In navolging van Berlijn, Dublin en Barcelona proberen ook de Portugese steden Lissabon en Porto technologiebedrijven aan te trekken. De lage loonkosten zijn allang niet meer hun enige troef.
Wie zei er dat Portugal nooit technologiereuzen als Google en Amazon aan zou kunnen trekken, ondanks zijn zon en stranden? Google is van plan om een centrum voor technische ondersteuning in Oeiras [in Groot-Lissabon] te openen en daar 535 banen te creëren. Het beeld van ons land in het buitenland beperkt zich dus niet tot het toerisme en de goals van Cristiano Ronaldo.
Dankzij het gunstige economische tij, de geografische ligging, de relatieve veiligheid, de goede infrastructuur en het Portugese talent, ondersteund door een overheidsbeleid dat inzet op digitale technologie, biedt Portugal opeens een uiterst moderne aanblik. En gezien de snelheid waarmee momenteel grote investeringen worden gedaan, lijkt de innovatiestrategie van de overheid zijn vruchten af te werpen.
Google, dat twintig jaar geleden door twee studenten uit Stanford werd opgericht, is niet het eerste internetzwaargewicht dat zich in Portugal vestigt. Maar het bedrijf is zo groot dat er waarschijnlijk andere hightechmultinationals zullen volgen, Amazon bijvoorbeeld. Dit Amerikaanse bedrijf onderhandelt al een jaar over de opening van een servicecentrum in Porto, met 250 hooggekwalificeerde banen. Het moet veel meer dan een eenvoudig logistiek centrum worden, een echte technologische hub van waaruit de marktleider van de onlineverkoop zijn expansie naar Afrika wil uitrollen. De miljardair en zakenman Jeff Bezos, die behalve van Amazon ook eigenaar is van The Washington Post en zich opmaakt om ook in de gezondheidszorg actief te worden, wil in de havenwijk Boavista een kantoor bouwen. Hij haakt daarmee aan bij de opvallende creatieve activiteit in Noord-Portugal.
Google heeft zijn oog op Lagoas Park in Oeiras laten vallen omdat het bedrijf binnen de regio Lissabon alleen daar genoeg kantooroppervlak en groen vindt en de huren er redelijk zijn. In juni zullen zich 535 werknemers installeren in zevenduizend vierkante meter moderne bureauruimte. De leden van de Portugese regering die zich met het dossier hebben bemoeid, weten sinds het Web Summit in november [een groot jaarlijks congres van de internetsector in de Portugese hoofdstad] dat Lissabon het won van andere steden als het Poolse Krakau, dat een felle strijd leverde om de investering naar zich toe te trekken.
De Amerikaanse internetreus wil op termijn tweeduizend banen creëren, waaronder zo’n vijfhonderd hooggekwalificeerde banen, voor ingenieurs en voor informatici, die applicaties moeten gaan ontwikkelen. Daarnaast zijn er administratief en financieel medewerkers nodig en mensen voor werving en selectie, marketing en klantenservice, naast natuurlijk technisch personeel voor Googles primaire dienstverlening.
‘We hebben geen enkele steun of subsidie toegezegd’, vertelt minister van Economie Manuel Caldeira Cabral, die bij de gesprekken betrokken was. ‘We hebben dit soort servicecentra sowieso weinig prikkels te bieden. Europese subsidies zijn vooral bestemd voor industrie en toerisme. En van belastingvoordelen is ook geen sprake geweest.’
Tweeduizend informatici
Google heeft, net als andere technologiereuzen, de warme belangstelling van de Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager. Het bedrijf kwam niet weg met de belastingvoordelen die het genoot in Ierland, waar het zijn Europese hoofdkwartier heeft gevestigd.
De komst van de nieuwe hightechcentra roept de vraag op of Portugal eigenlijk wel het gekwalificeerde personeel bezit om aan de plotseling gestegen vraag te voldoen.
‘Er is momenteel in de informatie-technologiesector een tekort aan tweeduizend informatici,’ geeft de voorzitter van de Portugese ingenieurs-vereniging Carlos Mineiro Aires toe. Het probleem is de laatste jaren zelfs verergerd. Op het hoogtepunt van de crisis, tussen 2011 en 2014, verlieten 40.000 à 50.000 informatici Portugal. ‘Landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Noorwegen organiseerden in Portugal professionele bijeenkomsten en kaapten onze beste mensen weg, door ze goede salarissen en arbeidsomstandigheden te bieden. Ze kiezen de beste uit, en deze jonge hoogopgeleiden verlaten Portugal zonder enige compensatie voor de studie van 40.000 à 50.000 euro die ze hebben genoten’, zegt Mineiro Aires grimmig.
Volgens recent onderzoek van het wervingsbureau Michael Page zijn de salarissen voor informatici in Portugal het afgelopen jaar met vijftien procent gestegen. Maar Mineiro Aires noemt ze ‘nog steeds erg laag’. ‘Gemiddeld verdienen die hoogopgeleiden netto minder dan duizend euro per maand. Met zulke lage salarissen wordt het lastig om ze in Portugal te houden.’ Maar als de vraag naar informatici door de komst van de grote internet-bedrijven gaat groeien, zullen de salarissen snel stijgen.
Alexandre Vaz van de ‘Digital Delivery Hub’ die Mercedes-Benz vorig jaar in Portugal opende en dat al snel een onafhankelijk bedrijf werd, Mercedes-Benz.io Portugal, zegt geen enkele moeite te hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. ‘Vóór het eind van dit jaar willen we honderd werknemers hebben. We hebben al veel cv’s ontvangen, waaronder ook van kandidaten uit het buitenland. Veel jongeren ontdekken Portugal en willen er graag gaan wonen; sowieso is de markt voor programmeurs steeds internationaler.’
Nu Lissabon en Portugal in trek zijn, krijgen directies van digitale multinationale bedrijven meer aandacht voor wat er in ons land gebeurt. Vaak gebeurt dat tijdens het Web Summit, dat afgelopen november voor de tweede keer plaatsvond in het Parque das Nações in Lissabon. Vaak zijn ze voor het eerst in Portugal. Ze zien het levendige ecosysteem van start-ups en andere initiatieven dat in Lissabon floreert, waarderen de creatieve sfeer, kijken rond en pakken hun rekenmachientjes erbij. Niet alleen de goedkope Portugese arbeidskrachten zijn voor hen aantrekkelijk; ze zoeken een investering die op wereldwijde schaal concurrerend is. Het land voldoet aan dat criterium en heeft bovendien hoogopgeleid personeel, wat een extra pluspunt is.
‘Deze buitenlandse bedrijven willen die talenten graag aan zich binden,’ vertelt directeur Rui Coelho van Invest Lisboa, een organisatie opgezet om investeerders naar de regio toe te halen. ‘In de technologiesector vindt een wereldwijd gevecht om talent plaats, omdat de sector leeft van innovatie en zowel de producten als de diensten steeds complexer worden. Het is dus belangrijk voor zulke bedrijven om zich ergens te vestigen waar de allerbesten graag willen komen werken’.
‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren’
De werkomstandigheden zijn in Lissabon uitstekend en de stad kan op dat vlak prima concurreren met Barcelona, Berlijn of Dublin. ‘In Barcelona is de politieke situatie niet stabiel’, gaat Coelho verder, ‘en wat Berlijn betreft, kan ik je garanderen dat je een Duitse informaticus eerder naar Lissabon krijgt dan daarnaartoe. In Dublin is er, ondanks de taal en het gunstige belastingklimaat, een sterk verloop van personeel, omdat de concurrentie tussen al die hightechbedrijven moordend is. En de huren zijn erg hoog.’
De opening van de innovatiehub in Beato [waar voor het einde van dit jaar 35.000 vierkante meter voorzien is] stelt ook andere buitenlandse bedrijven in staat om zich hier te installeren. Alleen al in 2017 begeleidde Invest Lisboa 526 bedrijven, investeerders en ondernemers daarbij.
