Warren Buffett en de diverse presidentskandidaten zijn de afgelopen jaren allemaal tot dezelfde conclusie gekomen: gewone Amerikanen krijgen tegenwoordig geen eerlijke kaarten meer toebedeeld. In de nasleep van de financiële crisis van 2008 beschreef Greenspan de opkomst van twee verschillende Amerika’s – ‘heel fundamenteel, twee afzonderlijke soorten economie’ – een waarin de rijken een ‘duidelijk herstel’ hadden doorgemaakt, en een waarin het grootste deel van de Amerikaanse beroepsbevolking financieel op een dood spoor bleef zitten.

    De Republikeinse presidentskandidaat Jeb Bush noemde dit jaar, met zijn gebruikelijke retoriek, de groeiende kloof ‘de belangrijkste kwestie van onze tijd’. ‘Meer Amerikanen dan ooit zitten vast op hun inkomensniveau,’ zei hij. Over de oorzaken van deze trend wordt eindeloos gediscussieerd, maar de statistieken liegen niet. Sinds 1979 zijn de reële salarissen met 17 procent gestegen, volgens het Economic Policy Institute, een non-profit, niet-partijgebonden denktank in Washington. Die langzame groei maakt het voor de meeste Amerikanen moeilijk om de rekeningen 
te betalen, laat staan enige rijkdom te vergaren.

    In Ogden koopt zelfs het bedienend personeel van restaurants huizen

    Maar wanneer Amerikanen hun televisie aanzetten, zien ze hun minister van Financiën, Jack Lew, juichen over de indrukwekkende economische groei, die hij onlangs een van de enige ‘lichtpunten’ in de wereld noemde. Zo’n gebrek aan verbinding kan ontwrichtend werken, zegt Joseph Stiglitz, hoogleraar economie aan Columbia University en winnaar van de Nobelprijs voor economie, omdat ‘voor velen het leven van de middenklasse niet langer binnen bereik ligt.’

    De gevolgen voor de samenleving gaan verder dan dollars en centen. Onderzoek naar de wisselwerking tussen economische en sociale patronen is nog relatief nieuw, maar toont volgens Stiglitz toch aan dat ‘steeds meer mensen patronen van sociaal disfunctioneren vertonen’ – ze stellen zaken als trouwen, een huis kopen en kinderen krijgen uit, zijn vaker alleenstaande ouder. Vroeger hoorden dit soort gedragspatronen, zegt Stiglitz, bij gezinnen ‘die zich op of onder de armoedegrens bevonden’, nu gelden ze voor iedereen die niet rijk is.

    Volgens Stiglitz is de groeiende ongelijkheid niet zozeer het gevolg van 
de natuurlijke krachten van het kapitalisme, maar van wat hij een ‘ersatz’-kapitalisme noemt, waarin een ‘roofzuchtige’ minderheid aan de top meer moeite doet om ‘een groter stuk van de economische taart van het land te 
krijgen dan om die taart zelf groter 
te maken’, voor iedereen.

    Het historische centrum van Ogden. – © Steve Kepple
    Het historische centrum van Ogden. – © Steve Kepple

    Mochten de ultrarijken denken dat dit hen niet zal raken, recent onderzoek van Barry Cynamon en Steven Fazzari in samenwerking met het Institute for New Economics toont aan dat de groeiende inkomensongelijkheid misschien wel de belangrijkste reden is waarom de economie van het land zich zo traag herstelt. Zij wijzen op een daling van 
17 procent in de consumentenvraag, vergeleken met voor de crisis.

    Mondiaal gezien dreigt de ongelijkheid ‘de strijd tegen de armoede tientallen jaren terug te zetten’ door meer rijkdom in minder handen te concentreren, zegt de internationale anti-armoede organisatie Oxfam. Als de huidige trends zo doorgaan, verwacht Oxfam dat de rijkste 1 procent van de wereldbevolking in 2016 meer dan 50 procent van de totale rijkdom op de wereld zal bezitten. Eerder dit jaar heeft ook paus Franciscus geklaagd over wat hij ‘de economie van uitsluiting’ noemde.

    Rijkste 0,1 procent

    Emmanuel Saez, hoogleraar economie aan de University of California en directeur van het daaraan verbonden Center for Equitable Growth, en Gabriel Zucman, assistent-hoogleraar aan de London School of Economics, laten in een baanbrekende studie van het National Bureau of Economic Research zien wanneer de ongelijkheid in de VS is begonnen te groeien: in 1978.

    Saez en Zucman hebben een hele eeuw aan belastinggegevens doorgespit – de enige cijfers over de lange termijn die in de VS consequent zijn bijgehouden – en zij ontdekten dat de groeiende welvaartskloof in de VS niet zozeer moet worden toegeschreven aan de bovenste 1 procent als wel aan de bovenste 0,1 procent – zo’n 160.000 families met een netto bezit van meer dan twintig miljoen dollar. (De welvaartskloof en de inkomensongelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar ze zijn niet hetzelfde; in dit onderzoek is ‘rijkdom’ gedefinieerd 
als de huidige marktwaarde van al 
het bezit dat huishoudens hebben na aftrek van schulden.)

