Tag: beleid

  • Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.

    Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering. 

    Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen

    Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.

    Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.

    De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek  en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.

    Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.

    AM ANP 52258006
    Kiezers wachten om hun stem uit te brengen in Caracas, Venezuela. Op de achtergrond een muurschildering van de overleden presidentHugo Chavez. – © AP Photo / Ariana Cubillos

    Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.

    In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.

    Bereidwillige partners

    Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.

    Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.

    Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.

    Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.

    Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was

    Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk. 

    Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.

    Herstel economie

    De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.

    Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied. 

  • Iran, kampioen drooglegger

    Iran, kampioen drooglegger

    Door incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer, draagt de islamitische republiek bij aan de ernstige waterschaarste, stelt deze journalist uit Iraaks Koerdistan.

    De helft van de Iraanse steden kampt met een gebrek aan water. In honderden steden en dorpen, met name in het midden en zuiden van het land, hebben de inwoners last van een droge keel. De hoofdstad Teheran inbegrepen, waar vier dammen de nood moeten lenigen.

    De situatie is zelfs zo ernstig dat er volksverhuizingen van een nog niet eerder in de geschiedenis van het land vertoonde omvang worden verwacht. De Iraanse gezagsdragers winden er geen doekjes meer om: ze zijn bang dat tientallen miljoenen mensen zich in krioelende sloppenwijken aan de randen van de grote stedelijke centra zullen vestigen, of dat er een massaemigratie op gang komt. Beide gebeurtenissen kunnen leiden tot interne en regionale conflicten.

    In de provincie Oermia, in het noordwesten van het land, zijn inmiddels zo veel putten geslagen – vijftigduizend – dat het Oermiameer is uitgeput. Er is niet meer dan een vijver van over en het lijkt hetzelfde lot te zijn beschoren als het Aralmeer, het grote zoutwatermeer dat gedeeld werd door de voormalige Sovjetrepublieken Oezbekistan (in het noorden) en Kazachstan (in het zuiden), en in de jaren zestig verdween door de beslissingen van het Sovjetregime.

    Geen geheim

    Lange tijd werden degenen die zich bekommerden om het milieu ervan beschuldigd dat ze buitenlandse belangen dienden, maar tegenwoordig valt de publieke opinie niet meer te misleiden. De waarheid openbaart zich in het volle daglicht, en toont de incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer pijnlijk aan.

    Teheran maakt er geen geheim van dat zijn beleid er in de toekomst op gericht zal zijn om zo veel mogelijk water in het land te houden. Dat wil zeggen: om waterlopen zo goed mogelijk te benutten voordat ze de grenzen van het land bereiken, of om ze om te leiden naar door droogte getroffen gebieden. Dit zette de viceminister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, onlangs uiteen op een conferentie over water(diplomatie) in Teheran. Probleem is dat een dergelijk beleid stroomafwaarts gelegen landen berooft van het water waar ze recht op hebben. Een en ander is bovendien in strijd met het internationaal recht inzake het delen van waterbronnen. En het werkt politieke, economische en ecologische crises in de hand, in plaats van dat ze de kans hierop vermindert.

    De Karoun, een van de grootste rivieren in Iran (en de enige die, gedeeltelijk, bevaarbaar is), is een perfecte illustratie van wat er aan de hand is. Niet alleen zijn er tal van dammen in gebouwd, ook is een deel van het water omgeleid naar de rivier Zayandeh, in de provincie Isfahan, in het midden van het land. Sindsdien is de Karoen tot een beekje verworden, wat heeft geleid tot verzilting van de landbouwgrond in de regio Khoezistan, tegen de Iraakse grens.


    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images
    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images

    Feitelijk kopieert Iran het beleid van de voormalige Sovjet-Unie in Centraal-Azië in de jaren zestig. Moskou had destijds de Amu Darya en Syr Darya, zijrivieren van het Aralmeer in Kazachstan, naar Oezbekistan omgeleid, met het doel er de katoenproductie te vergroten. Oezbekistan werd de grootste katoenproducent ter wereld, maar betaalde een zware prijs: het verloor een vierde van een van de grootste meren ter wereld. De omleidingen die Iran al enige jaren geleden heeft aangelegd in internationale rivieren zoals de Sirwan, de Kleine Zab [twee zijrivieren van de Tigris], de Karoen en andere waterlopen, leiden niet alleen tot een verzilting van de bodem, ze beroven stroomafwaarts gelegen landen ook van hun deel van het water.

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten en het met tientallen miljarden dollars ondersteunen van organisaties en politieke en militaire bewegingen in de regio, dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen. Dat is er ook de oorzaak van dat het land zich nu ziet geplaatst voor zo’n catastrofale situatie van verwoestijning, verlies van landbouwgrond en schaarste aan drinkwater.

    Daar komen de overconsumptie en verspilling van water in de landbouw nog eens bij, die winsten op de korte termijn opleveren, maar schadelijke gevolgen hebben voor de lange termijn.

    Overigens verklaarde Rahim Safaoui, adviseur militaire zaken van opperste leider Ali Khamenei, tijdens de eerdergenoemde persconferentie dat de landbouw niet langer negentig procent van de waterbronnen kan verbruiken.

    Voorlopig gaat Iran echter door met de bouw van dammen en omleidingen van waterlopen op zijn grondgebied, wat bijzonder nadelig is voor Irak, dat aan de benedenstroom van alle Iraanse rivieren ligt. Tegelijkertijd bekritiseert Iran de bouw door Afghanistan van dammen, vooral de Kamal Khan-dam in de rivier de Helmand (de langste rivier in Afghanistan). Deze kan namelijk het debiet ervan verminderen in de provincie Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, met mogelijk grotere sociale spanningen tot gevolg in een regio die nu al een wankele economie heeft.
    Khaled Sulaiman

    Auteur: Khaled Sulaiman

    Daraj
    Beiroet | Libanon | daraj.com

    De website Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op alternatieve informatie. De redactie bestaat uit professionele journalisten uit Libanon en andere Arabische landen. Met zijn rubrieken onderscheidt de site zich van traditionele Arabische media. Onderzoek en reportage staan centraal. Bovendien zijn veel onderwerpen bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

  • ‘Niemand wist hoe je over Trump moest schrijven. Ik wel’

    ‘Niemand wist hoe je over Trump moest schrijven. Ik wel’

    Deze week verscheen de Nederlandse vertaling van Fire and Fury, de onverbiddelijke bestseller over Donald Trump. Het Duitse weekblad Die Zeit sprak met auteur Michael Wolff over zijn toegang tot het Witte Huis, 
de kritiek op zijn boek en de wraakzucht van Trump.

