Schrijvers van over de hele wereld nemen deel aan het project
Onlangs kwamen ruim tweehonderd mensen bijeen voor een bijzondere ceremonie in een bos met duizend sparren ten noorden van Oslo. Dat bos is in 2014 aangeplant door de Schotse kunstenaar Katie Paterson. De boompjes zijn nu nog maar een meter hoog, maar in 2114 zijn ze groot genoeg om het papier te leveren voor een speciale collectie boeken: enkele van ’s werelds meest gerenommeerde auteurs hebben namelijk bij de Bibliotheek van de Toekomst in Oslo manuscripten ingeleverd die pas over een eeuw zullen worden gedrukt, met papier dat van de sparren komt, meldt BBC.
De ceremonie in het bos voor deze Bibliotheek van de Toekomst – een honderdjarig kunstproject dat door Paterson is bedacht om onze ideeën over tijd te verruimen en het besef van onze verplichtingen aan het nageslacht te vergroten – vindt sinds 2014 elk jaar plaats. De kunstenaar nodigt jaarlijks samen met een kleine groep mensen een prominente schrijver uit om een manuscript te leveren. Die opdrachten lopen door tot 2113, waarna de boeken allemaal zullen worden gepubliceerd.
Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo
Margaret Atwood was de eerste auteur die een verhaal inleverde, met de titel Scribbler Moon; daarna ontving de Bibliotheek van de Toekomst inzendingen vanuit de hele wereld, van de Engelse romanschrijver David Mitchell en de IJslandse dichter Sjón tot de Turkse Elif Shafak, Han Kang uit Zuid-Korea en de Vietnamees-Amerikaanse dichteres Ocean Vuong. Dit jaar kwamen de Zimbabwaanse auteur Tsitsi Dangarembga en de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård naar het bos om hun verhaal te overhandigen. De auteurs mogen niets over de inhoud van hun werk onthullen, maar alleen de titel prijsgeven: dat van Dangarembga heet Narini en haar ezel (narini is Zimbabwaans voor ‘oneindigheid’); dat van Knausgaard heet Blind boek.
Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo, in afgesloten glazen laden in een kleine houten opslag die ‘De stille kamer’ wordt genoemd.
Bibliotheekmedewerkers van het Metropolitan Library System (MLS) van Oklahoma reageerden geschokt toen zij halverwege juli instructies kregen om het woord ‘abortus’ niet meer te gebruiken en klanten niet meer te helpen bij het zoeken naar abortusgerelateerde informatie op computers van de bibliotheek of hun eigen telefoon. De medewerkers werden gewaarschuwd dat ze een boete kunnen krijgen volgens de abortuswetgeving van de staat, meldt Vice.
‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’
‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’, aldus een memo. ‘De civiele straffen omvatten een boete van 10.000 dollar plus een gevangenisstraf en ontslag, omdat de medewerker door het MLS op de hoogte is gesteld maar die waarschuwing heeft genegeerd.’ Bibliotheekmedewerkers is ook gevraagd op te passen voor misleiders die om informatie over abortus vragen zodat ze vervolgens aangifte kunnen doen.
Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.
Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.
In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.
Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten.
Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.
Bibliotheek voor verboden boeken
In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’
Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India
In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.
Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.
Belarus pakt Wikipedia-redacteur op
Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.
Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.
Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’
De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.
Coca-Cola hoopte klanten in de Verenigde Staten te lokken met gepersonaliseerde flessen, maar oogst vooral boze reacties op Twitter, schrijft CNN. Met een ‘make your own label’-actie kunnen klanten speciale colaflesjes bestellen met daarop een eigen tekst. Het bedrijf heeft een systeem opgezet om bepaalde teksten en merknamen te blokkeren, maar gebruikers ontdekten dat dat aan alle kanten rammelt.
‘Gay Pride’ is niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel
Zo mag ‘Black Lives Matter’ niet, maar ‘White Lives Matter’ wel en is er een speciaal regenbooglabel voor juni, de Pride Month, maar is ‘Gay Pride’ niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel. Op ‘Hitler’ en ‘Nazi’ rust een verbod, maar flessen kunnen wel worden uitgerust met teksten als ‘I am a Nazi’, of ‘Sieg Heil’.
