Boodschappen, huurprijzen, benzine: mede door geopolitieke spanningen en klimaatverandering lijkt het dagelijks leven steeds duurder te worden. Overheden proberen de druk op huishoudens te verlichten met prijsplafonds en strengere regulering. Maar is dat wel zo verstandig?
Nee: ‘Prijsregulering is een oppervlakkige oplossing’
‘Met conflicten in het Midden-Oosten, olieschokken en stijgende kosten van levensonderhoud begint dit decennium sterk op de jaren zeventig te lijken’, schrijft Financial Times in een redactioneel. ‘In het Westen grijpen politici nu steeds vaker terug naar een van de belangrijkste instrumenten uit die tijd: prijsregulering.’
Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 voerden verschillende Europese landen prijsplafonds in tegen de stijgende energieprijzen. Sindsdien lijken zowel rechtse als linkse partijen vaker bereid in te grijpen in de markt. Recente peilingen uit de VS en Europa tonen bovendien een grote publieke steun voor directe overheidsmaatregelen om de kosten van basisbehoeften te beperken.
In januari stelde de Amerikaanse president Donald Trump voor de rente op creditcards voor een jaar te maximeren op 10 procent. Zohran Mamdani, die een succesvolle campagne voor het burgemeesterschap van New York voerde, beloofde een stadsbrede huurstop en betaalbare supermarkten. De Britse Labour-regering kondigde regelgeving aan om prijsopdrijving door voedings- en benzinebedrijven tijdens de oorlog met Iran aan banden te leggen. Ook in Europa en Azië leidt de mogelijke impact van het conflict op de energieprijzen ertoe dat prijsplafonds opnieuw worden overwogen.
‘Knoeien met prijzen leidt vaak tot nieuwe problemen’
‘Prijsregulering is voor politici een snelle en zichtbare manier om hun steun te betuigen aan huishoudens die het moeilijk hebben’, aldus de redactie. ‘Hoewel het op korte termijn inderdaad kan helpen, leidt het knoeien met prijzen vaak tot nieuwe problemen.’ In sommige Europese steden hebben huurplafonds er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het verhuren van woningen minder aantrekkelijk is geworden, waardoor het tekort juist is toegenomen. Ook kunnen lagere energieprijzen volgens Financial Times de drang verminderen om zuiniger om te gaan met energie en over te stappen op duurzamere alternatieven.
Maar wat moeten regeringen dan doen? Volgens FT is het effectiever om gerichte financiële steun te bieden aan de meest kwetsbaren in de samenleving en moeten regeringen duurzamere manieren overwegen om de prijzen te verlagen. Dit omvat het bouwen van meer woningen, het terugdringen van bureaucratische rompslomp, het verlagen van invoerheffingen en het investeren in energiezekerheid. ‘Prijsregulering is een oppervlakkige oplossing. Wie knoeit met de markt, moet zich realiseren dat dit vaak tot grotere problemen leidt.’
De redactie van Financial Times vertegenwoordigt het standpunt van een van Europa’s meest toonaangevende financiële en economische dagbladen.
Ja: ‘De druk is te groot geworden om te weerstaan’
Jarenlang was het ondenkbaar dat politici zich actief met huur- of energieprijzen zouden bemoeien. ‘Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie heerste in grote delen van de wereld de overtuiging dat alleen de markt bepaalt wat dingen kosten’, schrijft Andy Beckett in The Guardian.
In de loop van de eenentwintigste eeuw veranderde dat beeld. ‘Markteconomieën bleken steeds minder in staat om basisbehoeften zoals energie en huisvesting betaalbaar te houden. Tegelijkertijd werden de inefficiënties zichtbaarder, zoals torenhoge salarissen voor falende bestuurders en slecht functionerende geprivatiseerde nutsbedrijven.’ Plotselinge inflatiepieken als gevolg van oorlogen, de pandemie en de klimaatcrisis hebben regeringen ertoe aangezet economische maatregelen te nemen die tot voor kort als ‘hopeloos ouderwets, onnatuurlijk en zelfs immoreel’ golden, aldus Beckett.
Opvallend is dat twee grote democratieën er de afgelopen jaren in zijn geslaagd de maatschappelijke onvrede over inflatie grotendeels te temperen. In beide gevallen zijn de zittende regeringen, ondanks die economische druk, opnieuw gekozen.
Het negeren van stijgende prijzen is minstens zo riskant
In Mexico hebben de linkse president Andrés Manuel López Obrador en zijn opvolger Claudia Sheinbaum een maximumprijs ingesteld voor essentiële goederen zoals kip, rijst en toiletpapier. Tijdens wekelijkse persconferenties hebben zij specifieke bedrijven geprezen of bekritiseerd, afhankelijk van hun medewerking: ‘een weinig subtiele maar effectieve vorm van commerciële en politieke druk’, schrijft Beckett. Bij de presidentsverkiezingen van 2024 behaalde Morena, de partij van Obrador en Sheinbaum, 61 procent van de stemmen.
