Tag: beledigen

  • Aantekeningen van een extreem lang iemand

    Aantekeningen van een extreem lang iemand

    New York Times-journalist Nicholas Kulish is voor Amerikaanse begrippen uitzonderlijk lang. In een essay voor de website Topic beschrijft hij hoe dit zijn identiteit heeft gevormd.

    Ik was altijd een beetje huiverig voor Dick de Dwerg. In mijn favoriete bar in Hongkong, The Globe, noemde iedereen hem accountant Dick als hij in de buurt was, aangezien hij de boekhouding van de bar deed, maar hij had zijn hielen nog niet gelicht of we hadden het over Dick de Dwerg omdat hij klein was. Ik was huiverig voor Dick de Dwerg omdat ik, op mijn tweeëntwintigste, net mijn volwassen lengte had bereikt: iets meer dan twee meter. Ik ging ervan uit dat hij dat pijnlijk zou vinden. Dus toen hij op de barkruk naast me kwam zitten, me van top tot teen opnam en zei: ‘Lijkt me lastig, zo lang zijn,’ dacht ik dat hij me in de maling nam. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik aarzelend. ‘Je kunt geen schoenen vinden. Je kunt geen broek vinden. Vliegen moet een nachtmerrie zijn.’ ‘Klopt,’ beaamde ik enigszins op mijn hoede. ‘Maar wat weet jij daarvan?’ ‘Ik probeer mijn problemen altijd van de andere kant te bekijken,’ lichtte hij toe. ‘De wereld is gemaakt voor mensen van gemiddelde lengte.’

    Dit gesprek vond zo’n twintig jaar geleden plaats en terugkijkend begrijp ik wel dat Dick zo aardig tegen me was. In zijn ogen was ik jong en klunzig en zat 
ik niet lekker in mijn vel. Terwijl hij zelfvertrouwen uitstraalde. Hij vertelde verhalen over zijn leven als straatartiest, over de tijd dat hij zijn geld had verdiend als clown. ‘Je kent het wel, een beetje jongleren, wat grappen en grollen,’ zoals hij het zelf formuleerde. Hij was inmiddels getrouwd en had een goede baan als accountant. Ik geneerde me voortdurend voor mijn ellebogen, mijn knieën en mijn grote voeten die alle kanten uit staken. Ik stootte geregeld mijn hoofd tegen een lage deurpost. Ik was anders 
en de mensen in Hongkong zagen er geen been in me daar voortdurend op te wijzen. In het voorbijgaan maakten ze sprongen om de bovenkant van mijn hoofd aan te raken, of ze liepen achter me aan, met hun handen in de lucht, tot grote hilariteit van hun vrienden. De vrouwen op de groentemarkt naast mijn huis wezen soms alleen maar naar me en begonnen dan te lachen. Ik geloof niet dat ik in die periode erg gelukkig was. Ik herinner me dat ik een keer een kort verhaal schreef voor mijn vrienden, waarin ik uit een raam sprong maar met mijn enorme voeten bleef haken achter een vlaggenstok, die mijn val brak voordat ik te pletter zou slaan. Mijn lichaam 
en mijn identiteit waren nog niet versmolten. Ter 
verdediging kan ik aanvoeren dat ik geen vrienden 
of familieleden had die ook zo lang waren. Daarnaast was het ook nog eens mogelijk dat ik nog niet was uitgegroeid.

    Ideale lengte

    De gemiddelde Amerikaanse man is net iets langer dan één meter vijfenzeventig. Voor vrouwen is de norm net iets onder de één meter tweeënzestig. De grafiek van de verschillende lengtes ingedeeld naar alle staten van Amerika (gebaseerd op het National Health and Nutrition Examination Survey, een onderzoek uitgevoerd in 2007 en 2008) stopt zo’n vijf centimeter voordat ik aan de beurt ben. Een lengte van één meter achtennegentig is een afrondingsfout, die in de meeste leeftijdscategorieën nog geen tiende van een procent bedraagt.

    Gevraagd naar het aandeel van de bevolking dat langer is dan twee meter, laat een woordvoerder van het National Center for Health Statistics weten: ‘Onze statistici beschikken niet over de middelen om die gegevens te achterhalen.’ Over het algemeen wordt het als indrukwekkend en imponerend gezien wanneer iemand langer is dan gemiddeld. Er zijn onderzoeken die uitwijzen dat iemand die langer is dan gemiddeld meer kan verdienen en zelfs meer kans heeft om een hoge leeftijd te bereiken. Ik loop zonder enig probleem ’s nachts door onbekende steden en word zelden lastiggevallen, er worden hooguit wat opmerkingen gemaakt over mijn lengte. Maar uit veel van die studies blijkt ook dat voor mannen de voordelen van hun lengte in de hogere regionen weer afnemen: vanaf één meter negentig neemt de kans op een langer leven weer af, de kansen op een hoger salaris keren bij één meter achtennegentig. Ik heb al die lengtes gehad en ik 
kan het weten: voor een man is één meter negentig de ideale lengte. Met elke centimeter extra neemt je aantrekkelijkheid af en schuif je op richting rariteit, om te eindigen als een spreekwoordelijke kermisattractie. Anders dan bij veel zeer lange mensen, begon ik pas op latere leeftijd te groeien. Als kind was ik al lang voor mijn leeftijd maar op de middelbare school bleef ik een paar jaar steken. Mijn klasgenoten haalden me in en ik legde me erbij neer dat ik één meter tachtig zou worden, met opmerkelijk grote voeten, schoenmaat 49. Ik was een boekenwurm 
en ik werd gepest door groepjes oudere jongens op school en in de buurt. Niet geheel onterecht, want 
ik had een grote bek en ik wist niet goed waar de grenzen lagen. Ik stopte met basketballen, hoe leuk ik dat ook vond, omdat de coaches wilden dat ik point-guard zou worden in het team van de eerstejaars, terwijl ik tot dan toe alleen center had gespeeld. Mijn laatste schooljaar schoot ik pas echt de hoogte in en in mijn eerste studiejaar was ik één meter negentig. Al was ik voor mijn gevoel nog dezelfde die ik altijd was geweest, mijn omgeving reageerde anders op me. Het is lastig precies vast te stellen maar ik had het gevoel dat ik door mijn lengte meer succes had bij de meisjes en dat ik in zijn algemeenheid iets meer aanzien genoot in de klas. Mijn vrienden vielen me nog wel altijd in de rede, namen me nog steeds in de maling en behandelden me net als alle anderen, maar toch was er een geleidelijke verschuiving merkbaar.

