Tag: bergen

  • De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    De gletsjertong en het firnbekken van de Ayoloco-gletsjer zijn zo goed als verdwenen. Alleen een muur van oud ijs en gletsjerkrassen in de rotsen zijn er stille getuigen van dat hier in hartje Mexico op 4700 meter hoogte, op de top van de vulkaan Iztaccíhuatl, ooit een gletsjer was. De groeven die deze ruige, 200 meter dikke ijsmassa heeft achtergelaten, zijn nog heel tastbaar. Als een bulldozer sleurde hij stenen mee op zijn weg naar beneden en deponeerde die op een grote modderige hoop onderaan de helling. En met zijn oeroude krachten overdekte hij de reusachtige bruine rotsmassa’s die hij niet in beweging kreeg met krassen [gletsjerkrassen of striaties zijn krassen in gesteente die door de schurende werking van gletsjers ontstaan].

    Midden in een sneeuwstorm zijn twee onderzoekers van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico (UNAM) bezig een metalen gedenkplaat te plaatsen in een van de oeroude geulen. Eerst smeren ze lijm op de plaat, vervolgens zetten ze hem stevig vast met schroeven, zodat hij de volgende storm zal overleven. ‘Deze plaat herinnert ons eraan dat hier ooit de Ayoloco stroomde,’ zegt glacioloog Hugo Delgado. ‘En dat die zich steeds verder terugtrok en in 2018 compleet verdween, als gevolg van de klimaatverandering door menselijk handelen.’

    ‘De mens had lang geleden al actie moeten ondernemen’

    De geoloog wijdt zijn hele carrière al aan het bestuderen van de Mexicaanse gletsjers en benadrukt dat de mens lang geleden al actie had moeten ondernemen. Het verdwijnen van deze watervoorziening is namelijk onomkeerbaar. Het enige wat nu nog over is van de gletsjers in het Mexicaanse hooggebergte zijn kale hellingen met her en der wat stenen, die er als botten over verspreid liggen.

    De Ayoloco op de Iztaccíhuatl – met zijn 5230 meter de op twee na hoogste bergtop van het land – is de laatste gletsjer die verdween. Op de berg die aan een slapende vrouw doet denken werden in 1958 nog elf gletsjers geteld. Daarvan zijn er nu nog maar drie over: de Pecho, de Panza en de Suroriental. Samen zijn die goed voor amper 0,2 vierkante kilometer ijs. In 1850, de laatste bloeiperiode tijdens de zogeheten Kleine IJstijd, was dat nog 6,23 kilometer. In 170 jaar is de berg dus ruim 95 procent van zijn gletsjermassa kwijtgeraakt.

    In heel Mexico zijn nog maar twee andere gletsjers over: de Glaciar Norte en de kleinere Glaciar Noroccidental. Samen hebben ze een oppervlak van iets meer dan 0,6 vierkante kilometer. Ze bevinden zich op de Pico de Orizaba, ook wel Citlaltépetl genoemd, op de grens tussen de staten Puebla en Veracruz. Met zijn 5675 meter is dit de hoogste berg van het land. De laatste zestig jaar zijn vier van zijn gletsjers verdwenen. Ook de Norte, de laatste hoop van geologen, is op sterven na dood. Zijn gletsjertongen, acht ijstentakels die de berg af kronkelden, is hij al kwijt. ‘De rotsen zijn al te zien, de ijsdikte is minimaal,’ zegt Delgado, die tot april dit jaar directeur was van het Instituut voor Geofysica van de UNAM.

    De toekomst ziet er slecht uit voor de laatste vijf Mexicaanse gletsjers. De geoloog voorspelt dat de drie gletsjers op de Iztaccíhuatl de komende vijf jaar zullen verdwijnen; die op de Pico de Orizaba geeft hij nog twee decennia. Hoe dan ook ‘zijn er in 2050 geen gletsjers meer in Mexico’.

    En niet alleen hier is het aftellen begonnen. Delgado vertegenwoordigt Mexico in de internationale groep voor gletsjeronderzoek. Hij vertelt dat hij altijd plagerige grapjes moest aanhoren van collega’s uit Ecuador en Peru die opschepten over hun schitterende exemplaren. ‘Binnenkort hoef je niet meer naar onze bijeenkomsten te komen, zeiden ze dan lachend tegen me,’ vertelt hij. ‘Ze vonden de omvang van mijn gletsjers altijd een lachertje, maar maken zich tegenwoordig grote zorgen over hun eigen gletsjers, waarvan het ijs nu ook zienderogen smelt.’

    Overal op aarde zie je dit drama zich voltrekken. Van de Ok in IJsland, de Pizol in Oostenrijk, de aangekondigde dood van de Spaanse gletsjers tot en met de vorming van meren in de Himalaya, overal wordt afscheid van ze genomen. Geen gletsjer ontkomt aan de opwarming van de aarde. Ze zijn een van de meest evidente en logische sensoren van klimaatverandering geworden: hoe hoger de temperatuur op aarde, hoe sneller ze krimpen. En het feit dat ze aan de lopende band verdwijnen is tekenend voor het leven dat ons op aarde te wachten staat: heter, droger, uitgeputter.

    Knerpende voetstappen op de aarde, zware ademhaling en het geselen van het gras dat de hellingen van de Iztaccíhuatl als een deken heeft begroeid. Naarmate we hoger komen, kwijnt de vegetatie weg en worden de rotsen zichtbaar. Net onder de sneeuwlijn zien we op een open plek kruisen staan. Deze zijn opgericht voor Luis Rosas, een bergbeklimmer die in 1971 verongelukte, en Daniel Peralta die, nadat hij vele toppen had bedwongen, hier in 2013 eveneens om het leven kwam. Dit soort gedenkplaten ter nagedachtenis aan bevlogen alpinisten vormden de inspiratie voor een plaat voor de Ayoloco.