De centrumlinkse regering van Pedro Sánchez in Spanje reageerde op de oorlog in Iran met een landelijke huurstop. Eerder voerde zijn regering een prijsplafond op energie in en maakte ze tijdelijk treinkaartjes gratis. ‘Dit beleid heeft eraan bijgedragen dat Sánchez al acht jaar aan de macht is.’
Beckett vraagt zich af of Keir Starmer deze voorbeelden niet op zou moeten volgen. ‘Met de komende inflatiegolf en aanhoudend hoge kosten wordt de verleiding voor Groot-Brittannië om landen als Spanje en Mexico te volgen steeds lastiger om te weerstaan.’
Hoewel prijsregulering risico’s meebrengt, kan het negeren van stijgende prijzen minstens zo riskant zijn. ‘Het is eenvoudig om prijsregulering af te doen als kortetermijnpolitiek – maar dat vergroot het risico dat de onvrede oploopt en protesten uitbreken.’
Andy Beckett is een Britse journalist en historicus. Hij is columnist bij The Guardian.
Belastingen op alcohol, tabak en brandstof leveren Europese overheden jaarlijks miljarden op. Maar nu er steeds minder mensen roken en alcohol drinken en de verbrandingsmotor verdwijnt, zoekt de EU naar nieuwe zonden om te belasten.
Kun je nog gebukt gaan onder zondebesef op een continent dat zo goed als goddeloos is, zoals Europa vandaag de dag? Van prostitutie kijkt niemand meer op in België, waar prostituees inmiddels arbeidsbescherming genieten. Blowen is nota bene in Duitsland al toegestaan. Gokken in een loterij of met mobiele apps is praktisch nergens omstreden. Maar als je graag de druk van maatschappelijke afkeuring wilt ervaren, probeer dan eens een fles wijn te kopen in Zweden. Al sinds 1955 berust het monopolie op de verkoop van drank daar bij een staatsbedrijf dat met tegenzin alcohol verkoopt aan wie het dan koste wat kost wil hebben. Dat Systembolaget, zoals het heet (‘Systeembedrijf’), straalt aan alle kanten afkeuring uit. De filialen zijn schaars en op zondag gesloten. En als je dan een vestiging vindt, moet je er geen affiches van aantrekkelijke wijngaarden verwachten: het interieur houdt het midden tussen een Albanees overheidsloket en een apotheek. Nooit is er iets afgeprijsd en klantenkaarten kun je ook vergeten. De wijn wordt er niet gekoeld, want een klant mocht eens in de verleiding komen de fles ter plekke aan de mond te zetten. In de rij bij de kassa kom je als klant altijd langs een ‘spijtmand’, een stille wenk om alsnog iets van je voorgenomen aanschaf in de winkel te laten. In Zweden lijkt de weg naar de hel geplaveid met lauwe flessen sauvignon blanc.
Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek
Dure flessen ook nog. Want niet alleen de winst van dit Systembolaget vloeit naar de schatkist, ook de forse accijnzen op alles wat er wordt verkocht. Zowel in winkels als in de horeca is drank hier schreeuwend duur: van alcohol word je in Zweden niet alleen lichter in het hoofd maar ook in je portemonnee. Vormen van zulke ‘gedragsbelasting’ zijn overal in Europa gemeengoed geworden, en het zijn fijne extraatjes voor de schatkist in elke verzorgingsstaat die tegen zijn grenzen aanloopt. Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek. Een tiental Europese landen, waaronder Frankrijk en Polen, heft belasting op suikerhoudende dranken. Automobilisten met een voertuig dat rijdt op vervuilende benzine worden met energieheffingen om de oren geslagen. Met zulke ‘belastingen op zondig gedrag’ kunnen Europese politici twee van hun grootste hobby’s botvieren: de burgers betuttelen én de schatkist vullen. Helaas staan die twee doelstellingen wel op gespannen voet met elkaar, want hoe duurder de zonde, hoe minder zondaars.
Europa heeft een bijzondere (en aanvechtbare) rechtvaardiging voor het heffen van belasting op de onzalige drie-eenheid drank, sigaretten en benzine: de door de overheid gefinancierde gezondheidszorg betaalt uiteindelijk de rekening voor de slechte leefgewoonten van de burgers, en de samenleving als geheel zal uiteindelijk de prijs betalen voor de benodigde aanpassing aan de opwarming van de aarde.
Een harde schop
Het terugdringen van dergelijke ‘externe kosten’ door middel van belastingheffing heeft een lange verleden, dat op zijn minst teruggaat tot de Britse heffingen op tabak in de zeventiende eeuw. In plaats van een zacht duwtje in de goede richting geven die heffingen de consument inmiddels een harde schop onder de kont. Ierse rokers tellen tegenwoordig 18 euro neer voor een pakje sigaretten, en tachtig procent daarvan gaat naar de staat. Op een fles wodka van Absolut wordt in Zweden 14 euro accijns geheven, meer dan de helft van de prijs in het Systembolaget. In Nederland heft de staat 0,79 eurocent accijns op elke liter benzine, meer dan het hele bedrag dat je in Amerika voor die liter bij de pomp betaalt. Drank en sigaretten leveren de verschillende Europese schatkisten jaarlijks ruim honderd miljard euro op, en de brandstofaccijnzen nog eens ruim twee keer zoveel: toch een paar procentpunten van het bbp die weer mooi meegenomen zijn. Voor sommige landen zijn die inkomsten onmisbaar: milieuheffingen en accijnzen zijn in Bulgarije goed voor ongeveer een tiende van de totale overheidsbegroting.