    Ik kan me nog levendig een studentenfeestje herinneren, de bedompte lucht van vele vaten goedkoop bier, de schemerige ruimte slechts verlicht door kerstlampjes. Een medestudent liep expres tegen een kleine, nerdy vriend van mij op, telkens wanneer die zijn wegwerkbekertje kwam vullen. Ik ging naar die student toe, keek hem indringend aan – om niet te zeggen vernietigend – en liep met hem mee naar de achterdeur, waardoor hij vertrok. Ik had een pestkop geïntimideerd en het was opwindend en tegelijkertijd angstaanjagend, intimideren bleek net zo eng als geïntimideerd worden. Vervolgens boezemde ik ook onbedoeld een paar mensen angst in, zowel vrouwen als mannen, werd een paar keer voor monster uitgemaakt, werd aangezien voor Lurch uit The Addams Family en voor Lennie uit Of Mice and Men, die, als mijn geheugen me niet bedriegt, per ongeluk een vrouw wurgde, waarna zijn vriend van normale lengte hem een kogel door het hoofd schoot, als daad van barmhartigheid. En ik bleef maar groeien, ik werd langer dan wie ook in mijn familie, zowel van vaders- als van moederskant. Mijn moeder ging met me naar een endocrinoloog. Er werd bloed afgenomen en een echo gemaakt om te kijken of ik leed aan gigantisme, of aan het syndroom van Marfan, of een andere afwijking die zou kunnen verklaren waarom ik niet was opgehouden met groeien. Ik werd op alles negatief getest, maar tegen de tijd dat ik naar Hongkong ging voor mijn eerste baan, de zomer na mijn afstuderen, was het nog altijd de vraag of ik ooit zou stoppen met groeien, of ik geheel buiten de lengtestatistieken zou komen te vallen. Als je me vraagt wat ik destijds voor iemand was, dan zou ik zeggen: een lezer en een schrijver, de zoon van een immigrant, een fervent reiziger, misschien ook nog wel iemand die te veel praatte. Maar mijn lichaam kwam altijd op de eerste plaats en pas daarna volgde mijn persoonlijkheid, wat ik vanbinnen voor iemand was. Mijn lengte was een gegeven waarmee ik me niet identificeerde, het was een extern gegeven, iets wat ik domweg had meegekregen, iets wat ik pas gaandeweg leerde internaliseren. Misschien geldt dat wel altijd, als het om identiteit gaat. Maar het overkwam mij zo laat in mijn leven dat ik het me scherp bewust was.

    1922, ’s werelds grootste vrouw, de Californische Nellie B. Lane, naast ’s werelds kleinste man. – © Wiki / Getty
    1922, ’s werelds grootste vrouw, de Californische Nellie B. Lane, naast ’s werelds kleinste man. – © Wiki / Getty

    Vorig jaar kwam op zeker moment het nieuws naar buiten dat het toenmalige hoofd van de FBI, James Comey, die net als ik meer dan twee meter is, zich tijdens een bijeenkomst in januari 2017 achter de gordijnen van het Witte Huis had proberen te verstoppen zodat de president hem niet in het oog zou krijgen. Dit beeld van die reusachtige man die als een enorme kameleon probeert op te gaan in de plooien van de gordijnen was dermate krankzinnig, om niet te zeggen lachwekkend, dat het even iets van lucht gaf aan een land dat op de rand van een constitutionele crisis verkeerde. Maar zelf kon ik me er van alles bij voorstellen. Lange mensen proberen altijd zoveel mogelijk op te gaan in hun omgeving, we proberen 
te voorkomen dat anderen in het theater over onze enorme voeten struikelen, dat onze ellebogen op de dansvloer in iemands gezicht slaan. Een groot deel van onze tijd gaat heen met pogingen onszelf zo klein mogelijk te maken, om niet al zeer in het oog te lopen, hoewel dat haast onvermijdelijk is. Op internet gaat een meme rond van een lange man die een nieuwsgierige onbekende een visitekaartje overhandigt. ‘Ja, ik ben lang,’ staat erop te lezen. De verdere tekst is net even anders in de verschillende versies die de ronde doen. In het ene filmpje staat er: ‘Scherp gezien.’ En dan volgt er een lengte, ‘twee meter’ in het ene geval, ‘twee meter tien’ in het andere geval, gevolgd door ‘serieus, ja,’ bij de eerste lengte, en ‘Nee hoor, geintje,’ bij de tweede. Er volgen meer antwoorden op vragen die niet zijn gesteld, een soort Jeopardy, maar dan eenrichtingsverkeer. ‘Nee, ik ben geen basketballer. En ja, het is heerlijk weer, hierboven.’ De memes die ik heb gezien eindigden allemaal met een variatie op ‘Fijn dat we er even over hebben kunnen praten’. De grap van de meme zit erin dat we die vragen zo vaak hebben gepareerd dat we alle varianten kennen, elke mogelijke wending van het gesprek. Ik krijg ze geregeld opgestuurd, alsof de grap voor mij is bedoeld, terwijl hij eigenlijk juist is bedoeld voor de anderen. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik een dergelijk gesprekje voer. Meestal zijn het vragen: ‘Hoe lang ben je?’ of ‘Speel je basketbal?’ Daarnaast zijn er mensen die hun hart bij me willen uitstorten. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb ontmoet voelen de noodzaak om me te vertellen wie er binnen hun familie het langst is. Met name vrouwen vertellen graag over hun vader, hun man of hun broer, over de langste man met wie ze ooit iets hebben gehad of over hun langste collega. Vervelender zijn de discussies, wanneer bijvoorbeeld iemand me op straat staande houdt, vraagt hoe lang ik ben en vervolgens zegt dat ik het mis heb, dat ik volgens hem net even langer ben, of net even kleiner.