Voor voormalig staatssecretaris van Innovatie Carlos Oliveira, tegenwoordig directeur van InvestBraga [een economisch stimuleringsbureau voor de stad Braga] profiteert het land momenteel van het ‘multiplier effect’ dat de toeloop van buitenlandse investeerders met zich meebrengt. ‘Er gebeurt veel in Portugal, en we hebben op dit moment precies wat investeerders zoeken: gekwalificeerd personeel, in veel grotere aantallen dan onze concurrenten.’ Zowel voor de callcenters, waar mensen uit krimpende sectoren komen werken, als voor onderzoek en ontwikkeling en voor technische afdelingen. ‘Die mensen zoeken interessant werk dat betaalt.’ Carlos Oliveira valt hem bij: ‘Wanneer een investeerder personeel wil aantrekken, is het belastingklimaat niet het belangrijkste criterium.’
Is deze vijver aan talent onuitputtelijk? ‘Het wordt hoog tijd om over die vraag te gaan nadenken,’ vindt Oliveira. ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren en meer plaatsen bij de technische vakken aan de universiteit creëren. Dat zal binnen vijf jaar zijn effect hebben op de arbeidsmarkt.’ Dat geeft de andere internetgiganten nog even tijd om zich te bezinnen.
Auteur: Clara Teixeira en Paulo M. Santos
Vertaler: Valentijn van Dijk
In 1993 onderging het zwart-wit weekblad_ O Jornal_ op tabloidformaat een metamorfose: het veranderde in een fullcolourmagazine, een soort Portugese Newsweek. Inmiddels is de titel uitgegroeid tot het tweede actualiteitenmagazine van het land, na Expresso.
Na de Duitse hereniging ging het een tijdlang bergafwaarts met Leipzig. Maar inmiddels beleeft de duizend jaar oude stad een opmerkelijke renaissance en steekt ze zelfs Berlijn naar de kroon.
Vaak is het zo dat een droom lange tijd in stilte groeit, voor hij in het volle licht treedt. In Leipzig ging dat anders – daar brak die droom met een oerkreet naar buiten, de oerkreet van tienduizenden dolgelukkige voetbalfans die de sensatie vierden met gejuich en gezang. Een oerkreet die oversloeg op een hele stad.
Het was op een avond, laat in de zomer van 2016, dat Naby Keita in het stadion van RB Leipzig na 89 zenuwslopende minuten de bal achter de doelman van Borussia Dortmund in het net joeg. Bierbekers vlogen door de lucht, fans vielen elkaar in de armen, iedereen ging uit zijn dak – Leipzig deed weer mee.
1-0 tegen de nummer twee van Duitsland, het was de eerste zege in de Bundesliga voor de pas gepromoveerde ploeg waar heel veel Duitse voetbalfans op neerkijken. Tot dan toe was het een kwestie geweest van willen en de beurs trekken. Red Bull koopt een club, en die wordt door iedereen gehaat. Leipzig trotseerde die haat, stad en club vonden elkaar, bijna elke thuiswedstrijd was al weken van tevoren uitverkocht. Maar de avond waarop Naby Keita de Borussen versloeg, was het echte moment waarop de haters de mond werd gesnoerd. Het was de dag waarop ze in Leipzig openlijk begonnen te dromen.
Negen maanden later is die droom werkelijkheid geworden. RB – de twee letters staan voor RasenBallsport (balsport op gras), maar natuurlijk ook voor sponsor Red Bull – eindigt in de competitie op de tweede plaats, voor Borussia Dortmund; het hoeft alleen het oppermachtige Bayern voor zich te dulden.
Wanneer de ploeg in de laatste thuiswedstrijd uiteindelijk met 4-5 het onderspit delft tegen de landskampioen uit München, maakt de frustratie al snel plaats voor trots. Deze club, dweept burgemeester Burkhard Jung, ‘staat symbool voor de opleving van een totale stad’.
De neergang van Leipzig werd ingezet ten tijde van de DDR en bereikte haar dieptepunt bij de Duitse hereniging, toen hele reeksen fabrieken gesloten moesten worden. Nu laat de stad deze neergang niet alleen achter zich, maar zit ze weer in de lift, met een ongelooflijke dynamiek – en niet alleen in de Bundesliga. Jung heeft gelijk: RB is geen doekje voor het bloeden, maar staat symbool voor die bloei.
Het zijn figuren zoals Naby Keita waardoor de mensen worden meegesleept. Aanvankelijk had hij zich in Leipzig eenzaam gevoeld, zo vertelt de 22-jarige middenvelder, die het voetbal leerde in de straten van de Guineese hoofdstad Conakry. Tegenwoordig is er vaak een hele entourage om de speler heen, vrienden en familie. Vooral dankzij maman, zijn moeder, voelt hij zich in Leipzig inmiddels thuis. Maar heel goed kent hij zijn nieuwe vaderstad nog niet. Daarvoor ontbreekt het hem aan tijd.
Ook andere sterren houden van de stad. Ze hebben gehoord dat het er anders moet zijn dan elders in het oosten van Duitsland. In Berlijn of Hamburg hoor je vaak zeggen: ‘Als ik op een andere plek in Duitsland zou moeten wonen, dan alleen in Leipzig.’ Sommigen doen dat ook. Nog maar kort geleden kocht Elyas M’Barek, het tieneridool uit Fack Ju Göhte [een populaire Duitse filmkomedie uit 2013], die eigenlijk in München woont en vaak in Berlijn is, een villa aan de zuidkant van het centrum.
Wel bijzonder: deze stad is niet klein te krijgen. Er steekt in haar iets dat steeds weer de kop opsteekt, naar de top, de wereld in. Die kwaliteit wekte niet alleen bewondering, maar ook jaloezie en nijd. De altijd felle Maarten Luther trok in de vroege jaren veertig van de zestiende eeuw al van leer tegen ‘hoererij en woeker’ in de jaarbeursstad. Ook de zich als edelman voordoende August Maurer die brieven schreef over Leipzig im Taumel (Leipzig in roes), stelde het zedenverval aan de kaak. ‘Zo veel lage schepsels en verdorven meisjes kan men alleen aantreffen tijdens de Leipziger jaarbeurs’, schreef hij aan het eind van de achttiende eeuw.
In Dresden zijn ze alleen heimat en verder vooral op zichzelf. In Berlijn zijn ze alleen wereld, maar kennen ze geen heimat. Leipzig wil beide. Leipzig is beide
Maar met de start van de eenentwintigste eeuw begon de hype. Toen ontdekte The New York Times Leipzig als ‘the better Berlin’, tenminste voor jonge creatievelingen. Ook de Britse Guardian zag een stad ‘better than the capital’. Al gauw prezen alle lokale kranten ‘Hypezig’ de hemel in.
Wie zich afvraagt wat deze stad heeft wat andere steden niet hebben, moet misschien maar eens een blik werpen op de menukaarten en de namen van nieuwe horecagelegenheden. Ook hieruit spreekt de geest van de stad. Königsberger Klopse (een Oost-Pruisische specialiteit) en ook de nodige gerechten met curry. Bier van hier en rum van ver, dat alles overgoten met een zoet smakend restje communistische saus.
‘Subbotnik’ heet een restaurant, genoemd naar de extra werkdag die de arbeiders in de Sovjet-Unie aan hun Partij moesten schenken. ‘Werk 2’ luidt de naam van een cultuurcentrum in het stadsdeel Connewitz. De grote fabriekspoort roept beelden op van de proletarische massa’s die hier ooit onderdoor liepen. Wie de DDR heeft meegemaakt, zal het zich zeker kunnen herinneren.
Dat is het: de heimat, maar ook de wereld. In Dresden zijn ze alleen heimat en verder vooral op zichzelf. In Berlijn zijn ze alleen wereld, maar kennen ze geen heimat. Leipzig wil beide. Leipzig is beide.
Iemand die zich hierdoor aangetrokken voelde, is Lizette Ardelean. Het is het oeroude verhaal van het zoeken naar de juiste plek om te wonen – een plek die schittert, die een belofte betekent. Ardelean is twintig als ze het Roemeense Oradea inruilt voor Leipzig.
