De bever is terug, tot vreugde van natuurliefhebbers. Maar er bestaan ook geschillen met deze nieuwe buurman, zoals in de Duitse hoofdstad Berlijn. ‘De bever helpt mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’
Hij is punctueel. Om stipt half acht zal te voorschijn komen, laat Derk Ehlert weten. De mobiele telefoon geeft 19.32 uur aan, en warempel, er verschijnt een pakketje bont in het water, eerst de kop en ogen, dan de snuit, met een stok erin. De bever staat nu op, zegt Ehlert. Hij heeft de hele dag geslapen.
Wij staan op een brug in Berlijn, met achter ons de karpervijver en Schloss Charlottenburg, waarvan de gevel door het avondlicht Toscaans aandoet. Een paar jaar geleden stond Angela Merkel daar ergens te toasten op het afscheid van Barack Obama. Vandaag kijken we er naar een bever.
De bever zwemt een zijarm in, werkt zich door het water en maakt kleine boeggolfjes. Sturend met een brede staart – pardon, een troffel, zoals deskundigen het achtereind noemen. Ehlert zegt dat deze zo’n anderhalf jaar oud is, een halfvolwassene, wat betekent dat hij zijn laatste rondjes hier in de slotgracht maakt. Beverouders zijn streng. Na twee jaar gooien ze hun kroost eruit, en eist het nieuwe kroost de vrijgekomen ruimte op.
Derk Ehlert (55) een man met een sikje en een pet die vaak naar de verrekijker om zijn nek grijpt, weet dit soort dingen. Hij is verteller van duizend-en-een dierenverhalen en legt op de radio uit waarom spinnen onze flats binnen kruipen: omdat het daar warm is. Officieel is Ehlert de natuuradviseur van de Senaat, officieus is hij een faunafluisteraar die ‘de mensen van de hoofdstad wil interesseren voor de natuur’, met rondleidingen door Berlijn.
Aanpassing
De bever klimt aan land op een weiland, sleept zich een paar meter voort, krult zich op en begint te kauwen op gras en stengels. Hij werpt een korte blik op de toeschouwers die op een paar passen afstand staan, en gaat dan verder met kauwen.
Niet vergeten: we zijn in Berlijn, een metropool met 3,8 miljoen mensen, met voelbare vierentwintiguurs hectiek, met honderdduizenden mensen die zich soms bij de Brandenburger Tor verdringen om naar voetbal te kijken. Maar de hoofdstad wordt ook wel de Berlijnse jungle genoemd, met twintigduizend dier- en plantensoorten. Een toevluchtsoord voor leven dat het omringende platteland ontvlucht om te ontsnappen aan landbouwgif, monocultuur en jagers. En zo verschijnen er wasberen op Kurfüsterdamm, otters in Treptow en lopen er enkele duizenden vossen en wilde zwijnen rond in de stad.
Berlijn is een gedekte tafel; de dieren hoeven niet te jagen. Ze leven van het afval van mensen. Voor de bever, die in ieder geval vegetarisch is, misschien zelfs veganistisch (daar twisten deskundigen nog over) en die zo’n kilo groen per dag eet en meer dan honderdvijftig plantensoorten en zestig houtgewassen op zijn menu heeft staan, is de Spree een paradijs. Veertig procent van de stad bestaat uit weiland, bos, water, hagen, parken, gazons en velden. Eet smakelijk!
Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn
Maar het lawaai dan? En de mensen? Geen probleem: aanpassing, zegt Ehlert.
Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn. Zelfs in Mitte, tegenover Museumsinsel, zat er laatst een aan een boom te knagen. Het dier verspreidt zich ook in Hamburg, München en Dresden. In Duitsland leven vijfenveertigduizend bevers, waarvan alleen al vijfentwintigduizend in Beieren. De komende vijftien jaar kunnen dat er in het hele land twee keer zoveel zijn, zegt bioloog en beverdeskundige Gerhard Schwab: ‘Veel geschikte watermassa’s zijn nog niet bevolkt’.
Castor fiber zwermde ook uit naar de Loire, Bretagne, Toscane, Zürich, Wenen, Londen, en zelfs naar het stralingsgebied bij de Oekraïense kernreactor in Tsjernobyl. De Engelsen reiken prijzen uit aan bevers, zoals onlangs op de wereldberoemde Chelsea Flower Show. Midden in Londen werd op een oppervlakte van tien bij vijftien meter een stukje wildernis gepresenteerd, compleet met een beekje en een vochtige weide en met afgeknaagde twijgen en takken die speciaal waren aangevoerd uit het graafschap Devon, driehonderd kilometer verderop. De organisatie Rewilding Britain wilde laten zien hoe mooi een bever een landschap kan maken en kreeg daarvoor een gouden medaille.