Dergelijke publiekscampagnes gaan wel vaker mis. Zo begon de Amerikaanse bank JPMorgan in 2013 met een ‘Vraag ons alles’-campagne onder de hashtag #AskJPM. Mensen vroegen al snel hun in beslag genomen huizen terug en vervloekten bestuursvoorzitter Jamie Dimon, waarop JPMorgan stopte met de campagne. Wat Coca-Cola gaat doen is nog niet bekend.
Kazachs hoger onderwijs in particuliere handen
Van de 130 hogescholen en universiteiten in Kazachstan zijn de meeste eigendom van hoge ambtenaren of hun familie, zo blijkt uit onderzoek door Radio Free Europe/RL. Deze trend begon in 1993, toen door post-Sovjet-hervormingen voor het eerst privébezit van onderwijsinstellingen werd toegestaan en het eigendom ervan werd verdeeld tussen de staat en particulieren. Zo kwamen veel instellingen in handen van lieden die dicht bij de macht stonden, zoals de familie van de voormalige minister van Onderwijs en Wetenschap Bachytzjan Zjoemagoelov, nu een invloedrijk lid van de Kazachse Senaat.
‘Het wordt problematisch als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’
Er is geen wet in Kazachstan die familieleden van ministers of hoge ambtenaren verbiedt een hogeschool of universiteit te bezitten. Maar volgens onderzoeker Mihaylo Milovanovitsj wordt het ‘problematisch qua belangenverstrengeling als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’.
Ruzie in de Vijfsterrenbeweging
In de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S) is beroering ontstaan door een botsing tussen de oprichter, komiek Beppe Grillo, en de beoogde nieuwe leider, oud-premier Giuseppe Conte. Volgens parlementaire bronnen hangt het mogelijke leiderschap van Conte aan een zijden draadje, schrijft ANSA.
Conte zou verantwoordelijk worden voor vernieuwing van M5S, nadat de tweede coalitieregering die hij leidde begin dit jaar klapte. Hij stond al dicht bij M5S, maar maakte niet eerder deel uit van de beweging. De oud-premier en Grillo zijn het niet eens over mogelijke aanpassingen van de statuten, bijvoorbeeld over het verbod voor vertegenwoordigers om meer dan twee termijnen te dienen. Ook steggelen ze over de rol die Grillo zal gaan spelen. Grillo noemt Conte ‘rationeel’ en zichzelf een ‘visionair’. ‘Conte moet begrijpen dat ik nog steeds nuttig voor hem kan zijn,’ aldus Grillo.
Amerikanen bouwen op verkeerde plekken
Meer dan de helft van de gebouwen in de VS bevindt zich in een mogelijk rampgebied, zo blijkt uit een recente studie. Tientallen miljoenen huizen, bedrijven en andere gebouwen staan in gebieden waarvoor het hoogste risico geldt op orkanen, overstromingen, bosbranden, tornado’s en aardbevingen, meldt NPR.
De bevindingen onderstrepen hoe stedelijke ontwikkeling schade door klimaatverandering kan verergeren. ‘We weten al dat we elk jaar miljarden dollars en levens verliezen door natuurrampen,’ aldus Virginia Iglesias, onderzoeker aan de Universiteit van Colorado en een van de auteurs van de studie. ‘Natuurlijk heeft de klimaatverandering ermee te maken, want die vergroot de kans op extreme gebeurtenissen. Maar tegelijkertijd maakt het ook uit wat en waar er wordt gebouwd.’
Stedelijke ontwikkeling heeft versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden
Iglesias en haar collega’s analyseerden gegevens die teruggaan tot 1945, om te zien hoeveel gebouwen zich in het brandpunt van de natuurlijke dreiging bevinden. Ze richtten zich op gebieden waar de kans op een ramp in de hoogste 10 procent ligt. Zo ontdekten ze dat dergelijke hotspots ongeveer 30 procent van de VS beslaan, maar plaats bieden aan bijna 60 procent van de gebouwen van het land. Oftewel: stedelijke ontwikkeling vindt plaats op de gevaarlijkste plekken.
Uit het onderzoek blijkt dat stedelijke ontwikkeling sinds de jaren tachtig versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden, vooral in het westen van de VS. In het oosten van het land blijven steden zich uitbreiden op plaatsen die extreem kwetsbaar zijn voor orkanen.
Zo’n anderhalf miljoen gebouwen bevinden zich zelfs op plekken waarvoor twee of meer gevaren gelden. Delen van het westen zijn bijvoorbeeld extreem vatbaar voor zowel natuurbranden als aardbevingen, terwijl regio’s in het zuiden een verhoogd risico lopen op overstromingen, orkanen en tornado’s.