    U beschrijft in uw boek de eerste maanden van Donald Trump in het Witte Huis, en u beweert dat hij mentaal niet in staat is om zijn werk te doen. U zet daarmee fundamentele vraagtekens bij het presidentschap van Donald Trump. Was dat uw opzet?

    ‘Het was niet mijn bedoeling Trump 
te beschadigen. Ik had met plezier een ander boek geschreven, over Trump 
als succesvol president. Eigenlijk had 
ik dat zelfs heel graag gedaan, want 
dat zou pas een bijzonder boek zijn geweest. Maar ik heb daar geen enkele aanwijzing voor gevonden.’

    Klopt het dat president Trump na het 
verschijnen van uw boek informatie heeft 
ingewonnen over uw afspraken met de pers? Houdt hij u in de gaten?

    (lacht) ‘Ja, blijkbaar wel. Als hij dat serieus meent, dan zal hij de afgelopen tijd veel tijd voor de televisie hebben doorgebracht.’

    Uw boek heeft enorme gevolgen. Trump heeft zijn voormalige chef-adviseur Steve Bannon zo goed als buitenspel gezet en 
probeert via Twitter te bewijzen dat hij mentaal stabiel is. Wat mogen we allemaal nog meer verwachten?

    ‘Dat weet ik eerlijk gezegd ook niet. Ik had dit allemaal totaal niet verwacht. Het gaat tenslotte maar over een boek. En veel van wat ik schrijf is absoluut niet nieuw.’

    U geeft heel wat voorbeelden die erop wijzen dat Trump geestelijk gestoord zou zijn. U schrijft dat hij oude vrienden van 
zijn golfclub niet meer herkent, dat hij voortdurend en steeds vaker hetzelfde 
zegt. Lijdt de president aan dementie?

    ‘Dat kan ik niet zeggen, ik ben geen arts. Maar als je een gesprek voert met iemand die voortdurend alles herhaalt, dan vind ik dat toch alarmerend.’

    ‘Toen ik zei dat ik een boek wilde schrijven, zei hij: ‘Een boe-oek?’ En verloor onmiddellijk zijn interesse’

    Kunt u iets meer vertellen over een van 
de keren dat u Trump in het Witte Huis hebt ontmoet?

    ‘Nee.’

    Waarom niet?

    ‘Omdat die ontmoetingen niet on the record waren, ze waren niet voor publicatie bedoeld. Hij begon telkens weer over de media. Als ik hem in de wandelgangen tegenkwam, begon hij bijvoorbeeld te klagen over de latenightshows… ik zei dus net dat ik niet over deze ontmoetingen zou praten en nu doe ik het toch, maar goed. Er was een grappig voorval toen hij eens begon te klagen over de uitzendingen van Saturday Night Live. Hij zei: “Die zijn slecht, die zijn zeer, zeer slecht.” En ik antwoordde: “Ach, dat is toch gewoon wat de mensen van dit programma verwachten.” Waarop hij antwoordde: “Maar ze zijn zeer, zeer slecht.” En ik zei: “Trekt u zich dat toch niet zo aan. Negeert u dat toch gewoon.” En hij keek me aan en zei: “Maar Michael, ze zijn zeer, zeer, zeer slecht.” En ik dacht: Okééé…’

    Hoe vaak hebt u hem ontmoet?

    ‘Niet zo vaak. Maar dat hoefde ook niet, want het boek gaat over wat mensen die elke dag met hem samenwerken over hem denken.’

    U kon de eerste maanden van zijn presidentschap bijna ongehinderd het Witte Huis binnenlopen. Hoe heeft u het voor elkaar gekregen om Trump van uw boekproject te overtuigen?

    ‘Ik heb hem na de verkiezingen gevraagd of ik een boek mocht schrijven over zijn eerste honderd dagen als president. Hij dacht eerst dat ik op zoek was naar werk. Maar toen ik zei, nee, nee, ik zoek geen baan, ik wil een boek schrijven, zei hij – ik herinner me dat nog heel goed: “Een boe-oek?” Toen verloor hij onmiddellijk zijn interesse. Daarna zei ik nog dat ik heel graag een boek wilde schrijven, en hij zei alleen nog: “Ach, ach, ja natuurlijk.” Ik heb Kellyanne Conway [een van Trumps belangrijkste adviseurs] daarvan op 
de hoogte gebracht en vervolgens dook ik op geregelde tijdstippen op in het Witte Huis.’

    Hoe moeten we ons dat precies voorstellen?

    ‘Ik liet gewoon afspraken maken voor mezelf. Ik zei dat ik met goedkeuring van de president aan een boek bezig was, en omdat niemand precies wist hoe de vork in de steel zat, kon ik daar bij momenten hele middagen gewoon gaan zitten en kijken hoe het er toegaat. Hoe vaker ze me zagen zitten, 
hoe meer ze me als een deel van het meubilair gingen beschouwen. Soms kwam iemand me zomaar iets vertellen en soms hing ik gewoon wat rond in de West Wing.’

    Kan dat zomaar? Is die niet streng beveiligd?

    (lacht) ‘Je kunt daar inderdaad zomaar rondlopen.’

    Wat deed u anders dan de andere journalisten in het Witte Huis?

    ‘Om heel eerlijk te zijn, stelde ik niet eens vragen. Ik zat daar op een bank in de hal te wachten op mijn afspraak en ik hield mijn ogen en oren open. Ik was als een spons die alles opzoog.’

    Waar was u het bangst voor?

    ‘Dat Rupert Murdoch, de grote mediabaas, lucht zou krijgen van mijn boek en Trump zou vertellen dat hij me eruit moest gooien. Ik vreesde dat Murdoch mijn achilleshiel was.’

    *Murdoch heeft u ooit lange tijd uitgebreid toegelaten tot zijn inner circle, waarna u een heel kritisch boek over hem hebt geschreven. *

    ‘Ja, en toch heeft hij Trump vreemd genoeg nooit voor mij gewaarschuwd. Hoewel ze regelmatig met elkaar telefoneren.’

    Afgezien van Trump zelf is het bijna onvoorstelbaar dat zoveel medewerkers openlijk met u over de president hebben gepraat.

    ‘Ik had het gevoel dat niemand wakker lag van een boek dat pas over een jaar of zo zou verschijnen. Soms hadden 
we een gesprek off the record, waarna 
ik vroeg om bepaalde uitspraken te mogen gebruiken voor het boek. Toen ze vroegen wanneer het zou verschijnen en hoorden dat dat pas over een jaar zou zijn, leek dat zo ver weg dat 
ze het allemaal prima vonden.’