    Popocatépetl

    Plotseling wordt de stilte op het pad verstoord door een laag en aanhoudend gerommel. ‘Horen jullie dat? Dat is een gaslek, onder hoge druk. Je hoort ook wat explosies, het is de Popocatépetl,’ roept Robin Campion enthousiast. Hij is vulkanoloog aan de UNAM en vergezelt Delgado op zijn gletsjerexpedities. Vanaf de voet van de Iztaccíhuatl zie je de rookpluim van deze imposante vulkaan. De pluim tekent zich duidelijk af tegen de heldere hemel, als nadrukkelijk geheugensteuntje dat hij er ook nog is.

    Ook op de Popocatépetl waren er tot het jaar 2000 gletsjers, maar die zijn na een grote vulkaanuitbarsting allemaal bedolven. ‘Er is nog een klein beetje ijs, maar dat functioneert niet meer als gletsjer, want het stroomt niet meer en groeit niet meer aan. Ironisch genoeg worden die ijsmassa’s eigenlijk in stand gehouden door vulkaanas,’ zegt Delgado. ‘Als de Popocatépetl op een dag inactief zou worden en het ijs zou niet zijn gesmolten door de temperatuurstijging, zou de gletsjer dankzij deze ijsblokken kunnen herstellen.’

    Tijdens de beklimming zijn de bergbeklimmers gehuld in een dikke wolkendeken die de voeten, de knieën en de buik van de Iztaccíhuatl bedekt. Op de westelijke helling onderweg naar de Ayoloco bevindt zich het bekken waar tot ongeveer 2012 de Atzintli-gletsjer lag. Vroeger vormden deze gletsjers, als er gebrek aan water was, een belangrijke bron. Hun belang voor de bewoners aan deze kant van de berg spreekt duidelijk uit hun Nahuatl-namen ‘hart van water’ en ‘mijn water’. Nu wonen tussen de morenen hagedissen en zijn deze rotsen op 4500 meter hoogte overdekt met korstmossen. 

    Toen de temperaturen begonnen te stijgen, zijn beide gletsjers verdwenen doordat ze één voor één onder de zogeheten evenwichtslijn kwamen te liggen. Zo noemen geologen de zone in het hooggebergte waar de gemiddelde jaartemperatuur nul graden Celsius of lager is. Boven die lijn blijven sneeuw en hagel liggen en kan een gletsjer aangroeien. ‘Wanneer een gletsjer aangroeit, stroomt hij omlaag door de zwaartekracht. Maar wanneer hij de evenwichtslijn overschrijdt, komt hij terecht in wat de ablatiezone wordt genoemd,’ vertelt Delgado. ‘Daar ligt de temperatuur boven nul, en dat betekent dat alle neerslag wegsmelt. Gletsjers hebben een dynamiek van aangroei en smelten. Er bestaat een bepaald evenwicht waarbij ze ijsmassa behouden en kwijtraken,’ aldus de glacioloog.

    Maar deze balans is in de loop der tijd op natuurlijke wijze verstoord. Ooit waren alle bergen in de Vallei van Mexico boven de 3500 meter bedekt met ijs. De Ajusco, de Sierra de la Cruces, de Nevado de Toluca en de Sierra Nevada, op alle bergen waren gletsjers. In 1958 lag de evenwichtslijn in Mexico nog op 4500 meter en nu is dat 5250 meter. Alle gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten al onder deze grens.

    Vonnis

    Terwijl de onderzoekers de gedenkplaat vastzetten op de Ayoloco, valt er een dik pak sneeuw op de buik van de berg. Het regenseizoen is net begonnen en op deze hoogte sneeuwt het onophoudelijk grote vlokken. Maar grote bruine plekken blijven open. ‘De sneeuw blijft maar een paar dagen liggen, met een beetje geluk een paar weken. Maar dan is alle sneeuw gesmolten en groeien de gletsjers niet meer aan.’ De drie laatste gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten verborgen in kraters. Daar wordt de ijsmassa beschermd door het bekken. ‘Door de geomorfologische omstandigheden zijn ze er nog, maar de kans dat ze blijven voortbestaan is eigenlijk nihil.’ Het vonnis: ‘Hun tijd is gekomen.’

    Bij de Pico de Orizaba ligt dat anders. De top en de gletsjers liggen nog steeds 120 meter boven de evenwichtslijn. Maar geologen hebben een ander probleem ontdekt: een gebrek aan synchronisatie. Wanneer het sneeuwt in het regenseizoen – dat in Mexico in de zomer valt – blijft de sneeuw door de hoge temperaturen niet liggen. En als het wel koud genoeg is, valt er geen neerslag. ‘Als het zo doorgaat met de temperatuurrecords, zijn ze over een paar decennia verdwenen,’ zegt Delgado.

    Afgezien van de opwarming van de aarde moeten de Mexicaanse gletsjers zien te overleven midden tussen de industriezones in de Vallei van Mexico en Puebla en overbevolkte steden als Mexico-Stad en Ciudad Nezahualcóyotl. Bovendien hebben ze te kampen met een lokale factor: wanneer gletsjerijs smelt, komen donkere rotsen tevoorschijn die de zonnestralen niet weerkaatsen maar juist absorberen. Met weer extra opwarming tot gevolg.

    Ook het enige glaciologische station dat de ijsmassa’s op de Pico de Orizaba kan observeren – door blikseminslag en materiaaldiefstal heeft het station op de Iztaccíhuatl maar een paar maanden bestaan – bevestigt dat het ijs in Mexico ‘heet ijs’ is. De temperatuur ligt er zo dicht bij nul dat het ijs bij de minste stijging smelt. Bovendien hebben de gletsjers, door hun hoogte en ligging, in de droge seizoenen (ook al zijn de temperaturen dan laag) zo veel last van de zon dat het ijs sublimeert: het gaat van zijn vaste toestand direct over in gas en verdampt.