Iglesias hoopt dat het onderzoek beleidsmakers en bewoners helpt om zorgvuldiger te bepalen waar nieuwe ontwikkeling gewenst is en hoe gebouwen beter kunnen worden ontworpen met het oog op natuurrampen.
Haperende start voor GB News
Op 13 juni begon in Groot-Brittannië GB News, een controversiële televisiezender die belooft de ‘cancelcultuur’ te bestrijden en zegt een ‘anti-woke’-positie in te nemen. Critici beschuldigen GB News van het aanwakkeren van culture wars, in de stijl van het Amerikaanse Fox News. Andrew Neil, een omroepveteraan die de zender opzette en er ook als presentator werkt, is nog geen twee weken na de lancering opgestapt, omdat hij behoefte heeft aan vrije tijd, zoals hij zelf zei. Hij gaf toe dat de zender ‘een moeilijke start’ kende. De voormalige BBC-coryfee zei dat hij ‘een paar weken’ weg zou zijn en terug zou keren ‘voordat de zomer voorbij is’.
Er kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen
In de eerste weken ging er van alles mis, schrijft The Independent. Zo kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen omdat Wootton, eerder werkzaam bij tabloid The Sun, had beweerd dat medische experts en politici die belast zijn met de volksgezondheid een ‘ultravoorzichtige bioveiligheidsstaat’ proberen te creëren, ‘zoals China’. Verder werden uitzendingen geteisterd door technische problemen en trok een aantal grote adverteerders zich terug, uit angst geassocieerd te worden met het conservatieve gedachtengoed.
‘We worden elke dag beter en er is duidelijk interesse voor wat we doen,’ zei Neil desondanks. ‘In slechts twee weken hebben we al een loyaal publiek opgebouwd dat al onze verwachtingen heeft overtroffen; het is groter dan dat van veel andere nieuwszenders, en het groeit nog steeds. Dus namens GB News zeg ik tegen al onze kijkers: bedankt. We laten je niet in de steek, and you ain’t seen nothing yet.’
Library Whisperer
Francine Houben van architectenbureau Mecanoo kon niet bij de heropening van de openbare bibliotheek in New York zijn, maar in september opent nog een bibliotheek van haar hand in Washington D.C. en later dit jaar ook een in Taiwan. In de VS wordt Houben al de library whisperer genoemd. De nieuwe dakconstructie met schuine aluminium vlakken in New York is geïnspireerd op Manhattans mansardedaken uit 1904 en op de taps toelopende art-decowolkenkrabbers in de stad en de gefacetteerde gevels van nieuwere torens.
Na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 werden veel bibliotheken in het land door vandalen verwoest. De oeroude bibliotheek al-Qadiriya ontsprong de dans, en dat was niet voor het eerst.
Bibliothecaris Abdoellsalem Abdoelkarim beweegt zich behoedzaam tussen de boekenplanken van de al-Qadiriyya-bibliotheek. Historische pronkstukken met zijdezachte kaft worden uit glazen toonkasten gehaald en het bezoek met gepaste trots voorgelegd.
In veel gevallen gaat het om rijkelijk versierde exemplaren van de Koran. Een ervan – handgeschreven, in twee delen, met pagina’s van bijna een meter lang – werd honderden jaren geleden gedoneerd door een Indiase prins van de Taj Mahal.
‘Deze hier is enig in zijn soort en dus heel bijzonder,’ zegt Abdoelkarim, terwijl hij een koran toont met randen van bladgoud en kleurrijke, vervlochten bloemenmotieven – ook al eeuwenoud en ooit door de moeder van een Ottomaanse sultan cadeau gedaan.
‘Door het hele boek zie je dat elk vers eindigt met een unieke afbeelding – een bloem, een zespuntige ster, een kom fruit, allerlei motieven,’ licht de bibliothecaris toe. ‘Nergens anders treffen we dit aan. Tal van deskundigen op het gebied van kalligrafie, tekens en symbolen komen dit boek bestuderen. De betekenis van veel afbeeldingen blijft echter mysterieus.’
Zwart van de inkt
De bibliotheek maakt deel uit van een uitgestrekt complex dat zowel een schitterende moskee als het heiligdom van Sjeik Abd al-Qadir al-Jilani herbergt. Deze Perzische wetenschapper uit de elfde eeuw bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door in Bagdad en stichtte er de soefi-broederschap al-Qadiriyya.