Drie jaar geleden is dat nu en ze belandt meteen in de legendarische katoenspinnerij van Plagwitz, een gigantische fabriek die een plek voor de kunsten werd. Galeries, ateliers van bekende schilders en tweemaal per jaar de zogeheten spinnerijrondgang. Dan trekt half Leipzig door haar wereldberoemde kunstfabriek en mengt de lokale bevolking zich tussen verzamelaars en kenners die van over de hele wereld komen. Bij de allereerste rondgang, zo vertellen de Leipzigers elkaar, zouden alle parkeerplekken voor privéjets op de luchthaven bezet zijn geweest.
Ardelean woont een tijdje met een kunstenaarsechtpaar in hun loft in de spinnerij. ‘Een mooie tijd,’ zo herinnert ze zich. Ze krijgt van hen een fiets en in haar eerste zomer in Leipzig doet ze daarmee wat iedereen hier doet: de stad verkennen, overdag en ’s nachts. En ook de vele meren buiten de stad.
Aan het eind van die eerste zomer begint ze met bloggen en zet ze een magazine op dat ze Effusive noemt. Nog altijd verwondert ze zich over het gemak waarmee zij als buitenlandse journaliste hier voet aan de grond kon krijgen. De mooie tijd in de spinnerij ligt achter haar; ze woont nu in het duidelijk minder hippe Altlindenau.
Die wijk heeft twee gezichten, vertelt ze. Overdag is het er rustig, je ziet veel vriendelijke gezichten en treft er winkels aan die zo Oost-Duits aandoen dat sommige toeristen denken dat deze speciaal voor hen zijn ingericht. Maar het is gewoon nooit gestopt – de lampen, de behangsels, de ragouts en dat typische DDR-softijs, het is er allemaal gewoon nog. Maar wanneer de zon onder is, toont de wijk zich van zijn minder vriendelijke kant – dan slaan de bierglazen tegen de stoep en trekt de wijk nachtbrakers en zwervers aan.
Goedkope huren, goedkoop bier
Hier wonen studenten, creatievelingen, jonge gezinnen. Bij Subbotnik kost een biertje 1,80 euro. Goedkope huren, goedkoop bier – voor veel studenten twee goede redenen om naar Leipzig te komen. Maar ook hier is verandering merkbaar, stijgen de huren en dus trekken veel mensen weer weg.
Maar dat geldt niet voor Lara Rüter. Voor nog geen 1000 euro kan zij in Eutritzsch leven, een stadsdeel in het noorden van Leipzig. Voor een metropool zoals Berlijn zou zoiets onvoorstelbaar zijn. De 26-jarige vrouw studeert aan het Duitse Instituut voor Literatuur. Ze is geboren in Hannover en belandde via Hildesheim en Berlijn in Leipzig. ‘Hier is mijn thuis,’ zegt ze over haar tweede vaderstad.
Het instituut waarvan de oorsprong teruggaat op het jaar 1955, is vergeleken bij de eerbiedwaardige bakens van Leipziger cultuur zoals het Gewandhaus (concertgebouw) en het koor van de Thomaskerk (waarvoor Johann Sebastian Bach als cantor werkte) bepaald jong. Afgestudeerd aan het instituut zijn onder meer Clemens Meyer en Juli Zeh [allebei succesvolle Duitse romanschrijvers].
Ook blogster Ardelean wil studeren. Fotografie, aan de Hogeschool voor Grafiek en Boekkunst, een van de oudste openbare kunstacademies van Duitsland. Berlijn is haar te groot, zegt ze. In Leipzig maak je gemakkelijker vrienden. Leipzig is het Berlijn voor de lafaards, zeggen spotters.
De Leipzigers – ook de nieuwe – ergeren zich over al die vergelijkingen met Berlijn. Voor een traditiebewuste Saks is Berlijn een parvenu: als grote stad nog geen honderdvijftig jaar oud. Vergelijk dat eens met Leipzig, dat in haar duizendjarige geschiedenis al vaak in een heel andere divisie speelde. De stad beschikt over een aanzienlijk niveau en ligt ‘een paar flinke mijlen boven de cultuurzeespiegel Berlijn’, schreef de grote journalist Joseph Roth in een reisrapportage uit 1922. ‘Leipzig is de literaire graanschuur van de Duitse landen. Vanuit hier gaan lectuur en lexicon de wereld over. Met name deze stad maakte van het Duitse Rijk het land van de meeste geletterden.’
Maar ook in recentere tijden heeft Leipzig goede redenen voor een solide zelfbewustzijn tegenover de hoofdstad. In de herfst van 1989, toen de maandagse demonstraties aanzwollen en uiteindelijk tienduizenden Wir sind das Volk roepend over de ringweg rond de binnenstad trokken, was het Leipzig dat als Heldenstadt gevierd werd. en niet Berlijn, waar de SED-elites erin slaagden het protest min of meer in de hand te houden.
En zo staat niet Berlijn maar juist Leipzig voor de vrijheidsrevolutie van 1989. Rebels was de stad altijd al. In 1965 gingen bij de zogenaamde Beatkrawalle honderden de straat op om te protesteren tegen het verbod op beatmuziek – maar liefst 54 van de 58 officieel geregistreerde bands in de stad werden toen verboden.
Toen Siegfried Bülow aan het begin van de jaren negentig in het weekend terugkeerde naar zijn flat in Chemnitz en vanaf zijn balkon op de elfde verdieping uitkeek over het Ertsgebergte, dacht hij dat het hem gelukt was. De in 1952 geboren Saks had al tijdens de DDR carrière gemaakt. Na een opleiding tot instrumentmaker studeerde hij machinebouw en schopte het tot directeur van de Chemnitzer Motorenwerke.
Toen later het Volkswagenconcern het bedrijf overnam, bood deze autofabrikant ook Bülow een baan aan. Hoewel automan Bülow nu moest pendelen tussen Chemnitz en Wolfsburg, was hij toch tevreden. Heel wat van zijn collega’s werkten in bedrijven van de Treuhandanstalt (het agentschap dat na de hereniging van Duitsland Oost-Duitse ondernemingen privatiseerde) en wisten niet wat de toekomst zou brengen. Anderen konden niet meekomen in het kapitalistische systeem en raakten werkloos. Bülow daarentegen was een gewild man. Op een dag in 1999 ging zijn telefoon, en een man aan de lijn vroeg: ‘Een groot autobedrijf wil in het oosten, bij u in de buurt, een fabriek bouwen. Hebt u belangstelling?’
Bülow had belangstelling. Wat hij aanvankelijk niet wist, was dat de headhunter het over Porsche had. Porsche! Een schitterend merk dat voor passie staat, een autobouwer die in heel de wereld uiterst winstgevend is. Uitgerekend voor dit concern moest Bülow, ooit verantwoordelijk voor de montage van de Barkas, het logge DDR-bestelbusje, een nieuw productiebedrijf opbouwen. In februari 2000 werd in een maisveld vlak bij de luchthaven van Leipzig de eerste steen voor de nieuwe fabriek gelegd, die in augustus 2002 feestelijk werd geopend. Het was een tijd waarin alles mogelijk leek. ‘De stemming was euforisch,’ herinnert Bülow zich. Een baan bij Porsche Leipzig GmbH, zoals de firma heet, was een lot uit de loterij.
Later zou de vestiging een keerpunt blijken te zijn in de economische geschiedenis van de stad. Vlak voor de arbeiders- en boerenrepubliek ten onderging, kende de Leipziger industrie nog meer dan honderdduizend arbeidsplaatsen. Veel daarvan waren allang niet meer concurrerend.
Toen de muur viel en het kapitalisme zijn intrek nam, ging het pijlsnel bergafwaarts. Er bleven nog geen negenduizend banen over, veel te weinig om de stad van een half miljoen inwoners te onderhouden.
Toen kwam Porsche – en daarna algauw ook BMW. Alleen al de autofabrikanten schiepen meer dan tienduizend banen. Beide fabrieken liggen maar 13 kilometer van elkaar vandaan. Langs de A14, aan de noordrand van de stad, rijgen de bedrijven zich als parels aaneen. Amazon heeft een groot logistiek centrum gebouwd en pakketdienst DHL heeft de luchthaven uitgebouwd tot het op vier na grootste vrachtvliegveld van Europa.