    Michael Wolff. © Nathan Congleton / Getty Images
    Michael Wolff. © Nathan Congleton / Getty Images

    U schrijft dat de medewerkers van Trump heel anders over hem zijn gaan denken in 
de zes maanden dat u daar was. Hoezo?

    ‘In het begin vond iedereen het leuk om die eigenaardige, maar door het volk verkozen president bij te staan. De meesten kenden hem helemaal niet. 
Bij andere regeringen hadden de medewerkers al twee of drie jaar samengewerkt met de presidentskandidaat, voor hij het Witte Huis introk, maar Trump had niet zo’n ingewerkt team. Tijdens mijn laatste weken in het Witte Huis, toen Trumps medewerkers hem bij het dagelijkse werk hadden leren kennen, waren ze allemaal compleet gedesillusioneerd door zijn woedeaanvallen, zijn koppigheid en door het feit dat zijn kinderen uiteindelijk meer gezag hadden dan zijn ervaren medewerkers.’

    U schrijft dat alle medewerkers er inmiddels van overtuigd zijn dat er aan hun baas iets schort en dat hij niet voldoet aan de hoge eisen van het presidentschap. Waarom houden de meesten er dan niet mee op?

    ‘Aan de ene kant gaat het om hun carrière. Maar ik denk dat ze gewoon ook het ergste willen voorkomen. Ze zijn er om hem zoveel mogelijk op het goede spoor houden. Zijn medewerkers proberen Trump onder controle te houden, hoewel ze weten dat hij niet onder controle te houden is. Het zijn geen mensen die bewondering hebben voor de man voor wie ze werken. Ze zien het min of meer als hun taak het land voor Trump te beschermen.’

    Een van uw belangrijkste gesprekspartners in het Witte Huis was Steve Bannon, die u beschrijft als een briljant strateeg. Bannon moet toch precies geweten hebben met wie hij zo openlijk over Trump in gesprek ging en wat de risico’s daarvan waren.

    ‘Bannon raakte steeds gefrustreerder over Trump en hij zag hem in toenemende mate als een probleem voor zijn nationalistische project. Bannon was ervan overtuigd dat zijn kandidaat Roy Moore bij de tussentijdse verkiezingen voor de senaat in Alabama zou winnen en dat hij daarna afstand zou kunnen nemen van Trump. Want Moore had Bannon in zijn functie van kingmaker bevestigd. En Bannon zou mijn boek hebben gebruikt om zich te distantiëren van Trump, die hij steeds meer als een idioot begon te zien.’

    Bannon heeft intussen een van zijn 
uitspraken over Trumps oudste zoon, Donald Trump Junior, teruggenomen…

    ‘Nee, hij neemt die uitspraak niet terug, dat klopt niet. Hij zegt alleen dat zijn beschuldiging van landverraad niet tegen Donald Junior gericht was, maar tegen Paul Manafort [een andere Trump-adviseur]. Wat absurd is.’

    ‘Zijn medewerkers zien het als hun taak het land voor Trump te beschermen’

    Zou u Bannon die uitspraak op tape terug kunnen laten horen?

    ‘Hij weet dat ik dat opgenomen heb. En daarom heeft hij ook zijn andere uitspraken over Donald Trump Junior niet teruggenomen, bijvoorbeeld dat hij meteen zou breken bij een ondervraging door speciaal aanklager Robert Mueller. Bannon wil de schade beperken, maar hij kan zijn uitspraken niet terugnemen.’

    Veel journalisten hebben gepoogd Trump politiek te verklaren. Uw boek gaat bijzonder weinig over politiek…

    ‘Dat is puur en alleen omdat ik denk dat politiek Trump niet interesseert. Volgens mij moet je Trump niet proberen te verklaren door te beschrijven hoe hij de hervorming van het zorgstelsel aanpakt. Dat is niet het verhaal. De journalisten in Washington wisten van meet af aan niet hoe ze over Donald Trump moesten schrijven. Ik ontdekte hoe het moet. En het lijkt de lezers te overtuigen.’

    Volgens critici hebt u succes met uw boek omdat u Trumps tegenstanders bevestigt 
in hun afkeer.

    ‘Welnee, mijn boek bevestigt niets, 
het is Harry Potter!’

    ‘Hij is de eerste president in de geschiedenis van de Verenigde Staten die een klacht indient wegens smaad en schending van de morele levenssfeer’

    Eigenlijk komt uw argumentatie erop neer dat een man die zich gek en dom gedraagt, misschien gewoon gek en dom ís. Dat is gevaarlijk. The New York Times verwijt u dat uw kritiek niet gefundeerd is.

    ‘Ik denk dat The New York Times even verrast was door mijn boek als Trump zelf. De krant dacht dat het verhaal van Trump haar toebehoorde. En toen kwam ik op de proppen, een onafhankelijke journalist, een buitenstaander die niet tot de journalistieke en politieke kringen in Washington behoort. En nu zijn ze verontwaardigd dat ik er met de scoop van de eeuw vandoor ben gegaan.’

    Trump staat erom bekend dat hij erg wraakzuchtig kan zijn. Bent u niet bang voor bijvoorbeeld een onverwachte belastingcontrole?

    (lacht) ‘Ja, hij is echt heel wraakzuchtig. Hij heeft al een klacht tegen me ingediend! Hij is de eerste president in de geschiedenis van de Verenigde Staten die een klacht indient wegens smaad en schending van de morele levenssfeer. Naar mijn mening is dat een contradictie, als je president bent van de Verenigde Staten. Dus ja, hij is wraakzuchtig. Maar hij is ook incompetent, en daarom maak ik me niet echt zorgen.’

    En hoe zit het met extremistische Trump-aanhangers? Het huis van de vrouw die Roy Moore in Alabama ten val heeft gebracht door hem ervan te beschuldigen dat hij haar als kind heeft aangerand, is onlangs in vlammen opgegaan.

    ‘Die arme vrouw woont in Alabama, ik woon in Greenwich Village in New York. Ik woon niet te midden van de Trump-aanhangers. Ik denk dat een Trump-fanaat op West 9th Street nogal zou opvallen.’

    Oprah Winfrey heeft laten weten dat ze er ‘serieus over nadenkt’ in 2020 op te komen als presidentskandidaat voor de Democraten. Hebt u haar al een nieuw boekproject voorgesteld?

    (lacht) ‘Goed idee!’

    Auteur: Kerstin Kohlenberg
    Vertaler: Els Snick

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De regering-Trump probeert China over te halen om samen de kwestie Noord-Korea aan te pakken. Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng te zijn tegen Pyongyang, schrijft Azië-expert Andrei Lankov.