    De gemiddelde reële groei aan rijkdom per Amerikaanse gezin lag tussen 1986 en 2012 op 1,9 procent, maar dat getal werd scheefgetrokken door de rijkste 160.000 van het land, die tussen 1986 en 2012 hun reële rijkdom met 5,3 procent per jaar zagen groeien. De onderste 90 procent in de VS kende daarentegen helemaal geen groei in rijkdom.

    Een man op een mountainbike in de bergen rondom de stad. Ogden staat bekend als buitensportcentrum. – © Ben Girardi
    Een man op een mountainbike in de bergen rondom de stad. Ogden staat bekend als buitensportcentrum. – © Ben Girardi

    Dit is een scherpe omkering van de welvaartstrend waarin de onderste 90 procent van de Amerikaanse verdieners in de jaren twintig 20 procent van de rijkdom van het land bezat en dat aandeel zag groeien tot het halverwege de jaren tachtig was gestegen tot 35 procent, volgens Saez en Zucman. Na 2012 is de onderste 90 procent teruggevallen tot een aandeel van slechts 23 procent.

    Ondertussen hebben de 160.000 rijkste families van Amerika hun aandeel in de welvaart van het land meer dan verdrievoudigd, van 7 procent in 1978 tot 22 procent in 2012, een niveau dat niet meer is voorgekomen sinds 1916 en 1929, de piekjaren van ongelijkheid. ‘Het is een zeer zorgwekkende trend,’ zegt Marjorie Wood, die als adviseur verbonden is aan het Global Economic Project van het Institute for Policy 
Studies. Deze denktank in Washington richt zich op sociale rechtvaardigheid. Wood ziet de huidige welvaartskloof als een tweede ‘Gilded Age’ (de periode aan het eind van de negentiende eeuw in Amerika, waarin de kloof tussen arm en rijk ook enorm was, Gilded Age is een term van Mark Twain), met dit verschil dat de tegenwoordige rijkdom vaak niet echt in het oog springt. ‘In het verleden waren er veel meer protesten onder de bevolking, omdat de rijkdom toen zo veel zichtbaarder was.’

    Amerikaanse droom

    Dat de ongelijkheid stijgt is op zichzelf al veel Amerikanen een doorn in het oog, omdat het ingaat tegen de Amerikaanse droom en het breed levende idee dat dit een land van gelijke kansen is. Toch kennen Amerikaanse onderzoekers het probleem al jaren. In 2011 – het jaar waarin Greenspan de opkomst van twee Amerika’s signaleerde – toonde Miles Corak, hoogleraar economie aan de Graduate School of Public and International Affairs van de University of Ottawa, de problematische relatie aan tussen ongelijkheid en sociale mobiliteit, in zijn artikel ‘Inequality From Generation to Generation’. Later werd dit verschijnsel door het Witte Huis ‘the Great Gatsby Curve’ genoemd.

    Uit Coraks onderzoek bleek dat wat een kind in de toekomst gaat verdienen, sterk wordt beïnvloed door het gezin waarin het wordt geboren. Op zijn internationale ranglijst van de landen met de slechtste intergenerationele mobiliteit stonden Chili, het Verenigd Koninkrijk, Italië en de Verenigde Staten (in die volgorde). Landen met de beste intergenerationele mobiliteit waren Denemarken, Noorwegen en Canada. Daar tussenin vielen Spanje, Japan, Duitsland en Nieuw-Zeeland. ‘Er is een discrepantie tussen hoe Amerikanen zichzelf zien en hoe de economie en samenleving in werkelijkheid functioneren,’ schreef hij. ‘Veel Amerikanen blijven geloven dat hard werken de manier is om vooruit te komen, maar in werkelijkheid is het veel moeilijker om vooruit te komen dan het lijkt.’

    Dit jaar heeft Janet Yellen, voorzitter van de Federal Reserve, ook haar steentje bijgedragen aan de discussie. ‘We weten dat het gezin de plek is waar zowel kansen als barrières voor economische mobiliteit worden bepaald,’ zei ze, en ze riep op tot meer onderzoek naar dit onderwerp.

    Yellen heeft heel wat over zich heen gekregen van critici die vinden dat de Fed zich niet met zaken als inkomensongelijkheid moet bemoeien, omdat dat volgens hen te politiek is. Zij verwierp die kritiek: ‘De Federal Reserve houdt zich al lang bezig met economische ongelijkheid’ en die ongelijkheid is ook een steeds grotere zorg voor Amerikanen.

    Helaas zijn er geen makkelijke oplossingen. Pogingen om van bovenaf de ontwikkeling om te buigen zijn nog weinig succesvol geweest. Deskundigen zoals de Amerikaan Stiglitz, de Franse econoom Thomas Piketty en de Britse wetenschapper Anthony Atkinson hebben voorstellen gedaan om geld van de rijken over te hevelen naar de minder rijken, via diverse constructies, bijvoorbeeld via successierechten, het instellen van een ‘erfenis voor iedereen’, publiek gefinancierde ‘universele sociale vangnetten’ en het garanderen van banen in de publieke sector tegen een minimumloon voor mensen die anders werkloos zouden zijn.