Sinds 1991 was het werkloosheidspercentage in Leipzig nog nooit zo laag, momenteel ligt het op 7,7 procent. Ter vergelijking: in 2002 lag het rond de 20 procent. Tussen 2010 en 2015 liet de jaarbeursstad een groei zien van ruim 17 procent op een aantal van bijna 250.000 werknemers. Daarmee staat Leipzig in Duitsland bovenaan, nog voor München.
Ook vanwege de werkgelegenheid komen elk jaar duizenden mensen naar de stad. In de afgelopen vijf jaar kwamen er 62.000 nieuwe inwoners bij – een groei die geen enkele andere grote Duitse stad kan laten zien. En waarmee niemand had gerekend.
In 2005 werd aan de Humboldtuniversiteit van Berlijn nog een proefschrift verdedigd over ‘gemeentepolitiek in krimpsteden’. Daarin werd Leipzig vergeleken met Duisburg, beide steden werden als een extreem voorbeeld van demografische neergang beschreven. En dat klopte ook: met haar inwonertal was Leipzig in 1998 afgegleden naar plaats vijftien. Maar vervolgens haalde de Saksische metropool eerst Dresden in, toen Neurenberg en daarna Duisburg, Hannover en Bremen. Vaststaat dat de stad binnenkort ook Essen en Dortmund achter zich zal laten. Daarmee is het de op zeven na grootste stad van het land. Momenteel telt Leipzig bijna 584.000 inwoners; voor het jaar 2030 rekent men op het stadhuis op 722.000.
In plaats van krimpen is het dus groeien wat de klok slaat. Overal ontstaan nieuwe stadswijkjes, zoals vlak naast het centraal station, aan de Lindenauer Hafen of bij de Bayerischer Bahnhof. Leipzig beleeft op dit moment een nieuwe Gründerzeit (de tijd van grote economische opbloei in Duitsland na de stichting van het keizerrijk in 1871).
Na de orkestrepetitie, als niemand kijkt, maakt de Letse dirigent Andris Nelsons een radslag. Niet zo perfect als bij een ballerina, maar toch een prima radslag; zijn zwarte overhemd glipt daarbij een stukje uit zijn zwarte broek. Soms draagt Nelsons onder zijn zwarte overhemd een wit T-shirt, dan komt het wit achter zijn openstaande boord tevoorschijn en heeft hij wel iets weg van een geestelijke.
In zekere zin, zegt Nelsons, is een dirigent ook missionaris, bemiddelaar tussen twee werelden, die van de orkestleden en die van het publiek. Met name in Leipzig, de stad met zo’n unieke muzikale traditie, werkt dat goed. De betrekkelijk geringe omvang van de stad, heel compact ook, is voor hem als kunstenaar perfect. ‘Hier kan ik veel mensen bereiken.’ Ook op het leven hier verheugt hij zich al.
In het komende seizoen, waarin het Gewandhausorchester zijn 275e verjaardag viert, zal Nelsons Riccardo Chailly opvolgen als dirigent. Daarmee treedt hij toe tot een traditie die bepaald glanst van grote namen – van Felix Mendelssohn Bartholdy en Wilhem Furtwängler tot Kurt Masur. Een traditie die een minder van zijn missie overtuigde man de moed in de schoenen zou doen zinken.
Nelsons gaat er enthousiast aan staan. Het is natuurlijk ook prestigieus, zo geeft hij toe, om hier te mogen werken. Hij is in 1978 geboren in de Sovjet-Unie, maar wel in het nooit helemaal door Sovjet-Rusland gevormde Riga. En ja, tot op zekere hoogte doet Leipzig, dat ooit achter het IJzeren Gordijn lag, hem denken aan zijn vaderland.
Sinds drie jaar is hij chef-dirigent van het Boston Symphony Orchestra – daar hing al enigszins een Leipzig-achtige geur. Want de Symphony Hall in Boston werd ooit gemodelleerd naar het oude concertgebouw van de jaarbeursstad. Nelsons zal zowel in Boston als in Leipzig dirigeren – en slaat zo een heel eigen Atlantische brug tussen evenbeeld en voorbeeld. Wanneer hij die avond voor een uitverkochte zaal zijn orkest aanvuurt en intoomt, en zelf tot het uiterste gaat, danst hij er zelfs iets bij.
Gentrificering en misdaad
Leipzig danst, Leipzig bloeit. Voorbij zijn de tijden waarin de stad in de Berlijnse kranten met advertenties als ‘Kom naar Leipzig, wij hebben ruimte’ naar inwoners hengelde. In de stad met haar kolossale huizen, hoge plafonds en ooit voordelige huren, wordt het krapper en duurder. Er gebeurt wat er altijd in zo’n situatie gebeurt. Sommige kunstenaars trekken een wijk verder oostwaarts, naar Leipzig-Neustadt, naar de beruchte Eisenbahnstraße.
Het is een wedloop – ook investeerders slapen niet. Ze zien in een van de laatste nog niet gegentrificeerde wijken uit de Gründerzeit een goudmijn, ondanks de criminaliteitscijfers die er hoger zijn dan waar ook in het land.
Leipzig lijkt inderdaad een bijzondere aantrekkingskracht uit te oefenen op criminelen. De stad staat op plaats twee, niet alleen in de Bundesliga, maar ook in de ranking van gevaarlijkste Duitse steden. Vorig jaar kende de stad op elke 100.000 inwoners 15.811 misdrijven. Meer dan in Hannover (15.764 delicten), meer zelfs dan in Frankfurt am Main (15.671), jarenlang in Duitsland het bolwerk van criminaliteit. Alleen Berlijn doet het met 16.161 delicten nog slechter.
Leipzig, zo zeggen cynici, is allang het kleine Chicago van de Bondsrepubliek. De bijna 89.000 misdrijven in 2016 betekenden een stijging van 20 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Vooral de cijfers van eigendomsdelicten, diefstallen en woninginbraken vliegen omhoog. Met name de drugsscene zorgt voor problemen. Leipzig ligt in het centrum van drugsstromen in het midden van Duitsland, zegt een woordvoerder.
De stad is ook altijd weer een politiek slachtveld. Links tegen rechts. Links tegen de staat. Rechts tegen de staat. Eind 2015 escaleerde de situatie bij een demonstratie van neonazi’s, toen meer dan tweeduizend linkse tegendemonstranten hevig slag leverden met de politie. Tientallen agenten raakten daarbij gewond.
Duizenden spoelen zingen, honderden wolkammachines ratelen in de stoffige, verstikkende lucht, een oorverdovend lawaai. Grote, oude industrie – de Leipziger katoenspinnerij, de grootste in zijn soort op het Europese continent. Hier werkten in 1989 nog bijna 1700 mensen, in meerderheid vrouwen. Een van de jonge vrouwen was Katrin Heichel, en soms maakt het leven merkwaardige capriolen, soms lukt zelfs een synchroonsprong. De sprong vanuit een huishoudschort naar het cultuurbezeten heden, ze hebben hem beide synchroon uitgevoerd: de oude spinnerij die een kunstfabriek werd en de jonge vrouw die er werd opgeleid tot vakarbeider textiel en die later schilderes werd. ‘Ik droomde er tijdens mijn werk altijd al van dat op deze plek ooit cultuur geschapen en gestimuleerd zou worden,’ zegt ze.
Nu is Heichel 45. Ze staat in haar atelier, naar eigen zeggen een van de laatste vrijplaatsen in het centrum van Leipzig. Ze is in deze stad geboren en groeide op in de burgerlijke wijk Gohlis. Ten tijde van de DDR was Leipzig een grauwe stad, vertelt ze, in het zuiden werd bruinkool ontgonnen. Ze moest voortijdig van school, naar eigen zeggen ongewild: te eigenzinnig en onaangepast. Naast Heichels ateliergemeenschap moet nu een kinderdagverblijf verrijzen. ‘Daarvoor worden veel oude bomen gerooid,’ zegt ze boos. De schilderes is een van die Leipzigers met een donkerbruin vermoeden dat het binnenkort wel eens voorbij zou kunnen zijn met de postsocialistische coolness van de stad – met de vreedzame co-existentie van vroeger en nu, met goedkope ateliers en nostalgie met een knipoog.