    Alle ogen zijn momenteel 
gericht op Noord-Korea: president Trump heeft te verstaan gegeven dat hij het ‘Noord-Koreaanse probleem’ eindelijk wil oplossen – oftewel, dat hij zal zorgen dat Noord-Korea kernwapenvrij wordt. Heel bijzonder is dat niet: de afgelopen 25 jaar heeft elke nieuwe Amerikaanse president beloofd iets aan de nucleaire ambities van Noord-Korea te zullen doen. Sommigen hebben het met onderhandelingen geprobeerd, anderen hebben de druk opgevoerd. Geen van beide benaderingen heeft tot dusver geholpen.

    De regering-Trump, die Noord-Korea als een van haar grootste buitenlandse problemen lijkt te zien, kiest voor de harde lijn, maar op een speciale manier: Trump hoopt China over te halen tot een aantal keiharde gemeenschappelijke sanctiemaatregelen. De zaak werd besproken tijdens de topontmoeting van Trump en Xi Jinping afgelopen april. De Amerikaanse regering schijnt zich bereid te hebben verklaard een deel van haar anti-Chinabeleid te heroverwegen – inclusief ingewikkelde handelskwesties – als China ‘volledig meewerkt’ aan het onder druk zetten van Noord-Korea.

    De regering-Trump gaat ervan uit dat Chinese sancties Noord-Korea aan de rand van de economische afgrond zouden brengen en hoopt de leiders in Pyongyang er op die manier toe te dwingen hun nucleaire ambities te heroverwegen. Gezien het feit dat zo’n 90 procent van de buitenlandse handel van Noord-Korea op het conto van China komt en dat Beijing het land bovendien van vitale levensbehoeften voorziet, zoals scheepsladingen gesubsidieerde brandstof, lijkt dit een redelijke verwachting.

    Politieke desintegratie

    Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng voor Pyongyang te zijn. Hoewel het kernwapenprogramma van Noord-Korea niet in goede aarde valt bij de Chinese leiders, zijn ze bang dat echt veelomvattende sancties inderdaad tot de economische instorting van het land zouden leiden, waarna politieke desintegratie zou volgen. Een Noord-Korea in staat van burgeroorlog zou in hun ogen een grotere bedreiging zijn dan het nucleair bewapende maar betrekkelijk stabiele Noord-Korea van dit moment. Erger nog, een crisis in Noord-Korea zou kunnen resulteren in een Duitslandachtige hereniging van het land onder leiding van Seoel – dat wil zeggen, in het ontstaan van een verenigde, democratische en nationalistische Koreaanse staat die waarschijnlijk een bondgenoot van de Verenigde Staten zou worden. Dat is niet iets waarop men in Beijing zit te wachten.

    Afgezien daarvan weten de Chinese deskundigen dat Noord-Korea kernwapens als de enige garantie ziet voor het overleven van het regime en er dus nooit afstand van zal doen, ook al is de druk nog zo groot. Daarom is het hoogst onwaarschijnlijk dat een Chinese boycot van Noord-Korea – zoals de regering-Trump die graag zou zien – tot de gewenste denuclearisering zou leiden, en is de kans veel groter dat die juist het soort crisis zou uitlokken waar China zo bang voor is.

    Daarom zijn de verwachtingen van de regering-Trump irreëel. Beijing zou nog liever geconfronteerd worden met de gevolgen van een handelsoorlog met Washington dan met die van een echte oorlog vlak in de buurt – al zullen ze dat niet gauw aan de grote klok hangen.

    Maar moeten we ons daar zorgen over maken? Moeten we het erg vinden dat het waarschijnlijk nog wel even zal duren voordat Trumps Chinese droom werkelijkheid wordt? Misschien niet, want de alternatieven zijn veel erger.

    Het eerste alternatief zou onderhandelen zijn, maar ook dat zal niet werken. Kim Jong-un gelooft dat hij voordat hij gaat onderhandelen een intercontinentale ballistische raket moet ontwikkelen en opstellen die in staat is het Amerikaanse continent te treffen. Zijn ingenieurs werken met opmerkelijke snelheid aan dit project en hun succes zal vermoedelijk een kwestie van jaren zijn, zo niet maanden – ook al twitterde Trump in januari dat zo’n IBR ‘er niet gaat komen’.

    Hopelijk zal Trump de les leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing

    Dus als eenmaal duidelijk wordt – voor de zoveelste keer – dat sancties noch onderhandelingen werken, en dat Noord-Korea weleens het derde land ter wereld kan worden dat theoretisch in staat is San Francisco van de kaart te vegen, hoe zal de president dan reageren? Een militaire aanval zou een optie kunnen zijn – dat wil zeggen, daar hebben sommige sleutelfiguren in de regering al vele malen op gezinspeeld.

    Maar Noord-Korea is in staat om terug te slaan als het wordt aangevallen en zal dat waarschijnlijk ook doen – misschien door een massale artillerieactie tegen Seoel, de reusachtige hoofdstad die vlak bij de Noord-Koreaanse grens ligt. Als dat gebeurt, zullen de Zuid-Koreanen terugschieten en zullen de Verenigde Staten zich binnen de kortste keren in een landoorlog in Azië verwikkeld zien.

    Dus misschien is het maar goed dat de Chinezen momenteel nadenken over het meewerken aan sancties en tijd winnen terwijl ze de Verenigde Staten concessies op andere gebieden afdwingen. Een oorlog zou veel erger zijn. We moeten misschien ook hopen dat het geloof in een Chinees wonder zo’n lang leven beschoren zal zijn dat Trump de les zal leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing. In het verleden duurde het meestal een jaar of twee voordat een nieuwe regering deze ongemakkelijke waarheid onder ogen zag.

    Auteur: Andrei Lankov

    Andrei Lankov (Rusland, 1963) is directeur van de Korea Risk Group, het moederbedrijf van NK News, een Amerikaanse betaalsite die nieuws en analyses brengt over Noord-Korea.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • De politiek achter een nodeloze brand

    De politiek achter een nodeloze brand

    De verschrikkelijke brand in Grenfell Tower had niet mogen uitslaan. Hoe is het mogelijk dat er in het hele gebouw maar één vluchtweg was, geen rookmelders noch sprinklerinstallaties?

    Naarmate het dodental van de brand in de Grenfell Tower opliep, maanden verstandige mensen ons om niet te snel conclusies te trekken. Activisten, voornamelijk uit het linkse kamp, kwamen met scherpe verwijten aan het adres van de zelfingenomen bureaucratie van de Kensington and Chelsea Tenant Management Organisation, en aan het adres van de conservatieve regering, die gemakzuchtig had verzaakt de regelgeving voor huurwoningen op orde te brengen.