    In een artikel in The New York Review of Books schreef Piketty goedkeurend over het voorstel dat Atkinson deed in zijn recente boek Inequality: What Can Be Done? om terug te keren naar een progressief mazenvrij belastingstelsel waarin de rijken meer moeten gaan betalen en de werkende klasse minder. ‘Het spectaculair verlagen van de belastingtarieven voor de hoogste inkomens heeft sinds de jaren tachtig sterk bijgedragen aan de groei van de ongelijkheid, zonder daarbij voordelen voor de samenleving als geheel op te leveren,’ schreef Piketty. In Amerika zal zo’n verschuiving in ieder geval niet snel plaatsvinden. Integendeel: het belastingplan van Bush wil 
de hoeveelheid belastingen die topverdieners in Amerika betalen verminderen.

    Nu er in de VS weer verkiezingen aankomen, horen de Amerikanen presidentskandidaten van beide kanten weer dezelfde sussende woorden uitspreken als in eerdere rondes. Wel probeert Democratisch koploper Clinton het oplossen van de ongelijkheid tot een hoeksteen van haar campagne te maken, door te verklaren dat ‘degenen aan de top nog steeds de beste kaarten krijgen.’ ‘Tegenwoordig is de kans groter dat je arm blijft, als je arm geboren bent’, erkende ook Bush onlangs.

    Senator Bernie Sanders uit Vermont, die lang onafhankelijk was en nu een gooi doet naar de Democratische nominatie, stelde de welvaartskloof van het land al aan de kaak in de dagen dat Nixon nog president was. Hij schreef toen dat 2 procent van de Amerikanen meer dan een derde van de rijkdom van het land in handen had: ‘Een handvol mensen bezit bijna alles, en bijna iedereen bezit niets.’ Dat was in 1973. Korter geleden heeft hij gepleit voor een minimumloon van vijftien dollar per uur in 2020 (dat ligt nu op 7,25 dollar), maar andere kandidaten hebben nog geen steun voor dat voorstel uitgesproken.

    De onderlinge strijd en het gebrek aan consensus zijn frustrerend geweest, ook voor de kandidaten. Clinton kreeg in september de mantel uitgeveegd door Republikeins kandidaat Donald Trump omdat haar lijst met sponsoren meer voordeel zou opleveren voor de superrijken dan voor gewone Amerikanen. Sanders zei op Twitter: ‘De in snel tempo groeiende ongelijkheid in inkomen en rijkdom is niet alleen grotesk en immoreel, hij is ook economisch onhoudbaar.’

    Als die ongelijkheid zo enorm groot blijft en de onderste 30 procent niet in staat is om weer rijkdom te vergaren (vergeet niet dat hun welvaart tussen 1986 en 2012 vrijwel niet is gestegen), zal de ongelijkheid die daarvan het gevolg is, tientallen jaren vooruitgang tenietdoen,’ waarschuwen Saez en Zucman. ‘Dat wil zeggen dat over tien of twintig jaar alle democratisering van de welvaart die sinds de New Deal en de jaren na de oorlog is bereikt, verloren kan zijn. De rijken zijn dan extreem rijk, terwijl gewone gezinnen vrijwel niets verdienen en schulden hebben die bijna even groot zijn als hun bezittingen.’

    Dit alles roept de duivelse vraag op: 
stel dat het ongelijkheidsprobleem zo groot is dat geen enkele leider – of team – het kan oplossen, wat dan? In plaats van eindeloos over dit probleem te blijven discussiëren is het misschien nuttiger om te kijken naar een gemeenschap, liefst van een behoorlijke omvang, die veel van deze problemen al heeft meegemaakt en succesvol heeft opgelost.

    Voor dit artikel heeft Newsweek gekeken naar de laatste welvaartsgegevens uit de vijfjaarlijkse enquête van het U.S. Census Bureau in grote stedelijke gebieden met minstens 300.000 
inwoners. Volgens die gegevens is de grootste welvaartskloof in Amerika te vinden in drie steden in Connecticut: Bridgeport, Stamford en Norwalk – dé hedgefondsregio van Amerika vanwege de vele miljonairs en miljardairs die zich er hebben gevestigd en die vaak 
in het nabijgelegen Greenwich werken. Op de tweede plaats kwam Naples, 
Florida, waartoe ook het chique Immokalee-Marco Island behoort. Op de derde plaats stond het gebied dat New York City, Newark en Jersey City in New Jersey omvat.

    Hoe staat het met Ogden, vergeleken met hedgefondsland Connecticut? 
De rijkste 20 procent van de huishoudens in Ogden bezit ongeveer 40 procent van het inkomen van de stad. Maar als je ook Bridgeport, Stamford en Norwalk tot de metropool rekent, bezit de rijkste 20 procent bijna 60 procent van het inkomen. Ogden heeft niet alleen de smalste welvaartskloof, deze middenklasse-oase biedt zijn inwoners ook hogere lonen en lagere kosten voor levensonderhoud dan het landelijk gemiddelde, en is een van de steden met de laagste werkloosheid en grootste banengroei in het land.