Het nadeel van een belasting op zondig gedrag is dat de overheidsfinanciën eronder lijden als mensen hun leven beteren.
Het aantal rokers en drinkers vertoont de afgelopen decennia een sterke daling. Het is maar de vraag of dat te wijten is aan de hoge heffingen of aan andere factoren. Jonge Europeanen blijven meer op het rechte pad dan hun ouders, ook wat betreft onbelaste zaken als seks en drugs. Maar het resultaat is dat de schatkistopbrengst uit roken en drinken als aandeel van het bbp de afgelopen tien jaar ongeveer met een vijfde is gedaald. De milieuheffingen zullen een nog groter gat in de overheidsbegrotingen achterlaten. Vanaf 2035 worden er in de Europese Unie geen auto’s met verbrandingsmotor meer verkocht. De EU heeft zich voorgenomen in 2050 tot netto nul CO2-uitstoot te komen. Dat zal de ministers van Financiën zorgen baren. De baten van de dalende verkoop van deze zondige middelen laten zich pas na vele jaren voelen, de begrotingspijn van de dalende inkomsten slaat meteen toe.
Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU
En er kleven nog andere problemen aan het belasten van zondig gedrag. Zo worden de armen er onevenredig zwaar door getroffen, aangezien een groter aandeel van hun inkomen naar roken, drinken en gokken gaat en ze in oudere, benzineslurpende auto’s rijden. Verder zijn belastingen die maar door één land worden geheven gemakkelijk te omzeilen, zeker in de EU, waar burgers gewoon in een buurland met lagere accijnzen kunnen gaan winkelen om hun Marlboro’s, cognac en diesel in te slaan. En belastingen zijn nooit populair, maar de accijns op benzine strijkt burgers wel heel erg tegen de haren in. Het was een verhoging van de Franse brandstofaccijnzen die in 2018 tot de protesten van de gele hesjes leidde.
En hoe zit het trouwens met het argument dat ongezonde gewoontes zoals roken juist goed zijn voor de schatkist? De Tsjechische tak van sigarettenboer Philip Morris stelde in 2001 zelfs dat rokers de staat geld bespáren: ze sterven immers jonger, en iedereen die vroegtijdig overlijdt kost de overheid geen geld meer aan pensioenen, zorg of huisvesting.
Nu de inkomsten van bestaande belastingen op zondig gedrag teruglopen, zijn ministers van Financiën naarstig op zoek naar nieuwe accijnzen om dat gat mee te vullen. Na suikerhoudende dranken is straks misschien vlees aan de beurt voor een speciale belasting: methaan uitstotende koeien zijn de volgende slag in de strijd tegen de klimaatverandering. De EU barst van de ideeën over nieuwe zonden die kunnen worden belast, niet in de laatste plaats in de hoop daarmee zelf een deel van de eigen begroting te kunnen financieren. Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU. Op 16 juli heeft de Europese Commissie voorgesteld de accijnzen op tabak uit te breiden naar vapes, en ook een deel van de opbrengst van de verkoop van emissierechten direct ten goede te laten komen aan de EU.
Verslaafd
Waarom zou je het daarbij laten? Roken, drinken en de planeet laten overkoken zijn zonder meer slechte dingen. Maar beleidsmakers kunnen nog meer zonden op de lijst zetten die voor een belasting in aanmerking komen. Is er ook maar één Europeaan bij zijn volle verstand die erop tegen zou zijn om de inkomstenbelasting te verdriedubbelen van mensen die in het openbaar vervoer doodgemoedereerd naar filmpjes zitten te kijken zonder oordopjes in? Karel de Grote zou geen moeite hebben met een toeristenheffing voor influencers die een puik Parijs cafeetje ineens bombarderen tot het decor voor een Instagram-post.
En elektrische steps dan, ook bloedirritant. Het probleem met belasting heffen op verslavingen is dat politici er zelf maar al te makkelijk verslaafd aan raken.
De grootste olie- en gasbedrijven maakten in de eerste negen maanden van het jaar samen een winst van 174 miljard dollar, ruim 154 miljard euro, voornamelijk vanwege de gestegen brandstofprijzen in de Verenigde Staten. Alleen al in het derde kwartaal verdienden de vierentwintig grootste olie- en gasbedrijven, waaronder Exxon, Chevron, Shell en BP, ruim 74 miljard dollar netto, schrijft The Guardian.