    De mensen die tot kalmte maanden, kwamen heel verstandig over. Nu ik dit schrijf, weet ik nog altijd niet met zekerheid hoe het vuur zo gruwelijk snel om zich heen heeft kunnen grijpen. Dus waarom overhaaste conclusies trekken en die in de krant zetten? Is er eigenlijk niet iets mis met mensen die bij een ramp ogenblikkelijk met een beschuldigende vinger wijzen?

    Maar verstandige opmerkingen gaan soms niet op. Vanaf het moment dat ik op het nieuws de verschillende accenten hoorde van de overlevenden, was me duidelijk dat deze brand onmiskenbaar een politieke lading heeft.

    De brand heeft gewoed in een flat die de mensen die het beter hebben alleen zien wanneer ze erlangs rijden, op de Westway

    Londen is een stad van rijk en arm. Voor de middenklasse, en voor de geschoolde arbeiders, is het steeds moeilijker om woonruimte te vinden binnen een kilometer of zeven van het centrum, al helemaal wanneer ze iets willen kopen. De rijken wonen voor een deel in flats in de hoogbouw (‘appartementen’, zoals de makelaars het noemen), en voor een deel in de herenhuizen in Chelsea. Overal in de stad is hoogbouw verrezen voor de puissant rijken: van Canary Wharf en langs de westoever van de Thames tot aan het oude St Katharine Docks, ten zuiden van de rivier in het gerenoveerde Battersea Power Station, of helemaal in het noorden bij het complex voor oligarchen, bij Hyde Park, van de gebroeders Candy.

    Om een idee te geven van hoe rijk de rijken in Londen zijn: aan de overkant van de straat waar ik werk, bij de Guardian en de Observer, hebben architecten het braakliggende land ten noorden van Kings Cross onder handen genomen. Waar ooit de prostituees en de dealers zaten, staan nu appartementencomplexen. De architecten zijn er uitstekend in geslaagd om een verwaarloosd stuk stad nieuw leven in te blazen. Maar Kings Cross wordt nog altijd doorsneden door spoorlijnen en doorgaande wegen. Alleen al vanwege het lawaai en de luchtverontreiniging is het niet bepaald een ideale buurt. Ondanks die nadelen kost een vierkamerwoning in een gerenoveerde gashouder, geschikt voor een gezin met twee kinderen, 2,9 miljoen pond. Een driekamerappartement, waar een gezin met twee kinderen eventueel ook zou kunnen wonen, kost 2,1 miljoen. Tijdens de verkiezingscampagne beweerde Labour dat je met een inkomen van 70.000 pond per jaar rijk genoemd mag worden.

    Toegegeven, je behoort daarmee bij de vijf procent van de hoogste inkomens. Maar om een van deze bescheiden ‘appartementen’ te kunnen bemachtigen, in een niet al te gezond deel van Londen, moet je eerder iets van 600.000 pond per jaar verdienen, of je moet ergens een miljoen hebben liggen.

    Zodra ik die accenten op de radio hoorde, wist ik dat het rijke Londen gespaard was gebleven. De brand heeft gewoed in een flat die de mensen die het beter hebben alleen zien wanneer ze erlangs rijden, op de Westway. De overlevenden hadden de stemmen van het arme Londen: de stemmen van vluchtelingen, van nieuwe immigranten uit Congo, de Filipijnen en Marokko, van de arbeiders die er met geen mogelijkheid meer weg komen, al nemen ze nog zo veel tweede en derde baantjes.

    © Wikimedia
    © Wikimedia

    Terwijl ik te horen krijg dat ik niet te snel conclusies moet trekken, valt al wel vast te stellen dat de familie en buren van deze mensen zijn gestorven omdat ze arm waren.

    Overlevenden van de Grenfell Tower zeggen dat ze herhaaldelijk hebben geklaagd over de brandveiligheid, over dat er in het hele gebouw maar één vluchtweg was. Ze waren bang dat boilers en leidingen zouden ontploffen. Ze wilden weten waarom er geen rookmelders en sprinklerinstallaties in het gebouw aanwezig waren. In een profetisch bericht heeft een van de huurders vorig jaar november gezegd: ‘Het is een huiveringwekkende gedachte, maar het Grenfell-actiecomité is er stellig van overtuigd dat er eerst een drama moet plaatsvinden voordat de onwil en de incompetentie van onze beheerder, de Kensington and Chelsea Tenant Management Organisation, in volle omvang duidelijk wordt.’ ‘We worden domweg “afgepoeierd”’, voegen ze er nog aan toe.

    Richard Titmuss, in het verleden professor aan de London School of Economics, heeft ooit gezegd: ‘Slechte publieke voorzieningen worden al snel slechte publieke voorzieningen voor de armen.’ En dat blijft dan zo, aangezien arme mensen niet over de middelen beschikken om er iets aan te doen.

    Als de huiseigenaren in willekeurig welke woontoren voor de rijken, van Canary Wharf tot Hyde Park, hadden gezegd dat ze gevaar liepen, zouden de beheerders meteen in actie zijn gekomen om hen gerust te stellen. De welgestelden weten hoe ze hun onvrede moeten uiten, of wie ze moeten inhuren om dat in hun plaats te doen. Arme mensen weten dat vaak niet, en de instanties weten dat ze zich dan ook weinig van hen hoeven aan te trekken. Mochten er lezers uit de middenklasse zijn die mijn woorden in twijfel trekken, probeer dan maar eens de klachtenlijn te bellen van een willekeurige overheids- of privé-instelling, zo mogelijk met het accent van een laaggeschoolde of een immigrant. Je weet niet wat je overkomt, gok ik.

    Balans

    En als de rijken wel worden afgepoeierd, kunnen ze de andere partij bij de les houden door te dreigen met een rechtszaak. Terwijl de instanties zich niets aantrokken van het brandgevaar in Kensington, procedeerden de eigenaren van luxe-appartementen aan de Thames tegen Tate Modern. Ze stapten naar de rechter, niet omdat ze vreesden dat hun leven gevaar liep, maar omdat door een uitbreiding van Tate Modern duizenden bezoekers nu bij hen naar binnen konden kijken, waardoor ze ineens ‘in een vissenkom’ woonden.

    Ik wil die mensen niet belachelijk maken, of zeggen dat hun problemen in het niet vallen bij de reële gevaren in de achterbuurten van Londen. Ik wil alleen maar zeggen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rijken, met al hun geld en hun advocaten, zullen omkomen zoals de bewoners van de Grenfell Tower zijn omgekomen.