    Het is een van de plekken waarvan de meeste Amerikanen dachten dat ze ergens 
tussen Studio 54 en ‘Reaganomics’ in een wolk van cynisme waren verdwenen.

    Mark Muro van het prestigieuze onderzoeksbureau Brookings schreef in juni een rapport waarin hij Ogden noemde als een van de ‘vijftien belangrijkste steden voor hoogwaardige industrie,’ een stad die hard zijn best heeft gedaan om werkgelegenheid in groeisectoren aan te trekken. Dankzij het feit dat Ogden zich richt op technische banen en op beroepsopleidingen voor niet-universitaire studenten is de stad een centrum voor banen in onderzoek, technologie, techniek en wiskunde geworden, volgens Muro.

    De 160.000 rijkste families van de Amerika hebben hun aandeel in de welvaart van het land meer dan verdrievoudigd

    Terwijl academici in Ogden minder dan de helft van de volwassen bevolking uitmaken, heeft de stad op scholen en op een speciaal college, Weber State University, veel programma’s ingevoerd waarmee studenten en volwassenen meer werkgelegenheidskansen krijgen in de hightechindustrie. En het trainen van technische kennis begint al op de kleuterschool, zegt Terrence Bride, 
die in Ogden verantwoordelijk is voor het aantrekken van bedrijvigheid. Zo kunnen mensen die van een opleiding komen, beter betaalde banen vinden, zonder eerst vier jaar naar de universiteit te hoeven.

    Daardoor hoeven ze ook minder schulden te maken en krijgen ze uiteindelijk de kans om vermogen op te bouwen.
    ‘Ik ben vanuit Californië hierheen ge‑
komen met mijn man, die luchtvaarttechnicus is,’ vertelt Carrie Vondrus, eigenares van een winkel in vintage kleding in het centrum van Ogden. ‘Dankzij de lage kosten voor levens‑
onderhoud hier kon ik thuis blijven om voor mijn kinderen te zorgen, wat niet mogelijk was geweest waar we vroeger woonden. Nu heeft mijn zoon van vijfentwintig een huis met vijf slaapkamers in de stad gekocht. Hij is bedrijfsleider bij Dick’s Sporting Goods en het is zijn eerste huis. Hij en zijn vriendin betalen het helemaal zelf.’

    Dit soort verhalen hoor je veel in Ogden, waar de gemiddelde leeftijd dertig is en zelfs het bedienend personeel van restaurants huizen koopt – voor velen de eerste stap naar het opbouwen van vermogen. Het gemiddelde inkomen in de stad ligt met 35.844 dollar nog onder het nationaal gemiddelde, maar stijgt, aangedreven door de hightechbanensector, waarin het gemiddelde jaarsalaris volgens Brookings op 60.580 dollar ligt.

    Ommekeer

    De ommekeer begon in 2002, met de verkiezing van de achtentwintigjarige Matthew Godfrey, in die tijd een van de jongste burgemeesters van de VS, die in het decennium daarop gebouwen afbrak, het centrum van de stad opnieuw opbouwde – vaak ondanks protesten – en bedrijven verleidde om zich te vestigen in Ogden, dat hij nieuwe allure probeerde te geven als het mekka voor hightechtalent. ‘Ik was zo jong en we hadden zulke grootse plannen, de meeste mensen verwachtten denk ik niet dat we het voor elkaar zouden 
krijgen,’ zegt hij.

    ‘Aanvankelijk was er totaal geen belangstelling. Onze tech-industrie bestond nauwelijks. We waren alleen maar een smerige, verlopen oude spoorwegstad,’ vertelt Godfrey, die nu 45 is. ‘Bedrijven kwamen kijken en 
verhuisden dan naar Salt Lake City, 
of zoiets. Dus lieten we de hightech‑
bedrijven maar zitten en gingen we er alles aan doen om outdoor-bedrijven binnen te halen. En toen die rond 2008 verschenen, waren de hightechbedrijven ineens wel geïnteresseerd. Opeens waren we die hippe, coole, buitensportstad.’

    Christopulos, die zowel onder Godfrey als onder diens opvolger, Caldwell, heeft gewerkt, was ondertussen begonnen met het opkopen van vervuilde grond, oude bedrijfsgebouwen en verkrotte wijken, waarvoor hij alle fondsen bij elkaar schraapte die de stad maar kon opbrengen. ‘Mijn team en ik zetten onze eigen geheime project op, om de fondsen bij elkaar te brengen die we nodig hadden, via federale en staatssubsidies, leningen, aannemers en milieuregelingen,’ vertelt hij.