    ‘De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen’

    Delgado heeft de Iztaccíhuatl in 1974 beklommen en daarbij geleerd om op sneeuw te lopen. Met hamer en ijshouweel beklom hij het schitterende Ayoloco-bekken. Om zich voor te bereiden op een expeditie naar de Himalaya leefde hij in 1979 twee weken lang in deze zeven kilometer lange siërra. Hij verloor er bovendien zijn beste vriend, die de berg wel honderd of misschien zelfs tweehonderd keer had gelopen. Delgado, die de Iztaccíhuatl als een vriendin ziet, vat de toestand van de Mexicaanse gletsjers als volgt samen: ‘Onze gletsjers zijn echte helden: ze strijden tot ze erbij neervallen.’

    De onomkeerbare verdwijning van unieke Mexicaanse gletsjers op 20 graden noorderbreedte betekent het verlies van een betrouwbare sensor van klimaatverandering, maar vooral het verlies van een belangrijke watervoorziening. In dit steeds dichterbevolkte en drogere land – de laatste 34 jaar is de gemiddelde temperatuur in Mexico twee graden gestegen – zijn gletsjers in het droge seizoen een extra hulpbron voor gemeenschappen die in de buurt van de bergen wonen. Gletsjers zijn goed voor ongeveer 5 procent van de waterkringloop in die regio’s, dankzij smeltwater of doordat ze de grondwaterstand voeden. ‘Het is niet veel, maar alle kleine beetjes helpen,’ zegt Delgado.

    Alle voortekenen – krimpende gletsjers, smeltende polen, leeglopende stuwmeren – wijzen in dezelfde richting: ‘Er is steeds minder water beschikbaar. Onze samenleving gaat last krijgen van waterstress. Dat probleem bestaat nu al, alleen heeft het zijn volle omvang nog niet bereikt. De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen.’

    Voor de stervende ijsmassa’s op de bergtoppen is alle hoop vervlogen, en ook de opwarming van de aarde kan niet meer worden teruggedraaid, waarschuwt de glacioloog. Maar we kunnen wel proberen dit proces af te remmen. De uitstoot van broeikasgassen terugdringen, water besparen, ontbossing tegengaan en investeren in milieueducatie: het is allemaal hoognodig. Delgado heeft vooral vertrouwen in de volgende generaties. ‘Het gaat hier niet om de bescherming van de planeet, maar van de omgeving waarin wij als soort kunnen overleven. Ons voortbestaan staat op het spel.’

  • Silbo Gomero: de enige volledig ontwikkelde gefloten taal ter wereld

    Silbo Gomero: de enige volledig ontwikkelde gefloten taal ter wereld

    De lokale fluittaal van de Canarische eilanden is tot immaterieel cultureel erfgoed verklaard. Kinderen leren het op school. Soms is het lastig om het verschil tussen gallina en ballena te verstaan. Maar als ze enige tijd met elkaar gefloten hebben, gaat het net zo makkelijk als spreken.

    Gezeten op een hoge klif op Gomera, een van de Canarische Eilanden, kan Antonio Márquez Navarro tot in de wijde omtrek buren bij hem uitnodigen (‘Kom naar ons, we gaan het varken slachten’) zonder dat er een woord over zijn lippen komt: hij hoeft zijn uitnodiging maar te fluiten. In de verte blijven aan de overkant van een ravijn drie wandelaars staan als ze die schrille klanken van de rotswanden horen weerkaatsen.

    In zijn jeugd, zegt Márquez (71), wandelden er geen toeristen over de ruige steile voetpaden van dit eiland, maar liepen er louter schaapherders, die zo’n uitnodiging meteen met luid en duidelijk gefluit zouden hebben beantwoord. Maar aan de wandelaars was zijn boodschap niet besteed, dus die hervatten al snel hun route over het eiland. Márquez is de trotse hoeder van het Silbo Gomero, de fluittaal die hij ‘de poëzie van mijn eiland’ noemt. En net als poëzie, voegt hij eraan toe, ‘hoeft het fluiten geen nut te hebben om mooi en waardevol te zijn’.

    Gefloten versie

    De fluittaal van de inheemse bevolking op het eiland werd in de vijftiende eeuw al vermeld in verslagen van ontdekkingsreizigers die de weg plaveiden voor de Spaanse verovering van het eiland. Aanvankelijk was het een gefloten versie van de inheemse taal, maar in de loop der eeuwen stapten de eilandbewoners ook voor hun fluittaal over op de taal van de Castiliaanse veroveraars.

    Het Silbo Gomero bestaat uit meerdere fluittonen van verschillende lengte en toonhoogte die ieder een van de klinkers of medeklinkers van de gesproken taal vertegenwoordigen. Helaas zijn er minder verschillende fluittonen dan het Spaans letters telt en zijn de gefloten versies van sommige woorden dus meerduidig, wat tot misverstanden kan leiden. Sommige Spaanse woorden klinken in gefloten vorm identiek: korte woordjes zoals sí (ja) en ti (jij) bijvoorbeeld, maar ook langere woorden die al een beetje op elkaar lijken, zoals gallina en ballena (respectievelijk kip en walvis). ‘Binnen een zinsverband is altijd duidelijk welk dier er wordt bedoeld, maar niet als je alleen een los woord fluit,’ zegt Estefanía Mendoza, die de fluittaal onderwijst.