    In de kroeg komen de mannen van één meter negentig altijd op me af met de woorden: ‘Hé, meestal ben ik de langste.’ Het heeft iets agressiefs en tegelijkertijd iets zeurderigs, en het gebeurt ongelooflijk vaak. Tijdens het debacle van Comeys ontslag wees ik er geregeld op dat Comey meer dan twee meter was 
en dat Trump beweert één meter negentig te zijn.

    De gesprekken over lengte zijn te prefereren boven de ontmoetingen met mensen die me opnemen alsof ze amateur-antropoloog zijn: ze houden hun handen op, steken hun voeten uit, gaan met hun rug tegen mijn rug staan. Soms gaat het er echter nog grover aan toe. ‘Hoe doen jullie het?’ is me wel eens gevraagd terwijl ik met een kleinere vriendin in een kroeg stond. Maar goed, het komt natuurlijk wel vaker voor dat een of andere griezel dat soort intieme vragen stelt. Meestal zijn de vragen goedmoedig van aard. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Glimlach. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Grijns. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Prima. Het houdt domweg niet op. ‘Ik probeer mezelf keer op keer voor te houden dat deze mensen gewoon contact proberen te maken en dat dit nu eenmaal de woorden zijn die van hun lippen rollen,’ aldus de schrijfster Arianne Cohen, die één meter negentig is. In 2009 bracht ze The Tall Book uit, een gedegen verslag van de voordelen die het heeft om heel lang te zijn, en van de uitdagingen die ermee gepaard gaan. ‘De afgelopen tien jaar zijn mannen tot het inzicht gekomen dat het niet altijd gepast is om het uiterlijk van vrouwen te becommentariëren in termen van al dan niet aantrekkelijk, maar opmerkingen over iemands lengte lijken nog wel door de beugel te kunnen.’ Online dating en dating-apps hebben het liefdesleven van lange mensen makkelijker gemaakt, aldus Cohen, en dat geldt zeker voor lange vrouwen die op zoek zijn naar een man die even lang is, of langer.

    Aanvankelijk had Cohen haar ware lengte in haar profiel vermeld, waarop ze werd bedolven onder reacties van mannen ‘met een lengtefetisj, mannen die wilden weten hoeveel ik weeg en wat voor schoenmaat ik heb.’ Ze stelde het bij naar één meter tachtig en de berichtenstroom droogde op. Cohen deed er weer een schepje bovenop: één meter vijfentachtig. Ze krijgt nog wel eens een reactie van een of andere creep, maar daar kan ze 
wel mee leven. Want al zijn die constante vragen over basketballen nog zo irritant, het is wel duidelijk een verbetering. Als we Cohen mogen geloven denken de meeste mensen tegenwoordig dat uitzonderlijk lange mensen miljoenen binnenhalen als profbasketballer, terwijl vroeger werd gedacht dat we in het circus werkten, of bij een freakshow. Dat zou je een vooruitgang kunnen noemen.

    ’s Werelds langste man, de Turk Sultan Kosen (2,51 meter), bezoekt Sydney. – © Toby Zerna / Newspix / REX / HH
    ’s Werelds langste man, de Turk Sultan Kosen (2,51 meter), bezoekt Sydney. – © Toby Zerna / Newspix / REX / HH