‘De stijgende grondstofprijzen hebben zeker geholpen’, aldus BP
Exxon boekte in het derde kwartaal een netto-opbrengst van 6,75 miljard dollar, de hoogste winst sinds 2017, en zag zijn omzet met 60 procent stijgen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het bedrijf schrijft de winst toe aan de stijgende oliekosten, evenals BP, dat 3,3 miljard winst maakte. ‘De stijgende grondstofprijzen hebben zeker geholpen’, aldus Bernard Looney, CEO van BP.
Door de dure olie hebben de benzineprijzen in de VS het hoogste punt in zeven jaar bereikt. Amerikanen betalen nu ongeveer 3,40 dollar (3,00 euro) voor een gallon (circa 3,8 liter) benzine, vergeleken met ongeveer 2,10 dollar een jaar geleden.
‘Eindeloze rijen bij benzinestations, lege schappen in supermarkten en failliete energieleveranciers: welkom in het VK van 2021’, kopte The Observer gisteren. Naast een gasscrisis, die de afgelopen weken is veroorzaakt door het economisch herstel in Azië en een algemene daling van de productie, zijn er nu ook zorgen over brandstof.
‘Door een tekort aan vrachtwagenchauffeurs, die gespecialiseerd zijn in gevaarlijke producten, zagen BP en Tesco zich vorige week gedwongen hun brandstofleveringen in te krimpen en een handvol tankstations te sluiten om de rest te kunnen bevoorraden’, aldus The Daily Telegraph. ‘Hierdoor raakten automobilisten in paniek.‘ Als gevolg daarvan stond op maandag 27 september bijna de helft van de achtduizend Britse tankstations droog.
Vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit hebben tienduizenden chauffeurs uit de EU het land verlaten
Het gebrek aan vrachtwagenchauffeurs, dat ook heeft geleid tot voedseltekorten in de supermarkt, heeft de Britse regering ertoe gebracht haar immigratiebeleid te versoepelen. ‘De ministers zijn zaterdag gezwicht voor de druk van de transportsector en hebben aangekondigd dat ze vijfduizend tijdelijke visa zullen verlenen aan buitenlandse vrachtwagenchauffeurs‘, aldus Financial Times.
Vóór de coronapandemie waren tienduizenden chauffeurs afkomstig uit de Europese Unie. ‘Ongeveer 25.000 van hen hebben het Verenigd Koninkrijk in 2020 verlaten en zijn niet teruggekeerd‘, schrijft The Guardian, met name vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit. Tegelijkertijd ‘is er een achterstand van 40.000 die wachten om hun vrachtwagenexamen te mogen afleggen‘.
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona alleen maar verergerd’
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona voor de infrastructuur van het land alleen maar verergerd. In het bijzonder, zo schrijft The Observer, ‘de obsessie van de uitvoerende macht met brexit‘, die wordt gesymboliseerd door de wens om koste wat het kost de controle over de grenzen met de Europese Unie terug te krijgen.
Het leger is gemobiliseerd en kan zo nodig worden ingezet om tankstations te bevoorraden, meldt Sky News. Volgens minister van Handel Kwasi Kwarteng is het ‘een verstandige voorzorgsmaatregel‘.
Veroordeling R. Kelly is ‘belangrijk keerpunt‘ voor de muziekindustrie
Op maandag 27 september heeft een jury in New York, aan het einde van een proces dat op 18 augustus was begonnen, een van de grote r&b-sterren van de afgelopen dertig jaar schuldig bevonden aan mensenhandel en afpersing, waarbij zwarte vrouwen en kinderen het slachtoffer werden, schrijft The Guardian. Hij riskeert levenslange gevangenisstraf. Zijn vonnis zal pas op 4 mei 2022 bekend worden.
The Washington Post ziet de beslissing van de twaalf juryleden als de ‘iconische uitkomst van het meest spraakmakende muziekindustrieproces van het #MeToo-tijdperk’. De 54-jarige zanger, wiens echte naam Robert Sylvester Kelly is, werd beschuldigd van meervoudig misbruik en mishandeling van tal van jonge vrouwen, waarvan de meesten Afro-Amerikaans.
‘Hij gebruikte de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen’
‘Ten eerste gebruikte hij de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen met het doel ze seksueel te misbruiken’, verklaarde Gloria Allred, de advocaat van een deel van de slachtoffers, geciteerd door CNN. ‘Vervolgens gebruikte hij zijn werknemers om hem te helpen bij het lokken, isoleren, intimideren, controleren, indoctrineren, straffen en vernederen van zijn slachtoffers.‘
‘Het vonnis van vandaag brandmerkt R. Kelly voor altijd als een roofdier, die zijn roem en fortuin gebruikte om te azen op kinderen, kwetsbaren en stemlozen‘, bevestigde officier van justitie Jacquelyn M. Kasulis. ‘Hij gebruikte zijn inner circle om minderjarige meisjes, jonge mannen en vrouwen tientallen jaren lang te verstrikken in een smerig web van seksueel misbruik, uitbuiting en vernedering.‘
Veel Spaanse jongeren zonder werk of studie
Spanje is nog steeds een van de Europese landen met het hoogste percentage mensen tussen 18 en 24 jaar dat geen werk heeft en geen onderwijs of opleiding volgt, bericht El País. De groep staat in Spanje bekend als ‘ninis’, naar de Spaanse uitdrukking ni estudia ni trabaja, oftewel ‘noch studerende, noch werkende’. Vorig jaar viel 19,9 procent van de jongeren in deze categorie, aldus het OESO-rapport ‘Onderwijs in een oogopslag 2021’, dat vorige week werd gepresenteerd. Alleen Italië registreerde met 24,8 procent een hoger aandeel van jongeren die niet werken of studeren. Op de derde plaats volgt Griekenland met 19,3 procent.