    Dit is het moment om de balans op te maken. We zouden erop moeten staan dat voor arme én rijke mensen dezelfde normen gelden, qua gezondheid en veiligheid. Als rijke mensen een sprinklerinstallatie hebben, zouden arme mensen die ook moeten hebben. 
Als de gebouwen waarin de rijken wonen gevelplaten hebben die niet in brand vliegen, dan zouden de gebouwen waar de arme mensen wonen die ook moeten hebben. We zouden nog verder moeten gaan dan alleen veiligheid, en de normen moeten opschroeven voor wat mensen in al dan niet gesubsidieerde huurwoningen kunnen verwachten aan ruimte en comfort.

    Maar waarschijnlijk zal dat allemaal niet gaan gebeuren. Het invoeren van dergelijke geciviliseerde normen zal tijd kosten, en geld, heel veel geld. Misschien zal er een onderzoek komen dat uiteindelijk nergens toe leidt, zal ook het politieonderzoek uiteindelijk doodlopen, zullen er in Whitehall een paar regels worden aangescherpt. Het circus van het openbare leven zal even op de trom slaan en het vervolgens allemaal van zich af laten glijden.

    Maar ik denk niet dat dat gaat lukken. Of laat ik zeggen, ik hoop dat het niet gaat lukken. We zijn er getuige van geweest hoe honderden mensen probeerden te ontsnappen uit een brandende val, probeerden te ontkomen aan een ramp waarvoor ze herhaaldelijk zelf hadden gewaarschuwd. Als we dat van ons af kunnen laten glijden, kunnen we alles van ons af laten glijden.

    Auteur: Nick Cohen
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The Spectator
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 76.950

    Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

  • 2. Neem een voorbeeld aan António Costa

    2. Neem een voorbeeld aan António Costa

    Portugal is een van de weinige landen waar gematigde en radicale politici succesvol samen regeren, maar het 
is een experiment dat helaas bepaald niet eenvoudig te exporteren is.

    Toen de leider van de Franse Socialistische Partij Benoît Hamon enkele weken geleden Portugal bezocht, zei hij over de situatie in dat land: ‘Wat hier gebeurt inspireert me enorm.’ Hamon doelde op een ‘experiment’ dat bijna uniek is in Europa: de Portugese regering, onder leiding van de socialist António Costa, wordt gesteund door een coalitie die uitsluitend bestaat uit linkse partijen: de gematigde Socialistische Partij, maar ook radicale partijen als het Links Blok en de Portugese Communistische Partij, die het vertrek uit de NAVO en de EU in haar partijprogramma heeft staan.

    Na jaren waarin linkse partijen vaak regeerden in een coalitie met rechtse of centrumpartijen en ze stemmen verloren aan populistische bewegingen, lijkt Portugal aan te tonen dat er nog ruimte is voor coalities en programma’s van ‘echt’ links, of tenminste, dat wat daar tot enige jaren geleden mee werd bedoeld.

    Hamon is niet de enige politieke leider die Portugal in de afgelopen maanden heeft bezocht. Hij werd voorafgegaan door een delegatie van de Nederlandse PvdA, de partij die van alle partijen in Europa waarschijnlijk het meest in crisis verkeert.

    De pensioenleeftijd van ambtenaren is verlaagd, maar tegelijkertijd is de werkweek verkort (een niet erg populaire maatregel)

    Tot anderhalf jaar geleden zou niemand een cent hebben gegeven voor het politieke experiment dat de socialistische leider António Costa eind 2015 in gang zette. De enkele maanden daarvoor gehouden verkiezingen hadden geen duidelijke meerderheid opgeleverd: de conservatieve leider Pedro Passos Coelho had getracht een regering te vormen in een brede coalitie met de socialisten, maar die onderhandelingen waren mislukt. Het land leek veroordeeld tot een periode van onzekerheid en onregeerbaarheid, die nog werd verergerd door de moeilijke economische situatie. Maar toen slaagde de leider van de socialisten erin een akkoord te sluiten met de drie extreem-linkse partijen: in ruil voor instemming met een aantal zeer linkse programmapunten zouden de radicalen hun steun geven aan een socialistische regering. Costa kreeg de meerderheid van de stemmen in het parlement en slaagde erin een regering te vormen.

    Toentertijd geloofde bijna niemand in Europa dat een alliantie tussen een gematigde pro-Europese partij en extreem-linkse en soms zelfs marxistische formaties lang zou standhouden. Het jaar 2016 werd afgesloten met het laagste tekort van de laatste veertig jaar – 2,1 procent – en in 2017 zou het werkeloosheidspercentage voor het eerst in acht jaar moeten zakken tot onder de 10 procent. In iets minder dan anderhalf jaar hebben Costa en zijn regering de overheidsfinanciën op orde gekregen, conform de Europese eisen, maar tegelijkertijd hebben ze een progressieve, linkse politiek gevoerd die voor enige verlichting heeft gezorgd bij de bevolkingsgroepen die het meest waren getroffen door de crisis en door de bezuinigingsmaatregelen van de laatste jaren. De pensioenleeftijd van ambtenaren is verlaagd, maar tegelijkertijd is de werkweek verkort (een niet erg populaire maatregel). De regering heeft ook haar eigen investeringen aanzienlijk verhoogd, met name in de gezondheidszorg, waardoor het zorgniveau in het land, gemeten naar internationale maatstaven, flink is gestegen.

    Costa is er ook in geslaagd resultaten te boeken op wat in Portugal ‘verdeeldheid zaaiende onderwerpen’ worden genoemd: er is bijvoorbeeld een wet goedgekeurd die de weg vrijmaakt voor adoptie door homoseksuelen, en er wordt gedebatteerd over een wetsvoorstel voor het legaliseren van euthanasie. Volgens een in februari gepubliceerde peiling heeft Costa een waarderingscijfer van 66,1 procent, meer dan twee keer zo hoog als dat van de leider van de oppositie.

    Een kast van kurk in Santa Maria da Feira. – © Paulo Duarte / Getty
    Een kast van kurk in Santa Maria da Feira. – © Paulo Duarte / Getty

    Ondanks deze successen is Portugal nog altijd een land in moeilijkheden. De overheidsschuld, die meer dan 130 procent van het bnp bedraagt, is een van de hoogste in Europa, samen met die van Italië en Griekenland.