    Wij, lange mensen, begeven ons in het openbare leven en krijgen ongekend veel aandacht, maar toch blijven we een mysterie. Waarom lopen we haast verend en duikend door de metrostellen in New York City, als in een merkwaardige dans? Voeren we een show op, om daarna met de pet rond te gaan? Nee, we willen gewoon ons hoofd niet stoten tegen de metalen rails waar anderen houvast bij zoeken. Bij ons dreunen ze tegen onze slaap of ons achterhoofd, als we niet oppassen. In de metrotunnels maken wij ons vermoedelijk het meeste zorgen om de roestige schroeven die uit het plafond steken en die onze schedel openhalen als we niet uitkijken. Realiseer je dat wij op regenachtige dagen extra moeten uitkijken voor de punten van jullie paraplu’s, die als wrede klauwen in onze zachte delen steken: onze ogen en oren. En in tegenstelling tot mensen van gemiddelde lengte weten wij hoe het zit met plafondventilatoren: het zijn geen helikopterbladen. Als je je hand erin steekt, loop je misschien een bult of een bloeduitstorting op, maar ze zijn niet zo gevaarlijk als je zou denken. Toch sympathiek dat je zo met ons meeleeft! Soms zijn we spionnen in jullie midden. Als jullie ons thuis uitnodigen, weten wij hoe de bovenkant van jullie koelkast eruitziet. (Die moet je nodig schoonmaken. Het is alweer een hele tijd geleden. Geloof me.) Zodra het feestje goed op gang komt, kunnen wij jullie nauwelijks meer verstaan omdat het gesprek zich zo’n dertig centimeter onder ons afspeelt en het lastig is om voortdurend voorovergebogen te staan, met gedraaid bovenlijf. Vind je dat we een rare houding hebben? Dan doen we vermoedelijk de bekkenkanteling, een extreme versie van de contraposto van Michelangelo’s David, om een paar centimeter lager te komen. We zijn ook heel handig. Het spreekt waarschijnlijk voor zich dat jullie bij een concert aan ons vragen of wij even een foto van de artiest kunnen maken, of van jullie zelf, aangezien een foto vanuit een hoger camerastandpunt flatteuzer is. Ik moet altijd grinniken als vrienden op een drukbezocht festival niet besluiten om op een bepaalde tijd bij een bepaald markeringspunt af te spreken, maar gewoon zeggen: ‘Oké, om drie uur bij Nick.’ In een menigte kun je het beste achter ons aan lopen. Wij zien de open plekken, wij zien waar de ruimte ontstaat, wij zien waar de rij voor de wc en de rij voor de drankjes samenkomen en er een menselijke opstopping ontstaat.

    Bij een rij mensen doet zich een van de merkwaardigste fenomenen voor die ik associeer met lengte. Zodra er iemand voordringt zie ik hoofden draaien, zie ik vragende blikken. Pas na enige tijd dringt tot me door dat de meeste mensen naar mij kijken, in een onbewust besluit om mij te belasten met de 
verantwoordelijkheid, en de mensen blijven me aanstaren totdat ik voldoende moed heb verzameld om te roepen: ‘Hé, de rij begint daar, hoor.’ Ik weet niet waarom het zo is, maar in anonieme situaties, waar mensen enkel op het uiterlijk kunnen afgaan, krijgen we stilzwijgend een soort autoriteit toegedicht. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb gesproken vragen me om zware dingen te verplaatsen of iets van een hoge plank te pakken, alsof ik een soort buurtkruiwagen of -ladder ben. Zelf ben ik dan nog het liefst de buurtladder omdat ik dan iets voor anderen kan doen, maar als kruiwagen ben ik niet 
zo geschikt omdat ik, zoals veel lange mensen, last van mijn rug heb. Dit is niet objectief vastgesteld, maar ik heb het idee dat mensen mij ook vaker de weg vragen. Misschien roep ik associaties op met 
een wegwijzer. Als verslaggever die is gespecialiseerd 
in buitenlandprojecten heb ik me neergelegd bij een leven in kleine hotelkamers en krappe vliegtuigstoelen. Ik heb nauw contact met de ergonoom van mijn werk, Tom. Toen ik hem achttien jaar geleden ontmoette, in mijn vorige baan, noemde hij me een ‘onafwendbare computergerelateerde ramp’. Hij legde bakstenen onder de poten van mijn werktafel. Zijn hulpmiddelen zijn inmiddels een stuk geavanceerder, zoals een mechanisch bediende zit-statafel en een reusachtige, op maat gemaakte stoel die door tenminste een van mijn collega’s is vergeleken met de IJzeren Troon van Westeros [uit de tv-serie Game 
of Thrones]. (Hij is bijna net zo groot maar helaas met een kussen van schuim in plaats van omgesmolten metalen zwaarden.) Hoewel veel New Yorkers zich verheugen in de anonimiteit die de stad biedt, bevind ik me in een veel interactievere stad. Als je wilt weten wie dé blanke basketballer van dit moment is, moet je samen met mij door Brooklyn lopen. Kreten als ‘Yo, Nowitzki!’ zijn de opmaat geweest voor nog veel zangerige hommages 
aan de nieuwe, Litouwse forward van de Knicks: 
‘Porzingis!’ Plaats een uitzonderlijk lang iemand in het centrum van de grootsteedse anonimiteit en hij wordt bedolven onder aandacht, zegt Rosemarie Garland-Thomson, hoogleraar lichaamstudies aan Emory University, in het boek van Cohen. ‘Zet zo iemand in een kleinere plaats en op de een of andere manier trekt hij minder bekijks. Er zijn enkele reuzen geweest die min of meer ongehinderd in een klein plaatsje hebben gewoond.’

    Circa 1930, Jack Earle (2,32 meter), bijgenaamd de ‘Texas Giant’, poseert met iemand die toen een dwerg werd genoemd. Earle werkte jarenlang bij een rondreizend circus en werd later verkoper en fotograaf. – © Getty / Wiki
    Circa 1930, Jack Earle (2,32 meter), bijgenaamd de ‘Texas Giant’, poseert met iemand die toen een dwerg werd genoemd. Earle werkte jarenlang bij een rondreizend circus en werd later verkoper en fotograaf. – © Getty / Wiki