De hoogtijdagen van Emmanuel Macron lijken geteld. Valt het massale protest hem aan te rekenen? En is hij in staat het tij te keren? De twijfels stapelen zich op.
Keuze uit het archief
In Frankrijk gaan betogers massaal de straat op om te demonstreren tegen de pensioenhervorming van de regering. De woede richt zich vooral op president Macron, die niet naar het volk zou luisteren. Voor Macron is het niet de eerste keer dat hij het doelwit is van betogers: in 2018 waren het de gele hesjes die hun pijlen op hem richtten. Dit artikel van Die Zeit uit datzelfde jaar legt uit waarom.
Het is op zijn minst een poging waard om de wereld door de ogen van de Franse president te bekijken. Emmanuel Macron is in de diepste crisis van zijn ambtsperiode beland, op de Champs-Élysées staan barricaden in brand. Hoe heeft het zover kunnen komen? Macron wordt ’s ochtends wakker in een van de 365 kamers van het Élysée, te midden van prachtige meubels in Lodewijk XV-stijl. Als hij omhoog kijkt, ziet hij kroonluchters aan het plafond hangen. Het porselein is onlangs voor 50.000 euro vernieuwd, maar in de koperen pannen in de keuken is nog voor Napoleon gekookt. Zijn omgeving laat niet na hem duidelijk te maken: jij schrijft geschiedenis.
Als Macron ergens verschijnt, zoals onlangs in de Duitse Bondsdag, dan wijkt vóór hem de mensenmassa uiteen. Niemand verspert hem de weg. Om hem heen voeren de mensen een ballet uit zodat hij ongestoord de ene voet voor de andere kan zetten. Het is zijn ervaring van de afgelopen jaren: niemand verzet zich tegen hem. Dat hebben de gele hesjes wel gedaan. Het protest van de mensen in de veiligheidshesjes is ongeordend, onstuimig, ongedisciplineerd. Anders gezegd zijn ze alles wat Macron haat. Met protesten tegen zijn beleid had hij beslist rekening gehouden, een krachtmeting op straat, met de vakbonden, met weerbarstige ambtenaren die op hun privileges staan.
Maar de gele hesjes zijn anders. Ze zijn bijna apolitiek en zeggen niet veel meer dan: ons leven wordt zo duur dat we het ons niet meer kunnen permitteren. Ze zijn niet rechts en niet links. Ze hebben geen leidersfiguur. Ze hebben geen duidelijke eisen, maar vooral gevoelens. Ze zijn de grootste uitdaging voor een man die zo analytisch denkt als Macron. Hij heeft dus iemand nodig die hem uitlegt wat er aan de hand is. Die hem vertelt hoe het is als je niet meer uit je woorden komt van woede. Iemand die hem erop wijst dat mensen die bang zijn te verarmen geen nieuwe auto kopen en dat een subsidie van 4000 euro voor een elektrische auto, zoals de regering heeft voorgesteld, de gele hesjes niet kalmeert, maar nog kwader maakt.
Maar zo iemand is er niet in Macrons omgeving. Macron heeft het centralistische systeem van Frankrijk nog een beetje centralistischer gemaakt. In wezen zijn er vier personen, met inbegrip van hemzelf, die over het beleid gaan. Om precies te zijn: vier mannen. Allemaal begin of midden veertig. Vier mannen die vlug van begrip zijn en vrijwel altijd succes hebben gehad in het leven. Allereerst is daar Édouard Philippe, de premier van Macron, 48 jaar oud, afgestudeerd aan twee elite-universiteiten, de Sciences Po en de École Nationale d’Administration.
De gilets jaunes zijn niet rechts en niet links. Ze hebben geen leider. Ze hebben geen duidelijke eisen, maar vooral gevoelens
Dan is er Benoît Ribadeau-Dumas, bijgenaamd BRD, het hoofd van het kabinet van de premier en diens rechterhand, 46 jaar oud en eveneens afgestudeerd aan twee elite-universiteiten. De vierde van de Macron-boys is Alexis Kohler, eveneens 46 jaar oud en natuurlijk ook afgestudeerd aan twee elite-universiteiten. De twee laatsten werken op operationeel niveau uit wat de president en de premier bedenken. Ze bereiden de ontmoetingen tussen Macron en Philippe voor, in het bijzonder de wekelijkse lunch waarbij de twee zelf ook aanschuiven. In de woorden van BRD: ‘Wij zorgen dat het gesmeerd loopt.’