    Voor veel linkse leiders lijkt Portugal de ideale oplossing voor hun problemen, nadat een decennium van allianties met centrum- en centrum-rechtse partijen hun electoraat heeft doen afkalven. Maar het Portugese experiment is niet makkelijk te exporteren. In Portugal is namelijk sprake van een aantal unieke, of bijna unieke factoren die in andere Europese landen ontbreken. De afwezigheid van extreem-rechts is een kenmerk dat Portugal gemeen heeft met het naburige Spanje, en dat waarschijnlijk te maken heeft met de erfenis van de in 1974 beëindigde dictatuur, die het voor de politiek lastig maakt typisch extreem-rechtse thema’s als nationalisme en de eigen identiteit in te zetten.

    Een eigenschap die het land nog unieker maakt, 
is dat de formatie van gematigd en radicaal-links samen electoraal gezien daadwerkelijk de meerderheid heeft in het land: bij de verkiezingen van 2015 stemde circa 50 procent van de Portugezen op een linkse partij. Niet alleen dat: het is de Socialistische Partij van Costa gelukt 32 procent van de stemmen binnen te halen, bijna het dubbele van de andere 
twee radicaal-linkse groeperingen samen. Dat heeft Costa een machtspositie opgeleverd, waardoor hij de voorwaarden van het akkoord kon dicteren.

    Vertaler: Yond Boeke

    Il Post
    Italië | ilpost.com

    Italiës antwoord op The Huffington Post, waaraan ook de naam is ontleend. Gratis nieuws van alle kanten. Gefinancierd uit advertentie-inkomsten.

  • 1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    Dankzij een heuse wederopstanding draait de Portugese economie weer op volle toeren. Het land slaagde erin oude industrieën (schoenen en textiel) dankzij innovatie, nieuwe technologie en betere dienstverlening succesvol te hervormen.

    Zo’n twintig of dertig jaar geleden schudden politici en bankiers meewarig het hoofd als ze het hadden over de belabberde nationale textiel-, en schoenenindustrie, de achterhaalde kurkwinning en de armetierige landbouw. Het waren ten dode opgeschreven sectoren, levend in het verleden en steunend op goedkope arbeidskrachten die onherroepelijk zouden verdwijnen als gevolg van de modernisering van het land. Nieuwe doppen van plastic of aluminium zouden kurk overbodig maken. Kortom, Portugal was een land met weinig grondstoffen en een achtergebleven boerenbedrijf dat voornamelijk naar subsidies hengelde.

    Dat was toen. Tegenwoordig is het land weer trots op de schoenen en de textiel die het maakt, op zijn populaire landbouwproducten en florerende kurkindustrie. Dat komt niet alleen maar doordat de sombere prognoses onjuist bleken, maar ook omdat duidelijk is dat werknemers, werkgevers en werkgeversorganisaties een bewonderenswaardig weerstands- en aanpassingsvermogen aan de dag hebben gelegd.

    Creatieve destructie

    De kosten waren enorm. De landbouw neemt momenteel nog maar 2 procent van het bbp voor zijn rekening, tegen 8 procent in 1986, het jaar dat Portugal lid werd van de Europese Unie. De machtige textielindustrie komt pas dit jaar voor het eerst weer in de buurt de recordexport van 2001, van 5 miljard euro. Na een decennium van hervormingen exporteert de kurksector eindelijk weer voor meer dan 900 miljoen euro. Maar het grootste succesnummer van de nationale economie is de schoenenindustrie, die haar buitenlandse export sinds 2010 met 34 procent zag groeien.

    De ontwikkelingen in deze sectoren doen denken aan wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘creatieve destructie’ noemde. In zogenaamde traditionele industrieën en in de landbouw moesten duizenden bedrijven hun deuren sluiten en verdwenen er tienduizenden arbeidsplaatsen. Dat was het directe gevolg van de eisen die de eenheidsmunt stelde, de liberalisatie van de wereldhandel, waardoor de Europese grenzen opengingen voor handelsmachten als China, en de stijgende loonkosten konden worden afgewend.

    Dit pijnlijke proces nam wel dertig jaar in beslag. Tussen 1985 en 2015 verdween in de kurkindustrie de helft van alle arbeidsplaatsen (er zijn er nog achtduizend over); in de 25 jaar sinds de grenzen opengingen voor import uit Azië gingen meer dan tweeduizend textielbedrijven failliet en verdween de helft van de arbeidsplaatsen in de sector, al met al zo’n 120.000 banen. In de landbouw was de schok niet minder groot: 500.000 hectare weinig vruchtbare grond kwam braak te liggen. Het aantal boerenbedrijven daalde in 35 jaar van 823.000 tot 250.000. In 1950 werkten er nog 1,5 miljoen Portugezen in de landbouw. Vandaag zijn dat er nog maar 120.000.

    Door het opengaan van de Europese grenzen en door de globalisering verloor Portugal een flink deel van zijn economische en commerciële activiteiten. Die waren sinds 1960 juist enorm gegroeid, nadat het land dankzij een akkoord met de Europese Vrijhandelsassociatie kon uitgroeien tot leverancier van textiel en schoeisel voor het rijke Europa. Vlak voordat het land lid werd van de Europese Unie, maakte de textielexport bijna een derde deel uit van het totaal – nu is dat nog maar 10 procent.

    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty
    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty

    Deze verliezen zeggen meer over de groei van andere bedrijfstakken dan over de teloorgang van traditionele sectoren. In andere Europese landen voltrok zich hetzelfde proces en in Portugal doet de ‘oude economie’ het dankzij de opstanding in vergelijking helemaal niet slecht. Als gevolg van economische ontwikkeling en modernisering zijn er altijd sectoren die moeten verdwijnen en plaatsmaken voor modernere, met meer innovatie en betere technologie, gebaseerd op intensief kapitaal in plaats van handwerk. Portugal combineerde twee recepten: het slaagde erin levensvatbare oude sectoren te behouden dankzij innovatieve producten, nieuwe technologie en betere dienstverlening.

    Bij deze transformatie liepen de meest flexibele en resistente bedrijven voorop. Zowel ondernemers uit het noorden 
als grootschalige landbouwers uit de provincies Alentejo en Ribatejo die de faillissementsgolf van de jaren tachtig en negentig overleefden, bleken over deze kwaliteiten te beschikken. Manuel Carlos is president van de organisatie van schoenenfabrikanten APICCAPS en de voornaamste ‘ideoloog’ van de omvorming van de sector van producent van gebruiksgoederen in een van luxegoederen. Hij herinnert zich dat zijn leden ‘een moeilijke tijd hadden’, maar dat deze ervaring hen ‘zeer bedreven’ maakte in het scherp prijzen, het opzetten van klantnetwerken en het omvormen van hun bedrijven.