    In januari ben ik van Hudson in New York, door glibberige sneeuwbui, naar Massachusetts gereden, op zoek naar Asa Palmer, de jongste van drie broers die allemaal net zo lang zijn als ik, of zelfs langer. Toen we klein waren, woonden Palmer en ik bij elkaar om de hoek, in Arlington, Virginia. Hun gezin was beroemd, de lange ouders met de drie superlange zoons die basketbalden. Toen ik tijdens de kerst tegen mijn moeder zei dat ik in het nieuwe jaar een afspraak had met Asa, haalden mijn moeder en zus herinneringen op aan de drie jongens, waarbij ze het vooral veel hadden over de middelste broer, Crawford, de All-American topsporter, drie decennia na zijn avonturen in Arlington. Asa Palmer en ik hadden op amateurniveau gespeeld. Hij begon als center voor het Optimist-basketbalteam, en ik probeerde hem te dekken voor mijn Kiwanis Club, wat steeds moeilijker werd omdat mijn groei tijdelijk tot stilstand kwam terwijl hij gewoon verder 
de hoogte in schoot. Uiteindelijk verhuisden de Palmers en verloor ik ze uit het oog, maar mijn nieuwsgierigheid dreef me er nu toe de besneeuwde wegen van New England te trotseren tijdens de snijdende winterkoude, op zoek naar de jongste zoon van het gezin. Palmer bleek boomchirurg te zijn geworden. Hij had grote, sterke handen en zijn dikke, donkere baard zat vol grijs, de eerste vorst van de middelbare leeftijd diende zich aan. Net op het moment dat ik hem bezocht was hij aan huis gekluisterd vanwege een gebroken enkel. Een deken van januarisneeuw lag over de Berkshire Hills, waar zijn huis staat; ingeklemd tussen een moeras en een begraafplaats. Tegen de lente zal hij weer in boomstronken moeten klauteren, met behulp van een elf millimeter dik nylonkoord – tenzij de boom gekapt moet worden, dan kan hij naar boven klauteren met behulp van speciale schoenen met ijzers, omdat hij zich dan geen zorgen hoeft te maken over de beschadigingen die hij veroorzaakt in de bast en de stam. Palmer en ik dronken Sierra Nevada-bier, we aten kaas en we bekeken foto’s van zijn dochtertje van vier. We lachten om de kwinkslagen die hij had bedacht om de gesprekken over zijn lengte af te kappen. Wanneer iemand vraagt hoe lang hij is, zegt Palmer: ‘Ligt aan de luchtvochtigheid’ of: ‘Ligt eraan hoe laat het is.’ We knikten instemmend, we herkenden van alles, zoals het feit dat we ’s nachts op straat met een boogje om vrouwen heen lopen omdat het overduidelijk is dat ze ons doodeng vinden, alsof het monster van Frankenstein weer tot leven is gekomen. Hij vroeg of ik ook zo verschrikkelijk veel moeite had om schoenen en broeken te kopen in deze wereld van one-size-fits-all, en hij informeerde naar het littekenweefsel boven op mijn hoofd. We deelden ons leed over het voeteneinde van veel bedden, om nog maar te zwijgen van vliegtuigstoelen. We hadden het erover dat we niet meer in de achtbaan durfden, als de dood dat de veiligheidsbeugel niet goed sluit en dat we in een bocht of tijdens een loop uit het stoeltje geslingerd worden. (Veel achtbanen werken met een maximumlengte: wie langer is dan één meter vijfennegentig mag bij Six Flags niet in de Mind Eraser en boven de twee meter mag je niet in de Batwing Coaster. Ik heb ooit in Guatemala een tokkelbaan gedaan en kwam met een bloederige streep bij mijn slaap beneden aan; ik was te lang en de kabel brandde in mijn huid terwijl ik naar beneden scheerde. Palmer herinnerde zich de vervreemding van zijn lichaam dat maar langer en langer werd, wist nog precies hoe het voelde om in de brugklas ‘een tandenstoker te zijn met voeten die uit het niets de lengte in schoten.’ Hij herinnerde zich dat hij in zijn jeugd de verwarmingen hoorde trillen wanneer zijn vader, die één meter achtennegentig was, in de kelder met het wasgoed bezig was en zijn hoofd stootte tegen de leidingen. Ook herinnerde hij zich de gesmoorde kreten van pijn. (Palmer deed het voor me na – de kreet van een vliegend reptiel uit de prehistorie.) Hij moest lachen bij de herinnering. Palmer lachte veel om de beproevingen van lange mensen en het zal niemand verbazen dat hij een diepe, resonerende lach heeft. Zo haalde hij herinneringen op aan de keer dat hij op zijn negentiende met een vriendin naar het Foxboro Stadium ging, voor een optreden van Elton John en Billy Joel. Er kwam steeds iemand van het stadium zijn kant op, en die scheen dan met een zaklamp in Palmers ogen. Hij had geen idee wat hij verkeerd deed totdat iemand riep: ‘Ga toch zitten, man!’ En dan was er nog de familievakantie naar Peru met zijn vader, die Latijns-Amerikaanse politiek doceerde. Daar zag hij hoe de plaatselijke bevolking keurig in de rij ging staan om een voor een op de foto te gaan met Walter, zijn oudste broer – enkel en alleen omdat Walter langer was dan twee meter tien.

    Walter deed precies wat iedereen denkt dat lange mensen doen: hij speelde in de NBA, een tijdje bij de Utah Jazz en de Dallas Mavericks. De middelste zoon van de Crawfords, die twee meter vijf is, sprong er al op de middelbare school uit en ging bij de Duke Blue Devils spelen. Hij zou later het Franse kampioenschap binnenhalen als een professionele, internationale speler. Ook won hij met zijn team zilver op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Palmer heeft zich, anders dan ik, nooit geschaamd voor zijn lengte. Hij heeft geen idee waarom of wanneer zijn familie de hoogte in is geschoten – ze komen niet uit Zuid-Soedan of de Balkan, zoals mijn familie, het 
is gewoon een echt blank, Amerikaans allegaartje – maar naast de één meter achtennegentig van zijn vader, was zijn moeder ook al één meter zevenentachtig. ‘Ik herinner me dat ze het er een hele tijd geleden over hadden, met mijn broer, geloof ik, en zij hadden iets van: “Het is juist iets om trots op te zijn. Je moet je rug recht houden.”’ Palmer zei ook tegen me: ‘Als je over de twee meter tien bent, dan kijkt echt iedereen naar je. Walt trekt zich daar helemaal niets van aan. Bij een concert gaat hij gewoon vooraan staan omdat hij het allemaal al eens heeft meegemaakt.