Zelfs in hun slanke verschijning lijken ze op elkaar. Ze dragen pakken van een onopvallende elegantie en hechten verder weinig waarde aan uiterlijk vertoon. Het gemiddelde intelligentiequotiënt in het Élysée ligt enorm hoog, aldus een medewerker. Maar Macrons crisis duurt nu al weken.
De open vraag is dus of hoogbegaafd zijn en je met hoogvliegers omringen volstaat om een land te regeren. Of doet te veel intelligentie of in elk geval te veel soortgelijke intelligentie afbreuk aan goed bestuur?
Macron heeft de Socialistische Partij ondergraven, Philippe heeft zijn partij, de conservatieven, in een existentiële crisis gestort toen hij zonder zichtbare aarzeling Macrons aanbod aanvaardde om diens premier te worden. De partij is sindsdien verdeeld en Philippe zelf is geen lid meer. Daarin zijn hij en Macron eensgezind: partijfamilies en andere sentimentaliteiten zijn niet veel waard.
Er is nog een overeenkomst: Philippe zou een extreem grote zelfbeheersing hebben. Zijn discipline gebruikt hij vooral om zelfs maar niet de indruk te laten ontstaan dat er tussen hem en de president een concurrentieverhouding bestaat. Elke maandag verlaat Édouard Philippe rond het middaguur zijn werkkamer in Hôtel de Matignon op de linkeroever van de Seine voor een bezoek aan het nabijgelegen Élysée. Het omgekeerde, Macron die langsgaat bij Philippe, is ondenkbaar. ‘De president is de baas,’ zegt een hooggeplaatste medewerker van de premier. ‘Matignon is een soort logistiek centrum dat ervoor zorgt dat de treinen op tijd aankomen.’
Wanneer de twee mannen tijdens de lunch ruim anderhalf uur lang de dienstregeling bespreken, zouden ze voor grote ergernis zorgen als ze elkaar bij de achter- of zelfs voornaam zouden noemen. ‘Monsieur le Président’ en ‘Monsieur le Premier Ministre’ zijn de correcte en enige acceptabele aanspreektitels. De medewerker van de premier wijst thuis zelfs zijn kinderen terecht als ze het over ‘Macron’ hebben. ‘Dat getuigt niet van respect,’ zegt hij. ‘Le Président is juist. Le PR mag ook.’
Wie wil begrijpen waarom het voor Macron – een liberaal die zich inzet voor vrouwenquota, multilateralisme en maatschappelijke deelname – zo belangrijk is om zich alleen te omringen met gelijken moet zich nog eens Macrons politieke werdegang voor de geest halen. Macron is zonder hulp in het Élysée terechtgekomen, tegen alle verwachtingen in. Vrijwel al zijn medewerkers hebben ook campagne voor hem gevoerd. Zij geloofden in hem toen de kranten nog schreven dat die jongeman in een bubbel leefde en het nooit zou redden.
En nadat Macron tot president was gekozen, schreven ze dat hij geen meerderheid in het parlement zou krijgen. Hij behaalde de absolute meerderheid. Het is dus niet vreemd als Macron nu denkt: zijn de mensen tegen ons, dan doen we iets goed. Als er al een gevoel is dat Macron zich permitteert, dan is het een zekere koppigheid. ‘Macron spreekt zelden iemand tegen. Hij kiest daarentegen een ander perspectief en doet er alles aan om zijn gesprekspartner van dat standpunt te overtuigen,’ zo vertelt de onlangs afgetreden minister van Binnenlandse Zaken Gérard Collomb.
Een van de adviseurs van Macron drukt het sterker uit: ‘Als Macron een vergissing maakt, dan gedraagt hij zich als een goede leerling die je op een fout hebt betrapt. Achteraf komt hij met een rationele verklaring om niet te hoeven toegeven dat hij het mis had.’
Hun doel voorbij
Op dinsdag richtte Macron zich voor het eerst tot de gele hesjes. Zij kwamen in protest omdat de prijzen van benzine en diesel door een ecobelasting vanaf januari volgend jaar met 2,9 cent respectievelijk 6,5 cent per liter zullen stijgen. Macron kwam met een reactie, alleen op een hoger niveau. De mensen maken zich zorgen dat ze aan het eind van de maand geen geld meer hebben? Macron maande de Fransen voor ogen te houden dat het einde van de wereld nabij was als er niets zou veranderen, als Frankrijk niet geleidelijk aan zijn door de jaren heen opgebouwde milieuschuld zou aflossen.
Het staat buiten kijf dat hij de argumenten aan zijn kant heeft, maar ze schieten hun doel voorbij. Temeer omdat er vragen zijn die openblijven. Waarom slaagt Macron er niet in om de demonstranten duidelijk te maken dat hij ze heeft begrepen? Waarom worden er geen maatregelen getroffen waarvan de laagste inkomensgroepen verschoond blijven en die de levensstijl van de beter gesitueerden raken? Waarom herziet Macron zijn plan niet?