De liefde voor haar vaderstad heeft min of meer plaatsgemaakt voor woede, zegt Heichel. De stad is gewoon te gladjes geworden. Te perfect, te gehypet.
Leipzig groeit niet alleen door zijn immigranten, ook de babyboom gaat onverminderd door. Sinds 2014 worden er meer mensen geboren dan er overlijden. In combinatie met de trek van vooral jonge volwassenen naar de stad leidt dit ertoe dat de gemiddelde leeftijd van de bevolking daalt. Leipzig is een jonge stad.
Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.
Was de briljante 7-1-overwinning van het Duitse voetbalelftal op de Brazilianen een afspiegeling van het Duitsland van nu? Niet helemaal misschien, maar dat onze oosterburen in een goede flow zitten, staat buiten kijf. ‘We mogen weer trots zijn op ons land, zonder die bijsmaak.’
Keuze uit het archief
Na een glorieuze voetbaloverwinning op Brazilië in 2014, schreef Der Spiegel een jubelend stuk over ‘het Duitslandgevoel’; Duitsland was weer trots op zichzelf, en met recht. Acht jaar later, als de in dit artikel tevens gevierde Merkel inmiddels is vervangen door kanselier Olaf Scholz, bevindt het land zich in een lastige spagaat tussen een van oudsher loyale houding tegenover de Russen, en de morele verplichting Oekraïne aan wapens te helpen. Toen voormalig Bondspresident Joachim Gauck een grotere betrokkenheid bij de wereld eiste, werd ook hij door een linkse politicus voor ‘walgelijke oorlogshitser’ uitgemaakt. Hoort deze houding eveneens bij dat nieuwe Duitslandgevoel?
De 61-jarige Christine Meier ligt in bikini op een strandbedje op het eiland Sylt. Ze heeft op drie na alle wedstrijden van het WK voetbal gezien, de meeste in haar volkstuin in Berlijn. ‘We dragen kettingen en hoedjes in de Duitse kleuren, sommigen schminken zich ook, er zijn gebakjes, antipasti, of ik maak een zwart-rood-gele pastasalade.’ Ze is trots op het succes van het Duitse elftal. ‘De mensen in het buitenland kijken naar ons. Ze willen nu weten hoe we leven, wie we zijn.’ Duitsland presenteert zich als een fair land, zegt ze. ‘We zijn een ontzettend goed volk.’
Dat was twee dagen na de 7-1-overwinning van Duitsland op Brazilië [op 8 juli 2014]. De oude voetbaltovenaars waren van hun magische krachten ontdaan en de Duitsers moesten zich afvragen of ze echt zo lichtvoetig waren als de wedstrijd deed vermoeden en zo geweldig als de uitslag suggereerde. Christine Meier vindt van wel.
Het was maar een van de zeven wedstrijden op het WK, de andere liepen niet zo geweldig. Maar vaak zijn het juist op zichzelf staande gebeurtenissen, momenten in het bestaan van landen waarop mensen de oren spitsen en zich afvragen: is dat hoe we zijn?
Voetbal heeft de Duitsers dat soort momenten bezorgd. Tot 2006 zagen ze zichzelf vooral als tobberige natie. Maar in dat jaar vierden ze een vrolijk WK-feest in eigen land. Tot 2010 zagen ze zichzelf vooral als onbeholpen natie, wat zich ook weerspiegelde in het voetbal. Maar in dat jaar speelden de Duitse voetballers op het WK in Zuid-Afrika bij tijd en wijle als dartele veulens. Duitsland bezorgde de wereld momenten van schoonheid, en de wereld verbaasde zich en beleefde plezier aan de Duitsers. De halve finale van 2014 borduurde daarop voort. De Mannschaft speelde gedecideerd, ongedwongen en volwassen.
Klaus Hollweger en zijn vrouw Helga zitten op de delicatessenafdeling van het Berlijnse warenhuis KaDeWe naar de mensen te kijken die langs de schappen lopen. Kaviaar, doorregen steaks. De 78-jarige Hollweger woont in Thüringen.
Als Hollweger over het Duitse voetbal praat, spert hij zijn ogen wijd open achter zijn bril en vormt hij zijn mond tot een rondje. ‘Oooh,’ zegt hij, ‘voor mij laat het WK zien hoe mooi het is in een verenigd land te leven. Nu kunnen we samen trots zijn op ons nationale elftal.’ Hij is ontroerd. ‘Het gaat zo goed met ons land, het is hier allemaal zo mooi en nieuw, net als bij ons thuis in Weimar,’ zegt Klaus Hollweger.
Toni Kroos was op dit WK het brein van het elftal. Weet iemand waar hij vandaan komt? Maakt dat wat uit? Kroos is geboren in Greifswald, hij is Oost-Duitser, maar dat speelt geen rol. Toen Michael Ballack in 2004 aanvoerder van het nationale elftal werd, werd daar nog een punt van gemaakt. Een Oost-Duitser, nou ja zeg. Kroos is daarentegen een Duitser uit Greifswald.
In de politiek zijn er ook dat soort momenten van reflectie. Op 6 juni van dit jaar was bondskanselier Angela Merkel aanwezig bij de feestelijkheden ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de landing in Normandië. De staatshoofden en regeringsleiders van de voormalige geallieerden hadden haar uitgenodigd. Hun landen waren destijds de overwinnaars, de Duitsers waren teruggedrongen en West-Europa kon worden bevrijd.
Maar wie stond er in het middelpunt op die jubileumdag? Angela Merkel. Vanaf maart was de crisis in Oekraïne aan het escaleren en de wereld keek naar haar. Zou zij erin slagen Vladimir Poetin tot rede te brengen? Niet echt, maar desondanks kwam Merkel bijna zeventig jaar na het einde van de oorlog over als een wereldleider. De mensen wreven zich de ogen uit.
Het Duitsland van 2014 is een heel ander Duitsland dan dat van 1984, een ander Duitsland dan dat van 1994, een ander Duitsland dan dat van 2004. Twee relatief nieuwe indrukken komen samen: ongedwongenheid en gewicht.
Anders gezegd: er is een nieuw Duitslandgevoel.
De gesteldheid van een natie blijkt uit twee componenten: de situatie in het binnenland en de verhouding met andere landen. Normaal gesproken vloeit het tweede voort uit het eerste. Daarom zouden we ons moeten afvragen: waar komt die ongedwongenheid vandaan? En hoe presenteren de Duitsers zich aan de wereld? We vragen het hunzelf, in de dagen na de 7-1-overwinning.
Toni Kroos was het brein op het WK, dat hij Oost-Duitser is speelt geen rol
De Duitsers waren lange tijd verkrampt omdat hun land in tweeën was gedeeld. Ze wisten niet eens wie ze waren. Duitsers? Ergens wel, maar andere Duitsers dan die achter de Muur? West-Duitsers, Oost-Duitsers, DDR-burgers. West-Duitsers zeiden ook bewust: Europeanen.
De Bondsrepubliek en de DDR waren zeldzaam definitieve provisoria. Vrijwel iedereen ging ervan uit dat de deling permanent zou zijn, maar de conservatieven in het westen moesten wel benadrukken dat het doel van eenheid niet zou worden opgegeven, absoluut niet, nooit. En de linkse partijen moesten wel zeggen dat er geen eenheid mocht komen, want dan zouden de Duitsers een Derde Wereldoorlog ontketenen, zeker weten, onherroepelijk.
Zo beet men zich vast in een virtueel debat, en toen kwam plotseling de eenheid en beet men zich nog steviger vast. De Duitsers bouwden een Muur in hun hoofd. Oost-Duitsers klaagden over het verdwijnen van arbeidsplaatsen, veiligheid, gemeenschappelijkheid. West-Duitsers klaagden over het wegvloeien van miljarden voor de opbouw van het Oosten.