    Zelfs bij mij werkt het zo, ik vind hem ook lang. Maar ik vind het heerlijk om omhoog te kijken wanneer ik met iemand praat. Dat gebeurt me echt zelden.’ Tijdens ons gesprek rende zijn dochtertje door het huis, een en al energie, nu al lang voor haar leeftijd. Ik herhaalde het grapje dat ik vaker maak, dat als ik ooit kinderen krijg, mijn dochter één meter vijfennegentig wordt en mijn zoon één meter vijfenzestig en dat ze me allebei zullen verafschuwen. Maar bij Palmer thuis speelde dat helemaal niet. ‘In deze familie zie je dan bijvoorbeeld zijn nichtjes van één meter negentig en één meter drieënnegentig, prachtige lange vrouwen die zich op geen enkele manier druk maken om hun lengte,’ zei Asa’s vrouw Wenonah. Zelf is ze één meter zeventig, net iets langer dan gemiddeld maar ruim binnen de gebruikelijke marges. ‘Het is een wonder, het is fantastisch, en ik ben er enorm blij om.’ In mijn familie is niemand zo lang als ik. Als je afwijkt, heb je mensen in je omgeving nodig die dat begrijpen, die de problemen zien maar die er ook om kunnen lachen. Zo’n voorbeeld heb ik nooit gehad, ik heb nooit een Walter gehad om me duidelijk te maken dat ‘lange mensen heel normaal zijn en dat iedereen het prima vindt en dat er echt niets raars aan is,’ zoals Asa zei. ‘Het is iets om trots op te zijn,’ hielp hij me herinneren.

    Auteur: Nicholas Kulish
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Anna Peisl / Getty Images

    Topic
    Verenigde Staten | topic.com

    In 2017 opgerichte foto-, video- en 
verhalensite van First Look Media, het mediabedrijf van journalist Glenn Greenwald en documentairemaker Laura Poitras. 
De verhalen op topic.com gaan altijd 
over één thema, dat maandelijks wisselt.

  • 2. Twee genieën van de orale literatuur

    2. Twee genieën van de orale literatuur

    Met hun kunst van het beledigen tonen Oxxxymiron en Slava KPSS zich 
waardige erfgenamen van de Romein Catullus. Ze slagen erin een stem te geven aan de woede en wanhoop van een groot deel van de Russische samenleving.

    Het moest ervan komen: de rap, een Afro-Amerikaanse muziekvorm, is het muzikale en literaire landschap van Rusland binnengedrongen en voor miljoenen mensen een manier geworden om uitdrukking te geven aan het hier en nu. Dat is niet in een dag gebeurd, maar in de loop van verschillende generaties. De nog levende rocksterren uit de jaren tachtig behoren inmiddels tot het establishment. Ze hebben de metamorfose ondergaan die onvermijdelijk is voor elke muzikant die uit de underground komt en succes heeft gekregen: dat succes was te groot om nog contact te houden met het grote publiek, dat in ellende is ondergedompeld. Net als vroeger heeft het grote publiek dagelijks te kampen met eindeloze moeilijkheden en voelt het niet alleen de noodzaak dat daarover gesproken wordt of geschreven op de sociale netwerken – het wil dat het wordt uitgeschreeuwd, dat zijn innerlijk lijden niet langer wordt toegedekt door de hypocrisie van de wereld. Het accepteert de televisiewerkelijkheid, maar zonder erin te geloven. Voor het grote publiek behoort de waarheid altijd de verdoemde dichters toe die hun toevlucht zoeken tot de undergroundcultuur, 
die ze voor geen geld zullen verlaten.

    Met de teksten die op 6 augustus door Miron Fjodorov en Vjatsjeslav Matsjnov werden gedebiteerd tijdens hun historische duel in club Versus in Sint-Petersburg werd de literaire vorm van het invectief weer van stal gehaald, die met opmerkelijke toewijding werd gepraktiseerd door de dichters van het oude Rome. Catullus, die overleed toen hij nog maar net dertig was, was waarschijnlijk een van de meesters van het genre. Het grootste deel van zijn oeuvre dat ons is nagelaten bestaat uit gedichten die uitermate grof zijn. Hij benadert in zijn teksten een maximum aan oraliteit. Zie bijvoorbeeld hoe hij zijn liefdesrivaal Furius beschimpt vanwege diens armoede: ‘Jij schijt nog geen tien keer per jaar, en wat je schijt is harder dan een boon of een kei, je zou het tussen je handen kunnen 
wrijven zonder ook maar een vinger 
te bevuilen.’

    Mettertijd is de vorm van het invectief alleen naar verhard. Uit de mond van Vjatjseslav Matsjnov, die zijn tegenstander diens langdurige verblijf in het buitenland wilde verwijten, klinkt het aldus: ‘Jij bent net generaal Vlassov, een smeerlap en een verrader. Je bent naar het andere kamp overgelopen zodra het nieuws uit Berlijn kwam.’
    [Generaal Andrej Vlassov van het Rode Leger had zich in 1942 bij Hitler 
aangesloten om in de gelederen van 
de Wehrmacht te strijden.] ‘Je hebt je makker sneller in de vuilnisbak gegooid dan een gangster zijn kebab. 
Ik zou je nooit mijn rug toevertrouwen, je bent net een dronken tatoeëerder.’ Onbeleefdheid is de kern van het invectief: ik zeg wat ik denk.