‘Controle’ is een woord dat vies klinkt en in de entourage van Macron niet wordt gebruikt. Daar heeft men het over ‘coherentie’. ‘Ik vind het prettig als de zaken goed georganiseerd zijn, de coherentie,’ aldus Alexis Kohler, secretaris-generaal van het Élysée. Hij wordt ook wel ‘de schaduw’ genoemd. ‘Als de president zich omdraait, dan staat Kohler daar,’ zegt een socialistische parlementariër. Macron en Kohler leerden elkaar kennen op het ministerie van Economische Zaken, waar ze nauw samenwerkten. Iemand uit hun omgeving karakteriseert de relatie tussen de twee als volgt: ‘Macron kan hem vertrouwen en Kohler is iemand die zo’n beetje woont in zijn kantoor.’
Op het ministerie van Economische Zaken vonden hun belangrijke ontmoetingen diep in de nacht plaats. Tegenwoordig gaat Kohler ’s ochtends om 8.45 uur achter zijn altijd opgeruimde bureau pal naast het kantoor van de president zitten en besluit de dag tegen drie uur ’s ochtends. Slapen is iets voor normale mensen. Ook Macron zou volgens sommige mensen die rechtstreeks met hem in contact staan diep in de nacht nog sms’jes versturen en de volgende ochtend weer heel vroeg aan de slag gaan. Hij maakte de afgelopen tijd een vermoeide indruk en er wordt gezegd dat enkele fouten mede door uitputting zijn gemaakt.
Historica Barbara Tuchman schreef een boek over John F. Kennedy en zijn omgeving, met als titel The March of Folly. From Troy to Vietnam. Hierin schetst ze hoe een groep begaafde, ontwikkelde jongelingen met open ogen de grootste ramp uit de recentere Amerikaanse geschiedenis voorbereidde: de oorlog in Vietnam. ‘Hardheid was de basiseigenschap en ondanks de verschillen in karakter en aanleg sloeg die over op alle leden van Kennedy’s team, zoals dat ook te verwachten zou zijn aan het hof in de entourage van een koning of in een werkgroep waarvan de leden hun benoeming te danken hebben aan een dominante leider.’
Dat was in de jaren zestig van de vorige eeuw en de jongelingen en ook Kennedy waren oorlogsveteranen. In Macrons entourage is de verbindende eigenschap niet hardheid, maar het onverwoestbare geloof in zichzelf. Macron karakteriseert de elite van nu en zet die af tegen hen die nu in Frankrijk de straat op gaan. Wie schreeuwend een geel veiligheidshesje aantrekt, gelooft niet meer dat louter doorzettingsvermogen volstaat om het leven ongeveer in de richting te laten verlopen die je je had voorgesteld. De protestbeweging heeft geen structuur, maar de deelnemers worden verenigd door hun overtuiging dat er onoverkomelijke problemen zijn, en door de ervaring dat hun banksaldo aan het eind van de maand ondanks alle inspanningen negatief is.
De Franse volkspartijen liggen op apegapen. Bijna drie kwart van de parlementsleden van Macrons eigen partij zijn nieuw in de parlementaire wereld – onervaren mensen die de president dank verschuldigd zijn voor hun nieuwe status. De president heeft de speelruimte van zijn ministers beperkt, wat ertoe leidt dat ervaren, zelfbewuste kandidaten helemaal niet meer in aanmerking komen voor die posten. Twee weken had Macron nodig om na het aftreden van Collomb een nieuwe minister van Binnenlandse Zaken te vinden.
In theorie heeft Macron een efficiënte manier van regeren gevonden. In de praktijk steken mensen in gele hesjes de stoelen voor de cafés op de Champs-Élysées in brand.
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt grote politieke analyses. Die Zeit heeft vanaf de oprichting een liberale koers gevaren, met soms een lichtelijk rechtse, maar vaker een wat linkse inslag.
In ‘een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten en onbeheerst een bus verhinderen zijn bestemming te bereiken’, ziet deze Russische kroniekschrijver de democratie aan het werk.
Mijn zware lot als kroniekschrijver heeft me onlangs naar Parijs gebracht. De etalages straalden met duizenden lichtreclames, maar de gezichten van de Parijzenaars stonden somber. In het nieuwe jaar wacht hun de zoveelste prijsverhoging en daarom strijden de geëngageerde arbeiders van de Franse hoofdstad voor hun rechten. Dat is tenminste de indruk die je in het buitenland uit de officiële media krijgt. Het doet me denken aan mijn vroege jeugd onder Brezjnev… Maar ik maak geen grapje – ik ben inderdaad naar Frankrijk gegaan en daar heb ik voor het eerst van mijn leven de klassenstrijd in actie gezien, à la Marx en Engels.
Een strijd die zich plotseling voor mijn ogen ontrolde, toen ik nietsvermoedend even buiten Parijs in de bus zat. Ik was op weg naar het station en had, kennelijk vanuit een vreemd voorgevoel, twee uur te vroeg op de halte gestaan. Toch miste ik nog bijna mijn trein. We kwamen namelijk midden tussen de weilanden en bossen in een enorme file terecht. Een file zoals je ze maar zelden ziet, zelfs in Moskou. ‘Dat zijn de demonstranten, die laten ons er niet door,’ legde de conductrice opgewekt uit, alsof het vanzelf sprak.