    Twee fluiters die voor het eerst met elkaar communiceren, kunnen in het begin wat moeite hebben om elkaar te verstaan

    In 2009 werd het Silbo Gomero door Unesco op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed geplaatst als ‘de enige volledig ontwikkelde gefloten taal ter wereld die nog in gebruik is bij een grote gemeenschap’ – de 22.000 inwoners van La Gomera dus. Maar nu de taal niet meer onmisbaar is voor het communiceren over grotere afstanden, is het voortbestaan ervan vooral afhankelijk van de wet uit 1999 die het Silbo verplichte lesstof maakte op de scholen op het eiland.

    In het havenstadje Santiago blijkt een klas met kinderen van zes weinig moeite te hebben met het herkennen van de fluittonen voor de verschillende kleuren of de dagen van de week. Lastiger wordt het als daarmee zinnen worden gevormd, zoals: ‘Hoe heet het kind met de blauwe schoenen?’ Sommige kinderen horen ‘geel’ in plaats van ‘blauw’.

    En levert het verstaan van de klanken soms al problemen op, nog veel moeilijker is het om ze correct te fluiten. De meeste leerlingen steken daartoe een vingerkootje in hun mond, anderen hooguit één of twee vingertoppen, en weer anderen doen het met één vinger van elke hand. ‘Daar zijn geen regels voor, je gebruikt gewoon de vinger waarmee jij het makkelijkst fluit, en sommigen lukt het helaas helemaal niet,’ zegt Francisco Correa, de coördinator van het schoolfluitprogramma. ‘Er zijn ook oudere mensen die het Silbo al van kindsbeen af prima verstaan, maar het zelf nooit verstaanbaar uit hun mond hebben gekregen.’

    Schermafbeelding 2021 03 15 om 12.53.40 kopie
    Stills uit de video El Silbo Gomero. Het Silbo
    is de enige gefloten taal ter wereld ontwikkeld en beoefend door een grote gemeenschap (meer dan 22.000 mensen). Het Gomeraanse fluitje vervangt de klinkers en medeklinkers van het Spaans door fluitjes: twee verschillende fluitjes vervangen de vijf Spaanse klinkers; en
    nog eens vier vervangen de medeklinkers. De fluitjes onderscheiden zich door hun toonhoogte en hun onderbreking of continuïteit. – © Juan Ramón Hernandez
    en David Baute.

    Twee fluiters die voor het eerst met elkaar communiceren, kunnen in het begin wat moeite hebben om elkaar te verstaan en zullen de ander soms vragen een zin te herhalen, net als sprekers die ieder een ander dialect van dezelfde taal spreken. Maar ‘als ze enige tijd met elkaar gefloten hebben, gaat het net zo makkelijk als Spaans spreken’, zegt Correa.

    Generatiekloof

    Zoals bij zoveel talen, of ze nu gefloten of gesproken worden, is ook op Gomera sprake van een generatiekloof. Ciro Mesa Niebla, een boer van 46, zegt dat hij soms moeite heeft om in de fluittaal te converseren met de jongere generatie die het fluiten op school heeft geleerd. ‘Ik ben een jongen uit de bergen die thuis de woorden heeft leren fluiten die we in onze familie op de boerderij gebruikten,’ zegt hij, ‘maar ik heb niet de woordenschat van die jonge salonfluiters, die allemaal dure woorden kennen.’

    Er zijn ook bejaarde bewoners die gestopt zijn met fluiten omdat ze niet meer al hun tanden hebben. Márquez heeft een kunstgebit en fluit nog wel, ‘maar het gaat niet meer zo makkelijk en klinkt niet meer zo hard als toen ik nog met mijn vingers op mijn eigen tanden kon drukken,’ zegt hij.

    Als je het landschap hier ziet, begrijp je wel waarom de mensen hun toevlucht namen tot deze fluittaal: de meeste Canarische Eilanden bestaan uit hoge bergen doorsneden door diepe ravijnen, waar zelfs het afleggen van kleine afstanden heel wat tijd en moeite kost. Zo ontstond dit alternatief, omdat fluiten veel verder draagt dan schreeuwen – als de wind goed staat, in sommige ravijnen tot wel vier kilometer. Daarbij weten oudere bewoners van Gomera ook nog goed dat de eilandbewoners het Silbo vroeger gebruikten om elkaar te waarschuwen voor politie op zoek naar smokkelwaar. In de recente film La Gomera (The Whistlers) gebruiken gangsters het als hun geheimtaal.

    Schermafbeelding 2021 03 15 om 12.55.43 kopie 4

    De andere Canarische Eilanden hebben weer andere fluittalen, maar die zijn grotendeels in onbruik geraakt – al wordt die van El Hierro tegenwoordig weer onderwezen. ‘Het Silbo is niet uitgevonden op Gomera, maar dat is wel het eiland waar de taal het best behouden is gebleven,’ zegt de etnomusicoloog David Díaz Reyes. Gomera is tegenwoordig sterk afhankelijk van toerisme, en dat levert weer kansen op voor jonge fluiters zoals de zestienjarige Lucía Darias Herrera, die in een van de hotels op het eiland elke week een fluitshow geeft. Ze fluit normaal gesproken in het Spaans, maar ze kan haar Silbo aanpassen aan de talen van de mensen in het publiek – meestal Duitsers op vakantie.

    In een tijd van mondkapjes kunnen docenten hun leerlingen niet echt helpen met hoe ze hun vinger in hun mond moeten plaatsen

    Helaas zet corona sinds vorig voorjaar niet alleen een streep door deze optredens, maar ook door de praktijkles op school. In een tijd van mondkapjes kunnen docenten hun leerlingen niet echt helpen met hoe ze hun vinger in hun mond moeten plaatsen. De kleinere kinderen ‘kost het nog veel moeite en ze blazen veel lucht uit, waardoor het soms meer spuwen dan fluiten wordt,’ zegt schoolcoördinator Correa. Om verspreiding van het virus te voorkomen kunnen de kinderen tijdens de wekelijkse les dus voorlopig niet zelf fluiten, maar alleen naar opnamen van het Silbo luisteren.