    Elk project waaraan hij zijn medewerking, zijn genialiteit verleent, heeft ongelooflijk veel succes. Elke muzikant die door Oxxxymiron wordt genoemd ziet zijn populariteit onmiddellijk stijgen

    Miron Fjodorov, alias Oxxxymiron, afgestudeerd in middeleeuwse literatuur in Oxford, is een van de sleutelfiguren van de Russische rap, ook al moest hij in deze opzienbarende battle het onderspit delven. Ziehier hoe Andrej Komarov, die een dissertatie over de rapper heeft geschreven, het verwoordt: ‘Oxxxymiron heeft een 
bijdrage geleverd aan de opkomst van de battle in Rusland. Tot deze recente battle leek hij de lat onbereikbaar hoog te hebben gelegd. Hij is de eerste Russische rapper die een album heeft uitgebracht dat niet uit onsamenhangende flarden bestaat, maar waarvan de muziek een continu verhaal vormt. Daarmee is Oxxxymiron, die eerder als tolk werkte, een van de markantste componisten van ons land geworden. Onder zijn invloed is de Russische rap veranderd, intelligenter geworden. Oxxxymiron heeft een weg gebaand die ook anderen op hun beurt hebben willen volgen. Hij creëert niet alleen maar muziek, hij geeft de subcultuur van een hele generatie vorm. Elk project waaraan hij zijn medewerking, zijn genialiteit verleent, heeft ongelooflijk veel succes. Elke muzikant die door Oxxxymiron wordt genoemd ziet zijn populariteit onmiddellijk stijgen. Hij is momenteel, gezien het aantal fans dat hij in Rusland en het buitenland heeft, de belangrijkste kwaliteitsvertolker van het genre. Door zijn persoonlijkheid en zijn oeuvre heeft Oxxxymiron laten zien dat de rap niet alleen maar muziek is van onnozelaars, maar een stap voorwaarts in de ontwikkeling van de orale literatuur. Juist om die reden is hij een volstrekt unieke en waardevolle vertegenwoordiger van deze cultuur.’

    De battle tussen Oxxxymiron en Slava KPSS (een van de pseudoniemen van Vjatsjeslav Matsjnov) betekent het startpunt van een nieuw tijdperk: de rappers zullen voortaan de aandacht trekken van de grote media. Daarmee komen ze in dezelfde fase als de rockers halverwege de jaren negentig. De hoogtijdagen van die laatsten hebben minstens tien jaar geduurd. Maar de gouden tijd van de rap zou weleens veel korter kunnen blijken. Het potentieel is niet hetzelfde, en de media zijn meedogenlozer geworden.

    Auteur: Vjatsjeslav Soerikov
    Vertaler: Peter Bergsma

  • 1. In de arena van de Russische rap

    1. In de arena van de Russische rap

    De rapbattle tussen Oxxxymiron en Slava KPSS is nu al legendarisch. Enkele uren lang waren de twee rappers verwikkeld in een ‘flow’- en welsprekendheidsduel, onder het toeziend oog van een jury. De opname van hun slam is al meer dan 25 miljoen keer bekeken op YouTube. Nu begint de zogeheten serieuze pers in Rusland zich ook voor het fenomeen te interesseren.

    ‘De Sov [pejoratief voor Sovjet] heeft de liberaal verslagen, heb je het gezien?’ Ja, ik heb de battle gezien, net als 25 miljoen anderen. Van de eerste keer dat ik de video zag – ik heb hem nu twee keer bekeken – zijn me voornamelijk drie zinnen bijgebleven van Slava KPSS (pseudoniem van Vjatsjeslav Matsjnov): over het feit dat zijn tegenstander op het moment van de betogingen tegen het regime van Poetin in Londen was, dat als Oxxxymiron wilde leven zoals daar hij alleen maar filiaalhouder van McDonald’s hoefde te worden en ten slotte: ‘Ik ben liever no name dan dat ik jou ben.’

    Laat ik beginnen met te zeggen dat deze mengeling van talen, van beledigingen, van gedichten van 
Goemiljov, van emoties, van scenische beelden, met de mensenmassa en het geschreeuw op het eind, me erg heeft geboeid. De laatste keer dat ik iets vergelijkbaars heb meegemaakt was toen ik sterdanseres Oeljana Lopatkina op het toneel zag. Ze bleef haar lange armen een onvoorstelbare tijd bewegen, en door die oneindige beweging klopte het hart in mijn keel: ik zag een echte kunstenaar. Ook tijdens deze battle ben ik getuige geweest van een echte creatie. Maar aan politiek komt veel agitatie te pas en als dit geen duel tussen een ‘Sov’ en een liberaal zou zijn geweest, zou het niet zo’n impact hebben gehad. Daarom heb ik de battle nog een keer bekeken. Om te zien wat er bij deze confrontatie werkelijk op het spel stond.


    De eerste keer dat ik keek, was het een eenvoudige woordenwisseling. Oxxxymiron had voor een betrekkelijk softe aanval gekozen: hij hamerde erop dat hijzelf en de club die hij vertegenwoordigde (Versus) ‘gespierder’ waren dan Slava KPSS en zijn club. Dat hij scheppen geld verdiende, dat hij snel en goed schreef, dat zijn club baanbreker was geweest voor de rap in Rusland. En daar bleef het zo’n beetje bij. Oxxxymiron was zo overtuigd van zijn eigen superioriteit dat hij Nikolaj Goemiljov (1886-1921) begon te citeren, de beroemde Russische dichter uit de Zilveren Tijd die door de bolsjewistische politie werd geëxecuteerd.