Een van de opmerkelijkste stukken is een gehavende, bevlekte, dertiende-eeuwse tekst die de plundering van Bagdad in 1258 overleefde. 800.000 inwoners vielen toen ten offer aan Mongoolse legers onder leiding van generaal Hulagu, kleinzoon van Dzjenghis Khan.
‘De Mongolen verbrandden de bibliotheken en gooiden zo veel boeken in de Tigris dat het water zwart werd van de inkt,’ vertelt Abdoelkarim. ‘Dit boek, dat uitleg biedt over de Koran en de islam, is een van de weinige die uit de rivier werden gered.’
Samen met de volledige collectie van de al-Qadiriyya-bibliotheek ontsnapte het werk ook aan de golf van vernielingen en plunderingen die volgde op de door de VS geleide invasie van Irak in 2003. Alleen al in Bagdad werden tien bibliotheken verwoest. Het verlies van vele waardevolle boekencollecties omschreef Saad Eskander, directeur van de Nationale Bibliotheek en het Nationaal Archief, als een ‘nationale ramp die het voorstellingsvermogen te boven gaat’.
‘Dit was de enige bibliotheek die werd gespaard. Dat was te danken aan God en aan onze medewerkers en vrijwilligers. Gewone mensen, geen politie of bewakers, die hier bleven om de instelling te beschermen,’ vertelt sjeik Abdoelrahman, een vooraanstaand geestelijke die verbonden is aan de moskee.
‘Toen de Amerikanen poolshoogte kwamen nemen,’ vervolgt hij, ‘zeiden we dat we eenvoudige mensen waren die zich enkel bekommerden om ons heiligdom en onze religieuze voorwerpen, en dat we maar twee kalasjnikovs hadden voor onze veiligheid. We mochten die houden. Ze gingen weer weg.’
Doodsbang dat de Qadiriyya-collectie hetzelfde lot zou treffen als andere geplunderde en in lichterlaaie gezette bibliotheken in Bagdad, besteedden hoofdbibliothecaris Abdoelmajid Mohamed en zijn personeel een volle dag aan het overbrengen van de meest kostbare boeken naar de kelder, die ze hermetisch afsloten terwijl in de hele stad geweervuur klonk. ‘Toen ik om tien uur ’s avonds wegging, waren de straten totaal verlaten,’ zegt Mohamed. ‘Iedereen was in die tijd doodsbang, dus reden er geen taxi’s. Ik ben te voet naar huis gegaan.’
Het complex, tegenwoordig beschermd door betonnen muren en bewaakt door de militaire politie, doorstond in 2007 een aanslag met een autobom. De materiële schade was gering en er vielen relatief weinig burgerslachtoffers. Maar in 2014 werd het opnieuw bedreigd toen Aboe Bakr al-Baghdadi, de leider van IS, zijn strijders de opdracht gaf ‘de tombes van Hussein ibn Ali in Karbala (ten zuiden van Bagdad) en van Abdoel Qadir Jilani in Bagdad te vernietigen’, omdat het zou gaan om ‘polytheïstische centra’ van ketterse soefi’s en sjiieten.
‘We hielden ons hart vast na de verklaringen van die types van de zogenaamde Islamitische Staat, maar vertrouwden op God,’ zegt Sjeik Abdoelrahman, terwijl hij zich over een groep Pakistaanse pelgrims ontfermt. ‘Ze noemden zich moslims, maar wij vertegenwoordigen al eeuwenlang moslims en de islam, en we zijn er nog steeds. Waar zijn zij nu?’
Volgens vrijwilligers lokt Jilani’s graf dagelijks een groot aantal Irakezen en honderden pelgrims. Soennieten zowel als sjiieten, die soms helemaal uit Pakistan en Mauritanië komen. Ook ontvangt het complex regelmatig christenen en af en toe een hindoe, en er schijnt zelfs elk jaar een boeddhist het heiligdom te bezoeken. Voor de bibliotheek hebben de bedevaartgangers echter weinig belangstelling.