    Bijkomend probleem is dat er buiten de les weinig gelegenheid is om in het Silbo te communiceren. In de eerdergenoemde schoolklas steken maar zeventien leerlingen hun hand op bij de vraag of ze het Silbo thuis ook gebruiken. ‘Mijn broer kan heel hard fluiten, maar hij wil het niet voordoen, want als hij niet op zijn PlayStation zit, is hij wel met vrienden op stap,’ klaagt een van de meisjes, Laura Mesa Mendoza.

    Toch fluiten sommige tieners elkaar wel in het Silbo toe als ze elkaar tegenkomen in de stad, en ze gebruiken de taal ook om gesprekken te voeren die veel volwassenen om hen heen niet kunnen volgen. Sommige ouders hebben als kind op school immers geen les in het Silbo gehad, of ze zijn pas op latere leeftijd op het eiland komen wonen. De vijftienjarige Erin Gerhards kan haar smartphone niet missen, maar ze lijkt vast van plan om beter te leren fluiten en zo te helpen de traditie van haar eiland in stand te houden. ‘Het is een eerbetoon aan de mensen die hier vroeger leefden,’ zegt ze. ‘Om te beseffen waar we vandaan komen, dat al die technologie er niet altijd al was, maar dat we heel simpel zijn begonnen.’ 

  • China gaat regen maken

    China gaat regen maken

    China heeft meer water nodig. Daarom wil het hoog in de Tibetaanse bergen een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens aanleggen die de regenval moeten stimuleren.

    Met behulp van geavanceerde militaire technologie probeert China een krachtig en toch relatief goedkoop systeem voor de beïnvloeding van het weer te ontwikkelen. Dat moet leiden tot een aanzienlijke toename van de neerslag op het Tibetaans Hoogland, het grootste zoetwaterreservoir van Azië. Met deze methode, een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens hoog in de Tibetaanse bergen, kan de regenval in de regio volgens betrokken wetenschappers worden verhoogd met wel tien miljard kubieke meter per jaar – zo’n 
7 procent van China’s totale waterverbruik. Tienduizenden van deze ovens moeten daar de regenval 
stimuleren in een gebied van 1,6 miljoen vierkante kilometer, drie keer zo groot als Spanje: het grootste project in zijn soort ter wereld.

    De ovens verstoken vaste brandstof en stoten zilverjodide uit, zoutkristallen met een op ijs lijkende structuur die wolkvorming bevorderen. De ovens staan op steile berghellingen waar de vochtige moessonwind uit Zuid-Azië tegenaan waait. Die wind kan de zilverjodidedeeltjes naar boven voeren, om wolken te vormen waar regen en sneeuw uit valt. ‘Er zijn al proeven gedaan met meer dan vijfhonderd ovens 
op berghellingen in Tibet, Xinjiang en elders. De 
uitkomst daarvan is veelbelovend,’ aldus een van 
de betrokken wetenschappers.
    Het systeem wordt ontwikkeld door de China Aerospace Science and Technology Corporation, een staatsbedrijf dat ook ambitieuze nationale projecten uitvoert op het gebied van defensie en ruimtevaart, waaronder maanreizen en de bouw van een ruimtestation. Bij het ontwerp van de ovens is gebruikgemaakt van de nieuwste militaire rakettechnologie. Daardoor kunnen ze zelfs in zuurstofarme lucht op grote hoogte (meer dan vijfduizend meter) vaste brandstof met een hoge energiedichtheid efficiënt verbranden, zegt de wetenschapper, die vanwege de vertrouwelijke aard van het project niet met naam genoemd wil worden.

    Watertoren van Azië

    Het idee voor zo’n project is niet nieuw: andere landen, zoals de Verenigde Staten, hebben op kleinere schaal soortgelijke proeven uitgevoerd. Maar China is het eerste land dat deze technologie op zo’n grote schaal probeert toe te passen. De verbrandingsinstallaties moeten worden aangestuurd op basis van nauwkeurige meteorologische data afkomstig uit een netwerk van dertig kleine weersatellieten 
die de moessonactiviteiten in de Indische Oceaan volgen. Ter aanvulling worden voor een optimaal resultaat ook andere regenbevorderende technieken ingezet, zoals vliegtuigen, drones en artillerie.

    Met zijn gigantische gletsjers en enorme ondergrondse waterreservoirs is het Tibetaans Hoogland, ook wel de watertoren van Azië genoemd, de bron van de meeste grote rivieren in dit werelddeel, waaronder de Gele Rivier, de Jangtsekiang, de Mekong, de Salween en de Brahmaputra. Die rivieren, die door China, India, Nepal, Laos, Myanmar en nog enkele landen stromen, zijn van levensbelang voor bijna de helft van de wereldbevolking. En omdat overal op het continent tekorten heersen, wordt het Tibetaanse Hoogland ook gezien als een mogelijke bron van 
conflicten tussen de verschillende landen die hun watertoevoer veilig willen stellen.

    Hoewel er dagelijks grote hoeveelheden waterrijke luchtstromen over het plateau trekken, is het een van de droogste plekken op aarde. Op de meeste 
plekken valt nog geen 10 centimeter regen per jaar: 
een gebied waar jaarlijks minder dan 25 centimeter regen valt is volgens de definitie van de Amerikaanse geologische dienst een woestijn.