Nu ziet dat er anders uit. Natuurlijk valt er nog altijd wel iets te klagen, maar over het geheel genomen is de eenwording geslaagd. De Derde Wereldoorlog is niet uitgebroken, steden als Leipzig, Dresden en Jena bloeien, en zelfs met Mecklenburg-Vorpommern gaat het de goede kant op. Sommige ouderen verlangen misschien nog wel terug naar de knusheid van de DDR of West-Duitsland, maar de jongeren leven heel vanzelfsprekend in hun vaderland.
De Duitsers zijn een volk geworden, zijn Duitsers geworden. Voorvoegsels kunnen worden weggelaten. Dat maakt ze een stuk losser.
Immigratieland
De 47-jarige Bajram Avdijaj is 22 jaar geleden vanuit Albanië naar Duitsland geëmigreerd. Nu staat hij achter een kraam met groente en fruit op de Viktualienmarkt in München, de meest internationale plek van de stad.
Avdijaj zegt dat hij niets met sport heeft, net zoals hij ook helemaal zonder religie is opgevoed. Een patriot is hij ook niet echt, maar hij merkt wel hoe de mensen om hem heen veranderen. ‘Maar dat mag toch ook, of niet?’
Hij is half Albanees, half Duitser, ‘vanuit het gevoel,’ zegt hij. Hoewel, sinds die avond van de halve finale is hij misschien een beetje meer Duitser dan Albanees. ‘Desondanks ben ik voor Argentinië. Ik weet niet, Messi is gewoon de beste, geniaal. Maar die Argentijnen slaan altijd zo veel kruisjes, vier, vijf keer achter elkaar, daar moet je van houden, zoiets hebben de Duitsers gewoon niet. Die doen wat er gedaan moet worden. Er wordt niet gebeden op het veld. Dat helpt uiteindelijk ook niet. Je moet zien wat er gebeurt, dat is het. Dat is Duits. Dat ligt me meer.’
‘Duitsland ontwikkelt zich meer en meer tot een modern immigratieland,’ schreef de Neue Zürcher Zeitung in juni. Ook daarin is iets wezenlijks veranderd.
Wie is Duitser? Wie mag er Duitser zijn? Dubbel paspoort of niet, greencard? Deze onaangename discussies zijn decennia lang gevoerd. De Bondsrepubliek maakte het mensen die geen ‘Duits bloed’ hadden moeilijk om hiernaartoe te komen of zelfs Duitser te worden. Als je anders bent dan ik, dan hoor je er niet bij. Een enorm krampachtig gedoe.
De acceptatie van mensen met een migratieachtergrond is toegenomen
En nu: immigratieland. Volgens cijfers van de OESO stond Duitsland in 2012 op plaats twee voor wat betreft duurzame immigratie, na de VS. Circa 400.000 mensen wilden zich voor langere tijd in Duitsland vestigen. En dat mogen ze, de drempels zijn verlaagd. ‘De islam hoort inmiddels ook bij Duitsland,’ zei de toenmalige Bondspresident Christian Wulff in 2010, en na die uitspraak gaat er niemand meer terug.
Immigratie en integratie blijven evenwel lastige onderwerpen. Die Union [CDU/CSU] is nog steeds niet aan de gedachte gewend dat Duitsland een immigratieland is, en met vluchtelingen zou je bovendien wat liberaler kunnen omgaan. Aan de andere kant zou menige migrant beter zijn best kunnen doen om te integreren.
Maar men beweegt naar elkaar toe. In een studie van het Berlin-Institut für Bevölkerung und Entwicklung met de titel ‘Nieuw potentieel – Over de toestand van de integratie in Duitsland’ staat dat de maatschappelijke acceptatie van mensen met een migratieachtergrond is toegenomen. En deze passen op hun beurt hun leefwijze langzamerhand aan die van autochtone Duitsers aan.
Onlangs nam het gymnasium Graues Kloster in Berlijn afscheid van zijn geslaagden. De vertegenwoordigster van de ouders maakte zich in haar toespraak sterk voor een ‘Buntes’ [kleurrijk] Kloster, omdat er op deze school vrijwel geen kinderen van immigranten zijn. Zelfs in dat bolwerk van homogeniteit is iets gaande. Ene Otto von Bismarck ging hier ooit naar school. In 1871 stichtte hij het Duitse Rijk.
Dus we zijn een volk, en wel een kleurrijk volk. Ook dat maakt losser. Voor het Duitse elftal zijn migranten toch al onmisbaar.
Burkhard Kieker stond paf toen hij afgelopen dinsdag de Grand Khaan in het centrum van Ulaanbaatar binnenliep. Het was tegen vier uur ’s nachts, maar desondanks verdrongen zich honderden Mongolen voor de beeldschermen in de kroeg. De meesten hadden hun wangen zwart-rood-geel geverfd. Na het eindsignaal vielen ze Kieker en zijn gezelschap om de hals en gaven een rondje. ‘We waren de sterren van de avond,’ aldus Kieker. ‘Vroeger werden Duitse voetballers hier beschouwd als tanks die linea recta op hun doel af rolden, tegenwoordig worden ze gevierd als een soort kunstenaars.’
Kieker is vertrouwd met juichverhalen. Als hoofd Toerisme van Berlijn heeft hij een van de leukste banen ter wereld. Hij moet zijn stad in andere landen verkopen, maar dwepen is daarbij niet nodig. Van Berlijn hoeft hij niemand te overtuigen.
Berlijn is de metropool van het lossere Duitsland. Zonder Berlijn zou Duitsland nog altijd een provinciaal land zijn. Dat is verbazingwekkend, want de Berlijner staat nu niet bepaald bekend als wereldburger.
Maar hier heeft Duitsland zichzelf in de vroege jaren negentig genegeerd en een sprong in het coole diepe gewaagd.
Zonder Berlijn zou Duitsland nog altijd een provinciaal land zijn
Na de val van de Muur was het oosten van de stad enige tijd vrijwel niet aan regels gebonden. Veel jonge West-Duitsers waagden de stap en verwierven er samen met jonge Oost-Duitsers nieuwe vrijheden. Er werd niet gevraagd naar vergunningen of huurovereenkomsten, je ging gewoon wonen en dansen waar je wilde. Het was goedkoop, er was veel ruimte. Men stond open voor het andere en anderen, een openheid die de hele wereld omvatte. En die kwam dan ook.
Vooral de feestvierders kwamen, en Berlijn werd de partyhoofdstad van de wereld. Dat trok kunstenaars en steeds meer toeristen, die niet allemaal langs de portiers van technoclub Berghain komen, maar in Berlijn willen zijn geweest en zich huppelend en springend voor de Brandenburger Tor laten fotograferen. Ze ervaren Berlijn als een stad van ongedwongenheid.
Dat geldt ook voor de Duitsers. Berlijn straalt af op mensen. Ook Bielefelders en Würzburgers nemen iets van het levensgevoel van de metropool met zich mee naar huis. De oorspronkelijke ongeregeldheid is weliswaar verdwenen en gecommercialiseerd, maar er is nog een beetje van over, op nieuwe, snel wisselende plekken. Berlijn is een belangrijk onderdeel van het nieuwe Duitslandgevoel.
En wie een heel bijzondere vorm van de Duitse ongedwongenheid wil ervaren, moet eveneens naar Berlijn reizen. Het liefst met het vliegtuig over Schönefeld, want dan is vanuit de lucht een mooi groot luchthavengebouw te zien, fonkelnieuw en leeg. Al ruim twee jaar geleden stond de opening ervan gepland. Falende ingenieurs, een hoofd technische dienst dat wordt verdacht van corruptie, verspilling van miljarden. Is dat hoe we zijn? Ja, zo zijn we ook.
Adolf Hitler
Klaus Richter zit in de SchillerGarten in Dresden. Naast een gaslantaarn onder de kastanjebomen staat een groot beeldscherm; in de miezerregen zitten een paar mensen zich te vervelen bij de halve finale Nederland-Argentinië. Vroeger was Friedrich Schiller hier stamgast. Het Schiller-Institut beschrijft zijn houding tegenover de wereld als volgt: in zijn werken maakte hij duidelijk ‘dat de mens hogere plichten heeft dan zijn persoonlijke voorkeuren, dat hij patriot moet zijn en wereldburger, wat geen contradictie is omdat het belang van een natie nooit mag indruisen tegen het belang van de wereld’.