‘Deskundigen voorkomen bederf door de boeken regelmatig te ‘vaccineren’. Onze bijna tweeduizend manuscripten, die ook erg waardevol zijn, behandelen ze met speciale middelen’
Tot de verzameling behoren niet alleen religieuze boeken, maar ook veel waardevolle oude wetenschappelijke teksten en manuscripten. Het oudste is een 950 jaar oud werk over Arabische taalkunde. ‘We conserveren alles heel zorgvuldig omdat het uiterst kostbaar is,’ zegt Abdoelkarim. ‘Deskundigen voorkomen bederf door de boeken regelmatig te ”vaccineren”. Onze bijna tweeduizend manuscripten, die ook erg waardevol zijn, behandelen ze met speciale middelen.’
Nora, een directe vrouwelijke afstammelinge van Jilani die in Londen studeert en daar hoopt te promoveren, brengt elk jaar een maand lang tussen de manuscripten door. Maar de leeszaal in de al-Qadiriyya-bibliotheek is heden ten dage vaak leeg. Honderden jaren lang kwamen er Iraakse studenten, onderzoekers en geleerden. Tegenwoordig geven die de voorkeur aan internet. De bibliotheek, die met 80.000 tot 85.000 titels een van de grootste van Bagdad is na de verwoestingen in 2003, moet nog wat aanhaken bij de moderne tijd. ‘We willen graag contact met bibliotheken in het buitenland, maar we hebben niet eens een e-mailadres,’ zegt Abdoelkarim.
De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.
De onlinebibliotheek arXiv is een droom voor wetenschappers: ze is gratis, volledig doorzoekbaar, en je kunt er praktisch alles vinden wat op je vakgebied het lezen waard is. De beheerders stuitten alleen op een eeuwenoud probleem: hoe bepaal je wat echte wetenschap is en wat niet?
xx.lanl.gov. Het adres was cryptisch, met een even verleidelijk als geheimzinnig vleugje overheid, of erger. De server zelf was precies het tegendeel. Overheid, ja – hij werd gehost door het Los Alamos National Laboratory – maar vrij toegankelijk, wat in die begindagen van het internet in de jaren negentig volkomen nieuw was, en ook nu nog baanbrekend is.
De site, bekend als arXiv (spreek uit: ‘archive’) maar allang omgedoopt tot het wat minder suspecte adres ‘arXiv.org’ en ondergebracht bij de bibliotheek van de Cornell-universiteit, is een onmetelijk reservoir van wetenschappelijke ‘preprints’, artikelen die nog niet door collega’s zijn beoordeeld en niet bedoeld zijn voor publicatie in toonaangevende vakbladen. (Artikelen kunnen ook worden opgenomen, vaak in herziene vorm, nadat ze elders zijn gepubliceerd.) In juli 2016 stonden er meer dan een miljoen artikelen op arXiv, met een duidelijke nadruk op de ‘harde’ exacte wetenschappen: wiskunde, computerwetenschap, kwantitatieve biologie, kwantitatieve finance, statistiek en, vooral, natuurwetenschap.
ArXiv is het soort bibliotheek waar wetenschappers dertig jaar geleden alleen nog maar van konden dromen: het is volledig doorzoekbaar, vrij toegankelijk om te lezen of uit te publiceren en bevat praktisch alles op het vakgebied wat de moeite van het lezen waard is. Op dit gouden moment in de technologische geschiedenis, waarop je op Wikipedia de geschiedenis van de atoomtheorie kunt opzoeken terwijl je in de rij staat bij Starbucks, lijkt dit misschien weinig opzienbarend. Maar destijds was het revolutionair.
Ginsparg wilde geen programma ontwerpen dat wetenschap van niet-wetenschap kon onderscheiden. Zijn aanvankelijke doel was bescheiden: een algoritme bouwen dat artikelen kon classificeren naar onderwerpscategorie
In praktische zin heeft arXiv zich met behulp van nieuwe technologieën onmisbaar gemaakt voor zijn community. Maar minder zichtbaar is dat het een moeilijke filosofische vraag moest beantwoorden, die doorklinkt in de rest van de wetenschapscommunity: wat is precies lezenswaard? Wat geldt als wetenschap?
arXiv heeft het speelveld gedemocratiseerd en wetenschappers onmiddellijke toegang verschaft tot ideeën van allerlei collega’s van over de hele wereld, van prestigieuze leerstoelen aan elite-universiteiten tot zwoegende postdocs bij obscure instituutjes en wetenschappers in ontwikkelingslanden met weinig onderzoeksmiddelen.