    Tibetaans Hoogland. – © Hollandse Hoogte
    Tibetaans Hoogland. – © Hollandse Hoogte

    Regen ontstaat wanneer vochtige lucht afkoelt en op zwevende deeltjes in de atmosfeer botst, zodat zich zware waterdruppels vormen. Het zilverjodide uit de Chinese ovens levert de benodigde deeltjes om dit proces te stimuleren. Volgens onze zegsman bleek uit radargegevens dat een lichte bries de deeltjes 
tot meer dan duizend meter boven de bergtop kan voeren. Zo kan één enkele oven een strook zware wolken van meer dan vijf kilometer vormen. ‘Soms begon er bijna meteen nadat we de oven hadden aangestoken al sneeuw te vallen. Alsof je bij een 
goochelaar op het podium stond,’ zegt hij.

    De technologie werd ontwikkeld voor het weerbeïnvloedingsprogramma van het Chinese leger. Landen als China, Rusland en de Verenigde Staten zoeken al langer naar manieren om natuurrampen zoals overstromingen, droogtes en tornado’s kunstmatig op te wekken, om daarmee de vijand in een eventueel conflict te kunnen verzwakken. Meer dan tien jaar geleden begon men volgens de wetenschapper te kijken of deze technologie ook geschikt was voor civiele toepassingen.

    Welzijn van de mensheid

    Een van de grootste uitdagingen voor de regenmakers was hoe je de ovens aan de gang houdt in een van de meest afgelegen en onherbergzame omgevingen ter wereld. ‘In het begin vielen ze vaak uit,’ zegt de wetenschapper: door gebrek aan zuurstof in de lucht. Maar verbeteringen aan het ontwerp zouden ertoe hebben geleid dat ze nu bijna zonder zuurstof maanden of zelfs jarenlang kunnen functioneren, zonder dat er onderhoud nodig is. De verbranding is bovendien even schoon en efficiënt als van raketmotoren, die alleen waterdamp en kooldioxide uitstoten. Daardoor zijn ze zelfs geschikt voor gebruik in gebieden met een beschermd milieu. De communicatieapparatuur en andere elektronica draait op zonne-energie en de ovens kunnen van duizenden kilometers afstand met een smartphone worden bediend op 
basis van de data van de satellietvoorspellingen.

    De ovens hebben één duidelijk voordeel boven andere methoden om regen op te wekken met zilverjodide in de atmosfeer, zoals vliegtuigen, kanonnen en drones: ‘Bij andere methoden moet je een no-flyzone instellen. Dat kost in ieder land veel tijd en moeite, en zeker in China,’ zegt de wetenschapper. Het netwerk is ook relatief goedkoop: de bouw en installatie van één oven kost circa 50.000 yuan (8000 dollar), en door massaproductie zullen die kosten waarschijnlijk nog dalen. Ter vergelijking: een vliegtuig om wolken met zilverjodide te bestrooien kost miljoenen yuan en bestrijkt een kleiner gebied. Een nadeel van de ovens is dan weer dat ze onbruikbaar zijn als er 
geen wind staat of de windrichting verkeerd is.

    Deze maand heeft de China Aerospace Science and Technology Corporation met de Tsinghua University en de provincie Qinghai een overeenkomst gesloten voor een grootschalig systeem voor weersverandering op het Tibetaans Hoogland. Onderzoekers van de vooraanstaande Tsinghua-universiteit kwamen in 2016 voor het eerst met een voorstel genaamd Tianhe, ‘Rivier in de Lucht’, om het droge noorden van China van meer water te voorzien door het klimaat te manipuleren. De vochtige lucht die de Indiase moesson over het Tibetaans Hoogland aanvoert, willen ze afvangen en omzetten in water, om zo de noordelijke regio’s vijf tot tien miljard kubieke meter extra water per jaar te bezorgen.

    © South China Morning Post
    © South China Morning Post

    Lei Fanpei, de baas van het ruimtevaartbedrijf, zei vervolgens in een toespraak dat de Chinese ruimtevaartindustrie haar kennis over weerbeïnvloeding zou inzetten voor het Tianhe-project van de universiteit. ‘Dit is een cruciale innovatie voor de oplossing van China’s watertekort,’ zei Lei. ‘Het wordt niet alleen een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van China en de welvaart in de wereld, maar aan het welzijn van de hele mensheid.’ Volgens rector Qiu Yong van de Tsinghua-universiteit toont de overeenkomst aan dat de overheid de nieuwste militaire technologieën wil inzetten voor civiele doeleinden. Deze technologie zal een belangrijke stimulans geven aan de ontwikkeling van westelijk China, zegt hij. De precieze inhoud van de overeenkomst is nog geheim, omdat er gevoelige informatie in staat die de autoriteiten nog niet geschikt achten voor publicatie, aldus een hoogleraar van de Tsinghua-universiteit die van de inhoud op de hoogte is.

    Volgens klimaatmodellen is er grote kans dat het Tibetaans Hoogland de komende decennia te maken krijgt met grote droogte, omdat de natuurlijke regenval niet zal opwegen tegen het verlies van water als gevolg van stijgende temperaturen. ‘Het satellietnetwerk en het programma om de regenval te beïnvloeden zijn voorzorgsmaatregelen tegen het slechtst denkbare scenario,’ zegt de anonieme hoogleraar. Hij weet ook te melden dat de precieze omvang en startdatum van het programma nog wachten op goedkeuring van de centrale regering. Bovendien wordt binnen het projectteam nog gediscussieerd over de beste aanpak, voegt hij eraan toe. Sommigen geven de voorkeur aan ovens, anderen achten de inzet van vliegtuigen minder schadelijk voor het milieu.