    In 2007 begonnen hun inspanningen om commerciële huurders te vinden voor de gerenoveerde historische gebouwen van Ogden, hun vruchten af te werpen. Het leverde de stad miljoenen dollars op in de vorm van extra belastingen, huren en omzetbelasting, die gebruikt konden worden voor investeringen in andere verbeterprojecten. Tot nu toe heeft de stad meer dan vier miljard aan nieuwe belastinginkomsten gegenereerd.

    Van levensbelang voor het masterplan was een levendig stadscentrum. Nadat hij tientallen jaren had staan wegrotten, werd Ogdens historische 25th Street, waar Al Capone ooit illegaal alcohol verhandelde, uitgeroepen tot een van de mooiste doorgangswegen in Amerika, vanwege zijn amfitheater, zijn festivals en straatkunst (volgens Christy McBride, hoofd planning van de stad, vinden er in het centrum, dat nu voor 95 procent bezet is, zo’n 650 evenementen per jaar plaats, waar tienduizenden mensen op af komen.)

    Afgezien van Albuquerque, New Mexico, was Ogden de enige grote stedelijke agglomeratie in het westen die banengroei kende in 2009, toen in de rest van het land de recessie nog steeds woedde. Het was in datzelfde jaar een van de eerste steden in het land waar de productie terug was op zijn oude niveau van voor de recessie. En vóór de recessie was het aantal banen in de hightechsector in Ogden tussen 2002 en 2007 met 12,6 procent gestegen. Nu biedt Ogden onderdak aan een diverse groep groeiende, geavanceerde bedrijven, die samen goed zijn voor zo’n 26.500 banen, volgens Brookings. Onder de werkgevers bevinden zich Northrop Grumman, Rossignol, Universal Cyces, Mercury Wheels, US Foods, Amer Sports, Comerstone Research, Home Depot, Hart Skis ConAgra Foods en Hershey’s.

    Elke stad is anders en zelfs de beste groeistrategieën zullen niet overal 
toepasbaar zijn, maar wat in Ogden is gebeurd kan elders ook gebeuren. Volgens een van de meest vooraanstaande economen ter wereld, Raj Chetty van Harvard University, kunnen beleidsoplossingen op staats- of federaal niveau weliswaar economische groei bevorderen (bijvoorbeeld door te zorgden dat meer mensen een universitaire opleiding volgen), maar heeft iemands geboortestad de grootste invloed op zijn kansen om vooruit te komen.

    In het kader van het Equality of Opportunity-project bekeek Chetty samen met een groep onderzoekers de cijfers van steden in de hele VS en hij ontdekte dat de stad waar een kind geboren is enorme invloed heeft op zijn of haar kansen om vooruit te komen in het leven. Volgens de data van het project, die eerder dit jaar werden gepubliceerd, zou een kind uit een gezin met een laag inkomen in Ogden op zijn 26ste jaarlijks 2.440 dollar oftewel 9 procent, meer verdienen dan het nationaal gemiddelde. Uit dezelfde onderzoeksgegevens blijkt ook dat in Weber County, waar Ogden toe behoort, de inkomensmobiliteit groter is dan in 76 procent van alle county’s in de VS. ‘Denken op lokale schaal is van groot belang, want ik denk dat er binnen een beperkt gebied meer beleidsoplossingen mogelijk zijn,’ zegt Chetty. ‘Beleid van de federale of de staatsoverheid zal niet alles kunnen oplossen, want de problemen per plaats verschillen en er is dus maatwerk nodig.’

    Nieuwe welvaart

    Door als gemeenschap aan het vergroten van de welvaart te werken, heeft Ogden de discussie onder economen over de verdeling van de bestaande welvaart al achter zich gelaten. De stad kan zich nu richten op het aantrekken van nieuwe welvaart, door bedrijven aan te trekken die hogere salarissen bieden aan zijn inwoners en zo ‘de taart groter te maken’ zoals Stiglitz het noemt.

    Hogere salarissen in combinatie met lagere kosten voor levensonderhoud leidt tot meer sparen en het vergaren van rijkdom. Misschien is deze periode niet het eind van de Amerikaanse droom, zegt Christopulos, maar wordt die droom nu opnieuw gedefinieerd. ‘Filosofisch gezien zouden we best een manier kunnen vinden om welvaart te creëren en het niveau van alle inkomens te verhogen,’ zegt hij. ‘Dat heeft meer te maken met economische mogelijkheden dan met een kloof tussen rijk en de arm.’

    Terwijl hij door het centrum van Ogden rijdt, werpt Christopulos veelzeggende blikken op een volgende rij huizen die hij zou willen strippen, opnieuw inrichten en weer teruggeven aan de buurt. ‘We proberen economische instrumenten te gebruiken om sociale veranderingen te bewerkstelligen, maar dat is moeilijk,’ zegt hij. ‘Anders dan Uncle Sam kan ik de geldvoorraad niet vergroten. Wij hebben dat soort beheersinstrumenten niet. Elke situatie is anders en heeft veel aspecten. Er is geen oplossing die overal past.’