Is Klaus Richter een patriot? Peinzend staart hij in zijn bier. Natuurlijk is hij blij als de Duitsers in de finale staan, zegt hij. Maar hij zou nooit gaan rondrijden met vlaggetjes op zijn auto. ‘Je kunt in Duitsland niet zo ontspannen omgaan met de symbolen van het land als in de VS of andere landen.’ De geschiedenis van het land is daarvoor te ambivalent, vindt hij.
Daar is hij weer. Adolf Hitler wandelt door Duitse straten, belt aan bij mensen of slentert over de Fanmeile en heeft het met Duitse supporters over de kansen op een ‘Endsieg’. Hij draagt het bekende uniform en heeft natuurlijk een klein snorretje. In werkelijkheid is het een acteur. Hij speelt Hitler in de verfilming van de bestseller Er ist wieder da, waarin Hitler terugkeert naar de Duitsers.
Was hij ooit weg dan? De Duitse bedruktheid had voor een groot deel te maken met het naziverleden. Geen enkel ander volk heeft de wereld zulke gruwelijkheden aangedaan, geen enkel ander volk heeft zich zo schuldbewust en intensief met de geschiedenis van zijn misdaden beziggehouden. Dat was nodig om te begrijpen wat er Duits aan was en dus opnieuw zou kunnen gebeuren. Dat was nodig om signalen af te geven aan de wereld dat men het heeft begrepen. Maar het zorgde ook voor een zelfverduistering, die niet alleen voor Duitsers moeilijk te verdragen was. Soms ook voor anderen.
Deze debatten worden nog altijd gevoerd. Niets houdt Duitsers méér bezig dan een terugkeer van Hitler, in welke vorm dan ook. Een hakenkruis op de huid van een Russische zanger in Bayreuth: groot debat. Een roeister van de Duitsland Acht die een relatie heeft met een neonazi: groot debat. Een regelrecht schandaal is het dat de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) jarenlang migranten kon vermoorden zonder de aandacht te trekken van politie en justitie.
Ook anderen houden ons graag gevangen in onze geschiedenis. Zelfs de halve finale tegen Brazilië, dat feest van schoonheid en ongedwongenheid, bewoog mensen ertoe de nazitijd in herinnering te roepen. ‘De Duitsers zijn een vreemd land binnengetrokken en hebben het commando overgenomen. Hoe verrassend’, twitterde ene Binyamin Appelbaum. Rob Delaney schreef: ‘Duitsland, ontspan. Het zijn geen Polen.’
Hitler is geen grap, maar je kunt er wel weer een paar over hem maken. Ook als Duitser, zoals Timur Vermes, wiens boek Er ist wieder da een bestseller is.
Herinneren betekent vandaag de dag niet: niet lachen, niet vrolijk kunnen zijn. De Duitsers hebben zich voor een groot deel bevrijd van de zelfverduistering. Dat was voor het eerst goed zichtbaar tijdens het WK 2006 in Duitsland, toen ze de wereld een heerlijk voetbalfeest voorschotelden. Herinneren gaat nu gepaard met ontzetting en droefheid, maar zonder totaal te verkrampen.
De 28-jarige Philipp Stültgens werkt als kok op Sylt. Op zijn vrije woensdagavond is hij met vrienden naar de haven gekomen om voetbal te kijken. Het succes van het Duitse elftal maakt hem trots, zegt Stültgens. ‘Op ons elftal en op ons land.’ Typisch Duits betekent voor hem: veel inzet tonen, de wil om naar voren te gaan. ‘We zijn niet voor niets wereldkampioen export.’ Of hij zichzelf typisch Duits vindt? ‘Nou ja, ijverig ben ik wel.’
Ook Duitse deugden dragen bij aan de Duitse ongedwongenheid. Dankzij ijver, discipline en volgzaamheid groeit de welvaart, die op zijn beurt het leven licht maakt en het humeur bevordert.
Duitsland beleeft een klein wirtschaftswunder in de zomer van 2014. Meer dan 42 miljoen werkenden, nog nooit hadden zo veel mensen een baan. De lonen zijn sterk gestegen en vanwege de lage rente is het niet lonend om het geld op een spaarrekening te laten verkommeren. De Duitsers gaan winkelen tot hun armen uitrekken van de zware tassen. En winkelen kan gelukkig maken.
Doorlopend stellen de economische voorspellers hun prognoses naar boven bij: dit en komend jaar zou de economie met meer dan 2 procent kunnen groeien. Voor een gevestigde volkseconomie is dat een goed cijfer.
Duitsland profiteert ervan dat het land al rond de millenniumwisseling de update voor de eenentwintigste eeuw heeft geïnstalleerd. Het model van het gezapige kapitalisme, waarbij de winkels op zaterdag al om twee uur ’s middags sloten en je het op zondag zonder verse broodjes moest doen, is verleden tijd.
De economie en de maatschappij hebben zich aangepast, wat vooral betekent: geflexibiliseerd. De bedrijven hebben hun processen ingesteld op efficiëntie en hun productengamma aangepast op de behoeften van de opkomende industrielanden.
‘Ook de Hartz-hervormingen en het gezond verstand van de sociale partners hebben bijgedragen aan de positieve ontwikkeling,’ zegt Clemens Fuest, leider van het Zentrum für Europäische Wirtschaftsforschung. Voor veel werknemers was een zekere arbeidsplaats belangrijker dan sterke loonstijgingen met de kans op ontslag. Jarenlang stegen de reële lonen in geen enkel Europees land zo bescheiden als in de Bondsrepubliek.
Duitsland lijkt zo tevreden met alles dat het de status-quo het liefst zou willen invriezen
In 2003 doorbrak bondskanselier Gerhard Schröder de sociale consensus. Tot dan toe gaf de staat aan zijn burgers, en wat hij eenmaal had gegeven, nam hij niet terug. Schröder was de eerste die werklozen flink liet inleveren. Dat zorgde voor een slechte sfeer in het land, maar tegelijkertijd bleek dat Duitsland te hervormen was. De mensen volgden hun vakbonden, volgden Schröder, zij het morrend. Een grote opstand bleef uit.
Zijn opvolgster heeft het nu goed. De groei geeft Angela Merkel de mogelijkheid cadeautjes uit te delen. Dat doet ze dan ook kwistig: extra pensioenverhogingen, oudertoeslag, geld voor kinderzorg, pensioen vanaf 63 jaar, pensioenopbouw tijdens de zorg voor een kind. Er is geen economische reden om daar zorgelijk over te doen, althans nu niet. Toekomstige generaties zullen ervoor moeten opdraaien.
Andere redenen zijn er wel, maar alleen voor mensen die vinden dat democratie levendig moet zijn en leeft van de strijd tussen standpunten. Merkel ziet dat anders, zij heeft althans de spanning uit de Duitse democratie gehaald. Ze probeert in alle rust met haar coalitie te regeren, zorgt niet voor opwinding met onredelijke politieke of economische eisen en krijgt daarvoor veel waardering van de Duitsers.
Ze worden niet gehinderd door de politiek en maken zich hooguit regionaal druk omdat er een station wordt gebouwd of een elektriciteitsmast wordt geplaatst. Duitsland wekt momenteel de indruk dat het zo tevreden is met alles dat het de status-quo het liefst zou willen invriezen. Geen nieuwe infrastructuur, geen nieuwe kanselier en zo min mogelijk politiek. Een nieuwe biedermeiertijd lijkt te zijn aangebroken.
Soevereine staat
De 47-jarige Dagmar Donabauer zit op woensdagavond om half tien ’s avonds in muziekcafé Spectacel in Inning am Ammersee, vlak voor het begin van de tweede halve finale. Ze is personeelsconsulente in Gilching. Ze heeft het over ‘wij’ en ‘ons’ als ze over het nationale elftal praat.