    Volgens Ma Weiqiang, een wetenschapper aan het Tibetan Plateau Research Institute van de Chinese Academie van Wetenschappen, is dit een experiment van ongekende omvang, dat kan helpen bij het beantwoorden van veel intrigerende wetenschappelijke vragen. Als er genoeg ovens worden neergezet, kunnen ze in theorie het weer en zelfs het klimaat in de regio beïnvloeden. Maar Ma waarschuwt dat ze in de praktijk misschien niet zo perfect werken. ‘Ik heb mijn twijfels over de hoeveelheid regen die ze kunnen opwekken. Weersystemen kunnen zo reusachtig zijn dat iedere menselijke inspanningen erbij in het niet zinkt,’ zegt hij. En misschien geeft Beijing niet eens toestemming voor het project, voegt hij eraan toe. Het stimuleren van regen boven Tibet kan er immers toe leiden dat de regenval in andere delen van China weer afneemt.

    Auteur: Stephen Chen
    Vertaler: Frank Lekens

    South China Morning Post
    China (Hongkong) | dagblad | oplage 261.000

    Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische 
ontwikkelingen in de regio.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    FILM | Verliefd op zichzelf 
en de vergetelheid

    ‘Hoe heeft ze dat in godsnaam gefilmd?’

    Iedereen die wil weten hoe het is als een adelaar boven de bergen te zweven, zou deze film moeten zien. Al bestaat de kans dat je de openigshots, waarin de beroemdste soloklimmer ter aarde op een bergricheltje 500 meter boven de grond staat, zonder touwen, zonder wat voor uitrusting ook, niet aankan. Daar zijn de kranten het over eens. Regisseur Jennifer Peedom brak door met haar film Sherpa uit 2015, die over de enorme risico’s gaat die Nepalese bergbeklimmers nemen om toeristen de Himalaya op te begeleiden en extra bekendheid kreeg doordat tijdens het filmen in 2014 zestien sherpa’s door een lawine om het leven kwamen.

    Mountain (2017) heeft als luchtiger onderwerp de – soms fatale – fascinatie van de mens voor de bergen, en laat zien hoe we deze ‘steeds meer als speelplaats gebruiken’ . Vooral degenen die bizarre sporten beoefenen als van pieken af mountainbiken, soloclimben en parachutespringen en volgens de voice-over ‘half verliefd zijn op zichzelf, en half op de vergetelheid’.

    Peedom schreef het script samen met de geleerde bergbeklimmer Robert MacFarlane; zijn Mountains of the Mind diende voor haar als lijfboek toen ze zelf begon met klimmen. Hun teksten worden voorgelezen door William Defoe, wiens ‘verweerde stem’ volgens The Irish Times een wat curieuze keuze is om de abnormaal atletische beelden te vergezellen. Het artikel in de Ierse krant heeft de kop ‘Hoe in godsnaam heeft ze dat gefilmd?’ – een vraag die meer recensenten zich stellen. Gevolgd door die andere: ‘En hebben ze het allemaal overleefd?’

    Het eerste antwoord ligt redelijk voor de hand: drones, de meest geavanceerde draagbare apparatuur, getrainde cameramannen, zoals Peedom aan Radiotimes vertelt. Het antwoord op de tweede vraag geeft ze aan Hollywood Reporter en is half geruststellend. Tijdens het filmen is niemand doodgegaan – wat niet wil zeggen dat iedereen die in Mountain voorkomt nu nog leeft. (Ook vertelt ze HR dat ze sinds ze kinderen heeft beter bestand is tegen ‘de sirenen van de top’, zoals McFarlane de soms haast suïcidale behoefte beschrijft om op wat voor manier ook bij de piek te komen.)

    ‘Niets doet je zo beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven’

    Peter Bradshaw van The Guardian spreekt de wens uit dat Peedom net als David Attenborough een korte making of-montage aan de film had toegevoegd. Hij noemt de beelden ‘zo adembenemend dat je bereid bent een aantal nogal fantasieloze muziekkeuzes door de vingers te zien’. Vivaldi’s Vier seizoenen had van hem niet gehoeven. Het Australian Chamber Orchestra onder leiding van Richard Tognetti initieerde het project en is dan ook nadrukkelijk bij Peedoms beelden aanwezig. Maar soms ook is het even stil – zoals wanneer soloclimber Alex Honnold op dat richeltje staat. Alleen zijn ademhaling is te horen. Hij had even een off-moment, blijkt later. Vroeg zich af waarom hij daar eigenlijk was.

    Omdat niets je zo doet beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven, licht Defoe met zijn onheilspellende bas toe, die meteen een National Geographic -documentaire in herinnering roept.

    Ondanks dat sommigen de 74 minuten waarin de tweeduizend uur materiaal is gegoten wat aan de lange kant vinden, is Mountain nu al een groter kassucces dan Sherpa. Wie wil dan ook niet voelen hoe het is om als adelaar boven de bergen te zweven?

    Mountain gaat 22 maart in Nederland en België in première.

    fresa

    LITERATUUR | Het meest gekopieerde boek ter wereld

    Waarom mannen wél aardbeienijs mogen eten

    In de vroege jaren van de Cubaanse revolutie serveerde Havana’s beroemde ijssalon Coppelia 54 smaken. Fidel Castro pochte ermee dat dit meer was dan de Yankee-onderneming Howard Johnson in zijn assortiment had. Maar nadat de Cubaanse economie tijdens de crisis was gekelderd, hadden bezoekers van Coppelia al geluk als ze uit twee smaken konden kiezen.

    Chocola, en aardbei. Voor mannen betekende dat eigenlijk geen keuze. Een man die aardbei bestelde was not done, ‘een softie’, in de ogen van de revolutionairen.

    Dit was de tijd waarin duizenden Cubaanse homoseksuelen in concentratiekampen werden gestopt en waarin hiv-patiënten in quarantaine werden geplaatst. En ook de tijd waarin de novelle El Lobo, el bosque y el hombre nuevo van Senel Paz speelt, dat later (in 1995) werd verwerkt tot de film Chocolate en Strawberry en via fotokopieën massaal van hand tot hand ging: het zou het meest gekopieerde boek ter wereld zijn, volgens o.a. de site Escritores.org.