    De overlevenden in de textielindustrie zagen in dat het traditionele wachten op opdrachten en produceren wat klanten vroegen op een catastrofe uitliep – China deed dat veel goedkoper. De truc was om zelf producten aan te bieden en niet te wachten op tot de opdrachten binnenkwamen. In de kurkindustrie leefde heel lang het idee dat Portugal het zich kon veroorloven om alles bij het oude te houden omdat het nu eenmaal de grootste kurkproducent ter wereld was. Dit conservatisme werd danig op de proef gesteld toen invloedrijke journalisten rond het jaar 2000 campagne gingen voeren tegen de bijsmaak van kurk en duizenden wijnproducenten van over de hele wereld dreigden over te stappen op doppen van plastic of metaal – de beroemde screwcaps. Het machtige bedrijf Corticeira Amorim overwoog zelfs om ook maar die bedrijfstak in te gaan. En in de landbouw ontdekte men dat het land qua graanproductie onmogelijk concurrerend kon zijn; andere gewassen waren nu eenmaal geschikter voor de Portugese bodem.

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen. Met het geld konden kleine stuwdammen (en ook de grote van Alqueva) worden gebouwd, innovatieve bedrijven worden opgezet, nieuw geavanceerd materieel worden gekocht en kon er worden geïnvesteerd in technologieën waar bedrijven dringend behoefte aan hadden. De CEO van Corticeira Amorim, Antonio Amorim, vertelde hoe de kurkindustrie erin slaagde om de concurrentie van metalen en plastic schroefdoppen te boven te komen: ‘We zijn het probleem niet uit de weg gegaan. We zetten de afdeling Onderzoek en ontwikkeling aan het werk en investeerden veel, lanceerden nieuwe producten. Daardoor verbeterde op den duur de performance van kurken aanzienlijk.’

    De textielsector richtte zich niet langer op goedkope vaatdoeken en tafelkleden, en transformeerde zich tot een geoliede machine die zelf producten ontwikkelde om klanten aan te bieden, die innoveerde, bijvoorbeeld met hightechstoffen voor wedstrijdzwemmers of stoffen voor hardloopfanaten die de temperatuur aanpasten aan die van de buitenlucht. Het belangrijkste was echter een efficiënt logistiek apparaat, waardoor een Zweeds merk vandaag duizend paar schoenen kan bestellen en ze al enkele dagen later geleverd kan krijgen. In het technologisch centrum van de sector worden stoffen getest, materialen goedgekeurd en nieuwe componenten voor de toekomst ontwikkeld. Jarenlang was een goede samenwerking tussen wetenschap en industrie een luchtspiegeling geweest (en voor veel sectoren is het dat nog steeds). De textielindustrie sloeg echter de brug en gebruikte de opgedane kennis om stoelbekleding voor de duurste automerken te produceren, of vloerbedekking tegen prijzen waar de Chinese en Indiase concurrentie niet tegenop kon.

    Wat dit betreft was de schoenenindustrie misschien wel de sector die zich het meest opnieuw uitvond. Er werden innovatieve machines ontwikkeld, zoals een waarmee schoenzolen met behulp van een waterstraal konden worden gesneden – een technologie die nu ook geëxporteerd wordt. Demonstratiesessies in fabrieken voor andere ondernemers creëerden een cultuur van openheid waardoor men van elkaar kon leren, wat al snel resultaten bracht. Technici introduceerden vernieuwingen in de productielijnen van schoenenfabrieken, waardoor er verschillende modellen konden worden gemaakt zonder dat er nog technische pauzes hoefden te worden ingelast. Net als de textielindustrie is ook de Portugese schoenenindustrie in staat om kleine series laarzen of schoenen te produceren, zodat ook aan kleine orders kan worden voldaan. Aangezien importeurs graag hun lasten omlaag willen brengen door minder voorraden aan te houden, is dit zeer welkom.

    In de landbouw verliepen de veranderingen langzamer, maar de resultaten waren zo mogelijk nog spectaculairder. Het hielp dat er een nieuwe generatie ondernemers aantrad, al werkten bij de transformatie ‘nieuwe boeren en ondernemers samen met de gevestigde orde’, vertelt João Machado, president van de Portugese boerenfederatie CAP. Verenigingen als PortugalFresh hielpen om de productie te organiseren 
en de deur naar het buitenland open 
te zetten. Aangezien de landbouw 
naar verwachting tussen nu en 2050 zijn productie moet verdubbelen om het hoofd te bieden aan de groei van 
de wereldbevolking, is de sector weer op de radar gekomen als prioriteit. Sinds 2014 zet het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie in op productiestijging.

    Bekoorlijke zwanen

    Het landbouwareaal is geslonken en 
het aantal arbeidskrachten radicaal verminderd, maar daardoor is de landbouw efficiënter geworden, productiever, meer op het buitenland gericht en relevanter voor de economie. De oude obsessie met zelfvoorzienendheid van graan (basisvoedsel voor mensen en dieren) is voorbij, nu Portugal nog maar een vijfde deel van de tarwe en mais produceert die het consumeert. Maar de productie van andere gewassen explodeerde juist. In één decennium groeide Portugal bijvoorbeeld uit van netto-importeur van olijfolie tot de op drie na grootste exporteur ter wereld (436 miljoen euro in 2015). Groente en fruit – tien jaar geleden nog producten die niet veel deden – worden nu meer geëxporteerd dan wijn (1,3 miljard tegen 720 miljoen euro).

    Nu de strijd om het overleven is gewonnen, lijken de kurk-, textiel- en schoenindustrie goed voorbereid te zijn om ook in het mondiale strijdperk te overleven. Het geheim zit hem in specialisering, in design, in verbeterde dienstverlening en technologie – een recept dat zijn werkzaamheid heeft bewezen.

    Op het moment dat Portugal lid werd van de Europese Unie leek dit alles nog onvoorstelbaar: er werd neergekeken op deze sectoren, men beschouwde ze als ouderwets en ongeschikt voor het Europa van de eenentwintigste eeuw. Dankzij het doorzettingsvermogen van sommige Portugese ondernemers, en met hulp van Europees geld waarmee technologie kon worden gekocht en oude gewoontes afgeleerd, zijn de traditionele sectoren niet langer het lelijke eendje. Ze groeiden uit tot bekoorlijke zwanen waar in het veelbewogen landschap van de Portugese economie met bewondering en afgunst naar wordt gekeken. Uiteindelijk was, in de woorden van Mark Twain, het nieuws van hun dood schromelijk overdreven.

    Auteur: Manuel Carvalho
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Público
    Portugal | dagblad | oplage 21.500

    In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.