Voor Donabauer is ‘in 2006 plotseling alles veranderd, tijdens het WK. Toen begonnen de mensen, en ook ik, pas echt door te krijgen dat ze trots mochten zijn op hun land, zonder die bijsmaak. Toen konden we de vlag laten zien, dat was de ommekeer, en de wereld vond het prima dat we met onze vlaggen zwaaiden, men zag het niet langer als nationalistisch.’ Het taboe ‘om openlijk blij te zijn voor Duitsland was doorbroken,’ zegt ze.
Dagmar Donabauer is Oostenrijkse. Er moet echt een hoop zijn veranderd aan de rol van Duitsland in de wereld dat Oostenrijkers zo enthousiast kunnen raken over het Duitse voetbal.
Helmut Kohl heeft ooit in één zin de verhouding tussen Duitsland en de Europese Unie gedefinieerd: ‘Elke voor Europa uitgegeven mark is goed besteed geld.’ Angela Merkel is daar niet zo euforisch over.
Kohl en zijn voorgangers zagen de Bondsrepubliek niet in de eerste plaats als individueel land, maar als onderdeel van bondgenootschappen. De vroegere kanseliers moesten de voormalige paria van de wereld eerst terugleiden naar de wereldgemeenschap, en dat deden ze via Europa en de NAVO. De West-Duitsers hadden belang bij een versmelting met het Westen, en tegelijkertijd bij een goede relatie met de landen van het Warschaupact. Dit alles gebeurde onder toezicht en de nucleaire paraplu van de Amerikanen. Tot 3 oktober 1990 was de Bondsrepubliek niet echt een soevereine staat.
Angela Merkel heeft een heel ander Duitslandgevoel. Er is eenheid en daarmee soevereiniteit. Er is economische bloei, waarbij Frankrijk en de zuidelijke partners van de EU een slecht figuur slaan. De nazitijd, die zij zelf niet heeft meegemaakt, is weer een paar jaar langer geleden. Het Duitse imago in de wereld is verbeterd, wat ook te maken heeft met de voetbalfeesten sinds 2006.
De Duitse ongedwongenheid gaat gepaard met een sterker zelfbewustzijn. We tellen weer mee, deel 2. Deel 1 werd gemarkeerd door de Duitse overwinning op het WK van 1954 en het Wirtschaftswunder. Nu zijn de Duitsers ook politiek zelfbewust. Wat doen ze daarmee?
Merkel voert in Brussel een politiek van nationaal belang en haar Duitsers vinden dat goed. Nationaal belang betekent in dit geval: de eigen welvaart behouden en uitbouwen. Ze denkt bovendien expansief. Ze wil dat de andere Europeanen hun economie even efficiënt en effectief inrichten als de Duitsers. Ze spoort hen aan tot hervormingen, opdat Europa als geheel een sterke positie in de wereldeconomie zal gaan innemen. Daaruit vloeit politieke invloed voort, die Merkel weer voor de Duitsers en hun exportmogelijkheden wil gebruiken. Want in Europa mag de Bondsrepubliek groot zijn, wereldwijd is het land klein.
Een Duitse kanselier die expansief denkt? Ook op dat punt is er een hoop veranderd. Het is alleen mogelijk omdat Merkel haar doelen in stilte en met terughoudendheid nastreeft. Anders zouden haar collega’s in Europa zich heviger verzetten dan tot nog toe. Ze streeft een nuchter nationalisme na, zonder pathos, zonder symboliek, zonder doordrammen, maar wel nadrukkelijk.
Veiligheid
Hendrik Groβe Lefert zit de dag voor de wedstrijd tegen Brazilië in de lobby van het hotel in Belo Horizonte waar de Mannschaft verblijft. Het hoofd Veiligheid van de Duitse voetbalbond DFB is afgetraind en heeft zijn donkere overhemd wijd openstaan. Hij heeft veel zorgen op dit WK. Zo kon de Duitse selectie het basiskamp alleen per veerboot bereiken. Groβe Lefert heeft er samen met de lokale autoriteiten in Porto Seguro voor gezorgd dat duikers van de Braziliaanse politie voor elke tocht van de veerboot het water op bommen afzochten. Er is niets gevonden.
In de eerste week van het toernooi was hem gemeld dat iemand op het strand een drone wilde laten opstijgen, vertelt het hoofd Veiligheid. Later bleek dat een reclamebureau er een schip mee wilde fotograferen.
Veiligheid is een bijzonder thema voor Duitsers. Sinds de eenwording en sinds de wereld hen weer vertrouwt, verwachten de VN, de NAVO, de Amerikanen en de Fransen dat ze ook wat betreft veiligheid verplichtingen op zich nemen, zo mogelijk met het leger. Maar op dat gebied willen de Duitsers geen leidende rol spelen, Merkel noch de burgers.
Bondspresident Joachim Gauck werd voor “walgelijke oorlogshitser” uitgemaakt
De inzet in Afghanistan is al te veel gevraagd, in Libië wilden ze niet actief zijn, in Mali en in de Centraal-Afrikaanse Republiek nemen ze taken op zich waarbij Duitse soldaten nauwelijks iets hoeven te riskeren. De Duitsers hebben genoeg van oorlog.
Ze zijn er ook niet meer zo zeker van of ze wel volledig bij het Westen willen horen. Bij een recente enquête van de Körber-Stiftung vond 56 procent van de Duitsers dat in de toekomst meer met de Amerikanen zou moeten worden samengewerkt. Maar 53 procent zei hetzelfde over de Russen.
Tijdens de crisis in Oekraïne heeft de Duitse regering goed nagedacht over wat men zou doen als de Russen een van de Baltische NAVO-landen zouden aanvallen. Een van de opties was zich op militair vlak afzijdig houden, ondanks het bondgenootschap. Daarmee zou de westerse alliantie op losse schroeven komen te staan. Waar natuurlijk vrijwel niemand daadwerkelijk op uit is.
De Amerikanen maken het de Duitsers echter moeilijk om aan hun kant te staan. Twee vermoedelijke spionnen zijn onlangs ontmaskerd: een brutaliteit van de Amerikanen, die daarmee een bondgenoot vernederen.
Het politieke profiel van Duitsland ziet er momenteel als volgt uit. Wat de binnenlandse politiek betreft zijn de Duitsers buitengewoon tevreden. Ze worden in de watten gelegd door de coalitie van Merkel en zien vrijwel geen reden om ruzie met elkaar te maken. Op het gebied van de buitenlandse politiek ontbreekt de oriëntatie en daarom is alles omstreden. Vroeger speelde de Bondsrepubliek de rol van de beste Europeaan en de beste vriend van de VS. Dat is verleden tijd. Maar hoe het nu verder gaat?
Toen Bondspresident Joachim Gauck een grotere betrokkenheid bij de wereld eiste, werd hij door een linkse politicus voor ‘walgelijke oorlogshitser’ uitgemaakt. Veel Duitsers zouden het liefst een pijnontwijkende houding aannemen, het geld in eigen zak houden, de eigen soldaten ontzien. Zo kan de ongedwongenheid worden behouden. Maar egoïstisch is het ook.
Nieuwe biedermeiertijd, nuchter nationalisme, egoïstische houding: wat geeft dat voor een totaalbeeld? Geen 7-1, dus niet de pure schoonheid. Van een ontspannen Duitse natie is nog geen sprake, eerder van een lossere natie. Ze wordt langzamerhand zichzelf, maar heeft nog moeite met haar plaats in de wereld. Moet het een stil hoekje zijn? Of een leidende positie, passend bij de omvang en de welvaart van het land? Hier ontbreekt een bondscoach die een duidelijke lijn uitstippelt.
De 50-jarige Markus Werner werkt al 28 jaar als reddingszwemmer in Westerland op Sylt. Hij ontmoet zijn landgenoten tijdens de weken dat ze erg ontspannen zouden moeten zijn, maar hij vindt ze niet ontspannen. Nu eens komt de wind uit de verkeerde richting, dan weer is het zand niet fijn of het water niet warm genoeg. Maar dat verandert allemaal tijdens een WK, zegt Werner. De mensen hebben dan ‘een reden om de mondhoeken omhoog te trekken’. Eigenlijk, vindt Markus Werner, zou er twee keer per jaar een WK moeten zijn.
Goed idee.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.