    Hoe de oplossing voor Amerika er ook uitziet, Christopulos is er aardig zeker van dat die niets te maken zal hebben met politiek – en zeker niet met partijpolitiek die de werkelijke scheidslijn verhult: financiële ongelijkheid.
    ‘Ik ben Republikein geweest en Democraat,’ zegt Christopulos. Nu ben ik communitarian – een man van de gemeenschap.’

  • 2. De gezondheidsladder

    2. De gezondheidsladder

    Willen we meer gelijkheid dan moeten we twee dingen doen, stelt Michael Marmot: de zorg voor ouders en kinderen verbeteren en de hoeveelheid mensen met onvoldoende inkomen verminderen.

    De levensverwachting van een jongen die in het armste deel van Westminster, Glasgow, Baltimore of Washington woont, is twintig jaar korter dan die van een 
jongen in het rijkste deel; voor meisjes ligt het iets gunstiger. Maar de meeste mensen wonen niet in het armste deel van een stad en kunnen dus gerust zijn dat dit voor hen niet opgaat. Ze hebben ongelijk. Die gerustheid is niet op zijn plaats.

    Er is een opmerkelijk nauw verband tussen je plek op de sociaaleconomische ladder en je gezondheid – hoe hoger op de ladder, hoe beter de gezondheid. Ik noem dat de sociale gezondheidscurve. U en ik, die niet tot de rijksten of de armsten behoren, zullen naar verwachting korter leven dan de rijksten en langer dan de armsten. De gemiddelde Brit zal acht jaar korter in gezondheid leven dan degene boven aan de ladder. Ongezond zijn betekent dat je vroeger sterft en dat nog tijdens je leven de greep van je hand verzwakt, je mobiliteit achteruitgaat, net als je geheugen en je andere cognitieve vermogens, en dat je verschillende ziektes krijgt. Hoe lager je in de sociale hiërarchie staat, hoe sneller deze dingen gebeuren. Wie zich in het midden bevindt, is niet immuun. Wij maken allemaal deel uit van de sociale gezondheidscurve. En de schaal van het probleem is enorm.

    We moeten streven naar het verhogen van het niveau voor iedereen

    Er zouden elk jaar zo’n 202.000 minder voortijdige sterfgevallen zijn als iedereen in Groot-Brittannië een even laag sterftecijfer had als degenen met een academische opleiding (die minder dan 10 procent van de bevolking uitmaakten toen de mensen die vandaag sterven de studentenleeftijd hadden). Dat is zo’n 500 sterfgevallen per dag. Een mogelijke calamiteit voor ons allemaal, en een tragedie voor het land. Als een vervuilende fabriek zo’n hoge tol eiste, zouden mensen de straat opgaan en maatregelen eisen.

    We zouden ook maatregelen moeten eisen. De oorzaak is ongelijkheid in de omstandigheden waaronder mensen worden geboren, opgroeien, leven, werken en oud worden, én de ongelijke verdeling van macht, geld en hulpbronnen waardoor deze ongelijkheid wordt veroorzaakt.


    Lakmoesproef

    Het goede nieuws is dat we nu weten hoe we dit aantal voortijdige sterfgevallen kunnen verminderen en gezond kunnen leven. Om te beginnen leren ervaringen over de hele wereld dat het verband tussen iemands plaats op de sociale ladder en zijn slechte gezondheid 
weliswaar overal bestaat, maar dat 
de omvang van het probleem sterk varieert. Sommige landen doen al wat nodig is. Ook weten we nu wat er gedaan kan worden. We zullen ons minder moeten richten op de zorgen over de druk op de National Health Service of over ongezonde levensstijlen, en meer op de oorzaken van slechte gezondheid. Dat begint met de aard van vroege ontwikkeling van kinderen, gaat verder in de schooltijd en het werkende leven, en eindigt met de omstandig‑
heden waarin oudere mensen in de laatste fase van hun leven verkeren.

    De curve verandert alles. Stel je even voor dat het probleem van ongelijkheid in gezondheid beperkt bleef tot een slechte gezondheid voor de armen. 
Dat zou een lakmoesproef kunnen zijn. Als we een bepaald type rechtse rakker waren, vonden we misschien dat de armen de architecten van hun eigen ongeluk zijn, nietsnutten, en zouden we dus weinig sympathie voelen voor de ongelijkheid in gezondheid die gerelateerd is aan armoede: als arme mensen goede gezondheid willen, moeten ze worden als wij, harde werkers. Elders op het politieke spectrum zou het ons misschien wel kunnen schelen, een beetje. Maar nog steeds stellen we onszelf dan gerust met het idee dat ‘zij’ het zijn, de armen, die lijden; ‘wij’ hebben geen last van sociale achterstelling.