Paul Ginsparg heeft arXiv opgericht in 1991, toen hij als 35-jarige natuurkundige in Los Alamos werkte. Hij verwachtte dat er in het eerste jaar hooguit honderd artikelen naar een paar honderd e-mailabonnees zouden worden verstuurd. Maar in de zomer van 1992 waren er al meer dan twaalfhonderd artikelen ingezonden. Beter mee verlegen dan om verlegen, maar toch. Hoewel Ginsparg niet van plan was de ingezonden artikelen van a tot z door vakgenoten te laten beoordelen, wilde hij zorgen dat lezers datgene konden vinden waarin ze waren geïnteresseerd. Dus begon hij de ingezonden artikelen in te delen in categorieën en subcategorieën en steeds meer moderators in te schakelen, die het werk vrijwillig deden, als dienst aan hun wetenschapscommunity.
Essentiële spanning
Het credo van arXiv is dat artikelen ‘interessant, relevant en van waarde’ moeten zijn voor de wetenschappelijke disciplines die het bedient. Maar naarmate de site en zijn publieke profiel verder groeiden, begon hij steeds meer artikelen van buiten de gebruikelijke onderzoekskringen aan te trekken, waarvan vele de toets der kritiek niet konden doorstaan. Het waren niet per se voorbeelden van slechte wetenschap, zegt Ginsparg. Slechte wetenschap kan worden onderzocht, getest en verworpen. Het ging om ‘non-wetenschap’ – zelfingenomen theorieën die trots beweerden Einstein, Newton en Hawking onderuit te halen of de verborgen connecties te onthullen tussen natuurwetenschap, buitenzintuiglijke waarneming en ufo’s; en dat alles vrijwel geheel zonder wiskunde of experimenten.
Standaardprocedure bij arXiv is dat alles wordt geaccepteerd – artikelen zijn onschuldig ‘totdat het tegendeel bewezen is’, zegt Ginsparg – maar met de niet-wetenschappelijke artikelen werd veel tijd van de geleerde lezers verspild. En als de moderators dezelfde virtuele kastruimte zouden mogen vullen met legitieme wetenschap, zouden ze verwarring stichten onder het groeiende arXiv-publiek van journalisten en beleidsmakers. Dus moesten ze artikel voor artikel besluiten of iets al dan niet wetenschap was. De meeste arXiv-gebruikers waren tevreden met de keuzes van de moderators. Maar enkelen hadden het gevoel dat artikelen werden verworpen die arXiv zeker hadden moeten halen, en sommige geleerden – vooral die in de academische periferie – beschuldigden de arXiv-moderators van het censureren van tegendraadse artikelen.
Het probleem waarmee de arXiv-moderators kampten was niet nieuw. Al in 1959 noemde wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn dit de ‘essentiële spanning’: het conflict tussen traditionele wetenschappelijke grenzen, die bepalen of kwesties en praktijken binnen de wetenschap vallen, en het vrijblijvende onderzoek dat non-conformistische ideeën en methodes hanteert. Om vooruit te komen heeft de wetenschap beide nodig, zo is de redenering. Als innovatieve ideeën dikwijls opkomen in de ruimte tussen gevestigde disciplines, zullen onkwalificeerbare maar geloofwaardige artikelen dan verzinken in het moeras van de echt incoherente?
Maar arXiv-moderators hebben weinig tijd voor kuhniaanse overpeinzingen. Ze hebben minder dan een dag om een artikel af te wijzen of verder te laten bekijken, en soms zelfs minder dan vier uur. Omdat hij besefte hoe groot de dagelijkse werkdruk was, kreeg Ginsparg een idee om zijn vrijwillige moderators een handje te helpen: een computerprogramma dat een deel van het denken van hen kon overnemen.
Ginsparg wilde geen programma ontwerpen dat wetenschap van niet-wetenschap kon onderscheiden. Zijn aanvankelijke doel was bescheiden: een algoritme bouwen dat artikelen kon classificeren naar onderwerpscategorie, zodat moderators geen verkeerd geclassificeerde inzendingen meer hoefden te bekijken. Het kostte maar een paar uur coderen om een programma te maken dat in staat was een tekst in te voeren, er belangrijke woorden uit te pikken, te tellen hoe vaak elk woord voorkwam en het artikel te classificeren overeenkomstig eerdere soortgelijke artikelen in het verleden. In plaats van zelf een lexicon van sleutelwoorden in te tikken liet hij het algoritme bepalen welke woorden de beste voorspellers waren. Omdat moderators elke classificering beoordeelden, kreeg het algoritme onmiddellijk feedback, zodat het steeds slimmer en beter werd.