    Volgens mij verspeelde hij op dat moment alle kans om te winnen. Niet dat ik niet van Goemiljov houd 
of dat ik denk dat het de juryleden boven de pet ging. Maar hij bevestigde daarmee alleen maar wat zijn tegenstander hem verweet: dat hij een epigoon was, een na-aper. Het was die aanvalstactiek van Slava KPSS, het weigeren van slaafse navolging, die me aansprak.

    Rap is een Afro-Amerikaanse kunstvorm die is ontstaan om uiting te geven aan de woede van jongeren in de getto’s. Maar de Russische versie heeft eerder voor een Europese thematiek gekozen, namelijk het wezen van de creatie. Moet een kunstwerk alleen maar mooi en verkoopbaar zijn, of moet het origineel zijn? Laat ik de vraag nog wat uitbreiden: als iedereen het in zich heeft om iets te creëren, kan het 
individu het zich dan permitteren om alleen maar een imitator te zijn, of moet het proberen zich los 
te rukken van datgene wat al is gemaakt?

    In battlejargon heten beledigingen punch lines. Hoe meer je beledigt, des te groter je kans om te winnen

    Mijn zeer gecultiveerde collega Vjatsjeslav Soerikov [zie zijn artikel hierna] heeft me uitgelegd dat de rapbattle gebruikmaakt van het principe van het invectief, de belediging, dat naar het schijnt in de Romeinse Oudheid al wijdverbreid was. In battlejargon heten beledigingen punch lines. Hoe meer je beledigt, des te groter je kans om te winnen. Volgens mijn filosofische woordenboek komt het begrip ‘invectief’ neer op het incorrect, ontoelaatbaar beledigen van de tegenstander of op een manier die in deze of gene cultuur taboe is. En de impact van de beschuldiging is direct evenredig aan de mate waarin iets verboden is. In dit geval heeft Slava KPSS de essentie van creativiteit en bijzonderheid tegenover de richtlijn voor succes gezet. Hij heeft alles in het werk gesteld om het culturele vraagstuk te belichten, sinds lange tijd begraven door de westerse consumptiemaatschappij, die inmiddels heel Europa heeft overspoeld – de 
cultuur van de renaissance.

    Als onze nieuwe, bloeiende stadscultuur slaafse navolging uitsluit, creatieve moed tot voorbeeld 
verheft en – wat belangrijk is voor ons die aan het eind van de Sovjettijd de Koude Oorlog hebben 
verloren – originele creativiteit toestaat, en zelfs eist, dan sta ik daar helemaal achter. Dat is veel meer dan politiek. Overigens blijkt de wereld van de rap bijzonder levendig. De verliezer van de battle, Oxxxymiron, heeft op zijn website geschreven dat hij absoluut niet boos is maar juist dankbaar, omdat dit evenement hem heeft gedwongen na te denken over zijn huidige activiteiten en over wat hij nu zal gaan doen.

    Auteur: Tatjana Goerova
    Vertaler: Peter Bergsma

    Expert
    Rusland | weekblad | oplage 85.000

    Een groep oud-medewerkers van dagblad Kommersant (de standaard voor onafhankelijke pers in Rusland) richtte in 1995 Expert op, met één landelijke en vijf regionale edities. Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van de Russische samenleving.

    1. Oxxxymiron; 2. Slava KPSS.
    1. Oxxxymiron; 2. Slava KPSS.

    I
    Persoonsgegevens Miron Fjodorov, geboren in 1985 in Leningrad (tegenwoordig Sint-Petersburg).

    Pseudoniem Oxxxymiron, een verbastering van ‘oxymoron’ (een stijlfiguur die een nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen bevat). De drie x’en staan voor de overdaad aan niet-academische termen in zijn teksten.

    Bijzondere kenmerken Afgestudeerd in middeleeuwse Engelse literatuur aan de Universiteit van Oxford. Als kind heeft hij in Duitsland en Engeland gewoond.
    Carrière Zijn eerste single, London Against All, komt uit in 2008. Al snel komt zijn talent tot bloei en wordt hij een van de bekendste rappers van Rusland. In 2011 gaat hij op tournee in de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Ook weet de rapper zijn imago al heel gauw te gelde te maken: in 2017 wordt hij het Russische gezicht van Reebok Classic.

    II
    Persoonsgegevens Vjatsjeslav Matsjnov, geboren in 1990 in Chabarovsk, in het 
uiterste oosten van Rusland.

    Pseudoniemen Gnojni (‘Etter’) en Sonja Marmeladova (een personage uit Misdaad en straf van Dostojevski) voor zijn battles; Slava KPSS (‘Ere zij de CPSU’, de communistische partij van de Sovjet-Unie) voor zijn muzikale composities.

    Bijzondere kenmerken Noemt zich punker en anarchist.

    Carrière Na zijn studie aan het Instituut voor Communicatie in Chabarovsk stort hij zich op de rap. In 2013 sluit hij zich aan bij Slovo BP, een organisator van battles, en behaalt algauw talrijke overwinningen. In 2016 beledigt hij tijdens een battle de ster Oxxxymiron, die de handschoen opneemt en hem uitnodigt voor een duel. Dit wordt in augustus 2017 gehouden en eindigt in een verpletterende overwinning van Matsjnov.