    Leerlingen van de King Edward VI High School in Birmingham, een van de topscholen in Engeland. Zij zullen gemiddeld acht jaar langer leven dan hun minder gefortuneerde landgenotes.
 –  © Christopher Furlong / Getty Images
    Leerlingen van de King Edward VI High School in Birmingham, een van de topscholen in Engeland. Zij zullen gemiddeld acht jaar langer leven dan hun minder gefortuneerde landgenotes.
 – © Christopher Furlong / Getty Images

    Maar de curve betekent dat iedereen die onder de top zit de handen ineen zou moeten slaan om de omstandig
heden te scheppen voor een goede gezondheid. Er is een duidelijke sociale curve in metingen van vroege ontwikkeling van kinderen: hoe armer het gezin, hoe lager de scores op cognitieve, sociale en gedragsontwikkeling. Ja, de armen hebben de laagste scores. Maar in het midden van de sociale schaal bereikte slechts 52 procent van de kinderen het niveau dat nodig is om klaar te zijn voor school. We moeten voor de hele sociale curve actie ondernemen. Onze samenleving moet twee dingen doen: de zorg voor ouders en kinderen verbeteren – het is geen goed idee om Sure Start-kindercentra te sluiten – en de hoeveelheid mensen met onvoldoende inkomen verminderen. De Joseph Rowntree Foundation hanteert het criterium van een minimum levensstandaard in het Groot Brittannië van nu. Daarbij horen voedsel, kleding en onderdak. Maar ook dat je genoeg hebt om te kunnen profiteren van de kansen en keuzes die nodig zijn om in de samenleving te participeren. In 2010 zat 31 procent van de huishoudens met kinderen onder dat minimum. Drie jaar later was dat percentage gestegen naar 39 procent. Aandacht besteden aan die onderste 39 procent gaat om veel meer mensen dan alleen ‘de armen’.

    Het probleem is dat werken niet genoeg geld oplevert

    Werk zou natuurlijk een manier moeten zijn om het minimum
inkomen te verwerven dat nodig is om aan de samenleving deel te nemen, maar is dat niet. In maar 19 procent van de tweeoudergezinnen die in 2013 onder het inkomensminimum zaten, werkte geen van beide partners. In meer dan 80 procent van de huishoudens met een laag inkomen werkte minstens een van de partners. Het probleem is niet dat uitkeringen te genereus zijn en ook niet dat mensen hun best niet doen. Het probleem is dat werken niet genoeg geld oplevert. Net zo min als uitkeringen. Uit onder‑
zoek in Europa blijkt dat in landen waar de uitkeringen hoger zijn, de gezondheid beter is en de ongelijkheid op het gebied van gezondheid kleiner. Interessant is ook dat in landen met hogere uitkeringen de werkgelegenheidssituatie ook beter is.


    Ik heb in rijke en arme landen in‑spirerende voorbeelden gezien van de manier waarop landen actie ondernemen om het leven van hun inwoners te verbeteren en ongelijkheid in gezondheid te verkleinen. 
De belangrijkste factoren zijn sociale cohesie en emancipatie. In plaats van de samenleving te verdelen in twee grote klassen – ofwel die van Marx ofwel die van de nietsnutten en de harde werkers uit een andere politieke taal – kunnen we beter denken aan curves. We moeten streven naar het verhogen van het niveau voor iedereen. Het is niet onredelijk om te zeggen dat alle sociale groepen de goede gezondheid zouden kunnen hebben van de rijkste groep. Maar daarvoor is actie nodig, gebaseerd op nuchtere feiten, voor de hele samenleving.

    Auteur: Michael Marmot
    Vertaler: Annemie de Vries

    Michael Marmot is schrijver van 
The Health Gap: The Challenge of 
an Unequal World, uitgegeven bij Bloomsbury.

  • 1. Aan ongelijkheid en armoede is iets te doen

    1. Aan ongelijkheid en armoede is iets te doen

    Volgens econoom Anthony Atkinson heeft de inkomenskloof niets onvermijdelijks. Hij komt met voorstellen waardoor de ongelijkheid afneemt én de economie verbetert.

    President Barack Obama heeft de stijgende inkomensongelijkheid ‘de belangrijkste uitdaging van onze tijd’ genoemd. Paus Franciscus roept overheden op om de armen te laten delen in de rijkdom, in een nieuwe geest van gulhartigheid.

    Zelfs IMF-baas Christine Lagarde heeft gezegd dat ongelijkheid de stabiliteit van de wereldeconomie bedreigt.
    Maar wat deze wereldleiders niet hebben gezegd is wat ze daaraan wilden doen. Om op die vraag antwoord te geven heb ik het boek geschreven dat in 2015 is verschenen: Inequality: What can be done?


    Positief geluid

    Er heerst een klimaat van kommer en kwel: een gevoel dat er weinig tegen de economische ongelijkheid te doen valt. Ik wil een positiever geluid laten horen. De belangrijkste boodschap is dat huidige omvang van de ongelijkheid en armoede niet onontkoombaar is. We kunnen stappen ondernemen om de ongelijkheid en armoede te verkleinen. Die zijn niet gemakkelijk en er hangt een prijskaartje aan. We zouden sterke economische en politieke overtuigingen moeten loslaten. Maar het is mogelijk.