Deze computerclassificering had een verrassend neveneffect: het was griezelig goed in staat om ‘goede’ artikelen van ‘slechte’ te scheiden. Onbedoeld had arXiv Kuhns essentiële spanning in praktijk gebracht. Hoe?
Sommig onderzoek dat in de jaren zeventig werd afgedaan als wazig gewauwel onder invloed van drugs is nu onontbeerlijk voor de bestudering van de kwantumtheorie
Door duizenden artikelen te beoordelen, had het classificeringsalgoritme een neus ontwikkeld voor een veelzeggend teken van echte wetenschap: taal. Naarmate het programma meer wetenschappelijke taal leerde, begonnen zijn oordelen meer op die van de menselijke poortwachters te lijken. De artikelen die werden afgewezen strookten niet met de gebruikelijke taalnormen van enige wetenschappelijke discipline. Soms lag de discrepantie voor de hand, zoals bij artikelen die hersenschimmen najoegen door wetenschappelijke terreinen te laten versmelten die niets met elkaar te maken hadden. En soms was ze subtiel: de verkeerde verdeling van schijnbaar inhoudsloze woorden als ‘en’, ‘of’, ‘het’ of ‘dat’.
Taal dient ook als een biomarker van pseudowetenschap. John Baez, een wiskundig natuurkundige van de Universiteit van Californië, heeft een ‘Crackpot Index’ die artikelen op 37 buitenissigheden scant en daar punten voor geeft: vijf punten voor elk woord in hoofdletters, tien punten voor ‘de bewering dat je werk zich op het snijvlak van een paradigmaverschuiving bevindt’ en maar liefst vijftig punten voor ‘de bewering dat je een revolutionaire theorie hebt maar geen concrete toetsbare voorspellingen’ (toegegeven, de laatste twee hebben weinig met taal te maken).
Taal is niet voor niets een goede graadmeter. Auteurs die het gebruikelijke wetenschappelijke curriculum doorlopen, nemen meer tot zich dan alleen maar een serie feiten en een manier van denken en experimenteren. Ze leren ook op een specifieke manier communiceren.
Artikelen die bij het algoritme niet door de beugel kunnen worden niet automatisch afgewezen, maar nog eens nader bekeken door mensenogen. Maar omdat de wetenschap ernaar streeft een intellectuele vaandeldrager te zijn die ideeën op hun content beoordeelt en niet op hun stijl, betogen sommigen dat het toch iets ongemakkelijks heeft om buitenstaanders te identificeren en eruit te gooien vanwege de woorden die ze gebruiken. Wat te denken, bijvoorbeeld, van wetenschappers die disciplinegrenzen overschrijden en waardevolle bijdragen leveren?
Hippies en kwantumtheorie
‘Al lang vóór het internet vinden we voorbeelden van merkwaardige grensactiviteiten,’ zegt natuurkundige en wetenschapshistoricus David Kaiser van het MIT. ‘Sommige daarvan zijn terecht verworpen, maar andere snijden echt hout.’ Veel wetenschappelijke principes die tegenwoordig als vanzelfsprekend worden beschouwd – het heliocentrische zonnestelsel, het idee dat onzichtbare velden natuurkundige krachten kunnen overbrengen of dat natuurkundige wetten kunnen worden beschreven door wiskundige vergelijkingen – werden destijds als radicaal gezien. En sommig onderzoek dat in de jaren zeventig werd afgedaan als wazig gewauwel onder invloed van drugs is nu onontbeerlijk voor de bestudering van de kwantumtheorie, voegt Kaiser eraan toe.
In zijn boek How the Hippies Saved Physics uit 2011 schreef Kaiser: ‘Veel ideeën die nu de kern vormen van de kwantuminformatica vonden hun oorsprong in de tegencultuur van “alles kan”, een allegaartje van spiritistische media die lepels verbogen, oosterse mystiek, lsd-trips, CIA-spoken die je gedachten lazen en wat dies meer zij.’ De natuurkundigen die de grondslag legden voor kwantumcomputers, kwantumcodering en kwantumteleportatie kozen voor een benadering die onmodieus was en niet bon ton in academische kringen, maar die op den duur onmisbaar is gebleken. ‘Het valt te betwijfelen of sommige van de kleurrijkste ideeën of benaderingen uit die beginperiode arXiv gehaald zouden hebben,’ zegt Kaiser.