Democratie
Waar gaat het om? Vanaf 1 januari 2019 zal de accijns op brandstof met 3 cent per liter worden verhoogd, en die op dieselolie met 6,6 cent per liter. De Franse burgers zijn boos! Om 3 cent, oftewel 2 roebel, en dat terwijl benzine in dit land ongeveer 1,50 euro kost (in Moskou kost een liter ongelood 0,66 euro, en een liter diesel 0,60 euro). We zouden ze eens hierheen moeten laten komen, die boze Fransen. Hier zie je op alle tv-zenders burgers die vóór de verhoging van de pensioenleeftijd zijn, vóór de verhoging van de btw, vóór betaald parkeren in Moskou, gemeentelijke belastingen voor het onderhoud van gebouwen en al die andere manieren om de laatste kopeken uit de zakken van de bevolking te kloppen!
Of kan het zo zijn dat de Fransen zichzelf niet als burgers zien, maar als belastingbetalers? Dat is een wezenlijk verschil.
Wij die zo sterk verlangen naar werkelijke democratie, naar vrijheid van meningsuiting, moeten beseffen dat de ware democratie vooral verschrikkelijk lastig is. Het betekent dat herrieschoppers vanwege drie miserabele eurocenten het leven van hun medeburgers ernstig in de war kunnen sturen, te oordelen naar de passagiers in mijn bus. Dag na dag trekken zij in Parijs en de rest van het land hun gele hesjes aan en gaan op kruispunten het verkeer blokkeren.
Ze gedragen zich alsof ze op een familiepicknick zijn, dekken de tafel, halen de zakoeski [borrelhapjes] en biertjes tevoorschijn… En filteren het verkeer al naargelang de steun die automobilisten aan de beweging betonen: wie voor de rechten van de arbeiders is, mag doorrijden, de foute bourgeois moet wachten. En die wacht gelaten of zoekt een andere route, net als de bussen. Niemand pakt de honkbalknuppel die hij per ongeluk in de kofferbak heeft liggen, om zich met geweld een weg te banen.
Een Franse vriend vertelde me dat de gele hesjes op die heilige dag van de consument, Black Friday, de uitgang van een winkelcentrum blokkeerden. Mensen die een mandje bij zich hadden mochten doorlopen, maar wie achter een winkelkarretje liep, en dus een vertegenwoordiger van de consumptiecultuur was, werd tegengehouden. Mijn vriend koos eieren voor zijn geld, nam alleen het aller-noodzakelijkste mee en liet zijn karretje, dat nog vol overbodige producten zat, achter. Wat moet je anders? De klassenstrijd heeft nu eenmaal een prijs.
In heel Frankrijk stellen de gele hesjes de politiek ter discussie en maken ze iedereen het leven onmogelijk. Of, om precies te zijn, voor diezelfde arbeiders die de bus nemen en boodschappen doen op de dag van de uitverkoop. De tactiek van de gele hesjes is duidelijk: door iedereen het leven onmogelijk te maken, hopen ze de kiezers over te halen niet langer te stemmen op de zittende macht, die het zover heeft laten komen.
Ik heb Parijs die dag uiteindelijk bereikt. Ik heb door de straten gelopen, langs de fonkelende etalages, terwijl ik naar de zwijgende gezichten van de arbeiders keek en dacht aan de revoluties en de daaropvolgende restauraties die deze stad heeft gekend. Al die gebeurtenissen hebben hun stempel op de straatnamen gedrukt en hun eigen monumenten achtergelaten. Hoe vaak hebben rauwdouwers in werkkleding over deze zelfde straten gelopen om te vechten voor een stralende toekomst – opstanden van klassen, rassen, religies.
Bij ons in Rusland is het simpeler: wij trekken in gesloten rijen op naar het grote maar heilige doel, waarbij we ons onderweg ontdoen van enkele renegaten; dan staan we voor dat heilige doel en begrijpen dat het vals is. Vervolgens draaien we ons als één man om en lopen de andere kant weer op, met hetzelfde resultaat. Ik heb trouwens zo’n idee dat we ons binnenkort weer gaan omdraaien.
Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen
En uiteindelijk willen we maar één ding: Parijs zien, terwijl de Parijzenaars zelf niet bepaald onze kant op stormen. Dat is vast gewoon omdat het best goed gaat met de democratie. Ze ziet er niet mooi uit, ze maakt een hoop lawaai, maar op de lange termijn bouwt ze dingen zoals Parijs.
Op een dag zullen wij dat ook hebben. Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen. In werkelijkheid is democratie een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten en onbeheerst een bus verhinderen zijn bestemming te bereiken. Het zal in het begin niet gemakkelijk zijn, het zal bizar lijken, het zal onaangenaam zijn. Maar we komen er wel.
De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.
Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.
De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.
Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’
Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’
Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015.
Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.
Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.
Nietsdoen geen optie
In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.
In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’
Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’
“Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”
Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’
Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.
Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.
Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.