    De eerste stap is het herstellen van de verzorgingsstaat. Sinds 1980 is in de OESO-landen de herverdelingspolitiek afgebouwd, en dat heeft geleid tot het tegengestelde van inkomensspreiding. Dit is een van de redenen waarom in Canada, waar een op de acht mensen op een laag inkomen leeft, het armoede‑
cijfer zo hardnekkig hoog blijft. Het is een van de redenen waarom de ongelijkheid in Canada groter is dan in Frankrijk, Duitsland of Japan.

    Om dit te veranderen moet de belasting omhoog. Niet gemakkelijk, maar ik stel een reeks belastingmaatregelen voor die de ongelijkheid moeten verkleinen, met als uitgangspunt de terugkeer van de progressieve inkomstenbelasting. Aan de uitgavenkant pleit ik ervoor de kindertoeslagen te verhogen en werkloosheidsverzekeringen nieuw leven 
in te blazen. Ik denk zelfs aan de mogelijkheid van een basisinkomen voor iedereen, een radicaal idee, maar het heeft steun gevonden bij Nobelprijswinnaars van zeer uiteenlopende 
signatuur: Milton Friedman ter rechterzijde en James Tobin op links.

    Herstel de verzorgingsstaat

    De ongelijkheid verkleinen is echter niet alleen een kwestie van belastingen en uitgaven. Veel van mijn voorstellen hebben te maken met de marktverdeling van inkomen: wat mensen ontvangen aan loon, rente en andere vormen van kapitaalinkomen. Dit betekent in de eerste plaats dat de werkloosheid moet worden aangepakt en dat de vermindering van werkloosheid dezelfde prioriteit moet krijgen als het beheersen van de inflatie. Banen zijn echter maar een deel van het verhaal. Het salarisniveau is belangrijk. Slechts de helft van de werklozen in de EU verdient als ze een baan vinden genoeg om hun gezin boven de armoedegrens te houden. Armoede onder werkende mensen is een groot probleem.

    Hoe zit het met rijkdom? De zeer grote ongelijkheid in de verdeling van de rijkdom blijkt uit het feit dat de bovenste 10 procent in Canada meer dan 40 procent van het bruto nationaal inkomen verdient. Ik stel dan ook een grote nieuwe vermogensoverdrachtbelasting voor, die gebaseerd is op het bedrag dat iemand gedurende zijn leven ontvangt in de vorm van legaten en giften. Zo’n belasting zou bijdragen aan het scheppen van gelijke kansen en de eerlijker verdeling zou nog versterkt worden als de opbrengst van die belasting op vermogensoverdracht gebruikt werd om iedereen op zijn achttiende verjaardag een minimum-erfenis te geven.

    Voedselbank in Waterloo, Ontario – © Feed My Starving Children /  Flickr Creative Commons
    Voedselbank in Waterloo, Ontario – © Feed My Starving Children / Flickr Creative Commons

    Zo denk ik aan een reeks voorstellen om de ongelijkheid te verkleinen en armoede aan te pakken. Er valt natuurlijk over te discussiëren. Sommigen zullen zeggen dat door deze uitruil tussen billijkheid en efficiency het nationale inkomen en de groei daarvan zullen afnemen. Ik zou daarop antwoorden dat dit bezwaar voornamelijk afhangt van de manier waarop je de werking van een moderne economie ziet. Als je kijkt naar de onvolmaakt‑
heden van de markteconomie, wordt duidelijk dat er omstandigheden bestaan waarin we zowel qua vermogen als qua efficiency vooruitgang kunnen boeken. Het tegengaan van de ongelijkheid zou wel eens hand in hand kunnen gaan met het verbeteren van de economische performance.


    Mensen zullen misschien zeggen dat ‘in een geglobaliseerde economie, een land niet in zijn eentje een koers kan volgen die tot minder ongelijkheid leidt’. Maar landen zijn niet alleen maar passieve deelnemers op het wereldwijde speelveld. Het effect op de herverdeling van inkomen hangt af van de manier waarop nationale overheden inspelen op een veranderende wereld.

    De derde tegenwerping is dat ‘we het ons niet kunnen veroorloven.’ Inderdaad moeten er harde keuzes gemaakt worden. Willen we werkelijk de ongelijkheid verkleinen en de armoede aanpakken, dan moeten we de belastingen verhogen en de manier heroverwegen waarop marktinkomens worden bepaald.

    Maar we kunnen niet zeggen dat er niets aan te doen is.

    Auteur: Anthony B. Atkinson
    Vertaler: Annemie de Vries

    Anthony B. Atkinson is als senior 
onderzoeker verbonden aan het Nuffield College, Oxford en als professor aan de London School of Economics. 
Hij schreef Inequality: What can be done?, 
Harvard University Press, 2015.

    (Foto boven: Denise Corley (46) en haar dochter Aniya Hall (9) moet alle zeilen bijzetten om rond te komen. Haar man werkt bij McDonalds. – © Rene Cle)

    Toronto Star
    Canada, dagblad, oplage 400.000
    Grootste krant van Canada. Een van de weinige titels die een plechtige ‘principeverklaring’ in ere houdt, te vinden op de site. Daarin staat als kerntaak van de krant ‘het publiek te wijzen op misstanden en de mogelijke oplossingen daarvoor’.