Ook nu nog komen geloofwaardige – of in elk geval niet volkomen bezopen – ideeën soms aan de verkeerde kant van de menselijke en gecomputeriseerde filters van arXiv terecht. ‘Ik ken drie voorbeelden uit mijn eigen vakgebied van goede artikelen van professionele natuurkundigen, onder wie hoogleraren aan onderzoeksuniversiteiten met goede publicaties op hun naam, die zijn afgewezen of in twijfel getrokken,’ zegt Lee Smolin, theoretisch natuurkundige bij het Perimeter Institute for Theoretical Physics in Waterloo, Ontario.
Ondanks een enkel controversioneel schoorsteenbrandje zijn de maatstaven van arXiv opmerkelijk liberaal. Volgens Ginsparg is vorig jaar minder dan een procent van de ingezonden artikelen afgewezen op grond van hun content en blijven veel critici van de site trouwe gebruikers. Toch blijft de procedure van arXiv soms ondoorzichtig. ‘ArXiv is geen verantwoording verschuldigd,’ zegt Kaiser. Als moderators een artikel afwijzen, hoeven ze zich niet nader te verklaren. En beroep aantekenen tegen een afwijzing kan frustrerend zijn, zegt Smolin. ‘Uit de paar gevallen die ik ken maak ik op dat hun beroepsprocedure zwak is en soms indruist tegen wat goed gebruik is in de natuurwetenschap, terwijl arXiv belangrijk kan zijn voor een carrière in dat vakgebied.’
Er is een middenweg tussen acceptatie en afwijzing: twijfelachtige artikelen kunnen worden ondergebracht in een categorie die ‘general physics’ of ‘gen-ph’ wordt genoemd. In het gunstigste geval biedt gen-ph plaats aan artikelen die niet naadloos in enige andere categorie passen; in het slechtste is het een stortplaats voor alles wat uit de toon valt. Maar voor veel auteurs is plaatsing in gen-ph even kwetsend als een afwijzing. Van de meer dan honderdduizend artikelen die tussen juli 2014 en juni 2015 op arXiv zijn gepubliceerd zijn er 302 in gen-ph beland.
viXra
Frustraties vanwege airXiv hebben tot een alternatieve preprintsite geleid, viXra genaamd, die is opgericht door Philip Gibbs, een onafhankelijke natuurkundige in Engeland. Iedereen mag alles op viXra zetten, al verbieden de huisregels ‘vulgaire, lasterlijke, plagiërende of gevaarlijk misleidende’ content. Voor degenen wier werk hier onderdak vindt, is viXra een soort intellectueel toevluchtsoord. Maar voor velen in de wetenschapscommunity lijkt viXra meer op een eiland voor rare en kapotte speeltjes. (Over de waarde van viXra merkt Ginsparg snedig op: ‘Het is iets geweldigs! Elke keer als iemand ons vraagt waarom we moeten filteren, wijzen we hem op viXra.’) Volgens Gibbs, die ook een zeventiendelig retrospectief op de blog van vixRa heeft gepubliceerd, getiteld ‘Excentriekelingen die gelijk hadden’, is vixRa een historisch archief dat ideeën die hun tijd vooruit zijn bewaart voor een toekomst waarin hun belang misschien wordt erkend.
Het is verleidelijk te denken dat het internet een nieuw probleem heeft gecreëerd voor denkers die een grens proberen te trekken tussen wetenschap en pseudowetenschap. Maar, zegt Kaiser, arXiv pakt op megaschaal een eeuwenoude spanning aan. ‘Geleerden klagen letterlijk al een millennium dat ze middelen nodig hebben om het hoofd te bieden aan de grootste aller makkes, namelijk beperkte aandacht.’ arXiv mag de poorten van de wetenschap dan hebben aangepast – zodat ze wijder en soepeler opengaan – toch blijft er uiteindelijk altijd iemand buiten staan.
Begonnen als onlineweekblad, verschijnt Nautilus sinds september 2013 ook op papier. Het prachtige blad wil berichten over de ‘oneindige raakvlakken’ tussen de wetenschap en ons dagelijks leven. Elke maand komt een ander thema aan bod in reportages en analyses.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.