    In het verhaal sluit David, een revolutionair, vriendschap met Diego, die uit porseleinen kopjes drinkt, Maria Callas luistert, zijn liefde voor mannen niet onder stoelen of banken steekt – en aardbeienijs eet. Ondanks dat de clichés er wat dik bovenop liggen, schrijft The New York Times, is de wisselwerking tussen de twee dankzij het nieuwsgierige karakter van David overtuigend. Ook Le Monde vindt het door ‘de tegelijk naïeve en bewuste openhartigheid van de verteller (…) een verrassend verhaal’.

    In feite was het bedoeld als aanklacht tegen alle soorten discriminatie, licht de inmiddels overleden verfilmer Tómas Gutierrez Alea in The Guardian toe. ‘Het gaat over intolerantie en een gebrek aan begrip voor degenen die “anders” zijn. Dat geldt niet alleen voor homoseksuelen, maar voor mensen die voor zichzelf nadenken, voor zwarten, voor iedereen die wordt gediscrimineerd.’

    Paz is dan ook evenmin als Diego een antirevolutionair (‘Dat ik homo ben maakt me nog niet antipatriottisch,’ zegt die laatste in het boek). Hij komt zelf uit een arm gezin en kon dankzij een beurs van de regering gaan studeren, het gezin onderhouden en zijn moeder onderwijzen. De revolutie bracht verandering teweeg, maar ging gepaard met een gebrek aan vrijheid, zegt hij tegen El País. In zijn boek stelt hij een vraag, namelijk: Wie moet er boeten voor de fouten van de revolutie? Die vraag wordt niet beantwoord, maar was genoeg om een doorbraak te betekenen voor hoe er in Cuba tegen homorechten werd aangekeken. (Inmiddels is de dochter van de huidige president van Cuba, Mariela Castro, de grootste activist van homorechten op het eiland.)

    Paz won voor zijn roman de prestigieuze Juan Rulfoprijs, en wordt door La Repubblica o.a. vanwege de eenvoudige setting tot ’uitvinder van de Cubaanse literaire nouvelle vague’ bestempeld; het verhaal speelt zich overwegend af in de huiskamer van David, dat hij omtoverde tot ‘toevluchtsoord binnen het rumoer van de Cubaanse samenleving en de pijlen die daarin op homoseksuelen zijn gericht’ .

    Begin april verschijnt Aardbei & chocola in een vertaling van Pieter Lamberts bij Zirimiri Pers.


    MUZIEK | De Malinese zangeres uit de Ivoorkust

    Zangeres wil met haar muziek de wereld veranderen

    De eerste keer dat Fatoumata Diawara weer in Afrika optrad, op het populaire Festival Sur le Niger, was volgens Tom Pryor van Afropop een zenuwslopend moment. Ze vluchtte op haar negentiende het land uit en keerde niet meer terug, totdat ze zich in 2015 vanwege de crisis in Mali gedwongen zag een steentje bij te dragen. Maar ‘door de Wassoulou-invloeden in haar muziek en haar overtuigende optreden had ze het publiek als snel voor zich gewonnen’, vertelt Pryor erachteraan. Haar lied Mali-ko (Vrede) noemt The Independent zelfs het symbool voor het verzet tegen de islamitische revolutionairen.

    Diawara (Ivoorkust, 1982) werd geboren in een groot gezin van Malinese ouders en moest omdat ze niet naar school wilde bij haar acterende tante in Bomoko verblijven, waar ze op haar negende op de set werd ontdekt. Ze speelde onder andere in een film waarin ze haar man ontvlucht om niet aan God geofferd te worden, en kreeg bij haar eigen middernachtelijke vlucht, om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen, hulp van haar tante. Ze kwam in Parijs als achtergrondzangeres terecht bij de eveneens vrijgevochten Malinese diva Oumou Sangare en startte een razendsnelle solocarrière. Schreef Robin Denselow in *The Guardia*n in 2013 nog dat ze weliswaar alles mee had (jong, mooi, talentvol), maar zich moest zien te bewijzen als grote Malinese artiest, een paar jaar later prijst hij haar ‘volwaardige, overweldigende optreden’, ‘beheerste en krachtige stem’ en ‘aanstekelijke dans’. De ‘Malinese godin met een zachte, gedempte stem’, zoals Bozar haar aanbeveelt, toerde de wereld over voor optredens en samenwerkingen met grote namen als Herbie Hancock, Bobby Womack en Franz Ferdinand.

    Op de vraag van OkayAfrica waarom ze zich consequent Malinees noemt terwijl ze er niet is geboren en maar enkele jaren woonde, legt Diawara uit dat het de mentaliteit is, de overtuiging dat muziek de wereld kan veranderen. Ze zingt over onderwerpen als besnijdenis en vrouwenrechten, en wil haar teksten ook toegankelijk maken voor de Facebook- en Twitter-generatie: een zo bondig en helder mogelijke boodschap voor een maximaal resultaat.

    Ondanks de ernst van haar thema’s is haar lach opvallend veelbesproken, ArtDesk noemt deze bijvoorbeeld ‘zo breed is dat hij bij ieder ander geforceerd zou lijken. Maar bij haar is [hij] er gewoon, soms sereen, soms vol overgave.’ ‘Ik word zo gelukkig van op het podium staan!’ verzucht de zangeres dan ook tegen CNN. ‘Want ik weet wat ik heb gedaan om hier te komen.’

    Fatoumata Diawara treedt op 25 maart op in Paradiso Noord.

    Auteur: Laura Weeda