De aftredende premier is zo gecharmeerd van het knaagdier dat hij het tot staatsaangelegenheid heeft gemaakt. Op het laatste Tory-partijcongres hief Boris Johnson de slogan ‘Build Back Beaver’ aan, waarmee hij bedoelde dat de dieren het gehavende platteland van Groot-Brittannië moeten opkalefateren, gesteund door vele miljoenen ponden uit de landbouwbegroting. Of de Britten de liefde van Johnson voor de dieren delen is onduidelijk. Volgens The Times kon hij zelfs zijn eigen familie niet overtuigen van de heilzame werking van de bever. Hij wilde zijn vader een beverpaar schenken voor diens boerderij, maar uiteindelijk kregen ze ruzie over waar de dieren uitgezet moesten worden.
Te geliefd
De bever knaagt weer. Nog niet zo lang geleden was hij bijna uitgestorven in Midden-Europa; slechts enkele honderden overleefden aan de monding van de Rhône en de Elbe tussen Dessau en Roßlau, waar de regering van de DDR ze al vroeg als beschermd aanmerkte. In de jaren zestig werden bevers uitgezet in Beieren en nu dringen ze vanuit het zuiden en oosten het land binnen.
Eeuwenlang was de bever gewoon te geliefd. Vanwege zijn vacht, vlees en staart. De katholieke kerk droeg daaraan bij door het zoogdier doodleuk uit te roepen tot een vis die tijdens de vastentijd mocht worden gegeten. Daarnaast levert de bever castoreum, ofwel bevergeil, een afscheiding die doet denken aan een mengsel van ‘penetrante mannenparfum, okselzweet en rotte vis’, aldus schrijver Bettina Balàka. De Romeinen kenden er al magische krachten aan toe. Wat de bever door zijn achterste blaast om zijn territorium mee af te bakenen, eindigt in parfums of voedsel, althans in de VS. IJs zou er meer naar vanille of aardbei door smaken. Een scheet omzetten in geld; kapitalisme in een notendop.
Eigenlijk is de bever een burgermannetje. Hij werkt voortdurend aan zijn huisvesting en dammen en leeft monogaam. Maar het is ook een evolutionair wonder. Hij kan zich in het water oriënteren met zijn snorharen, heeft tot drieëntwintigduizend haren op één vierkante centimeter pels (bij mensen zijn dat er driehonderd) en zijn tanden bevatten ijzer en slijpen zichzelf.
De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld
De bever houdt van comfort. Gaat niet graag aan land en zwemt liever naar zijn voedsel, zodat hij dammen bouwt om waterwegen naar bomen te creëren. Het bouwen van dammen zit in zijn genen. Zweedse onderzoekers ontdekten dat zelfs in gevangenschap geboren bevers dammen bouwen.
De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld. Hij bouwt zijn burchten bijvoorbeeld als natuurlijke nul-op-de-meterwoningen: hij dicht ze af met modder, legt er houtsnippers in en verwarmt ze met lichaamswarmte, zodat het binnen tussen de zes en negen graden is, zelfs in de winter. En waar hij bouwt, herstelt het landschap zich. Er ontstaan vijvers en meren, komen vissen, vogels, libellen en kikkers. Wetenschappers noemen de bever een ‘sleutelsoort’: Castor houdt ecosystemen in stand.
Doordat hij water de ruimte geeft, sijpelt het langzamer weg, stijgt het grondwaterpeil, wordt zware regen beter geabsorbeerd en dendert overstroom regenwater niet de vallei binnen. Sinds er bevers in de Ourthe leven, overstroomt de rivier in Zuid-België minder vaak, zo blijkt uit een studie. ‘De bever brengt ook een stuk natuur terug,’ zegt Derk Ehlert in Berlijn.
Geliefd en gevreesd
Het is wel een beetje onhandig dat hij de natuur ook terugbrengt naar plekken waar die niet gewenst is. De sporen die hij nalaat: aangevreten appelbomen, uitgeholde beschermingsdijken, geplunderde maïs- en bietenvelden. Onlangs legde een bever in verschillende steden in Canada het internet en de mobiele telefonie plat doordat een gevelde boom een glasvezelkabel vernielde. Het herstel duurde acht uur.
Zodoende is de bever zowel geliefd als gevreesd: hij wordt beschouwd als een eco-ingenieur of als een onruststoker in bont. Hij komt het milieu ten goede, maar schaadt het individu.
Thorsten Schildwächter staat op zijn balkon in Mühlheim bij Offenbach in het Rijn-Maingebied. Driehonderd vierkante meter paradijselijke tuin met een rieteiland en pioenrozenstruiken strekken zich uit onder zijn balkon. Aan de andere kant van de tuin groeien struiken en bomen, en de Rodau, een zijrivier van de Main, kronkelt ertussendoor. Maar de idylle is bedrieglijk. Schildwächter (45) voert een existentiële strijd. Het is een vriendelijke man met een getraind lichaam die over zichzelf zegt: ‘Ik ben een optimist.’ Maar een bever doet hem twijfelen aan zijn capaciteiten.
Schildwächter maakte wel vaker zware regenval mee, maar sinds ongeveer tweeënhalf jaar zijn de plassen hardnekkig; zijn tuin staat om de paar maanden onder water, tot wel twintig centimeter. Toen zijn kelder een keer vol kwam te staan, kocht hij een pomp. Hij opent een laptop en grafieken en rapporten van deskundigen verschijnen. Door de dam van een bever steeg het grondwater, wat normaal goed is, maar slecht voor Schildwächter en zijn buren. Want nu ontbreekt de hydrologische gradiënt: regen loopt niet weg en de tuin verandert in een vijver.
‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak’
We zijn niet gewend aan dieren die tegen onze wil het landschap veranderen. Maar de Franse denker René Descartes wist het al: ‘Wij mogen niet aannemen dat alle dingen zijn geschapen omwille van ons.’ Hoe men Castor fiber beoordeelt is dan ook een kwestie van perspectief. Dat is tenminste wat Manfred Krauß zegt: ‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak.’
Krauß is een oudere heer met lang, zilverkleurig haar en zongebruinde wangen. In Berlijn is hij bevermanager, in dienst van de Senaat. Hij stelt tuineigenaren gerust wanneer zij klagen over omgevallen berkenbomen. In veel deelstaten werken adviseurs zoals hij, de meeste in Beieren. Ze laten zien hoe bomen en akkers kunnen worden beschermd met gaas en elektrische hekken en ze regelen hulpgeld voor slachtoffers. Als de schade te groot is, kunnen dammen worden vernield en in Beieren en Brandenburg mogen dieren zelfs worden gedood. Elders is dat verboden.
In Beieren sterven elk jaar ongeveer tweeduizend bevers op legale wijze. Het vlees mag niet worden verkocht, maar jagers mogen het wel gebruiken om vrienden en familieleden blij te maken. Iemand die privé vaak bever serveert, is herbergier Jürgen Füssl in Altenstadt in de Oberpfalz. Hij is enthousiast: ‘Dit is heel goed vlees, van biokwaliteit.’
Maar veel dieren worden ook illegaal gedood. Alleen al in Schwandorf in de Oberpfalz heeft een ‘bevermoordenaar’ (aldus boulevardkrant Bild) zeven dieren gedood; ook in Thüringen en Berlijn sloegen sommige mensen woedend op het knaagdier in.
Waterwoestijn
Thorsten Schildwächter zou het nooit zo rabiaat aanpakken. Hij houdt van bevers, maar hij wil een oplossing voordat hij in een waterwoestijn terechtkomt. Tot nu toe trotseerde de bever de autoriteiten. Maar nu is door de dam een waterput overstroomd en kan de drinkwatervoorziening in gevaar komen. Schildwächter hoopt op een ontheffing: ‘De dam moet weg.’
‘De bever doet ons afvragen hoe serieus we natuurbehoud nemen,’ zegt Krauß, de bevermanager. Moeten in de stad echt alle stukken grond die grenzen aan het water bebouwd worden? Moeten landbouwers wel het deel van hun velden bewerken dat direct aan water grenst? Krauß zegt: ‘Iedereen weet dat de grond in Brandenburg te droog is. We doen er te weinig aan. De bever zou kunnen helpen, als we het maar lieten gebeuren.’
In Schloss Charlottenburg heeft men met het knaagdier leren leven, mede dankzij de achtenvijftigjarige Andrea Badouin, die als tuinier al tientallen jaren verantwoordelijk is voor vierenvijftig hectare paleisgrond. Zij moet driehonderd jaar tuincultuur beschermen tegen insecten, droogte en bevers, haar meest sluwe tegenstander. In een Gator-bedrijfswagentje knettert ze over de paden. Ze wijst naar de overblijfselen van hazelnootstruiken, naar aangevreten haagbeuken en eiken. De bever heeft drie oude wilgen om zeep geholpen. Badouin komt niet meer van hem af. Ze zou het hele park aan de oever van de Spree moeten afrasteren, alle soortgenoten van tevoren moeten vangen, ze moeten laten herplaatsen, en dan nog zou ze er niet zeker van zijn dat er zich geen bevers zouden vestigen.
Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender
Ze troost zich met het feit dat bevers geen dammen bouwen, want het waterpeil is stabiel, en ze probeert oude bomen te beschermen door kokos- en plastic matten en draadrekken aan te brengen. Ze is verbaasd over hoe goed de dieren zijn in het overwinnen van allerlei obstakels. ‘De bever helpt ook mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’
Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender. Mensen die een pizza op het grasveld in het park bestellen en daar elke week dertien kliko’s met vuilnis achterlaten. Mensen die de bevers opjagen, nesten van de rietzanger vertrappen, wilde eenden verjagen. En er zijn de vogelaars, van wie er tientallen uit Nedersaksen zijn gekomen om een havik te observeren in het park van Schloss Charlottenburg. Maar als ze hun vele telelenzen op het nest richten, vlucht de roofvogel, voorgoed.
Soms wil Badouin de bever afleiden door elzenstruiken langs de oevers te laten groeien, zodat hij iets te eten heeft en niet aan de beuken knaagt, maar dat zorgt voor ruzie. Veel bezoekers zeggen: ‘Ik wil geen elzenstruiken zien, ik wil de vijver met karpers zien. Die verdomde bever interesseert me niet.’
Het moge duidelijk zijn: niet de bever is het probleem, maar de mens.
Lees ook:













